Hervormingsagenda Jeugd 2023 - 2028
Tekst van het document
Het gaat hierbij enerzijds om een beweging naar een inhoudelijke verbetering van (de uitvoering van) het stelsel en anderzijds een beweging naar een financieel houdbaar stelsel;
55
- Beoordeelt gegeven de afspraken in de Hervormingsagenda de inspanningen van Rijk en gemeenten en de bijbehorende (structurele) opbrengsten, zowel landelijk, regionaal als voor een representatieve steekproef van gemeenten. Daarbij besteedt de commissie ook aandacht aan mogelijke knelpunten en de inspanningen van andere partijen die van belang zijn voor de uitvoering van de Hervormingsagenda; - Signaleert tevens relevante ontwikkelingen die van belang zijn voor de ontwikkeling (van de uitvoering en kosten) van het jeugdhulpstelsel. Daarbij gaat het onder meer om maatschappelijke en economische ontwikkelingen zoals toenemende druk op bestaanszekerheid en het mentale welzijn van jeugdigen; • Alle voornemens en maatregelen samen hebben invloed op de feitelijke uitgavenontwikkelingen; de effecten van de afzonderlijke voornemens en maatregelen zijn gaandeweg moeilijk te onderscheiden op de totale uitgavenontwikkeling. Daarom beziet de commissie vooral de ontwikkeling van de totale uitgaven ten opzichte van het meerjarig financieel kader (zie bijlage 1); • Daarnaast past de commissie de volgende principes toe: - Gemeenten en Rijk zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de maatregelen waarop zij kunnen sturen conform hetgeen daarover is afgesproken in de Hervormingsagenda.
Indien zij dit niet of niet geheel doen dan ligt het financiële risico naar rato van geleverde inspanning hiervoor bij henzelf;
- Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de Jeugdwet; - Gemeenten dragen de financiële verantwoordelijkheid voor bovenwettelijke initiatieven; - Onvoorziene omstandigheden en autonome groei vallen onder verantwoordelijkheid van het Rijk. • Brengt op basis van hierboven genoemde kader advies uit over hoe om te gaan met een uitgavenontwikkeling die afwijkt van het overeengekomen meerjarig financieel kader. Het kan hierbij gaan om voorstellen voor bijsturing of anderszins te treffen maatregelen en/of wie verantwoordelijk is voor het dekken van eventueel ontstane tekorten, conform artikel 108 van de Gemeentewet. De commissie betrekt bij dit advies nadrukkelijk: - De verwachte aparte raming voor Wmo- en jeugdzorguitgaven van het CPB; - De mate waarin aanpassing van de (verdere oploop naar de) structurele reeks aan de orde is; - De eventuele compensatie voor de jaren waarop het advies betrekking heeft (vanaf 2023); - De staat van de gemeentefinanciën en de impact van het jeugddossier op de bredere gemeentelijke dienstverlening.
56
4 Governance en implementatie
57
De opgaven in deze Hervormingsagenda vereisen structurele aanpassingen in het stelsel en diepgaande veranderingen in doen en laten in de praktijk, alsmede in de relatie tot andere domeinen als het onderwijs, de volwassenenzorg en de bestaanszekerheid. Beide zijn van gelijk belang en bij de implementatie van de afspraken moeten ze hand in hand gaan.
De essentie van de verandering die de Hervormingsagenda teweeg moet brengen gaat over blijvend leren en ontwikkelen. Deze agenda is noch het begin – want we zijn al aan de slag – noch het eindpunt; het is een stevig pad dat we met elkaar ontwerpen. We hebben samen een grote transitie door te maken. De Hervormingsagenda versnelt, verspreidt en verdiept dit pad en geeft bovenal ruimte aan het vakmanschap van professionals, gemeenten, jeugdzorgaanbieders en de jeugdhulpregio’s. Om dat te kunnen doen moet in de praktijk aandacht, tijd en ruimte zijn om op een nieuwe manier te leren en wat geleerd is toe te passen. Dit vraagt iets van alle betrokken partijen, vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid. Daarbij is ook van belang dat de opgaven lokaal, regionaal en landelijk in onderlinge samenhang worden opgepakt. Deze agenda kent een veelomvattend overzicht aan maatregelen en initiatieven met onderlinge afhankelijkheden en een relatie naar andere domeinen. Veel maatregelen grijpen diep op de bestaande praktijk in en vragen om fundamentele veranderingen. Daarmee is terdege rekening te houden. De in de agenda opgenomen initiatieven betreffen beleidsintenties en behoeven na vaststelling van de agenda verdere uitwerking, ook met betrokkenheid van partijen buiten de Vijfhoek. Duidelijk is dat dit een enorme opgave is.
Om die reden is er bewust gekozen voor een agenda met een looptijd tot 2028.
In dit hoofdstuk staat hoe we tot aan 2028 aan de slag gaan. We bouwen daarbij voort op ervaringen die we de afgelopen jaren hebben opgedaan met onder andere het programma ‘Zorg voor de Jeugd’. Zo brengen we focus aan om resultaten te boeken en tegelijkertijd de samenhang te bewaken. We hebben daarnaast geleerd dat het noodzakelijk is een heldere taak- en rolverdeling tussen de spelers vast te stellen en elkaar ook op die verantwoordelijkheden aan te spreken, waarbij voor het jeugdveld geldt dat een aantal partijen hierbij vooralsnog ondersteund moet worden om hun taak en rol die volgt vanuit de opgave in het kader van de Hervormingsagenda goed te kunnen invullen. In dit hoofdstuk gaan we in op hoe we de eerste stappen voor de implementatie van de maatregelen en de bijbehorende governancestructuur op hoofdlijnen vorm willen geven. We sluiten af met enkele woorden over proces, planning en monitoring.
58
4.1 Veranderstrategie Om de beoogde veranderingen te kunnen realiseren zetten partijen de komende jaren in op ‘anders denken’ en ‘anders doen’. Het is belangrijk dat we jeugdigen (en hun gezin en naasten) nog meer centraal zetten in alles wat we doen. Dat we nog beter luisteren naar en aansluiten bij hun behoeften. Dat we zorgen voor een meer integrale aanpak, waarbij we niet alleen kijken naar de jeugdige zelf, maar ook de gezinssituatie en eventuele problematiek op bijvoorbeeld het terrein van het onderwijs, de bestaanszekerheid en wonen. Dat we hulp bieden op basis van de meest recente inzichten. En dat we alleen (jeugd)hulp bieden als dit de meest effectieve en passende oplossing is.
Deze andere manier van denken moet ook leiden tot een andere manier van doen. Dit vraagt iets van alle betrokken partijen, ieder vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid. Het is aan de branche-/koepelorganisaties om hun leden/ achterban hierin mee te nemen. Bijvoorbeeld met trainingen en handreikingen. Het is aan overheden om te zorgen voor passende wet- en regelgeving en heldere financiële afspraken. Per thema stellen we een plan op met een verander-aanpak en hoe we deze uitvoeren. In het traject ‘Kwaliteit en blijvend leren’ wordt de verbinding gelegd. Daar werken partijen samen aan een cyclus waarin leren en verbeteren vanzelfsprekend wordt. In deze plannen nemen we ook de fasering tot 2028 nadrukkelijk mee. Een andere manier van denken en doen is niet van deze op de andere dag geregeld. Het vraagt bovendien om een continue investering.
59
4.2 Belangrijke rol voor jeugdigen, hun gezin en naasten De implementatie van de Hervormingsagenda kan alleen maar slagen als alle partijen samenwerken aan een gemeenschappelijke opgave en hun verantwoordelijkheid hierin pakken. Hierin is een belangrijke rol weggelegd voor jeugdigen, het gezin en naasten. Voor hen moet het merkbaar beter worden. Jongeren moeten sneller de juiste zorg op de juiste plek ontvangen.
Het is belangrijk dat jongeren, ouders en naasten volwaardig meedoen in dit traject en dat we hun perspectief meenemen in de uitwerking van de maatregelen in de Hervormingsagenda. Dat doen we op verschillende manieren: • Vertegenwoordigers van jeugdigen, ouders en naasten sluiten aan bij landelijke overleggen in het kader van de Hervormingsagenda en delen hun praktijkervaring; • Het OZJ ontwikkelt samen met jeugdigen, ouders en naasten een zogenoemde leefwereldtoets die partijen op lokaal en regionaal niveau kunnen gebruiken. Hiermee willen we ervaringen van jeugdigen en ouders ophalen én toetsen of de maatregelen leiden tot zichtbare verbeteringen in hun leefwereld. Deze (kwantitatieve en kwalitatieve) informatie verzamelen we periodiek op een systematische manier en bespreken deze in ieder geval op landelijk en regionaal niveau;
• In de leefwereldtoets krijgen de ‘Big 5’ een plek. Zo toetsen we of ondersteuning en zorg goed aansluiten op de leefwereld van jeugdigen, ouders en naasten.69 We willen de leefwereldtoets kunnen gebruiken voor verschillende doelgroepen, zoals jeugdigen met beperkingen/chronische aandoeningen en jeugdigen met mentale problemen; • We nemen de resultaten van de leefwereldtoets serieus. Tijdens het ontwikkelen van de leefwereldtoets maken we dit concreet en bepalen we welke consequenties aan de uitkomsten van de leefwereldtoets zouden moeten worden verbonden; • De cliëntervaringsonderzoeken die gemeenten en aanbieders uitvoeren geven een beeld van de door jeugdigen en hun ouders ervaren kwaliteit van hulp op regionaal en gemeentelijk niveau. Deze informatie verrijkt landelijke data en draagt bij aan leren, verbeteren en indien nodig bijstellen van beleid;70 • De verzamelde informatie dient tevens als input voor de deskundigencommissie.
69
De ‘Big 5’ zijn: (1) support, (2) wonen, (3) school en werk, (4) inkomen, (5) welzijn. Zie voor een nadere toelichting De Big 5 voor een stevige basis – Stichting ExpEx.
70
Op de samenstelling van deze onderzoeken kunnen ervaringsdeskundigen meedenken.
60
4.3 Implementatielijnen Hervormingsagenda Uit hoofdstuk 2 destilleren we zes implementatielijnen waarin de afspraken in samenhang worden uitgewerkt en uitgevoerd.
Deze implementatielijnen zijn geen projecten van dezelfde grootte; er zijn verschillende partijen bij betrokken en de aanpak en uitvoering zullen verschillend zijn. Per implementatielijn ontwikkelen we – voor zover deze nog niet beschikbaar is – een plan van aanpak waarin we rekening houden met benodigde voorbereidings- en implementatietijd, de benodigde capaciteit, de haalbaarheid
in de uitvoeringspraktijk en prioriteitsstelling en fasering, zie boven. Waar mogelijk zetten we de implementatie met kracht voort (denk aan afbouw residentiële zorg). Navolgend een eerste nog globaal overzicht van de onderscheiden implementatiethema’s en de eerste uitwerkingsinitiatieven. Na vaststelling van de agenda vormt dit vertrekpunt voor de verdere uitwerking.
Opgave 1 Afbakenen en verduidelijken wat jeugdzorg is (paragraaf 2.1) Wie
Eerste stappen
A. Het Rijk bakent de reikwijdte van de jeugdhulpplicht af in de wet en scherpt de wettelijke verplichting ten aanzien van de pedagogische basis en basisvoorzieningen aan. Deze wetgeving wordt lokaal geïmplementeerd. Rijk en VNG voorzien vooruitlopend hierop in een handreiking begrenzing van de reikwijdte Jeugdwet in lokale regelgeving (verordening en beleidsregels) zodat gemeenten dit reeds lokaal kunnen implementeren. B. VNG, Rijk en NJi werken samen aan de ondersteuning van gemeenten bij het versterken van de pedagogische basis en het voeren van een preventief jeugdbeleid. Inclusief de inzet van JGZ-uitvoerders en de wijze van het overleg met samenwerkingspartners hierover. C. Het Rijk initieert de maatschappelijke dialoog en verbindt deze met andere relevante initiatieven. Zij werkt daarbij samen met VNG/gemeenten, aanbieders, professionals en cliënten, maar ook met organisaties als RvS en (andere) experts op dit terrein.
A. Het Rijk bereidt een wetsvoorstel voor, dat in het najaar van 2024 wordt ingediend bij de Tweede Kamer. B. NJi stelt een handreiking op over de pedagogische basis in de eerste helft van 2023 en er wordt tijdens de looptijd van de HA kennisuitwisseling met en tussen gemeenten georganiseerd. C. Deze maatschappelijke dialoog loopt gedurende de looptijd van de Hervormingsagenda. Het Rijk brengt in beeld welke initiatieven reeds lopen en hoe deze initiatieven elkaar kunnen versterken. Het Rijk geeft opdracht voor het opstellen van een plan van aanpak voor het voeren van de maatschappelijke dialoog, dat in de zomer van 2023 gereed moet zijn. Er wordt een begeleidingsgroep ingericht met diverse experts die meedenken in het traject met betrekking tot de maatschappelijke dialoog.
61
Opgave 2 Stevige lokale teams (incl. een steviger verbinding aan aanpalende domeinen) en toegang (paragraaf 2.2 en 2.3) Wie
Eerste stappen
I. Stevige lokale teams VNG/gemeenten is/zijn trekker van deze opgave (onder andere convenant ‘Stevige lokale teams’, inrichten van een implementatie- en ondersteuningsprogramma en monitoring). Zij werkt voor deze opgave nauw samen met partijen als Associatie Wijkteams, gemeenten, het Samenwerkingsplatform Sociaal Domein, SBJ, cliënt- en brancheorganisaties, het ministerie van VWS, kennisinstituten en partijen uit de brede sociale basis. Tevens komt er een verbinding met het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming.
I. Stevige lokale teams De VNG richt in 2023 een implementatie- en ondersteuningsprogramma in dat is gericht op het sociaal domein (jeugd en volwassenen). Tegelijkertijd en in samenhang werkt zij aan de ontwikkeling van het convenant ‘Stevige lokale teams’ (zie 2.3.1). Onderdeel hiervan is een kader voor domein-overstijgend werken, speciaal gericht op jeugd- en gezinsproblematiek.
II. Verbinding met aanpalende domeinen Waar mogelijk, sluiten we aan bij reeds gemaakte afspraken, bijvoorbeeld in het kader van akkoorden. Daar waar nog geen (niet-vrijblijvende) afspraken zijn, maken we die. A. De gemeente wijst een coördinator aan in die gevallen waarin parallel aan jeugdhulp hulp vanuit andere domeinen aangeboden wordt (Participatiewet, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en domein wonen alsmede (volwassenen)zorg op basis van de Wmo 2015, Zvw of Wlz) om de problemen gelijktijdig, integraal en bij de bron aan te pakken. Het Rijk past zo nodig de Jeugdwet aan om de aanwijzing van een coördinator te verduidelijken. B. Rijk, VNG en betrokken partijen werken uit hoe betere samenwerking tussen de jeugdhulp en de volwassenen-ggz kan worden gerealiseerd. Daarbij wordt waar mogelijk aangesloten bij en voortgebouwd op hetgeen in IZA is afgesproken. C. Het Rijk werkt aan een landelijke norm voor de basisondersteuning in het kader van Passend onderwijs. Deze landelijke norm geeft aan welke onderwijsondersteuning elke school minimaal moet kunnen bieden aan de leerling. D. Het Rijk werkt aan het programma ‘School en omgeving’ voor kansengelijkheid. E. Gemeenten, onderwijs, opvang en zorg zorgen gezamenlijk voor een meer collectief aanbod van ondersteuning en zorg in het onderwijs en de opvang.
Het Rijk zorgt ervoor dat de noodzakelijke aanpassingen in wet- en regelgeving worden gerealiseerd. F. Het Rijk zet met verschillende programma’s en investeringen in op verbeteringen van bestaanszekerheid. Gemeenten leggen betere verbindingen in de uitvoering van maatregelen in het brede sociaal domein, zodat deze ook maximaal effect sorteren in gezinnen.
Verder zal het kader ook de samenwerking tussen stevige lokale teams en gespecialiseerde jeugdhulpaanbieders nader uitwerken (onderdeel van de norm van opdrachtgeverschap). Het voortouw hiervoor ligt bij de BGZJ. Daarnaast wordt een kwaliteitskader voor het doen van een brede analyse ontwikkeld. Het voortouw hiervoor ligt bij BGZJ en de SBJ. Met beide trajecten wordt gestart in 2023. VNG en LHV zetten in op sterkere samenwerking. VNG en VWS zetten in op bredere inzet van jeugdconsulenten bij de huisarts. Daarnaast gaan de VNG en het Rijk samen met BGZJ en SBJ in 2023 verder met het versterken van de uitvoeringspraktijk gericht op het versterken van de samenwerking met informele steunfiguren. Verder zetten de VNG en gemeenten in op de verwijzing naar gecontracteerd aanbod. Tenslotte wordt ingezet door de VNG/ gemeenten (samen met VWS en cliëntorganisaties) in 2023 en 2024 (met uitloop naar 2025) op verbeteracties gericht op ondersteuning van jeugdigen met een levenslange en levensbrede beperking. II. Verbinding met aanpalende domeinen A. Het Rijk heeft op 30 januari 2023 het wetsvoorstel ‘Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein’ (Wams) bij de Tweede Kamer ingediend. B.
Rijk, VNG en betrokken partijen werken uit hoe betere samenwerking tussen de jeugdhulp en de volwassenen-ggz kan worden gerealiseerd, opdat in de gezinscontext vanuit een gedeelde visie integrale zorg kan worden geboden. C. De norm wordt ontwikkeld in verschillende stappen, waarbij de eerste een ontwikkeling op drie ondersteuningsgebieden is (lezen/spellen en dyslexie, meer- en hoogbegaafdheid, en leergedrag). D. Dit jaar is gestart op 127 plekken, de komende drie jaar wordt het programma uitgebreid en in het voorjaar van 2023 komen de eerste resultaten van onderzoek en monitoring beschikbaar. E. Afspraken hierover worden nader uitgewerkt in de verbindingsroute opvang, onderwijs en zorg die in 2023 beschikbaar is. F. Bij de inrichting van het kader voor domeinoverstijgend werken wordt door gemeenten gebruik gemaakt van c.q. aangesloten op de doorbraakmethode en andere succesvolle voorbeelden van domeinoverstijgend werken. Het Rijk en de VNG maken als onderdeel van het bestuurlijke kader afspraken over de bekostiging. Hierbij wordt gekeken naar alternatieve bekostiging, zoals een revolverend fonds.
62
Opgave 3 Terugdringen residentiële jeugdhulp: zo thuis mogelijk (paragraaf 2.4) Wie
Eerste stappen
Rijk, VNG/gemeenten en aanbieders nemen in dit traject het voortouw, ieder vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid.
Zoals in paragraaf 2.4 staat, is met de uitvoering van brief ‘Passende zorg voor jeugdigen die bescherming en veiligheid nodig hebben’ al een begin gemaakt met de implementatie van deze maatregel. Het gaat dan om de transformatie van de gesloten jeugdhulp, waarvan in december 2022 het ministerie van VWS, de coördinerende gemeenten en aanbieders gesloten jeugdhulp in een bestuurlijk overleg ingestemd hebben met het Uitvoeringsplan. Dit bepaalt de richting van de af- en ombouw van gesloten jeugdhulp en opbouw van alternatieven voor de komende 2 jaar (tot 1 januari 2025). Op een nog te bepalen moment komen we met een aanpak voor het afbouwen van de overige vormen van residentiële zorg.
Opgave 4 Kwaliteitsverbetering en blijvend leren (paragraaf 2.5) Wie
Eerste stappen
Aanbieders, professionals en cliënten zijn primair aan zet en trekken hierin samen op met VNG/gemeenten en Rijk. NJi heeft – in navolging op de kwartiermakersrol – de opdracht gekregen het plan verder uit te werken. Partijen gaan werken volgens de werkstructuur die is beschreven in het advies ‘Kwaliteit en blijvend leren in de jeugdhulp, van praten naar doen’.
De werkorganisatie maakt in 2023 op basis van de bestaande kaders voor kwaliteit een voorstel voor een gezamenlijke set gedragen kwaliteitskaders voor de jeugdhulp. De werkorganisatie maakt voorstellen voor aanpassingen in de praktijk van professionals die er aan bijdraagt dat professionals tijd en ruimte kunnen nemen om te leren en biedt daarvoor zo nodig ondersteuning. Ook maakt de werkorganisatie een meerjarige implementatie- en onderzoeksagenda. De beroepsverenigingen en aanbieders ontwikkelen in afstemming met Rijk, gemeenten en Associatie Wijkteams een kwaliteitskader voor het doen van een brede analyse (triage/verklarende analyse).
63
Opgave 5 Regionale en landelijke inkoop en organisatie van de specialistische zorg (paragraaf 2.6 en 2.7) Wie
Eerste stappen
Rijk en VNG/gemeenten nemen het voortouw om met aanbieders dit traject vorm te geven. De expertise van het Ketenbureau en stuurgroep i-Sociaal Domein wordt hierbij betrokken.
Het voornemen is in 2023 het wetsvoorstel ‘Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’ bij de Tweede Kamer in te dienen. Eind 2023 zijn de bijbehorende amvb en de ministeriële regelingen gereed.
VNG/gemeenten zijn primair aan zet voor de vereenvoudiging van productcodes (2.7.1a). Rijk en VNG/ gemeenten nemen samen het voortouw bij het thema standaardisatie van de uitvoering (2.7.1b t/m 2.7.5). De afspraken in paragraaf 2.7 aangaande verdere standaardisatie van bijvoorbeeld de taakgerichte uitvoeringsvariant en de harmonisatie van verantwoordingseisen worden onder regie van VNG/ gemeenten in samenspraak met branches/aanbieders door het Ketenbureau ISD uitgewerkt en vastgesteld in de stuurgroep i-Sociaal Domein (2.7.2 t/m 2.7.5).
Rijk, gemeenten en jeugdhulpaanbieders richten een zorglandschapstafel in. Deze tafel doet suggesties voor onderwerpen van het stelselonderzoek door de NZa en geeft aan Rijk en VNG advies over de inrichting van het zorglandschap met een focus op de zorgvormen die om landelijke inkoop vragen (zie 2.6.3). Het voeren van regie op regio-overstijgende transformatie is een gezamenlijke opgave van het Rijk, de jeugdhulpaanbieders en de VNG. Hiertoe wordt een projectorganisatie ingericht (zie 2.6.4). Tot slot worden tussen Rijk, gemeenten en aanbieders de afspraken uitgewerkt met betrekking tot uniforme en standaardwijze van inkoop, contractering en administratieve afhandeling en verantwoordingseisen voor de producten en diensten die op regionaal of landelijk niveau moeten worden ingekocht (zie 2.7.1). Bij de uitwerking van al deze afspraken zal gekeken worden naar de inrichting van een samenhangende governance en sturing.
Het Rijk en VNG/gemeenten zijn samen primair aan zet om tariefdifferentiatie mogelijk te maken. (2.7.7). VNG/gemeenten nemen het voortouw bij verbetering van de selectie en contractering. Aanbieders faciliteren met een Norm voor Opdrachtnemerschap. Het Rijk faciliteert met voorgenomen wetgeving: het wetsvoorstel ‘Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’ en het wetsvoorstel ‘Wet Integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders’ (2.7.9).
Opgave 6 Verbeteren inzicht in het functioneren van het jeugdstelsel met data en monitoring (paragraaf 2.8) Wie
Eerste stappen
De regie ligt bij het Rijk als stelselverantwoordelijke. Zij werkt hierin nauw samen met VNG/gemeenten. Ook betrekt zij nader te bepalen partijen vanuit praktijk en uitvoering. De verantwoordelijkheidsverdeling zoals beschreven per maatregel in 2.8 is in deze leidend.
Om raakvlakken en samenhang tussen de verschillende onderwerpen op het terrein van (de ontwikkeling van) data en monitoring te bewaken, richten het Rijk en de VNG een coördinerende werkgroep in. Deze werkgroep bestaat uit vertegenwoordigingen vanuit de inhoudelijk betrokken ministeries, de VNG en partijen vanuit de praktijk en uitvoering. Wanneer nodig worden inhoudelijke experts betrokken. Allereerst coördineert de werkgroep de uitwerking en uitvoering van de acties zoals genoemd in paragraaf 2.8, gegeven de verantwoordelijkheidsverdeling zoals per maatregel beschreven. Per jaar stelt de werkgroep, gegeven de behoeften, een geprioriteerd plan vast met de acties die moeten worden ondernomen ter verbetering van data en monitoring.
NB: Deze tabel geeft de verantwoordelijkheidsverdeling per (sub)thema weer. Het bevat geen allesomvattend overzicht van de afspraken uit de Hervormingsagenda en de te nemen acties. De verantwoordelijkheidsverdeling op maatregelenniveau is omschreven in de betreffende paragrafen.
64
Wet- en regelgeving in het kader van de Hervormingsagenda De Hervormingsagenda bevat diverse maatregelen die om wet- en regelgeving vragen. Onderstaand overzicht geeft een beeld van de wet- en regelgeving waaraan wordt
gewerkt en de bijbehorende planning. De uitwerking van wet- en regelgeving vraagt regelmatig om bijstelling. Ondergaande is hoe we het nu voor ons zien.
Thema: Reikwijdte Wat
Via
Planning
• Bevorderen gelijktijdige inzet van hulp vanuit andere domeinen.
Wetsvoorstel ‘Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein’ (Wams) en zo nodig aanpassing Jeugdwet en bijbehorende regelgeving
Eerste kwartaal 2023 ingediend bij Tweede Kamer (Wams)
• Afbakening van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht (criteria, afwegingsproces en de begrippen gebruikelijke zorg en eigen kracht), verduidelijken van de verplichting om te zorgen voor een toereikend aanbod aan basisvoorzieningen en expliciteren voorliggendheid vrij toegankelijke voorzieningen. • Verplichting tot overleg tussen gemeenten en samenwerkingspartners over de visie op de pedagogische basis, gerichte preventie en de inrichting van de vrij toegankelijke voorzieningen.
Aanpassing Jeugdwet en bijbehorende regelgeving
In 2024 indiening Tweede Kamer
Wat
Via
Planning
• Dit wetsvoorstel strekt tot verplichte regionale samenwerking tussen gemeenten bij de inkoop en organisatie van bepaalde vormen van (specialistische) jeugdzorg. • Bij amvb zullen criteria worden opgenomen op grond waarvan de zorgvormen ten minste regionaal worden ingekocht. • De ten minste regionaal in te kopen zorgvormen zullen worden opgenomen in een ministeriële regeling. • De regio’s worden opgenomen in een ministeriële regeling. Ook worden in samenwerking met de VNG en jeugdhulp aanbieders in een ministeriële regeling verantwoordingseisen, contractstandaarden en productcodes vastgelegd voor zorgvormen die op grond van het wetsvoorstel ‘Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’ en de ministe riële regeling zorgvormen op regionaal of landelijk niveau moeten worden ingekocht. Daarnaast worden in de komende jaren in samenwerking met de VNG en jeugdhulpaanbieders (reeds) ontwikkelde contractstandaarden vastgelegd in wetgeving die zich niet beperkt tot de regionaal en landelijk ingekochte jeugdzorg, maar ook deels lokaal ingekochte jeugdhulp kan omvatten.
Wetsvoorstel ‘Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’
2023 indiening Tweede Kamer
• Gemeenten en aanbieders verplichten om bij de inkoop van jeugdhulp hun prijzen op te bouwen met gebruik van bij amvb bepaalde kostprijselementen.
amvb ‘Reële prijzen Jeugdwet’
2023 voorhangen bij beide Kamers
Thema: Regionale organisatie van zorg, inkoop en vermindering administratieve lasten
65
Wat
Via
Planning
• Jeugdhulpaanbieders en GI’s verplichten tot het hebben van een intern toezichthouder, het voeren van een transparante financiële bedrijfsvoering en tot het realiseren van een openbare jaarverantwoording.
Wetsvoorstel ‘Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’
2023 indiening Tweede Kamer
• Vastleggen dat de NZa de taak krijgt onderzoek te doen naar verschillende aspecten die verband houden met de beschikbaarheid van zorg voor jeugdigen en naar signalen over risico’s ten aanzien van de beschikbaarheid van specialistische zorg voor jeugdigen, alsmede de taak krijgt om toezicht op jeugdhulpaanbieders en GI’s te houden voor zover het gaat om de nakoming van hun plichten tot het hebben van een transparante financiële bedrijfsvoering en het opstellen en openbaar maken van hun jaarverantwoording.
Wetsvoorstel ‘Wet taken zorgautoriteit op Jeugdwetterrein’, dat voor indiening bij de Tweede Kamer zal worden samengevoegd met het wetsvoorstel ‘Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’
2023 indiening Tweede Kamer
• Normen introduceren om niet integer gedrag bij jeugdhulpaanbieders te voorkomen en stellen van voorwaarden aan het uitkeren van winst door jeugdhulpaanbieders.
Wetsvoorstel ‘Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaan-bieders’
2023 indiening Tweede Kamer
Wat
Via
Planning
• Wettelijke grondslag creëren om de data uit het Berichtenverkeer centraal te ontsluiten voor het CBS. • Beleggen van onderzoekstaken bij een onafhankelijke instantie.
Nog nader te bepalen
Nog nader te bepalen
Thema: Verbeteren inzicht in functioneren stelsel
66
4.4 Governance De governance biedt ondersteuning bij de realisatie van de Hervormingsagenda en doelstellingen. Dit zal uiteindelijk ook leiden tot een stevigere (reguliere) governancestructuur; ook buiten de Hervormingsagenda verhouden partijen zich op een bepaalde manier tot elkaar. Met de governancestructuur willen we recht doen aan het gedecentraliseerde stelsel; we zetten lokale en (boven)regionale partijen in hun kracht om te zorgen voor merkbaar betere jeugdhulp voor jeugdigen, ouders en naasten.
Het is belangrijk rollen, taken en verantwoordelijkheden van partijen en hun onderlinge verhoudingen helder te definiëren. In paragraaf 4.3 is de trekker(s) per opgave aangewezen. Trekkers zijn verantwoordelijk voor de uitwerking en (het aanjagen van) de implementatie, het realiseren van de gewenste resultaten, het zoeken van de verbinding naar en synergie met andere relevante vraagstukken en partijen, en periodieke informatievoorziening aan relevante partijen (waaronder de stuurgroep en het bestuurlijk overleg). Zij werken de komende periode, samen met betrokken partijen, de rollen, taken en verantwoordelijkheden van partijen binnen het thema verder uit. Daarbij kiezen we voor maatwerk, primair vanwege de grote verschillen tussen de opgaven. Partijen zijn aanspreekbaar op hun rol, input en bijdragen aan de doelstellingen en resultaten van de Hervormingsagenda. Die rollen, taken en verantwoordelijkheden kunnen al naar gelang positie en opgave variëren maar de relatie tussen deelnemers kenmerkt zich door gelijkwaardigheid. Met partijen vindt op ambtelijk (stuurgroep) en bestuurlijk niveau (Bestuurlijk Overleg, BO) tenminste tweemaal per jaar overleg plaats over de voortgang op de Hervormingsagenda als zodanig, tussentijdse resultaten en de relatie naar de andere relevante landelijke trajecten zoals het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming (samenhang).
Naast een ‘BO Jeugd’ waar de voortgang van de Hervormingsagenda wordt besproken met betrokken partijen, is er een BO Rijk – VNG, waarin met name de voortgang ten aanzien van de (financiële) afspraken zoals beschreven in hoofdstuk 3 worden besproken. Dit overleg vindt tenminste eenmaal per jaar plaats. 67
4.5 Tot besluit De Hervormingsagenda kent een flink pakket aan maatregelen en initiatieven die met elkaar bijdragen aan het verbeteren van de hulp voor kwetsbare kinderen en gezinnen en beheersing van de desbetreffende kosten. Bij die implementatie wordt rekening gehouden met lopende en flankerende initiatieven alsmede het absorptievermogen van de sector.
Onze jeugd is en heeft de toekomst. Deze Hervormings agenda moet ervoor zorgen dat de juiste hulp op de juiste plaats komt, zeker waar het gaat om de meest kwetsbare jeugdigen. De agenda beschrijft een brede maatschappelijke aanpak én een verbetering van het jeugdhulpstelsel en dit in combinatie met een besparingsopgave om het stelsel voor de langetermijn houdbaar te maken. Zeker is dat de tien beschreven opgaven geen gemakkelijke zijn. Tijdens de uitvoering krijgen we ongetwijfeld te maken met ontwikkelingen die ervoor zorgen dat we onze plannen moeten bijstellen en dat we iets anders moeten gaan doen dan dat we van tevoren hadden bedacht. Dat is niet erg, dat hoort bij veranderen. We gaan met volle overtuiging aan de slag om zo snel mogelijk de benodigde omslag te maken waar jeugdigen, hun gezin, naasten en professionals écht baat bij hebben.
68
Bijlage 1
Meerjarig financieel kader HA 2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
6.273
6.383
6.444
5.955
4.830
4.824
4.826
2) Nog beschikbaar te stellen aanvullende middelen
367
300
300
2a) Reeks Commissie van Wijzen
1.828
1.828
1.828
1) Middelen reeds beschikbaar gesteld door het Rijk vanuit AU, IU en VWS-begroting (prijspeil 2023, stand Voorjaarsnota 2023)
2b) Maatregelen Hervormingsagenda
-214
-374
2c) Maatregelen coalitieakkoord 3) Indexatie (volume-accres) 4) Indexatie (LPO)
195
-374
-374
-961
-1.017
-1.017
0
-500
-500
-511
-511
393
554
213
213
213
2023 is verwerkt in reeks AU en IU. LPO-indexatie voor de jaren na 2023 wordt jaarlijks verwerkt.
Budgetreeks HA (1, 2, 3)71
6.273
6.578
6.836
6.510
5.409
5.337
5.339
9
9
9
9
9
9
9
87
198
235
246
243
197
Waarvan: Uitvoeringskosten Investeringen
72
71
Door afrondingsverschillen tellen de bedragen niet altijd exact op tot de totaalreeks. De totaalreeks is de optelsom van de middelen AU+IU, aanvullende middelen en indexatie.
72
In bijlage 3 worden de investeringen verder toegelicht.
69
Voor de opbouw van het meerjarig financieel kader zijn de volgende afspraken gemaakt: • Het meerjarig financieel kader heeft als basis de ‘individuele maatwerkvoorzieningen’ en de ‘meerkosten voorliggend veld’, waarbij we ervan uitgaan dat de uitgaven aan deze meerkosten voorliggend veld betrouwbaar in beeld zijn te brengen.73 Dat is nu nog niet het geval. Met deze basis wordt aangesloten bij de systematiek die ook in ‘Stelsel in groei’ is gehanteerd en de basis vormde van het advies van de Commissie van Wijzen. Indien meerkosten niet op betrouwbare wijze in beeld zijn te brengen wordt bestuurlijk bezien op welke wijze het voorliggend veld al dan niet wordt meegenomen in de financiële afspraken; • Voor de budgetreeks in het meerjarig financieel kader is de begrotingsstand het uitgangspunt, dat wil zeggen de som van alle jeugdhulpmiddelen die door het Rijk beschikbaar zijn gesteld. De budgetreeks is gebaseerd op de mutaties op jeugd die hebben plaatsgevonden in de Algemene Uitkering en de Integratie-Uitkering. De bedragen in bovenstaande tabel zijn gebaseerd op deze mutaties en de standen in de Voorjaarsnota 2023; Decentralisatie-uitkeringen (DU’s) en Specifieke Uitkeringen (SPUK’s) zijn niet meegenomen in de budgetreeks.74 Mutaties op jeugd die plaatsvinden in de AU en IU na de Voorjaarsnota 2023 dienen later nog
verwerkt te worden in de budgetreeks om tot de op dat moment meest actuele stand te komen; • De aanvullende middelen betreft de reeks zoals vastgesteld door de Commissie van Wijzen, gecorrigeerd voor de besparing die aanvullend is opgenomen in het coalitieakkoord75 (€511 mln. structureel). Daarbij is de verzachting van het ingroeipad verwerkt voor de jaren 2024 en 2025 (respectievelijk €89 en €196 mln.), evenals de €100 mln. besparing in 2024 vanuit de €511 mln. die teruggeboekt wordt. Bij de hoogte van de aanvullende middelen is rekening gehouden dat er een besparings opbrengst met maatregelen wordt gerealiseerd ter hoogte van de bedragen in deze tabel. In bijlage 2 is de maatregelenreeks verder uitgewerkt. Voorts: - Voor 2022 en 2023 zijn de aanvullende middelen al toegevoegd aan de algemene uitkering. Daarmee zitten ze al in de reeks AU en IU (regel 1 in de tabel). - De extra middelen voor de jaren 2024 en 2025 zijn onder voorbehoud van een definitief akkoord op het geheel van de Hervormingsagenda toegevoegd aan het gemeentefonds (met uitzondering van investeringen waarvan is afgesproken deze centraal door het Rijk worden gedaan, deze worden overgemaakt naar de VWS-begroting). De aanvullende middelen voor deze jaren zijn daarmee ook al verwerkt in de reeks AU en IU (regel 1 in de tabel).
- De toevoeging aan het gemeentefonds van de extra middelen voor jeugdzorg voor 2026 e.v., zoals in voorgaande tabel weergegeven, vindt plaats na het advies van de deskundigencommissie en de besluitvorming daarover. Voor deze middelen geldt net als voor de eerdere jaren dat dit met uitzondering is van de investeringen waarvan is afgesproken ze centraal te laten lopen. Deze worden overgemaakt naar de VWS-begroting. • Indexatie (loon, prijs, volume): voor het meerjarig financieel kader wordt aangesloten bij de bestaande systematiek van indexatie t/m 2025 en afspraken die hierover nog gemaakt worden voor na 2025 in het bredere traject inzake de financiering decentrale overheden. Dit betekent het volgende voor de indexatieafspraken (loon-, prijs- en volumegroei): - Hervormingsagendaperiode (2023 t/m 2028): indexatie vindt plaats conform de indexatie-systematiek in het gemeentefonds via het accres.76 Tot en met 2025 betreft dit de normeringssystematiek. - Het accres t/m 2022 is toegerekend op basis van het genoemde percentage in de bijbehorende Voorjaarsnota’s en is al opgenomen in de reeks AU en IU; - Vanaf 2022 bestaat het accres uit een volumedeel en een deel voor loon- en prijsontwikkeling (LPO).
73
Het nog lopende onderzoek naar uitgaven en inkomsten 2020 en 2021 zal inzicht geven in de betrouwbaarheid waarmee deze uitgaven in beeld zijn te brengen.
74
Deze zijn in het uitgavenonderzoek van AEF niet meegenomen en daardoor ook niet meegenomen in de tekortenreeks van de Commissie van Wijzen.
75
De besparing uit het coalitieakkoord is expliciet een Rijksverantwoordelijkheid. Gemeenten zullen waar dat nodig is hier in hun beleid rekening mee houden en hun medewerking verlenen aan de uitvoering van deze maatregelen. Vinden de maatregelen geen of onvoldoende doorgang, en worden de kosten voor gemeenten daardoor niet lager, dan worden gemeenten daarvoor via het gemeentefonds gecompenseerd (zoals voor 2024 gebeurt en is verwerkt in deze reeks). Hierover wordt uiterlijk in het voorjaar van T-1 duidelijkheid gegeven over de aanvullende besparingen voor jaar T.
76
Het accres is vrij inzetbaar. Gemeenten zijn niet verplicht om dit accres in te zetten voor jeugdzorg. Qua verwerking van het accres op de budgettaire reeks uit het coalitieakkoord vraagt de Commissie van Wijzen de bedragen te vermenigvuldigen met het accrespercentage. Daarbij staat het gemeenten echter ook vrij om meer dan dit percentage te besteden aan jeugdzorg, bijvoorbeeld wanneer de zorgkosten met meer toenemen dan de gemiddelde kosten van een gemeente.
70
Het volume-accres staat conform de afspraak met de VNG over de periode 2022 – 2025 en daarna conform het coalitieakkoord vast. Voor de tranches 2023 en verder is het volume-accres toegerekend en toegevoegd in de tabel met de budgetreeks. De LPO-tranches 2023 en verder worden in het lopende jaar toegerekend aan de reeks AU, op basis van de actuele inzichten over de loon- en prijs ontwikkeling. Op basis van de stand Voorjaarsnota 2023 is de LPO-tranche 2023 al toegerekend en verwerkt in de reeks AU en IU (regel 1 in de tabel); - In de periode 2023 t/m 2025 zijn de middelen voor de woningbouwimpuls en het volkshuisvestingsfonds onttrokken aan het accres (respectievelijk €100 en €150 mln. per jaar). Het accres valt hiermee lager uit, waarmee het accresdeel voor jeugd ook lager is. Dit is verwerkt in de budgetreeks. - Nieuwe, structurele situatie: Op basis van de verdere uitwerking van de Hervormingsagenda wordt in de toekomst mogelijk ook budget via een andere
bekostigingsvorm dan het gemeentefonds beschikbaar gesteld (zie paragraaf structureel beter financieringsmodel). In een dergelijk geval zal eventuele indexatie apart worden uitgewerkt. Indien de jeugdzorg in de AU blijft, wordt hiervoor aangesloten bij de afspraken die hierover gemaakt worden in het bredere traject inzake de financiering decentrale overheden; - Daarnaast komen we tot een aparte raming voor Wmo- en jeugdzorguitgaven. Hiervoor doet het Rijk een verzoek aan het CPB. Deze raming kan betrokken worden bij de ontwikkeling van een nieuwe financieringssystematiek voor de jeugdzorg en bij het advies van de deskundigencommissie. Hierbij lopen we niet vooruit op, maar sluiten we aan bij de afspraken en oplossingen in het bredere traject van het Rijk en VNG over een nieuwe financieringssystematiek voor decentrale overheden. • Ook voor autonome groei geldt dat hiervoor wordt aangesloten bij de bestaande systematiek van indexatie t/m 2025 en afspraken die hierover nog gemaakt worden
in het bredere traject inzake de financiering decentrale overheden. Dit valt buiten de scope van de Hervormings agenda. Dit laat onverlet dat een adequate groeicompensatie van belang is en meegenomen dient te worden in het bredere traject inzake financiering van decentrale overheden en het vervolg dat daaraan gegeven wordt in termen van financiële instrumentalisering (jeugd). Daar waar relevant wordt het meerjarig financieel kader aangepast op de uitkomsten Voorjaarsnota 2023. • Gedurende de uitvoering van de Hervormingsagenda zullen zowel de verschillende monitors (structurele monitor en monitor Hervormingsagenda) als het door partijen beoogde uitgavenonderzoek Jeugd nieuw inzicht verschaffen in de uitgaven aan Jeugdzorg door gemeenten. Deze inzichten worden bij de jaarlijkse bespreking van de stand van zaken en bij de afgesproken vaste evaluatiemomenten door de deskundigencommissie betrokken.
71
Bijlage 2
Maatregelentabel en verantwoordelijkheidsverdeling Hervormingsagenda 1 mrd besparingsdoelstelling Verantwoordelijk heidsverdeling Rijk en VNG*
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2030
Structureel
Raming met meer onzekerheden omgeven
Maatregel haalbaar -61
Versterken normale leven/veerkracht jeugdigen en hun omgeving (B16)
Rijk en VNG
-
-24
-49
-73
-97
-121
-121
-121
-60
Afbakening reikwijdte (B2)
Rijk en VNG
-67
-67
-67
-210
-210
-210
-210
-210
-210
Invoeren doorbraakmethode (B15)
VNG
-101
-101
-101
-101
-101
-101
-101
-101
-75
-26
Brede invoering jeugdconsulenten bij de huisarts (AEF rapport, bijlage E,1)
VNG
-75
-75
-75
-88
-88
-88
-88
-88
-88
Beperking verwijzingen naar ongecontracteerd aanbod (B12)
VNG
-49
-49
-49
-49
-49
-49
-49
-49
-49
Regionalisering (B3)
Rijk en VNG
+13
+13
+13
+11
+4
-6
-6
-6
Voorkomen en verkorten residentiële zorg (B17)
Rijk en VNG
+15
+6
-7
-32
-67
-74
-74
-74
+23
+47
+72
+60
+65
+28
-
-
Frictiekosten voorkomen en verkorten residentiële zorg (B17)
-6 -37
-37
Normaliseren voogdijondersteuning (B18)
Rijk en VNG
-6
-6
-6
-26
-26
-26
-26
-26
-26
Selectie en contractering (B5) (gecorrigeerd voor interferentie B6)
VNG
+1
-28
-62
-79
-72
-73
-73
-73
-73
Tariefdifferentiatie (B6)
Rijk en VNG
-12
-14
-16
-17
-24
-24
-24
-24
-24
Standaardisatie uitvoering (B23)
Rijk en VNG
-112
-112
-112
-224
-224
-224
-224
-224
-224
Vereenvoudiging productcodes (BV)
VNG
+1
-3
-6
-7
-7
-7
-7
-7
-7
-37
-37
-37
-37
-37
-37
-37
-37
-37
+4
+7
+9
+12
+13
+13
+22
+22
Kasschuif
+28
+69
+119
-101
-97
-18
-
-
Totaal incl. investeringen en technische mutaties
-374
-374
-374
-961
-1017
-1017
-1018
-1018
Correctie begrotingsstand Investering kwaliteitsagenda en kwaliteitscyclus
Rijk en VNG
-382
-658
* Bij de uitvoering van deze maatregelen zijn uiteraard ook andere partijen noodzakelijk. Dit geldt in het bijzonder voor partijen die bij verwijzing een rol spelen. Deze tabel focust alleen op verantwoordelijkheidsverdeling Rijk en VNG.
72
Bijlage 3
Investeringstabel Onderstaande tabel geeft weer van welke investeringen uit is gegaan onderliggend aan de verschillende maatregelen die zijn afgesproken in de Hervormingsagenda. Deze investeringen zijn onderdeel van de reeks uit het meerjarig financieel kader en van de inschattingen van de besparingsopbrengsten per maatregel (zie bijlage 2). Ze zijn dus niet aanvullend op de financiële afspraken. De keus voor gemeentefonds of VWS-begroting is gemaakt op basis van de huidige inschatting van de uitvoering. De investeringen die gemaakt worden uit het gemeentefonds lopen mee in de reguliere verdelingssystematiek van het gemeentefonds. De middelen vanuit de VWS-begroting worden via nader te bepalen instrumenten vanuit de VWS-begroting ingezet (subsidies, opdrachten, etc.). De investeringsreeksen zijn
een zo goed mogelijke inschatting van de investeringen die nodig zijn om de maatregelen lokaal en regionaal uit te voeren, maar in de praktijk kunnen de uitgaven, net als de besparingen, anders uitvallen. Het is aan gemeenten om hier zo goed mogelijk mee om te gaan en het zo in te zetten dat dit ten goede komt aan de lokale en regionale ontwikkeling binnen de beweging die we met elkaar willen maken zoals geschetst in deze Hervormingsagenda. Dit geldt uiteraard ook voor VWS en de VNG voor de landelijke impulsen. Verder is het van belang op te merken dat voor de maatregel ‘Versterken normale leven/veerkracht jeugdigen en hun omgeving’ (zie paragraaf 2.3 en hieronder B16) geen investeringen zijn opgenomen vanuit de Jeugdmiddelen.
Voor nadere toelichting op deze maatregel zie de tekst van de Hervormingsagenda. Daartegenover staat dat het kabinet op verschillende terreinen zoals onderwijs, bestaanszekerheid en domeinoverstijgende samenwerking (IZA) investeert. NB: naast deze investeringstabel is er jaarlijks ook €9 mln. beschikbaar voor de uitvoering van de Hervormingsagenda. Deze wordt ingezet om de overkoepelende activiteiten uit de Hervormingsagenda uit te voeren zoals dataverzameling, monitoring en ook ondersteunende werkzaamheden, projecten en onderzoeken worden hieruit gefinancierd. Deze middelen zijn/worden vanuit het gemeentefonds overgeheveld naar de VWS-begroting.
73
Tabel77, 78 Maatregelen Hervormingsagenda
Investering uit
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2030
Structureel
Versterken bestaanszekerheid (B15)
Gemeentefonds
+11
+11
+11
+11
+11
+11
+11
+11
Brede invoering jeugdconsulenten bij de huisarts (AEF rapport, bijlage E,1)
Gemeentefonds
+21
+21
+21
+21
+21
+21
+21
+21
+74
+74
Regionalisering I (B3) en Standaardisatie uitvoering (B6)
Gemeentefonds
+12
+10
+11
+14
+8
Regionalisering II - Aanpak wachttijden en Standaardisatie uitvoering (B6)
Centraal
+1
+5
+5
+2
+2
Voorkomen en verkorten residentieel (B17) - Meerkosten kleinschalige voorzieningen
Gemeentefonds
+34
+55
+72
+78
+74
+74
Voorkomen en verkorten residentieel (B17) - Frictiekosten en coordinatie
Centraal
-
+70
+72
+60
+65
+28
-
-
Normaliseren voogdijondersteuning (B18)
Gemeentefonds
+4
+4
+4
+4
+4
+4
+4
+4
Selectie en contractering (B5) (gecorrigeerd voor interferentie B6)
Gemeentefonds
-
+15
+30
+44
+45
+46
+47
+47
Investering kwaliteitsagenda en kwaliteitscyclus
Centraal
+4
+7
+9
+12
+13
+13
+22
+22
Totaal benodigde investeringen
+87
+198
+235
+246
+243
+197
+179
+179
Gemeentefonds
+87
+116
+149
+172
+163
+156
+157
+157
+82
+86
+74
+80
+41
+22
+22
Centraal
77
Voor de maatregel ‘Voorkomen en verkorten residentieel (B17)’ vindt dit jaar nog onderzoek plaats dat meer inzicht moet geven in de (meer)kosten van kleinschalig(werkende) voorzieningen en frictiekosten van de gesloten jeugdzorg. Mocht dit onderzoek tot nieuwe inzichten leiden dan zullen de uitkomsten hiervan bestuurlijk worden besproken. In navolging van dit onderzoek zijn we voornemens te zijner tijd een vergelijkbaar onderzoek op te stellen voor de af- en ombouw van de overige residentiële jeugdhulp, ook hiervan zullen de uitkomsten bestuurlijk worden besproken als de uitkomsten van het onderzoek daar aanleiding toe geven.
78
De investeringen die voor 2023 voor de maatregel ‘Voorkomen en verkorten residentieel (B17)’ frictiekosten en coördinatie noodzakelijk zijn worden met terugwerkende kracht in 2024 beschikbaar gesteld. Daarmee worden deze middelen ook pas in 2024 uit het gemeentefonds naar de VWS-begroting getrokken.
74
Toelichting per maatregel • Versterken bestaanszekerheid Brede invoering van domeinoverstijgend werken via de Doorbraakmethode, via maatwerkbudgetten en/of andere succesvolle voorbeelden van domeinoverstijgend werken; • Brede invoering jeugdconsulenten bij de huisarts Voor het invoeren van een jeugdconsulent bij de huisarts zullen er ook investeringen gedaan moeten worden. De opgave uit de Hervormingsagenda laat zien wat er netto bespaard kan worden, maar hier staat ook een investering tegenover; • Regionalisering Deze investering wordt gedaan om de regionalisering te versterken en hier valt zowel het standaardiseren van de uitvoering onder als het robuust maken van regio’s; • Regionalisering II – Aanpak wachttijden De investeringen worden ingezet voor de aanpak van wachttijden (uitgevoerd door het OZJ). Het betreft een concrete regionale aanpak (via data, een systemische veranderopgave en directe concrete impact op micro niveau) met een landelijke leernetwerk om de opgedane kennis en inzichten te delen en te borgen. De inzet komt volledig ten goede aan de deelnemende regio’s;
• Voorkomen en verkorten residentieel – Meerkosten kleinschalige voorzieningen De verwachting is dat kleinschalige voorzieningen per plaats structureel hogere kosten kennen dan de huidige grootschalige gesloten jeugdhulp. Om de ombouw en opbouw van kleinschalige voorzieningen te financieren kan de besparing worden benut die wordt gerealiseerd door de afbouw van grootschalige capaciteit als minder jongeren uithuisgeplaatst worden in (gesloten) residentiële voorzieningen; • Voorkomen en verkorten residentieel – Frictiekosten en coördinatie Af- en ombouw vereist een bekostiging die rekening houdt met de tijdelijke kosten voor vastgoedombouw, leegstand, personeelsontwikkeling en tegenvallers. Landelijke sturing/coördinatie zorgt voor een voorspelbaar en zorgvuldig traject; • Normaliseren voogdijondersteuning Normaliseren van het beleggen van voogdij over jongeren bij een informeel steunfiguur. Daarbij is een investering nodig voor het opschalen van de werving/koppeling/ ondersteuning, voor een collectieve WA-verzekering en voor het dekken van bijzondere kosten;
• Selectie en contractering Om besparingen te realiseren op het terrein van onrechtmatig gebruik van jeugdhulp door aanbieders zal door gemeenten ook ingezet moeten worden door een selectie aan de voorkant van aanbieders. Dit vraagt relatief grote investeringen bij gemeenten om hier beter op toe te kunnen zien; • Investering kwaliteitsagenda en kwaliteitscyclus Om een stevige kwaliteitsimpuls in de sector te bewerkstelligen en het creëren van een structuur om blijvend te kunnen leren en elkaar verder te kunnen helpen en te stoppen met wat niet effectief is wordt er geïnvesteerd in kwaliteit;
75
Bijlage 4
Randvoorwaarden indicatoren monitor Hervormingsagenda en voorbehouden basisset Voor de monitor van de Hervormingsagenda gelden de volgende randvoorwaarden: • De indicatoren dienen op landelijk, regionaal en gemeentelijk niveau een representatief beeld te geven zowel van de beoogde en gerealiseerde effecten als van de geleverde inspanningen; • De indicatoren dienen op het niveau van de afspraken uit de Hervormingsagenda en op de implementatie daarvan te meten in welke mate partijen zich aan de afspraken hebben gehouden om de financiële en inhoudelijke resultaten te behalen en in hoeverre het ook daadwerkelijk is gerealiseerd. De financiële effecten zijn naar verwachting lastig/niet op maatregelenniveau te meten. In dat geval wordt gekeken naar een hoger abstractieniveau; • De monitoring dient in ieder geval inzicht te geven in de inhoudelijke voortgang van de afspraken die gekoppeld zijn aan de financiële afspraken; • De indicatoren meten de inspanning die door de verantwoordelijke partij(en) geleverd dient te worden/wordt op het niveau van de afspraken uit de Hervormingsagenda en op de implementatie daarvan; • De indicatoren geven weer op welke manier de geleverde inspanningen (potentieel) hebben bijgedragen aan het beoogde effect (zowel inhoudelijk als financieel);
• De indicatoren geven weer wat de impact is geweest van de inspanningen/maatregelen op de uitgavenontwikkeling van de Hervormingsagenda; • Rijk en VNG borgen de noodzakelijke aanlevering van data voor de monitoring, waarbij gemeenten uiteraard ook data zullen moeten opvragen bij zorgaanbieders. Er is parallel aan de totstandkoming van de Hervormings agenda door een onafhankelijke partij een basisset aan indicatoren opgesteld. Deze basisset wordt in principe overgenomen en als bijlage aan de uit te zetten taakopdracht toegevoegd. Met daarbij de volgende voorbehouden: • Rijk en VNG maken aanpassingen aan de basisset om er voor te zorgen dat deze in lijn is met de gemaakte financiële en inhoudelijke afspraken in de Hervormingsagenda, voordat deze set aan de uitvoerende partij wordt verstrekt. Deze kunnen worden doorgevoerd wanneer Rijk en VNG daarover overeenstemming hebben; • De uitvoerende partij kan in het kader van uitvoerbaarheid of inhoudelijk gemotiveerd, gegeven de gemaakte afspraken in de Hervormingsagenda over het doel en de randvoorwaarden van de monitor, voorstellen doen voor aanpassingen op de basisset. Deze kunnen worden doorgevoerd wanneer Rijk en VNG daarover overeenstemming hebben;
• De monitor is een doorontwikkelingsmodel, wat betekent dat verbeteringen in de basisset na overleg tussen Rijk, VNG en uitvoerende partij worden doorgevoerd; • De nadere uitwerking van de verschillende thema’s en het overkoepelende implementatieplan van de Hervormingsagenda dienen waar relevant ook terug te komen in aanvullende indicatoren voor de monitor; • De deskundigencommissie kan voorstellen voor het verzamelen van aanvullende informatie/indicatoren doen. Deze kunnen worden doorgevoerd wanneer Rijk en VNG daarover overeenstemming hebben. De taakopdracht wordt in 2023 uitgezet. De monitor dient jaarlijks voor de jaren 2023 t/m 2028 plaats te vinden. De uitvoerende partij stelt jaarlijks een rapportage op, die is bedoeld om aan Rijk en VNG informatie te verstrekken over de voortgang van de Hervormingsagenda en ter ondersteuning van de deskundigencommissie.
76
Bijlage 5
Afkortingenlijst AEF Andersson Elffers Felix (onderzoeksbureau) AJN Artsen Jeugdgezondheidszorg Nederland) ALV Algemene Ledenvergadering amvb Algemene Maatregel van Bestuur AU Algemene Uitkering AZW Arbeidsmarktprogramma Zorg en Welzijn BGZJ Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd BO Bestuurlijk Overleg BPSW Beroepsvereniging van professionals in sociaal werk BVjong Beroepsvereniging voor kinder- en jongerenwerkers in Nederland BZK Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties CBS Centraal Bureau voor de Statistiek CNV Christelijk Nationaal Vakverbond CPB Centraal Planbureau DU Decentralisatie-uitkeringen EMVI Economisch Meest Voordelige Inschrijving ExpEx Experienced Experts FNV Federatie Nederlandse Vakbeweging FVB Federatie Vaktherapeutische Beroepen GALA Gezond en Actief Leven Akkoord GGD Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst. GGD-GHOR Gemeentelijke Gezondheidsdiensten en Geneeskundige Hulpverleningsorganisaties in de regio ggz Geestelijke gezondheidszorg GI’s Gecertificeerde Instellingen
HA Hervormingsagenda IBDS Interbestuurlijke Datastrategie IGJ Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd IU IntegratieUitkering (in het gemeentefonds) IZA Integraal Zorgakkoord JA Jeugdautoriteit JenV Ministerie van Justitie en Veiligheid JGZ Jeugdgezondheidszorg LHV Landelijke Huisartsenvereniging LPO Loon- en prijsbijstelling LTA Landelijk Transitie Arrangement Landelijke Inkoop Jeugdhulp LVVP Landelijke vereniging van vrijgevestigde psychologen & psychotherapeuten MBO Middelbaar Beroepsonderwijs mld. miljard mln. miljoen NIP Nederlands Instituut van Psychologen NJi Nederlands Jeugdinstituut NJR Nationale JeugdRaad NVK Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde NvO Norm voor Opdrachtgeverschap NVO Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen NVvP Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie NZa Nederlandse Zorgautoriteit OCW Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap OKO Opgroeien in een Kansrijke Omgeving
OZA Onderwijszorgarrangement OZJ Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd poh-ggz Praktijkondersteuner Huisarts - Geestelijke Gezondheidszorg RET Regionaal Expert Team RvS Raad van State SAS Specifieke activiteiten schaal SBJ Samenwerkende Beroepsverenigingen Jeugd SPUK Specifieke Uitkering SZW Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid TAZ Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg & Welzijn VGN Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland VNG Vereniging van Gemeenten V&VN Beroepsvereniging Verzorgenden Verpleegkundigen VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport WA-verzekering Wettelijke aansprakelijkheidsverzekering Wams Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein Wgr Wet gemeenschappelijke regelingen Wlz Wet langdurige zorg Wmo 2015 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 ZonMw ZorgOnderzoek Nederland (Zon) Medische wetenschappen (Mw) Zvw Zorgverzekeringswet
77
Bijlage 6 Begrippenlijst Begrip
Toelichting
Bovenregionale expertisenetwerken
Het bovenregionaal expertisenetwerk ondersteunt de jeugdhulpregio’s en de regionale expertteams om samen met jeugdigen, ouders, hulpverleners en gemeenten een oplossing te vinden in geval van complexe hulpvragen. (bron: vng.nl)
Convenant
Een convenant is een document waarin afspraken tussen partijen zijn vastgelegd, bijvoorbeeld over het realiseren van bepaalde (beleids-)doelstellingen.
Driemilieuvoorziening
Een locatie waar verblijf, scholing/werk en vrijetijdsbesteding op één terrein aangeboden worden.
Gecertificeerde instellingen
Rechtspersoon die in het bezit is van een (voorlopig) certificaat als bedoeld in artikel 3.4 van de Jeugdwet en die een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering uitvoert
Gezin
Een gezin bestaat uit een ouder(paar) met één of meer kinderen. Het kan gaan om een gehuwd of ongehuwd ouderpaar, of een alleenstaande ouder. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) omschrijft gezinnen als huishoudens waar volwassenen met kinderen samenwonen, waarmee ze een ouder-kind relatie hebben. (bron: NJi)
Jeugdbescherming
Het uitvoeren van kinderbeschermingsmaatregelen. Onder kinderbeschermingsmaatregelen wordt verstaan: ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing (titel 14, afdeling 4 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW), voorlopige voogdij (artikel 1:241 BW) voogdij (titel 14, afdeling 6 van Boek 1 BW) en de gezag beëindigende maatregel (titel 14, afdeling 5 van Boek 1 BW)
Jeugdconsulent en poh-ggz (eventueel met aandachtsgebied jeugd)
Poh-ggz (evt. met aandachtsgebied jeugd): Praktijkondersteuner huisartsen voor geestelijke gezondheidszorg. De poh-ggz biedt vraagverheldering, diagnostiek, kortdurende behandeling of (langer durende) ondersteuning en begeleiding aan personen met psychische, psychosomatische en psychosociale problematiek (bron: trimbos-instituut). De poh-ggz valt onder verantwoordelijkheid van de huisarts en wordt bekostigd uit de Zorgverzekeringswet. Jeugdconsulent: De jeugdconsulent biedt jeugdhulp, maar houdt indien gewenst en mogelijk fysiek spreekuur in de huisartsenpraktijk. De jeugdconsulent is voor de huisarts het vaste aanspreekpunt van het lokale team, werkt onder verantwoordelijkheid van de gemeente en kan een verbinder zijn tussen huisartsenzorg en de gemeente. Voor meer informatie over het onderscheid: https://www.lhv.nl/product/lhv-keuzehulp-poh-jeugd.
Jeugdhulp
Hulp zoals omschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Kortgezegd gaat het om hulp bij psychische problemen, een verstandelijke beperking en/of opvoedproblemen. Jeugdhulp is bedoeld voor kinderen en jongeren tot 18 jaar en in sommige gevallen tot 23 jaar.
Jeugdhulpplicht
De plicht van gemeenten om jeugdhulp te organiseren indien naar het oordeel van het college een jeugdige of een ouder jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn.
Jeugdhulpaanbieder
• de natuurlijke persoon die, het verband van natuurlijke personen dat of de rechtspersoon die bedrijfsmatig jeugdhulp doet verlenen onder verantwoordelijkheid van het college; • solistisch werkende jeugdhulpverlener onder verantwoordelijkheid van het college.
Jeugdreclassering
Reclasseringswerkzaamheden en begeleiding, zoals genoemd in het wetboek van strafrecht, het begeleiden van en toezicht houden op jeugdigen die deel nemen aan een scholings- en trainingsprogramma en het geven van aanwijzingen als bedoeld in de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen of de overige taken die bij of krachtens de wet aan de gecertificeerde instellingen zijn opgedragen.
Jeugdzorg
Verzamelterm voor jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.
Jeugdzorgaanbieders
Verzamelterm voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen.
78
Begrip
Toelichting
Normaliseren
Werkdefinitie uit het Leernetwerk Haaglanden (regionale kenniswerkplaats): ‘Normaliseren kan op basis van de tot nu toe beschreven literatuur en visies als werkdefinitie worden omschreven als het reduceren van de zorgvraag door middel van het benadrukken van de eigen verantwoordelijkheid van jeugdigen, opvoeders en het sociale netwerk en tevens het waken voor onnodig diagnosticeren of problematiseren van incidenten en afwijkingen van het gemiddelde, ook wel ‘de norm’. Hierin dient benadrukt te worden dat jeugdigen en opvoeders met hulpvragen waarbij jeugdhulp noodzakelijk is wel aanspraak moeten kunnen blijven maken op de juiste ondersteuning.
Residentiële jeugdhulp
Residentiële jeugdhulp is een vorm van hulpverlening waarbij jeugdigen (tijdelijk) dag en nacht buiten hun eigen gezin of netwerk verblijven, onder meer in leefgroepen en behandelgroepen.
Sociale steun: Informele steun(figuren), informele netwerken, vrijwilligers
De termen sociale steun, informele steun, steunfiguren, informele netwerken en vrijwilligers worden veelvuldig door elkaar gebruikt. Hier zitten nuances in betreffende: vrijwilliger/uit het eigen netwerk, georganiseerd/ongeorganiseerd, binnen/buiten jeugdhulp, en ‘soort’ hulp. Wanneer we het hebben over informele ondersteuning gaat het over steun geboden vanuit vrijwilligersorganisaties bijv. via maatjesprogramma’s, maar ook gezinsondersteuning zoals HomeStart, steungezin, etc. Wanneer we het hebben over een zelfgekozen informeel steunfiguur uit het eigen netwerk dan gaat het over iemand uit het EIGEN netwerk.