4. Deelnemers ODIJ in beeld def
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zienswijze ontwerpbegroting 2026 van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond (mei 2025) Het voorstel bevat informatie over de tweede fase van het programma herijking GR, DVO en financieringsstructuur, en over de scenario’s die in 2025 worden uitgewerkt om tot een toekomstbestendige dienst te komen. Daarbij wordt benoemd dat de ODIJ naar verwachting niet aan het omzetcriterium voor milieutaken zal voldoen. Ook wordt gewezen op het risico dat de bijdrage van Zandvoort structureel hoger uitvalt vanwege het grotere dienstverleningspakket. Raadscommissie (28 mei 2025) In de raadscommissie van 28 mei 2025 gaat de wethouder in op het robuustheidstraject, en benoemt daarbij de financiële impact voor Zandvoort en de vraag of alle niet-wettelijke taken wel bij de ODIJ moeten blijven. Er wordt vooruitgeblikt op de raadsbijeenkomst in september waarin de toekomstscenario’s verder worden toegelicht.
Perspectief op proces
Raadscommissie (25 juni 2025) In de raadscommissie van 25 juni 2025 licht de wethouder toe dat Zandvoort actief betrokken is bij de discussie over de toekomst van de niet-wettelijke taken. Daarbij wordt ingegaan op de mogelijkheid om bepaalde taken in de toekomst onder te brengen bij Haarlem. Raad Uit de raadssessie komt naar voren dat het robuustheidstraject goed in beeld is. Raadsleden geven aan een helder beeld te hebben van de stand van zaken. Daarbij leeft het besef dat het proces voor Zandvoort waarschijnlijk zal leiden tot een hogere bijdrage. Het traject wordt vooral vanaf enige afstand gevolgd. Het beeld is dat de raad pas later in positie komt om input te leveren. College De betrokken wethouder stelt vragen bij het onderliggende uitgangspunt (vanuit het Ministerie van IenW) dat robuustheid hoofdzakelijk afhangt van omzet. De wethouder betwijfelt of dit daadwerkelijk bijdraagt aan betere uitvoering van taken. Er wordt met enige scepsis gekeken naar de manier waarop
49 / 57
de ODIJ streeft naar robuustheid, onder andere door het onderbrengen van DVO’s in de GR-structuur. Dit wordt gezien als een kunstmatige ingreep om de omzet te verhogen zonder dat dit wezenlijke versterking oplevert. Voor Zandvoort zou dit bovendien leiden tot een aanzienlijk hogere bijdrage, wat het college reden geeft om kritisch te kijken naar het takenpakket. Daarbij wordt verkend of bepaalde taken mogelijk beter ondergebracht kunnen worden bij de ambtelijke organisatie van Haarlem. Ambtelijk Binnen de ambtelijke organisatie wordt het robuustheidsproces nauwgezet gevolg. Zandvoort is vertegenwoordigd in de financiële werkgroepen. E is waardering voor de inzichten die uit de lopende onderzoeken naar voren komen, maar ook zorg over de snelheid van het proces en de vele onzekerheden, met name over landelijke ontwikkelingen. De herijking wordt gezien als een noodzakelijke stap om tot een steviger en toekomstbestendige organisatie te komen. Benoemd wordt dat dit tegelijkertijd van Zandvoort vraagt om het inbrengen van niet-wettelijke taken te heroverwegen.
50 / 57
9. Provincie Noord-Holland Provincie Noord-Holland in beeld – feitelijke informatie (peildatum juli, 2025) Aspect Afspraken met ODIJ
Toelichting Mandaat In het Afsprakenkader 2025 Provincie Noord-Holland Omgevingsdienst lJmond zijn de afspraken over de mandatering tussen de provincie de ODIJ vastgelegd. Dit afsprakenkader wordt jaarlijks geactualiseerd. Takenpakket De ODIJ voert op grond van artikel 16 van de GR, het takenpakket in mandaat uit. Artikel 17 van de GR biedt de mogelijkheid dat tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer afspraken worden gemaakt over de omvang en kwaliteit van de te leveren producten en diensten alsmede de daarbij behorende kosten en dat deze afspraken in dit Afsprakenkader 2025 worden neergelegd.
Financiële omvang plus stemverhouding 2024
Is het voor de Staten duidelijk hoe het huidige stelsel van de ODIJ er uitziet, wie hierbij betrokken zijn en wat hun rollen, taken en
In Bijlage 1 van het Afsprakenkader 2025 zijn de taken gespecificeerd. Concreet gaat het om: Het Basistakenpakket (BTP) t.b.v. vier overgedragen inrichtingen. Vergunningtaken op het gebied van bodem. Deze taak wordt verdeeld over de vier Omgevingsdiensten in Noord-Holland Artikel 8 van de GR legt het stemrecht tussen de leden van het algemeen bestuur vast. Daarbij heeft elk lid van het algemeen bestuur één stem. Besluiten worden bij meerderheid van stemmen genomen. Alleen bij hoofdelijke oproeping geldt een gewogen stemverhouding naar financiële inbreng (op basis van de vastgestelde begroting) van de deelnemers voor het nemen van besluiten. Daarmee wordt de omvang van de jaarlijkse financiële bijdrage aan OD IJmond bedoeld van de deelnemer.
Vanuit de sessie met een vertegenwoordiging van de Staten komt naar voren dat Statenleden beperkt inzicht hebben in de concrete taken die worden uitgevoerd en het kwaliteitsniveau waarmee dit gebeurt. Meerdere betrokkenen benadrukken dat zij weliswaar regelmatig horen dat er onvoldoende tijd en middelen beschikbaar zijn voor de uit te voeren taken, maar dat onduidelijk blijft wat deze taken precies inhouden en aan welke kwaliteitseisen zij moeten voldoen.
51 / 57
verantwoordelijkheden zijn?
In het feitelijk wederhoor is benadrukt dat PS ieder jaar een brief krijgen waarin onder andere wordt toegelicht welke taken bij welke OD zijn belegd, hoe de beleidscyclus (Big 8) werkt. Zie Document NoordHolland - Brief aan PS over Uitvoeringsprogramma's 2025 omgevingsdiensten - iBabs Publieksportaal Voor de Staten specifiek geldt dat zij te maken hebben met vier omgevingsdiensten. Er bestaat onduidelijkheid over de rolverdeling tussen deze diensten. Zo is er met name onduidelijkheid hoe de taken van de ODIJ zich verhouden t.o.v. de OD NZKG als het gaat om Tata Steel. Statenleden weten dat beide diensten hier een rol in hebben maar hebben niet scherp hoe de adviesrol (van de ODIJ) zich verhoudt tot de handhavingsrol (OD NZKG). In het feitelijk wederhoor is benadrukt dat er meerdere malen ‘technische briefings’ zijn verzorgd voor de Statencommissie Leefomgeving, waarin de werking van het VTH-stelsel, de rollen van de omgevingsdiensten en ook de taakverdeling rondom Tata Steel is toegelicht. Onder andere: Agenda NoordHolland - Commissie Leefomgeving maandag 16 oktober 2023 20:00 - 22:15 - iBabs Publieksportaal. Sturing en informatievoorziening
Aspect Afspraken
Toelichting De algemene afspraken over sturing en informatievoorziening zijn opgenomen in de GR (zie hoofdstuk 4 van het hoofdrapport). De provincie heeft daarnaast een eigen kadernota verbonden partijen (2020). Hierin worden omgevingsdiensten getypeerd als ‘bestuurlijke samenwerking’ en wordt beschreven hoe er wordt omgegaan met GR’en. Daarbij is expliciet aandacht voor de aansturing als eigenaar en opdrachtgever (zie volgende aspect van deze tabel). Daarnaast heeft de provincie een eigen Nota Uitvoering en Handhaving Noord-Holland 2024-2027, waarin afspraken zijn gemaakt over sturing en informatievoorziening. De provincie heeft met de OD’s afgesproken dat zij de Gedeputeerde Staten informeren over bestuurlijk gevoelige zaken. De provincie heeft een informatieprotocol vastgesteld met richtlijnen voor de wijze waarop dit gebeurt en de wijze waarop Gedeputeerde Staten op hun beurt Provinciale Staten informeren.
Opdrachtgevers- en eigenaarsperspectief
In het eerder gememoreerde Afsprakenkader 2025 zijn in artikel 4 tenslotte afspraken gemaakt over relatiebeheer. Zowel de provincie als de ODIJ wijzen elk een relatiebeheerder aan die bij de uitvoering van het Afsprakenkader optreedt als aanspreekpunt. Zij voeren zo vaak als nodig is overleg over de voortgang van de uitvoering. Rollen In de kadernota verbonden partijen (2020) wordt ingegaan op het opdrachtgevers- en eigenaarsperspectief bij verbonden partijen. Uitgangspunt bij GR’en is dat, indien er sprake is van mogelijk conflicterende belangen tussen de provincie en de GR, de meer formele rol van deelnemer aan de GR (eigenaarsrol) belegd wordt bij een ander lid van Gedeputeerde Staten dan de beleidsrol (opdrachtgeversrol). We zien in de praktijk dat het eigenaarschap van de vier diensten (waaronder de ODIJ) bij één Gedeputeerde is belegd en het opdrachtgeverschap belegd is bij een andere Gedeputeerde. Ook op ambtelijk niveau wordt dit onderscheid gemaakt. Het eigenaarschap is belegd bij een ambtenaar die het ambtelijk eigenaarschap voert de financiële deelnemingen (NV’s/BV’s) en de ODIJ en OD NZKG. Een collega ‘financial’ doet dit voor de andere twee diensten in Noord-Holland. Het opdrachtgeverschap daarentegen is belegd bij een accounthouder. In totaal zijn er drie accounthouders/opdrachtgevers voor de vier OD’s.
Deze rollen zijn hiermee ook gescheiden in verschillende teams in de organisatie.
52 / 57
De ambtelijke opdrachtgever en eigenaar maken samen de annotaties voor de P&C-stukken. De eigenaarsrol bekijkt de stukken vanuit een financiële blik en de opdrachtgever bekijkt de stukken meer vanuit de inhoudelijke punten zoals taken/projecten/programma’s. Als het specifiek over de GR gaat wordt er ook nog een collega vanuit Juridische Zaken betrokken met specifieke juridische kennis. Beleid Een belangrijk instrument voor de sturing op de ODIJ is het beleidskader VTH-milieu en de VTH-strategie milieu 2023–2026 van de ODIJ. Het beleidskader is vastgesteld door alle colleges van de deelnemende gemeenten en de provincie Noord-Holland. Het beleidskader beschrijft de prioriteiten en wettelijke kaders voor de uitvoering van VTH-taken op het gebied van milieu en vormt daarmee het inhoudelijke fundament voor de taken die de ODIJ voor de provincie uitvoert.
Betrokkenheid Provinciale Staten via zienswijzen
Perspectief Provinciale Staten op sturing en informatievoorziening
De provincie heeft ook eigen beleid en heeft een visie voor al haar taken vastgelegd in de Nota Uitvoering en Handhaving Noord-Holland 2024-2027. De vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten kennen meerdere deelnemers en opdrachtgevers; zij baseren hun ‘uitvoerings- en handhavingsstrategie’ mede op deze nota. De Staten hebben, sinds de start van het proces robuustheid, de volgende zienswijzen ingediend. Document Eerste begrotingswijziging 2024 en conceptbegroting 2025 Begrotingswijziging 2025 Omgevingsdienst IJmond Conceptbegroting 2026 Omgevingsdienst IJmond en jaarstukken 2024
Zienswijze PS besluiten geen gebruik te maken van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen en in te stemmen met de voorliggende stukken.
PS besluiten geen gebruik te maken van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen en in te stemmen met de begrotingswijziging. PS besluiten geen gebruik te maken van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen en in te stemmen met de conceptbegroting.
De provincie is een bijzondere deelnemer aan de ODIJ omdat het één van de vier omgevingsdiensten is voor de Staten. Door Statenleden wordt erkend dat de sturing op de ODIJ ook beperkter is omdat dit voor de Staten een van de kleinere diensten is. Het financieel belang en het bestuurlijk belang in de OD NZKG zijn aanzienlijk meer omvangrijk, gelet op het wettelijk takenpakket van de provincie. Dit uit zich ook in de wijze waarop de ODIJ op het netvlies staat van de Statenleden. Desondanks ervaren de Statenleden ODIJ beperkte sturingsmogelijkheden en vooral als geldverstrekker te fungeren.6 Recent is wel het besef ingedaald, zo is aangegeven, dat er meer pro-actieve sturing van Staten mogelijk is, in plaats van reactief of incident-gedreven. Dit heeft o.a. geleid tot een motie (zie verderop). Vanuit PS wordt wel breed ervaren dat er vooral fragmentarische informatie wordt ontvangen, waarbij een samenhangend overzicht van prestaties, kosten, taakverdelingen en benchmarks wordt gemist. Hoewel er rapportages beschikbaar zijn, bieden deze voor de Statenleden te beperkt inzicht in het daadwerkelijke functioneren van de organisatie. Het ervaren gebrek aan inzicht creëert een situatie waarin de
6
Alle verwijzingen in deze paragraaf – TwynstraGudde (5 juni 2025). Sessie Staten Noord-Holland.
53 / 57
omgevingsdienst als een 'black box' functioneert, waarbij onduidelijk blijft welke taken precies worden uitgevoerd en met welk kwaliteitsniveau. In het kader van deze ervaren ‘fragmentatie’ en ‘versnippering’ is er bij de behandeling van de conceptbegroting 2026 op 30 juni de motie ‘Onderzoek naar samenvoeging Omgevingsdiensten NoordHolland’ aangenomen. Provinciale Staten: constateren dat versterking van VTH-taken nodig is en dat omgevingsdiensten robuust moeten zijn,; geven aan zich goed te hebben laten informeren door jaarverslagen, rapporten (bijv. commissie Van Aartsen en het rapport over de opvolging van de aanbevelingen daarvan), een studiereis naar OostVlaanderen en Noord-Rijn Westfalen, bespreking van een discussienota en expert-sessies (o.a.
22 mei 2025) verzoeken: ➔ Te inventariseren wat we kunnen leren van het (beslissings-)proces in de provincie Gelderland, waar gekozen is om te komen tot 1 Omgevingsdienst; • ➔ Met alle in Noord-Holland betrokken partijen (zoals OD’s en gemeenten) te bepalen hoe we tot een betere samenwerking dan wel fusie van de OD’s in Noord-Holland kunnen komen; • ➔ Hierbij nadrukkelijk mee te wegen hoe de robuustheid en kwaliteit van de OD’s het beste gewaarborgd kunnen worden en hierbij de financiële en bestuurlijke consequenties van alternatieven duidelijk in kaart te brengen; • ➔ En de externe functiescheiding tussen vergunningsverlening en handhaving hierin te betrekken; • ➔ PS hierover zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval in het eerste kwartaal van 2026, nader te informeren [Bron: Provincie Noord-Holland (30 juni 2025). Motie – Onderzoek naar samenvoeging Omgevingsdiensten Noord-Holland.] Proces robuustheid Aspect Betrokkenheid Provinciale Staten
Toelichting Los van dat wat er over het robuustheidsproces is opgenomen in de reguliere P&C-stukken (zie hoofdstuk 4 van het Hoofdrapport) zijn Provinciale Staten specifiek geïnformeerd over het robuustheidsproces op de volgende wijzen: Voordracht Zienswijze op begrotingswijziging 2024, ontwerpbegroting 2025 en jaarstukken 23 (7 mei 2024) Toegelicht wordt dat de ODIJ op dit moment niet voldoet het robuustheid criterium vanuit het interbestuurlijk programma. Het algemeen bestuur heeft in opdracht van de staatsecretaris een plan van aanpak opgesteld voor de doorontwikkeling naar een toekomstbestendige dienst. Het zelfstandig toekomst bestendig worden gaat gepaard met een ontwikkelagenda met daarop een vijftal ontwikkellijnen. De bestuurlijk vastgestelde ontwikkellijnen zijn: 1. Het herijken van de bestaande taken en formatie 2. Het onderzoeken van een verbreding van het huidige takenpakket 3. Het vereenvoudigen van de GR 4. Het vormgeven van een structurele provinciebrede samenwerking 5. De doorontwikkeling van de interne organisatie
54 / 57
De financiële effecten van de uitwerkingen van deze vijf ontwikkellijnen zijn nog niet gekwantificeerd en daarom zijn deze niet verwerkt in de eerste begroting van 2025 en de meerjarenraming. ODIJ verwacht dit jaar nog met een begrotingswijziging 2025 te komen. Behandeld tijdens de commissie Leefomgeving van 24 juni 2024 en de PS-vergadering van 8 juli 2024. Voordracht zienswijze begrotingswijziging 2025 (27 augustus 2024) In de voordracht wordt uitgebreid geïnformeerd over de stappen die gezet dienen te worden op korte termijn, tot 1 januari 2027 (o.a. beheersen achterstanden, versterken centrale sturing, actualiseren GR, DVO en financieringsstructuur) en lange termijn. Dit is de periode na 2027. Dan moet er inzicht komen in de scenario’s om zelfstandig, in samenwerking of door fusie toekomstbestendig te zijn. En er dient inzicht te komen in de knoppen waaraan het bestuur kan draaien om de kostenstijging op te vangen die zal ontstaan door het herstellen van de balans tussen de opdracht en middelen. Behandeld tijdens de commissie Leefomgeving van 16 september 2024 en de PS-vergadering van 30 september 2024. Notitie actuele ontwikkelingen bij de Noord-Hollandse Omgevingsdiensten (juni 2025) Bij de behandeling/zienswijzeprocedure van de (concept)begroting 2026 is een notitie over actuele ontwikkelingen bij de Noord-Hollandse Omgevingsdiensten bijgevoegd. Daarbij wordt o.a.
aangegeven dat de ODIJ-organisatie in ontwikkeling is, waarbij het doel is om de dienst op lange termijn toekomstbestendig te maken. Er vinden diverse herijkingen plaats: Gemeenschappelijke Regeling en DVO structuur, de financiële systematiek en benodigde capaciteit t.o.v. het huidige takenpakket. In 2026 zullen de werkzaamheden hiervoor doorlopen en de (financiële) gevolgen van de gemaakte en nog te maken keuzes duidelijker worden.
Perspectief op proces
Deze notitie heeft voorgelegen tijdens de Commissie Leefomgeving op 19 juni 2025 en de PS-vergadering van 30 juni 2025. Staten Voor de Statenleden is niet goed duidelijk welke opgave de ODIJ heeft rondom robuustheid, welke stappen er worden gezet en waar de dienst nu staat.7 Er zijn Statenleden die weten te refereren aan de drie sporen maar dit is geen gemeengoed bij de Staten. Wel wordt de vraag opgeworpen welke rol de Staten überhaupt moeten of dienen te hebben bij de ODIJ in de breedte en specifiek rondom dit traject. Er is een DB en een AB die sturen op de uitvoering en daarachter komt de regionale volksvertegenwoordiging pas aan bod. Breder geldt binnen PS dat er onduidelijkheid is over de nut en noodzaak van vier diensten binnen het werkgebied van Noord-Holland. Gevoed door de discussie over omvang en robuustheid zijn de Statenleden hier pro-actief mee bezig, zo wordt aangegeven. Verwezen wordt naar een discussienota van januari 2025, werkbezoeken in Duitsland en expertsessies op dit vlak. Dit heeft geleid tot het initiatie per motie van 30 juni om de bestuurlijke toekomst verder te verkennen. Gedeputeerde Staten Bestuurlijk wordt het proces dat de ODIJ nu doorloopt als positief ervaren. De Gedeputeerde waardeert de openheid die de directie heeft laten zien in hoe het ervoor staat, zonder daarin sturend te willen zijn
7
Alle verwijzingen in deze paragraaf – TwynstraGudde (5 juni 2025). Sessie Staten Noord-Holland.
55 / 57
richting consequenties. Deze transparantie geeft veel vertrouwen en zorgt voor een prettige manier van werken.8 Er is een regionaal inmiddels een gedeeld bestuurlijk beeld van de knelpunten die aangepakt dienen te worden. Toch was het, zo komt naar voren, ook wel verrassing dat de ODIJ wat te doen had rondom robuustheid. De ODIJ neemt volgens de provincie wel de juiste stappen die er nodig zijn voor een robuustere OD. Aandachtspunt hierbij is dat het innovatieve karakter van de ODIJ ook, met de stappen die gezet worden, behouden blijven. Veel OD’s kunnen, zo wordt aangegeven, leren van de wijze waarop de ODIJ durft te experimenten en nieuwe technieken toepast. Aangegeven wordt dat de ODIJ het proces aanpakt volgens een goed tempo. Aandachtspunt hierbij is dat er veel gevraagd wordt in korte tijd. Pluspunt hierbij is dat er gewerkt wordt naar richtinggevende besluiten vóór de gemeenteraadsverkiezingen in 2026. Al met al lijkt er op dit moment onder het AB wel breed consensus te zijn dat het zelfstandig voldoen aan het robuustheidscriterium omzet onhaalbaar lijkt. Consequenties die dit met zich meebrengt worden, zo wordt aangegeven, goed verkend in het proces en maakt nadrukkelijk onderdeel uit van de aanpak.
Ambtelijk Ambtelijk wordt vanuit het eigenaarsperspectief aangegeven dat het wel als een verrassing kwam dat de ODIJ wat te doen had rondom ‘het huis op orde krijgen’.9 De ODIJ werd beschouwd als een OD die er goed voor stond, kostenbewust was en in nauw contact stond met haar deelnemers. Vanuit het opdrachtgeversperspectief kwam dit signaal minder als een verrassing, zo wordt aangegeven. De aanpak wordt nu als transparant en open ervaren. De ODIJ wordt gewaardeerd om de open communicatie en de duidelijkheid dat er wat moet gebeuren op korte en de lange termijn.10
8
TwynstraGudde (23 juni 2025). Interview provincie Noord-Holland bestuurlijk
9
TwynstraGudde (21 mei 2025) Interview provincie Noord-Holland ambtelijk.
10
TwynstraGudde (21 mei 2025) Interview provincie Noord-Holland ambtelijk; en TwynstraGudde (26 mei 2025) Interview provincie Noord-Holland ambtelijk.
56 / 57
Werken met TwynstraGudde betekent samen maatschappelijke transities werkend krijgen. Met advies, management en opleidingen helpen we mensen en organisaties bij duurzame veranderingen. Denk aan energie en klimaat, wonen, veiligheid, landbouw, mobiliteit, zorg en onderwijs. Onze kracht ligt in daadkracht. In het creëren van oplossingen die werkbaar zijn én werkbaar blijven. Samen met onze opdrachtgevers - en alle belanghebbenden daaromheen - werken we aan een samenleving die schoon, veilig, gezond en weerbaar is. Zo maken we blijvend impact op morgen.