CConstaterende datHeemskerk
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Nota van bevindingen

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente HeemskerkBij agendapunt: Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek Op weg naar een robuuste OD IJmond26.544 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

22 alinea's met “zienswijze”: 14 187 194 311 455 463 464 514 518 529 541 542 546 547 551 557 559 582 583 590 600 629

4.1.2. Informatievoorziening over robuustheid en ontwikkeltraject richting raden en Staten Een belangrijk aspect van dit Rekenkameronderzoek is de informatievoorziening over het traject dat de ODIJ nu doorloopt richting toekomstbestendigheid. En meer specifiek de betrokkenheid van de raden en Staten. Op basis van de documenten kunnen we de informatievoorziening over het traject scheiden in de reguliere informatievoorziening (via de P&C-cyclus) en specifieke informatie (over de voortgang van het traject). Hieronder lichten we deze beiden informatiestromen toe. Informatie over het proces via de reguliere P&C-cyclus Het proces naar toekomstbestendigheid en het moeten voldoen aan de robuustheidscriteria komt in elk geval terug in de P&C-stukken die zijn verschenen sinds de ontwikkeling is ingezet. We zien dat in de raads- en Statenvoorstellen, die gekoppeld zijn aan de P&C-stukken, expliciet wordt benoemd voor welke uitdagingen de ODIJ aan de lat staat. Het moeten voldoen aan robuustheidscriteria en het eigen proces van toekomstbestendigheid, komen expliciet terug in de raads- en Statenvoorstellen. Duidelijk zichtbaar is dat de teksten die in deze voorstellen zijn opgenomen overeenkomen. 123 Op deze manier worden de raden en PS, bij het aanbieden van stukken, in dezelfde informatiepositie gebracht.

Onderstaande tabel bevat een korte chronologische beschrijving wat er in de verschillende P&C-stukken van de ODIJ is vermeld over het proces.

120

Omgevingsdienst IJmond (2025) Jaarverslag 2024, p.48.

121

Omgevingsdienst IJmond (18 december 2024). Uitvoeringsprogramma 2025 (besluit nr. AB 2024-033).

122

Omgevingsdienst IJmond (2025) Jaarverslag 2024, p.48.

123

Zie: Bijlagenrapport: deelnemers ODIJ in beeld’ (2025).

46 / 66

P&C-document

Informatie over traject robuustheid

Kadernota 2024 (Behandeld in AB van 8 maart 2023)

In de Kadernota 2024 staat toegelicht dat het verbeteren van de robuustheid onderdeel is van het landelijke programma (IBP-VTH). Er wordt benadrukt dat samenwerking met andere omgevingsdiensten in de regio noodzakelijk is om blijvend aan de kwaliteitscriteria te voldoen en dat daartoe een intentie-overeenkomst is gesloten met de vier NoordHollandse omgevingsdiensten. In 2024 moet worden ingezet op verdere versterking van deze samenwerking.

Begroting 2024 (Vastgesteld in AB van 29 maart 2023)

In de Begroting 2024 staat wederom toegelicht dat robuustheid onderdeel is van het IBPVTH. De begroting bevat dezelfde informatie als de kadernota; robuustheid is een belangrijk aandachtspunt en in 2024 wordt ingezet op verdere intensivering van de samenwerking met de vier Noord-Hollandse OD’s. In de eerste bestuursrapportage van 2023 wordt het IBP-VTH toegelicht. Daarnaast wordt aangekondigd dat de visitatie later in het jaar plaatsvindt, waarbij de ODIJ door het ministerie van IenW wordt getoetst aan de criteria.

Bestuursrapportage T1 2023 (Vastgesteld in AB van 19 juli 2023) Uitvoeringsprogramma 2024 (Vastgesteld in AB van 19 juli 2023) Bestuursrapportage T2 2023 (Vastgesteld in AB van 1 november 2023) Kadernota 2025 (Vastgesteld in DB van 8 februari 2024) Jaarverslag 2023 (Vastgesteld in AB van 19 juni 2024)

Begrotingswijziging 2024 (Vastgesteld in AB van 17 juli 2024) Begroting 2025 (Vastgesteld in AB van 17 juli 2024)

Bestuursrapportage T1 2024 (Vastgesteld in AB van 17 juli 2024)

In het Uitvoeringsprogramma 2024 wordt toegelicht dat de ODIJ de GR toekomstbestendig wil maken in het licht van IBP-VTH. Er wordt vermeld dat er in pijler 1 van het IBP wordt ingezet op robuuste omgevingsdiensten en een versterkte financiering om de slagvaardigheid en effectiviteit te vergroten. In de tweede bestuursrapportage van 2023 wordt kort teruggeblikt op de visitatie. Ten tijde van deze bestuursrapportage was het definitieve visitatierapport nog niet gereed. In de Kadernota 2025 van de ODIJ wordt de visitatie en toetsing vanuit het IBP benoemd, met de daaruit voortgekomen signalen dat de organisatie onvoldoende robuust is en te sterk leunt op incidentele middelen. In het Jaarverslag 2023 wordt teruggeblikt op de eerste stappen in het robuustheidsproces. Het traject dat in 2023 is gestart om de GR te actualiseren en toekomstbestendig te maken wordt beschreven. Vermeld wordt dat via de zelftoets en visitatie naar voren is gekomen dat de ODIJ, net als andere omgevingsdiensten, niet robuust is. En dat daarom uiterlijk 1 april 2024 een plan van aanpak moet worden opgesteld zodat per 1 januari 2026 aan de landelijke criteria kan worden voldaan.124 In de Begrotingswijziging wordt toegelicht dat de gedane constateringen hebben geleid tot een bestuursopdracht voor een diepgaande analyse van de organisatie en de financieringsstructuur.

In de Begroting 2025 wordt benadrukt dat de ODIJ op dat moment niet voldoet aan de landelijke robuustheidscriteria uit het IBP-VTH. Er staat toegelicht dat de directeur een bestuursopdracht heeft gekregen om inzicht te geven in de interne bedrijfsvoering en de uitvoering van de opdracht en dat de eerste uitkomsten hiervan in een begrotingswijziging van 2025 worden verwerkt. In de eerste bestuursrapportage van 2024 wordt het IBP-VTH uitgebreid toegelicht, met daarbij de uitleg dat uit de visitatie en verdiepende analyses naar voren is gekomen dat de ODIJ nog een aantal stappen heeft te zetten om de kwantiteit en continuïteit naar de toekomst te borgen. Toegelicht wordt dat dit vraagt om een herprioritering van de werkzaamheden in 2024, specifiek op de uitvoering van de wettelijke VTH-taken en meer specifiek op de taakuitvoering die vanuit de urgentie en risico’s in de omgeving de aandacht vragen. Ook het Project wijziging gemeenschappelijke regeling wordt uitgebreid toegelicht. Verder worden de te nemen stappen op de korte en lange termijn richting een toekomstbestendige ODIJ geschetst. Op de korte termijn gaat dit om het inlopen van de

124

Opgenomen staat 1 januari 2026; dit moet echter 1 april 2026 zijn.

47 / 66

achterstanden die zijn ontstaan in de uitvoering van de primaire VTH-taken, het verbeteren van de P&C-cyclus en het actualiseren van de GR, DVO en financieringsstructuur. Op de lange termijn gaat dit om het uitwerken van scenario’s op basis waarvan het bestuur keuzes kan maken in welke vorm de ODIJ verder gaat richting het eindbeeld van een toekomstbestendige organisatie. En dat een vrijblijvende verkenning wordt uitgevoerd naar verdere, strategische samenwerking met andere OD’s. Bestuursrapportage T2 2024 (Vastgesteld in AB van 5 november 2024)

In de tweede bestuursrapportage van 2024 staat toegelicht dat het plan van aanpak voorligt ter beoordeling. Over het project wijziging gemeenschappelijke regeling staat toegelicht dat is gewerkt is aan een programmaplan en een extern bureau is geselecteerd dat adviseert in het traject naar de actualisatie van de GR. Verder staat over de mogelijke versterkte samenwerking met andere OD’s toegelicht dat de diensten in de tweede helft van 2024 vervolg hebben gegeven aan de verkenning.

Uitvoeringsprogramma 2025 (Vastgesteld in AB van 6 november 2024)

In het Uitvoeringsprogramma 2025 staat toegelicht dat de ODIJ werkt aan de ontwikkellijnen uit het plan van aanpak, waaronder de herijking van de Gemeenschappelijke Regeling en de financieringsstructuur en het uitwerken van toekomstscenario’s. Met de trajecten moet inzicht worden geboden in de balans tussen opdracht, middelen en kostenstijgingen. Ook staat toegelicht dat wordt ingezet op verdere samenwerking met andere OD’s. Tot slot wordt vermeld dat in 2025 besluitvorming plaatsvindt in het AB over de uitwerking van de verschillende trajecten.

Begrotingswijziging 2025 (Vastgesteld in AB van 18 december 2024)

Kadernota 2026 (Behandeld in AB van 12 februari 2025)

In de Begrotingswijziging 2025 van de ODIJ staat toegelicht dat de benodigde stappen uit het plan van aanpak vragen om aanvullende financiële middelen. De stappen uit het plan van aanpak worden nader toegelicht. Op de korte termijn (tot 2027) gaat het om beheersmaatregelen zoals het inlopen van achterstanden, het uitbreiden van capaciteit op kritische posities en het actualiseren van GR, DVO’s en financieringsstructuur. Voor de lange termijn (vanaf 2027) wordt toegewerkt naar structurele keuzes, gebaseerd op een geactualiseerd juridisch en financieel kader en extern ontwikkelde toekomstscenario’s. In de Kadernota 2026 wordt benadrukt dat de ODIJ nog niet voldoet aan de robuustheidscriteria. Er staat toegelicht dat het ministerie van IenW een AMvB voorbereidt waarmee de criteria in 2025–2026 juridisch worden vastgelegd, waardoor de druk groter wordt om uiterlijk 1 april 2026 aan de eisen te voldoen. Verder wordt het proces tot nu toe en het vervolg duidelijk geschetst. Toegelicht wordt dat in 2025 inzicht komt in de structurele formatiebehoefte en financiële consequenties en dat in de tweede helft van 2025 een keuze wordt gemaakt over de toekomstscenario’s. In de kadernota staat ook dat vooralsnog incidentele middelen zijn ingezet voor het proces (via de begrotingswijziging 2025 en deze Kadernota 2026).

Aangekondigd wordt dat er in de Kadernota 2027 zal worden gevraagd om structurele middelen, wanneer er volledig zicht is op de opgaven en kosten.

Jaarverslag 2024 (Vastgesteld in AB van 11 juni 2025)

Het Jaarverslag 2024 bevat uitgebreide informatie over het proces. Er wordt teruggeblikt op het laatste jaar van het IBP-VTH. Verder staat toegelicht dat in 2024 is gestart met het programma herijking van de GR, DVO’s en financieringsstructuur.

Bestuursrapportage T1 2025 (Vastgesteld in AB van 9 juli 2025)

In de eerste bestuursrapportage van 2025 staat toegelicht dat medio april 2025 de eerste tussenresultaten aan het bestuur zijn gepresenteerd, waarbij is ingegaan op drie sporen (Herijking van de Gemeenschappelijke Regeling & governance (1), Herijking van de financieringsstructuur (2) en de Inventarisatie toekomstscenario’s (3)).

48 / 66

Begroting 2026 (Vastgesteld in AB van 9 juli 2025)

Tot slot staat benoemd dat er gesprekken hebben plaatsgevonden met de directeuren van de andere OD’s over de bereidheid en potentie van mogelijke samenwerkingsvormen. In de begroting 2026 wordt opnieuw om incidentele middelen gevraagd, als onderdeel van de korte termijn aanpak (2024–2026) die zich richt op het inlopen van achterstanden in VTH-taken, het verbeteren van centrale sturing en het actualiseren van GR, DVO en financieringsstructuur. Verder staat uitgelegd dat een extern bureau toekomstscenario’s ontwikkelt, waarbij ook vergaande samenwerking of fusie als optie wordt meegenomen. Benoemd wordt dat eventuele structurele middelen die hiervoor nodig zijn, in de Kadernota 2027 worden opgenomen.

Figuur 13. Informatie uit P&C-documenten van de ODIJ over het proces robuustheid en ontwikkeltraject. In het ‘Bijlagenrapport: deelnemers ODIJ in beeld’ staat verder per deelnemer beschreven op welke wijze zij zijn geïnformeerd over het traject dat de ODIJ doorloopt. Zo zien we bijvoorbeeld dat de raad van Heemstede in het Raadsvoorstel Concept Jaarrekening 2024 Omgevingsdienst IJmond en Concept Begroting 2026 Omgevingsdienst IJmond (26 juni 2025) wordt meegenomen in de P&C-stukken en gevraagd wordt om een zienswijze te geven. In de onderbouwing wordt onder andere aangegeven dat huidige inzichten laten zien dat het takenpakket onder de nieuwe GR een grotere bijdrage van gemeente Heemstede vragen. Ook zien we bij meerderde deelnemers dat de wethouder in een commissie informatie verschaft over het robuustheidstraject. Zo geeft de betrokken wethouder van Zandvoort in de raadscommissie van 28 mei 2025 bij de behandeling van de ontwerpbegroting 2026 uitleg over het traject. Daarbij wordt ingegaan op de financiële impact voor Zandvoort en de vraag die voorligt of alle taken die via DVO’s zijn ingebracht wel bij de ODIJ moeten blijven.

Ook wordt door de wethouder vooruitgeblikt op de raadsbijeenkomst in september 2025 waarin de toekomstscenario’s verder worden toegelicht.125 De gedeputeerde van de provincie Noord-Holland benut de commissie Leefomgeving om de P&C-stukken van de ODIJ door te nemen. In juni 2025 lag daarbij ook een notitie voor met actuele ontwikkelingen bij de Noord-Hollandse omgevingsdiensten. Hierin werd onder andere aangegeven dat de ODIJ-organisatie in ontwikkeling is, waarbij het doel is om de dienst op lange termijn toekomstbestendig te maken. Sporen 1 en 2 van het traject werden hier ook expliciet toegelicht.126 Traject-specifieke informatie In de tijdlijn (§3.1) is inzichtelijk gemaakt welke informatie specifiek naar de raden en Staten is gegaan over het traject dat de ODIJ doorloopt. Het gaat hierbij dus om informatie, bovenop de reguliere P&C-stukken, waarin ook op het traject wordt ingegaan. We zien dat de raden en PS in elk geval (extra) geïnformeerd zijn per raadsinformatiebrief127, in oktober 2024 en maart 2025. En dat raadsleden, ook in maart 2025, de mogelijkheid om hebben gehad om deel te nemen aan regionale raadsbijeenkomsten. Over deze informatie constateerden we eerder al dat dit zichtbaar ‘werk in ontwikkeling is’. Zo wordt in oktober 2024 nog een globale planning geschetst en is er in maart 2025 wel sprake van een uitgewerkt tijdspad.

Hierin zijn ook de besluitvormingsmomenten in de raden en Staten opgenomen. In de AB-vergadering van 9 juli 2025 is ingestemd met het voorstel om de resultaten tot dan toe te delen tijdens een webinar en/of de individuele sessies met de raden en PS in september 2025.128 Vanuit de ODIJ is in een interview toegelicht dat er medio juli 2025 gestart zou gaan worden met het opnemen van de webinar. Het webinar is erop gericht om de raden en Staten zo eenduidig en volledig mogelijk mee te nemen in de stappen tot

125

Gemeente Zandvoort (28 mei 2025). Raadscommissie – agendapunt 8. Zienswijze Ontwerpbegroting 2026 GR Omgevingsdienst IJmond.

126

Provincie Noord-Holland (19 juni 2025). Commissie Leefomgeving - Notitie actuele ontwikkelingen bij de Noord-Hollandse Omgevingsdiensten.

127

Deze is ook gedeeld met PS.

128

O.a. Omgevingsdienst IJmond (9 juli 2025). Rapportage Toekomstscenario’s ODIJmond (Besluit nr. AB 2025-028).

49 / 66

dan toe en de uitgangspunten die voor hebben gelegen tijdens het AB van 9 juli 2025. Op deze manier moeten raads- en Statenleden in staat worden gesteld om op een zelf gekozen moment de informatie tot zich te nemen, ter voorbereiding op het gesprek hierover in de lokale raad of Staten.129

4.2. Sturing 4.2.1. Bestuurlijke organisatie van de eigenaars- en opdrachtgeversrol In hoofdstuk 2 is toegelicht dat de gemeenten en provincie twee rollen vervullen in de GR ODIJ: de eigenaars- én de opdrachtgeversrol. In deze paragraaf geven we een overkoepelende beschrijving van de wijze waarop de deelnemers beide rollen in de praktijk invullen. In ‘Bijlagenrapport: deelnemers ODIJ in beeld’ staat verder per deelnemer beschreven op welke wijze beide rollen zijn georganiseerd. We zien in de praktijk verschillen in de wijze waarop de rollen zijn georganiseerd. Dit gebeurt ofwel expliciet gescheiden of gecombineerd. Expliciete scheiding van rollen Sommige deelnemers hebben de rollen expliciet gescheiden. De provincie Noord-Holland is daar het meest uitgesproken voorbeeld van. De eigenaarsrol en de opdrachtgeversrol zijn zowel bestuurlijk (twee verschillende gedeputeerden)130 als ambtelijk aan afzonderlijke ‘natuurlijke personen’ toebedeeld. Ambtelijk is dit ook gescheiden in de rol van financieel adviseur (eigenaarsrol) en een Opdrachtgeversaccount (opdrachtgeversrol).131 Ook de gemeenten Bloemendaal en Heemstede kennen op papier een scheiding van beide rollen. Voor Bloemendaal komt naar voren dat via de nota Grip op samenwerking’ (2023) een scheiding is aangebracht in de eigenaarsrol (portefeuillehouder Financiën) en de opdrachtgeversrol (de portefeuillehouder VTH).

Voor Heemstede geldt dat in de nota verbonden partijen (2021) is vastgelegd dat het ene collegelid het eigenaarsbelang vertegenwoordigt en een ander collegelid het opdrachtgeversbelang. Uit de gesprekken met deze gemeenten komt echter naar voren dat één wethouder (vanuit de milieu-/VTH-portefeuille) beide rollen vervult voor de ODIJ. Combinatie van rollen Uit de interviews volgt dat de meeste deelnemers, net als Bloemendaal en Heemstede, beide rollen in één bestuurlijke portefeuille combineren.132 In Velsen, Landsmeer en Heemskerk vertegenwoordigt één bestuurder zowel het eigenaars- als het opdrachtgeversperspectief. Een belangrijke reden die hiervoor wordt aangewezen is de beperkte omvang van de gemeenten ten opzichte van het totaal aan bestuurlijke taken. Vanwege capaciteit en verdeling van tijdsinzet wordt er daarom niet expliciet gescheiden in natuurlijke personen. 133

4.2.2. Sturing middels zienswijzen, moties en brieven Onderstaand geven we een beschrijving van de wijze waarop de raden en Staten de afgelopen jaren hun sturingsinstrumenten hebben ingezet ten opzichte van de ODIJ.

129

TwynstraGudde (15 juli 2025). Gespreksverslag interview ODIJ.

130

Portefeuilleverdeling via Gedeputeerde Staten

131

O.a. TwynstraGudde (21 mei 2025) Interview provincie Noord-Holland ambtelijk.

132

O.a. TwynstraGudde (3 juni 2025). Interview Heemskerk ambtelijk; TwynstraGudde (12 juni 2025). Interview Heemskerk bestuurlijk en Bijlagenrapport:

deelnemers ODIJ in beeld’ (2025). O.a. Haarlem, Landsmeer, Velsen en Heemskerk. 133

Ibid.

50 / 66

Zienswijzen De raden en Staten worden in staat gesteld om zienswijzen in te dienen op de P&C-stukken. In het ‘Bijlagenrapport: deelnemers ODIJ in beeld’ staat per deelnemer opgenomen welke zienswijzen sinds de start van het robuustheidstraject zijn ingediend. Als we de thematiek van de zienswijzen samenvatten, dan zien we dat de raden en de Staten via de ingediende zienswijzen geprobeerd hebben om aandacht te vragen voor ‘grip’ op het traject dat de ODIJ doorloopt. Zo hebben de raden van Velsen, Heemskerk en Bloemendaal middels het indienen van een zienswijze gevraagd om actieve betrokkenheid bij de herijking van de Gemeenschappelijke Regeling, DVO en/of financieringsstructuur.134 Ook Haarlem en Zandvoort hebben eerder gevraagd om betrokkenheid bij vervolgstappen. In de zienswijze op de begrotingswijziging van 2026 onderkent de raad dat een (extra) investering in de organisatie en sturing nodig is en dat alle deelnemers hieraan moeten bijdragen. De raad verwacht dat OD IJmond hem actief betrekt bij het vervolgonderzoek en tijdig informeert over de ontwikkelingen.135 In de zienswijzen van vrijwel alle raden komen financiële zorgen terug, met name over de stijgende bijdrage aan de ODIJ. In veel zienswijzen wordt daarbij verwezen naar het ravijnjaar 2026.

Zo zien we in de zienswijzen van Landsmeer, Velsen, Oostzaan en Zandvoort dat de ODIJ wordt opgeroepen om te streven naar bezuinigingen, de opbouw van tarieven transparanter te maken en incidentele bijdragen goed te onderbouwen. 136 De zienswijzen van Heemstede, Oostzaan en de provincie Noord-Holland gaan niet of in mindere mate inhoudelijk in op het ontwikkeltraject dat de ODIJ nu doorloopt. De zienswijzen worden gebundeld behandeld tijdens AB-vergaderingen en hier wordt de procedure voor terugkoppeling bepaald. Zo is tijdens het AB van 6 november 2024 besloten dat het DB van de GR ODIJ schriftelijk en gemotiveerd een reactie aan de gemeenteraden en PS stuurt over de ingediende zienswijze(n) en welke conclusie zij hieruit trekt (wel/geen aanpassing van het voorgelegde voorstel tot begrotingswijziging) vóórdat het AB de gewijzigde begroting vaststelt.137 Moties en brieven Naast het indienen van zienswijzen zien we dat raden, Staten maar ook de colleges van B&W en het college van GS actief gestuurd hebben op (het huidige traject van) de ODIJ via het indienen van moties en het versturen van een gezamenlijke brief. Chronologisch nemen we hieronder de meest in het oog springende moties en brieven op.

Heemskerk: Motie Raadsrapporteurs verbonden partijen In februari 2024 is door de raad van Heemskerk unaniem een motie aangenomen om een pilot in te stellen voor het ‘raadsrapporteurschap’ voor een aantal verbonden partijen, waaronder de ODIJ.138 Het presidium wordt in deze motie verzocht een voorstel te doen voor een afgebakend takenpakket voor de raadsrapporteurs. Het college wordt de opdracht gegeven: aan de raad een voorstel te doen voor een werkwijze waarbij de raad vroegtijdig wordt meegenomen voor overleg met de raadsrapporteurs, passend bij de GR-agenda’s,

134

Gemeente Velsen (1 juli 2024) Raadsbesluit Jaarstukken 2023, eerste begrotingswijziging 2024 en ontwerpbegroting 2025 van de

gemeenschappelijke regeling omgevingsdienst IJmond; Gemeente Heemskerk (17 september 2024). Collegevoorstel zienswijze op de eerste begrotingswijziging 2025; en Gemeente Bloemendaal (24 oktober 2024). Raadsvoorstel 1e begrotingswijziging 2025. 135

Gemeente Zandvoort (23 oktober 2024). Raadsbesluit Zienswijze op de eerste begrotingswijziging 2025 gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst

IJmond en informeren over de jaarrekening en het jaarverslag 2023. 136

Bijlagenrapport: deelnemers ODIJ in beeld’ (2025).

137

Omgevingsdienst IJmond (6 november 2024). Overzicht zienswijzen Begrotingswijziging 2025 (Besluit nr. AB 2024- 024).

138

Gemeente Heemskerk (29 februari 2024). M2024-02: Raadsrapporteurs verbonden partijen.

51 / 66

-

elke op komst zijnde (grote) verandering vroegtijdig aan de raad en raadsrapporteurs voor te leggen; meer gebruik te maken van het hiervoor gememoreerde agendapunt in de commissies om zo de raad op de hoogte te houden van relevante ontwikkelingen en het overleg breed te zoeken.

Uit de sessie met de raad van Heemskerk kwam naar voren dat deze rapporteurs eind 2025 aangesteld moeten worden.139 De opdracht, inclusief takenpakket (wat doen ze wel/niet) moet hiervoor nog worden geformuleerd. Heemskerk: Motie oplegger bij GR In dezelfde vergadering is een motie aangenomen waarin het college wordt verzocht een passende oplegger te verzorgen bij de behandeling van iedere zienswijze van een GR.140 Dit bestaat in elk geval uit het doel, de belangrijkste wijzigingen en de stappen naar aanleiding van de vorige zienswijze(n). Het college heeft op 4 maart 2025 een brief gestuurd aan het DB van de ODIJ waarin naar deze motie wordt verwezen. Het DB wordt verzocht om voortaan gebruik te maken van het door het Ministerie van BZK ontwikkelde format dat bedoeld is om de informatiepositie van de raad met betrekking tot GR’en te verbeteren. De gemeente Heemskerk gaat gebruik maken van dit format.141 Heemstede: Motie “Gemeenschappelijke regelingen” Op 4 juli 2024 is door de raad van Heemstede de motie “Gemeenschappelijke regelingen” aangenomen.

Hierin wordt het college verzocht om uiterlijk in de Kadernota 2026 met voorstellen te komen voor bezuinigingen op de gemeenschappelijke regelingen, waaronder de ODIJ.142 Colleges (wethouders Financiën) van de deelnemers uit de regio Zaanstreek-Waterland (Zaanstad, Purmerend, Edam-Volendam, Landsmeer): Brief ‘Gemeenschappelijke regeling in relatie tot gemeentelijke financiën’ aan AB van de ODIJ (23 juli 2024) In deze brief van de colleges en wethouders Financiën uit de regio Zaanstreek-Waterland aan het algemeen bestuur van de ODIJ, wordt geschetst dat Nederlandse gemeenten de komende jaren geconfronteerd worden met een forse financiële opgave.143 Er wordt in de brief erkend dat een verlaging van de bijdrage niet aansluit bij de trend van de afgelopen jaren, waarin juist een groter beroep op de ODIJ is gedaan. Toch wordt het algemeen bestuur middels de brief gevraagd om scenario’s uit te werken waarin de gemeentelijke bijdrage vanaf 2026 met 5 procent wordt verlaagd ten opzichte van de begroting 2025. Per scenario moeten ook de beleidsmatige consequenties inzichtelijk worden gemaakt, zodat dagelijks en algemeen bestuur hierover besluiten kunnen nemen. Velsen: Motie ‘Samen Slim Bezuinigen: Bezuinigingsstrategie voor Gemeenschappelijke Regelingen en Verbonden Partijen’ Op 25 februari 2025 is door de raad van Velsen een motie144 aangenomen waarin het college wordt verzocht om: 1.

In het algemeen bestuur te verzoeken dat verbonden partijen/gemeenschappelijke regelingen (GR) in hun kaderbrieven voor 2027 aan de raden bezuinigingsvoorstellen te doen. 2. In de zienswijzen over de kadernota’s of begrotingen over 2026 van de gemeenschappelijke regelingen en verbonden partijen te vragen bezuinigingsmaatregelen, voor zover deze nog realistisch en uitvoerbaar zijn, door te voeren voor 2026.

139

TwynstraGudde (14 mei 2025). Raadssessie Heemskerk.

140

Gemeente Heemskerk (29 februari 2024). M2024-03: Oplegger bij GR.

141

Gemeente Heemskerk (4 maart 2025). Modelformat informatie Gemeenschappelijke regelingen.

142

Gemeente Heemstede (4 juli 2024). Motie Gemeenschappelijke regelingen.

143

Gemeenten Regio Zaanstreek-Waterland (23 juli 2024). Brief ‘Gemeenschappelijke regeling in relatie tot gemeentelijke financiën’ aan AB van de ODIJ.

144

Gemeente Velsen (25 februari 2025). Motie ‘Samen Slim Bezuinigen: Bezuinigingsstrategie voor Gemeenschappelijke Regelingen en Verbonden

Partijen’.

52 / 66

3. Naast de genoemde instrumenten ook andere beïnvloedingsmogelijkheden te verkennen, in te zetten op actieve en constructieve dialoog met andere deelnemende gemeente en de raad hierover voor 2026 te informeren. Provincie Noord-Holland: Motie ‘Onderzoek naar samenvoeging Omgevingsdiensten Noord-Holland’ In deze motie, aangenomen op 30 juni 2025, wordt uitgesproken dat versterking van de VTH-taken noodzakelijk is en dat omgevingsdiensten robuust moeten zijn.145 Statenleden geven aan zich hier grondig op te hebben voorbereid, onder meer door het bestuderen van jaarverslagen en rapporten en door deel te nemen aan een studiereis naar Oost-Vlaanderen en Noord-Rijn Westfalen. En doordat de thematiek is besproken aan de hand van een discussienota en tijdens diverse expert-sessies. Het college wordt in de motie verzocht te inventariseren wat kan worden geleerd van het besluitvormingsproces in de provincie Gelderland, waar is gekozen voor één omgevingsdienst. Daarnaast moet, samen met alle betrokken partijen in Noord-Holland zoals de OD’s en gemeenten, worden bepaald hoe kan worden gekomen tot een betere samenwerking of een eventuele fusie van de omgevingsdiensten in de provincie.

Bij deze afweging moet nadrukkelijk worden meegenomen op welke wijze de robuustheid en kwaliteit van de OD’s het best kunnen worden gewaarborgd, en dienen de financiële en bestuurlijke consequenties van de verschillende alternatieven duidelijk in kaart te worden gebracht. Ook vraagt de motie om de externe functiescheiding tussen vergunningverlening en handhaving hierin te betrekken. Provinciale Staten willen hierover zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk in het eerste kwartaal van 2026, nader worden geïnformeerd. Vanuit de ODIJ is het initiatief om tempo te maken vanuit een bestuurlijke verkenner als positief ervaren. Wel is voor de ODIJ randvoorwaardelijk dat er zorgvuldig wordt aangesloten op bestaande processen, en dat er geen nieuw of losstaand proces wordt opgetuigd.146 Uit het feitelijk wederhoor komt naar voren dat de uitkomsten van de bestuurlijke verkenning op 31 oktober 2025 worden verwacht.

145

Provincie Noord-Holland (30 juni 2025). Motie Onderzoek naar samenvoeging Omgevingsdiensten Noord-Holland.

146

TwynstraGudde (15 juli 2025). Gespreksverslag interview ODIJ.

53 / 66

4.3. Analyse ‘informatievoorziening en sturing’ 4.3.1. Raden en PS worden actief geïnformeerd maar informatievoorziening voldoet (nog) niet aan de sturingsbehoefte Als we reflecteren op de beschrijving van de informatievoorziening zien we dat er zichtbaar is geïnvesteerd in de betrokkenheid van de raden en Staten bij de ODIJ en specifiek het traject dat de ODIJ doorloopt. De raden en Staten zijn via de reguliere P&C-stukken en de raadsvoorstellen/opleggers vanuit de eigen vertegenwoordiger in het AB/DB meegenomen over het nut en de noodzaak van het ontwikkeltraject dat de ODIJ nu doorloopt. Daarnaast zijn de raden expliciet meegenomen via brieven en regionale bijeenkomsten en wordt er voorgesorteerd op een webinar en individuele sessie met de raden en Staten. Als we echter inzoomen op het perspectief van de raden en Staten dat is opgehaald uit dit onderzoek, constateren we dat de (investeringen in) de informatievoorziening over de ODIJ niet heeft aangesloten bij de behoeften van de raden en Staten. Er zit een opvallend hiaat in de ‘papieren werkelijkheid’ waarin het traject uitvoerig is gedocumenteerd en gedeeld en het ervaren gevoel van zicht en grip hierop. Een gebrekkig gevoel van zicht en grip wordt dus niet veroorzaakt door het ontbreken van informatie. Verklarende factoren zitten meer in de manier waarop deze informatie wordt aangeboden.

Wat dat betreft signaleren we de volgende aandachtspunten. Periodieke informatie-overload Een vaker gedeeld beeld door raads- en Statenleden is dat de hoeveelheid informatie per keer veel of technisch van aard is, waardoor deze lastig te interpreteren is.147 Het werkveld van de ODIJ is specifiek en de affiniteit met dit werkveld verschilt. Er is sprake van een wisselend kennis- en ervaringsniveau met dit werkveld bij raads- en Statenleden. Ook vragen diverse raads- en Statenleden zich af wat zij, als één van de deelnemers, met hun zienswijzen kunnen bereiken. Het gevoel van beperkte invloed via dit instrument is hierbij in meerdere gesprekken als zorg geuit.148 Daar komt bij dat de informatie die wordt aangeboden aan de raad en PS in één keer drie uitvoeringsjaren betreft. De cyclus is zo opgebouwd dat raads- en Statenleden gelijktijdig het jaarverslag (jaar t-1), de voorgestelde begrotingswijziging (jaar t) en de conceptbegroting (jaar t+1) krijgen aangeboden. Hoewel in voorstellen aan de raden en PS vaak informatie wordt samengevat, is dit een flink pak aan informatie en daar komt bij dat dit gelijktijdig wordt geagendeerd samen met informatie over dezelfde periode vanuit andere GR’en. Dit dwingt raadsleden en Statenleden tot het maken van keuzes en leidt ertoe dat niet alle informatie goed wordt doorleefd.

Tegelijkertijd zien we wel al initiatieven op dit knelpunt ontstaan vanuit raden zelf. Zo is in Heemskerk in één vergadering het initiatief genomen om te gaan werken met raadsrapporteurs en is er een motie aangenomen om een passende oplegger te verzorgen bij de behandeling van iedere zienswijze van een GR. De toepassing van dit format zien we in de praktijk ook al terugkomen In het raadsvoorstel Concept Jaarrekening 2024 Omgevingsdienst IJmond en Concept Begroting 2026 Omgevingsdienst IJmond (26 juni 2025). Hierin wordt voor de raad van Heemskerk inzichtelijk gemaakt dat er in het vierde kwartaal (conform planning) een besluit over de doorontwikkeling van de ODIJ dient te worden genomen.

147

Bijlagenrapport: deelnemers ODIJ in beeld’ (2025). O.a. Velsen, Bloemendaal.

148

Bijlagenrapport: deelnemers ODIJ in beeld’ (2025). O.a. Heemskerk, Heemstede en Noord-Holland

54 / 66

Figuur 13. Oplegger gemeente Heemskerk, raadsvoorstel concept jaarrekening 2024 en concept begroting 2026 ODIJ Gebrek aan (overkoepelend) beeld wat er van informatievoorziening én sturing verwacht mag worden Informatievoorziening Een belangrijke gemene deler uit de sessies met raden en Staten is dat het lokaal een zoektocht is naar goede afspraken over de informatiebehoefte en de wijze waarop informatie naar de eigen raad en Staten wordt doorgeleid. Dit geldt niet alleen voor de ODIJ specifiek, maar voor GR’en in het algemeen. Veelal ontbreekt het aan afspraken hierover en is er binnen raden en Staten ook sprake van een wisselende informatiebehoefte. Daar waar het ene raadslid alleen behoefte heeft aan informatie over afwijkingen ten opzichte van het vastgestelde uitvoeringsprogramma heeft een ander raadslid behoefte aan actuele informatie over de voortgang van de opdracht. Waar wel een gemeenschappelijke lijn in te vinden is, is dat raads- en Statenbreed behoefte is aan een kwantitatieve en kwalitatieve duiding van informatie van de desbetreffende deelnemer. Zoals in paragraaf 4.1.1 is beschreven werkt de ODIJ op dit moment al aan het versterken van dit inzicht en wordt hier in 2025 verder aan gewerkt. Raden en Statenleden spraken in dit onderzoek de behoefte uit voor korte samenvattingen waarin de belangrijkste ontwikkelingen worden geduid.

Vanuit Heemskerk en Velsen is bijvoorbeeld toegelicht dat er meer behoefte is aan dashboards, met duidelijke prestatie-indicatoren op basis waarvan de uitvoering (en afwijking) gevolgd kan worden.149 Ook worden bijvoorbeeld in Haarlem kansen gezien in alternatieve vormen van informatievoorziening, zoals werkbezoeken en technische sessies.150 Over dergelijke sessies komt naar voren dat dit ook op gespannen voet kan staan met de capaciteit die raads- en Statenleden kunnen besteden aan hun werk. Door diverse betrokkenen is aangegeven dat de opkomst bij de regionale raadssessies van maart 2025 beperkt bezocht zijn, ondanks dat hier ook in zienswijzen door raden zelf aandacht voor is gevraagd. In navolging hiervan blijft de ODIJ ook afhankelijk van de wijze waarop AB-leden lokaal de brugfunctie tussen de ODIJ en de eigen raad. Zij hebben een cruciale rol in het lokaal agenderen en actief bespreekbaar maken van de regionaal afgestemde informatie over de robuustheid en het ontwikkeltraject zoals raads- en Stateninformatiebrieven (oktober 2024 en maart 2025) en het interne memo van april 2025. Het is voor ons op basis van de eigen informatiesystemen niet altijd herleidbaar of en hoe alle informatie die regionaal wordt afgestemd bij de raden en Staten terecht komt.

De ODIJ-organisatie zelf bemerkt ook dat deelnemers verschillend aankijken tegen het doorzetten van informatie richting de eigen volksvertegenwoordiging. En dat er zeer wisselend gebruik wordt gemaakt van de regionale raadssessies.151 We zien vanuit de sessies ook dat er tussen raads- en Statenleden onderling verschillen bestaan in hoe zij aankijken tegen hun rol bij de ODIJ, dan wel bij het construct van GR’en in algemene zin. De ODIJ is een ‘collegeregeling’ waarin de colleges/GS bevoegdheden en verantwoordelijkheden voor uitvoeringstaken binnen 149

TwynstraGudde (14 mei 2025). Raadssessie Heemskerk; en TwynstraGudde (12 juni 2025). Raadssessie Velsen.

150

TwynstraGudde (16 juni 2025). Raadssessie Haarlem.

151

TwynstraGudde (15 juli 2025). Gespreksverslag interview ODIJ.

55 / 66

één construct bundelen. Uit de sessies is met name bij enkele gemeenten naar voren gekomen dat er lokaal tussen college en raad te beperkt het gesprek wordt gevoerd over wat een collegeregeling betekent voor de verdeling tussen college en raad. Én wat dit vervolgens betekent voor de informatie die de raad dient te ontvangen.152 Kijkend naar de huidige informatie zien we dat er ruimte is in het beter inzichtelijk maken van de koppeling tussen lokaal vastgestelde ambities en doelen en de bijdrage die de ODIJ hier aan levert. Omdat de robuustheidscriteria sterk zijn ingegeven vanuit het perspectief van bedrijfsvoering, bestaat het risico dat er in de communicatie te veel focus komt op deze ‘uitvoering’, wat aan het college is. Uiteindelijk zit de kaderstellende (en daaruit voortvloeiende controlerende) rol van de raden en Staten op beleidsdoelen waar de ODIJ een bijdrage aan levert. En dient er dus in de informatie de verbinding te worden gemaakt tussen deze ambities/doelen, de inzet van de ODIJ daarbij en de kosten daarvan. Een ‘beperkende’ factor hierbij is dat er verschillen zijn tussen de gemeente en provincie in hoeverre zij (nog) eigen VTH-beleid hebben opgesteld. Dit wordt per deelnemer uitgewerkt in het ‘Bijlagenrapport’.

4.3.2. Onderscheid eigenaarschaps- én opdrachtgeversrol beperkt geëxpliciteerd. Rollen staan op gespannen voet in dit traject In dit onderzoek hebben we nadrukkelijk aandacht voor de rol van eigenaar en opdrachtgever en wat dit betekent voor de sturing op de ODIJ. Op basis van de documenten en gesprekken constateren we dat alleen de provincie Noord-Holland deze rollen in de uitvoering expliciet heeft gescheiden. Dit gebeurt zowel op bestuurlijk als ambtelijk niveau. De bestuurder zit vanuit de eigenaarsrol in het AB van de ODIJ. Voor de gemeenten geldt dat er voor twee deelnemers (Bloemendaal en Heemstede) wel sprake is van bestuurlijke scheiding op papier maar dit niet in de praktijk plaatsvindt. Het is niet verplicht om een dergelijke scheiding fysiek in portefeuilles aan te brengen. De ‘handreiking Regionale Beleidscyclus’153 spreekt alleen over de volgende ‘eis’: “Het bestuur in de regio kan haar rol als eigenaar en opdrachtgever effectief onderscheiden en beide rollen goed invullen”. Diverse bestuurders geven aan dat het gelijktijdig vertegenwoordigen van de rol van opdrachtgever en eigenaar inherent is aan het bovenlokaal samenwerken binnen de ODIJ. En dat het prima lukt om met beide petten deel te nemen aan één vergadering. 154 We constateren dat beide rollen op gespannen voet zijn komen te staan in dit traject en specifiek ook in de sturing.

Er ligt namelijk een interbestuurlijke afspraak om de dienst (financieel) te ‘stutten’, om zo een minimale omzet te kunnen genereren. Hier is de rol van eigenaar dominant; de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de continuïteit en het functioneren van de GR en de financiële aansprakelijkheid voor eventuele tekorten of investeringen. Diverse AB-leden hebben alleen vanuit hun eigen raden of collega-portefeuillehouders via zienswijzen, moties of brieven verzoeken meegekregen om te kijken of er juist ruimte is voor bezuinigingen bij de ODIJ. Dit is begrijpelijk, gelet op de eigen financiële positie van gemeenten inzake het ravijnjaar, waar ook veel aandacht naar uit is gegaan in zienswijzen. We constateren dat hierbij het ‘lokale belang’, ofwel het ‘opdrachtgeversperspectief’ dominant is in de sturing. Voorbeelden hiervan zijn: de motie “Gemeenschappelijke regelingen” (Heemstede, 4 juli 2024); de gezamenlijke brief van de wethouders financiën ‘Gemeenschappelijke regeling in relatie tot gemeentelijke financiën’ aan AB van de ODIJ (gemeenten Zaanstreek-Waterland, 24 juli 2024); de motie ‘slim Bezuinigen: Bezuinigingsstrategie voor Gemeenschappelijke Regelingen en Verbonden Partijen’ (Velsen, 25 februari 2025).

152

O.a. TwynstraGudde (14 mei 2025). Raadssessie Heemskerk; TwynstraGudde (16 juni 2025). Raadssessie Haarlem; en TwynstraGudde (12 juni 2025).

Raadssessie Velsen. 153

Deze handreiking is opgesteld onder een andere pijler binnen het IBP-VTH en is hier te raadplegen.

154

Bijlagenrapport: deelnemers ODIJ in beeld’ (2025). O.a. Heemskerk, Heemstede en Noord-Holland

56 / 66

Een ander voorbeeld waarbij voornoemde spanning naar voren komt is de raadscommissie van 25 juni 2025 van de gemeente Zandvoort. In deze commissie licht de wethouder toe dat Zandvoort actief betrokken is bij de discussie over de toekomst van de taken die niet vanuit het GR-regime zijn ingebracht. Daarbij wordt ingegaan op de mogelijkheid om bepaalde taken die nu bij de ODIJ belegd zijn in de toekomst onder te brengen bij Haarlem. Hiervoor geldt dat het vanuit het opdrachtgeversperspectief logisch is om een voor de eigen gemeente zo efficiënt mogelijke en nabije155 taakuitvoering te organiseren. Voor de sturing op de ODIJ geldt dat beide rollen in balans dienen te zijn. Het is logisch dat er zowel aandacht is voor het lokale belang als voor dat wat goed is voor het stelsel. In dit licht is de motie van PS interessant; hierbij staan de Staten zichtbaar voor het functioneren van het gehele stelsel en stuurt het op de logische samenhang tussen de OD’s. Toch komt uit gesprekken156, en de eerder benoemde analyses over de governance, naar voren dat op dit moment te beperkt is uitgewerkt wat er verwacht mag worden van de rol van eigenaar en opdrachtgever, en hoe dit zich weer verhoudt tot de rol van opdrachtnemer (de ODIJ-organisatie). Deze vraagstukken worden wel duidelijk opgepakt binnen het traject dat de ODIJ nu doorloopt.

Een ander aandachtspunt hierbij is ook het komen tot een eenduidig mandaatbesluit en het expliciet organiseren van het opdrachtgeverschap. Juist kleinere gemeenten, die veel in ‘regie’ doen en taken op afstand uitvoeren, zijn gebaat bij goed opdrachtgeverschap en accounthouderschap. In de afgelopen jaren is dit accounthouderschap beperkt structureel ingevuld geweest. Dit is nu wel in ontwikkeling geweest, maar de ODIJ is hiermee later dan andere diensten in het land. Deze laatste bevinding sluit aan bij het beeld dat er door de deelnemers in de jaren vóór dit traject niet altijd consequent is gestuurd op de robuustheid van de ODIJ. Het verslag van het gesprek over de beoordeling van het PvA (25 september 2024) tussen het ministerie en de ODIJ maakt dit in onze ogen treffend inzichtelijk. Hierin staat opgenomen dat men bij de ODIJ in eerste instantie in de veronderstelling was robuust te zijn, waardoor er laat is ingestapt in het proces. Ook wij halen uit interviews157 dat er vanwege tevredenheid over de uitvoering van de eigen opdracht beperkt aanleiding is geweest om bij te sturen op dat wat de dienst nodig heeft om de opdracht goed uit te kunnen voeren. Hierbij heeft het lokale ‘opdrachtgeversperspectief’ geprevaleerd boven het collectieve ‘eigenaarsperspectief’.

155

De gemeente Haarlem en Zandvoort hebben één gezamenlijke ambtelijke organisatie.

156

O.a. TwynstraGudde (15 juli 2025). Gespreksverslag interview ODIJ.

157

O.a. TwynstraGudde (5 juni 2025) Velsen bestuurlijk; en TwynstraGudde (3 juni 2025). Interview Heemskerk ambtelijk.

57 / 66

4.4. Toets op de normen m.b.t. ‘informatievoorziening en sturing’ De deelvragen die in dit hoofdstuk aan bod komen zijn uitgewerkt in door de Rekenkamers vastgestelde normen. Voor de toets op de normen maken we in dit onderzoek gebruik van een kwalitatieve vijfpuntsschaal, lopend van helemaal niet voldaan tot volledig voldaan . Er is geen sprake van een kwantitatieve duiding of normering. De beoordeling is gebaseerd op de voorliggende beschrijvingen en analyses. Norm 7: “Er zijn duidelijke afspraken over de informatievoorziening over en sturing op de ODIJ tussen alle betrokken actoren” (denk aan: frequentie, kwaliteit, organisatie en tijdigheid).

Helemaal niet voldaan

In beperkte mate voldaan

Gedeeltelijk voldaan

Grotendeels voldaan

Volledig voldaan

Er zijn in de basis duidelijke afspraken over de informatievoorziening over en sturing op de ODIJ. Deze volgen uit de Wgr en zijn ook vastgelegd in de GR ODIJ. De afspraken richten zich vooral op de totstandkoming van de informatie, de frequentie van informatie en de tijdigheid hiervan (wie komt wanneer tot welke informatie?). Over de (gewenste) kwaliteit van de informatievoorziening, de koppeling tussen opdracht, inzet en middelen en de vertaling naar stuurinformatie, zijn op dit moment nog beperkter afspraken gemaakt. Hier vindt vanuit de ODIJ wel (door)ontwikkeling op plaats. Norm 8: “De afspraken worden in de praktijk nageleefd.”

Helemaal niet voldaan

In beperkte mate voldaan

Gedeeltelijk voldaan

Grotendeels voldaan

Volledig voldaan

Het lukt de ODIJ om de afspraken over informatievoorziening en sturing in de praktijk na te leven. Dit betekent dat documenten tijdig worden opgeleverd en dat de raden en Staten tijdig in positie worden gebracht om zienswijzen in te dienen. De realiteit van de huidige informatievoorziening zorgt wel voor een periodieke informatie-overload bij de raden en Staten, wat het moeilijk maakt om stukken goed te doorgronden. Hierbij speelt ook dat het binnen – met name – raden ontbreekt aan een gedeeld wensbeeld van de informatiekwaliteit. Voor de bestuurders (en ambtenaren) geldt ook dat de huidige informatievoorziening het nog beperkt mogelijk maakt om (bij) te sturen op de opdracht en de bijdragen van de ODIJ aan lokaal of regionaal vastgestelde ambities en doelen. De informatie die hiervoor nodig is, is wel in ontwikkeling. Norm 9: “De betrokken actoren binnen gemeenten en provincie zijn actief geïnformeerd over het proces van robuustheid en de stappen die nodig zijn om robuust te worden.”

Helemaal niet voldaan

In beperkte mate voldaan

Gedeeltelijk voldaan

Grotendeels voldaan

Volledig voldaan

Er is zichtbaar aandacht voor actieve informatievoorziening over het traject dat de ODIJ nu doorloopt. Dit varieert van deelname aan werkgroepen (ambtelijk) 158 de introductie van accounthoudersoverleggen en de intensivering van de AB-vergaderingen. De informatie die ambtelijk wordt voorbereid en waar bestuurlijk richting aan wordt

158

Zie eerder: §3.2.2.

58 / 66

gegeven komt via raden en PS binnen via de reguliere P&C-cyclus en ‘traject-specifieke’ informatie. Voor raden en PS zijn een webinar en een volgende individuele sessie in voorbereiding. Er is wel een wisselend beeld bij hoe regionaal afgestemde informatie lokaal wordt doorgeleid dan wel besproken. Norm 10: “De verschillende actoren binnen gemeenten en provincie benutten deze informatie actief om (bij) te sturen op de robuustheid van de ODIJ.”

Helemaal niet voldaan

In beperkte mate voldaan

Gedeeltelijk voldaan

Grotendeels voldaan

Volledig voldaan

Informatie over de staat en ontwikkelbehoefte van de ODIJ was lange niet tijd niet voorhanden. Sinds de eigen bestuursopdracht en het PvA rondom robuustheid wordt er binnen de drie sporen die de ODIJ doorloopt, met name bestuurlijk en ambtelijk ingezet op de (bij)sturing op de toekomstbestendigheid en robuustheid van de ODIJ. Er wordt binnen de sporen nieuwe informatie ontwikkeld die wordt benut voor bespreking en oordeelsvorming en als input dient voor besluitvorming later in het traject. Hierbij zien we ambtelijk nog wel verschillen in capaciteit die van invloed zijn op de betrokkenheid bij het proces. 159 Breder speelt wel een vraag over de sturing die raden en PS kunnen dan wel dienen te geven op dit traject. Er is bij de deelnemers ook beperkt een gedeeld beeld wat er van de rol van raden en PS bij de ODIJ en dit proces mag worden verwacht. Norm 11: In de sturing op de ODIJ is er aandacht voor de opdrachtgevers- én de eigenaarsrol. Op beide rollen wordt in de praktijk actief en evenredig gestuurd.

Helemaal niet voldaan

In beperkte mate voldaan

Gedeeltelijk voldaan

Grotendeels voldaan

Volledig voldaan

Analyses over de governance van de ODIJ laten zien dat bestuurlijk eigenaarschap en opdrachtgeverschap eerder niet dan wel expliciet onderscheiden worden. Van alle deelnemers heeft alleen de provincie beide rollen ambtelijk en bestuurlijk expliciet gescheiden. Deelnemers dienen in staat te zijn deze rollen wel effectief te kunnen onderscheiden. Tot de start van het huidige ontwikkeltraject in april 2024 lijkt bij de sturing op de ODIJ het opdrachtgeversbelang geprevaleerd te hebben boven het eigenaarsbelang. Vanwege tevredenheid over nabijheid en de uitvoering van de lokale opdracht is er individueler gestuurd en beperkter aandacht geweest voor de continuïteit van de dienst. Met het huidige ontwikkeltraject wordt er binnen het AB wel meer vanuit collectief eigenaarschap gestuurd op noodzakelijke verbeterpunten binnen de ODIJ. Het ontwikkeltraject ziet er op toe dat de benodigde basis op orde wordt gebracht om verder door te ontwikkelen. Echter, ook nu nog zit er spanning tussen de opdrachtgeversrol en de eigenaarsrol, met name op de benodigde inbreng van taken om aan het omzetcriterium (kpi 1) te kunnen voldoen.

159

Zie eerder: §3.2.2.

59 / 66

Bijlagen Bijlage 1. Taken per deelnemer Tijdens de AB-vergadering van 9 juli 2025 heeft onder spoor 1 een overzicht van verplichte/niet-verplichte taken voorgelegen. Onderstaand zijn de huidige taken per deelnemer, volgend uit het memo ‘Verplichte en niet-verplichte taken binnen OD IJmond’ opgenomen.160

160

IPR Normag (12 juni 2025). Memo Verplichte en niet-verplichte taken binnen ODIJmond. Onderdeel van Omgevingsdienst IJmond (9 juli 2025).

Herijking GR & governance (Besluit nr. AB 2025- 027).

60 / 66

62 / 66

Bijlage 2. Eigenschappen ‘zelfstandig toekomstbestendige organisatie’ 1.

Een organisatie die kan leunen op een duidelijk juridisch kader met een actuele gemeenschappelijke regeling (GR), duidelijke contracten (DVO's), een duidelijke financiering en een heldere P&C cyclus. 2. Een organisatie waarbij deelnemers én medewerkers een duidelijk beeld hebben van de bestuurlijke ambities en de omvang van de opgave die er ligt. 3. Waarbij er een relatie is tussen die ambities en de opgave, als ook tussen de inzet van uren en middelen. En ook dat er een zekere mate van zakelijkheid is als het gaat om extra taken of vragen en projecten en dat daar het goede gesprek over wordt gevoerd met de deelnemers. 4. Waarbij de organisatie intern grip en zicht heeft op de te leveren producten en diensten, op de besteding van uren en middelen en waarbij er een balans is tussen efficiëntie en kwaliteit. 5. Met intern een beeld van wat er nodig is aan capaciteit, ervaring en kennis. 6. Waarbij als dat nodig is tijdig en volledig met de deelnemers wordt gecommuniceerd over eventuele afwijkingen. Hiervoor is een vaste bestuurlijke- en ambtelijke overlegstructuur nodig. 7. Waarbij de organisatie en de individuele medewerkers voldoende mogelijkheden hebben om te ontwikkelen. 8. Waarbij aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden kunnen worden geboden n een competitieve arbeidsmarkt. 9. Met een goede professionele interne bedrijfsvoering (financiën, P&O, ICT en huisvesting). 10.

Waarbij deelnemers ook optreden als professionele opdrachtgevers en in staat zijn aan te geven wat zij willen en met de organisatie in gesprek gaan wanneer dat nodig is. 11. Waar deelnemers als eigenaren van de organisatie waar mogelijk de organisatie ondersteunen en ook zien als een dienst van henzelf. 12. En dat de organisatie er voor zorgt dat de deelnemers blijvend tevreden zijn als opdrachtgevers als het gaat om kwaliteit, nabijheid en balans tussen uitvoering en inzet van middelen.

Bijlage 3. Vergelijkende data uit Tweejaarlijks onderzoek van de Wet VTH t.b.v. deelvraag 3 Deelvraag 3: Hoe zijn de prestaties en de kosten van de ODIJ in vergelijking tot andere omgevingsdiensten? Verwacht werd dat de meest recente data vanuit het Tweejaarlijks onderzoek van de Wet VTH in september of oktober 2025 beschikbaar zouden zijn. Dit is nog niet het geval. Indien deze beschikbaar zijn worden deze toegevoegd aan de rapportage of separaat gedeeld.

64 / 66

Bijlage 4. Lijst van afkortingen Afkorting AB

Definitie Algemeen Bestuur

AMvB Art.

Algemene Maatregel van Bestuur Artikel

Awb B&W

Algemene wet bestuursrecht Burgemeester en Wethouders

BOB

Beeldvormend – Oordeelsvormend – Besluitvormend Basistakenpakket

BTP BZK

(Ministerie van ) Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

DB DVO

Dagelijks Bestuur Dienstverleningsovereenkomst

EV GR

Externe Veiligheid Gemeenschappelijke Regeling

GS IBP-VTH IenW

Gedeputeerde Staten Interbestuurlijk Programma vergunningverlening, toezicht en handhaving (Ministerie van) Infrastructuur en Waterstaat

Kpi’s OD

Key performance indicators Omgevingsdienst

ODIJ ODNHN

Omgevingsdienst IJmond Omgevingsdienst Noord-Holland Noord

ODNZKG OFGV

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Omgevingsdienst Flevoland Gooi- en Vechtstreek

OL P&C

Openbaar Lichaam Planning & Control

PS PvA

Provinciale Staten Plan van Aanpak

VTH Wgr

Vergunningverlening, toezicht en handhaving Wet gemeenschappelijke regelingen

65 / 66

Werken met TwynstraGudde betekent samen maatschappelijke transities werkend krijgen. Met advies, management en opleidingen helpen we mensen en organisaties bij duurzame veranderingen. Denk aan energie en klimaat, wonen, veiligheid, landbouw, mobiliteit, zorg en onderwijs. Onze kracht ligt in daadkracht. In het creëren van oplossingen die werkbaar zijn én werkbaar blijven. Samen met onze opdrachtgevers - en alle belanghebbenden daaromheen - werken we aan een samenleving die schoon, veilig, gezond en weerbaar is. Zo maken we blijvend impact op morgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16558632/1