T@B - Beantwoording technische vragen over WMO reablement.pdf
Tekst van het document
RAADSVRAGEN Datum : 23 september 2026 Onderwerp : WMO Reablement Naam steller : Stefan den Boef Partij : T@B Categorie : Technische vragen over geagendeerde stukken Vraag 1 Waarop is de aanname gebaseerd dat 30% van de nieuwe cliënten na Powerful Ageing geen huishoudelijke ondersteuning meer nodig heeft? Reactie college: De aanname van 30% is gebaseerd op ervaringen die elders met Powerful Ageing zijn opgedaan en op aannames die ten grondslag liggen aan de opgestelde businesscase. Voor de Drechtsteden zijn geen afgeronde lokale resultaten beschikbaar waarmee deze 30% kan worden onderbouwd. Het betreft daarom geen vastgesteld effectpercentage, maar een aanname die is gebruikt om de potentiële financiële effecten inzichtelijk te maken. De daadwerkelijke uitkomsten zijn afhankelijk van de doelgroepselectie, de gehanteerde exclusiecriteria en de mate waarin deelnemers het programma succesvol afronden. Vraag 2 In de businesscase staat dat in het tweede jaar 25% van de cliënten die met Powerful Ageing zijn gestart nog geen huishoudelijke ondersteuning nodig heeft.
Waarom wordt in de berekening vervolgens uitgegaan van 25% van alle 449 nieuwe cliënten en niet van 25% van de circa 135 deelnemers? Wat wordt de besparing als met die laatste groep wordt gerekend? Reactie college: De businesscase is opgesteld als een scenarioanalyse en niet als een voorspelling van daadwerkelijk gerealiseerde resultaten. Daarbij is gerekend met een besparing van 25% op de verwachte jaarlijkse kosten van nieuwe instroom in huishoudelijke ondersteunin g. Deze berekening is niet rechtstreeks gebaseerd op 25% van het aantal deelnemers aan Powerful Ageing. Indien zou worden uitgegaan van circa 135 deelnemers en 25% daarvan in het tweede jaar geen huishoudelijke ondersteuning meer nodig heeft, betreft dit ongeveer 34 cliënten. De financiële besparing zou dan afhangen van de gemiddelde kosten per cliënt voor huishoudelijke ondersteuning. Hiervoor is een afzonderlijke doorrekening nodig.
Vraag 3 Hoeveel inwoners zijn tijdens de eerdere pilot Powerful Ageing in de Drechtsteden verwezen, gestart, voortijdig gestopt en hebben het traject afgerond? Hoeveel van hen hadden na afloop geen of minder Wmo-ondersteuning nodig? Zijn deze cijfers ook beschikbaar voor Hardinxveld-Giessendam? Reactie college: Uit de rapportage van maart 2025 blijkt dat in de laatste twaalf maanden van het programma 140 inwoners na intake als trainbaar zijn beoordeeld en daarmee in aanmerking kwamen voor deelname aan Powerful Ageing. Dit betrof ongeveer 40% van alle uitgevoerde intakes in de Drechtsteden. Vanwege het vroegtijdig beëindigen van het programma zijn geen volledig gevalideerde gegevens beschikbaar over: • het aantal inwoners dat daadwerkelijk is gestart; • het aantal inwoners dat het programma voortijdig heeft beëindigd; • het aantal inwoners dat het programma succesvol heeft afgerond; - 2 - • het aantal inwoners dat na afloop minder of geen Wmo-ondersteuning nodig had. Voor Hardinxveld -Giessendam gold dat ongeveer 9 inwoners als trainbaar werden beoordeeld. Dit kwam neer op ongeveer 25% van de uitgevoerde intakes. Vraag 4 De Sociale Dienst schrijft dat er bij de eerdere pilot signalen waren dat deelnemers Powerful Ageing als verplicht ervaarden voordat zij in aanmerking zouden komen voor huishoudelijke ondersteuning, een traplift of een scootmobiel.
Welke redenen zijn geregistreerd voor het voortijdig stoppen met het programma? Zijn er daarnaast klachten of bezwaren over het programma ingediend? Reactie college: Deze signalen zijn er inderdaad geweest. Inwoners zijn nooit verplicht geweest deel te nemen aan het programma Powerful Aging. Echter, als inwoners onderzocht zijn en trainbaar geacht werden, dan kwamen zij niet in aanmerking voor een indicatie voor huishoudelijke ondersteuning. Over het algemeen waren de ervaringen van inwoners positief. Inwoners moesten wel wennen aan de andere manier van kijken en bij sommige inwoners was sprake weerstand. Dit hoort bij dergelijke veranderingen. Er waren ook inwoners die aangaven dat zij zich fitter voelden. Door negatieve berichtgeving is destijds de keuze gemaakt om naast het programma Powerful Ageing in sommige gevallen ook een indicatie voor huishoudelijke ondersteuning af te geven. Dit druiste tegen het gedachtegoed van de uitvoerend organisatie in waardoor destijds is gestopt met de pilot. Vraag 5 Als Powerful Ageing opnieuw wordt ingevoerd, wat betekent het voor de aanvraag voor huishoudelijke ondersteuning als een inwoner niet wil deelnemen aan het programma? Reactie college: Deelname aan Powerful Ageing is vrijwillig.
Wanneer echter uit onderzoek blijkt dat een inwoner door middel van een herstelgericht traject naar verwachting zelfredzaam kan blijven of worden, kan dit worden meegewogen bij de beoordeling van de ondersteuningsvraag. Bij een eventuele herinvoering zal nader moeten worden vastgesteld op welke wijze deelname of het afzien van deelname zich verhoudt tot de beoordeling van een aanvraag voor huishoudelijke ondersteuning. Dit zal worden uitgewerkt in beleid en beleidsregels. Met het stimuleren van de eigen kracht van inwoners en het versterken van de zelfredzaamheid beogen we dat inwoners hulp en ondersteuning vanuit de Wmo niet meer nodig hebben. Vraag 6 Welke rol had Powerful Ageing in de eerdere beleidsregels bij de beoordeling van een aanvraag voor huishoudelijke ondersteuning, waarom is deze bepaling in de huidige beleidsregels vervallen en welke rol zou Powerful Ageing bij een eventuele herinvoering krijgen? Reactie college: In eerdere beleidsregels was opgenomen dat inwoners voor wie Herstelgerichte Ondersteuning (Powerful Ageing) een passende oplossing werd geacht, in beginsel niet in aanmerking kwamen voor een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning, tenzij dit zou leiden tot onredelijke of onbillijke situaties. Deze bepaling is vervallen nadat de inzet van Powerful Ageing is beëindigd.
Als wordt besloten het programma opnieuw in te voeren, zal opnieuw moeten worden beoordeeld of en op welke wijze dit in de beleidsregels wordt opgenomen. Daarbij zullen ook de ervaringen uit de eerdere pilot worden meegenomen. Vraag 7 In het onderzoek naar Powerful Ageing worden verbeteringen gemeten in onder andere spierkracht en fysiek functioneren. Is ook onderzocht of deelnemers daarna daadwerkelijk minder huishoudelijke ondersteuning nodig hadden? Zo ja, wat waren daarvan de resultaten? Reactie college: - 3 - De beschikbare onderzoeken naar Powerful Ageing richten zich primair op effecten op fysieke fitheid, spierkracht, balans en dagelijks functioneren. Voor de Drechtsteden zijn geen volledig afgeronde en gevalideerde gegevens beschikbaar waaruit blijkt hoeveel deelnemers na afloop daadwerkelijk minder of geen huishoudelijke ondersteuning nodig hadden. De in de businesscase gehanteerde 30% betreft daarom een aanname. Vraag 8 Waarop is de aanname gebaseerd dat in het tweede jaar nog 25% van de cliënten geen huishoudelijke ondersteuning nodig heeft? Zijn hiervoor resultaten beschikbaar uit de eerdere pilot in de Drechtsteden? Reactie college: De aanname van 25% is opgenomen als scenario in de businesscase om inzicht te geven in mogelijke langetermijneffecten. Het betreft een aanname.
Er zijn geen resultaten beschikbaar uit de eerdere pilot, omdat deze te kort heeft gedraaid en voortijdig is beëindigd. Vraag 9 Hoeveel nieuwe cliënten voor huishoudelijke ondersteuning in Hardinxveld -Giessendam zouden naar verwachting voldoen aan de criteria voor Powerful Ageing? Welk percentage van de nieuwe aanvragen in onze gemeente is dat? Reactie college: Op basis van de businesscase wordt voor de gehele Drechtsteden uitgegaan van ongeveer 449 nieuwe cliënten huishoudelijke ondersteuning per jaar. Voor Hardinxveld -Giessendam komt dit neer op ongeveer 50 nieuwe cliënten per jaar. Hoeveel van deze inwoners daadwerkelijk in aanmerking zouden komen voor Powerful Ageing is niet exact vast te stellen. Dat hangt af van de definitieve doelgroep afbakening en de toe te passen inclusie - en exclusiecriteria. Op dit moment kan daarom geen betrouwbaar percentage voor Hardinxveld-Giessendam worden gegeven. Vraag 10 In de conclusie van de businesscase staat dat Powerful Ageing van de drie onderzochte varianten de grootste gezondheidswinst oplevert. Op welke vergelijkbare gegevens van Powerful Ageing, de ergotherapeut en de huishoudcoach is die conclusie gebaseerd? Reactie college: De conclusie is gebaseerd op de aard en doelstelling van de onderzochte interventies.
Powerful Ageing richt zich – in tegenstelling tot de andere varianten – expliciet op het verbeteren van fysieke belastbaarheid, spierkracht, mobiliteit en zelfredzaamheid . Echter, dit is een beleidsmatige inschatting en niet wetenschappelijk bewezen.