CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage F. Netimpact.pdf

Gemeenteraad GHG 24 juni 2021, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 7: Regionale Energiestrategie 1.0 - Raadsvoorstel6.823 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

NETIMPACT RES 1.0 DRECHTSTEDEN dinsdag 6 april 2021

1

2

SAMENVATTING – REGIO GEGEVENS Dit document beschrijft de impact van de Regionale Energie Strategie op de energieinfrastructuur. Het uitgangspunt voor de analyse is de regionale input voor het verwachte aanbod en de verwachte vraag naar energie. Samen geeft dit een integraal beeld van de regionale ontwikkelingen.

Opgesteld vermogen per scenario (MW) 21 Kleinschalig zon op dak (<15 kWp)

Aangeleverde RES-data: Aanbod en vraag naar energie Voor het aanbod in de regio zijn gegevens aangeleverd voor het verwachte opgestelde vermogen aan windmolens, grootschalige zonnepanelen en kleinschalig zon in 2030. De regio heeft drie verschillende scenario’s aangeleverd. De staafdiagram rechts geeft het opgestelde vermogen per scenario per categorie weer.

17

10

Hoog

0,42

0,35

0,55

0,73

100%

84%

131%

174%

151

364

510

192

9 14 23 24

Wind op land

0

100 2019

Voor de vraag naar energie zijn gegevens aangeleverd voor de warmteoplossingen bestaande woningen. Voor de overige categorieën zijn de back-up gegevens van NP RES gebruikt.

Midden

111

Zon op land

De tabel rechtsonder geeft de verhouding tussen grootschalig zon op dak, zon op land en wind per scenario aan in opgesteld vermogen. Hierbij valt op dat het percentage wind in alle scenario’s beperkt is en dat zon op dak de voorkeur heeft boven zon op land.

Laag

219

Grootschalig zon op dak

In de tabel linksonder wordt de hoogte van de verschillende scenario’s weergegeven in terra wattuur. Hierbij valt op dat het midden en hoge scenario fors hoger zijn dan de ambitie in de concept RES en 3 tot 4 keer zo hoog als het concept RES bod van 0,18 TWh. Het lage scenario is tweemaal zo hoog als het RES bod.

Ambitie concept RES (TWh*)

77 77 77

Laag

200 Midden

300

400

500

Hoog

% van het RES bod (opgesteld vermogen)

Laag

Midden

Hoog

Wind op land

4%

4%

3%

Zon op land

32%

28%

27%

Grootschalig zon op dak (>15kWp)

64%

68%

70%

* Voor de omrekening van opgegeven MW naar TWh is uitgegaan van 2500 vollasturen voor wind en 950 vollasturen voor zon

600

SAMENVATTING – CONCLUSIES NETIMPACT Impact van RES 1.0 op tijd, ruimte en geld De netimpact van de verschillende scenario’s is weergegeven in de tabel en grafiek. De netimpact verschilt aanzienlijk tussen de scenario’s, wat een logisch gevolg is van de verschillende ambities van de scenario’s. De netimpact van het lage scenario is ook het laagste. In dit scenario dienen twee nieuwe stations gebouwd te worden en dient één verbinding uitgebreid te worden.

Samenvatting per scenario

Laag

Midden

Hoog

Nieuw te bouwen stations

2

2

5

Uit te breiden stations / verbindingen

1

2

3

Kosten - miljoen euro

60 - 77

73 - 94

181 - 203

Extra ruimte - m2

4.200 - 4.750

4.200 - 4.750

8.250 - 8.900

Het midden scenario levert dezelfde knelpunten op als het lage scenario. Daarnaast moet nog één extra station worden uitgebreid en zijn de kosten voor de netuitbreidingen op lagere netvlakken ook hoger. In het hoge scenario is de netimpact dermate hoog dat er vijf nieuwe stations nodig zijn. Ook zal er in dit scenario significante impact zijn op de TenneT stations, wat niet in deze rapportage is opgenomen. De totale netimpact is ruim twee keer zo hoog als de andere scenario’s. De benodigde investeringen voor het hoge scenario zijn niet te realiseren voor 2030. Het scenario wordt hiermee als niet uitvoerbaar beschouwd.

Totale netimpact (miljoen euro) minimale kosten 200 180 31

160

De benodigde doorlooptijd voor de netuitbreidingen is aangegeven in hoofdstuk 5 – netimpact.

140

In de huidige netimpact analyse is geen rekening gehouden met de ambities van naastgelegen RES regio’s. In hoofdstuk 5 staat wel aangegeven welke additionele knelpunten er worden voorzien in de regio vanwege naastgelegen RES regio’s en vanuit afname.

100

120

80 60

150 22 17

40 20

43

51

Laag - min

Midden - min

0

stations

lagere netvlakken

Hoog - min

SAMENVATTING – AANBEVELINGEN Aanbevelingen t.a.v. het RES-bod • De regio werkt op dit moment nog met drie verschillende scenario’s met uiteenlopend ambitieniveau. De netimpact van deze scenario’s is uiteraard ook verschillend. Om een inschatting te kunnen maken van de netimpact en benodigde netuitbreidingen is het van belang dat er keuzes gemaakt gaan worden en gewerkt wordt richting één scenario. Op basis van drie verschillende scenario’s is het als netbeheerder niet mogelijk om rekening te houden met de RES opgave bij het maken van investeringsbeslissingen. •

Ten opzichte van de concept RES zien we een sterke stijging in de ambitie voor de verschillende scenario’s. Hierdoor neemt de netimpact ook toe. Om een reëel beeld te krijgen van netimpact en daarmee de haalbaarheid en betaalbaarheid van de RES opgave is het van belang om toe te werken richting één scenario met de daadwerkelijke ambitie van de regio.

•

Door het vermogen per station te optimaliseren kan het aantal knelpunten beperkt worden. Door bijvoorbeeld het vermogen van het zonnepark aangesloten op Walburg in het midden scenario terug te brengen, kan dit knelpunt vermeden worden.

•

De benodigde netinvesteringen voor het hoge scenario zijn niet voor 2030 te realiseren. Het ambitieniveau ligt ook veel hoger dan het bod uit de concept RES. Bij het opstellen van het definitieve scenario voor RES 1.0 kan dit scenario buiten beschouwing worden gelaten en kan het beste worden aangesloten bij het lage en / of midden scenario.

•

Ten opzichte van de concept RES zien we een sterke stijging in ambitie voor zon op dak. Het verdient aanbeveling om nader te onderzoeken wat een realistische ambitie is voor zon op dak, rekening houdend met beperkingen zoals ligging van het dak, obstructies, bereidheid van dak eigenaren en dakconstructies. Stedin werkt aan een nadere analyse voor het benutbaar oppervlakte voor zon op dak en zal deze analyse delen met de regio zodra deze beschikbaar is.

Aanbevelingen systeemefficiëntie •

Zon op dak levert in alle scenario’s het grootste aandeel in opgesteld vermogen en leidt tot een groot aantal knelpunten op lagere netvlakken. In het vervolg van het RES proces is het nodig om gezamenlijk met de netbeheerder de exacte locaties, bijbehorend vermogen en beschikbare netcapaciteit gedetailleerder in beeld te brengen om het aantal knelpunten te verminderen.

•

Het aandeel wind is in alle scenario’s beperkt en varieert tussen 3% en 4%. Gezien het feit dat wind efficiënter gebruik maakt van netcapaciteit, adviseert Stedin de spreiding van zon-op-dak, zon-op-land en wind-op-land op regionaal niveau in balans te brengen en hiermee de benodigde netuitbreidingen te verminderen. De huidige zon/wind verhouding leidt tot hogere maatschappelijke kosten en lagere uitvoerbaarheid

Algemene aanbevelingen • Stedin blijft graag vroegtijdig op de hoogte van nieuwe initiatieven, zoals in de samenwerking tot nu toe. Gezien de doorlooptijden van onze werkzaamheden is dat essentieel om tijdig te kunnen handelen. •

Veranker de plannen zo snel mogelijk in het omgevingsbeleid. Door de plannen te concretiseren en uit te werken middels de instrumenten in de omgevingswet, wordt de zekerheid van realisatie vergroot. Bij voldoende zekerheid en concreetheid worden de benodigde netinvesteringen opgenomen in de investeringsportfolio.

•

Gezien het grote aandeel van grootschalig zon op dak adviseert Stedin om de haalbaarheid hiervan nader te onderzoeken en instrumenten te ontwikkelen om de planbaarheid van deze opgave te vergroten.

•

Na de definitieve RES 1.0 (1 juli 2021) wordt aanbevolen om de kaders van het RES bod door te vertalen naar een uitvoeringsprogramma. In een uitvoeringsprogramma kan (1) het RES 1.0 scenario verder uitgewerkt worden naar concrete initiatieven met maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak, geborgd in omgevingsplannen en met afspraken over de ruimtelijke inpassing van nieuwe netinfrastructuur en (2) de planvorming van regionale ontwikkelingen op het vlak van warmtetransitie, warmtebronnen, elektrisch vervoer en andere ontwikkelingen samengebracht worden naar een integraal regionaal uitvoeringsplan voor de energie-infrastructuur.

6

INTRODUCTIE - LEESWIJZER Doel Dit document beschrijft de impact van de Regionale Energie Strategie op de energieinfrastructuur. Deze informatie kan door de RES-regio gebruikt worden om de plannen te optimaliseren. Leeswijzer Na de introductie (2) volgt een overzicht van de regio en de karakteristieken van het energiesysteem (3). Daarna volgt een samenvatting van de gebruikte regiodata als startpunt van de analyse (4). In de kern van het document wordt een indicatie van de impact op de elektriciteitsinfrastructuur in tijd, kosten en ruimte weergegeven (5). In de bijlage zit een aantal ondersteunende documenten aan deze rapportage (6). Gebruikte data en werkwijze Om de netimpact te bepalen gebruiken we de aangeleverde data van de regio, eventueel aangevuld met landelijke datasets op segmenten die niet door de regio zelf zijn aangeleverd. Op basis daarvan wordt met rekenmodellen en experts de impact bepaald. De impact is altijd een dynamisch samenspel van vraag en aanbod op de elektriciteits- en gasinfrastructuur. Meer informatie over gebruikte datasets is op te vragen bij Stedin.

Disclaimer Deze rapportage is met zorg samengesteld ten behoeve van de RES ontwikkeling in uw regio. De rapportage geeft een indicatie van de impact van de regionale ontwikkelingen op het elektriciteitsnet vanuit de beschikbare informatie op het moment van analyse. Door dit globale karakter worden diverse onderwerpen niet meegenomen, bijvoorbeeld de belasting op individuele kabels of de lokale spanningskwaliteit op delen van het net. Deze globale indicatie is beoordeeld vanuit huidige wet- en regelgeving. Het is mogelijk dat netbeheerders door Europese of nationale ontwikkelingen andere mogelijkheden of verplichtingen krijgen. Dit kan invloed hebben op de indicatie van de impact. De impact is bepaald op basis van gegevens aangeleverd vanuit de regio, eventueel aangevuld met back-up gegevens vanuit NP RES. Stedin draagt geen verantwoordelijkheid over deze gegevens. De informatie in dit document kan gebruikt worden om het RES bod verder te ontwikkelen. Aan de informatie in dit document kunnen geen rechten worden ontleend. De netimpact is bepaald zonder rekening te houden met eventuele aanpassingen in de bovenliggende netten van TenneT. De netimpact analyse van TenneT vindt u in de bijlage.

INTRODUCTIE Een betaalbare, betrouwbare en toegankelijke energie-infrastructuur Onze elektriciteits- en gasnetten zijn door de energietransitie ingrijpend aan het veranderen. Zo moet het elektriciteitsnet in hoog tempo fors uitgebreid worden en moeten er aanpassingen gemaakt worden in het gasnet. Niet alles is tegelijkertijd mogelijk. Bovendien wordt het zonder slim werken moeilijk om tijdig de benodigde aanpassingen en uitbreidingen te realiseren. Het is belangrijk dat we deze uitbreidingen samen efficiënt en slim ontwerpen. Heel Nederland betaalt immers mee aan de kosten. Systeemefficiëntie speelt dus een grote rol. Daarnaast moeten we rekening houden met ander ruimtegebruik in ons dichtbevolkte land. Om te zorgen dat de energie-infrastructuur in de toekomst betaalbaar, betrouwbaar en toegankelijk blijft voor iedereen en op de gewenste locaties, is het belangrijk om de impact van regionale keuzes op de energie-infrastructuur inzichtelijk te maken. De netbeheerders hebben hiervoor in samenspraak met PBL en NP RES een werkwijze ontwikkeld om de netimpact van de regionale plannen uit te werken. Het ‘Netimpact bepalen werkproces' is onderdeel van het afwegingskader Energiesysteem Efficiëntie uit de Handreiking Regionale Energiestrategie 1.1.

Van concept RES naar RES 1.0 Ten tijden van de concept RES heeft ook een netimpact analyse plaatsgevonden. Destijds zijn ook drie scenario’s doorgerekend; nul scenario, reken scenario en stretch scenario. In de scenario’s voor de RES1.0 (laag, midden, hoog) zien we met name een verschuiving van wind naar zon op dak ten opzichte van de concept RES. Daarnaast zijn de ambities van de scenario’s behoorlijk omhoog gegaan. De ambitie van het huidige minimale scenario is vergelijkbaar met het reken scenario uit de concept RES. Het midden en hoge scenario liggen boven het stretch scenario uit de concept RES.

9

REGIO IN BEELD - ELEKTRICITEIT •

Er bevinden zich 10 Stedin stations in de RES regio Drechtsteden.

•

Daarnaast zijn er drie Stedin stations in nabijgelegen regio’s waar deze RES regio impact op kan hebben door gebruik te maken van deze stations.

•

Stations zijn niet exclusief toebedeeld aan uw regio. Ook andere regio’s kunnen capaciteit vragen van de stations in de regio.

Netvlak TS MS TS/MS TS/MS MS MS TS/MS MS TS/MS MS

Stations Stedin regio Drechtsteden Alblasserdam 150/50 kV Dordtse Kil 50/13 kV Hardinxveld 50/13 kV Merwedehaven 150/50/13 kV Oranjelaan 50/13 kV Papendrecht 50/13 kV Sterrenburg 150/50/13 kV Swinhaven 50/13 kV Walburg 50/13 kV Zwarte Paard 50/13 kV

Netvlak TS/MS TS/MS MS

Stations Stedin naastgelegen regio’s Arkel (150/50/23/13 kV) Gorinchem 50/13 kV Ridderkerk 50/13 kV Middenspanning (MS) station Tussenspanning (TS) station

11

AANGELEVERDE GEGEVENS Regionale ambitie opwek De regionale ambitie voor grootschalige opwek is per scenario weergegeven in de tabel en het staafdiagram. •

De regio heeft drie verschillende scenario’s opgesteld die met name verschillen in de hoogte van de ambitie.

•

Ten opzichte van de ambitie van de concept RES (1,5 PJ – 0,42 TWh) liggen het midden en hoog scenario hier fors boven met respectievelijk 133% en 176%.

•

Opgesteld vermogen per scenario (MW) 21 Kleinschalig zon op dak (<15 kWp)

77 77 77

17

219

Grootschalig zon op dak

Ten opzichte van het RES bod (0,18 TWh) is het verschil met de huidige scenario’s nog vele malen groter (200, 300 en 400%).

10

111

Zon op land

•

In alle scenario’s ligt de focus op zon op dak (64 – 70%).

•

De ambitie voor zon op land varieert tussen de 27% en 32% van het bod.

•

Het aandeel wind is in alle scenario’s beperkt en varieert tussen 3% en 4%.

100 2019

Laag

Midden

Hoog

0,42

0,35

0,55

0,73

100%

84%

131%

174%

510

192

9 14 23 24

Wind op land

0

Ambitie concept RES (TWh*)

151

364

Laag

200 Midden

300

400

500

Hoog

% van het RES bod (opgesteld vermogen)

Laag

Midden

Hoog

Wind op land

4%

4%

3%

Zon op land

32%

28%

27%

Grootschalig zon op dak (>15kWp)

64%

68%

70%

* Voor de omrekening van opgegeven MW(p) naar TWh is uitgegaan van 2500 vollasturen voor wind en 950 vollasturen voor zon

600

AANGELEVERDE GEGEVENS Aangeleverde gegevens – duurzame opwek Onderstaande tabel geeft weer welke input is gebruikt. De regio heeft gegevens aangeleverd voor de wind op land, zon op land en grootschalige zon op dak voor 2030. Voor de vraag zijn gegevens aangeleverd voor de warmteoplossingen bestaande woningen. Voor de overige categorieën zijn de back-up gegevens van NP RES gebruikt.

Aanbod

Concept RES

RES 1.0

Vraag

Concept RES

RES 1.0

Elektriciteit Wind op Land

Regio

Regio

Back-up

Back-up

Zon op land

Regio

Regio

Stedin

Regio

Grootschalig zon op dak (>15kWp)

Regio

Regio

Elektriciteit Nieuwbouw woningen Warmte oplossingen bestaande woningen Nieuwbouw utiliteit

Back-up

Back-up

Kleinschalige zon op dak (<15kWp)

Back-up

Back-up

Bestaande utiliteit

Back-up

Back-up

Overige duurzame opwek

Geen gegevens Geen gegevens

Elektrisch vervoer

Back-up

Back-up

Landbouw/glastuinbouw

Back-up

Back-up

Datacenters

Geen gegevens

Geen gegevens

Industrie

Back-up

Back-up

Utiliteit

Geen gegevens

Geen gegevens

Industrie

Geen gegevens

Geen gegevens

Landbouw/glastuinbouw

Geen gegevens

Geen gegevens

Vervoer

Geen gegevens

Geen gegevens

Totale vraag

Geen gegevens

Geen gegevens

Gas

Waterstof

Groengas

Groene waterstof

Overig

Geen gegevens Geen gegevens

Geen gegevens Geen gegevens Concept RES

Flexibiliteit

RES 1.0

Geen gegevens Geen gegevens

Gas

Waterstof

14

TOELICHTING METHODIEK De netimpact wordt per scenario toegelicht in dit hoofdstuk. Hieronder staan de gehanteerde uitgangspunten van de netimpact analyse beschreven.

Uitgangspunten •

De impact analyse is alleen gebaseerd op de opgave van deze RES regio. Er wordt geen rekening gehouden met de impact van de opgave van andere RES regio’s. Dit betekent dat alleen de knelpunten die voortkomen uit de opgegeven vermogens van deze RES regio worden weergegeven in deze netimpact analyse.

•

Impact op tijd, ruimte en geld is bepaald op basis van standaard kengetallen zoals vermeld in het basisdocument energie-infrastructuur van Netbeheer Nederland*, aangevuld met eigen inschattingen voor uitbreidingen van stations indien van toepassing (prijspeil 2021).

•

De potentiële haalbaarheid is vastgesteld o.b.v. het gezamenlijke streven om de benodigde doorlooptijden van besluitvorming t/m uitvoering op tijd en zo snel mogelijk te laten plaatsvinden.

•

Bij de analyse van potentiële haalbaarheid is uitgegaan van besluitvorming per 2022 en is geen toets gedaan op de totale investeringsportfolio van Stedin.

•

Bij de analyse van potentiële haalbaarheid is geen toets gedaan op de RES ambities van andere regio’s

•

De knelpunten zijn vastgesteld o.b.v. het door de regio opgeleverde scenario op de bestaande netinfrastructuur.

•

Bij de impact per station RES bod per station is de ruimte voor teruglevering gebaseerd op de capaciteit bij Stedin. Eventuele terugleverlimieten vanuit TenneT zijn hierin niet meegenomen.

•

Bij grootschalig zon op dak en zon op land wordt uitgegaan van een aansluitvermogen van 70% van het piekvermogen van de installatie, in lijn met het convenant Stroom Betaalbaar: https://www.netbeheernederland.nl/nieuws/netbeheerders-en-zonsector-slaan-handen-ineen-1414

•

Bij het realiseren van nieuwe aansluitingen voor opwek wordt uitgegaan van een enkelvoudige maatwerk aansluiting.

* https://www.netbeheernederland.nl/_upload/Files/Basisdocument_over_energie-infrastructuur_143.pdf

NETIMPACT – KNELPUNTEN STATIONS – LAAG In de kaart hieronder is te zien op welke stations knelpunten optreden in het lage scenario en of deze kunnen worden opgelost voor 2030. Op station Sterrenburg wordt een knelpunt voorzien vanwege afname. Op station Dordtse Kil en Hardinxveld worden knelpunten voorzien vanwege opwek. De individuele knelpunten kunnen naar verwachting worden opgelost voor 2030, uitgaande van tijdige besluitvorming rondom de te realiseren projecten. De staafdiagram geeft een indicatie van de belasting per station door het bod en de beschikbare capaciteit met elkaar te vergelijken. Hiermee wordt ook inzichtelijk hoeveel capaciteit er nog beschikbaar is per station. Indien opweklocaties bij stations met knelpunten verschoven kunnen worden naar stations met beschikbare ruimte wordt er beter gebruik gemaakt van de beschikbare netcapaciteit en worden investeringen voorkomen.

Belasting door opwek per station - Laag 225 200 175 150 125 100 75 50

25 0

Middenspanning (MS) station Belasting Opwek

Maximale capaciteit

Knelpunt

Tussenspanning (TS) station

NETIMPACT LAAG – OPLOSSINGEN IN TIJD, RUIMTE EN GELD Nieuwe stations Er zijn twee nieuwe stations nodig om de voorziene knelpunten op te lossen bij Dordtse Kil en Hardinxveld. Deze investeringen zijn nog niet opgenomen in het investeringsplan, maar gesprekken over mogelijke locaties zijn opgestart met de gemeenten. Uitbreidingen Stations Bij station Sterrenburg treedt een afname knelpunt op waardoor het station verzwaard moet worden. Deze investering is nog niet opgenomen in het investeringsplan.

Uitbreidingen Lagere netvlakken • In de lagere netvlakken dienen MS en LS kabels vervangen te worden. • Daarnaast dienen MS/LS transformatoren bijgeplaatst te worden. • De inschatting voor de totale kosten bedragen ca. 17 – 25 miljoen en er is 200 – 750 m2 additionele ruimte benodigd. Doorlooptijd In onderstaande tabel staan de doorlooptijden van individuele projecten benoemd. De doorlooptijd voor het totaal aan werkzaamheden is afhankelijk van de totale portfolio aan werkzaamheden en de uiteindelijke fasering van de realisatie van opwek installaties.

De totale kosten voor nieuwe en uit te breiden station bedragen 43 - 52 miljoen en er is 4.000 m2 additionele ruimte benodigd. De individuele knelpunten kunnen naar verwachting worden opgelost voor 2030, uitgaande van tijdige besluitvorming rondom de te realiseren projecten.

Netvlak

Knelpunt

Type knelpunt

Technische oplossing en handelingsperspectief

Potentiële haalbaarheid voor 2030

Opgenomen in IP 2020

Realisatie nieuw TS/MS station en 50 kV voedingen

R

T

Oorzaak knelpunt Capaciteit

TS/MS

Dordtse Kil 50/13 kV

Opwek Velden

Hardinxveld 50/13 kV

Opwek

Kosten - M€

Extra - m2

Doorlooptijd - jaren

Status

18-20

2.000

5-7

Gesprekken over grondoptie gestart

20-25

2.000

5-7

Gesprekken over grondoptie gestart

7 km 1 station

Capaciteit TS/MS

Aantal assets

Realisatie nieuw TS/MS station en 50 kV voedingen

R

T

Velden

10 km 1 station

TS/MS

Sterrenburg 50/13 kV

Afname

Capaciteit

TS/MS Sterrenburg verzwaren naar 56 MVA

R

T

2

5-7

-

5-7

RES netimpact analyse

MS/LS

MS-kabels LS-kabels MS/LS transformatoren

Opwek /Spanning

Capaciteit

MS & LS kabels vervangen door kabels met een grotere capaciteit en plaatsen extra MS/LS distributieruimten.

?

T

-

17 - 25

200 - 750

1-3

RES netimpact analyse

NETIMPACT – KNELPUNTEN STATIONS – MIDDEN In de kaart hieronder is te zien op welke stations knelpunten optreden en of deze kunnen worden opgelost voor 2030. Op station Sterrenburg wordt een knelpunt voorzien vanwege afname. Op de stations Dordtse Kil, Walburg en Hardinxveld treden capaciteitsknelpunten op vanwege de voorziene opwek. De individuele knelpunten kunnen naar verwachting worden opgelost voor 2030, uitgaande van tijdige besluitvorming rondom de te realiseren projecten. De staafdiagram geeft een indicatie van de omvang van het knelpunt per station door het bod en de beschikbare capaciteit met elkaar te vergelijken. Hiermee wordt ook inzichtelijk hoeveel capaciteit er nog beschikbaar is per station. Indien opweklocaties bij stations met knelpunten verschoven kunnen worden naar stations met beschikbare ruimte wordt er beter gebruik gemaakt van de beschikbare netcapaciteit en worden investeringen voorkomen.

Belasting door opwek per station - Midden 225 200 175 150 125 100 75 50 25 0

Middenspanning (MS) station Belasting Opwek

Maximale capaciteit

Tussenspanning (TS) station

NETIMPACT MIDDEN – OPLOSSINGEN IN TIJD, RUIMTE EN GELD Nieuwe stations Er zijn twee nieuwe stations nodig om de voorziene knelpunten op te lossen bij Dordtse Kil en Hardinxveld. Deze investeringen zijn nog niet opgenomen in het investeringsplan, maar gesprekken over mogelijke locaties zijn opgestart met de gemeenten. Uitbreidingen Stations Bij station Sterrenburg treedt een afname knelpunt op waardoor het station verzwaard moet worden. Deze investering is nog niet opgenomen in het investeringsplan. Bij stations Walburg treedt een knelpunt op vanwege opwek waardoor de verbinding verzwaard moet worden. Deze investering is nog niet opgenomen in het investeringsplan.

Uitbreidingen Lagere netvlakken • In de lagere netvlakken dienen MS en LS kabels vervangen te worden. • Daarnaast dienen MS/LS transformatoren bijgeplaatst te worden. • De inschatting voor de totale kosten bedragen ca. 22 – 32 miljoen en er is 200 – 750 m2 additionele ruimte benodigd. Doorlooptijd In onderstaande tabel staan de doorlooptijden van individuele projecten benoemd. De doorlooptijd voor het totaal aan werkzaamheden is afhankelijk van de totale portfolio aan werkzaamheden en de uiteindelijke fasering van de realisatie van opwek installaties.

De totale kosten voor nieuwe en uit te breiden station bedragen 51 - 62 miljoen en er is 4.000 m2 additionele ruimte benodigd. De individuele knelpunten kunnen naar verwachting worden opgelost voor 2030, uitgaande van tijdige besluitvorming rondom de te realiseren projecten. Netvlak

Knelpunt

Type knelpunt

Technische oplossing en handelingsperspectief

Potentiële haalbaarheid voor 2030

Opgenomen in IP 2020

Realisatie nieuw TS/MS station en 50 kV voedingen

R

T

Oorzaak knelpunt Capaciteit

TS/MS

Dordtse Kil 50/13 kV

Opwek Velden

Hardinxveld 50/13 kV

Opwek

Kosten - M€

Extra - m2

Doorlooptijd - jaren

Status

18-20

2.000

5-7

Gesprekken over grondoptie gestart

20-25

2.000

5-7

Gesprekken over grondoptie gestart

7 km 1 station

Capaciteit

TS/MS

Aantal assets

Realisatie nieuw TS/MS station en 50 kV voedingen

R

T

Velden

10 km 1 station

TS/MS

Sterrenburg 50/13 kV

Afname

Capaciteit

TS/MS Sterrenburg verzwaren naar 56 MVA

R

T

2

5-7

-

5-7

RES netimpact analyse

TS

Walburg 50 kV

Opwek

Capaciteit

3e 50 kV verbinding aanleggen naar Merwedehaven

R

T

6 km

8-10

-

5

RES netimpact analyse

MS/LS

MS-kabels LS-kabels MS/LS transformatoren

Opwek /Spanning

Capaciteit

MS & LS kabels vervangen door kabels met een grotere capaciteit en plaatsen extra MS/LS distributieruimten.

?

T

-

22 - 32

200 - 750

1-3

RES netimpact analyse

NETIMPACT – KNELPUNTEN STATIONS – HOOG In de kaart hieronder is te zien op welke stations knelpunten optreden en of deze kunnen worden opgelost voor 2030. Op station Sterrenburg wordt een knelpunt voorzien vanwege afname. Op de stations Dordtse Kil, Walburg en Hardinxveld treden capaciteitsknelpunten op vanwege de voorziene opwek. De individuele knelpunten kunnen naar verwachting worden opgelost voor 2030, uitgaande van tijdige besluitvorming rondom de te realiseren projecten. De staafdiagram geeft een indicatie van de omvang van het knelpunt per station door het bod en de beschikbare capaciteit met elkaar te vergelijken. Hiermee wordt ook inzichtelijk hoeveel capaciteit er nog beschikbaar is per station. Indien opweklocaties bij stations met knelpunten verschoven kunnen worden naar stations met beschikbare ruimte wordt er beter gebruik gemaakt van de beschikbare netcapaciteit en worden investeringen voorkomen.

Belasting door opwek per station - Hoog 300 275 250 225 200

175 150 125 100 75 50 25 0

Middenspanning (MS) station Belasting Opwek

Maximale capaciteit

Tussenspanning (TS) station

NETIMPACT HOOG – OPLOSSINGEN IN TIJD, RUIMTE EN GELD Nieuwe stations Er zijn vijf nieuwe stations nodig om de voorziene knelpunten op te lossen bij Dordtse Kil, Hardinxveld, Papendrecht en Walburg. Deze investeringen zijn nog niet opgenomen in het investeringsplan.

Uitbreidingen Stations Bij station Sterrenburg treedt een afname knelpunt op waardoor het station verzwaard moet worden. Bij stations Walburg en Merwedehaven treden knelpunten op vanwege opwek waarvoor uitbreidingen nodig zijn. Deze investeringen zijn nog niet opgenomen in het investeringsplan.

Uitbreidingen Lagere netvlakken • In de lagere netvlakken dienen MS en LS kabels vervangen te worden. • Daarnaast dienen MS/LS transformatoren bijgeplaatst te worden. • De inschatting voor de totale kosten bedragen ca. 31 – 45 miljoen en er is 250 – 900 m2 additionele ruimte benodigd. Doorlooptijd In onderstaande tabel staan de doorlooptijden van individuele projecten benoemd. De doorlooptijd voor het totaal aan werkzaamheden is afhankelijk van de totale portfolio aan werkzaamheden en de uiteindelijke fasering van de realisatie van opwek installaties.

De totale kosten voor nieuwe en uit te breiden station bedragen 150 - 158 miljoen en er is 8.000 m2 additionele ruimte benodigd. Gezien de benodigde doorlooptijd en impact voor TenneT is het niet haalbaar deze investeringen voor 2030 te realiseren. Netvlak

Knelpunt

Type knelpunt

TS/MS

Dordtse Kil 50/13 kV

Opwek

TS/MS

Sterrenburg 50/13 kV Hardinxveld 50/13 kV

Oorzaak

Technische oplossing en handelingsperspectief

Potentiële haalbaarheid voor 2030

Opgenomen in IP 2020

T

T

Velden

Realisatie van twee nieuwe TS/MS stations en 50 kV voedingen, additionele 50 kV velden creeëren

Afname

Capaciteit

TS/MS Sterrenburg verzwaren naar 56 MVA

R

Opwek en afname

Capaciteit Velden

Realisatie van twee nieuwe TS/MS stations en 50 kV voedingen

T

Papendrecht 50/13 kV

TS

Walburg 50 kV

Opwek

Capaciteit

3e en 4e 50 kV verbinding aanleggen naar Merwedehaven

TS/MS

Walburg 13 kV

Opwek

Capaciteit

HS/TS

Merwedehaven 150/50 kV

Opwek

MS/LS

MS-kabels LS-kabels MS/LS transformatoren

Opwek /Spanning

TS/MS

knelpunt Capaciteit

Aantal assets 20 2 stations

T

2

Kosten - M€

Extra - m2

Doorlooptijd - jaren

Status

>50

4.000

>10

Gesprekken over grondoptie gestart (één station)

5-7

nvt

5-7

RES netimpact analyse

>50

2.000

>10

Gesprekken over grondoptie gestart

18-20

nvt

5-7

RES netimpact analyse

18-20

2.000

7-10

Mogelijkheden verkennen met TenneT

T

25

T

2 station

R

T

12 km

Realisatie nieuw TS/MS station en 50 kV voedingen

T

T

Capaciteit

4e trafo plaatsen

R

T

TenneT aansluiting, 1 trafo en 50 kV verbinding

9-11

ntb

7-10

RES netimpact analyse

Capaciteit

MS & LS kabels vervangen door kabels met een grotere capaciteit en plaatsen extra MS/LS distributieruimten.

?

T

-

31-45

250 - 900

1-3

RES netimpact analyse

7 km 1 station

NETIMPACT WARMTETRANSITIE Aangeleverde gegevens Door de regio zijn gegevens aangeleverd voor de voorziene warmtetransitie van de gebouwde omgeving. Hierbij is per buurt aangegeven hoeveel woningen worden voorzien van een elektrische of hybride warmtepompen en hoeveel woningen worden aangesloten op een warmtenet.

Netimpact warmtetransitie Lagere netvlakken De warmtetransitie levert een additionele impact van ca. 2 tot 3 miljoen euro voor de netuitbreidingen op lagere netvlakken. Dit is ca. 10% van de totaal voorziene netuitbreidingen op lagere netvlakken.

Methodiek Het midden scenario is drie keer doorgerekend. Eén keer zonder de gegevens van de warmtetransitie mee te nemen, één keer inclusief de prognose aangeleverd vanuit de regio en één keer met de prognose vanuit Stedin. Het verschil tussen de berekeningen geeft een beeld van de additionele netimpact vanuit de warmtetransitie m.b.t. capaciteitsknelpunten.

De netimpact op het elektriciteitsnet vanuit de warmtetransitie is beperkt ten opzichte van de totale netuitbreidingen, aangezien in de regio sterk inzet op warmtenetten.

Daarnaast kan er ook impact zijn vanuit de warmtetransitie doordat bijvoorbeeld kabels en leidingen verlegd moeten worden vanwege de aanleg van warmtenetten. Deze netimpact is nog niet meegenomen in de berekende kosten.

De verschillen in financiële impact tussen de Stedin prognose en de prognose vanuit de regio zijn zeer beperkt. Lokaal kunnen er wel grote verschillen optreden, aangezien in bepaalde buurten voor verschillende warmteoplossingen wordt gekozen.

Impact op lagere netvlakken (miljoen euro) 35,0 25,0

31,9

28,9

30,0 19,9

21,9

31,2 21,5

20,0 15,0 10,0 5,0 0,0 Geen warmtetransitie

Warmtetransitie - scenario Warmtetransitie - scenario Drechtsteden Stedin minimaal

maximaal

NETIMPACT – OVERIGE KNELPUNTEN In voorgaande sheets is de netimpact getoond die naar voren komt uit de doorrekening van de input opgegeven door RES regio Drechtsteden. Hierbij is geen rekening gehouden met ambitie van andere RES regio’s. Additioneel is in ieder geval het volgende knelpunt te voorzien voor opwek als rekening wordt gehouden met naastgelegen regio’s: •

Sterrenburg 150/50 kV; de opwek van RES regio Hoekse Waard heeft ook invloed op stations Sterrenburg. Gezien de ambities van beide regio’s is ook op dit station een knelpunt te verwachten.

Middenspanning (MS) station Tussenspanning (TS) station

Netvlak

HS/TS

Knelpunt

Sterrenburg 150/50 kV

Technische oplossing en handelingsperspectief

Potentiële haalbaarheid voor 2030

Opgenomen in IP 2020

Aantal assets

Kosten - M€

Extra - m2

Doorlooptijd - jaren

Status

Inkooppunt met TenneT verzwaren of nieuw HS/TS station realiseren.

T

T

1

20-25

5.000

>10

RES netimpact analyse

Oorzaak

Type knelpunt

knelpunt

Opwek

Capaciteit

AANBEVELINGEN SYSTEEM EFFICIËNTIE Belang van systeem efficiëntie De elektriciteits- en gasnetten zijn door de energietransitie ingrijpend aan het veranderen. Om alle ontwikkelingen als gevolg van de energietransitie te faciliteren en betaalbaar te houden, is het noodzakelijk om naar het totale energiesysteem te kijken. Door de systeem efficiëntie te verbeteren, wordt de gemiddelde benutting van het net verbeterd, en wordt de betaalbaarheid van de energietransitie vergroot. Er zijn verschillende factoren waarmee bijgedragen kan worden aan systeem efficiëntie. Voor meer informatie zie ook de factsheet systeem efficiëntie van Netbeheer Nederland*.

Zon/wind verhouding 50-50 voor opwek

Veel verbetering mogelijk

Om de capaciteit van de stations en verbindingen goed te benutten, is een 50-50 verhouding tussen zon/wind in opgesteld vermogen ideaal. Het aandeel wind is in alle scenario’s beperkt en varieert tussen 3% en 4%.

Benutting van het bestaande net

Verbetering mogelijk

Door de opgave RES 1.0 worden sommige stations zwaar belast door opwek, terwijl er op andere stations nog volop capaciteit beschikbaar is. De grafieken in hoofdstuk netimpact geven aan op welke station nog ruimte beschikbaar is. Door de opweklocaties te verschuiven of het vermogen op een station met een knelpunt te verminderen kan beter gebruik gemaakt worden van de beschikbare capaciteit en kan het aantal knelpunten verminderd worden.

Clustering van opwek

Verbetering mogelijk

Het clusteren van opwek geeft voordelen als efficiëntere benutting, lagere maatschappelijke kosten. Zon op dak levert in alle scenario’s het grootste aandeel in opgesteld vermogen en leidt tot een groot aantal knelpunten op lagere netvlakken.

Vraag en aanbod lokaal matchen

Verbetering mogelijk

Om het transport van energie te beperken is het slim om energie op te wekken dichtbij de locatie waar het gebruikt gaat worden, of daar waar er veel wordt opgewekt nieuwe afname te plaatsen. Bij diverse stations is veel meer opwek voorzien dan vraag, wat leidt tot knelpunten op deze stations.

Overig: Cable pooling, curtailment, etc.

Verbetering mogelijk

Er zijn meerdere manieren om het energiesysteem beter de benutten. We nodigen de regio nadrukkelijk uit om in de komende jaren samen intensief te zoeken, samen met marktpartijen, naar de lokale inpassing van innovatie- en flexoplossingen om de netimpact van de energietransitie te beperken. Denk bijvoorbeeld aan het koppelen van opwek en verbruik, toepassing van cable pooling wind/zon en opslag.

* https://www.netbeheernederland.nl/_upload/Files/Factsheet_Systeemefficientie_185.pdf

25

BELANG VAN HET TOTAALBEELD: ÉÉN ENERGIESYSTEEM Integraal systeem Door de energietransitie verandert het energiesysteem. Waar vroeger de vraag naar energie de infrastructuur bepaalde, zal nu het decentrale aanbod haar stempel gaan drukken. Het net wordt een multifunctionele verbinder waarin de elektriciteit-, warmte- en gasinfrastructuur steeds meer met elkaar verbonden zal zijn. Een integraal energiesysteem vraagt ook om een integrale planning en ontwikkeling met een kijk naar 2030 en 2050. Het opstellen van een integrale visie is daarom erg belangrijk om tijdig aan het werk te kunnen met de nieuwe infrastructuur. Zo worden regionale RESplannen uiteindelijk verbonden in een integrale landelijke RES en kunnen er optimalisaties worden uitgevoerd op nationaal niveau. Verschillende programma’s RES, NAL, TVW, CES en PEH zullen integraal moeten worden bekeken voor een krachtig regionaal plan. Sectorale ontwikkelingen Voor de RES is het slim om alle sectorale ontwikkelingen goed in beeld te hebben, omdat ze grote invloed kunnen hebben op de energie-infractructuur. Industrie Elektrificatie speelt een belangrijke rol bij het realiseren van duurzaamheidsambities binnen de industrie. Ook kan de industrie een bron zijn van restwarmte of kan de industrie een rol spelen in de levering van duurzame gassen (bijvoorbeeld de productie van biogas).

Hiervoor dient in veel gevallen nieuwe infrastructuur gerealiseerd te worden. De grote industrieclusters werken aan CESsen: cluster energie strategieën. Hierin wordt beschreven wat de energiebehoefte van een cluster is, wat de investeringen van de industrie en wat de CO2 reductie bijdrage van een CES kan zijn. Aansluiting tussen RES en CES wordt door de desbetreffende regio geborgd.

Mobiliteit In het regeerakkoord en het Klimaatakkoord staat dat uiterlijk in 2030 alle nieuwe auto's emissieloos moeten zijn. Volgens prognoses die voortkomen uit het Klimaatakkoord is in 2030 de laadbehoefte van elektrische personenauto's 7.100 gigawattuur (GWh). Om aan deze laadbehoefte te voldoen zijn landelijk naar schatting 1,2 miljoen laadpunten nodig

Landbouw Ontwikkelingen in de agrarische sector met veel impact op het elektriciteitsnet zijn zon op (stal)dak en zonneweides op landbouwgronden. Binnen de glastuinbouw zijn twee thema's relevant: verduurzaming (elektrificatie d.m.v. warmtepompen) en intensivering (meer belichting voor hogere opbrengst). Ook is de opwek van groengas een belangrijk thema voor de landbouwsector. Gebouwde omgeving De impact van keuzes voor warmteoplossingen voor de gebouwde omgeving op de elektriciteits- en gasinfrastructuur is groot. Verzwaringen van het elektriciteitsnet betekent ook dat er ruimte voor nieuwe middenspanning en laagspanning stations nodig is in de wijken. Aangeraden wordt om bij de verdere uitwerking van de Transitievisies Warmte en Wijkuitvoeringsplannen de impact op het elektriciteits- en gasnet en de openbare ruimte goed mee te nemen.

AFKORTINGEN, EENHEDEN EN TERMINOLOGIE Afkorting netvlak Toelichting

LS

MS

TS

HS

Laagspanning. Netvlak dat huizen verbindt met transformatorhuisjes in de buurt. <1 kV Middenspanning. Netvlak tussen de transformatorhuisjes in de buurt tot aan stations met middenspanning. 1 – 25 kV Tussenspanning. Netvlak tussen TS en HS stations van TenneT met spanningsniveaus 25 – 66 kV Hoogspanning. Het landelijke transportnet beheerd door TenneT. ≥ 110 kV

Eenheden

Toelichting

Terminologie

Betekenis

Netvlak

kV

Kilo Volt eenheid van spanning

Elektriciteitsnet met een vergelijkbaar spanningsniveau.

Transformator

MVA

Mega Volt Ampere – Nagenoeg gelijk aan Mega Watt (MW). Eenheid van schijnbaar vermogen

MWp

Mega Watt piek – piekvermogen van een installatie.

Apparaat dat de brug slaat tussen twee spanningsniveaus door de electriciteit te transformeren van hoog naar laag voltage (of andersom).

Transformatoren, kabels en/of schakelaars in stations zijn niet geschikt zijn voor de benodigde stroomsterkte. benodigde stroomsterkte. De oplossing is dan in volgorde van voorkeur: Knelpunt op capaciteit componenten bijplaatsen terplekke, deze componenten uitruilen voor grotere, of een nieuw station bouwen.

Knelpunt op aansluitingen

Gebrek aan vrije schakelaars (velden) om kabels veilig op te monteren. In deze velden zit een schakelaar en kortsluitbeveiliging. De oplossing is dan meer velden aanbouwen of een nieuwe installatie (rij met velden) neerzetten.

Cable pooling

Gecombineerd aansluiten van meerdere ontwikkelaars of systemen op één netaansluiting.

Clustering

Het ruimtelijk bijeen zetten van bijvoorbeeld meerdere windturbines of zonneparken zodat grotere parken ontstaan met een hoger vermogen die minder aansluitingen nodig hebben.

Netimpactanalyse conceptRES 150 kV-deelnet Zuid-Holland

28

Oktober 2020

C1 - Publieke Informatie

Netimpactanalyse door TenneT

29

•

In de zomer van 2020 heeft TenneT de netimpact bepaald van alle concept-RES-sen, waarvan de regionale netbeheerders tot die tijd één of meer doorrekeningen hadden gedaan. De impactbepaling is uitgevoerd per hoogspanningsdeelnet. Dit is een deel van de 110/150kV-netten, dat qua bedrijfsvoering als een aparte entiteit kan worden beschouwd en dat geografisch meestal één of twee provincies omvat.

•

De regionale netbeheerders hebben aan TenneT de gegevens ter beschikking gesteld, die zij hebben ontvangen van de betreffende RES-regio’s.

•

Als de RES-regio aan de regionale netbeheerder had gevraagd om meer dan één scenario door te rekenen, heeft de regionale netbeheerder de gegevens aan TenneT overlegd, die conform het uiteindelijke concept-RES-scenario waren of daar zo dicht mogelijk bij in de buurt lagen.

•

TenneT heeft de ontvangen gegevens vergeleken met de uitgangspunten voor het Investeringsplan Net op land 2020-2029 (hierna: IP2020), dat TenneT op 1 oktober 2020 heeft gepubliceerd. In dit IP is niet uitsluitend rekening gehouden met de ontwikkeling van duurzame opwek op land, maar óók met verwachte ontwikkelingen op het gebied van wind op zee, industrie en mobiliteit. Daar waar de concept-RES-gegevens daar aanleiding toe gaven zijn aanvullende berekeningen gedaan.

•

De uitkomsten van de analyses van de regionale netbeheerders en TenneT sluiten soms niet naadloos op elkaar aan. Hierover is nog nadere afstemming nodig tussen de netbeheerders.

•

In deze rapportage wordt eerst ingegaan op de projecten, die in het IP2020 zijn opgenomen. Dit zijn projecten, die in de realisatiefase zijn, dan wel in de basisontwerpfase, dan wel in de studiefase. Daarna wordt de netimpact van de concept-RES besproken in relatie tot de projecten – en de daaraan ten grondslag liggende voorziene knelpunten in het net – uit het IP2020.

•

TenneT heeft in het najaar van 2020 nieuwe gegevens ontvangen van de regionale netbeheerders. Dit zijn gegevens van de RES 1.0 scenario’s van de RES’regio’s. TenneT heeft deze cijfers vergeleken met de gegevens uit de concept-RES scenario’s en heeft voor de onderhavige RES-regio geconstateerd, dat de veranderingen in de data niet tot wezenlijke verandering leiden van de voorziene impact op het hoogspanningsnet. De voorliggende rapportage geeft daarom óók een goed beeld van de impact van het RES 1.0 scenario op het hoogspanningsnet.

Oktober 2020

C1 - Publieke Informatie

Belangrijkste capaciteitsprojecten IP2020 150 kV-deelnet Zuid-Holland 380 kV-projecten: 9

Beoogde opwaardering transportcapaciteit 380 kVverbinding Geertruidenberg-Krimpen naar 2 x 2.635 MVA

20

Studie naar capaciteitsuitbreiding verbinding KrimpenGeertruidenberg met extra circuit

22

34

39

144

Realisatie nieuwe blindstroomcompensatiemiddelen in Maasvlakte en Westerlee Studie naar realisatie nieuw 380 kV-station in Maasvlakte om groei industriële vraag te faciliteren

39

34

143

139 44 137

135

20

Studie naar uitbreiding 380 kV-station Maasvlakte om aansluiting offshore wind IJmuiden-Ver (Beta) te faciliteren

138

142 140

44

Studie naar nieuw 380 kV-station in Europoort t.b.v. versterking 150 kV-net in Rotterdams havengebied

134 9

136 141

Studie

30

Oktober 2020

C1 - Publieke Informatie

Basisontwerp

Realisatie

Belangrijkste capaciteitsprojecten IP2020 150 kV-deelnet Zuid-Holland 150 kV-projecten: 134

Realiseren van een nieuw 150 kV-kabelcircuit Dordrecht Merwedehaven – Alblasserdam

135

Verplaatsen klantaansluiting van 150 kV-station Merseyweg naar 150 kV-station Theemsweg

136

Toepassen Dynamic Cable Rating (DCR) op de 150 kV-verbinding Geervliet Noorddijk - Middelharnis

137

Aanbrengen railbeveiliging op de 150 kV-installatie in Rotterdam Marconistraat

138 139

Studie uitvoeren naar een mogelijke verzwaring van de 150 kVverbinding Botlek - Geervliet Noorddijk. Vervangen van de bestaande 150 kV-installatie in Europoort.

144

39

34

143

139 44 137

135

20

140

Studie uitvoeren naar een mogelijke realisatie van een volwaardig 150 kV-station Oudeland

138

142 140

141

31

Studie uitvoeren naar een mogelijke verzwaring van de 150 kVverbinding Geervliet Noorddijk – Middelharnis

143

Realiseren van een nieuw 150 kV-station Bleiswijk en een nieuw 150 kV-station Zuidplaspolder (incl. 150 kV-kabelcircuits)

144

Studie uitvoeren naar de realisatie van een mogelijk nieuw 150/20 kV-station Leiden Oost Oktober 2020

C1 - Publieke Informatie

134 9

136 141

Studie

Basisontwerp

Realisatie

Netimpact concept-RES 150 kV-deelnet Zuid-Holland

De verschillende concept RES-opgaven in Zuid-Holland zijn niet groter dan waar rekening mee is gehouden in IP2020. De knelpunten in Zuid-Holland worden voornamelijk veroorzaakt door een (toenemende) belastingvraag en mede daarom leiden de concept RES-opgaven niet tot additionele knelpunten.

Het knelpunt op de 150 kV-verbinding Geervliet Noorddijk – Middelharnis ontstaat wel door de toename van duurzame opwek (zon-PV en onshore wind) op Goeree Overflakkee. Dit knelpunt wordt qua omvang niet groter door de opgave van de concept RES. In het IP2020 is een oplossingsrichting gedefinieerd voor dit knelpunt en dit is voldoende om de opgave van de concept RES te kunnen faciliteren. Op basis van de kennis van nu ziet het er naar uit, dat de concept-RES’en in Zuid-Holland vóór 2030 kunnen worden gefaciliteerd.

32

Oktober 2020

C1 - Publieke Informatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/569/documents/18336