CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan "Parallelweg 134 en 135" incl bijlagen.pdf

Gemeenteraad GHG 26 september 2024, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 24: Vaststellen Bestemmingsplan Parallelweg 134-135 - Raadsvoorstel29.206 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

Bestemmingsplan Parallelweg 134 en 135, Hardinxveld-Giessendam Gemeente HardinxveldGiessendam

Plannaam:

Parallelweg 134-135, Hardinxveld-Giessendam

Planstatus:

voorontwerp

Datum:

10 juli 2024

Contactpersoon Plannen-makers:

Dhr. C. Vaartjes

Kenmerk Plannen-makers:

PM23027

Opdrachtgever:

Dhr. R. Versluis

Plannen-makers Europalaan 500 3526 KS Utrecht www.plannen-makers.nl BTW id:NL8634.45.639.B.01 KvK nummer: 84970502

Pagina 2 Toelichting BP Parallelweg 134 en 135 te Hardinxveld-Giessendam

Inhoud 1

2

3

4

5

6

7

Inleiding ............................................................................................................................................ 4 1.1

Aanleiding en doelstelling ........................................................................................................ 4

1.2

Leeswijzer ................................................................................................................................ 4

Het plan ............................................................................................................................................ 5 2.1

Planlocatie ............................................................................................................................... 5

2.2

Beschrijving van het plan ......................................................................................................... 6

2.3

Vigerend bestemmingsplan ..................................................................................................... 8

Beleidsmatige onderbouwing ......................................................................................................... 10 3.1

Rijksbeleid ............................................................................................................................. 10

3.2

Provinciaal- en regionaal beleid ............................................................................................ 12

3.3

Gemeentelijk beleid ............................................................................................................... 16

Milieutechnische uitvoerbaarheid ................................................................................................... 19 4.1

Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................. 19

4.2

Geluidhinder .......................................................................................................................... 20

4.3

Ecologie ................................................................................................................................. 21

4.4

Bodem ................................................................................................................................... 23

4.5

Luchtkwaliteit ......................................................................................................................... 24

4.6

Externe veiligheid .................................................................................................................. 25

4.7

Archeologie ............................................................................................................................ 27

4.8

Waterhuishouding .................................................................................................................. 28

4.9

Verkeer en parkeren .............................................................................................................. 31

Juridische planbeschrijving ............................................................................................................ 33 5.1

Plansystematiek..................................................................................................................... 33

5.2

Opzet van de regels .............................................................................................................. 33

5.3

De bestemmingen.................................................................................................................. 34

Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid ...................................................................... 35 6.1

Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 35

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................... 35

Bijlagen ........................................................................................................................................... 36

Pagina 3 Toelichting BP Parallelweg 134 en 135 te Hardinxveld-Giessendam

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doelstelling

Tussen de Parallelweg 133 en 136 te Hardinxveld-Giessendam liggen twee agrarische percelen, waarvan het voornemen is om hierop twee nieuwe woningen te bouwen. Dit voornemen past echter niet in de bestemmingsplannen ‘Buitengebied’ (vastgesteld 28 april 2016) en ‘Veegplan Buitengebied’ (vastgesteld 26 november 2020). Beide percelen zijn namelijk bestemd als Agrarisch met Waarden. Voor het bouwen van de woningen is de gemeente benaderend om een besluit te nemen op het ingediende principeverzoek. De gemeente heeft hierop een positief principebesluit genomen, maar heeft aangegeven dat voor het mogelijk maken van de ontwikkeling een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk is. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Het bestemmingsplan vormt het juridisch planologisch kader voor de daarna aan te vragen reguliere omgevingsvergunning. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de benodigde goede ruimtelijke onderbouwing en een juridisch bindend kader in de vorm van regels en een verbeelding.

1.2

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat naast deze inleiding uit een beschrijving van het plan in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt verantwoord waarom het plan binnen het beleid van het rijk, de provincie en de gemeente past. In hoofdstuk 4 wordt de milieutechnische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht. Hoofdstuk 5 bevat de juridische planbeschrijving. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid toegelicht. Na de toelichting volgen de regels inclusief de bijlagen en de verbeelding van het bestemmingsplan.

Pagina 4 Toelichting BP Parallelweg 134 en 135 te Hardinxveld-Giessendam

2 Het plan 2.1

Planlocatie

In afbeelding 1 is een overzicht van de omgeving van het plangebied weergegeven. De planlocatie ligt aan de Parallelweg tussen nummers 133 en 136. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Hardinxveld-Giessendam, sectie L, kadastrale nummers 378 en 379.

Afbeelding 1: Uitsnede luchtfoto, overzicht omgeving plangebied. Perceel omlijnd met rood kade. Bron: PDOK. Het plangebied wordt begrensd door de Parallelweg in het noorden en de A15 in het zuiden. Aan de Parallelweg liggen verschillende woningen en bedrijven die samen een (landelijk) bebouwingslint vormen. Aan de westzijde van het plangebied ligt een NNN-gebied die aan het Nieuwe Boezemtraject ligt. Ten oosten van het plangebied ligt een bedrijf. Ten noorden van het plangebied ligt de spoorlijn Dordrecht – Gorinchem – Geldermalsen (Lingelijn). De Parallelweg verbindt onder andere via een viaduct over de A15 de kernen Hardinxveld-Giessendam en Boven-Hardinxveld. Deze plaatsen liggen beiden aan de Merwede.

Pagina 5 Toelichting BP Parallelweg 134 en 135 te Hardinxveld-Giessendam

2.2

Beschrijving van het plan

Huidige situatie In de huidige situatie (afbeelding 1) bestaat het plangebied uit twee agrarische percelen die bestemd zijn met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. Aan weerszijden van het plangebied liggen twee watergangen die loodrecht op de watergang langs de Parallelweg uitkomen. Op de achterzijde van het plangebied staan enkele bomen. Aan de oostkant van het plangebied staan voor een deel langs de watergang enkele wilgenbomen. Ten oosten van het plangebied bevinden zich een bedrijf en twee woningen. Het bedrijf bevindt zich achter deze twee woningen en ligt met de bestemmingsgrens direct tegen het plangebied aan. Aan de westkant van het plangebied staat een enkele woning. Toekomstige situatie Met dit plan worden twee vrijstaande, landelijke woningen gerealiseerd. In afbeelding 2 is de landschappelijke inpassing weergegeven. De woningen worden met de voorgevel op de weg gerealiseerd. De verharding van het nieuwe landelijke erf bestaat uit grind. Met ontsluitingspaden wordt verbinding gemaakt met het agrarische ogende achterland van de percelen. Met het opengraven van de lengtesloot wordt de historische slagenverkaveling hersteld. Deze en de aanwezige sloten aan weerszijden van het plangebied worden door een nieuwe dwarssloot met elkaar verbonden, waardoor zij in verbinding met elkaar staan.

Er ontstaat hier ook een duidelijke afscheiding van het bebouwde deel van het terrein langs de Parallelweg en het achterliggende groene slagenlandschap.

Afbeelding 2: Beschrijving Landschapsarchitecten.

van

het

plan,

gedeelte

‘wonen’.

Bron:

Lagendijk

Tuin-

en

In afbeelding 3 is de landschappelijke inpassing van het achtererf weergegeven. De huidige weiden wordt omgevormd tot een natuurvriendelijke beheerde weide waar ruimte is voor de ontwikkeling van biodiversiteit. Aan de westkant wordt een nieuwe rij bomen gerealiseerd, bijvoorbeeld een elzenrij of een knotwilgenrij. Verder naar het zuiden wordt een griendachtige setting mogelijk gemaakt met takkenrillen en een natuurlijk gebiedseigen karakter. De natuurvriendelijke oevers zorgen in samenhang met de griendsetting voor een natuurinclusieve weide, de ontwikkeling van biodiversiteit en hobbymatig houden van enkele schapen en/of weidevee;

Pagina 6 Toelichting BP Parallelweg 134 en 135 te Hardinxveld-Giessendam

Afbeelding 3: Beschrijving van het plan, gedeelte ‘agrarisch’. Bron: Lagendijk Tuin- en Landschapsarchitecten.

Pagina 7 Toelichting BP Parallelweg 134 en 135 te Hardinxveld-Giessendam

2.3

Vigerend bestemmingsplan

Het vigerende bestemmingsplan voor de planlocatie is ‘Buitengebied’ (vastgesteld 26 april 2016). Daarnaast is het bestemmingsplan ‘Veegplan Buitengebied’ geheel in werking (vastgesteld 26 november 2020). Met het vigerende bestemmingsplan en het veegplan hebben beide percelen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. In onderstaande afbeelding is de planlocatie weergegeven binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Daarnaast is de planlocatie weergegeven binnen het bestemmingsplan ‘Veegplan Buitengebied’. In onderstaande alinea’s wordt per bestemmingsplan beschreven welke enkel- en dubbelbestemmingen er gelden evenals eventuele gebiedsaanduidingen.

Afbeelding 4: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied’ en ‘Veegplan Buitengebied’, waarin ook de bestemming ‘Agrarisch met Waarden’ is opgenomen. Bron: Ruimtelijke plannen. In bestemmingsplan ‘Buitengebied’ geldt de volgende enkelbestemming en dubbelbestemming: - Enkelbestemming: Agrarisch met waarden; - Dubbelbestemming: Waarde – Archeologische verwachting 4, 5 en 7; Daarnaast geldt ter plaatse van het plangebied de volgende gebiedsaanduiding o.b.v. bestemmingsplan ‘Veegplan Buitengebied’: - Gebiedsaanduiding: Vrijwaringszone – Laagvlieggebied. In onderstaande paragrafen gebiedsaanduiding beschreven.

wordt

de

enkelbestemming,

de

dubbelbestemming

en

de

Enkelbestemming: Agrarisch met waarden. Binnen deze enkelbestemming zijn de gronden onder andere bestemd reële grondgebonden graasdierbedrijven met behoud van de landschappelijke en cultuurhistorische waarde die bestaat uit de openheid, het verkavelingspatroon c.q. slotenpatroon, graslandvegetaties en grienden. Ook het behoud van de natuurlijke waarde bestaande uit weidevogelgebied behoort tot deze bestemming. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor water en voorzieningen voor de waterhuishouding, met daaraan ondergeschikt het extensief dagrecreatief medegebruik en kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen. Ook bijbehorende voorzieningen, zoals mestvoorzieningen, teeltondersteunende voorzieningen, voeten fietspaden, bruggen en duikers etc. zijn ondergeschikt aan deze bestemming. Het planvoornemen past niet binnen deze enkelbestemming vanwege de beoogde woonfunctie en de bouw van de woningen buiten het bouwvlak; er is op dit moment geen bouwvlak aanwezig. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het mogelijk maken van de beoogde woonfunctie. Pagina 8 Toelichting BP Parallelweg 134 en 135 te Hardinxveld-Giessendam

Dubbelbestemming: Waarde – Archeologische verwachting 4, 5 en 7. Binnen deze dubbelbestemming geldt dat de voor deze waarde aangewezen grond primair bestemd zijn voor bescherming en veiligstelling van de naar verwachting aanwezige archeologische waarden. Daarnaast zijn deze gronden bestemd voor de andere daar voorkomende bestemmingen. Bij deze dubbelbestemming gelden onderzoeksverplichting als: • Er op een oppervlak groter dan 250 m2 wordt gebouwd en dieper dan 0,3 m-mv wordt gegraven, behorende bij Waarde – Archeologische verwachting 4; • Er op een oppervlak groter dan 250 m2 wordt gebouwd en dieper dan 1,5 m-mv tot 5 m wordt gegraven, behorende bij Waarde – Archeologische verwachting 5; • Er op een oppervlak groter dan 250 m2 wordt gebouwd en dieper dan 5 m-mv wordt gegraven, behorende bij Waarde – Archeologische verwachting 7. De bouwactiviteiten vinden plaats in de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 4’. Omdat het oppervlak dat wordt bebouwd groter is dan 250 m2 en dieper wordt gegraven dan 0,3 m-mv dient archeologisch onderzoek plaats te vinden. In paragraaf 4.7 is verantwoord dat de archeologische waarden van het plangebied worden beschermd. Gebiedsaanduiding: Vrijwaringszone – Laagvlieggebied.

De voor 'vrijwaringszone - laagvlieggebied' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het tegengaan van te hoge bouwwerken en beplanting vanwege een laagvlieggebied. Onder de bouwregels van deze vrijwaringszone is opgenomen dat bouwwerken een maximale hoogte hebben van 30 meter boven NAP. Het planvoornemen maakt geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouwd zijnde mogelijk die een hoogte hebben van meer dan 30 meter boven NAP. Het planvoornemen is daarom niet in strijd met deze gebiedsaanduiding. Op basis van bovenstaande alinea’s kan worden geconcludeerd dat het planvoornemen niet past binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ en het bestemmingsplan ‘Veegplan Buitengebied’. Voorliggend bestemmingsplan biedt een planologisch en juridisch bindend kader inclusief milieutechnische onderbouwing voor het mogelijk maken van het planvoornemen.

Pagina 9 Toelichting BP Parallelweg 134 en 135 te Hardinxveld-Giessendam

3 Beleidsmatige onderbouwing 3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Wet ruimtelijke ordening / Omgevingswet Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Deze gaat van een scheiding tussen beleid en normstelling (juridische verankering) uit. Het beleid wordt opgenomen in structuurvisies. De normstelling vindt plaats in het bestemmingsplan en/of in algemene regels die overgenomen moeten worden in bestemmingsplannen. Streekplannen en planologische kernbeslissingen zijn vanaf 1 juli 2008 gelijkgesteld aan structuurvisies. Het overgangsrecht van de Wro regelt dat praktische beleidsbeslissingen van Rijk en provincie overgenomen moeten worden in bestemmingsplannen. De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke omgeving. De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De nieuwe wet zorgt voor minder maar overzichtelijkere regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. Voorliggend plan wordt nog onder de Wro afgewikkeld. Bestemmingsplannen die voor 1 januari 2024 ter inzage zijn gelegd als ontwerp mogen procedureel op basis van de Wro afgehandeld en vastgesteld worden.

3.1.2 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. De NOVI heeft als toekomstperspectief een duurzame leefomgeving waarbij de kwaliteiten van de omgeving worden behouden en versterkt. Daarnaast bestaan ook de Nederlandse uitdagingen van de ruimtelijke inrichting in een klimaatbestendige delta en nauwkeurig gebruik van de schaarse ruimte in Nederland. Deze uitdagingen kunnen worden benaderd door goede samenwerking tussen de verschillende betrokken instanties. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: - Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie - Duurzaam economisch groeipotentieel - Sterke en gezonde steden en regio’s - Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Binnen deze prioriteiten zal aandacht zijn voor de onderlinge verwevenheden en spanningen daartussen. Ook is er aandacht voor thema’s en opgaven die daar dwars doorheen lopen, zoals leefomgevingskwaliteit, gezondheid, cultureel erfgoed, water, bodem en (nationale) veiligheid. Binnen de prioriteiten hanteert het Rijk drie afwegingsprincipes die helpen om beleidskeuzes te maken: 1.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal 3. Afwentelen wordt voorkomen Planspecifiek Het planvoornemen is kleinschalig van aard, waardoor het raakvlak met de NOVI nihil is. Hierdoor schaadt het planvoornemen de belangen van de NOVI niet.

Pagina 10 Toelichting BP Parallelweg 134 en 135 te Hardinxveld-Giessendam

3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Om uitvoering te geven aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, is op 30 december 2011 het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Hierin staat een aantal projecten beschreven die van Rijksbelang zijn en waarmee gemeenten rekening dienen te houden bij het vaststellen van bestemmingsplannen en wijzigings- of uitwerkingsplannen. De projecten zijn exact ingekaderd en voorzien van regels, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Het betreft de onderstaande projecten: • Rijksvaarwegen • Project Mainportontwikkeling Rotterdam • Kustfundament • Grote rivieren • Waddenzee en waddengebied • Defensie • Hoofdwegen en landelijke spoorwegen • Elektriciteitsvoorziening • Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen • Natuurnetwerk Nederland • Primaire waterkeringen buiten het kustfundament • IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) • Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde • Ruimtereservering parallelle Kaagbaan Planspecifiek Het planvoornemen valt niet in een van de aangegeven projecten zoals benoemd in de Barro. Vanuit de Barro volgen dan ook geen aanvullende randvoorwaarden voor dit plan.

3.1.4 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd en is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ hieraan toegevoegd. Overheden dienen vanwege het gewijzigde Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren om tot een nauwkeurige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling te komen. Een precieze benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een nauwkeurige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In de nieuwe systematiek worden de huidige definities niet gewijzigd. De “treden” van de Ladder bevatten wijzigingen: in de nieuwe Ladder zijn de treden 1 en 2 samengevoegd en trede 3 is geschrapt, waardoor er geen sprake meer is van verschillende treden. In artikel 1.1.1 Bro worden relevante begrippen gedefinieerd. Planspecifiek Het planvoornemen voorziet niet in een stedelijke ontwikkeling zoals gedefinieerd in artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro. Het nader toetsen van het planvoornemen aan de Ladder is dan ook niet noodzakelijk.

3.1.5 Conclusie Rijksbeleid Het planvoornemen voldoet aan de gestelde eisen vanuit het Rijksbeleid.

Pagina 11 Toelichting BP Parallelweg 134 en 135 te Hardinxveld-Giessendam

3.2

Provinciaal- en regionaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland De provincie heeft op 1 april 2023 de omgevingsvisie geconsolideerd. De nieuwe omgevingswet die op 1 januari 2024 ingaat schrijft voor dat een provincie één omgevingsvisie en één omgevingsverordening heeft. De omgevingsvisie is de opvolger van de provinciale Visie Ruimte en Mobiliteit. In de omgevingsvisie zijn meerdere beleidsvisies gebundeld. Het gaat om de volgende plannen: de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm), het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww), het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer, de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). De omgevingsvisie omvat inhoudelijk geen grote wijzigingen ten opzichte van het voorgaande beleid. Ook is de digitale beschikbaarheid van het beleid via de digitaal raadpleegbare kaarten weer een wezenlijk onderdeel van het beleid. In de Omgevingsvisie zijn zes ambities gedefinieerd. Het zijn zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Het zijn abstracte ambities die bij specifieke opgaven ook tot conflicterende belangen kunnen leiden. Juist de confrontatie in opgave zal leiden tot knelpunten maar ook tot kansen om de opgaven verder te helpen.

De zes ambities zijn: • Naar een klimaatbestendige delta • Naar een nieuwe economie: the next level • Naar een levendige meerkernige metropool • Energievernieuwing • Best bereikbare provincie • Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Naast de ambities is het algemene doel van de omgevingsvisie het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit in provincie. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen verstaan. Het bestaande beleid is hiervoor gebundeld in de Omgevingsvisie. Vervolgens wordt met het oog op de omgevingswet dit verder ontwikkeld. Er komt een omschrijving van de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland. Hierbij wordt een onderverdeling gemaakt in de drie Deltalandschappen, de Zuid-Hollandse steden en de strategische ligging in het internationale netwerk. Daarnaast komt er een leefomgevingstoets. De leefomgevingstoets is agenderend voor verdere beleidsontwikkeling. Tot slot wordt een concrete uitwerking van het beleid opgesteld om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. De Omgevingsvisie maakt gebruik van de reeds bestaande integrale kwaliteitskaart opgebouwd uit vier onderliggende kaarten. Dit instrument wordt verder gebruikt in zowel de visie als de verordening. Vanuit de kaart volgen onder andere bepalingen in de verordening (‘handelingskader ruimtelijke kwaliteit’).

Voor ontwikkelingen blijft het ‘ja, mits-beleid’ gelden: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Zoals aangegeven is in de Omgevingsvisie veel beleid overgenomen en samengevoegd. Het beleid zal met het daarvoor opgesteld instrumentarium, Monitor en Evaluatie Omgevingskwaliteit geactualiseerd worden. Hierbij is het uitgangspunt dat niet al het beleid in één keer geactualiseerd wordt maar op basis van specifieke aanleidingen. Het samenvoegen van het beleid heeft tot een opsomming van twaalf beleidskeuzes geleid: • Beschermen, versterken en beleefbaar maken van de kwaliteit van het landschap, cultuurhistorische waarden en natuurlijke karakteristieken van de leefomgeving; • Behouden en versterken van natuurwaarden en het ontwikkelen van voldoende, aantrekkelijk en beleefbaar groen en water, waar mensen met plezier recreëren; • Versterken van een vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie; • Bevorderen van een betrouwbare, duurzame en efficiënte energievoorziening met een minimale uitstoot van broeikasgassen; Pagina 12 Toelichting BP Parallelweg 134 en 135 te Hardinxveld-Giessendam

• • • • • • • •

Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder; Bevorderen van een leefomgeving die de gevolgen van klimaatverandering en weersextremen kan opvangen; Duurzaam voorzien in de behoefte aan zoetwater en waarborgen van de beschikbaarheid van voldoende drinkwater; Zorgen voor een duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond; Bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen; Bevorderen van een goede en veilige bereikbaarheid, met een mobiliteitsnetwerk dat keuzevrijheid biedt en aansluit op de behoeften van reizigers en vervoerders; Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied; Ondersteunen van cultuurparticipatie en bibliotheken.

Van alle beleidskeuzes is aangegeven op basis van welke specifieke beleidsdocumenten die gebaseerd zijn. Deze beleidsdocumenten zijn allemaal apart digitaal beschikbaar gesteld Planspecifiek Het planvoornemen valt in verschillend gebieden, zoals: Buitenstedelijke recreatieve ontwikkelingen en Ruimtelijke kwaliteit. In onderstaande alinea’s worden deze gebieden toegelicht. Buitenstedelijke recreatieve ontwikkelingen Het planvoornemen ligt buiten bestaand stads- en dorpsgebied. De provincie vindt het van belang dat de behoefte aan grootschalige recreatieve ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied wordt onderbouwd en regionaal wordt afgestemd. Het planvoornemen maakt echter geen grootschalige recreatieve ontwikkeling mogelijk: de bouw van twee vrijstaande woningen zijn geïnitieerd uit een lokale behoefte en zijn bestemd voor eigen gebruik. Het planvoornemen schaadt daarom de belangen van dit thema niet. Ruimtelijke kwaliteit In de omgevingsvisie staat: ‘De provincie stuurt op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, als onderdeel van de kwaliteit van de leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit is het evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde.

Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning op een positieve manier bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. Ruimtelijke kwaliteit begint met het kiezen van de juiste plek voor nieuwe ontwikkelingen.’ Met de ontwikkeling van de woningen aan de voorzijde en de ontwikkeling van een divers griend- en weidelandschap aan de achterzijde van het plangebied wordt een aansluiting gezocht met het omliggende landschap. Aan de achterzijde van het plan wordt een natuurvriendelijke oever mogelijk gemaakt. Daarnaast wordt aan de achterzijde een griendachtige setting gecreëerd met wilgen. Deze setting draagt positief bij aan het behoud en versterkingen van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied, omdat de setting aansluit op het omliggende griendlandschap. Ook wordt het historische slotenpatroon hersteld door het weer opengraven van de lengtesloot in het midden van het plangebied. De toekomstwaarde, de gebruikswaarde en de belevingswaarde wordt met de ontwikkeling van het plangebied verhoogd door een landschappelijk inpasbaar woonmilieu te creëren met daarbij oog voor het versterken van de biodiversiteit.

Pagina 13 Toelichting BP Parallelweg 134 en 135 te Hardinxveld-Giessendam

3.2.2 Omgevingsverordening Provincie Zuid Holland De omgevingsverordening is gelijk met de omgevingsvisie op 25 oktober 2022 geconsolideerd. De verordening bevat bindende ruimtelijke regels waar de provincie en gemeenten in Zuid-Holland zich aan moeten houden. De doorwerking van de regels is uitgewerkt doordat bestemmingsplannen en daarmee gelijkgestelde ruimtelijke plannen niet in strijd mogen zijn met de verordening. De verordening wordt met een digitale kaart beschikbaar gesteld om per locatie direct inzichtelijk te krijgen welke beleidsregels van toepassing zijn op de specifieke locatie. Ruimtelijke kwaliteit speelt op verschillende niveaus: veelal plekgebonden, maar ook op het niveau van de gehele provincie. Nu de ruimtelijke ontwikkeling sterker wordt bepaald door maatschappelijke, veelal kleinschalige initiatieven, is een gedeeld beeld van de ruimtelijke kwaliteit op regionale schaal van belang. De provincie stelt met het handelingskader ruimtelijke kwaliteit spelregels vast die het bovenlokale, algemene belang borgen en heeft samen met partijen in de regio een kwaliteitsbeeld voor het betreffende gebied geformuleerd (de gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit). De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is.

In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Planspecifiek Het planvoornemen valt in het thema ‘Beschermingscategorie 3 Buitengebied’. In onderstaande alinea’s wordt dit thema toegelicht. Buitengebied Artikel 6.9a lid 1 en lid 2 luiden: Lid 1: Een bestemmingsplan voor een locatie binnen buitengebied waarvan de plaats geometrisch is verbeeld op kaart 14 in bijlage II kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast, blijkens een afdoende motivering die tevens ingaat op de keuze voor een locatie buiten bestaand stads- en dorps gebied. Lid 2: In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: • de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin; • de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; • het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; • de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. Door de plaatsing van de woningen in aansluiting op het bestaande bebouwingslint van de Parallelweg wordt aangesloten op de aanwezige stedenbouwkundige structuur. De openheid van het landschap wordt beïnvloed maar door het weer open maken van de lengtesloot blijft een belangrijke doorzicht van naar het achterland behouden.

Hoewel de structuur van het landschap binnen het plangebied veranderd, wordt door de landschappelijke wijziging de historische structuur van het landschap wederom gevormd en herkenbaar naar voren gebracht. Dit zorgt voor een herijking van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Aan de Parallelweg komen al vrijstaande woningen voor. Dit plan zal vrijstaande woonfuncties mogelijk maken, waarbij een groene karakteristieke weide met ruimte voor de groei van de biodiversiteit een onderdeel is van het plan. Daarnaast wordt gebiedseigen beplanting toegepast (elzen en/of wilgen) aan de buitenste oever van de lengtesloten.

Pagina 14 Toelichting BP Parallelweg 134 en 135 te Hardinxveld-Giessendam

Deze onderdelen versterken de kenmerkende verschijningsvorm van het griendlandschap, waarin overwegend wilgen aan de zijkant van watergangen staan. Hierdoor sluit het plan aan op de kwaliteiten van het buitengebied van Hardinxveld-Giessendam. 3.2.3 Woonvisie ‘Goed wonen in de Drechtsteden’ (2017-2031) Aan het einde van 2017 is de regionale Woonvisie ‘Goed wonen in de Drechtsteden (2017-2031) vastgesteld. Het doel van deze woonvisie is om een praktisch uitvoeringsprogramma te geven, waarin kaders worden gevormd voor het woonbeleid in de regio. Binnen de regionale woonvisie zijn hoofdpunten geformuleerd waarbij (de dreiging van) sociaaleconomische achterstand en krimp om te zetten naar kwalitatieve groei. Daarnaast zijn de volgende uitgangspunten van belang: • Er worden 10.000 woningen gebouwd voor de autonomie huishoudensgroei; • Er worden 15.000 woningen gebouwd voor de groeiopgave; • Er wordt ingezet op de groei van het duurdere segment; • Er wordt gekozen voor een stand-still beginsel binnen de goedkope sociale huursector, maar vanuit het perspectief van leefbare wijken en buurten kan gekozen worden voor herstructurering om de concentraties van goedkope huurwoningen te doorbreken; • Er worden onderscheidende woonmilieus mogelijk gemaakt; • Met ingang van 2035 is de gebouwde omgeving in de regio Drechtsteden energieneutraal.

Planspecifiek Met het planvoornemen wordt ingezet op een landelijk ogend woonmilieu, waarbij aansluiting wordt gezocht op het bestaande bebouwingslint. Doordat de woningen vrijstaand zullen zijn, vallen deze in het duurdere segment. Dit sluit aan op het uitgangspunt op in te zetten op de groei van het duurdere segment. Het planvoornemen zal zich onderscheiden door het achterland biodivers en natuurinclusief te ontwikkelen, waarbij wordt gekozen voor gebiedseigen beplanting en een karakteristieke griendachtige setting met natuurvriendelijke oevers. Het plan sluit op basis van deze argumentatie aan op de regionale woonvisie. 3.2.4 Conclusie provinciaal- en regionaal beleid Het planvoornemen voldoet aan de gestelde eisen van het beleid van de Zuid-Holland. Ook voldoet het plan aan de regionale woonvisie.

Pagina 15 Toelichting BP Parallelweg 134 en 135 te Hardinxveld-Giessendam

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Structuurvisie 2030 Op 19 januari 2015 is de Structuurvisie Hardinxveld-Giessendam vastgesteld door de gemeenteraad. In deze visie staan de ambities en keuzes voor de fysieke leefomgeving van de gemeente HardinxveldGiessendam. De belangrijkste doelen van de structuurvisie zijn: • Het behouden en verbeteren van de bestaande ruimtelijke en sociale kwaliteiten; • Het versterken en behouden van de leefbaarheid. In de structuurvisie worden een aantal thema’s beschreven waarin een aantal ambities en doelen worden bepaald. Deze thema’s zijn: bodem (1), landschap, natuur, landbouw en water (2), infrastructuur en bereikbaarheid (3), wonen (4), werkgelegenheid (5) en voorzieningen, recreatie en toerisme (6). Uiteindelijk wil de gemeente met deze structuurvisie richting geven aan toekomstig beleid en ontwikkelingen binnen Hardinxveld-Giessendam. Echter, met de structuurvisie worden geen strakke lijnen bepaald; met hoofdlijnen wordt ruimte geboden aan voorziene en nog niet te voorziene ontwikkelingen. Omgevingsvisie Hardinxveld-Giessendam Op dit moment is er geen Omgevingsvisie beschikbaar voor de gemeente Hardinxveld-Giessendam, waardoor getoetst is aan de Structuurvisie 2030.

Planspecifiek Met dit plan worden twee landelijk ogende woningen op een voormalig agrarisch perceel gebouwd, waarbij oog is voor de verhoging van de biodiversiteit op het achterland en het reconstrueren van de historische landschappelijke indeling van het achterland. Het plangebied valt in een door de structuurvisie gedefinieerd agrarisch gebied. Het planvoornemen heeft raakvlakken met de volgende thema’s: • Bodem; • Landschap, natuur, landbouw en water; • Wonen. In onderstaande alinea’s worden deze thema’s nader toegelicht voor het plan. Bodem De bodem van de gemeente Hardinxveld-Giessendam bestaat uit klei-op-veengebieden en rivierkleigronden in relatief smalle stroken langs de rivieren. Met bouwontwikkelingen kan veeninklinking plaatsvinden als klei-op-veengebieden worden drooggelegd. Er is daarom aandacht nodig voor het tegengaan van de versnelling van bodemdaling door de werkzaamheden. Met het plan worden twee nieuwe vrijstaande woningen gebouwd. Op basis van boormonsterprofielgegevens van het Dinoloket bestaat het plangebied uit een laag klei, waaronder veen ligt tot circa 3,0 m-mv. Dit betekent dat in kleiop-veengebied wordt gebouwd. Door een gesloten grondbalans te houden zal met dit plan geen bodemdaling worden veroorzaakt, waardoor het planvoornemen niet in strijd is met de belangen van dit thema.

Tevens is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, zie hoofdstuk 2. Hierin wordt specifiek geen ophoging van de tuinen voorgesteld. Landschap, natuur, landbouw en water Het buitengebied van Hardinxveld-Giessendam bestaat uit een veenweidelandschap waarin verkaveling heeft plaatsgevonden. Hierdoor is het omgeving tot een slagenlandschap gevormd. Dit is ook goed te herkennen bij het plangebied, waarbij twee lengtesloten (bijna) loodrecht op de doorgaande weg zijn gegraven. Nabij het plangebied liggen gebieden met belangrijke natuurwaarden, zoals het Nationaal Park De Biesbosch. Pagina 16 Toelichting BP Parallelweg 134 en 135 te Hardinxveld-Giessendam

Met het plan wordt een aansluiting gemaakt met het landelijk gebied van Hardinxveld-Giessendam via het beoogde woonmilieu, maar ook door de verbinding te maken met de natuurrijke en waterrijke omgeving. Dit wordt met het herstellen van de historische lengtesloot te midden van het plangebied mogelijk gemaakt, maar ook door natuurvriendelijke oevers en griendachtige settingen te creëren aan de zuidkant van het plangebied. In het midden wordt een open weide aangelegd waarbij de nadruk ligt op het versterken van de biodiversiteit. Voor het onderdeel ‘landbouw’ is in paragraaf 4.1 bepaald dat het naastgelegen bedrijf geen belemmering ondervindt van dit plan, omdat de woningen aan de minimale richtafstand van 10 meter voldoen. Er kan worden beargumenteerd dat het planvoornemen aansluit op dit thema. Wonen De gemeente Hardinxveld-Giessendam heeft op haar woningmarkt te maken met een beperkte doorstroming. De gemeente heeft daarom drie uitbreidingslocaties gepland, waaronder het al vastgestelde woningbouwproject ’t Oog (vastgesteld 22 september 2022), De Blauwe Zoom (ontwerp, 22 maart 2023) en Morgenslag ten noordoosten van de kern Boven-Hardinxveld. Met dit plan worden twee nieuwe vrijstaande woningen mogelijk gemaakt.

In navolgende paragraaf wordt beargumenteerd dat met het bouwen van twee vrijstaande woningen bijgedragen wordt, zij het in bescheiden mate, aan het oplossen van de woningbouwbehoefte. Het planvoornemen sluit daarmee aan op het thema wonen. Gezien bovenstaande argumentatie sluit het plan aan op de Structuurvisie 2030 van de gemeente Hardinxveld-Giessendam. 3.3.2 Lokale paragrafen Wonen (2019) en Bouwen (2022) In 2019 heeft de gemeente Hardinxveld-Giessendam de Lokale paragraaf Wonen vastgesteld, waarin de gemeente uitvoering aan haar woonbeleid gaf. Met de Lokale paragraaf Bouwen (vastgesteld 10 november 2022) actualiseert de gemeente haar lokale woonparagraaf en legt de komende jaren de focus op het bouwen van nieuwe woning. In deze lokale bouwparagraaf staan drie thema’s centraal: 1. Vaart maken met de woningbouw; 2. De juiste woningen op de juiste plek; 3. Een leven lang prettig wonen Door de Lokale paragraaf Wonen te actualiseren focust de gemeente zich op de recente ontwikkelingen op de (lokale) woningmarkt. De relatie met de Groeiagenda 2030 wordt in de lokale bouwparagraaf betrokken, waarin ook wordt geformuleerd hoe de gemeente op haar eigen manier bijdraagt aan de ambities uit de regio.

Planspecifiek Met dit plan worden twee vrijstaande woningen gerealiseerd, waarbij aandacht is voor een goede landschappelijke inpassing met herstel van een historische lengtesloot en de biodiversiteit. Het plan sluit aan op het eerste thema, omdat nieuwbouw binnen een bestaand bebouwingslint en buiten de bebouwde kom wordt gerealiseerd. Daarnaast wordt voor een lokale behoefte gebouwd, met het oog op doorstroming. Het plan sluit daarmee aan op de lokale paragrafen Wonen en Bouwen. 3.3.3 Lokale paragraaf Bouwen 2022 De Lokale paragraaf Wonen is in 2019 vastgesteld. Met dit beleidsdocument geeft de gemeente Hardinxveld-Giessendam uitvoering aan het woonbeleid. Inmiddels is de Lokale paragraaf Wonen aan actualisatie toe. Met deze actualisatie wordt verder geborduurd op de Lokale paragraaf Wonen, maar trekt deze naar de huidige tijd. De komende jaren wordt met name gefocussed op het bouwen van Pagina 17 Toelichting BP Parallelweg 134 en 135 te Hardinxveld-Giessendam

nieuwe woningen. Daarom dopen we dit document de Lokale paragraaf Bouwen. De drie thema’s die in onze actualisatie centraal staan, zijn: 1. Vaart maken met woningbouw 2. De juiste woning op de juiste plek 3. Een leven lang prettig wonen In de Lokale paragraaf Bouwen zijn per thema vervolgens actiepunten gedefinieerd. Die actiepunten zijn: • Zoeken naar mogelijkheden voor nieuwbouw • Uitbouwen periodieke bijeenkomsten met Bouwberaad Hardinxveld-Giessendam • Verbeteren communicatie rond nieuwbouwprojecten • Bouwen aan een gevarieerd woningaanbod • Onderzoeken inzet koopconstructies bij nieuwbouw • Bouwen aan een gevarieerd woningaanbod • Onderzoeken inzet koopconstructies bij nieuwbouw Planspecifiek Voorliggend plan sluit aan op de Lokale paragraaf Bouwen. Het sluit aan op het zoeken naar mogelijkheden voor nieuwebouw. Bij dit actiepunt wordt aangegeven dat het initiatief ligt bij ontwikkelende partijen. Voorliggend plan wordt op particulier initiatief gerealiseerd. Tevens is invulling gegeven in het verbeteren van communicatie rond het nieuwbouwprojecten. In lijn met de nieuwe omgevingswet zijn de buren van de planlocatie geïnformeerd over de ontwikkeling. Zie voor nadere informatie hierover hoofdstuk 5 bij de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Tevens draagt het plan bij aan het bouwen van een gevarieerd woonaanbod.

Er wordt door het plan op specifieke lokale behoefte ingespeeld. Van de toekomstige beoogde bewoners is één familie afkomstig uit de gemeente en één familie heeft heel lang in de gemeente gewoond. Door deze ontwikkeling wordt dan ook gerealiseerd voor de lokale woningbehoefte. 3.3.4 Conclusie gemeentelijk beleid Het planvoornemen voldoet aan de gestelde eisen van het beleid van de gemeente HardinxveldGiessendam.

Pagina 18 Toelichting BP Parallelweg 134 en 135 te Hardinxveld-Giessendam

4 Milieutechnische uitvoerbaarheid Een ruimtelijke onderbouwing voor een omgevingsvergunning moet voorzien in een goede ruimtelijke ordening, zoals de Wro ex art 3.1 stelt. De invulling van dit vereiste is in de jurisprudentie verder gepreciseerd. Onderstaand is per woon- en omgevingsaspect beoordeeld of en wat voor een wijziging er optreedt en of een goed woon- en leefklimaat voor zowel de omgeving als het plangebied zelf gegarandeerd is.

4.1

Bedrijven en milieuzonering

Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen), worden hinder en gevaar beperkt of voorkomen en wordt het voor bedrijven of woonfuncties mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Om dit gestandaardiseerd te kunnen beoordelen zijn in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering richtafstanden opgesteld. Deze afstanden geven voor gemiddelde bedrijfssituaties aan op welke afstand geen hinder is te verwachten. De meer verfijnde afstemming voor de beperking of voorkoming van milieuhinder vindt vervolgens plaats in het kader van de Wet milieubeheer. Planspecifiek Met dit plan worden twee vrijstaande woningen mogelijk gemaakt. In de omgeving is zowel een snelweg te vinden als de Merwede-Lingespoorlijn, evenals (agrarische) bedrijven, waardoor de omgeving te typeren is als een gemengd gebied. Direct ten oosten van het plangebied ligt een bedrijf dat op basis van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ een maximale richtafstand heeft van 10 meter. De planologische situatie staat een bedrijf tot maximaal milieucategorie 2 toe.

Het bedrijf ligt daarnaast in een gemengd gebied, waardoor wordt voldaan aan de benoemde maximale richtafstand. In navolgende afbeelding is schematisch de planologische situatie weergegeven. Met het bouwen van de woningen wordt voldaan aan de minimale richtafstand van 10 meter. Hierdoor ondervinden de woningen geen negatieve gevolgen van de naastgelegen bedrijfsbestemming. Ook ondervindt het bedrijf geen belemmeringen door de beoogde woningen.

Afbeelding 5: Milieuzonering bedrijf (cat. 2) ten opzichte van het plangebied. De rode stippellijn geeft de minimale richtafstand aan. Bron: Ruimtelijke plannen. Pagina 19 Toelichting BP Parallelweg 134 en 135 te Hardinxveld-Giessendam

Spuitzones Voor onder andere bomenkwekerijen, fruitteelt en sierteelt kunnen chemische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Als deze activiteiten plaatsvinden dan gelden hier zones voor waarin deze chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt mogen worden. Ten noorden van het plangebied ligt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Giessenlanden’ (vastgesteld 11 maart 2015), waarbij de relevante gronden bestemd zijn met ‘Agrarisch’. Binnen deze bestemming is fruitteelt alleen toegestaan ter plaatse van de bijbehorende specifieke aanduiding. De gronden nabij het plangebied voorzien niet in een fruitteelt- of sierteeltbedrijf of een bomenkwekerij, waardoor spuitzones niet van toepassing zijn voor het plangebied.

4.2

Geluidhinder

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt ernaar gestreefd om de geluidhinder door spoor, wegverkeer of industrie te beperken. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er normen gesteld tot welke maximale geluidsniveaus geluidgevoelige functie belast mogen worden. De Wgh geeft ook aan in welke situaties door onderzoek aangetoond moet worden of aan deze normen voldaan kan worden. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening en bijbehorende jurisprudentie zijn aanvullende onderzoek verplichtingen gesteld. Planspecifiek Het planvoornemen is om twee landelijk ogende woningen te realiseren. Het plan maakt dan ook twee geluidgevoelige objecten mogelijk, waardoor aanvullende eisen vanuit de Wet geluidhinder van toepassing zijn. Daarnaast ligt het planvoornemen nabij de Merwede-Lingespoorlijn, waardoor het effect van spoorwegverkeerslawaai moet worden onderzocht. Hiervoor is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 1. De conclusie van dit onderzoek luidt: De geluidbelasting op de gevels van de te realiseren woningen aan de Parallelweg in HardinxveldGiessendam bedraagt maximaal Lden=58 dB ten gevolge van het wegverkeer op de Parallelweg. De maximale ontheffingswaarde wordt met 5 dB overschreden. De voorgevel zou doof moeten worden uitgevoerd, dat wil zeggen zonder te openen delen (ramen en deuren). De entree zou dan aan de zijgevel moeten worden ontworpen.

Het wegverkeer op de A15 leidt tot een geluidbelasting van maximaal Lden= 53 dB. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden, de voorkeursgrenswaarde wordt met 5 dB overschreden. Het railverkeerslawaai op de spoorlijn Dordrecht-Geldermalsen leidt tot een geluidbelasting van maximaal Lden=62 dB op de voorgevel. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden, de voorkeursgrenswaarde wordt met maximaal 7 dB overschreden. Het goederenverkeer op de Betuwelijn leidt niet tot een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Toetsend aan het Hogere waardebeleid kan worden geconcludeerd dat er geen volledig geluidluwe gevel is. Het beleid schrijft een geluidluwe buitenruimte voor. Deze kan worden gecreëerd met een (groen) gebouwgebonden geluidscherm aan de zijde van de A15. Dit is in deze situatie het maximaal redelijkerwijs haalbare.’. Op basis van bovenstaande wordt aangetoond dat het plan uitvoerbaar is door het realiseren van een gebouwgebonden geluidscherm. Met het geluidscherm wordt voldaan aan de voorwaarden uit het gemeentelijk Hogere Waardenbeleid. Daarnaast kan de voorzijde als dove gevel uitgevoerd worden. Bij de omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen deze vereisten aangetoond worden en daarmee wordt dan voldaan aan het Hogere Waardenbeleid. In de planregels is het geluidscherm geborgd door een specifieke gebruiksregel op te nemen (art.

4.5.2.c) die voorschrijft dat een hoofdgebouw voorzien dient te worden van een gebouwgebonden geluidscherm of een vergelijkbare oplossing. Pagina 20 Toelichting BP Parallelweg 134 en 135 te Hardinxveld-Giessendam

4.3

Ecologie

4.3.1 Flora en Fauna In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet bepaald worden of een plan geen nadelige effecten heeft voor beschermde plant- en diersoorten in en nabij het plangebied. Als de ontwikkeling verstoring of uitroeiing van beschermde soorten kan inhouden dient onderzocht te worden of eventuele soorten aanwezig zijn. Wanneer dit het geval is moet ook aangetoond worden middels welke ingrepen deze verstoring voorkomen wordt dan wel gecompenseerd. Planspecifiek Om te bepalen of het plan gevolgen heeft voor beschermde soorten is een ecologische quickscan uitgevoerd, zie bijlage 2. De conclusies van de quickscan luiden: ‘ Planvorming Aanvankelijk was het voornemen om de oude verlande watergang in zijn geheel te vergraven om het perceel in tweeën te splitsen. Voor de uitvoering van dit plan dienden de oude bomen langs de oude oever geruimd te worden. Na het veldbezoek in gezamenlijk overleg met opdrachtgever, is nadrukkelijk besloten om de oude bomen te behouden, deze oude bomen gaan dus niet geruimd worden. Amfibieën Het moerassige achterste gedeelte van de verlande watergang is in poten􀆟e geschikt als voortplantingsplaats voor diverse soorten algemene soorten zoals o.a. padden en bruine kikkers. Daarnaast kunnen ook strikt beschermde soorten amfibieën volgens de Wet Natuurbescherming zich voortplanten in het moerassige gedeelte.

Zo zijn bijvoorbeeld op plusminus 700 meter afstand van dit perceel in het verleden een aantal waarnemingen gedaan van de zeer zeldzame kamsalamander. Deze kamsalamanders komen vandaag de dag helaas nog maar enkele locaties voor in de provincie Zuid Holland. Conclusie: Vooralsnog zullen er alleen werkzaamheden plaats vinden op het voorste gedeelte van dit perceel en ter plaatse van de beoogde nieuw te realiseren woningen. De lengtesloot zal tevens alleen vergraven worden tot zover mogelijk is. Het achterste gedeelte van de lengtesloot met moerassig karakter en huidige bomen blijven hierdoor volledig in tact, negatieve effecten op het mogelijk voorkomen van algemene en strikt beschermde soorten amfibieën valt hierdoor volledig uit te sluiten. Een aanvullend ecologisch soortgericht onderzoek door een gespecialiseerd bureau is daardoor op dit moment niet noodzakelijk. Vissen Tevens valt ook niet uit te sluiten dat de grote modderkruiper voorkomt in de watergangen rondom dit perceel. De waarneming is wel erg gedateerd, maar op nog geen 400 meter hemelsbreed van dit perceel vandaan is in 2011 door een beroepsvisser een exemplaar gevangen volgens rapportage waterschap. Daarnaast laat het waterschap de watergangen in haar werkgebied regelma􀆟g onderzoek uitvoeren middels eDNA om de verspreiding van de grote modderkruiper in kaart te brengen.

Conclusie: Vooralsnog zullen er alleen werkzaamheden plaats vinden op het voorste gedeelte van dit perceel en ter plaatse van de beoogde nieuw te realiseren woningen. De lengtesloot zal tevens alleen vergraven worden tot zover mogelijk is. Het achterste gedeelte van de lengtesloot met moerassig karakter en huidige bomen blijven hierdoor volledig in tact, negatieve effecten op het mogelijk voorkomen van de strikt beschermde grote modderkruiper valt hierdoor volledig uit te sluiten. Een aanvullend ecologisch soortgericht onderzoek door een gespecialiseerd bureau is daardoor op dit moment niet noodzakelijk. Pagina 21 Toelichting BP Parallelweg 134 en 135 te Hardinxveld-Giessendam

Vleermuizen Watervleermuizen, ruige dwergvleermuizen en rosse vleermuizen zijn typisch boombewonende vleermuizen. In de zomer vinden we kolonies van deze soorten vooral in bomen. Ze gebruiken dan vaak verlaten spechtenholen. Watervleermuizen gebruiken voor de winterslaap vooral mergelgroeven, forten, bunkers en ijskelders. Rosse vleermuizen daarentegen gebruiken holle bomen niet alleen in zomer, maar ook als winterslaapplaats. Bomen zijn belangrijke verblijfplaatsen voor vleermuizen, zowel in de zomer als in de winter. Allerlei holtes kunnen aantrekkelijk zijn voor vleermuizen, zoals verlaten spechtenholen of holen die door rotting bij een afgebroken tak ontstaan zijn. Om als goed vleermuisverblijf te dienen moet zo'n gat dan wel naar boven uitgerot zijn, zodat de vleermuizen boven de opening kunnen hangen. Maar zelfs losse stukken schors kunnen een geschikte verblijfplaats vormen, net als vogel- of vleermuiskasten. De aanwezigheid van vleermuizen in een boomholte is vaak zichtbaar door een spoor van urine dat uit de holte langs de boomstam naar beneden loopt en door uitwerpselen die op de grond gevonden worden. Conclusie: Bezien het aantal oude spechtholen, losse stukken schors en de vele rottingsplekken in de oude bomen valt niet uit te sluiten dat deze bomen in gebruik zijn door vleermuizen.

Mochten deze bomen in de toekomst toch geruimd gaan worden dan dient aanvullend vleermuisonderzoek plaats te vinden door een gespecialiseerd ecologisch bureau. Mocht blijken uit het onderzoek dat de bomen inderdaad in gebruik zijn door vleermuizen dan is een flora- en fauna ontheffing beschermde soorten benodigd van de provincie. Vogels Jaarrond beschermde nesten van boombewonende vogels zoals bijvoorbeeld sperwer, buizerd of steenuil zijn na een visuele inspectie van de oude bomen derhalve niet aangetroffen. Conclusie: Een aanvullend ecologisch soortgericht onderzoek door een gespecialiseerd bureau naar jaarond beschermde nesten van boombewonende vogels is daardoor op dit moment niet noodzakelijk. Gezien bovenstaande conclusies heeft de beoogde planvorming geen negatieve effecten op beschermde soorten. 4.3.2 Stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden Op 15 juni 2015 is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) vastgesteld. Het PAS bevat maatregelen die leiden tot een afname van stikstofdepositie en maatregelen die leiden tot een versterking van de natuurwaarden in de Natura 2000-gebieden. Een gedeelte van de toekomstige afname van stikstofdepositie kan vervolgens worden opgevuld door economische activiteiten die leiden tot een toename van stikstofdepositie. In de praktijk blijkt echter dat de afname van stikstofdepositie door de maatregelen niet gegarandeerd kan worden.

Daarom heeft op 29 mei 2019 de Raad van State een uitspraak gedaan waarin de Raad oordeelt dat het PAS niet als basis voor toestemming voor activiteiten mag worden gebruikt. Op 10 maart 2021 is een nieuwe Stikstofwet vastgesteld en op 18 juni 2021 het besluit gepubliceerd die de wet nader uitwerkt. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering regelt onder meer drie resultaatsverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura 2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 74%. Door deze maatregelen gelden er nieuwe uitgangspunten voor een stikstofberekening. Zo moet de bouwfase per 2 november 2022 worden meegenomen in de stikstofberekening. Daarnaast moet ook de gebruiksfase worden meegenomen in de berekening.

Pagina 22 Toelichting BP Parallelweg 134 en 135 te Hardinxveld-Giessendam

Het uitgangspunt is sindsdien nog steeds dat voor nieuwe initiatieven aangetoond moet worden dat er geen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden ontstaan door stikstofemissies en deposities ontstaan als gevolg van het initiatief. Het instrument waarmee de stikstof berekend kan worden is de AERIUS Calculator (versie 2023) Planspecifiek Voor het planvoornemen is met de Aeriuscalculator onderzocht wat het effect van de aanlegfase en de gebruiksfase is op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden, zie bijlage 3. De conclusie van deze Aeriusberekening luidt: ‘Op basis van de resultaten uit de AERIUS-berekeningen voor zowel de realisatie- als de gebruiksfase blijkt dat er geen rekenresultaten worden weergegeven van stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden. Geconcludeerd wordt dat er geen negatieve effecten op nabijgelegen Natura-2000 gebieden te verwachten zijn in het kader van stikstofdepositie. Er is geen reden die de realisatie en het gebruik van het plan in de weg staat.’

4.4

Bodem

Het is wettelijk geregeld (Wbb en bouwverordening) dat bouw pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen, als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Indien sprake is van een verdachte locatie dient onderzocht te worden in welke mate de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Planspecifiek Met dit plan worden twee vrijstaande woningen mogelijk gemaakt op bestaande agrarisch bestemde gronden. Deze gronden hebben een lagere bodemkwaliteitsklasse dan de beoogde woonfunctie van de gronden. Hierdoor is een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk, zie bijlage 4. De conclusie van het onderzoek luidt: ‘De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging van de locatie. In verband hiermee is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vereist. Het doel van het uitvoeren van dit bodemonderzoek is het vaststellen van de huidige bodemkwaliteit en of deze bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor het huidige en toekomstige gebruik.

Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek is een hypothese opgesteld met betrekking tot een mogelijke verontreinigingssituatie in de bodem, namelijk verdacht voor een diffuse bodemverontreiniging met zware metalen en/of PAK en met diverse stoffen ter plaatse van de voormalige sloten. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd: • De slibhoudende klei ter plaatse van de voormalige sloten (MM01 t/m MM03) is licht verontreinigd met zware metalen en/of PAK. • Zowel in de bovengrond (MM04 en MM05) als in de ondergrond (MM07) worden lichte verontreinigingen met enkele zware metalen en PAK aangetoond. Bij boring 114 blijkt na aanvullende analyses het nikkelgehalte hoger dan de tussenwaarde. • In het grondwater op de onderzoekslocatie (peilbuis 107) zijn licht verhoogde concentraties aan barium en minerale olie aangetoond; de verhoogde concentratie barium wordt beschouwd als een natuurlijk verhoogde achtergrondconcentratie. Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek is de hypothese ‘verdacht voor verontreiniging’ bevestigd, vanwege de aangetoonde verhoogde gehalten in de grond en/of in het grondwater. De aangetoonde gehalten in de grond komen overeen met de verwachtingen op basis van de Pagina 23 Toelichting BP Parallelweg 134 en 135 te Hardinxveld-Giessendam

bodemkwaliteitskaart. Het matig verhoogde gehalte aan nikkel bij boring 214 wordt geweten aan heterogeniteit. Het licht verhoogde bariumgehalte in het grondwater betreft onzes inziens een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde. De licht verhoogde concentratie aan minerale olie in het grondwater kan toegeschreven worden aan natuurlijke olieachtige verbindingen in het oude slib. Op grond van het totaal aan onderzoekresultaten wordt geconcludeerd dat aanvullend onderzoek (eventueel op basis van een aangepaste onderzoeksstrategie) of nadere maatregelen onzes inziens niet noodzakelijk worden geacht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt wordt het terrein derhalve geschikt geacht voor de huidige en de toekomstige bestemming.’ Gezien bovenstaande conclusies vormt het aspect bodem geen belemmering voor voorliggend plan.

4.5

Luchtkwaliteit

Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 1: Grenswaarden maatgevende stoffen Wet luchtkwaliteit.

Stof Stikstofdioxide (NO2)

Toetsing van Grenswaarde jaargemiddelde concentratie 40 µg / m³ Uurgemiddelde (mag max. 18 keer per 200 µg / m³ jaar worden overschreden) Fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 40 µg / m³ 24-gemiddelde concentratie (mag max. 50 µg / m³ 35 keer per jaar worden overschreden) Fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie 25 µg / m³

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/947/documents/30011