CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

2b DGJ Jaarstukken 2025.pdf

Gemeenteraad GHG 11 juni 2026, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 12: Verzamelvoorstel verbonden partijen: jaarrekeningen 2025 en begrotingen 2027 incl. zienswijzen28.497 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Actuele begroting 2025 Lasten Baten Saldo 157.906 157.906 5.450 5.250 200 163.356 163.156 200 -200 163.356 163.356 -

(bedragen x € 1.000) Realisatie 2025 Afwijking 2025 Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo 154.859 154.859 3.047 3.047 4.400 4.200 200 1.050 1.050 159.258 159.058 200 4.098 4.098 200 -200 159.258 159.258 4.098 4.098 -

Begrotingsmutaties De begroting met begrote lasten van € 155,0 miljoen is aangepast in de 1e bestuursrapportage 2025 naar € 163,4 miljoen. De aanpassing betrof een aanpassing aan de actuele forecast van de jeugdhulpuitgaven. Bij de tweede bestuursrapportage is geen begrotingswijziging toegepast omdat deze niet meer in 2025 zou kunnen worden vastgesteld vanwege de zienswijzeprocedure. Er heeft bij de realisatie een verschuiving plaatsgevonden van een deel (€ 0,6 mln.) van de apparaatskosten SOJ van Algemene dekkingsmiddelen (overhead) naar Producten jeugd (primair proces). Tabel 2 Bedragen * € 1.000,-

Realisatie Realisatie Primaire Actuele Prognose 2025 2024 begroting begroting 2e burap 141.416 10.250 6.240 5.450

Realisatie Realisatie 2025 -/2025 -/Actuele Begroting begroting 9.454 -981 -2.208 -2.671 -2.078 35 -930 -480 4.238 -4.098

(bedragen x € 1.000) Realisatie realisatie 2025 -/- 2025 -/Prognose Realisatie 2e burap 2024 -525 9.145 -2.416 -669 259 -740 -380 728 -200 -3.063 8.264

Regionale zorgmarkt LTA PGB Serviceorganisatie Mutaties reserves Totaal lasten

140.435 7.579 6.275 4.970 159.258

131.290 8.248 7.015 4.242 200 150.994

130.981 9.786 8.353 5.900 155.021

163.356

140.960 9.995 6.016 5.350 162.321

Gemeentelijke bijdragen Rentebaten Overige baten Mutaties reserves Totaal baten

158.833 225 200 159.258

150.548 446 150.994

155.021 155.021

162.874 283 200 163.357

161.957 200 164 162.321

3.812 225 200 4.237

-4.041 -58 -4.099

-3.124 25 36 -3.063

8.285 -221 200 8.264

Saldo baten -/- laten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Samenvatting resultaat en belangrijkste ontwikkelingen Samenvatting resultaat De lasten 2025 zijn € 4,1 miljoen lager (2,5%) dan de actuele begroting en € 3,1 miljoen (1,9%) lager dan de prognose bij de tweede bestuursrapportage. De gemeentelijke bijdragen zijn € 4,0 mln. (2,5%) lager dan de bij de actuele begroting en € 3,1 miljoen lager dan de prognose bij de tweede bestuursrapportage. Hieronder volgt een nadere toelichting. Kostenontwikkeling 2025 ten opzichte van 2024 Ten opzichte van 2024 zijn de lasten met € 8,3 mln. (5,5%) gestegen in 2025. De indexatie van de tarieven bedroeg 4,63%. Daarnaast zijn er ook andere ontwikkelingen

Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2025 |

27

geweest. In onderstaand overzicht zijn de mutaties toegelicht.

Mutaties Indexatie Woonplaatsbeginsel Vrijval oude jaren Rentebaten Uitvoeringskosten Prijsaanpassing Verschuiving lokaal naar ZiN Mutatie jeugdhulpgebruik Totaal

Stijging Toelichting 4,6% Indexatie 4,63% effect op tarieven -0,2% Hogere baten in 2025 dan in 2024 -0,1% Vrijval niet gedeclareerde zorg naar verwachting hoger dan in 2024 0,1% Lagere rentebaten door lagere liquiditeit als gevolg van overschrijding voorschot gemeenten 0,5% Stijging uitvoeringskosten CAO wijzigingen en additionele projecten en programma's 0,6% Prijsaanpassing JeugdzorgPlus, iHub 3milieu en JBJR 0,2% Verschuiving van lokale taakgerichte bekostiging naar individuele voorzieningen ZiN -0,3% Afname jeugdhulp gebruik 5,5%

Meerjarige kostenontwikkeling In onderstaande grafiek is de kostenontwikkeling van 2018 tot en met 2025 weergegeven.

Aantal zorgaanbieders Het aantal zorgaanbieders dat in 2025 zorg heeft geleverd is 328 (116 gecontracteerd, 194 maatwerk en 18 LTA). Sommige aanbieders komen in meerdere categorieën voor. Vorig jaar waren het totaal aantal zorgaanbieders 323.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2025 |

28

Regionale zorgmarkt De post regionale zorgmarkt is € 1,0 miljoen lager dan de actuele begroting en € 0,5 miljoen lager dan de prognose bij de tweede bestuursrapportage. Dit is grotendeels te danken aan een actieve aanpak van het woonplaatsbeginsel. Hierdoor zijn er extra ontvangsten van € 2,1 miljoen gerealiseerd, terwijl slechts € 0,1 miljoen bij onze regio is gevorderd. Deze aanpak is met name in het vierde kwartaal uitgevoerd wat de belangrijkste verklaring is van de lagere lasten. De kosten zijn, inclusief mutatie reserve, € 8,9 miljoen hoger dan vorig jaar, voornamelijk door indexatie. Regionale zorgmarkt Gemeente

Realisatie 2024

Actuele begroting Prognose 2e burap

Realisatie 2025

Alblasserdam Dordrecht Gorinchem Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Hoeksche waard Molenlanden Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Totaal

€ € € € € € € € € € €

€ € € € € € € € € € €

€ € € € € € € € € € €

6.508.592 42.631.268 10.523.766 4.939.307 7.411.931 17.074.437 8.837.018 9.419.012 6.832.645 17.311.618 131.489.594

7.236.119 46.658.428 10.412.560 4.859.311 8.281.850 19.529.246 8.307.525 10.452.962 7.089.453 18.588.985 141.416.442

€ € € € € € € € € € €

7.275.562 46.604.927 10.512.117 4.687.664 8.322.787 19.406.443 8.220.396 10.511.005 7.117.155 18.301.977 140.960.033

7.464.487 45.369.424 10.747.447 4.686.839 8.223.813 19.782.833 8.079.837 10.812.730 7.033.206 18.234.648 140.435.264

Realisatie 2025 -/Realisatie 2025 -/- Realisatie 2025 -/Prognose 2e Actuele begroting Realisatie 2024 burap € 228.367 € 955.895 € 188.924 € -1.289.005 € 2.738.156 € -1.235.503 € 334.887 € 223.681 € 235.330 € -172.472 € -252.468 € -825 € -58.037 € 811.882 € -98.974 € 253.587 € 2.708.396 € 376.390 € -227.688 € -757.181 € -140.559 € 359.768 € 1.393.718 € 301.725 € -56.248 € 200.561 € -83.949 € -354.337 € 923.030 € -67.328 € -981.177 € 8.945.670 € -524.769

LTA Het LTA (Landelijk Transitie Arrangement) is € 2,7 mln. lager dan de actuele begroting en € 2,4 miljoen lager dan de prognose 2e burap 2025. Ten opzichte van vorig jaar daalt de post € 0,7 m De contracten worden gesloten door de VNG, contractbeheer en monitoring wordt uitgevoerd door de VNG en gemeenten moeten de werkelijke kosten betalen. Het betreft hooggespecialiseerde zorg met hoge kosten per jeugdige die sterk kunnen fluctueren. De kosten zijn na de zomer sterk gedaald. LTA Gemeente

Realisatie 2024

Actuele begroting Prognose 2e burap

Realisatie 2025

Alblasserdam Dordrecht Gorinchem Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Hoeksche waard Molenlanden Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Totaal

€ € € € € € € € € € €

€ € € € € € € € € € €

€ € € € € € € € € € €

361.718 1.659.452 790.392 260.486 725.682 2.124.225 141.361 1.031.952 439.273 713.360 8.247.901

335.549 2.324.857 1.063.545 48.709 918.977 2.843.598 256.471 1.175.661 394.713 888.006 10.250.086

€ € € € € € € € € € €

296.693 2.412.217 1.348.368 188.052 677.754 2.571.561 272.578 1.091.874 294.922 841.155 9.995.173

173.962 1.846.465 974.669 196.205 509.040 1.864.653 238.519 838.332 182.193 754.713 7.578.752

Realisatie 2025 -/Realisatie 2025 -/- Realisatie 2025 -/Prognose 2e Actuele begroting Realisatie 2024 burap € -161.587 € -187.756 € -122.730 € -478.392 € 187.013 € -565.751 € -88.876 € 184.277 € -373.699 € 147.496 € -64.281 € 8.153 € -409.937 € -216.642 € -168.714 € -978.945 € -259.572 € -706.908 € -17.952 € 97.158 € -34.059 € -337.329 € -193.620 € -253.542 € -212.520 € -257.080 € -112.729 € -133.293 € 41.353 € -86.442 € -2.671.334 € -669.149 € -2.416.421

PGB De post PGB is € 35.178 hoger dan de actuele begroting en € 0,7 miljoen lager dan vorig jaar. In vergelijking met de prognose 2e burap 2025 is de realisatie € 0,3 miljoen hoger. PGB Gemeente

Realisatie 2024

Actuele begroting Prognose 2e burap

Realisatie 2025

Alblasserdam Dordrecht Gorinchem Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Hoeksche waard Molenlanden Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Totaal

€ € € € € € € € € € €

€ € € € € € € € € € €

€ € € € € € € € € € €

201.691 2.958.271 376.976 392.923 376.345 951.685 513.544 232.244 248.157 762.788 7.014.624

239.520 2.383.569 225.327 364.343 313.180 1.005.276 478.381 152.430 259.105 818.390 6.239.521

€ € € € € € € € € € €

208.693 2.402.708 240.498 272.764 288.201 870.205 571.289 151.808 190.709 818.960 6.015.835

233.351 2.498.718 207.176 270.460 308.791 769.197 680.808 185.440 173.362 947.397 6.274.699

Realisatie 2025 -/Realisatie 2025 -/- Realisatie 2025 -/Prognose 2e Actuele begroting Realisatie 2024 burap € -6.169 € 31.660 € 24.658 € 115.149 € -459.553 € 96.010 € -18.152 € -169.801 € -33.323 € -93.883 € -122.463 € -2.304 € -4.389 € -67.554 € 20.590 € -236.079 € -182.488 € -101.008 € 202.427 € 167.264 € 109.519 € 33.010 € -46.804 € 33.632 € -85.743 € -74.795 € -17.347 € 129.007 € 184.609 € 128.437 € 35.178 € -739.925 € 258.864

In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de besteding van de budgetten weergegeven.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2025 |

29

Jaar

2021

2022

2023

2024

2025

Unieke clienten

1.021

1.039

992

860

722

Budget * € 1.000 Besteed * € 1.000 Saldo * € 1.000

10.314 6.818 3.496

10.829 7.030 3.799

11.355 7.440 3.915

10.940 7.015 3.925

9.642 6.275 3.367

Gemiddeld Budget Gemiddeld Besteed Saldo Uitnuttingspercentage

10.102 6.678 3.424 66%

10.423 6.766 3.657 65%

11.447 7.501 3.947 66%

12.720 8.157 4.563 64%

13.355 8.691 4.664 65%

Jaarlijks wordt een last opgenomen voor nog te betalen PGB‑bedragen. Het uitnuttingspercentage is lager dan het beschikbare budget. Voorheen werd hiervoor gekeken naar de declaraties die na afloop van het jaar nog werden ingediend, vermeerderd met een onzekerheidsmarge van 25%. In overleg met de accountant is de berekeningsmethodiek in 2024 herzien. Vanaf verslagjaar 2024 wordt voor de bepaling van de reservering een vast percentage van 6,3% toegepast over de nog te verwachten PGB‑declaraties van het verslagjaar. Ook voor verslagjaar 2025 wordt deze 6,3%‑systematiek ongewijzigd toegepast. De reservering is gebaseerd op een analyse van historische uitgavenpatronen en toekomstige verplichtingen. Hiermee wordt beoogd een zo nauwkeurig mogelijke inschatting te maken van de nog te betalen PGB‑bedragen. Serviceorganisatie Jeugd De kosten van de Serviceorganisatie zijn € 0,5 mln. lager dan de prognose in de actuele begroting en € 0,4 miljoen lager dan de prognose bij de tweede bestuursrapportage. De onderbesteding wordt deels verklaard door een onderbesteding in het rechtmatigheidsproject van € 180.000, doordat een onderzoeken later in het jaar zijn gestart en uitgevoerd dan gepland. Het resterende deel van de onderschrijding wordt verklaard door personeelskosten voor eigen personeel als gevolg van personeelsverloop dat nog niet of met vertraging is ingevuld.

Baten De gemeentelijke bijdragen volgen de lasten. De kosten worden in rekening gebracht bij de deelnemers. De lagere rentebaten ten opzichte van 2024 en de prognose in de eerste en tweede bestuursrapportage 2025 zijn hoofdzakelijk het gevolg van een gedaalde rente en hogere uitgaven ten opzichte van de primaire begroting, waarop de voorschotnota's zijn gebaseerd. Gemeentelijk bijdragen In onderstaande tabel zijn de voorlopige gemeentelijke bijdragen voor 2025 opgenomen. De definitieve bijdragen volgen in de definitieve jaarrekening waarin de definitieve productieverantwoordingen met controleverklaring zijn verwerkt.

Lasten per Regionale Vrijval Rapportage LTA PGB SOJ Rente Totaal 2e Burap begrotingspost zorgmarkt reserve december Alblasserdam € 7.464.487 € 173.962 € 233.351 € 227.441 € -10.295 € -9.151 € 8.079.794 € 8.009.031 € 8.118.454 Dordrecht € 45.369.424 € 1.846.465 € 2.498.718 € 1.485.660 € -67.251 € -59.778 € 51.073.238 € 52.910.487 € 51.676.304 Gorinchem € 10.747.447 € 974.669 € 207.176 € 474.020 € -21.457 € -19.073 € 12.362.781 € 12.576.786 € 12.411.144 Hardinxveld-Giessendam € 4.686.839 € 196.205 € 270.460 € 194.086 € -8.786 € -7.809 € 5.330.994 € 5.343.173 € 5.576.770 Hendrik-Ido-Ambacht € 8.223.813 € 509.040 € 308.791 € 259.034 € -11.726 € -10.423 € 9.278.529 € 9.548.625 € 9.256.695 Hoeksche waard € 19.782.833 € 1.864.653 € 769.197 € 783.936 € -35.486 € -31.543 € 23.133.590 € 23.635.003 € 23.712.114 Molenlanden € 8.079.837 € 238.519 € 680.808 € 391.909 € -17.740 € -15.769 € 9.357.563 € 9.457.682 € 9.598.858 Papendrecht € 10.812.730 € 838.332 € 185.440 € 316.131 € -14.310 € -12.720 € 12.125.603 € 12.071.360 € 12.357.652 Sliedrecht € 7.033.206 € 182.193 € 173.362 € 291.532 € -13.197 € -11.730 € 7.655.366 € 7.895.513 € 7.864.929 Zwijndrecht € 18.234.648 € 754.713 € 947.397 € 545.910 € -24.712 € -21.965 € 20.435.992 € 20.509.531 € 20.781.660 Totaal € 140.435.264 € 7.578.752 € 6.274.699 € 4.969.657 € -224.960 € -199.961 € 158.833.450 € 161.957.191 € 161.354.579

Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2025 |

30

Taakvelden 6.752 Jeugdhulp ambulant RTA 6.752 Vervoer jeugd 6.762 Jeugdhulp met verblijf RTA 6.762 WPB jeugd 6.753 Jeugdhulp ambulant LTA 6.763 Jeugdhulp met verblijf LTA 6.792 PGB jeugd 6.821 Jeugdbescherming 6.822 Jeugdreclassering 6.92 Coördinatie en beleid Jeugd 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.10 Mutatie reserves Totaal

Alblasserdam Dordrecht 3.938.394 152.123 2.831.856 -16.882 129.860 44.103 233.351 500.507 84.574 201.355 -10.295 -9.151 8.079.794

23.142.919 783.992 18.504.393 -343.171 844.884 1.001.581 2.498.718 2.868.380 583.303 1.315.268 -67.251 -59.778 51.073.238

Gorinchem 6.022.122 181.615 3.565.874 74.505 134.355 840.314 207.176 833.260 124.437 419.654 -21.457 -19.073 12.362.781

Hardinxveld- Hendrik-Ido- Hoeksche Molenlanden Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Totaal Giessendam Ambacht waard 3.001.596 4.955.757 13.069.233 5.073.537 6.242.443 4.505.378 9.530.713 79.482.092 105.896 153.976 340.306 207.422 153.906 105.071 351.923 2.536.230 1.407.855 2.630.948 5.241.493 2.552.909 3.985.156 2.331.728 6.852.247 49.904.458 -149.813 -23.212 -423.922 -286.874 -415.010 -390.319 -73.451 -2.048.150 108.899 465.205 947.453 222.646 483.896 170.522 435.635 3.943.355 87.306 43.834 917.199 15.873 354.436 11.671 319.078 3.635.396 270.460 308.791 769.197 680.808 185.440 173.362 947.397 6.274.699 320.988 434.283 1.337.405 547.583 737.098 475.884 1.440.531 9.495.919 22.577 101.770 308.229 30.208 145.395 38.900 195.296 1.634.690 171.826 229.325 694.026 346.960 279.873 258.095 483.299 4.399.681 -8.786 -11.726 -35.486 -17.740 -14.310 -13.197 -24.712 -224.960 -7.809 -10.423 -31.543 -15.769 -12.720 -11.730 -21.965 -199.961 5.330.994 9.278.529 23.133.590 9.357.563 12.125.603 7.655.366 20.435.992 158.833.450

Bij de post overhead is € 0,6 miljoen verschoven naar het primair proces (regionale zorgmarkt).

Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2025 |

31

3 Verplichte paragrafen 3.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Kaders In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 22 december 2022 is de nota risicomanagement en weerstandvermogen vastgesteld. Hierin is vastgelegd hoe risico's binnen de Dienst Gezondheid en Jeugd worden geïnventariseerd, gekwalificeerd beheerst en waar nodig gekwantificeerd. De paragraaf wordt steeds geactualiseerd bij elk volgend P&C document, zo ook nu ook met de begroting 2027 en jaarrekening 2025. Risicobeheersing Voor het bepalen van een gewenst weerstandsvermogen is inzicht nodig in de omvang en in de achtergronden van de risico’s en de risicobeheersing. De actuele en relevante inzichten omtrent de risicobeheersing zijn als volgt omschreven: - Risicobeheersing jeugdhulp SOJ - Risicobeheersing GGD, VT, LVS, apparaatskosten SOJ en bedrijfsvoering GR Risicobeheersing jeugdhulp SOJ Weerstandsvermogen Voor jeugdhulp is er geen weerstandsvermogen/algemene reserves. Zoals opgenomen in de bijdrageverordening komen tegenvallers en meevallers ten opzichte van de begroting, ten laste respectievelijk ten gunste van de deelnemende gemeenten. Risico's gerelateerd aan jeugdhulpgebruik Deze financiële risico's richten zich vooral op de ontwikkeling van de kosten van jeugdhulp in relatie tot de begroting en de daling van de rijksbijdragen voor jeugdhulp. In 2025 laat het gebruik van jeugdhulp een kleine stijging zien.

De ontwikkeling van de kosten voor jeugdhulp fluctueert en verschilt per gemeente. In de Hervormingsagenda zijn een aantal programmalijnen opgenomen die moeten leiden tot een forse afname van de kosten. In lijn hiermee worden de rijksbijdragen afgebouwd. Als het niet lukt de kosten te laten dalen, ontstaat er een tekort tussen rijksbijdragen en kosten jeugdhulp. Gemeenten en Serviceorganisatie nemen de uitvoering van de maatregelen gezamenlijk ter hand. Hiertoe is het Verbeterprogramma inkoop jeugdhulp opgesteld. De uitwerking en implementatie van de maatregelen is onderhanden. Risico vanwege hogere inflatie en indexatie Onzekerheden in de ontwikkeling van de inflatie kunnen de indexatie van tarieven doen oplopen. Voor 2026 zijn de tarieven met 5,13% geïndexeerd. Dit is 1,85% hoger dan waarmee in de begroting rekening is gehouden. Bij het opstellen van de kadernota en begroting is het OVA percentage nog niet bekend en worden indexcijfers uit de septembercirculaire gebruikt. Dit heeft voor 2026 een forse stijging opgeleverd van de lasten ten opzichte van de begroting van circa € 3,0 mln. De tarieven worden geïndexeerd volgens de landelijk overeengekomen OVA-methodiek. Hiermee wordt ook het gemeentefonds voor het onderdeel jeugdhulp geïndexeerd. Gemeenten ontvangen dus middelen voor de indexatie van de tarieven jeugdhulp.

De inhaalindexatie is verwerkt in de begroting 2027, maar niet in de begroting 2026.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2025 |

32

Risico behalen beoogd resultaat ontwikkelopdracht zorgaanbieders SOJ Voor SOJ is een kostprijsonderzoek uitgevoerd naar de toereikendheid van de tarieven voor jeugdhulpaanbieders. De uitkomsten hiervan met een impact van € 6,4 mln. zijn verwerkt in de tarieven voor 2026 en in de begroting 2027, maar niet in de begroting 2026. Aanbieders krijgen een ontwikkelopdracht om het ziekteverzuim en de inzet van inhuur te reduceren. Het beoogd resultaat hiervan is € 2,6 mln. In de begroting 2027 en meerjarenperspectief zijn de beoogde resultaten van de ontwikkelopdracht verwerkt. Het risico bestaat dat de resultaten gedeeltelijk niet gehaald worden. De maximale impact van dit risico is € 2,6 mln. in 2029. Met terugwerkende kracht declareren van PGB-budgetten Van de verstrekte PGB-budgetten wordt circa 65% daadwerkelijk besteed. In de huidige gemeentelijke verordeningen en beleidsregels zijn geen beperkingen opgelegd aan het met terugwerkende kracht over oude jaren indienen van declaraties. Wel geldt de algemene wettelijke regel dat dit na 5 jaar niet meer kan. Over de jaren 2020 tot en met 2024 zou nog een bedrag van € 16,1 mln. gedeclareerd kunnen worden. De ervaring leert dat hier zeer beperkt gebruik van wordt gemaakt.

Continuïteitsproblemen van aanbieders die gesloten jeugdhulp leveren (JeugdzorgPlus) Er zijn in de provincie Zuid-Holland twee aanbieders die gesloten jeugdhulp leveren. Deze zijn financieel in de problemen gekomen als gevolg het ingezette beleid het gebruik van gesloten jeugdhulp af te bouwen en vanwege overige bedrijfsvoering problemen. Beide aanbieders hebben continuïteitsplannen opgeleverd. Hieraan is een behoorlijk kostenplaatje van circa € 23 mln. gekoppeld. Tegelijkertijd worden door de accounts houdende regio's afdoende SPUK-middelen van het Rijk ontvangen van waaruit de uitvoering van de continuïteitsplannen bekostigd kunnen worden. De accounts houdende regio's nemen de afwikkeling hiervan verder ter hand. Naar verwachting zijn er geen verdere bijdragen vanuit onze regio nodig. Zeker is dit echter nog niet. Financiële problematiek Jeugdbescherming West Het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen in het verzorgingsgebied van Jeugdbescherming West is sterk afgenomen en neemt mogelijk nog verder af. Als gevolg hiervan staat de exploitatie sterk onder druk en moeten de regio's mogelijk financiële ondersteuning bieden middels een instandhoudingbijdrage. Hierover is een bestuurlijk akkoord gesloten. De geschatte omvang van dit risico bedraagt maximaal € 2,6 mln. bij 10 procent krimp per jaar van het aantal maatregelen.

In dat geval dalen de kosten van de uitvoering van de maatregelen ook. Dit effect is groter dan de instandhoudingsbijdrage. Rentabiliteit en beschikbaarheid kleinschalige woonvoorzieningen en gesloten jeugdhulp De rentabiliteit van kleinschalige woonvoorzieningen is kwetsbaar en het aanbod moet voldoende zijn in het kader van de voorgenomen afbouw van gesloten plaatsingen. Er is een risico is dat aanvullende vergoedingen moeten worden verstrekt en moet worden bijgesprongen bij bestaande en toekomstige kleinschalige woonvoorzieningen. Risicomatrix In onderstaande tabel is de impact van de risico's gekwantificeerd die niet zijn meegenomen in de begroting/prognose.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2025 |

33

Omvang jeugdhulp in gemeente in €mln. 5 tot 10 10 tot 15 15 tot 20 >40 Risico: Risicomarge Opmerking: Risico behalen resultaten ontwikkelopdracht zorgaanbieders SOJ 1,4% 1,4% 1,4% 1,4% Tariefstijging kostprijsonderzoek en inhaalindexatie niet verwerkt in de begroting 2025 (Continuïteit) JeugdzorgPlus 0,4% 0,4% 0,4% 0,4% Verwachting is dat SPUK toereikend is voor continuïteit Financiële problematiek Jeugdbescherming West 1,6% 1,6% 1,6% 1,6% Maximaal cumulatief in 2029, exclusief (grotere impact) lagere kosten maatregelen Rentabiliteit en beschikbaarheid kleinschalige verblijfszorg pm pm pm pm Subtotaal 3,4% 3,4% 3,4% 3,4% Correctiefactor risico's doen zich niet gelijktijdig voor (50%) 1,7% 1,7% 1,7% 1,7% Risico op hogere kostenontwikkeling jeugdhulp / dure jeugdigen 10% 7,5% 5% 2,5% Totaal

11,7%

9,2%

6,7%

4,2%

Risicobeheersing GGD, VT, LVS en bedrijfsvoering GR Op basis van het model voor het rangschikken van risico's van de GR zijn in onderstaande tabel de geïnventariseerde risico’s weergegeven m.b.t. de GGD, VT, LVS en bedrijfsvoering van de GR. Ook is aangegeven of het risico incidenteel dan wel structureel is. Deze risico's omvatten slechts dat deel van de totaal door de GR DG&J in kaart gebrachte risico's welke gekwantificeerd kunnen worden en 'resteren' na het nemen van beheersmaatregelen. Risico

Omschrijving

Kans

Omvang

1 2

Batenraming Taakstellende begroting bij groeiend beroep op de dienstverlening RVP en Uitvoering Jong JGZ Claims Loon- en prijsstijging Transitie BD en informatiebeveiliging COVID-19 Organisatieontwikkeling en bedrijfsvoering Psychosociale hulpverlening aan Oekraïners Terughalen taken door gemeenten Renteontwikkeling HR 21

2 3

2 3

Incidenteel/ structureel S S

3 1 1 3

2 2 2 2

S S S S

€ 250.000 € 750.000 en /of kwaliteit en imago risico € 250.000 € 150.000 p.m. € 400.000

3 1

2 2

S I

€ 400.000 p.m.

1

2

I/S

€ 110.000

2

2

S

€ 200.000

2 3

2 2

I I/S

p.m. p.m.

Gelijktrekken arbeidsvoorwaarden inhuur met eigen personeel - IKB Opvolging medewerkers tevredenheidsonderzoek (MTO) Implementatie Wet open overheid (WOO)

3

2

S

p.m

3

1

I/S

p.m.

3

1

I/S

p.m.

Totaal

€ 2.510.000

3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

14 15

Risicobedrag

Hieronder volgt een toelichting op de in de tabel benoemde risico's.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2025 |

34

Batenraming De producten van de DG&J worden voor het grootste deel gefinancierd uit inwoner- en directe gemeentelijke bijdragen. Een deel van de inkomsten heeft echter een fluctuerend karakter, zoals de subsidies in het kader van Veilig Thuis en de opbrengst van de polikliniek voor onder meer reizigersvaccinaties. In de begroting zijn verder ramingen opgenomen voor onder meer OGGZ, WMO toezicht en kinderopvang waarvoor jaarlijks een traject met gemeenten wordt doorlopen over de omvang vergoeding van het takenpakket (in de vorm van offertes/DVO's). Hierdoor is er een risico dat de realisatie van deze baten afwijkt van de raming. Het risico is gehandhaafd op € 250.000. Taakstellende begroting bij een groeiend beroep op dienstverlening Het beroep op de dienstverlening bij Veilig Thuis, OOGZ en Leerplicht is sterk gestegen. DG&J heeft middels de impactanalyses aangegeven meer middelen nodig te hebben om de stijgende vraag af te handelen danwel dat het aantal meldingen naar beneden moet worden gebracht. Bij bespreking van de kadernota 2026 en de impactanalyses op 19 december 2024 heeft het AB besloten de begroting 2025 als kaderstellend voor 2026 te hanteren. Gemeenten kunnen geen aanvullende middelen beschikbaar stellen, terwijl de aantallen sterk gegroeid zijn en een stijgende lijn laten zien.

Bij de kadernota 2027 is deze lijn doorgezet door het hanteren van de nullijn plus indexatie. Het aantal meldingen is echter nog steeds hoog. Bij niet (voldoende) invullen van de benodigde randvoorwaarden en onvoldoende effect van de bijsturingsmaatregelen kan mogelijk niet op een verantwoorde manier invulling aan de werkzaamheden worden gegeven en moeten mogelijk alsnog extra kosten worden gemaakt. Het risico wordt gehandhaafd op € 750.000 op jaarbasis. RVP en Uitvoering Jong JGZ Wijzigingen in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) leiden tot extra kosten, welke significant hoger zijn dan de vergoeding die gemeenten hiervoor ontvangen. De impact voor 2026 en 2027 wordt ingeschat op circa € 250.000 per jaar. In december 2025 heeft het AB hierover een voorgenomen besluit genomen. Na definitieve besluitvorming door het AB (april 2026) over toekenning van de benodigde middelen en begrotingswijziging vervalt dit risico in de risicoparagraaf. Claims De DG&J kent een grote verscheidenheid aan producten. Om de kwaliteit hiervan te borgen worden de nodige inspanningen geleverd, mede in het kader van de HKZcertificering (Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector). Risico's op fouten (miscommunicatie, foutieve registraties) en hieruit mogelijk voortkomende schadeclaims zijn echter nooit in zijn geheel uit te sluiten.

Het algemene risicobedrag voor claims handhaven we op € 150.000. Loon- en prijsstijgingen Conform de notitie kaderstelling op de GR-en houdt de DG&J rekening met een loon- en prijs indexatie bij het opstellen van de begroting. Daarvoor moet, conform deze notitie, uitgegaan worden van de indices van de septembercirculaire van het vorige begrotingsjaar. De huidige CAO liep eind maart 2025 af. De concept nieuwe CAO (in stadium ledenraadpleging) leidt tot lagere loonkosten dan de indexatie waarmee rekening is gehouden. Deze is verwerkt in de prognose voor 2025 en de begroting 2026.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2025 |

35

Transitie SGD en informatiebeveiliging Tot ultimo 2021 steunde de DG&J voor ICT, HRM, juridische diensten en inkoop op het Servicecentrum Drechtsteden (SCD). Vanaf 2022 is het SCD ondergebracht bij de Servicegemeente Dordrecht (SGD) en is de gemeente Dordrecht als servicegemeente verantwoordelijk voor de taakuitvoering. Per 2025 is de naam veranderd naar Bedrijfsvoering Drechtsteden (BD). Met de BD is hiervoor een overeenkomst tot en met 2025 gesloten waarbij afspraken zijn gemaakt over onder meer de omvang en prijs van de te leveren diensten. Voor de periode na 2025 wordt het zogenaamde 'Bosland project' uitgevoerd. Dit project moet resulteren in een transparante en breed gedragen wijze van dienstverlening en financiering van de (service-)gemeente Dordrecht aan andere gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. In dit project wordt een nieuw sturings-, diensten- en financieringsmodel tussen BD en de afnemende partijen vormgegeven voor de bedrijfsvoeringstaken. Dit met het doel meer helderheid, transparantie en flexibiliteit te bewerkstelligen. Het project vult een brede regionale behoefte in aan goede en transparante (basis)dienstverlening. De uitkomsten van het financieringsmodel zijn onzeker en brengen risico's mee ten aanzien van de kosten en risico's voor de DG&J. De uitkomsten van het Bosland traject worden naar verwachting per 1 januari 2027 ingevoerd.

Voor 2026 zijn inmiddels tijdelijke afspraken gemaakt. Verder brengt het privacygevoelige karakter van het takenpakket van de DG&J met zich mee dat er hoge eisen moeten worden gesteld aan de informatiebeveiliging. Vanuit de wet- en regelgeving worden de NEN7510 en aanvullend de NIS2 geïmplementeerd. Dit zijn geen eenmalige inspanningen. Gezien de ontwikkelingen op dit gebied zal er naar verwachting de komende jaren meer geïnvesteerd moeten worden in de informatiebeveiliging. Vanuit BD is men ook bezig met het Quarant onderzoek. In het kort zou dit onderzoek duidelijkheid moeten geven over welke specifieke taken en verantwoordelijkheden er bij BD komen te liggen en welke bij de partnerorganisaties. Hier zal dan ook in duidelijk worden wat DG&J zelf op het gebied van Informatiebeveiliging structureel moet organiseren en wat bij BD komt te liggen. Omdat DG&J een hybride IV-landschap heeft en veel applicaties niet vanuit BD worden aangeboden moet DG&J op het gebied van Informatiebeveiliging dus ook zelf zaken structureel te organiseren. Voor het 'Bosland project', de tijdelijke afspraken voor 2026 en de hogere eisen omtrent informatiebeveiliging wordt in de deze risicoparagraaf een bedrag opgenomen van € 400.000. COVID-19 Het ministerie van VWS heeft met ingang van 2025 de vergoedingssystematiek voor COVID-19-vaccinaties gewijzigd naar een ‘prijs per prik’.

Dit betekent dat de vergoeding voor een GGD rechtstreeks afhankelijk is van het aantal toegediende vaccinaties binnen de eigen regio. De verwachting is dat de vergoeding per vaccinatie de komende jaren zal afnemen. De DG&J kent een aantal specifieke kenmerken waardoor de kosten per toegediende vaccinatie relatief hoog liggen ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Dit betreft onder andere de beperkte omvang van onze GGD, het ontbreken van een geïntegreerde JGZ-organisatie en de omvangrijke geografische spreiding binnen het werkgebied. Daarnaast wordt medio juli 2026 de Papendrechts brug (N3) voor een periode van negen maanden afgesloten vanwege renovatiewerkzaamheden. Deze afsluiting heeft aanzienlijke gevolgen voor de bereikbaarheid binnen de regio en maakt de huidige uitvoeringswijze van de vaccinatiecampagne niet langer efficiënt of haalbaar.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2025 |

36

Dit leidt naar verwachting tot extra inzet van personeel, aanvullende logistieke maatregelen en hogere operationele kosten. Gecombineerd met de verwachte daling van de vergoeding per prik en onzekerheid over garantiestelling, voorziet de DG&J dat de COVID-19-vaccinatiecampagne in 2026 niet binnen de beschikbare vergoeding uitgevoerd kan worden. Het financiële risico voor 2026 wordt geraamd op € 400.000. Daarnaast is de vergoeding voor 2025 nog niet vastgesteld en kan deze lager uitvallen. Dit risico is niet gekwantificeerd. Er ligt een voorstel voor het vormen van een bestemmingsreserve. Bij positieve besluitvorming tot instellen van een bestemmingsreserve wordt het risico hiermee verminderd. Organisatieontwikkeling en bedrijfsvoering Geconstateerd is dat op diverse vlakken organisatieontwikkeling nodig is en het verstandig is voorstellen voor verdere verbetering en borging van de bedrijfsvoering voor te bereiden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan ontwikkelingen in de huisvesting (herinrichting KL-weg en incidentele kosten verhuizing JdW), vitaliteit, opleidingen, HRM, arbeidsmarktcommunicatie, MJP uitvoeringsbudget en verduurzaming en versterken van het medisch profiel. Inmiddels is een voorstel voor bekostiging van de onderdelen huisvesting, vitaliteit en HRM goedgekeurd.

Omdat voor de overige onderdelen de impact nog onvoldoende helder is, is hiervoor een p.m.-post opgenomen in deze risicoparagraaf. Psychosociale hulpverlening aan Oekraïners De psychosociale hulpverlening aan Oekraïners is met ingang van 2025 ondergebracht bij de DG&J. De bekostiging via 'Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne door Regionale openbare lichamen' loopt vooralsnog tot eind 2025. In juli 2025 is de Richtlijn tijdelijke bescherming (RTB) verlengd tot en met 4 maart 2027, waarmee de looptijd van de 'Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne door Regionale openbare lichamen' zal worden verlengd tot in ieder geval eind 2026. Bij beëindiging van de bekostiging moet overwogen worden of gemeenten de psychosociale hulpverlening willen continueren en zelf gaan uitvoeren. De kosten daarvoor bedragen circa € 300.000 tot € 400.000. Bij beëindiging van de taak zijn er mogelijk frictiekosten vanwege een vast contract met een medewerker voor circa € 110.000. Dit risico wordt zeer laag ingeschat omdat verwacht wordt dat de medewerker elders binnen DG&J kan worden ondergebracht. Terughalen taken door gemeenten Een deel van de gemeenten overweegt taken die bij de DG&J belegd zijn terug te nemen.

Dit brengt risico's mee ten aanzien van de dekking van de overhead bij een teruglopend werkvolume alsmede risico's ten aanzien van het voorbestaan van functies, kennis en expertise. Er is reeds eerder besloten tot het weghalen van taken. De wegvallende dekking overhead bedraagt € 135.000. Mogelijk gebeurt dit ook bij andere taken. Vooralsnog is het risico op € 200.000 gezet. Renteontwikkeling In de jaarstukken 2025 is een incidentele rentebate opgenomen, waarvan het structurele karakter onzeker is. Gezien het onzekere karakter is het vooralsnog niet mogelijk om met eventuele rentebaten in de (verdere) toekomst rekening te houden. Rentebaten kunnen als een positief risico worden voorzien, maar gezien het onzekere karakter is ook hiertoe is een p.m.-post opgenomen in deze risicoparagraaf. In de prognose in de 1 e en 2e burap is overigens rekening gehouden de te verwachten renteopbrengsten voor 2025.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2025 |

37

HR 21 In 2027 zal naar verwachting gestart worden met de implementatie van een nieuw functiewaarderingssysteem. De implementatie is gefaseerd en zal naar verwachting in 2027 starten en afgerond zijn in 2028. Dit is onderdeel van een Drechtsteden brede invoering. Hiermee zijn aanzienlijke implementatiekosten gemoeid en ervaringen elders wijzen op een structurele stijging van de loonkosten. De kosten van de implementatie en loonkostenstijging zijn nog niet bekend. Gelijktrekken arbeidsvoorwaarden inhuur met eigen personeel - IKB Door de wetgever zijn de eisen voor het gelijktrekken van arbeidsvoorwaarden inhuur en eigen personeel aangescherpt. Ook het IKB moet worden meegenomen. De impact hiervan zal de komende periode duidelijk worden. Opvolging medewerkers tevredenheidsonderzoek (MTO) Het medewerkers tevredenheidsonderzoek (MTO) is in september 2025 afgerond en in het laatste kwartaal van 2025 zijn de resultaten in de teams besproken. Resultaten die vanuit het MTO te verwachten zijn kunnen zich richten op de opleiding- en ontwikkelmogelijkheden van de medewerkers, maar ook de werkdruk, herstelbehoefte en vitaliteit kunnen om passende aanvullende maatregelen en acties leiden. Dit wordt in het eerste halfjaar van 2026 in kaart gebracht. Wet open overheid (Woo) De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 ingegaan en vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

De Woo verplicht overheden om belangrijke informatie uit eigen beweging (actief) openbaar te maken, in tegenstelling tot de Wob waar informatie pas werd gezocht na een verzoek. De komende jaren wordt de verplichting tot het actief openbaar maken van informatie gefaseerd ingevoerd. Vanaf 1 november 2024 zijn de eerste vijf categorieën verplicht openbaar te maken, waaronder 'wetten en algemeen verbindende voorschriften' en 'vergaderstukken van de Staten-Generaal'. De komende jaren zal er verdere gefaseerde invoering plaatsvinden en zullen er nog meer informatiecategorieën volgen, die via koninklijk besluit worden vastgesteld. Aangezien de DG&J een gemeenschappelijke regeling (GR) is zijn er voor GR’ n geen mogelijkheden om rechtsreeks subsidie aan te vragen bij het rijk onder de “subsidieregeling ondersteuning implementatie Woo”. De subsidieontvangers van deze subsidie betreffen de VNG, IPO en Unie van waterschappen en het waterschapshuis. DG&J probeert binnen de beschikbare middelen en resources de gefaseerde implementatie te realiseren maar kan op dit moment niet overzien of de gehele implementatie van de Woo binnen deze middelen kan plaatsvinden. Financiële kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bepaalt dat de gemeenschappelijke regelingen een aantal kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarstukken.

Naast de door het BBV voorgeschreven kengetallen is tevens de weerstandsratio toegevoegd.

Kengetallen

Rekening 2024

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Weerstandsratio

Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2025 |

-7% -7% 12% 0,00% 1,10

Begroting 2025 -1,42% -1,41% 8,12% 0,00% 1,14

Rekening 2025 -1,9% -1,9% 12,4% 0,00% 0,80

38

Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van DG&J ten opzichte van de eigen middelen. Een percentage tussen de 0 en 100 is voldoende. Een quote boven de 130% is een indicatie voor een te hoge schuld. De norm houdt in dat de netto schuldquote ruim onder de 130% dient te zijn wanneer zij voornemens is een grote investering te doen. De GR DG&J heeft een netto schuldquote van -1,9%. Dit betekent dat ruim onder de norm wordt gebleven. Het kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen laat een beeld zien: -1,9%. Bij dit kengetal wordt geen rekening gehouden met de verstrekte lening aan de Stichting Breedband. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee het bezit gefinancierd is met eigen vermogen. De ratio is de verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal en geeft aan in hoeverre het bezit op de balans is afbetaald. Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 30% en 80%. De GR DG&J heeft een ratio van 12,4% wat zou aangeven dat het bezit van de GR DG&J zwaar belast is met schuld. Gezien de wijze waarop de afrekening met zorgaanbieders/gemeenten van SOJ plaatsvindt, ontstaat per balansdatum een hoge schuld. Tegenover deze schuld staat een hoge vordering.

Dit betekent dat de GR DG&J tegenover de schulden voldoende vorderingen heeft staan. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is een maatstaf voor het verschil tussen structurele baten en lasten met in achtneming van beperkingen en verruimingen van de exploitatie door dotatie en onttrekking aan reserves. De maatstaf geeft aan welke structurele ruimte de GR heeft om de eigen lasten te dragen. De GR kan de structurele lasten dekken uit de structurele inkomsten. Weerstandsratio De weerstandsratio geeft de verhouding tussen de risico's en het weerstandsvermogen van de GR DG&J. Het weerstandsvermogen bestaat uit het totaal van de reserves, de post onvoorzien en de stille reserves. De GR DG&J heeft geen post onvoorzien en stille reserves. Binnen de GR DG&J heeft de Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) geen reserves. Zoals opgenomen in de bijdrageverordening komen tegenvallers en meevallers ten opzichte van de begroting voor jeugdhulp ten laste respectievelijk ten gunste van de deelnemende gemeenten. Dit betekent dat de weerstandscapaciteit gelijk is aan de omvang van de reserves van de GR DG&J, ofwel € 2,04 mln. (stand per 31 december 2025). Gezien de financiële omvang van de risico's, € 2,51 mln., leidt dit tot een weerstandsratio van 0,82. Dit betekent dat de GR DG&J een beperkte ruimte heeft om onvoorziene risico's op te kunnen vangen.

Hierbij moet tevens de kanttekening worden geplaatst, dat van de reserves (€ 2,04 mln.) € 1,5 mln. bestemmingsreserves zijn waarvan € 719.000 gebonden bestemmingsreserve kapitaallasten zijn voor dekking van investeringslasten. De overige € 500.000 betreft algemene reserve welke gevormd is voor buffer van risico's. Kengetallen in relatie tot de financiële positie De GR DG&J hoeft tot op heden geen langlopende leningen af te sluiten om haar activiteiten te financieren. Het niet hoeven afsluiten van langlopende leningen heeft een gunstig effect op de netto schuldquote en op de begroting. De begroting wordt niet belast met langlopende renteverplichtingen vanuit aangetrokken langlopende geldleningen.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2025 |

39

Zoals bij de solvabiliteitsratio aangegeven, ontstaat door de wijze waarop de afrekening met zorgaanbieders/gemeenten van SOJ plaatsvindt, per balansdatum een hoge schuld. Tegenover deze schuld staat echter een hoge vordering. Dit betekent dat de GR DG&J tegenover de schulden voldoende vorderingen heeft staan. Hierdoor is de lage ratio op dit moment niet zorgwekkend. Daarnaast is in de nota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgelegd in hoeverre de GR DG&J reserves mag aanhouden. Hierdoor wordt een verbetering van de ratio door een toename van de reservepositie beperkt. Tevens zorgt dit ervoor dat de GR DG&J in beperkte mate haar risico's kan afdekken. Hier staat tegenover dat mogelijke tekorten ten laste van de deelnemende gemeenten kunnen worden gebracht. 3.2

Onderhoud kapitaalgoederen DG&J heeft beperkte investeringen in gebouwen en installaties. Op de vaste activa wordt lineair afgeschreven. De jaarlijkse kapitaal- en onderhoudslasten zijn in de jaarstukken verwerkt. De GR DG&J heeft, anders dan kantoormeubilair en gebouw gebonden installaties, geen kapitaalgoederen.

3.3

Financiering In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de GR DG&J. Dit zijn risicobeheer (met name rente- en kredietrisico), financiering, het relatiebeheer en de informatievoorziening. Het in december 2018 door het Algemeen Bestuur vastgestelde financieringsstatuut vormt het kader voor beleid en uitvoering van de treasuryfunctie. Risicobeheer De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn de kasgeldlimiet, de renterisico’s en de kredietrisico’s. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is het bedrag dat een gemeente c.q. gemeenschappelijke regeling per jaar maximaal met kort geld mag financieren. Volgens de Wet FIDO bedraagt deze limiet 8,2% van het totaal van de exploitatiebegroting voor een gemeenschappelijke regeling. Gezien de omvang van de begroting 2025 (€ 202,5 miljoen) betekende dit dat de GR DG&J haar financiële huishouding voor maximaal circa € 16,6 miljoen met kort geld mocht financieren. De kasgeldlimiet is niet overschreden en in 2025 zijn er geen kasgeldleningen aangetrokken. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel om binnen de portefeuille aan langlopende leningen een overmatige afhankelijkheid van de rente in een zeker jaar te voorkomen.

Om dat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm niet meer dan 20% zijn van het begrotingstotaal. De GR DG&J heeft in 2025 geen opgenomen langlopende leningen, waardoor deze norm niet overschreden kan worden. Kredietrisico’s De GR DG&J heeft geen uitzettingen (o.a. verstrekte geldleningen) of leningen waarop door haar een borgstelling is afgegeven. Er wordt derhalve ook geen kredietrisico gelopen. Financiering

Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2025 |

40

In de met de BNG afgesloten financieringsovereenkomst fungeert de rekening van de DG&J als hoofdrekening. Naast een rekening voor de DG&J zijn er twee rekeningen ten behoeve van de SOJ. Eén rekening bevat het inkomend- en uitgaand betalingsverkeer van de SOJ zelf; de andere rekening houdt verband met betalingen en afrekeningen zoals deze door Zorgned worden gegenereerd. De BNG-kredietlimiet voor het gehele stelsel van bankrekeningen bedraagt € 5 miljoen. Relatiebeheer De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is huisbankier van de GR DG&J. Administratieve Organisatie Via een DVO zijn enkele treasury-aspecten aan de servicegemeente Dordrecht overgedragen. Dit betreft voornamelijk activiteiten in relatie tot regulier betalingsverkeer. Schatkistbankieren Bij het verplicht schatkistbankieren mag de GR DG&J een bedrag van 2% van het begrotingstotaal aan lasten na bestemming, dus inclusief de stortingen in reserves (bij aanvang van het begrotingsjaar) buiten de Schatkist aanhouden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. In de hierna volgende tabel staat per kwartaal aangegeven wat het gemiddelde positieve banksaldo was. Hieruit blijkt dat in 2025 het drempelbedrag van € 4,1 miljoen niet is overschreden.

Bedragen x € 1.000,1) BenuttingdrempelbedragSchatkistbankieren: Begrotingstotaal Wettelijk percentage Drempelbedrag

202.482 2,00% 4.050

2) Kwartaaluitkomsten benuttingdrempelbedrag2025: 1e kwartaal Gemiddelde positieve banksaldi 1.159 Ruimte t.o.v. drempelbedrag

2.891

2e kwartaal 1.353

3e kwartaal 3.219

4e kwartaal 2.058

2.697

831

1.992

De ECB heeft in 2025 in meerdere stappen haar depositotarief verlaagd naar 2%. De verwachting is dat dit rentetarief gedurende 2026 stabiel blijft. Het schatkistrentetarief ligt circa 0,1% onder het ECB-depositotarief. 3.4

Bedrijfsvoering Omdat de jaarrekening 2025 en de begroting 2027 gelijktijdig worden opgesteld is ervoor gekozen om deze paragraaf zodanig op te stellen dat hierin zowel een terugblik als vooruitblik wordt gegeven op een aantal thema's die spelen op het onderdeel bedrijfsvoering. Daarmee wordt voor dit onderdeel een meer samenhangend beeld geschetst wat ook voor beide documenten benut kan worden. Organisatie en besturing De PIOFACH-taken zijn verdeeld over de 2 stafafdelingen waarbij de stafafdeling bedrijfsvoering verantwoordelijk is voor volgende gebieden: ▪ Personeel: beheer van personeelszaken. ▪ Informatie: informatievoorziening en -beheer.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2025 |

41

▪ Organisatie: structurering en organisatie van processen. ▪ Automatisering: technologische ondersteuning en automatisering van processen. ▪ Communicatie: interne en externe communicatie. ▪ Huisvesting: beheer van fysieke ruimtes en faciliteiten. De stafafdeling Control is verantwoordelijk voor: ▪ Financiën: financieel beheer en administratie, control en verantwoording ▪ Juridisch: juridische zaken/advies, de Functionaris Gegevensbescherming (FG) , Privacy Officer (PO) ▪ Kwaliteit: sturing op kwaliteitsinstrumenten en HKZ-certificering Geconstateerd is dat op diverse vlakken organisatieontwikkeling nodig is en het verstandig is voorstellen voor verdere verbetering en borging van de bedrijfsvoering voor te bereiden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan ontwikkelingen in de huisvesting, vitaliteit, opleidingen, HRM, arbeidsmarktcommunicatie, MJP en verduurzaming en versterken van het medisch profiel. Personeel en organisatie (taakveld 0.4) De rechtspositie en bezoldiging van de werknemers van de dienst wordt, zoals opgenomen in de Gemeenschappelijke Regeling, bepaald door de regels welke zijn of zullen worden vastgesteld voor de werknemers in dienst van de gemeente Dordrecht, tenzij het Dagelijks Bestuur zelf voorziet in (onderdelen van) de rechtspositie en bezoldiging. In 2025 is een nieuw werving en selectiebeleid en een integriteitsbeleid geïmplementeerd.

Verder is een meerjarig vitaliteitsplan opgesteld en in uitvoering gebracht, waarbij wordt ingezet op duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Het medewerkers tevredenheidsonderzoek (MTO) is in september 2025 afgerond en de uitkomsten zijn in het laatste kwartaal van 2025 in de organisatie verder besproken en geduid. Wat gaat goed: • Beoordeling van het functioneren scoort positiever dan gemiddeld, over algemeen duidelijke procedure en weten medewerkers waarop ze beoordeeld worden. • De ‘zachte kant’ van leiderschap scoort hoog. • Vitaliteit en werk-privé balans scoren ondanks hoge werkdruk, hoger dan gemiddeld. Wat zijn aandachtspunten: • Werkdruk is een aandachtspunt binnen meerdere domeinen en teams. • Kritisch op ‘harde kant’ leiderschap en ontwikkeling binnen de organisatie. • Medewerkers kritisch op werkgeverschap en vooral op visie en talentmanagement. Binnen de domeinen en teams zijn deze conclusies mogelijk (deels) anders. De regionale vervoersregeling zal in 2026 worden geïmplementeerd. In 2027 zal naar verwachting gestart worden met de implementatie van een nieuw functiewaarderingssysteem HR21. Dit is onderdeel van een Drechtsteden brede invoering. Hiermee zijn aanzienlijke implementatiekosten gemoeid en ervaringen elders

Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2025 |

42

wijzen op een structurele stijging van de loonkosten. De kosten van de implementatie en loonkostenstijging zijn nog niet bekend. Op 1 januari 2025 waren 349 medewerkers aan het werk bij DG&J (waarvan 72 inhuur), op 31 december 2025 waren dat 398 medewerkers (waarvan 87 inhuur). In totaal zijn in 2025 538 medewerkers werkzaam geweest voor DG&J, waarvan 337 op arbeidsovereenkomst (63%) en 181 op inhuurbasis (34%) (en 20 stagiaires). T.o.v. 2024 is het aandeel inhuur bij DG&J gedaald, de verdeling arbeidsovereenkomst/inhuur was toen respectievelijk 58% en 39%. Dit zien we terug in de kosten, in totaal waren de inhuurkosten in 2025 € 5,6 miljoen (t.o.v. € 8,1 miljoen in 2024). Van het aantal medewerkers is 78% vrouw en 22% man (in 2024 was dit 79%/21%). In 2025 is een stijging te zien in het ziekteverzuim. Het verzuimpercentage blijft in 2025 boven de doelstelling van 5%. Bij de DG&J is hier voortdurend aandacht voor en in nauwe samenwerking met de arbodienst wordt steeds bijgestuurd om het ziekteverzuim verder te verminderen. Met Vitaal DG&J wordt het preventief aanbod verder versterkt op de vijf thema's Vitaal DG&J.

Verzuim% DG&J (voortschrijdend) 8,00% 7,00% 6,00% 5,00% 4,00% 3,00% 2,00% 1,00% 0,00%

6,39% 6,33% 6,40% 6,45% 6,46% 6,57% 6,68% 6,72% 6,77%

7,01% 7,28%

7,49%

Jan '25 feb'25 Mrt'25 Apr'25 Mei'25 Jun'25 Jul'25 Aug'25 Sept Okt '25 Nov Dec'25 '25 '25 Target (5%)

DG&J

Verzuim% DG&J (per maand) 12,00%

10,32%

10,00% 8,00%

9,33%

8,50% 7,43%

6,95%

6,23% 6,52% 6,40% 6,57%

6,00%

9,48%

6,82% 5,64%

4,00% 2,00% 0,00% Jan '25 feb'25 Mrt'25 Apr'25 Mei'25 Jun'25 Jul'25 Aug'25 Sept Okt '25 Nov Dec'25 '25 '25

DG&J

ICT en informatiebeveiliging De continuïteit van de ICT-voorzieningen was in 2025 gewaarborgd. In de komende periode wordt ingezet op verdere digitalisering en versterking van de informatiebeveiliging, met aandacht voor cyberweerbaarheid. DG&J dient te voldoen aan de NEN7510 norm en heeft als doel om NEN7510 compliant te zijn. Er zijn in 2025 significante stappen gemaakt m.b.t. de implementatie en dat heeft

Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2025 |

43

geresulteerd in een eerste nulmeting. In 2026 zullen de restpunten worden opgepakt waarna de Europese NIS2 richtlijn wordt geïmplementeerd. Dit zijn geen eenmalige inspanningen. Gezien de ontwikkelingen op dit gebied zal er naar verwachting de komende jaren meer geïnvesteerd moeten worden in de informatiebeveiliging. In 2025 is het verbeterprogramma DIV uitgevoerd. Dit verbeterprogramma heeft ervoor gezorgd dat het klant zaak systeem opnieuw is ingericht, gebruikers aanvullend zijn getraind en het achterstallig onderhoud van registraties is bijgewerkt. Tevens zijn de adviezen van de archiefinspecteur opgepakt waaronder het op orde brengen van het fysiek archief en de implementatie van een documentair structuurplan (DSP). De implementatie van het DSP loopt in 2026 nog door. Het verbeterplan DIV zal naar verwachting eind Q2 worden afgerond. In 2025 zijn de voorbereidingen gestart voor de migratie naar een nieuw regionaal dataplatform. De implementatie zal hiervan medio 2026 zijn afgerond. Huisvesting en facilitaire zaken De DG&J maakt gebruik van meerdere locaties binnen de regio. Het nieuwe huurcontract van de Johan de Witt locatie is per 1-9-2025 ingegaan en de looptijd is hiermee gelijk getrokken met de looptijd van de Karel Lotsyweg namelijk december 2030.

Nu duidelijk is dat deze organisatie onderdelen hier minimaal tot eind 2030 gehuisvest blijven kunnen er weer plannen worden gemaakt voor het uitgestelde en noodzakelijk onderhoud en herinrichting. Ook op de Karel Lotsyweg is behoefte aan herinrichting van het kantoorgebouw. Het terugbrengen van basisfaciliteiten zoals kantine, ontmoetingsruimte en het creëren van een rustige werkomgeving is noodzakelijk gebleken. Eind 2025 is gestart met de voorbereidingen voor de herinrichting van de Johan de Witt locatie. Met de herinrichting wordt het achterstallig onderhoud aangepakt en een nieuwe indeling plaats van de kantoor en vergaderruimtes. De verwachting is dat de uitvoering ervan medio 2026 is afgerond. Voor de herinrichting van de Karel Lotsyweg zal in 2026 gestart worden met als streven om de plannen eind 2026 te hebben uitgevoerd. Bij de herinrichtingsplannen worden vitaliteit, duurzaamheid en de resultaten vanuit het MTO meegenomen. 3.5

Rechtmatigheid De begroting 2025 gaat over de baten en lasten over 2025 en de afwijkingen in rechtmatigheid worden toegelicht in de jaarstukken van 2025. In de jaarstukken legt het Dagelijks Bestuur verantwoording af over de rechtmatigheid. Er wordt hierbij getoetst op drie criteria: ▪ Begrotingscriterium; ▪ Voorwaardencriterium; ▪ Misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) criterium. De verantwoording door het Dagelijks Bestuur wordt afgelegd via de rechtmatigheidsverantwoording (zie hieronder paragraaf 4.8.2). In de paragraaf bedrijfsvoering bij de jaarstukken wordt een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid opgenomen van het afgelopen jaar en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen. Conform de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV geeft het Dagelijks Bestuur in de paragraaf bedrijfsvoering een toelichting op de afwijkingen.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2025 |

44

Begrotingscriterium In het kader van het budgetrecht wordt getoetst of begrotingsafwijkingen en met name overschrijdingen door het bestuur zijn geautoriseerd. Alle afwijkingen van over- en onderschrijding van de begrotingen worden toegelicht in de jaarrekening boven de grens van € 100.000 (financiële verordening) en worden als onrechtmatig beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: 1. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. 2. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. 3. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van het Algemeen Bestuur, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording maar niet nader worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Waarbij onder bestaand beleid wordt verstaan het beleid zoals dit is opgenomen in de begroting. Onderschrijdingen van lasten of investeringsprojecten, en/of onderschrijding en/of overschrijding van de baten ten opzichte van de begroting worden als tijdige melding aangemerkt als deze gemeld en toegelicht worden in de jaarstukken of bestuursrapportage.

Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig aan de raad (algemeen bestuur) zijn gemeld. In de financiële verordening (vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 30 oktober 2025) is in artikel 8 lid 4 vastgelegd dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: 1. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. 2. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. 3. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. Daarnaast is in artikel 8 lid 5 opgenomen dat begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van het Algemeen Bestuur, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar niet nader worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Waarbij onder bestaand beleid wordt verstaan het beleid zoals dit is opgenomen in de begroting 2025.

Tot slot is in artikel 8 lid 6 vastgelegd, dat onderschrijdingen van lasten of investeringsprojecten, en/of onderschrijding en/of overschrijding van de baten ten opzichte van de door het Algemeen Bestuur geautoriseerde begroting worden in het kader van begrotingsrechtmatigheid als tijdige melding aangemerkt als deze gemeld en toegelicht worden in de jaarrekening.

Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2025 |

45

Om het Algemeen Bestuur een volledig inzicht te geven in de over- en onderschrijding zijn de afwijkingen hieronder toegelicht. Waarbij conform artikel 6 van de financiële verordening een grens van € 100.000 wordt gehanteerd. Er zijn in 2025 afwijkingen geconstateerd ten aanzien van het begrotingscriterium. Deze afwijkingen zijn:

Publieke gezondheid Veilig Thuis Onderwijs en aansluiting arbeidsmarkt Jeugd(-gezondheidszorg) Kennisprogramma Serviceorganisatie Jeugd Algemene dekkingsmiddelen Saldo baten en lasten Mutaties reserves Gerealiseerd resultaat

Afwijking 2025 Lasten Baten Saldo 274 427 701 64 72 137 -78 -60 -138 0 0 0 127 -14 113 3.047 -3.047 0 861 -416 444 4.297 -3.038 1.258 350 -350 0 4.647 -3.388 1.258

1A. Overschrijding van lasten

78

78

(bedragen x € 1.000) 3. Overschrijding van baten en onderschrijding van lasten en baten Lasten Baten 274 -427 64 -72 60 0 0 127 14 3.047 3.047 861 416 350 4.724 8.112

350 3.388

Per programma volgt hieronder een toelichting op de afwijkingen die groter zijn dan € 100.000. Publieke gezondheid De grootste oorzaak van de onderschrijding van de lasten (€ 274.000) is veroorzaakt in het onderdeel OGGZ als gevolg van lagere inzet voor de psychosociale hulpverlening aan Oekraïners. De overschrijding van de baten (€ 427.000) is veroorzaakt in het onderdeel Covid-19 omdat meer baten is ontvangen van VWS omdat meer prikken zijn gezet dan begroot (102% vs 85% geschat). (afwijking valt onder passend binnen bestaand beleid). Kennisprogramma De lasten zijn onderschreden, dit komt hoofzakelijk door lagere personele lasten vanwege ontstane vacatures (afwijking valt onder passend binnen bestaand beleid). Serviceorganisatie Jeugd De lasten van SOJ liggen lager dan bij de 1ste bestuursrapportage 2025 was voorzien. Voor een toelichting op de financiële afwijkingen wordt verwezen naar paragraaf 2.7 (afwijking valt onder punt 1, 2 en 3 daarnaast is er sprake van passend binnen bestaand beleid). Algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen hebben zowel betrekking op DG&J als op SOJ. Zowel de lasten als de baten laten een afwijking zien ten opzichte van de begroting. De lasten zijn € 861.000 lager en de baten zijn € 416.000 lager.

De lagere lasten worden veroorzaakt door de toename van de verlof voorziening en voorziening spaarverlof en rentelasten op de rekening courant rekeningen. (afwijking valt onder passend binnen bestaand beleid). De lagere baten worden veroorzaakt door lagere renteopbrengsten en onttrekkingen uit spaarverlof voorziening. (afwijking valt onder passend binnen bestaand beleid). De kosten voor de Serviceorganisatie SOJ liggen € 1.050.000 lager dan voorzien. Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 2.7. Deze lagere lasten leiden ook tot een lagere bijdrage van de deelnemende gemeenten, tezamen met de lagere rente-

Dienst Gezondheid & Jeugd | Jaarstukken 2025 |

46

inkomsten zorgt dit ervoor dat ook de baten lager liggen (afwijking valt onder punt 1, 2 en 3 daarnaast is er sprake van passend binnen bestaand beleid).

Voorwaardencriterium Bij dit criterium gaat het erom of bepalingen in wet- en regelgeving worden nageleefd. Voor de rechtmatigheidscontrole zijn met name gestelde voorwaarden, die betrekking hebben op recht, hoogte en duur van belang. Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals opgenomen in de controleprotocol GR DG&J. Middels een intern controleplan en interne controle werkzaamheden worden de normen getoetst. Hierbij wordt onder andere de juiste toepassing van de Europese aanbestedingsrichtlijnen gecontroleerd. Deze controle bestaat uit een controle van grote contracten (high value items) en een steekproef op de resterende contracten (restmassa). Op basis van deze controle is één contract als onrechtmatig aan te merken. De onrechtmatigheid besteding voor 2022-2025 bedraagt € 268.423. Betreft inhuur voor inkoopadvies voor ondersteuning inkoop en contractmanagement SOJ. Voor deze leverancier Kramp Inkoopadvies hebben we de afgelopen 4 jaar voor € 268.000 aan facturen ontvangen welke hoger is dan de Europese Aanbestedingsgrens van € 221.000 (ex btw) voor de contractwaarde over 4 jaar. De aanbestedingsgrens is overschreden en dit contract had Europees Aanbesteed moeten worden. Dit is een onrechtmatigheid voor 2025.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/1198/documents/35673