CConstaterende datHardinxveld-Giessendam
Koppel je AI →
Document · PDF

1 GRSociaal - jaarstukken 2022.pdf

Gemeenteraad GHG 22 juni 2023, gemeente Hardinxveld-GiessendamBij agendapunt: 7: Verzamelvoorstel verbonden partijen: jaarrekeningen 2022 en begrotingen 2024 incl. zienswijzen - Raadsvoorstel29.843 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

4 alinea's met “vreemd”: 893 897 918 920

Het komend jaar gaan we verder op de ingeslagen weg waarbij verdere investeringen vullen volgen in het optimaliseren van lokale toegang, een integrale triage en betere toeleiding naar passende zorgconcepten. De inzet zal niet alleen bestaan uit het verbreden van het lokale aanbod van professionals vanuit de Sociale Dienst maar juist ook uit het optimaliseren van gezamenlijke processen en dienstverleningsconcepten met ketenpartners. Wet Open Overheid (WOO) In 2022 zijn de voorbereidingen voor implementatie van de WOO die in mei 2022 in werking trad. Sinds mei 2022 zijn er 7 verzoeken ingediend, waarvan er 1 uiteindelijk als informatieverzoek is afgehandeld. Tevens loopt er een intensief verzoek door vanuit 2021, waarbij het gaat om honderden documenten die opgevraagd zijn en uitgezocht en geanonimiseerd moeten worden. Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) Voor het eerst rapporteren we in deze jaarrekening over de AVG en de privacy-casussen die de GR Sociaal in 2022 heeft gehad. In onderstaande tabel is kort de informatie rondom de AVG weergegeven: Onderdeel Privacy audit DPIA Rechten van betrokkenen Datalekken

Cijfers 1 3 (geactualiseerd), 2 (lopend) 9 32

Uitgevoerde privacy audits In 2022 is de eerste privacy audit uitgevoerd inzake de Wet politiegegevens (Wpg). Een wet waar ook de GR Sociaal aan heeft te voldoen, vanwege het in dienst hebben van bijzonder opsporingsambtenaren (BOA). De audit is uitgevoerd over het jaar 2021. Allereerst is een interne audit uitgevoerd, gevolgd door een externe privacy audit die uitgevoerd is door BDO. Het rapport van de externe privacy audit is in december 2022 naar de Autoriteit Persoonsgegevens verstuurd en heeft geleid tot een verbeterplan, waarin in 2023 uitvoering zal worden gegeven. DPIA's Voor het in kaart brengen van grote privacyrisico's zijn in 2022 een drietal Data Protection Impact Assessments (DPIA) geactualiseerd. Een DPIA is een onderzoek dat duidelijk maakt of en waar grote privacyrisico's ontstaan bij het gebruik van persoonsgegevens gebruikt en laat ook zien waar maatregelen genomen (kunnen) worden om de risico's te verkleinen of te voorkomen. De DPIA Toezicht & Handhaving (Pw) is afgerond. De DPIA Inkomen (Pw) en de DPIA Wpg zijn aangeboden aan de Functionaris Gegevensbescherming. Op het moment van schrijven van de jaarrekening loopt de DPIA Toezicht & Handhaving (WMO) en de DPIA schuldhulpverlening (Wgs). Rechten van betrokkenen, klachten en bezwaren In 2022 zijn 9 AVG-verzoeken binnengekomen voor inzage in het dossier.

Hiervan zijn 4 tijdig afgehandeld, 2 afgewezen en 1 ingetrokken door de klant. Er zijn 2 verzoeken te laat afgehandeld, omdat de ingebrekestelling en een afspraak met de klant elkaar hebben gekruist. Er zijn geen AVGverzoeken binnengekomen inzake de Wpg.

43

Datalekken Er zijn in totaal 32 datalekken gemeld bij de GRS. Bij deze datalekken zijn persoonsgegevens van klanten bij een verkeerde ontvanger terechtgekomen. De datalekken zijn in alle gevallen veroorzaakt door menselijke fouten (bijvoorbeeld door dubbele brieven in een envelop en/of fouten in het (mail)adres bij een handmatige invoer). Betreffende afdelingen en medewerkers worden altijd geïnformeerd en verzocht om contact op te nemen met de betrokkenen en hen te informeren over het datalek en de werkwijze op dat punt continu onder de aandacht te hebben en te verbeteren. Van alle datalekken zijn er 10 bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) gemeld in verband met een hoog privacyrisico, zowel de melders als betrokkenen zijn geïnformeerd over de melding bij de AP. Er is geen sprake geweest van datalekken met strafrechtelijke gegevens (Wpg) of bijzondere persoonsgegevens. Functionaris Gegevensbescherming (FG) In 2022 is een nieuwe FG aangesteld (tevens door het Algemeen en Dagelijks bestuur benoemd), na vertrek van de vorige FG. De FG heeft in 2022 de samenwerking opgezocht met de FG van Drechtwerk in het kader van de integratie van beide Gemeenschappelijke Regelingen. Beiden hebben in praktische zin afspraken met elkaar gemaakt over lopende zaken en aandachtspunten die in 2023 opgepakt kunnen worden.

44

3.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN Het Algemeen Bestuur van de GR Sociaal heeft, in februari 2022, de Nota Activabeleid 2022 vastgesteld. Deze nota geeft weer hoe binnen de GR Sociaal wordt om gegaan met investeringen, die meerjarig worden gebruikt. De Nota is gevormd aan de hand van de het meest recente BBV en de notitie Materiële Vaste Activa van de commissie BBV. De GR Sociaal heeft een beperkt aantal kapitaalgoederen. Het grootste deel bestaat uit gedane investeringen (verbouwingen) in en aan het pand aan de Hellingen, meubilair en de inrichting van het Werkplein. De GR Sociaal heeft voor het pand de Hellingen met de eigenaar, gemeente Dordrecht, een huurcontract afgesloten. De onderhoudskosten van deze panden worden opgevangen binnen de exploitatie van de GR Sociaal.

45

3.4 FINANCIERING Algemeen De inflatie is in 2022 verder gestegen. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft daarom meerdere renteverhogingen doorgevoerd die doorwerken in de marktrentetarieven. Tevens heeft de centrale bank het opkoopprogramma van staatsleningen gedurende 2022 gestaakt. Het stoppen van dit programma heeft een opwaarts effect op met name de lange rente. Ook de verwachte inflatie op de lange termijn spelen een belangrijke rol. De 10-jaarsrente bedroeg begin januari 2022 ongeveer 0,30%. Eind december 2022 was dit tarief gestegen naar 3,20%. De 3-maands Euribor begon het jaar met een rentetarief van -0,57%. Gedurende het jaar is dit rentetarief gestegen naar 2,18% eind december. Deze stijging is in lijn met de renteverhogingen die de ECB heeft doorgevoerd. In 2023 zijn er inmiddels al renteverhogingen doorgevoerd en aangekondigd, dus de verwachting is dat de 3-maands Euribor nog verder zal stijgen. Onder de huidige marktomstandigheden blijft het uitgangspunt bij het aantrekken van vermogen, de kasgeldlimiet zoveel mogelijk optimaal te benutten en kort te financieren. De financieringsfunctie van de GR Sociaal dient uitsluitend de publieke taak. Zij voert een prudent beleid binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). De ontwikkeling van de rente gedurende 2022 kan als volgt worden weergegeven:

Bedacht moet worden dat, indien een langlopende lening daadwerkelijk wordt opgenomen, er thans opslag geldt bovenop het IRS-tarief zoals hierboven weergegeven. Voor een 10-jaars lening bedroeg die eind 2022 circa 0,1%. Interne rente Voor de interne doorberekening van de rentekosten naar de investeringen hanteert de GR Sociaal een percentage van 1,0%.

46

Renteschema De externe rentelasten over de lange financiering De externe rentelasten over de korte financiering De externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

-/- €

-

-/- €

-

+/+ €

-

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld treasury Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Verschil (absoluut) Verschil (procentueel)

€ € -/- € €

-41.393 15.817 -57.210

-/- € € € € € € -/- €

-57.210 -57.210 30.317 -87.527

€ € €

-57.210 30.317 87.527 -153,0%

Gelet op het in absolute termen geringe toegerekende rentebedrag is besloten de rente niet te actualiseren. Schatkistbankieren Bij het verplicht schatkistbankieren mag een bedrag van 2% van het begrotingstotaal buiten de Schatkist worden gehouden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. Uit onderstaande tabel blijkt dat het drempelbedrag van € 6.220.000 niet is overschreden. (bedragen x € 1.000)

1) Benutting drempelbedrag Schatkistbankieren 2022: Begrotingstotaal € 311.000 Wettelijk percentage 2,00% Drempelbedrag € 6.220 2) Kwartaaluitkomsten benutting drempelbedrag 2022:

Gemiddeld positieve banksaldi

1e kwartaal € 44

2e kwartaal €0

3e kwartaal € 524

4e kwartaal € 1.478

Interne ontwikkelingen Financiering Er loopt geen langlopende financiering. Omdat er ruimte beschikbaar was ten opzichte van de kasgeldlimiet (zie hieronder) was er geen noodzaak tot het aantrekken van nieuwe financieringsmiddelen. Risicobeheer De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn de kasgeldlimiet, de renterisico’s en de kredietrisico’s.

47

Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de Wet fido een norm gesteld voor het maximumbedrag waarop een gemeenschappelijke regeling haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd <1 jaar) mag financieren. De limiet wordt uitgedrukt in een percentage van het begrotingstotaal (8,2%). Voor het jaar 2022 bedroeg de kasgeldlimiet € 29 miljoen. In onderstaande tabel is de benutting van de kasgeldlimiet over 2022 weergegeven. Tabel 1 Verloop kasgeldlimiet 2022 (bedragen x € 1.000) 1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

Kasgeldlimiet

€ 6.653 € 28.985

€ 18.695 € 28.985

€ 27.259 € 28.985

€ 6.627 € 28.985

Overschrijding kasgeldlimiet Ruimte onder kasgeldlimiet

€ 22.332

€ 10.290

€ 1.726

€ 22.358

Gemiddeld netto vlottende schuld (+) of gemiddeld netto vlottend overschot (-)

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de GR Sociaal binnen de kasgeldlimiet heeft geopereerd. Om binnen de kredietlimiet van de BNG te blijven zijn er kasgeldleningen aangetrokken van gemiddeld € 19 miljoen tegen een gemiddelde rente van -0,15%. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel om binnen de portefeuille aan langlopende leningen een overmatige afhankelijkheid van de rente in een zeker jaar te voorkomen. Om dat te bereiken mag het totaal aan renteherzieningen en aflossingen op grond van deze norm niet meer zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Op grond van het eerder in deze paragraaf vermelde begrotingstotaal bedroeg de renterisiconorm van de GR Sociaal over 2022 € 70,7 miljoen. Het werkelijke renterisico was 0, omdat er op geen langlopende lening loopt. Kredietrisico’s De GR Sociaal loopt een zeer laag kredietrisico op uitzettingen. Uitzettingen zijn binnen de Wet fido gedefinieerd als verstrekte geldleningen en beleggingen. Per eind 2022 beschikte de GR Sociaal over de volgende uitzettingen: Tabel 2 Overzicht uitzettingen (bedragen x € 1.000)

Omschrijving Lening St. Breedband (Dark Fiber) Leningen Stroomlijn BV Lening Baanbrekend Detacheren BV Totaal

Per 1 januari 2022 € € € €

Per 31 december 2022

18 255 500 773

€ € € €

500 300 800

Een in 2020 aan Stroomlijn BV verstrekte lening van € 255.000 loopt nog tot 2025. In 2022 is er € 245.000 extra verstrekt conform de mogelijkheden in de bestaande overeenkomst. Het rentetarief op deze lening is 3-maands Euribor met een opslag van 1,0%. Aan Baanbrekend Detacheren BV is eind 2019 een 5-jarige lening van € 500.000 verstrekt tegen een rente gebaseerd op het 3-maand Euribortarief met een opslag van 1,0%. Op deze lening is in 2022 € 200.000 afgelost. De GR Sociaal loopt geen kredietrisico’s uit verstrekte borgstellingen.

48

Informatievoorziening Op grond van de bepalingen in het Financieringsstatuut beschikt de GR Sociaal over een Treasury Comité waaraan ook de portefeuillehouder Financiën deelneemt. In dit overleg kunnen alle aspecten die samenhangen met de uitvoering van de financieringsfunctie aan de orde komen. In 2022 is het Treasury Comité niet bijeengekomen. Relatiebeheer De Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is huisbankier van de GR Sociaal. Naast de BNG houdt de GR Sociaal een rekening aan bij Rabobank, ING en ABN AMRO. Dit vindt zijn oorsprong in de door de servicegemeente beheerde betalingsmodules van deze banken.

49

3.5 VERBONDEN PARTIJEN Deze paragraaf verschaft inzicht in beleidsmatige en financiële betrokkenheid van de GR Sociaal bij door verbonden partijen uit te voeren taken en processen. Volgens artikel 15 BBV bevat de paragraaf tenminste de visie en de beleidsvoornemens op de verbonden partij in relatie tot de realisatie van de doelstellingen die zijn opgenomen in de programmabegroting. In de jaarstukken 2021 waren alle verbonden partijen opgenomen van de GR Drechtsteden. Na de overgang naar GR Sociaal resteren daarvan 2 partijen die hierna genoemd worden. De andere verbonden partijen zijn overgegaan naar de gemeente Dordrecht. De GR Sociaal participeert in andere partijen om haar doelen te realiseren of processen tot uitvoer te brengen. Bij een deel van die organisaties is de GR Sociaal zowel bestuurlijk als financieel betrokken. In dat geval is sprake van een 'verbonden partij'. Het Algemeen bestuur GR Sociaal kan besluiten tot oprichting van en deelneming in andere partijen indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het BBV specificeert de begrippen bestuurlijk en financieel belang als volgt: • •

bestuurlijk belang: zeggenschap door vertegenwoordiging in het bestuur (directie, Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur of Algemene Vergadering van Aandeelhouders) of uit hoofde van stemrecht; financieel belang: wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is wanneer de partij failliet gaat, of het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat en de verbonden partij vervolgens niet aan haar verplichtingen kan voldoen. Veelal gaat dit om gestort aandelenkapitaal, (fonds)bijdragen, verstrekte leningen of verleende garanties.

De GR Sociaal participeert in de volgende twee (privaatrechtelijk) verbonden partijen: Vennootschappen en coöperaties: 1. Baanbrekend Detacheren BV; 2. Stroomlijn BV. Soort verbonden partij:

Vennootschappen en coöperaties

Naam verbonden partij

Baanbrekend Detacheren BV

Vestigingsplaats

Dordrecht

Openbaar belang

De vennootschap heeft ten doel het detacheren van inwoners, van de Drechtstedengemeenten, met afstand tot de arbeidsmarkt als bedoeld in de Participatiewet. Omvang van financieel belang Medio oktober 2018 is Baanbrekend Detacheren BV ontstaan, uit de Statutenwijziging van Drechtwerk Diversiteit B.V. Daarbij heeft de GRD 50% van de aandelen verworven van Openbaar Lichaam Sociale Werkvoorziening Drechtwerk, tot dan toe enig aandeelhouder van deze vennootschap. Vanaf 1 januari 2019 worden de exploitatielasten van de vennootschap, bestaande uit personeelskosten van gedetacheerden en apparaatslasten, gefinancierd uit de volgende inkomstenstromen: (a) Inkomsten uit detacheringen, (b) ontvangsten uit Loonkostensubsidie en (c) inkomsten uit de dienstverleningsovereenkomst met de GR Sociaal. De GR Sociaal bezit 50 aandelen B, elk nominaal groot € 1. De overige aandelen zijn in handen van Drechtwerk. Eind 2022 heeft de GR Sociaal het belang van Drechtwerk tegen nominale waarde overgenomen, waardoor zij nu enig aandeelhouder is. In 2019 is er een lening verstrekt ter grootte van € 500.000, met een looptijd van 5 jaar. In 2022 is hierop € 200.000 afgelost, waardoor de restschuld per eind 2022 € 300.000 bedraagt.

50

Bestuurlijk belang

Deelnemende partijen

Beleidsinformatie Verbonden doelstelling

Actuele opgaven van verbonden partij

Ontwikkelingen

De Drechtraad heeft op 6 februari 2018 besloten om deel te nemen aan een BV die ten doel heeft het detacheren van inwoners met grote afstand tot de arbeidsmarkt (doelgroep van de Participatiewet en Wet Sociale Werkvoorzieningen) en waarvan het Openbaar Lichaam Drechtsteden en GR Sociale Werkvoorziening Drechtsteden 'Drechtwerk' enige aandeelhouders waren. Eind 2022 heeft de GR Sociaal het belang van Drechtwerk tegen nominale waarde overgenomen, waardoor zij nu enig aandeelhouder is. Aandeelhouders: na de aandelenoverdracht van eind 2022 is de GR Sociaal enig aandeelhouder. Gedetacheerden: inwoners uit de Drechtsteden met een afstand tot de arbeidsmarkt vanuit de P-wet. Klanten: het klantenbestand bestaat met name uit organisaties die al gebruik maakten van de detacheringsconstructie van de GR Sociaal. Een toekomstbestendige, professionele uitvoeringsorganisatie voor het detacheren van inwoners met afstand tot de arbeidsmarkt met het oog op stabiliteit en participatie van deze doelgroep en het stimuleren van duurzame uitstroom uit de uitkering. • Rechtmatige en doelmatige organisatie van detachering van de doelgroep P-wet en Wajong;• Begeleiding en ontwikkeling van de medewerker;• Stimuleren van duurzame uitstroom naar regulier werk bij een reguliere werkgever.

2022 heeft in het teken gestaan van de verdere uitwerking van de ontwikkelopgave vanuit de Cao Aan de Slag en de doorontwikkeling van onze interne organisatie. We hebben een methodiek ontwikkeld voor de begeleiding en ontwikkeling van onze medewerkers, op basis van een Duurzaam Inzetbaarheids- en Ontwikkelplan (DIOP). We hebben onze organisatie opgesplitst in een team Trajectbegeleiding en een team Backoffice. Trajectbegeleiding fungeert als eerste aanspreekpunt voor onze medewerkers en verzorgt hun begeleiding. Alle administratieve taken zijn belegd in het team Backoffice. Daarnaast hebben we een nieuw IT-systeem in gebruik genomen, dat speciaal is ingericht op de urenregistratie, salarisadministratie, facturatie en het contractbeheer volgens de Cao Aan de Slag. De ontwikkelopgave vanuit de Cao vraagt ook om herijking van de samenwerking tussen Baanbrekend Detacheren en de Sociale Dienst. In 2022 zijn hierover oriënterende gesprekken gevoerd, die in 2023 verder concreet dienen te worden uitgewerkt. Eind 2022 heeft de GR Sociaal het aandelenbelang van Drechtwerk in Baanbrekend Detacheren BV overgenomen en daarmee enig aandeelhouder van de vennootschap geworden. Herziening van de governance structuur (in het licht van de integratie tussen de Sociale Dienst Drechtsteden en Drechtwerk) zal de eerste helft van 2023 plaatsvinden.

Financieel belang Aandelenkapitaal GRS

100% van het aandelenkapitaal, nominale waarde € 100.

Eigen vermogen aan het begin € 200.948 van het begrotingsjaar Vreemd vermogen aan het begin van het begrotingsjaar

€ 1.052.672

Jaarlijkse bijdrage

€ 0,7 mln.

Eigen vermogen aan het einde n.n.b. van het begrotingsjaar Vreemd vermogen aan het einde van het begrotingsjaar

n.n.b.

51

Toelichting financieel belang

Vaststelling begroting en jaarrekening

Financieel resultaat Risico's

Het voorlopige resultaat voor belastingen over 2022 bedraagt ruim € 36.000. Hierin is voor ruim € 18.400 aan fiscale advieskosten meegenomen ten behoeve van het verkrijgen van vrijstelling op betaling van vennootschapsbelasting. Beleidsmatige resultaten: gedurende 2022 had BBDeta gemiddeld 87 medewerkers in dienst. De totale instroom bedroeg 28 nieuwe medewerkers. Daar stond een uitstroom tegenover van 31 medewerkers, waarvan 4 medewerkers uitstroomden vanwege ziekte of ontslag. Van de overgebleven 27 medewerkers gingen er 17 in dienst bij de inlener of een andere reguliere werkgever (63%). Los van de directe besparingen die een dienstverband bij BBDeta oplevert (de medewerker is immers uit de uitkering), is de doelstelling van het instrument detacheren het stimuleren van duurzame uitstroom. In totaal zijn sinds de start inmiddels 224 medewerkers uitgestroomd, waarvan 89 medewerkers naar een vaste baan bij een reguliere werkgever. Daarmee is bijna 40% van onze uitstroom te betitelen als duurzaam. Voor de uitvoering van de detacheringsactiviteiten ontvangt Baanbrekend Detacheren BV een vergoeding van de SDD. De jaarrekening 2021 is opgemaakt en op 22 december 2022 vastgesteld door de algemene vergadering van de vennootschap. De begroting 2022 van Baanbrekend Detacheren B.V. is vastgesteld door het bestuur.

De aflossing van € 200.000 op het middellange krediet heeft in 2022 plaatsgevonden. Het voorlopige resultaat voor belastingen over 2022 bedraagt ruim € 36.000. Het risico dat bij faillissement van de VP het ingebrachte kapitaal en de verstrekte lening(en) niet worden terugbetaald.

Naam verbonden partij

Stroomlijn BV

Vestigingsplaats

Dordrecht

Openbaar belang

Het op elkaar afstemmen van het doelgroepenvervoer en kleinschalige mobiliteitsoplossingen, en het op efficiënte wijze uitvoering geven daaraan. Omvang van financieel belang Het belang van de GR Sociaal bedraagt 100% van de aandelen (gestort en opgevraagd kapitaal Stroomlijn BV bedraagt € 1).In 2020 is er een overeenkomst van geldlening getekend voor een lening u/g aan Stroomlijn BV van maximaal € 500.000 (DR 14 januari 2020). Hiervan is € 255.000 in 2020 uitbetaald. In 2022 is de lening aan Stroomlijn BV met € 245.000 verhoogd tot een bedrag van € 500.000.Ter verbetering van de vermogenspositie van Stroomlijn BV heeft per 21 januari 2020 een agiostorting plaatsgevonden ter grootte van € 450.000. Ten slot financiert de SDD deels de regiekosten en draagt daarmee mede bij aan de exploitatiekosten van Stroomlijn BV. Bestuurlijk belang De Algemene Vergadering van Aandeelhouders bestaat uit twee bestuurders die namens het Dagelijks Bestuur de rol van eigenaar van Stroomlijn vervullen. Er is een nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen de rol van het Dagelijks Bestuur als eigenaar en die van de opdrachtgevers (o.a. SDD). Deelnemende partijen De GR Sociaal is volledig aandeelhouder van Stroomlijn BV en als onderdeel hiervan de Sociale Dienst Drechtsteden de grootste opdrachtgever. Stroomlijn kent naast de GR Sociaal ook andere opdrachtgevers.

Zo wordt in 2022 aansturing gegeven aan, het Jeugdwet vervoer (SOJ), het vervoer van Baanbrekend Drechtsteden, het leerlingenvervoer, gymvervoer, vervoer vanuit de wet langdurige zorg, beschermd wonen en regisseur OV in DMG concessie voor de ketenmobiliteit.

52

Beleidsinformatie Verbonden doelstelling

Actuele opgaven van verbonden partij

Ontwikkelingen

Vanuit de Wmo hebben de Drechtsteden een compensatieplicht richting inwoners die een beperking ondervinden in hun mobiliteit. In voorkomende gevallen kan die beperking inhouden dat er (taxi)vervoer aangeboden wordt aan de betreffende inwoner. Dit wordt doelgroepenvervoer genoemd. Stroomlijn regisseert dit doelgroepenvervoer. Door het doelgroepenvervoer publiek aan te sturen kunnen gebruikers van het vervoer optimaal worden gecompenseerd in hun mobiliteitsbeperking. De eigen kracht wordt benut en maatwerk wordt mogelijk. Regie en beheer voeren op alle vervoersopdrachten. Door ontwikkelen tot ontwikkelbedrijf om mensen op te leiden tot een kwalitatief goede chauffeur. Stroomlijn richt zich daarnaast in opdracht van de aandeelhouders op de betaalbaarheid van de systemen, de opgave 'De Bereikbare Stad en Regio' en het verduurzamen van het vervoer via het zero emissie convenant doelgroepenvervoer. -

Financieel belang Aandelenkapitaal GRS

Het belang van de GR Sociaal bedraagt 100% van de aandelen (gestort en opgevraagd kapitaal Stroomlijn BV bedraagt € 1). Eigen vermogen aan het begin € 1 Eigen vermogen aan het einde € 450.001 van het begrotingsjaar van het begrotingsjaar Vreemd vermogen aan het begin van het begrotingsjaar

€ 2.026.855

Vreemd vermogen aan het einde van het begrotingsjaar

n.n.b.

Jaarlijkse bijdrage Toelichting financieel belang

Stroomlijn BV heeft in 2021 een resultaat van € 0 behaald.

Vaststelling begroting en jaarrekening

De jaarrekening 2021 is op 31 maart 2022 vastgesteld door de algemene vergadering van aandeelhouders.

Financieel resultaat

Het voorlopige resultaat voor belastingen over 2022 bedraagt ruim € 0. Het risico dat bij faillissement van de VP het ingebrachte kapitaal en de verstrekte lening(en) niet worden terugbetaald.

Risico's

53

3.6 RECHTMATIGHEID In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 1 december 2022 is het controleprotocol voor 2022 vastgesteld. Op basis van het controleprotocol zijn interne controles uitgevoerd die de accountant uit hoofde van zijn wettelijke taak heeft beoordeeld. Begrotingsrechtmatigheid Een begrotingsrechtmatigheid houdt in dat financiële beheershandelingen passen binnen de begroting en balansmutaties. Het normenkader bij het begrotingscriterium is als volgt: • bij de staat van baten en lasten is mogelijk sprake van begrotingsonrechtmatigheid als het totaal van baten of lasten per programma met minimaal € 125.000 is overschreden of onderschreden; • bij investeringen is mogelijk sprake van begrotingsonrechtmatigheid als het toegestane investeringsvolume per programma met minimaal € 125.000 of 10% is overschreden. Bij overschrijdingen dient aangegeven te worden welke van de volgende twaalf soorten van begrotingsonrechtmatigheid aan de orde is: I. Onjuist programma, product, budget; II. Onjuist begrotingsjaar; III. Extra kosten gedekt door baten c.q. minder baten gecompenseerd door minder kosten; IV. Extra kosten of minder baten, tijdig gesignaleerd; V. Extra kosten of minder baten, achteraf onrechtmatig (zoals mutaties algemene uitkering); VI. Extra uitgaven door hogere doorbelasting vanuit de kostenplaatsen; VII. Fout in de begroting; VIII.

Extra kosten of minder baten, niet tijdig gesignaleerd; IX. Extra kosten of minder baten, opzettelijk stil gehouden; X. Extra investeringen, kosten komen later (afschrijvings- en financieringslast); XI. Extra kosten door niet passende activiteiten; XII. Minder kosten, maar te lage passende activiteiten. De oorzaken onder I tot en met VII genoemd zijn niet van invloed op de strekking van de controleverklaring. De oorzaken die onder de punten VIII tot en met XII worden genoemd zijn dat in principe wel en kunnen bij het vaststellen van de jaarrekening alsnog worden goedgekeurd. Begrotingsonderschrijdingen zijn in principe niet onrechtmatig tenzij deze in strijd zijn met het beleid dat het Algemeen Bestuur GR Sociaal (of voorheen de Drechtraad) heeft vastgesteld. (bedragen x € 1.000) Opgave Bestaanszekerheid versterken

Ontwikkelen naar werk

Zorgen voor ondersteuning

Lasten

-1.242

-2.340

Onrechtmatig

Toelichting

Oordeel

-

Betreft onderschrijding van de lasten binnen staand beleid waardoor het, gezien het controleprotocol, geen invloed heeft op de strekking van de controleverklaring.

Rechtmatig

-

Betreft onderschrijding van de lasten binnen staand beleid waardoor het, gezien het controleprotocol, geen invloed heeft op de strekking van de controleverklaring.

Rechtmatig

-41

-

Apparaatskosten

-1.454

-

Totaal

-5.075

-

Betreft onderschrijding van de lasten binnen staand beleid waardoor het, gezien het controleprotocol, geen invloed heeft op de strekking van de controleverklaring. Betreft onderschrijding van de lasten binnen staand beleid waardoor het, gezien het controleprotocol, geen invloed heeft op de strekking van de controleverklaring.

Rechtmatig

Rechtmatig

54

Voor een toelichting op de analyse van de afwijkingen tussen begroting na wijziging (2e bestuursrapportage 2022) en de realisatie in 2022 wordt verwezen naar de programmaverantwoording in hoofdstuk 2. Per programma is bij het onderdeel ‘Wat heeft het gekost?’ een toelichting opgenomen.

Rechtmatigheidsverklaring Vanaf het controlejaar 2023 zal niet langer de accountant, maar het Dagelijks Bestuur verantwoording af leggen over rechtmatigheid. Het Dagelijks Bestuur is al staatsrechtelijk en bestuurlijk verantwoordelijk voor de rechtmatigheid en moet vanaf 2023 zelf verantwoording afleggen over de naleving van de regels die relevant zijn voor het financiële reilen en zeilen van de GR Sociaal. Waar voorheen de externe accountant een oordeel vormde over de rechtmatigheid en hierover verslag uitbracht, moet de GR Sociaal vanaf 2023 zelf een rechtmatigheidsverantwoording opnemen in de jaarrekening. Nu is het nog de accountant die hierover het gesprek voert met het Algemeen Bestuur. Vanaf 2023 gaat het Algemeen Bestuur hierover in gesprek met het Dagelijks Bestuur en kan zo haar controlerende rol beter vervullen. Het Algemeen Bestuur bepaalt straks ook waar de grens ligt en wanneer zij geïnformeerd wilt worden, voor iedere euro of boven een bepaald bedrag. De accountant controleert uiteindelijk de jaarrekening en de bijbehorende rechtmatigheidsverantwoording op getrouwheid en rechtmatigheid.

55

3.7 OPENBAARHEIDSPARAGRAAF In artikel 3.5 (Openbaarheidsparagraaf) van de Wet Open overheid (Woo) wordt voorgeschreven dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Deze begroting en jaarlijkse verantwoording vloeien voort uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In de memorie van toelichting bij de Woo staat onder andere dat met dit artikel beoogd wordt een impuls te geven aan de actieve openbaarheid door voor te schrijven dat bestuursorganen in hun begroting en verantwoordingsverslag aan moeten geven hoe zij rekening houden met de bepalingen uit de Woo. De openbaarheidsparagraaf Woo moet in de begroting en jaarstukken worden opgenomen via een afzonderlijke paragraaf, zoals de in artikelen 9 en 26 van het BBV genoemde paragrafen. Deze verplichting geldt reeds voor de jaarstukken 2022. De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 in werking getreden. Het doel van de wet is overheden transparanter te maken. De Woo-contactpersoon is een nieuwe rol per 1 mei 2022. De Woocontactpersoon beantwoordt op laagdrempelige wijze vragen over de bij de gemeente beschikbare informatie.

De senior bij bezwaar & beroep is vooralsnog als Woo-contactpersoon aangewezen en daarom heen zijn medewerkers georganiseerd die mee kunnen denken bij de verschillende verzoeken en de afhandeling ervan. Voor de GR Sociaal betekende de invoering van de WOO, naar een contactpersoon, ook de noodzaak tot herinrichting van het proces, de overstap naar een goed archiefsysteem op dit punt en de training van medewerkers. We sluiten qua verdere doorontwikkeling en implementatie (deze loopt ook in 2023 door) waar mogelijk aan bij de regionale werkgroepen. Veel meer dan de Wet openbaarheid van bestuur – de voorganger van de Woo – legt de Woo de nadruk op actieve openbaarmaking. Actieve openbaarmaking betreft het uit eigen beweging (digitaal) publiceren van overheidsinformatie. De Woo stelt de verplichting om 17 gespecificeerde informatiecategorieën openbaar te maken. Deze verplichting zal niet voor alle categorieën tegelijk gelden. Naar verwachting zullen in 2023 de eerste categorieën gepubliceerd moeten worden. Zonder exacte fasering is in een Kamerbrief gemeld dat onder andere convenanten en (de beslissingen op) Woo-verzoeken (voorheen Wob-verzoeken genaamd), als eerste ter hand zullen worden genomen in het implementatietraject. Als publicatiekanaal wordt daarbij gekeken naar een digitaal platform. Momenteel wordt landelijk en regionaal gekeken wat hiervoor geschikt kan zijn.

De actieve openbaarmakingsplicht vergt een aanpassing van de interne informatiehuishouding en de administratieve processen binnen de organisatie. Hiermee is in 2022 al een start gemaakt. In 2023 zal de verdere implementatie vorm krijgen om te zorgen dat wij voldoen aan de Woo door in ieder geval de op dat moment verplichte informatiecategorieën actief openbaar te maken. Daartoe behoort dus ook de technische aansluiting op een mogelijk platform. Het proces van actieve openbaarmaking zal op efficiënte, veilige en AVG-conforme wijze worden ingericht. In 2023 zal de invulling van de rol als contactpersoon worden geëvalueerd op basis van de ervaringen die zijn opgedaan in de tweede helft van 2022 en de gevolgen van de verdere implementatie in 2023. De mogelijk extra werkdruk die dit met zich meebrengt zal in kaart worden gebracht en indien noodzakelijk volgt een apart voorstel richting bestuur hoe hiermee om te gaan. Het aantal omvangrijke Woo-verzoeken neemt toe, ook bij de GR Sociaal. Dit levert voor de GR Sociaal een hoge werkdruk op en legt druk op de ambtenaren die hiermee bezig zijn. Steeds vaker worden duizenden documenten opgevraagd, wat een onevenredige verzwaring van de werkdruk met zich meebrengt. Indien nodig wordt extra ondersteuning geboden door de inhuur van administratieve medewerkers en juristen voor omvangrijke Woo-verzoeken.

56

4 JAARREKENING De jaarrekening bestaat uit de balans en toelichting, het overzicht van baten en lasten en toelichting, Wet normering topinkomens en de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen (SiSa). 4.1 BALANS EN TOELICHTING 4.1.1 BALANS

57

58

4.1.2 WAARDERINGSGRONDSLAGEN Financiële analyse en begrotingsrechtmatigheid Volgens de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) dient de financiële analyse op de programma’s plaats te vinden in het jaarrekening gedeelte van de jaarstukken. Echter is er, voor de leesbaarheid, gekozen om deze analyse op te nemen in het jaarverslag (hoofdstuk 2 'Programmaverantwoording') van de jaarstukken, per opgave onder het kopje 'wat heeft het gekost?'. Dit geldt ook voor de analyse van de afwijkingen tussen de begroting na wijzigingen en de programmarekening. Dit overzicht is opgenomen in paragraaf 3.6 waar er wordt ingegaan op de begrotingsrechtmatigheid. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen Bij het opstellen van de jaarrekening zijn de voorschriften van het BBV in acht genomen. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.

Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie voor gepensioneerden, overlopende vakantiegelden verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) of spaarverlof, zoals vanaf 2022 van toepassing is, dient wel een verplichting gevormd te worden. Vergelijkende cijfers 2021 Als vergelijkende cijfers 2021 zijn opgenomen de cijfers volgens de jaarstukken 2021 van de GR Drechtsteden, hierin zijn alle dochters opgenomen, waaronder de SDD.

Vaste activa Materiële vaste activa De GRD beschikt uitsluitend over materiële vaste activa met een economisch nut. Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijging- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het eerstvolgende jaar van ingebruikneming annuïtair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. Boekwinsten of -verliezen worden verwerkt als incidentele bate of last in de programmarekening. De drempel voor investeringen die geactiveerd dienen te worden bedraagt € 50.000. De afschrijvingstermijnen zijn niet aangepast. De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren:

59

Financiële vaste activa Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen structureel daalt tot onder de verkrijgingprijs vindt afwaardering plaats. Leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Vlottende activa Voorraden Voorraden worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs of lagere marktwaarde. De als 'onderhanden werken' opgenomen producten zijn gewaardeerd tegen de kostprijs. Winst en/of verliesneming vindt plaats naar ratio van de kosten. Verlies wordt genomen wanneer dit bekend is. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening gevormd en in mindering gebracht. De afwikkeling van de totale debiteuren vindt plaats via de balans. De voorziening wordt bepaald op basis van geschatte inningskansen. De herwaardering van de voorziening debiteuren is gebaseerd op het totale uitstaande saldo en de verwachting wat van dit saldo nog wordt ontvangen. Bij de herwaardering is in hoofdzaak de methodiek gehanteerd waarbij rekening is gehouden met de ouderdom van de debiteur. Liquide middelen De liquide middelen worden tegen nominale waarde opgenomen.

Vaste en vlottende passiva Reserves, voorzieningen en lang- en kortlopende verplichtingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. De voorziening frictiekosten omvat de volledig geschatte kosten voor de periode van boventalligheid een WW-uitkering. Er is bij de hoogte van de voorzieningen geen rekening gehouden met de uitstroom naar nieuw werk. Een groot deel van de betrokken personen is inmiddels al geruime tijd werkloos. Gezien de ervaringen uit de afgelopen periode en de persoonlijke omstandigheden, zoals leeftijd, wordt de kans op nieuw werk dan op nihil geschat. Om consequent te blijven is ook voor de personen die minder lang zonder werk zijn het volledige financiële risico in de voorzieningen opgenomen. Daarmee is er dus een mogelijkheid dat de feitelijke kosten lager blijken te zijn. Er zijn echter geen objectieve criteria voorhanden op basis waarvan op individueel niveau de mogelijkheid/ kans op nieuw werk kan worden geschat. Baten en lasten In de rekening worden zowel de baten als de lasten op dezelfde wijze gerangschikt als in de begroting. De baten en de lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.

60

4.1.3 TOELICHTING OP DE BALANS De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het Algemeen Bestuur de uitgangspunten voor het financiële beleid en beheer en de financiële organisatie is vastgesteld.

ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa In onderstaande tabel is het verloop van de waarde van de materiële vaste activa met economisch nut weergegeven. (bedragen x € 1.000)

In verband met de ontvlechting van de GR Drechtsteden is een deel van de materiële vaste activa overgedragen aan de gemeente Dordrecht per 1 januari 2022, in het kader van de vorming van de service-organisatie bij die gemeente. Onder de overige materiële vaste activa vallen inventaris met een boekwaarde van € 114.000 en de hard- en software met een boekwaarde van € 61.000 van de GRS. Financiële vaste activa Het verloop van de financiële vaste activa wordt in onderstaand overzicht weergegeven. (bedragen x € 1.000)

In verband met de ontvlechting van de GR Drechtsteden is een deel van de financiële vaste activa overgedragen aan de gemeente Dordrecht per 1 januari 2022, in het kader van de vorming van de service-organisatie bij die gemeente. De kapitaalverstrekking aan deelnemingen betreft een deelname in Stroomlijn BV voor een bedrag van € 450.000. De leningen aan deelnemingen betreffen verstrekkingen van (i) een lening u/g aan Baanbrekend Detacheren BV oorspronkelijk groot € 500.000 en (ii) een tweede lening u/g aan Stroomlijn BV ter grootte van maximaal € 500.000. Baanbrekend Detacheren BV heeft in 2022 € 200.000 afgelost. De schuldrest per 31-12-2022 bedraagt € 300.000.

61

In 2020 is er een overeenkomst van geldlening getekend voor een tweede lening u/g aan Stroomlijn BV van maximaal € 500.000 (DR 14 januari 2020). Hiervan is € 255.000 in 2020 uitbetaald. In 2022 is de lening aan Stroomlijn BV met € 245.000 verhoogd tot een bedrag van € 500.000.

Vlottende activa Voorraden (bedragen x € 1.000) Saldo 31-12-2022

Saldo 31-12-2021

Onderhanden werk

-

549

Gereed product en handelsgoederen

1

1

Totaal

1

550

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (bedragen x € 1.000) Saldo 31-12-2022 Vorderingen op openbare lichamen

Saldo 31-12-2021

11.638

7.311

Rekening-courantverhouding met het Rijk

-

11.000

Overige vorderingen

8.875

12.082

Totaal

20.513

30.393

De vorderingen op openbare lichamen betreffen vorderingen op publiekrechtelijke lichamen. Het betreft hier met name vorderingen op Drechtstedengemeenten en GR-en waarvan de nota in de laatste periode van het jaar is verzonden. In het kader van Schatkistbankieren is, conform artikel 52c BBV, voor het begrotingsjaar een drempelbedrag geldig van € 7.060.000. In onderstaande tabel is de benutting drempelbedragen inzichtelijk gemaakt. Zie ook paragraaf 3.4 Financiering. (bedragen x € 1.000) 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal Bedrag aan middelen buiten 's Rijks schatkist aangehouden

44

-

524

1.478

In de overige vorderingen is de voorziening dubieuze debiteuren opgenomen. Bij de GRS is deze voorziening gevormd voor de uitkeringsdebiteuren. De afwikkeling van de totale debiteuren vindt plaats via de balans. De actualisering van de voorziening debiteuren is gebaseerd op het totale uitstaande saldo en de verwachting wat van dit saldo nog wordt ontvangen. Saldo 31-12-2022

Saldo 31-12-2021

Debiteuren

16.880

21.218

Voorziening dubieuze debiteuren

-8.005

-9.136

Totaal

8.875

12.082

62

Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: (bedragen x € 1.000) Saldo 31-12-2022

Saldo 31-12-2021

Kassaldi

9

9

Banksaldi

9

14

Totaal

18

23

Overlopende activa De post overlopende activa wordt als volgt onderscheiden: (bedragen x € 1.000) Saldo 31-12-2022 Nog te ontvangen voorschotbedragen van Europese en Nederlandse overheden met een specifiek bestedingsdoel

Saldo 31-12-2021

-

-

Overige nog te ontvangen bedragen

1.429

9.313

Vooruitbetaalde bedragen

3.616

6.300

Totaal

5.045

15.613

De post overige nog te ontvangen bedragen is als volgt onderverdeeld: (bedragen x € 1.000) Saldo 31-12-2022

Saldo 31-12-2021

Nog te ontvangen bedragen in het kader van Wmo

318

4.076

Nog te ontvangen bedragen overige overheid

1.110

3.628

-

919

Nog te ontvangen bedragen OCD van Drechtstedengemeenten

-

462

Overige nog te ontvangen bedragen

1

228

1.429

9.313

Nog te ontvangen bedragen GBD van Drechtstedengemeenten

Totaal De post vooruitbetaalde bedragen is als volgt onderverdeeld: (bedragen x € 1.000)

Saldo 31-12-2022 Vooruitbetaalde bedragen WWB, zorgkosten e.d.

Saldo 31-12-2021

2.893

1.557

Vooruitbetaalde ICT-kosten (licenties en onderhoud)

-

2.087

Vooruitbetaalde kosten project transitie

-

2.128

723

528

3.616

6.300

Overige vooruitbetaalde bedragen Totaal

63

PASSIVA Vaste passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen op de balans van de GRS bestaat uit de volgende onderdelen: (bedragen x € 1.000) Saldo 31-12-2022

Saldo 31-12-2021

Algemene reserve

-90

-90

Bestemmingsreserve

-

1.765

Resultaat na bestemming volgens saldo van de rekening

p.m.

446

Totaal

-90

2.121

In de volgende tabel is het verloop van de reserves weergegeven. Onder 'resultaatbestemming 2021' taan de toevoegingen en/of onttrekkingen vermeld uit hoofde van de bestemming van het resultaat van het voorgaande boekjaar. (bedragen x € 1.000)

Toelichting: In verband met de ontvlechting van de GR Drechtsteden is de Frictiereserve SCD overgedragen aan de gemeente Dordrecht per 1 januari 2022, in het kader van de vorming van de service-organisatie bij die gemeente. Algemene reserve De algemene reserve is ultimo 2022 € 90.000 negatief. Dit is het restant van de voorfinanciering door de GR van invlechtingskosten bij de toetreding in 2017 van de gemeente Hardinxveld-Giessendam. Conform het besluit van de Drechtraad van 14 juni 2016 is voor het invlechten van HardinxveldGiessendam € 700.000 ingezet vanuit de algemene reserve. Hardinxveld-Giessendam vult het bedrag aan via resultaatbestemming/ -bepaling. Mocht op 1 januari 2023 het bedrag nog niet zijn gecompenseerd dan zal Hardinxveld-Giessendam het resterende deel voor 31 januari 2023 voldoen. Hierover is tussen de GR en de gemeente Hardinxveld-Giessendam een overeenkomst afgesloten. Reserve Uitvoeringskosten Tozo Bij de jaarstukken 2021 GRD is voorgesteld om een bestemmingsreserve te vormen voor de uitvoeringskosten van de Tozo met als doel het opvangen van kosten bij de uitvoering van en de controle op de Tozo-regelingen die doorlopen van 2021 naar 2022. Bij de 1e bestuursrapportage 2022 GRS heeft het AB besloten om dit bedrag in 2022 beschikbaar te stellen ter dekking van de kosten die in 2022 gemaakt worden voor de uitvoering en controle van de Tozo.

Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor op de balansdatum bestaande risico’s voor verplichtingen en verliezen waarvan de omvang onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten. In onderstaande tabel is het verloop van de voorzieningen weergegeven.

64

(bedragen x € 1.000)

Toelichting: In verband met de ontvlechting van de GR Drechtsteden is een aantal voorzieningen overgedragen aan de gemeente Dordrecht per 1 januari 2022, in het kader van de vorming van de serviceorganisatie bij die gemeente. Voorziening frictiekosten SDD De voorziening frictiekosten is voor de dekking van kosten van bovenformatief personeel. Bij de jaarrekening is € 233.174 ten laste van de voorziening gebracht. Een nieuwe beoordeling van de toereikendheid van de voorziening heeft plaatsgevonden. De omvang van de voorziening is afgestemd op de te verwachten kosten voor WW, sociaal plan, outplacement en begeleiding minus te verwachten baten over de periode waarover deze verplichting bestaat. Op basis van de herberekening van de voorziening vindt een dotatie plaats van € 489.812. Voorziening spaarverlof Voor het spaarverlof zoals dit vanaf 2022 van toepassing is, moet voor de verplichting een voorziening worden opgenomen omdat hier sprake is van een spaarsaldo dat in de tijd, naar verwachting, niet van gelijke omvang zal zijn wat betreft toevoegingen en opnamen van spaarverlof. In de opbouwjaren zal naar verwachting vooral sprake zijn van toevoegingen en groei van de omvang van het spaarsaldo.

Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (bedragen x € 1.000) Saldo 31-12-2022

Saldo 31-12-2021

Banksaldi

6.941

6.765

Overige schulden

2.583

13.441

Totaal

9.524

20.206

De overige schulden kunnen als volgt worden onderverdeeld: (bedragen x € 1.000) Saldo 31-12-2022 Crediteuren Overige schulden Totaal

Saldo 31-12-2021

2.580

13.439

3

2

2.583

13.441

65

Overlopende passiva (bedragen x € 1.000) Saldo 31-12-2022 Vooruitontvangen bedragen overige Nederlandse overheidslichamen

Saldo 31-12-2021 -

682

Overige vooruitontvangen bedragen

2.121

4.288

Overlopende verplichtingen

14.779

27.198

Totaal

16.900

32.168

Dit betreft posten welke ten laste van het dienstjaar 2022 zijn gebracht, maar waarvan de facturen in de loop van 2023 zijn ontvangen en betaalbaar zijn gesteld. De overlopende verplichtingen bevat onder andere het positieve resultaat wat op de Wmo en participatie is behaald. Conform de financiële afspraken vindt hierover resultaatbepaling plaats, wat betekent dat dit bedrag nog met de gemeenten verrekend moet worden. Ook is in deze post de nog te betalen maatwerkvoorzieningen Wmo aan diverse aanbieders en de vergoeding voor participatie plekken opgenomen. In onderstaande tabel is een specificatie opgenomen van 'overige vooruitontvangen bedragen'. (bedragen x € 1.000) Saldo 31-12-2022 Vooruitontvangen bedragen SCD Afdracht fiscus

127

2.063

4.111

58

50

2.121

4.288

Overige vooruitontvangen bedragen Totaal

Saldo 31-12-2021 -

In onderstaande tabel is een specificatie opgenomen van 'overlopende verplichtingen'. (bedragen x € 1.000) Saldo 31-12-2022

Saldo 31-12-2021

Nog te betalen in het kader van Schuldhulpverlening

3.205

Nog te betalen in het kader van Wmo e.d.

4.772

7.075

Nog te betalen bedragen overige overheid

5.190

11.711

Nog te betalen bedragen belastingdienst

1.256

4.071

356

1.571

14.779

27.198

Overige overlopende verplichtingen Totaal

2.770

66

4.1.4 NIET UIT DE BALANS BLIJKENDE VERPLICHTINGEN Niet uit de balans blijkende verplichtingen zijn verplichtingen die financiële consequenties hebben voor de toekomstige jaren, maar niet zijn opgenomen in een balanspost. Voor de GR Sociaal is voor het boekjaar 2022 geen sprake van borg- en/of garantstelling. De GR Sociaal is gebonden aan een aantal niet uit de balans blijkende financiële verplichtingen. Hiervan zijn de belangrijkste: •

• •

Aanbestedingsverplichtingen in het kader van de Wmo:  Wmo Hulpmiddelen (Woonvoorzieningen en rolstoelen) € 6 miljoen;  Wmo Individueel vervoer (scootmobielen) € 3,1 miljoen;  Wmo Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (Drechthopper) € 7 miljoen;  Wmo Huishoudelijke Ondersteuning € 25,7 miljoen;  Wmo Begeleiding € 31,8 miljoen; Huur Spuiboulevard. Totaalbedrag circa € 0,6 miljoen; In de jaarrekening zijn alleen de feitelijke jaarlasten opgenomen. De nog openstaande verlofdagen zijn niet als verplichting op de balans opgenomen.

Besluit GR Drechtwerk & GR Sociaal één juridische entiteit per 1 januari 2023 In 2022 kreeg de integratie tussen GR Sociaal en GR Drechtwerk verder vorm. Per 1 januari 2023 voegt Drechtwerk zich bij de GR Sociaal en integreren daarmee beide GR’en tot één aangepaste GR Sociaal met daarin twee organisatieonderdelen, te weten Drechtwerk en Sociale Dienst Drechtsteden. Beide organisatieonderdelen behouden hierbij hun eigen identiteit. Vanaf 1 januari 2023 geldt er één gezamenlijk bestuur en één gezamenlijke leiding. In het eerste halfjaar 2022 hebben de Algemeen Besturen en de Drechtsteden colleges een principe besluit hiertoe genomen en is een aangepaste Gemeenschappelijke Regeling Sociaal in route gebracht naar de gemeenteraden. Inmiddels hebben alle gemeenten ingestemd met de gewijzigde GR tekst voor de GR Sociaal per 1 januari 2023.

67

4.2 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN EN DE TOELICHTING Opgaven bedragen x € 1.000

Begroting 2022 Lasten

Begroting na Jaarrekening 2022 Afwijking wijzigingen Baten Saldo Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo

Bestaanszekerheid versterken 136.275 149.051 12.776 166.805 182.119 15.314 164.219 179.533 15.314 -2.586 -2.586 Apparaat Bestaanszekerheid versterken Budgetadvies en Schuldbemiddeling Inkomensondersteuning

14.577 27.353 12.776 15.257 30.517 15.260 13.913 29.673 15.760 -1.344

109.422 109.422

Kinderopvangtoeslagaffaire

0

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G. Minimabeleid

118

118

0

118

118

0

107

107

-844

500

-10

0

-724 -1.224

-500

-10

0 114.247 114.301

54 113.523 113.077

0

0

720

720

0

617

617

-103

-103

0

2.250

2.250

0

2.100

2.100

0

2.069

2.069

-31

-31

0

9.907

9.907

0 34.363 34.363

0 33.991 33.991

-372

-372

0

Ontwikkelen naar werk

45.391 51.819 6.428 45.660 52.230 6.570 41.502 48.072 6.570 -4.158 -4.158

0

Apparaat Ontwikkelen naar werk Inburgering

9.340

8.507

0

300

300

Participatie

8.782 15.763 6.981

Statushouders

406

686

-833 10.477 0

280

1.291

7.287 -3.190 1.291

0

5.355 14.835 9.480 406

686

280

8.660 94

-446

0

5.469 -3.190 -1.818 -1.818 -1.197 -1.197

0

4.212 13.692 9.480 -1.143 -1.143

0

406

94

686

280

0

0

0

0

0

0

WSW

26.563 26.563

0 28.132 28.132

0 28.132 28.132

Zorgen voor ondersteuning

78.305 78.989

684 76.010 75.245

-765 75.675 74.910

-765

-336

-336

0

Apparaat Zorgen voor ondersteuning Begeleiding en kortdurend verblijf Huishoudelijke ondersteuning

7.059

684

-765

-765

-98

-98

0

29.155 29.155

0 29.155 29.155

0 29.736 29.736

581

581

0

28.420 28.420

0 25.454 25.454

0 24.836 24.836

-618

-618

0

Hulpmiddelen

5.390

5.390

0

5.380

5.380

0

5.259

5.259

-121

-121

0

Vervoer

8.281

8.281

0

8.570

8.570

0

8.489

8.489

-81

-81

0

Overhead

19.888

0

771

2.722

19.888

- 1.806 1.951 21.420 2.614 - 1.698 1.843 21.420 108 108 108

145

Apparaat Overhead

- 24.142 21.565 771 - 24.034 21.565 0 0 108

7.743

7.451

6.686

Treasury

0

- 22.336 19.888 0 - 22.336 19.888 0 0 0

Programmareserves

0

0

0

0

446

446

Mutaties reserves

0

0

0

0

446

446

Totaal

279.859 279.859

0 310.812 310.812

7.353

0

6.588

145 0

446

446

0

0

0

446

446

0

0

0

145 -5.273 -5.128

145

0 305.539 305.684

Voor een toelichting op het overzicht van baten en lasten wordt verwezen naar de programmaverantwoording in hoofdstuk 2. Per opgave is bij het onderdeel 'Wat heeft het gekost?' een toelichting opgenomen. Deze toelichting maakt onderdeel uit van de jaarrekening.

68

4.3 WET NORMERING TOPINKOMENS Op 6 december 2011 is de Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) door de Tweede Kamer aangenomen en is met ingang van 1 januari 2013 in werking getreden. Binnen een gemeenschappelijke regeling kunnen als topfunctionaris aangemerkt de leden van de hoogste uitvoerende en toezichthoudende organen. Voor de GR Sociaal betreft het hier het Algemeen Bestuur, het Dagelijks bestuur en de secretaris GR Sociaal. De WNT kent een openbaarmakingregime en een maximale bezoldigingsnorm. De maximale bezoldigingsnorm is van toepassing op topfunctionarissen die in dienstbetrekking werkzaam zijn en topfunctionarissen die niet in dienstbetrekking werkzaam zijn maar worden ingehuurd op overeenkomst van opdracht. De WNT is van toepassing op de GR Sociaal. Het voor de GR Sociaal toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2021 € 209.000 en in 2022 € 216.000. In onderstaande tabel zijn de leden van het Algemeen Bestuur opgenomen. Naam

Gemeente

Periode

Bezoldiging

P.J. Heijkoop (voorzitter) Dordrecht

1 januari - 31 december Onbezoldigd

R. de Meij (plv. voorzitter) Zwijndrecht

1 januari - 31 december Onbezoldigd

C.W.M. Jongmans

Alblasserdam

1 januari - 29 juni

Onbezoldigd

M. de Deugd-Bos

Alblasserdam

30 juni - 31 december

Onbezoldigd

M.D. Burggraaf

Dordrecht

1 januari - 29 juni

Onbezoldigd

C.C. van Benschop

Dordrecht

30 juni - 31 december

Onbezoldigd

G.K.C. Baggerman

Hardinxveld-Giessendam

1 januari - 31 december Onbezoldigd

S. van Die

Hendrik-Ido-Ambacht

1 januari - 31 december Onbezoldigd

C.A. Verver

Papendrecht

1 januari - 29 juni

Onbezoldigd

J.L. van Erk

Papendrecht

30 juni - 31 december

Onbezoldigd

P. Vat

Sliedrecht

1 januari - 29 juni

Onbezoldigd

J.C. Paas

Sliedrecht

30 juni - 31 december

Onbezoldigd

In onderstaande tabel zijn de leden van het Dagelijks bestuur opgenomen. Naam

Portefeuille

P.J. Heijkoop

Voorzitter/ Werk & Bestaanszekerheid 1 januari - 31 december Onbezoldigd

Periode

Bezoldiging

R. de Meij

Plv. voorzitter/ Bedrijfsvoering

1 januari - 31 december Onbezoldigd

C.W.M. Jongmans

Zorg/ Wmo

1 januari - 29 juni

Onbezoldigd

J.L. van Erk

Zorg/ Wmo

30 juni - 31 december

Onbezoldigd

Conform publicatieplicht worden in onderstaand overzicht de gegevens van de secretaris GR Sociaal gepresenteerd. Gegevens 2022 bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2022 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking?

D.J. van Maanen Directeur 01/01 - 31/12 1 ja

Bezoldiging

69

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn

141.090 22.572

Subtotaal

163.662

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

216.000

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging

€

163.662

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

Gegevens 2021 bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2021 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking?

D.J. van Maanen N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn

N.v.t.

Subtotaal

N.v.t.

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

N.v.t.

Bezoldiging

N.v.t.

N.v.t.

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2022 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

70

4.4 INCIDENTELE BATEN EN LASTEN Onze toezichthouder, de provincie Zuid-Holland, beoordeelt jaarlijks of er sprake is van een structureel en reëel evenwicht in de begroting. Een belangrijk criterium hierbij is dat sprake moet zijn van materieel evenwicht, wat inhoudt dat de structurele lasten ten minste worden gedekt door structurele baten. Om te kunnen beoordelen of een begroting materieel in evenwicht is (structurele lasten worden door structurele baten afgedekt) moeten de incidentele baten en lasten inzichtelijk worden gemaakt. Dit geldt ook voor (het saldo van) de jaarrekening. (bedragen x € 1.000) Omschrijving Uitvoeringskosten Tozo Totaal

Incidentele lasten Werkelijk 446 446

Incidentele baten

Geraamd

Werkelijk 446 446

Geraamd 446 446

446 446

Toelichting: Uitvoeringskosten Tozo Bij de 1e bestuursrapportage 2022 GRS is door het Algemeen Bestuur besloten om dit bedrag beschikbaar te stellen om de kosten met betrekking tot uitvoering en controle van de Tozo te kunnen opvangen (AB 13 oktober 2022).

71

4.5 SISA

72

73

74

5 OVERIGE GEGEVENS Controleverklaring

Vaststelling

75

6 BIJLAGEN

76

Bijlage 1 Baten en lasten per taakveld Primaire begroting Taakveld bedragen x € 1.000

lasten

baten

Actuele begroting

saldo

lasten

baten

saldo

446

446

771

21.565

0.10 Mutaties reserves 0.4

Overhead

0.5

Treasury

6.1

Samenkracht en burgerparticipatie

6.2

Toegang en eerstelijnsvoorzieningen

6.3

Inkomensregelingen

132.032 138.767

6.735 156.980 164.353

6.4

WSW en beschut werk

27.106 27.879

773 28.743 29.466

723

6.5

Arbeidsparticipatie

18.169 23.927

5.758 15.664 20.797

5.134

6.6

Maatwerkvoorzieningen (WMO)

5.769

6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.81 Geëscaleerde zorg 18+

Totaal

19.888

Jaarrekening

- 22.336 19.888

300

300

6.013

244

75.827 82.226 767

6.061

6.891

720

720

6.399 73.518 80.315

6.797

279.859 279.859

1.026

saldo

446

446

24.034

2.614

21.420

108

108

3.124

3.956

617

617

831

7.373 156.701 164.074 7.373

235

-21

baten

830

5.998

747

5.763

lasten

1.054

27.780 28.503

723

13.796 18.928 5.132 5.644

5.879

235

72.700 79.497 6.797

28

1.035

310.812 310.812

1.063

28

305.539 305.684

145

Bijlage 2 Bijdragen gemeenten realisatie per Opgave en Taakveld/Opgave

Alblasserdam

Dordrecht

HardinxveldGiessendam

H.I. Ambacht

Papendrecht

Sliedrecht

Zwijndrecht

Totaal

In onderstaand overzicht zijn de bijdragen per gemeente aangegeven, per Opgave en binnen elke Opgave naar Product.

Totaal

15.288

160.052

7.676

15.384

23.614

22.524

47.400

291.939

Bestaanszekerheid versterken

8.601

97.637

3.639

7.978

12.879

11.810

28.469

171.013

Inkomensondersteuning

5.432

60.577

1.770

4.592

7.732

7.172

18.347

105.623

Budgetadvies en Schuldbemiddeling

5

63

2

5

8

7

17

107

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.

131

907

112

154

213

220

330

2.069

1.658

18.727

1.129

1.925

2.716

2.448

5.158

33.761

Apparaat Bestaanszekerheid versterken

1.375

17.362

626

1.302

2.210

1.963

4.617

29.453

Ontwikkelen naar werk

2.234

30.510

355

1.658

2.941

3.567

6.586

47.850

WSW

1.341

18.520

889

1.644

2.293

3.445

28.132

bedragen x € 1.000

Minimabeleid Kinderopvangtoeslagaffaire

77

Statushouders

50

287

25

73

79

62

110

686

Participatie

573

8.561

192

414

781

825

2.170

13.516

Inburgering

85

529

81

138

144

116

197

1.291

Apparaat Ontwikkelen naar werk

185

2.613

57

143

294

271

664

4.226

Zorgen voor ondersteuning

4.344

30.853

3.610

5.616

7.619

7.000

12.035

71.076

Hulpmiddelen

331

1.969

281

461

479

450

1.101

5.071

Vervoer

393

3.339

339

647

899

819

1.316

7.753

Huishoudelijke ondersteuning

1.387

10.186

1.146

1.933

2.707

2.145

4.091

23.595

Begeleiding en kortdurend verblijf

1.907

12.756

1.594

2.213

3.010

3.065

4.650

29.195

Apparaat Zorgen voor ondersteuning

326

2.603

250

362

524

521

877

5.462

Overhead

109

1.053

72

133

175

147

311

2.000

Treasury

-4

-52

-2

-4

-7

-6

-14

-88

113

1.104

74

136

181

153

325

2.087

Apparaat Overhead Programmareserves Mutaties reserves

Alblasserdam

Dordrecht

HardinxveldGiessendam

H.I. Ambacht

Papendrecht

Sliedrecht

Zwijndrecht

Totaal

In onderstaand overzicht zijn de bijdragen per gemeente aangegeven, per BBV-Taakveld en binnen elk Taakveld naar Opgave en Product.

15.288

160.052

7.676

15.384

23.614

22.524

47.400

291.939

113

1.104

74

136

181

153

325

2.087

Overhead

113

1.104

74

136

181

153

325

2.087

Apparaat Overhead

113

1.104

74

136

181

153

325

2.087

-4

-52

-2

-4

-7

-6

-14

-88

Overhead

-4

-52

-2

-4

-7

-6

-14

-88

Treasury

-4

-52

-2

-4

-7

-6

-14

-88

78

432

78

131

131

105

172

1.126

Ontwikkelen naar werk

78

432

78

131

131

105

172

1.126

Inburgering

85

529

81

138

144

116

197

1.291

bedragen x € 1.000 Totaal 0.10

Mutaties reserves

Programmareserves Mutaties reserves 0.4

0.5

6.1

Overhead

Treasury

Samenkracht en burgerparticipatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: http://raad.hardinxveld-giessendam.nl/api/v1/meetings/795/documents/25711