Leges tarieventabel 2025
Tekst van het document
Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en onderdeel b, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Artikel 2.51 Instemming Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of 1. een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De 2. aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
11
Paragraaf 2.13 Vermindering Artikel 2.52 Vermindering na conceptverzoek of een 'verken je idee' 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is voorafgegaan door een aanvraag om conceptverzoek of een 'verken je idee' als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het conceptverzoek of een 'verken je idee' geheven leges. De vermindering bedraagt: 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan: a. voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het conceptverzoek of een 'verken je idee' betrekking had; b. in overeenstemming met de uitkomsten van het conceptverzoek of een 'verken je idee'; en c. binnen 12 maanden na het laatste conceptverzoek of een 'verken je idee' of, als het conceptverzoek of een 'verken je idee' volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving. 3.
Bij de toepassing van het eerste lid blijft voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning in ieder geval verschuldigd: tenzij het tarief van de activiteit waarvoor de aanvraag werd ingediend lager is, in welk geval dit lagere tarief verschuldigd blijft. Paragraaf 2.14 Artikel 2.56
100%
€ 75,00
Teruggaaf Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag bouwactiviteit of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouwactiviteiten, als bedoeld in artikelen 2.5 en 2.6, lid 1, of zijn aanvraag om een maatwerkvoorschrift als bedoeld in paragraaf 2.9 en op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is, geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de verschuldigde leges.
1. a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag: bedraagt de teruggaaf van de op grond van artikel 2.5 verschuldigde leges: en bedraagt de teruggaaf van de op grond van artikel 2.6, lid 1 en paragraaf 2.9 verschuldigde leges: b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken tot zes weken na de indiening van de aanvraag: bedraagt de teruggaaf van de op grond van artikel 2.5 verschuldigde leges: en bedraagt de teruggaaf van de op grond van artikel 2.6, lid 1 en paragraaf 2.9 verschuldigde leges: c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag: bedraagt de teruggaaf van de op grond van artikel 2.5 verschuldigde leges: en bedraagt de teruggaaf van de op grond van artikel 2.6, lid 1 en paragraaf 2.9 verschuldigde leges: 2. In afwijking van lid 1 bedraagt de teruggaaf indien de aanvraag op verzoek van de gemeente wordt ingetrokken: van de op grond van artikelen 2.5, 2.6, lid 1 en paragraaf 2.9 verschuldigde leges; Artikel 2.57
85% 75% 70% 50% 55% 25% 100%
Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag bouwactiviteit of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure
Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouwactiviteiten, als 1. bedoeld in artikelen 2.5 en 2.6, lid 1, of zijn aanvraag om een maatwerkvoorschrift als bedoeld in paragraaf 2.9 op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen zes weken na de indiening van de aanvraag: bedraagt de teruggaaf van de op grond van artikel 2.5 verschuldigde leges: en bedraagt de teruggaaf van de op grond van artikel 2.6, lid 1 en paragraaf 2.9 verschuldigde leges: b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken tot achttien weken na de indiening van de aanvraag: bedraagt de teruggaaf van de op grond van artikel 2.5 verschuldigde leges: en bedraagt de teruggaaf van de op grond van artikel 2.6, lid 1 en paragraaf 2.9 verschuldigde leges: c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf achttien weken na de indiening van de aanvraag: bedraagt de teruggaaf van de op grond van artikel 2.5 verschuldigde leges: en bedraagt de teruggaaf van de op grond van artikel 2.6, lid 1 en paragraaf 2.9 verschuldigde leges: 2.
In afwijking van lid 1 bedraagt de teruggaaf indien de aanvraag op verzoek van de gemeente wordt ingetrokken: van de op grond van artikel 2.5 en artikel 2.6, lid 1 en paragraaf 2.9 verschuldigde leges; Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten Als het college van burgemeester en wethouders op aanvraag van de vergunninghouder een verleende omgevingsvergunning intrekt voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw- of aanlegactiviteiten, als bedoeld in artikel 2.5 bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 5 jaren na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: van de op grond van artikel 2.5 verschuldigde leges. Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten a.
Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw- of aanlegactiviteiten, als bedoeld in artikel 2.5 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
85% 75% 70% 50% 55% 25% 100%
40%
40%
van de op grond van artikel 2.5 verschuldigde leges. Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij b. rechterlijke uitspraak. Artikel 2.60 Geen teruggaaf overige leges De artikelen 2.56, 2.57 en 2.58 voorzien uitsluitend in een mogelijke teruggaaf van de op grond van artikel 2.5, artikel 2.6, lid 1 of paragraaf 2.9 verschuldigde leges. Voor alle overige leges op grond van dit hoofdstuk wordt geen teruggaaf verleend. Artikel 2.61 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 100,-- wordt niet teruggegeven. Artikel 2.62 Teruggaaf indien nog geen legesaanslag werd opgelegd Als een aanvrager recht heeft op teruggaaf op grond van deze paragraaf, maar de legesaanslag voor de betreffende activiteiten waarvoor dit recht op teruggaaf bestaat, is nog niet aan de aanvrager opgelegd, dan zal het teruggaafbedrag in mindering worden gebracht op de nog op te leggen en nog te betalen legesaanslag voor die betreffende activiteiten.
12
Hoofdstuk 3 Paragraaf 3.1 Artikel 3.2
Paragraaf 3.2 Artikel 3.3
Artikel 3.4
Paragraaf 3.3 Artikel 3.5
Paragraaf 3.4 Artikel 3.6
Artikel 3.7
Paragraaf 3.5 Artikel 3.8
Paragraaf 3.6 Artikel 3.15
Paragraaf 3.7 Artikel 3.16
Artikel 3.17
Paragraaf 3.8 Artikel 3.19
Dienstverlening vallend onder dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 Horeca Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a. een aanvraag om een vergunning, als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet: b. een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet: c. een aanvraag tot het wijzigen van het aanhangsel als bedoeld in art 30a, tweede lid van de Alcoholwet een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing voor het geopend houden van cafés en dergelijke inrichtingen na het algemeen sluitingsuur, als bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening, voor: d. een dag tot een jaar: e. een vrij sluitingsuur: f. een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet: Seksbedrijven Vergunning seksbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: een exploitatievergunning of wijziging van een exploitatievergunning als gevolg van de Algemene plaatselijke verordening, anders dan een wijziging bedoeld in artikle 3.4: a. voor een eerste vergunning met een geldigheidsduur van maximaal 5 jaar b. voor een verlenging van een bestaande vergunning Wijzigen vergunning seksbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een in artikel 3.3 bedoelde vergunning
€ 172,20 € 84,90 € 84,90
€ 57,90 € 115,10 € 57,90
€ 2.296,40 € 1.456,50 € 1.456,50
Winkeltijdenwet Ontheffing winkeltijden Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a. Voor een ontheffing in het kader van de winkeltijdenwet of het vrijstellingenbesluit winkeltijdenwet b. tot het verlenen van toestemming om een in onderdeel 3.5.a bedoelde ontheffing over te dragen aan een ander c. tot het intrekken of wijzigen van een in onderdeel 3.5.a bedoelde ontheffing
€ 38,40
Organiseren evenement of markt Organiseren evenement Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning) indien het betreft: a. een grootschalig evenement of een evenement met verhoogd risicoprofiel b. een herdenkingsplechtigheid c. een optocht, niet zijnde een betoging, op de weg vervallen d. een klein evenement dat niet voldoet aan de eisen bedoeld in van de Algemene plaatselijke verordening Organiseren markt Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning: a. voor het organiseren van een snuffelmarkt als bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening
€ 25,60 € 0,00 € 25,60
€ 38,40 € 38,40
€ 25,60
€ 58,90
Standplaatsen Marktstandplaatsvergunningen en andere vergunningen op markt Het verlenen van een standplaatsvergunning als bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening
€ 34,40
Huisvestingswet 2014 Splitsingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een splitsingsvergunning als bedoeld in artikel 22 van de Huisvestingswet 2014
€ 78,70
Kinderopvang Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het in exploitatie nemen van een kindercentrum (kinderdagopvang en/of buitenschoolse opvang) of gastouderbureau als bedoeld in artikel 1.45, eerste lid van de Wet Kinderopvang Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het bieden van gastouderopvang, als bedoeld in artikel 1.45, tweede lid van de Wet Kinderopvang
€ 246,70
In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Niet benoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
€ 78,70
€ 711,50
Gewaarmerkt door de griffier van de gemeente Hardenberg Als behorende bij het raadsbesluit van 3 december 2024, De griffier van de gemeente Hardenberg
F.G.S. Droste
13
Bijlage A (lijst van activiteiten als bedoeld in artikel 2.6 lid 4 onder a van de tarieventabel) 1. een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf, b. de oppervlakte niet meer dan 150 m2; 2. een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, onder a, dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemd eisen, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5 m, en b. de oppervlakte niet meer dan 50 m²; 3. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 10 m, en b. de oppervlakte niet meer dan 50 m²; 4. een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw; 5. een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m; 6. een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998; 7.
een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen; 8. het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied; 9. het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen; 10. het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. de recreatiewoning ten tijde van het te nemen besluit op de aanvraag voldoet aan de bij of krachtens de Woningwet en de Omgevingswet aan een bestaande woning gestelde eisen; b.
de bewoning niet in strijd is met de ten tijde van het te nemen besluit op de aanvraag bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wet ammoniak en veehouderij en de Wet geurhinder en veehouderij gestelde regels of de Reconstructiewet concentratiegebieden, of niet in strijd zijn met de hiervoor genoemde ten tijde van het nemen te besluit op de aanvraag geldende regels, voor zover die regels van of op grond van de hiervoor genoemde wetten zijn opgegaan in de Omgevingswet of bij of krachtens die wet gestelde regels; c. de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en d. de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was; 11. ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar.
14