brief AZC 2 college en raad
Tekst van het document
Geachte voorzitter en leden van de raad. AZC: ja, ook in mijn achtertuin. Dat was de titel van mijn eerder geschreven brief en is ook de aanhef van mijn verhaal voor vanavond. Want .. ik sta nog steeds achter deze titel, maar de situatie is inmiddels gewijzigd. Gewijzigd tot mijn grote schrik, ongeloof en verdriet. Want verdriet doet het mij wanneer de coalitie de zoektocht naar een goede plaats voor het AZC abrupt afbreekt vanwege een groep mensen die menen dat ze met schreeuwen hun ongenoegen kunnen uiten. Een ongenoegen dat gestoeld is op onderbuikgevoelens, het zich tekort gedaan voelen en angst voor het onbekende. En tot mijn grote verbazing wordt er nu ook naar dat ongenoegen gehandeld, ondanks wettelijke verplichtingen en zorgplicht. Zorgplicht voor een groep kwetsbare mensen, een zorgplicht die mijns inziens ook een christelijke waarde is. Het loont kennelijk om boos te worden en niet meer te luisteren naar redelijke argumenten van anderen. Zo krijgt burgerparticipatie voor mij een bijzondere smaak. Wel luisteren naar schreeuwers en niet naar mensen die er anders over denken, mensen die wachten op een regulier en verstandig overleg. Dat belooft wat voor de toekomst, wanneer andere mensen zich ook tekort gedaan voelen. Het verbaast mij dat de coalitie zijn oren hiernaar laat hangen en vind dit ook zorgwekkend.
Men laat het er volgend jaar op aankomen, dat een grote groep mensen, die nu in het huidige AZC wonen, op straat komt te staan. Wat míj vervolgens niet zou verbazen, is de onrust en onlust die dan gaat ontstaan. Want waar moeten zij heen? En is mogelijke onrust en onlust dan niet terecht? Ik benadruk, dat ik de mensen die een plek in een AZC toegewezen krijgen, of hebben gekregen, een goede en veilige plek toewens om te wonen en te leven. Zij zijn net als “eigen inwoners” zoals men zich graag noemt, gewoon mensen die op zoek zijn naar rust en veiligheid en een goede woonplek. Mensen op de vlucht. Ik hoop dat ik en mijn mede-Nederlanders, nooit in een gelijksoortige situatie terecht zullen komen. Een situatie waarin je hoopt dat wannéer dit voor zal komen, medemenselijkheid ervoor zorgt dat je een plek vindt waar je je welkom voelt, veilig bent en kunt herstellen van alle ervaren ellende. Wij dienen er niet alleen in wettelijke, maar ook in menselijke zin ervoor te zorgen dat vluchtelingen, met of zonder status, goed kunnen wonen en vervolgens zo snel mogelijk deel kunnen nemen aan werk en aan het maatschappelijk leven om hen heen, waardoor goede integratie op gang kan komen. Dat is iets wat wij ook wensen voor onze eigen kinderen. ( Of niet soms?)
Het zijn niet alleen vluchtelingen die vandaag zorgen voor een woonprobleem, maar het is onze onmacht op andere terreinen die het woningtekort veroorzaken… Deze problematiek afschuiven op vluchtelingen is onterecht en ongepast. De overlast die burgers in sommige gevallen ondervinden, zijn mijns inziens te ondervangen door acceptatie en inleving in de gevoelens en noden van hen die in ons land hun toevlucht zoeken. Dit in tegenstelling door hen erop te wijzen dat we eigenlijk willen dat ze zo gauw mogelijk opdonderen. “Ja opdonderen”, want dat is wat ik vaak hoor! Voor mij zijn ze welkom, met hun cultuur, hun eigenheid, hun diversiteit. We kunnen ongetwijfeld wat van hen leren, als we er maar voor open staan. Laten we hun in ieder geval een gevoel van welkom en zorg geven. Dat kunnen we en daar zijn we goed in. Ik wens u, voorzitter en leden van de gemeenteraad, wijsheid, begrip en solidariteit, om gezamenlijk te zorgen voor een tijdige en goede opvang van diegenen, die bij ons, in Hardenberg, een veilige plek hopen te vinden. Maak dit waar!! Marion Liese
Joost Liese