Programmabegroting 2026 DEFINITIEF.pdf
Tekst van het document
< 90%
90 - 130%
> 130%
1b
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 90%
90 - 130%
> 130%
2
Solvabiliteitsratio
> 50%
20 - 50%
< 20%
3
Structurele exploitatieruimte
Begroting > 0%
Begroting 0%
Begroting < 0%
4
Grondexploitatie
< 20%
20 - 35%
> 35%
5
Belastingcapaciteit
< 95%
95 - 105%
> 105%
91
De volgende tabel laat de kengetallen zien vanaf de Jaarrekening 2024. Kengetallen
Jaarrekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Netto-schuldquote
75,06%
101,23%
99,69%
111,04%
111,04%
105,06%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
72,68%
99,70%
97,60%
108,75%
108,71%
102,79%
Solvabiliteitsratio
22,08%
16,72%
16,06%
17,43%
18,00%
19,21%
Structurele exploitatieruimte
2,21%
2,15%
0,43%
0,60%
-0,28%
1,04%
Grondexploitatie
2,82%
-5,36%
-0,92%
1,58%
0,35%
-0,56%
Belastingcapaciteit
95,66%
95,74%
103,73%
107,26%
113,12%
116,65%
Netto-schuldquote
A
B
B
B
B
B
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
A
B
B
B
B
B
Solvabiliteitsratio
B
C
C
C
C
C
Structurele exploitatieruimte
A
A
A
A
C
A
Grondexploitatie
A
A
A
A
A
A
Belastingcapaciteit
B
B
B
C
C
C
Kengetallen
Signaleringswaarden
Toelichting kengetallen Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Hierbij geldt: hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. Het geeft hiermee een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is, valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens zijn doorgeleend aan andere partijen, die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. De provincie hanteert een signaalwaarde van 90%. Er blijft dan weinig leencapaciteit over om tegenvallers op te vangen. Een waarde van 130% wordt in beginsel aangegeven als kritische grens.
Boven die grens is sprake van een zeer hoge schuld en kan de houdbaarheid van de gemeentefinanciën in gevaar zijn. De gemeente zou dan terughoudend moeten zijn met investeringen en voorraden bouwgrond en leningen moeten afbouwen.
92
De schuldquotes laten evenals vorig jaar een stijgende lijn zien als gevolg van de benodigde financiering voor het omvangrijke investeringsprogramma. Beide schuldquotes bevinden zich ruimschoots in categorie B. Na 2027 neemt de omvang van het investeringsprogramma af en is naar verwachting geen nieuwe financiering meer nodig. Vanaf 2028 is hierdoor een lichte verbetering zichtbaar in de ontwikkeling van de schuldquotes. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente (op langere termijn) in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen van de gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Voor de solvabiliteitsratio geldt: hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Een solvabiliteit van 100% zou inhouden dat de gemeente geen schulden heeft. De solvabiliteitsratio bevindt zich normaal gesproken in categorie B (tussen 20% en 50%). Een solvabiliteitsratio in categorie A (< 20%) geeft een scheefgroei in de verhouding eigen / vreemd vermogen aan. De solvabiliteitsratio laat in de begroting een structureel beeld zien in categorie C.
Dit beeld komt grotendeels overeen met het beeld uit de begroting 2025. Ook in ontwikkeling van de solvabiliteitsratio is in de komende jaren een lichte verbetering zichtbaar. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerendezaakbelasting. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van leningen) te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De kengetallen moeten daarbij in samenhang worden bezien. Wanneer bijvoorbeeld de grondexploitatie er niet toe bijdraagt om de schuldpositie te verminderen en de structurele exploitatie ruimte negatief is, geeft het kengetal belastingcapaciteit inzicht in de mogelijkheid tot hogere baten.
De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten en dit uit te drukken in een percentage. De structurele exploitatieruimte bevindt zich de komende jaren, met uitzondering van 2028, in categorie A. Dit geeft aan dat in die jaren de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. In andere woorden: er is nog wat ruimte om een mogelijke stijging van de structurele lasten te dekken of een daling van de structurele baten op te vangen. Grondexploitatie In het verleden is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten of provincies leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de woningen kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale baten. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt een gemeente relatief gering risico.
Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd, dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lager solvabiliteitsratio. Voor de berekening van dit kengetal worden bouwgronden in exploitatie gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting en uitgedrukt in een percentage. Het kengetal grondexploitaties bevindt zich structureel in categorie A.
93
Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Hierbij wordt uitgegaan van de woonlasten voor een gezin, bestaande uit de OZB voor een woning met een gemiddelde waarde, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing, omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet wordt benut). De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t (het begrotingsjaar) ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar) uitgedrukt in een percentage. De gemiddelde lastendruk laat de komende vier jaar een stijgende lijn zien. Deze wordt afgezet tegen het landelijk gemiddelde van vorig jaar. Enige nuancering is hierbij op zijn plaats, omdat het landelijke gemiddelde geen jaarlijkse stijging laat zien. In dit opzicht is ook de vergelijking met de andere De6 gemeenten zinvol die in de paragraaf Lokale heffingen is opgenomen. Desalniettemin kan in algemene zin worden gesteld dat de woonlasten weinig tot geen ruimte bieden om, indien nodig, de financiële positie van de gemeente bij te sturen. Samenvattend oordeel Het beeld van voorgaande jaren is niet veranderd.
De kengetallen schuldquote en solvabiliteit worden in grote mate beïnvloed door het investeringsprogramma. Na 2027 neemt de omvang van het investeringsprogramma af en is naar verwachting geen nieuwe financiering meer nodig. Vanaf 2028 is hierdoor een lichte verbetering zichtbaar in de ontwikkeling van de schuldquote en de solvabiliteit. De kengetallen inzake grondexploitaties en structurele exploitatieruimte laten zien dat er op die gebieden weinig ruimte is om bij te dragen aan verbetering van de financiële positie van de gemeente Halderberge. Datzelfde geldt voor de belastingcapaciteit, die zich net boven het landelijk gemiddelde van 2025 bevindt. In het collegewerkprogramma 2022-2026 heeft het college de ambitie opgenomen om tot de goedkopere gemeenten in de regio te behoren. Hoewel definitieve cijfers over 2026 van de regiogemeenten ontbreken, lijkt dit vooralsnog het geval.
94
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen
2.3.1 Inleiding De gemeente Halderberge heeft 7.524 hectare aan openbare ruimte in beheer. Veel activiteiten, zoals wonen, werken en recreëren, vinden binnen deze openbare ruimte plaats. Daarvoor zijn kapitaalgoederen vereist wegen, riolering, openbaar groen, verlichting, gebouwen, enz. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud van is bepalend voor het voorzieningenniveau en de (jaarlijkse) lasten. Het beleid van de gemeente Halderberge voor het onderhoud van kapitaalgoederen is voor een belangrijk deel vastgelegd in nota’s, te weten: • Gemeentelijk Water Programma (2024 - 2027); • Beleidsnota Wegbeheer (2022 - 2026); • Beleidsplan Openbare Verlichting (2021 - 2026); • Groenbeleid • Landschapsplan (wordt geactualiseerd) • Koersplan ‘Bomen voor de toekomst’ • Kadernota parkeren (2023 - 2027); • Mobiliteitsvisie (2023 - 2027); • AVOI, vastgesteld in 2024; • Beleidsnota Civieltechnische kunstwerken (2022 – 2031); 2.3.2 Gemeentelijk Water Programma (GWP) Het Gemeentelijk Water Programma (GWP) is het resultaat van een planproces. Het GWP omvat de doelen die aan de gehele waterketen worden gesteld, de maatregelen om deze doelen te bereiken en de daarvoor in te zetten middelen. Met de komst van de Omgevingswet is de verplichting voor het hebben van een vastgesteld Gemeentelijk Riolering Plan (GRP) komen te vervallen.
Echter, de assets vanuit de waterketen moeten goed beheerd worden. Daarnaast wordt door klimaatverandering steeds vaker de hele openbare ruimte aangepakt om een klimaatadaptieve buitenruimte te creëren. Daarom is gekozen om een Gemeentelijk Water Programma op te zetten, waarbij breder naar stedelijk water wordt gekeken. Het nieuwe GWP heeft een looptijd van 4 jaar en is geldig van 2024 tot 2027. Deze opzet is gekozen om iedere raadsperiode een nieuw plan te laten vaststellen. De speerpunten van beleid worden ook in de programmabegroting vertaald. Naast het beleid en de taken op het gebied van riolering is ook de zorg en het beheer van het hemelwater en grondwater binnen dit plan betrokken. Dit GWP is binnen de Waterkring West opgesteld waarbij zoveel mogelijk gezamenlijke beleidsuitgangspunten voor de samenwerkende gemeenten en het waterschap zijn gehanteerd. Naast het reguliere beheer van de afvalwaterketen is er in het nieuwe GWP steeds meer aandacht voor klimaatadaptatie. Door maatregelen te nemen om wateroverlast te verminderen wordt nadrukkelijk ook hitte en droogte meegenomen in de afwegingen. Effectieve maatregelen hiervoor zijn om water zoveel mogelijk te bergen en vast te houden waar het valt. Effectieve maatregel hiervoor is het vergroenen/ ontharden van de buitenruimte in zowel openbaar gebied als particulier terrein.
De combinatie van groen en blauw helpt om wateroverlast te voorkomen, waarbij het voorkomen van hittestress en tegengaan van droogte meeliften.
95
2.3.3 Beleidsnota wegbeheer In de gemeenteraadsvergadering van 5 juni 2021 is het beleid voor de jaren 2022 tot en met 2026 vastgesteld. Voor het opstellen van het plan zijn eind 2020-begin 2021 wegeninspecties uitgevoerd. Het uitvoeringsplan 2025 en verder is op basis van de wegeninspectie 2025 aangepast. Met het vaststellen van het huidige beleidsplan is er gekozen voor een kwaliteitsmodel, waarbij op basis van de ernst en omvang de reparaties, onderhoud en reconstructies aan verhardingen worden uitgevoerd en er dus geen prioriteitsstelling wordt aangehouden voor bepaalde wegen. De ondergrens voor het onderhoudsniveau van alle verhardingen is C-kwaliteit, zoals vastgesteld door het CROW (het kenniscentrum voor regelgeving beheer en onderhoud van verhardingen). Bij het vaststellen van het beleidsplan werd toen niet uitgegaan van extra investeren op trottoirs en fietspaden. Echter, aanvullend op het collegewerkprogramma 2022-2026 en op basis van de wegeninspectie begin 2023 is er in de raadsvergadering van 13 juli 2023 besloten om toch extra middelen beschikbaar te stellen voor het verhogen van het onderhoudsniveau op trottoirs, voet- en fietspaden naar B-kwaliteit. In 2024 zijn er een drietal aannemers aangetrokken om de werkzaamheden aan trottoirs en voetpaden uit te voeren. Momenteel wordt er ook hard gewerkt om de kwaliteit op orde te brengen.
In de komende jaren is er nog wel extra budget nodig voor het op peil houden van dit kwaliteitsniveau. In het huidige beleid voor alle verhardingen wordt ingegaan op de aanpak van klein onderhoud op wegen (met name op elementenverhardingen), waardoor groot onderhoud en ook investeringen worden uitgesteld. Eind 2024- begin 2025 is er een nieuwe wegeninspectie uitgevoerd over alle verhardingen. Deze inspectie is input voor het nieuwe beleidsplan wat in 2026 zal worden voorgelegd aan de raad. Uit deze wegeninspectie is al naar voren gekomen dat de ambitie voor het gemiddelde CROW-niveau C voor alle verhardingen wordt gehaald. Het achterstallig onderhoud is weggewerkt. 2.3.4 Openbaar groen Het onderhoud van het openbaar groen in de vijf kernen is gebaseerd op het Groenbeleidsplan “Het groene doorgroeimodel”. Het Groenbeleidsplan biedt een praktische leidraad en toetsingskader voor de inrichting en het beheer van het openbaar groen binnen de bebouwde kom. Een praktische leidraad en toetsingskader bij de uitvoering van de dagelijkse werkzaamheden en bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het Groenbeleidsplan is nog steeds actueel. Het staat voor duurzame instandhouding met oog voor kwaliteit, aandacht voor herstel van de biodiversiteit en het klimaatbestendige.
Het beheer van het openbaar groen buiten de bebouwde kom is gebaseerd op de visie verwoord in het Landschapsplan Halderberge ‘Het landschap in beweging’. Een document dat gericht is op het duurzaam behoud, ontwikkeling en versterking van een groen samenhangend landschap. Enerzijds vormt het een beleidsstuk en anderzijds een doorvertaling naar uitvoeringsprojecten. In 2025 is gestart met het actualiseren van dit beleidsstuk. Naar verwachting volgt de afronding van deze actualisatie eind 2026. Een en ander passend als programma onder de Omgevingswet. Het borgen van een gezond en volwaardig bomenbestand is vastgelegd n het Koersplan ‘Bomen voor de toekomst’. Dit document richt zich zowel op de aanplant, het beheer als op de bescherming van bomen. Aanplant van extra bomen wordt gebaseerd op de bij dit document behorende ambitiekaarten. 2.3.5 Beleidsplan openbare verlichting Voor de beleidsperiode 2021 - 2025 is in oktober 2020 het nieuwe beleidsplan vastgesteld. De ambities en doelstellingen opgenomen in het beleidsplan zijn gerelateerd aan het Energieakkoord wat in 2013 is ondertekend door de verschillende overheden, de VNG en hiermee ook de gemeente Halderberge. Dit Energieakkoord loopt nog door tot en met 2030.
Door het vaststellen van het beleidsplan kan in 2026 het verduurzamen van de openbare verlichting worden afgerond en wordt de bovengrens behaald van wat aan verduurzaming en energiebesparing in Halderberge mogelijk is. In de raad van juni 2025 is besloten om het beleid tot 2025 ook voor 2026 door te zetten. Met dit besluit zijn de budgetten op de begroting voor energieverbruik en regulier onderhoud verhoogd. In 2026 zal dan het beleid voor de jaren vanaf 2027 worden herzien en weer worden voorgelegd aan de raad. In de nieuwe beleidsperiode na 2026 wordt er verder gezocht naar innovatieve oplossingen die het nog meer mogelijk maken om openbare verlichting aan te passen aan de wensen van bewoners, maar daarbij ook oog te houden voor het niet verlichten waar dit is gewenst.
96
2.3.6 Waterhuishouding Gebiedsproces Halderberge Het uitvoeringsprogramma Water zoals in het verleden altijd opgesteld samen met het waterschap wordt niet meer als zodanig geactualiseerd. Samen met het waterschap is dit uitvoeringsprogramma opgegaan in het Gebiedsproces Halderberge. Samen met het waterschap, agrariërs, inwoners van het stedelijk gebied en natuurorganisaties is men bezig om gezamenlijk naar de wateropgave in het gebied te kijken. Maatregelen voortkomend uit het gebiedsproces worden binnen de beschikbare rioleringsbudgetten uitgevoerd. In 2024 zijn vanuit het waterschap de peilbesluiten herzien. Zowel het belang van agrariërs, stedelijk gebied, natuur en klimaat zijn hierin meegenomen. Hiervoor is een participatieproces vanuit het waterschap opgezet. Daarnaast zijn we met het waterschap in gesprek om de afvalwaterakkoorden te herzien. Bruggen en duikers De gemeente heeft een onderhoudsverantwoordelijkheid voor de civieltechnische kunstwerken, zoals bruggen en duikers die in eigendom zijn van de gemeente Halderberge. Hierbij kennen we 75 grotere bruggen, duikers en andere civieltechnische kunstwerken (damwanden, aanlegplaatsen) en meer dan 300 kleinere duikers onder de verschillende wegen in met name het buitengebied.
Onder de grotere kunstwerken zijn er een aantal bruggen en duikers van de provincie, rijkswaterstaat en het waterschap, waarbij de gemeente in veel gevallen een onderhoudsplicht heeft voor wat betreft de wegconstructie en de afwatering van hemelwater. In het beleidsplan civiele kunstwerken 2022-2031 is aangegeven welke civieltechnische kunstwerken, zoals bruggen, beschoeiingen en aanlegsteigers er in de komende periode aan vervanging en/of (kleinschalig) onderhoud toe zijn en dus door de gemeente moeten worden aangepakt. De verschillende damwand- en kademuurconstructies in de haven van Oudenbosch krijgen de nodige aandacht. Het voetgangersbruggetje in de Brouwerijstraat in Oud Gastel wordt geheel vervangen. Jaarlijks worden de verschillende kunstwerken gereinigd en zijn er inspecties. Er is momenteel geen achterstallig onderhoud. In 2026 worden de beschikbaar gestelde middelen voor de periode tot en met 2031 herzien. 2.3.7 Gebouwen Voor alle gemeentelijke gebouwen is een Meerjaren Onderhouds Plan gebouwen (hierna: MJOP) 2023-2027 opgesteld en vastgesteld op 13 juli 2023 door de gemeenteraad. In het MJOP is opgenomen dat het volledige onderhoud zoveel mogelijk wordt uitgevoerd, maar er wordt wél rekening gehouden met bijzondere omstandigheden bij een gebouw.
Door de gemeenteraad is ingestemd met het scenario waarbij basis onderhoud wordt gepleegd inclusief een taakstelling als gevolg van de hogere kosten en het mogelijk afstoten van enkele gebouwen. Aan achterstallig onderhoud is bij Kapel van Sint Anna en Kapel van Saint Louis een groot gedeelte van het achterstallig onderhoud weggewerkt in het nog (lopende) verbouwingsproject. Bij Fidei is het achterstallig onderhoud al voor een gedeelte uitgevoerd, voor het overige zijn we in afwachting van uitvoering Fidei 2.0. De plannen hiervoor worden op dit moment uitgewerkt, waarna de werkzaamheden zullen worden aanbesteed. De werkzaamheden zullen waarschijnlijk in 2026 worden uitgevoerd. 2.3.8 Budgetten begroting 2026 - 2029 In onderstaande tabel is het verloop van de onderhoudskosten van de kapitaalgoederen weergegeven (x € 1.000). Deze kostenontwikkeling is opgenomen in de meerjarenbegroting 2026 - 2029. Omschrijving
2026
2027
2028
2029
Wegbeheer
1.426
1.447
1.469
1.491
Civieltechnische kunstwerken
204
204
204
204
Openbare verlichting
101
104
107
110
Waterkering en afwatering
73
75
77
79
Openbaar groen
787
810
887
913
Gebouwen
569
569
569
569
Riolering
720
692
712
734
Totalen
3.880
3.901
4.026
4.102
97
98