CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7b Jaarverslag 2025 OMWB.pdf

Gemeenteraad 18 juni 2026, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 9.7: OMWB Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant23.571 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Jaarstukken 2025

2

Inhoudsopgave Inhoudsopgave .....................................................................................................3 Voorwoord ...........................................................................................................5 Jaarverslag...........................................................................................................6 Inleiding............................................................................................................6 Het resultaat 2025..............................................................................................7 Toelichting op het resultaat 2025 ..........................................................................7 Programmaverantwoording ................................................................................11 Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) .......11 Programmadeel 2: Adviezen en projecten .........................................................22 Programmadeel 3: Collectieve taken ................................................................25 Programmadeel 4: Overige exploitatiebaten ......................................................28 Specifieke uitkering Omgevingsdiensten ...........................................................28 Kosten van Bedrijfsvoering, Vennootschapsbelasting en de post Onvoorzien ..........28

Paragrafen .......................................................................................................28 Weerstandsvermogen en risicobeheersing .........................................................29 Financiering ..................................................................................................34 Bedrijfsvoering - plannen en resultaten ............................................................36 Openbaarheid ...............................................................................................42 Jaarrekening .......................................................................................................44 Balans ultimo boekjaar (vóór resultaatbestemming) ..............................................44 Het overzicht van baten en lasten .......................................................................47 Toelichtingen ...................................................................................................51 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ............................................51 Toelichting op de balans per 31 december 2025 ................................................55 Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2025 ........................................65

3

Kengetallen ..................................................................................................71 Toelichting op de baten ..................................................................................72 Overzicht baten en lasten per taakveld 2025 ........................................................74 Publicatieverplichting op grond van de WNT .........................................................75 Verantwoordingsinformatie Specifieke Uitkeringen (SiSa) .......................................79 Rechtmatigheidsverantwoording .........................................................................79 Overige gegevens .............................................................................................80 Bijlage 1: Realisatie deelnemers 2025 ....................................................................81 Bijlage 2: Kwaliteitscriteria 3.0 ..............................................................................84

4

Voorwoord Voorwoord Voor u liggen de jaarstukken 2025 van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (hierna: OMWB). De jaarstukken vormen het sluitstuk van de Planning & Control-cyclus en bestaan uit de volgende onderdelen: het jaarverslag 2025, bestaande uit de programmaverantwoording en de paragrafen; de jaarrekening 2025, bestaande uit de balans, het overzicht van baten en lasten over het boekjaar en de toelichtingen. Met dit jaarverslag en de jaarrekening verantwoordt de OMWB zich aan zijn deelnemers over het afgelopen jaar.

5

Jaarverslag Inleiding Voor de OMWB was het jaar 2025 wederom een druk jaar. De werkdruk is hoog, en vanuit de ‘buitenwereld’ worden steeds meer eisen aan ons gesteld. Daartoe moeten we ons verhouden. Zo doen bijvoorbeeld steeds meer partijen een beroep op ons voor transparantie, verantwoording en aanleveren van feiten en data. Het aantal WOOverzoeken groeit, evenals het aantal persvragen en onze bijdragen aan staten- en raadsvragen. In de maatschappij bestaan onder meer zorgen over onderwerpen als staalslakken, PFAS en PFOS en andere ZZS-stoffen, en de effecten daarvan op de gezondheid. Dat vraagt ‘politieke en maatschappelijke’ voelhorens, juridische alertheid en het op orde zijn van onze dossiers, kennis, feiten en data. Financieel zijn we op orde en gezond. Ook dit jaar houden we weer geld over; dusdanig zelfs dat we ons tarief voor 2026 omlaag bijstellen. Samen met onze opdrachtgevers zetten we alles in het werk om zo reëel mogelijk te begroten. Op 1 april 2026 moeten alle omgevingsdiensten aantoonbaar robuust zijn. Hierop richtten wij onze begroting in 2025 in. Dat ging bij de OMWB om een bewezen, structurele innovatie- en ontwikkelagenda, inclusief financiering. Tevens voerden we voor ons opleidingsbudget de 3%-norm in. In 2025 realiseerden we dat we werk moesten maken van onze ‘weerbaarheid’.

Naast onze inzet bij mogelijke incidenten (zoals de grote brand bij Ecco Leather in Dongen op 4 mei), houden we ook rekening met andere bedreigingen, zoals bijvoorbeeld langdurige stroomuitval door bijvoorbeeld beperkingen van het net. Wat betekent dat voor de Seveso- en risicovolle bedrijven, wat is de rol van de OMWB daarbij? Hoe richten we zelf onze werkzaamheden in dit soort gevallen in? Hierop bereiden we ons voor. Op 8 april kregen we een voorproefje tijdens een korte stroomstoring in de regio, waardoor de bedrijfsvoering van van meerdere bedrijven grondig werd verstoord. Onder andere Shell Moerdijk moest een aantal fabrieken stilleggen. Vanaf januari 2025 geldt onze nieuwe organisatiestructuur. We breidde het aantal teams op de uitvoering van onze taken uit, zodat de focus voor de managers beter in balans is. Hierdoor kunnen we beter sturen en samenwerken. In 2025 troffen we alle voorbereidingen om onze huisvesting in 2026 voortvarend aan te pakken, zodat deze voldoet aan de huidige (post-corona) eisen voor een aantrekkelijke en moderne kantoor- en werklocatie. In 2025 gingen we ook in gesprek met onze deelnemers de ‘advies’-taak, die we naast VTH werkzaamheden in opdracht van hen uitvoeren om onze leefomgeving gezond, schoon, veilig en duurzaam te houden. Bij deze gesprekken gaat het ook over de nieuwe kwaliteitscriteria, waar alle VTH-partijen aan moeten voldoen.

Deze gesprekken zijn belangrijk de samenwerking beter af te stemmen en onze adviesrol bij het maken van de omgevingsplannen beter in te vullen. Tijdens de vergadering van het algemeen bestuur in september bracht DB-lid Angelien Hagenaars (waterschap Brabantse Delta) met haar presentatie de noodzaak van gezamenlijke investeringen in ‘indirecte lozingen’ in het kader van de Kaderrichtlijn Water onder de aandacht.

6

En 2025 was ook het jaar waarin we de samenwerking en financiering met betrokken partijen rond de Seveso-opdracht in een nieuw convenant vastlegden. Hiermee ligt er, ook financieel, een stevige basis onder de samenwerking en afstemming tussen de verschillende toezichthoudende instanties op de Seveso industrie. Ten slotte keurde het bestuur aan de visie en strategische agenda tot en met 2030 goed. Op grond van een sterkte-zwakteanalyse, definieerden we een vijftal sporen van doorontwikkeling van onze organisatie: leiderschap en sturing, kennismanagement, kwaliteitsmanagement, datagedreven werken en communicatie. Deze sporen geven ons de juiste koers om ons werk voor een schone, veilige en duurzame leefomgeving met nog meer professionaliteit uit te voeren! Alfred Arbouw Algemeen directeur OMWB

Het resultaat 2025 Het voordelige resultaat over 2025 bedraagt € 4.519.000 (2024: € 2.461.000). Bestemming resultaat Bij de vaststelling van de jaarrekening 2025 doen we aan het algemeen bestuur een voorstel voor de bestemming van het resultaat.

Toelichting op het resultaat 2025 Het jaarrekeningresultaat 2025 laat een positief resultaat zien van € 4.519.000 (begroot 2025 na wijziging € 1.250.000). Ten tijde van de 3e begrotingswijziging 2025 werd nog rekening gehouden met ene geprognosticeerd jaarrekeningresultaat van € 3.804.000 (exclusief jaarrekeningposten). In onderstaande tabel is een uiteenzetting van het verwachte resultaat volgens de 3e begrotingswijziging opgenomen. Geprognosticeerd resultaat 2025 volgens 3e begrotingswijziging Nacalculatorisch tariefverschil (€ 117,94 vs. € 116,75)

+ € 440.000

Indexatieverschil tarief (€ 116,75 vs. € 114,45) *2

+ € 860.000

7

Declarabiliteitsverschil (1.310 vs. 1.295) *3

+ € 500.000

Niet begrote opbrengsten *4 - Subsidie Robuustheid - Detacheringsopbrengsten - Overige baten

+ € 393.000

Totale extra baten

+ € 2.193.000

Lagere personele kosten a.g.v. indexatieverschil *5

+ € 900.000

Overdekking tarief a.g.v. vacatureruimte BV *6

+ € 275.000

Bovenmatige inhuur BV *7 Besparing materiële kosten *8

- € 76.000 + € 510.000

Totaal minder kosten

+ € 1.609.000

Totaal

+ € 3.804.000

*Gebaseerd op geprognosticeerde cijfers volgens de financiële rapportage september 2025 In onderstaande tabel wordt, zoveel als mogelijk volgens dezelfde uiteenzetting, de overbrugging naar het jaarresultaat ad. € 4.519.000 gegeven. Onder de tabel wordt per onderdeel een beknopte toelichting gegeven. Voor een uitgebreidere duiding verwijzen we naar 'Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2025'.

Geprognosticeerd resultaat 2025 volgens 3e begrotingswijziging

€ 3.804.000

Nacalculatorisch tariefverschil (€ 118,06 vs. € 117,94) *1

+ € 50.000

Declarabiliteitsverschil (1.314 vs. 1.310) *2

+ € 135.000

Aanvullende baten *3

- € 114.000

Doorbelasting inzet meetapparatuur *4

+ € 36.000

Doorbelasting kosten *5

+ € 200.000

Overig *6

+ € 60.000

Totale extra baten

+ € 368.000

8

Hogere salariskosten Uitvoering *7

- € 45.000

Hogere salariskosten Bedrijfsvoering *7

- € 144.000

Besparing inhuur *9

+ € 157.000

Besparing materiële kosten *10

+ € 436.000

Onvoorzien *11

+ € 150.000

Overig

- € 3.000

Totaal minder kosten

+ € 551.000

Lagere onttrekking reserves *12

- € 205.000

Totaal

+ € 4.519.000

1) Nacalculatorisch tariefverschil Het voorcalculatorische gemiddeld uurtarief 2025 is in de 1e begrotingswijziging 2025 aangepast naar € 116,75. Volgens de realisatiecijfers bedraagt het nacalculatorisch gemiddeld uurtarief € 118,06 (3e begrotingswijziging: € 117,94); hetgeen een positief ‘tariefverschil’ van € 1,31 per declarabel uur (3e begrotingswijziging: € 1,19) betekent. Rekening houdend met een totaal van 375.000 declarabele uren voor 2025 betreft het nacalculatorische tariefverschil in totaal € 490.000; € 50.000 meer dan waar bij de 3e begrotingswijziging rekening gehouden werd. Het verschil tussen het voorcalculatorisch en nacalculatorisch tarief wordt enerzijds veroorzaakt doordat werkzaamheden deels buiten kantoortijden worden uitgevoerd, waarbij een opslag in rekening wordt gebracht en anderzijds doordat de samenstelling van het personeelsbestand lopende het boekjaar fluctueert. 2) Declarabiliteitsverschil In de 1e begrotingswijziging 2025 is gerekend met een declarabiliteitsnorm van 1.295 uur per fte. Bij de 3e begrotingswijziging was reeds duidelijk dat met een verwacht aantal van 1.310 declarabele uren per fte de norm ruimschoots behaald zou worden. In de laatste maanden van 2025 is het aantal declarabele uren per fte zelfs nog verder toegenomen. Per jaareinde zijn 1.314 declarabele uren per fte gerealiseerd.

Dit levert een extra voordeel van € 135.000 op in aanvulling op de € 500.000 uit de 3e begrotingswijziging. 3) Aanvullende baten Na vaststelling van de 1e begrotingswijziging 2025 zijn aanvullende baten bekend geworden: Subsidie Robuustheid (€ 180.000), detacheringsopbrengsten (€ 80.000) en overige baten (€ 148.000). Deze opbrengsten zijn lopende het boekjaar in de begrotingswijzigingen verwerkt. De realisatie op deze posten bedraagt ultimo 2025 € 114.000 lager van begroot; in z’n geheel veroorzaakt door een lagere voortgang op de subsidie Robuustheid.

9

4) Doorbelasting inzet meetapparatuur Met ingang van 2025 wordt de inzet van meetapparatuur doorbelast binnen het werkprogramma (programma 2). De opbrengsten hiervan bedroegen € 35.000. 5) Doorbelasting kosten Per jaareinde zijn € 200.000 meer aan kosten doorbelast. Dit betreft onder ander uitbestede onderzoek & analyse werkzaamheden. Deze werkzaamheden kennen een vraaggestuurd karakter en zijn lastig te prognosticeren. 6) Overige Overige oorzaken kennen een positief effect op de baten van € 60.000. In totaliteit kennen de elementen 1 tot en met 6 een baten verhogend effect van € 368.000 ten opzichte van 3e begrotingswijziging. 7) Hogere salariskosten Uitvoering De realisatie van de salariskosten van het primaire proces bedragen € 45.000 hoger dan begroot na wijziging. Het verschil wordt veroorzaakt door de mutaties op de voorzieningen verlofsparen en mobiliteit. Daarnaast zijn er vrij veel jongere medewerkers in dienst gekomen tegen een lagere loonsom dan waarbij de begroting rekening mee is gehouden. 8) Hogere salariskosten Bedrijfsvoering De realisatie van de salariskosten van Bedrijfsvoering liggen in de basis in lijn met de 3e begrotingswijziging. In deze begrotingswijziging is, zoals destijds aangegeven, nog geen rekening gehouden met de effecten van specifieke jaareindeposten, zoals de mutatie voor de voorziening verlofsparen.

Het verschil van € 144.000 is zo goed als volledig toe te schrijven aan de mutatie van de betreffende voorziening. 9) Besparing inhuur De kosten voor inhuur bedragen in totaliteit € 157.000 (Uitvoering: € 129.000 en Bedrijfsvoering: € 28.000) lager dan begroot na wijziging. Voor de afdeling Uitvoering geldt dat het niet altijd mogelijk is geweest om (tijdig) specialistische inhuur te werven. De afdeling Bedrijfsvoering kent een lagere inzet van inhuurkrachten dan verwacht. 10) Besparing materiële kosten Op diverse materiële kostenbudgetten zijn € 436.000 meer besparingen gerealiseerd dan waarbij de 3e begrotingswjziging 2025 rekening mee werd gehouden. Het voornaamste deel hiervan heeft betrekking op de posten ‘Automatisering’ (vertraagde implementatie GIS/ GEO, onderuitnutting van het innovatiebudget en mindere inzet van AFAS-consultants) en ‘Algemeen beheer’ (stagnatie project ‘Omgevingsdossiers); beide opgenomen onder Bedrijfsvoering.

10

11) Onvoorzien Conform de financiële verordening is de post ‘Onvoorzien’ opgenomen in de begroting. In 2025 is er geen noodzaak geweest voor inzet van de post. Dit levert een kostenbesparing van € 150.000 op. In totaliteit hebben de elementen 7 tot en met 11 een bijkomstig kostenbesparend effect van € 551.000 op het geprognosticeerde resultaat 2025. 12) Lagere onttrekking reserves Lopende het boekjaar is gebleken dat € 205.000 minder onttrekking uit de reserve meetstations nodig is geweest. Alle onderdelen tezamen kennen een resultaatimpact van € 714.000 positief ten opzichte van de 3e begrotingswijziging.

Programmaverantwoording In dit hoofdstuk lichten we per onderdeel toe wat de OMWB realiseerde in 2025 in relatie tot de begroting. Aan het einde van ieder deelprogramma vermelden we de baten. De programmalasten verantwoorden we op totaalniveau; hiervoor verwijzen we naar de paragraaf 'Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2025'.

Basistaken, verzoektaken en collectieve taken De OMWB werkt met vier deelprogramma’s: basistaken (programma 1), verzoektaken (programma 2), collectieve taken (programma 3) en de overige exploitatiebaten (programma 4). Programma 1 en 2 lichten we in de volgende paragrafen inhoudelijk toe. Programma 3 kent een afzonderlijke inhoudelijke verantwoordingscyclus met bijbehorende documenten. In programma 4 zijn de werkzaamheden ondergebracht die buiten voorgaande programma’s vallen. Het gaat hierbij om de levering van producten en diensten aan zowel deelnemers als niet-deelnemers. De inhoudelijke verantwoording van programma 4 vindt tegelijkertijd met het leveren van de dienst of het product plaats en is daarom niet opgenomen in dit hoofdstuk.

Programmadeel 1: Vergunningverlening, toezicht en handhaving (basistaken) Programmadeel 1 bestaat uit de wettelijke taken op het terrein van milieu, de zogenaamde VTH-milieutaken. In opdracht van bevoegde gezagen voert de OMWB voor de deelnemers de volgende taken uit: Vergunningverlening op het gebied van milieu (agrarisch, procesindustrie, afval, horeca en asbest(-melding); Toezicht op het gebied van milieu (agrarisch, procesindustrie, afval, horeca, Seveso en asbest); Klachtenbehandeling en repressieve handhaving (agrarisch, procesindustrie, afval, horeca, evenementen en Seveso); Niet-inrichtinggebonden taken: asbest-, bodem- en ketengericht milieutoezicht; Energiecontroles en beoordelingen.

11

Net als eerdere jaren vormden in 2025 de werkprogramma’s van gemeenten en provincie en de afspraken met de andere Brabantse omgevingsdiensten het uitgangspunt van het ‘gelijke speelveld’. De afspraken voor de landelijke uitvoering van Seveso- en VTH-taken van de gezamenlijke Seveso-omgevingsdiensten vormen de basis voor dit programmadeel.

Ontwikkelingen van invloed op de resultaten Vergunningverlening Door de komst van de Omgevingswet zijn eind 2023 nog veel Wabo-aanvragen ingediend. In 2024 en 2025 is het overgrote deel van deze aanvragen afgehandeld. Er staan echter ook nog flink wat procedures open. In 65% van deze aanvragen betreft het een agrarische procedure, waarvan een groot gedeelte stilligt in verband met de stikstofproblematiek. Ten opzichte van 2024 zijn in 2025 fors meer aanvragen onder de Omgevingswet ingediend (ongeveer 50%). Ook deze aanvragen vragen over het algemeen veel inspanning. De invoering van de Omgevingswet vraagt om een andere manier van werken dan onder de Wabo. Waar we voorheen vooral toetsten aan de indieningsvereisten, is nu een bredere benadering noodzakelijk. Dit betekent dat niet alleen de formele volledigheid van een aanvraag centraal staat, maar ook de inhoudelijke samenhang met het Omgevingsplan en het tijdig signaleren van randvoorwaarden voor nieuwe activiteiten. Wanneer bij de start van een activiteit een noodzakelijke voorziening ontbreekt, vraagt dit om actieve communicatie richting initiatiefnemer. De Omgevingswet leidde daarnaast tot ingrijpende verschuivingen in vergunning- en meldingsplichten.

Onder de Wabo kon een bedrijf volstaan met één melding voor meerdere activiteiten, terwijl onder de Omgevingswet per activiteit afzonderlijk een melding en/of informatieplicht geldt. Hierdoor ontstaan meerdere parallelle procedures voor één bedrijf. Dit vergroot de administratieve druk voor zowel initiatiefnemers, als de Omgevingsdienst en vraagt om een meer praktische werkwijze om deze processen beheersbaar te houden.

Vergunningverlening Agrarisch In 2025 kwamen minder vergunningaanvragen binnen voor veehouderijbedrijven dan in voorgaande jaren. Dit onder invloed van de nieuwe Omgevingswet en de onduidelijkheid over de toepasbaarheid van emissiearme stalsystemen door jurisprudentie, het rapport van Wageningen University & Research (WUR) over de systematiek van de landelijke emissiefactoren (voorheen de Rav), kamerbrieven van de minister van LVVN, aanvullende onderzoeken van de WUR over onzekerheden in emissies uit emissiearme stalsystemen en uitspraken van de Raad van State (onder andere 18 december 2024 inzake vergunningplicht intern salderen en toepassen additionaliteitsbeginsel).

12

Door het stikstofvraagstuk, de wijzigingen in beleid en regelgeving, en de relatie met vergunningen in het kader van de Omgevingswet, onderdeel natuur, nam de complexiteit van procedures toe. Dit vraagt om extra capaciteit, afstemming en deskundigheid. Daarnaast stelde de provincie eind 2025 nieuw beleid vast om de impasse op het gebied van natuur te doorbreken en toch vast te houden aan de stallendeadline van 1 juli 2026 voor verouderde stallen. Bedrijven die verouderde stallen emissiearm maken zonder uitbreiding in dieren, kunnen dit voor een natuurtoestemming melden. De impact hiervan op de vergunningverlening voor omgevingsvergunningen milieu kunnen we momenteel nog niet inschatten. Het Rijk stelde inmiddels nieuwe beëindigingsregelingen openopengesteld. Dit leidt vermoedelijk tot het stoppen van een aantal bedrijven met bijbehorende intrekkingsprocedures. De uitspraken van de Raad van State van 18 december 2024 vergrotten de complexiteit. Zaken liggen nog langer stil in afwachting van de ontwikkelingen op het gebied van natuur en stikstof.

Vergunningverlening Afvalverwerking In 2025 zetten we in op het zoveel als mogelijk afronden van Wabo-procedures, het voortvarend behandelen van procedures onder de Omgevingswet en het afronden of oppakken van projecten (onder andere pilot Afvalbranden, Circulair Materialenplan (CMP), branchetrekkers en Circulaire economie). Daarnaast investeerden we in kennisdeling en het intensiveren van de contacten met onze opdrachtgever, provincie Noord-Brabant (op het onderwerp stortplaatsen) en onze klanten/bedrijven. Het doel hiervan is duidelijkheid scheppen over wat onze omgeving van onze stakeholders en van ons als OMWB kan verwachten en onze afspraken nakomen. Dit droeg bij aan positieve beeldvorming en vertrouwen. Verder besteedden we aandacht aan het beperken van werkdruk, werkverdeling en het verbeteren van de samenwerking binnen het cluster.

Vergunningverlening Circulaire economie De transitie naar een Circulaire economie (CE) vereist een omschakeling van een lineaire naar een circulaire keten voor grond- en afvalstoffen. Dit betekent hoogwaardiger omgegaan met grond- en afvalstoffen. Dit heeft gevolgen voor bedrijven die hun bedrijfsvoering en vaak ook hun vergunningen moeten aanpassen. Dit raakt direct de VTH-taak van de omgevingsdienst. Om de OMWB en de andere twee Brabantse omgevingsdiensten klaar te maken voor deze transitie, verleende de provincie Noord-Brabant en de gemeente Tilburg begin 2025 opdracht voor de uitvoering van een plan van aanpak (IPO-bouwstenen), zodat we de juiste kennis, netwerken en VTH-instrumentarium kunnen ontwikkelen. Binnen Brabant wordt kennis gedeeld en samengewerkt in een CE-Kennisplatform en de OMWB neemt deel aan landelijke overlegstructuren, werkgroepen en het in 2025 gestarte platform 'afval of niet' voor onder andere de validatie van rechtsoordelen einde afval. Daarnaast levert de OMWB een actieve bijdrage aan het landelijk kennisnetwerk Circulaire economie met een CE-kennisvertegenwoordiger voor de regio Brabant-Limburg. Door het werk in 2025 komen er in 2026 concrete handvatten om vanuit de VTH-taak impact te maken op de transitie naar een Circulaire economie.

13

Vergunningverlening bodem en gesloten bodemenergiesystemen (gBES) In 2025 zagen we een duidelijke toename van het aantal meldingen graven en saneren van de bodem en de bijbehorende informatieplichten (informatieplichten bij meldingen en informatieplichten evaluatie). De kwaliteit van de meldingen en informatieplichten laat vaak nog te wensen over. Hierdoor moeten vaak nog gegevens opgevraagd worden of moet een nieuwe melding of informatieplicht gedaan worden. Voor de gemeenten Breda en Tilburg en de provincie hebben we nog te maken met het overgangsrecht Wet bodembescherming (Wbb). Het zijn vooral de complexe projecten die vallen onder het overgangsrecht. Daarnaast zijn er lopende saneringen en grondwatermonitoringen. In 2025 zagen we een duidelijke verschuiving in de werkzaamheden onder de Omgevingswet en de Wbb. Het werk onder de Wbb halveerde ongeveer ten opzichte van 2024, het werk onder de Omgevingswet is meer dan verdubbeld. Voor de aanleg van gesloten Bodemenergiesystemen (gBES) leidde de dieptebeperking in de provinciale Omgevingsverordening in 2024 in onze regio tot een forse daling van het aantal meldingen (±60%). Dit jaar kwamen er voor de OMWB-regio, ten opzichte van 2024, weer wat meer meldingen binnen (±15%). Omdat de maximale boordiepte varieert per gemeente bestaan er verschillen tussen gemeenten onderling.

Vergunningverlening Brzo-bedrijven In 2025 verleenden we nog een aantal revisievergunningen die we op grond van de Wabo moesten behandelen. In 2025 is het aantal ingediende vergunningaanvragen redelijk conform verwachting. Bedrijven vinden in de loop van het jaar beter hun weg in de (systematiek van de) Omgevingswet en het DSO voor het aanvragen van vergunningen. We zien een verschuiving van uitgebreide procedures naar reguliere procedures. Er zijn (nog) geen kaders gesteld voor het bepalen van significante nadelige gevolgen voor de gezondheid en het milieu. Jurisprudentie zal zich nog moeten vormen. De Omgevingswet omvat het instrument voor Financiële zekerheidstelling. Voor de implementatie hiervan nam de OMWB deel aan de landelijke pilot (2024 – 2025) van het Interprovinciaal Overleg (IPO). De pilot wordt landelijk geëvalueerd en dit kan onze werkzaamheden aanzienlijk beïnvloeden, maar ook de uitvoerbaarheid van dit instrument in 2025 en daarna.

Toezicht en handhaving In 2025 ontwikkelden we het opleidingsprogramma SLIM in uitvoering verder door. Nieuwe toezichthouders volgen binnen dit programma een opleidings- en begeleidingstraject dat hen binnen enkele maanden in staat stelt om zelfstandig toezicht uit te voeren. Hierdoor beschikt de OMWB in 2025 over een stabiele en flexibele toezichtcapaciteit, waarmee de uitvoeringsprogramma’s volledig zijn gerealiseerd.

14

Naast capaciteitsversterking zette de organisatie zich in 2025 in op verdere professionalisering van het toezicht. Dit is onder andere door het opstellen van meerdere brancheplannen die aansluiten op de risicothema’s uit het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK). Deze brancheplannen bevatten naleefanalyses en risicogerichte interventies, waardoor we toezicht steeds beter kunnen afstemmen op de specifieke risico’s binnen een sector. Dit draagt bij aan een meer uniforme en doelgerichte werkwijze binnen de organisatie. De combinatie van voldoende capaciteit en een risicogerichte, professionelere aanpak leidde in 2025 tot een betere uitvoer van toezicht en een snellere opvolging van overtredingen. Hiermee zetten we een belangrijke stap in het verder versterken van zowel toezicht als handhaving.

Toezicht Seveso-veiligheid bij Seveso-inrichtingen Bij alle geplande Seveso-inrichtingen voerden we in 2025 tenminste één veiligheidinspectie uit volgens de inspectieplanning 2025. Dit kan een aangekondigde of onaangekondigde inspectie zijn. Bij vijf bedrijven, die eind 2025 beschikten over een vergunning als Seveso-inrichting, voerden we in 2025 geen inspectie uit, omdat bij deze bedrijven nog geen Seveso-activiteiten plaatsvonden. Bij enkele bedrijven voerden we extra inspecties uit. De details voor de uitvoering van de Seveso-veiligheidinspecties en de inhoudelijke rapportage staan in het Seveso-jaarverslag 2025.

Risicorelevante bedrijven (RRB) In 2025 pasten we de gezamenlijke interventiestrategie bij 59 van de 150 Risico Relevante Bedrijven toe. Hierbij beoordeelden we zowel gemeentelijke als provinciale bedrijven op hun (naleef-)managementsysteem, met classificaties variërend van 'onvoldoende' tot 'zeer goed'. Bij zeven van deze bedrijven classificeerden we het (naleef-)managementsysteem en gedrag als ‘koploper’ en bij vijf bedrijven als ‘achterblijver’. Bedrijven met een lagere score kregen meer inzet gebaseerd op een risicogerichte aanpak, met periodieke toetsing om veranderingen in naleefgedrag te monitoren. Voor de overige RRB's vulden we het toezicht ook risicogericht in, met reguliere, onaangekondigde of aspectcontroles, gebaseerd op thema's of speerpunten gerelateerd aan de omgevingsvergunning of het activiteitenbesluit.

Branche agrarisch - veehouderij (informatiegestuurd werken) In 2025 stelden we het brancheplan agrarisch - veehouderij voor de uitvoering over de jaren 2026 - 2028 op. Hierin keken we naar zowel landelijke als provinciale ontwikkelingen die van invloed zijn op de sector als geheel en daarmee ons werk. Denk hierbij aan: Einde derogatieregeling en verhoogd risico op het oneigenlijk afhandig maken van het teveel aan mest. Denk aan het meer opslaan hiervan in het buitengebied; Ontwikkelingen op het gebied van stikstof die inherent effect hebben op onze uitvoering, ook voor het grijze kleurspoor. Denk aan de onmogelijkheid voor het verkrijgen van een natuurvergunning en daarmee een stop op uitbreidingen of aanpassingen van stallen in de sector; 15

Twijfels over de werking van stalsystemen en daarmee de aftrap van ons luchtwasserproject om deze kwalitatief beter in beeld te brengen.

Toezicht glastuinbouw Het werkgebied van de OMWB kent ruim vierhonderd glastuinbouwbedrijven. De teelt van deze bedrijven richt zich vooral op groenten, fruit en potplanten. In 2025 controleerde de OMWB ruim 80 bedrijven integraal binnen deze branche. Ook controleerden we ruim 60 bedrijven op energieverbruik. De meest voorkomende overtreding (ruim 30%) betreft het niet tijdig keuren van stookinstallaties, waaronder warmtekrachtkoppelingen. Het niet tijdig keuren en onderhouden van stookinstallaties kan leiden tot onveilige situaties en ongewenst hoge rookgasemissies. De overige, meest voorkomende overtredingen zijn de opslag van gevaarlijke stoffen, waaronder vloeibare meststoffen en reinigingsmiddelen, het niet in werking zijn conform de melding of vergunning en het niet juist of illegaal lozen van drainagewater.

Gemeentelijke afvalbedrijven In 2025 bezochten we afvalverwerkende bedrijven risicogericht. Dit betekent dat we achterblijvers en bedrijven die op verzoek van een gemeente zijn ingebracht controleerden. Binnen het werkgebied van de OMWB zijn er circa 140 afvalverwerkende bedrijven gevestigd, die onder het gemeentelijk bevoegd gezag vallen. Bij circa 80 van deze afvalverwerkende bedrijven voerden we een milieucontrole uit. Hierbij constateerden we overtredingen van uiteenlopende aard. Voor inrichting specifieke informatie kan contact worden opgenomen met de OMWB. De groep achterblijvers bestaat uit bedrijven met uiteenlopende sub-branches. Hierdoor kunnen we geen algemeen beeld of trend geven van het naleefgedrag. In de praktijk zien we dat vooral de achterblijvers in de afvalbranche aandacht blijven vragen. Het gaat dan om uiteenlopende aspecten, zoals het juist melden en registreren van afvalstoffen, het op de juiste wijze opslaan van afval, het innemen van onvergunde afvalstromen, et cetera. Het gaat hier om bedrijven die niet actief bezig zijn met naleving van wet- en regelgeving. Het is noodzakelijk om de toezichtdruk op deze bedrijven hoog te houden om een gedragsverandering te bewerkstelligen Naast fysiek toezicht voeren toezichthouders bij de afvalverwerkers ook administratieve controles uit.

Uit administratieve controles die we in het kader van toezicht op verwerking van asbest uitvoerden, kwamen een aantal interessante locaties voor regulier toezicht. Deze zijn waar mogelijk ook gecontroleerd. Lithium-ion batterijen kunnen risicovol zijn bij onjuiste opslag en/ of verwerking. Bij alle bedrijven is hier extra aandacht voor. Waar nodig bezochten we samen met de Veiligheidsregio bedrijven die lithium-ion batterijen verwerken. In 2025 begonnen we met het opstellen van twee brancheplannen in het kader van het GUK: kunststofverwerking en autodemontagebedrijven. De brancheplannen liggen klaar voor gebruik. Met ingang van 2026 controleren we de branches basis van het betreffende brancheplan.

16

Vuurwerkverkoop Ook in 2025 hield de OMWB toezicht op de vuurwerkverkooppunten en opslaglocaties. Tijdens de verkoopdagen bezochten toezichthouders de vuurwerkwinkels dagelijks, soms meerdere keren per dag. Door middel van een digitale checklist controleerden we op naleving van het Vuurwerkbesluit en het Bal. De verkoop van consumentenvuurwerk nam ook in 2025 verder toe. Als gevolg van deze toename kwamen lichte tot zware overtredingen regelmatig voor. De meest voorkomende overtredingen hadden betrekking op het niet naleven van de voorgeschreven stapelhoogte, te smalle gangpaden en vuurwerk dat na het lossen te lang buiten de vuurwerkbunkers bleef staan. Tijdens de controles is hier direct op gehandeld, waarbij overtredingen in de meeste gevallen onmiddellijk konden worden verholpen.

Metaalbedrijven In 2025 stelde de OMWB een nieuw brancheplan op, op basis van de risicogerichte aanpak uit het GUK. Voor dit brancheplan voerden we een naleefanalyse uit om de belangrijkste risico’s binnen de sector in beeld te brengen. Op basis van deze analyse ontwikkelden we gerichte interventies voor de risico’s met de grootste impact. Dit vormt vanaf 2026 de basis voor een meer effectieve en proportionele toezichtstrategie binnen de metaalbranche.

LPG-tankstations In 2025 stelden we een nieuw brancheplan op voor het toezicht op LPG-tankstations voor de komende vier jaar. Dit plan actualiseert de toezichtstrategie, borgt een uniforme werkwijze en sluit aan op de laatste ontwikkelingen in wet- en regelgeving en veiligheidseisen.

Kader richtlijn water In 2025 brachten we het werkveld water, voor zowel advies als toezicht onder in het cluster water. Het cluster water houdt zich expliciet bezig met de opgave vanuit de Kader Richtlijn Water en de doorontwikkeling van het werkveld water binnen de OMWB. Daarnaast voerde de OMWB in 2025 voor acht gemeenten afvalwatermonitoring uit. Dit houdt in dat de OMWB onder andere afvalwater bemonstert bij bedrijven en beoordeelt of de kwaliteit binnen de in wet- en regelgeving gestelde normen valt. Regelmatig blijkt dat dit niet het geval is en blijken de zuiveringstechnische voorzieningen bij bedrijven niet op orde. De resultaten leveren veel informatie op en geven vaak aanleiding voor een vervolgtraject. Het opstellen van het afvalwatermonitoringsprogramma en vervolgtrajecten gebeurt in nauw overleg met de rioolbeheerders van de gemeenten die hieraan deelnemen.

17

Toezicht bodem In 2025 hielden we intensief toezicht op diverse complexe projecten, waaronder grootschalige grondsaneringen bij het 380 kV-trafostation en RWZI Tilburg-Noord, de nieuwbouw van het ETZ in Tilburg en meerdere locaties met toepassing van immobilisaat. Ook begeleidden we actief drugsdumplocaties, nieuwbouw in sterk verontreinigde bodems en infrastructurele projecten, zoals de verbreding van de A27, in nauwe samenwerking met aannemers en andere overheden. Daarnaast hielden we toezicht op toepassingen van AVI-bodemas en staalslakken, nazorglocaties en transporten. Door toezicht, voorlichting en advisering ontstond bij marktpartijen meer bewustzijn over het gescheiden toepassen van bodem en bouwstoffen en zorgvuldig werken in verontreinigde situaties.

Handhaving en klachten Handhaving Het in werking treden van de Omgevingswet laat nog steeds zijn sporen na. Ondanks dat we steeds meer onze weg vinden, blijft het nog regelmatig onduidelijk aan welke regels we moeten voldoen. De inhoud van de regels is vaak niet veel anders dan voorheen, maar waar het nu is opgenomen is wel zoeken. Soms wijkt de inhoud ook net af van de vorige wetgeving dus oplettendheid is vereist. De Omgevingswet kenmerkt zich nog niet door helderheid en eenvoudige toepasbaarheid. Daarnaast zorgt het omvangrijke en vaak onduidelijke overgangsrecht voor extra complexiteit. Dit vraagt om nadere duiding in de jurisprudentie, waaraan wij in 2025 actief bijdroegen. Nieuwe wetgeving vergt altijd extra inzet, waardoor procedures in deze fase mogelijk meer tijd in beslag nemen dan voorheen. Daarnaast is er een aanzienlijke toename op het gebied van drugszaken. Er werden in 2025 diverse drugslabs en -dumpingen van drugsafval aangetroffen. Dit resulteert in een enorme toename van het aantal bodemzaken, dat onder de Omgevingswet onder het bevoegd gezag van de gemeente valt.

Klachten & meldingen Het totaal aantal klachten en meldingen (provinciaal en gemeentelijk) in 2025 ligt wat hoger dan in 2024. Onderstaande grafiek is een weergave van het totaal aantal klachten en meldingen (meldingen zijn bedrijfsmeldingen en meldingen Ongewone Voorvallen samen) per jaar, gedurende de afgelopen vijf jaar.

18

Onderstaande grafiek geeft een weergave van het aantal klachten en meldingen per categorie over 2025.

In 2025 is nam het aantal klachten in vergelijking met 2024 licht toe. Het grootste verschil is terug te zien in de categorieën 'Ik ruik…' en 'Ik zie…' (respectievelijk 198 en 180 klachten in 2025 ten opzichte van 1.530 respectievelijk 572 in 2024). Onder de 'Ik ruik…'-klachten zien we een duidelijke toename in de subcategorieën 'Baklucht/ frituurlucht/ vetlucht' (met 73 klachten), 'Chemische lucht/ teer/ asfalt' (met 57 klachten) en 'Overig' (met 52 klachten). Veel van deze klachten gaan over situaties waar (handhavings-)trajecten lopen. Door de 'Ik zie…'-klachten nader te analyseren valt een forse toename van het aantal stofklachten (met 126 klachten) op ten opzichte van 2024 is. Hiervan kwamen ruim honderd klachten van dezelfde melder over hetzelfde bedrijf. Het aantal anonieme klachten bleef in 2025 nagenoeg gelijk aan 2024. De top 3 van de bekende melders waren goed voor samen 393 klachten, ofwel ruim 130 klachten per persoon.

19

Eind 2023 stapten de (4) omgevingsdiensten van Noord-Brabant en Zeeland over naar een nieuw klachtensysteem: de milieuklachtenapplicatie (MKA). Dit systeem is in 2024 en 2025 verder geoptimaliseerd. Eind 2024 rolden een klantenportaal uit, waarbij deelnemers real-time kunnen meekijken in de klachtendata en verschillende rapportages kunnen raadplegen. In 2025 informeerden we de leefomgeving via de website: www.milieuklachtencentrale.nl over (grote) festivals. Het beter informeren van de leefomgeving lijkt (mede door specifieke belafspraken hierover met enkele gemeenten) een positief effect te hebben op de telefonische belasting van onze klachtenlijn rondom festivals.

Niet-inrichting gebonden taken Asbest In 2025 ontvingen en behandelden wij ruim 3.300 bedrijfsmatig gemelde asbestsaneringen, waarop we meer dan 20% (risicogericht) toezicht uitvoerden. De OMWB ziet hier over het algemeen een goed naleefgedrag bij de gecertificeerde bedrijven. Een hardnekkig probleem blijkt dat asbestverwijderingsbedrijven en vrijgavelaboratoria door hun handelen ervoor zorgen dat na sanering en vrijgave er nog restanten asbest aanwezig blijven op saneerlocaties. Bedrijven die herhaalde overtredingen pleegden pakten we aan met een last onder dwangsom. Dit resulteerde in het feit dat deze bedrijven onze regio veelal mijden. Deze aanpak deelden we met ketenpartners en andere omgevingsdiensten nemen deze over. Afgelopen jaar behandelden we 564 particulieren sloopmeldingen. Helaas gaat er nog veel niet goed, omdat er bijvoorbeeld voorsloop plaatsvond, vaak veroorzaakt door gebrek aan kennis. Hierop pasten wij het product 'Vrije veldtoezicht' aan om meer te focussen op preventie en het verspreiden van kennis en informatie. Het aantal ad-hoc-inspecties steeg opnieuw. Naast nazorg bij incidenten, het geven van (beleids-)adviezen en het onderzoeken van meldingen over illegaliteit, werkt de OMWB samen met verschillende gemeenten aan het verbeteren van de informatievoorziening.

Uit zowel verzoektaken als analyses blijkt opnieuw dat veel asbestsaneringen nog steeds illegaal of ondeskundig worden uitgevoerd. Om dit terug te dringen zetten we sterker in op preventie, onder andere door voorlichting via de nog altijd veelgebruikte asbesttelefoon.

Totaalsloop De afgelopen jaren namen de totaalslooptaken voor de OMWB toe. Deze trend zette zich in 2025 voort en inmiddels voeren wij voor zestien gemeenten de meldingen totaalsloop uit. Het aantal ingediende sloopmeldingen lag iets lager dan het jaar daarvoor. Ook het aantal uitgevoerde toezichtcontroles van de totaalsloop lag vanwege drukte en onderbezetting wat lager dan het vorige jaar. Hier keken we kritisch naar welke slooplocaties we vanuit een risicogericht oogpunt moesten bezoeken. Het aantal overtredingen ten opzichte van het voorgaand jaar lag lager.

20

Bouwen Het volume van de provinciale BRIKS-taken (bouwen, reclame, inritten, kappen en slopen), met als belangrijkste onderdeel bouwplantoetsing en bouwtoezicht, bleef in vergelijking met voorgaande jaren globaal hetzelfde. Door een bestaande dienstovereenkomst met de Omgevingsdienst Zuidoost- Brabant kunnen we indien nodig op deze organisatie teruggevallen en omgekeerd. Het is echter niet nodig om hier gebruik van te maken. Door goed te plannen konden we fluctuaties in het werk goed opgevangen. Door deze constructie met onze zusterorganisatie waarborgen we formeel de kwaliteit van het geleverde werk gewaarborgd en voldoen we aan de kwaliteitscriteria 3.0. Ook enkele van onze gemeentelijke deelnemers namen bouwtaken van de OMWB af. Het gaat dan om het onderdeel 'bouwen' bij zowel 'meervoudige' als 'enkelvoudige' vergunningaanvragen. Het volume was echter beperkt in omvang. De gemeente Zundert vormde hierop een uitzondering. De bouwunit van de OMWB was in deze gemeente als casemanager en als toezichthouder bouw betrokken bij een complexe (meerjarige) gebiedsontwikkeling. Tevens was een medewerker bouwplantoetsing gedurende een aantal maanden gedetacheerd bij de gemeente Zundert om deze gemeente op het gebied van vergunningaanvragen te ontzorgen.

In 2025 werkten we het toezicht op bestaande bebouwing in relatie tot brandveiligheid, in samenwerking met de overige omgevingsdiensten in Noord-Brabant, verder uit tot een handreiking waarmee onze toezichthouders in 2026 kunnen starten met de uitvoering van deze taak.

Energie De intensivering van energietoezicht zette zich in 2025 verder door. Om dit mogelijk te maken ontvangen omgevingsdiensten sinds eind 2022 extra budget van het Rijk. Dit zogeheten SPUK-THE budget is aanvullend op de budgetten van gemeenten en provincie voor energietoezicht en is beschikbaar tot en met 2027. Daarna krijgt het budget een structureel vervolg. Om het toegekende bedrag te kunnen besteden zijn extra energietoezichthouders geworven en opgeleid. Via deelname aan landelijk en provinciaal overleg zijn we actief betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe energie wet- en regelgeving die in 2027 in werking moet treden en dragen we bij aan een uniforme uitvoering. Met eigenaren van veel vastgoed maakten we maatwerkafspraken over de verduurzaming van het vastgoed en het voldoen aan de wettelijke eisen. Ook zijn we lid van het landelijk team van coördinerend inspecteurs in het kader van de portefeuilleaanpak energie. Als basis voor informatiegestuurd toezicht wordt steeds meer informatie verzameld over het energieverbruik van bedrijven. Sinds eind 2025 kunnen we gebruik maken van energiegebruiksgegevens die de netbeheerders beschikbaar stellen.

Daardoor krijgen we een scherper beeld van de bedrijven die onder de energiebesparingsplicht vallen en zijn we steeds beter in staat om gemeenten en de provincie te informeren over de CO2reductie die het energietoezicht realiseert. Het toezicht op de energielabel C-verplichting voor kantoren is afgerond. Binnen de gemeenten die ons opdracht gaven, hebben alle kantoren die onder de verplichting vallen nu een energielabel C of beter.

21

De nieuwe basistaak 'toezicht op de regeling Werkgebonden Personenmobiliteit (WPM)' voerden we in 2025 voor het eerst uit. De rapportageplicht WPM geldt voor alle bedrijven met 100 medewerkers of meer. Vanaf 2027 geldt deze plicht naar verwachting voor bedrijven met 250 medewerkers of meer. Bedrijven met 250 medewerkers of meer die niet tijdig voldeden aan de rapportageplicht zijn aangeschreven. De ingediende rapportages zijn beoordeeld aan de hand van een geautomatiseerde plausibiliteitstoets. Afgekeurde rapportages moeten worden gecorrigeerd en/of aangevuld.

Ketengericht milieutoezicht In 2025 trok de OMWB op met de twee andere Brabantse Omgevingsdiensten om gezamenlijk te komen tot een plan van aanpak om meer datagedreven te werken en hiermee te voldoen aan de kwaliteitscriteria 3.0; zowel bij het bepalen en uitvoeren van nieuwe ketenprojecten, als bij de uitvoering ervan. In 2026 leveren we het plan van aanpak op dat we in 2027 implementeren.

De omzet op programmadeel 1 bedroeg € 27.676.000 (begroot € 27.697.000) over 2025. De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze worden op totaalniveau verantwoord.

Programmadeel 2: Adviezen en projecten In programmadeel 2 brengen deelnemers aan de hand van het werkprogramma de adviestaken op het terrein van milieu en overige taken uit het Omgevingsrecht in. Deze zogeheten 'Verzoektaken' omvatten (milieu-)metingen, adviezen en projecten op het gebied van bijvoorbeeld Seveso, geluid, bodem, (afval-)water, lucht, vergunningverlening (niet-basistaken), toezicht (niet-basistaken), asbest (nietbasistaken), ruimtelijke planvormingsprocessen, externe veiligheid, duurzaamheid en Omgevingsbeleid. Deze taken hebben vaak een wettelijke grondslag of zijn onderdeel van beleidsambities. De werkprogramma’s zijn indicaties van het volume van deze taken. Incidentele verzoektaken kunnen van jaar tot jaar verschillen. Deelnemers hebben in hun werkprogramma’s vaak enkele niet nader gespecificeerde budgetten opgenomen, waar ze in de loop van het jaar opdrachten voor verstrekken. De realisatie van de gegeven opdrachten in 2025 koppelen we per deelnemer in de (derde) termijnverantwoording terug.

Ontwikkelingen van invloed op de resultaten Advies Ruimtelijke Ordening (RO) Het product 'Advisering Ruimtelijke Ordening en Milieu' groeit gestaag. Gemeenten doen steeds vaker een beroep op de OMWB om bijstand en (milieu-)advisering bij het opstellen en beoordelen van ruimtelijke plannen. Enerzijds komt dit door de gebiedskennis van gemeenten die de RO-adviseurs hebben opgebouwd, met daarbij steeds meer ondersteuning van OMWB-data. Anderzijds investeerde de OMWB de laatste jaren in de relatie met gemeenten, die op hun beurt een oplossingsgerichte werkwijze en korte lijnen met de RO-ambtenaren waarderen. 22

De transitie van bestemmingsplannen naar één omgevingsplan per gemeente en het daarin opnemen van milieuregels en milieubeleidskaders zijn belangrijke marktomstandigheden, die leiden tot de toenemende vraag. Ook de veranderde adviesverzoeken vanwege de Omgevingswet, de toenemende complexiteit van milieuthema’s in relatie tot ruimtelijke opgaves, de behoefte aan integrale advisering en de woningbouwopgaven die veel gemeenten hebben, leiden tot een toenemende vraag.

Advies Externe Veiligheid In 2025 werkten we met een nieuw jaarprogramma 'Externe Veiligheid' (EV). Hierin staan een aantal speerpunten waar hard aan is gewerkt. Dit zijn met name het Beleid Externe Veiligheid, het REV en de samenwerking met interne afdelingen en andere overheidsinstanties. We hielden twee Themasessies EV om bevoegde gezagen inhoudelijk op de hoogte te houden over onze werkzaamheden. Het REV is verder gevuld en geoptimaliseerd. De propaantanks zijn naar aanleiding van de gegevens vanuit het Ministerie gecontroleerd, aangevuld en geoptimaliseerd. De activiteit 'Tanken van vaartuigen of drijvende werktuigen met brandstoffen' is toegevoegd aan het REV en we begonnen met de inventarisatie ‘Behandelen, regelen en meten van aardgas'. Tevens vonden eerste overleggen plaats met de leverancier van het VTH-systeem om het REV erop aan te sluiten. Samen met de Veiligheidsregio werkten we aan een processchema, dat duidelijk maakt bij wie gemeenten moeten zijn voor welke adviesvraag (OMWB of Veiligheidsregio). Verder droeg de OMWB bij aan landelijke werkwijzen voor activiteiten zoals Energie Opslagsystemen, Li-ion opslag en begonnen we met de werkwijze waterstof (waterstofaggregaten).

Metingen en onderzoek Bodem Advies In 2025 behandelden we circa 1.300 bodemzaken. Het gaat hier om advies (intern en extern) en het beoordelen van bodemonderzoeken. De adviezen en beoordelingen betreffen ruimtelijke ordening, omgevingsvergunning onderdeel bouwen, omgevingsvergunning onderdeel milieu en meldingen en informatieverplichtingen in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Omgevingsplan van de gemeente. Ook beoordeelden en voerden we bodemonderzoeken uit in het kader van provinciale en gemeentelijke grondtransacties, herontwikkeling en civieltechnische werken. Tevens behoorde het milieukundig begeleiden en het coördineren van gemeentelijke bodemsaneringsprojecten tot die bodemzaken. In 2025 definieerden we de kwaliteitszones in het kader van de actualisatie van de bodemkwaliteitskaart voor 19 gemeenten. De achterstand met het invoeren van bodemkwaliteitsgegevens in het bodeminformatiesysteem is ingelopen. Na het doorrekenen van de data weten we voor welke kwaliteitszones we voldoende gegevens bezitten en voor welke niet. In samenspraak maken we keuzes voor vervolgstappen om te komen tot een nieuwe bodemkwaliteitskaart.

23

In 2025 behandelden we ongeveer 80 bodemzaken met betrekking op het geven van intern advies aan de ODBN en ODZOB over provinciale bedrijven. De adviezen hadden betrekking op het vaststellen van de nulsituatie, de eindsituatie en grondwatermonitoringsonderzoeken (met name composteerinrichtingen en RWZI’s) en grondwatermonitoringen bij (gesloten) stortplaatsen van provinciale inrichtingen, ook buiten het werkgebied van de OMWB, maar wel binnen de provincie Noord-Brabant. Het aantal bodemzaken lag lager dan in 2024, maar de complexiteit werd mede door de komst van de Omgevingswet wel groter en uitdagender.

Onderzoek In 2025 voerden we diverse werkzaamheden uit, waaronder: Uitvoer van vooronderzoeken (historisch) en bodemonderzoeken voor de afdeling Infra en Vastgoed in het kader van verschillende ontwikkelingen op de locaties. Onderzoek naar de aanwezigheid van de exotische woekerplant knolcyperus. Bezoek pachtpercelen voor inventarisatie van bodemvreemde zaken en aanwezigheid van onder andere verhardingen, tanks en grondwateronttrekkingen. Onderzoeken ten behoeve van de dieptepeilingen van ontgrondingen inclusief spijtlocaties. Diverse drugsonderzoeken op locatie. Onderzoek ter controle van het bedrijfsproces-/procesonderdelen bij een aantal grote risicobedrijven. Visuele en fysieke inspectie van diverse zwemplassen. Vaststellen van de kwaliteit van het grondwater in 26 Brabantse natuurgebieden. Nitraatmeetronde voor het vaststellen van de grondwaterkwaliteit op landbouwpercelen in 8 Brabantse grondwaterbeschermingsgebieden.

Geluid In 2025 voerden we diverse werkzaamheden uit op het gebied van geluid en trillingen. Deze bestonden uit geluidmetingen, het beoordelen van geluid-, licht- en trillingenonderzoeken en het verstrekken van adviezen aan gemeenten en interne collega’s. De werkzaamheden hadden onder meer betrekking op evenementen, bedrijven, infrastructuur en woningbouwontwikkelingen. Daarnaast adviseerden we over vergunningverlening, maatwerkvoorschriften, toezicht en handhaving en het opnemen van geluid in omgevingsplannen.

Padel In 2025 beoordeelden we veel meldingen in het kader van de Omgevingswet. Daarbij stelden onze deelnemers vragen over de mogelijkheid om van de standaard geluidnormen af te wijken bij de aanleg van nieuwe padelbanen. Het blijft een grote uitdaging om de belangen van de (tennis-)verenigingen en de bewoners tegen elkaar af te wegen. Voor (tennis-)verenigingen zijn padelbanen vaak nodig om een daling van het ledenaantal te voorkomen, maar zorgen met enige regelmaat voor geluidhinder voor omwonenden. Daarnaast zien we diverse verzoeken om geluidmetingen uit te voeren bij padelbanen naar aanleiding van geluidklachten.

24

Windturbines Windturbines vormen (helaas) niet uitsluitend een bron van energie, maar veroorzaken ook hinder. De toename van het aantal windturbines (en de toename in omvang) zorgt voor meer klachten met betrekking tot geluidhinder en slagschaduw. Voor de OMWB resulteert de ontwikkeling van meer windturbines op land in een toename van het aantal geluidmetingen en administratieve controles van nalevingsverslagen. In de periode 2025 - 2026 worden emissie- of bronmetingen uitgevoerd aan de drie verschillende windturbines.

Lucht Schone Lucht Akkoord (SLA) Het Schone Lucht Akkoord richt zich op een betere luchtkwaliteit en een afname van (risico op) gezondheidsschade. Het akkoord streeft naar een afname van de gezondheidsschade als gevolg van luchtvervuiling met 50% in 2030 ten opzichte van 2016. Dit moet bereikt worden met behulp van maatregelen tegen vervuiling uit binnenlandse bronnen (houtstook, industrie, binnenvaart en havens, landbouw, wegverkeer en mobiele werktuigen). In 2025 hielden we intensiever toezicht, screenden vergunningen op actualiteit (focus op strenger vergunnen in laagste norm Bref-range en verplicht opstellen van een monitorings-/beheersplan) en voerden audits uit bij bedrijven met een eigen meetsysteem om de emissies te controleren (een zogenaamde AMS). In 2025 voerden we een significant aantal bijwoningen (audit op locatie, specifiek over het thema luchtemissies) uit en beoordeelden meetrapportages van periodieke metingen. Dit is onder andere een gevolg van de ambitie vanuit het SLA (en tevens de kamerbrief van de staatssecretaris in december 2025 vanuit de Actieagenda Industrie en Omwonenden) om toezicht te intensiveren bij industriële emissies.

De omzet op programmadeel 2 bedroeg € 12.300.000 (begroot € 12.209.000) over 2025. De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze worden op totaalniveau verantwoord.

Programmadeel 3: Collectieve taken Het programma Collectieve Taken 2025 is op dezelfde wijze opgebouwd als de voorgaande jaren en bestaat uit 3 vaste onderdelen (structureel, innovatie en autonoom). Het programma vertegenwoordigt een budget van afgerond 2 miljoen euro, waarvan € 160.000,- was opgenomen als buffervoorziening. Indien we de buffervoorziening buiten beschouwing laten (niet gebruikt) verbruikten we in 2025 circa 90% van het budget en realiseerden de meeste beoogde resultaten. De resultaten kunnen dienen voor de concrete uitvoering van de VTHKA-taken in 2026, of een opmaat voor een vervolgproject in 2026. Aanvullend is Samen Sterk in Brabant (SSIB) onder dit programma opgenomen.

25

Stikstof Binnen het thema stikstof richten we ons zowel op de depositie van stikstof vanuit de landbouw, als industrie en verkeer. Zowel in het agrarische domein als in het industriële domein hebben regionale en landelijke ontwikkelingen (grote) impact op de uitvoering van onze VTHKA-activiteiten. We proberen deze impact steeds goed te analyseren en met onze opdrachtgevers in gesprek te gaan hoe we onze instrumenten kunnen inzetten om de uitstoot van stikstof te verlagen. Afgelopen jaren waren er minder activiteiten op dit dossier door het ontbreken van landelijke en regionale handvatten.

Gezondheid Naar aanleiding van casussen als Tata Steel en Chemours neemt de belangstelling voor het voorkomen van gezondheidsschade bij inwoners toe. De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) publiceerde in april 2023 het rapport ‘Industrie en omwonenden’. De OvV concludeert dat verbetering op meerdere vlakken noodzakelijk is voor de bescherming van de gezondheid van omwonenden. Het Rijk nam de aanbevelingen uit het OvV-rapport op in de 'Actieagenda Industrie en Omwonenden'. In de Actieagenda speelt intensiever en preciezer meten van industriële emissies een grote rol, vooral gericht op de concentraties op leefniveau. De GGD kan op basis van deze gegevens een uitspraak doen over de gezondheidsrisico’s voor omwonenden. De OMWB levert met haar kennis van metingen een essentiële bijdrage aan deze acties.

Brandveiligheid Brandveiligheid bij bedrijven is een actueel en blijvend aandachtspunt voor gemeenten in Midden- en West-Brabant. Jaarlijks vinden in Nederland duizenden bedrijfsbranden plaats. Uit landelijke analyses blijkt dat het merendeel daarvan niet het gevolg is van brandstichting, maar ontstaat door technische oorzaken, onjuist gebruik van gebouwen, aanpassingen na realisatie en menselijk handelen. Met name bij bestaande bouw, in de gebruiksfase, blijken de risico’s groot. Juist in deze fase is de samenhang tussen milieu, bouwen en brandveiligheid van groot belang. In het programma Collectieve Taken 2025 is afgesproken dat de OMWB een notitie opstelt over brandveiligheid bij gemeentelijke bedrijven waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is. De notitie is een afgeleide van het uitvoeringskader brandveiligheid, bouw en sloop wat de drie Brabantse omgevingsdiensten opstelden voor de provincie Noord-Brabant. Door vertraging van dit gezamenlijke project zal het resultaat brandveiligheid Q1 2026 in concept worden opgeleverd.

26

Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) De provincie gaf in 2024 akkoord op onze aanpak voor de 'Vermijdings- en Reductieprogramma’s' (VRP’s) bij afvalverwerkers en gaf het aangevraagde projectbudget voor de drie omgevingsdiensten vrij. De aanpak in Noord-Brabant is afgestemd met ODNL, IPO en IenW en werd vervolgens de landelijke aanpak. In IPOverband committeerden alle provincies zich eraan om hun omgevingsdiensten een (project-)opdracht te geven om de VRP's bij afvalverwerkers in 2025 op te vragen. Dit om ze vervolgens te beoordelen en als ze afdoende zijn, te laten uitvoeren door de bedrijven. Deze wijze voorkomt het ontstaan van een 'waterbedeffect' ten aanzien van afvalstromen die naar bedrijven uitwijken waar de minst strenge eisen qua ZZS gelden. Afvalverwerkers dienden in 2025 (met name richting het einde van het jaar) vrij veel VRP's in. Van de 115 afvalverwerkers die een VRP’s moeten indienen, ontvingen we meer dan de helft, waarvan we er circa 10 afwikkelden. Een aantal bedrijven kreeg vanwege diverse omstandigheden uitstel. Bijvoorbeeld omdat hun branche bezig is met een VRP of zoals bij Renewi dat eerst een VRP voor één locatie indient, waarna de overige locaties volgen. Een aantal bedrijven bleef in gebreken of liet nog niets van zich horen. Voor hen starten we begin 2026 een handhavingstraject. Zoals vooraf verwacht loopt dit project uit naar 2026.

Dit is met de provincie besproken en akkoord bevonden.

Altijd actuele digitale vergunning (AADV) Wij bereidde ons voor om ons te verdiepen in AADV, en dan met name het onderdeel Digitale Vergunningenregister (DIGI-V). Voor de maatschappij, bedrijven, vergunningverleners en toezichthouders is inzicht krijgen en houden in het overzicht van alle geldende regels per bedrijf een arbeidsintensief proces. De situatie verandert met enige regelmaat door wijzigingen in de bedrijfssituatie en/of de regelgeving. Hierdoor ontstaat een onoverzichtelijk beeld. De Provincie Zuid-Holland startte enkele jaren geleden met een programma om per bedrijf altijd een actueel overzicht van vergunningvoorschriften te hebben. Dit overzicht is digitaal beschikbaar en wordt continu bijgewerkt. Dit helpt om sneller en efficiënter te werken en is de informatievoorziening altijd actueel. Binnen DIGI-V® wordt de vergunningverlening gedigitaliseerd: eendatagedreven werkwijze vervangt de huidige manier van werken met losse documenten. In opdracht van de Provincie Noord-Brabant oefent de OMWB DIGI-V. We startten met de Seveso-bedrijven en vervolgens komen de overige provinciale bedrijven aan bod (beslissing hierover vindt in Q1 2026 plaats). Indien dit is voltooid (vermoedelijk 2028) volgt besluit over of we ook gemeentelijke bedrijven in DIGI-V moeten/kunnen plaatsen.

De omzet op programmadeel 3 (inclusief bijdrage SSIB) bedroeg € 2.385.000 (begroot € 2.385.000) over 2025. De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze worden op totaalniveau verantwoord.

27

Programmadeel 4: Overige exploitatiebaten In programma 4 brengen we de werkzaamheden onder die buiten voornoemde programma’s basis-, advies- en collectieve taken vallen. Het gaat hierbij om de levering van producten en diensten aan zowel deelnemers als niet-deelnemers.

De omzet op programmadeel 4 bedroeg € 3.593.000 (begroot € 3.214.000) over 2025. De kosten worden niet verbijzonderd naar programma; deze worden op totaalniveau verantwoord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/5185/documents/75397