CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4d Jaarstukken 2025 VRMWB.pdf

Gemeenteraad 18 juni 2026, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 9.4: VRMWB Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant31.196 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

1.352

Aantal beroeps

220

220

220

Opkomstpercentage vrijwilligers bij oefenen

73 %

70%

72%

Opkomstpercentage vrijwilligers bij alarm

45 %

30%

45%

5

-

10

100%

100%

90%

Afgehandelde incidenten brandweer 112

6.859

-

7.742

Afgehandelde meldingen 0900-0904

1.220

-

1.279

Vakbekwaam worden en blijven

Multidisciplinair opleiden en oefenen Aantal Grip-situaties % Geëvalueerde grip situaties Operationeel Centrum Brandweer (OCB/VR)

Crisiscommunicatie

Jaarstukken 2025

24

Inzet crisiswebsite

51

40

52

Gebiedsgerichte Opkomsttijden (GGO)

•

•

•

Voor de beoordeling van de snelheid wordt in het nieuwe dekkingsplan gebruik gemaakt van het landelijk Beoordelingskader gebiedsgerichte opkomsttijden. Aan de hand van dit beoordelingskader is in het dekkingsplan een theoretische berekening gemaakt van de operationele prestaties. De gerealiseerde prestaties komen voor 66% overeen met de prognose in het dekkingsplan. In 2% van de gebouwbranden – de categorie maatgevende incidenten waarop GGO stuurt - was de brandweer sneller dan voorzien. In 10%, oftewel 74 incidenten, was de brandweer langzamer dan de prognose. De incidenten die in de grijze categorieën vallen (18% geen telemetrietijd beschikbaar, 3% geen prognose opkomsttijd) kunnen we niet verantwoorden vanwege de inzet van reservevoertuigen, waarop we geen telemetrie hebben of omdat de prognose ontbreekt doordat het om een relatief nieuw object gaat waarvan in onze data nog geen BAG-registratie bekend is. Deze individuele incidenten die de bandbreedte overschrijden worden/zijn besproken met de betreffende burgemeester in het periodieke overleg met de districtsmanagers. In het algemeen zijn er de volgende redenen voor een overschrijding: • Verwerkingstijd OCB >1 min.: melding komt via Politie of Regionale Ambulance Voorziening (RAV) binnen.

Bij een automatische doormelding van een brandmeldinstallatie alarmeert de centralist pas na bevestiging door de instelling of bedrijf (verificatietijd). • Uitruktijd van een brandweerpost is hoger dan berekend. Bij een vrijwillige post zijn we afhankelijk van de beschikbaarheid van de teamleden. • De uitruktijd en/of rijtijd kan langer zijn dan de prognose als gevolg van (tijdelijke) infrastructurele belemmeringen.

Wat zijn de kosten? Weergave van de kosten voor het leveren van een hulpvaardige en slagvaardige inzet: Begroting na wijziging Hulpvaardige en slagvaardige inzet (bedragen x € 1.000) Advies en uitbesteding Facilitaire kosten Gemeentelijke- en Rijksbijdragen Investeringen en kapitaallasten Lonen en salarissen Mutaties reserves en voorzieningen Opleiden en oefenen Overig Voertuigkosten Vrijwilligers Gerealiseerde Resultaat

Jaarstukken 2025

Lasten € € € € € € € € € € €

1.647 4.873 2.576 7.117 37.561 1.013 3.512 2.981 2.225 7.126 70.631

Rekening

Baten € € € € € € € € € € €

-2.679 -480 -98 -215 -3.158 -6.630

Lasten € € € € € € € € € € €

1.443 5.051 2.623 7.064 37.541 1.386 3.446 3.228 2.433 7.354 71.570

Verschil (begroting -/- rekening)

Baten € € € € € € € € € € €

-2.726 -478 -247 -167 -3.333 -6.951

Lasten € € € € € € € € € € €

204 -178 -47 53 20 -373 66 -247 -209 -228 -939

Baten € € € € € € € € € € €

47 -2 149 -48 175 321

Totaal € € € € € € € € € € €

204 -178 51 169 -421 66 -72 -209 -228 -618

25

2.5

Wendbare en duurzame organisatie

Met een duurzame organisatie doelen we op zowel de duurzame inzetbaarheid van onze mensen als het bijdragen aan duurzaamheid in de samenleving. Wendbaarheid vraagt om nieuwe manieren van werken, een informatievoorziening die betrouwbaar is en rijke inzichten biedt en een bedrijfsvoering die wendbaarheid ondersteunt. Zo spelen we snel in op nieuwe situaties en veranderende risico’s.

Wat hebben we dit jaar bereikt? Onze mensen Wat was het plan? We hebben een plan van aanpak voor de doorontwikkeling van onze organisatie gericht op de ‘menskant’ van ons meerjarenbeleid. Daarin staat wat nodig is op de menskant (houding, gedrag, capaciteiten) om onze inhoudelijke ambitie te realiseren. De 4 resultaatgebieden zijn: Ons verhaal en kernwaarden, Sociale- en psychologische veiligheid, Samenwerken en Wendkracht. Wat is er bereikt? • ‘Ons verhaal’ (corporate story) en de kernwaarden zijn vastgesteld en feestelijk gelanceerd in de organisatie. Er is een nieuwe organisatievideo, nieuwe huisstijl en beeldbank met foto’s gerealiseerd. We zijn gestart met het laden van de kernwaarden in de organisatie.. • Leiderschapstrajecten (onder andere programma Ethisch leiderschap) zijn voortgezet met als thema’s: integriteit, sociale en psychologische veiligheid, (beleids)instrumenten en leiderschapsstijl. Fysieke en mentale gezondheid Wat was het plan? We hebben een plan van aanpak voor het voorkomen en beperken van mentale en fysieke gezondheidsrisico’s en het bieden van handelingsperspectieven. Wat is er bereikt? We hebben in samenwerking met de keuringsartsen van Active Living extra biometrie in het Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (PPMO) keuringsmoment geïntroduceerd. Dit zorgt voor betere gezondheidsscreening voor onze manschappen en bevelvoerders.

We hebben verder de eerste stappen gezet om in 2026 zelf eerstelijns zorg te bieden voor collega’s met mentale disbalans. Dit is deels ter voorbereiding van de landelijke PTSS-regeling, maar ook om de reguliere GGZ-zorg te ontlasten. We vinden dat we daar, vanuit goed werkgeverschap, ook ons steentje aan kunnen bijdragen. De landelijke PTSS-regeling is op 14 juli 2025 formeel vastgesteld in het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV). Ook de financiering voor landelijke coördinatie en ondersteuning door het ministerie van J&V is toegezegd. We zijn zelf verantwoordelijk voor de

Jaarstukken 2025

26

financiële compensatie naar (oud)-medewerkers die straks onder de regeling vallen. Hiervoor hebben we een richtbedrag in de meerjarenbegroting opgenomen.

Duurzaamheid Wat was het plan? We hebben onze duurzame bedrijfsvoering richting 2030 verder geïntensiveerd en bestendigd. We hebben een plan van aanpak voor implementatie van een duurzame bedrijfsvoering, waarin de focus ligt op zowel inbedding/organisatie van duurzaamheid als op het beïnvloeden van het gedrag van medewerkers, zodat zij bewuster bijdragen aan duurzaamheid (mobiliteit, afval, CO2-reductie). Wat is er bereikt? • Vanwege andere prioriteiten is dit dossier getemporiseerd, waardoor niet alle resultaten zijn behaald. Om duurzaamheid steviger in de bedrijfsvoering in te bedden zijn geen concrete activiteiten uitgevoerd. We hebben dit jaar wel onze ambitie op het thema Circulariteit – 50% circulair in 2030 en volledig circulair in 2050 – concreter gemaakt: via een afstudeeropdracht ‘Grondstoffenanalyse’, hebben we de circulariteit van ons operationeel uniform, onze lichte elektrische voertuigen, de ICT-hardware en het bedrijfsafval in beeld gebracht. De resultaten van dit onderzoek worden in 2026 gepresenteerd en zo nodig ingebed in onze bedrijfsvoering. • Het accent van onze activiteiten ligt op het terugdringen van onze CO2-uitstoot, waarvoor jaarlijks een rapportage met de voortgang wordt opgesteld. We liggen nog op koers met het reduceren van onze CO2-uitstoot ten opzichte van referentiejaar 2022.

De schatting is dat we onze CO2uitstoot, met enkele procenten verkleind hebben. De cijfers om onze CO2-uitstoot te onderbouwen komen echter pas in het 2e kwartaal van 2026 beschikbaar. We hebben namelijk alle kleine brandstof dienstauto’s vervangen door een elektrische of hybride variant. • We volgen de landelijke ontwikkelingen en nemen actief deel in de werkgroepen binnen Brandweer Nederland op gebied van afval, elektrificeren voertuigen en terugdringen van primaire grondstoffen. Er wordt gewerkt aan een (financieel) voorstel om CO2 te reduceren door het inzetten van HV100-diesel, waarmee de doelstelling voor 2030 kan worden gerealiseerd. Bedrijfscontinuïteit van onze veiligheidsregio Wat was het plan? We hebben in 2025 beleidsuitgangspunten en definities vastgesteld voor het uitwerken van bedrijfscontinuïteitmanagement (BCM). We hebben inzicht in de bestaande plannen en beheermaatregelen van onze organisatie en hebben beschreven welke maatregelen nodig zijn voor het scenario van drie dagen stroomuitval in de regio. We hebben een tiental maatregelen geprioriteerd die in2025 worden geïmplementeerd, het zogenaamde ‘snelspoor’. En we ontwikkelen een duurzame werkwijze voor bedrijfscontinuïteit van de organisatie, het zogenaamde ‘borgspoor’.

Wat is er bereikt? • We hebben tien maatregelen geïmplementeerd voor het waarborgen van onze kritieke brandweer-, crisisbeheersings- en crisiscommunicatieprocessen voor een scenario van drie dagen stroomuitval in onze regio. • Het gaat onder meer om noodaggregaten en -verlichting voor alle kazernes, voorzieningen voor noodcommunicatie waaronder een convenant met Dutch Amateur Radio Emergency Service

Jaarstukken 2025

27

• •

(DARES), herziene afspraken met Omroep Brabant voor de functie van rampenzender, een campagne voor bewustwording en instructie van onze medewerkers, zorg voor medewerkers op onze locaties (fysiek en mentaal) en afspraken over leiding en coördinatie en operationele werkwijzen in plannen en instructies. De implementatie van deze maatregelen wordt afgerond begin 2026. Onder andere installaties zijn dan bedrijfszekerder gemaakt en basisafspraken met medewerkers en ketenpartners gemaakt. Voor de verdere borging van bedrijfscontinuïteit in onze organisatie hebben we strategische keuzes gemaakt en vervolgstappen bepaald voor 2026 en verder. We willen structurele borging van bedrijfscontinuïteit in onze reguliere processen. Op 2 september 2025 hebben we met onze gemeenten en partners een Netwerkbijeenkomst Bedrijfscontinuïteit georganiseerd. Deelnemers deelden ervaringen en inzichten met elkaar over verschillende aanpakken en hebben verkend hoe elkaar te versterken. Financiële uitdagingen

Wat was het plan? Het Algemeen Bestuur heeft in de zomer van 2024 de bestuurlijke commissie, die ook de eerdere takendiscussie heeft geleid, de opdracht gegeven om samen met de directie de gevolgen van de financiële uitdagingen te onderzoeken. Hiervoor worden twee onderzoeken uitgevoerd, namelijk het ontwikkelen van een masterplan brandweer en een onderzoek naar onze risicobeheersingstaken. Wat is er bereikt? Het Algemeen Bestuur heeft op 4 december 2025 de notitie financiële uitdagingen inclusief beslispunten vastgesteld. De uitkomsten van de uitgevoerde onderzoeken leiden niet tot harde bezuinigingsvoorstellen. Met andere woorden: er gaat geen geld terug naar gemeenten. Harde bezuinigingen vragen immers een ander profiel dan profiel 4, waarvoor het Algemeen Bestuur heeft gekozen. Een ander profiel heeft direct invloed op de paraatheid en het veiligheidsniveau in onze regio. We hebben een toekomstperspectief geschetst waarin brandweerzorg – zowel risicobeheersing als incidentbestrijding – effectief, efficiënt en betaalbaar wordt georganiseerd. De directie heeft daarbij op het niveau van takenpakket en ambities de verantwoordelijkheid én ruimte om te onderzoeken hoe zaken in de toekomst anders kunnen worden ingericht.

Doel is om door efficiency en effectiviteit financiële ruimte te creëren om bestaande uitdagingen, zoals Post Moerdijk Haven (€ 893k), binnen onze begroting op te vangen volgens het principe ‘nieuw voor oud’. Bij nieuwe structurele taken of wet- en stelselwijzigingen dienen aanvullende middelen (‘nieuwe taken, nieuwe knaken’) beschikbaar te worden gesteld. Deze afwegingen, inclusief benodigde financiering, worden expliciet voorgelegd aan het Algemeen Bestuur via de bestaande P&C cyclus of door afzonderlijke voorstellen.

Regulier werk & prestaties Bij deze pijler gaat het bijvoorbeeld om taken op het gebied van personeel en organisatie, financiën, communicatie, informatisering, informatieveiligheid, juridische zaken en privacy. Vanuit ons meerjarenprogramma ‘Samen Vitaal’ hebben we bijvoorbeeld blijvend aandacht voor fysieke, mentale, sociale en zingevingaspecten van medewerkers. We verplaatsen onze aandacht steeds meer van het voorkomen van ziekte en uitval (zowel fysiek als psychisch) naar het bevorderen van gezondheid en welbevinden. In 2025 is besloten om het bedrijfsmaatschappelijk werk/eerste lijns-

Jaarstukken 2025

28

opvang intern in te vullen. Daarmee maken we de (psycho)sociale hulp zo laagdrempelig mogelijk voor onze collega’s. In de onderstaande tabel tonen we prestatie-indicatoren en kengetallen.

Personeel en organisatie

Strategie en ontwikkeling

Realisatie 2024

Begroting 2025

Realisatie 2025

Ziekteverzuim (organisatie)

4,4%

4,5%

5,2%

Opleidingsbudget (% realisatie van het budget)

85%

100%

96%

% van de beroeps brandweermensen die in 2026 uitstromen is gestart met tweede loopbaanbeleid.

100%

100%

100%

26

-

55

-

4

Aantal Woo, informatie- en zienswijzeverzoeken Aantal Woo-verzoeken1 % Woo-verzoeken afgedaan binnen wettelijke termijn

92%

100%

100%

Aantal Woo-verzoeken afgedaan binnen primaire beslistermijn

24

-

2

Aantal Woo-verzoeken afgedaan binnen primair beslistermijn + wettelijke verdaging

2

-

2

Aantal Woo-zienswijzen

22

-

6

-

45

Aantal informatieverzoeken Aantal bezwaarschriften

11

-

5

Aantal raadsvragen

3

-

20

100%

100%

100%

% raadsvragen binnen week beantwoord Informatisering

Aantal hacks (major storing)

Communicatie1

Volgers YouTube brw

26.100

25.500

25.633

Volgers Facebook brw

9.160

8.850

11.818

Volgers Instagram brw

5.846

5.350

6823

Volgers Facebook vrmwb

5.817

5.600

6083

Volgers LinkedIn vrmwb

7.155

6.450

8112

Volgers Twitter vrmwb

15.761

16.100

15.134

Inkoop

Realiseren inkoopplan

85%

80%

78%

Duurzaamheid

CO-2 reductie ten opzichte van referentiejaar 2022

-

50%

49%2

Jaarstukken 2025

29

1 Op het eerste gezicht lijkt het alsof we weinig Woo‑verzoeken krijgen, maar de verzoeken die binnenkomen zijn vaak groot

en ingewikkeld. Daardoor kosten ze veel tijd om goed uit te zoeken en af te stemmen. Eén Woo‑verzoek heeft ons afgelopen jaar ongeveer 100 uur werk gekost. Daarnaast ontvangen we steeds meer informatieverzoeken, bijvoorbeeld van verzekeraars die gegevens over branden nodig hebben. Het afgelopen jaar kregen we gemiddeld één zo’n verzoek per week, wat een duidelijke stijging is ten opzichte van vorig jaar. Met ingang van dit jaar presenteren we Woo-verzoeken, Woo-zienswijzen en informatieverzoeken apart. 2 Dit is een schatting op basis van de reductie behaald in 2023 en 2024. Omdat de cijfers uit facturen gehaald moet worden

die pas voorjaar of zomer 2026 beschikbaar komen kan de werkelijke reductie hier nog niet gegeven worden.

Wat zijn de kosten? Begroting na wijziging

Overhead: Wendbare en duurzame organisatie (bedragen x € 1.000) Advies en uitbesteding Facilitaire kosten Investeringen en kapitaallasten Lonen en salarissen Mutaties reserves en voorzieningen Opleiden en oefenen Overig Kosten Gemene Rekening Gerealiseerde Resultaat

Lasten € € € € € € € € €

3.981 1.973 376 11.769 62 202 1.050 261 19.673

Rekening

Baten € € € € € € € € €

-170 -22 -225 -417

Lasten € € € € € € € € €

3.630 2.113 361 11.819 167 233 1.144 265 19.732

Baten € € € € € € € € €

Begroting na wijziging Algemene dekkingsmiddelen (bedragen x € 1.000) Gemeentelijke- en Rijksbijdragen Overig Gerealiseerde Resultaat

Lasten € € €

- € 766 € 766 €

Baten -93.472 € -766 € -94.237 €

Mutaties reserves en voorzieningen Gerealiseerde Resultaat

2.6

€ €

-215 -26 -236 -476

Lasten € € € € € € € € €

351 -141 15 -51 -105 -31 -94 -4 -59

Baten € € € € € € € € €

Rekening Lasten

Baten

- € 748 € 748 €

Begroting na wijziging Toevoeging en Onttrekking Reserves (bedragen x € 1.000)

Verschil (begroting -/- rekening)

-93.477 € -748 € -94.225 €

44 4 11 59

Totaal € € € € € € € € €

351 -141 15 -6 -101 -31 -83 -4 -0

Verschil (begroting -/- rekening) Lasten - € 18 € 18 €

Rekening

Baten 5 € -18 € -12 €

Totaal 5 0 5

Verschil (begroting -/- rekening)

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Totaal

1.377 € 1.377 €

-1.076 € -1.076 €

1.519 € 1.519 €

-751 € -751 €

-142 € -142 €

-325 € -325 €

-467 -467

Inzet langdurige crisis: opvang ontheemden

Ter ondersteuning van gemeenten is een regionaal projectteam Opvang Vluchtelingen actief dat onder andere zorgt voor de informatiedeling tussen het Rijk en gemeenten faciliteert bij de totstandkoming van opvanglocaties en fungeert als de schakel tussen het Rijk en de gemeenten voor de plaatsing van Oekraïense vluchtelingen. We openen zelf geen locaties en sluiten geen contracten af ten behoeve van de locaties. De kosten voor het projectteam en de ondersteuning drukken niet op ons resultaat, de kosten zijn ook voor 2025 declarabel bij het ministerie van J&V via de ‘Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne door regionale openbare lichamen’. Oekraïense vluchtelingen Vanaf 1 januari 2024 is de Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne door Regionale openbare lichamen van kracht. De regeling voorziet in de vergoeding van de kosten die worden gemaakt door de veiligheidsregio’s, gemeenten en de GGD-en/GHOR voor de coördinerende werkzaamheden en de eerste opvang van Oekraïense vluchtelingen in de regio. Veiligheidsregio's zijn aangewezen als loket voor de aanvraag van een incidentele bijdrage bij het Rijk. Deze regeling loopt

Jaarstukken 2025

30

congruent aan de bijzondere status van ontheemden uit Oekraïne, deze status eindigt op 4 maart 2027 hetgeen betekent dat de bekostigingsregeling dezelfde einddatum heeft. De landelijke opgave is bijgesteld van 120.000 (per 1-1-2025) naar 109.000 per 1 juli 2025. Voor onze regio betekent dat een totaal van 5.756 plekken, de verdeling is als volgt: • Markiezaten: 1.296 plekken • De Baronie: 1.933 plekken • Hart van Brabant: 2.246 plekken Van de 5.756 plekken zijn er 5.475 gerealiseerd (95,1%). De declarabele kosten voor 2025 betreffen € 255k voor kosten VRMWB en € 212k voor de uren van de drie district secretarissen (loopt via de balans). Per saldo levert dit geen financieel resultaat op. In november 2025 is voor de extra kosten 2023 als gevolg van de regie, coördinatie en eerste opvang van Oekraïense vluchtelingen de definitieve beschikking ontvangen van het Ministerie J&V. Hiermee is het project over 2023 budgetneutraal afgewikkeld. De kostenspecificatie VRMWB van de opvang ontheemden Oekraïne in 2025:

Crisisnoodopvang Het Algemeen Bestuur besloot dat het projectteam alleen een ondersteunende en coachende rol heeft, maar wel stand-by moet staan om spoedverzoeken tot het openen van crisisnoodopvang asielzoekers op te vangen. Het Algemeen Bestuur besloot eerder al dat het projectteam alleen een ondersteunende en coachende rol heeft. Het moet echter wel stand-by staan om spoedverzoeken tot het openen van crisisnoodopvang (CNO) asielzoekers op te vangen. De inzet mag niet leiden tot financiële consequenties voor VRMWB. De provinciale bijdrage binnen de Spreidingswet bedraagt over de gehele provincie 14.689 opvangplekken. Het totaal aantal toegezegde opvangplekken bedraagt 13.478 opvangplekken. Binnen onze regio gaat het dan om de volgende aantallen: • Markiezaten 1.524 opvangplekken • De Baronie 2.370 opvangplekken • Hart voor Brabant 2.373 opvangplekken

Jaarstukken 2025

31

In december 2025 zijn de voorbereidingen begonnen voor het inrichten van een acute noodopvanglocatie in de gemeente Roosendaal voor maximaal 100 bewoners. De groep bestaat met name uit gezinnen met kinderen (nareizigers). Daarnaast zijn er nog meer CNO-locaties in diverse gemeenten, maar daar heeft het projectteam alleen een coachende rol gespeeld. De totale kosten voor VRMWB in 2025 bedragen € 0. We hebben dan ook geen kosten rechtstreeks gedeclareerd bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA).

2.7

Extra BDuR CB/IP: versterking crisisbeheersing en informatiepositie

Financiële vertaling van het regionale bestedingsplan tot en met 2025. BDuR-versterkingsgelden Crisisbeheersing en informatiepositie (bedragen x € 1.000) Tranche

Toegekend bedrag

Besteding in begrotingsjaar

Incidentele onderbesteding

Invulling incidentele onderbesteding

Mutatie reserve BDuR CB/IP

Stand reserve BDuR CB/IP per 31-12

2023

€ 1.879

€ 1.256

€ 623

€ 231

€ 392

€ 392

2024

€ 2.333

€ 2.041

€ 291

€ 183

€ 108

€ 500

2025

€ 3.023

€ 2.418

€ 605

€ 605

€ 1.105

In 2025 ontvingen we tranche 3 van de extra BDuR-gelden versterking CB/IP van in totaal € 3,02 miljoen. Op basis van het bestedingsplan 2025 zijn deze gelden grotendeels ingezet op de versterking van formatie ten behoeve van de crisisbeheersing en informatiepositie. Het accent van deze extra formatie lag op het versterken van de weerbaarheid en onze operationele voorbereiding en planvorming, waaronder de planvorming op de bedrijfscontinuïteit van onze crisisorganisatie. Hier hebben we met deze extra middelen een versnelling op bereikt. Een deel van de extra gelden voor 2025 was in de begroting al gereserveerd vanwege de onzekerheden rondom de 10% korting op de totale BDuR-gelden (€ 1,5 miljoen). Er zijn geen structurele verplichtingen aangegaan doordat formatieplaatsen uit het bestedingsplan 2025 niet zijn ingevuld. Door in 2025 ontstane en later ingevulde vacatureruimte én minder uitgaven voor de bovenregionale ontwikkelingen ontstaat een extra incidentele onderbesteding van € 397k. Per saldo staat hier een storting tegenover in de reserve BDuR CB/ IP van € 605k. Inmiddels is duidelijk dat de korting vanaf 2027 grotendeels wordt gecompenseerd. De reserve BDuR CB/IP wordt in 2026 voor een groot deel ingezet ter compensatie van BDuR-korting.

Jaarstukken 2025

32

3.

Paragrafen

In dit hoofdstuk komen de paragrafen aan bod. Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten kent de volgende paragrafen: • • • • • • • •

Lokale heffingen Bedrijfsvoering Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Financiering Onderhoud kapitaalgoederen Verbonden partijen Grondbeleid Openbaarheid

De paragrafen Lokale heffingen en Grondbeleid zijn voor ons niet van toepassing. Naast het BBV schrijft ook de Wet open overheid (Woo) een verplichte paragraaf voor. Naast de verplichte onderdelen vanuit de BBV wordt ook ingegaan op de activiteiten in het kader van informatieveiligheid en privacy. Hieronder geven we een stand van zaken op bovenstaande onderwerpen.

3.1

Bedrijfsvoering

Personeel Formatie en bezetting In onderstaand overzicht is onze formatie opgenomen. De realisatie heeft betrekking op de stand van zaken per eind 2025 en betreft de medewerkers met een aanstelling. De brandweervrijwilligers zijn uitgezonderd van het FTE-overzicht en apart verantwoord in deze paragraaf. De bezetting is eind 2025 616,09 fte waarbij er sprake is van een kleine overbezetting ten opzichte van de formatie van 613,16. Deze overbezetting is van tijdelijke aard omdat de formatie in 2026 wordt bijgesteld. Formatie en bezetting eind 2025 158,76 160,99 135,03 134,2 116,66 116,39

113,44 113,14

78,44

10,83

Baronie

Jaarstukken 2025

80,87

10,5

Directie

Hart van Brabant

Markiezaten

Formatie in fte

Bezetting in fte

RB/CB

Strategie & Bedrijfsvoering

33

Inhuur op formatie In 2025 zijn er 13 externe medewerkers ingehuurd voor posities binnen de bestaande formatie. Dit is veelal inhuur om vacatures tijdelijk op te vullen totdat er een vaste medewerker gevonden is. Dit komt vooral voor bij functiegroepen waarvan de arbeidsmarkt krap is. Daarnaast wordt externe inhuur ingezet wanneer vaste medewerkers gedurende een langere periode afwezig zijn en de continuïteit van het werk gewaarborgd moet blijven. Dit kan onder andere het geval zijn bij langdurige ziekte, zwangerschapsverlof of het opnemen van ouderschapsverlof. Inhuur buiten formatie In 2025 zijn in totaal 37 externe specialisten ingehuurd ter ondersteuning van diverse taakvelden binnen de organisatie. Het betreft onder meer expertise op het gebied van centralisten OCB, assurantiën, functioneel beheer, informatisering en advisering inzake risicobeheersing. Daarnaast is aanvullende externe capaciteit ingezet voor de domeinen informatieveiligheid, bedrijfscontinuïteit en voor de coördinatie van de opvang van vluchtelingen. Inhuur Inhuur buiten formatie Inhuur op formatie Eindtotaal

Begroting 2025 na wijziging Rekening 2025 € 1.395 € € 237 € € 1.632 €

Verschil 1.367 € 198 € 1.565 €

28 38 66

Ziekteverzuim In 2025 komt het ziekteverzuimpercentage op 5,2%, wat een stijging is ten opzichte van 2024 (4,36%). Ondanks deze toename blijft het verzuim binnen onze organisatie onder het landelijke verzuimcijfer voor de sector Overheid van 6,3%. De stijging van het verzuim wordt met name veroorzaakt door een stijging van het langdurig verzuim. Het langdurige verzuim bij de 24-uurs en dagdiensten leidt tot meer overwerk en inhuur om de diensten te vullen. De onderliggende oorzaken van deze langdurige verzuimcasussen zijn divers. Met sociaal- en medisch overleg in samenwerking met de arbodienst en inzet van het bedrijfszorgpakket wordt er actief gestuurd om het langdurig verzuim te verminderen. Het verzuimbeeld wordt ook gekenmerkt door een relatief lage verzuimfrequentie: medewerkers melden zich relatief weinig ziek. De langdurige uitval heeft impact op het totaalpercentage. Naast de aandacht voor specifieke casuïstiek wordt er ook in algemene zin aandacht besteed aan duurzame inzetbaarheid in het programma Samen Vitaal. Daarbij ligt de focus op het tijdig signaleren van knelpunten, het versterken van preventieve maatregelen en het wegnemen van onderliggende oorzaken om duurzame inzetbaarheid te bevorderen. Vrijwilligers Per eind 2025 hebben we 1.352 vrijwilligers, wat iets hoger is dan de vastgestelde formatie van 1.334.

Op lokaal niveau zijn er verschillen tussen posten in (onder)bezetting. Daarnaast is er met deze bezetting al geanticipeerd op de uitstroom van een aantal vrijwilligers per 1 januari 2026.

Jaarstukken 2025

34

Vrijwilligers eind 2025 479

474

459 432

428 414

Baronie

Hart van Brabant Bezetting

Markiezaten

Formatie

Het thema vrijwilligheid is één van onze speerpunten. Het vinden en binden van vrijwilligers krijgt nadrukkelijk aandacht om voldoende instroom voor de toekomst te kunnen garanderen. Met name vanwege de relatief hoge leeftijdsopbouw van het vrijwilligersbestand. Voor brandweerposten met vacatures worden doorlopend wervingsprocessen opgestart.

Rechtmatigheid Audit en interne controle Een goede administratieve organisatie en interne beheersing zijn belangrijke randvoorwaarden om betrouwbare cijfers te rapporteren en rechtmatig te handelen. Door middel van interne controles en audits wordt periodiek vastgesteld of interne procedures en afspraken zijn nageleefd en te rapporteren cijfers betrouwbaar zijn. Het gaat hierbij niet alleen om financiële cijfers. De afdeling Concerncontrol is onafhankelijk van de lijnorganisatie gepositioneerd en voert audits, interne controles, evaluaties, onderzoeken en analyses uit om vast te stellen of interne procedures en afspraken nageleefd worden. Het uitvoeren van de (verbijzonderde) interne controles is een noodzakelijk instrument voor het in control zijn van onze organisatie en het doel is het vaststellen van de juistheid, volledigheid en de rechtmatigheid van de in de financiële administratie verantwoorde opbrengsten en uitgaven. Het Dagelijks Bestuur stelde op 20 november een intern controleplan voor de interne controle 2025 vast. De (fraude-)risicoanalyse maakt hier onderdeel van uit. Hiermee boden we een gestructureerde basis voor de rechtmatigheidsverantwoording. Rechtmatigheidsverantwoording De rechtmatigheidsverantwoording gaat over de naleving van de regels die relevant zijn voor de financiële processen van VRMWB.

Bijvoorbeeld naleving van wet- en regelgeving en aanbestedingsregels maar ook over misbruik of oneigenlijk gebruik van overheidsmiddelen of over lasten waarvoor geen dekking is opgenomen in de begroting of overige afwijkingen op de vastgestelde begroting (begrotingsonrechtmatigheid). Het kader van de (financiële) rechtmatigheidsverantwoording bestaat uit de volgende criteria: 1. Het begrotingscriterium

Jaarstukken 2025

35

2. Het voorwaardencriterium 3. Misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsmiddelen (M&O) Bovenstaande criteria komen expliciet tot uitdrukking in de rechtmatigheidsverantwoording. Deze criteria worden ondervangen door de (verbijzonderde) interne controles, de frauderisico analyse en de analyse begrotingsrechtmatigheid. De afdeling Concerncontrol zorgt voor de uitvoering van deze werkzaamheden in samenwerking met de organisatieonderdelen. De onderbouwing van de verantwoording gebeurt door het adequaat inregelen van de interne organisatie en het uitvoeren van interne controles die vastgesteld zijn in het intern controleplan 2025. Ook worden analyses en voortgezette controles uitgevoerd op onderwerpen die hier aanleiding toe geven. De uitkomsten van deze controles leiden tot een verslag van bevindingen over de vraag of de inrichting van het financiële beheer en van de financiële organisatie een rechtmatige verantwoording mogelijk maken. Het Dagelijks Bestuur geeft de rechtmatigheidsverantwoording af en neemt deze op in de jaarrekening. De accountant geeft een controleverklaring af met alleen een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening. In 2025 zijn alle belangrijke activiteiten afgerond en dat heeft geleid tot het onderbouwd afgeven van een rechtmatigheidsverantwoording door het Dagelijks Bestuur.

Op 4 december 2025 is door het Algemeen Bestuur het controleprotocol en normenkader voor de accountantscontrole vastgesteld. Ook heeft het Algemeen Bestuur de financiële verordening op 4 december 2025 vastgesteld. In artikel 25 van de Financiële Verordening is aangegeven dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: • Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren; • Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling; • Het Algemeen Bestuur is geïnformeerd over de overschrijding en/of onderschrijding, er is echter geen begrotingswijziging vastgesteld; • Er is tijdig een voorstel ingediend om de begroting te wijzigen; • De overschrijding en/of onderschrijding past binnen het door het Algemeen Bestuur geaccordeerde beleid.

Daarnaast is in artikel 25 het volgende aangegeven: • Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van het Algemeen Bestuur, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering; • Voor afwijkingen van de begroting als gevolg van overschrijdingen van baten en/of onderschrijdingen van lasten, investeringen en baten die ontstaan na de laatste tussenrapportage en 31 december wordt het melden en verantwoorden in de jaarrekening als tijdig geduid.

Jaarstukken 2025

36

De rechtmatigheidsverantwoording hanteert een grensbedrag (de verantwoordingsgrens), omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze verantwoordingsgrens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten, exclusief toevoegingen aan de reserves, en is daarmee vastgesteld op € 2.052.408. De rapporteringsgrens bedraagt € 50.000. Conclusie rechtmatigheid Het Dagelijks Bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen, binnen de daarvoor gestelde verantwoordingsgrens van 2% (€ 2.052.408) van de totale lasten, exclusief toevoegingen aan de reserves. De verantwoording geeft het Dagelijks Bestuur in de vorm van een verklaring bij de jaarrekening, te vinden onder paragraaf 4.12. In 2025 is voor een bedrag van € 1.142.881 aan financiële onrechtmatigheid geconstateerd, waarvan € 1.034.453 op basis van artikel 25 van de financiële verordening als acceptabel kan worden aangemerkt. In totaal is een bedrag van € 108.428 niet acceptabel. De onrechtmatigheden die niet acceptabel zijn en boven de rapportagegrens komen betreffen: € 108.428 ten onrechte niet Europees aanbesteed (voorwaardencriterium). Begrotingscriterium Bij de rechtmatigheidscontrole vormt het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium.

Alle lasten (exclusief de toevoegingen aan de reserves) vormen de basis waarop de verantwoordingsgrens wordt bepaald. De verantwoordingsgrens is 2% van die lasten. Bij het begrotingscriterium wordt gekeken naar alle afwijkingen ten opzichte van de laatste gewijzigde begroting op het autorisatieniveau van het Algemeen Bestuur. In de begroting zijn de bedragen voor de lasten en baten vermeld die door het Algemeen Bestuur zijn vastgesteld. Als blijkt dat de gerealiseerde bedragen hoger of lager zijn dan de, ook na de laatste begrotingswijziging, geraamde bedragen dan is er sprake van een afwijking op de begroting (begrotingsonrechtmatigheid) aangezien deze baten en lasten buiten het budgetrecht van het Algemeen Bestuur tot stand zijn gekomen. Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten altijd onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Van deze onrechtmatigheden wordt vastgesteld welke begrotingsonrechtmatigheden passen binnen het door het Algemeen Bestuur vastgestelde beleid, deze overschrijdingen zijn acceptabel.

Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze in de aard niet onrechtmatig zijn en pas onrechtmatig worden indien ze niet tijdig aan het Algemeen Bestuur zijn gemeld. Hierbij gelden de spelregels conform artikel 25 van de Financiële Verordening VRMWB en het Controleprotocol 2025 (afwegingskader). Analyse begrotingsrechtmatigheid In het Algemeen Bestuur van 4 december 2025 is door middel van de slotwijziging een nieuwe begroting vastgesteld door het Algemeen Bestuur. In deze begroting waren de kolommen van ‘baten en lasten’ bij de salderingen om gedraaid. Dit is vastgelegd in het AB-verslag van 4 december. De consequentie hiervan is ook dat het aangegeven totale begrotingsbedrag dat vermeld is in de slotwijziging met een totaal van € 103.711.831 niet correct is en in de financiële administratie €102.980.229 bedraagt.

Jaarstukken 2025

37

Deze gehele jaarrekening is verantwoord op het begrote bedrag van € 102.980.229. Ook voor de rechtmatigheidsverantwoording is uitgegaan van dit bedrag. De begrotingsrechtmatigheid heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting: Exploitatie

De totale lasten voor de berekening van de verantwoordingsgrens van 102.620.398 is exclusief onttrekking en toevoegingen reserves.

Voor de rechtmatigheid zijn alle overschrijdingen en onderschrijdingen op baten, lasten en investeringskredieten geanalyseerd overeenkomstig door het Algemeen Bestuur vastgestelde financiële verordening. Overschrijding lasten Bij een aantal programmaonderdelen is sprake van een overschrijding op de begroting. Overschrijding op lasten is altijd onrechtmatig. De overschrijding kan acceptabel zijn op basis van vastgestelde afspraken tussen het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur die vastgesteld zijn in de Financiële Verordening. De overschrijding van de lasten op de begroting bedraagt € 1.034.453 en wordt veroorzaakt door overschrijding op de lasten van overhead (€ 59.149) en veiligheid (€ 975.304). Deze overschrijdingen zijn onrechtmatigheid. De totale onrechtmatigheid op de begroting bedraagt € 1.034.453. Deze onrechtmatigheden zijn acceptabel. Hieronder wordt een nadere toelichting gegeven op deze twee programma onderdelen. Programma Veiligheid De afwijking binnen dit programma wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een extra storting in de voorziening spaarverlof. Op basis van de actuele berekeningen is een toevoeging aan de voorziening spaarverlof in 2025 noodzakelijk. Dit vormt een niet geraamd nadeel bij de jaarrekening 2025.

De overschrijding op het programma Veiligheid wordt gedeeltelijk veroorzaakt door een extra storting van € 421.000 in de voorziening spaarverlof op dit programma onderdeel.

Jaarstukken 2025

38

Daarnaast is er een overschrijding op de lasten van vrijwilligers € 228.000. Dit wordt veroorzaakt doordat de prognose van de loonkosten vrijwilligers in een tussentijdse rapportage naar beneden is bijgesteld, op basis van de actuele realisatie op dat moment en een doorkijk naar eind 2025 op basis van de werkelijke kosten in 2024. Uiteindelijk is de realisatie per eind 2025 hoger uitgevallen dan op dat moment werd voorzien, onder andere door instroom van nieuwe medewerkers. Daarnaast wordt een deel van het nadeel veroorzaakt door de nieuwe CAO. Op de kosten voor het onderhoud voertuigen hebben we een nadeel van € 209.000. Het nadeel zit met name op hogere onderhoudskosten op grote voertuigen en onderhoud van bepakkingen. Over deze afwijkingen wordt het Algemeen Bestuur in deze jaarrekening geïnformeerd in paragraaf 4.7 (verschillen analyse baten en lasten). Op grond van artikel 25 Financiële Verordening is de afwijking op Programma Veiligheid acceptabel. Overhead De afwijking binnen dit programma wordt eveneens veroorzaakt door een extra storting in de voorziening spaarverlof € 105.000. Door onderschrijding op andere kostencategorieën is de overschrijding op het onderdeel overhead in totaal per saldo € 59.000. Over deze afwijkingen wordt het Algemeen Bestuur in deze jaarrekening geïnformeerd in paragraaf 4.7 (verschillen analyse baten en lasten).

Op grond van artikel 25 Financiële Verordening is de afwijking op de lasten Overhead acceptabel. Beheersmaatregelen In eerdere jaren ontstonden nadat in september de bestuursrapportage met prognoses aan het Algemeen Bestuur was gestuurd nog begrotingsafwijkingen. In 2025 is onderzocht wat de mogelijkheden waren om deze begrotingsafwijkingen te voorkomen. Na deze bestuursrapportage konden zich namelijk nog ontwikkelingen voordoen waardoor kosten hoger of lager uitvielen. Dit leidde tot afwijkingen op de begroting omdat de VRMWB na de bestuursrapportage geen begrotingswijziging en geen andere tussentijdse rapportage meer maakte. Om die reden is ervoor gekozen om met ingang van 2025 te werken met een slotwijziging. Nieuw in 2025 is, volgens de planning en control cyclus van de VRMWB, dat het Algemeen Bestuur door middel van een slotwijziging in december de laatste begrotingswijziging heeft vastgesteld. Dit was het eerste jaar dat we gewerkt hebben met een slotwijziging en we constateren dat begrotingsafwijkingen hiermee nog onvoldoende zijn voorkomen. We kijken in 2026 waar dit aan ligt en halen hieruit verbeterpunten voor komend jaar. (2) Voorwaardencriterium Onrechtmatigheid op inkopen Op basis van de uitgevoerde controle op inkopen worden geen grote onrechtmatigheden geconstateerd. In totaal wordt € 108.428 op inkopen als onrechtmatig verantwoord.

Er is in 2025 één onrechtmatigheid geconstateerd: dit betreft Nassau Door met een bedrag van € 108.428. Het contract loopt sinds 2021 en betreft het onderhoud van de roldeuren van de kazernes. Dit oorspronkelijke contract gaat over alleen het onderhoud, zoals olie smeren en kleine

Jaarstukken 2025

39

vervangingen maar inmiddels wordt ook het grotere onderhoud en reparaties van schades door dit bedrijf uitgevoerd. Schades zijn onvoorzien en horen niet onder dit contract hersteld te worden. Inmiddels is het huidige contract opgezegd en is de VRMWB gestart met een nieuwe aanbesteding. Overige bevindingen Uit de interne controles zijn geen bevindingen naar voren gekomen die aanleiding geven om deze nader toe te lichten. (3) Misbruik en oneigenlijk gebruik Het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van gelden en eigendommen bij financiële beheershandelingen. Het Dagelijks Bestuur zorgt voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen en eigendommen. Het voorkomen van onrechtmatig handelen en fraude heeft binnen de organisatie de aandacht. In de processen zijn beheersmaatregelen genomen om frauderisico’s te beperken. We hebben een overkoepelend M&O beleid ‘Beleid voorkomen Misbruik & Oneigenlijk gebruik (overheidsmiddelen) VRMWB’. In 2019 is beleid vastgesteld over het voorkomen van en handelen bij fraude, in 2025 is dit fraudebeleid geactualiseerd en vastgesteld door het Algemeen Bestuur. In 2025 is ook de frauderisicoanalyse uitgevoerd. Er zijn geen bijzonderheden geconstateerd.

Conform het fraudebeleid dient de Concerncontroller op de hoogte gebracht te worden als er fraude wordt geconstateerd. Er zijn geen fraudegevallen gemeld. Uit de frauderisico analyse blijken de grootste risico’s: de technische infrastructuur (informatie manipuleren, verminken of verwijderen of downloaden, virus en hacken), het geldverkeer en het menselijk handelen. Er zijn en worden veel acties uitgevoerd op de technische infrastructuur. Zowel op de systemen zelf als op de menselijke kant door middel van online (e-learningmodules) en fysieke bewustwordingstraining op informatiebeveiliging en privacy. Op het gebied van menselijk handelen, personeel-organisatie, technische infrastructuur, externe risico’s en geldverkeer blijft altijd een restrisico aanwezig waarbij het geldverkeer en het menselijk handelen de grootste risico’s blijven. In 2025 is een ritregistratiesysteem in gebruik genomen, Hierdoor is het risico op het frauderen door privégebruik van eigendommen van de VRMWB weer iets afgenomen. Op basis van de uitkomsten van de uitgevoerde interne controles en de fraude risicoanalyse zijn verder geen bevindingen naar voren gekomen. SiSa-verantwoording In 2025 zijn 3 regelingen opgenomen in de SiSa-verantwoording in de jaarrekening. Er zijn geen afwijkingen geconstateerd. De SiSa verantwoording zelf is in de jaarrekening opgenomen onder 4.11.

Jaarstukken 2025

40

Evaluatie van de kwaliteit van de interne beheersing We lijken meer in control dan voorgaande jaren. De accountant heeft in haar management letter 2025 geconstateerd dat de veiligheidsregio een hoog volwassenheidsniveau kent. De organisatie is goed in control: processen verlopen efficiënt en gestructureerd, interne beheersmaatregelen zijn van een hoog niveau en de financiële rapportages zijn betrouwbaar en transparant. Het financieel systeem uit 2024 is meer in controle, werkwijzen zijn duidelijker er is ook wat meer ruimte voor het oppakken van de interne controles dan in voorgaand jaar op de afdelingen Financiële Administratie en Inkoop. In 2025 is gestart met de implementatie van het nieuwe HR systeem waardoor hier meer tijd en focus heeft gezeten. Dit is zichtbaar in de soms verlate uitvoering van de Interne Controles op personeelslasten. Hieronder wordt een nadere toelichting gegeven op de kwaliteit van de interne beheersing en de leer- en verbeterpunten voor de toekomst. Algemeen In 2025 hebben we extra aandacht voor de processen gehad en hebben we een aantal financiële processen geactualiseerd en verder uitgewerkt zodat deze in lijn zijn met het gebruik van het nieuwe financiële systeem. Extra aandacht daarbij is gegaan naar het vastleggen van de benodigde interne controles op de werking van systemen en het inventariseren van risico's.

Deze risico's worden in 2026 nader besproken met de proceseigenaren. Het MT van de VRMWB wordt middels een notitie Overall bevindingen geïnformeerd over de belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen naar aanleiding van de interne controle met betrekking tot de financiële processen (rechtmatigheid) door Concerncontrol. Naast de uitkomsten van de interne controles worden ook kort de bevindingen vanuit overige onderzoeken, evaluaties, verbijzonderde interne controles en audits toegelicht (doelmatig- en doeltreffendheid). 1e lijncontroles De 1e lijncontroles zijn de in de systemen ingebouwde maatregelen en hier kan Concerncontrol op steunen. Om dit te bevestigen worden door de afdeling IT of door derden IT-audits uitgevoerd. 2e lijncontroles De Interne controles worden uitgevoerd door de 2e lijn binnen de organisatie, dit betreft de afdelingen die primair verantwoordelijk zijn voor het betreffende proces. In 2025 zijn interne controles geactualiseerd aan de nieuwe processen. De resultaten van de 2e lijncontroles zijn bruikbaar voor de toetsing van de rechtmatigheidsbeoordeling. De uitvoering van deze controles door de 2e lijn zijn in 2025, in vergelijking met 2024, beter uitgevoerd. Er kan nog wel verbetering plaatsvinden op de inhoudelijke beoordeling van sommige onderdelen van de interne controles en de opvolging van geconstateerde fouten of onduidelijkheden.

Deze verbetering is noodzakelijk, zodat beheersing van de nieuwe processen wordt verbeterd en Concerncontrol kan steunen op de uitkomsten van de interne controles en de constateringen kan gebruiken voor het bewaken van de voortgang en het opstellen van de rechtmatigheidsverklaring.

Jaarstukken 2025

41

3e lijncontroles Dit zijn de analyses van de uitkomsten uit de 1e en 2e lijncontroles en de overige controles en Verbijzonderde Controles (VIC) die Concerncontrol zelf uitvoert. Ook niet uitgevoerde 2e lijnscontroles worden gedeeltelijk door Concerncontrol zelf via overige controles ondervangen. Het kost de afdeling Concerncontrol veel tijd om controles te analyseren of zelf uit te voeren als de 2e lijn te laat of niet oplevert. Dat heeft te maken met de capaciteit binnen de 2e lijn die op enig moment andere zaken prioriteert of moet prioriteren. Bevindingen vanuit interne controles zijn gedeeld met de proceseigenaren en waar nodig zijn aanbevelingen gedaan voor verbeteringen van het proces en adviezen gegeven voor herstelacties. Deze worden geïmplementeerd en zorgen voor verbetering op het gebied van de interne controle of de efficiency van processen in komende periodes.

Informatieveiligheid en privacy Algemeen Begin 2025 is het strategisch beleid informatiebeveiliging en privacy voorgelegd en vastgesteld door het bestuur. Vanuit informatiebeveiliging en privacy (IB&P) is verder gewerkt aan het opstellen van beleid en procedures. Het strategisch beleid is verder uitgewerkt in de uitvoeringsregeling IB&P, wat in 2025 is vastgesteld door het MT. Het hele jaar door zijn er diverse bewustwordingsactiviteiten uitgevoerd, zoals de cyber escaperoom en de phishing-testen. Daarnaast is de onboardingstraining Informatiebeveiliging en Privacy van start gegaan. Deze training is bedoeld voor nieuwe medewerkers, maar ook vaste medewerkers kunnen zich aanmelden. De ontvangen feedback is zeer positief. De training vormt een waardevolle aanvulling op de doorlopende e-learning Arda. In 2025 vonden regelmatig overleggen plaats tussen de Chief Information Officer (CIO) en de directie, ondersteund door rapportages over informatiebeveiliging en privacy. We hebben een Governance, Risk en Compliance (GRC-)tool aangeschaft om het risicomanagement op deze gebieden te verbeteren. De implementatie vindt plaats in 2026. Informatiebeveiliging In 2025 is verdere uitvoering gegeven aan de ingezette professionalisering van de informatiebeveiliging.

De in 2024 vastgestelde verbeterpunten, voortvloeiend uit het volwassenheidsonderzoek en de gap-analyse ten opzichte van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid 2 (BIO2), zijn vertaald naar concrete maatregelen. Daarbij lag de nadruk op het borgen van procedures en werkafspraken en op het verder inrichten en implementeren van een Information Security Management System (ISMS). Eind 2025 is gestart met een BIO-audit om te beoordelen in hoeverre de getroffen maatregelen hebben geleid tot aantoonbare verbeteringen. De resultaten van deze audit worden in het voorjaar van 2026 verwacht. Het Incident Responseplan (IRP) is actief toegepast en periodiek beoordeeld. Daarbij is aandacht besteed aan het trainen en bewust maken van betrokken functionarissen. In samenwerking met de externe cyberincident-responspartner is ervaring opgedaan met ondersteuning en herstel bij (gesimuleerde) cyberincidenten. Het ingerichte Security Operations Center (SOC) en Security Information & Event Management (SIEM) functioneren structureel als 24/7 bewaking van de ITomgeving en dragen bij aan het vroegtijdig signaleren en mitigeren van cyberdreigingen. Jaarstukken 2025

42

In het kader van de vitaalverklaring zijn binnen de veiligheidsregio drie processen als vitaal aangemerkt: 1. Inzet brandweer, 2. Crisiscoördinatie en besluitvorming, 3. Communicatie- en informatievoorziening voor hulpdiensten en crisispartners. Voor deze vitaal verklaarde processen wordt in gezamenlijkheid met het ministerie van Justitie en Veiligheid en andere betrokken partijen in 2026 een dreigingsanalyse uitgevoerd. De uitkomsten van deze analyse bieden inzicht in relevante dreigingen en risico’s en vormen de basis voor verdere aanscherping van beheersmaatregelen en continuïteitsvoorzieningen. Daarnaast is actief bijgedragen aan de landelijke ontwikkeling van het Cyberweerbaarheidsnetwerk (CWN), dat op termijn fungeert als schakelorganisatie en knooppunt voor cyberweerbaarheid binnen de veiligheidsregio’s. De landelijke ontwikkelingen rondom BIO-volwassenheid en sectorale risicobeelden blijven hierbij richtinggevend. In 2026 ligt de focus op het verder verhogen van de weerbaarheid van de vitaal verklaarde processen, het doorontwikkelen van het ISMS en het benutten van de samenwerking binnen het CWN. Privacy In 2025 zijn er in totaal 16 mogelijke datalekken geregistreerd. Sommige van deze meldingen betroffen gevallen waar de VRMWB niet als verwerkingsverantwoordelijke optrad.

Bij 7 datalekken is een melding gedaan aan de betrokken personen, ook wanneer dit wettelijk niet verplicht was. Er zijn geen verzoeken van betrokkenen ontvangen, zoals verzoeken tot inzage of verwijdering van gegevens. Totaal aantal meldingen

16 meldingen

Aantal datalekken veiligheidsregio

12 datalekken

Aantal datalekken gemeld aan de AP

0

Aantal datalekken gemeld aan de betrokkene(n)

7

Verzoeken rechten van betrokkenen

0

In 2025 is vastgesteld dat de bestaande structuur van het privacy team niet toereikend was, waardoor in het derde en vierde kwartaal externe privacy expertise werd ingehuurd. De interim privacy officers hebben pre-DPIA’s uitgevoerd binnen de afdeling Informatisering, een uitvoeringsregeling privacy opgesteld en diverse procedures ontwikkeld. Deze activiteiten vloeien voort uit de nulmeting ten aanzien van de AVG die in 2024 heeft plaatsgevonden. In 2026 wordt ingezet op verdere professionalisering van de privacy organisatie. Het verwerkingsregister wordt gefaseerd bijgewerkt en er wordt gestart met het uitvoeren van DPIA’s. Eind 2025 in een AI-project van start gegaan dat zich richt op twee sporen: pilots Copilot 365 en implementeren AI Act. In beide sporen is privacy actief geborgd zodat bij het toepassen van AI ook de bescherming van persoonsgegevens wordt gewaarborgd.

3.2

Openbaarheid (Wet open overheid)

We hebben verder gewerkt aan de implementatie van de Wet open overheid (Woo), die vanaf mei 2022 gefaseerd in werking is getreden. Het proces voor de behandeling van Woo-verzoeken is ingericht en in gebruik genomen. De overheid heeft in 2024 de actieve publicatieplicht verduidelijkt via 17 uitgewerkte categorieën. De eerste vier categorieën zijn op 1 november 2024 verplicht geworden en worden al automatisch via

Jaarstukken 2025

43

bestaande kanalen (Roo en overheid.nl) ontsloten naar de Woo-index. Omdat het landelijke platform PLOOI niet doorgaat, moeten overheidsorganisaties zelf een publicatieplatform inrichten en hun URL’s aanleveren aan de Woo-index. Daarvoor is in 2025 het platform Iprox-open ingericht, dat aan alle wettelijke en technische eisen voldoet en alle Woo-categorieën kan publiceren. De nieuwe categorieën zijn nog steeds niet verplicht geworden. De eerstvolgende tranche wordt medio 2026 verwacht. We kunnen daar dan direct aan voldoen, omdat alle systeem daarvoor zijn ingericht.

3.3

Financiering

Artikel 212 van de Gemeentewet vereist dat de uitgangspunten voor het financiële beleid en beheer en de inrichting van de financiële organisatie worden vastgelegd in een financiële verordening. Hierin is bepaald dat het Dagelijks Bestuur in ieder geval verslag doet van de volgende onderdelen: • • • • • • • •

De kasgeldlimiet De renterisiconorm De huidige liquiditeitspositie De liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte De rentevisie De rentekosten en -opbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie Renteschema 2025 EMU Saldo

Het wettelijke kader voor het financieringsbeleid is vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO). Het treasury beleid van de VRMWB ligt vast in het Treasurystatuut. De overheid stelt in de Wet FIDO specifieke regels ten aanzien van de structuur van de leningen van de decentrale overheid, om zo de gevoeligheid voor rentefluctuaties te beperken. We volgen de hieruit voortvloeiende wettelijke kaders voor het renterisicobeheer (kasgeldlimiet en renterisiconorm).

a. De kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt grenzen aan de omvang van de financiering door middel van kort vermogen (looptijd korter dan 1 jaar). Voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt de kasgeldlimiet 8,2% van de totale begrotingsomvang (totaal programmalasten + toevoeging reserves). Deze bedraagt in 2025 € 93,5 miljoen. We mochten in 2025 derhalve gemiddeld niet meer dan € 7,7 miljoen (8,2% van € 93,5 miljoen) aan kortlopende schulden aantrekken. Aan Gedeputeerde Staten dient gerapporteerd te worden als de kasgeldlimiet op twee opeenvolgende kwartalen wordt overschreden. Er zijn in 2025 geen nieuwe kasgeldleningen aangetrokken.

b. De renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel het renterisico bij herfinanciering te beperken. De jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen mogen wettelijk niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal, in 2025 niet meer dan € 18,7 miljoen (20% van € 93,5 miljoen). In 2025 heeft geen herziening plaatsgevonden van de rentepercentages van onze leningen en de aflossing op de leningen bedroeg € 5,3 miljoen. Hiermee blijven we ruim onder de renterisiconorm.

Jaarstukken 2025

44

Bedragen x 1.000

Realisatie 2024 Realisatie 2025

Renteherzieningen Betaalde aflossingen Renterisico Renterisiconorm (20%) Ruimte onder renterisiconorm

€ € € € €

€ 4.932 € 4.932 € 21.013 € 16.081 €

5.279 5.279 18.703 13.425

c. De huidige liquiditeitspositie De omvang van de vrij ter beschikking staande liquide middelen, inclusief middelen schatkist bankieren, is in 2025 afgenomen van € 5,4 miljoen per 1/1/2025 naar € 5,1 miljoen per 31/12/2025.

d. De liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte We hanteren een liquiditeitsplanning op basis van de investeringsplanning, aflossingsschema’s van de leningen en de meerjarenbegroting. Hierdoor kan de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de middellange termijn worden bepaald.

e. De rentevisie We hebben geen eigen beleid ontwikkeld op het gebied van renteontwikkelingen en volgen de huisbankier op het gebied van rentevisie.

f. De rentekosten en opbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie Lagere overheden zijn sinds eind 2013 verplicht om hun liquide middelen en beleggingen aan te houden in de schatkist van het Ministerie van Financiën. We houden de rekening-courant tegoeden en deposito’s aan bij het Ministerie van Financiën. Over het saldo wordt op dit moment 2,03% rente vergoed. De rentekosten van de langlopende leningen die onder onze leningenportefeuille vallen, bedragen over 2025 € 699k. De rentekosten van de kasgeldlening bedragen € 49k. Dit betreft de rente van de kasgeldlening die in december 2024 aangetrokken is en in februari 2025 is afgelost. De rentebaten van € 354k betreffen de ontvangen rente op rekening courant Schatkistbankieren.

Jaarstukken 2025

45

g. Renteschema Renteschema 2025 Bedragen x € 1.000 +/+ De externe rentelasten over de korte en lange financiering -/- De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten

€ €

748 354 €

394

-/- De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend € -/- De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet € worden toegerekend +/+ De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke € lening- voor is aangetrokken (= projectfinanciering), Aan taakvelden toe te rekenen externe rente € € +/+ Rente over eigen vermogen +/+ Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente -/- De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld Treasury

€ €

€

-

€

394

€

-

h. EMU-saldo 2025 Het EMU-saldo geeft het saldo van de inkomende en uitgaande geldstromen die hebben plaatsgevonden weer minus deelname aan bedrijven en inkomsten uit kredietverstrekking. Dit is de wijze waarop de landen in de Eurozone hun EMU-saldo berekenen en waarover ook begrotingsafspraken zijn gemaakt. Omschrijving (bedragen x 1.000)

2024

+/+ Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel € 17c)1.022 € -/- Mutatie (im)materiële vaste activa € -8.004 € +/+ Mutatie voorzieningen € 1.285 € -/- Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) € € -/- Boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële € 489 € vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa Berekend EMU-saldo € 9.822 €

2025 -277 2.828 422 424 -3.108

In 2024 is er minder geïnvesteerd waardoor het EMU-saldo positief uitpakt. Het negatieve EMU-saldo over 2025 geeft aan dat we in dat jaar meer uitgegeven hebben dan dat we hebben ontvangen. Hierdoor lijkt het alsof we niet in balans zijn. Dat komt doordat we voor onze boekhouding gebruik maken van het ‘stelsel van baten en lasten’. De uitgaven voor investeringen leiden bijvoorbeeld in één jaar tot een uitgave voor het EMU-saldo, maar voor onze eigen boekhouding leidt het in de exploitatie via de kapitaallasten tot meerjarige lasten.

3.4

Onderhoud kapitaalgoederen

In artikel 12 van het BBV wordt aangegeven wat de beleidskaders zijn voor het onderhoud van de kapitaalgoederen, de hieruit voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze consequenties in de begroting. We beschikken over een aanzienlijke omvang kapitaalgoederen. Met het onderhoud van de kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze kapitaalgoederen bestaan voor een groot deel uit voertuigen en materieel.

Jaarstukken 2025

46

Gebouwen Voor de kazernes zijn met de gemeenten afspraken gemaakt over het onderhoud van het gebruikersdeel. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van demarcatielijsten en meerjarige onderhoudsplannen (MJOP). Voor het groot onderhoud is een voorziening ingesteld voor het egaliseren van de in de tijd gespreide onderhoudskosten. Eind 2025 is er een conditiemeting uitgevoerd en de MJOP’s worden begin 2026 geactualiseerd. Onderstaand het verloop van de voorziening in 2025. Omschrijving (bedragen x 1.000) Voorziening onderhoud kazernes Totaal

31-12-2024 € €

3.405 € 3.405 €

Toevoeging Aanwending 842 € 842 €

878 € 878 €

Vrijval -

31-12-2025 € €

3.370 3.370

Materiaal, materieel en voertuigen We beschikken over een groot wagenpark. Bij de aanbesteding van deze voertuigen zijn deels onderhoudscontracten afgesloten voor een bepaalde periode. Het onderhoud van de overige voertuigen vindt plaats in eigen beheer. Ook worden de bepakkingswerkzaamheden grotendeels in eigen beheer uitgevoerd. Er is geen voorziening groot onderhoud ingesteld voor materieel, aangezien daar geen noodzaak toe is. De afgesloten contracten gelden als normering. Er is momenteel geen sprake van achterstallig onderhoud binnen ons wagenpark. Naast normeringen op materieel zijn er ook normeringen op materiaal.

In bovenstaand overzicht zijn alleen Voertuigen en Bepakking geselecteerd. Dit wijkt daarmee af ten opzichte van de hoofdkostencategorie Voertuigkosten waarin alle kostenplaatsen zijn opgenomen. De voertuigen zijn WA-verzekerd. Schades aan voertuigen zijn voor eigen rekening. Het saldo begroting -/- realisatie is in paragraaf 4.6 Overzicht lasten en baten: verschillenanalyse nader toegelicht.

Jaarstukken 2025

47

3.5

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het BBV verplicht decentrale overheden om inzicht te geven in hun weerstandsvermogen en risico’s, vastgelegd in een verplicht paragraaf in de begroting en de jaarstukken. Het doel is om onverwachte financiële tegenvallers te beperken en de continuïteit van de organisatie te waarborgen. Het biedt inzicht of de huidige financiële positie toereikend is om risico’s op te vangen, zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. In het BBV wordt in artikelen 9 en 26 gesteld dat in ieder geval in de begroting en de jaarrekening een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt opgenomen. In deze paragraaf worden ten minste opgenomen: • • • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/5185/documents/75348