CConstaterende datHalderberge
Koppel je AI →
Document · PDF

260625 TECHNISCHE VRAGEN SMV-BO (per 240626).pdf

Gemeenteraad 9 juli 2026, gemeente HalderbergeBij agendapunt: 0: N.A.V. COMMISSIE 25-06-202610.029 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Overzicht technische vragen commissie B&O/SM&V 25 juni 2026 (o.a. Zomernota) Zie HAL-net voor de actuele stand van zaken

NR.

VRAAG

Ag. 1 Opening -Ag. 2 Regionale samenwerking -Ag. 3 Actualisatie Integraal Huisvestingsplan opvang- en onderwijshuisvesting 1. De leerlingenprognoses van pronexus voor P.O. (basisonderwijs) zijn van januari 2019. De leerlingen die toen in groep 1 zaten, verlaten nu al het basisonderwijs. Echter deze cijfers zijn o.a. gebruikt voor flinke investeringen in de (nieuwbouw) van basisscholen. -Wat is de reden dat deze verouderde cijfers zijn gebruikt -en worden deze geactualiseerd voordat er daadwerkelijk de bouw in de markt wordt gezet? 2. De budgetten voor de 2 nieuw te bouwen scholen komen al ruim boven het drempelbedrag van de Europese aanbestedingen van de aanbestedingswet van 2012. -Gaat de gemeente Halderberge zelf de aanbestedingen uit voeren (met inkoopbureau Karel?) en zo nee, wat is dan de reden? -Indien de gemeente dit niet gaat zelf uitvoeren en de bouwheer dit gaat doen, gaat de gemeente Halderberge dan de aanbestedingswet dan doorleggen? -Wanneer vindt de raming van de opdrachtwaarde plaats, conform de aanbestedingswet, zodat de juiste inkoopprocedure kan worden gevolgd? 3. Er is een langere tijd tussen de budgettering en de daadwerkelijke aanbesteding van de 2 nieuw te bouwen scholen.

-Wordt kort vooraf de aanbesteding het benodigd budget opnieuw berekend? -Hoe wordt voorkomen dat er budget te kort is, zoals nu het geval was bij de Klinkert en basisschool uniek, waarbij €750.000,-- extra nodig was.?

FRACTIE

ANTWOORD

FVD

Voor de planvorming wordt niet uitgegaan van de prognoses uit 2019 maar van de in 2025 opgestelde leerlingenprognose en ruimtebehoefte voor het basisonderwijs. In 2027 wordt voordat de nieuwbouwprojecten in de markt worden gezet nieuwe prognoses opgesteld, zodat de capaciteit aansluit bij de meest recente inzichten.

FVD

De gemeente Halderberge voert de aanbestedingen niet zelf uit. In het primair onderwijs is het schoolbestuur de bouwheer en daarmee verantwoordelijk voor het volledige bouwproces, inclusief de aanbesteding. In dat geval geldt een doorlegverplichting op basis van de Aanbestedingswet. Alleen wanneer een schoolbestuur hier expliciet om verzoekt, kan de gemeente deze taak overnemen. De raming van de opdrachtwaarde en de daarbij behorende inkoopprocedure worden vastgesteld bij het opstellen van de businesscase.

FVD

Als onderdeel van de businesscase wordt een actuele raming opgesteld, zodat het benodigde budget aansluit op de meest recente marktontwikkelingen. Voor de stichtingskosten wordt aangesloten bij de kostenkengetallen van Ruimte‑OK. Deze kengetallen worden jaarlijks geïndexeerd en geven een marktconform beeld van de bouwkosten. Er wordt niet langer gewerkt met de normbedragen, die in het verleden onvoldoende aansloten op de stijgende bouwkosten

1

4.

Tijdens corona periode is er door het min. Van OCW € 340 mln voor ventilatie en luchtkwaliteit op scholen verstrekt. -Heeft de gemeente Halderberge hiervan gebruik gemaakt, voor welke scholen en wat is het bedrag per school?

FVD

Bij de vernieuwbouw van Markland Oudenbosch is gebruikgemaakt van de SUVIS‑regeling (Specifieke Uitkering Ventilatie In Scholen) en een uitkering van € 800.000 ontvangen.

5.

Wat is de werkelijke totale investering inclusief grond, sloop en infra?

LH

De totale investering, inclusief kosten voor grond, sloop en infrastructuur zijn nog niet uitgewerkt. In het IHP zijn alleen de stichtingskosten van het schoolgebouw bepaald.

6.

Hoe groot is het structurele te kort t.o.v. gemeentefonds op lange termijn?

LH

Het structurele tekort ten opzichte van de middelen uit het gemeentefonds voor onderwijshuisvesting op de lange termijn kan op dit moment niet worden vastgesteld.

7.

Wat is de bandbreedte (optimistisch vs. worst-case scenario)?

LH

De bandbreedte voor de onderwijshuisvesting kan op dit moment nog niet worden bepaald, omdat de totale investeringsopgave nog niet volledig is uitgewerkt. In een optimistisch scenario blijven de totale kosten dicht bij de huidige raming. In een minder gunstig scenario kunnen de kosten substantieel hoger uitvallen, bijvoorbeeld door bouwkostenstijgingen die boven de reguliere indexatie liggen.

8.

Wat gebeurt er bij stijgende bouwkosten?

LH

De stichtingskosten vallen dan hoger uit, omdat deze zijn afgeleid van de geïndexeerde kostenkengetallen van Ruimte‑OK. Deze kengetallen volgen de markt en bewegen dus mee met stijgende bouwkosten. Wanneer de kostenstijging substantieel is, kan dit leiden tot een heroverweging van de scope, de fasering of tot aanvullende besluitvorming door college en raad.

9.

Op basis waarvan is de 5% extra ruimte voor inclusief onderwijs bepaald?

LH

De 5% extra ruimte voor inclusief onderwijs is gebaseerd op een beleidsmatige inschatting van de aanvullende ruimtevraag die ontstaat wanneer scholen meer leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften binnen het reguliere onderwijs opvangen.

10.

Wat gebeurt er als scholen deze extra ruimte niet kunnen exploiteren?

LH

Bij het opstellen van het PvE vindt een toetsing van de benodigde ruimte plaats. Als het schoolbestuur deze ruimte desondanks niet kan exploiteren, wordt deze ingezet voor ondersteunende maatschappelijke functies. Wanneer er sprake is van structurele onderbenutting, kan de gemeente in overleg met het schoolbestuur bekijken of herbestemming of gedeeld gebruik mogelijk is.

11.

Hoe robuust zijn de leerlingenprognoses bij tegenvallende woningbouw?

LH

De robuustheid van de leerlingenprognoses bij tegenvallende woningbouw is momenteel beperkt, omdat deze prognoses afhankelijk zijn van de daadwerkelijke realisatie van nieuwbouwwoningen.

2

12.

Welke projecten lopen het grootste risico door netcongestie?

LH

De projecten binnen de onderwijshuisvesting lopen een beperkt risico door netcongestie. In de planvorming is een stelpost opgenomen voor mogelijke aansluitproblemen of noodzakelijke netverzwaring, waardoor eventuele knelpunten kunnen worden opgevangen.

13.

Is er een prioritering als budget niet toereikend is?

LH

Eerst worden de leerlingen gehuisvest. Dit is de primaire verantwoordelijkheid van de gemeente. Pas daarna komt de huisvesting van kinderopvang of andere maatschappelijke functies aan de orde, voor zover hiervoor ruimte en budget beschikbaar zijn.

14.

Wat zijn de gevolgen van vertraging (prijsstijgingen + tijdelijke LH huisvesting)?

Vertraging in onderwijshuisvesting leidt doorgaans tot hogere kosten door prijsstijgingen in de bouwsector.

15.

Hoe wordt gestuurd op spreiding vs. clustering van scholen?

LH

De sturing op spreiding versus clustering van scholen vindt plaats op basis van een combinatie van beleidsmatige, ruimtelijke en onderwijskundige afwegingen. Per kern en per project wordt beoordeeld welke variant het beste aansluit bij de onderwijsbehoefte, de ruimtelijke context en de gewenste lange‑termijnontwikkeling. Dit gebeurt altijd in overleg met de betrokken scholen en schoolbesturen.

16.

Wat betekent de kindcentrum-visie concreet per kern (ook voor kleine dorpen)? Is renovatie in alle gevallen echt goedkoper dan nieuwbouw (TCO-benadering)?

LH

Concreet betekent dit dat er in alle kernen kindcentra worden gerealiseerd.

LH

Soms is renovatie financieel voordeliger, terwijl in andere situaties nieuwbouw op de lange termijn leidt tot lagere kosten en een betere functionaliteit.

18.

Waarom wordt geen restwaarde meegenomen in businesscases?

LH

In de financiële verordening van de gemeente Halderberge is vastgelegd dat uit voorzichtigheidsoverwegingen de restwaarde van alle activa in principe op 0 wordt gewaardeerd. In lijn met dit uitgangspunt wordt de restwaarde van schoolgebouwen momenteel niet meegenomen. De verordening biedt ook voor de toekomst geen ruimte om een (circulaire) restwaarde op te nemen.

19.

Welke toekomstige woningbouwontwikkelingen zijn verwerkt in de prognoses? Welke bevolkingsgroei per kern ligt ten grondslag aan de leerlingenprognoses?

VVD

Alle vastgestelde woningbouwontwikkelingen tot 2025 zijn meegenomen.

VVD

De leerlingenprognoses zijn gebaseerd op de verwachte bevolkingsgroei per kern, zoals opgenomen in de demografische prognoses. Daarbij wordt uitgegaan van geplande woningbouw, de instroom van jonge gezinnen en de natuurlijke aanwas.

21.

We zien bij Uniek op dit moment een tekort in de aantal m2. In hoeverre is er rekening gehouden met het project Bosvenne? Waarom is dit niet in het IHP opgenomen voor middellange- en lange termijn?

VVD

De uitbreiding van het schoolgebouw is gebaseerd op het piekaantal leerlingen. Op basis van de prognoses, waarin het project Bosvenne is meegenomen, en de inzichten van het schoolbestuur is er binnen de looptijd van het IHP geen aanleiding om het schoolgebouw uit te breiden.

22.

Wat valt onder de eerste inrichting van de nieuwbouw ad. 80.000. Is dat ook het onderwijsleerpakket en meubilair?

VVD

De eerste inrichting omvat zowel het onderwijsleerpakket als het meubilair.

17.

20.

3

23.

Is er ook rekening gehouden met eventuele tijdelijke huisvestingskosten tijdens renovatie of nieuwbouwproject?

VVD

Er is momenteel geen rekening gehouden met tijdelijke huisvestingskosten. Het gekozen scenario gaat uit van nieuwbouw op een andere locatie of van uitbreiding van het bestaande gebouw, waarbij al in tijdelijke huisvesting is voorzien. Daardoor ontstaat binnen dit scenario geen aanvullende financiële opgave voor tijdelijke huisvesting.

24.

Wat ligt ten grondslag voor het hanteren van stelpost € 200.000 voor netcongestie per project?

VVD

De stelpost van € 200.000 per project is gebaseerd op een algemene inschatting van kosten voor netcongestiemaatregelen, zoals het verzwaren van aansluitingen of het realiseren van alternatieve energievoorzieningen. Deze stelpost fungeert als voorzorg budget.

25.

Welke scholen voldoen momenteel niet aan Frisse Scholen klasse B? Wat kost het om alle gebouwen op Frisse Scholen B te brengen?

VVD

In 2010 zijn aanpassingen uitgevoerd om te voldoen aan de eisen van Frisse Scholen. De verantwoordelijkheid voor ventilatie en het binnenklimaat ligt primair bij het schoolbestuur. Op dit moment is niet bekend aan welke klasse de gebouwen voldoen. Dit wordt meegenomen bij het actualiseren van de scenariokaarten. Zodra de klassering is vastgesteld, kunnen de bijbehorende kosten worden bepaald.

26.

Welke energieprestatie wordt minimaal geëist bij nieuwbouw? VVD

De minimaal vereiste energieprestatie voor een nieuw schoolgebouw in Nederland wordt bepaald door de BENG‑eisen (Bijna Energieneutrale Gebouwen).

27.

Hoe is vastgesteld dat de gehanteerde € 4.178 per m² toereikend zijn voor de duurzaamheidsambities zoals ENG, BENG en ZEB? Zijn er onderliggende berekeningen of kostenanalyses waarop deze aanname is gebaseerd?

VVD

De kosten per m² worden bepaald op basis van landelijke OCW‑normen, de gemeentelijke onderwijshuisvestingsverordening en kostenkengetallen van Ruimte-OK. De uiteindelijke prijs ontstaat uit een combinatie van normbedragen per m² en ruimtenormen per leerling. De geraamde € 4.178 per m² is gebaseerd op de BENG‑eisen voor energiezuinige nieuwbouw.

28.

Waarom wordt voor de periode 2027-2040 een indexering van slechts 1,5% per jaar is gehanteerd, terwijl de historische ontwikkeling van bouwkosten en onderwijshuisvesting de afgelopen jaren substantieel hoger lag?

VVD

De indexering van 1,5% is een beleidskeuze die aansluit bij de systematiek van normbedragen in de Modelverordening onderwijshuisvesting. Deze normbedragen worden jaarlijks aangepast via vaste indexeringsformules op basis van CBS‑ en CPB‑gegevens. Dit staat los van de daadwerkelijke stijging van bouwkosten, die in de praktijk hoger of lager kan uitvallen.

29.

Uit het IHP blijkt enkel dat er voor de Bukehof een bedrag van VVD 2mln wordt genoemd voor een gymzaal. Wat is de insteek voor De Regenboog en Markland? We zien met de nieuwbouw van De Regenboog geen concrete huisvestingsoplossing voor het bewegingsonderwijs.

Voor De Regenboog en Markland is, net als bij de Bukehof, uitgegaan van voldoende ruimte voor het bewegingsonderwijs. De concrete huisvestingsoplossing wordt bepaald in de verdere uitwerking van het IHP, in afstemming met de betrokken schoolbesturen.

4

30.

Er zijn in Oudenbosch meerdere binnensportaccommodaties (Alpha, Markland 2x, De Beuk en die van De Bukehof). Is er een onderzoek verricht hoe deze gebouwen beter, efficiënter en maatschappelijk verantwoord met andere avond verenigingen ingezet kunnen worden voor bewegingsonderwijs? Waarom is hier geen rekening mee gehouden in het IHP? NT2 Onderwijs: Komende vijf jaar zal dit op de Bukehof plaatsvinden. Waarom nu niet gelijk de keuze maken dat dit daar blijft vanwege de ervaring en expertise die er nu opgedaan wordt en dit dan ook behouden op de nieuwe locatie? Er wordt 5 m2 per leerling aan speelterrein gerealiseerd bij nieuwbouw. o Is dit inderdaad niet gemaximeerd? o Wordt het aantal m2 gebaseerd op de maximaal te verwachtte leerlingen? o Indien er rekening gehouden wordt met mogelijke uitbreiding in de toekomst, een laag erop of uitbreiding op het terrein, wordt er dan ook rekening gehouden dat er minimaal 5 m2 aan speelruimte per leerling overblijft na uitbreiding?

VVD

Er is een Beleidsplan Beheer en Ontwikkeling Binnensportaccommodaties vastgesteld. Bij het opstellen daarvan is onderzoek gedaan naar de inzet en bezettingsgraad van de binnensportaccommodaties. Omdat binnensportvoorzieningen geen onderdeel zijn van het IHP opvang- en onderwijshuisvesting, zijn zij niet in het IHP opgenomen.

D66

Er is op dit moment nog geen definitieve keuze gemaakt over de locatie van het NT2‑onderwijs. Dat het NT2‑onderwijs de komende vijf jaar in de Bukehof wordt gehuisvest, is een tijdelijke en praktische oplossing binnen de huidige planning van het IHP en het overleg met het betrokken schoolbestuur.

D66

De ambitie is om bij nieuwbouw en renovatie 5 m² speelruimte per leerling te realiseren. Dit is geen harde norm. Het gaat om een streefwaarde die per project wordt afgewogen op basis van de beschikbare ruimte en de stedenbouwkundige mogelijkheden. In lijn met de verordening wordt uitgegaan van 3 m² verhard en 2 m² onverhard speelterrein per leerling, waarbij die laatste volgt uit het kwaliteitskader van Ruimte‑OK. De totale 5 m² wordt berekend op basis van de ontwerp‑capaciteit van de school, dus het maximaal te verwachten aantal leerlingen. Voor de gehanteerde uitgangspunten betekent dit dat bij een ontwerp‑capaciteit van 2.300 leerlingen in het basisonderwijs wordt uitgegaan van 2.300 × 5 m² = 11.550 m² buitenruimte.

33.

Mochten leerlingenprognoses hoger uitvallen, hoe wordt de extra ruimte dan gerealiseerd, zonder dat dit ten koste gaat van de buitenruimte?

D66

De extra ruimte wordt gerealiseerd door toekomstige groei al in het gebouwontwerp te verwerken. Daarom is een post uitbreidbaarheid opgenomen, zodat in de ontwerpfase kan worden meegenomen dat het gebouw op een later moment kan worden uitgebreid.

34.

Er wordt gesproken over vervangende nieuwbouw voor de D66 Bukehof in 2030. Hoe realistisch is dit? Welke risico's zijn er, bijvoorbeeld als er gekeken wordt naar de ontwikkeling van de nieuw aan te leggen woonwijk? Bijlage 1 pagina 12: Waarom is er niet gekozen voor klasse A D66 (Frisse Scholen)? Klasse B houdt in dat dat het CO2-gehalte niet mag uitkomen boven de 1200 ppm, terwijl er vanaf 1000 ppm CO2 al vermindering van concentratie ontstaat. Bij klasse A wordt een maximum van 800 ppm CO2 gehanteerd. Graag een indicatie wat de extra kosten (in procenten) zouden zijn als er gekozen wordt voor klasse A in plaats van klasse B bij nieuwbouw. Bijlage 1 pagina 21: Opvallend is dat voor Talente en Uniek D66 de leerlingenprognoses van Borgesius significant hoger zijn dan van xxlnc: vanaf 2027 bij Talente >20 en bij Uniek >40. Hoe is dit verschil te verklaren?

31.

32.

35.

36.

De vervangende nieuwbouw voor de Bukehof in 2030 is mogelijk. De planning kan onder druk komen te staan door ruimtelijke ontwikkelingen en planologische procedures die vertraging veroorzaken. De keuze voor Frisse Scholen klasse B is gemaakt omdat dit een realistisch en financieel haalbaar ambitieniveau is voor nieuwbouw en tegelijk voldoet aan de geldende regelgeving. Het behalen van klasse A vraagt om extra maatregelen in zowel de gebouwschil als de regeltechniek, wat leidt tot hogere investeringsén exploitatiekosten. Indicatief geldt dat de installatiekosten circa 20% hoger liggen bij klasse A dan bij klasse B. Voor de bouwkosten betekent dit een toename van ongeveer 10%. Het verschil tussen de prognoses van Borgesius en XXLNC voor Talente en Uniek is te verklaren door verschillen in methodiek, aannames en gebruikte databronnen.

5

37.

Bijlage 1 pagina 27: Met betrekking tot Uniek: Zijn in 2026 alle problemen met betrekking tot te weinig koeling in de zomer te hoge CO2-concentraties opgelost? Pag 21: tabel 3 over de leerlingprognoses: hoe verklaren we de hoge prognose van DUO t.o.v. de veel lagere prognose van XXLLINC? Pag 21: houdt de prognose van XXLLINC rekening met de bouw van 86 woningen achter de Oudendijk in Oud Gastel?

D66

Nee, Er wordt gewerkt aan verbetermaatregelen maar deze zijn in 2026 nog niet allemaal gerealiseerd.

WOS Halderberge

De hoge DUO‑prognose is vooral het gevolg van een landelijke, trendmatige benadering, terwijl de XXLLNC‑prognose voortkomt uit een lokale analyse.

WOS Halderberge

De prognose van XXLLNC houdt rekening met de bouw van woningen achter de Oudendijk in Oud Gastel.

40.

Pag 27: in tabel 9 is sprake van een budget voor uitbreidbaarheid, wat wordt hiermee bedoeld?

WOS Halderberge

Een budget voor uitbreidbaarheid betekent dat in het projectbudget bewust middelen worden gereserveerd om het gebouw later te kunnen aanpassen. Het gaat om financiële ruimte waarmee alvast voorbereidingen voor toekomstige groei of krimp kunnen worden meegenomen, zodat het gebouw in de toekomst kan worden uitgebreid of aangepast.

41.

Doorberekening IHP: Wie is er verantwoordelijk voor de kosten van de aanpassingen aan het installatieconcept/ gebouw voor de scholen Uniek en Futura?

WOS Halderberge

De gemeente is verantwoordelijk voor aanpassingen aan het gebouw en het installatieconcept wanneer wordt vastgesteld dat er sprake is van een constructiefout, terwijl de schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor het onderhoud, aanpassingen en de gebruikskosten.

42.

Kan het college specificeren welke onderdelen van het IHP 2021‑2039 zijn geactualiseerd en welke wettelijke, financiële of demografische ontwikkelingen deze wijzigingen noodzakelijk maakten? (blz 3-5). Citaat: “De gemeente kiest ervoor om het IHP nu te herzien… ingegeven door demografische ontwikkelingen, veranderende onderwijsbehoeften, duurzaamheidseisen en stijgende bouwkosten.”

CDA

De geactualiseerde onderdelen zijn opgenomen in het eerste hoofdstuk van het IHP 2026, waar de herziening van het IHP 2021‑2039 in samenhang wordt toegelicht. De actualisatie was nodig vanwege demografische groei, wijzigende onderwijsbehoeften, aangescherpte duurzaamheidseisen en stijgende bouwkosten, waardoor een herijking van de prioriteiten in de huisvestingsopgave noodzakelijk werd. Daarbij is ook het advies van de Rekenkamer gevolgd om het IHP periodiek te actualiseren en is invulling gegeven aan de wens van de gemeenteraad om de meerjarige investeringsopgave inzichtelijk te maken.

43.

Doorlopende lijn 0–18 — Wat zijn de ruimtelijke en financiële CDA consequenties van het expliciet opnemen van de doorgaande ontwikkellijn 0–18 jaar? (blz 3 en blz 6)

Ruimtelijk betekent het opnemen van de doorgaande lijn 0-18 jaar dat voorzieningen voor opvang, onderwijs en ondersteuning op elkaar aansluiten. Financieel vraagt dit om investeringen in flexibele en toekomstbestendige gebouwen, zodat één locatie verschillende functies voor kinderen van 0 tot 18 jaar kan huisvesten.

44.

Welke objectieve criteria worden gehanteerd om te bepalen wanneer clustering van voorzieningen “inhoudelijke meerwaarde” heeft? (blz 3 en blz 6–7)

Clustering heeft alleen inhoudelijke meerwaarde wanneer in een concrete situatie blijkt dat het bijdraagt aan betere samenwerking en samenhang tussen functies binnen opvang en onderwijs.

38. 39.

CDA

6

45.

Wat wordt precies verstaan onder een “minimale, flexibele basisvoorziening” voor nieuwkomersonderwijs en welke capaciteit wordt hiervoor aangehouden? (blz 3 en blz 7)

CDA

Een basisvoorziening voor nieuwkomersonderwijs houdt in dat er een kleinschalige, direct inzetbare en eenvoudig aanpasbare onderwijsruimte beschikbaar is waarin nieuwkomers meteen kunnen starten, ook wanneer het aantal leerlingen sterk schommelt. Het gaat om een voorziening die snel kan worden opgeschaald of afgeschaald en die de noodzakelijke basis biedt voor taalonderwijs en begeleiding

46.

Hoe wordt de meefinanciering door omliggende gemeenten voor nieuwkomersonderwijs bestuurlijk en juridisch geborgd? (blz 7)

CDA

Bestuurlijk wordt de financiering geborgd via een samenwerkingsovereenkomst tussen de betrokken gemeenten. Juridisch wordt dit vastgelegd in intergemeentelijke financiële afspraken, bijvoorbeeld in de vorm van een convenant of een bijdrage-regeling.

47.

Welke toetsingscriteria worden gebruikt om te bepalen of de indicatieve 5% extra bruto vloeroppervlak voor inclusief onderwijs noodzakelijk is? (blz 3 en blz 7–8). Citaat: “Indicatief kan per onderwijsvoorziening gedacht worden aan vijf procent extra bruto vierkante meters.”

CDA

De indicatieve 5% extra bruto vloeroppervlak wordt per locatie beoordeeld. Daarbij wordt gekeken of de ondersteuningsbehoeften van leerlingen, de functies die voor inclusief onderwijs nodig zijn en de organisatie van het onderwijs daadwerkelijk extra ruimte vragen. Alleen wanneer uit deze beoordeling blijkt dat aanvullende voorzieningen noodzakelijk zijn, wordt de 5% toegepast.

48.

Hoe worden de structurele exploitatiekosten voor schoolbesturen berekend wanneer extra meters worden toegevoegd? (blz 8)

CDA

De structurele exploitatiekosten voor schoolbesturen bij het toevoegen van extra vierkante meters worden berekend op basis van de landelijke normbedragen voor materiële instandhouding (MI). Daarbij wordt gekeken naar alle kosten die samenhangen met het gebruik en onderhoud van extra ruimte.

49.

Hoe wordt de nieuwe norm NEN 9120 toegepast bij renovatieprojecten en welke meerkosten worden verwacht? (blz 3 en blz 8). Citaat: “NEN 9120… geldt voor alle typen gebouwen (nieuwbouw én verbouw).”

CDA

De NEN 9120 wordt bij renovatieprojecten toegepast als kwaliteitskader voor binnenklimaat, energieprestaties en gebouwkwaliteit, waardoor renovaties aan deze eisen moeten voldoen. De daarbij horende meerkosten zoals voor ventilatie, isolatie en installaties zijn meegenomen in de meerjarige investeringsopgave

50.

Hoe wordt het economisch claimrecht toegepast wanneer onderwijs groeit, en hoe wordt gegarandeerd dat kinderopvang niet hoeft te wijken? (blz 3 en blz 9). Citaat: “Opvang wijkt niet uit een gebouw als onderwijs groeit.”

CDA

Indien tijdens de huurperiode aanvullende onderwijshuisvesting nodig blijkt, kan het economisch claimrecht worden ingezet. Hoewel de onderwijswetgeving huurbescherming op basis van de Huurwet uitsluit, zal in het kader van duurzame samenwerking worden afgesproken dat de gemeente zich zal inspannen om bij een dergelijke ontwikkeling passende huisvesting voor de kinderopvang te vinden.

51.

Wat betekent “constructie voorbereiden op uitbreiding” technisch en financieel per project? (blz 3 en blz 9).

CDA

Constructie voorbereiden op uitbreiding betekent dat een gebouw zo wordt ontworpen en gebouwd dat een toekomstige uitbreiding technisch mogelijk en financieel beheersbaar blijft, zonder dat deze uitbreiding direct wordt gerealiseerd.

7

52.

Wat is de financiële impact van de Zero Emission Building‑ambitie op de totale investeringsraming? (blz 3 en blz 11–15).

CDA

In de praktijk leidt dit tot meerkosten van circa 15% bovenop een reguliere nieuwbouw- of renovatieopgave, afhankelijk van gebouwtype, omvang en bestaande staat.

53.

Hoe wordt de noodzaak van koeling per locatie bepaald en welke norm wordt gehanteerd? (blz 3 & blz 11).

CDA

De noodzaak van koeling wordt per school vastgesteld op basis van een objectieve toets van het binnenklimaat, waarbij wordt beoordeeld of de temperatuur structureel boven de aanvaardbare grenswaarden uitkomt. Hiervoor wordt de norm NEN‑EN 16798 toegepast.

54.

Waarop is de stelpost voor netcongestie gebaseerd en hoe worden deze middelen per project toegewezen? (blz 3 & blz 12).

CDA

De stelpost voor netcongestie is gebaseerd op een generieke inschatting van de mogelijke extra kosten wanneer een schoolproject te maken krijgt met beperkte capaciteit op het elektriciteitsnet. Het gaat daarbij om maatregelen die nodig kunnen zijn om het gebouw toch aan te sluiten of te laten functioneren binnen de beschikbare netcapaciteit.

55.

Hoe zijn de totale investeringen van € 46,9 miljoen opgebouwd en welke onzekerheidsmarges zijn gehanteerd? (blz 3–4).

CDA

De totale investering is opgebouwd uit de verschillende kostenposten die zijn uitgewerkt in de financiële doorrekening die als bijlage bij het raadsvoorstel is opgenomen. De onzekerheidsmarges worden ingekaderd en financieel ondervangen doordat de investeringen gefaseerd worden uitgevoerd, de kosten uitgesplitst zijn naar concrete onderdelen en specifieke stelposten voor risico’s, zoals netcongestie zijn opgenomen.

56.

Waarom zijn de aanpassingen voor Futura en Uniek als PM‑post opgenomen, en wanneer worden deze bedragen concreet gemaakt? (blz 4).

CDA

De aanpassingen voor Futura en Uniek zijn als PM‑post opgenomen omdat de bijbehorende kosten op dit moment nog niet bekend zijn. De schoolbesturen zijn gevraagd deze kosten inzichtelijk te maken, zodat een betrouwbare raming kan worden opgesteld. Naar verwachting is eind dit jaar meer duidelijkheid en kunnen de bedragen worden geconcretiseerd.

57.

Op basis van welke criteria is de nieuwe fasering bepaald en welke projecten zijn afhankelijk van externe factoren zoals prognoses, grondposities of regionale afstemming? (blz 3–4 & blz 25).

CDA

De nieuwe fasering is bepaald op basis van de urgentie per school, waarbij is gekeken welke locaties als eerste aan de beurt zijn om knelpunten op te lossen. Daarbij gaat het onder meer om huisvestingsdruk, technische staat, onderwijskundige noodzaak en de planning van vervangingsopgaven. Bij alle projecten wordt gekeken naar de leerlingenprognoses, omdat deze bepalend zijn voor de benodigde capaciteit en het moment van uitvoering. Voor KC de Bukehof speelt de grondpositie een rol. Voor KC de Regenboog is regionale afstemming noodzakelijk, omdat het project samenhangt met afspraken binnen het samenwerkingsverband en de spreiding van voorzieningen in de regio.

58.

Hoe zijn de stopjaren na uitvoering van maatregelen berekend en welke technische levensduurmodellen zijn hiervoor gebruikt? (bla 4). FINANCIËLE ONDERBOUWING.

CDA

De stopjaren na uitvoering van de maatregelen zijn berekend op basis van de technische levensduur van de onderdelen die worden vervangen of verbeterd. Daarbij is gebruikgemaakt van gangbare levensduurmodellen voor onderwijshuisvesting, zoals opgenomen in onder meer de NEN‑2767‑systematiek en de Rijksgebouwendienst‑levensduurtabellen.

8

59.

De eindregel vermeldt: € 47.799.643. Dit is € 833.982 hoger dan het totaal van € 46.965.661. Waar komt dit verschil vandaan? Kan dit toegelicht worden?

CDA

Het verschil ontstaat doordat in de eindregel ook de toegepaste indexering is meegenomen, terwijl deze niet is verwerkt in het optelsaldo van de hoofdposten.

60.

De stelpost netcongestie is altijd € 200.000, ongeacht projectgrootte. Iedere locatie is echter anders. Kan toegelicht worden waar de verschillen vandaan komen?

CDA

De stelpost van € 200.000 is bedoeld als een generieke reservering, terwijl de daadwerkelijke kosten per project later worden gespecificeerd op basis van locatieonderzoek en afstemming met de netbeheerder.

61.

De stelpost “uitbreidbaarheid” wordt soms wel, soms niet ingevuld. Kan toegelicht worden waarom dit soms wel en soms niet ingevuld is.

CDA

De stelpost uitbreidbaarheid wordt ingevuld wanneer er bij een project reëel sprake is van toekomstige groei, met name bij nieuwbouw of ingrijpende renovatie. In andere gevallen is uitbreidbaarheid niet aan de orde en blijft de stelpost daarom leeg.

62.

De indexering is vastgezet op 1,5% per jaar vanaf 2027, maar CDA de bouwsector kent de afgelopen jaren veel hogere percentages, namelijk tussen de 2,5 tot 4%. Dit maakt de raming mogelijk te optimistisch. Waarom is gekozen voor een indexering van 1,5% en niet voor een hogere, realistischer indexeringspercentage.

Ag. 4 Zomernota 63. Hoe realistisch is de huidige investeringsplanning, gezien de structurele vertragingen in eerdere jaren?

LH

64.

LH

Wat is de realisatiegraad (%) van investeringen in de afgelopen 3 jaar versus planning

De indexering van 1,5% is een beleidsmatige keuze die aansluit bij de systematiek van normbedragen in de Modelverordening onderwijshuisvesting. Deze normbedragen worden jaarlijks aangepast via vaste indexeringsformules op basis van CBS‑ en CPB‑gegevens. Dit staat los van de daadwerkelijke ontwikkeling van bouwkosten, die in de praktijk hoger of lager kan uitvallen. Voor de stichtingskosten wordt aangesloten bij de kostenkengetallen uit het Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting van Ruimte‑OK, die jaarlijks worden geactualiseerd en daarmee een actueel en uniform uitgangspunt bieden. De investeringsplanning is geactualiseerd en zowel de raming als de planning zijn waar nodig bijgesteld obv alle informatie die op dit moment bekend is. Er kunnen altijd omstandigheden zijn die leiden tot wijzigingen in de planning van de investeringen. Daarom wordt de investeringsplanning jaarlijks bij het opstellen van de Begroting en de Zomernota geactualiseerd. 2023 Totaal aantal lopende investeringsprojecten in 2023: 85 Planning gereed in 2023: 46 Afgesloten bij jaarrekening 2023: 26 2024 Totaal aantal lopende investeringsprojecten in 2024: 90 Planning gereed in 2024: 59 Afgesloten bij jaarrekening 2024: 30 2025 Totaal aantal lopende investeringsprojecten in 2025: 86 Planning gereed in 2025: 49 Afgesloten bij jaarrekening 2025: 26

9

65.

Welke projecten zijn de afgelopen jaren het meest vertraagd en wat zijn daarvan de oorzaken?

LH

66.

Wat is de impact van vertragingen op: o Onderhoudsniveau openbare ruimte o Verkeersveiligheid o Woningbouwplanning Hoe wordt omgegaan met structurele kostenstijgingen in projecten (bijv. Kruislandseweg, kademuur Oudenbosch)?

LH

68.

Welke systematiek wordt gebruikt om kostenramingen te actualiseren (indexatie, risico-opslag)?

LH

69.

In hoeveel projecten is sprake van: o Overschrijding >10% o Overschrijding >25%

LH

67.

LH

70.

Worden deze afwijkingen geëvalueerd en verwerkt in nieuwe ramingen?

LH

71.

Welke onderdelen van de openbare ruimte staan het meest onder druk (bijv. Groen, wegen)?

LH

72.

Wat zijn de gevolgen als de budgetverhogingen voor onderhoud in de openbare ruimte niet worden doorgevoerd?

LH

Het vertragen van projecten kan door veel verschillende oorzaken komen. Dit is voor elk project anders. Jaarlijks wordt in de P&C cyclus (zowel in de Zomernota als in de Najaarsnota) aangegeven voor welke investeringsprojecten de planning is gewijzigd en wat de reden daarvan is. Per project kan de impact van vertraging uiteraard anders zijn, maar in algemeenheid zal dit beperkt zijn. De geplande investeringen in de openbare ruimte (wegen, verlichting, riolering e.d.) worden immers wel uitgevoerd. Twee keer per jaar (bij het opstellen van de Begroting en de Zomernota) wordt de raming van de investeringsprojecten geactualiseerd en indien nodig bijgesteld. De investeringsprojecten zelf zijn niet structureel. Een kostenstijging leidt wel tot structureel hogere kapitaallasten. In de Zomernota zijn de bijgestelde kapitaallasten meegenomen, inclusief alle voorgestelde wijzigingen in de investeringsbedragen. De raming wordt gebaseerd op de meest actueel beschikbare informatie. Denk hierbij o.a. aan contracten, rekenmodellen, inflatieverwachting, ervaringen met eerdere soortgelijke projecten.

Bij de Jaarrekening 2025 was dit als volgt: Totaal aantal lopende investeringsprojecten in 2025: 86 Projecten met overschrijding < 10%: 6 (7%) Projecten met overschrijding > 10%: 0 Projecten met overschrijding > 25%: 0 In de Zomernota 2026 is voor 16 investeringen een verhoging van het budget opgenomen. Projecten met bijstelling < 10%: 7 Projecten met bijstelling > 10%: 2 Projecten met bijstelling > 25%: 7 Ja, indien oorzaken van afwijkingen ook op andere investeringsprojecten van toepassing zijn wordt dit bij het actualiseren van de raming en planning zoveel als mogelijk meegenomen. Op dit moment is er nog geen sprake van onderdelen die onder druk staan. Afgelopen jaren is er immers fors geïnvesteerd in de diverse taakvelden. We zien wel dat er uitdagingen liggen binnen het gehele vakgebied. Bij groen ligt de uitdaging bijv. op de verandering van het klimaat, het behoud van het groen en het inpassen of bestrijden van invasieve soorten. Bij wegen en verhardingen ligt er een uitdaging op de noodzakelijke verzwaring van het energienetwerk, bij verkeer op toenemende verkeersintensiteit en bereikbaarheid. Het is belangrijk dat we de komende tijd inzetten op behoud van kwaliteit voor alle onderdelen in de openbare ruimte. Dat betekent het niet kunnen onderhouden van de nieuw, areaal uitbreiding, te onderhouden plantsoenen.

En onvoldoende financiële middelen om het huidige maaiprogramma van zowel het maaien van de bermen als van de gazons voort te zetten. Een gevolg van in financiële zin tegenvallende aanbestedingen van zowel het maaien van de bermen als van de gazons.

10

73.

Wat is de structurele ontwikkeling van de onderhoudskosten van gemeentelijk vastgoed (zoals dorpshuizen etc.)?

LH

74.

In hoeverre zijn stijgende kosten (energie, onderhoud) structureel gedekt? Welke vastgoedobjecten kennen een: o Exploitatieverlies o Of onzeker batenpatroon?

LH

76.

Hoe realistisch is de baggeropgave en stortrecht van €168.000 en hoe structureel is deze ontwikkeling?

LH

77.

13 Mei 2026 is de baggeropgave kenbaar gemaakt maar is hier geen meerjarenplanning van en hoe kunnen we dit soort werkzaamheden borgen in de meerjarenplanning?

LH

78.

Welke structurele kosten worden verwacht in relatie tot: o Klimaatadaptatie o Waterbeheer Hoe robuust is het Gemeentelijk Water Programma bij stijgende kosten?

LH

80.

Waarom vallen de leges omgevingsvergunningen structureel lager uit dan geraamd?

LH

81.

Hoe wordt de raming van leges in de toekomst realistischer gemaakt?

LH

82.

Welke projecten dragen het meeste risico binnen de €2,3 mln risicopositie binnen de grondexploitaties?

LH

75.

79.

LH

LH

Voor de onderhoudskosten van het gemeentelijk vastgoed is een voorziening gevormd. Jaarlijks vindt een storting in deze voorziening plaats op basis van de Meerjaren Onderhoudsplanning Gebouwen (MJOP), die op 13 juli 2023 is vastgesteld. Het huidige MJOP loopt nog tot en met 2027. De exploitatiekosten van gemeentelijk vastgoed zijn structureel in de begroting opgenomen, inclusief een jaarlijkse indexering. De gemeente hanteert als uitgangspunt kostprijsdekkende verhuur binnen de vastgoedportefeuille en werkt toe naar volledige toepassing hiervan. Eventuele exploitatietekorten bij huurders worden in voorkomende gevallen opgevangen via subsidiëring binnen het betreffende beleidsdomein. Binnen de huidige vastgoedportefeuille is geen sprake van objecten met een structureel onzeker batenpatroon. Leegstand wordt actief gemonitord; indien structurele verhuur niet (meer) realistisch is, wordt het betreffende vastgoed afgestoten. Verhoging is niet structureel, maar komt voort uit een actie van het Waterschap ‘Brabantse Delta’ om de waterlopen in 2027 te gaan baggeren. Wettelijk gezien is de gemeente Halderberge degene die de afvoer hiervan moet bekostigen. De kosten zijn een indicatie uit de rekenmodellen van het Waterschap. De eerst volgende keer dat het Waterschap ‘Brabantse Delta’ weer gaat baggeren in Halderberge is in 2032.

Inzicht in de bagger meerjarenplanning van het Waterschap is van belang om dit soort werkzaamheden tijdig te kunnen borgen in onze meerjarenplanning. Voor de toekenning van klimaatsubsidies, vergroening van de buitenruimte en educatieprojecten op basisscholen is structureel een bedrag van € 132.000 in de begroting opgenomen. In de raad van 28 september 2023 is het nu geldende GWP 2024 – 2027 vastgesteld. Deze is als input gebruikt voor de begrotingen en meerjarenramingen voor de exploitatie en investeringen. In deze gedetailleerde opstellingen wordt de visie vertaald naar doelstellingen en kosten. Het blijft hierbij een peilmoment en zaken kunnen onvoorzien blijven zoals bv het ontstaan van sinkholes, maar afgezet op het totaal is het programma redelijk robuust gebleken. Mede door de mogelijkheid om de voorziening overschotten in te zetten worden eventuele fluctuaties opgevangen, dit is tot en met 2027 het geval. In 2027 wordt er weer een nieuw GWP samengesteld voor de komende 4 jaar. Er is in de prognose uitgegaan van meer aanvragen, echter is er onvoldoende rekening gehouden met de uitfasering van aanvragen van Borchwerf, die de voorafgaande jaren juist hebben gezorgd voor een overschrijding.

Met de uitfasering van Borchwerf (en de moeilijk in te schatten bouwkosten van de objecten) kan er nu nagenoeg volledig koers gevaren worden op de woningbouwontwikkeling, die beter in te schatten zijn en dus de kwalitatief beter te voorspellen. Omdat het woningbouwproject Bosvenne in de beginfase verkeerd is dat op dit moment het project met het grootste financiële risico.

11

83.

Hoe realistisch is de verwachting dat alle grondexploitaties positief blijven?

LH

84.

Hoe wordt rekening gehouden met: o Stijgende bouwkosten o Stijgende energieprijzen (impact op beheer)?

LH

85.

Wat is de verwachte kostenscope van het opstellen van het Omgevingsplan (nu PM-post)?

LH

86.

Wat zijn de risico’s als de planning voor het opstellen van het omgevingsplan richting 2031 niet wordt gehaald?

LH

87.

Pagina 14, 2.3.2 Onkruidbestrijding:Bij het opstellen van de begroting 2026 is voor de jaren 2026 en 2027 reeds een aframing van € 50.000 toegepast op het budget voor onkruidbestrijding. Inmiddels zijn de totale kosten opnieuw doorgerekend en op basis daarvan wordt er aanvullend € 20.000 afgeraamd zonder dat dit gevolgen heeft voor de uitvoering van de werkzaamheden. VRAAG: Er wordt in totaal een bedrag van € 70.000 euro afgeschaald. Dit is een behoorlijk bedrag. Wat gaat de inwoner van Halderberge hiervan merken? Pagina 18, 2.5.2. Dorpshuis Oud Gastel: Is er ook een budget onvoorzien voor dit dorpshuis? Dit mede gezien de hoge leeftijd van het gebouw

WOS Halderberge

88.

WOS Halderberge

Op basis van de gehanteerde reële uitgangspunten in onze grondexploitatieberekeningen verwachten wij geen verliesgevende projecten binnen de grondexploitaties. Binnen een grondexploitatie worden kosten en risico’s opgenomen voor het bouw- en woonrijpmaken van gronden. Stijgende bouwkosten en energieprijzen voor het beheer maken hier geen onderdeel van uit. Deze kosten horen bij de opstalexploitatie. Dat is mede afhankelijk van de beschikbare capaciteit en aanvullende (actualisatie-) werkzaamheden die nodig zijn voor de bouw van het Omgevingsplan. Met de huidige aanpak is minimaal € 50.000 per jaar nodig voor de inhuur van externe kennis en ondersteuning. Dit is zonder de inhuur van extra capaciteit voor het uitvoeren van (vervangende) werkzaamheden en actualisatie van beleid. Als het nodig blijkt meer werkzaamheden uit te besteden bijv. doordat de planning niet wordt gehaald of we de kennis niet in huis hebben zullen de uitgaven een stuk hoger worden. Hoeveel is moeilijk aan te geven omdat gemeenten nog niet zo ver zijn met de volgende fases van het Omgevingsplan cq adviesbureaus hiervoor nog geen offertes uitbrengen. De risico’s van het niet tijdig opstellen van het omgevingsplan zijn dat de vergunningverlening mogelijk vertraging oploopt. De regels vervallen niet.

Drie jaar na in werkingtreding van de Omgevingswet wordt samen met de VNG de voortgang geëvalueerd en bepaald of extra ondersteuning of middelen nodig zijn. De inwoner van Halderberge gaat hier niets van merken. Dit is het gevolg van een aanbestedingsvoordeel begin 2025. Aanvankelijk werd in de aanloop naar 2026 nog rekening gehouden met onvoorziene kosten. Echter dit is uitgebleven.

Bij de aankoop van het dorpshuis Oud Gastel is het achterstallig onderhoud in beeld gebracht en zijn de bijbehorende werkzaamheden, inclusief wensen vanuit de nieuwe stichting, aan de raad voorgelegd. Deze zijn grotendeels uitgevoerd; een beperkt deel wordt nog afgerond. Er is geen specifiek onvoorzien budget per gebouw. Voor de vastgoedportefeuille wordt gewerkt met een centraal budget voor onvoorziene uitgaven, waar nodig ook voor dit dorpshuis. In 2028 worden de meerjarenonderhoudsplannen (MJOP’s) geactualiseerd. Daarbij wordt tevens opnieuw gekeken naar de benodigde reserveringen, inclusief een passende post voor onvoorziene uitgaven.

12

89.

Pagina 18, 2.5.2. Dorpshuis Hoeven: WOS De nieuw gerealiseerde aanbouw, waarin SVH en Surplus Halderberge zijn gehuisvest, heeft in de praktijk te kampen met overmatige opwarming en hinderlijke zoninstraling. Een buitenzonwering is niet toepasbaar, dus nu wordt er budget ingezet voor binnenzonwering. Hoe kan het dat hier vooraf niet over is nagedacht?

90.

Pagina 19, 2.5.2. Kosten Jeugdzorg – voorgaande jaren: Er zijn diverse facturen over voorgaande jaren ontvangen. Het betreft onder andere facturen voor laagcomplex jeugdzorgarrangementen, pleegzorg en jeugdbescherming. Om facturen over voorgaande jaren zo veel mogelijk te voorkomen zijn diverse beheersmaatregelen genomen zodat deze facturen als verplichting bij het opstellen van de jaarrekening worden meegenomen. We blijven daarbij echter ook afhankelijk van juiste en tijdige aanlevering van informatie en facturen door de zorgaanbieders. Het zal dan ook nooit helemaal voorkomen kunnen worden dat er nog facturen over oude jaren komen. Vraag: Worden er concrete en schriftelijke afspraken gemaakt met zorgaanbieders voor het tijdig aanleveren van facturen? M.a.w. wordt hierop actief gestuurd? Pagina 20, 2.5.2. Onderwijs-zorgarrangementen: Wat is de verwachting na 2027? Het lijkt realistisch dat reguliere scholen deze specialistische ondersteuning dan nog niet kunnen ondervangen.

91.

WOS Halderberge

In het ontwerp van de betreffende aanbouw is nadrukkelijk aandacht besteed aan zonwering en de beperking van lichtinval. Dit aspect is integraal meegenomen in de architectonische uitwerking van het gebouw, waarbij onder meer is gekeken naar het gevelontwerp. In de praktijk blijkt echter dat de getroffen ontwerpmaatregelen onvoldoende effect hebben op de door de gebruikers ervaren zoninstraling. Hetgeen aanvullende maatregelen noodzakelijk maakt. Buiten zonwering is in dit geval niet mogelijk vanwege de bestaande ontwerp- en randvoorwaarden die vastgelegd zijn in de bestaande vergunning. Ook bouwkundig is dit niet mogelijk, waardoor enkel binnen zonwering mogelijk is. Het binnenklimaat van het gebouw wordt gereguleerd via de technische installaties. Zoals bij veel nieuwbouwprojecten vraagt het optimaliseren en afstellen hiervan een inregelperiode na ingebruikname; dit proces is momenteel nog gaande. We hebben signalen van gebruikers ontvangen over het comfort, variërend van comfortabel tot soms fris. Deze ervaringen nemen we serieus en we blijven de installaties monitoren en waar nodig bijsturen. Op dit moment zien we geen aanwijzingen voor overmatige opwarming. In ons administratieprotocol is duidelijk vastgelegd dat een zorgaanbieder een arrangement met maximaal één maand terugwerkende kracht mag indienen. Jeugdprofessionals wijzen zorgaanbieders hier actief op.

Desondanks dient geleverde zorg vergoed te worden, waardoor wij in de praktijk alsnog met onverwachte situaties worden geconfronteerd. Wanneer blijkt dat een zorgaanbieder herhaaldelijk te laat een arrangement indient, gaan wij hierover in gesprek en melden wij dit bij het ZI2T. Op deze manier kan contractmanagement deze signalen oppakken en waar nodig passende actie ondernemen.

WOS Halderberge

Dat het mogelijk niet realistisch is dat het regulier onderwijs deze specialistische ondersteuning na 2027 volledig kan overnemen, is een aandachtspunt. Tegelijkertijd is nog onzeker hoe deze ontwikkeling zich richting 2027 zal voltrekken. De onderwijszorgarrangementen zijn daarom verlengd tot en met 31 december 2027, om in deze periode ervaring op te doen en beter inzicht te krijgen in de haalbaarheid. De komende tijd wordt dit actief gevolgd, worden gesprekken gevoerd met scholen en worden KPI’s geëvalueerd. Op basis van deze inzichten wordt in 2027 bestuurlijk bepaald of en in welke vorm de ondersteuning wordt voortgezet.

13

92.

Pagina 20, 2.5.2. WMO maatwerkvoorzieningen: WOS Vanaf 2028 wordt mogelijk de eigen bijdrage Halderberge inkomensafhankelijk. Als dit wetsvoorstel aangenomen wordt, wat is dan de verwachte opbrengst voor Halderberge?

93.

Pagina 20, 2.5.2. Werkplein: Bijstelling per 1 mei van het aantal bijstandontvangers in Halderberge -1,9%, maar landelijk wordt een andere inschatting gegeven voor de komende jaren (BUIG uitkering). Kan dit uitgelegd worden? Pagina 20, 2.8.2. Kosten schoonmaak: Reinigen van de werkplekken (toetsenborden, laptops en beeldschermen). Kan dit niet door de werknemers (gebruikers) zelf gedaan worden?

94.

WOS Halderberge

WOS Halderberge

Op dit moment is niet duidelijk wat de opbrengst is voor onze gemeente. Het enig dat op dit moment concreet is, is dat in het kader van de Inkomensafhankelijke eigen bijdrage vanaf 2028 een stelpost van € 385.000 aan ontvangsten is opgenomen. Dit bedrag wordt minder ontvangen uit het gemeentefonds. De daling van het aantal bijstandsontvangers in Halderberge (-1,9% per 1 mei) betreft een actuele lokale ontwikkeling. De BUIG-raming is gebaseerd op landelijke, meerjarige prognoses van economische en sociaaleconomische trends. Hierdoor kan een verschil ontstaan: een lokale daling op korte termijn sluit niet uit dat landelijk een stijging wordt verwacht in de komende jaren. Volledig laten schoonmaken door medewerkers is niet realistisch vanwege kwaliteits-, hygiëne- en verantwoordelijkheidsrisico’s. Een combinatie van professionele periodieke reiniging en eigen verantwoordelijkheid van medewerkers levert de beste balans tussen kostenbeheersing en een schone, veilige werkomgeving. 1. Hygiëne en kwaliteit • Niet iedereen maakt even grondig schoon (of doet het überhaupt). • Specialistische reiniging (beeldschermen, toetsenborden) vraagt om juiste middelen (geen agressieve schoonmaakmiddelen). • Onvoldoende schoonmaak kan leiden tot ophoping van bacteriën en vuil. 2. Arbo en gezondheid • Werkplekken (zeker gedeelde werkplekken / flexplekken) moeten hygiënisch zijn.

• Professionele schoonmaak zorgt voor een consistente basis, wat belangrijk is voor gezondheid en welzijn. 3. Verantwoordelijkheid en eigenaarschap • Als het “van iedereen” is, gebeurt het vaak minder goed. • Onduidelijkheid: wie is verantwoordelijk bij vervuilde of defecte apparatuur? 4. Tijd en focus • Medewerkers zijn er primair voor hun werk, niet voor facilitaire taken. Structureel schoonmaken kost tijd en gaat ten koste van productiviteit.

14

95.

Pagina 11: Cameratoezicht milieuparkjes D66 o Heeft de pilot al een aantoonbaar positief effect? We zien immers in Hoeven nog steeds regelmatig en veel bijplaatsingen. o Lopen er in de andere drie gemeentes ook pilots? Zo ja, wat zijn hun ervaringen?

96.

Pagina 11: Bibob o Waardoor stijgt het aantal procedures? o Waarom zijn ze juridisch complex?

97.

98.

Pagina 16: Leges omgevingsvergunningen o Met hoeveel verkennende trajecten was rekening gehouden en hoeveel zijn het er daadwerkelijk geworden? o Met hoeveel van deze verkennende trajecten wordt nu rekening gehouden? o Was het aantal verkennende trajecten de enige reden voor deze mutatie? Pagina 19: Arrangementen jeugdzorg - nieuwe methodiek o Welke maatregelen en bezuinigingsopties zijn er meerjarig doorgerekend? o En wat is de impact hiervan per maatregel en optie in euro's?

D66

D66

D66

Op dit moment kunnen nog geen duidelijke conclusies worden getrokken over een positief effect van de pilot met cameratoezicht bij de milieuparkjes. Tegelijkertijd zien we dat in Hoeven nog regelmatig sprake is van bij plaatsingen. Een belangrijke factor hierbij is dat containers met regelmaat vol zitten, waardoor inwoners hun afval noodgedwongen naast de containers plaatsen. Het cameratoezicht biedt voor dit specifieke probleem geen oplossing. Sinds januari hebben onze toezichthouders 45 controles uitgevoerd, waarbij in 19 gevallen is vastgesteld dat er afval is bijgeplaatst. In deze situaties kon de identiteit van de betreffende personen niet worden vastgesteld. De afvalcoaches van Saver zijn inmiddels aangewezen als toezichthouder. Er wordt momenteel gewerkt aan een rapportage, zodat bevindingen beter kunnen worden vastgelegd en, waar mogelijk, handhavend kan worden opgetreden, Op dit moment is er geen contact met de overige drie gemeenten binnen het basisteam over cameratoezicht bij milieuparkjes en eventuele ervaringen daaromtrent, Door de intensievere inzet van het Bibob-instrument kan het aantal procedures in algemene zin toenemen. In oktober 2025 zijn de Bibob-beleidsregels geactualiseerd, waardoor toepassing op meerdere beleidsdomeinen mogelijk is.

Dit kan ertoe leiden dat er meer Bibob-onderzoeken worden uitgevoerd en dat besluiten in sommige gevallen worden aangevochten. Voor 2026 geldt dat er tot nu toe geen sprake is van een structurele stijging van het aantal procedures, maar de kans hierop wel groter is. Er is nu een situatie waarin momenteel één juridisch complexe Bibob-procedure loopt. Bibob-onderzoeken kunnen juridisch complex zijn, omdat zij gebaseerd zijn op een integrale beoordeling van onder andere financiële, strafrechtelijke en bestuurlijke informatie, waarbij meerdere bronnen en belangen een rol spelen. Momenteel is er sprake van een lopende Bibob-procedure die juridisch extra complex is, waarvoor externe juridische ondersteuning (AKD) is ingeschakeld. Deze specifieke casus is de belangrijkste oorzaak van de hogere kosten in 2026. o Opbrengsten en kosten ten aanzien van verkennende trajecten worden geëxtrapoleerd, maar door een foutieve aanname is deze onevenredig hoog begroot. o De bijstelling resulteert in een realistisch beeld, waarbij het aantal aanvragen maal het lage instaptarief van initiatief in lijn ligt met de laatste prognose. Ja, het verloop van de o.a. de bouwleges vertonen geen noemenswaardige afwijkingen Voor een overzicht van de maatregelen en bezuinigingsopties met betrekking tot jeugdzorg verwijzen wij u naar de tabel op pagina 138 van de Programmabegroting 2026.

Op pagina 140 en 141 worden deze maatregelen verder toegelicht.

15

99. 100.

101.

102. 103.

Pagina 35: Taakstelling optimalisatie subsidiemogelijkheden o Is er inmiddels een subsidioloog en wat zijn de uiteindelijke kosten hiervan? Pagina 63: Risico terugkoop sporthallen De Beuk en De Parrestee o Er zijn in het verleden twee taxaties uitgevoerd met verschillende uitkomsten. Waar is het risico van 780k op gebaseerd?

D66

We hebben op dit moment geen subsidioloog. De persoon die deze taak toebedeeld had gekregen heeft onze organisatie verlaten.

D66

In de zomernota wordt gesproken over een afname van het aantal fte's voor het nieuwe college. Tijdens de coalitiebesprekingen is er door de VVD sterk op aangedrongen 4 wethouders te behouden. Reden hiervoor was het vele werk dat de komende vier jaar verzet moest gaan worden. Nu toch een afname van 5%, welke portefeuille kan met minder uren toe. Graag ook een overzicht van de verdeling van de portefeuilles over de coalitie partijen. Het saldo voor 2027 en 2028 is negatief. Kan het college toelichten welke onderdelen van deze negatieve saldi het meest onzeker zijn en welke beheersmaatregelen in voorbereiding zijn? (blz 5 en 6).

PvdA/GL

De basis voor de berekening van het risico-bedrag is de gemeentelijke taxatie zoals deze is uitgevoerd naar aanleiding van de motie in 2023. Hierbij is uitgegaan van een maximumbedrag van € 1,5 mln. Gezien het lopende juridische traject wat vervolgens is ontstaan is besloten om de waardes van andere taxaties niet mee te nemen in de berekening. Het feitelijke bedrag wat in de risicoparagraaf van de zomernota is opgenomen, is de uitkomst van de risico-simulatie op basis van de Monte Carlo risicoanalyse. Dit is een wiskundige techniek waarbij duizenden mogelijke scenario's worden doorgerekend op basis van kansverdelingen. Het college heeft op 23 juni 2026 de portefeuilleverdeling vastgesteld. De gemeenteraad wordt hierover schriftelijk geïnformeerd.

PvdaA/GL CDA

104.

In 2026 wordt € 115.000 ingevuld, maar vanaf 2027 blijft een CDA groot deel openstaan. Welke risico’s ziet het college voor het tijdig invullen van de taakstellingen in 2027-2029? (blz 5 en 6)

105.

Zijn de structurele kosten van € 130.000 inclusief werkgeverslasten en overhead, of betreft dit uitsluitend loonkosten? (blz 9)

CDA

Het college heeft op 23 juni 2026 de portefeuilleverdeling vastgesteld. De gemeenteraad wordt hierover schriftelijk geïnformeerd. De komende maanden wordt de Programmabegroting 2027 opgesteld. Ook wordt in de komende maanden het bestuursakkoord vertaald in een collegewerkprogramma. Hierbij zal ook worden gekeken of er zaken niet meer of anders gedaan kunnen worden. De financiële vertaling van het bestuursakkoord en het collegewerkprogramma wordt meegenomen in de Programmabegroting 2027. Indien het saldo voor het jaar 2027 bij de Programmabegroting 2027 nog steeds negatief is, dan zal op dat moment een voorstel aan de gemeenteraad worden voorgelegd voor de (incidentele) dekking hiervan. Het resterende deel wordt als taakstelling meegenomen naar de Programmabegroting 2027. Bij het opstellen van het collegewerkprogramma en de Programmabegroting 2027 zullen verdere afwegingen en keuzes worden gemaakt, in samenhang met en op basis van de ambities en afspraken uit het bestuursakkoord. Het uitgangspunt is dat de opgenomen taakstellingen bij de Programmabegroting 2027 volledig en integraal zijn ingevuld. Dit zijn de totale loonkosten, inclusief de werkgeverslasten.

16

106.

Kan het college inzicht geven in de volumetrends (paspoorten, ID-kaarten, uittreksels) die tot de bijstelling van de ramingen hebben geleid? (blz 9)

CDA

Rijbewijzen tot 2030, totaal vervangingen 2026: 3.684 2027: 3.722 2028: 3.730 2029: 3.730 2030: 3.527 • Sterke vergrijzing, aandeel oudere bestuurders neemt fors toe. • Effect: Meer verlengingen en medische keuringen, • Jongeren → minder eerste aanvragen Jongeren: • Rijbewijsbezit onder jongeren daalt licht. • 18–30 jaar, Kleine daling aandeel rijbewijsbezit • 17–20 jaar, nog onder pre-COVID niveau, Oorzaken • Kosten rijbewijs, • later starten met rijden, Effect • Minder eerste aanvragen (nieuw rijbewijs) • Later in levensfase aanvragen Reisdocumenten tot 2030, totaal vervangingen 2026: 5.762 2027: 6.713 2028: 5.567 2029: 5.567 2030: 5.567 Sterke groei door “paspoortpiek” Oorzaken van de piek • Eerste generatie 10-jaarsdocumenten verloopt vanaf 2024 • Iedereen die tussen 2014–2018 een document kreeg moet vernieuwen [nvvb.nl] Verwachting: • Piekperiode duurt ± 5 jaar (2024–2028/2029) [rvig.nl], [nvvb.nl] • Jaarlijks veel hogere volumes dan 2019–2023 Leges Burgerzaken Hier zijn geen opvallende trends te bespeuren.

17

107.

Wanneer verwacht het college een definitieve financiële onderbouwing van de PM-post cameratoezicht te kunnen leveren? Waarom wordt niet gekozen voor een schatting met scenario’s (bijvoorbeeld laag – midden – hoog risico)? (blz 9)

CDA

108.

Hoeveel Bibob-zaken zijn in 2025 en 2026 uitgevoerd en wat is de gemiddelde kostenstijging per zaak? (blz 11)

CDA

109.

De kosten voor afvoer van slib worden geraamd op € 168.000. Welke prijs per kuub is gehanteerd en hoe verhoudt dit zich tot marktprijzen? (blz 14) Kan het college specificeren hoeveel m2 groen areaal wordt toegevoegd in 2027? (blz 14)

CDA

111.

Is overwogen om materieel versneld te verduurzamen om toekomstige kostenstijgingen (brandstof, onderhoud) te beperken? (blz 14)

CDA

112.

Welke bandbreedte (min-max) verwacht het college voor de totale kosten tot 2031, gezien de PM-post? (blz 16)

CDA

110.

CDA

De voorbereidingen voor de aanbesteding zijn afgerond. Op korte termijn wordt gestart met de Europese aanbestedingsprocedure voor de vervanging van het cameratoezicht, waarbij de gemeente Halderberge aansluit bij de gemeente Roosendaal. Pas na afronding van deze aanbesteding ontstaat inzicht in de daadwerkelijke kosten. De PM-post is opgenomen omdat ten tijde van het opstellen van de zomernota nog sprake was van substantiële onzekerheden, onder andere ten aanzien van de contractvorm (koop/huur/lease), de technische specificaties van de apparatuur en de benodigde aansluiting op bestaande systemen. Deze onzekerheden maken dat het opstellen van scenario’s (laag–midden–hoog) zou berusten op een groot aantal aannames, waardoor de betrouwbaarheid en zeggingskracht van dergelijke ramingen beperkt is en er een verkeerd verwachtingsmanagement kan ontstaan, terwijl de aanbestedingsuitkomst leidend moet zijn. De verwachting is dat dit bij de Najaarsnota zicht is op de oplossing en bijbehorende kostenprognose. In 2025 zijn er 7 Bibob-onderzoeken uitgevoerd en in 2026 zijn er tot 23-06-26 5 onderzoeken uitgevoerd. Het uitvoeren van een Bibob-onderzoek door de gemeente brengt in beginsel, buiten de ambtelijke inzet, geen extra kosten met zich mee. Momenteel is de enige kostenpost de lopende (extra complexe) Bibob-procedure waarvoor externe juridische ondersteuning is ingeschakeld.

In verband met de intensievere inzet van het Bibob-instrument door de actualisering van de Bibob-beleidsregels is het mogelijk dat er in de toekomst een beroep gedaan gaat worden op het Landelijk Bureau Bibob. Het Landelijk Bureau Bibob kan in aanvulling op het eigen onderzoek van de gemeente een aanvullend advies uitbrengen. Deze kosten bedragen op dit moment € 700 per advies. Hier is in 2025 en 2026 geen gebruik van gemaakt. Over het algemeen geldt dat bij een negatief besluit bezwaar en beroep openstaat en dit kan kosten met zich meebrengen. Dit is niet anders dan bij andere besluiten. Er is gerekend met een kuub prijs van € 29,50. Deze prijs is gebaseerd op ervaring cijfers, naar aanleiding van de laatste aanbesteding, van het Waterschap ‘Brabantse Delta’. In 2027 wordt 715 m2 plantsoen en 1915 m2 gazon toegevoegd aan het groenareaal. Dit betreft nieuw groen nabij St. Anna (project Religieus Erfgoed) in Oudenbosch en nieuw groen plan de Running in Oud Gastel. Versnelde vervanging van materieel en voertuigen is niet altijd financieel verantwoord, omdat veel voertuigen en machines nog niet zijn afgeschreven en technisch nog voldoen aan de gestelde eisen. Bij vervanging wordt telkens beoordeeld of een duurzaam alternatief beschikbaar en geschikt is voor de betreffende werkzaamheden.

Zo wordt het materieel- en voertuigenpark stapsgewijs en op een financieel verantwoorde wijze verduurzaamd. Zie het antwoord op vraag 85.

18

113.

114.

Hoeveel unieke cliënten waren er in 2024 en 2025 per voorzieningstype in de WMO? (blz 20)

Wat is de looptijd van de OAB-middelen in de peuteropvang en zijn er risico’s op toekomstige tekorten? (blz 24)

CDA

CDA

2024 Begeleiding: Hulp bij het huishouden: Rolstoel: Vervoersvoorziening: Woonvoorziening:

309 942 196 1.444 244

2025 Begeleiding: 321 Hulp bij het huishouden: 978 Rolstoel: 195 Vervoersvoorziening: 1.499 Woonvoorziening: 259 De huidige GOAB-periode loopt tot en met 2026. Het ministerie van OCW heeft recent de beleidsbrief 2026–2030 gepresenteerd. Vanaf 2027 komt er structureel €60 miljoen beschikbaar voor gemeenten, waardoor de bezuiniging op de SPUK GOAB wordt teruggedraaid. Het programma School & Omgeving wordt met €121 miljoen per jaar voortgezet om tienduizenden extra leerlingen te ondersteunen. Tegelijk ligt de nadruk sterker op het vroeg signaleren en aanpakken van achterstanden, onder andere via voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en betere samenwerking tussen onderwijs en gemeenten.

19

115.

Welke concrete activiteiten in de visie op cultuur worden gedekt door de structurele verhoging van € 15.000? (blz 24)

CDA

Om uitvoering te kunnen geven aan de actiepunten van de visie is een begroting opgesteld op basis van het oorspronkelijk vastgestelde bedrag van € 50.000. Dit budget wordt ingezet voor de volgende activiteiten: -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.halderberge.nl/api/v1/meetings/5186/documents/75702