260603 TECHNISCHE VRAGEN BO-SMV (per 3-6-26).pdf
Tekst van het document
Overzicht technische vragen commissie B&O/SM&V 3 juni 2026 Zie HAL-net voor de actuele stand van zaken
NR.
VRAAG
STELLER
ANTWOORD
Ag. 1 -Ag. 2 -Ag. 3 1.
Opening
Lokaal H
De 50% vanuit de opties 3, 5 en 7 is een eerste aanname. Met het nieuwe beleid zal moeten blijken hoe dit in de praktijk gaat uitvallen. Met name optie 5, maatwerk bij onveiligheid is lastig te duiden aangezien dit vaak vanuit persoonlijke beleving, locatie en omstandigheden wordt ingegeven. Soms is verlichting niet geheel de oplossing of mogelijk dat er ook andere oplossingen zijn dan verlichting om dit te verbeteren. Daar waar verlichting bijdraagt aan veiligheid wordt dit natuurlijk wel ingevuld. Afhankelijk van de invulling van het aantal meldingen, kan er meer worden gedaan aan aanvullende verlichting op evenemententerreinen of kunnen armaturen nog slimmer worden gemaakt door een Zhaga-connector aan te brengen voor bediening op afstand.
2.
Hoe wordt in de praktijk gemonitord of dimregimes geen negatieve gevolgen hebben voor verkeers-en sociale veiligheid ?
Lokaal H
Binnen de gemeente Halderberge is de functie van de weg gekoppeld aan de mate van verlichting. Ook de omgeving bepaald welke mate van licht er wordt toegepast. Op deze wijze worden negatieve gevolgen van dimmen al in de ontwerpfase tegen gegaan. Daarbij zijn er landelijke richtlijnen en onderzoeken die aangeven welke gevolgen er kunnen zijn bij een bepaald dimniveau. Ook meldingen van bewoners worden hierin meegenomen.
3.
Is er al inzicht in de toekomstige vervangingskosten van de eerste generatie led armaturen uit 2016
Lokaal H
Ja, betreft optie 6 in het beleidsplan, minimaal € 40.533,- per jaar. Het bedrag is gerelateerd aan de opgedane kennis vanuit de praktijk in Halderberge. LEDverlichting in de buitenruimte is immers een relatief nieuwe technologie.
4.
Hoe wordt voorkomen dat slimme verlichting en ai Lokaal H toepassingen leiden tot extra beheerslasten of afhankelijkheid van leveranciers?
De materialen van verlichting zijn van verschillende leveranciers. Zo is het beheerprogramma afgenomen van een bedrijf die geen armaturen en/of lichtmasten levert. Daarbij houden we als Halderberge de marktontwikkelingen in de gaten om juist onafhankelijk te blijven.
Regionale samenwerking Beleidsplan openbare verlichting 2027 - 2031 Voorkeursscenario 3 hierbij wordt ingezet maximale levensduur hetgeen gewenst is vanuit duurzaamheidsoogpunt aangevuld met een aantal gewenste opties, bij dit scenario is echter wel het weergegeven 50% van de opties3,5,en 7 hoe moet dit geïnterpreteerd worden? wat zijn hierbij de uitgangspunten om tot 50% te komen?
1
5.
Op welke wijze worden inwoners betrokken bij keuzes over verlichting in woonwijken en buitengebieden?
Lokaal H
Om de diversiteit van materialen laag te houden worden de keuzes voor materialen door de gemeente gedaan, mede ook om de beheersbaarheid van de openbare verlichting en de doorlooptijd van klachten en meldingen (mede ook door materialen in een kleine voorraad op de gemeentewerf te hebben) zo laag mogelijk te houden. Locaties van masten zijn gekoppeld aan berekeningen en gelijkmatigheid van de verlichting. Bewoners kunnen wel meldingen en klachten indienen die zorgvuldig worden afgewogen tegen het gekozen beleid. Aandachtspunt hierbij is dat het plaatsen van functionele verlichting op basis van beleving moet worden voorkomen. Misschien goed om te duiden dat bij het vervangen van de bestaande lampen door LED armaturen vanaf 2016 alle kernen ook schriftelijk zijn benaderd. In Oudenbosch zijn er ong. 1200 brieven uitgegaan in voorbereiding op een bewonersbijeenkomst. Mogelijk dat bewoners er toen nog aan moesten wennen, maar de opkomst was ongeveer een 30-tal.
6.
Continuïteit bij Stroomuitval: Hoe waarborgt het beleidsplan de continuïteit van de openbare verlichting bij grootschalige stroomuitval? Zijn er specifieke maatregelen of systemen in plaats om minimale verlichting te garanderen?
VVD
Bij stroomuitval zijn we afhankelijk van hoe Enexis. Alle lichtmasten zijn aangesloten op het net van Enexis en/of worden gevoed vanuit het netwerk van Enexis. Toegevoegd 3-6-26: Alle lichtmasten zijn aangesloten op het net van Enexis en/of worden gevoed vanuit het netwerk van Enexis. Bij stroomuitval zijn we afhankelijk van Enexis. Enexis heeft hierover het volgende aangegeven: “…Alle ontsteekpunten zitten in onze trafostations op het laagspanningsrek. Als er grootschalige stroomuitval is dan zal alles uitvallen, ook de OVL. We hebben geen systemen om minimale verlichting te garanderen...” Aanvullend hierop nog de toevoeging dat ook al zouden we als gemeente zogenaamde eigen netwerken hebben, wat landelijk nog wel eens wil voorkomen, moeten deze eigen netten ook nog steeds gevoed worden vanuit Enexis en zal alles uitvallen..
7.
8.
Mobiele Verlichtingsopties: Is er een mogelijkheid voor een VVD zelfstandige aanschaf van een flexibel, tijdelijk inzetbaar mobiel verlichtingssysteem, zowel voor evenementen als voor calamiteiten of werkzaamheden? Wat zijn de kosten en logistieke overwegingen die hierbij komen kijken? Beheer en Onderhoud: Hoe worden de keuzes voor regulier VVD en circulair beheer en onderhoud in het nieuwe beleidsplan onderbouwd? Welke specifieke voordelen biedt circulair onderhoud ten opzichte van regulier onderhoud in de context van duurzaamheid?
Tot hoever is het de taak van de gemeente om dit bij evenementen te doen of is juist de organisatie van een evenement hiervoor aan zet? Verlichting bij werkzaamheden en/of calamiteiten wordt voorzien vanuit de desbetreffende aannemer waardoor structurele kosten uit blijven. De keuze voor materialen zijn vastgelegd in de ROA (eigen richtlijn van de gemeente gebaseerd op landelijke ontwikkelingen en richtlijnen), met name dus de armaturen en de masten. Circulair onderhoud stelt een nog hogere eis aan het gebruik van onderdelen en/of materialen die ook kunnen worden hergebruikt
2
9.
Slimme Verlichting: Hoe wordt slimme verlichting geïmplementeerd en welke technologieën worden gebruikt voor energiemanagement? In hoeverre kan deze technologie bewezen bijdragen aan het verminderen van energieverbruik?
VVD
De definitie van slimme verlichting is verlichting welke ook kan worden gedimd; alle andere bijkomende toepassingen maken de verlichting dus nog slimmer. Aanvullende technologieën (waarbij we alle opties open houden) worden afhankelijk van de locatie overwogen, maar worden nog niet breed ingezet. Dit is ook één van de pijlers voor het komende beleid, namelijk verlichting nog meer op maat. Hoofdvraag blijft: moet er wel verlichting worden geplaatst of moet er ook worden overwogen om bijvoorbeeld geen verlichting te plaatsen maar een andere toepassing te zoeken door bijvoorbeeld duidelijke belijning of snoeien van openbaar groen.
10.
Risico's en Kwaliteit: Wat zijn de specifieke risico's verbonden VVD aan de kwaliteit van de openbare verlichting, vooral met betrekking tot de oudere LED-armaturen? Hoe wordt de kwaliteit bewaakt, met name om de continuïteit van het functioneren van de verlichting te waarborgen?
De gemeente Halderberge gaat bij verouderde LEDs uit van de LEDarmaturen van vóór 2016; dus door er een jaartal aan te koppelen ontstaat er inzicht. Verder controleren we dit door zelf te schouwen en de meldingen vanuit bewoners. Vanuit het doorlopend onderhoudscontract met de aannemer wordt het functioneren gewaarborgd. Verder is in het voorgestelde scenario een bedrag opgenomen om de verouderde LEDS ook te vervangen.
11.
Evaluatie van Budgetten: Hoe vaak worden de budgetten voor stroom en beheer en onderhoud geëvalueerd? Wat zijn de criteria voor eventuele aanpassingen in de toekomst? Gezien de fluctuaties in de stroomprijs, welke stress-test kan de gemeente hierop uitvoeren?
VVD
Bij deze vraag moet er een verschil worden gemaakt in het reguliere onderhoud en stroomverbruik, Het reguliere onderhoud is uitbesteedt aan een aannemer en wordt continue geëvalueerd en met de aannemer besproken. Betere kwaliteit, langere levensduur zorgt voor minder onderhoud, Het gebruik aan stroom wordt gemonitord in het beheerprogramma, waarbij energiebesparing het uitgangspunt is. Het aanpassen van dimregimes kan nog meer besparing op leveren. Dit zou een soort van stresstest kunnen zijn. Echter de eenheidsprijs van stroom is lastig te bepalen en door uitbreiding van woonwijken komen er meer lichtmasten bij en stijgt de vraag naar stroom.
12.
Feedback van Bewoners: Op welke manier worden de meldingen van bewoners over onveilige locaties in de besluitvorming meegenomen? Zijn er processen om deze meldingen effectief te behandelen? Een voorbeeld hiervan is het tijdelijke busstation aan de Parallelweg/Steenstraat.
VVD
Bij deze vraag wordt een specifiek voorbeeld gegeven welke is gekoppeld aan de reconstructie van een weg, c.q. aanleg van een nieuwe bus-opstapplaats, waarbij er tevens een tijdelijke opstap is gecreëerd; dit vraagt maatwerk in het project. Door het jaar heen wordt er door medewerkers van de gemeente een avondschouw gelopen waarbij meldingen van bewoners worden nagelopen en beoordeeld. Hierover is ook terugkoppeling (het proces). Rekening moet worden gehouden dat het aanbrengen van verlichting ook wel degelijk een meerwaarde voor de veiligheid moet zijn. Vaak is sociale controle een ander, misschien wel nog belangrijker element. Locaties met openbare verlichting maar met een gebrek aan de juiste gelijkmatigheid van verlichting (deze is ook in de ROA bepaald) kan een reden zijn om extra verlichting te plaatsen.
3
13.
Lichthinder en Duurzaamheid: Hoe wordt rekening gehouden VVD met het provinciale actieplan voor lichthinder en de doelstellingen voor verduurzaming in het nieuwe beleidsplan? Welke maatregelen worden genomen om lichtvervuiling te minimaliseren?
Met het nieuwe beleid wordt ingegaan op het actieplan van de Provincie. Op een later moment zal ook een zogenaamde “donkerte kaart” met verschillende toegestane lichtzones van de gemeente worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Deze kaart (en daarmee de ambities uit het actieplan voor het terugdringen van lichthinder) kan de gemeente Halderberge helpen om bij aanvullende vragen vanuit de omgeving bewuste keuzes te maken in licht of donker.
14.
Kan worden toegelicht op welke wijze de ervaren sociale onveiligheid van inwoners wordt meegewogen bij verzoeken om extra verlichting?
FVD
Dit is een “en-en” antwoord, de mogelijke lichtoplossing moet een meerwaarde zijn voor de veiligheid en ook passend in het beleid, waarmee wordt bedoeld dat er ook gelet moet worden op mogelijke lichthinder en/of de verstoring van natuur. Locaties met weinig tot geen sociale controle worden door het plaatsen van verlichting niet veiliger. Hierdoor ontstaat er juist schijnveiligheid, wat moet worden voorkomen.
15.
Kan worden aangegeven hoeveel meldingen over donkere of FVD als onveilig ervaren locaties in de afgelopen vijf jaar daadwerkelijk hebben geleid tot aanpassing van de openbare verlichting?
Hiervan is geen exacte telling bijgehouden, maar dit zijn er jaarlijks ongeveer een 10-tal. Met elke melding wordt er bewust omgegaan, desgewenst ook in een avondschouw en/of afstemming met bewoners. Overigens zijn er met de vervangingen van conventionele verlichting door LED verlichting nieuwe berekeningen en afwegingen gemaakt die meer gelijkmatigheid van licht in een bepaalde straat hebben gebracht. Men kan stellen dat in de afgelopen 10-11 jaar met de vervanging van de verlichting elke straat opnieuw is bekeken en doorgerekend. Door goede lichtberekeningen te maken of in nieuwe situaties een goed lichtplan, worden de meldingen juist voorkomen. Landelijk wordt de mate van verlichting continue getoetst en daar waar nodig worden richtlijnen bijgesteld. Richtlijnen die ook voor de gemeente Halderberge de basis zijn voor een goede inrichting.
16.
Wordt vooraf onderzocht wat de effecten van extra dimmen zijn op de verkeersveiligheid en sociale veiligheid, bijvoorbeeld op schoolroutes en veelgebruikte fietsroutes?
FVD
In het verlengde van het vorige antwoord kan worden aangegeven dat er ook voortdurend landelijke studies worden gedaan naar deze effecten; er zijn immers ook landelijke dimregimes vastgesteld op basis van tijdstippen en logische dimniveaus. Per locatie wordt er een lichtplan gemaakt op basis van de dan geldende richtlijnen, de functie van de weg én het gebruik.
17.
Is er een vast afwegingskader voor het afwijzen van verzoeken om extra verlichting in het buitengebied en kan dit met de raad worden gedeeld?
FVD
Uitgangspunt van het huidige, maar ook komende beleid is zo weinig mogelijk verlichting in het buitengebied in relatie tot mogelijke lichthinder en verstoring van de natuurwaarden. De nog vast te stellen kaart met in te stellen lichtzones, voortkomend uit het actieplan van de provincie kan hier een nog betere leidraad in worden. Deze zal ook worden voorgelegd aan de raad.
4
18.
Kan worden aangegeven welk type LED-verlichting en welke FVD lichtkleur (kleurtemperatuur) de gemeente momenteel toepast of voornemens is toe te passen, en of bij deze keuze eventuele effecten van blauw licht, lichthinder en gezondheid zijn meegewogen?
Vanuit de richtlijnen (gebaseerd op onderzoek) en de nog de vast te stellen kaart met lichtzones wordt dit nog beter vorm gegeven. Momenteel zijn 4000 Kelvin voor doorgaande routes en 3000 Kelvin voor de overige wegen het uitgangspunt. In het komende beleid wordt er, in navolging van landelijke trends, gekeken naar lagere waardes zoals 2200 Kelvin waardoor er een nog vriendelijker lichtbeeld ontstaat met oog voor gezichtsherkenning (landelijk ook altijd een van de uitgangspunten voor het plaatsen van verlichting). Overigens kan dit juist door de ontwikkeling van LED.
19.
Hoe wordt het effect van nieuwe verlichting op sociale veiligheid concreet gemeten en geëvalueerd?
D66
Voorafgaand wordt op basis van de vraag een verlichtingsplan gemaakt met speciale software. In deze software worden de specificaties van de armaturen ingevoerd zodat exact kan worden doorgerekend hoe de lichtval zal zijn. In het geval van bijv. de basiliek in Oudenbosch zijn er 3D modellen gemaakt. Gelijkmatigheid en de uitstraling van licht zijn in de berekeningen meegenomen en op basis van de lichtpunthoogte en de inrichting van de straat wordt de afstand van de lantaarnpalen bepaald. Uit nagenoeg alle aanpassingen van verlichting door LED of nieuwe situaties in de gemeente Halderberge komen maar weinig tot geen meldingen als zijnde onveilig en/of lichthinder. Mocht dit wel het geval zijn dan wordt dit, of door een avondschouw en/of in overleg met het ondersteunende bureau besproken en afgewogen.
20.
Op welke wijze worden inwoners betrokken bij keuzes rondom dimmen, lichtsterkte en plaatsing van armaturen?
D66
Keuzes van materialen worden door de gemeente gemaakt om zo ook diversiteit van materialen zo laag mogelijk te houden. Dit heeft weer een positief effect op de doorlooptijd van het verhelpen van klachten en meldingen; immers de gemeente heeft een beperkte hoeveelheid aan extra armaturen en masten op de gemeentewerf liggen. De keuze van dimmen en dus het maatwerk in de buitenruimte is één van de, zo niet HET thema wat in het nieuwe beleid in uitvoering zal worden gebracht, juist op basis van de inbreng van bewoners.
21.
In het overzicht van meldingen naar aanleiding van de collegeboodschap valt op dat bij meerdere meldingen wordt aangegeven dat het gaat om wegen in het buitengebied waar weinig tot geen verlichting gewenst is. Graag een toelichting op welke wijze innovatieve oplossingen, zoals slimme of adaptieve verlichting, worden overwogen om in dergelijke situaties toch een passende balans te vinden tussen veiligheid en het beperken van lichttoename?
D66
Als antwoord op deze vraag moet ook eerlijk worden aangegeven dat we als gemeente juist in het buitengebied, maar soms ook binnen de bebouwde kom, zorgvuldig moeten omgaan met het plaatsen van verlichting. Het actieplan van de Provincie is nu juist opgesteld om op basis van natuurwaardes en het voorkomen van lichthinder de juiste keuze te maken in donker en licht Om hier een goed antwoord op te kunnen geven moeten we inzoomen op de locatie en de vraag die er is op die locatie. De gemeente staat open voor elke innovatieve oplossing die qua kosten en rendement aan licht en tevredenheid van bewoners zo optimaal mogelijk is. Overigens zijn bedrijventerreinen nog een aandachtspunt als het gaat om de juiste mate van licht te verkrijgen en/of lichthinder te voorkomen.
5
22.
In hoeverre is de energiebesparing door bijvoorbeeld LEDverlichting en slimme toepassingen vertaald naar structurele financiële besparingen in de meerjarenraming?
D66
Met het huidige beleid, dus vanaf 2021 was er een doorrekening gemaakt tot het afwaarderen van het budget voor stroom. Echter, door verschillende ontwikkelingen wereldwijd is juist de eenheidsprijs toegenomen, terwijl het verbruik door Halderberge van 1.400.000 Kwh in 2013 met 600.000 Kwh is afgenomen. In 2025 is de raad hierover nog geïnformeerd en zijn budgetten bijgesteld. Momenteel is er dus (nog) geen structurele besparing van kosten in stroom, behalve dan in het gebruik.
23.
Is er een controle op de aannemer op welke OVL-apparatuur er wordt geplaatst en of deze aan de gestelde eisen voldoet (dimregime, lichtsterkte, kleurtemperatuur)? Zo ja: hoe vindt deze controle plaats?
VVD
De gemeente bepaald welke OVL apparatuur er wordt geplaatst als ook de lichtkleur. De aannemer moet voldoen aan de door de gemeente gestelde richtlijnen. In sommige gevallen zal ook de leverancier door de gemeente worden benaderd voor bepaalde storingen. Ja, er zit dus wel een bepaalde mate van vertrouwen in de geleverde materialen. Maar zoals ook elders aangegeven is LED in de openbare ruimte een relatief nieuwe oplossing.
24.
Wordt er gebruik gemaakt van een centraal management VVD systeem voor de aansturing van de OVL en zo ja, wie beheert dit systeem? Welk percentage van ons OVL-areaal is er met een centraal VVD management systeem aan te sturen?
Ja, er is een centraal systeem die door de gemeente wordt beheerd met ondersteuning van de leverancier (Luminizer).
26.
Is er in onze gemeente ook oriëntatie-verlichting (zoals bijvoorbeeld voor (recreatieve) voetpaden) aanwezig?
VVD
Oriëntatieverlichting wordt veelal gebruikt in het buitengebied bijv. op kruisingen en/of onoverzichtelijke bochten; dit is niet gebruikelijk op voetpaden, tenzij dit voetpaden zijn in een aangewezen natuurgebied.
27.
Wordt er in onze gemeente openbare verlichting op alternatieve energiebronnen (wind/zonnepanelen) toegepast (zo ja: waar, zo nee: waarom niet?)
VVD
Lichtmasten op alternatieve energiebronnen zijn er niet, omdat technieken tot op heden veel storingsgevoeliger zijn en dus onbetrouwbaar. Dit is echter aan het veranderen. De bestaande openbare verlichting wat is vervangen door LED moet betrouwbaar zijn…alternatieven kunnen met name in het nieuwe beleid met aandacht voor maatwerk een meerwaarde kunnen zijn.
28.
Is er in onze gemeente openbare verlichting aanwezig met een back-up-systeem bij stroomuitval (noodstroom)? (zo ja: waar, zo nee: waarom niet?)
VVD
3-6-26: Het antwoord op deze vraag is gelijk aan het antwoord bij vraag 6.
25.
Vanaf 2016 is de gemeente begonnen met het vervangen van verouderde lampen door LED. Op dat moment waren er nog niet voldoende beproefde en betaalbare technieken om het armatuur ook van afstand te kunnen bedienen. Bij de aanpak van de zichtlocaties in de verschillende kernen is deze techniek standaard doorgevoerd. Momenteel is ongeveer 45% van de armaturen van op afstand te bedienen. In optie 3 is hier ook aandacht en middelen voor opgegeven. Hierbij opgemerkt dat door het inbrengen van dimregimes 100% van de verlichting in Halderberge slimme verlichting is.
6
29.
Hoe worden meldingen over de OVL van BuitenBeter afgehandeld? (Worden deze bijvoorbeeld door een vakspecialist behandeld? ~wanneer wel en wanneer niet?)
VVD
Alle meldingen die betrekking hebben op het (niet)branden van het armatuur en/of schade aan lichtmasten en/of netwerkstoringen worden doorgezet naar de onderhoudsaannemer gespecialiseerd in openbare verlichting. Meldingen over het gebrek aan licht of lichthinder worden zelf opgenomen door geschoold personeel vanuit de gemeente met een achtervang van verschillende technische bureaus. Deze bureaus kunnen bijvoorbeeld lichtmetingen uitvoeren en/of ontwerpplannen maken. Het plaatsen van licht als ook de mate van licht is met verschillende landelijke richtlijnen beschreven en gerelateerd aan veiligheid en de functie van een weg.
30.
Mbt beheer en onderhoud: hoe wordt bepaald of een OVLarmatuur nog voldoet aan de gestelde eisen (of deze dus na verloop van tijd nog voldoende lichtsterkte heeft ihk degradatie?)
VVD
De technische levensduur wordt nog wel meegenomen n het beheerprogramma maar is bij het voorgestelde scenario niet het uitgangspunt voor vervanging. Dit kan ook omdat de exacte levensduur van bijv leds nog niet is vastgesteld. Naar mate de tijd verloopt zijn de gegevens vanuit de schouw, meldingen van bewoners en medewerkers van de gemeente, maar ook het zelfmelden vanuit het armatuur richting de beheersoftware maatgevend. Zelfmelden gebeurd dan n.a.v. een technisch verval van de leds/ lichtsterkte in het armatuur.
31.
Zijn er op de nieuw geplaatste OVL in al onze kernen de juiste faciliteiten aanwezig voor het plaatsen en aansluiten van feestverlichting, of zijn hier nog aanpassingen voor nodig?
VVD
Voor alle kernen zijn er bepaalde gebieden aangewezen die een hogere beeldkwaliteit moeten hebben, omdat er sprake is van een winkelgebied of een zichtlocatie/ religieus erfgoed. In deze gebieden zijn de wat luxere lichtmasten/ lantaarnpalen ook voorzien van de mogelijkheid voor het aanbrengen van feestverlichting. Deze gebieden zijn ook maatgeven voor de kwaliteit van de verhardingen en gekoppeld aan het wegenbeleidsplan en de werkwijze voor kabels en leidingen. In het beleidsplan voor de verlichting zijn deze gebieden als bijlage toegevoegd.
32.
Is er een beeld-kwaliteitsplan voor de OV-masten in onze gemeente (oa op basis van locatie/type/hoogte/kleur)?
VVD
Ja, deze is opgenomen in de ROA van de gemeente…hierin zijn standaardisering van lichtpunthoogte (4m, 6m, 8m), kleur onderscheidt in binnen de bebouwde kom (RAL 3007) buiten de bebouwde kom (RAL 7032)en zichtlocaties (RAL 7016) opgenomen. Rondom de haven van Oudenbosch staan nog zwarte masten. In de uitstraling van de masten moet nog een slag worden geslagen. Lichtmasten worden voor 40 jaar weggezet, waardoor de beeldkwaliteit nog wat achterloopt. Voortijdig vervangen is kapitaalsvernietiging. Overigens zijn de echt verouderde masten (ouder dan 40 jaar) al wel vervangen.
33.
We lezen dat er in principe 3 kleurtemperaturen VVD (3000k/2700k/2200k) worden toegepast; is er ook vastgesteld waar welke kleurtemperatuur wordt toegepast?
Bij een hogere K (kelvin) waarde is er sprake van meer verkeer; de lichtuitstraling wordt als meer wit ervaren (ziekenhuis is bijvoorbeeld 6000 Kelvin). Echter landelijk zijn hier ontwikkelingen in en willen we dit ook als gemeente meer gaan toepassen. Door het toepassen van een lagere Kelvinwaarde het licht aangenamer wordt, waarbij gezichtsherkenning nog wel een van de uitgangspunten blijft. .
7
34.
Wordt er ihk van circulariteit ook wel eens OV-masten VVD toegepast vanuit bijvoorbeeld “de mastenbank” voor gebruikte (en opgeknapte) OV- masten?
Ag. 4 Herstructurering kerkplein Hoeven 35. Hoeveel parkeerplaatsen zijn in de huidige situatie aanwezig op het kerkplein en hoeveel parkeerplaatsen worden in de nieuwe situatie rondom de kerk gerealiseerd?
FVD
36.
Zijn de toekomstige structurele beheer- en onderhoudskosten FVD van het nieuwe kerkplein, inclusief groenvoorzieningen, boombakken en pleinmeubilair, reeds verwerkt in de meerjarenbegroting?
37.
Kan het college een globale uitsplitsing geven van de geraamde kosten voor bestrating, riolering, verlichting, groenvoorzieningen en meubilair?
FVD
Nee, de prioritiet lag met het huidige beleid op het vervangen van de armaturen (het branden van de verlichting) en deels op het vervangen van verouderde masten. Het hergebruik van masten is nog een aandachtspunt voor het nieuwe beleid en is ook als aandachtspunt opgenomen in het nieuwe beleid.
Er zijn in de huidige situatie 15 parkeerplaatsen op het kerkplein aanwezig. In de nieuwe wijk worden in het openbaar gebied 67 parkeerplaatsen aangelegd. De patio’s en de appartementen hebben een parkeerplaats op eigen terrein. Op het nieuwe kerkplein komen 3 mindervalide plaatsen. Onderhoudskosten voor de lange termijn worden gefinancierd vanuit de reguliere beheerbudgetten. Er zal jaarlijks getoetst moeten worden of deze budgetten voldoende zijn voor de onderhoudskosten van (nieuwe) elementen in de openbare ruimte. OMSCHRIJVING
Jaar
Investering
Verhardingen (incl. jeu de boules)
2026
€220.000
Groen (incl. onderlagen groene bestrating)
2026
€100.000
Meubilair
2026
€60.000
Meubilair (verplaatsbaar boombakken, zitjes, picknickbank) Riolering
2026
€39.000
2026
€20.000
Openbare verlichting - armaturen
2026
€35.000
Openbare verlichting – lichtmasten (jncl. Kabelwerk)
2026
€15.000
8
38.
Kan het college aangeven welke onderdelen van het ontwerp specifiek zijn bedoeld voor klimaatadaptatie en welk deel van de investering daarmee gemoeid is?
FVD
De klimaatadaptieve onderdelen van het ontwerp betreffen met name het verminderen van verharding en het toevoegen van groen. Dit wordt gerealiseerd door het toepassen van grastegels en het creëren van extra groenruimte op het plein. Deze maatregelen dragen bij aan het vasthouden en infiltreren van regenwater, waardoor bij hevige neerslag minder water in de riolering terechtkomt en het risico op wateroverlast wordt verminderd. Daarnaast zorgt het extra groen, in combinatie met schaduwvorming door bomen, voor verkoeling van het plein en wordt hittestress beperkt ten opzichte van de huidige volledig verharde situatie. Het aandeel van de investering dat gemoeid is met klimaatadaptatie maakt integraal onderdeel uit van de totale herinrichting. De exacte kosten zijn daarin niet afzonderlijk uitgesplitst, maar betreffen met name de meerkosten voor de toepassing van halfverharding (grastegels) en de aanleg van groen en bomen.
39.
Kan het college toelichten hoe de raming van €150.000 uit 2021 zich heeft ontwikkeld tot €479.000 in 2026?
Lokaal H
Het budget uit 2021 was gebaseerd op enkel het vervangen van de bestrating, gerekend met het prijspeil van 5 jaar geleden. De plannen voor het nieuwe kerkplein omvat nu een volledige herstructurering van het plangebied. Van nieuwe riolering tot aan nieuwe verlichting en permanent groen. • Vanwege de verouderde riolering in het plangebied is ervoor gekozen ook onderhoud/ vervanging hiervan mee te nemen in het plan. In het kader van werk-met-werk maken is een vervanging van het stelsel onder het kerkplein nodig omdat anders het kerkplein op korte termijn weer open moet voor vervanging. • De bestaande verlichting sluit niet meer aan op het nieuwe gebruik. Bij de keuze van nieuwe verlichting is ook gekeken naar het gemeentelijk beleid waarbij voor een evenementenplein zoals het kerkplein, de wens bestaat om extra aandacht te geven aan de verlichting en de armaturen. Dat het plein ook zicht biedt op het kerkgebouw maakt het nog urgenter om de verlichting op deze plek behalve functioneel ook esthetisch op orde te krijgen. • Aan de westzijde van het plein wordt een strook met permanent groen gerealiseerd. Bestaande uit bomen en lage heesters.
40.
Welke onderdelen veroorzaken de grootste kostenstijging?
Lokaal H
De kostenstijging wordt voornamelijk verklaard door algemene prijsontwikkelingen (circa 20–30% stijging van materiaal- en loonkosten in de bestrating) en door kwaliteitskeuzes die in samenspraak met omwonenden en gebruikers zijn gemaakt, met name op het gebied van bestrating, groen en straatmeubilair.
9
41.
Zijn er alternatieve varianten onderzocht die dichter bij het oorspronkelijke budget liggen?
Lokaal H
Alternatieve varianten bestaan met name uit het versoberen of uitstellen van onderdelen, zoals het achterwege laten van straatmeubilair, het verminderen van het aantal boombakken en het later uitvoeren van de vervanging van de riolering. Deze keuzes hebben echter duidelijke consequenties voor de kwaliteit en duurzaamheid van het plein. Het toevoegen van bomen en groen draagt bij aan een klimaatadaptieve en leefbare inrichting. Meer groen verhoogt de toegankelijkheid en de verblijfskwaliteit voor bezoekers. Deze verblijfskwaliteit wordt verder versterkt door het toevoegen van zitgelegenheden. Juist de samenhang tussen bomen en zitplekken maakt dat het plein uitnodigt tot verblijf. Daarbij is het uitgangspunt om waar mogelijk duurzaam om te gaan met materialen. Zo zijn eerder gekapte bomen binnen het plangebied behouden gebleven en kunnen deze worden hergebruikt voor straatmeubilair op het plein. Ten aanzien van de riolering geldt dat deze verouderd is. Om efficiënt ‘werk met werk’ te maken, is ervoor gekozen de vervanging gelijktijdig met de herinrichting uit te voeren. Wanneer dit wordt uitgesteld, bestaat het risico dat het plein op korte termijn opnieuw moet worden opengebroken. Ook bij de keuze voor verlichting is aangesloten op het gemeentelijk beleid.
Voor een evenementenplein zoals het kerkplein is extra aandacht gewenst voor zowel functionele als esthetische verlichting. De prominente ligging en het zicht op het kerkgebouw maken dat verlichting hier niet alleen functioneel moet zijn, maar ook moet bijdragen aan de uitstraling van de locatie.
42.
Zijn er ontwerpvarianten gemaakt met verschillende kwaliteitsniveaus (bijvoorbeeld basis – midden - uitgebreid) en waarom wel of niet? Is er rekening gehouden met onderhoudskosten van de boombakken en zitmeubels op de lange termijn? Is de boomstamtafel een wens van inwoners of een keuze van de ontwerper?
Lokaal H
Zie vraag 41.
Lokaal H
Zie vraag 36.
Lokaal H
Hoeveel parkeerplaatsen verdwijnen op het plein en hoeveel komen er terug in de omgeving? Is onderzocht of de nieuwe parkeerlocaties voldoende capaciteit bieden voor het dorpshuis en de wijk?
Lokaal H
Tijdens de omgevingsdialoog en bespreking van de inrichting van het kerkplein is door de Kruisvereniging en ‘Samen voor Hoeven’ de wens geuit om een grote boomstamtafel op het plein te zetten. Deze tafel moet zorgen voor interactie tussen inwoners en bezoekers. De in een eerdere fase gerooide bomen binnen het plangebied zijn bewaard gebleven en kunnen gebruikt worden voor een tafel. Zie vraag 35.
43. 44.
45. 46.
Lokaal H
Voor de realisatie van het dorpshuis ligt een ruimtelijke onderbouwing aan ten grondslag. Hierbij is ook rekening gehouden met de nieuwe wijk achter de kerk. Er is een totaal parkeerbalans voor het dorpshuis en de nieuwe wijk die sluitend is met het beleid zoals is neergelegd in de Kadernota Parkeren. Er zijn voor het dorpshuis ruim voldoende parkeerplaatsen voorzien en de nieuwe wijk kan ook voorzien in voldoende parkeerplaatsen.
10
47.
In hoeverre is rekening gehouden met fiets parkeerplaatsen en de voorzieningen hiervoor (denk aan laadmogelijkheden, het kunnen vastmaken van sloten tegenwoordig etc.)
Lokaal H
In het plan komt nabij de ingang een fietsenstalling met mogelijkheden om de fiets vast te maken. Conform het huidig beleid (Kadernota parkeren 2023-2027) wordt niet actief laadmogelijkheden voor elektrische fietsen gerealiseerd. Wel kan er bij een initiatief hiervoor ruimte ter beschikking worden gesteld in de openbare ruimte.
48.
Welke concrete input van inwoners is verwerkt in het ontwerp?
Lokaal H
De input van inwoners en de gebruikers is voornamelijk verwerkt in de invulling van het groen en het straatmeubilair. Dit heeft geleid tot keuzes rondom vergroening en het toevoegen van zitgelegenheden, om de aantrekkelijkheid, toegankelijkheid en verblijfskwaliteit van het plein te verbeteren.
49.
Is er een participatieverslag beschikbaar?
Lokaal H
50. 51.
Wanneer was de laatste participatiebijeenkomst? Is er na de opening van het dorpshuis ook nog informatie opgehaald gezien de eerste ervaringen?
Lokaal H Lokaal H
52.
Zijn er risico’s op vertraging of kostenoverschrijding?
Lokaal H
53.
Hoe wordt de bereikbaarheid van het dorpshuis tijdens de werkzaamheden gegarandeerd?
Lokaal H
54.
In hoeverre dragen de bomen in verplaatsbare bakken D66 daadwerkelijk bij aan een klimaatadaptief plein? Ze kunnen immers geen water in de bodem vasthouden en daardoor niet voorkomen dat de bodem minder snel opwarmt.
Ja, van 30 oktober 2024 en 17 december 2024. Op 25 november 2025 heeft de ontwikkelaar van het plan ‘Dorpshart’ met de gemeente samen het inrichtingsplan van de nieuwe wijk en het kerkplein als integraal plan aan alle betrokkenen gepresenteerd. In het pleinontwerp waren geen grote wijzigingen opgenomen. 25 november 2025 Vanaf 25 november 2025 staat het ontwerp in de foyer van het dorpshuis en is voor iedereen te bekijken. Er zijn na 25 november 2025 geen nieuwe opmerkingen of wensen ontvangen over het plein. Er is een concrete raming beschikbaar op basis van marktprijzen, waarbij de gemeente zelf de regie voert over de uitvoering. Hierdoor kunnen eventuele afwijkingen tijdig worden gesignaleerd en beheerst. Hoewel onvoorziene omstandigheden nooit volledig uit te sluiten zijn, is het risico hierop beperkt. Hiermee is een duidelijk financieel kader vastgesteld. De resultaten uit de aanbesteding mogen het beschikbare budget niet overschrijden. Wanneer de aanbesteding hier niet aan voldoet moet het ontwerp en de raming opnieuw bekeken worden en de aanbesteding worden overgedaan. Het dorpshuis moet ten alle tijden bereikbaar blijven. Hoe dit in de praktijk uitgevoerd gaat worden moet met de aannemer worden overlegd. Het gebouw heeft ook een zij-ingang die ook beschikbaar is voor minder validen. De bereikbaarheid wordt afgestemd met de exploitant van het dorpshuis.
Bomen in verplaatsbare bakken dragen bij aan een klimaatadaptief en comfortabel plein, zij het op een andere manier dan bomen in de volle grond. Hoewel er geen sprake is van een direct bijdrage aan waterinfiltratie in de bodem, zorgen bomen wel voor schaduwvorming. Deze schaduwwerking is van grote invloed op de beleving en het gebruik van het plein, schaduw verlaagt de gevoelstemperatuur en voorkomt dat verharding en verblijfsplekken sterk opwarmen. Hierdoor ontstaat een aangenamer verblijfsklimaat voor bezoekers, met name op warme dagen. Daarnaast dragen bomen, ook in bakken, bij aan vergroening, verkoeling door verdamping en de algehele kwaliteit en uitstraling van het plein. Hiermee leveren zij een belangrijke bijdrage aan de klimaatadaptieve en leefbare inrichting, ook wanneer volledige aanplant in de ondergrond niet overal mogelijk is.
11
55.
Welke kosten worden er gemaakt om deze bomen telkens te verplaatsen en na hoeveel jaar moeten ze vervangen worden door nieuwe jonge bomen?
D66
De boombakken worden zodanig gemaakt zodat deze met eigen materieel verplaatst kunnen worden, hiervoor worden dus geen externe kosten gemaakt. Wanneer de bomen te groot groeien voor de boombakken worden deze elders binnen de gemeente in de volle grond geplaatst, hiermee kan de boom doorgroeien. Deze cyclus is ongeveer 4 à 5 jaar.
56.
Hoe wordt voorkomen dat er geparkeerd kan worden op het kerkplein? Wat houdt de lijn die ingetekend is lans het voetpad parallel aan de St. Janstraat precies in? Hoeveel omwonenden hebben deelgenomen aan de participatiebijeenkomsten van 30 oktober 2024 en 17 december 2024 en met welke stakeholders heeft overleg plaatsgevonden en op welke wijze zijn hun reacties, wensen en eventuele bezwaren verwerkt in het definitieve ontwerp van het kerkplein?
D66
Het kerkplein wordt mede ingericht als evenementenplein. Hoe vaak wordt verwacht dat het plein jaarlijks voor evenementen wordt gebruikt en op welke gebruiksprognoses is deze verwachting gebaseerd? Zijn alle daarvoor benodigde voorzieningen, zoals stroomvoorzieningen, waterpunten, afwatering en logistieke voorzieningen voor op- en afbouw, in het ontwerp opgenomen? Hoeveel parkeerplaatsen verdwijnen door de herstructurering van het huidige kerkplein en hoeveel nieuwe parkeerplaatsen worden hiervoor gerealiseerd? Is een parkeerdruk- of capaciteitsonderzoek uitgevoerd waaruit blijkt dat de nieuwe parkeeroplossing voldoende capaciteit biedt voor bewoners, bezoekers van het dorpshuis en bezoekers van evenementen op het plein? Is de planning van de werkzaamheden afgestemd op de oplevering van de nieuwe woningen rondom de kerk? Het ontwerp bevat diverse elementen die bijdragen aan de verblijfskwaliteit van het plein, zoals verplaatsbare boombakken, nieuwe verlichting, zitgelegenheden, groenvoorzieningen en een boomstamtafel.
Welke jaarlijkse beheer-, onderhouds- en vervangingskosten zijn met deze inrichting gemoeid en zijn deze kosten reeds structureel opgenomen in de gemeentelijke begroting? Hoe verhouden deze kosten zich tot de huidige onderhoudslasten van het kerkplein? Daarnaast: hoe vaak verwacht het college dat de verplaatsbare boombakken daadwerkelijk verplaatst moeten worden, welke uitvoeringskosten brengt dit met zich mee en wie is verantwoordelijk voor deze werkzaamheden?
VVD
Door middel van bebording kan voorkomen worden dat het er op het plein mag worden geparkeerd. De zwarte lijn is de eigendomsgrens. Voor de bijeenkomsten zijn naast omwonenden, ook gebruikers van het nieuwe dorpshuis, gebruikers van het plein (zoals evenementen) en ondernemers uitgenodigd. De input van inwoners en de gebruikers is voornamelijk verwerkt in de invulling van het groen en het straatmeubilair. Dit heeft geleid tot keuzes rondom vergroening en het toevoegen van zitgelegenheden, om de aantrekkelijkheid, toegankelijkheid en verblijfskwaliteit van het plein te verbeteren. Het kerkplein is al een evenementenplein waardoor dit gegeven als uitgangspunt gold bij het ontwerpen van het plein. De maatvoering van de evenementen die nu plaatsvinden op het kerkplein zijn/ wordt rekening mee gehouden in het nieuwe ontwerp.
57.
58.
59.
60. 61.
VVD
VVD
Zie vraag 35 en vraag 46.
VVD
Ja, met de aannemer van de nieuwe woningen achter de kerk is afgestemd wanneer de werkzaamheden kunnen plaatsvinden. Zie vraag 36. Op het kerkplein vindt enkele keren per jaar een evenement plaats. Per evenement wordt gekeken of de boombakken kunnen blijven staan of niet. Inschatting is dat ongeveer vier keer per jaar de boombakken verplaatst moeten worden. Deze kunnen met materieel van de gemeente worden verplaatst. Vanwege de zorgvuldigheid houdt de gemeente zelf de regie over de verplaatsing.
VVD
12
62.
De voorgestelde locatie van de jeu-de-boulesbaan lijkt dicht bij de ramen van Surplus te bevinden. Is onderzocht welke impact dit kan hebben op de gebruikers van het gebouw? Is dit met deze partij besproken?
CDA
63.
Blijft het aantal parkeerplaatsen in de nieuwe inrichting gelijk aan de huidige situatie? Wat betekent dit voor de parkeernorm? De tekening roept op enkele punten nog vragen op. Is er een legenda beschikbaar die de verschillende onderdelen nader toelicht? Kunt u verduidelijken waar het terras is voorzien en hoe de verkeersroute voor auto's over het plein loopt?
CDA
64. 65.
CDA
Er is een versie beschikbaar van het totaalplan van de wijk en kerkplein zoals gepresenteerd op 25 november 2025. Zie bijlage.
CDA
Het plein wordt autovrij. Aan de voorzijde op het kerkplein, langs de tuin van de pastorie, komen drie mindervalide parkeerplaatsen. Bestemmingsverkeer mag hier in één richting rijden. In de verdere uitwerking wordt nog bepaald waar de in- en uitrit komen, zodat deze verkeersveilig kan worden ingericht.
Ag. 5 Verordening Jeugdhulp 66. Wat is een familiegroepsplan? Wie stelt deze op? Waar wordt WOS H deze voor gebruikt? 67.
Er zitten enkele meters tussen de ramen en de jeu-de boule-baan. Tussen de de jeu-de boule-baan en de ramen komt een strook met beplanting. Het zitje is verder geplaatst en komt niet voor het raam. Alle ontwerp uitgangspunten zijn besproken en gedeeld met alle partijen, ook met de gebruikers van het dorpshuis. Ten opzichte van het ontwerp van december 2024 zijn de banen verder van de ramen komen te liggen. Zie vraag 35 en vraag 46.
Gemeente Halderberge werkt binnen de regio WBW samen WOS H met andere gemeentes voor de jeugdhulp a. Zijn de rollen van deze gemeentes gelijk binnen deze samenwerking. Of hebben bepaalde (grotere) gemeentes een andere of extra rol? b. De jeugdhulp wordt gezamenlijk ingekocht. Is per gemeente ook capaciteit gereserveerd binnen de totaal ingekochte capaciteit? Dit om te voorkomen dat gemeentes die aan de voorkant een 'slechte' schatting hebben gemaakt van de benodigde zorg en meer behoefte hebben dan gepland, deze niet opsnoepen van de gemeentes die deze wel goed hebben ingeschat. c. Afgeleide vraag van b: wordt er op basis van verzoek toegewezen aan de totale capaciteit binnen de regio (is er 1 wachtlijst) of is er een wachtlijst per gemeente en wordt toegewezen op basis van vooraf 'gereserveerde' capaciteit.
Een familiegroepsplan is een plan dat door de jeugdige en/of ouders zelf (eventueel samen met hun netwerk) wordt opgesteld en ingebracht bij de gemeente om de hulpvraag op te lossen. Dit recht is opgenomen in de jeugdwet. A. De gemeenten binnen de jeugdhulpregio WBW hebben een gelijkwaardige rol. • Alle 9 gemeenten hebben een gelijke stem in de samenwerking. • De gemeente Roosendaal vervult de rol van gastgemeente en kassier, maar dit heeft geen invloed op de bestuurlijke gelijkwaardigheid. • Specialistische jeugdhulp wordt regionaal georganiseerd, terwijl gemeenten zelf verantwoordelijk blijven voor de toegang en het lokale beleid. B. Binnen WBW wordt specialistische jeugdhulp regionaal ingekocht. • Er worden geen vaste aantallen of capaciteit per gemeente gereserveerd. • Zorgaanbieders krijgen een raamwerkovereenkomst als zij voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen. • Op basis van deze overeenkomst mogen zij zorg leveren in onze regio. Of zij cliënten krijgen hangt af van de toewijzingen in de toegang en de keuze voor ouders en jeugdige voor de aanbieder. Er wordt vooraf geen volume of capaciteit gegarandeerd. C. • Zie antwoord B.
13
68.
69.
De hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 stelt versterking van preventie, de sociale basis en vrij toegankelijke voorzieningen als voorwaarde voor het terugdringen van geïndiceerde jeugdhulp. De voorliggende verordening regelt uitsluitend de toegang tot en toekenning van geïndiceerde jeugdhulp. Welk gemeentelijk instrument borgt de overige voorwaarden uit de hervormingsagenda en is dat instrument juridisch bindend?
D66
Op welke wijze en in welke specifieke artikelen van de voorliggende verordening is de landelijke richtlijn van de Hervormingsagenda Jeugd omtrent een positieve toegangsformulering juridisch vertaald?
D66
De verordening jeugdhulp regelt de toegang tot en toekenning van geïndiceerde jeugdhulp en is daarmee het enige juridisch bindende instrument voor individuele voorzieningen. Voor de overige voorwaarden uit de Hervormingsagenda Jeugd – zoals versterking van preventie, de sociale basis en vrij toegankelijke voorzieningen – beschikt de gemeente niet over één afzonderlijk juridisch bindend instrument. Deze voorwaarden worden o.a. ingevuld via een combinatie van: • beleids- en uitvoeringskaders, zoals De Kracht van Samen, uitvoeringsprogramma’s en de regionale regiovisie; • concrete uitvoeringsontwikkelingen, de invoering van drie professionalsprofielen (preventief ambulant, toegangsprofessional jeugd en gezinsprofessional) en de doorontwikkeling van stevige lokale teams; • en monitoring en verantwoording, zoals de VNG-voortgangsmeting Hervormingsagenda Jeugd. Deze instrumenten zijn richtinggevend en sturend voor de uitvoering, maar geven geen individueel afdwingbare rechten. De term “positieve toegangsformulering” komt niet letterlijk voor in de Hervormingsagenda Jeugd. De Hervormingsagenda bevat wel de onderliggende uitgangspunten, zoals een duidelijke afbakening van de jeugdhulp, inzet op eigen kracht en voorliggende voorzieningen en het richten van jeugdhulp op de meest kwetsbare jeugdigen.
De positieve toegangsformulering kan worden gezien als de juridische vertaling van deze uitgangspunten in verordeningen en jurisprudentie. Dit houdt in dat expliciet wordt vastgelegd wanneer jeugdhulp wél wordt ingezet en welk doel daarmee wordt beoogd. In de voorliggende verordening is dit juridisch uitgewerkt door: • het integraal onderzoeken van wat nodig is voor de jeugdige (artikel 5), • het expliciet formuleren van de criteria wanneer een individuele voorziening wordt toegekend (artikel 9), waarin onder meer de noodzaak, passendheid en doeltreffendheid van jeugdhulp zijn opgenomen, • en het beoordelen van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen vóór inzet van jeugdhulp (artikel 10). Hiermee wordt in de verordening niet alleen begrensd wanneer jeugdhulp niet wordt ingezet, maar juist ook vastgelegd in welke situaties jeugdhulp wél passend en noodzakelijk is en welk resultaat daarmee wordt beoogd.
14
70.
Op welke wijze en in welke specifieke bepalingen van artikel 3 is de afspraak uit de Hervormingsagenda Jeugd geborgd omtrent het aanwijzen van een vaste contactpersoon (jeugdconsulent) als vaste schakel tussen de huisartsenpraktijken en het lokale team?
D66
Artikel 3 van de verordening regelt de toegang tot jeugdhulp via verwijzers zoals de huisarts, medisch specialist en jeugdarts. In deze bepaling is niet expliciet opgenomen dat er een vaste contactpersoon of jeugdconsulent fungeert als schakel tussen huisartsen en het lokale team. De afspraak uit de Hervormingsagenda Jeugd om te werken met een vast aanspreekpunt betreft primair de inrichting van de toegang en de organisatorische samenwerking in de uitvoering. Dergelijke afspraken hebben betrekking op de werkwijze en organisatie van de toegang en worden daarom niet juridisch vastgelegd in de verordening.
71.
In hoeverre is bij het opstellen van artikel 10 lid 5, waarin van ouders wordt verwacht dat zij betaalde arbeid verminderen, getoetst aan de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep uit 2021 waarin is bepaald dat financiële draagkracht en een inkomenstoets geen onderdeel mogen uitmaken van de beoordeling van de eigen kracht?
D66
De invulling hiervan vindt plaats in de praktische werkwijze van de lokale teams en de samenwerking met huisartsen, bijvoorbeeld via onderlinge werkafspraken en de inrichting van het lokale toegangsteam. Uit de verordening en de toelichtende stukken blijkt niet expliciet op welke wijze artikel 10, lid 5 afzonderlijk is getoetst aan de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep uit 2021. In artikel 10, lid 5 is geen inkomenstoets of beoordeling van de financiële draagkracht opgenomen. De bepaling ziet op de beoordeling van (dreigende) overbelasting van ouders en benoemt dat van ouders verwacht mag worden dat zij activiteiten of arbeid aanpassen om overbelasting te verminderen, waarbij tegelijkertijd rekening wordt gehouden met de noodzaak om in een inkomen te voorzien. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat bij de beoordeling van de eigen kracht geen financiële draagkrachttoets of inkomenstoets mag worden toegepast. In de verordening wordt arbeid en inkomen niet betrokken als financiële toets, maar als onderdeel van de bredere beoordeling van de belastbaarheid en overbelasting van ouders.
72.
In het raadsvoorstel wordt aangekondigd dat de nadere uitwerking van de criteria voor een vervoersvoorziening volgt in beleidsregels van het college. Binnen welke exacte termijn worden deze beleidsregels door het college vastgesteld, en zijn deze gereed vóór de inwerkingtreding van deze verordening?
D66
De gemeenteraden van de 9 samenwerkende gemeenten binnen de jeugdhulpregio West- Brabant West worden voorgesteld de verordening jeugd vast te stellen voor de zomervakantie van 2026. De beleidsregels worden parallel uitgewerkt, met als inzet om deze eveneens voor de inwerkingtreding van de verordening door het college vast te laten stellen. Mocht volledige vaststelling vóór de zomervakantie niet haalbaar blijken, dan worden deze zo spoedig mogelijk daarna vastgesteld, zodat zij bij inwerkingtreding gereed zijn.
15
73.
In de verordening staat dat het college bij jeugdigen van 16 jaar en ouder onderzoekt welke vervolgondersteuning nodig is. Welke concrete criteria en stappen hanteert het college bij de uitvoering van dit onderzoek, en in hoeverre sluiten deze aan bij de richtlijnen van de Hervormingsagenda Jeugd?
D66
De verordening stelt de kaders en bepaalt dat bij jeugdigen vanaf 16 jaar tijdig wordt onderzocht welke ondersteuning na het 18e jaar nodig is. De concrete criteria en stappen zijn niet apart uitgewerkt in de verordening, maar maken onderdeel uit van het reguliere onderzoek en de afstemming met andere voorzieningen. In de uitvoering wordt dit uitgewerkt via de jeugdhulpcatalogus wbw, waarin is vastgelegd dat vanaf circa 16,5 jaar een integraal plan wordt opgesteld gericht op zelfstandigheid en een warme overdracht naar vervolgvoorzieningen. Deze werkwijze sluit aan bij de Hervormingsagenda Jeugd, waarin wordt ingezet op tijdige voorbereiding op de overgang naar volwassenheid, integrale samenwerking tussen domeinen en het voorkomen van breuken in ondersteuning rond het 18e jaar.
74.
Voorziet het voorgestelde pgb-beoordelingsproces in een proportionaliteitstoets om de administratieve lasten voor de aanvrager af te wegen tegen het controlenadeel voor de gemeente? Zo ja, in welk artikel of uitvoeringsbesluit is dit verankerd?
D66
In de verordening is het beoordelingsproces voor een persoonsgebonden budget (pgb) uitgewerkt, onder meer in artikel 16 en 17. Deze bepalingen bevatten voorwaarden ten aanzien van het pgb-plan, de motivatie voor een pgb, de kwaliteit van de in te kopen hulp en de pgb-vaardigheid van de aanvrager. In de verordening is geen expliciete proportionaliteitstoets opgenomen waarbij de administratieve lasten voor de aanvrager worden afgewogen tegen het controleniveau of het controlerisico voor de gemeente. In de beleidsregels pgb die later volgen, worden nadere regels opgenomen die professionals in de toegang ruimte bieden voor een zorgvuldige afweging op basis van individueel onderzoek, waarbij de omstandigheden van de aanvraag worden meegewogen. In de praktijk wordt daarbij ook gekeken naar de proportionaliteit tussen de benodigde controle en administratieve belasting voor de inwoner. Deze afweging wordt niet als afzonderlijke toets vastgelegd, maar maakt onderdeel uit van het professionele oordeel in de uitvoering. Daarnaast is het college bij de besluitvorming gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het evenredigheidsbeginsel. Dit waarborgt dat besluiten proportioneel zijn, zonder dat sprake is van een expliciet vastgelegde proportionaliteitstoets.
16
75.
Heeft het college bij het opstellen van de verordening de handreiking Verkenning afbakening Jeugdhulpplicht geraadpleegd? (Deze handreiking is op verzoek van het ministerie van VWS opgesteld en formuleert juridische kwetsbaarheden in verordeningen die aanleiding kunnen geven tot bezwaar en beroep.)
D66
Nee, die is niet gebruikt. De handreiking is door het ministerie van VWS ontwikkeld maar door de commissie ZJO van de VNG namens de gemeenten afgewezen als niet goed werkbaar omdat hierbij de afbakening toch weer wordt verschoven van de Jeugdwet naar de interpretatie ervan door de (gemeentelijk) professionals. Op basis van gesprekken met VWS is er door de stuurgroep Hervormingsagenda een nieuwe opdracht over reikwijdte geformuleerd die zich meer richt op de eigen kracht van de jeugdige, het gezin en het sociaal netwerk en een sterke structuur in de sociale en pedagogische basis om problemen zoveel mogelijk op te lossen in die context.
76.
Voorziet de verordening in een algemene hardheidsclausule voor individuele gevallen? Zo ja, in welk artikel?
D66
Vanuit deze context is de modelverordening opgesteld die de basis is voor de verordening WBW. Daarnaast is de wet Reikwijdte in ontwikkeling. Een algemene hardheidsclausule is niet verplicht op grond van de Jeugdwet en is in deze verordening niet opgenomen. Dit betekent echter niet dat er geen ruimte is om in individuele gevallen maatwerk toe te passen. Deze ruimte is op andere manieren geborgd. Zo vindt besluitvorming altijd plaats op basis van individueel onderzoek, waarbij wordt gekeken naar de noodzaak en passendheid van de jeugdhulp. Daarnaast bevat de verordening op onderdelen specifieke bepalingen die ruimte bieden om in bijzondere omstandigheden af te wijken. Verder is het college bij de uitvoering gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het evenredigheidsbeginsel. Dit brengt met zich mee dat bij besluiten altijd rekening wordt gehouden met de individuele omstandigheden van de jeugdige en het gezin.
77.
78.
Hoeveel kinderen maken momenteel gebruik van jeugdhulp in FVD Halderberge en hoe heeft dit aantal zich de afgelopen vijf jaar ontwikkeld?
In mei 2026 maken er 621 jeugdige gebruik van jeugdhulp.
Hoeveel fraude- of misbruikzaken met jeugdhulp of pgb's zijn de afgelopen vijf jaar vastgesteld?
Afgelopen 5 jaar zijn er 2 casussen geweest waar pgb onterecht is betaald. Bij 1 casus is er geld teruggevorderd. Bij de andere casus kon dit juridisch niet.
FVD
In mei 2021 maakte er 563 jeugdigen gebruik van jeugdhulp. In 2023 en 2024 zien we eens stijgende lijn van het aantal jeugdige wat gebruik maakt van jeugdhulp. In 2025 is deze lijn stabiel en zitten er 685 jeugdige die gebruik maken van jeugdhulp. Ten opzichte van 2025 met 2026 zien we een lichte daling met jeugdige die gebruik maken van jeugdhulp.
17
79.
In hoeverre heeft de gemeenteraad nog invloed op deze verordening als deze grotendeels regionaal is opgesteld?
FVD
De gemeenteraad houdt het formele beslisrecht: de verordening wordt door de raad vastgesteld en kan ook alleen door de raad worden gewijzigd. Omdat de verordening regionaal is voorbereid, is de invloed in de praktijk deels indirect. De inhoud komt grotendeels voort uit regionale afspraken, waardoor de ruimte om zelfstandig af te wijken beperkter is. Tegelijkertijd kan de gemeenteraad altijd besluiten tot aanpassing of afwijking, maar dit kan gevolgen hebben voor de regionale samenwerking en uniformiteit tussen gemeenten. Wat de administratieve last voor toegangen en zorgaanbieders verhoogt en ongelijkheid voor ouders en jeugdigen tussen gemeenten vergroot.
80.
Verwacht het college dat de nieuwe regels leiden tot meer of minder aanvragen voor jeugdhulp?
FVD
Het doel van de nieuwe verordening is om te komen tot een doelmatiger inzet van jeugdhulp, met meer nadruk op preventie, normalisering en het versterken van de eigen kracht van jeugdigen en hun omgeving. Het college verwacht dat dit op termijn bijdraagt aan een afname of afvlakking van de instroom in specialistische jeugdhulp, en tot een verschuiving naar lichtere vormen van ondersteuning.
81.
Welke concrete voordelen merkt een inwoner van Halderberge van deze nieuwe verordening ten opzichte van de verordening uit 2019?
FVD
Tegelijkertijd is de ontwikkeling van het aantal aanvragen afhankelijk van maatschappelijke ontwikkelingen en de aard en complexiteit van de hulpvragen. De nieuwe verordening leidt tot een aantal merkbare veranderingen voor inwoners. Het belangrijkste doel is een doelmatiger inzet van jeugdhulp, met meer nadruk op preventie, normalisering en het versterken van de eigen kracht van jeugdigen en hun omgeving. Concreet merken inwoners dat: • hulp vaker eerder en dichterbij wordt aangeboden, via lichte en vrij toegankelijke voorzieningen; • kritischer wordt beoordeeld of specialistische jeugdhulp nodig is, waardoor minder snel wordt doorverwezen naar zwaardere vormen van hulp; • er meer gekeken wordt naar eigen mogelijkheden en het netwerk, voordat professionele jeugdhulp wordt ingezet; • de beoordeling van hulpvragen duidelijker en zorgvuldiger plaatsvindt, met aandacht voor de persoonlijke situatie; • er betere afstemming is met andere domeinen, waardoor ondersteuning samenhangender wordt georganiseerd; regels, bijvoorbeeld rond het pgb, duidelijker en transparanter zijn, wat bijdraagt aan rechtszekerheid.
18
82.
Is binnen de verordening een hardheidsclausule opgenomen voor situaties waarin toepassing van de regels tot onredelijke uitkomsten zou kunnen leiden?
Ag. 6 Jaarstukken 2025 (met blz.nr) 83. 18 Het percentage inwoners dat zich onveilig voelt in eigen omgeving is relatief hoog. In 2023 17%. Hoe komt het dat dit hoger is dan het landelijk gemiddelde?
CDA
In de voorliggende verordening is geen expliciete hardheidsclausule opgenomen. Wel is maatwerk geborgd via individueel onderzoek, de beoordeling van noodzaak en passendheid en de toepassing van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het evenredigheidsbeginsel. Hierdoor kan in individuele gevallen rekening worden gehouden met bijzondere omstandigheden.
WOS H
Uit de veiligheidsmonitor kan niet afgeleid worden wat de directe oorzaak is. We kunnen ons echter voorstellen dat in kleinere of minder stedelijke gemeenten overlast relatief sterker kan doorwerken in de veiligheidsbeleving doordat bewoners elkaar beter kennen en incidenten zichtbaarder en persoonlijk worden ervaren. Het lagere percentage lijkt niet zozeer het gevolg van duidelijke beleidsverschillen met andere gemeenten. Het verschil hangt waarschijnlijk eerder samen met factoren zoals de inzet en beschikbare capaciteit van handhavers. Deze factoren kunnen van invloed zijn op de ervaren tevredenheid van inwoners. De inzet richt zich nadrukkelijk op preventie, onder andere via zichtbare aanwezigheid van boa’s en het stimuleren van meldingsbereidheid. Hierdoor kunnen signalen vroegtijdig worden opgepakt, zodat escalatie en daadwerkelijke overlast zoveel mogelijk wordt voorkomen. Deze lijn wordt doorgezet in het nieuwe Integrale Veiligheidsplan en het jaarplan voor 2027. Vorderingen die al langere tijd open staan en waarvan het onzeker is of deze nog ontvangen worden, worden dubieuze debiteuren genoemd. Om het risico van oninbare vorderingen op te vangen is een voorziening gevormd. De gemeente, de Belastingsamenwerking West-Brabant en het Werkplein Hart van West-Brabant hanteren een invorderingsbeleid waarbij getracht wordt alle vorderingen te innen.
Dat een vordering, op basis van de ouderdom, als dubieus wordt aangemerkt wil dus niet zeggen dat de vordering niet geïnd zal worden. Het betekent slechts dat er rekening mee gehouden wordt dat de vordering door buitengewone omstandigheden mogelijk niet of niet volledig betaald zal worden. Voor de subsidieregelingen Vrijwilligersorganisaties, Armoedebestrijding en Inwonersondersteuning zijn enkele aanvragen voor subsidies na de oorspronkelijk vastgestelde indieningstermijn ontvangen. Omdat de gehanteerde indieningstermijn procedureel niet juist was vastgesteld, is besloten de betreffende indieningstermijn eenmalig te verlengen tot 1 juli 2024. De aanvragen die binnen deze aangepaste termijn zijn ontvangen, zijn in behandeling genomen en toegekend.
84.
18 Het Percentage inwoners dat tevreden is over het WOS H functioneren van boa’s is lager dan landelijk gemiddelde. Wat zijn de beleidsverschillen met andere gemeenten, waardoor zij een hoger percentage scoren?
85.
21 Er wordt gesproken over maatregelen wanneer inwoners (ook arbeidsmigranten) overlast geven. Maar wat wordt er gedaan om overlast te voorkomen?
WOS H
86.
81 wat wordt bedoeld met dubieuze debiteuren?
WOS H
87.
136 Welke subsidieaanvragen zijn toegekend ondanks verloop van de aanvraagtermijn?
WOSH
19
88.
136 Zijn aanvragers van deze subsidies hiervan op de hoogte WOS H gesteld om herhaling te voorkomen?
89.
136 Wat is de oorzaak van de onduidelijkheid rondom de begrotingssubsidie bibliotheek?
WOS H
Voor het nieuwe subsidiejaar zijn subsidieaanvragers vooraf actief geïnformeerd over de geldende indieningstermijnen. Daarbij is expliciet aangegeven welke uiterste indieningsdatum voor de subsidieaanvraag van toepassing is. Met deze communicatie is beoogd tijdige indiening van aanvragen te bevorderen en herhaling van termijnoverschrijdingen te voorkomen. Het verschil tussen het in de begroting opgenomen subsidiebedrag en het uiteindelijk verleende bedrag wordt veroorzaakt door de toevoeging van middelen voor het Informatiepunt Digitale Overheid (IDO). Deze IDO-middelen worden door het Rijk beschikbaar gesteld en via de gemeente aan de bibliotheek verstrekt voor de uitvoering van deze wettelijke taak. Om deze reden zijn deze middelen opgenomen in de subsidiebeschikking aan de bibliotheek.