Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2022 getekend
Tekst van het document
Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2022 De raad van de gemeente Haarlem; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 november 2021 gelet op artikel 221 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2022
Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a.
bedrijfsruimte: een ruimte die niet kan worden aangemerkt als woonruimte.
b.
ruimte: een roerende woon- of bedrijfsruimte, welke duurzaam aan een plaats gebonden is
c.
woonruimte: een ruimte waarvan de vastgestelde waarde in hoofdzaak kan worden
en dient tot permanente bewoning of permanent gebruik;
toegerekend aan delen van de ruimte die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn
aan woondoeleinden;
Artikel 2 Belastbaar feit en belastingplicht 1.
Onder de naam 'belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten' worden ter zake van
binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe belastingen geheven: a.
een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een
bedrijfsruimte, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; b.
een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een
ruimte het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te
noemen: eigenarenbelasting. 2.
Bij de gebruikersbelasting wordt: a.
gebruik door degene aan wie een deel van een bedrijfsruimte in gebruik is gegeven,
aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; b.
het ter beschikking stellen van een bedrijfsruimte voor volgtijdig gebruik aangemerkt
als gebruik door degene die die ruimte ter beschikking heeft gesteld. 3.
Degene die een in het vorige lid bedoelde bedrijfsruimte in gebruik heeft gegeven of ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die ruimte of deel daarvan in gebruik is gegeven of ter beschikking is gesteld.
Roerende woon- en bedrijfsruimten 2022
Artikel 3 Voorwerp van de belasting 1
Voorwerp van de belasting is een woon- of bedrijfsruimte.
2
Als één ruimte wordt aangemerkt:
a.
een binnen de gemeente gelegen ruimte;
b.
een gedeelte van een in onderdeel a bedoelde ruimte dat blijkens zijn indeling is bestemd
c.
een samenstel van twee of meer onder a bedoelde ruimten of in onderdeel b bedoelde
om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt; gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden
beoordeeld, bij elkaar behoren; d.
het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel a bedoelde ruimte, van een in onderdeel b bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel c bedoeld samenstel.
Artikel 4 Maatstaf van heffing 1.
De heffingsmaatstaf is de waarde die aan de ruimte dient te worden toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger
de ruimte in de staat waarin deze zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. 2.
In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een bedrijfsruimte, met uitzondering van ruimten die zijn ingeschreven in een van de ingevolge de Monumentenwet
1988 vastgestelde registers van beschermde monumenten, bepaald op de vervangingswaarde indien dit leidt tot een hogere waarde dan die ingevolge het eerste lid. Bij de berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden met:
a.
de aard en de bestemming van de ruimte;
b.
de sedert de stichting van de ruimte opgetreden technische en functionele
veroudering waarbij de invloed van latere wijzigingen in aanmerking wordt genomen. 3.
In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een ruimte in aanbouw bepaald op de vervangingswaarde, bedoeld in het tweede lid. Onder een ruimte in aanbouw
wordt verstaan een roerende zaak of gedeelte daarvan waarvoor een bouwvergunning in de zin van de Woningwet is afgegeven en dat door bouw nog niet geschikt is voor gebruik
overeenkomstig de beoogde bestemming. 4.
In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een woonruimte die deel
uitmaakt van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat
voldoet aan de in artikel 220d, eerste lid, onderdeel d, van de Gemeentewet bedoelde
voorwaarden, bepaald met inachtneming van een vooronderstelde verplichting om het landgoed gedurende een tijdvak van 25 jaren als zodanig in stand te houden en geen
opgaand hout te vellen anders dan volgens de regels van normaal bosbeheer noodzakelijk of gebruikelijk is. Ruimten die dienstbaar zijn aan de woonruimte worden geacht deel uit te
maken van die woonruimte.
5.
Met betrekking tot een ruimte als bedoeld in artikel 3, aanhef en onderdeel d, wordt de waarde gesteld op een evenredig deel van de waarde die dient te worden toegekend aan de
gehele ruimte.
Roerende woon- en bedrijfsruimten 2022
Artikel 5 Vrijstellingen 1.
In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten
aanmerking gelaten, de waarde van:
a.
glasopstanden die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit cultuurgrond die
bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd ten behoeve van de land- of bosbouw. Onder cultuurgrond wordt mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van
gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b.
ruimten die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een
en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die dienen als woning; c.
ruimten ten behoeve van waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke
rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die dienen als woning; d.
ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke
rechtspersonen, een en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die dienen als woning; e.
werktuigen die van een ruimte kunnen worden afgescheiden zonder dat
beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op
zichzelf als ruimten zijn aan te merken; f.
bedrijfsruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige bedrijfsruimten die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs;
g.
ruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt ten behoeve van
begraafplaatsen, urnentuinen, een en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die dienen als woning.
2.
De vrijstelling met betrekking tot de in het eerste lid, onderdeel f, bedoelde bedrijfsruimte
geldt niet voor de eigenarenbelasting voor zover de gemeente van die ruimten niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 3.
In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de
gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de
bedrijfsruimte die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
woondoeleinden.
Artikel 6 Waardepeildatum 1.
De heffingsmaatstaf wordt bepaald naar de waarde die de ruimte op de waardepeildatum heeft naar de staat waarin de ruimte op die datum verkeert.
2.
De waardepeildatum ligt één jaar voor het begin van het kalenderjaar waarvoor de waarde
wordt bepaald. 3.
Indien een ruimte in het kalenderjaar voorafgaande aan het begin van het kalenderjaar waarvoor de waarde wordt bepaald:
Roerende woon- en bedrijfsruimten 2022
a.
opgaat in een andere ruimte dan wel in meer ruimten, of
b.
wijzigt als gevolg van hetzij bouw, verbouwing, verbetering, afbraak of vernietiging,
hetzij verandering van bestemming, of c.
een verandering in waarde ondergaat als gevolg van een andere, specifiek voor de ruimte geldende, bijzondere omstandigheid, wordt, in afwijking van het eerste lid, de
waarde bepaald naar de staat van die ruimte bij het begin van het kalenderjaar.
Artikel 7 Belastingtarieven 1.
Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:
2.
a.
de gebruikersbelasting 0,2348%
b.
de eigenarenbelasting i.
voor roerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0788%
ii.
voor roerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,2951%
Voor belastingbedragen tot € 10 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de
vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten of andere heffingen aangemerkt als één
belastingbedrag.
Artikel 8 Wijze van heffing De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.
Artikel 9 Termijnen van betaling 1.
De aanslagen moeten worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het
aanslagbiljet. 2.
In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is
als € 100 en minder is dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, moeten de aanslagen worden betaald in
negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand
volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke volgende termijn telkens een maand later. 3.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel 1.
De 'Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimtenbelastingen 2021' van 17
december 2020 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
3.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.
Roerende woon- en bedrijfsruimten 2022
4. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening belastingen op roerende woon- en
bedrijfsruimten 2022
/astgesteld in de raadsvergadering d.d.
2 3 DEC 2021 de voorzitter.
Roerende woon- en bedrijfsruimten 2022