CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Gemeenteraad 29.06.2023

gemeenteraad 29 juni 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Opening en mededelingen32.359 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

4 alinea's met “vreemd”: 4 65 177 233

Hebben wij niet in 2021 raadsbreed ingestemd met de realisatie van een woonvoorziening aan de Kampersingel? Wij hebben daarover vragen gesteld richting de Kadernota. Overigens ben ik daar blij met het antwoord dat dat toch nu wel een keer gaat gebeuren, maar het moet van de grond komen. Dat is wat we met de actie beogen. Doen we dan helemaal niets afgelopen jaar voor onze jongeren? Dat kunnen we natuurlijk helemaal niet zeggen. Kijk naar onder andere de hoge realisatiewaarde van de investeringen in de onderwijshuisvesting. En daar gaat, hebben we net besproken, nog meer geld naartoe. Dan iets heel kleins misschien. Het college heeft kinderfietsjes beschikbaar gesteld op peuterspeelplaatsen. En dat lijkt klein. Het is het echter niet. In Nederland leren fietsen, dat leer je vrij te bewegen. En het draagt bij aan een zelfstandige en gezonde manier van leven in de toekomst. Dan de maatschappelijke opvang en de dakloosheid. Het aantal mensen dat van maatschappelijke opvang gebruik moest maken, is wederom gegroeid. Er zijn onvoldoende door- en uitstroomvoorzieningen, aldus het college.

Hoe bereiken we dan het Rijksdoel om in 2030 dakloosheid te hebben uitgebannen? Dat zorgen van omwonenden door het college als een belemmerende factor bij de realisatie van voorzieningen wordt gezien, dat begrijpen we, maar wanneer we de beeldvorming omtrent daklozenproblematiek versterken door bankjes weg te halen op pleinen, onze eigen vastgoed leeg laten staan en dossieropbouw op Twitter doen als organisatie, dan komt de oplossing voor de daklozen niet dichterbij en werken we zeker niet aan het wegnemen van het door het college genoemde zorgen van omwonenden. Dan werken we niet aan het draagvlak wat daarvoor nodig is. Vorig jaar hebben we met Partij van de Arbeid een goede bijeenkomst georganiseerd voor Housing First. Een frisse start waar we de uitwerking met belangstelling de komende

34

periode tegemoet gaan zien. En het college stelt dat aanbieders voor beschut wonen hun product niet hebben kunnen leveren. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, want ik sla even aan op het aantal daklozen zal maar zeggen. Het college, ook waar de Actiepartij van uitmaakt, die zegt gewoon in de commissie, jongens, we hadden altijd het mooie streven niemand slaapt op straat in Haarlem, maar dat heeft een aanzuigende werking, wordt misschien te duur we gaan dat maar afbouwen. Wat vindt u daar dan van? De heer Van Leeuwen: De praktijk is weerbarstig, mijnheer Van den Raadt, maar we moeten alles doen om te zorgen dat mensen een plek hebben. Dat is duidelijk. Zo kent u onze partij ook. En overigens zitten we niet in het college. Het college geeft aan dat beschut wonen hun product niet kunnen leveren, de aanbieders. Richting de Kadernota overwegen we dan ook met een aantal voorstellen te komen om voor meer plaatsen te werken, voor voldoende overbruggingszorg voor mensen op de wachtlijst, een zogenaamde motie wachtverzachter en voorstellen te doen die zich richten op het scheiden van wonen en zorg. Dan de dienstverlening.

Actiepartij krijgt vaak te horen van mensen op straat, achterban, mensen die ons aanspreken dat het moeilijk is om een ambtenaar live aan de telefoon te krijgen om vragen te stellen over een bestemmingsplan, over een vergunningaanvraag en dat men dan maar een dure adviseur moet inschakelen om een vergunningstrajectje te doorlopen. En dan moet je bidden dat je natuurlijk de formulieren goed hebt ingevuld. En dan moet je bidden dat de uitkomst positief is. En zo nee, dan ben je geld kwijt en dan ben je ook je motivatie vaak voor je initiatief kwijt. Dat is funest voor het ontplooien van initiatieven, funest ook voor de verkleining van de kloof tussen het stadhuis en de inwoners Dat moet wat ons betreft anders. Een ander voorbeeld, het is ook schrijnend ... De voorzitter: U heeft nog een interruptie van mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ik vraag, vindt u het ook niet als raadslid moeilijk om een ambtenaar aan de telefoon te krijgen? De heer Van Leeuwen: Nee, want daar hebben we op zich een prima griffie voor die ons kan doorgeleiden. Daar heb ik geen ervaringen mee. Maar goed, het gaat er wel om dat het gaat over personeelstekort. Dat hoor ik ook meerdere van onze collega's hier zeggen. Maar dan vind ik het goed dat er is ingezet afgelopen jaar op een strategisch personeelsbeleid.

Dat er voor het eerst in lange tijd meer instroom dan uitstroom van medewerkers heeft plaatsgevonden. We hebben begrip voor het feit dat we een personeelstekort hebben. Maar richting de Kadernota vragen wij wel, en dat vraag ik ook aan onze collega’s hier, wat kunnen wij doen om onze gemeente als de aantrekkelijke werkgever van onze regio te positioneren voor jong afgestudeerden, voor ervaren rotten, voor mensen die willen aanpakken, om van deze mooie stad een nog mooiere stad te maken? Zodat niet alleen ontwikkelprojecten van grote schaal, maar ook de kleine ontwikkelprojecten, de individuele aanvragen goed behandeld kunnen worden en waarin we niet van rechtswege vergunningen verstrekken voor zaken die we in onze stad eigenlijk niet willen, want dat is gewoon overmacht. We hebben dat personeel er niet voor. Ik sluit af met een aantal complimenten. Complimenten voor de hogere realisatiewaarde. Complimenten aan concern control voor met name paragraaf 4.7, waar de begrotingsrechtmatigheid uitstekend is weergegeven. Actiepartij kan in die zin ook akkoord gaan met het jaarverslag en de jaarrekening. En wat betreft Duisenberg. Daar wil ik natuurlijk als ex-Duisenberg lid wel iets over zeggen. Allereerst de complimenten aan mevrouw Klazinga, de heer Krouwels, mevrouw Barten en de heer Procee. Volgens mij heb ik ze alle vier zo genoemd.

De overwegingen om Duisenberg anders in te richten

35

in de toekomst die hebben wij vanuit de Actiepartij wel. Dat heeft meer te maken met het abstractieniveau waar we elk jaar in dezelfde cyclus terechtkomen van, we komen met hele goede adviezen. Wat kan de raad ermee? Wat kan het college ermee? En ik denk dat we het op een hoger abstractieniveau moeten gaan tillen, maar ik ben wel blij met de door de commissie Duisenberg gedane aanbeveling en ook benieuwd naar de reactie van het college daarop. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Voorzitter, lastig om op basis van de voorliggende 400 pagina's, inclusief de bijlagen, een coherente reactie te geven. Het is een grabbelton. En Hart voor Haarlem heeft er de volgende zaken uit opgevist. En ik hoop dat het dan de goedkeuring van de heer Wiedemeijer draagt. Er is een flink positief resultaat. En dat betekent lekker veel geld over. 48 miljoen te danken aan een forse bijdrage van het Rijk. We gingen trap op. Het is incidenteel geld. Dat is zo weer afgelopen. Dit enorme verschil met de begroting zegt ook alles over de informatiewaarde van de financiële stukken. Het blijven schuivende panelen, waarbij een raadslid, zeker van de oppositie, altijd achter de feiten aanloopt. Het versterkt onze positie niet en het is controleren op de tast. De vraag is of deze voortdurende achterstand ook niet een probleem is voor het college.

Volgens mij hebben ambtenaren de macht. En zij behoren tegenwoordig ook tot de op een na hoogst betaalde beroepsgroep, heb ik begrepen. Gelukkig zijn er ook veel raadsleden ambtenaar. Gefeliciteerd. Een paar opmerkingen. Goede prestaties zijn geleverd, vooral in de openbare ruimte, gezien ook de uitgaven. Nieuwe contouren van het Houtplein worden zichtbaar. Ik vraag me nu wel af waar onze Fietsersbond is om de bochten te controleren, de nieuwe bochten, want het is daar levensgevaarlijk. Neemt niet weg dat sommige stukken van de stad er toch nog verschrikkelijk uitzien. Neem bijvoorbeeld de openbare ruimte bij de Westergracht. Het zogenaamde Schelpenpad of het Vlooienveld. Dat is gewoon armoedig. De boomspiegels, de boomspiegeldag hebben we gehad, kregen plantjes en er werden tegels gewipt. En het groen blijft op die manier toch wel kabouterwerk. En ik ben het ook zeer eens met de redenatie van mevrouw Van den Broek van de dierenpartij, Partij voor de Dieren, sorry. De bomen blijven toch gewoon altijd het loodje leggen. En dan over De Koepel. De inzet was hoog, vooral van onze burgemeester. Haarlem universiteitsstad, compleet met universiteitsbibliotheek, een campus met internationale studenten. Gewoon fantastisch. En daar is flink wat gemeenschapsgeld in deze ontwikkeling gaan zitten. Ik mis eigenlijk een terugblik, want het gebouw is prachtig. Dat vinden we allemaal.

Maar enige zelfreflectie was we op zijn plaats geweest. De campus, hoe vaak hebben we het hier niet over gehad, wordt gewoon nul keer genoemd in het jaarverslag, of ik heb het misschien een keer gemist. Het is ook niet zo gek, want voor een piepkleine kamer betaal je een gigantisch bedrag en na een jaar word je eruit gezet. De Koepel wordt vijf keer genoemd, die is open. Dat lezen wij. En de subsidietransformatie is lager uitgevallen, of zoiets. Wel krijgen wij de indruk dat er vanuit het stadhuis indirect steun wordt verleend. En dan heb ik het over huur van ruimtes. De MRA heeft er een werkruimte van, hoe heet dat dan, de ROM? En eerlijk gezegd vindt Hart voor Haarlem dat niet transparant. En dat vind ik jammer, gezien de inspanningen die hier in deze gemeente zijn verricht om die Koepel tot een succes te brengen. Ik heb het maar niet over de bioscoop, want er zijn problemen genoeg bij als wij naar de schuur kijken. Een publiek-private samenwerking vinden we ook terug bij de Industriehavenbrug op pagina 306. Toevallig was dat een onderwerp van mijn Duisenberg onderzoek geweest. En het is een miljoenenproject in Haarlem. In Sliedrecht was het een paar miljoen goedkoper voor dezelfde brug, maar enfin, zo gaan die dingen hier. Maar een voorwaarde was dat ondernemers die bij die Figee, de Waarderpolder zitten een bepaald percentage zouden bijdragen.

Nu lees ik ineens, na jaren heen en weer geschuif, want het is al heel wat jaren geleden, krijgen wij nu 2 ton minder. Dat is jammer. De samenwerking beloofde toch iets meer. Wat verder opviel, was dat het Dolhuys in aanmerking kwam voor een langlopende lening van 5 ton, pagina 369. Ik dacht dat wij dit soort bankieren hadden afgeschaft. Waarom krijgt het Dolhuys deze faciliteit en anderen niet? En ik

36

noem er nog één. Een belangrijk risico is namelijk de Verweyhal, die prominent aan onze Grote Markt staat te verkrotten. En daarbij een miljoenenclaim dat als een zwaard van Damocles boven uw hoofd, het college, want Hart voor Haarlem heeft hier al jaren geleden vergeefs voor gewaarschuwd ... U heeft in feite heel weinig gedaan of in ieder geval heel weinig bereikt. Tot slot lees ik over uw inzet voor een leefbare stad en een prettig leven voor Haarlemmers. Prachtig die zorgen van de overheid, maar wat prettig is bepalen mensen ook graag zelf. En voor velen is dat een auto voor de deur, geen files, een biefstuk op zijn tijd en vooral lagere lasten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij naar Trots Haarlem. De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ik denk, ik zit in het college kennelijk, voorzitter. Even kijken. Voorzitter, het begon spectaculair, moet ik eerlijk zeggen. Ik had weinig verwachtingen ervan, maar het lijkt wel of er volgende week landelijke verkiezingen aankomen. En dat stemt mij hoopvol. Het zou zomaar kunnen inderdaad. Even kijken. Sowieso willen wij zeggen dat Trots Haarlem alle aanbevelingen van de Duisenberg rapporteurs graag overgenomen ziet worden. Hartelijk dank iedereen die zich daarvoor had ingezet.

Sterker nog, wij voelen misschien wel eigenlijk het initiatief aankomen om iedereen verplicht in die vier jaar in de Duisenberg commissie te laten plaatsnemen, omdat wat ze alleen al bij die 2 commissies boven water hebben gehaald, dat is gewoon ongelooflijk. Je zou bijna denken als we er 10 hadden gehad, dan hadden we 10 keer dit soort dingen boven water gehaald van, wat is eigenlijk het doel? Spaarnwoude wat plotseling 7,5 ton krijgt, waar eigenlijk niemand wat vanaf weet. Een pluim en lof voor de Duisenberg. En dat zouden we veel vaker moeten doen. En kun je nagaan waar we het nu over hebben. Ik ga gewoon doorpraten, want dat is hartstikke leuk om eindeloos lang met je hand omhoog te zitten. De voorzitter: De heer Krouwels heeft een interruptie. De heer Krouwels: Is dit een sollicitatie, mijnheer Van den Raadt? De heer Van de Raadt: Jazeker, eigenlijk zou gewoon de voorzitter moeten zeggen of het presidium of ... Als het college het ermee eens is dat wij allemaal verplicht in de Duisenberg commissie moeten zitten, dan meld ik mij ... Ik meld me sowieso aan, maar ... De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt, het college heeft daar niets over te vertellen. De heer Van den Raadt: Dat is jammer. Misschien is dat ook het probleem, dat het college toch te weinig te zeggen heeft. Even kijken. Hartstikke goed. Complimenten, laat ik er maar mee ophouden. Nog iets moois.

Dan krijgen we dat dikke boek en dan ga je daar eens in lezen. En dan heb ik weleens vragen gesteld over, hoe zit dat eigenlijk met die kleuterscholen en die peuteropvang? Kunnen we daar niks aan doen? Die wachtlijsten zijn veel te lang. En wat lees je dan op bladzijde 4 gewoon? Dat er in 2022 30 initiatieven gestart zijn, zoals het organiseren van zomerprogramma's, gemeentelijke ondersteuning voor personeelstekort op school en in de kinderopvang. En elke keer als ik een vraag stel dan wordt er gezegd van, dat ligt niet aan het aantal locaties, dat komt gewoon door personeelstekort bij de school en de kinderopvang. Het staat gewoon in het vorige stuk dat we daar gewoon 30 projecten voor hebben om daar iets aan te doen. Ik zou zeggen, duik die 30 projecten boven water en doe daar wat aan. Even kijken. Dan wat rare opmerkingen die wij ontdekken in dit stuk. Even kijken hoor. Er zijn minder mensen in de bijstand, maar dat kan natuurlijk best komen doordat je 500 sociale huurwoningen weghaalt. Vraag aan de wethouder, kan het zo zijn dat wij in Haarlem misschien wel 0 mensen in de bijstand hebben als we alle sociale huurwoningen weghalen? Graag daarop uw antwoord. En ook weer een hele rare opmerking.

37

De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, ik ben benieuwd of de heer Van den Raadt blij is dat we in elk geval proberen onze woningvoorraad, ook de sociale woningvoorraad aanzienlijk te verbeteren. En dat daar de component sloop-nieuwbouw een rol speelt en op jaarlijks een dip, een negatief getal kan leiden, maar wetende dat het perspectief er is De heer Van den Raadt: Dan wel, maar niet zoals bij Baveldorp dat je daar eerst kon wonen voor driehonderd euro en daarna, na de renovatie, achthonderd euro moest betalen en dat dan iedereen maar naar Beverwijk moest verhuizen, want zo krijg je natuurlijk een lager aantal mensen in de bijstand in Haarlem. Gaan we even door. De voorzitter: De heer Van Leeuwen, interruptie. De heer Van Leeuwen: Daar zijn we het over eens natuurlijk. Maar u weet toch ook dat dat niet betrekking heeft op 2022? U weet toch dat we in 2022 ongelooflijk veel hebben gedaan om juist de betaalbaarheid van sociale huurwoningen structureel te verbeteren? De heer Van den Raadt: Laten we het antwoord van de wethouder afwachten. Maar wat opmerkelijk is, is dat er wordt gezegd, we kiezen voor veiligheid en de voetganger en de fiets moet op de eerste plaats. Wat is er in 2022 gebeurd? 291 fietsers zijn om het leven gekomen. 84 meer dan in 2021. Het hoogste aantal sinds 1996. Zelfs nog meer dan in de auto.

De vraag aan de wethouder is, waarom kiest u als favoriete vervoersmiddel juist het vervoersmiddel waarbij de meeste Haarlemmers om het leven zullen komen? Graag erop uw antwoord. Dan over het besluit uiteindelijk waar we wat over moeten zeggen. Daar gaan we niet mee akkoord met punt 2, 3 en 6. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En dan gaan wij door naar de heer Visser van de ChristenUnie. De heer F. Visser: Voorzitter, ik ga gehoor geven aan de oproep van de PvdA en ik lever geen bijdrage. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Rademaker van BV Nederland. De heer Rademaker: Dank u wel, voorzitter. Vandaag blikken we terug op het jaar 2022. Een raar jaar dat begon met het uitsluiten van grote groepen Haarlemmers door het misdadige coronatoegangsbewijs verplicht te stellen voor sport, horeca en evenementen. Dan kunnen we allemaal geluiden gaan maken, maar dat was echt zo. Een jaar van hoge inflatie en onbetaalbare energierekeningen. Veel van de grootste pijnpunten voor Haarlemmers zijn oorzaak van het landelijk beleid. Daar is aan het begin van de eerste termijn al genoeg over gesproken. Dat laat ik verder maar links liggen. We bespreken het jaarverslag van 2022. Hier kunnen we niks meer aan gaan veranderen, maar wel gebruiken om te kijken hoe het in de toekomst beter kan. De ambities waren groots, de uitvoering is hier en daar wat achtergebleven.

Het boekjaar 2022 wordt afgesloten met een positief saldo van 49 miljoen euro. Dat klinkt onwijs positief, maar is dat het ook? 49 miljoen overhouden, terwijl er nog zoveel mis is. Het was het jaar waar veel Haarlemmers de naweeën nog voelen van de coronacrisis. Jongeren met mentale klachten, ondernemers die worstelen om hun gekregen coronasteun terug te betalen. Er valt niet echt heel veel te vieren. Zelfs als Haarlemse jongvolwassenen is het bijna niet mogelijk om in onze prachtige stad te blijven wonen. Er zoeken er veel naar woningen in andere steden. Er zijn maar vijfhonderd woningen bijgekomen. En de wachtrij voor een sociale huurwoning is nog steeds abnormaal lang. Zelfs het splitsen van woningen, wat echt kan bijdragen aan het makkelijker realiseren van extra woningen,

38

mag niet meer. Maar zoals ik eerder al zei, hier kunnen we weinig meer aan veranderen. Straks, tijdens de Kadernota, kunnen we met zijn allen weer met prachtige ideeën en initiatieven komen om het te verbeteren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En dan gaan we naar ... Een interruptie nog. De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Ik was benieuwd waar u op baseert dat splitsen niet meer mag. De heer Rademaker: Splitsen niet meer mag, het wordt moeilijker gemaakt, het wordt ontmoedigd, er zijn onwijs veel regeltje waar je je aan moet houden. Het zou veel makkelijker kunnen. De voorzitter: Uw laatste seconden, mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Kan dat ermee te maken hebben dat verhuurders er een potje van maken om woningen te splitsen en voor schandalige bedragen verhuren en dat het niet sociaal is? De heer Rademaker: Ja, dat zou ermee te maken kunnen hebben, maar het heeft er ook mee te maken dat die prijzen zo verschrikkelijk hoog zijn doordat we bij het bouwen van woningen alleen maar rekening houden met idiote klimaatmaatregelen en stikstofmaatregelen en ga zo maar door. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij naar Forum voor Democratie. Mevrouw Hartman. Mevrouw Hartman: Dank u wel, voorzitter.

Als laatste op deze avond zal ik natuurlijk ook een aantal bevindingen over de 316 bladzijdes met reflecties op het afgelopen jaar en de daarbij behorend soms niet zo passende smileys met jullie delen. Daarbij even de kanttekening dat dat natuurlijk de dingen zijn die ons opvallen. Zaken die gewoon goed gaan, vallen niet op. Het jaar 2022 was niet alleen maar opmerkelijk en slecht. Maar had het beter gekund? Ja. We beginnen bij de zorg. Een thema waarin personeelstekort en wachtlijsten een rode draad leken te vormen. Uit het tekort is het wel een logisch constatering dat we diverse voornemens niet hebben gehaald. Wethouder Van Loenen noemde in de commissie preventie een mogelijke oplossing voor de zorgtekorten. En al is bijvoorbeeld gezond leven op zichzelf natuurlijk iets prachtigs, men zou het niet moeten doen, omdat we geen zorgcapaciteit hebben, maar simpelweg omdat ze gezond willen leven. Dan daaropvolgend het thema sport. Iets waar FvD absoluut van vindt dat het iets goeds is. Iets wat voor iedereen ten alle tijden een mogelijkheid moet zijn. Dat in tegenstelling tot onze regering, die aan het begin van het jaar 2022 sporten nog onmogelijk maakte door coronaregels. In onze jaarrekening is een effectindicator opgenomen over het percentage kinderen dat lid is van een sportvereniging.

Voorzitter, dat lidmaatschap zegt ons niet zoveel op het moment dat deze kinderen niet daadwerkelijk mochten sporten, wat net als voor alle andere groepen ronduit absurd was. Dat brengt me dan naar de periode na de maatregelen. Wij zijn blij dat we als gemeente weer beweeg- en sportprogramma's hebben uitgevoerd, om sport weer een boost te geven. Fijn dat dit van jong tot oud en voor groepen waar sporten normaliter lastiger voor is hierin is opgenomen en uitgevoerd. Ook goed om te zien dat daar daadwerkelijk gebruik van is gemaakt. Waar we bij sport nog zo positief zijn over de mate waarin men kan participeren vanaf het moment dat het weer mocht, zijn we dat minder wanneer het gaat over bestuurlijke participatie. Blijkbaar is de Haarlemmer dat ook, gezien slechts veertig procent vindt dat inwoners voldoende betrokken worden bij plannen, activiteiten en voorzieningen van de gemeente. Dit zal waarschijnlijk komen door onze gehanteerde definitie van participatie, waarbij in de participatieladder een brief sturen ter informatie al als participatie wordt gezien. Het kan en moet volgens FvD beter, bindender en inhoudelijker. Waar de Haarlemmer wel meer mee bezig is geweest, is het maken van overlastmeldingen. Dit is vreemd, gezien we meer zijn gaan handhaven. Normaliter zou meer

39

handhaven moeten leiden tot juist minder overlastmeldingen gezien dit ook enigszins preventief zou werken. Dit lijkt ons een negatieve trend. Graag hierop een reflectie van de wethouder. Voorzitter, ik heb tot nu toe in mijn betoog een beetje bruggetjes over de thema's proberen te bouwen. Hierin gaat dat moeizamer, net als blijkbaar het bouwen van woningen, waar we dik onder de streefwaarden zijn beland. We hebben het zelfs gepresteerd, met notabene een links bestuur, een afname van 522 woningen in de sociale huurvoorraad te krijgen. Gelukkig zijn wij niet de enige die dit vanavond aankaarten. Dit was 2022, een jaar waarop we hier vanavond allemaal hebben kunnen reflecteren. Laten we er ook van leren en het volgend jaar beter doen. Wordt vervolgd bij de Kadernota. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. En daarmee was dat het slot van de eerste termijn van de raad. Dan stel ik voor, of nee dan stel ik niet alleen voor, ik schors de vergadering gewoon even. Dan kunnen wij wat drinken. En dan over een ruim kwartier gaan we weer verder met de beantwoording door het college. Dat moet kunnen. Eerste termijn college Voorzitter Z. Klazes De plaatsvervangend voorzitter: Dames en heren, welkom terug bij deze speciale vergadering.

Omdat de burgemeester zelf onderdeel uitmaakt van het college, ga ik als plaatsvervangend voorzitter even deze rol kort op mij nemen tijdens de eerste termijn van het college. Ik stel voor dat we gelijk van start gaan. En ik wil als eerst het woord geven aan de heer Roduner. Gaat uw gang. Wethouder Roduner: Ik had toch niks hoeven zeggen deze avond, voorzitter? Dank u wel. Dank voor alle inbrengen ook vanuit de raad. Het is natuurlijk, het stuk is al een aantal keer behandeld in de verschillende commissies. Dat zien we ook terug in de beperktheid van de hoeveelheid vragen die wordt gesteld en vooral denk ik dat er veel bespiegelingen zijn over wat 2022 voor bijzonder jaar voor onze gemeente is geweest. Het ging nog over corona aan het begin van 2022. Oekraïne. Stijgende energiekosten. Steeds maar wisselend Rijksbeleid. En ook uiteindelijk denk ik de personeelstekorten die we hier bij de gemeente hebben. Toch denk ik dat we ontzettend trots als gemeente mogen zijn hoe wij 2022 ... Wat wij hebben gedaan. Juist ondanks of misschien wel mede dankzij al die uitdagingen die op ons afkwamen, hebben we echt een extra stap kunnen zetten om te helpen een aantal van die crisissen die onze inwoners raken, die ook vluchtelingen raakten die hier heel welwillend zijn opgevangen, het hoofd hebben kunnen bieden. En ik ben echt trots hoe wij dat als stad, als gemeente hebben kunnen doen.

En ook trots op onze ambtelijke organisatie, die daar ook heel hard voor heeft gewerkt. Als je dan kijkt naar de jaarrekening, want we hebben het natuurlijk vandaag ook over het jaarverslag en de jaarrekening. We kijken terug op het jaar 2022. In het licht van die grote beschouwingen die u heeft gegeven, maar vooral gericht op wat wij hebben dan, wat hebben wij daar dan concreet als gemeente aan gedaan? Wat hebben we bereikt? We hoeven volgens mij niet in detail alles te benoemen wat we bereikt hebben. Dat ziet u ook terug. Maar als ik als wethouder financiën daarop mag reflecteren denk ik, het is toch ontzettend goed dat wij in 2022 weer meer hebben gedaan dan in 2021, bijvoorbeeld uiteindelijk is het ons gelukt om die extra stap te zetten op het IP. En ik ben natuurlijk als wethouder financiën ook ontzettend blij dat onze financiële positie uiteindelijk verbeterd is geworden. Ik denk dat dat ook een goede buffer is die we de komende jaren kunnen gebruiken, in de jaren die misschien ook wel wat minder voor ons worden. En uiteindelijk gaan we denk ik ook bij de Kadernota meer het gesprek voeren over van, waar staan we in 2022, wat zien we in 2023 gebeuren en welke stappen willen wij nog zetten richting 2024? Maar ik zou maar proberen niet in de val te trappen dat we hier al een gesprek gaan hebben over de Kadernota en alle mooie voorstellen.

Ik zal een aantal vragen nog even langsgaan die zijn gesteld. De VVD constateert terecht dat de uitgaven in het IP zijn omhoog gegaan. Dat is ook niet zomaar gebeurd. Er zijn eigenlijk al in de vorige periode acties en versnellingsmogelijkheden in gang gezet, met name ook gericht op het domein van beheer en

40

onderhoud, om daar versnelling in aan te brengen. En dat zit in allemaal kleine dingen. Dat gaat bijvoorbeeld, wil niet te veel in wethouder Berkhout in de voeten zitten, maar dat gaat onder andere over het langer plannen van het IP, dat gaat over het sneller vrijgeven van kredieten. Daar heeft u zelf ook een rol in het standaardiseren van het proces. En zo zie je dat op al die verschillende beleidsdomeinen, dat geldt ook bij mijn eigen domein natuurlijk, bij de woning, waar we met een gestandaardiseerd proces, waar we ook versnellingen in proberen aan te brengen, zie je eigenlijk dat het ons lukt om die uitvoeringskracht te versterken. Bij de Kadernota kunnen we met elkaar van gedachten wisselen wat nog een extra stap zou zijn. Er loopt ook een 213A-onderzoek uiteindelijk ook, wat kijkt naar de planning met name. Het zijn allemaal elementen waarvan we met elkaar kunnen zeggen, er zijn mooie stappen gezet, maar er zijn ook nog grote stappen te zetten komende jaren. En alle ideeën en suggesties zijn van harte welkom. En wij hebben natuurlijk zelf daar ook ideeën en suggesties voor. De VVD vraagt nog naar de aanbeveling in de Auditcommissie. Volgens mij heb ik in de commissie Bestuur ook al gezegd dat het college die aanbevelingen hartstikke goed vindt. Die worden overgenomen. Er zit overigens ook nog één aanbeveling voor de raad in. Pas op wat u zegt.

U moet zelf ook iets doen volgens de brief van de Auditcommissie. En wij gaan natuurlijk, als die aanbeveling van de Auditcommissie en Duisenberg worden aangenomen door u als raad, ons uiterste best doen om die zo goed mogelijk op te volgen. En dan kunt u ons uiteindelijk beoordelen over of dat genoeg was of dat wij nog iets extra's moeten doen. Even kijken. Er zijn een paar eigenlijk partijen die zeggen, we doen al veel en we zouden nog meer moeten doen. Partij voor de Dieren zegt, we zouden nog iets meer moeten doen. SP heeft het uiteindelijk ook over, moeten we niet nog minder voorzichtig onze begroting ramen? Deels is dat niet helemaal hetzelfde, maar als ik terugkijk naar de begroting denk dat wij toch best goed geraamd hebben. In de presentatie van de accountant zag je ook weer die enorme stijging die we hebben gehad in onze begroting, met name ook bijvoorbeeld de middelen voor de energietoeslag, inflatie. Ik denk dat het ons gelukt is om een hele hoop van die middelen uit te geven, maar nog niet alles. En je ziet uiteindelijk dat ook een hele hoop van de middelen die we overhouden gewoon het gevolg is van last minute dotaties aan onze begroting. Trots Haarlem heeft nog een vraag over sociale huurwoningen en bijstand. Dat is volgens mij zo’n korrelatie, causaliteit verhaal.

Ik denk niet dat als wij alle sociale huurwoningen weghalen uit Haarlem we niemand meer in de bijstand hebben. Ik denk dat we dan heel veel mensen in een veel te dure woning hebben zitten. Ik denk niet dat dat het geval is. Toch nog even een reflectie ook op mijn portefeuille wonen. Daar werd ook wat over gezegd. Kijk, als ik door de stad fiets over de Europaweg bijvoorbeeld, dan zie je daar een nieuwe stad verrijzen. Dan zie je daar de hijskranen staan bij Schalkwijk Midden, bij het complex in de Hamelinkstraat van Elan Wonen. Je ziet de Entree Oost langzamerhand helemaal afgebouwd worden. Ik denk dat dat ook een deel van het verhaal is wat we zien met elkaar. We hebben daar in de commissie ontwikkeling al best een aantal keren het gesprek over gehad. De Rekenkamercommissie heeft volgens mij ontzettend goed onderzoek gedaan naar de sociale huurwoningen. En binnenkort gaan we met elkaar het gesprek ook aan over de Woningbouwrapportage 2022 en de vooruitblik 2023. Ik denk dat het goed is dat we daar dan ook wat meer diepgaand het gesprek over hebben. Dat was hem, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik ga gewoon het rijtje af. Wethouder De Raadt, gaat uw gang. Wethouder De Raadt: Dank u wel, voorzitter. En ook mijn dank aan ieders inbreng en de complimenten her en der onder andere op sport van het CDA, maar ook van Forum. Dank daarvoor.

Ik heb ook nog een paar vragen gehoord, onder andere over vastgoed een aantal en één over externe inhuur, ook van het CDA. Laat ik bij vastgoed beginnen ook. GroenLinks vraagt naar het versnellingsprogramma. De commissies voor de zomer bleken nogal vol te zitten, maar het is onze inzet om hem inderdaad direct na de zomer in de commissie Ontwikkeling te krijgen. En ook de versnelling van de CO2-reductie zult u dan lezen. Die ligt daarbij ook

41

helemaal in lijn met de gemeentelijke routekaart verduurzaming van Haarlem. Dan de Actiepartij. U vraagt naar de Kampersingel 2. In de Kadernota, die uw kant op is gekomen, zijn ook middelen gereserveerd, onder andere ten behoeve van beschermd en beschut wonen op die locatie. Hart voor Haarlem over de lening van het Dolhuys. Als ik uw vraag goed gehoord heb, dan was het waarom het Dolhuys wel en anderen niet? Dolhuys is natuurlijk ons vastgoed, ons gebouw. Het is een prachtig gebouw, maar het is ook een heel oud gebouw. En renovaties aan hele oude gebouwen zijn soms prijzig. Het is ook een krediet wat de raad zelf per raadsbesluit heeft verleend. En dan richting het CDA over de externe inhuur. U begon uw verhaal er zelf ook al mee, en mijn collega, de heer Roduner ook, de arbeidsmarkt die is zeer krap. Die is niet alleen heel krap in Haarle, die is in het hele land heel krap. 2022 hadden we zelfs een recordhoogte per 100 sollicitanten bestonden er 123 vacatures. Dat zegt volgens mij wel wat. Natuurlijk heeft het ook onze voorkeur als gemeente om de vacatures zoveel mogelijk te vullen met vast personeel. Maar ik denk wel dat je continu die afweging moet maken tussen enerzijds de ambities die je hebt, de actie die je wil, de zaken die je wil, de ambities die je wil realiseren en anderzijds de financiën, maar het kan niet tegelijk.

Daar moet je altijd een zorgvuldige afweging in maken en dat doen we ook. Er wordt zeker niet gemakzuchtig gedaan over het inhuren van personeel. En misschien nog één voorbeeld. Dan sluit ik daarmee af, voorzitter. Wel leuk om hier te benoemen, als ik kijk naar een van mijn eigen afdelingen, het KCC, daar werkten we altijd veel met uitzendkrachten. En dat had echt wel nadelen. Vaak waren ze, als ze net waren ingewerkt ... Want het is best wel zware job op dat KCC, je moet van alle domeinen wat weten. En vaak als ze net waren ingewerkt dan waren ze weer verdwenen. Het was natuurlijk ook duurder. We zijn een samenwerking gestart met het UWV. En we hebben twaalf mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die in een langdurige uitkeringssituaties zaten, die hebben we intern opgeleid. En dat was best wel even spannend, want de krapte ook ... De arbeidsdruk was gewoon hoog op die afdeling. En binnen die afdeling moest vervolgens ook nog tijd worden vrijgemaakt om dat leerwerktraject op te zetten. Dat was wel even spannend, maar we hebben het gedaan en het is gelukt. En ik was ook bij de beëdiging van deze twaalf mensen. En ik moet zeggen, ze zagen er allemaal bijzonder trots uit, zodat ze zich nu volwaardig ambtenaar mochten noemen met een vast contract. Dat was echt een feestje. Op die manier zijn we er wel constant mee aan het werk. Dank u wel, voorzitter.

De plaatsvervangend voorzitter: U heeft een vraag van mevrouw Van Zetten. Gaat uw gang. Mevrouw Van Zetten: Uw antwoord heeft me wel nieuwsgierig gemaakt over het Dolhuys, want het is een oud gebouw. We hebben het volgens mij voor zeker zeven miljoen net helemaal gerenoveerd. Het is ons eigen gebouw. Waarom gaan wij ons eigen gebouw een langdurige lening verstrekken? Het is toch niet heel erg gebruikelijk, maar ik begrijp heus wel dat u daar nu geen antwoord op heeft. Maar dan stel ik er anders nog wel een schriftelijke vraag over. De plaatsvervangend voorzitter: Wethouder, wilt u erop reageren? Wethouder De Raadt: U krijgt altijd het meest volledige antwoord inderdaad als u de vraag schriftelijk stelt, maar de lening is gedaan aan het museum en komt ook weer terug bij ons, onder andere in de vorm van huurinkomsten. Mevrouw Van zetten: Uw redenatie vond ik nogal merkwaardig, maar oké. De plaatsvervangend voorzitter: Duidelijk. Dank u wel, mevrouw Van Zetten. Dan ga ik door naar wethouder Berkhout. Gaat uw gang.

42

Wethouder Berkhout: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij niet heel veel vragen gehad, maar ik denk wel goed om even stil te staan inderdaad bij de investering in de openbare ruimte. Dat was lange tijd een zorgenkindje en we zijn er nog niet, maar jaar 2022 laat zien dat we inderdaad een enorme stap hebben gezet van twintig naar dertig miljoen investering in de openbare ruimte. En daar werken we hard aan om dat niveau verder omhoog te zetten. Ik denk dat vorig jaar ook het jaar was waarin we behoorlijk veel van beleid hebben vastgesteld om die uitvoering op niveau te gaan brengen. Het strategisch beheer en onderhoudsprogramma, waarin we toekomstbestendig onderhoud of de beheerterreinen, zo u wilt, in gang gaan zetten om onze ambities te realiseren als er onderhoudsbehoeften zijn. En ook in inmiddels het meerjaren beheer en onderhoudsprogramma. Wat de heer Roduner al zei, we hebben een aantal maatregelen uitgewerkt hoe we onze processen verbeteren. Het werpt hopelijk zijn vruchten af, zagen we vorig jaar, maar daar werken we hard aan om dat te blijven opkrikken naar een tempo wat wij met elkaar denk ik onder actie verstaan. En dan denk ik dat het goed is, ik kreeg wat opmerkingen mee op portefeuille groen. De plaatsvervangend voorzitter: Wethouder, u heeft een vraag van de heer Van Kessel. Gaat uw gang. De heer Van Kessel: Dank u wel, voorzitter.

Heel fijn om van het college te horen dat er echt werk gemaakt wordt om die uitvoeringskracht te vergroten. Toch zien we, zal maar zeggen, als we al een beetje vooruitblikken naar de komende jaren, mag natuurlijk eigenlijk niet in dit debat, maar zie je dat die ambitie nog echt vele malen hoger gaat. De vraag die hier ook gesteld is, is wat kan de gemeenteraad eigenlijk nog meer doen om u in staat te stellen om die investeringen ook daadwerkelijk tot uitvoering te brengen? En eigenlijk zit de vraag daaronder, is deze planning die u nu heeft wel realistisch? Wethouder Berkhout: Dat is inderdaad een Kadernota vraag, want u kijkt naar de toekomst en we kijken nu naar het verleden. Maar we hebben een aantal processen in gang gezet. En het is goed om met elkaar die rol scherp te hebben. We hebben een politiek bestuurlijk besluitvormingsproces per project, het HCPP, om dat te blijven evalueren. Halen we daar met elkaar het maximale uit qua tempo? Als organisatie hebben we bijvoorbeeld voorbereidingskredieten of tijdsperiodes opgerekt. Maar wat ik denk wat het interessantste is, we gaan niet meer per straat, maar we gaan per buurt werken. En we gaan niet meer een nieuw project starten, maar we gaan een onderhoudswerk integraal benaderen. Het is een andere aanvliegroute om die stad te gaan bekijken. Dat gaat nogal wat doen met elkaar.

Dat was het meerjaren beheer en onderhoudsprogramma. Daar kunnen we het met de Kadernota nog uitgebreider over hebben, of ongetwijfeld de komende jaren in de commissie Beheer. Daar zijn we ook nog niet van vandaag op morgen, maar we kunnen elkaar sowieso scherp houden in onze besluitvorming en wij proberen in ieder geval die uitvoering naar een hoger niveau te tillen. Het zal niet de laatste keer zijn dat we het erover hebben, maar ik denk dat we de afgelopen twaalf maanden een behoorlijk aantal significante stappen, zowel in beleid als in processen, hebben neergezet. En dan had ik, eventjes kijken, nog wat vragen of tenminste het CDA vroeg, is de data op orde als het gaat om het groen of de bomen? We werken er continu aan, is dan mijn politiek correcte antwoord om dat te zeggen. En het interessante is bijvoorbeeld van de getallen bomen, want daar gaat het dan vaak om in zo’n jaarnota, dat dat helaas ook vaak een momentopname is, wat we ook met elkaar in de commissie hebben uitgewisseld. Je hebt bomen die in projecten zitten. En die zitten vaak nog enkele jaren in projecten voordat het beheer van de bomen overgaat naar Spaarnelanden. En dan gaat het meetellen. Maar dat gebeurt gedurende het jaar.

Elke keer als je zegt, bam, nu zeggen we even dit is het aantal bomen, dan heb je daarna weer een project wat afgerond is, bijvoorbeeld de inboet, maar ook de kap vinden ook ergens in het seizoen plaats. Die samenloop maakt dat we niet altijd zeggen van zo, nu weten we het exacte aantal bomen. We kunnen het hier denk ik nog heel lang met elkaar over hebben. We proberen dat steeds beter in kaart te brengen, maar wat ik ook mooi vind, is dat we bijvoorbeeld dit jaar, ook dat zat niet in de

43

jaarrekening, het bomenverbeterprogramma zijn gestart. Het stadsbrede bomenverbeterprogramma. We zijn begonnen in zuidwest. Voor wie dat ziet, dat ga je merken om op die manier echt gewoon aan de slag te gaan met elkaar. En de bijen, ik kan me niet herinneren dat ik zei, maak u geen zorgen. Wat ik volgens mij heb gezegd, dit is een trend. De bijenindicator is een trendindicator. Anders dan een KPI, waar we als gemeente Haarlem echt direct invloed op hebben. Die trend kan je pas zien als je dat meerjarig in de gaten hebt, of je kan het vergelijken met andere gemeenten. Dat hebben we ook in de toelichting verteld. Slechte resultaten, als het gaat om de soort of het aantallen bijen, zien we natuurlijk door het hele land. En niet alleen vorig jaar, we blikten terug op 2022, maar ook dit jaar. Maar het is een trend en niet een KPI als zodanig. De heer Dreijer: Voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Eerst een vraag van de heer Dreijer. Gaat uw gang. De heer Dreijer: Volgens mij zei hij niet dat u zei dat u zich er zorgen over maakt, maar dat was mijn interpretatie dat u het niet nodig vond om zich daar zorgen over te maken om ook iets te gaan doen. Want er is geen actie uit voortgekomen. En mijn oproep is, is dat het ... Het is inderdaad een landelijke trend, maar je kunt er wel degelijk als gemeente ....

Heb je daar nog invloed op om in het deze gemeente toch iets beter te doen dan misschien elders in het land. En daar roep ik u op om toch eens te gaan verdiepen, want het is niet vernat, het is ook niet de mijt, het is de droogte die juist meer schade aanbrengt dan we denken. Wethouder Berkhout: Dat is goed. Kijk, daar zijn we met elkaar ook zelf bij. Ik denk, vorig jaar was ook het jaar dat we het Groenbeleidsplan met elkaar hebben vastgesteld en het NatuurNetwerk Haarlem, het Ecologisch Beleidsplan. En we hebben daar ook een uitvoeringsprogramma aan gekoppeld. En dat moet dit jaar in de praktijk komen. Maar ook hebben we met elkaar gezegd, ik denk na de zomer, derde kwartaal, komen we met het meerjarig uitvoeringsprogramma. Laten we met elkaar stilstaan hoe we die uitdagingen en dat beleid in de praktijk gaan brengen in Haarlem. En we eindigen dit jaar met het dierenwelzijnsbeleid. Ik denk dat we nog een mooi halfjaar tegemoet gaan om te kijken of de uitvoering zoden aan de dijk zet, zo niet waar bijsturing nodig is. En ik ken u als een raad die daar echt bovenop zit. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, wethouder Berkhout. Dan sla ik de heer Philips even over en dan gaan we naar de burgemeester. Gaat uw gang. Burgemeester Wienen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een paar opmerkingen waar ik even iets over wil zeggen.

De VVD geeft aan van, het is toch zorgelijk als een kwart van de bevolking Haarlem niet als een veilige stad kwalificeert of zeer veilige stad. Dat is zo. Ik denk dat je het liefst hebt dat iedereen zich veilig voelt. Is trouwens op zich bemoedigend dat u ook ziet dat als je vraagt hoe zit het met de onveiligheid of met de veiligheid in uw eigen buurt, dan zitten we al op tachtig procent. Dat is prettig. En wij weten ook dat de relatie tussen het veiligheidsgevoel en de feitelijke mate van het voorkomen van criminaliteit en onveiligheid dat dat soms bijzonder is, omdat het niet altijd zo is als het veiliger wordt dat mensen zich ook veiliger voelen. Maar volgens mij is het een kwestie van vastbesloten en stug doorgaan met de strijd tegen criminaliteit en tegen onveiligheid. En ik hoop dat dat ook door Haarlemmers gezien wordt en dat dat helpt in hun veiligheidsgevoel. Ten aanzien van D66, duidelijke vraag en ook herhaling feitelijk van de vraag over femicide. En we hebben daar heel onlangs nog over gesproken. Met de politie is gesproken over het herkennen van signalen, dat er iets aan de hand is en hoe daarop te reageren. En er komt nog een reactie naar u toe dat wij kijken hoe we in het veiligheidsprogramma dit apart aan de orde hebben. U krijgt dat.

En het moet me toch van het hart, mevrouw Van Zetten, ik weet niet precies waar u de cijfers over de enorme gemeenschapsinvesteringen in De Koepel vandaan hebt, maar het leuke van De Koepel is, hoe je er verder ook over moge denken, u denkt daar

44

negatief over, ik denk daar inderdaad positief over, maar dat daar echt heel veel geld geïnvesteerd is door particuliere maatschappijen en individuen, waardoor er iets moois ontstaan is. Er is inderdaad een plek waarvan het ontwikkelingsbedrijf van de MRA en van Noord-Holland en Flevoland gezegd heeft, dat is de plek waar wij willen gaan zitten, want dat heeft de uitstraling en de sfeer waar wij een bedrijf wat niet alleen voor Haarlem werkt, niet alleen voor deze regio, maar voor een veel groter gebied, dat is waar wij willen zitten. Er is een hogere opleiding gerealiseerd, die binnenkort ook universitair onderwijs aanbiedt met een zeer internationale studentenpopulatie. En er is sprake van in veel bedrijven die zich daar vestigen of die er relaties mee hebben, veel activiteiten en dat met nauwelijks een bijdrage van in ieder geval de gemeente Haarlem. Volgens mij mogen wij blij zijn dat dat daar functioneert en zo goed functioneert. De plaatsvervangend voorzitter: Dat roept een vraag op van mevrouw Van Zetten. Gaat uw gang. Mevrouw Van Zetten: Een vraag? Helemaal geen vraag, want ik begrijp heus wel dat u dat allemaal vertelt. Maar ik kan me nog heel goed herinneren de discussies en de argumenten die hier zijn geweest en ook in investeringsplan of de Kadernota opgenomen, ik weet niet wat voor financiële documenten.

Dat was alles om echt een universiteit in Haarlem te krijgen. En de gemeente had zich verplicht om een universiteitsbibliotheken te faciliteren. En zo zijn er nog wel wat zaken geweest. En ik mis gewoon in dit jaarverslag een reflectie over hoe het met De Koepel gaat. Alleen wat ik constateer, is dat de campus, want dat was toch een enorm belangrijk ding met die Koepel, geen één keer wordt genoemd. Wij lazen in de krant dat je daar als student een jaar kan zitten in zo'n klein hokje voor negenhonderd euro per maand. En dan verwacht ik gewoon iets meer van een jaarverslag. En daarin ben ik dan teleurgesteld. En dat u dat anders ziet, dan is dat prima. Het is goed dat u dat nog even toelicht. Burgemeester Wienen: Ik dank u ook voor die gelegenheid. En toch nog even, u vindt dat niet hier in dit verslag uitgebreid terug, om de doodeenvoudige reden dat dit niet een gemeentelijke prestatie is. Wij hebben als gemeente een klein rolletje gespeeld. Wij hebben namelijk inderdaad dit gebouw doorverkocht. Daar hebben we allerlei voorwaarden aan gesteld. En daar hebben initiatiefnemers zich ingezet om te proberen daaraan te voldoen. En dat is in grote lijnen gebeurd. Maar het is niet onze prestatie. Het zou raar zijn als wij in ons jaarverslag hier uitgebreide beschouwingen zouden geven over wat daar precies tot stand gebracht is. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, burgemeester.

U was klaar met uw termijn? Dan geef ik nu ... Mevrouw Van zetten: Ik krijg nu reactie. Ik wil nog even ... De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Van Zetten, uw spreektijd is op. Helaas. Mevrouw Van Zetten: Ik wil wel even tegenover ... De plaatsvervangend voorzitter: Volgens mij heeft u alles kunnen zeggen wat u wilde zeggen. Mevrouw Van Zetten: De bijdrage van de gemeente was helemaal niet een klein dingetje. En dat weet de burgemeester heel goed. De plaatsvervangend voorzitter: Waarvan akte. Mevrouw Van Loenen, gaat uw gang. Wethouder Van Loenen: Dank u, voorzitter. Een aantal partijen maakt zich zorgen over de zorg in Haarlem. De zorg is natuurlijk een nogal breed begrip. Ik hou het nu bij de Wmo. En we zien over de hele linie wel grote

45

tevredenheid over de kwaliteit van ondersteuning die de mensen hebben gekregen. En steeds meer mensen beschouwen zichzelf als volledig zelfredzaam. Dat zijn ook positieve punten die we terug kunnen vinden in het jaarverslag. Maar we zien ook in Haarlem langere wachttijden, net als in de rest van Nederland. En daar hebben we ook in de commissie een aantal keer met elkaar over gesproken, over de arbeidsmarktkrapte en de consequenties daarvan voor het sociaal domein. Want er is personeelskrapte eigenlijk bij de aanbieders, maar ook bij ons als gemeente inderdaad. De gemeente moet natuurlijk de meldingen verwerken. En er is ook een landelijk tekort aan keuringsartsen, wat ook eigenlijk vertragend heeft gewerkt bij een aantal opvolgingen van Wmo-meldingen. Wat kunnen we hier in Haarlem daaraan doen en wat hebben we al gedaan? We dringen de administratieve lasten bijvoorbeeld terug. Dan gaat het over de huishoudelijke ondersteuning. We hebben daar een algemene voorziening van gemaakt, wat het vergemakkelijkt. Het is ook niet meer nodig, na de aanbesteding van vorig jaar, om te verantwoorden eigenlijk bijna per minuut. En er is mogelijk gemaakt dat er ook minder geschoold personeel kan worden ingezet. Daar probeer je eigenlijk met elkaar te roeien met de riemen die je hebt. Maar wat eigenlijk ook echt noodzakelijk is, is een aanpassing van het landelijke abonnementstarief op de Wmo.

Daar hebben we het natuurlijk ook al vaker over gehad, dat tarief is dermate laag dat de instroom hoog is. Het Rijk heeft aangegeven dat zij werken aan een inkomensafhankelijke versie daarvan, maar dat wordt ook elke keer wel vertraagd. Wij hopen dat dat nu wat sneller gaat. In de tussentijd proberen we met een moreel appel, wat wij doen eigenlijk op de mensen met hoge inkomens ... Ik zie al wat gebaren dat er wordt gebeld naar Den Haag. Heel goed. Doen wij ook regelmatig hierover, over dit onderwerp. Het helpt altijd. Maar we doen in de tussentijd een moreel appel op de mensen met de wat hogere inkomens om bijvoorbeeld hun eigen hulp in het huishouden te houden. En daarmee hopen we ook dat we al het mogelijke wat in onze macht ligt doen om de ondersteuning, waar sommige mensen echt afhankelijk, van zijn, mogelijk en toegankelijk te houden. Er werd ook al even wat debat gevoerd over bezuiniging of niet, et cetera. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Aynan, gaat uw gang. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Blijft het bij dat morele appel bij hoop of ziet u ook resultaat? Wethouder Van Loenen: We hebben het natuurlijk redelijk recent besloten. We hebben het nu doorgevoerd. U kunt het ook terugvinden op onze website bijvoorbeeld. Dat wordt ook in de gesprekken die de aanbieders hebben met cliënten nog benadrukt.

Het is nog een beetje te vroeg om te zien of het helpt, maar het is wel het resultaat van eigenlijk een uitgebreide inventarisatie van wat we konden doen. Ik zei, of er nog meer mogelijk was. En dit was eigenlijk het maximale wat kan. En dat hebben we uiteindelijk ook besloten om dat in te zetten. Maar we gaan zien wat het oplevert. Ik hoop inderdaad dat het wat soelaas biedt. Daar had ik het net al even over van ... Een klein debatje over van, hoe zit het precies met die groei, een bezuiniging, et cetera? Eigenlijk wat we zien, is dat de toename van het aantal mensen wat een beroep doet op onze Wmovoorzieningen minder is dan we hadden voorzien. Er is geen sprake van een bezuiniging, maar de groei volgt eigenlijk nu meer de demografische ontwikkeling. En de VVD heeft daar derhalve gelijk in. Het is natuurlijk altijd heel aanlokkelijk om te eindigen met deze zin, dat de VVD daar gelijk in heeft, maar ik heb ook nog wat vragen gehad van de Actiepartij over maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Er werd ook wel even onterecht gezegd dat er steeds meer mensen in de opvang zitten. Dat is niet het geval. We zien eigenlijk echt een behoorlijke daling in het aantal aanmeldingen voor de maatschappelijke opvang. We gaan ook in 2023 zien of die positieve trend wordt doorgezet. Preventie is heel erg belangrijk daarin. We doen veel aan vroegsignalering van schulden.

We hebben het aantal huisuitzettingen echt beperkt tot een minimum. En ook bijvoorbeeld onze aanpak van jongerendakloosheid is echt een voorbeeld in Nederland. Maar we zien wel vooral dat mensen lang in de opvang verblijven.

46

De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Kuin, u had een opmerking. Gaat uw gang. De heer Kuin: Het triggert toch dat de VVD gelijk zou hebben. Dat geloof ik niet. Het triggert mij dat de VVD gelijk zou hebben. Dat geloof ik niet. Wat ik heb proberen te zeggen, is dat er in de ramingen die zijn gemaakt, toen de begroting werd gemaakt, dat er uitgegaan is van een grotere groei dan dat je misschien zou hoeven te doen. Er waren verschillende metingen van hoe het zou kunnen groeien. En er is uitgegaan van de grootste groei. Dat betekent als je een begroting maakt, dat je een groter bedrag reserveert voor die post. En dat kun je niet aan iets anders uitgeven. En aan het eind van het jaar constateren, we hebben meer over. Dat is mijn punt. De plaatsvervangend voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Loenen: Maar de mensen die hulp hebben aangevraagd, hebben dat gekregen. Het is niet zozeer dat zij meer hulp hadden kunnen krijgen als we dat daarvoor hadden liggen. Ik snap uw punt. De heer Kuin: Maar we hadden meer kunnen doen aan die daklozen. En we hadden meer kunnen doen aan allemaal andere dingen. Wethouder Van Loenen: Dat zit in het rekeningresultaat. En daar zijn ook weer andere bestemmingen voor. De plaatsvervangend voorzitter: U heeft volgens mij nog een vraag van mevrouw Jacobsz. Mevrouw Jacobsz: Dank u wel, voorzitter.

Naar aanleiding van dat er minder mensen in de maatschappelijke opvang komen. Zou dit ook kunnen komen, omdat nu de gemeente verplicht is om de wet uit te voeren mensen die een postadres vragen dat ook toekennen? Want dat was ook een van de maatregelen om dakloosheid terug te dringen. Wethouder Van Loenen: Ik zou niet direct kunnen zeggen ... Ik noem net een paar dingen waar het aan zou kunnen liggen, maar ik denk ook dat het nog wel prematuur is om te zeggen van, dat is een trend die doorgezet wordt. Laten we ook even in 2023 kijken. Ik hoop dat het inderdaad ook met allerlei maatregelen, ook die maatregelen, dat dat ertoe leidt. Maar ik wil ook wel een beetje voorzichtig daarin zijn. We zien wel dat mensen vooral veel langer of steeds langer in de opvang verblijven. En enerzijds stagneert dan die uitstroom ook, omdat we te weinig locaties hebben. Het is ook belangrijk dat we in volle vaart doorgaan met Domus Plus, Skaeve Huse. Dat we dat gedifferentieerde aanbod hebben. Dat mensen ook de juiste zorg uiteindelijk straks krijgen. Het Pact voor Uitstroom is natuurlijk een belangrijk instrument. En ik hoop inderdaad na de zomer te komen met de Housing First aanpak, waarbij we Housing First ...

Tot op heden zetten we dat vooral in als een instrument voor uitstroom, maar uiteindelijk willen we het gaan gebruiken voor preventie, voorkomen van de instroom van de maatschappelijke opvang. En ik hoop dat ik dat na de zomer aan u kan aanbieden. Anderzijds zien we ook mensen in de opvang die eigenlijk gewoon geen perspectief op een woning hebben in onze regels, die we met elkaar hebben afgesproken in onze regio en die eigenlijk zonder voorwaarden vrij lang in onze opvang verblijven. En dat is eigenlijk de vraag waar we het over hebben gehad in de commissie, waar net ook even aan werd gerefereerd, hoe humaan is dat eigenlijk als uiteindelijk de consequentie is dat je een aantal jaren in onze opvang verblijft. Wij hopen in ieder geval er alles aan te doen om de maatschappelijke opvang weer te maken waar het voor bedoeld is. Kortdurende opvang met de juiste zorg en zo snel mogelijk op de juiste plek kunnen wonen. En nog een nabrander over de belangrijkste reden voor uitstroom uit de bijstand, mijnheer Van den Raadt, is aanvaarding werk en niet verhuizing.

47

De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mevrouw van Loenen. Tot slot, wethouder Van Leeuwen. Gaat uw gang. Wethouder Van Leeuwen: Dank u wel, voorzitter. Waar zal ik mee beginnen? Laat ik beginnen met participatie. En daar kunnen we op terugkijken. Een cijfer ik toch mee wil geven, en daar heeft u ook allemaal kennis van kunnen nemen bij Haarlem in cijfers, bent over gerapporteerd, dan hebben we kunnen zien dat het vertrouwen in onze Tweede Kamer ongeveer als de stelling is, heeft veel tot zeer veel vertrouwen in de Tweede Kamer is 18 procent, in u als gemeenteraad is 30 procent. Dat is echt een stuk beter dan de Tweede Kamer. Heel veel complimenten aan u als gemeenteraad. In het college en in de ambtenaren van de gemeente Haarlem is het 35 procent. Het kan verkeren, zal ik maar kort zeggen. Maar zonder grappen of grollen ... De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Aynan, gaat uw gang. De heer Aynan: Wilt u ook erkennen dat het gedaald is? Wethouder Van Leeuwen: Je ziet dat het op alle fronten gedaald is. Dat het net zo is in de zorg, dat is over doktoren, over onderwijs. Je ziet het maatschappelijk aanzien van elke functie is de afgelopen decennia gedaald. En daar hebben een goot maatschappelijk probleem, denk ik. En dat was mijn bruggetje naar het vervolg.

Volgens mij zijn de heer Aynan en ik het daar ook over eens dat we veel eraan moeten doen om zoveel mogelijk Haarlemmers te betrekken. En daarom in het participatiebeleid wat binnenkort naar uw toekomt in concept, gaan we kijken, hoe kunnen meer mensen op een zorgvuldige manier participeren die aansluit bij hun levens. Want helaas is het toch vaak in het verleden zo geweest dat het een zaaltje was met TL licht en slechte koffie, waarbij wij mensen uitnodigen om mee te denken en we niet in hun eigen leefwereld stapten. Ik ga naar jeugd. Er zijn verschillende zaken gezegd over jeugdzorg die ook sloegen op Wmo en de besteding daarin. De jeugdzorg, en u heeft allemaal ook in de landelijke media kennis kunnen nemen van de Hervormingsagenda Jeugd, is een complex probleem en ook niet een makkelijke oplossing. Want het is heel gevarieerd. Er zijn jongeren ook in Haarlem met wie het echt heel veel slechter gaat dan we tien jaar geleden zagen. Tegelijkertijd, en ik had vandaag nog een gesprek met jeugdzorg professionals, worden er ook jeugdigen aangemeld omdat zij neerslachtig zijn door liefdesverdriet of doordat de kat is overleden. En die komen dan in ons systeem en eigenlijk houden plekje bezet die de jeugdigen met complexe problematiek nodig hebben. En dat is een probleem waar we echt als samenleving moeten kijken ... De plaatsvervangend voorzitter: Sorry. Neem me niet kwalijk.

Mevrouw Scholten, gaat uw gang. Uw arm valt een beetje weg tegen de publieke tribune, vandaar dat ik even twijfelde. Mevrouw Scholten: Ik zal mijn andere arm opsteken of mijn mouw opstropen. Begrijp ik goed dat de wethouder zegt dat er op dit moment kinderen plekken in jeugdzorg bezet houden vanwege verdrietjes? Want ik geloof dat echt niet. En daarvoor doe ik dat werk ook al te lang. De plaatsvervangend voorzitter: Wethouder. Wethouder Van Leeuwen: Wat wij nu zien, en dat weet u ook, er is nu in het kader van die doorontwikkeling een werkgroep toegang en aanmelding. Je ziet nu dat via de praktijkondersteuner jeugd, via het CJG en via de huisarts kom je bij de jeugdzorg. Negentig procent van onze huisartsen hebben een praktijkondersteuner. Tien procent niet. Als een huisarts zo iemand aanmeldt, dan komt hij inderdaad in het jeugdzorgsysteem. En gelukkig hebben we een heel goed CJG, die ook in de terug verwijzingen iets kan betekenen. Maar dit is wel casuïstiek die daar binnenkomt en waarbij er dan ook teruggeduwd moet worden naar ouders, want ouders

48

zeggen, ik heb hier recht op. Dit zijn ook relatief vaak mondige ouders, waarbij inderdaad er alleen al dat terugduwen wel tijd kost van deze mensen die beter bezig kunnen zijn met kinderen die echt hier en nu hulp nodig hebben om hun leven op de rit te krijgen en mee te kunnen doen aan de Haarlemse samenleving. Helaas, dit gebeurt. Dit is een concrete casus die ik vandaag te horen heb gekregen. Helaas, het gebeurt. En daarmee wil ik niet bagatelliseren dat met een aantal kinderen het echt heel slecht gaat en de jeugdhulp daarin beter moet, alleen het is wel een heel divers probleem, waarbij we inderdaad echt een groep kinderen ziet bij wie het heel veel slechter gaat. Dat zit ook in kansengelijkheid. Dat zit ook in zorgen over het klimaat. Dat zit ook weer in zorgen over woningen. Dat zit ook in gezinsproblematiek. Licht verstandelijk beperkte ouders of vechtscheidingen. Het is een heel complex probleem, wat ook een veel bredere oplossing vraagt dan alleen jeugdhulp en jeugdzorg, want vaak gaat het ook over de ouders of over de omgeving. En dat is ook de wijze waarop we daaraan werken, ook met collega Van Loenen, om te kijken op welke wijze we hier als Haarlem om deze kinderen, om deze jeugdigen, om deze gezinnen heen kunnen gaan staan om ze de best passende zorg te bieden. En daar inderdaad te kijken, wat kan het netwerk doen? Dat was volgens mij heel kort over de jeugdzorg.

En daarbij is het inderdaad zo dat er, en dat is dan toch reagerend, er prudent begroot was. Daar was inderdaad vorig jaar geen tegenvallers, want we zien natuurlijk ook bij sommige andere gemeentes dat er heel veel tegenvallers te melden waren. Bij ons was er prudent begroot. En de vraag is of dat dit jaar weer zo is, zal ik alvast als een kleine voorbode doen. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Tot zover de eerste termijn van het college. Ik denk dat ik nu weer het woord ga geven aan de burgemeester. Gaat uw gang. U was nog iets vergeten, wethouder? Iets over een fiets? Wethouder Van Leeuwen: Ja, ik zag nog staan ... Ik zag de heer Van den Raadt van Trots heel verongelijkt kijken. Toen dacht ik, de heer Van den Raadt had iets gezegd over de fiets. Ik raad u allen aan, en ik heb het volgens mij in de commissie al eerder gedaan, om het boek ‘Het recht van de snelste’ te lezen van professor Te Brömmelstroet, waarbij eigenlijk heel discours, waarbij wij verkeer zien als water, waarbij wij fietsers en voetgangers bestempelen als zwakkere verkeersdeelnemers. Terwijl dat zijn juist gezonde verkeersdeelnemers, want die lopen in de open ruimte waarbij dat discours, wat de afgelopen zestig, zeventig jaar is ontstaan, waarbij we daar echt afscheid van moeten nemen. En dat is inderdaad ...

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13019869/2