CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Gemeenteraad 29.06.2023

gemeenteraad 29 juni 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Opening en mededelingen32.359 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Niet gevonden in dit document.

19

rest van mijn fractie in ieder geval een heuglijke dag. Laat dat niet onverlet blijven. Als we terugblikken op het college, wilde ik nu al vragen, is dat dan het college van de eerste helft van een jaar of het tweede helft van het jaar? Zitten daar nog verschillen in? Daar kunnen we misschien nog op een later moment van gedachten over wisselen. Maar goed, dat geheel terzijde. Even het volgende gezegd hebbende, ik weet niet of dit teleurstelling of vreugde gaat opleveren. Ik was eigenlijk niet van plan om alle ontwikkelingen in de wereld de komende minuten te gaan analyseren. En misschien ook nog een opmerking in algemene zin. We hebben hier vaak de gewoonte om iets in de commissie vrij kort te behandelen en dan vervolgens in de raad in een tienvoud. Laat ik proberen ook het tegenovergestelde te doen. U heeft dit allemaal vrij uitgebreid in de commissies kunnen bespreken. Nu hoor ik waarschijnlijk het komende uur alle vragen nog een keer, aangevuld met een verdubbelaar. Laten we proberen dat niet te doen. Laat ik dan even heel kort samenvatten hoe de PvdA het jaarverslag ziet. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Voorzitter, dank u wel. Ik lijk een beetje te horen ... Het lijkt een beetje alsof de heer Wiedemeijer het jaarverslag en ook de behandeling daarvan bagatelliseert.

Is hij het niet met de VVD eens dat het juist heel belangrijk is dat wij een goed fundamenteel debat hebben en een zorgvuldige behandeling van of de ambities van dit college of die wel of niet gehaald worden. Want is het niet zo dat het halen van de ambities en het beantwoorden ook van de vragen die ik stelde in mijn termijn, dat daar de geloofwaardigheid van een college mee valt of staat. De heer Wiedemeijer: Zeker. Het is heel belangrijk. En juist omdat we het belangrijk vinden, maken we er tijd voor vrij in de commissies. Daar heeft u meer tijd voor. De raad heeft een besluitvormend karakter. U bent vast bekend met het BOB-model. In het BOB-model doen we beeldvorming en oordeelsvorming in de commissie en besluitvorming in de raad. En nu doen we eigenlijk het gesprek wat we in de commissies horen te doen, of misschien zelfs wel nog een keer of nogal extra uitgebreid. Mij maakt het niet ... Ik vind uw vraag niet minder belangrijk of belangrijker als u hem hier stelt. Ik zou ervoor willen pleiten dat we in de commissie zoveel mogelijk spreektijd hebben om iets uitgebreid te behandelen. En niet hier met 39 mensen naar hetzelfde verhaal gaan luisteren wat u in de commissies al heeft kunnen voeren. Maar dat is mijn analyse. De voorzitter: De heer Van Kessel.

De heer Van Kessel: Ik vind het mooi dat de heer Wiedemeijer ervoor kiest om een debat over de procedures over het jaarverslag niet te voeren in het presidium, seniorenconvent of andere plekken, maar dat hij dat graag in de raad doet. Ik zou hem toch willen uitnodigen om zijn ideeën over het jaarverslag en wat hij vindt bijvoorbeeld van de woningbouw en hoe de ambities ervoor staan, hoe de zorg ervoor staat, hoe de veiligheid in de stad ervoor staat, hoe de financiën van de stad ervoor staan. Ik was niet in al die commissies, maar ik ben heel graag benieuwd, als hij dat allemaal gehoord heeft, die behandeling, hoe hij dat dan vervolgens duidt. De heer Wiedemeijer: Zoals ik al zei, mijn opmerking dat ik het in een dergelijk detail niet wilde gaan behandelen zal bij de ene persoon tot vreugde leiden en bij de andere tot teleurstelling. U voegt zich in ieder geval bij het kamp van de teleurstelling. Wellicht denken andere collega's daar anders over. Maar ik denk bijvoorbeeld ... De voorzitter: U krijgt meteen een nieuwe interruptie. Mevrouw Van Zetten.

20

Mevrouw Van Zetten: Het zijn natuurlijk allemaal weer badinerende woorden die de heer, hoe heet hij ook alweer, spreekt, Wiedemeijer. Maar ik wil even opmerken dat in de commissie Ontwikkeling hadden wij helemaal geen tijd om dit te bespreken. Misschien kunt u daar uw licht over schijnen op deze avond. De voorzitter: De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Dat gesprek moet u daar voeren. Net als dat ik heb in Bestuur ook uitgebreid met de heer Van Kessel wel van gedachten kunnen wisselen. Ik voel me ook helemaal niet belet om in die commissie met elkaar van gedachten te wisselen. De voorzitter: De heer Van Kessel, interruptie. De heer Van Kessel: Laten we dan het debat maar gewoon wel voeren. De wachttijd voor sociale huur is al jarenlang abominabel. 8 jaar wachten op een woning is natuurlijk absurd. En toch krijgt dit college het voor elkaar om de sociale huurvoorraad met 522 woningen te laten dalen. Dat is toch funest voor het vertrouwen van de jongeren in de gemeente. Bent u dat niet met me eens? De voorzitter: De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, het is op zich wel apart dat ik nog ineens aan mijn verhaal heb kunnen beginnen. Maar laat ik dan in algemene zin een reflectie geven op uw verhaal. Ik waardeer uw kritische reflecties, maar laten we er dan wel bij gemeld hebben dat bij alle problemen die u schetst is er toch wel een grote verbindende factor.

En dat is het kabinetsbeleid van de VVD, al jarenlang. U heeft gekozen voor die verhuurderheffing. U kiest voor de bezuinigingen in de jeugdzorg. Kabinetten lang doet u daar niks aan. En dan gaat u hier de wethouder jeugdzorg daarop bevragen. Dat vind ik wel echt een vrij wonderlijke ontwikkeling. En u gebruikt daarbij ook bijzonder kritische woorden, zonder eigen reflectie op de rol die het kabinet daarin speelt. Dat vind ik dan ook niet echt een vertrekpunt tot een reële uitwisseling van een probleemanalyse. De voorzitter: De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Voorzitter, het is toch heel bijzonder dat de coalitiepartijen PvdA en GroenLinks er vooral voor kiezen om het kabinetsbeleid aan te vallen, terwijl het kabinet hier niet is om zichzelf te verdedigen. Ik kreeg natuurlijk ook net een interruptie over waarom ik alleen maar het over landelijke zaken ... Maar dat is dan de reflex. En er wordt verwezen naar dat het, zal maar zeggen, de VVD is die altijd aan de macht is landelijk, maar de PvdA loopt wel met een hele mooie boog ten eerste om het feit dat zij al jarenlang hier in Haarlem aan de knoppen zitten. Loopt met een grote boog om het feit dat het Diederik Samson was overigens die die verhuurdersheffing heeft staan invoeren. Dat was de PvdA zelf.

En vervolgens dat hij, en dat is het retorische trucje wat hij hier uithaalt, is dat hij eromheen wegloopt dat onder de PvdA-coalitie er twee jaar geleden tweehonderd sociale huurwoningen weggegaan gaan zijn en in 2022 vijfhonderd sociale huurwoningen weggehaald zijn. Gaat u daar eens op in, in plaats van een ander de schuld te geven. De voorzitter: De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, we kunnen concluderen dat mijn voornemen om het kort te houden, is vooralsnog niet echt bijzonder succesvol. Maar goed, daar kunnen we op een ander moment weer op terugblikken. Ik wil best op uw vraag ingaan hoor, maar volgens mij had u die ook desalniettemin prima in de commissie kunnen behandelen. Maar laat ik die poging dan maar staken, want dat maakt kennelijk niet al te

21

veel indruk. Kijk, hoe ik het zie en hoe mijn fractie het ook ziet, is er worden op dit moment uitzonderlijk veel plannen uitgewerkt. Of dat genoeg is en of we meer moeten doen, gezien de problemen in de bouwsector, dat gesprek hebben we bij de Kadernota. Nu blikken we terug op de inspanningen die zijn geweest. We zien vooralsnog dat al die plannen die de vorige periode zijn ontwikkeld er nog niet toe leiden dat de sociale voorraad afdoende stijgt. Dat is absoluut waar. Ik zie een college dat al langere periode ... En ook mijn fractie heeft er altijd voor gestemd, de vorige periode waren wij de enige partij die voor alle nieuwbouw hebben gestemd. Dat houden wij gewoon netjes zo vol. Wij zullen ook deze periode voor alle goede plannen stemmen. Ik verwacht ook weer een hele hoop goede plannen. Dan kunnen we acht jaar lang honderd procent voor alle plannen stemmen. Dat is dan mijn bijdrage. En u bent van harte welkom om daarbij aan te sluiten. Dan kunt u deze periode ook voor honderd procent van de plannen stemmen. En dan doen we alles wat in onze macht ligt. Is dat niet genoeg, dan gaan we bij de Kadernota kijken wat we kunnen doen om de bouwdip te voorkomen. De voorzitter: Het wordt nu tijd voor de interruptie van de heer Van Kessel. De heer Wiedemeijer: Leuk.

De heer Van Kessel: Voorzitter, deze coalitie, in deze samenstelling, zit al langer, die zit echt wel heel lang, namelijk nog langer dan de wachttijd voor de sociale huur hier Haarlem. En dat is echt heel lang. Die heeft een aanloop gehad, deze coalitie, van 10 jaar ongeveer om iets te doen aan de woningvoorraad. En dan krijg je het voor elkaar in 2022 om meer dan 500 woningen, nadat het jaar ervoor al 200 sociale woningen weggegaan zijn. En u gaat dan een verhaal vertellen over dat de nieuwbouw allemaal niet opschiet en dergelijke. Ik vind het nogal wat. Geef eens gewoon een antwoord op de vraag. En dat is namelijk, wat vindt u ervan dat er na 10 jaar van uw coalitie dat er 522 sociale huurwoningen afgebroken zijn? De voorzitter: De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, u kunt het misschien niet eens zijn met mijn antwoord. Dat ik geen antwoord gaf, lijkt mij een andere invuloefening. Kijk, volgens mij heb ik er wel degelijk inhoudelijk op gerefereerd. Vorige periode zijn er veel plannen opgestart. U ziet het waarschijnlijk ook wel op andere plekken in het land. Zo'n ontwikkeling duurt al snel vijf tot acht jaar. Dat zie je door het hele land. Nergens gaat nieuwbouw sneller. Dat zal ook hier zijn tijd in beslag nemen om dat op te leveren. Als u ideeën heeft om dat sneller te doen, dan hoor ik dat graag.

Ik heb ze deze periode nog niet gehoord, de vorige periode ook niet, maar ik sta altijd open voor goede ideeën van de VVD. Binnenkort behandelen de Kadernota. En ik ben hartstikke benieuwd waar u mee komt om de bouw te versnellen. Ik ben heel erg benieuwd. De voorzitter: Dank u wel. U kunt volgens mij verder gaan met uw betoog. De heer Wiedemeijer: Dank u wel. Voorzitter, een aantal opmerkingen. Ik heb ze ook in de commissie Bestuur gemaakt. En aangezien we die vanavond toch nog een keer gaan doen, zal ik ze nu nog keer naar voren brengen. Het was ons namelijk opgevallen dat als je nogal eens leest op de donkere krochten van het internet, dan lijkt Haarlem financieel failliet. En toen wierp ik een aantal stellingen op, waarbij ik suggereerde dat het tegenovergestelde op dit moment waar lijkt te zijn. En daarbij stelde ik ook de vraag aan mijn collega's of ik misschien onjuist was en dat die cijfers niet historisch hoog of goed waren. Dat werd niet tegengesproken. Laat ik het dan nu nog een keer naar voren brengen. Misschien bereikt het dan nog wat meer inwoners van Haarlem dat we niet financieel failliet zijn. Want wat zijn namelijk de cijfers als we ertegenaan kijken? We hebben een historisch lage schuld met een netto schuldquote van 57 procent. Ongekend laag. We hebben

22

historisch hoge reserves, met een weerstandscapaciteit van 3,3. En we hebben een hoge realisatiegraad met 55 miljoen aan investeringen, na een plafond van 40 miljoen in vele jaren. En dat levert gelijk een vraag op van de heer Van Kessel. De voorzitter: De heer Van Kessel, interruptie. De heer Van Kessel: Normaal is het zo dat de PvdA over alles wat er gebeurt in de wereld de schuld geeft aan de VVD, en vooral de VVD landelijk. Maar deze financiële cijfers lijkt me net het moment om ook dan de schuld aan de VVD landelijk te gaan geven. Want is het niet zo, vraag ik aan de heer Wiedemeijer via de voorzitter, dat al deze mooie financiële kengetallen te danken zijn voornamelijk aan het Rijk dat financiële bijstand heeft gegeven voor de taken die deze gemeente moet uitvoeren? De heer Wiedemeijer: Voorzitter, laat ik wat sportiever zijn dan u als ik een kritische vraag stel, dan heeft u daar geen reflectie op. Laat ik dat iets anders doen. Het is denk ik tweeledig waar. Dat heeft de accountant net bevestigd. Het komt door lokale aangelegenheden. Uitgaven die uiteindelijk niet zijn verricht, bijvoorbeeld in het sociaal domein. En het is zeker ook waar dat er incidenteel extra Rijksmiddelen beschikbaar zijn gesteld.

Hoe groot de bijdrage is van de VVD durf ik te betwijfelen, aangezien u elk jaar wil bezuinigen op de gemeente, en de Partij van de Arbeid met GroenLinks vaak in de tegenbegroting juist meer geld naar gemeenten wil brengen. Maar goed, laat ik sportief zijn, het Rijk heeft inderdaad extra geld vorig jaar overgemaakt. En daardoor hebben wij ook een hoog saldo over van 49 miljoen. Dat klopt. Dan nog een aantal opmerkingen over de investeringen. Voor het eerst boven de 40 miljoen, 50 miljoen. Maar het is nog een lange weg te gaan, want we moeten nu de stap maken naar jaarlijks 70, 80 miljoen per jaar. En dat vraagt een hoop van ons allemaal. De heer Van Kessel zei daar net ook al wat over. Laten we daar vooral mee aan de slag gaan. En ik ben ook benieuwd naar het college, maar die zullen er ook vast bij de Kadernota op reflecteren hoe we die sprong gaan maken. Want dat is nogal een ambitie. En dat zijn dan ook ... Als dat wel lukt, is dat ook iets, van welke politieke kleur je ook bent, iedereen zal daar profijt van hebben. Het gaat om het onderhoud in de openbare ruimte, onderwijs, cultuur, scholen. Je kunt het niet verzinnen. Als je realisatiegraad in de investering omhoog gaat, dat moeten we echt met zijn allen zien te bereiken. Dan nog een opmerking over het hoge saldo. Dat heeft natuurlijk een interessante vooruitblik naar de Kadernota.

Want bij de Kadernota ligt er natuurlijk nu al een pakket aan incidentele middelen, maar er is natuurlijk nu nog wederom een zeer fors incidenteel saldo. Maar laten we daar tegen die tijd nader met elkaar met gedachten wisselen. Voorzitter, dat was mijn deel over de jaarrekening. Over het Duisenberg gedeelte heb ik ook nog een reflectie. Daar heeft de heer Abbasi in de commissie Bestuur ook al het een en ander over gezegd. Maar toch een aantal kritische vragen. En ook naar aanleiding van de raadsconferentie die we recentelijk hebben gehad, want daarin werd ook aangegeven, we doen met zijn allen heel veel in het controlerende element van ons als volksvertegenwoordiger. En dat is heel belangrijk. Maar je kunt jezelf ook afvragen of dat in verhouding is tot onze andere functies die we hebben als raadslid, als kaderstellend, als volksvertegenwoordiger. En hier gaat nu veel tijd aan op, aan de Duisberg rapportages. En hartstikke veel dank aan degenen die dat hebben gedaan. Maar we zien dat die tijdsbesteding eigenlijk steeds groter wordt. En dan moet je jezelf afvragen hoe dat in verhouding staat tot die andere rollen die we vervullen. Nu zien we bijvoorbeeld dat als de Duisenberg rapporteurs aanbevelingen doen, maar ze worden niet 95 procent uitgevoerd, zoals de aanbeveling was, maar voor 95 procent, dan concluderen we met zijn allen helaas, de aanbeveling is niet afgedaan.

Is dat niet een wat te rigide opvatting ten opzichte van de aanbevelingen die worden gedaan? En het suggereert ook bijna dat het beleid dat we hier met zijn allen maken in zijn volledigheid kwantificeerbaar is. Als ik een motie aandien, dan mogen vervolgens de ambtenaren gaan verzinnen wat precies de doelen zijn bij het beleid die wij als raad verzinnen. Als we straks de Kadernota hebben gehad, waar allerlei voorstellen instaan voor extra incidentele

23

uitgaven, dan gaan we vervolgens een jaar later zeggen, die uitgaven die we hebben gedaan, welke doelen hebben we daar precies bij bedacht? Dat moet u eigenlijk dan aan uzelf stellen, want u heeft zelf dat extra geld beschikbaar gesteld. Dan is wel een beetje de vraag, eindigt dit niet in een soort denkoefening waarbij we bij elk beleid wat we hier als raad maken alles kwantificeerbaar moet zijn. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: Mijnheer Wiedemeijer, dank voor uw betoog over de Duisenberg. Is het niet de bedoeling dat we gewoon de doelmatigheid ook vaststellen in het beleid en dat dat in het beleid komt te staan En dat is eigenlijk volgens mij dat de Duisenberg commissie vooral bedoeld, dat als we iets uitgeven dat dat ook onderdeel is van een beleid en dat we dat nog verder benoemen en verder kwantificeren. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, ik geloof dat de wethouder financiën zei daar mooi over, er lijkt enige verwarring ontstaan te zijn in de commissie Bestuur. En dat roept uw vraag bij mij, in alle eerlijkheid, ook op.

Want dat is op een gegeven moment de vraag, zijn we met de Duisenberg rapporteurs naar de P&C-cyclus aan het kijken, naar de begroting, naar de jaarrekening, zijn we naar de stukken aan het kijken, zoals de beleidsnota's zal worden voorgelegd? En uw vraag roept bij mij eigenlijk alleen maar meer verwarring op. Ik blijf u het antwoord simpelweg schuldig. De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: Dan adviseer ik u om een keer mee te doen. Eén van uw collega's misschien van de Partij van de Arbeid met de Duisenberg commissie. En dan hoor ik vanzelf hoe u dat inzicht heeft gezien. De heer Wiedemeijer: Ik ervaar daar een uitnodiging, maar ik moet uw uitnodiging vrees ik wel met enige terughoudendheid beantwoorden. Want het is niet zonder reden dat wij niet iemand hebben afgevaardigd, omdat wij ook zelf daar onze analyse bij hebben waar we vinden dat we als raad misschien beter onze tijd aan kunnen besteden. Ik vrees dat wij een toekomstige uitnodiging helaas niet met veel enthousiasme zullen beantwoorden. De voorzitter: Dank u wel. U heeft nog een interruptie van heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Dank u wel, voorzitter.

Allereerst schrik ik er een beetje van dat de PvdA zich op deze manier uitlaat over het Duisenberg traject, waar eigenlijk praktisch iedere fractie in deze Raadzaal aan heeft meegewerkt en tot op heden eigenlijk dit soort negatieve bewoordingen over dit traject vanuit de PvdA niet geuit zijn. En omdat op dit moment, waarschijnlijk het moment dat de wethouder financiën, zeg ik dan maar om het beestje bij de naam te noemen, zelf een beetje in de penarie komt, omdat de aanbevelingen die gegeven zijn misschien nu wel wat erg lastig worden. Om er dan mee te komen, daar schrik ik van. Laat ik daarmee beginnen. En laat ik dat dan omvormen in een vraag, voorzitter. De voorzitter: Ik wilde net zeggen, u bent bezig met een interruptie, niet met uw termijn. Gaat uw gang. De heer Van Kessel: Dat is ook waar. Laat ik het omzetten naar een vraag. De aanbeveling van dit keer, daar heb ik de heer Wiedemeijer nog niet over gehoord. Maar dat ging bijvoorbeeld over het stroomlijnen van de financiële stukken met de beleidsstukken, dat ging om grip op subsidierelaties, dat ging om meer inzicht in de reserves en dat ging om inderdaad de financiële verantwoording aan te sluiten op de doelenboom. Maar die

24

andere drie die ik net noemde, dat zijn ook hele mooie bijdragen waar ze mee gekomen zijn. En die raken uw kritiek niet. Hoe reflecteert u daarop? De heer Wiedemeijer: Voorzitter, eerst nog even reflectie, want u stelt nogal wat. U legt een relatie met de politieke kleur van de wethouder financiën. We hadden vanmiddag op de fractie een leuke interactie over het verschil tussen korrelatie en causaliteit. Ik wil u het best een keer uitleggen het verschil, maar laat daar dan ieder geval het antwoord in schuilen. En het is ook niet waar. Ook in de vorige periode hadden wij hetzelfde punt. We zijn daar vrij consistent in. En bovendien heeft de heer Abbasi in de commissie Bestuur echt exact hetzelfde betoog gehouden. Toen was hij ook de enige. Maar als de grootste partij mogen wij geen afwijkende mening hebben? Mogen wij prima. Daar zijn wij consistent in en dat zullen we ook blijven. En nogmaals, wij gaan helemaal niet tegen de aanbevelingen stemmen. Wij werpen daar gewoon een aantal kritische vragen bij op, dat misschien in de toekomst leidt tot een nieuw gesprek en onderling ook de verwachtingen hoe wij dit zien. Want wij zien wel degelijk bij een aantal punten ... We gaan niet tegen stemmen. Werpt bij ons de vraag op, zijn we niet te veel aan het micromanagen en is er niet te veel aandacht voor onze controlerende taak in plaats van onze volksvertegenwoordigende taak.

En ook als we het echt zo stellen van, er wordt een aanbeveling gedaan en het moet precies zo worden uitgevoerd, daar heb ik dan wel moeite mee. Dan denk ik, hoeveel werk levert dit op voor ambtenaren? En dan ook in vergelijking, dan trek ik even dit verband met waar we het net over hadden, is de uitvoeringskracht van de organisatie. Iedereen zegt, dat moet omhoog. Maar tegelijkertijd doen we hier een aanbeveling met, we moeten tot op de euro nauwkeurig allerlei prachtige staatjes en alles moet kwantificeerbaar. Dat is een slecht huwelijk. Die twee dingen kunnen niet tegelijkertijd waar zijn. Als wij meer output willen, dan moeten we ook onszelf afvragen of we niet nog meer op detail willen gaan sturen. Dat onze reflectie. We gaan alsnog tegen stemmen. Maar goed, dit is misschien een opening van een goed gesprek, wat in het begin niet al te verrassend tot een klein beetje weerstand zal leiden. Maar dat is misschien een goed begin van een gesprek voor de toekomst. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. U heeft nog een interruptie van mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Kijk, we hebben er inderdaad over gesproken, ook in commissie Bestuur. En toen gaf de wethouder financiën ook aan van, in die planning en control stukken, we zijn jaren met elkaar bezig, moet het dikker, moet het dunner en et cetera.

Maar ik denk dat de heer Wiedemeijer in zijn bijdrage ook niet helemaal recht doet aan de aanbevelingen die zijn gedaan en aan het werk wat is verricht. Want ik heb bijvoorbeeld bij aanbeveling één voor de Duisenberg rapporteurs van dit jaar ook de suggestie gedaan om de vragen in een nota bijvoorbeeld beter uit te werken of in kaderstellende nota's, zodat je niet afhankelijk bent van, ik moet weer door die begroting heen spitten, ik moet weer even kijken wat er in de vorige periode is gezegd. Daar heb ik een aantal suggesties voor gedaan, waardoor we dat op een werkbare manier zouden kunnen doorvoeren. Wat is de suggestie van de Partij van de Arbeid? Uiteraard mogen zij de kritische vragen stellen. Dat is helemaal prima. Maar heeft u ook dan een suggestie om die aanbevelingen beter te maken? De heer Wiedemeijer: Voorzitter, dit is gewoon besproken in de commissie Bestuur en de heer Abbasi heeft exact hetzelfde gesprek toen met mevrouw Çimen gehad. Ik beperk mij tot de bijdrage die ik al heb gedaan. Mevrouw Çimen: Ik wil graag antwoord op mijn vraag. De voorzitter: Maar goed, u gaat over de vraag en heer Wiedemeijer gaat over zijn antwoord. Dan gaan wij toe naar de volgende bijdrage in deze discussie. En daarvoor gaan wij naar, moet ik even kijken, de Partij voor de Dieren volgens mij. Mevrouw Van den Broek.

25

Mevrouw Van den Broek: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, voor ons liggen de jaarstukken van 2022. En voordat ik daarop inga wil de Partij voor de Dieren eerst de ambtelijke organisatie en de griffie bedanken voor hun inzet. De opgaven in de stad zijn groot en complex, het personeel schaars en de raad laat in de diverse dossiers flink van zich horen. We erkennen dat het hard werken is met beperkte middelen en capaciteit. Nogmaals, onze dank. Voor de meesten was 2022 het jaar waarin het rad weer ging draaien en alles weer op gang kwam, inclusief de investeringen van dit college. Maar om van we draaien op volle kracht te spreken, is het ons inziens nog iets te vroeg. De jaarrekening laat met indicatoren en financiële analyses zien wat we gedaan hebben en hoe we er financieel voorstaan. En dat is eerlijk gezegd best goed. Complimenten daarvoor. Maar wat we eigenlijk boven water willen halen, is het volgende. Is het voor de inwoners, de dieren, de natuur en het milieu in Haarlem een beetje beter geworden afgelopen jaar? Wat zijn de verhalen die we tussen de regels en cijfers doorlezen? Eerst de dieren. Bijvoorbeeld honden, die zijn nog steeds een fijne verdienste voor de gemeente. Zes ton maar liefst. Maar er is ook maar één hondenlosloopveld bijgekomen? Nee. Is er een tegemoetkoming voor minima gekomen voor hun kosten bij de dierenarts? Ook niet.

De hondenbelasting is een algemene opbrengst belasting waarvoor geen directe tegenprestatie door de gemeente is vereist. De hond als verdienmodel. Het blijft wat ons betreft een slechte paragraaf in deze jaarrekening. Dan de stand van de natuur. De biodiversiteit. De bijen zijn als indicator voor de biodiversiteit genomen en zijn ten opzichte van 2 jaar eerder 22 procent lager. Dat zou kunnen liggen aan het weer, maar vele wetenschappers vrezen dat het kaartenhuis van de biodiversiteit aan het instorten is. En ik vraag me af waar het college zit, meer aan de kant van het weer of meer aan de kant van de verslechtering van de biodiversiteit. Want we lezen in onze artikel 3vragen weliswaar dat het college de urgentie voelt, maar waarom staat die uitvoering dan nog niet in de crisismodus? Want er staat bijvoorbeeld ook, we nemen dit jaar de tijd om de nieuwe werkwijze vast te stellen van de dagelijks beheercontracten en misschien dat daarna er als uitkomst zou kunnen komen dat we dan nog de werknemers van Spaarnelanden en onderaannemers cursussen gaan laten volgen voor ecologisch beheer. Voorzitter, daar hebben we toch geen jaar voor nodig? Dat moet toch sneller kunnen? Op papier is er meer ecologisch beheergebied bijgekomen, maar in de praktijk is er nog niks veranderd. Een klein beetje extra groen oppervlak. En er wordt ook nog steeds geklepeld.

En in plaats van de 500 geplande geplante bomen zijn er in 2022 slechts 255 geplant, terwijl hier notabene extra geld voor was. Met andere woorden, het schiet voor ons gevoel niet zo op. En in ruimtelijke plannen zien we ook dat er vrij gemakkelijk bomen worden gekapt voor huis en infrastructuur. Er worden woontorens in het park gepland. En eenmaal gepland groen wordt vaak gedegradeerd tot een lapje schaamgroen, omdat er meer ruimte voor parkeren moet komen. Hoe anders is dat bijvoorbeeld in Amersfoort, waar ook 10.000 woningen worden gebouwd, maar wel de keuze is gemaakt dat dat niet ten koste mag gaan van het bestaande areaal groen en elke te kappen boom via het bureau van de wethouder gaat voor een laatste check. Voorzitter, dit college heeft ervoor gekozen om opgaven voor groen, mobiliteit, energietransitie en klimaatadaptatie als deelopgave mee te nemen voor technische onderhoudswerken. Werk met werk maken, zoals dat dan heet. En aan de ene kant begrijpen we dit en aan de andere kant maken we ons er ook zorgen over.

De vraag is hoelang die aanpak nog stand kan houden, want onderhoud aan openbare werken kennen een lange planning, vaak met vertraging, maar ondertussen worden we keihard ingehaald door de klimaatcrisis en de biodiversiteitscrisis, door droogte, hitte of ineens heel veel regen waardoor riooloverstorten voor grote vissensterfte zorgen, zoals we afgelopen week in de Leidsevaart zagen. En richting bewoners houdt men vooral de wortel voor met sympathieke acties, zoals het tegelwippen en de duintuinen. Stuk voor stuk mooie initiatieven en op kleine schaal zeker effectief. De vraag is of we het daarmee gaan redden. In Duitsland pakken ze het iets stevig aan. Zo zijn er al diverse deelstaten die een verbod op grindtuinen hebben ingesteld, want niet hittebestendig, slecht voor natuur, levert problemen op voor het riool en ook nog eens foeilelijk. Hoe kan het dan dat dit college zo terughoudend was en is om maatregelen die verharding tegengaan op te nemen, bijvoorbeeld in prestatieafspraken met woningbouwcorporaties of bijvoorbeeld groene erfafscheiding standaard te maken in nieuwbouwplannen.

26

Voorzitter, we zien zeker wel goede initiatieven, zoals het Convenant Klimaatbestendige Bouw, het Actieplan Circulaire Economie en het Groenbeleidsplan. Maar voer het tempo op en maak scherpere keuzes. Want in de jaarstukken is er bij geen enkele van de groene indicatoren de streefwaarde gehaald. Dat is wat de Partij voor de Dieren betreft echt een teleurstelling. Dan verkeer, voorzitter. Dit college wil inzetten op de mobiliteitstransitie. En daar vindt u ons aan uw zijde. Minder auto, meer fietsen en wandelen. Maar dan moet het wel veilig zijn voor fietsers en wandelaars. En dat laatste blijkt allerminst uit de jaarstukken, want het aantal verkeersslachtoffers is behoorlijk gestegen en de Haarlemmers zelf vinden het er ook niet veiliger op geworden. De gemeente Haarlem houdt vast aan herinrichtingen voordat de snelheid omlaag gaat. Daarom kan dat nog decennia duren voordat alle onveilige plekken zijn aangepakt. En ondertussen wordt het wel steeds drukker in de stad. Maar kinderen moeten veilig kunnen buitenspelen en naar school fietsen. En dat lukt lang niet overal, met name vanwege het gemotoriseerd verkeer. We zien voorzichtig dat het college het gaat onderzoeken of de snelheid ook op doorgaande routes omlaag kan. Dat vinden wij een goede richting. Wat Partij voor de Dieren betreft, wordt er zo snel mogelijk in de gehele gemeente maximaal dertig kilometer per uur gereden.

Voorzitter, tot slot. Koers uitzetten in een tijd waarin gemeenten steeds meer te maken krijgen met minder structureel geld en meer moeten leunen op incidenteel geld, is lastig. Dat blijkt ook in deze jaarrekening, waar we met een overschot van maar liefst 49 miljoen euro te maken hebben. En nu is het nog oké, want daar kan het college als het ware straks gaten dichten en cadeautjes uitdelen in de Kadernota. Maar als een van die oorzaken ook is dat er minder beroep is gedaan of volwassenen- en jeugdzorg, terwijl men er bij de gemeente zelf ook vanuit gaat dat die behoefte en zorg niet minder is geworden, dan baart me dat zorgen. En dan vraag ik me af of we daar als gemeente wel voldoende grip op hebben gehad. Hebben we de inwoners die hulp en zorg nodig hadden voldoende kunnen helpen? En zo niet, hoe voorkomen we dat er volgend jaar weer zo'n ongewenst financieel voordeel is? Voorzitter, de Partij voor de Dieren ziet in deze jaarrekening terug dat aan de ene kant het college aan de slag is gegaan, aan de andere kant blijft wat ons betreft nog belangrijke resultaten uit. En we zullen in de Kadernota dan ook met voorstellen komen om sneller tot die resultaten te komen. Ten slot over de Duisenberg. Ik wil me eigenlijk aansluiten bij het betoog van de VVD. We waren ook een beetje teleurgesteld in de collegereactie in de opvolging van de aanbevelingen.

En ik kan me niet vinden in de reactie van de PvdA dat dat heel veel ambtenaren werk op zou leveren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de fractie van GroenLinks. Mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: Bedankt, voorzitter. Ik wilde even beginnen met het slechte huwelijk van de PvdA over de Duisenberg commissie, want hij is gelukkig weer ... Je bent op tijd terug, mijnheer Wiedemeijer, want uiteindelijk denk ik dat goede communicatie toch ontzettend belangrijk is in zo'n huwelijk tussen raad en college. En dat we juist met die Duisenberg commissie dat gesprek aangaan. En dat er natuurlijk in dat huwelijk ook wel gewoon misverstanden kunnen zijn. Ene partij die pakt het wat zwaarder op dan dat het is bedoeld. En dat juist ook die Duisenberg commissie ons de mogelijkheid geeft om dat gesprek aan te gaan en eigenlijk naar een mooie samenwerking te komen. En daarom vindt GroenLinks dat we ontzettend blij zijn met de Duisenberg commissie. Ook weer met het werk van dit jaar. We bedanken de raadsleden, maar we denken wel dat het college het wat zwaarder opneemt dan dat de Duisenberg het heeft bedoeld. De Duisenberg commissie stelt voor dat er in elke beslissing een dataverrijking moet komen. Dat we als raad beter in staat moeten zijn om de programmadoelmatigheid van het programma te linken.

En hiervoor is wat GroenLinks betreft niet per se ook die verrijking in de jaarrekening nodig, maar wel een verrijking van onze beleidsstukken op een structurele manier. En die dienen natuurlijk als basis voor onze jaarrekening. Meer een volledige afweging bij het opstellen van het beleid en niet een herhaling van het beleidsstuk in de P&C-cyclus. Dat over de Duisenberg commissie. Het is wel leuk om daarmee te beginnen. En over de jaarrekening. GroenLinks is te spreken over de resultaten en de beslissingen die zijn genomen dit jaar. En met betrekking tot de

27

investeringen, lekker veel duurzaam doen. Hartstikke goed. En goed dat de investeringen omhoog zijn gegaan en dat we focus hebben aangebracht en prioriteiten hebben gesteld voor onze organisatie. En met betrekking tot het sociaal domein, specifiek jeugd en onderwijs. Daar staat nog een verschuiving van budgetten te wachten. Een spannende transitie waar we in gesprek met het Rijk er het beste van moeten maken, want het Rijk is hier wel echt het probleem. Hartstikke leuk dat we op het laatste moment toch nog geld hebben gekregen waardoor we nu een positief resultaat hebben, maar over het algemeen brengt het Rijk ons ontzettend veel onzekerheid, waardoor we vanaf 2026 eigenlijk helemaal niet weten waar we aan toe zijn. En waardoor we nu niet consistente duurzame keuzes kunnen maken, ook niet de mensen kunnen aantrekken, omdat het structurele budget maar niet door het Rijk wordt gegeven. En die onzekerheid zorgt er natuurlijk ook voor dat wij helemaal niet consistent die beslissingen kunnen maken als het gaat over landelijke thema's zoals wonen, zorg en jeugd. Ik hoop echt dat de heer Van Kessel daar een brief over gaat sturen naar de VVD, dat duidelijkheid voor de financiën echt ontzettend belangrijk is, ook voor die doelstellingen. Dan hartstikke goed. En dan gaan we gewoon vragen of wij die brief, die u gaat sturen naar de VVD, kunnen publiceren in het Haarlems Dagblad.

De voorzitter: Interruptie van de heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Het is in die zin eigenlijk gewoon een soort antwoord natuurlijk. Het is een zeer belangrijke kwestie. Gaan we intern ook zeker over spreken. Ik vraag u het om dat natuurlijk intern binnen uw partij ook te doen, want u bent ook belangrijk in Den Haag. Dat is heel goed. Dank daarvoor. Uiteraard over de interne correspondentie gaan we natuurlijk niet ... Dat maken we verder niet openbaar. Maar u heeft gewoon een terecht punt en dat moeten we gewoon gezamenlijk oppakken. De voorzitter: Mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: Maar ik hoor wel dat ik in de cc sta, zodat ik wel kan bevestigen aan het Haarlems Dagblad dat die brief is verstuurd. En dan zou ik nu verder gaan over een lokaal puntje, vastgoed. Want de investeringen in vastgoed hier in Haarlem nu blijven achter. We zijn echt al zes jaar bezig om meer geld vrij te maken en ook echt duurzaam te doen daarin. En we kijken gewoon ontzettend uit naar het versnellingsdocument van de wethouder hierover. We zijn positief en hoopvol, maar we gaan het wel echt goed bekijken, want we zijn wel aan de andere kant ook heel erg blij met de versnelling op verduurzaming die dan vanuit het sociaal domein komt, bijvoorbeeld zo'n investering voor onderwijshuisvesting van 82,5 miljoen.

Dan kunnen we echt concreet CO2 besparen en duurzaam doen en het gemeentelijk vastgoed verduurzamen. We zien dat de versnelling die wordt gemaakt vanuit het sociaal domein ontzettend goed is. En het is voor ons nodig daarom ook om die verduurzaming meer integraal vanuit onze organisatie aan te vliegen. En daarom vinden we het verduurzamen van de jaarrekening zo ontzettend belangrijk. En we zijn ook blij dat we daarin al een klein beetje vooroplopen in vergelijking met andere gemeentes. En ook blij met de toezegging van de heer Roduner om ook de verduurzaming van de jaarrekening van de ODIJmond. En bij ODIJmond en ook bij Spaarnwoude op de agenda te zetten. Zeker. En de VRK gaat ook verder werken aan de verduurzaming, door het aanstellen van een programmamanager. Is de vraag of daar die financiering dan voor geregeld is. En hoe krijg je daar als raadslid inzicht in, in zo'n samenwerkingsverband? Wat GroenLinks nu verder zou willen weten, in lijn met de Green Deal-wetgeving, want vanuit die wetgeving gaat iedereen aan de duurzame verslaglegging, in ieder geval de meeste bedrijven. En anders is het, ook in die regelgeving staat dat derde partijen in ieder geval binnen de waardeketen aan die duurzame verslaglegging zouden moeten doen. En op het moment dat dan een sector nog niet duurzaam genoeg is, dan wordt in die regelgeving ook gezegd dat je met elkaar in gesprek moet.

Onze vraag gaat daarover, hoe gaan we die kennis die wij hebben op

28

verduurzaming bij onze derde partijen, onze verbonden partijen verder delen met elkaar? Want het is natuurlijk wel heel erg belangrijk dat als wij de vrachtwagens van de VRK, de brandweerauto's, die hebben natuurlijk dezelfde duurzame infrastructuur nodig als de vrachtwagens van Spaarnelanden. En hoe zorgen we ervoor dat dit gesprek wordt gefaciliteerd, zodat we onze organisatie en ook onze stad verder verduurzamen. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij verder met OPHaarlem. Mevrouw Jacobsz. Mevrouw Jacobsz: Dank u wel, voorzitter. We hebben het over de jaarstukken volgens mij. De voorzitter: Ik kan dat bevestigen. Mevrouw Jacobsz: Moest ik even zeggen, sorry. Het afgelopen jaar was zeker weer geen gemiddeld jaar. De effecten van de coronaperiode zijn zeer zichtbaar geweest in de jaarrekening 2022. En de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne heeft veel aandacht gevraagd. De gevolgen van de oorlog in Oekraïne hebben veel Haarlemmers geraakt toen de energieprijzen enorm stegen en daarmee de inflatie omhoogschoot. Dat was in de begroting ‘22 allemaal niet te voorzien. Bij de analyse van de vorige jaarrekening heeft OPHaarlem knelpunten benoemd die in 2022 niet of onvoldoende zijn aangepakt.

Het rapport Berenschot over ontoereikende eigen sturing van de ambtelijke organisatie, en daarmee ook ontoereikende efficiëntie en effectiviteit, heeft naar onze mening nog geen duidelijke gevolgen gehad. In het Anton Pieckhofje is de woonsituatie voor de bovenwoningen nog steeds ontoereikend. Nog een paar punten uit onze analyse van de jaarrekening 2021, die we ook in 2022 herkennen. Er is geen hoogbouwvisie gekomen, en dat gaan we merken in onze stad. En de ontwikkeling rondom het warmtenet in Schalkwijk baren ons nog steeds grote zorgen. De enorme inflatie in 2022 heeft veel geld gekost, zeker bij aanbestedingen en kapitaalsinvesteringen. Die effecten lopen door in de komende jaren. De keuze van prioriteiten en de vormgeving in beleid en uitvoering in 2022 vertaald in een coalitieakkoord heeft niet onze steun gekregen. Dat neemt niet weg dat wij zien dat er veel inzet is gepleegd om gemeentelijke taken uit te voeren. We betreuren het wel dat de dialoog met de Haarlemmers vaak niet of teleurstellend gevoerd wordt. We hebben kennisgenomen van het concept accountantsverslag. De interne audit functioneert naar behoren en de accountant constateert ook de aandacht voor integriteit binnen de jaarrekening. OPHaarlem gaat akkoord met het voorgestelde besluit op pagina 316 van het jaarverslag en jaarrekening.

Wij staan ook achter alle aanbevelingen in dit raadsstuk gedaan door de twee Duisenberg teams. OPHaarlem spreekt zijn waardering uit voor de inzet van de twee Duisenberg teams en voor de kwaliteit van de onderzoeken en daarmee hun aanbevelingen die wij van harte ondersteunen. Dat was hem. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij naar D66, mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter. Mijn complimenten voor al het harde werk dat is geleverd vorig jaar. De realisatie is in 2022 flink omhoog gegaan. Wij hebben hierdoor meer ambities voor de stad kunnen uitvoeren. En in het bijzonder bij beheer en onderhoud is een been bijgetrokken. En dat is mooi, want in de voorgaande jaren liep dat echt behoorlijk achter. En voor het eerst in lange tijd zijn er meer medewerkers in de organisatie ingestroomd dan dat er weg zijn gegaan. Dat betekent zeker niet dat ons personeelstekort daarmee is opgelost, maar het is wel een goede ontwikkeling. Al met al een paar hele mooie trendbreuken. Dat gezegd hebbende, blijven de ambities voor deze stad, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs, wonen, groen en zorg groot en blijft de uitvoeringskracht van de gemeente een punt van aandacht. Maar dat zullen we volgende week ook bij de Kadernota gaan bespreken.

Voorzitter, we hebben in 2022 een plus van 49 miljoen euro op de balans, met name omdat we laat in het jaar veel geld hebben gekregen van het Rijk. Maar het is belangrijk dat we ons niet meteen rijk rekenen. En D66 steunt het college in het aanleggen van een

29

buffer voor onzekere tijden. En we wachten af wat het kabinet dit jaar gaat doen voor de gemeentefinanciën vanaf 2027, maar het is verstandig om ons voor te bereiden op financieel magere jaren. Want de stad moet immers ook bestuurbaar blijven voor een volgend college. Voorzitter, één punt van zorg wil ik hier wel uitlichten. In 2022 zijn er meer meldingen van kindermishandeling en meer meldingen van geweld door partners of ex-partners. En het is goed dat er meer gemeld wordt bij Veilig Thuis, zodat we de mensen en de gezinnen die we wel in beeld hebben ook echt kunnen helpen. Maar we mogen op dit thema niet achteroverleunen, want we weten ook dat heel veel huiselijk geweld en kindermishandeling helemaal niet wordt gemeld. Niet door slachtoffers zelf, maar te vaak ook niet door de professionals. En D66 blijft hier ook in 2023 bovenop zitten. We zijn uiteraard blij met de toezegging van wethouder Van Loenen in de commissie vorige week om dit met professionals en specifiek met scholen te bespreken. Iets met it takes a village. Als je iets ziet, bespreek het en meld het. Dan naar aanleiding van de toename van geweld door partners en de expartners in 2022. In februari is mijn motie over femicide aangenomen. Hierin vragen we specifiek aandacht voor de precaire situatie van meisjes en vrouwen als er sprake is van huiselijk geweld, van stalking en/of bedreiging.

En ik heb gevraagd om meer waarborgen in de justitiële keten en bij zorgpartners om geweld tegen en moord op vrouwen en meisjes te voorkomen. En ik heb ook gevraagd om de raad voor de zomer te informeren. Het is zomer, voorzitter. En vorige week heb ik een korte mondelinge update gekregen van de burgemeester. Waarvoor dank uiteraard. Maar ik verwacht zo snel mogelijk een brief met een plan van aanpak van de burgemeester. En ik wil in herinnering brengen dat wij, terwijl wij hier met alle respect met elkaar bakkeleien, er elke acht dagen een vrouw in Nederland wordt vermoord. En een paar maanden geleden was er sprake van een steekincident in de relationele sfeer in Schalkwijk. En gelukkig heeft iedereen het in die situatie overleefd. Maar het toont vooral aan dat dit urgent is en deze problematiek ook in Haarlem speelt. En D66 wil actie en graag ook een reactie. En als de D66-fractie of deze raad daar ook iets in kan betekenen, dan horen wij dat natuurlijk ook graag. Dan voorzitter, tot slot de Duisenberg aanbevelingen. Mijn fractie dankt de rapporteurs, en met name onze eigen Joris, en de ambtenaren voor het harde werk dat is geleverd en de gedane aanbevelingen. Wij zullen deze ook steunen. En wij stemmen ook in met het advies van de rapporteurs over aanbevelingen uit voorgaande jaren.

Tegelijkertijd over de aanbevelingen die dit jaar zijn gedaan, ik heb in ieder geval de reacties van wethouders Berkhout en Van Leeuwen ook enorm gewaardeerd. Ze hebben wel wat slagen om de arm meegegeven, maar wij denken dat er wel echt een pas of in ieder geval een mouw aan te knopen is en dat daar ook hele mooie dingen uit kunnen voortkomen om deze raad ook beter in de gelegenheid te stellen om te controleren. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij naar de SP. De heer Kuin. De heer Kuin: Voorzitter, het jaarverslag is een mooi boekwerk van 316 pagina's. Aan het resultaat kunnen we niets meer doen, maar er zijn wel wat lessen uit te trekken. Ik zal op een drietal punten inzoomen. Het boekjaar wordt afgesloten met een positief saldo van 49 miljoen euro. Relatief hoog, aldus de accountants. We betwijfelen of we dat positief moeten noemen. Het betekent namelijk simpel dat we minder voor de bewoners hebben gedaan dan mogelijk was. Vorig jaar was het 32 miljoen. Het college legt uit dat de oorzaken voor dat grote positieve saldo nu toch echt anders zijn dan in 2021. Nu ligt het niet aan de onderbestedingen, zoals het geval was in 2021, maar meer middelen vanuit het Rijk en door voordelen in het sociaal domein. Op dat laatste zoom ik even in, het sociaal domein.

In het jaarverslag staat, ook waren er voordelen in het sociaal domein, voordelen vanwege een niet uitgekomen verwachte groei van het aantal cliënten. In 2022 konden we lezen dat er in 2021 sprake was van een lagere groei dan ingeschat. En desondanks koos de gemeente er in 2022 voor uit te gaan van een hoge groei van cliënten. Dat was voor zowel de Wmo als jeugd het geval. Dat blijkt twee jaar lang te voorzichtig geweest. Diezelfde voorzichtigheid zagen we terug bij de inschatting van de ontwikkeling van het acres. En dat zien we ook bij de gehanteerde weerstandsratio van 1,4. Dat is al een ruime

30

marge. En deze staat nu op 3,3. De accountant geeft aan dat er tegenover een risico van 16,9 miljoen een reserve staat van 55,8 miljoen dood geld. De accountant constateert en formuleert het netjes. De voorspellende waarde van de begroting blijft een aandachtspunt. Wij zeggen het iets concreter. We roepen het college op bij de begroting van 2024 een stuk minder voorzichtig te zijn, want dan kunnen meer Haarlemmers aanspraak maken op onder andere zorg die ze nodig hebben. Iets over de woningcrisis, was net al in het debat aan de orde. Het jaarverslag noemt het terecht als een van de belangrijkste doelen. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Dank u wel, voorzitter. Een vraag aan de heer Kuin. Want aan de accountant hadden we ook net gevraagd van, zit dat gebrek aan uitvoeringskracht in het geld, in de capaciteit of in de fte’s hier of in de uitvoering? En hij kon ons ook bevestigen dat dat vooral te maken had met de capaciteit en met de uitvoering en niet in de financiën. Ik snap niet helemaal het betoog van de heer Kuin dat als je meer geld hebt dat je dat dan meer kan uitgeven. Als het probleem namelijk bij twee andere blokkades zit ... Kan u dat nog één keer uitleggen hoe dat werkt? De heer Kuin: Volgens mij, ik even het rijtje opnoemen, maar er wordt bezuinigd op de zorg. We zouden meer willen uitgeven op de zorg.

Er wordt zelfs gesproken over een zorgplafond. Er zijn versoberingen doorgevoerd. En tegelijkertijd zien we nu dat we geld overhouden. Meer mensen hadden een beroep op die zorg kunnen doen. En als de accountant of als we in het jaarverslag constateren dat de groei van het aantal cliënten minder groot was dan het uiteindelijk was, had je meer mensen kunnen helpen. En nu hebben we minder mensen geholpen, omdat er minder mogelijkheden waren om van een regeling gebruik te maken. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Gelukkig, dan begrijp ik dat het om een misverstand gaat. De heer Wiedemeijer kan alles over causaliteit een korrelatie uitleggen. Dat kan hij zo meteen doen. Maar wat het betekent, er is een inschatting gemaakt over hoeveel de zorg groeit. En die groeit bleek gewoon minder en er is dan geld over. Dan is het niet zoals je er nog meer geld instopt dat je dan meer zorg kan verlenen. Nee, andersom. Als je dan meer zorg wil leveren, kun je beter op zoek naar andere uitvoeringskrachten eventueel of andere capaciteit of dan het verruimen van de scoop die je aanbiedt. Dat zit daarin. Maar het zit niet in het geld, maar dat is dan eventjes goed om dat nu te constateren. De heer Kuin: Misschien ben ik te simpel. Als je geld over hebt, had je dat kunnen uitgeven. En er zijn meer mensen die zorg houden willen hebben.

En dan is er sprake van mijn simplisme. Ik ga verder. Ik heb nog vier minuten. De woningcrisis. Het jaarverslag 2022 noemt het terecht als een van de belangrijkste doelen, mensen een passende woonruimte te bieden. Dan is het treurig om bij het resultaat te zien dat er ruim 16.000 nieuwe huizen gepland waren, maar dat er slechts 3.400 zijn gerealiseerd. En het is nog treuriger om te zien dat het aantal sociale huurwoningen met meer dan 500 is afgenomen. Het kan een jaar tegenzitten, het kan 2 jaar anders gaan dan je verwacht, maar de derde keer zal er toch echt een beter resultaat moeten worden geboekt. Tot slot, steeds vaker wordt links vereenzelvigd met wat mensen milieuterreur noemen. We mogen niet meer vliegen, we mogen geen vlees meer eten en we mogen geen auto meer rijden. De overheid moet zich niet op deze manier met ons leven bemoeien. Wij zijn het daarmee eens. Dat is ook niet het links waar de SP bij wil horen. Wij geloven niet zozeer in een sterke overheid, maar vooral in radicale democratisering. Zeggenschap van mensen op hun werk en in de stad. En waarom begin ik hierover? Ik verwijs naar pagina 144 van het jaarverslag, in het midden van de pagina. Uit onderzoek van de gemeente blijkt dat de overheid zich beter niet met parkeren kan bemoeien.

31

De voorzitter: U heeft nu al een interruptie van de heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, een vraag. U zegt, dit is niet waar de SP voor staat. Kan het zijn dat de SP in Haarlem daar anders over is gaan denken? Want ik kan mij nog uw illustere voorganger de heer Garretsen herinneren, die stelde voor, namens uw partij, dat we de voortuinen in moesten om de tegels weg te halen en dat daar toch echt een verbod moest komen op stenen voortuinen. En u mag best van mening veranderen, maar laten we dan constateren dat er nogal een flinke koerswijziging wordt ingezet onder uw bewind, want de overheid mag zich kennelijk niet bemoeien met het verduurzamen van de openbaar ruimte, als ik het goed begrijp. De heer Kuin: Wellicht een koerswijziging, dat kan ik dan bevestigen. Over bewind zou ik niet willen spreken. Ik verwijs naar pagina 144 van het jaarverslag, was ik aan het zeggen. Heb ik nog 2 minuten voor. In het midden van die pagina staat dat uit onderzoek van de gemeente blijkt dat de overheid zich beter niet met parkeren kan bemoeien. In gebieden waar geen gereguleerd parkeren is, is de parkeerdruk in 2 jaar tijd van 98 naar 86 procent gedaald. 12 procent minder. En in wijken met gereguleerd parkeren is de parkeerdruk gestegen van 88 naar 92 procent. En als de gemeente zich er dan toch mee wil bemoeien, zeggen wij, dan moeten de bewoners daar zeggenschap over hebben.

Dit is de eerste raadsvergadering na de duidelijke uitspraak van de voorzieningenrechter. Wij zijn blij met de uitslag. Maar de constatering moet toch ook zijn dat een fout besluit op gezochte gronden is genomen op 30 maart. En dat is een dieptepunt in de Haarlemse democratie. Ik zeg nog maar eens, wij zijn niet per se tegen betaald parkeren. Wij zijn vooral een groot voorstander van zeggenschap van bewoners over hun werk en hun omgeving. De komende maanden zullen wij met voorstellen komen om deze zeggenschap te vergroten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar het CDA. De heer Dreijer. De heer Dreijer: Even kijken. Dank u wel, voorzitter. En dank ook het college voor het jaarstuk en ook dank voor de ambtenaren voor het grote boekwerk. Het wordt een beetje herhaling van zetten, als je natuurlijk wat later in de rij je betoog moet houden. Het boekjaar 2022 is afgesloten met een positief saldo van 49 miljoen, dat is al eerder gezegd, op een begroting van 670 miljoen en met een netto schuldquote van 57 procent en een ratio weerstandsvermogen van 3.3 Haarlem staat er financieel goed voor. We hebben een realisatiegraad gehad van 50 miljoen. Ook dat is beter dan jaren daarvoor. 2022 is wel een jaar waar veel in gebeurde. En voor we goed en wel van corona af waren, begon de oorlog in de Oekraïne met weer een nieuwe crisis, met grote gevolgen.

De vele vluchtelingen die onze kant opkwamen, de materiaalprijzen gingen door het dak, de energieprijzen gingen door het dak en het heeft veel effect gehad ook op het geld wat de bewoners nog te besteden hebben. Financieel heeft het Rijk daar gelukkig wel bijgedragen, Haarlem heeft daar niet zoveel financieel last van gehad. Sterker nog, we hebben waarschijnlijk nog wat geld overgehouden. Maar het ging wel natuurlijk ten koste van onze ambtelijke capaciteit. En dat heeft ook wel weer zijn weerslag op uitvoering op andere zaken. En over ambtelijke capaciteit gesproken, de externe inhuur is wederom toegenomen naar 19,9 percent. Ver boven de Roemernorm. 2 keer zo hoog. En inhuur is ook vaak duurder. Alleen al het moderniseren parkeren heeft voor meer dan een half miljoen aan externe inhuur nodig had. En de vraag van het CDA aan het college is, wat gaat u hieraan doen? We vragen dit eigenlijk al jaren. In 2022 zijn er ook 14 nieuwe sport en beweging aanbod initiatieven ontstaan en is de energieneutrale Yvonne van Gennip sporthal in gebruik genomen. Dat zijn dingen waar het CDA natuurlijk heel blij van wordt. Wij hebben 3,5 miljoen Wmoen 1,1 miljoen jeugdgeld overgehouden. En dan kun je denken, dat hebben andere partijen ook betoogd, dat hebben we zeker goed gedaan. Maar het voordeel is deels te verklaren door personeelstekorten en ziekteverzuim. En dat is wel zorgelijk.

Mensen moeten weer langer wachten op de zorg, waar ze recht op

32

hebben. En dat komt toch niet heel erg sterk tot uiting in het jaarverslag. Een stukje over groen. Helaas is het buurtgroen weer met 2 hectare afgenomen. Buurtgroen dat hard nodig is om klimaatverandering op te vangen, deels goed is voor de biodiversiteit en voor mensen een fijne plek om te verblijven. Een verklaring ervoor, die ook in de technisch vragen gesteld is, is vooralsnog niet duidelijk. Het is allemaal een beetje een snipper antwoordjes eigenlijk, maar het grote verhaal van 20.000 vierkante meter afname wordt hier niet mee verklaard. En misschien dat het college daar toch nog een keer een reactie op wil geven. Het bomenoffensief van 2022 is doorgeschoven naar 2023 vanwege een noodzakelijke controleslag op de beschikbare data. Data die, zoals u weet, het CDA heel erg nauw volgt en ook ziet dat daar behoorlijk wat mis mee is. Geeft de wethouder hiermee aan dat de data nu wel op orde zijn? En graag daarop een reactie van het college. De indicator voor biodiversiteit, Partij voor de Dieren zei het ook al, is het aantal soorten wilde bijen. En even los van het feit of het aantal getelde soorten wilde bijen een juist inzicht geeft voor wat betreft de biodiversiteit, het aantal wilde bijen is afgenomen. En in 2020 hadden we nog 79 soorten. In 2022 waren dat er nog maar 59. En in de commissie hebben we hier ook een opmerking over gemaakt.

En de reden was volgens de wethouder een koud en een nat voorjaar. En de wethouder vond het vervolgens ook niet nodig om eigenlijk daar zich zorgen over te maken en maatregelen te treffen. De afgelopen winter, we zitten nu al in 2023, zie je dat 30 procent van de bijenvolken, hebben het wel over honingbijen, ook het niet heeft overleefd. Er lijkt wel een trend te ontstaan. Ook nu in begin juni of eind juni, begin bijna juli zie je dat er veel minder vliegende insecten te zien zijn dan vorig jaar. Het lijkt wel alsof er een trend is. En we weten dat niet alleen een koud en nat voorjaar een slechte invloed heeft op de vliegende insecten en de bijen met name, maar ook droogte heeft misschien wel een groter effect op de afname van de bijen en de andere vliegende insecten, want er wordt dan geen nectar aangemaakt. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Oosterbroek. Mevrouw Oosterbroek: De heer Dreijer, ik deel uw constatering. Wat kunnen we hieraan doen? De heer Dreijer: Zoals ik zei, is wellicht de droogte en de extreme droogte die we al een paar jaar voelen vanwege de klimaatverandering ... De langdurige droogte met name is een oorzaak van de afname van de insecten in die in het voorjaar zich moet ontwikkelen. En daar kun je als gemeente wel wat aan doen. Je kunt natuurlijk zorgen dat er veel meer groen gaat komen.

En zorg dat de planten en bomen genoeg water gaan krijgen, waarmee de voeding voor dit soort insecten gemaakt kan worden. En wellicht kan de wethouder misschien zich iets meer verdiepen of er toch andere maatregelen nog te nemen zijn om het slagveld te kunnen keren. Want de mijt heeft daar namelijk geen invloed op. Als we het over de Varroamijt, dan hebben we het over honingbijen, we hebben het over wilde bijen. Tot zover dat verslag. Ik heb nog twee minuten. Ik ga nog even snel naar een paar andere dingen. De VVD heeft het college gevraagd de aanbeveling van de Auditcommissie over te nemen. En dat verzoekt het CDA ook. We hebben daar niet een echt raadsbesluit voor gemaakt of laten maken. Ook het verzoek namens het CDA. Het CDA dankt ook de rapporteurs voor hun bevlogen inzet. En we steunen de aanbevelingen van de rapporteurs en wensen het college succes om daar invulling aan te geven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar Jouw Haarlem. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Jaarverslag. En dan kijken we naar 2022. Eigenlijk een jaar om snel te vergeten, behalve natuurlijk onze verdubbeling van het aantal zetels. Voorzitter, 49 miljoen positief saldo. Dat zou je inderdaad positief kunnen opvatten. Maar voorzitter, een overheid is geen bedrijf dat streeft naar winstmaximalisatie.

Een overheid hoort voor het algemeen belang te gaan, met bijzondere aandacht voor de meest kwetsbaren. En dan heeft het een bittere nasmaak om 49 miljoen over te houden, terwijl jongeren die

33

zorg nodig hebben maanden moeten wachten voor ze aan de beurt zijn. Terwijl woningzoekenden jaren moeten wachten voordat ze eindelijk een keer op zichzelf kunnen wonen. Terwijl zorgbehoevenden weken en soms zelfs maanden op hulpmiddelen moeten wachten. En voorzitter, we doen alsof corona voorbij is, maar velen hebben ontzettend veel last van naweeën, of dat psychologisch, sociaal of financieel is. We hebben honderden Haarlemse ondernemers die terug moeten betalen. De Tozo bijvoorbeeld. En dan heb ik het niet eens over de boodschappen die voor vele mensen inderdaad onbetaalbaar zijn geworden. En de vertrouwenscrisis tussen de burger en de overheid. 49 miljoen heeft inderdaad een bittere nasmaak. En bij de Kadernota, over een paar weken, zullen wij in ieder geval met concrete voorstellen komen om daar iets aan te doen. Voor nu gaan we akkoord met het jaarverslag en met de besluiten daarin en met de aanbevelingen, maar de zorgen blijven even groot. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij door naar de Actiepartij. De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Dank u wel. Ik wil allereerst een drietal onderwerpen uit het jaarverslag aanstippen, bespreken. Allereerst jeugd, daarna maatschappelijke opvang en dakloosheid en ten derde de dienstverlening.

Wat betreft de jeugd, Nederland is gezakt naar de twintigste plaats op de wereldranglijst voor de naleving van kinderrechten. Om je te schamen, zei de heer Dullaert, oud-Kinderombudsman, van de week. En de wachtlijst in de jeugdzorg en de jeugdbescherming, deze problematiek gaat ook Haarlem helaas niet voorbij. Of kinderen tussen wal en schip vallen, weten we na de aanbesteding, die recent is gepleegd, nog niet goed. Die is heel recent gepleegd. Maar signalen bereiken ons ook nu al. Zo schrijft het college zelf dat door de toegenomen complexiteit en zorgzwaarte het niet altijd is gelukt om direct passende hulp in te zetten. Hier is onder andere ook overbruggingszorg voor nodig geweest. College, blijf dit vooral doen en het liefst met zo min mogelijk bureaucratie. Hoopgevend is het te lezen dat het aantal jongeren in een gesloten setting drastisch is afgenomen. Maar tegelijkertijd lezen we dat bij gebrek aan kleinschalige woonvormen voorzieningen als een time out onvoldoende beschikbaar waren. Het college spreekt aanbieders die hierbij betrokken zijn aan op hun creativiteit. Dat is goed, maar Actiepartij spreekt het college aan op haar creativiteit. Ons gemeentelijk vastgoed hebben we nog steeds niet ter beschikking gesteld aan deze doelgroepen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13019869/2