CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Gemeenteraad 27.02.2025

gemeenteraad 27 februari 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Opening en mededelingen26.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2 alinea's met “ingekomen”: 6 12

Het gesprek gaat erover wat ouders zelf kunnen doen, wat ze met behulp van hun netwerk kunnen doen en waar ruimte zit. Dit valt echt onder de normale gespreksvoering. En daarop moet geen taboe komen te rusten. Want dit is wel het gesprek dat gevoerd kan worden. Kunt u uw kind naar de jeugdzorg brengen? Inhoudelijk uitgangspunt is dus dat het beter is als ouders zelf de kinderen halen en brengen, zodat er ook overdracht kan plaatsvinden tussen de

17

behandelaren en de ouders. Ook de behandelaren geven zelf echt voorkeur aan contact met de ouders op het breng- en haalmoment. Als je dat weghaalt, dan wordt de aanpak, wordt de behandeling dus ook kwalitatief minder goed. Het lijkt er soms op alsof het gesprek niet gevoerd mag worden wat we vragen van de ouders, terwijl dit juist essentieel is voor het vinden van een duurzame oplossing, want we moeten met elkaar het gezin stutten. Dan kom ik eigenlijk ook op een vraag die de heer Van den Raadt stelt, voorzitter, van Trots. Ja, het nemen van kinderen is een hele verantwoordelijkheid. En ja, daar moet je ook iets voor doen. En dat gaat over, soms kan je zorgen dat het kind naar school komt, naar sport komt, maar ook dat het kind bij jeugdzorg komt. Het belang van het kind staat voorop. Tegelijkertijd is de jeugdhulp een tijdelijk iets. De voorzitter: U heeft een interruptie. Wethouder Van Leeuwen: Ja, ik zit nog midden in een zin, voorzitter. Het belang van het kind staat voorop. Tegelijkertijd is jeugdhulp tijdelijke inzet en is het de verantwoordelijkheid van ouders om oplossingen waar mogelijk zelf te realiseren, zodat kosten ook beheersbaar blijven. De voorzitter: Mijnheer Kuin. De heer Kuin: Ten eerste betwisten wij niet de uitgangspunten van de Jeugdwet. Dat is ook helemaal niet aan de orde hier. Ten tweede, u zegt alsof er geen gesprek mag worden gevoerd.

Dat is niet wat er staat. Er staat werkverplichtingen zijn geen medische noodzaak. Dus als je werktijden problemen hebt, zoek het uit. Wethouder Van Leeuwen: Ik hoor geen vraag, voorzitter, dus ik ga voort met mijn betoog. Als er geen mogelijkheden zijn en daar zijn we het volgens mij in deze zaal met elkaar allemaal mee eens, is het aan de gemeente om passende ondersteuning te bieden en die passende ondersteuning moet warm en nabij zijn. En bij de inzet van vervoer is het logisch om na te gaan van welke voorzieningen voor het kind zijn ingezet om dubbeling te voorkomen. De gemeente treft dus ook vervoersvoorzieningen daar waar nodig. Ook bedoeld om zorgmijding, want dat komt helaas ook voor, te voorkomen wanneer vervoer een obstakel is voor de inzet van jeugdhulp. Daarnaast hebben ouders ook de mogelijkheid om in overleg met de behandelaar te kijken naar geschikte behandeltijden. Het gemiddelde gezin in Nederland bestaat uit twee volwassenen die vier dagen per week werken en daarmee voldoende flexibel om vervoer te regelen. En ook het CBS heeft deze week nog cijfers gepubliceerd waaruit blijkt dat het aantal stellen dat parttime werkt bijna verdubbeld is in vergelijking met 10 jaar geleden. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Kuin. De heer Kuin: Wat flauw dat ik geen vraag heb gesteld.

Sorry dat ik niet eindig omhoog met een vraagteken erachter, maar u beweert dat het gesprek niet gevoerd zou mogen worden, alsof dat de stelling is. Natuurlijk moet het gesprek gevoerd worden. Ik refereer aan wat u opgeschreven heeft en dat is dat een werkverplichting niet onder medische noodzaak valt. Dus ik vraag u, hoe komt u erbij dat het alleen zou gaan om het voeren van een gesprek? Dan moet u dat opschrijven. Wethouder Van Leeuwen: Ik koos mijn woorden zorgvuldig, voorzitter. Dus ik denk dat ik het nog een keertje in diezelfde zorgvuldigheid moet doen. Het lijkt er soms op alsof dit gesprek in deze zaal niet gevoerd mag worden. Dat is wat ik heb gezegd. Ik kom nu wel ook bij de werkende ouders. Zoals ik al gezegd heb, als gemeente … De voorzitter: U heeft nog een interruptie van de heer Van den Raadt.

18

De heer Van den Raadt: Even of ik het goed gehoord heb, maar u zei: een gezin bestaat uit twee volwassenen die gemiddeld vier dagen in de week werken. Is dat bij elkaar opgeteld of per persoon? Wethouder Van Leeuwen: Het gemiddelde gezin en dat is per persoon. Ik kom weer even terug bij … Ik zat in mijn betoog. We onderschrijven dus het uitgangspunt van de eigen verantwoordelijkheid van ouders en ik hoor ook jullie zorgen. Ik hoor ook de zorgen inderdaad over ouders, waarbij de draagkracht voor deze verantwoordelijkheid door omstandigheden lager is. Dat heb ik ook in de commissie betoogd. Als we daar moeten zijn, dan moeten we warm en nabij zijn als dat nodig is. Ik kom zo meteen met een aantal praktijkvoorbeelden. Dus het artikel waar u het over heeft, over de werkende ouders, is absoluut niet bedoeld om de kwetsbare gezinnen het vel over de oren te trekken. Het artikel is wel bedoeld om de schaarse middelen die we hebben, want we zijn het volgens mij ook in deze raad erover eens dat wat de Commissie van Ark heeft gezegd over de financiën, dat wij echt voor deze taak als gemeente in Nederland te weinig geld krijgen om dit goed te doen. Dat artikel is bedoeld om de schaarse middelen die we hebben, in te zetten voor de gezinnen die dat het hardst nodig hebben.

En zoals net ook al gezegd, het is inhoudelijk echt wenselijk dat de ouders zelf hun kinderen halen en brengen, want dan heb je dus ook het contactmoment met de behandelaar en dat geeft dus ook de mogelijkheid om te gaan met de emoties en spanningen die ook met zo’n behandeling samenhangen. Dus die overdracht is echt van groot belang. Alle amendementen, dat zal ik gelijk doen, hoor. Ik kan ze ook nog per stuk doen, als daar behoefte aan is. Maar laat duidelijk zijn dat ik alle amendementen op dat vlak dus ook ontraad. Ik wil het wel inkleden graag met een aantal voorbeelden uit de praktijk hoe het nu gaat. Dat is, denk ik, ook wel van belang wat er dus ook met deze verordening gaat, want een van die vijf uitgangspunten bij de Jeugdwet is dus eigen verantwoordelijkheid van ouders en een ander uitgangspunt is maatwerk. Drie voorbeelden van maatwerk, voorzitter. Een alleenstaande moeder heeft recent een parttime baan gevonden na een periode in de bijstand. Het zoontje heeft jeugdhulp nodig en moet naar de aanbieder op locatie, ook op dagen tijd dat moeder aan het werk is. Vader is niet in beeld. Het hebben en houden van werk is voor moeder en gezin belangrijk. Dat onderschrijft de gemeente. De gemeente zet vervoer in op de dagen dat moeder werkt.

Op de dagen dat moeder geen betaalde arbeid verricht, brengt zij zelf haar zoon naar de jeugdhulpaanbieder en kan de overdracht plaatsvinden, om ook het over de behandeling te hebben. Voorbeeld twee. Een gezin met meerdere kinderen, waarvan één kind vier dagen per week gedurende ... De voorzitter: U heeft een amendement van de heer Van den Raadt. Wethouder Van Leeuwen: Die had ik al, denk ik. De voorzitter: Een interruptie. De heer Van den Raadt: Voorzitter, ik stem voor het amendement. Ik had wel een vraag, want dat eerste voorbeeld wat u noemt, is het dan niet verstandiger van de gemeente om te zeggen: wij ontraden dat u parttime gaat werken? Ik ken genoeg mensen die in de bijstand hebben gezeten en die vertelden tegen mij: toen ging ik parttime werken en toen ging ik erop achteruit. Dus dan heb je en minder tijd om naar je kind te kijken en je gaat erop achteruit. Kunnen we dan niet gewoon beter als gemeente zeggen: voorkom een hoop ellende en blijf gewoon thuis, want daar bent u beter af en uw kind is daar ook beter bij gebaat? Wethouder Van Leeuwen: De wethouder naast mij fluistert in: werken is natuurlijk ook heel belangrijk voor mensen, maar dit gaat voorbij mijn portefeuille en volgens mij ook voorbij dit dossier. Voorzitter, met alle respect, ga ik niet in op deze vraag. Het tweede voorbeeld.

Een gezin met meerdere kinderen, waarvan één kind vier dagen per week gedurende een bepaalde periode naar een jeugdhulpaanbieder in Amsterdam gaat.

19

Het CJG heeft met de ouders verkend welke mogelijkheden er zijn en welke partijen. Uiteindelijk zijn ze uitgekomen op een verdeling van fiftyfifty. Twee dagen in de week verzorgen wij als gemeente, u als raad, financiert het vervoer. De andere twee dagen verzorgen de ouders dit zelf om beurten of in het netwerk. Het derde voorbeeld van hoe het nu gaat. Een zoon van een alleenstaande moeder is uit huis geplaatst bij een gezin in de IJmond, dus in een pleeggezin. De zoon volgt VO-onderwijs in de IJmond en het gaat zo goed met de zoon gelukkig dat hij weer thuis kan wonen bij moeder, bij ons hier in de gemeente. Het is in zijn examenjaar en verandering van school is geen optie, want dat zou impact hebben op de zoon, wat we met elkaar niet willen. De zoon is gebaat bij continuïteit. Moeder kan zoon niet naar school brengen in de IJmond. En het betalen van vervoer is ook complex voor deze moeder. Dus voor de zoon is gedurende de laatste schoolmaanden een ov-kaart geregeld. Dus dit is de wijze van maatwerk hoe we nu onder de huidige verordening, maar ook onder de nieuwe verordening, hoe wij daarmee om kunnen gaan. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van den Raadt, nog een keer.

De heer Van den Raadt: Ik vind het toch vreemd, voorzitter, dat de wethouder voorbeelden gaat noemen en als je daar dan een vraag over stelt, dan wordt gezegd: ik ga er niet over, ik kan er niet op antwoorden. Ga dan ook geen voorbeelden geven. Dat lijkt me dan misschien de meest logische stap. Vindt u dat ook? De voorzitter: U stelt bij diverse onderwerpen precies hetzelfde punt. U heeft uw punt gemaakt en volgens mij is het niet zinvol dat iedere wethouder daar dan vervolgens weer apart op gaat reageren. De heer Van den Raadt: Voorzitter , wat vindt u van het punt dat ik maak? Dat als je met voorbeelden komt en iemand gaat daar een vraag over stellen en dan ga je zeggen: nee, ik kan daar niet op antwoorden. Dan kan je toch beter geen voorbeelden noemen? De voorzitter: Nee, het spijt me, maar u komt met een interruptie. Dat deed u bij verschillende onderwerpen en iedere keer met hetzelfde verhaal van je kan beter niet werken, want dan krijg je meer geld. Nou, dat is nu voldoende denk ik aan iedereen verteld en ik zie niet waarom wethouder Van Leeuwen nu dit punt apart zou gaan behandelen. Hij heeft zijn visie op het verhaal gegeven en uw interruptie had niet betrekking op zijn voorbeeld. De heer Van den Raadt: Voorzitter, nog een laatste keer. De voorzitter: Nee, we gaan er niet over discussiëren nu. U heeft uw punt gehad.

De wethouder is bezig met zijn verhaal en die mag zijn verhaal vervolgen. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, dank. Dat brengt mij op het laatste punt wat door een aantal partijen is gezegd, namelijk de rol van het kwaliteitskader jeugd en de rol van SJG- en een BIG-registratie van professionals en de rol van vaktherapie hier in Haarlem, maar ook in de regio. Om te beginnen, het gaat vandaag niet over de effectiviteit en de waarde van vaktherapie. U heeft als raad met het college een pilot vaktherapie besproken. Die loopt nog toten met juli. Dus ik verwacht in het najaar met u de evaluatie daarvan te kunnen bespreken. Dat we met elkaar kunnen bekijken op welke wijze vaktherapie van waarde kan zijn en ik ga daar niet op vooruitlopen, maar stiekem doe ik dat met de volgende zinnen toch een beetje. We zien bijvoorbeeld in het land dat vaktherapie soms vanuit preventie wordt ingezet. En dat is dus niet vanuit de Verordening jeugdhulp dan, maar vanuit bijvoorbeeld preventieve middelen die u als raad beschikbaar stelt of dat het binnen het onderwijs ter beschikking wordt gesteld. Tegelijkertijd zien we ook altijd en dat zie je zowel bij de volwassenen-ggz als ook bij jongeren, dat onder een hoofdbehandelaar vaktherapie ook bij jongeren

20

wordt ingezet. Laten we met elkaar en dat is mijn uitnodiging aan u, om dat gesprek met elkaar op basis van de pilot te voeren. Die pilot die loopt nu en het lijkt me van grote waarde om te kijken wat daar de uitkomsten van zijn, om dat gesprek met elkaar te voeren, maar dat is een procesargument. Weet ook dat ook de wethouders in de regio, dus de wethouder van Beverwijk heeft het gisteren in de commissie gezegd en in Velsen is daar volgens mij ook vandaag een gesprek over, dat ze eigenlijk allemaal ook reikhalzend uitkijken naar de effecten van de pilot en de evaluatie van de pilot in Haarlem, om te kijken welke updates is er al dan niet nodig van de verordening op basis van die evaluatie die er is. Dan kom ik even terug op een aantal argumenten die genoemd worden. Waar komt nu die eis van CJG- en BIG-geregistreerde professionals vandaan? Dat komt dus uit dat kwaliteitskader jeugd en het Rijk heeft dus in de Jeugdwet twee beroepsregisters aangewezen, namelijk SKJ en BIG. De professionals die hierbij zijn aangesloten, dienen te voldoen aan nascholingseisen en zijn onderworpen aan tuchtrecht, in het uiterste geval kunnen ze uit de beroepsgroep worden gezet. En inderdaad, dat wordt ook aangevoerd, het register vaktherapie heeft vergelijkbare eisen. Dat is alleen niet door het Rijk overgenomen als toepasselijke registratie.

Dat is ook voor ons, wij volgen nauw wat het Rijk hierin doet, want dat vinden we ook belangrijk. Dan kom je bij de term, dat komt ook in de wet voor, de eis voor werktoedeling. Die eis is opgenomen in de Jeugdwet artikel 4.1.1. Dat wil eigenlijk zeggen dat je werkt met een geregistreerde professional. In de Jeugdwet is dit verder uitgewerkt in artikel 5.1.1. Dat werd ook aangehaald. Dat betekent dat dus alleen een geregistreerde professional kan bepalen of het werk door niet-geregistreerde professionals zoals een vaktherapeut kan worden gedaan. Onder de verlengde-armconstructie. Deze eis hebben wij dus in de verordening opgenomen en daarmee is dit een wettelijke eis die is overgenomen. De tweede eis is dat wordt gewerkt met een effectieve aanpak, bij voorkeur wetenschappelijk onderbouwd. Of de aanpak effectief is, bepaalt een geregistreerd professional en die eisen hebben we in de verordening opgenomen, dat een geregistreerde behandelaar dus verbonden moet zijn, conform het besluit van Jeugdwet, dat het Rijk heeft vastgesteld. Deze eis was drie jaar geleden ook al gesteld bij de aanbesteding op grond van de wettelijke bepalingen. Kortom, het is ook namens u en dat heeft u ook al vaker gezegd, onze verantwoordelijkheid als college, om ervoor te zorgen dat hulp wordt geboden die passend is voor onze inwoners.

Effectief is voor onze inwoners, want de middelen zijn schaars en van goede kwaliteit. Als kwaliteitskader gebruiken we dus, zoals de wetgever ook zegt, die BIG- of SKJ-registratie. Ik hoorde uw zorg en die zorgen hebben we hier vijf jaar geleden besproken, hebben we negen jaar geleden besproken. Al die keren was ik er ook bij, over de inzet van vaktherapie en toen hebben we dus ook de pilot vaktherapie afgesproken. De gemeente ziet ook de vaktherapie als een vorm van hulp voor een jeugdige die echt heel effectief kan zijn. Vaktherapie blijft met deze verordening ook mogelijk, maar wel onder verantwoordelijkheid van een regiebehandelaar. Dan over de rol van de CJG coach, want daar zit het concrete amendement op. Kijk, een CJG-coach is heel goed in het in kaart brengen van de ondersteuningsbehoefte in het netwerk van het gezin. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Een punt van orde graag. Volgens mij is de commissie al geweest en ik vind dit wel heel erg lang duren. Misschien kan de wethouder zich een beetje beperken. De voorzitter: Dank u voor uw bijdrage. Wethouder Van Leeuwen. Wethouder Van Leeuwen: Dank, voorzitter en dank voor de interruptie, want ik bij mijn laatste drie bullets, dus ik rond af. Het is dus de expertise van de regiebehandelaar om in te schatten welke specifieke behandeling bij de hulpvraag hoort.

Daarom is ons voorstel om vast te houden aan het principe dat een vaktherapeut alleen kan worden ingezet onder regie van een regiebehandelaar en we onderzoeken inderdaad in die pilot of

21

dat ook anders kan, want we zijn ervan overtuigd dat ouders zo goed geholpen worden. Ze worden begeleid door een regiebehandelaar en die kijkt welke vorm van vaktherapie. Want u weet ook, er is speltherapie, er is psychomotorische therapie, er is muziektherapie. Er zijn vele vormen van vaktherapie. Uiteindelijk die regiebehandelaar kan kijken wat voor dat kind op dat moment, misschien wel samen met een andere vorm van therapie, het best in te zetten is. Het aanpassen van artikel 3.10 lid g zet dus de deur open om inderdaad mensen zonder registratie therapie te laten bieden. Dat is wat ons betreft niet wenselijk, om het gewoon heel kort te zeggen. Dan zei ik al, er loopt een pilot en laten we dan op basis van de pilot het daar nog een keertje over hebben. Dus dat is mijn eerste termijn, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we kijken of er behoefte is aan een tweede termijn. Mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Als mede-indiener van amendement 9.06 heb ik toch wel even wat vragen over die pilot wat betreft die SJG- en BIG-geregistreerde behandelaar, die regiebehandelaar. We hebben inderdaad de discussie vijf jaar geleden en negen jaar geleden gevoerd. Ik zat toen ook al in de raad. Ik heb daar nog levendig herinneringen aan.

Volgens mij is het zo dat die hoofdbehandelaar, de regiebehandelaar, dat die vaktherapie onderdeel uit zou moeten maken van een therapie die deze hoofdbehandelaar, regiebehandelaar, voorschrijft. Tegelijkertijd wil ik ook even meegeven dat eigenlijk verhoudt het zich een beetje als homeopathie tot reguliere geneeskunde. Daar zit eigenlijk ook een relatie tussen die twee partijen, tussen de echte behandelaars en de vaktherapeut. Daar zit een soort van statusverschil tussen, waardoor die niet altijd ten goede komt wat ons betreft aan het kind. Wij vinden dit ook een ingewikkeld onderwerp, omdat we ons best kunnen voorstellen dat er twijfel is over niet-geregistreerde behandelaars. Tegelijkertijd denken wij dat iemand van het CJG misschien wel in staat zal zijn om daar objectief naar te kijken en toch in het belang van het kind zou kunnen handelen en deze behandeling zou kunnen goedkeuren, maar ik ben wel benieuwd, want daar heb ik u eigenlijk niet over gehoord, of iemand van het CJG daartoe in staat zou zijn? De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk naar andere bijdragen in tweede termijn. De heer Kuin. De heer Kuin: Ik zal het kort houden. Ik heb niet zoveel tijd meer. Er ontstaat hier zo'n beetje een sfeer van dit is niet wat we bedoelen en we willen dat mensen blijven werken. Ik zou zeggen: schrijf het dan goed op.

Er staat toch echt dat het belang van het kind boven de werkcarrière moet worden gesteld. Daarna volgt zorgverlof, werktijden aanpassen. Wat blijft er dan nog meer over dan ontslag nemen, geheel of gedeeltelijk? In de toelichting wordt er ook geen duidelijkheid geboden. Toch een pleidooi om dit aan te passen en niet te geloven dat het allemaal goed komt, want de wet is toch zoals we hem opschrijven. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Mijnheer Kuin, hebben wij nu naar een andere tekst zit te luisteren van de wethouder of hebben we gewoon een andere beginaanname? Ik heb een beetje de indruk dat u wat de wethouder ook zegt over eventueel maatwerk op het moment dat het nodig is en dat ook onderbouwt met quotes uit een toelichting, dat u het gewoon niet wil horen. Heeft u het echt niet gehoord of blijft u erbij, ik vertrouw het eigenlijk niet? Zeg dat dan. De heer Kuin: Jezus Christus. Ik ben katholiek opgevoed en ik roep Christus aan, want ik heb heel goed geluisterd en ik geloof ook graag de goede bedoelingen, maar uiteindelijk zitten we hier een verordening vast te stellen waar de burgers naar moeten kijken wat hun rechten zijn wel of niet. Dat is waar het om gaat. Ik heb de wethouder niet horen zeggen: ik ga dat en dat aanpassen in de toelichting of in de tekst.

22

De voorzitter: Mevrouw Klazes nog een keer. Mevrouw Klazes: Ja, het spijt me burgemeester, want ik wil hier toch nog even wat op zeggen. Zonder daar een of andere religieus figuur bij aan te halen overigens. Ik denk dat mijnheer Kuin hier zit met een vooringenomen mening dat wat het college ook zegt hoe dat is ingericht. Ik heb het college heel duidelijk horen zeggen en ik heb ook gelezen in de toelichting dat maatwerk een van de vijf punten is. Die staat genoemd. Dat is een onderdeel van die Jeugdwet. Heeft u dat nu niet gehoord? Nogmaals, wat gaat er mis in onze verstandhouding hierover? De voorzitter: U praat via de voorzitter altijd. Mijnheer Kuin. De heer Kuin: Goed om te horen dat we een verstandhouding hebben, dat wist ik niet. Ik kijk gewoon naar de tekst en ik luister heel goed. Volgens mij moeten de burgers het ook met de teksten doen. Dus er gaat bij mij niets mis, denk ik. De voorzitter: Dank u wel. U wordt het ook niet eens, denk ik. Ik kijk even of er nog meer in tweede termijn zijn. De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ik vraag het maar even aan voorzitter. Voorzitter, heeft het zin dat ik die vraag van de eerste periode herhaal om een antwoord te krijgen of zegt u: sla dat maar over? De voorzitter: Ik denk dat u het niet eens gaat worden.

Uw verhaal is helder, maar als u zegt: ik wil het nog een keer in mijn spreektijd zeggen in een tweede termijn, dan zou ik zeggen: maak er gebruik van. De heer Van den Raadt: Ik vroeg me toch af waarom er in bedekte termen gesuggereerd wordt dat je beter dus minder kan werken of stoppen met werken. Ik begrijp het belang van het kind, dat je gewoon thuis bent, maar ligt er ook een reden onder dat je dan misschien wel netto meer overhoudt? Is dat de onderliggende gedachte? De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk of er nog anderen zijn in tweede termijn. Niet. Wethouder Van Leeuwen. Wethouder Van Leeuwen: Voorzitter, dank. Ik constateer inderdaad dat we elkaar niet hadden verstaan. Dus de nestor van de raad zei het al, ik was wat lang van stof, maar dat heb ik juist beoogd om te pogen dat we elkaar beter verstaan. Ik heb het net niet gezegd, maar ook de verschillende gemeentes, de zeven gemeenten hebben ook allemaal adviesraden. We hebben ook een participatieraad. Die hebben allemaal meegekeken. En ik merk dat de adviesraden die mee hebben gekeken wat meer zoals mevrouw Klazes kijken, voorzitter, dan zoals de heer Kuin van SP kijkt naar deze verordening die voorligt, want die hebben ook op die minima meegekeken naar deze verordening. Dat gezegd hebbende, welke rol kan het CJG nu spelen? Het CJG daar zitten natuurlijk wel mensen die SKJ geregisseerd zijn.

Alleen ze zijn geen regiebehandelaar, maar laat dit nou precies de thematiek zijn van de pilot. Dus als je terugkijkt, ik heb de cijfers er even bij gepakt. In 2021, ik moet het correct zeggen natuurlijk. In 2021 liep er via één pgb voor vaktherapie voor één jongere. In 2022 twee jongeren, een pgb voor vaktherapie. Dus dat maatwerk dat kan ook zonder ook maar iets aan te passen in deze verordening. Als het CJG zo overtuigd is, vaktherapie is voor deze jongere het allerbeste. Je ziet dat nu de stijging vanaf 2023, na die pilot hebben we heel veel jongeren daarin zitten. Ook omdat het beheer van het pgb makkelijker is gemaakt. Ook omdat het volledig vergoed wordt, zie je dat daar een stijging in zit en dat er 63 pgb's vaktherapie lopen vanuit die pilot. Dat is op dit moment en precies daarmee gaan we kijken met elkaar, na juli, wat is nu de werking hiervan? Wilt u, dat is ook aan u als raad, dat schaarse jeugdhulpbudget,

23

waar alles van zorg met verblijf tot en met vaktherapie gefinancierd wordt. Vindt u het dan oké dat vaktherapie als zelfstandige behandeling, waar dus inderdaad discussie over gevoerd kan worden, dat je dat hieruit wil financieren? Of zegt u: dat vinden wij een goed plan. Dat willen we op deze manier doen. Dat willen op een andere manier doen. Dat willen we vanuit het preventiebudget. Dat is het gesprek wat we volgens mij met elkaar moeten voeren. Dus dat is nu het onderwerp van die pilot, hoe we dat met elkaar willen gaan doen, dat is het gesprek wat we volgens mij daarna moeten gaan hebben met elkaar en waarbij ik nu nog geen voorschot op erop kan nemen, omdat ik het ook nog niet weet. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Dank u wel, voorzitter. Een pilot is altijd iets dat wordt op een gegeven moment geëvalueerd en dan wordt er een consequentie aan gehangen. En dan wordt het of vast opgenomen in zo'n verordening of niet, denk ik dan. Het amendement wat wij nu indienen 9.06 pleit ervoor om wat u zegt, we kunnen er wel van uitgaan dat de pilot een groot succes is. Het aantal kinderen wat vaktherapie krijgt op voorspraak van het CJG, tenminste zo leg ik het uit, neemt toe. Dus kennelijk zit daar een gewilde stijging in.

Dan kan ik me voorstellen dat het wel heel mooi is dat wij straks in grote getalen dat amendement gaan aannemen, toch? Dan doen we al wat er nu ook al gebeurt. De voorzitter: Wethouder Van Leeuwen. Wethouder Van Leeuwen: Ja, niet helemaal, want ik zei het net niet helemaal goed. Want een pgb moet ook beheerd worden en dan hebben ouders ook zelf een verantwoordingsplicht, want dan moeten ze dat pgbbudget beheren. In de pilot loopt het niet helemaal via een pgb, want we betalen het gewoon echt. Dus in die zin is die pilot, die ontzorgt nog echt, omdat je het rechtstreeks als zorg toekent. Dus we moeten met elkaar wegen welke waarde kan dit hebben in het jeugdzorgstelsel? En nogmaals, om voor alle duidelijkheid, het gaat niet over de waarde van vaktherapie, want vaktherapie kan van waarde zijn, maar op welke wijze willen wij dat als gemeente toekennen? Is dat vanuit het stelsel jeugdhulp, vanuit de Jeugdwet, preventie budget, misschien ook vanuit schoolomgeving. We hebben natuurlijk tal van bronnen hoe we bij kinderen warm en nabij willen zijn als zij hulp nodig hebben. En dat is dus wel iets, als u nu al vooruit gaat lopen op die verordening, waarbij we zeggen: dat kwaliteitskader waarbij SKJ- en BIG-geregistreerd van het kwaliteitskader jeugdhulp echt een kader meegeeft aan het CJG, waarbij het CJG altijd gemotiveerd kan afwijken.

Als u dat nu ook gaat verruimen, dat zou niet mijn keuze zijn. De voorzitter: Goed. Ik begrijp, u zegt: wacht de pilot af en mevrouw Klazes zegt: regel het vast. Ik kijk of er nog andere punten zijn, wethouder. U bent klaar? Dan gaan wij over naar besluitvorming. Er liggen aantal … De heer Procee die heeft, ik weet niet precies wat, want we zijn de tweede termijn al voorbij. De heer Procee: Een punt van orde, voorzitter. De voorzitter: Ga uw gang. De heer Procee: Ik wil een schorsing vragen, alstublieft. De voorzitter: Dan denk ik dat we dat combineren. Ik wilde eerst stemmen en dan koffiedrinken, maar dan gaan we eerst koffie drinken. Dan heeft u de gelegenheid om te beraden. Ik schors de vergadering. Ik heropen de vergadering. Wij gaan over tot besluitvorming. Voor ons ligt de Verordening jeugdhulp gemeente Haarlem 2025. Daar zijn zes amendementen op ingediend. Daarover gaan we eerst stemmen en daarna over de

24

verordening zelf. Er werd even gesuggereerd van moet je misschien gaan kijken welke strekt verder en welke minder ver? Ik heb geconstateerd dat in dit geval, want de reden waarom je het meest verstrekkende als eerste doet, dat is dat het de andere overbodig maakt. Maar dat het in dit geval elk verschillende punten zijn en dat er ook dan geen bijzondere reden is om nu de volgorde te gaan aanpassen. Dus we gaan stemmen in de volgorde waarin ze zijn ingediend. Dus we krijgen eerst 9.01 Eigen vervoer niet altijd beschikbaar of geschikt. Ik begrijp, mijnheer Kuin wil nog een discussie voeren. De heer Kuin: Ja, over de volgorde. Dit is een punt van orde, want de een gaat wel degelijk verder dan de ander en de een maakt de ander echt overbodig. De voorzitter: Nou, ik heb ernaar gekeken. Mijn conclusie is dat dat niet zo is en ik denk dat we het nu gewoon even moeten doen met de voorstellen zoals ze er liggen. We gaan het eerst hebben over eigen vervoer niet altijd beschikbaar of geschikt, ChristenUnie. Zijn daar nog stemverklaringen voor? Dat is niet het geval. Dan gaan wij over tot stemming. De stemming is geopend. De stemming is gesloten en er zijn 28 stemmen tegen, 9 stemmen voor, dus dit amendement is verworpen. Dan gaan we naar amendement 9.02 Maatwerkoordeel college zelfredzaamheid en medische noodzaak voor vervoer. Stemverklaring? Niet meer. Dan gaan we over tot stemming.

De stemming is geopend. De stemming is gesloten Er zijn 29 stemmen tegen, 8 voor, het amendement is verworpen. Dan komen we bij amendement 9.03 Wijzig artikel 3.4 Jeugdhulp. Stemverklaring? De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: De Actiepartij zal niet voor deze dingen stemmen, maar ook omdat het besluitpunt niet klopt, want er wordt verwezen naar een besluitpunt dat niet bestaat. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk heel even, want als dat zo is, dan is dat misschien in ieder geval nog even te wijzigen, want het zou natuurlijk onwenselijk zijn dat we zo meteen amendementen hebben die geen doel treffen. Dat zou kunnen. Mijnheer Kuin, heeft u enig idee of dat inderdaad een verkeerd nummer is? De heer Kuin: Dat is heel scherp. Daar waar 4 staat, moet 3.4 staan. Er zijn twee letters weggevallen. De voorzitter: Dank voor deze attentie, mijnheer Van Leeuwen. Geen verdere stemverklaringen? Dan gaan we stemmen. De stemming is geopend. De stemming is gesloten, 6 stemmen voor, 31 tegen, het amendement is verworpen. We komen bij 9.04 Verordening jeugdhulp vervoer. Is daarover een stemverklaring? De heer Visser, Partij van de Arbeid. De heer Visser: Dank u wel. In de eerste termijn gaven we aan dit amendement te steunen, maar gehoord de wethouder en alleen het schrappen van de regel, hebben we in overleg met de fractie besloten helaas onze steun terug te trekken.

De voorzitter: Dank u wel. Dat was het? Dan gaan we nu over tot de stemming. De stemming is geopend. De stemming is gesloten, 11 stemmen voor, 26 tegen, het amendement is verworpen. Dan komen we bij 9.05, Eigen mogelijkheden versterken waar mogelijk. Stemverklaring? De heer Visser. De heer Visser: In tegenstelling tot de vorige zal de PvdA dit amendement steunen. De voorzitter: De heer Van Leeuwen.

25

De heer Van Leeuwen: Actiepartij zal deze ook steunen, omdat het precies de balans weergeeft voor het gesprek wat we met de ouders moeten voeren. De voorzitter: Dank u wel. Dat was het? Dan gaan we over tot stemming. De stemming is geopend. Deze is aangenomen met algemene stemmen. Dan gaan wij over tot amendement 9.06 Meer ruimte voor de pgb in de Verordening jeugdhulp. Stemverklaring? Ja. Ga uw gang, mevrouw Van de Sanden. Mevrouw Van de Sanden: De VVD sluit aan bij het betoog van de wethouder op dit punt en wij stemmen tegen het amendement. De voorzitter: Mevrouw Van den Broek. Mevrouw Van den Broek: Wij konden ook de lijn van de wethouder goed volgen om eerst de evaluatie af te wachten. Dus het is niet dat we inhoudelijk tegen zijn, maar wel goed om eerst die evaluatie af te wachten. Dus voor nu tegen. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu stemmen. De stemming is geopend. De stemming is gesloten, voor 25, tegen 12, dus het amendement is aangenomen. Dan zijn we toe aan de conform deze besluitvorming op twee punten gewijzigde Verordening jeugdhulp gemeente Haarlem 2025. Wenst iemand daar nog een stemverklaring over af te leggen? U kunt een korte stemverklaring afleggen. Mijnheer Kuin. De heer Kuin: Het gaat over de Verordening? De voorzitter: Ja. De heer Kuin: Namens SP, Jouw Haarlem en OPHaarlem.

Wij vinden het essentieel dat ouders van kwetsbare kinderen worden ondersteund in plaats van extra worden belast. Het amendement dat we hebben voorgesteld had als doel om te voorkomen dat ouders gedwongen worden hun werk op te geven of hun sociale netwerk onder druk te zetten. Dit is niet alleen een kwestie van sociale rechtvaardigheid, maar ook van realisme. Overbelasting helpt niemand verder. Nu dit belangrijke amendement niet is aangenomen, kunnen wij niet instemmen met de gehele verordening. We zijn genoodzaakt om tegen te stemmen, omdat wij niet achter beleid kunnen staan dat ouders dwingt tot keuzen die hun gezin en hun eigen bestaanszekerheid onder druk zetten. Bij een verordening moeten wij, maar belangrijker nog de burger en de rechter van de tekst van de verordening uitgaan. De voorzitter: Dank u wel. Nog andere stemverklaringen? De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, we gaan voorstellen als Trots Haarlem. We vinden het wel verfrissend dat er toch lichtelijk gehint wordt dat je niet helemaal in zo'n diep gat valt als je voor je kinderen kiest en niet voor je carrière. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij over tot stemming. De stemming is geopend. De stemming is gesloten, 31 stemmen voor 6 stemmen tegen, de verordening is aangenomen. 10. Gewijzigde oprichting publiek Warmtebedrijf Haarlem

26

De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 10. Dat is de gewijzigde oprichting van publiek Warmtebedrijf Haarlem. Wie wenst daarover het woord? De heer Aynan. De heer Aynan: Voorzitter, dank u wel. Het warmtebedrijf gaat niet alleen over duurzaamheid, maar ook over zeggenschap, betaalbaarheid en verantwoordelijkheid. Wie bepaalt straks de koers? Vragen we ons af. Hoe zorgen we ervoor dat warmte toegankelijk blijft voor alle Haarlemmers? Hoe houden we grip op de kosten en de financiële risico's? Voorzitter, daarvoor dienen we vier amendementen in. 10.04 Amendement Een Haarlemser Warmtebedrijf De heer Aynan: Ten eerste willen we met het amendement Een Haarlemser warmtebedrijf meer zeggenschap voor Haarlem op dit moment. Op dit moment heeft Firan een doorslaggevende invloed op het Warmtebedrijf. Zij leveren de directeur, bepalen de operationele leiding en hebben een stevige vinger in de pap, ook wat aandelen betreft. Dat leidt tot een scheve machtsverhouding en wat ons betreft kan en moet dat anders. Wij vinden dat Haarlem zelf een directeur moet kunnen voordragen. En dat de gemeente een actievere rol moet krijgen in de aansturing. 10.02 Amendement Meerderheidsbelang Warmtebedrijf De heer Aynan: Ten tweede willen we met het amendement Meerderheidsbelang in het Haarlems Warmtebedrijf een meerderheidsbelang voor de gemeente. In steden zoals Groningen gebeurt het al.

Zo kunnen we garanderen dat warmte toegankelijk en betaalbaar blijft. Zonder meerderheidsbelang lopen we het risico dat andere belangen zwaarder wegen dan de belangen van onze inwoners. 10.03 Amendement Onderzoek gemeentelijke productie warmte De heer Aynan: Ten derde willen we met het amendement Onderzoek gemeentelijke productie van warmte zelf warmte produceren. Een Haarlems Warmtebedrijf moet niet alleen de leidingen beheren, maar ook de warmteproductie in eigen hand kunnen nemen. Op dit moment ligt dat bij Essent en daarmee dus ook buiten onze invloed. Maar wat als we in de toekomst meer duurzame bronnen willen inzetten? Wat als we de tarieven beter willen bewaken en beheren? Daarom willen we dat het college onderzoekt wat er nodig is om de warmteproductie zelf ter hand te nemen. 10.01 Amendement Gebruikersadviesraad voor het Haarlemse Warmtebedrijf De heer Aynan: Ten slotte, voorzitter, willen we met het amendement Een gebruikersadviesraad voor het Warmtebedrijf zeggenschap voor de gebruikers. Haarlemmers die op het warmtenet aangesloten zullen worden, hebben nu geen invloed, in ieder geval in de stukken, op het beleid van het Warmtebedrijf. Wij denken dat een gebruikersadviesraad kan bijdragen aan beter overleg en meer draagvlak onder bewoners. Energie is tenslotte een nutsvoorziening die democratisch en transparant moet worden georganiseerd.

Hiermee kiezen we voor een eerlijke, duurzame en toegankelijke warmtevoorziening, waar Haarlem de regie in neemt en Haarlemmers zeggenschap over hebben. Het amendement van Jouw Haarlem, SP en OPH geven daar de voorzet voor. We hopen op de steun van andere fracties. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik zit even te aarzelen, want u heeft wel gekozen voor een tamelijk vrije inbreng van de tekst van het amendement.

27

De heer Aynan: Dat klopt, voorzitter. Het zijn zienswijzen, dus ik heb die vrijheid maar genomen, want als het letterlijk een amendement was, dan had ik het ook inderdaad voorgelezen. De voorzitter: De vorm is een amendement en daarvoor geldt dat je daar in principe de tekst voorleest. We hebben in het reglement van orde de mogelijkheid opengehouden dat je dat dat omschrijft. Dus ik ga daar dit keer in ieder geval in mee. De heer Aynan: Dat is hartstikke lief, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ik had één interruptie, voorzitter. Ik snapte het punt wel om Haarlem 51 procent te geven, maar de gedachtegang dat dan, de goedheid voor de Haarlemmers geborgd is, omdat het college de meerderheid heeft, die zie ik niet helemaal. Want als we nou bijvoorbeeld terugdenken aan het invoeren van betaald parkeren, dan zou je ook denken: ze kiezen voor het beste, maar dat dat zie ik niet helemaal. Dus aan de heer Aynan, ik begrijp de denkwijze, maar denkt u niet dat er ook een kans bestaat dat er een college zit wat niet altijd het beste met alle Haarlemmers voor heeft? De voorzitter: Mijnheer Aynan. De heer Aynan: Goed, dat zullen we zien bij de volgende verkiezingen. Dus wij moeten dan maar in het college komen.

Dan is dat in ieder geval gegarandeerd, maar het gaat ons meer om de verhouding qua aandelen, want we hebben gezien wat fiftyfifty doet bij de Brinkman en dat moeten we echt in te allen tijde zien te voorkomen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, de conclusie, dat is een beetje mijn punt. Kijk, die 51 procent begrijp ik wel, maar dat ligt er dus aan welk college er zit of die echt het beste met de burgers voor heeft. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, de warmtetransitie … De voorzitter: Had u nog een interruptie, mijnheer Wiedemeijer? Daar krijgt u zo de gelegenheid voor. De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: De warmtetransitie zei ik, dat is best een spannende transitie, waar publieke zeggenschap inderdaad niet onbelangrijk is. Het is echt een kans voor de overheid om de fouten van de privatiseringsschool van de jaren 90 van de energiesector deels ongedaan te maken. Daar lopen wij dus wel warm voor en dat lijkt met dit voorstel best wel te gebeuren in hoofdlijnen. Ik heb de wethouder ook goed beluisterd in de commissie hiervoor, maar wij denken dat één ding er wel uitspringt uit de voorstellen van collega Aynan en co, namelijk die gebruikersadviesraad.

De vraag aan de wethouder is ook: vindt hij dat een gebruikersadviesraad in dit stadium ook al een goede stap is om over te beslissen? Dat horen we graag van hem. De andere amendementen zullen wij niet steunen, omdat we toch vinden dat de wethouder overtuigend heeft aangegeven waarom toch ook het meerderheidsbelang van de gemeente Haarlem van de publieke sector is geborgd.

28

De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even. De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, ik wilde net zeggen dat als de ambities van mijn collega's van de raad en de heer Aynan horen, dat je dan een amendement indient om het aandeelhouderschap naar 0 procent terug te brengen, maar 5 minuten later vraag je af of dat nog steeds grappig is. Dan een inhoudelijke bijdrage. Voorzitter, over de aandeelhouders. Ik citeer graag het volgende: de aandelen zijn in handen van Nederlandse provincies zoals Gelderland 45 procent, Noord-Holland 9 procent, waaronder Amsterdam, de BV Houtse Maatschappij Falcon 13 procent, waarvan de aandelen worden gehouden door Friesland. U vraagt zich af: over welk bedrijf gaat dit? Dit gaat over Alliander. En waarom is dat relevant? De dochtermaatschappij Firan waar het hierover gaat is 100 procent in eigendom van Alliander. Waarom maakt dat de puzzel weer rond? De andere aandelen, waarmee wij dus nu in zee gaan, die zijn in handen van een organisatie die 100 procent al in publiek eigendom zijn. Dus het is niet zo dat wij met Shell of andere, hoe zal ik het zeggen? Discutabel voor profit bedrijf in zee zijn gegaan. Het is 100 procent in publiek eigendom. De voorzitter: Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Aynan. De heer Aynan: Voorzitter, via een omweg klopt dat.

Firan is inderdaad publiek eigendom, maar dat zegt natuurlijk niets over de verhouding. De verhouding in dit voorstel is fiftyfifty en u suggereert alsof je nooit in conflict kunt komen met een andere overheid. U weet genoeg voorbeelden waarin dat wel gebeurt. En daarom zeggen we met dit amendement: neem nou een meerderheidsbelang, dan heb je in ieder geval meer zeggenschap. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, als je straks naar huis gaat, dan kom je ook bij iemand thuis waar de verhoudingen fiftyfifty zijn. Ben je het ook weleens niet met elkaar eens, maar meestal kom je er dan ook wel uit, want anders was die persoon niet thuis aanwezig. Dus daar moet je het een beetje mee vergelijken. Dus volgens mij komt dat allemaal wel goed. Uw voorstellen die refereren eigenlijk aan opnieuw de herinrichting van twee, drie jaar geleden ter discussie stellen. Maar het is ook wel een beetje behoorlijk bestuur dat op een gegeven moment die besluiten ook worden geëerbiedigd. Dus ik vond uw idee interessant, maar dan moeten we wel een beetje terug in de tijdmachine om de discussie dan met terugwerkende kracht opnieuw te gaan voeren. Helaas. De voorzitter: De heer Aynan. De heer Aynan: Voorzitter, allemaal leuk en aardig en wat u thuis doet, dat interesseert me helemaal niet. Kijk, in de commissie had u toch een andere mening. Dat verbaast mij deze draai van u.

De heer Wiedemeijer: Dat komt als volgt. Ik heb nadat ik mijn interesse aan u bekend had gemaakt, had ik naar de heer Roduner geluisterd. Toen dacht ik: die heeft toch ook wel behoorlijk verstandige dingen te zeggen en die wees mij er toen op hoe het drie jaar daarvoor was gelopen. En toen dacht ik: nou ja, je weegt dan toch ten opzichte van elkaar. Dan is het toch ook een beetje net zoals thuis, soms vallen de wegingen de ene kant op en dan de andere kant op. In dit geval in uw nadeel. Daar zit niets negatiefs achter. Dat is gewoon even, we stemmen toch tegen helaas. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Toch even terugkomend op de commissie. De Partij van de Arbeid stond toch wel heel erg kritisch tegen de warmtebedrijven, juist omdat er vanuit het land en ook van de Rekenkamer landelijk toch

29

behoorlijke zorgen waren geuit of dit wel een voordeel is voor de mensen en of we dat in de toekomst wel kunnen betalen. Ik hoor daar niets van terug. De heer Wiedemeijer: Ik heb daar in de Commissie Bestuur iets over gezegd en mijn collega's in de Commissie Beheer. Wat leert nou de ervaring elders in het land? Dat als je het dus op een betaalbare manier wil organiseren, dan doe je dat zoals de structuur die hier wordt voorgesteld, namelijk zodat je er zelf zo veel mogelijk invloed op kunt uitoefenen. Dus die betaalbaarheid, als je dat belangrijk vindt, dan gaan straks alle handjes omhoog, want dan stem je hier dus voor. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Als je het stuk leest, dan is de warmteleverancier Essent. Die krijgt het monopolie om hier de warmte te leveren. Ik weet niet aan wie u zich overlevert, maar dat is toch ook geen publiek bedrijf? De heer Wiedemeijer: Nee, je moet natuurlijk wel uiteindelijk bij de taken blijven die de schoen passen, om het gezegde maar even een mooie draai te geven. Kijk, de gemeente is geen warmteproducent. Daarvoor heb je uiteindelijk een warmteproducent nodig. Het nadeel van een warmtenet is dat een warmtenet specifiek een monopolypositie, dat daarbij sprake is. Want één warmtenet wordt door één iemand energie geleverd.

Er komen straks natuurlijk wel verschillende warmtenetten in Haarlem, met verschillende energieleveranciers. Ik geloof dat er eentje, die in de Waarderpolder, mensen wat verschillend van mening zijn. Laten we het daarop houden. Er komen in ieder geval verschillende leveranciers. Op deze constructie kunnen we toch maximaal de betaalbaarheid positief beïnvloeden. De voorzitter: Nog een keer, mevrouw Van Zetten. Dat kan ook. Nog andere bijdragen in dit debat? Mevrouw Schneiders. Mevrouw Schneiders: Dank u wel. Wij staan er heel positief in, want wij vinden het heel belangrijk dat er een Warmtebedrijf komt, zodat ook dat warmtenet, het eerste warmtenet waar we dan mee bezig gaan, waar we aan gaan werken in Meerwijk, dat dat allemaal georganiseerd kan worden. We waren een heel eind op weg met dat vorige Warmtebedrijf of het bedrijf wat er was. Dat heette dan het Warmtenetwerkbedrijf. Nu is de wet tenminste, die wordt gewijzigd, is nog niet klaar, maar dat is komend en de gemeente wil daarop vooruitlopen en zegt daarom: laten we alvast dan ons aanpassen aan de komende wetgeving. Op zichzelf is dus de discussie die we hier voeren, is al een keer gevoerd in de vorige situatie. Nu is het naar onze mening dus niet nodig om dat nog een keer te doen. Vooral niet omdat het goed in elkaar zit, zo'n 50 procent dat kan prima.

Er is een aandeelhoudersovereenkomst waarin de verhoudingen duidelijk zijn en waar duidelijk afgesproken wordt wat er wel en niet moet worden afgesproken. Dus als de stemmen staken, dan zullen ze in onderhandeling moeten. En dat is juist heel goed. En omdat het inderdaad allemaal publiek is, publieke bedrijven, publieke vennootschappen, moet dat ook goedkomen en hebben we daar vertrouwen in. Ga door met dit plan, college. En laten we zo snel mogelijk zorgen dat dit Warmtebedrijf staat en dat we aan de slag komen met het ontwikkelen van de warmtenetten. De voorzitter: Dank u wel. Nog andere bijdragen. De heer Blokpoel. De heer Blokpoel: Dank u wel, voorzitter. Laten we daar eerlijk over zijn, de VVD stond niet springen voor een publiek Warmtebedrijf, waar wij dan ook grootaandeelhouder in zouden zijn. Maar goed, die trein of die kant zijn we op gegaan. Nu staan we voor het feit van dat er een wijziging plaats moest vinden om te kunnen voldoen aan de wet. Hartstikke goed, moeten we ook vooral doen. Maar laten we dan wel, zoals de heer

30

Aynan zegt, dan ook kiezen voor onszelf en ons niet te grabbel gooien aan andere bedrijven, al moet dat in minieme verschillen zijn. Oftewel 51 procent meerderheidsbelang voor de gemeente zou al hartstikke goed zijn. En nee, mijnheer Wiedemeijer, als het 50/50 is, dan is het niet allemaal gelijk. Ik weet niet, u maakt een vergelijking met een thuissituatie. Ik weet niet of u de scheidingscijfers van Haarlem een beetje kent, maar dat gaat echt niet altijd goed. Daarna brabbelde u iets over een wethouder waar u een goed gesprek mee had en waardoor uw mening is bijgesteld, is dat niet gewoon, de wethouder roept u terug, omdat u buiten uw boekje ging als coalitiepartij? Maar goed, dat doet er verder niet toe. Uiteindelijk … De voorzitter: U krijgt meteen een interruptie cadeau. De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, het klinkt zo wel erg spannend, maar wat ik zei, was dat ik de reactie van het college heb gehoord in de commissie. Dus dat is niet of hij daar achter deze muur met een zweep achter me aanliep. Ik heb gewoon geluisterd naar zijn argumenten en die vond ik overtuigend. Dus laat ik dan dat in een vraag gieten. Heeft u ook naar de uitleg van het college geluisterd en vond u dat net zo overtuigend? De voorzitter: De heer Blokpoel. De heer Blokpoel: We hebben goed geluisterd, voorzitter, naar de uitleg van het college.

Dat doen we altijd natuurlijk, want daarvoor zit het college er ook en alle vertrouwen in het college, maar in deze toch iets minder. Want we zouden toch graag zien dat inderdaad en zoals we al zeiden, gaan we mee met de amendementen vanuit Jouw Haarlem, om onder andere het meerderheidsbelang en de directie meer in Haarlemse handen te kunnen krijgen. En de gebruikersadviesraad is wel een heel goed idee. Want waarom kunnen Haarlemmers niet meedenken in dat geheel? Waarom kunnen zij niet de warmte die zij krijgen, het bedrijf dat daarachter zit, kunnen zij daar niet over, nou meebeslissen dat gaat veel te ver, maar in ieder geval dat ze goed geïnformeerd worden en dat ze daar ook meer informatie over krijgen. Zodat die interesse in de warmte waar die vandaan komt en hoe die wordt geproduceerd ook goed is. Moeten we zelf warmte gaan produceren? Moeten we een of andere biomassacentrale op de Waarderpolder gaan zetten, waar we weet ik veel hoeveel bomen instoppen? Nee, dat lijkt de VVD zeker geen goed idee. Dus de Haarlemse productie van warmte, daar moeten we van wegblijven. Daar zijn andere partijen veel beter in. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Hart voor Haarlem is niet erg gelukkig met het voorstel. Wij begrijpen ook nog niet dat Haarlem nog steeds in 2040 van het gas af denkt te zijn. Dat is natuurlijk echt gewoon onzinnig.

Het creëert een soort urgentie, die er niet op dit moment hoeft te zijn. Ook vinden wij dat je als je verstandig bent dan kijk je toch ook naar de bezwaren die inmiddels zijn ontstaan over de warmtenetten, de onbeheersbare kosten waarvoor wij op willen draaien en we hebben het over de Warmtewet in de Kamer. Nou, die is nog helemaal niet behandeld. We zijn het van plan. Maar we weten zelf al als we even terugdenken aan de Omgevingswet, dat heeft jarenlang geduurd voordat hij doorkwam. Wij zien niet dat het 1 januari van start kan gaan en zien dus de noodzaak niet in om nu al hierin voorop te lopen. Het ergert ons ook bijzonder dat wij nu twee commissies hebben gehad over warmtenetten. Dit is dan natuurlijk bestuur, maar dat er dan geen woord is gesproken door het college over de uitbreiding van Iron Mountain in de Waarderpolder. Dat vinden wij toch een manier, heel erg weinig transparant en passend bij de bestuurscultuur waar we toch elke keer weer voor verrassingen komen te staan. Dat hele van in publieke handen, we gaan nu vastleggen dat Essent hier monopolie krijgt, terwijl we helemaal niet weten waarom. Ik heb al gevraagd: krijgt u daar een baantje in de toekomst? Ik heb geen idee. Er is ook geen bevredigende uitleg gekomen waarom zij in deze positie zijn. Nou, kortom, wij maken ons zorgen over deze gang van zaken en kunnen hier niet mee instemmen.

31

De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Hartman. Mevrouw Hartman: Ik had het niet beter kunnen zeggen dan mevrouw Van Zetten. Wij sluiten ons volledig aan bij de stemverklaring van Hart voor Haarlem. De voorzitter: Het was nog niet helemaal een stemverklaring, maar goed, de bijdrage. Mevrouw Hartman: Correctie, bijdrage. De voorzitter: Mevrouw Van den Broek. Mevrouw Van den Broek: Wij kunnen ons aansluiten bij de bijdrage van GroenLinks en daarbij nog wel aan toevoegen dat wat ons betreft een Warmtebedrijf zich echt moet bezighouden met duurzame warmtevoorziening en niet met restwarmte uit datacenters. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik. De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, warmtenet, ik zou het niet doen. Dank u wel. De voorzitter: Kijk, zo kort kan het ook. Dank u wel. Nog andere bijdragen? Niet. Dan gaan we naar het college voor beantwoording. Wethouder Roduner. Wethouder Roduner: Dank u wel, voorzitter. We hadden hier een kleine aanpassing van wat eigenlijk al eerder is afgesproken, namelijk het verbreden van de rol van het Warmtebedrijf. U heeft daarop uw zienswijze al geformuleerd en daar liggen nu een aantal amendementen op. Zoals in de commissie ook aangegeven, als ik het dan even afpel. Dan amendementen, 2, 3 en 4 stellen al reeds genomen besluiten.

U ziet die enorme besluitenlijst bij het stuk van wat er al eerder over besloten is ter discussie. Dat zijn de besluiten die we al meerdere jaren geleden hebben genomen en waar het volgens mij nu niet zinvol is, maar ook wel behoorlijk disproportioneel op basis van deze kleine wijziging het hele stelsel ter discussie te gaan stellen. Dat gaat ons niet helpen in de tijd, maar vind ik ook niet passen bij de omvang van de aanpassing die we nu voorstellen. Dus die ontraden we alle drie. Het amendement over de gebruikersadviesraad, dat is denk ik wel een nieuw punt. Ik begrijp in ieder geval van mijn collega Berkhout dat in de Commissie Beheer er ook gesproken is inderdaad over het betrekken van gebruikers in het kader van het warmteprogramma. Dat hij daar positief over is geweest om dat te gaan doen en richting het concept warmteprogramma verder wil uitwerken. Alleen volgens mij wat nu wordt voorgesteld, is denk te concreet en te vroeg in het proces om dit nu zo met een amendement te besluiten. Dus ook dat amendement ontraden we, maar volgens mij ligt er al een verhaal dat wethouder Berkhout hiermee aan de slag gaat. De voorzitter: De heer Aynan, een interruptie.

De heer Aynan: Hoor ik de wethouder zeggen, voorzitter, dat wij met een te concreet voorstel komen? Wil hij het wat vager hebben dan? Wethouder Roduner: Volgens mij zijn er nog best wel verschillende manieren om gebruikers te betrekken. Moet dat met een adviesraad? Kan dat met een panel? Kan dat met loten? Kan dat met digitale peiling? Er zijn heel veel verschillende manieren. Kan het misschien nog formeler? Kan het informeler? Dat zijn volgens mij de keuzes die je met elkaar kan maken. Volgens mij is al gezegd van joh, goed idee om na te denken hoe we die

32

gebruikers kunnen betrekken. Daar komen we met een voorstel dan ook op terug. Dit nu zou pats-boem besluiten, daar zijn wij geen voorstander van. De voorzitter: De heer Aynan. De heer Aynan: Voorzitter, dit is een zienswijze die we het college graag mee willen geven en de invulling en de manier et cetera, ik hoor de wethouder allerlei voorstellen doen, kom dan maar terug op het moment dat u de zienswijze uitwerkt. Zo kan het toch ook? Wethouder Roduner: Dan is hij denk ik overbodig, voorzitter, want volgens mij heeft wethouder Berkhout bij het warmteprogramma al gezegd dat hij wil gaan uitwerken hoe gebruikers te betrekken bij het warmtenet. Als dan uiteindelijk dezelfde conclusie is dat er een voorstel komt, dan is volgens mij dit amendement op deze manier niet nodig. De voorzitter: Goed, dat was de bijdrage vanuit het college. Tweede termijn. De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Even een vraag, want de wethouder zei: sommigen willen terugkomen op genomen besluiten. Kijk, vroeger hebben we ook een keertje bedacht rubbergranulaat in kunstgras daar was iedereen helemaal voor. En vier, vijf jaar later bleek dat totaal een miskleun te zijn. Is er bij dit project van warmtenet nog ergens … Kunt u zich nog voorstellen dat er ergens een moment komt dat u zegt: het was eigenlijk niet zo goed en kunnen we dan nog eruit? De voorzitter: Nog andere bijdragen? Mevrouw Van Zetten.

Mevrouw Van Zetten: Ik hoor nog niets van de wethouder waarom hij heeft gezwegen over de uitbreiding van het datacentrum en over Essent. Misschien kunt u daar ook nog een woordje aan wijden? De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even of er verder in tweede termijn nog bijdragen zijn, opmerkingen. Niet. Wethouder Roduner. Wethouder Roduner: Al deze punten liggen volgens mij nu niet voor, volgens mij, het datacenter is ook vanmiddag in het vragenuur aan de orde geweest. Essent is ook al een langlopende gemaakte afspraak. Dat is een van onze partners, waar we vanaf het begin af aan mee optrekken. Natuurlijk kun je terugkomen op gemaakte besluiten. Als er niet meer feiten zijn die relevant zijn. Ik heb volgens mij proberen aan te geven dat er nu geen nieuw feit ligt dat zodanig relevant is om alle gemaakte afspraken open te breken. Er wordt nog steeds onderzoek gedaan naar de businesscase, de haalbaarheid, et cetera. Wat nu voorligt is niet het hele warmtenet in één klap. Het gaat alleen over het stukje warmtebedrijf. De oprichting daarvan, om tot uitvoering te kunnen overgaan. Er zijn op dit moment wat ons betreft geen nieuwe feiten die het rechtvaardigen om alle gemaakte afspraken in één klap open te trekken, ter discussie te stellen. Dat stellen we dus ook niet voor om dat te gaan doen. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij over tot besluitvorming.

Er zijn vier amendementen ingediend. Daar gaan we eerst over stemmen en daarna over de gewijzigde oprichting publiek Warmtebedrijf Haarlem. De zienswijze van de raad. Amendement 10.01 Een gebruikersadviesraad voor Haarlemse Warmtebedrijf. Stemverklaring? Niet. De heer Van Leeuwen.

33

De heer Van Leeuwen: Voorzitter, ik worstel. Dat laat ik hiermee blijken. Wij zijn voor gebruikersadvies. En ik snap de pas op de plaats die de wethouder maakt wel om te zeggen: je bent aan de vroege kant door nu te zeggen het moet de gebruikersadviesraad zijn, maar ik vind toch niet dat je heel overtuigend aangeeft waarom die dat niet kan meenemen in het vervolgtraject en dit amendement gebruikt voor een vrije uitwerking. Ik stem om die reden voor het amendement. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen? De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voor advies en inspraak van burgers, maar tegen het Warmtebedrijf. Dus wij stemmen dan toch tegen. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij over tot stemming. De stemming is geopend amendement 10.01. Ik dacht even van we zijn met 1 minder, maar dat schijnt te kloppen. Er is iemand tijdelijk even uit de vergadering. Dus er zijn 36 stemmen uitgebracht, 20 tegen, 16 voor, het amendement is verworpen. Dan gaan wij naar amendement nummer 10.02 Meerderheidsbelang Warmtebedrijf. Stemverklaring? Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Wij gaan tegen dit amendement stemmen en dat is, omdat wij tegen … Wij vinden dat ons aandeel als gemeente zo klein mogelijk moet zijn, omdat wij verwachten dat de kosten van de warmte enorm gaan stijgen en dan zijn wij ook verantwoordelijk en daar zijn wij tegen. De voorzitter: Dank u wel.

Geen andere stemverklaringen. Dan gaan we over tot stemming over amendement nummer 10.02 Meerderheidsbelang Warmtebedrijf. De stemming is geopend. Voor zijn uitgebracht 12 stemmen, tegen 24, dus het amendement is verworpen. Dan gaan we naar amendement 10.03 Onderzoek gemeentelijke productie warmte. Stemverklaring? Niet. Dan gaan we over tot stemming. De stemming is geopend. Uitgebracht zijn 7 stemmen voor, 29 tegen, het amendement is verworpen. Dan gaan we naar amendement 10.04 Een Haarlemser Warmtebedrijf. Stemverklaring? De heer Krouwels. Dan gaan we gewoon stemmen. De stemming is geopend. De stemming is gesloten, 11 stemmen voor, 25 tegen, het amendement is verworpen. Dat betekent dat de zienswijze zoals die voorlag niet is gewijzigd. Wenst iemand stemming over de zienswijze? Ja, dat zie ik. Een stemverklaring? Over het stuk, zoals het er ligt. Over de oprichting publiek Warmtebedrijf Haarlem. U wil er een stemverklaring over afleggen? De heer Aynan. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Een Haarlems Warmtebedrijf waar Haarlem niet de regie heeft en waar Haarlemmers geen zeggenschap in hebben, kunnen wij niet steunen. De voorzitter: Dank u wel. Anderen? De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, in Latijns-Amerika wordt iedereen nu aangesloten op een gasleiding.

En ik denk dat dat de toekomst is en dat we in Europa ondertussen achterliggen op Latijns-Amerika. Dus een Warmtebedrijf, niet doen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Een warmtebedrijf waar Haarlemmers wel zeggenschap op hebben en wel inspraak op hebben, kunnen wij van harte steunen. Dus steun.

34

De voorzitter: Dank u wel. Dat waren de stemverklaringen. Dan gaan we over tot de stemming. De stemming is geopend. De stemming is gesloten, 22 stemmen voor, 14 stemmen tegen, dus daarmee is het voorstel aangenomen. 11. Initiatiefvoorstel “Een toeristische tramlijn in Haarlem” De voorzitter: Dan zijn wij toe aan toch altijd weer een bijzonder moment, als er vanuit de raad een initiatiefvoorstel is. Agendapunt 11 een toeristische tramlijn in Haarlem. Het woord is aan de heer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Dank u wel, voorzitter. Vandaag presenteer ik u een initiatiefvoorstel om een haalbaarheidsonderzoek te doen voor de realisatie van een toeristische tramlijn in Haarlem en wel in de omgeving van Schoteroog en/ of Veerplas. Een voorstel dat natuur, recreatie, toerisme, erfgoed en economie samenbrengt en volgens mij de langgezochte impuls is voor de oostelijke stadskant. Zelf dacht ik eerst: een tram in Haarlem, dat is onhaalbaar, maar kijk naar het enorme succes met museumtram en spoorlijnen elders in het land. Een aansprekend voorbeeld, zeker voor de voorzitter gezien zijn vorige baan, is de stoomtrein Katwijk-Leiden. Vorig jaar trok deze toeristische trein bijna 40.000 bezoekers. Ik heb dit voorstel geschreven samen met ingenieur Wim Beukenkamp van Stichting nieuwe blauwe tram.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15253878/2