CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript commissie Samenleving 3 juni 2021

commissie Samenleving 3 juni 2021, gemeente Haarlem52.310 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

Ik heb zelf in de wijken … De voorzitter: Wat is uw vraag, de heer Oomkes? Hou alstublieft de interrupties kort. De heer Oomkes: Bent u niet bang dat u nou juist dat verliest? De voorzitter: Want u heeft ook maar drieënhalve minuut nog. Wethouder Meijs: Er zullen partijen tussen wal en het schip vallen, dat denk ik wel. Maar ik ben er niet van overtuigd … Of, laat ik het positief zeggen, ik ben er ook van overtuigd dat de partijen die we nodig hebben om heel dicht bij de mensen in dat sociale gebeuren, waar we sprake hebben van dat sociale weefsel in de wijk, dat die zich aan zullen dienen – als ze dat al niet gedaan hebben – en samen de eerste opdrachten al hebben ingediend, dat we die zullen borgen. Dat was echt mijn vertrouwen in het feit dat we mensen dwingen om samen te werken. Dus daar ben ik niet zo bang voor. Waar ik wel verbaasd over was … Nou, ik ben nog niet klaar met de ChristenUnie, ik maak eerst de ChristenUnie af. We verschillen in de basis, ik kan u ook niet overtuigen, maar ik hoop dat u mijn argumenten ook wil aanhoren en zult begrijpen dat ik met zorgvuldigheid daarmee omga. Uw vraag over de Sociale Wijkteams, en die hebben meer mensen gesteld, en de brandbrief.

Ja, ook ik was verbaasd toen die brief op mijn tafel kwam, want ik had de dag daarvoor geloof ik een sessie gehad, of in die week daarvoor heb ik twee keer met het Wijkteam uit Zuid, West en Noord en met Schalkwijk en Oost gesproken. Ik heb niet gezegd dat het allemaal halleluja was, ik heb in die twee gesprekken … Het eerste gesprek viel mee, maar het tweede gesprek heb ik ook al zorgen toen gehoord. Dat heb ik ook bij de staf gemeld waar ik de dag daarna geloof ik zat. Ik zeg: nou, er moet nog wel wat uitgelegd worden, want volgens mij is de informatieachterstand best groot bij die Sociale Wijkteams. En daar zit zorg. Zorg vooral over het behoud wat ze hebben, maar ook zorg over hun eigen rechtspositie, zorg over de opgebouwde expertise sinds 2013, geloof ik, of 2012, sinds wanneer er Sociale Wijkteams zijn. Dus dat is best wel wat. Nou, de dag daarna lag die brief er en dat vond ik wel heftig, maar ik was daar niet over verbaasd. Want ik dacht: ja, die zorgen had ik al in dat tweede gesprek gehoord. Vanmiddag heb ik een luistergesprek gehad. Een luistergesprek wil zeggen dat één anonieme voorzitter er zit … Of, anoniem, ik niet de voorzitter, een onafhankelijke voorzitter. Sorry, dank u. En de gelegenheid was om van alle Wijkteams in te spreken waar die zorgen dan precies zaten.

Want die brandbrief sprak wel voor zich, maar er zaten naar mijn gevoel ook nog wel wat vragen onder die ik niet helemaal helder had. Ik mocht geen tegenargumenten geven, ik mocht het

67

ook niet uit gaan leggen, ik mocht alleen maar luisteren. Ik heb op mijn handen moeten zitten, echt waar. We hebben in de informatievoorziening niet alles goed genoeg gedeeld, dat is ook per Sociaal Wijkteam verschillend geweest. Het is niet goed te praten, is gewoon niet handig geweest. Het tweede was dat men zich te veel het ongewisse: hoe ziet het perspectief eruit, worden wij opgeheven, wordt er straks een taakstelling op ons gebracht, moeten wij alleen maar zus, moeten wij … Nou, al die vragen leefden, terwijl het brandde op mijn lippen om toe te voegen: nee, we gaan jullie integraal meenemen, er zal echt wel voor geborgd worden, ook voor uw rechtspositie. Maar het probleem zit hem bij die Sociale Wijkteams dat ze voor een deel in het Sociaal Wijkteam zitten en voor een deel in een van onze sociale partners, dus het zijn het tweebenenprincipe. Dus sommigen waren al geïnformeerd door hun partij die al in die aanbiedingsfase zat, en sommigen niet, want dat waren alleen maar gemeentelijke, onze mensen. Dus daar was een informatiegap, zullen we maar zeggen. Nou, dat hebben we vanmiddag gehoord. We hebben anderhalf uur met elkaar gesproken. De conclusie van dat geheel was: het is spannend, het is zorgen die er zijn.

Ik begrijp het en ik heb het aangehoord, ook weer driftig mee zitten praten, er wordt een verslag van gemaakt, dat wordt met iedereen gedeeld en we gaan ze vooral meenemen, A, met de informatievoorziening zoals wij dat doen, maar ook voor hun eigen positie, maar vooral waartoe zij dienen. Want ze maken zich vooral zorgen over het teloorgaan van de gesprekken die zij hebben in de wijk. Die zorg kan ik niet met ze delen, want dat is echt niet mijn opzet. Mijn opzet is echt niet het contact willen verliezen met de wijk. Daar gaat dit nou helemaal om. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: … hier één vraag over stellen? De voorzitter: U heeft nog twee minuten over, hè? Mevrouw Çimen: Ja, ja, ik ga heel snel, maar ik word er zenuwachtig van. Nee, stel, want u gaf net aan: er kunnen organisaties buiten de boot vallen, dat kan. Stel, zo’n medewerker van het Sociaal Wijkteam werkt voor een van die welzijnsorganisaties die buiten de boot valt. Wat betekent dat dan voor diens werk voor het Sociaal Wijkteam? Wethouder Meijs: Hele goede vraag. Mevrouw …: ‘…’ (buiten microfoon). Wethouder Meijs: Ja, dat is echt een hele goede. Weet ik niet. Ik bedoel, ik kan nu iets verzinnen en een mooi antwoord geven, maar dat is een hele goede constatering.

Dat kunnen we ook nog niet denk ik allemaal al van tevoren dichtgetimmerd hebben, maar dat is wel iets om zeker in deze fase al over na te denken en mee te nemen. Zeker, neem ik zeker mee. Even kijken, dat is Sociaal Wijkteam. Klopt het dat sommigen zich niet hebben ingeschreven? Ja, dat klopt. Ik weet van één partij, die heeft zich niet ingeschreven, die heeft dat echt uit strategisch oogpunt gedaan, zo van: nou, dit kost me te veel tijd, ik haak straks wel aan, ik heb wel aangegeven aan een van de indieners dat ik echt wel mee wil doen, maar pas in een volgende fase. Dat kan, dat kan ook een strategie zijn. Ik bedoel, dat staat iedereen vrij. Dan kom ik meteen op het punt van GroenLinks, zegt: we hebben geluiden gehoord van mensen die ontevreden zijn, of angstig zijn, of bang zijn, of niet gehoord worden. Er is een hele website ingericht met alle documenten waarin iedereen alles kan vinden. Er is een organisatie achter waar alle vragen gesteld worden. Mij hebben die berichten nog niet bereikt. Ik heb nog geen enkele organisatie aan mijn tafel gehad die zegt: dit of dat klopt niet, of voel ik me niet gehoord, of et cetera. Dus ik hoop van u dan die namen – nou, het hoeft niet en plein public – maar wel te horen. Want juist in deze fase, wij kunnen wel eens wat vergeten, wil ik dat weten, zodat ik het mee kan nemen.

68

De voorzitter: Mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Het is niet zozeer angstig of al die namen die u noemde, maar dat er veel onduidelijkheden zijn. Die signalen krijgen wij, dat het nog lang niet helemaal duidelijk is wat er nou precies verwacht wordt en welke kant het op gaat. De voorzitter: De wethouder. Ik wil ook even een vraag stellen, want u heeft, zegt u, vijf kantjes. Wethouder Meijs: Ja, ik heb er één gehad. De voorzitter: Ja, en we hebben ook nog vijf onderwerpen op de agenda staan en in dit tempo gaan we geen enkel onderwerp meer behandelen. Dus ik wil graag … En ik denk dat we ook hier niet uit gaan komen, dus ik zoek even naar een modus waarin we dit punt toch snel kunnen gaan afhandelen en waarbij ook de commissie wel genoeg informatie gaat krijgen. Misschien dat u een voorstel kan doen. Ja? Oké. Wethouder Meijs: Er zaten veel dubbelingen in, dus ik hoop dat mijn antwoorden over de ChristenUnie over de Sociale Wijkteams in ieder geval voor meerdere partijen geldt. Dat was onder andere bij D66 en PvdA, die veel vroegen over die aansturing van het Sociaal Wijkteam, en worden ze meegenomen. En ja, we gaan ze meenemen, dat er onrust is, en dat we gaan informeren en uitleg gaan geven. En nog als laatste op mevrouw Klazes, dat er dingen onduidelijk zijn.

We hebben de randvoorwaarden volgens mij afgestemd met u, we hebben de indicatoren afgestemd met u, we hebben de doelstellingen volgens mij afgestemd met u en we hebben nu … Mevrouw Klazes: Ik zeg niet dat het onduidelijk is, … Wethouder Meijs: O, nee, maar voor de aanbieders. Al die informatie is ook op de website te vinden, dus daar zou ik mensen dan toe willen verleiden om naartoe te gaan. De voorzitter: De heer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Sorry voor de nieuwe onderbreking, voorzitter. Ik moet nu helaas naar de andere commissie, maar mijn schaduwraadslid zal verder luisteren. Ik zou graag nog wel antwoord willen krijgen op de interruptie die ik had naar de PvdA of de wethouder bereid is om na afhandeling van de preselectiefase eigenlijk haar conclusies over die fase en of daar eventueel een andere perceelindeling komt eerst aan ons voor te leggen, voordat ze naar de volgende fase gaat. Wethouder Meijs: Ik start al wel met de dialoogfase, maar ik beloof u dat die nog niet is afgerond als ik bij u terugkom om mijn bevindingen met u te delen. Na de zomer. De heer Visser: Oké, dank u wel. Wethouder Meijs: Ik ga door. Zorgvuldigheid, zeg ik. Ja, het klopt dat we de evaluatie van de Sociale Wijkteams hebben we gehad en daar was ik positief over de Sociale Wijkteams. Er moest betere aansturing komen, er moeten een aantal dingen verbeteren, gaan we meenemen.

Is echt niet zo dat ik die nu in de prullenbak gooi. D66 vroeg: kan het zijn dat er een ander perceel toegevoegd zou kunnen worden? Want misschien vallen er sommige delen wel helemaal buiten. Ja, dat zou kunnen. We hebben de mogelijkheid, dat staat volgens mij ook in het stuk genoemd op pagina 18, uit mijn hoofd, geloof ik, dat er nog iets meegenomen zou kunnen worden uit een soort restcategorie uit die sociale basis als die nergens onder te brengen is,

69

nergens valt, noch onder perceel één, noch onder perceel twee. Dus ik timmer het systeem niet zo dicht dat we aan het eind zeggen: nou, jammer dan. Ik bedoel, het is leidend wat we hier willen aan doelstelling. Die monitoring van die KPI’s heb ik gezegd, dat gaan we in de tweede dialoogfase doen. De zelforganisaties, daar heeft GroenLinks ook over gevraagd en het CDA. Daarvoor heb ik volgens mij u al de vorige keer toegelicht, die hebben we meegenomen. Die staan ook weer heel expliciet in dit document genoemd, ook met meer financiën. We hebben ze ook betrokken bij dit geheel, we hebben ook gesproken met ze. Dus daar heb ik zeker kennis van genomen en die hebben we ook geborgd in dit document. Die borging zit hem erin dat ook zij mogen en moeten samenwerken met deze partners en de nieuwe partijen ook – stel dat er nieuwe partijen buiten Haarlem komen – moeten ook met de Haarlemse zelforganisaties samenwerken. Dat staat hier uitdrukkelijk in dit stuk. Actiepartij vroeg ook over het Sociaal Wijkteam. Wat ik net al zei, er is een inspanningsverplichting om ook personeel over te nemen. Nou, de vraag van D66 neem ik mee: wat als een van die moederorganisaties daar niet in zit, hoe zit dat dan? Poeh, nou, ik ga even snel. Wie is verantwoordelijk voor de kwaliteit, vroeg de SP. Nou, dat zijn we natuurlijk altijd nog zelf.

We houden geregeld terugkoppelingen, we houden geregeld evaluaties, dus daar blijven we echt nog wel zelf aan de knoppen draaien. En daar zullen ook de partijen verantwoording voor af moeten leggen. Dus ja, we gaan werken met hoofdaannemers per perceel, maar we gaan ook werken met kwaliteitsindicatoren en die moeten ze ook aan ons en aan u natuurlijk laten zien. Dat was ook het CDA direct over de zelforganisaties. Gelijkwaardigheid is buiten kijf. OPH, ja, we zitten in die preselectiefase. Volgens mij was 10 mei de sluiting, dus daar hebben zich X partijen nu gemeld en het enige wat ik gehoord heb dat er enthousiasme over was en dat men blij was dat er zoveel aanmeldingen waren. Ik bedoel, ik had hier ook kunnen zeggen: nou, niemand heeft zich gemeld, we hebben een probleem. Maar dat is niet aan de orde, dus ik denk dat het echt de goede kant op gaat. Ja, en volgens mij kan ik … Ik ben daar echt niet himmelhoch juichend over, want we hebben echt nog wel een taak, maar ik ben wel blij met die inschrijvingen. En hoe dat er precies uit gaat zien, ik neem u echt weer mee en ik beloof u, dat heb ik net al aan de ChristenUnie beloofd, na de zomervakantie komen we weer bij u terug en zal ik u verslag doen van onze eerste bevindingen en waar we dan op dat moment staan. De voorzitter: Dank u wel. Even heel kort, D66. Mevrouw Çimen: Dank u wel, voorzitter.

Ik had nog één vraag ten aanzien van jeugd en of dat echt zichtbaar kan blijven. Dus dat we ook daar … Wethouder Meijs: Jeugd en jongerenwerk blijft zichtbaar en hier ook in dit perceel. De voorzitter: De heer Smit. Wethouder Meijs: Niet als apart perceel, maar onderdeel van. Zeker weten, het zit erin. De heer Smit: Mevrouw de wethouder vergeet een paar antwoorden te geven, namelijk op de vraag of het bijna logisch is dat de rechtspositie van de medewerker Sociaal Wijkteam gaat veranderen. Die suggestie wordt ernstig gemaakt. Ten tweede, dat zorgorganisaties niet meer uit kunnen stappen uit samenwerkingsverbanden, maar dan wil ik weten wat het dwangmiddel is om het te voorkomen. En de derde vraag was: is het inderdaad waar dat de onderaannemers eigenlijk geen enkele positie hebben, vrijelijk inwisselbaar zijn en kunnen afvallen? Is dat echt anno 2021 iets waar je als gemeente mee in moet stemmen? De voorzitter: Uw tijd is op, de heer Smit. De heer Smit: Ja, maar als ik … Ik had het antwoord verwacht op die vraag, want ik heb …

70

Wethouder Meijs: Maar ik heb u al gezegd dat een van de voorwaarden is een inspanningsverplichting – god, wat een woord – voor het overnemen van personeel. Dat is niet alleen specifiek voor deze kwestie, maar ook voor andere. De heer Smit: Ik vraag: is het reëel om ervan uit te gaan dat de medewerkers van de Sociale Wijkteams hun ambtelijke rechtspositie gaan kwijtraken? Dat is wat ik vraag. Wethouder Meijs: Dan kan ik niets meer antwoorden dan nee. Volgens mij, u vraagt de rechtspositie van het personeel. Ja, die nemen we mee. De heer Smit: Nee, sorry, wat u meeneemt is wat anders. U zegt dat u na de eerste … En sorry, mijnheer de voorzitter, dat ik nu in uw tijd bezig ben. De voorzitter: Anders moet u hem misschien nog even technisch stellen, want het is … De heer Smit: Nee, nee, de gemeente zal na de afronding van de eerste dialoogfase meer duidelijkheid geven over de rechtspositie van de medewerkers Sociale Wijkteams. Dus de grote suggestie dat deze, voor zover ze ambtenaar zijn, die ambtelijke positie gaan verliezen. Dat vraag ik u nu: gaat dat gebeuren? Niet wat u meeneemt, maar gaat het gebeuren dat medewerkers die nu in ambtelijke dienst zijn, in Sociale Wijkteams, straks die rechtspositie gaan verliezen en in een andere rechtspositie komen? Dat is wat ik vraag.

Wethouder Meijs: Ik weet eerlijk gezegd, ik ben geen jurist en ik weet niet of ze de status van ambtenaar verliezen, maar er gaat rechtspositioneel het een en ander … De heer Smit: Er staat: in dienst van de gemeente. U heeft het zelf geschreven. In dienst van de gemeente. Wethouder Meijs: Maar als ik het zelf heb opgeschreven, dan is het antwoord er al. U vraagt mij iets … De heer Smit: Nou ja, mag ik dan constateren hier voor het verslag dat de wethouder aangeeft dat het aannemelijk is dat deze mensen die in dienst zijn van de gemeente hun rechtspositie gaan verliezen? De voorzitter: Dat heeft ze niet gezegd. Wethouder Meijs: Nee, dat zeg ik niet. De voorzitter: Mevrouw Klazes. Mevrouw Klazes: Voorzitter, dank u wel. De wethouder kent mij als iemand die, ik haal heel graag informatie op bij andere gemeenten om te kijken, gemeenten die een stapje voorlopen op ons. Mijn vraag aan de wethouder is: er zitten heel veel gemeenten in dezelfde situatie als wij, er zijn ook gemeenten zoals bijvoorbeeld Leiden die letterlijk, maar dan ook werkelijk letterlijk tot en met het gesprek wat wij hier als commissie met elkaar voeren, dit traject hebben afgelegd, en de zorgen hebben gehad en angsten hebben gehad en uiteindelijk zijn uitgekomen bij één grote aanbieder. Die zijn nu een jaar op ons voor, want ze lopen al een jaar.

Het lijkt mij heel zinvol om eens te gaan kijken hoe dat uitpakt en hoe dat is vormgegeven, of het werkt, of het niet werkt. Van beide kanten lees je iets. Maar ik wil als advies meegeven dat de wethouder haar oor eens te luisteren legt bij haar collega in Leiden. De voorzitter: Dat lijkt me handig, een goede suggestie. De heer Oomkes, PvdA.

71

De heer Oomkes: Dank u wel, voorzitter. Tot slot, er is openheid van informatie in het hele proces. Dat klopt dat het op die site staat. Een aantal dingen staan er niet op, bijvoorbeeld de brieven die door uw afdeling worden geschreven aan clubs die tot nu toe gesubsidieerd zijn en krijgen te horen dat half 2022 hun rechtspositie en hun functie gaat veranderen. Ik vind dat, gezien de staat van gesprek waar we ons nu in bevinden, eigenlijk heel prematuur. Ik snap het wel, je wil ook als gemeente, zeker als je een bezuiniging en taakstelling hebt opgenomen in je stukken van dik 2 miljoen, wil je safe zitten. Maar ik vind dat het niet recht doet aan het werk en de positie van de mensen in kwestie. Kunt u daarop reageren? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Meijs: Ik moet eerlijk zeggen dat ik ook niet alle brieven hier meteen voor ogen heb, maar ik denk dat u duidt op de brief waarbij we de subsidie beëindigen, om het gewoon juridisch mogelijk te maken om nieuwe aanbestedingen te doen. Dus dat is de brief waar u op doelt. Ik denk dat alle gesubsidieerde partners uit de sociale basis daarover geïnformeerd worden, want anders blijft het contract denk ik oneindig verlengd, dus dat is gewoon een beëindiging van de subsidierelatie. Dus ja, dat kunnen we niet allemaal persoonlijk gaan doen, dat is echt per brief medegedeeld.

De heer Oomkes: Dat snap ik, maar u heeft straks diezelfde mensen met diezelfde expertise hard nodig in het vervolg. Dat spreekt hier dus niet uit. Wethouder Meijs: Maar wij sturen geen nare brieven. Wij sturen brieven ter informering om juridisch dingen te beëindigen. De voorzitter: Ik wil het punt nu echt gaan afronden. We hebben het … Nou ja, nooit voldoende besproken blijkbaar, maar voor vanavond vind ik het wel genoeg. Ik hoor in ieder geval dat de wethouder heeft gewoon meerdere keren toegezegd te starten met de dialoogfase en komt nog terug voor dat … Wethouder Meijs: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Jawel, en u komt terug voordat deze is afgerond bij de commissie. Ja? Dan wil ik nu even een hele korte pauze inlassen, want ik ben ook wel toe aan een drankje. Vijf minuten en dan zijn we weer terug, graag. Ja? Schorsing De voorzitter: Oké, kunnen jullie weer gaan plaatsnemen? Ik heb even een voorstel. Het voorstel is om agendapunt 11 niet te gaan bespreken, dat we de wethouder vragen om ook naar aanleiding van vragen die natuurlijk door de inspreker, opmerkingen gesteld zijn. Ik neem aan dat … Wethouder Meijs: Ja, dat is het Anton Pieckhofje. De voorzitter: Dat is het Anton Pieckhofje.

Dat we daar even eerst een brief van de wethouder over krijgen, want er zijn relevante dingen die opgemerkt zijn en dan is het handiger als daar een reactie op komt en dat we dat eventueel kunnen gaan behandelen. Dus die slaan we dan over. Wethouder Meijs: Samenvattend, verwacht u van mij een RIB over het Anton Pieckhofje met het meenemen van de bijdrage van de inspreekster. Dat doe ik ook even voor het thuisfront.

72

De voorzitter: Goed, … Mevrouw …: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Nou, ik neem aan dat we de RIB ook al heel erg snel gaan krijgen, dus wanneer kunnen we de raadsinformatiebrief krijgen, wethouder? Kunnen we dat voor de raad krijgen? Ik neem aan van wel, toch? Wethouder Meijs: Wanneer is de raad? De voorzitter: Die is over twee weken. Wethouder Meijs: Ik beloof u dat ik die RIB voor de 24e zal doen toekomen. De voorzitter: En als er hele spannende dingen in zitten, kan er altijd nog een motie … Ja. Dan het volgende voorstel is om … Mevrouw Stroo: Het belangrijkste is in gesprek gaan met de bewoners. Wethouder Meijs: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Ja, er zit meer aan. Maar laten we doorgaan. Er komt eerst een brief. Ik wilde agendapunt 13 sowieso gaan behandelen, dat gaat dus over de ‘Uitkomsten vervolgonderzoek HVO-Querido locatie Velserpoort’. En als we dat nog redden, dan is er nog 10 … Of, sorry, 12, de ‘Uitwerking regionale samenwerkingsverband Beschermd Wonen’. Dat vindt de wethouder wel belangrijk dat die toch wel heel even besproken wordt. Ik weet niet hoelang u daar over wil doen. En mocht het heel erg snel gaan, dan kunnen we altijd nog naar 14 en 15 kijken, maar ik vind het een beetje opportuun om dat nu te roepen. 13.

22.00 Uitkomsten vervolgonderzoek HVO-Querido locatie Velserpoort (MTM) 13.1 Afdoening toezegging: onafhankelijk onderzoeksrapport over de daklozenopvang De voorzitter: Laten we dan heel snel doorgaan met agendapunt 13, dat is de ‘Uitkomsten vervolgonderzoek HVO-Querido locatie Velserpoort’. Er is een werkgroep vanuit de commissie Samenleving aan het onderzoeken of er grond van waarheid is naar aanleiding van de insprekers die bij de maatschappelijke opvang verblijven. Het doel is om het functioneren van de maatschappelijke opvang te verbeteren en aanvullen wat nodig is, en om dak- en thuislozen zo spoedig mogelijk een goed traject te bieden binnen beschikbare middelen. Het punt was wel op verzoek van de ChristenUnie als bespreekpunt op de agenda, maar ik wil eerst het woord geven aan de heer Van Kessel van de VVD. De heer Van Kessel: Dank u wel, voorzitter, en dank u wel, mevrouw Booms ook. Voorzitter, het is wel een beetje een bijzondere avond, want op de agenda staat een rapport met de naam Daklozenopvang op waarde geschat. De afgelopen twee jaren hebben we hier in de gemeenteraad diverse insprekers gehad die slechte ervaringen hadden met de daklozenopvang. Over de bejegening, over onduidelijkheid over sancties en over het opstarten van hulptrajecten. Heel opvallend was de grote regelmaat waarmee de insprekers in de commissie kwamen.

Daarom hebben we met een zelfgevormd groepje raadsleden – en ere wie ere toekomt, het was de heer El Aichi die hiervoor het initiatief nam – maar samen met een zelfgevormd groepje raadsleden hebben wij een beeld willen vormen van de gehele keten rondom de maatschappelijke opvang. Dat hebben we een beetje buiten de schijnwerpers van de politieke aandacht gedaan. We hebben ons het afgelopen

73

halfjaar ingelezen in de vele stukken, schriftelijke vragen gesteld, een technisch gesprek met de ambtelijke ondersteuning gehad. Met die inhoud zijn we gesprekken ingegaan met mensen die werken in de keten van de maatschappelijke opvang. Ook in die gesprekken zijn we geweldig bijgestaan door de ambtelijke ondersteuning van de gemeente Haarlem en ook zijn zij heel nuttig geweest ook bij het regelen van de gesprekken met al die organisaties, dus waarvoor dank. Die gesprekken waren ontzettend goed. Dat waren gesprekken met mensen uit de opvang zelf, met mensen uit de cliëntenraad, met hulpverleners van de Brede Centrale Toegang, de GGD, perMens, HVO, RIBW K/AM, beveiligers van de locatie, All 4 Security, de beleidsmedewerkers maatschappelijke opvang en inkomen, en tenslotte ook de wethouder zelf. Het beeld dat wij hebben gezien is een beeld van een keten waarin de professionals geweldig werk leveren en goed met elkaar samenwerken. Medewerkers die dag in, dag uit zich inzetten voor Haarlemmers voor een dak boven hun hoofd, maar ook om hun in staat te stellen om hun eigen leven weer op de rit te krijgen. Het is echt mensenwerk. Voorzitter, u moet zich voorstellen dat het werken in de maatschappelijke opvang betekent dat je soms omgaat met mensen met multiproblematiek, soms verslavingen, psychische klachten, geweld.

Dat levert stressvolle situaties op en er gaat af en toe ook wel eens wat mis. Maar dat is eerder uitzondering dan regel, is ons beeld. Over de bevindingen die wij verder hebben gedaan zou ik graag de voorzitter willen vragen om zo meteen mevrouw Çimen daar een kleine toelichting op te geven. Rest mij om namens de werkgroep onze grote waardering uit te spreken voor de medewerkers en hulpverleners in de maatschappelijke opvang. Dank jullie wel. De voorzitter: Dankjewel, en jullie ook bedankt dat jullie het onderzoek gedaan hebben. Dus ik wil nu graag het woord geven aan mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja, heel kort, hoor. Voorzitter, dank u wel. Zoals gezegd, wij hebben als werkgroep een aantal constateringen gedaan over hoe het gaat in die opvang en vervolgens een zestal aanbevelingen geformuleerd aan zowel de raad als het college. We zijn ons er ook van bewust als werkgroep dat een aantal van deze aanbevelingen ook pas in de komende periode zullen worden opgepakt. Het is een zaak van lange adem, helaas. Onze werkgroep hoopt in ieder geval dat deze commissie en de wethouder kennis hebben kunnen nemen van ons beeld van de maatschappelijke opvang, van de samenwerking in de keten en ook onze vaststelling dat er heel veel goed gaat in de keten en ook zaken worden verbeterd in de tussentijd.

Tegelijkertijd is het wel goed om te benadrukken dat er zeker gevallen zijn en zijn geweest waarbij de bejegening van cliënten uit de maatschappelijke opvang tekortschoot. Dit wordt ook erkend door hulpverleners uit de keten. En om punten als bejegening, afspraken, rechten en plichten van cliënt en hulpverlener verder te verbeteren, hebben we expliciet aanbeveling nummer drie gedaan. Onze aanbeveling drie, zag ik ook, sluit mooi aan bij de uitkomsten van het vervolgonderzoek inzake Velserpoort. En nou ja, eigenlijk de eindboodschap is: doe er je voordeel mee. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wie kan ik het woord geven verder nog? Nou, ik zie mijnheer Zohri, GroenLinks. De heer Zohri: Dankjewel, voorzitter. Allereerst wil ik de collega’s bedanken voor het onafhankelijke onderzoek wat jullie hebben mogen uitvoeren naar de daklozenopvang en de aanbevelingen die u doet. Wat mij opvalt is dat u bij de bevindingen uw waardering uitspreekt naar de medewerkers in de hulpverlening van de maatschappelijke opvang. In dit onderzoek krijgen zij op deze manier een stem in het complexe werk wat zij uitvoeren. De aanbevelingen die u doet als onderzoekscommissie kunnen wij als GroenLinks Haarlem van harte ondersteunen en zien graag een reactie van de wethouder hierop.

Het onderzoeksbureau BING heeft een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd naar de opvolging van de uitkomsten van het GGD-rapport. Daaruit blijkt dat HVO opvolging heeft gegeven aan de aanbevelingen en er zeker zaken zijn die verbeterd kunnen

74

worden. Een vraag aan de wethouder. Vanaf 2021 monitort gemeente Haarlem middels kwartaalgesprekken de punten die extra aandacht nodig hebben. Wat zijn de resultaten hiervan en wat voor acties heeft u eventueel ondernomen om bij te sturen? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Goed dat er nu een onafhankelijk onderzoek heeft plaatsgevonden. Ik heb het over dat onderzoek wat hier staat. Dit onderzoek bevestigt een aantal kritiekpunten waar de insprekers over hebben ingesproken in de commissie. Het gaat met name om bejegening, wat nog steeds een probleem is. Hierbij kan de commissie van toezicht een belangrijke rol vervullen. De trajectbegeleiding schiet helaas ook nog tekort. De cliënten kunnen nu gelukkig beter met hun klachten terecht bij een cliëntvertrouwenspersoon en ik hoop dat HVO-Querido de houding ontwikkelt dat je van kritiek kunt leren en dat ze minder in de verdediging schieten bij op- en aanmerkingen op de gang van zaken. Hierin hebben de medewerkers van HVO-Querido ook een voorbeeldfunctie. Ook cliënten leren daarvan om niet in de verdediging schieten, maar serieus te kijken hoe hij of zij zelf verbeteringen aan kan brengen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul-Özen: Dank u wel.

Dit alles is gestart, omdat de SP twee jaar geleden ongeveer een zwartboek heeft gemaakt omdat er veel klachten waren. De belangrijkste punten van de klachten waren de bejegening, de trajecten, hulpverlening, dan wel de schorsing. Afgelopen jaar hebben inderdaad heel veel mensen ingesproken en de SP zag vanuit het zwartboek en de cliënten die wij toen gesproken hebben – ongeveer ruim veertig, vijftig mensen – een rode lijn in dit geheel. Daar is het mee begonnen. Tegelijkertijd lagen er twee rapporten die eigenlijk een beetje hetzelfde als onze bevindingen naar boven brachten. Daar is het college mee aan het werk gegaan en zijn er een aantal verbeterpunten gekomen. Zo is bijvoorbeeld nu als er schorsingen zijn, worden mensen niet meer de straat op geschopt, of in het weekend naar buiten gestuurd zonder dat er iets geregeld wordt, maar zijn er time-outplekken. Dat betekent dus dat daar een stukje verbetering is gekomen. Vervolgens zijn ook klachten geweest met betrekking tot de bejegening. Nou, dat zien wij nu ook in het BING-rapport bij dat stukje van vertrouwenspersonen. Die geven zelf ook aan dat tachtig procent van de klachten gaan over bejegening. Ook nu nog, helaas. Een ander punt was bijvoorbeeld de BCT. Daklozen werden daar weggestuurd, werden niet geholpen, of het was niet duidelijk wat er aan de hand was. Ook daar zien wij gelukkig nu een stukje verbetering.

Ik krijg geen klachten meer met betrekking van weggestuurd worden. De voorzitter: Gaat u ook afronden, mevrouw Özogul, want uw tijd is ook op. Mevrouw Özogul-Özen: Ja. Nou, wat wij wel vinden is dat er … Nou ja, het BING-rapport heeft een aantal mensen gesproken en dat is niet zeg maar de gehele opvang. Ze hebben de vertrouwenspersonen wel een brief gestuurd, maar de mensen in de opvang niet. Dat vinden we jammer. Ik lees bijvoorbeeld dat gezinnen minder verhaal kwijt konden door de drukte. Dat is ook inderdaad jammer. Ik zie dat met betrekking tot de slaapdienst staat er bijvoorbeeld dat dat komt omdat er corona is en de medewerkers daar bezig waren. Maar ook voor corona waren de slaapdiensten niet bezet. Daarnaast lees ik over de beveiligers, dat dat bij perMens en HVO dezelfde beveiligers waren. Maar het ging niet om de beveiligers, het ging de opdracht wat de beveiligers meekregen en daar zat nou net het verschil in. Kortom, er zijn verbeteringen. Wat ons betreft zijn er nog heel veel aandachtspunten zoals bijvoorbeeld inzage in je dossier, zoals bijvoorbeeld de bejegening. We zijn er nog niet en dan kunnen de insprekers …

75

De voorzitter: U moet echt afronden, mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul-Özen: Ja, als laatste. De raad heeft een onderzoek gedaan, maar ik vind het niet kunnen als we de insprekers tot heden weg kunnen zetten als zijnde dat er niks aan de was. Want er was wel degelijk wat aan de hand en dat hebben we afgelopen jaren gezien. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Dank u wel, voorzitter. Toch een korte reactie, ook een beetje als een soort persoonlijk feit. Het beeld dat de SP neerzet dat de werkgroep probeert te ontkennen eigenlijk wat de insprekers hier hebben gedaan, dat is in ieder geval niet het beeld wat wij hadden willen neerzetten. We hebben eigenlijk vooral een ander beeld willen neerzetten, naast het beeld wat de SP ook heeft gevonden in het zwartboek. Dus dat trekken wij niet in twijfel, we hebben alleen een beeld daarnaast willen zetten waarin wij zien dat er ook gewoon ontzettend hard gewerkt wordt door alle hulpverleners en ontzettend goed werk wordt gedaan, en dat dat af en toe, omdat het mensenwerk is, af en toe ook mis kan gaan. Wij hebben gezien dat, zal ik maar zeggen, de incidenten die hebben plaatsgevonden daadwerkelijk incidenten zijn, maar dat daar niet een structureel falen van een systeem achter zit waar stelselmatig fouten worden gemaakt, of iets in die richting.

De voorzitter: Wilt u ook afronden, de heer Van Kessel? De heer Van Kessel: Ja. En dat beeld wat de SP heeft neergezet, daar hebben we nu een ander beeld naast gezet, waarbij we ook nog een keer onze waardering nogmaals van harte uitspreken naar al die hulpverleners in de maatschappelijke opvang. De voorzitter: Dank u wel. Nog iemand van de commissie? Nee? Dan gaan we naar de wethouder. Wethouder Meijs. Wethouder Meijs: Dank u wel. Ook dank u wel voor het vele werk wat de raadswerkgroep MO – of, ik weet niet hoe ik uw onderzoek moet noemen – heeft gedaan. Ik waardeer dat zeer en ook ik kijk zo naar, hetzelfde eigenlijk zoals u net aangeeft richting de SP, daar kijk ik ook naar. Het is een beeld wat neergezet is, naast alle andere beelden die we hebben gezien. Maar ik ben wel blij met uw conclusie dat dit gedeeld is met ons als raad en met mij als wethouder, omdat ik soms wel het idee kreeg: kunnen we ooit nog iets goed doen daar? Dat is toch wel genuanceerd, dat vind ik prettig. Ik bedoel, het doet geen afbreuk aan verbeterpunten of zaken die in het verleden fout zijn gegaan of beter hadden gemoeten, daar wil ik bij voorbaat ook wel iets van vinden of van zeggen. Dat snap ik ook heel goed richting de SP. Maar het heeft het wel genuanceerd en dat vind ik prettig. De meeste conclusies waren niet nieuw, u heeft het ook persoonlijk al met mij gedeeld.

Dat vind ik ook prettig, dat ik me had kunnen voorbereiden op de dingen die gingen komen. Maar ik vond ze ook herkenbaar zoals ik ze altijd bespreek op mijn staf, als er een reden was om daar met mijn staf over te spreken, of de keren dat ik bij HVO heb gesproken dat de zaken niet waren, of de richting mij onhelder was. Dus daar ben ik ook blij mee dat het eigenlijk allemaal herkenbare punten zijn. En die zes aanbevelingen die u in uw commissie, of in uw raadswerkgroep heeft genoemd, zijn zeker onder onze aandacht en zal ik ook zeker nog op terugkomen daar waar het beleidsveranderingen betreft. Want er zitten een aantal aanbevelingen in die we al nemen, daar zitten al die verbeterpunten. Daar zit ook heel direct een lijn met de rapportage van BING. Dus daar zit gelukkig, hè, twee observaties die wel bij elkaar passen, want dat zou verschrikkelijk zijn als je daar twee verschillende observaties zou hebben. Ik hecht er nog wel aan om de accentverschillen te geven. Er is echt sprake van de Velserpoort, van de Aurora en van de Wilhelminastraat. Dat zijn echt drie totaal verschillende locaties. De Aurora is echt opgenomen als een tijdelijke voorziening, omdat we te maken hebben

76

met de COVID. Daar zijn ook andere typen cliënten terecht gekomen die we normaal op de Velserpoort en de Wilhelminastraat. Daar hebben we mensen met een grotere mate van zelfstandigheid, de hele omgeving van zo’n boot of zo’n schip vergt ook wel enige mate van zelfstandigheid, dus daar konden ook niet alle cliënten die op de Wilhelminastraat of de Velserpoort verbleven terecht. Dus ze verschillen ook wel qua aanpak. Sowieso verschilt de Wilhelminastraat qua aanpak van de Velserpoort, het zijn echt twee totaal verschillende doelgroepen. Ze sluiten aan bij ons beleid. Daar waar het af gaat wijken, of moet gaan wijken – want u heeft ook duidelijk een accentverschil gelegd bij dat er heel veel opstropingen zit, dat de doorstroming ingewikkeld is. U heeft iets geconstateerd over de instroming van de cliënten. Nou, op al die zaken waar ik denk: dit schuurt met het beleid. Daar kom ik zeker bij u terug om dat met u te bespreken, maar gezien de tijd lijkt me dat niet wenselijk om dat nu op dit moment te doen. Bovendien moet ik dat ook enigszins voorbereiden. Een aantal dingen, zoals de SP ook al zegt, hebben we al aangepakt en veranderd.

Cliënten krijgen allemaal een traject aangeboden en we zijn op dit moment ook weer druk bezig om de Aurora af te bouwen, want die moet binnenkort weer weg en dan, nou ja, zoals u hebt kunnen zien in het vorige be… Nou, geen bespreking, maar bij de insprekers, zijn we ook druk op zoek naar andere doorstroomlocaties, zoals het Anton Pieckhofje. De toegang tot de dossiervorming, dat was ook een van de punten van voorheen, al dat soort zaken. Cliënten kunnen daar nu in, dus nou, er is op veel niveau denk ik wel wat verbeterd. Die hele instroom, doorstroom en uitstroom, daar kom ik nog bij u terug, ook naar aanleiding van het Anton Pieckhofje. Maar daar zit ik soms wel echt knel. Daar zit ik echt knel, omdat ik onvoldoende doorstroomvoorzieningen heb en ik heb u al beloofd dat ik daar in ieder geval schriftelijk voor wat betreft het Anton Pieckhofje op terug zou komen. Maar de alternatieven zal ik zeker met u komen bespreken, ook over de instroom en de doorstroom heb ik nog wel wat op te merken. En verder, de stand van zaken, want de aanbeveling van het BING-rapport heeft u volgens mij ook kunnen lezen. Daar waren een aantal aanbevelingen in gedaan en die zijn allemaal besproken met HVO-Querido. Daar doen wij kwartaalrapportages. Dat gebeurt ambtelijk.

Ik krijg daar terugkoppeling van en daar waar het knelt, komt het echt als een bespreekpunt, maar op dit moment worden alle aanbevelingen opgepakt en uitgewerkt. Het vergt enige duurzaamheid om alle aanbevelingen en verbeterpunten natuurlijk te laten landen, maar ik kan u zeggen dat we hard op weg zijn, niet gehinderd door enig dilemma zoals de COVID, maar we zijn op weg om alle verbeterpunten aan te pakken. En daar waar het op een gegeven moment klaar zal zijn of iets te melden is, zal ik die aanbeveling ook met u delen. Voor zover. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Ik had nog niks gezegd, maar nou, dank in ieder geval dat u toezegt om, als er iets te melden is, het te melden. Maar het zou misschien ook wel goed zijn om bijvoorbeeld over een jaar weer eens te kijken hoe het dan gaat met de aanbevelingen uit het BING-rapport, … Wethouder Meijs: Ja, prima. De heer Hulster: … want ja, een aantal is misschien door corona niet opgevolgd, of andere redenen, maar er zitten een aantal bij die toch wel heel belangrijk zijn wat ons betreft. Dus we zouden graag daar nog een keertje een overzicht van zien hoe het er dan mee staat. Wethouder Meijs: Nou, dat is prima. Nog even een kleine correctie op een detail van mevrouw Özogul.

Er zijn 34 cliënten volgens mij betrokken bij de rapportage van BING, dus het is niet zo dat er maar één of twee mensen zijn betrokken. Dus mijn informatie is dat het echt wel een grote groep cliënten is geweest, want dat was juist ook een van de aandachtspunten die u naar voren had gebracht uit het vorige rapport. Dus dat wilde ik in ieder geval nog wel even nuanceren. Dus voor zover.

77

De voorzitter: Dank u wel. Oké, dit punt hebben wij voldoende besproken. 12. 21.35 Uitwerking regionale samenwerkingsverband Beschermd Wonen (MTM) De voorzitter: We hebben nog bijna een kwartiertje, we kunnen nog even agendapunt 12 doen, dat wil de wethouder nog. Ik weet niet of daar nog behoefte aan is om die te gaan behandelen? De wethouder stelde dat wel op prijs. Ik weet niet of iemand dat voorbereid heeft? Ja, zullen we dat even doen dan? Dan hebben we dat in ieder geval gehad. Dan gaan we even nummer 12 doen, dat is ‘Uitwerking regionale samenwerkingsverband Beschermd Wonen’. Het college heeft een besluitvormende bevoegdheid met betrekking tot de intergemeentelijke samenwerking onder de voorwaarde dat de raad hiervoor toestemming verleent. Er zijn verschillende juridische samenwerkingsmogelijkheden. De verschillende samenwerkingsmogelijkheden zijn de afgelopen jaren in kaart gebracht, waarbij een afwegingskader toegepast is om de voors en tegens op een rij te zetten. Het college is bezig met een verdere verkenning en uitwerking van de oprichting van een gemeenschappelijk orgaan. Het is een bespreekpunt. Wie kan ik hier voor het eerste woord geven? De heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Dankjewel, voorzitter.

Sociaal professionals en gemeente hebben de verantwoordelijkheid om mensen met een psychische kwetsbaarheid te ondersteunen, want iedereen hoort erbij in een inclusieve samenleving. Hoe kan je als professional of gemeente aan deze mensen de juiste ondersteuning bieden? Aandachtsgebieden waarop de ondersteuning van beschermd wonen is gericht zijn veiligheid en bescherming, herstel zelfredzaamheid en behoud of herstel van regie op alle levensdomeinen: gezondheid, zelfverzorging, sociale contacten, omgaan met geld, dagbesteding, vaardigheden voor het leven van alledag. Vier, participatie en meedoen. Ik wil het college meegeven om meer in te zetten op de menskant en een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor kwaliteit. In plaats van voorschriften of lijstjes en procedures ontstaat een behoefte om ruimte te bieden aan kwaliteit doen. Geen papieren tijger met ontelbare kwaliteitsdocumenten, maar de focus op het primaire proces. Kwaliteit vindt plaats tussen de zorgprofessional en cliënt. Verder stemt het CDA met een verdere uitwerking ter voorbereiding op de oprichting van een gemeenschappelijk orgaan beschermd wonen voor de regio Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer. Dankjewel. De voorzitter: Dank u wel. Had u een interruptie, heer Hulster? Oké, dan mag u uw termijn doen. De heer Hulster: Dank u wel, voorzitter. Wij sluiten ons eigenlijk aan bij de woorden van het CDA.

Wij zijn ook voor de oprichting van een gemeenschappelijk orgaan, omdat we dan als gemeenteraden de meeste invloed kunnen blijven uitoefenen op de uitvoering van de maatschappelijke opvang in de regio. En dat we, ook gezien de discussie die we net hebben gevoerd, denken we dat het relevant is om echt vinger aan de pols te houden. En ja, wat ons betreft is dat een betere vorm dan zoals nu, centrumgemeente of convenant, waarbij het meer op afstand komt te staan. In het stuk wordt gezegd dat het ingewikkelder is en dat het personeel, omdat een gemeenschappelijk orgaan niet zelf personeel in dienst kan nemen, maar dat er dus personeel van de verschillende gemeentes gebruikt moet worden. Maar wat ons betreft is dat eigenlijk niet zo’n bezwaar. Het is natuurlijk ook niet duurder, want dat personeel is er al, alleen geef je even een andere taak. Dus volgens ons is dat prima op te lossen en dat is juist zou dat ook wel goed zijn voor de samenwerking dat mensen uit verschillende gemeentes met elkaar samenwerken om dat gemeenschappelijk orgaan vorm te geven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Zohri, GroenLinks.

78

De heer Zohri: Dankjewel, voorzitter. GroenLinks zal instemmen met de verdere uitwerking voor de vorming van een gemeenschappelijk orgaan, waarbij alle regiogemeenten verantwoordelijkheid in dragen. De vorming van deze gemeenschappelijke orgaan blijft dicht bij de huidige praktijk zoals deze nu uitgevoerd wordt en wij als raad invloed kunnen uitoefenen. Ik heb wel een tweetal vragen aan de wethouder. De taken van P&C en contractmanagement worden ondergebracht bij één gemeente en deze vinden nu plaats in Haarlem, neem ik aan. Wat gebeurt er met deze medewerkers indien deze taken naar een andere gemeente gaan? GroenLinks zou graag ook willen weten van de wethouder of er evaluatiemomenten opgenomen gaan worden, zo niet, of deze mee te nemen in de verdere uitwerking. Dankjewel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Yerden, PvdA. De heer Yerden: Dank u wel, voorzitter. De PvdA-fractie gaat akkoord met de uitwerking door het college van het gemeenschappelijke orgaan. Dat was het, dank u wel. Kort en krachtig. De voorzitter: Kijk, dat zijn de bijdrages waar we op zitten te wachten, daar houden we van. Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Idem, is ook een goed woord. Mevrouw Stroo: In deze uitwerking staat dat de wens is om van intramuraal naar zo gewoon mogelijk thuis wonen te gaan. Jouw Haarlem kan zich in deze visie vinden.

Het netwerk van een cliënt kan, indien een cliënt herstelondersteuning en overige zorg aan huis krijgt, op die manier zoveel mogelijk in stand worden gehouden en indien nodig opgebouwd en uitgebreid worden. Het netwerk is belangrijk voor de cliënt om zijn hoofd boven water te houden en als ondersteuning in het dagelijkse leven, ook volgens de inzichten van psychiater Jim van Os. We kunnen hiermee akkoord gaan, zolang iemand thuis de zorg krijgt die hij nodig heeft om thuis op een aanvaardbaar niveau te functioneren. We vinden het belangrijk dat er voldoende mogelijkheden blijven om in een beschermde woonvorm terecht te kunnen, mocht het toch te hoog gegrepen zijn voor iemand. Dat betekent dat Haarlem niet meer als centrumgemeente zal fungeren, maar dat elke stad eenzelfde verantwoordelijkheid heeft hierin. Jouw Haarlem gaat ook akkoord met de verdere uitwerking van de regionale samen… De voorzitter: Dank u wel. ‘…’? Nog niemand? Wethouder Meijs, gaat uw gang. Wethouder Meijs: Zal ik het ook kort en bondig doen? Dank voor de steunbetuigingen en we gaan verder. Zodra we weer iets kunnen melden bij u, zullen we dat zeker weer doen. Even als reactie op het CDA. Regel één: let op de mens, en niet op de regels, hè? Cliënt centraal, dichtbij en in preventief karakter – zoals mevrouw Stroo zegt – dicht aan huis.

De vraag van GroenLinks kan ik niet beantwoorden, dat is een technische vraag over de rechtspositie van de medewerkers. Dat ga ik uitzoeken. Ja, het is de avond van de rechtspositie. En de evaluaties kan ik u beantwoorden. Natuurlijk, die nemen we mee en dan komen we altijd bij u terug. Dus wat dat betreft, dat waren de twee vragen die overbleven. De voorzitter: Nog iemand een tweede, derde termijn? Nee, hè? Goed, dank u wel, wethouder. U gaat nog de vraag van GroenLinks uitzoeken, dat wordt nog technisch beantwoord. Nou, we hebben dus twee punten, die gaan we niet behandelen vandaag. Ja, het valt nog mee. Dat is dus agendapunt 14 en 15, en 11 hadden we al gezegd, daar komt nog een dingetje voor. Dan gaat het om die twee dingen die we uitstellen, willen we daar in de volgende vergadering op 17 juni, willen we die daar gaan behandelen, of denkt u: het kan ook na de zomer, of helemaal niet? Even, wie heeft er een inbreng op 14 en 15? Dat u het wil gaan behandelen. Daar moeten we een aparte vergadering voor openen dan, op de 17e. Het is niet nu, hè? Of nu? Als alleen mijnheer Yerden wil behandelen, dan behandel ik hem nu, hoor. Dan zijn we ervan af.

79

Wethouder Meijs: Dan hoeven we geen extra commissie, jongens. De voorzitter: Ja? Dan doen we dat toch? De heer Hulster: Voorzitter? Agendapunt … De voorzitter: De heer Hulster. De heer Hulster: Agendapunt 14 was toegevoegd omdat we het over de maatschappelijke opvang gingen hebben. Volgens mij hebben we het daar afdoende over gehad, dus wat mij betreft kan dat punt, ja. De voorzitter: Dat is ook een hele goede, nog beter. 15. 22.45 Beantwoording art. 38 vragen PvdA over geweld tegen ouderen (MTM) notitie Bijlage normaal Dit 15.1 Art. 38 vragen PvdA inzake huiselijk geweld in Haarlem De heer Yerden: Alleen 15. De voorzitter: 15, beantwoorden PvdA. Nou ja, die hoeven we niet te doen, oké. Nou, nee, laten we die gewoon doen. Mijnheer Yerden, u heeft al zo lang zitten wachten. Mijnheer Yerden, ik ga even voorlezen, ook voor thuis, even … Wethouder? We gaan even toch 15 even snel doen, want dat is … Wethouder Meijs: Wat is dat? De voorzitter: ‘Beantwoording artikel 38 vragen PvdA over geweld tegen ouderen’. Ik ga even het stukje voorlezen, ook voor thuis. Uit de beantwoording van de artikel 38-vragen over ouderenmishandeling spreekt een passief beleid. Uit het overzicht van Veilig Thuis is zelfs sprake van een afname van het aantal meldingen, terwijl allerlei signalen erop wijzen dat er een toename is van huiselijk geweld.

Ook op het gebied van wonen, welzijn en zorg is er sprake van een tekortschieten van het beleid voor ouderen. Hoewel de gemeente geen categoraal beleid voert, lijkt het de PvdA-fractie belangrijk om een integraal beleid voor ouderen te ontwikkelen en wil de PvdA de andere fracties vragen om input te geven of dit een vervolg kan krijgen en wat daar ideeën voor zouden zijn. De heer Yerden, gaat uw gang. De heer Yerden: Dankjewel, voorzitter. Ik zal het heel kort houden. De beantwoording van artikel 38-vragen over ouderenmishandeling spreekt een passief beleid. Uit het overzicht van Veilig Thuis is zelfs sprake van een afname van het aantal meldingen, allerlei signalen erop wijzen dat er een toename is van huiselijk geweld. Ook op het gebied van wonen, welzijn en zorg is er sprake van een tekortschieten van het beleid voor ouderen. Hoewel de gemeente geen categoriaal beleid voert, lijkt het de PvdA-fractie belangrijk om een integraal beleid voor ouderen te ontwikkelen. Het doel van de bespreking is om of er in de gemeenteraad voldoende draagvlak is om het college op te dragen zo’n beleid te ontwikkelen met als sleutelwoorden inclusie en diversiteit. Een inclusieve samenleving is een voorwaarde voor participatie. Iedereen doet mee, dat is een van de motoren van de transitie en kanteling van de aanpak in het sociaal domein. Daar past een inclusieve werkwijze uitstekend bij.

Zo gaan transitie en inclusie hand in hand. Ik ga afronden. Inclusief beleid is geen doelgericht beleid. Een inclusieve samenleving is een samenleving waarin reguliere oplossingen juist de voorkeur krijgen boven alle oplossingen voor specifieke doelgroepen. Voorwaarde is echter wel dat die toegankelijk zijn voor alle burgers. Is dat nog niet het geval, dan is het specifieke beleid voor bepaalde doelgroepen nodig. Het is voor ouderen belangrijk om mee te kunnen blijven doen, daarom moeten er optimale voorwaarden voor hen

80

worden gecreëerd om dit te kunnen blijven doen. Dat betekent aan de ene kant het bieden van voldoende ondersteuning, zodat zij zo lang mogelijk op een veilige manier zelfstandig in hun eigen woning kunnen wonen en aan de andere kant, als het langer kan, het bieden van woonvormen waarop zij op hun eigen wijze in de samenleving kunnen participeren. Door de toename van het aantal ouderen worden de vragen over deze categorie in zijn diversiteit steeds belangrijker. Een goede aanpak … De voorzitter: Kunt u afronden, de heer Yerden? De heer Yerden: Bijna, nog een paar zinnen. Een goede aanpak vereist een proces van beleidsontwikkeling in samenhang met inventariserend en participerend onderzoek. Het rapport van de Rotterdamse rekenkamer, Broze Bedoelingen, ex ante onderzoek naar effecten ouderenbeleid 2021, laat zien wat de gevolgen zijn als het beleid onvoldoende afgestemd is op de behoeften van ouderen. De PvdA-fractie verzoekt het college om een onderzoek in te stellen en daarmee rekening te houden met ervaringen in Rotterdam. Het gaat daarbij om de veiligheid, wonen, zorg vanuit een integrale benadering worden bezien. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wie kan ik nog … Nou, mevrouw Stroo, gaat uw gang, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Ik vraag me af of we dat hebben in Haarlem, ouderenbeleid. Ik denk het wel.

Maar wat u voorstelt is denk ik nog niet … Wat de PvdA voorstelt is denk ik nog niet zo makkelijk in te voeren, snap je? Je moet er ook nog handen en voeten aan geven, aan zo’n beleid. Hoe ziet u dat voor zich? De heer Yerden: Daarom is het een vraag aan het college of ze zo’n beleidsontwikkeling, inventariserend onderzoek even laten doen, net zoals in Rotterdam. De voorzitter: De heer El Aichi, CDA. De heer El Aichi: Ik heb een interruptie. Uit ervaring begrijp ik dat ouderenmishandeling onder Veilig Thuis valt. Mijn vraag aan de Partij van de Arbeid: heeft u met Veilig Thuis gesproken? Ik weet dat zij ook iemand in dienst hebben die speciaal aandacht besteedt aan ouderenmishandeling. Heeft u met Veilig Thuis gesproken? Dat is mijn vraag. De heer Yerden: Ik heb met verschillende personen gesproken en zij hebben gezegd: de meldingen neemt af, maar dat betekent niet volgens hen dat ze op de hoogte zijn. Door de corona kunnen zij niet de melding doen. Landelijk is toegenomen. De voorzitter: Dank u wel. Is er nog iemand? De heer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Trots Haarlem steunt de PvdA van harte. Heel belangrijk, agressie tegen ouderen. Volgens mij was het verzoek of we allemaal mee willen denken. Dat doen we graag, dus we spreken elkaar. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Meijs, gaat uw gang.

Wethouder Meijs: Om als eerste te spreken en antwoord te geven op het CDA, want u vroeg het aan de PvdA, maar ook ik heb met Veilig Thuis contact gehad. Volgens mij was er een kleine stijging van het aantal meldingen over ’20 ten opzichte van ’19. Licht, niet veel, maar wel licht. Dat was opvallend, omdat er inderdaad in het coronajaar eigenlijk een daling van de algehele meldingen was, dus dan ben je natuurlijk wel alert en dan wil je daar graag een verklaring voor hebben. Ik kan niet helemaal meegaan als ik u nu hoor zeggen: doet u even een onderzoek om te komen tot nieuw beleid op het gebied van ouderenmishandeling. Ik

81

denk, we hebben volgens mij hier een integrale aanpak, iedereen vinden we belangrijk als het gaat over geweld en niet specifiek ouderen. Wat ik u wel kan toezeggen is dat we even contact gaan zoeken met Rotterdam. Als zij heel specifiek iets daar hebben ontwikkeld, dan kunnen we daar misschien gewoon beter even grossieren en even iets onder de arm meekrijgen van Rotterdam. Want ik besteed wat dat betreft dan liever mijn geld om even een telefoontje te doen en wat goed te pikken bij de buren, dan zelf zo’n onderzoek doen. We nemen ouderen heel serieus en zeker als u het idee heeft dat we dat niet doen, dan schieten we tekort. Ik kan wel toezeggen dat we het actieprogramma wat volgens mij wel hangt onder dit geheel, kan ik u wel doen toekomen, zodat u kunt zien wat voor acties wij allemaal ondernemen in dit opzicht. Maar specifiek voor ouderen of ouderenbeleid te gaan op te zetten hierover, dat gaat echt veel te ver. We nemen ouderen bloedserieus, in wonen, we hebben allerlei actieprogramma’s. Ouderenbeleid is specifiek benoemd in onze woonvisie, ouderen wordt specifiek benoemd als het gaat over bescherming daar waar huiselijk geweld betreft. Ik bedoel, maar dat is niet anders dan alle andere doelgroepen als het gaat over huiselijk geweld. Dus ik vind het ingewikkeld als u mij nu gaat vragen om daar heel specifiek een label met ouderen aan toe te voegen.

De heer Yerden: Maar als ik bekijk, de andere gemeente besteedt wel aandacht aan ouderenbeleid. Dat is een grote doelgroep en de ouderenpopulatie neemt toe. En diversiteit is ook groot, hè, er zijn afhankelijke ouderen. Maar hoe gaan we daarmee om in de toekomst, wonen, zorg en welzijn van ouderen? Daarover hebben we helemaal geen beeld. Wethouder Meijs: Maar onlangs heeft uw partij ervoor gezorgd dat in de hele woonvisie die club, de ouderen, heel specifiek benoemd wordt. Dus daar luisteren we heel erg goed naar. Daarover heeft u een initiatiefvoorstel geschreven en dat wordt heel goed opgepakt en uitgevoerd. Dus dan verwijt u uw eigen iets, ik bedoel … De heer Yerden: Maar het gaat niet alleen over wonen, maar het is breder. Beleidsontwikkeling voor ouderen, daarover hebben we geen inzicht eigenlijk. Wethouder Meijs: Jawel. Nee, ik … Nou, dat vind ik niet terecht. Ook ik heb gebeld met Veilig Thuis, ook ik heb die cijfers gezien en de specifieke doelgroep ouderen is wel zeker onder onze aandacht, zeker als ik kijk naar mijn portefeuillehouder voor wonen en gezondheid & sociaal domein hebben we het regelmatig. Kijk naar het project Ook later lekker wonen, daar anticiperen we op de grote vergrijzing en op de dubbele vergrijzing. We nemen het volgens mij uiterst serieus.

En het is niet een tekort in het beleid, als wel dat het nu waarschijnlijk ergens door uw connectie met Rotterdam naar boven komt dat zij daar specifiek beleid op hebben, maar dat wil niet zeggen dat wij het niet goed doen. Dat vind ik echt een andere … De voorzitter: Ik wil het even gaan afkappen, want u bent al lang door de tijd heen ook, maar ik zag dat de heer El Aichi nog zijn hand opstak voor een interruptie. De heer El Aichi: Ik was het eigenlijk met de wethouder niet eens als het gaat om ouderenmishandeling. Kijk, de doelgroep ouderen, die vergt totaal een andere aanpak dan gewoon anderen. Ik bedoel, stel dat je te maken krijgt met dementie bij ouderen, dan wordt ook financieel misbruik door kinderen, door families en door al … Dus dat vergt totaal een andere aandacht dan gewoon mishandeling bij anderen en ik denk dat het wel handig is om daar extra aandacht aan te besteden. Ik weet wel vanuit Veilig Thuis dat zij een deskundige hebben die, als je informatie hebt, dat instellingen hem of haar bellen om informatie te geven. Ik denk dat we dat moeten blijven versterken. Nou ja, dat is het eigenlijk.

82

De voorzitter: Mooi. Wethouder Meijs: U raakt een … De voorzitter: Nou ja, ik wou zeggen: uw tijd is ook op. Dat is … Wethouder Meijs: Ja, maar u raakt een punt. Dat is zo, er is op sommige gebieden echt wel een specialisme nodig. Die hebben we ook, we trainen ook onze professionals daar ook op. Dat doen we bij de Sociale Wijkteams, dat doen we in andere situaties trainen we ze daarop. Dus daar is zeker wel aandacht voor. Het probleem wat u aangeeft, mijnheer El Aichi, over het financiële misbruik bij ouderen et cetera. Dat zijn juist hele specifieke kenmerken voor dementerende ouderen. Maar het wil niet zeggen dat we het niet doen. We doen dat zeker wel en we trainen daar onze mensen op en hebben de aandacht voor. In die hele meldcode, die digitale meldcode mishandeling, daar is volgens mij ook nog weer een afgeleide voor specifieke vragen voor ouderen. Dus ik bestrijd dat we daar onze ogen voor zouden sluiten, dat bestrijd ik echt. En dat dit iets specifieks nodig heeft om door te vragen als je daar een vermoeden van hebt, ja, dat geloof ik. Daar worden onze mensen ook wel in geholpen of getraind ook. Maar dat is voor heel veel terreinen dat we daar iets voor doen of actief op zijn. De heer El Aichi: ‘…’ (buiten microfoon). Wethouder Meijs: Nee, is geen ad-hocbeleid. De voorzitter: Ik wil het punt gaan afsluiten.

De … De heer Yerden: Misschien moeten we even met een initiatiefvoorstel of een motie indienen. De voorzitter: Dat staat u altijd vrij, ja. Nou, ik heb wel een toezegging van de wethouder. De wethouder gaat wel contact opnemen met Rotterdam, kijken hoe ze dat doen. En hoe gaat u daar ons over informeren wat daar … Wethouder Meijs: Ga ik natuurlijk u laten weten. De voorzitter: We krijgen nog even … Wethouder Meijs: Ik ga even bellen met Rotterdam. Nou, we gaan bellen met Rotterdam en ik laat u weten als daar iets uit voortkomt wat wij … De heer Yerden: ‘…’ (buiten microfoon). Wethouder Meijs: Kijk, dank u. De voorzitter: Heel goed, dank u wel. Dan hebben we eigenlijk alle punten van vandaag gehad en dan hoeven we in principe niet op 17 juni nog een vergadering te gaan doen. Wethouder Meijs: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Ja, die hoeven we niet te doen, toch? Dat komt dan na de zomer, want daar zit geen bloedspoed achter, volgens mij.

83

Wethouder Meijs: Hij was ter informatie, het rapport CJG-Sociaal Wijkteam. Dat komt dan na de zomer. De voorzitter: Ja, die is geagendeerd en die komt gewoon na het zomerreces, ja. Mevrouw Klazes: Die zouden we toch nog wel gaan … Voorzitter, van de orde, voorzitter. Die zouden we toch nog wel gaan behandelen op 17 juni, die CJG … De voorzitter: Nee, we zouden niks gaan … We zouden het voor een volgende vergadering doen. Als het eventueel nodig is, maar het schijnt niet nodig te zijn om het nu al te doen. En de 17 e is echt alleen om de spoedige zaken nog af te kunnen handelen voor de raad, en die hebben we niet meer. Ja, hij staat gelijk op de eerste in september op de agenda. Ja? Mevrouw Klazes: Gaat iedereen nu … Vinden wij het prima dat dit na het zomerreces wordt behandeld dan? Mevrouw …: ‘…’ (buiten microfoon). Mevrouw Klazes: Sorry? Mevrouw …: ‘…’ (buiten microfoon). Mevrouw Klazes: Ja, dat vind ik eigenlijk ook, ja. Er is een samenhang … Sorry, voorzitter? Voordat we gaan afhameren. De voorzitter: Hij is al afgehamerd. Mevrouw Klazes: Er is een samenhang met het Jeugddomein, met die CJG-coach die daar een belangrijke rol in spelen. Dus ik had wel een soort van urgentie om dat voor het reces nog te bespreken, omdat direct na het reces wethouder Botter komt met zijn verwervingsstrategie die hier ook weer wat mee te maken heeft. Mevrouw …: ‘…’ (buiten microfoon).

Mevrouw Klazes: Ja, ook in die raadsvergadering. Maar daarvoor wil ik wel graag weten hoe dat nou precies zit met die CJG-coach en die aansluiting bij de Sociaal Wijkteams, want het is wel een belangrijk integraal onderdeel van jeugdzorg, ja. We kunnen het ook kort houden, hè? Ik bedoel, ik ga niet enorm klieren. De voorzitter: Zullen we het nu gelijk doen dan? De heer …: Nee, ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Ja, ik ben er nou toch. ‘…’ die nog spreektijd hebben natuurlijk doen, hè? Einde opname

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12290671/1