Transcript commissie Samenleving 2 september 2021
Tekst van het document
Er zijn vrijwilligers die dit ook doen om hun kwaliteit en kwalificaties te verbeteren. Dus zeker ja. De voorzitter: Oké, dank u wel. Verder nog iemand? Nee. Dan gaan we u bedanken voor uw bijdrage. De heer Kosters: Dank u wel. De voorzitter: En dan gaan wij de volgende inspreker roepen. Dank u wel. De heer Kosters; Oké. De voorzitter: Goedenavond mevrouw Ooms. Mevrouw Ooms zit hier namens de wijkraden Schalkwijk, als ik het goed begrepen heb. En u weet hoe het werkt inmiddels. U krijgt ook weer drie minuten de tijd. Het rechter knopje van de microfoon. Ja? Rechter. Ja, gaat uw gang. Mevrouw Ooms: Geachte leden van de Commissie Samenleving. Zoals net al gemeld, ik spreek hier namens vier Schalkwijkse wijkraden. Mijn naam is Riet Ooms en ik ben de voorzitter van de wijkraad Molenwijk. Vanavond vergadert u commissie over de aanbesteding van de uitvoering van een groot deel van het Haarlemse welzijnswerk. Wij als wijkraden zijn een belangrijk onderdeel van het sociale weefsel van de stad. Voor een kwalitatief hoogwaardige uitvoering van ons werk zijn wij afhankelijk van goede onafhankelijke, professionele ondersteuning. De door het gemeentebestuur gekozen route van openbare aanbesteding van het welzijnswerk aan één commerciële marktpartij zien wij met grote bezorgdheid aan.
Deze vorm van organisatie van publieke diensten voor de gemeenschap stamt nog uit de tijd dat de overheid klein moesten zijn en de markt de oplossing bood voor al uw problemen. Een aantal crisissen verder komen er steeds meer mensen achter dat het neoliberalisme wellicht niet failliet is, maar bewezen heeft op vele plekken niet te werken. Achterhaald door de realiteit zeg maar. De Haarlemse gemeenteraad is formeel de baas van de stad en door het voor acht jaar overdragen van haar bevoegdheid aan een marktpartij geeft ze daarmee ook de controle over het sociale weefsel uit handen. In veel Nederlandse gemeenten is dit beleid al eerder uitgevoerd, vaak met een sterke verslechtering van de geboden ondersteuning. Dit blijkt uit veel onderzoeken.
50
We verwijzen graag naar de rapporten van het landelijk Samenwerkingsverband Aandachtswijken, het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn en de twee onlangs gehouden debatten over de aanbesteding in de Pletterij. Openbaar aanbesteden werkt wellicht in de bruggenbouw. Openbaar aanbesteden werkt niet als er kwetsbare sociale verbanden moeten worden ondersteund door tijdelijk ingehuurde professionals. Er ontstaat een machtsconcentratie bij één organisatie die de andere organisaties, de onderaannemers, al of niet tijdelijk aan zich bindt om producten uit te voeren. De praktijk leert dat de winnaar van zo'n zeer complexe aanbestedingsprocedure degene is die het mooiste rapport schrijft. Helaas is dat niet altijd degene die het dichtst bij de bewoners staat. Dat is de bevlogen hulpverlener bij de kleine organisatie. In het door het college gekozen model worden ook de ambtenaren in de sociale wijkteams op termijn geprivatiseerd via een sterfhuisconstructie. Het management van de bestaande en grote Haarlemse instellingen bezwijken inmiddels aan de nieuwe regeldruk en de ratrace om maar mee te kunnen doen in deze komende aanbesteding. Wij vinden deze vorm van werkverschaffing een enorme verspilling van maatschappelijke creativiteit die bovendien kan leiden tot een verlies aan maatschappelijk kapitaal als goede werkers straks aan de kant komen te staan.
De kwetsbare bewoners van onze stad zijn dan de dupe en betalen de prijs. Namens de vier Schalkwijkse wijkraden doe ik dan ook een dringende oproep op u om bovenstaande punten in uw besluitvorming mee te nemen en we wensen u veel wijsheid toe. De voorzitter: Dank u wel voor het inspreken. Zijn er nog vragen vanuit de commissie voor mevrouw Ooms? De heer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Ja dank u wel. Nou ja u maakt zich wel terecht zorgen en u zegt heel terecht, in het door het college gekozen model. Begrijpt u hoe het kan dat het college eigenlijk voor deze keuze gaat? Wat u noemt toch wel wat bezwaren op. Zien ze dat dan niet? Of is wat u zegt dan niet waar? Of? De voorzitter: '...' De heer Van den Raadt: Nou, dat zou ik niet weten. Ik vind het grote onzin, dus daar moet ik dan een technische vraag over stellen, dat wordt natuurlijk moeilijk voorzitter. Ik ben blij dat mevrouw Ooms het wel doorheeft, dat het college totaal verkeerd zit. Mevrouw Ooms: Onze insteek was ook eigenlijk: de meeste bezwaren zullen waarschijnlijk komen vanuit de mensen die het werk moeten gaan uitvoeren en vanuit de instanties, maar wij hebben het eigenlijk vanuit de andere kant bekeken en gezegd van wij zijn de ontvangende partij. Dat wil zeggen: onze burgers zijn de ontvangende partijen en die mogen hier zeker niet de dupe van worden.
En dat is waar wij ons zorgen over maken en die zorgen wilden we graag bij u neerleggen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Oomkes wilde ... Ja, de heer Oomkes, PvdA. De heer Oomkes: Ja, het goede knopje. Goedenavond Riet. Dit hele proces wat we zijn ingegaan is een proces wat leidt tot een grotere samenwerking van verschillende organisaties in een aantal gebieden, in dit geval in sociale basis. Zie je dan helemaal geen voordelen in dit systeem? Je komt over als iemand die twijfelt aan het nut en noodzaak, je ziet alleen maar verslechterende posities op economisch gebied, en je ziet een mindere effectiviteit. Dus vandaar mijn vraag. Mevrouw Ooms: Nou kijk, ik ben het best wel met u eens als u zegt: er zijn op dit moment misschien te veel contracten met allerlei uitvoerders en allerlei instanties. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat we straks
51
moeten gaan zeggen: we gaan het geheel overhevelen naar één partij, die misschien helemaal niet eens het Haarlem komt, en waarbij we misschien alle knowhow in alles wat is opgebouwd in onze stad door de bekende instellingen, dat we dat dan overboord zouden gooien. Maar ik ben het best wel met u eens dat er waarschijnlijk wel een slag gemaakt kan worden in de veelheid van contracten die er op dit moment is en de overlappingen, want daar storen wij ons ook wel eens aan.
De voorzitter: Dank u wel. Verder nog iemand een vraag? Nee. Dan wil ik mevrouw Ooms hartelijk bedanken. Dank u. En doet u het knopje uit? Ja, dank u wel. 12.1Afdoening toezegging: uitkomsten eerste dialoogfase richting de Commissie Samenleving voor de start van de tweede dialoogfase De voorzitter: Dan gaan wij door met het stuk. Ik heb de inleiding al gedaan. Het is zoals gezegd een bespreekpunt en conform de toezegging van de wethouder gaan wij het nu bespreken, om de uitkomsten van de eerste dialoog Gewoon in de Wijk met de commissie te bespreken. En wie mag ik hierover het eerst het woord geven? De heer De Lint, CDA. De heer De Lint: Dank u wel voorzitter. Ja, ik zit hier vandaag ter vervanging van een collega die thuis is in deze materie en ik ben dat niet, maar dat neemt niet weg dat ik erg geschrokken ben van de bijdrage van de insprekers hier. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat wij nu de grote vrijwilligersorganisaties van Haarlem waar we zo blij mee zijn, zo dankbaar voor mogen zijn dat ze zoveel mensen zich willen inzetten, dat wij die hier buitenspel gaan zetten. Hoe denkt de wethouder binnen het hier voorliggende plan deze organisaties toch te faciliteren? Ja, het selecteren van een aantal organisaties is al een tijdje geleden van start gegaan, al voor de zomervakantie.
En nu in de zogenaamde tweede dialoogfase kiest het college voor een integrale opdracht en laten de twee percelen los, tot tevredenheid van de deelnemende organisaties. Er worden nu eisen en selectiecriteria vastgesteld voor de selectie van maximaal twee samenwerkingsverbanden. Een aantal organisaties hebben de handen ineen geslagen: Dock, Zorgbalans, Haarlem Effect, Open Huis, Permament en Leger des Heils. En afgelopen vrijdag heeft mijn collega, de heer El Aichi, met ze gesproken, en zij zijn tevreden over de voortgang. De grote opgave voor deze organisaties de komende tien jaar is te vernieuwen en samenwerken. Ze krijgen verantwoordelijkheid om met kleine en grote organisaties samen te gaan werken. En om de kleine vrijwilligersorganisaties niet te laten sneuvelen stelt het college voor een bedrag van drie ton voor deze kleine zelforganisaties en bewonersinitiatieven te realiseren. Op zich zijn we daar blij mee, omdat wij ook overtuigd zijn dat deze organisaties een belangrijke bijdrage leveren in de wijken van Haarlem. Vanaf 2013 is veel geïnvesteerd in de sociale wijkteams. Even kijken ... En die zorg voor ondersteuning, zorg en welzijn van Haarlemse bewoners. In die sociale wijkteams werken verschillende zorg- en welzijnsmedewerkers samen, zodat ze snel en goed kunnen handelen wanneer dat nodig is.
Het is wat het CDA betreft de bedoeling dat de ervaring die deze hulpverleners in Haarlem in de loop van de jaren hebben opgedaan en de netwerken die ze hebben opgebouwd nu met deze aanbesteding niet verloren kunnen gaan. Dit is wat ons betreft essentieel. Deze netwerken krijg je niet zomaar terug. Dus dit kunnen we niet mislopen, dit moeten we vasthouden. En wij hopen dat de wethouder daarop gaat inzetten binnen dit plan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Özogul, SP. Mevrouw Özogul: Ja. Gewoon in de Wijk. Ook hier zien wij een hoofdaannemer en daaronder allerlei andere organisaties die samen moeten werken. En we zien dezelfde manier van werken: de verantwoordelijkheid, de
52
bureaucratie, die wordt in handen gegeven van een hoofdaannemer. Nou heb ik de lijst gekeken met de twaalf organisaties die nu op de lijst staan om mee te doen en als daarvan één of twee gekozen worden dan houd ik mijn hart vast. Want al die organisaties, die doen al jaren goed werk in Haarlem en ik moet er niet aan denken dat dat straks verloren gaat bij een aanbesteding waarvan de SP helemaal geen voorstander is. Sociale basis, het welzijnswerk, is wat ons betreft ook geen markt. We hebben ook een technische sessie gehad. Daar hebben we begrepen dat er eigenlijk weinig maatwerk meer is. Dat baart ons zorgen. Niet alle Haarlemmers passen ergens in. En ik zou graag van de wethouder willen weten: klopt dat? En als het niet klopt, wie moet dan het maatwerk leveren en hoe houden wij daar greep en controle op? En ook met betrekking tot kwaliteit. Al jaren zien wij bij de begroting dat we moeite hebben met het vinden van vrijwilligers. De insprekers geven het al aan en ik schrik daar heel erg van. Zij werken met een hele grote groep vrijwilligers. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja dank u wel voorzitter.
Toen mevrouw Özogul over de begroting begon, toen dacht ik: ze gaat het hebben over stijgende kosten die we in de zorg en ondersteuning hebben, die ook een grote uitdaging is, omdat de mensen in de toekomst in Haarlem ook goede zorg en ondersteuning willen hebben. Maar daar hoor ik u niet over. Vindt u daar wel wat van? Over de manier waarop we de betaalbaarheid van de zorg ook moeten kunnen garanderen naast de kwaliteit bijvoorbeeld? Mevrouw Özogul: Tuurlijk, maar dat zijn altijd keuzes mijnheer Van Kessel. En aan de andere kant is er heel veel winst te halen als je kijkt naar overlap, naar bureaucratie, naar andere gebieden. En om dat in grip te houden hoef je wat ons betreft daarvoor niet aan te besteden. Het had ook op een andere manier opgelost kunnen worden. Daarnaast, ik was net bezig met de begroting en vrijwilligers, we moeten er niet aan denken dat we de vrijwilligers waar zo zuinig op moeten zijn en waarvan we altijd al zeggen dat ze moeilijk te bereiken zijn, dat we die straks met deze aanbesteding kwijt zijn. Daar zou ik graag van de wethouder willen horen: mochten zij buiten de boot vallen, hoe dan? Betekent dit dan het einde van al die vrijwilligers die nu voor ons in Haarlem aan het werk zijn? Ik heb de vraag gesteld over eventuele speciale doelgroepen die op dit moment in Haarlem bediend worden.
Daar zou dus inderdaad het potje van drie, waar het net over hebben, een potje zijn om dat eventueel op te vangen. Maar als ik nu zie hoeveel er eventueel buiten de boot valt, dan hebben we er een giga potje voor nodig om dat allemaal weer goed te breien. Wat ons betreft ... Wij hebben de grootste zorgen. Dit is niet de manier hoe de SP het welzijnswerk en de sociale basis zou willen regelen. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Dank u wel voorzitter. Nou ja ten aanzien van het regelen van goede zorg en ondersteuning in Haarlem voor de komende jaren heeft deze wethouder een goede volgende stap gezet. Wij bespreken nu een document, het zogeheten selectiedocument, dat na de eerste gesprekken met het veld tot stand gekomen is. En waar dat over gaat is om de omvang en indeling van de opdracht die aan de toekomstige aanbieders gegeven wordt, om die te specificeren. Nou, voor wat de VVD betreft ziet het selectiedocument er in principe goed uit. Het meest opvallende is de keuze voor het samenvoegen van twee percelen zoals dat heet, redzaam en meedoen. En dat lijkt ons eigenlijk wel heel verstandig. Wij konden eigenlijk ook het verschil tussen die twee moeilijk plaatsen en we zien ook de voordelen die geschreven worden.
Maar om dan dit beeld duidelijk te krijgen ook voor de wethouder, het feit dat we van twee percelen naar één perceel gaan wil blijkbaar niet betekenen dat we ook nu naar één aanbieder gaan? Of is dat misschien toch wel het geval? Misschien kunt u daar nog wat verder op ingaan, van waar bent u aan het einde van dit proces nu uiteindelijk
53
echt naar op zoek? En als het er meer zijn, hoe gaat die verdeling dan plaatsvinden binnen zo'n perceel weer? Wat ik verder eigenlijk mis in dit debat is in hoeverre dit document wordt gedragen door de gesprekspartners. Want in de wandelgangen, en ook hier zo net in de raad, hoor je toch wel kritische geluiden van organisaties die het in ieder geval allemaal ontzettend spannend vinden. Dus ik herhaal ook de vraag die het CDA al heeft gesteld: welk perspectief biedt u eigenlijk de vrijwilligersorganisaties die zich hier melden? En de VVD zou ook graag van die gesprekken de verslagen ontvangen. Al dan niet vertrouwelijk, want we begrijpen dat dit gesprekken zijn die in vertrouwen plaatsvinden. Voornamelijk eigenlijk ook om een gevoel te krijgen van het krachtenveld en hoe die gesprekken hebben plaatsgevonden. Maar ook gewoon om onze controlerende taak uit te kunnen voeren. Dus kan de wethouder toezeggen dat de gespreksverslagen vertrouwelijk, al dan niet openbaar, kunnen krijgen? En ook de vraag of u bereid bent om nog een keer een vertrouwelijke briefing te geven en ons meer in detail eigenlijk mee te nemen over hoe die gesprekken nou verlopen zijn en hoe dit gaat leiden naar een volgende stap. Ja en dat is ook wel van belang voor onderdelen bijvoorbeeld over het ...
De voorzitter: '...' De heer Van Kessel: Ja precies, nog even mijn laatste zin en dan ben ik klaar denk ik van vanavond bijna. Ja, dat gaat bijvoorbeeld ook over zaken zoals het binnen of buiten de opdracht plaatsen van onderdelen. Er staat in het selectiedocument een lange lijst van welke dat zijn. Daar komen volgens mij wel kansen ook voor de kleinere aanbieder langs, om daarop in te schrijven. Maar zie ik dat goed? Ik krijg bijvoorbeeld ook mee dat veel van die kleine organisaties op dit moment best wel opkijken tegen de grote hoofdaannemers. En dat we ook eigenlijk daar moeilijk het contact mee kunnen vinden. Dus mijn vraag is eigenlijk: wanneer krijgen we over al die extra zaken die niet binnen het perceel zitten, wanneer krijgen we daar wat meer informatie over? En de hamvraag misschien ook nog: worden die onderdelen ook aanbesteed? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel voorzitter. We weten, er wordt ingezet op een grote meerjarige transitie met Gewoon in de Wijk, waar partijen met Gewoon in de Wijk ... Ja? Oké, dank u wel. Waar partijen een contract voor een langere periode aangaan om de transformatie ook echt daadwerkelijk te kunnen doormaken. Het is goed om weer rust en lucht te krijgen in dat veld.
Een transitie waarbij partijen vanuit een gedeelde visie op Haarlem nauwer gaan samenwerking om zo de gewenste zorg of de hulp aan Haarlemmers te bieden. Er wordt ingezet op continuïteit en tegelijkertijd ook effectiviteit. En dat kost tijd. En dit is niet bedoeld om te rijmen, maar na ja. Nou houd ik op. Net als het CDA heb ook ik gesproken met partijen die blij zijn met het goede overleg. Dat er goed wordt geluisterd, dat er goede energie is in de gezamenlijke opgave en de visie, maar ook zij vinden het spannend en ervaren onzekerheid, met name ook over de rol tussen hoofd- en onderaannemer. Hoe gaan we dat voor elkaar boksen? En dat alles leidt bij mij tot de volgende vragen. Hoe borgt de wethouder de lokale infrastructuur in deze aanbesteding? En welke plek hebben kleine en middelgrote organisaties die niet deelnemen aan een samenwerkingsverband in die tweede dialoogfase? Want zij worden nu geheel niet genoemd in dat selectiedocument, maar schuiven zij later eventueel nog aan in dat proces om mogelijk onderaannemer of iets dergelijks te worden? Hoe ziet dat eruit? Er heerst heel veel onduidelijkheid. Ook bij de insprekers horen we nu net.
Maar wat doet de wethouder dan aan heldere communicatie om onze partners in deze stad goed te betrekken? Want nu lijkt het, althans zo komt het op mij in ieder geval over, alsof zij het vooral moeten hebben van de welwillendheid van organisaties die wel in zo’n samenwerkingsverband zitten en toegang hebben tot meer informatie. Dan mijn volgende vraag. Hoe wil de wethouder dat transitiebudget inzetten waar we het over hebben in het stuk? Is dat bijvoorbeeld bedoeld voor partijen die nu buiten de boot gaan vallen? En kan de wethouder daar een reflectie op gaan geven? Hoe
54
groot is die pot dan en waar hebben we het dan over? En tot slot mijn laatste vraag op het stuk. Wat is de rol van de raad in dit geheel na de gunning? En op welke wijze krijgen wij informatie over de gestelde doelen, nulmetingen, evaluatie und so weiter? Neemt de wethouder dit punt expliciet mee in die tweede dialoogvenster met die samenwerkingsverbanden? En kan de raad hier ook over geïnformeerd worden in een raadsinformatiebrief na de tweede dialoogfase en voordat de gunning dan start, waar hebben we het dan over? En tot slot voorzitter, echt tot slot, een laatste vraag. Ik heb eerder in het jaar een paar keer gevraagd om die integrale monitor sociaal domein voor de raad. Deze is toegezegd. Maar wanneer kunnen we deze ontvangen? Ik wist eigenlijk niet zo goed waar ik deze vraag moest parkeren, dus ik doe het nu maar even hier, want het belang hiervan wordt nog maar weer eens aangetoond, omdat er nog een andere aanbesteding aan het lopen is waar we het in deze commissie nog helemaal niet over hebben gehad, namelijk de aanbesteding over de inburgeringstaken. En dat moet ook allemaal gaan lopen per 1 januari 2022. En het was ooit toegezegd door de wethouder dat dat gedraaid zou worden door de sociale wijkteams. Alleen dat weet ik nu even niet hoe dat precies gaat lopen.
Dus daar zou ik zo'n monitor ook weer heel interessant voor vinden, om die samenhang tussen die communicerende vaten, beter inzichtelijk krijgen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Ja dank u wel voorzitter. Allereerst voordat ik verder gaan even hand in eigen boezem. Ik vind dat wij eigenlijk als commissie zoals we hier bij elkaar zitten ietwat laat reageren op wat er nu gaande is in het sociale domein. Ik weet dat al onze neuzen stonden richting jeugdzorg. Ook zeer belangrijk, ook groot en ingewikkeld. Ik heb in ieder geval voor mezelf, laat ik voor mezelf spreken, het idee dat deze er een beetje is tussen geschoven. Maar ik ben wakker, dus ik wil toch even mijn visie geven. Het is niet met opzet hoor wethouder. Ik zie u verrast. Nee zeker niet. Dat lag niet aan u, dat is allemaal openbaar gemaakt, maar ik zat gewoon even de andere kant op te kijken, mijn schuld, hand in eigen boezem, alles. Goed. We bespreken vandaag de volgende stappen naar aanbesteding van Gewoon in de Wijk. Allereerst het goede nieuws. De partijen die we hebben gesproken zijn over het algemeen heel enthousiast over de samenwerkingsverbanden en het contact tussen deze verschillende partijen en tussen verschillende parten. Maar dat was eigenlijk ook al zo tijdens de thematafelfase. Daar waren ze ook best wel tevreden over, hoe daar werd gesproken met elkaar.
Dus wat dat betreft, het is hartstikke fijn dat het zo is, maar dat hadden we toen eigenlijk ook al en we zijn nu twee jaar verder. Daar hadden we in ieder geval deze aanbesteding niet voor nodig. Er is consensus over de keuze om de percelen samen te voegen en uit te gaan van één perceel en we onderschrijven de samenhang. En daarmee onderschrijven we ook de keuze hiervoor. We hebben wel zorgen omtrent de kant die het op zou kunnen gaan. Er bestaat een reële kans dat een grote partij die niet lokaal geworteld is deze aanbesteding straks gaat winnen. Dit kan zijn omdat zij het beste aanbod hebben, natuurlijk zou dat kunnen, maar het kan ook zijn omdat zij het beste in staat zijn om een aantrekkelijke aanbesteding te schrijven. Mooie opmaak, zo'n leuke skyline van Haarlem erachter en aantrekkelijke manieren om de opbrengst van het sociale domein om dat te meten, om te zetten in prachtige grafieken. Ik heb wel eens wat voorbij zien komen, best wel indrukwekkend. Ervaringen in andere steden leren ons echter dat het lokale veld dat initieel ook meegenomen wordt door deze partij na een aantal jaren plaats moet maken voor een andere niet lokaal gewortelde partij, die vaak goedkoper zijn voor deze grote partij om te gebruiken. Dat vinden wij absoluut een risico.
Wij hebben ook veel zorgen over het borgen en het is ook gezegd door de heer Kosters, ook van de vrijwillige inzet, want niet alleen worden er bewoners door deze vrijwilligers geholpen, ook de vrijwilligers zelf vinden hierin vaak een dagbesteding en een gevoel van waarde. Zaken die wij in de sociale basis als zeer waardevol en zeer belangrijk beschouwen. En wij begrijpen echt wel de noodzaak van kostenbeheersing. Serieus waar. Wij zijn niet blind. We begrijpen de noodzaak voor het terugbrengen van het aantal partijen in verband met de efficiëntie en de overzichtelijkheid, en we begrijpen de noodzaak tot het voorkomen van een dubbel aanbod
55
en overlap, en dat heeft dan ook weer te maken met het financiële plaatje. We begrijpen de integraliteitseis vanuit het oogpunt van efficiency. Daar liggen de problemen niet. Een partij die dit allemaal biedt is een aantrekkelijke partner voor de gemeente Haarlem. Er zijn aanbieders die deze gouden berg beloven en daarmee ook het winnende aantal punten, want zo werkt het, in de aanbesteding zouden kunnen halen. Echter, wat GroenLinks betreft is de lokale borging van het welzijnswerk, de bestaande samenwerkingsverbanden en de netwerken, en de opgedane ervaring, die zijn cruciaal. Wanneer wordt gekozen voor een aanbieder die niet lokaal geworteld is bestaat de kans dat de wortels in de stad als het spreekwoordelijke kind met het badwater zullen worden weggegooid. En wij vinden dat niet minder dan kapitaalvernietiging, nog even los van wat een effect het heeft op de sociale basis. De voorzitter: Mevrouw Klazes, u heeft een interruptie van de heer Van Kessel. Mevrouw Klazes: Ja. De heer van Kessel: Ja twee invallen, heel kort. De eerste, pleit u nu voor dat de aanbieders lokaal geworteld moeten zijn, of dat ze de bereidheid hebben om samen te werken de huidige lokale partners? Mevrouw Klazes: Ik vind dat een hele terechte vraag.
Ik heb me suf zitten piekeren: hoe gaan we dit nou doen? Kan je nou eisen, en dat is ook één van mijn vraag aan de wethouder, kan je eigenlijk eisen in je selectiedocument dat nu voorligt, kan je daarin een artikeltje toevoegen: de partners die worden gecontracteerd, ook al is het misschien een grote partner van buiten de stad, moet gaan samenwerken met de lokale partners. Dat kan je vragen. De partijen van buiten de stad die ik ken zullen ook zeker, en daar zijn ze nu al mee bezig, om contact te leggen met de lokale partners, omdat ze weten dat het heel belangrijk is voor ons, maar ook voor deze wethouder. Dat zit er wel aan. Dit gebeurt altijd, ook in andere steden. Als wij rondkijken naar andere steden waar grote aanbieders al werken blijkt continu dat na twee jaar weer afscheid wordt genomen van de lokale partners die in beginsel juichend werden binnengehaald. Ik maak me daar zorgen over. En ik weet niet of het mogelijk is om een absolute borging voor de hele periode van negen jaar vast te leggen. Dat gaat mij ook een beetje ver. Want je kan niet als lokale partner zeggen: ik ben lokaal, dus ik ben fantastisch.
Er moet iets verzonnen worden waardoor je wel kwalitatief goeie, lokaal geborgde partners in ieder geval probeert vast te houden voor die hele periode en de kans zo klein mogelijk maakt dat een grote partij zegt: het is mooi geweest na twee jaar en we gaan nu door met een goedkope ... De voorzitter: Er is een interruptie, maar eerst nog even de heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja, en ik zeg niet dat mevrouw Klazes dit zegt, maar het klinkt mij een beetje als eigen organisaties eerst. En mijn vraag is: ziet u ook in dat invloeden of organisaties van buitenaf juist ook vernieuwing en mooie nieuwe dingen in het leven kunnen brengen? De voorzitter: Kunt u daar kort op reageren mevrouw Klazes? Mevrouw Klazes: Nou, ja ik wil heel kort reageren. Het is geen doel, het is een middel mijnheer van Kessel. Daar wou ik het misschien wel bij laten. Het in stand houden van die lokale netwerken en dat de positie geven die belangrijk is, is een middel om te komen tot een goede sociale basis waar mensen elkaar kennen, waar ze lokale problemen kennen en in staat zijn om daar adequaat mee om te springen. Dus moet het? Nee. Maar het is een middel om mooie dingen te doen. En op de tweede vraag kan ik geen antwoord geven.
56
De heer Van Kessel: Ja, bij het openbaar vervoer zie je vaak dat de nieuwe aanbieder het personeel moet overnemen. Zou dat een oplossing zijn? Dan wissel je alleen het management. Mevrouw Klazes: Ja, maar dat is deels al gewoon vastgelegd. Dat is al vastgelegd. Op het moment dat een nieuwe aanbieder hier gaat werken, dan is er een soort van, gedeeltelijk, tenminste dat zal de wethouder wel beter zeggen, een verplichting tot het overnemen van een gedeelte van het personeel. Echter, als je het hebt over, volgens mij, maar dat zal de wethouder straks toelichten, over het overnemen van totale organisaties, waar ook sprake van is, daar kan je vanaf volgens mij. Maar goed, heel technisch wordt het dan en dat deed de wethouder ongetwijfeld beter dan ik. Ik ben daar benieuwd naar. Hoe kunnen we dit borgen? Dat is eigenlijk mijn vraag. Dat we het lokale veld niet kwijtraken als het niet strikt noodzakelijk is. Dat. Ik was nog niet helemaal klaar. Verder is gebleken dat de kleine partijen niet aan tafel zitten in de volgende fase. Zij praten niet mee. Hoewel er een kans bestaat dat zij straks als onderaannemer aan de slag gegaan. Ook hebben wij ze te kennen gegeven dat het voor hen een hele opgave is om die aanbesteding te schrijven, hoewel er ondersteuning is vanuit de accounthouder is deze niet bevoegd om veel meer te doen dan de technische kant.
De vraag aan de wethouder is of u dat als een probleem ziet of dat u vindt dat dit eigenlijk goed genoeg geregeld is. Verder vragen wij ons af nog even, en die vraag eens eerder gesteld, ik meen door D66, goeie vraag, wij werken met het twee benen principe met sociale wijkteams. De sociale wijkteams die in de aanbesteding zijn meegenomen ... O. Ja maar ik denk dat mijn tijd ... O wacht even, ik heb nog 3.47. De sociale wijkteams die zitten in de aanbesteding. Er zitten een aantal andere partijen ook in de aanbesteding. Op het moment dat die partijen waarbij de sociale wijkteams met één been waar ze in zitten, die partijen niet gaan winnen, ze mogen straks niet mee, hoe gaan we dan om met het twee benen principe? Waar blijft dan hun moederorganisatie en hoe ernstig is het als die er straks niet meer is? Wat doet dat met sociale wijkteams en met hun inhoud, kennis en hun geborgde achterkant zal ik maar zeggen. Volgens mij wou ik het hier bij laten. Was ik te snel wethouder? Moet ik het nog even herhalen? Wethouder Meijs: Als het kan, graag. De voorzitter: Nee, ho maar, nee we gaan door. Want ‘...’ ingelogd nog. We gaan naar de heer Oomkes, PvdA. De heer Oomkes: Dank u wel voorzitter. Allereerst even vooraf: het schaamrood staat me op de kaken als ik het betoog hoor van die vier vrijwilligersorganisaties die bovendien goed ken en ik weet wat voor positie ze in de stad innemen.
Als ze toch te kennen geven dat ze nauwelijks op de hoogte zijn van het hele proces en dat eigenlijk hun positie onvoldoende is gewaarborgd, dan bekruipen mij beelden als dat je bij het welzijn van dieren geen rekening meer houdt met de dierenbeschermingsorganisaties, in de sportwereld de vrijwilligers afdankt die de clubs overeind houdt, in het ziekenhuis mensen die gratis en voor nop zieke patiënten van A naar B rijden voortaan naar buiten de deur houdt, en zo ken ik nog wel wat situaties waaruit blijkt dat vrijwilligers echt een essentiële taak in de samenleving hebben. Dat zou ook hier moeten worden meegenomen. Ik denk dat het mogelijk is om daarvoor een apart reglement op te stellen, zoals ook elders in dit hele dossier wordt gezegd. En een aantal facetten in deze unificatie van het sociaal model die worden naar later verschoven, rekening houdend met de betekenis van deze clubs. Tot zover deze inspraak. En dat is jammer omdat ik dacht in zijn totaliteit eigenlijk een positief verhaal te kunnen houden. Want het moeizame dossier Gewoon in de Wijk is in ietwat rustiger vaarwater gekomen doordat het veranderingsproces is afgebakend en er meer tijd wordt genomen voor het bereiken van een werkbare en doordachte samenwerking en aansturing. En ik schreef van de week al: het is niet een en al hosanna.
De maatwerkvoorziening die de sociale basis tot dusver was wordt grotendeels gekanteld naar een algemene voorziening. Onduidelijk is de verwachting dat Gewoon in de Wijk daardoor mede laagdrempelig wordt en
57
beter toegankelijk en de druk op het sociaal wijkteam aan de achterkant zou worden verminderd. Positief is dat het college de sterke punten van het sociaal wijkteam wil behouden, het proces wel evalueren en checken alvorens tot een definitieve samenwerking te besluiten. Nog verder weg lijkt een soepele samenwerking van jeugdhulp en Gewoon in de Wijk, met name voor de categorie achttien tot drieëntwintig jaar, en dan heb ik het over de verlengde jeugdzorg. Datzelfde geldt voor een tussentijds oordeel over de haalbaarheid en de effectiviteit van dit voorstel. Tot slot het tijdpad kent, ook al is het verruimt, de nodige valstrikken. Voor oktober aftakeling van de percelen en keuze uit aanbieders. Dan het publiceren van het selectiedocument. En dan getrapt komen tot een inschrijffase die per maart 2022 moet ingaan. Daar zit de nodige druk op, ondanks dat het feit dat de totale tijd die we gewonnen hebben tot eind ‘22 vergroot is. Desondanks kunnen wij instemmen met de procedure en zelfs met het tijdpad. Maar we hebben heel veel zorgen over de uitwerking en het ontbreken van voldoende gegevens. Een voorbeeldje: op welke gronden wordt met sommige organisaties gesproken of juist niet overlegd. En dat laatste hebben we nou juist vanavond weer kunnen zien. Dit hele proces, wil dat goed slagen, dan moet dat helemaal van het begin tot het eind kloppen. We gaan nu de middenfase in.
Ook ik heb gesproken met Haarlem Effect, Zorgbalans en nog andere organisaties. Die staan positief in de huidige fase. Dat is sowieso al nieuw. Verkwist die positieve gedachte niet en zorg dat er juist extra aandacht wordt besteed aan de mensen en organisaties die je misschien wel in zo'n ingewikkeld proces wellicht zou vergeten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik zo het woord geven aan de heer Hulster. Maar eerst nog even een interruptie van de heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja dank u wel voorzitter. Een korte interruptie. De PvdA is eigenlijk bij de hele aanbesteding van de jeugdzorg, daar zijn ze ontzettend negatief over die dialooggerichte aanbesteding. Ik vraag me eigenlijk af waarom de PvdA die problemen hier eigenlijk helemaal niet ziet of opwerpt? Dus kunt u uitleggen wat het verschil is tussen die twee van mijn? De heer Oomkes: Nou in dit dossier is van de zomer doorgewerkt en in het andere dossier onvoldoende, daar worden wij geconfronteerd met stukken die eigenlijk van het late voorjaar dateren en eigenlijk geen haalbaarheid meer hebben. Maar het kan mijn collega Bas Sepers u beter uitleggen. De voorzitter: Dank u wel. We gaan nu naar de heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Dank u wel voorzitter.
Ja, wij sluiten ons in ieder geval aan bij de PvdA wat betreft de schaamrood op de kaken die we kregen toen we de insprekers hoorden van de organisaties die met vrijwilligers werken. Het is echt verbijsterend dat die niet in dit stuk zijn opgenomen. Ons grootste bezwaar ... Er zijn eigenlijk twee grote bezwaren die wij hebben tegen het stuk wat er nu ligt. Overigens vinden we het wel goed dat die kavels bij elkaar gedaan worden, want dat was echt te kunstmatig. Maar dat er nu drie opties in de planning zitten, dus de eerste is dat er twee inschrijvers staan en die kunnen allebei door, of dat er één goeie zit en dan gaat die ene door. Wat gebeurt er als er nul zijn? Dat staat er dan niet, dat is eigenlijk ook wel gek. En als er meer dan drie zijn dan verplicht de gemeente zich om terug te gaan naar twee aanbieders. En dat vind ik eigenlijk heel gek. Want stel nou dat er bijvoorbeeld in die ene aanbieder zo’n fantastische vrijwilligersorganisaties zit, wat doe je daar dan mee? Dan ben je die dus kwijt. Of misschien zit er wel één parel in en zitten er een heleboel, maar was de hoofdaanbieder niet zo succesvol.
Overigens het grote bezwaar dat wij hebben tegen het hele plan is, afgezien nog van dat je zo weinig partijen overhoudt uiteindelijk, want ja, dat gaat toch allemaal een beetje samenklonteren na verloop van tijd, en dat maakt ons heel kwetsbaar, want als zo’n partij dan omvalt dan zijn ineens van onze zorg verstoken. Maar het grote
58
bezwaar is echt dat je in dit soort constructies krijgt dat de grootste partij de dikste vinger in de pap krijgt en die gaat machtspolitiek voeren. En dat maakt het heel erg moeizaam. Ik ben heel erg benieuwd wat de wethouder gaat doen om ervoor te zorgen dat dat niet optreedt. Eén van de dingen die de wethouder daarvoor kan doen is iets wat we eerder hebben betoogd en wat ook de rekenkamer heeft betoogd, maar wat we ook hier in de commissie een aantal keer op tafel hebben gelegd, is dat we inzicht willen krijgen in de effectiviteit en doelmatigheid van de inschrijvers. En daar lees ik eigenlijk niets over in dit stuk. We horen net een insprekers zeggen dat er wel aan gewerkt wordt, dat er nu dus wel een opzet is, dus dat was goed nieuws, maar wij verwachten toch op zijn minst dat bijvoorbeeld als criterium voor de inschrijver, de inschrijvers moeten opnemen hoe zij die verantwoording richting de raad gaan afleggen, want dat vind ik dan heel belangrijk en natuurlijk ook tegen de ambtelijke ondersteuning. Dat is voor nu even mijn bijdrage. Dus ja, we zijn uiteindelijk nog steeds niet gelukkig met deze constructie. Wij hebben wel goed opgelet en we hebben al eerder gezegd dat we dit een ongelukkige constructie vinden. Maar goed, de trein rijdt verder en blijkbaar vinden we het allemaal prachtig. De voorzitter: Dank je wel. Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem.
Mevrouw Stroo: Dank u voorzitter. De voorzitter: U had een interruptie. Mevrouw Stroo: Nee geen interruptie, een bijdrage. O. Inmiddels zitten we alweer in de volgende fase: het selectiedocument. Jouw Haarlem is daar niet van gecharmeerd, gezien ook de inspreekbijdrage. We hebben nog steeds grote twijfels over de ingezette aanbesteding met hoofdaannemers en onderaannemers. We vinden dat de huidige lokale partijen die ingebed zijn in de Haarlemse wijken met goede referenties en veel mensen bereiken de kar mogen trekken. Zo behoud je hun expertise en de doelgroepen die ze al bereikt en geholpen hebben. Samen met de zelforganisaties en de sociale ondernemingen met vele vrijwilligers hebben zij daar recht op. Ze hebben de transitie vormgegeven en zijn ook de aangewezen partijen om de transformatie vorm te geven. We vrezen een hoofdaannemer die van buiten komt. Die als een soort inktvis met zijn tentakels de Haarlemse partijen, met name de middelgrote en de kleine partijen, in zijn greep zal nemen en ervoor zal zorgen dat zij op een gegeven moment kopje onder gaan. Hoe ziet de wethouder dit? Behoud het goede, zet in op de verbeterpunten van de evaluaties en geeft de partijen die het nu doen voor onze stad de middelen en de opdrachten die passen bij een Gewoon in de Wijk. Houd het zou eenvoudig mogelijk voor de gebruikers en voor de aanbieders. De voorzitter: Dank u wel.
Mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Dank u wel voorzitter. Ja we zitten al een hele tijd in deze transitiefase en vele partijen hebben deze commissie ook al gevonden en ook hun zorgen daarop geuit. En de meeste met grote zorgen. Ook de gemeenteraad heeft wel zorgen aan u doorgegeven in het verleden. Of in ieder geval voor het reces. Er zijn nu goed functionerende partijen zoals de sociale wijkteams. Wat doet de wethouder als dit platform de boot mist? Want dat zou kunnen. De wachtlijsten Wmo zijn eindelijk onder controle. Er wordt nu proactief aangepakt. Wat zijn de effecten op dit proces ten behoeve van deze voorzieningen. Sommige taken moeten groot worden aangepakt. Echter zal ook lokaal gekeken moeten worden. De wijken in Haarlem verschillen en de aanpak zal op maat moeten gebeuren. Een dialoog vormen is altijd prima, maar je moet wel goed de markt weten te betreden: als je niet weet wat je kunt kopen, kom je dan uiteindelijk tot een goede deal? Medewerkers in de sector, en we hebben het vanavond ook weer gehoord, dreigen zoals zo vaak in dit soort
59
processen het kind van de rekening te worden door inleveren op arbeidsvoorwaarden en bestaanszekerheid, en door toename van de werkdruk. De gemeenteraad komt op een gegeven moment ook buitenspel te staan, het is al eerder genoemd. Als dit proces zich eenmaal voltrokken heeft, dan kunnen we inderdaad alleen nog maar de greep op het proces verliezen. We zullen inderdaad de kennis op het stadhuis moeten behouden en zorgen dat we wel in een shape blijven en ook daarop kunnen sturen. Ook maken we ons zorgen over de administratieve lasten. Het geld moet gaan naar degenen waarvoor het is en niet gaan in administratie. Je kan soms wel eens lezen in bepaalde stukken dat veertig proces van de kosten ongeveer aan de administratie op gaan en dat is volgens mij niet de bedoeling. Dus hoe houdt u dat onder controle? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Kan ik nog iemand het woord geven? Heer Van den Raadt. En de ChristenUnie wil ook nog zo meteen. Oké, eerst de heer Van den Raadt en daarna de ChristenUnie. De heer Visser van de ChristenUnie en de heer Van den Raadt van Trots Haarlem natuurlijk. De heer Van den Raadt: Oké. Dank u wel voorzitter. Ja wethouder maakt u zich geen zorgen, wij zien totaal geen zorgen, want anders komt u ook in zo'n neergaande spiraal. Laat ik maar beginnen met allemaal positieve dingen. Ik zie het allemaal positief zitten.
Trots Haarlem ziet het allemaal positief zitten, want er zijn natuurlijk een heleboel mensen die er heel positief over zijn. En we hebben ook insprekers hier gehoord die natuurlijk wel ... Ja eigenlijk moet ik maar stoppen, want ik kan dit natuurlijk niet allemaal volhouden. Het is eigenlijk een beetje de avond van de teleurgestelde inspreker en ik geef ze natuurlijk ook helemaal gelijk. Wat ik dan zo knap vind van de insprekers, ook bij het vorige onderwerp, is dat die mensen toch altijd weer nog positief blijven en met aanbevelingen komen en dat waardeer ik ook zo van vrijwilligersverenigingen, Stem in de Stad en Wereldkeuken, die dan gewoon ook nog, de wijkraden ook, die geven dan gewoon nog een heleboel aanbevelingen die u zo, u hoeft er niet eens wat voor te doen, u kunt ze gewoon vragen: stuur even die tekst, knippen en plakken, u stopt het in het stuk en dan hoef ik niet weer allemaal moties te gaan schrijven. En dan is iedereen blij. Dus dat lijkt me de kortste route om het goed aan te pakken. En de vraag werd ergens gesteld, van ja, dat valt me dan wel een beetje op, iedereen is dan zo bang voor een organisatie van buiten die dan allemaal enge dingen gaat doen, maar dat gebeurt eigenlijk al in Haarlem, want dat is precies hetzelfde wat wij altijd doen met die buurtinitiatieven. Mensen met hartstikke goede ideeën waarvan dan wordt gezegd: ga maar naar Dock.
Ja, die kopieert ook dat idee en die schopt die mensen ook na twee jaar de straat op. Dus als we daar bang voor zijn, dan zullen we ook eens een keertje na moeten denken over Dock waar we miljoenen naartoe sturen. Dus ik hoop dat dit dan misschien het keerpunt is. Dat we daar ook anders over gaan denken. Voor de rest: wij zijn hartstikke blij met alle organisaties. Zeker de vrijwilligersorganisaties. Ik geef toe: ik doe zelf iets te weinig bij Stem in de Stad. Ik ga daar toch eens een keertje uitgebreid koffie drinken. Dat waren prima aanbevelingen. Ik hoop dat u kunt toezeggen dat u dat gewoon allemaal één op één gaat overnemen. Hoef ik het niet te doen voor u. Dank u wel daarvoor. En de vraag van wat willen wij, als grootste lokale partij Trots Haarlem? Wij willen natuurlijk dat alle lokale partijen hier het voor het zeggen krijgen. Alle lokale partijen eerst mijnheer Van Kessel. Ja, hartstikke graag, alle lokale partijen eerst. Zo, daar staan wij voor. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Visser, ChristenUnie. De heer Visser: Dank u wel voorzitter. Mevrouw Klazes zei: we hebben de verkeerde kant opgekeken. Nou, ik denk dat vooral het punt is geweest dat het proces heel snel gekanteld is. Want we zaten nog een jaar geleden denk ik op de koers van dat Haarlem Effect en Dock samen moesten gaan en dat ze niks meer moesten uitvoeren en moesten coördineren.
En één of twee maanden later kwam er een document, toen was het eigenlijk honderdtachtig graden gekanteld. En we hebben daar toen eigenlijk niet echt adempauze gehad om
60
daar goed over na te denken, want vervolgens kwam alweer het volgende document. En daarna hadden verschillende van ons denk ik toch wel een gevoel van achterstand. Maar nu we wat meer tijd hebben gehad om na te denken ben ik over dit dossier wel positiever gestemd dan bij de jeugdzorg. Hoewel ik nu hoor dat er bij de jeugdzorg ook dingen aan het kantelen zijn, dus we zullen zien. Maar ik hoor best wel positieve geluiden, naast de negatieve geluiden die vanavond ook hoorde. Maar ik denk dat die wel samen te brengen zijn. En dat is eigenlijk mijn oproep aan de wethouder. Waar doen we het allemaal voor? Die kanteling. En ik denk dat het wel heel goed is, die keuze nu voor één perceel, dat de wethouder echt goed geluisterd heeft naar deskundigen in het veld. Want wat je eigenlijk wil is dat dure ambulante begeleiding, dat dat veel meer naar het sociale wijkteam, veel laagdrempeliger, minder indicaties en gewoon gelijk zorg geven. Ik denk dat we dat allemaal willen en dat het een hele goede ontwikkeling is. Het sleutelwoord is daarbij wat betreft de ChristenUnie wel continuïteit. Dat hebben we ook vastgelegd in een raadsmotie. Aan de continuïteit zitten allerlei aspecten. Daar zit de continuïteit van kennis van individuele medewerkers. Als er een nieuwe organisatie komt zoveel mogelijk medewerkers behouden. Maar die kennis zit ook in het sociale weefsel van de stad.
En dan kom je bij de vrijwilligersorganisaties waar we eerst allemaal spreektafels hadden waar tachtig organisaties ook aan tafel zaten en wat niet echt werkte, maar we als raad ook op de rem zijn gaan staan. Word er nu met een beperkt aantal organisaties gesproken. Maar het gevolg is wel dat een aantal organisaties die niet geëquipeerd zijn om zo'n aanbesteding te doen, dat die een beetje het gevoel hebben achterstand te staan. En dat is het spanningsveld wat deels ook haast onvermijdelijk is bij zo'n aanbesteding. Maar ja ik vind het wel een punt van aandacht en ook: hoe zorgen we dat die organisaties als Stem in de Stad, Wereldkeuken en nog een paar, dat we die niet verliezen? Dat zit hem volgens mij in selectiecriteria die nog in de volgende fase misschien nog wat verder worden uitgewerkt. Wat ons betreft moet dat sociale weefsel zo zwaar als mogelijk in die criteria staan. En ik weet, sommige dingen kan je in de aanbesteding ook niet opschrijven. Maar ik wil de wethouder wel uitdagen om dat zo goed mogelijk op te schrijven, dat de aanbieder die daar met een goed verhaal komt, dus over de vrijwillige inzet, over sociaal ondernemerschap, ja dat dat echt zwaar wordt gewogen in de beoordeling. Graag reactie van de wethouder. En we moeten ook oppassen ... We willen transformatie, maar we moeten ook oppassen dat we niet het kind met het badwater weggooien.
En dan kan je beter misschien in vijf wat kleinere stappen werken dan in een big bang. Want een big bang geeft ook een jaar of twee jaar lang heel veel onzekerheid, maar geeft ook het risico dat je dingen breekt en kapot maakt. Dus ik ben heel benieuwd hoe we die transformatie ook in die negen jaar vorm willen geven. En dat is volgens mij ook de keuze aan de wethouder, om juist die lange termijn te nemen om met elkaar te kunnen gaan ontwikkelen. Maar hoe blijf je er als raad bij betrokken? Want het kan toch niet zo zijn dat wij nu een aanbesteding voor zoveel geld gaan doen en dat we daarna als raad negen jaar niks kunnen zeggen. En over die betrokkenheid lees ik nog te weinig in dit stuk. En misschien hebben ook de partijen die gaan inschrijven daar een visie op. Wat mij betreft mag daar ook punten op worden gegeven, van hoe wordt de stad betrokken, hoe wordt de raad betrokken? Maar als ik kijk naar mijn eigen vakgebied, het openbaar vervoer, daar heb je ook een NS met een hele lange concessie van tien jaar, maar die moeten elk jaar een vervoerplan inleveren, en dat vervoerplan wordt ook geconsulteerd in dit geval bij reizigersorganisaties, en daar vinden eerst gesprekken over plaats, en vervolgens is er ook een adviesprocedure, een formele adviesprocedure, en dan mag NS zegen wat ze er wel en niet mee doen.
En zo'n soort constructie kan ik me ook voorstellen hier in de sociale basis. Dat er elk jaar of elke twee jaar een soort ontwikkelplan is van wat zijn onze prioriteiten, wat gaat goed, wat gaat minder goed? En dat daarover eerst informeel gesprek en later een informeel gesprek plaatsvindt en dat we daar als raad ook een advies over kunnen geven. Misschien kunnen we er niet over besluiten, maar wel een advies en waar serieus naar gekeken wordt. De voorzitter: De heer Visser, de laatste puntjes.
61
De heer Visser: Ja, graag een reactie van de wethouder op dat voorstel over hoe we die governance gaan inrichten. En de continuïteit, mijn motie zegt de wethouder, ik kan hem nu nog niet uitvoeren en dat komt in de volgende fase. Nou ik ben benieuwd. Maar de wethouder zegt wel: ik kan aanvullende eisen stellen in de uitnodiging tot inschrijving over die continuïteit, over de kwaliteit van medewerkers. Wethouder doe dat ook graag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel. De voorzitter: U heeft twee minuten hè. De heer Smit: Ja. Plus nog wat tijd van punt één tot en met vier. Dank u wel. Wat een treurnis mevrouw de wethouder. Ook als je deze insprekers hoort. Eigenlijk lijkt weinig of niets in dit proces ons verstandig mijnheer Van Kessel. OPHaarlem herkent eigenlijk de voordelen niet in dit proces en wij zijn bang dat eigenlijk de keuze voor een glamourorganisatie al wel gemaakt is die van buiten binnenkomt. Maar mevrouw de wethouder, u heeft het velen horen zeggen, mevrouw Stroo zei het heel goed, mijnheer Visser zei het ook: de deskundigheid die hier in huis is, en als die door een buitenstaande organisatie bij binnenkomst wordt weggesaneerd, dan lopen we jaren achter. Voor ons is dit traject niet verteerbaar, maar ik hoop dat dit traject in ieder geval doorgaat met lokale organisaties, met de lokale entiteit.
Ik vraag u hoe precies de uitsterfconstructie werkt voor medewerkers in een ambtelijke rechtspositie. En ik ga toch nog even terug naar het begin van het hele traject. Waarom, en misschien kun je dan nog heel kort uitleggen, is niet overwegen om te stroomlijnen en te optimaliseren in de huidige structuur? En uiteindelijk constateer ik, mijnheer collega Botter zei het al, de rol van de gemeente is karig straks. De rol van de gemeente is ook in dit deel zeer karig en ik denk dat we achteraf spijt hebben in het weggeven van onze positie. Dank u wel mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij hebben we iedereen gehad en zijn we dan aan het einde van de eerste termijn gekomen. En ik wil even vijf minuten schorsen. Dan kunnen we even nog een bakje koffie halen en even van het toilet gebruik maken. Vijf minuten. Zo, welkom terug weer. We gaan beginnen. En dan gaan we nu door naar de beantwoording van de bijdrages door de wethouder. Wethouder Meijs, gaat uw gang. Wethouder Meijs: Ja dank u wel voorzitter en beste commissieleden, hartelijk dank voor uw op- en aanmerkingen. Ik neem een heleboel mee, zoals ik dat altijd heel diplomatiek zeg. Maar ook serieus. Ik heb ook een aantal bijdragen gezien die een herhaling waren. Dus ik ga niet iedere partij individueel van een antwoord voorzien, maar voelt u zich gehoord, want ik cluster het even.
In ieder geval de continuïteit van de lokale kennis en kunde, dat hebben we geborgd, dat staat heel expliciet in dit document. Dat er kennis en kunde moet zijn meer dan alleen maar weten waar de plattegrond van Haarlem over gaat, of waar de wijken liggen. Maar we hebben in het aanbestedingsdocument, en zullen zeker in het definitieve aanbestedingsdocument daar ook heel duidelijk vorm aangeven. Dus in de dialoogfase hebben we externe partijen én interne partijen, hè, extern buiten Haarlem, en intern lokale partijen, zitten daar aan tafel. Maar ook externe partijen zullen niet zonder de lokale kennis en kunde kúnnen werken. Het is een gospe, om het zo maar even te zeggen, dat bijvoorbeeld de bijdrage die hier vanavond geïnformeerd door verschillende organisaties als Stem in de Stad of Humanitas, het is onmogelijk om een sociaal weefsel en een sociale basis in stand te houden als je niet samenwerkt met deze partijen. Dat is echt godsonmogelijk. We hebben een borging gezegd, als randvoorwaarde opgenomen, dat er een personele verplichting is. Die hebben we ook vastgelegd. Zij zijn rechtspositioneel beschermd daarin. Niet voor de eeuwigheid maar wel voor de korte
62
termijn. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Çimen. Wethouder Meijs: Ik zie al direct interrupties. Ik zou voorstellen dat ik even mijn algemene verhaal doe en dat u dan op mij inschiet als dat ... De voorzitter: Maar is het kort, of? Mevrouw Çimen? Mevrouw Çimen: Ja het is kort, waarom er ... De voorzitter: Nou, heel kort. Mevrouw Çimen: Ja, want ik ben in ieder geval blij dat u zegt het sociale weefsel, maar hoe verklaart u dan de onduidelijkheid bij deze partijen? Wethouder Meijs: Ja dat is denk ik wel een goeie. Dat is denk ik ook wat, ik ben haar naam even kwijt, van de Wereldkeuken zei. Dat je wel heel gedegen moet thuis zijn in alle taal die er in dergelijke documenten staat. Ik denk echt wel dat we ons best doen in de meeste stukken om B1-taal te spreken zoals we dat noemen, maar dat het in deze best een ingewikkelde klus is. Dus ook ik geef direct toe, heb soms de ambtenaar nodig om te zeggen: wat bedoelen we hier nou eigenlijk mee? Dus dat is natuurlijk wel een kwalijke zaak. Maar het is vergeven zal maar zeggen, vind ik dan, omdat we wel ... We geven wel ondersteuning daarin. Dus ook als er partijen zijn die niet begrijpen hoe ze dingen kunnen lezen of kunnen interpreteren hebben we wel vanaf het begin het aanbod gedaan om mensen daarin te ondersteunen. Ook partijen die daar inderdaad geen beleidsmedewerkers voor hebben.
En dat blijft ook nog steeds, ook in deze tweede fase die we nu ingaan, blijft dat allemaal bestaan. Al die ondersteuning blijft bestaan. Ook de oproep hier aan het begin van dit stuk van de vrijwilligersorganisaties, ook die behoren tot ons sociale weefsel. Wij kunnen die hele sociale basis niet zonder hun invullen. Ik ben ook vrijwilliger. Ik ben vrijwilliger omdat ik mijn moeder steun in het verzorgingshuis. Ik ben een mantelzorger. Ik blijf gewoon, hoe die sociale basis ook ingericht wordt. Dus op vele fronten zullen alle vrijwilligers die op dit moment dat sociale weefsel zijn in Haarlem, zullen natuurlijk gewoon blijven bestaan. Maar een groot aantal dingen hebben we hier in dit document wel vastgelegd. En ik had sterk de indruk dat de commissie niet helemaal nog begreep hoe die samenwerkingsverbanden gaan werken. We hebben, even in de vergelijking, bij het onderwijs hebben we ook samenwerkingsverbanden. Dus daar zitten vele partijen in één samenwerkingsverband bij elkaar die gegund is om speciaal of zorg of toezicht op het onderwijs uit te voeren. Zo is het samenwerkingsverband straks in de sociale basis van Gewoon in de Wijk ook georganiseerd. Er kunnen meerdere hoofdaanbieders zijn, hoofddeelnemers, met allerlei onderaanbieders of onderaannemers.
En ook nog kleinere of middelgrote aanbieders die nu nog niet of niet aan tafel zitten, of zich hebben teruggetrokken uit die tafel. Dus het kan zijn als straks er na deze tweede fase een gunning plaatsvindt en partij X of Y heeft een samenwerkingsverband gekregen, die zal bij die opdracht die verstrekt wordt altijd nog andere aannemers nodig hebben om vorm te geven aan dat hele samenwerkingsverband. En dan kunnen ook weer andere partijen aansluiten, grote als kleine partijen. Alleen met de dialoogfase hebben we gezegd: we willen een beperkt aantal, om ook een dialoog effectief te kunnen hebben. Je kunt niet met honderden partijen een effectieve dialoog hebben. We hebben gezegd: we kunnen maar met een beperkt aantal verder gaan. We willen niet met die honderden partijen verder. Trechteren. Het moet ook werkbaarder zijn. Maar het is niet van tevoren al gezegd dat iedereen uitvalt. Je kunt later nog aanhaken. Er zijn ook andere partijen die op dit moment een stuk van de hulpverlening of de sociale basis
63
vormgeven die niet hebben ingetekend voor die eerste dialoogfase. Dat baarde mij toen zorgen. Dan dacht ik: gaan die niet meedoen? Trekken die zich terug? Nee die haken later weer aan. Dat is het spel dat gespeeld wordt. En dat is geen spel op hoop of zachte grond, maar dat is bouwen op het vertrouwen wat je hebt met al je spelers in het veld, dat je een goede sociale basis straks neer wilt leggen. En dat zal per wijk ook weer verschillen. Elke wijk heeft weer zijn eigen profiel en zijn eigen kunde, maar ook zijn eigen gaten. En daar zal ook weer naar gekeken worden. Dus het zal per wijk ook weer verschillen. Nou dat in zijn algemeenheid over de zorgen die u heeft over de perceelindeling en de aanhaking van de samenwerkingsverbanden en hoe de andere strategische partners, die misschien nu nog niet aan tafel zitten, wel aan kunnen haken. Is er draagvlak voor dit model? Volgens mij ... De voorzitter: U heeft een interruptie wethouder, sorry. De heer Oomkes, Partij van de Arbeid. De heer Oomkes: Dank u wel. Eventjes over datgene wat ik tot nu toe zegt. Dat trechteren met name. Er zitten hier vier vrijwilligersorganisaties aan tafel die komen met een cri de coeur en die voelen zich onbegrepen. Die kunnen nergens terecht als het gaat over hoe hier in deze Biesbosch de weg te vinden naar open zee.
En dat lijkt mij handig, en we hebben ook met Jan Willem Duker aan tafel gezeten en die zegt: bij ons op de afdeling zit een functionaris die al die kleine clubjes helpt om met hun aanbieding te komen en met hun plannen te komen en daar komen we wel uit. En dat hoor ik nu vanavond niet terug. Ik wil zo graag dat deze mensen een handreiking krijgen. En ik zou daar persoonlijk aan willen toevoegen: waarom overweeg je niet voordat je het hebt geregeld gewoon een status aparte? Het gaat niet om zulke grote bedragen. Status aparte. Wethouder Meijs: Sorry, ik kon dat laatste niet helemaal verstaan, maar status aparte. Ja. Wat ik u hoor vragen is: zoek contact met de insprekers zoals Humanitas en met Stem in de Stad en met de Wereldkeuken. Ik kan u toezeggen dat ik dat zal doen. En dat zal ik misschien niet persoonlijk doen, maar dat zal ik laten doen, om hun in ieder geval op de hoogte te brengen wat de status op dit moment van het selectiedocument is en de status is van de hele onderhandeling. Even kijken. De integrale monitor waarover gesproken werd onder andere door D66. Ik kan u toezeggen dat we bij het jaarverslag hierop terugkomen. Het jaarverslag. Dus daar zijn we mee bezig. We doen elk jaar verslag van hoe het een en ander in elkaar zit. Dat zullen wij zeker met u communiceren. Dat heb ik ook toegezegd, dus dat komt.
Dit jaar komt dat zeker, of begin volgend jaar komt dat zeker. Dus die monitoring waar u om gevraagd heeft komt in een uitwerking. U heeft positieve als zowel zorgelijke bijdragen gehoord. Ik heb van verschillende partijen gehoord dat ze contact hebben gezocht met de partijen die inmiddels in de dialoogfase aan tafel zitten. We gaan hier geen namen noemen, dat ga ik ook niet doen, dat kan niet in een aanbesteding. Maar ik heb ook positieve bijdragen gehoord en men is enthousiast. Men wil graag aan de slag, maar men heeft ook zorgen hoe het er precies, dat landschap, over een tijdje uit zal zien. Die zorg, die spanning, die voel ik natuurlijk ook. Ik zit niet persoonlijk aan tafel, dat zijn mijn ambtenaren die aan tafel zitten, en dat is een partij die het proces begeleidt. Maar ik word zeg maar gerust met enige grote regelmaat teruggekoppeld en alle belangrijke beslissingen worden ook steeds met u gedeeld. We hebben vooraf dingen gedeeld. We hebben duidelijk wat de heer Visser van de ChristenUnie zei, we hebben vorig jaar afgezien van een bepaald model, maar we hebben ook twee jaar geleden afgezien van een bepaald model. We hebben vorig jaar gekanteld en vanaf dat moment dat we gekanteld zijn hebben volgens mij u steeds op de hoogte gehouden van wat er was.
En dat het niet altijd blijft hangen of dat het niet altijd even duidelijk is, ja het is een waanzinnig ingewikkeld traject wat we hier in gaan, maar ik heb u steeds op cruciale momenten geïnformeerd over op welk moment we hier staan en welke beslissing we nu nemen. En ik kan u ook toezeggen: het moment dat we de officiële gunning uit gaan vragen, dus die uitvraag, die definitieve uitvraag, dus na deze tweede dialoogfase, dat ik die aan u voor zal leggen. Ik denk dat u zicht moet hebben op wat wij aan die gunningsbrief, wat hij daarin zetten. Ik denk dat dat niet meer dan normaal is. In dit belangrijke proces
64
wat moeten komende jaren met elkaar aangaan. En dat is het tweede of derde argument of thema wat ik terugzag: hoe borgen we het en hoe houden we vinger aan de pols? Of komen we elkaar pas over negen jaar tegen? Zeker niet. We hebben ook in dit document volgens mij, en zo niet, dan zal ik u dat nog doen toekomen in een brief, volgens mij hebben we iets afgesproken over de evaluatie en het tussentijd bij kunnen stellen. Want volgens mij hebben we afgesproken dat ze het opknippen in twee- of driejaarlijkse termijnen. Het is niet voor de eeuwigheid, maar het is ook niet voor de korte termijn. Je moet een langdurig traject aangaan om goede verbinding te kunnen krijgen, zodat er goede zorg voor de goede mensen op de goede plekken terechtkomen. Maar daar hebben we afspraken over op papier gezet in die evaluatie. Hoe dat precies vorm gaat geven moet ook in die fases allemaal duidelijk worden. Dan was er nog een hartenkreet over het sociale wijkteam. Volgens mij hebben we die nu opgenomen in dit document. Daarvan hebben we gezegd: die gaan de boot niet missen. Die worden gedetacheerd en dat wordt na twee jaar geëvalueerd hoe dat uitpakt. En daarmee hebben we een borging en zijn we ze niet kwijt en missen ze niet de boot.