Transcript commissie Samenleving 2 september 2021
Tekst van het document
33
dat u zegt ik mis het. Dus we zullen zorgen dat we daar wel iets over opnemen van hoe dat dan werkt en georganiseerd is. Ja dan Hart voor Haarlem. Ja volgens mij... De voorzitter: Sorry wethouder, u heeft nog even een interruptie van de heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja en dat is dan eigenlijk ook omdat u ze per fractie afgaat. Ik had een paar vragen gesteld over dialooggericht aanbesteden. In hoeverre impliceert deze visie dat de gemeenteraad ook zou instemmen met dialooggericht aanbesteden? En het tweede was, als dat dialoog gericht aanbesteden losgelaten zou worden kan de wethouder aangeven wat daar de gevolgen van zijn? Wethouder Botter: Nou ik dacht mij er gemakkelijk vanaf te maken door te zeggen van laten we het vooral hebben over de dialoog en niet over dialooggericht aanbesteden. Kijk je hebt de dialoog nodig om met elkaar de volgende stap te zetten. En dan is het vervolgens de vraag hoe zorg je er nou voor dat je dat op de meest ideale manier gaat organiseren? En ik hoop u nog steeds te kunnen overtuigen dat juist omdat we met die twee percelen gaan werken en dat we rekening houden met een aantal andere wensen die u ook heeft dat we daardoor in staat zijn om u ook te kunnen overtuigen en dat hoop ik dat u mij dat dan ook gunt dat ik het verschil tussen aanbesteden en subsidie dat dat helemaal niet meer zo groot is.
En dan moeten we gaan kijken van wat welke kant valt dan het kwartje op. Maar dat is ook iets wat we gewoon met elkaar moeten uitvinden. Kijk ik ben in ieder geval heel erg blij met de wijze zoals we nu vandaag met elkaar het gesprek voeren. Omdat we eigenlijk is dit een soort dialoog tussen u en mij om te kijken van hoe gaan we nou dat proces eigenlijk verder vormgeven. En dat komt niet echt heel erg tot uitdrukking in zo'n stuk. Maar dat is wel iets van ik heb ook sommige mensen horen zeggen van ja ook in tot nu toe is in de dialoogfase nog helemaal niet helder geworden hoe dingen zitten. Nee de dialoogfase moet nog beginnen. We hebben nu allerlei basisgesprekken gehad om informatie te verzamelen en te vergaren. Op basis daarvan is dit document geschreven en op basis daarvan gaan we de dialoogfase in. De voorzitter: U heeft een interruptie. Kunt u de microfoon even uitzetten. Een interruptie van de heer Smit. Ik zag de heer Smit u heeft minder dan vijf minuten nog voor de rest van de vergadering. Dus hou daar rekening mee. De heer Smit: Dank u wel meneer de voorzitter. De wethouder zegt er zit niet zoveel verschil tussen aanbesteden en subsidiëren. Dat zei u geloof ik. Zou u voor de volgende commissievergadering daarop een toelichting kunnen geven wat die verschillen als ze niet zo groot zijn wat ze dan nog zijn? Wethouder Botter: Ja dat kunnen we proberen.
Dat wil ik proberen. Dan kom ik bij uw vraag ja u was niet heel erg enthousiast. En u wilt eigenlijk hebben dat dit stuk van tafel gaat en dat er op basis hiervan geen dialoog wordt gevoerd. U maakte ook nog een opmerking over de vaktherapie. De vaktherapie is nou echt bij uitstek zo'n onderwerp waar we het nog met elkaar over moeten hebben. En daar wordt niet heel erg expliciet op ingegaan in dit document. En ja als u vindt dat we op basis hiervan niet de dialoog moeten gaan voeren ja dan staan wij gewoon lijnrecht tegenover elkaar. Want ik probeer ook duidelijk te maken in de beantwoording van de vragen dat er echt heel goed over nagedacht wordt. En dat we niet zomaar met iets bezig zijn. En dus daar kan u verder ook niet van overtuigen. Als u vindt dat dit niet moet gebeuren op basis van dit stuk ja dan zij het zo. En dan vind ik dat heel jammer. De voorzitter: Meneer Smit.
34
De heer Smit: Ja meneer de wethouder, u kunt mij natuurlijk wel overtuigen. Als u op enig moment heel duidelijk zichtbaar maakt hoe de positie van de vaktherapie aan die positie recht wordt gedaan in uw visie. En op dit moment wordt er misschien wel gepraat maar wij zien geen verandering in die positionering. Dus ik zou zeggen maak OPHaarlem blij. Wethouder Botter: Jawel maar we hebben verschillende keren en we gaan dat 30 september ook doen want dat is door de SP opgewaardeerd nu als stuk om dat ook 30 september te gaan bespreken. Laten we het dan over de vaktherapie hebben. Ik heb zelf al bij herhaling aangegeven dat ik het een hele waardevolle activiteit vind. Maar dat het heel laagdrempelig is. En soms clientèle aantrekt die eigenlijk wat u aangeeft ja naar iets toegaan. Een sluisje daar tussen van dat het onder verantwoordelijkheid van een GGZ-psycholoog wordt gedaan. En dat die aan kan tonen van dat is voor die cliënt belangrijk dat die naar vaktherapie gaat. Dat sluisje wil ik er graag op houden. Omdat ik anders denk dat de poorten openslaan voor Jan en alleman die dit willen gaan doen. Want het onderscheid vervolgens om het te doen maar daar gaan we het de 30ste over hebben. Ja en de ChristenUnie nou de vragen waar u het met de anderen eens was die waren al beantwoord. Ja de doelen normaliseren en opvoedingsondersteuning ja daar zitten we in.
Er wordt heel erg veel inzet gepleegd op opvoedingsondersteuning. Er zijn hele programma's variërend van negen maanden voor de bevalling tot het moment van dat je kind uit huis gaat. Dus u kunt het zo gek niet ‘…’ maar er is echt van alles op dit moment qua opvoedondersteuning. Er wordt ook heel veel gedaan vanuit de jeugdgezondheidszorg met apps. Ouders bij elkaar brengen, ‘…’ laten informeren over de groei en de ontwikkeling van de kinderen. Nou de vechtscheidingen daar hebben we het over gehad. En de ontschoten naar het gedwongen kader en de jeugdhulp dat is een heel verhaal apart. We zijn in discussie met gecertificeerde instellingen. En de Kamer heeft een motie aangenomen dat alle gemeenten waarschijnlijk verplicht gaan worden om met één tarief te gaan werken landelijk en één afrekeningssysteem. En dat moet dan vanuit ons eigen budget worden betaald. En sowieso zijn we op dit moment in gesprek met gecertificeerde instellingen ook over de tarifering en dergelijke. Maar het gedwongen kader wordt betaald door ons. Maar heeft zelf een hele grote stem in naar wie ze verwijzen. Naar wat ze verwijzen. En ja daar zijn we wel ook mee in gesprek. Maar het is soms anders georganiseerd. Ook bij de Raad van de Kinderbescherming bijvoorbeeld is het zo van die worden afgerekend op het aantal cliënten wat ze in portefeuille hebben.
En heel veel instellingen die door ons gefinancierd worden worden op output financiering gezet om te zorgen dat ja ze toch wel ervoor zorgen dat kinderen op een gegeven moment ook uitstromen. Dus daar zitten gewoon conflicten tussen. En het is heel lastig om dat te ontschoten maar er wordt wel naar gekeken. En over de crisisbedden daar zijn we mee bezig. Daar zijn ook allerlei dingen over. Het ene crisisbed is niet hetzelfde als het andere crisisbed. Maar we zijn aan het kijken hoe we dat met de crisisbedden kunnen oppakken. Want het idee is dat we er in de regio misschien wel nog een paar bij moeten hebben. En volgens mij heb ik nu alles gehad. De voorzitter: Ja dank u wel wethouder. Nou volgens mij heeft de wethouder inderdaad nagenoeg alle vragen misschien is niet iedereen tevreden met het antwoord maar de vragen beantwoord. En ik vraag me af of er echt nog een tweede termijn nodig is. En of kunnen we tot besluitvorming overgaan. De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Nou volgens mij kunnen we wel naar besluitvorming. En ook gehoord hebbende de discussie ben ik eigenlijk wel en ook de wethouder kan deze wat mij betreft ook ter besluitvorming naar de raad. De voorzitter: De heer Hulster, Actiepartij.
35
De heer Hulster: Volgens mij heb ik de wethouder net horen zeggen dat dit stuk zou worden betrokken in de stukken die de 30ste... Dus volgens mij hoeven we nu helemaal geen besluit te nemen. En kunnen we dat doen later doen of we kunnen zeggen dat we het dan meenemen. Of maar volgens mij komt dat nog terug. Wethouder Botter: Ik was ervan gegaan dat u had gezegd bij de agendering en waar wat verwarring over was of dit van de agenda af moest of niet dat u zelf heeft aangegeven dat u het de 30ste nog wilde betrekken. Dus wie ben ik dan om daar tegenin te gaan? De heer Hulster: Nee ik ging niet tegen u in. Ik ging tegen de voorzitter in. Misschien... De voorzitter: Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul: Volgens mij is er ook inderdaad net gezegd dat we vanavond vragen konden stellen. En het de 30ste zouden behandelen. De voorzitter: Nou ik denk niet dat we het de 30ste nog een keer gaan behandelen. Maar dat vind ik dan wel weer, we gaan niet alles overdoen. Maar ik heb ook een toezegging gehoord van de wethouder dat er ook iets opgenomen gaat worden over toezichthouders. In dit stuk neem ik aan dan. En ja ik vind het prima om het door te schuiven naar de 30ste en er dan formeel de klap erop te geven. Maar we moeten het niet die hele discussie nog een keer over doen volgens mij. Even via de microfoon graag wethouder.
Wethouder Botter: En dan zal ik er ook voor zorgen dat die twee punten die ik bij de mededelingen heb aangegeven worden veranderd nog in het stuk over de wat zei ik nou net over de wat? Nee de toezichthouders is een ander punt. Over de ja de negen jaar. De negen jaar en het voorschot wat genomen is op de dialooggerichte aanbesteding. De voorzitter: Ja de heer Smit. De heer Smit: Voorzitter, ik dank altijd uw aandacht en sturing en beheer van de commissie, maar het lijkt me toch dat het aan de leden is om te bepalen wat ze de 30ste toch eventueel op basis van nieuwe informatie willen bespreken. Dus in die zin... ligt dat stuk er de 30ste. De voorzitter: Natuurlijk is het geheel aan u maar ik zou graag willen dat u dan met nieuwe dingen komt misschien. Maar dat is geheel aan u aan de hele commissie. Mevrouw Özogul. Mevrouw Özogul: Ik heb dit stuk nu ook behandeld, kort behandeld omdat het de 30ste terug zou komen. De voorzitter: Nee dat is prima, we zetten het gewoon op de 30ste erbij. Dan gaan we nu niet besluiten. En de wethouder gaat toch nog wat dingen aanpassen. Sorry? We gaan het alleen maar over jeugd hebben. Ja. Dus we besluiten dat we nu niet gaan besluiten. En dat het op de 30ste weer op de agenda komt. En de wethouder gaat een aantal zaken toevoegen aan deze aan het stuk. En dan wil ik u voor nu danken. Dan gaan we even pauzeren om te eten.
We gaan even kijken hoe laat is het nu? Tien voor acht weer terug. 14. Tussenvoorziening maatschappelijke opvang in Anton Pieckhofje (MTM) De voorzitter: Welkom terug bij de commissie Samenleving.
36
De voorzitter: We gaan beginnen met spreektijd voor belangstellenden. En ik heb hier aan mijn rechterzijde mevrouw U... zitten. En die wil graag inspreken bij agendapunt 14 over het Anton Pieckhofje. Maar omdat die aan het eind van de vergadering is hebben we besloten om eigenlijk de inspreekbijdrage gewoon even naar voren te halen. Dat is voor de inspreker waarschijnlijk wel even wat fijner. Nou zoals gezegd u gaat inspreken over het Anton Pieckhofje. U krijgt drie minuten de tijd. En gaat uw gang ja. Mevrouw U...: Ik heb van tevoren nog een korte opmerking om mijn inspraak even in de goede context te zetten. En de voorzitter van de bewonerscommissie van het Anton Pieckhofje die heeft een brief opgestuurd als toelichting op de inspraak. Ik zag hem alleen volgens mij niet bij de stukken staan. Dus ik weet niet of u hem wel heeft gehad? Ja er staat wel een ouder document. Een zienswijze. Maar de brief was er volgens mij niet bij gevoegd. Ja? De korte brief zeg maar van één A4? Ja nou helemaal goed, dan gaat het helemaal goed. Oké dan wilde ik graag beginnen. Goede avond. Zoals u weet kom ik inspreken over het Anton Pieckhofje. Omdat het punt weer laat stond ingepland sta ik er nu. Om ook er zeker van te zijn dat u hoort wat de daadwerkelijke gang van zaken is. In juni heb ik hier ook gestaan. Het punt verdween toen van de agenda.
En de vragen zouden schriftelijk worden beantwoord. In de raadsbrief zijn mijn vragen echter niet afdoende beantwoord zoals u heeft kunnen lezen. Helaas is dit niet meer relevant. Omdat de doorstroomvoorziening voor daklozen in sneltreinvaart in het zomerreces gerealiseerd is. Pardon. En drie weken van tevoren is dat officieel aan de omwonenden mede gedeeld dat dat zou gaan gebeuren. Diverse partijen zijn voor het zomerreces op werkbezoek gekomen. En ook zij zagen de knelpunten die wij zien als omwonenden. Er is ter plekke een toezegging gedaan door de wethouder om na het zomerreces verder naar oplossingen te zoeken. Maar aan het eind van het werkbezoek werd opeens duidelijk dat de inhuizing zou plaatsvinden in het zomerreces. Zodat wij en u ook buiten spel zijn gezet. 1 juli is de motie goed overleg doet wonderen aangenomen. En hierin wordt verzocht om met ons in overleg te gaan om gedragen oplossingen te zoeken voor de verwachte overlast. De heer ‘…’, de medewerker van mevrouw Meijs beweert continu dat er overleg is met ons, met de buurt. Maar dat is er niet. Er is geen overleg met ons. Wij worden aangehoord. En vervolgens worden we voor voldongen feiten gesteld. En het plan zoals ook oorspronkelijk de bedoeling was wordt ons door de strot geramd vanwege efficiency overwegingen.
Sterker nog, op mijn e-mails naar de wethouder en meneer ‘…’ hierover wordt gewoon niet meer gereageerd. Ik neem u even kort mee in de huidige situatie en de oplossingen die wij als bewoners zien. Nu in de opstartfase is er 24-uursbegeleiding en een halve bezetting van 18 mensen. Het concrete plan is om tien jaar lang ieder half jaar 36 nieuwe mensen te plaatsen. En natuurlijk dat is het kenmerk van een doorstroomvoorziening voor daklozen dat er nieuwe mensen komen. Maar die 24-uursbegeleiding die wil men afbouwen. Die is alleen voor de opstartfase. De huidige entree ligt in een speeltuintje in een krappe doodlopende hoek van twee straten. Waar onze voortuinen omheen liggen. En tot slot zijn er nog de problemen die de inwoners van het hofje ervaren en die staan in de brief die u heeft verder toegelicht. De oplossingen die wij zien. Aan de achterkant van het pand is een andere ingang. En deze entree komt uit op een veel bredere straat met veel parkeerruimte, een recreatieplek en goede ontsluitingsmogelijkheden. Openen van deze ingang wordt door meneer ‘…’ geweigerd. Indien deze entree wordt geopend, indien er een 24-uursbegeleiding blijft en er een bezetting komt van maar 18 mensen zal er weinig sprake zijn van overlast voor ons als omwonenden. Natuurlijk moet dit dan wel gecombineerd worden met de oplossingen die in de brief staan voor de inwonenden.
Ik begrijp tot slot niet waarom wij als welwillenden participerende burgers zo worden genegeerd en waarom de motie zo opzij wordt geschoven. Dank u wel voor de aandacht. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog vragen uit de commissie? Mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem?
37
Mevrouw Zoon: Ja dank u wel. Naar aanleiding van uw vorige bijeenkomst heb ik ook vragen gesteld aan de wethouder. En ik kom hetzelfde feit neer als u van er zijn wel woningen nodig maar er zit niet echt beleid achter. En er wordt inderdaad doorgestroomd en ook omdat er doorstroomwoningen op het Koepelterrein gebouwd worden door Elan woningen. En daar verschillen de cijfers ook van. Dus ik ben het met u eens dat daar niet geluisterd wordt. Dat er doorgezet wordt. Maar dat die woningen wel nodig zijn. Maar dat op een beter proces een betere participatie mag dat heb ik ook uit mijn antwoorden van mijn vragen gesteld. Dus ik onderstreep wat u beleeft. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Stroo, Jouw Haarlem. Mevrouw Stroo: Ja bent u op de hoogte gesteld wat de reden is dat de zijingang niet geopend is? Zoals we tijdens dat werkbezoek eigenlijk voorgesteld hebben. De voorzitter: Mevrouw U..., ook nog even voordat het weer gebeurt. Er werden ook namen van ambtenaren genoemd. En dat wil ik dat gebeurt eigenlijk niet dat we dat doen. De wethouder is verantwoordelijk dus hou het bij de wethouder alstublieft. Mevrouw U.... Mevrouw U...: Helder. Wat was uw vraag ook alweer? Sorry. Oh ja of wij op de hoogte zijn gesteld van de zijingang. Waarom? Mevrouw Stroo: Aanvullende vraag is waar u net over sprak.
De achteringang is dat een andere ingang dan die zijingang? Mevrouw U...: Nee met de achteringang bedoel ik dat we bij het werkbezoek zijn geëindigd. En dat is de ingang die zit aan een ruime straat. Daar zit al een deur. Er is nu de gemeenschappelijke ingang. Die zit zeg maar in die hoek met de voortuinen die wordt nu gebruikt. We weten niet waarom dit wordt afgehouden. Want ik heb het idee dat dit als een beetje als een soort ja worst ons wordt voorgehouden steeds van nou we gaan dat overwegen, we nemen dat echt in overweging. Maar ik zit bij ik zat bij Ymere en daar werd gewoon heel duidelijk gezegd nee dat gebeurt niet, dat gaat ook niet gebeuren. De gemeente wil dit niet, wij willen dit niet. En op het moment dat ik uitvraag waarom niet dan krijg te horen nou dat zijn de kosten. Nou die deur die zit er al. Daar hoeft alleen nog een slot in. Als ik zeg nou dan draag ik die kosten wel dan kan dat ook niet. Dus wat de reden is dat snappen wij niet. Nee. De voorzitter: De heer De Lint, CDA. De heer De Lint: Ja dank u wel voorzitter. U uit uw zorgen over de communicatie. Of uw zorgen eigenlijk uw onvrede. Zou u dat iets meer toe willen lichten nog? Zijn de verwachtingen die werden gewekt door voorafgaand over uw interactie met de gemeente waren die te hoog? Of zijn ze gewoon totaal niet nagekomen wat ze beloofd hadden aan inspraak? Mevrouw U...: Nou ja volgens mij het tweede.
Ik weet niet of mijn verwachtingen te hoog zijn. Mijn verwachtingen waren dat wij in overleg konden. Wij hebben nooit gezegd wij zijn tegen dit plan. Want die doorstroomwoningen zijn nodig. Dat snappen wij ook. Het complex is niet geschikt voor twee aparte doelgroepen. Dat staat wel buiten kijf. Maar dat stadium zijn we al heel erg lang voorbij. Dus de gemeente die wil dit doen. De wethouder heeft dit plan en die gaat daarmee door. En ik heb gedacht door in te kunnen spreken maar ook door met de raadsleden contact te hebben en door het werkbezoek dat we misschien wel in
38
overleg konden met elkaar. Maar we worden steeds voor voldongen feiten gezet. En er wordt wel gezegd dat er overleg is. Maar dat is er niet. De voorzitter: Mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Ja dank u wel voorzitter. En dank u wel voor het inspreken. Heel erg vervelend om te horen dat er zo weinig communicatie is. En de communicatie die er is dat er niet geen gehoor wordt gegeven, geen opvolging aan de eventuele beloftes die zijn gedaan. En heel erg bedankt ook voor het oplossingsgerichte gedeelte in uw mail. Dat vind ik eigenlijk vrij bijzonder. U zou ook kunnen zeggen we zijn er klaar mee. Weg met ze. Dat zegt u niet. U zegt van ze kunnen hier komen maar we hebben een aantal dingen die we graag gerealiseerd zouden willen. Het enige wat ik wil zeggen dank daarvoor en u kunt ervan op aan dat wij een goed gesprek zullen hebben met het college hierover om te kijken hoe we tot een oplossing kunnen komen. De voorzitter: Dank. Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja dank u wel voorzitter. Ik vraag me wel af, wordt er nog op enig moment geëvalueerd? Want u heeft het in uw betoog natuurlijk niet aangegeven. Maar ik zag het in de brief van de heer ‘…’ al wel. En dat er al best wel wat vervelende incidenten waren voor de bovenbewoners. En ja wat overlast al heeft plaatsgevonden.
Zijn bewoners dan ook bij een evaluatiemoment betrokken? Of iets dergelijks? Mevrouw U...: Het evaluatiemoment dat gepland staat half september dat is bij mij weten tussen gemeente, Ymere en Leger des Heils. Dat is niet met de bovenbewoners. Het vervelende is van dat evaluatiemoment wat nu gepland staat dat wat gaat er geëvalueerd worden? Er gaat een halve bezetting geëvalueerd worden met 24-uursbegeleiding. Maar dat is niet de realiteit. Want de wethouder heeft dit een instroommodel genoemd naar een bezetting van 36 mensen waarbij de begeleiding wordt afgebouwd. En dat betekent dat er dan 72 mensen nieuwe mensen steeds ieder jaar weer komen in een hoekje waar 17 huizen omheen staan. Dat is zo enorm uit balans. Dat zonder begeleiding ja dat gaat mis als die entree daar blijft. Wij zien dat misgaan. De voorzitter: Dank u wel. De heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Ja het is jammer om te horen dat u aangehoord wordt. Want alleen slechts dat want het lijkt wel de nieuwe dialoog 2.0-vorm van de gemeente. Te vaak. Ik denk dat het goed is als u zich regelmatig laat zien in deze commissie. Zodat wij met u de voortgang van hele logische standpunten maar ook de uitwerking van hele charmante oplossingen met u kunnen volgen en dan hoop ik dat eigenlijk zowel de ambtelijke organisatie als de coöperatie als de wethouder met u tot een goede oplossing komt.
En ik denk dat 36 mensen inderdaad nimmer haalbaar is. En dat een vorm van wonen zonder een intensieve begeleiding nimmer kan leiden tot een evenwicht tussen de bewoners en u als omwonenden. De voorzitter: Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Ja ik ga niet zeggen bedankt voor het inspreken. Want dat mag officieel niet. Maar toch goed dat u er bent. Nou had u natuurlijk verwachtingen die niet zijn uitgekomen. Ik hoor u eigenlijk stiekem zeggen iets waarvan u zelf zegt als het zo zou zijn dan kunnen we er wel mee akkoord gaan. Dat wou ik even verifiëren. U wil 24 uur begeleiding, 18 personen en die achteringang. Dan kunt u wel? Mevrouw U...: Ja gecombineerd wel met de oplossingen voor de inwoners. Want ik ben een omwonende. En ik heb dus wel echt ook andere belangen dan de mensen die in ditzelfde complex wonen. Ik sta hier nu als
39
omwonende. Ik had ook maar drie minuten. Dus daarom gaat het daar voornamelijk over. Maar dat moet wel echt met elkaar gecombineerd worden. En dan kunnen we denk ik best tot een leefbare oplossing komen. Ja. De heer Van den Raadt: En dan komt u hier ik neem aan dat u toch een beetje wat minder vertrouwen heeft gekregen in de politiek na al die mooie praatjes en dat u dan hier weer komt en het toch anders gaat als dat u voorgespiegeld is. En u krijgt dan hier ook wel allemaal complimenten voor het inspreken. En fijn dat u er bent. En dat u zo meedenkt met de oplossing. Maar zeg nou eens concreet want wij zijn de baas. De raad is de baas. De wethouder moet doen wat wij zeggen. Dus zegt u nou eens concreet van jongens jullie zijn de baas, ga nou eens dit aan die wethouder zeggen. En kom niet meer terug met minder. Mevrouw U...: Nou ik heb niet genoeg kennis van de exacte gemeentelijke processen om precies te weten wie beslissingsbevoegd is. Ik heb begrepen dat dit een collegebesluit is. Wij denken als bewoners door de manier waarom dit is gegaan waardoor dit er echt doorheen is ja gedramd dat daar dat inspreken eigenlijk nou ja ik doe het omdat ik vind dat u het ook allemaal moet weten. Maar of het nou echt nog nut gaat hebben ja ik betwijfel het. Want wij zijn al maanden met deze oplossingen en ook met de wens om in dialoog te gaan bezig. Maar ja er is wel een motie aangenomen.
En die wordt genegeerd. En dat vind ik heel kwalijk. De heer Van den Raadt: Nou kijk dat is precies wat ik bedoel. Daar zitten wij dus voor. Dat dat gewoon wordt uitgevoerd zoals voorgespiegeld. Dan nog een ding over die want daar verbaas ik me bij Domus Plus ook over. U zegt dan er komt dus een 24-uursbegeleiding. Maar die mensen die wisselen elke keer. En dan wordt er toch gezegd, na een bepaalde tijd is die begeleiding niet meer nodig. Terwijl u natuurlijk een heel goed punt heeft. Het zijn elke keer weer nieuwe mensen die die regels niet kennen en dat allemaal weer moeten leren. En alleen die eerste groep die krijgt begeleiding en die anderen die moeten het maar zelf uitvogelen. Is daar nog een argumentatie voor gegeven waarom dan die navolgende groepen plotseling wel alles in een keer goed doen? Mevrouw U...: Nou niet voor dat specifieke onderdeel. Maar het hele plan is gestoeld op efficiency overwegingen. Hebben wij natuurlijk alleen mondeling een keer te horen gekregen. Dat begrijpt u ook wel. Dat staat niet zwart op wit. Er is geen grondig onderzoek gedaan naar de haalbaarheid. Nee het zijn puur efficiency overwegingen. Het zijn kostenoverwegingen. Dit is gewoon ook nog een punt wat de wethouder moest realiseren voor het eind van de ambtstermijn denk ik. Ja dat is het. Meer is het niet. De voorzitter: Ja dat was het? Nou dan wil ik u hartelijk danken.
Ik mag het wel doen. U mag het ook doen natuurlijk ook nog steeds voor het inspreken. De boodschap is duidelijk ja en nou ja fijne avond nog. Ja we zouden nu eigenlijk punt 11 willen beginnen. Maar we moeten even wachten op wethouder Meijs. Die zit nog even bij de andere commissie. En we verwachten dat ze over een minuut of tien hier is. Dus ik wil even voor tien minuten gaan schorsen. We gaan vast beginnen met het volgende onderwerp. Wethouder Meijs is er nog niet. En dat gaat nog misschien een kwartier, twintig minuten duren. Maar ik stel voor om vast te gaan beginnen. Want het is ook het onderwerp waar de heer Botter op kan reageren. Dus we moeten even kijken hoe dat gaat en misschien dat de vragen nog een keer herhaald moeten worden als de wethouder er is.
40
11. AEF onderzoek samenwerking CJG/ SWT (MTM/JB) De voorzitter: Maar laten we van start gaan. Ik zal vast gaan voorlezen. Agendapunt 11 is AEF-onderzoek samenwerking CJG en SWT sociaal wijkteam. Het AEF-onderzoek naar de samenwerking tussen het CJG en het SWT geeft het volgende beeld. Het aantal cases waar we samenwerking tussen het Centrum voor Jeugd en Gezin en het sociaal wijkteam nodig is is ten opzichte van de totale caseload van beide organisaties relatief klein. CJG en SWT vinden elkaar goed. Met name in de casuïstiek. Waarbij er sprake is van complexe en meervoudige problematiek. En juist in deze casuïstiek is samenwerking noodzakelijk. Tegelijkertijd zijn er verbeterpunten om de samenwerking te optimaliseren. En andere organisaties zorgen daarbij niet per definitie voor een betere samenwerking. Het rapport laat ook zien dat wanneer in Haarlem gekozen wordt voor een stevige nadruk op preventie zoals nu in de verwerving voor Wmo voor jeugdvoorzieningen tot uitdrukking komt mogelijk ook andere organisatievormen interessant kunnen zijn. Een verregaande organisatorische integratie van beide teams leidt echter niet tot grote besparing van kosten. Het college is voornemens de verbeterpunten op korte termijn ter hand te nemen.
Het mogelijk verregaande organisatorische samengaan van beide teams zal bezien worden na en in de context van de actuele ontwikkelingen rondom de verwervingstrajecten, de opdrachten van beide teams en de samenloop van deze opdrachten. Dit punt is op verzoek van GroenLinks en daarmee wil ik mevrouw Klazes als eerste het woord geven. Mevrouw Klazes: Echt waar hebben wij dit... Oké. Ja terecht ook. Is een heel belangrijk punt namelijk. Ja. En de reden dat wij dit hebben geagendeerd we wisten dat het eraan zat te komen is dat het is heel belangrijk. Hoe gaat het sociaal wijkteam om met CJG-coaches en hoeverre wordt dat geïntegreerd met elkaar? Wij hebben een tijd lang als raad hebben wij of als commissie hebben wij een kant op gestuurd dat we toch wel richting een soort van nou ja ik wil niet zeggen volledige integratie maar toch wel een nauwere samenwerking tussen deze partijen zou komen. Nu blijkt uit het rapport dat dat nou ja of te bezien valt wordt niet per se afgewezen, maar of dat nou echt absoluut de weg te gaan is dat valt nog te bezien. Ik vind eigenlijk de uitspraak dat het in het licht bekeken moet worden van de ontwikkelingen waar we nu middenin zitten. Welke rol is straks weggelegd voor het sociaal wijkteam? Hoe krijgt dat zijn beslag in Gewoon in de wijk? Dat geldt ook voor CJGcoaches.
Ook daar zit het een en ander te verschuiven of wordt misschien de positie anders. Dus voordat we daar een definitief antwoord op kunnen geven lijkt het me inderdaad verstandig dat we die ontwikkelingen even afwachten tot het zo ver is vindt GroenLinks dat het inderdaad volgen wij wel het advies een beetje van het AEF dat als het niet opportuun en je kan een vorm van samenwerking vinden waarin je als partij op casusniveau meer casusniveau gericht samenwerkt meer dan echt aan de achterkant ook op bestuurs of organisatorisch samenwerkt dan doet dat eigenlijk wel recht aan de hele manier waarop de sociale basis is ingericht of die sociale wijkteams zijn ingericht, namelijk met het werken aan de voorkant. Dus dat maakt voor ons zit daar een soort van logica in die misschien de wethouder zal weerleggen. Ik weet dat de wethouder volgens mij of het college wel geneigd is om toch te zoeken naar een andere vorm van samenwerking. Maar dan wordt ik graag overtuigd. Voor nu zeggen van nou ja dan volgen we eigenlijk de aanbeveling uit het rapport totdat er misschien een verandering is van de positie en de taken van de twee partijen. Dus volgens mij heb ik verder geen punten daarover. Dus ik ben heel erg benieuwd naar de reactie van de wethouder. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Dank u wel voorzitter.
Ja voor ons lijkt het toch wel verstandig om te kijken of er meer samenwerking kan. Natuurlijk wel in het licht van alle aanbestedingen waar we nu middenin zitten. Want ja er wordt dus gezegd van nou ja in 10% van de gevallen is dat nu relevant. Maar je zou eigenlijk andersom willen
41
weten in hoeveel gevallen zou het relevant kunnen zijn. Want dat het nu in 10% van de gevallen gebeurt wil niet zeggen dat er misschien nog veel meer te halen zou zijn als er meer samengewerkt werd. Dat weten we nu natuurlijk niet. Maar dat zou een interessante vraag zijn wat ons betreft. Maar goed uiteindelijk gaat het erom het centrale punt is dat de zorg zo goed mogelijk rond de mensen die zorg nodig hebben wordt georganiseerd. En dat we daar het beste model voor kiezen. Het zijn twee netwerkorganisaties nu. Dus wat ons betreft kan er gewoon beter samengewerkt worden zonder dat er worden hoeft te worden versmolten. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja dank u wel voorzitter. Ja het was ik was een van de indieners van die motie. En ik leefde in de veronderstelling op basis van mijn eigen gesprek met mensen uit de praktijk dat we serieus moesten gaan kijken naar het integreren van het CJG en het sociaal wijkteam. En de gedachte daar achter was volgens mij volgens mij moeten we eens goed kijken naar hoe mensen die naar het sociaal wijkteam gaan en naar het CJG gaan hoe zij dat ervaren. En of zij heel vaak hun verhaal moeten doen en of zij goed worden doorverwezen et cetera. Nou er ligt nu een helder rapport, integratie van die organisaties is niet per se de oplossing. Nou daar legt mijn fractie zich bij neer.
Tegelijkertijd doet het AEF wel hele heldere aanbevelingen of verbeterpunten noemen zij dat. En dat gaat juist over die punten wat ook aan de kern lag van die motie, warme overdracht, geen dubbele intakes, niet overal je verhaal doen, beter samenwerken. Duidelijker, gezamenlijk regie eigenlijk. Er moet in ieder geval een iemand de regisseur zijn. Het college geeft aan in de oplegger wij nemen deze aanbevelingen over. We gaan dit op termijn implementeren. Ik hoor graag van de wethouder op welke termijn dat dan is. En wanneer kan deze commissie dan verder geïnformeerd worden over hoe dat dan gaat? Want dat zou ik wel graag willen weten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Booms, ChristenUnie. Mevrouw Booms: Dank u voorzitter. De belangrijkste conclusie in het rapport is er wordt te weinig samengewerkt tussen CJG en het sociaal wijkteam. Het CJG betrekt slechts bij 10% van de cliënten het sociaal wijkteam. En het sociaal wijkteam betrekt slechts 5% van de cliënten het sociaal wijkteam. En daarbij wordt door het sociaal wijkteam onvoldoende gebruik gemaakt van de verwijsindex en ontbreken de instrumenten om structureel samen te werken en casuïstiek te bespreken. AEF komt met acht verbeterpunten die hout snijden.
Hoe gaat de wethouder er zorg voor dragen dat de verbeterpunten niet alleen geïmplementeerd worden maar ook getoetst worden op kwaliteit en vooral ook op kwantiteit? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Dank u meneer de voorzitter. Ja toch een beetje in de richting van de woorden van mevrouw Çimen. Ook beseffend dat de wereld op dit punt nogal in beweging is kun je wellicht niet elke optimalisatie bereiken die je zou willen bereiken. Maar ik denk dat het goed is om te kijken waar je met elkaar de quick wins voor de komende één, anderhalf uit kunt halen. Ik vind wel dat hier een aantal blauwdrukadviezen liggen voor toekomstige inrichting. Maar dan gaan de dialoog weer in over welke vorm van toekomstige financiering we hebben. En daar blijven we nu even weg van. Maar er zitten een aantal hele bruikbare adviezen in. Maar voor nu zou ik zeggen pak de quick wins met elkaar. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Çimen, Özogul u wilde ook nog, SP. Mevrouw Özogul: Ja het stuk is heel duidelijk. Het onderzoek geeft inderdaad een aantal verbeterpunten. Ook wij hadden ingestemd omdat wij dachten samenwerking met betrekking tot jeugd en de problematiek,
42
multiproblematiek bij gezinnen gezamenlijk aanpakken dat is hartstikke goed. We zien dat inderdaad maar een x-percentage daar in past. Eigenlijk zijn we benieuwd of dat het echt zo is of dat er te weinig met betrekking samengewerkt wordt. Wat voor ons wel belangrijk is is dat er niet te veel mensen rondom een gezin zijn. Dat er goed met elkaar overlegd wordt stel in een gezin is ook CJG aanwezig. En dat ze van elkaar weten wat er aan de hand is. Wie erbij betrokken zijn. Wat welke richting het gaat. En hoe dan de uiteindelijke vorm en de samenwerking is is denk ik op dat moment dan van minder belang. Zolang die goede samenwerking er is. En eigenlijk zijn we benieuwd ja hoe de wethouder dan denkt welke richting op te gaan. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Lint, CDA. De heer De Lint: Dank u wel voorzitter. Ja eigenlijk alle opmerkingen die ik wilde maken zijn al gemaakt. Volgens mij alleen een vraag die nog niet gesteld is en de vraag is hoe gaat het college de aanbeveling implementeren die is al gesteld, maar onze vraag is op welke termijn gaat het college hiermee aan de slag? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Verder nog iemand? Nee. Dan gaan we naar de wethouder. Wethouder Botter. Wethouder Botter: Ja dank u wel meneer de voorzitter. Dank ook de commissie voor de vragen.
Ja ook ikzelf had het idee dat er misschien een grotere overlap zou zijn tussen de beide organisaties. En verkeerde in de veronderstelling dat er te veel dingen langs elkaar heen liepen. Nou ja dat is eigenlijk door het rapport wat is verschenen gelogenstraft. Dank kun je natuurlijk praten over de vraag van mevrouw Özogul je hebt te maken met een onderzoek waar een gerenommeerd bureau aan heeft gewerkt en dan kun je natuurlijk twijfel bij zetten of de onderzoeksresultaten deugen of niet maar wij hebben het idee we hiervan op aan moeten gaan. En ook van op aan kunnen gaan. En dan is vervolgens de vraag van wat doe je met de aanbevelingen die er liggen. Want er zijn gewoon aanbevelingen die en dat is al door meerdere partijen gezegd hout snijden. Nou die aanbevelingen die gaan we zodra u zegt van dit is de richting die we met elkaar op willen gaan we ook direct implementeren zoals het college ook heeft aangegeven. Dan gaan we bij wijze van volgende week mee aan de slag. We moesten natuurlijk eerst dit debat afwachten of u ook instemming kon geven aan het rapport en de conclusies die er liggen. Het is ook zo dat er natuurlijk heel duidelijk is geworden dat het twee heel verschillende organisaties zijn. Als je kijkt naar het CJG zit daar aan de ene kant een stukje verwijzing in en ook toeleiding naar de jeugdzorg.
Ze leveren zelf diensten en ze doen laagdrempelige opvoedondersteuning. En dat is natuurlijk best wel interessant om te kijken hoe zich dat straks uitwerkt met die nieuwe indeling van die twee zeg maar ook percelen. Want ja misschien blijft er een deel over van het CJG wat misschien juist heel goed past bij het sociaal wijkteam. Dus dat is goed denk ik zoals dat gesuggereerd wordt door meerdere partijen om dat even af te wachten. Het moet natuurlijk als er iets goed is en goed functioneert moet je niet het kind met het badwater weggooien. Maar er zijn nu zoveel schuivende panelen dat het gewoon verstandig is om met aanbevelingen die worden gedaan direct aan de slag te gaan. En dan is de vraag van D66 wanneer worden we daarover geïnformeerd. Ik denk dat het verstandig is om iets van een termijn van een half jaar acht maanden af te spreken waarin we misschien kunnen aangeven hoe die acht aanbevelingen zijn opgepakt en op welke manier dat ook daadwerkelijk plaatsvindt. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor het gebruik van de verwijsindex. Dat heeft mij echt wel verbaasd. Die opmerking werd ook door de ChristenUnie gemaakt. We moeten in ieder geval proberen om ervoor te zorgen dat in ieder geval de rechtstreeks door ons te subsidiëren instellingen gebruik maken van die verwijsindex omdat je dan in ieder geval weet van elkaar dat je met eenzelfde cliënt bezig bent.
Want dat is eigenlijk de verwijsindex. Er gaan dan een belletje van die cliënt is ook al bij andere in het vizier. De andere opmerking van de ChristenUnie begreep ik niet helemaal. Van dat u zei er wordt te weinig samengewerkt. Volgens mij is de conclusie van het rapport niet zo zeer van dat er te weinig
43
wordt samengewerkt. Maar dat er heel weinig samenloopdossiers zijn zoals dat heet. Dus er zijn maar weinig dossier waar en het CJG en het hoe heet het sociaal wijkteam bij betrokken. En dat wil niet zeggen dat ze te weinig samenwerken. Maar dat uit het lichten van de dossiers blijkt de maar bij een beperkt aantal cliënten beide instanties worden betrokken. En dan kom ik ook weer bij mevrouw Özogul dat ja het heel belangrijk is dat je van elkaar goed weet wat er speelt in het gezin, dat je goed met elkaar samenwerkt en dat je geen dingen dubbel doet. Maar daar heb ik het gevoel van ook gekregen uit het de rapportages eromheen dat dat op dit moment goed loopt. Dus wat mij betreft heb ik de meeste vragen wel beantwoord nu. De voorzitter: Volgens mij ook. Nog een tweede termijn? Nee. Dan gaan we naar huis. Nee het was een bespreekpunt, het gaat dus niet naar de raad. De wethouder heeft gelukkig alle antwoord zelf kunnen geven. En ik heb gezien dat mevrouw Meijs onderweg is. Dus we kunnen zo meteen door. Maar ik heb nog even wat te vragen. Want er zijn ook twee toezeggingen en een motie. En die moet ik formeel nog even vragen om die af te doen. Ja dat kan. De heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Ja volgens mij vroeg de wethouder de commissie nog iets. Misschien is het handig om dat nog even met de commissie af te stemmen.
Hij zei als de commissie de aanbevelingen uit het rapport overneemt dan ga ik ermee aan de slag. Moeten we dat nog doen of is dat wel duidelijk? De voorzitter: Ik wil het formeel doen maar ja er worden zoveel positieve bericht... Nou steek de handen maar op, moet de wethouder door? Aan de slag. Ja. De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja volgens mij werd er gezegd zes tot acht maanden. Maar dat is dan precies met de verkiezingen of twee maanden daarna. Dus dan zou ik zeggen doe het dan rustig, doe het goed. En doe het gewoon binnen een jaar. De voorzitter: Nou ja dat laat ik aan de wethouder. Wethouder Botter: Ik zat zelf natuurlijk een beetje daarover te twijfelen. Want ik begrijp dat ook maar ik kan me ook voorstellen dat juist u die dit in gang heeft gezet nog er iets van mee wil krijgen. Maar als u zegt over een jaar kan dat ook. De voorzitter: Dat vindt de commissie prima ja. Mevrouw Klazes: Dat zou ik ook zeggen, en daarbij gaan al die echte processen pas worden bestendigd. Die aanbesteding jeugd en die aanbesteding Gewoon in de wijk waardoor dit ook zijn beslag moet krijgen. Dus ik denk over een jaar lijkt mij vroeg genoeg. Ik weet niet of ik er dan nog ben. Maar het lijkt mij vroeg genoeg. De voorzitter: Dat ‘…’. Nou u heeft het gehoord. Succes ermee. Nee, maar ik heb nog niet echt alle leden gezien die knikken over de afdoening. Ik vraag het nog een keer.
We kunnen alles afdoen? Ja. Formeel bij deze gaan we het afdoen. Er staat hier koffiepauze. Maar volgens mij kunnen wij die wel even overslaan voor deze keer. Want wij hebben nog ook een ander bespreekpunt en er zijn ook een aantal insprekers. 12. Selectiedocument Gewoon in de Wijk (MTM) De voorzitter: We gaan naar agendapunt 12, dank u wel wethouder Botter. Dat is het selectiedocument Gewoon in de wijk. Ja dat was... ja moet door. Even kijken, ik ga even voorlezen waar we het over gaan hebben en daarna zal ik even zeggen dat er nog een aantal insprekers zijn. Selectiedocument Gewoon in de
44
wijk. Met dit besluit worden de scoop, afbakening en perceelindeling van de opdracht Gewoon in de wijk bepaald. Conform het uitgangspunt in het preselectiedocument besluit het college dat op enkele uitzonderingen na de sociale basis, het sociaal wijkteam en begeleiding onderdeel zijn van de scoop van de opdracht Gewoon in de wijk. In de eerste dialoog van het aanbestedingsproces heeft een ruime meerderheid van de aanbieders aangegeven dat in de uitvoering moeilijk een onderscheid is te maken tussen het perceel redzaam. Je kunt redden in het dagelijks leven. En het perceel meedoen. Omdat deze doelen nauw verbonden zijn met elkaar. Ook geven ze aan dat het vanuit het perspectief van de inwoner niet wenselijk is een schot te plaatsen tussen deze twee ondersteuningsvormen. Het college kiest er daarom voor het uitgangspunt van twee percelen los te laten en van Gewoon in de wijk een integrale opdracht te maken. En ten slotte worden met dit besluit eisen en criteria vastgesteld voor de selectie van maximaal twee samenwerkingsverbanden voor deelname aan de tweede dialoogfase. Deze dialoogfase gaat over de nadere invulling van de gevraagde dienstverlening en over de transitie, implementatie. Vervolgens vinden de definitieve inschrijving en gunning plaats en start de implementatiefase. Zoals gezegd er zijn hiervoor vier insprekers. En als het goed is worden zij nu naar voren gehaald.
Ik moet even afwachten wie als eerste naar voren komt. Een ogenblik. Ja zoals gezegd we hebben vier insprekers en drie insprekers die gaan we in een soort clustertje behandelen. Dus dan gaan alle drie gaan ze eerst even inspreken. En ik neem aan dat dan ‘…’ gaat de beantwoording doen die dan ook als laatste gaat komen. Kunnen we blijven zitten namelijk. Is dat handig? Ja dus dan gaan dus drie insprekers hun verhaal doen. En de bedoeling is dan als ze alle drie gesproken hebben dat daarna even het vragenrondje vanuit de commissie komt. Er zit er een inspreker zit er gewoon aan tafel. Die gaat dan beantwoorden. En dan krijgen we daarna nog een inspreker die het laatste deel gaat doen. Ja? Dus we gaan nu beginnen. Dat is mevrouw De Vries die zit hier naast me. En die gaat inspreken namens Stem in de Stad. Gaat uw gang. U krijgt ook drie minuten. Mevrouw De Vries: Geachte leden van de commissie samenleving. Geachte wethouder. Mijn naam is Petra de Vries. Zakelijk manager van Stem in de Stad. En ik spreek namens een grote groep vrijwilligersorganisaties met medewerkers in dienst. Te weten de Wereldkeuken en andere sociale ondernemers, Humanitas, de bibliotheek. Om onze stem te laten horen. Na mij komen er nog twee sprekers, te weten Mirjam Rentema en Gerard Kosters.
Wij willen u op een aantal essentiële punten attenderen om de komende transitie Gewoon in de wijk op belangrijke punten aan te scherpen. Wij als sprekers staan voor een groep vrijwilligersorganisaties met medewerkers in dienst. En die medewerkers hebben tot taak om vrijwilligers te coachen en te begeleiden om hun werk zo goed mogelijk te doen. Wij hebben ervaren en we geloven erin dat dit een meerwaarde heeft die tot uiting komt in de kwalitatieve inzet van vrijwilligers. En dat lijkt ons van grote waarde voor de stad Haarlem. En daar zit een lacune moeten wij dus helaas constateren als we kijken naar het document. Want wij staan voor een groep van 2000 vrijwilligers en wij worden helemaal niet genoemd in het document. Dat kan toch niet. In het preselectiedocument is ons dat natuurlijk uiteraard al opgevallen. We hebben alle kanalen gebruikt om dat kenbaar te maken. We zijn gehoord maar we zien geen resultaat. Dus vandaar dat we hier zijn. Natuurlijk hebben wij gehoord dat wij ontzettend belangrijk zijn voor Haarlem. Dat hoeft u ons niet te vertellen, dat weten wij al. En tegelijkertijd is het dus heel wankel in dit aanbestedingstraject dat het niet geborgd wordt dat deze vorm van vrijwilligersondersteuning meegenomen wordt in de afweging hoe moet het goed geregeld worden. Er worden wel vrijwilligers genoemd, dat klopt, dat zijn de zelforganisaties.
Maar wij zijn een aparte tak van sport. Dus mijn eerste oproep is dat u als commissie er zorg voor draagt dat dat selectiedocument op onderdelen aangepast wordt. Op bladzijde negentien van de integraliteitseisen kan u dat opnemen, kan u zeggen dat de lokale kennis en kunde juist door vrijwilligersorganisaties met medewerkers in dienst daar gewoon benoemd wordt. En dan kan het ook meegenomen worden in de beoordelingsrichtlijn op bladzijde twintig, waarin straks punten toebedeeld worden aan het bedenken of een partner door kan in de aanbesteding. Want iedereen doet toch mee in Haarlem? We moeten toch bouwen aan een menswaardige stad? En als in dit selectiedocument er partijen niet genoemd worden dan lijkt me dat niet verstandig. Mijn
45
tweede oproep is dat je ook in het proces waarin genoemd wordt dat je ervaring moet hebben in het sociaal domein beter moet benoemen hoe die ervaring er dan uitziet, want het draait niet alleen om professionals. Het draait ook op vrijwilligers, maar ook hoe die twee partijen of organisaties met elkaar samenwerken. En samenwerken is lastig, maar u zult toch ook als commissie en als college beter mogen aangeven welke visie u heeft over hoe dat zou moeten. Gooi niet de hele regie over de schutting en laat het aan partijen over. U moet ook zorg hebben voor die borging. De voorzitter: Mevrouw De Vries, uw drie minuten zijn voorbij. Wilt u gaan afronden? Mevrouw De Vries: Oké, ja dat is goed. De voorzitter: U mag afronden. U mag nog uw laatste zin zeggen hoor. Mevrouw De Vries: Ik wil nog één laatste zin zeggen en dat wij ook uw steun nodig hebben, want juist ook vrijwilligersorganisaties zijn afhankelijk van uw financiële erkenning en bijdrage, want dat helpt ook andere fondsen om ook mee te helpen aan de betaalbaarheid van het sociaal domein. Zonder uw steun bestaan wij straks niet meer. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu ... Volgens mij komt de heer Kosters toch als eerste weer naar voren? Ja. De heer Kosters, u gaat zo meteen spreken, u krijgt drie minuten de tijd. De heer Kosters: Ja. De voorzitter: En dan als de drie minuten voorbij zijn geef ik even seintje.
De heer Kosters: Is goed. Ik ben Gerard Kosters, ik ben voorzitter van Humanitas-afdeling Zuid-Kennemerland en ik neem graag het stokje over van mijn collega Petra de Vries van Stem in de Stad, want samenwerking is voor ons een heel belangrijk uitgangspunt als het gaat om het versterking van doelstellingen en het realiseren van die doelstellingen in het sociale domein. De samenwerking met organisaties die zijn vooral gebaseerd op de inzet van vrijwilligers, daar is net ook al iets over gezegd. En dan gaat het in ons geval, als we kijken naar de organisaties die meedoen, om meer dan tweeduizend vrijwilligers. En dan kom ik bij in ieder geval een positief punt van deze aanbesteding: het elkaar opzoeken om te kijken waar we elkaar kunnen versterken, kunnen samenwerken en een bijdrage kunnen leveren aan de opdracht die de gemeente stelt. Dat vinden wij een positief ... We waren dan ook tevreden met de thematafels die juist opgezet waren om die samenwerking tot stand te brengen. En dan komen we tot het probleem eigenlijk waar wat ons betreft dit traject over gaat. Het is voor ons als kleine, middelgrote organisaties, die draaien op vrijwilligers, een ondoorzichtig en complex proces. En dat is, begrijp ik uit het debat in de Pletterij van vorige dinsdag, ook voor u als raadsleden het geval.
Velen van u gaven aan dat aanbesteding niet exact de goede vorm was om dit in gang te zetten, maar wat nog meer voorop stond: dat er geen sprake was van regie vanuit de raad op het hele proces. En ook vanuit de geselecteerde aanbieders werd aangegeven dat de complexiteit en tijdsinvestering zo groot is, laat staan voor ons als kleine organisaties. Als organisaties zitten wij in de wachtkamer. We zijn afhankelijk van betrokkenen ... Of we betrokkenen worden door geselecteerde aanbieders en dat leidt tot grote onzekerheid of de activiteiten die we uitvoeren nog wel overeind blijft. Het gevaar bestaat dat deze aanbieders gaan winkelen bij ons om hun aanbod integraal te maken. Er wordt in de voorstellen op geen enkele manier gesproken over borging van organisaties als de onze. Wat wij bijvoorbeeld als Humanitas bieden, waar ongeveer enkele honderden vrijwilligers zeer gemotiveerd en goed opgeleid zijn, wij ondersteunen veel ouders die
46
moeilijkheden hebben bij het opvoeden van kinderen, bij het tot stand brengen van een omgangsregeling, mensen die financieel problemen ervaren en voor een groot deel ook voor de inwoners die eenzaam zijn. En de kern van ons werk is dat we bij de mensen thuis achter de voordeur. Dialoog gestuurd betekent in dit geval vooral met grote organisaties die geselecteerd zijn voor de eerste fase. Met hen zijn vijf inhoudelijke sessies van ik geloof ongeveer vier uur per sessie geweest en wij hebben hier samen negen minuten. Het platform van Negometrix sloot daarna voor ons, er werd een nieuwe omgeving gemaakt voor de geselecteerde aanbieders en je zou minstens verwachten dat het college besluit inclusief het document Gewoon in de Wijk op de website Gewoon in de Wijk gezet zou worden. En dat staat er wat mij betreft, ik heb gister nog gekeken, niet op. Nog een klein zijpaadje: voor de verantwoording over 2021 wordt nog even een nieuw systeem met enquêtes effectmeting opgezet die je samen met andere partijen moeten doen die ongeveer hetzelfde aanbod hebben. Waarom nu nog tijdens deze aanbesteding? Wellicht wordt de verantwoording na de gunning ook weer als kleine organisatie met een klein budget hebben we hier gewoon geen tijd voor. Waarom voert de gemeente het onderzoek niet zelf uit? Ik geef graag het woord aan mijn collega. De voorzitter: Dank u wel.
Dan gaan wij uw collega er even bij roepen. Dat is mevrouw Rentema. Goedenavond mevrouw Rentema, van de Wereldkeuken geloof ik hè? Mevrouw Rentema: Ja, klopt. De voorzitter: U krijgt over drie minuten de tijd en als de drie minuten zo'n beetje voorbij zijn dan geef ik u een seintje. En dan wachten we weer op de vragen van de commissie zo meteen. Gaat uw gang. Mevrouw Rentema: Ja. Nou, geachte commissie, ik ben Mirjam Rentema, initiatiefnemer en directeur van de Stichting Wereldkeuken en ik spreek hier als laatste van de drie mijn zorgen uit voor het borgen van de lokale, maar vooral met vrijwilligers werkende organisaties in deze aanbesteding. Het lijkt of er geen visie ontbreekt op wat de gemeente Haarlem zelf als sociale basis ziet. Zoiets belangrijks, we noemen het niet voor niets sociale basis, wordt gestopt in een zo bureaucratisch complex en ondemocratisch proces. Het gaat nota bene over meedoen en participatie. Maar hoe dan? Wij, de Stichting Wereldkeuken, deden twee jaar geleden mee met de thematafels. Ja, in de hoop om mee te kunnen doen als speler in de stad. Met deze aanbesteding doen we aan de zijlijn mee, met achterstand. En ik spreek hier ook namens andere sociale ondernemers, te weten Juttersgeluk, Mooizooi en Sur Atelier. Wij als sociaal ondernemers zijn vaak opgericht omdat het reguliere aanbod niet voldeed of dat wij vonden dat het anders kon.
Idealisten die vaak als pioniers zijn begonnen. Die iets nieuws in de stad ontwikkelden, waar duurzaamheid en een sterke informele community met vaak kwetsbare mensen het hart van de organisatie zijn. Nauwelijks geld voor overhead, maar de kracht in de onderneming stoppen. Wij maken impact in de stad, hebben een grote groep vrijwilligers en verdienen ook nog inkomsten met onze onderneming. Was dat niet wat jullie willen? Laagdrempelig, informele zorg, preventief, om te voorkomen dat kwetsbare mensen anders van dure zorg gebruik gaan maken. Onze organisaties hebben geen beleidsmedewerker of adviseur in dienst om dit tijdrovende en complexe proces van aanbesteding als volwaardige partner mee te kunnen doen. Wij staan op achterstand. En onze fondsen zullen stoppen met meefinancieren als de gemeente Haarlem ons niet zal erkennen als sociale waarde voor deze stad. En ik waarschuw jullie, straks blijkt dat de parels uit de stad, ieder met een eigen DNA, klein en middelgroot, innovatief en goedkoop, met onze prachtige vrijwilligers die zo belangrijk zijn voor Haarlem, buiten de boot gaan vallen door deze keuze van aanbesteden. Daarom nogmaals een oproep. Namens ons allen hebben we vier aanbevelingen gedaan. Ten eerste, een dialoog aangaan met de aanbieders die werken met vrijwilligers op basis van de thema's die nog steeds relevant.
Ten tweede, bij de integriteitseisen pagina veertien Gewoon in de Wijk de kerncompetenties aan te vullen dat vrijwillige inzet en informele en
47
innovatieve hulp geborgd moet worden zijn. En aantoonbaar en herkenbaar moeten opgenomen worden. Ten derde, bij de selectiecriteria, en dat staat op pagina twintig bij de inleiding, doelstelling en vraagstelling, anders expliciet aangeven hoe zij de vrijwillige inzet en het sociaal ondernemerschap onderbrengen in een samenwerkingsverband. En als laatste, het hele proces uit te smeren over een langere periode, zodat er voldoende ruimte en duidelijke informatie gegeven wordt voor een dialoog. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaat als het goed is de heer Kosters weer de vragen beantwoorden hè? Mevrouw Rentema: Ja. De voorzitter: De heer Kosters. Ja. Welkom terug. De heer Kosters: Ja, dank u wel. De voorzitter: Goed. De commissie kan nu nog enkele vragen aan u gaan stellen. Dus wie kan ik het woord geven? Of was het allemaal zo duidelijk? De heer Van Kessel, VVD. De heer Van Kessel: Ja, misschien meer een technische vraag van mijn kant uw richting op. Ik heb u een paar keer gehoord over dat u tweeduizend vrijwilligers eigenlijk als vrijwilligersorganisaties, ja, in dienst hebt. Maar ik heb u eigenlijk niet gehoord over laat ik maar zeggen de cliënten of de klanten die u bedient.
Kunt u daar een beeld van geven hoeveel dat er zijn? De heer Kosters: Ja, die tweeduizend geldt dus voor de organisatie die wij hier vertegenwoordigen en dat zijn er waarschijnlijk meer, omdat we de sociale ondernemingen nu niet meegenomen hebben. Het was het idee om daar een beeld van te geven, van hoeveel mensen zich onbaatzuchtig inzetten voor de samenleving hier in Haarlem en dat we dat te weinig terugvinden in het document. En als je kijkt naar het bereik, ja, ik kan voor Humanitas spreken, we hebben tweehonderdvijftig vrijwilligers en we bereiken ongeveer zevenhonderd deelnemers, dat kunnen gezinnen zijn, dat kunnen individuen zijn, misschien dat Petra en Mirjam kunnen vertellen wat ongeveer hun bereik is. Maar als je bijvoorbeeld kijkt naar de bibliotheek, die werken met zevenhonderd of achthonderd vrijwilligers op verschillende terreinen binnen het bibliotheekwerk. Dus ik denk dat wat we vooral naar voren willen brengen is hoeveel kracht er in de Haarlemse samenleving zit als het gaat om vrijwillige inzet. En het bereik is, na ja goed, daar kan ik niet exacte aantallen voor geven, behalve voor die van mijn organisatie. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Zoon, Hart voor Haarlem. Mevrouw Zoon: Dank u wel voor uw bijdrage. Ik vroeg me af, er zijn achttien partijen geselecteerd voor die eerste dialoogfase.
Heeft u ook contact met een van die achttien partijen? Of heeft die achttien partijen u helemaal nooit benaderd? De heer Kosters: Na ja, volgens mij zegt de site dat het om dertien gaat, maar daar zijn natuurlijk grote samenwerkingsverbanden bij, waardoor je misschien tot een groter aantal komt. Ja, we hebben contact met één of twee van die partijen. Maar goed, die houden wat mij, of wat ons betreft, toch even de kaarten op de borst, omdat die binnen die discussie met die andere partijen nog niet meteen naar buiten willen treden met wat zij nou precies doen. Dus er is contract, maar wat we ook zeggen: wij worden niet heel erg betrokken bij wat zij nou precies gaan uitvoeren. Dus wij moeten wachten op die tweede dialoogfase.
48
Mevrouw Zoon: Er is contract, maar ik wordt niet actief meegenomen in de hele procedure? De heer Kosters: Exact. Mevrouw Zoon: Oké. Dank u wel. De voorzitter: De heer Hulster, Actiepartij. De heer Hulster: Ja, dank u wel. Na ja, het werken met vrijwilligers spreekt ons als politieke partij natuurlijk ook aan, want wij zijn natuurlijk ook erg afhankelijk van de inzet van vrijwilligers. En daar zien we natuurlijk ook dat het moeilijk is om mensen aan je te binden en blijvend aan je te binden. Jullie benoemden net innovatief en nog een aantal kernwaarden. Is het niet ook eigenlijk jullie kracht dat jullie erin slagen om zo'n gigantische groep mensen actief aan je te binden, want ik kan me voorstellen dat dat toch een kwetsbaar iets is en niet heel vanzelfsprekend is. De heer Kosters: De kracht om vrijwilligers aan onze organisatie te binden bedoelt u? De heer Hulster: Is dat niet eigenlijk een van de kernkwaliteiten die jullie ook hebben, om zo'n grote groep mensen blijvend aan je te binden? Dat lijkt me zelf wel een behoorlijke opgave. De heer Kosters: Ja, dat is waar. En met name dat wat we doen zeg maar, en wat we met zijn allen doen, dat bepaalt waar de vrijwilliger voor kiest. De een kiest veel meer voor bijvoorbeeld het welzijnswerk, de ander kiest voor Humanitas, dan weer een ander kiest voor de Wereldkeuken. Het heeft allemaal een eigen gezicht.
En wat volgens mij ook wel kenmerkend is, is dat het ook om vrijwilligers gaat die opgeleid worden. Het zijn geen vrijwilligers die zomaar eventjes iets doen als het gaat om mensen die bij ons, in ons geval, een bijdrage leveren aan opvoedingsondersteuning, dan worden die vrijwilligers heel goed opgeleid en getraind om dat ook te kunnen doen. Dus in die zin wel. Wat we wel merken is dat, maar goed dat is een beetje coronatijdperiode, dat mensen zich aanmelden als vrijwilliger, want er is even niks te doen, er is werkloosheid ontstaan. En dat die vrijwilligers vervolgens omdat de arbeidsmarkt weer open gaat weer naar betaald werk of iets dergelijks willen. Dus naja, daar zit wat fluctuatie in, maar ... De voorzitter: Mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Ja, dank u wel voorzitter. En dank u wel voor het inspreken mijnheer Kosters. Ik hoor u zeggen dat, u wil best mee inschrijven, maar het is best ingewikkeld dat hele selectiedocument voor een partij als de uwe zonder allemaal betaalde hulpen die dat allemaal kunnen invullen voor je, dat het eigenlijk moeilijk te doen is. Nu heb ik begrepen dat er bij de gemeente zoiets bestaat als een soort van accounthouder, of accounthulp, weet ik veel, waar u terecht kunt voor ondersteuning bij het schrijven van de aanbesteding.
Is dat voldoende? Heeft u daar wat aan? Of hoe werkt zoiets? De heer Kosters: Eerlijk gezegd was ik daar niet eens van op de hoogte. Misschien heb ik me er te weinig in verdiept, maar het fenomeen accounthouder kende ik niet. Wij zouden sowieso niet meeschrijven aan een, zeg maar, om een samenwerkingsverband te vormen. Daar zijn we gewoon als organisatie te klein voor, dus we zullen sowieso een onderdeel moeten zijn van een groter samenwerkingsverband. En dat is op zich geen probleem. Maar waar het om gaat is dat je wel betrokken moet worden bij de uitvoering om in ieder geval die
49
vrijwillige inzet daarin helder te krijgen. En wat ons betreft zou het zo moeten zijn dat vrijwillige inzet de basis zou moeten zijn van de sociale basis. Niet de grote organisaties, maar de vrijwilligers die het uitvoeren, want die zijn preventief bezig, die zijn kostenbesparend. Als je zou bekijken wat wij als kosten besparen bij tweeduizend vrijwilligers die vier uur per week werken, heb je achtduizend uur vrijwilligerswerk. Nou, zet daar dertig euro per uur tegenover, dan zie je dus wat je bespaart op jaarbasis met de inzet van vrijwilligers. Dus wij doen niet mee als partij in die samenwerking, maar in de effectiviteit is het natuurlijk een enorm volume, zowel qua deelnemers, als vrijwilligers, als qua budget. Dus ik zou zeggen: investeer vooral als het om het sociale domein gaat in het preventieve stuk, zo licht mogelijk waar het kan en zo zwaar als het moet, in plaats van omgekeerd. De voorzitter: Mevrouw Verhagen, Trots Haarlem. Mevrouw Verhagen: Leidt die opleiding mogelijk ook tot een officieel document waardoor iemand in een arbeidssituatie makkelijker binnen kan komen? Een diploma of iets dergelijks? Een certificaat? De heer Kosters: Er is een aantekening dat je de cursus gevolgd hebt. Ik denk dat voor heel veel vrijwilligers geldt dat als ze bij ons gewerkt hebben, of dat geldt voor meerdere organisaties in deze sector, ook een opstapje is naar betaald werk.