Transcript commissie Bestuur van 6 maart 2025
Tekst van het document
Wij zouden graag liever de subsidie willen geven aan vaste instellingen, die daar helemaal voor ingericht zijn om debatten te organiseren en informatieavonden. Dat zijn eigenlijk allemaal neutrale informatieavonden. Kunnen ook sneller georganiseerd worden wat ons betreft en ze kunnen ook breder en dieper over het onderwerp spreken en de mensen ook informeren. En dat moet ook dus binnen vier weken denk ik te regelen zijn. Heb je ook hele discussies over subsidieaanvraag controles, heb je dan ook niet meer. Tot zover de bijdrage van het CDA. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem, ga uw gang. Mevrouw Van Zetten: Dank u wel, voorzitter. Dat referendum is natuurlijk een heel goed instrument gebleken. Je kon toch de stem van het volk horen en dat diende toch ook als een soort uitlaatklep en dat vindt Hart voor Haarlem verre te prefereren boven het Burgerberaad, wat uiteindelijk door ambtenaren bepoteld wordt en de burgers begeleidt naar de goede mening. Dus daar zijn we ook geen fan van. Ik heb een paar opmerkingen. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten, u heeft een interruptie van de heer Trompetter, ga uw gang. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Ik vind het toch wel een beetje gek wat u zegt over het Burgerberaad. Heeft u enig bewijs voor uw stelling? De voorzitter: Mevrouw Van Zetten.
Mevrouw Van Zetten: Ik heb een paar minuutjes. Dat gaan we dan een andere keer bespreken. Wat vindt u daarvan? Ik heb een paar opmerkingen over deze verordening en ik viel inderdaad net als misschien ook anderen, dat het inleidend verzoek door 1.300 stemmen ondersteund moet worden. En ik vind net als de ChristenUnie kijk, ik vind 1.300 is op zich misschien niet zo gek in deze tijd met internet, maar ik vind die vijf werkdagen, dat vind ik wel een beperking geven en dan zou ik voorstellen doe dan een halvering, want ik vind 400 is misschien wat weinig, maar 650 hiervan dat lijkt me dan een redelijke vraag. Dat geldt ook voor het definitieve verzoek. Ik vind 6.600 wel vrij veel en ik vraag me af op basis waarvan, het gaat over percentages of zo, maar dat mag wel iets uitnodigender zijn wat ons betreft. Die termijn van vier maanden van dat binnen die tijd moet het worden georganiseerd, ik krijg de indruk dat dat genomen is, omdat dat eigenlijk met het parkeerreferendum is het naar voren geschoven, om het maar een beetje korter te houden. En ik vraag de burgemeester: is dat de reden geweest om die vier maanden te doen in plaats van zes maanden? We moeten natuurlijk wel bedenken, vier maanden dat dat kan. En als er verkiezingen in vooruitzicht zijn dan verleng je de termijn, die mogelijkheid is er volgens mij. Op zich vind ik het ook niet zo gek.
Verder is geloof ik eigenlijk alles wel gezegd. Die opkomst van 30 procent. Het was natuurlijk wel leuk dat het heel hoog was, want dan kan je
17
echt zien: het leeft bijzonder en in die zin vind ik die vraag niet zo gek. Ik vind 30 procent wel heel hoog als drempel, als je bedenkt dat bij de gemeenteraadsverkiezingen mag je blij zijn als je 52 procent haalt. En dan is het van landelijk en televisie. Dan hangt het van reclame en zo aan elkaar. Dus dan vind ik dat toch eigenlijk wel een beetje gemeen dat het college 30 procent voorstelt en misschien kan dat een beetje naar beneden, maar als partijen, dat is natuurlijk heel erg leuk van de Partij van Arbeid die zegt: laat die drempel maar weg, VNG zegt dat ook. Dus de vraag is natuurlijk waarom stelt u het dan wel voor? Het VNG-model is allemaal prachtig. De VNG, daar zit echt de macht in Nederland. Vooral Partij van de Arbeid. Dus als die iets zeggen dan zou ik zeggen: volg het dan maar en haal die hele drempel weg. De voorzitter: Dank u wel. Toch nog even een opmerking. U noemt weer ambtenaren die dingen zouden bepotelen bij een Burgerraad. Het verzoek om daar niet steeds ambtenaren bij te halen. Mevrouw Van Zetten: Ik heb geen naam genoemd en ik ga dat nogmaals zeggen. Dus u kunt zeggen wat u wil, maar ik vind dat gewoon echt onacceptabel zoals u daarop reageert. De voorzitter: Ja, dat kunt u vinden, maar ik vind het niet netjes dat u ambtenaren hiermee een bepaalde beschuldiging toedicht. Mevrouw Van Zetten: Ze hebben hier de grootste macht in deze gemeente.
De voorzitter: Zijn er nog … Nee, we hebben volgens mij nu alle fracties gehad. Dus dan gaan we naar de beantwoording door de burgemeester. Ga uw gang. Burgemeester Wienen: Dank u wel, voorzitter. Dank ook voor de goede discussie, denk ik, In veel gevallen ook heldere adviezen. Hoewel de conclusie nog wel, denk ik, enige aandacht vraagt van wat is nou de optelsom van wat u gezegd heeft. Met de opmerkingen van de heer Amand kan ik niets. De bevolking heeft gesproken. Dat wordt juist wel gerespecteerd. Ik denk dat u niet goed interpreteert van waar we het eigenlijk over hebben, namelijk hoe zorgen we ervoor dat we een zo goed mogelijk functionerende verordening hebben? Daar heeft de raad om gevraagd. Wij doen een voorstel. U praat erover en het enige wat u zegt is: je moet luisteren naar de mensen. Dat is precies wat we willen. Dus dan zijn we het eens. De voorzitter: Mijnheer Amand heeft hier een opmerking bij, maar ik zou toch ook in het algemeen willen verzoeken om nu eerst de beantwoording te laten plaatsvinden. Eén korte opmerking en dan gaan we even verder met de beantwoording, omdat het anders lang gaat duren, ben ik bang. De heer Amand: Trots Haarlem is het niet eens met de burgemeester. Wij luisteren naar de bevolking en het is niet andersom. De voorzitter: Goed, de burgemeester. Gaat u verder. Burgemeester Wienen: Ja, daar zijn we dus over eens.
Dus dan zijn we het toch eens. Dan zijn er veel vragen gesteld en ik proef dat deze commissie aangeeft van nou, laat het nou maar een initiatief zijn van de burgers. Het is een instrument van de burgers, ga er niet een raadsinstrument van maken. Dus dat u geeft duidelijk aan, maar die enkelvoudige vraag. Eigenlijk zouden we toch ook die meervoudige vraag wel mooi vinden. In formele zin kan dat natuurlijk. Alleen wat wij nu hebben aangegeven en ik leg dat nog even bij u terug, dat is van een burgerinitiatief voor referendum. Dat gaat dan over een voorgenomen raadsbesluit. Dan is de vraag of de burgers dat voorgenomen raadsbesluit adviseren om dat wel te nemen of niet te nemen. Op het moment
18
dat wij daar een meervoudige vraag van gaan maken, dan komt er dus een initiatief van burgers, die burgers die zeggen van wij willen hier een referendum over. De raad moet, geadviseerd door de Referendumcommissie, de vraagstelling bepalen. Die is in principe, zoals we er nu mee omgaan, heel eenvoudig. Dat is namelijk: bent u voor of tegen het voorgenomen raadsbesluit? Dat wordt een ongelooflijk politiek gedoe, schat ik zo in. Want er ligt een initiatief om een referendum te houden, maar als we daar nu eens … We maken zes opties of zo. Wie interpreteert ooit wat we dan doen met het advies van de burgers? Het kan wel. Dus u heeft in formele zin gelijk. Je kunt ook zonder dat je er een raadsinstrument van maakt, zeggen: houd die mogelijkheid erin, maar het betekent in de praktijk dan wel dat de raad, nadat de burgers hebben aangegeven dat ze over een voorgenomen raadsbesluit een referendum willen, dat de raad dan vervolgens een vraagstelling gaat maken, waarvan je je af kunt vragen van doet dat recht aan wat burgers willen? Ik geef aan u mee dat dat toch best lastiger is dan het lijkt. De vraagstelling is simpel, voor of tegen en we maken ervan van we kunnen allerlei opties voorleggen.
We kunnen vragen wat denkt u? Denkt u dat? Waardoor er ongetwijfeld een interessante uitslag komt, maar het voor de raad wel knap ingewikkeld wordt om te gaan interpreteren van wat betekent dit nu? Misschien is dat ook wel een voordeel, want dat geeft meer ruimte aan de raad, maar het roept ook onhelderheid op over wat is er nu gebeurd met de uitslag van het referendum en de wens van de burgers om dit voorgenomen raadsbesluit, om zich daarover uit te kunnen spreken? Goed, dan ten aanzien van de ... De voorzitter: De heer Drost. Toch een korte vraag. De heer Drost: Ik zou de portefeuillehouder erop willen wijzen dat er in Tilburg een dame is afgestudeerd precies op dit onderwerp op Multi-optie referenda, ook in combinatie dus met initiatief van burgers. Ze zat tot vorig jaar in onze eigen Referendumcommissie en ik weet niet of u nog contact wilt opnemen, maar ze is daar wel op afgestudeerd. Superinteressant rapport. Dus dat zou ik als optie willen meegeven. De voorzitter: Mijnheer Wienen. Burgemeester Wienen: Dank. Wij moeten wel overigens nu snel, want volgens mij is dat ook de nadrukkelijke wens van de raad, een besluit nemen. Dus we hebben niet nu maanden om te gaan studeren, maar ik neem dat zeker op me om daar ook zelf nog even naar te kijken, maar ik leg de vraag ook bij u neer. Wat willen we? Het compliceert hoe dan ook, maar het biedt ook mogelijkheden.
Daar zul je inderdaad moeten kijken: wat prevaleert voor ons? De mogelijkheden om veel, meerduidige vraagstelling te kunnen doen, meer mogelijkheden aan de ene kant en aan de andere kant de helderheid die ontstaat. De voorzitter: De heer Drost heeft een vervolgvraag. De heer Drost: Wat ik nog echt bij aan wilde toevoegen. Ik kan me voorstellen inderdaad dat het wellicht in deze ronde wat te veel gevraagd is om dat gelijk in de verordening toe te voegen, maar ik zou het wel een goed idee vinden om daar wel naartoe te werken. De voorzitter: Dank u wel. De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Dank, voor die suggestie. Ik ga dat in ieder geval ook even meenemen. Wij gaan na deze ronde kijken welke aanpassingen er komen. Die leggen we weer bij u neer. Het zou natuurlijk kunnen, wij leggen hier geen dingen vast voor de eeuwigheid. Dat we zeggen: dit is eigenlijk een onderwerp daar willen we toch nog een keer op terugkomen en dat kan leiden tot een nieuwe wijziging. Dat zou best kunnen. Maar goed, ik neem het nu even als suggestie mee. Als het meer tijd vraagt, misschien moeten we die dan ook
19
nemen. Dan de vraag naar de 30 procent. Die is ook door diverse partijen benoemd van eigenlijk moeten we daar misschien maar vanaf. We hebben daar de vorige keer bij de wijziging ook een uitvoerige discussie over gehad. Ook hier is vooral de duidelijkheid die je creëert. Kijk, er wordt gezegd van ja, dan wordt het voor burgers zo moeilijk. Maar ik denk je moet burgers niet onderschatten. Die maken zelf hun keus en die kunnen inderdaad nadenken van wat prefereer ik dan in deze situatie? Maar goed, u zegt van dat is misschien een te moeilijke keus, dus laat ze nou maar gewoon opkomen en dan zien we wel hoeveel erop komt. Het is toch altijd alleen maar een advies en de raad kan ermee doen wat ze wil. En dat is ook precies het probleem. Om even te kijken naar de beide referenda die we gehad hebben. Het eerste referendum werd de 30 procent niet gehaald. Een deel van de raad zei: ja, maar dat was toch best een hoge opkomst. En met name in bepaalde wijken was het echt een hele hoge opkomst. Dus we moeten er wel naar luisteren. Maar de meerderheid van de raad zei: nee, heel helder, 30 procent niet gehaald. Dus wij gaan hier nu niet verder naar luisteren. Het geeft helderheid. Wat u doet door het te schrappen en voor de rest het staat inderdaad in de modelverordening staat het niet die 30 procent en er zijn er zat die het niet doen.
Maar dan komt er een advies en de raad gaat vervolgens daar een enorme discussie over hebben. Is die opkomst hoog genoeg of niet? Dan is misschien 25 procent toch ook best veel of is 35 procent misschien eigenlijk toch niet genoeg? Ieder gaat daar zijn eigen politieke weging op loslaten. En het wordt een heleboel gedoe, terwijl de burger het gevoel heeft van wij willen helderheid, wij hebben een vraag voorgelegd gekregen. We hebben er antwoord op gegeven. Als je van tevoren zegt van: dit is wel de voorwaarde. Dit is de drempel. Als die niet gehaald wordt, dan leggen we het advies naast ons neer. Mensen weten ook echt waar ze aan toe zijn. En anders dan gaan ze stemmen en wat er ook uitkomt, ze zien wel wat de raad ervan maakt. U maakt het uzelf moeilijker, maar ik proef op dit moment dat u zegt van nou, laat die 30 procent maar zitten, we zien wel tegen de tijd dat er een referendum is en wat dan de opkomst is. En dan gaan we nog eens nadenken wat we daar dan mee gaan doen. Dat is de reden waarom het college het toch nog erin heeft gehouden. Tenzij ik in tweede termijn een andere indruk krijg, maar anders zal ik het college voorstellen om het er toch maar uit te halen. En dan zien we wel. Volgens mij duidelijk genoeg. We maken het onszelf moeilijker, want we weten gewoon niet wat we gaan doen met de uitkomst. Dan de drempels, het aantal handtekeningen.
De reden waarom het college dat voorstelt. Wij werden daarop geattendeerd, doordat we het zagen in de VNG-modelverordening. Dus dat was voor ons de aanleiding. Het is niet zo dat wij zaten te denken: we moeten dat nu eens flink verhogen. We hebben er toen een discussie over gehad en gezegd: het is een zwaar instrument, het is niet iets waarvan je nou, de VVD zegt een wissewasje, het moet ook niet zo zijn dat een kleine groep op die manier heel gemakkelijk kan zorgen voor een forse vertraging in besluitvormingsprocessen. Het moet ook echt iets zijn wat de bevolking raakt, bezighoudt, waar voldoende mensen van aangeven: hier willen wij ons over uitspreken. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Alberts, Forum voor Democratie. De heer Alberts: Voorzitter, u voelt hem al aankomen. Dezelfde vraag als bij de VVD. Welke aanleiding heeft u om te veronderstellen dat mensen op basis van de oude verordening om een wissewasje een referendum gaan initiëren? De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Nee, dat is een van de dingen die ik noemde.
Waar het om gaat is, vind je het een zo zwaar instrument dat je zegt: dan mag het ook best zo zijn dat je een flink aantal mensen moet hebben die dat ondersteunen of zeg je van: we moeten het makkelijk maken en dan kan ook een kleine groep of een groot onderwerp zeggen van wij vragen om dat referendum en dat moet dan ook worden toegestaan. De zwaarte van het instrument, de tijdsverlies die het oplevert, de kosten die het met zich meebrengt, dat zijn allemaal
20
argumenten om te zeggen van: mensen, dan is het toch niet te veel gevraagd om in een stad van deze omvang te zeggen van dan moet ook duidelijk zijn uit het aantal handtekeningen dat dit breed gedragen wordt en dat dit niet een wens is van een beperkte groep. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Aynan, Jouw Haarlem. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Kijk, even ter reflectie hoor, want afgelopen 50 jaar zijn er maar 2 referenda gehouden. Dus die handtekeningen waren niet te laag. Nee, op initiatief van de burgers, mijnheer Wiedemeijer, want die andere was op initiatief van het bestuur. Blijkbaar werkt dat ook … Het werk niet uitnodigend. Ook al heb je in uw optiek lage handtekeningen. De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Dat weet ik niet, ik kan ook zeggen: dat is wijze terughoudendheid van burgers om te zeggen van we doen dat inderdaad niet al te snel. Ik zou niet zeggen: het is uitnodigend of niet uitnodigend. Het punt is, want dat kan ik ook omdraaien. Ik denk dat in beide gevallen waarin burgers dat hebben aangevraagd die drempel, deze hogere drempel, geen enkel probleem was geweest. Dus dan is het aan de raad om te zeggen: we vinden het een zwaar instrument en dus mag er ook best wel wat geëist worden aan handtekeningen. Het moet uitnodigend zijn? Dat woord gebruikt u. Het moet uitnodigend zijn.
Je moet als het ware mensen verleiden om te zeggen van kom, vraag ook eens een referendum aan. Nou, dat is niet het gevoel hoe het college ernaar kijkt. Het college zegt: het is een instrument van burgers als iets echt hoog zit en ze zeggen: daar gaan we voor in beweging komen. Dan halen ze handtekeningen op. En dan blijkt dat dit leeft in de stad. En dan wordt er een referendum gehouden. Dat is onze redenering. De voorzitter: De heer Aynan heeft nog een vervolgvraag. De heer Aynan: Volgens mij zegt de burgemeester iets wijs. U wilt het overlaten aan de wijsheid van de burgers en de afgelopen 50 jaar is het inderdaad zo gebleken dat ze er niet echt onnodig gebruik van maken. En over uitnodigend, nee, dat zeggen we niet. Wat wij zeggen is, werp geen onnodige barrières op. De voorzitter: Ik wil de heer Wienen vragen om verder te gaan met de beantwoording. Want er worden natuurlijk ook dingen meegenomen in het nieuwe stuk en daar komt opnieuw discussie over. Dus ik wil nu eigenlijk gewoon doorgaan met de beantwoording, omdat we hierna ook nog twee agendapunten hebben. Burgemeester Wienen: Ten aanzien van rechtspersonen of natuurlijke personen, een aantal mensen hebben dat ook daar goed in gelezen. Er is echt bedoeld of zes natuurlijke personen of rechtspersonen en die moeten dan uit Haarlem komen. En de reden is heel simpel.
Wij hebben bij het vorige referendum subsidieverzoeken gehad van een bedrijf wat niets Haarlems heeft en de eerlijkheid gebiedt te zeggen: daarin zijn we gewoon dat zal ik zeggen bestolen. Dat geld is verdwenen bij een bedrijf wat niet meer te achterhalen is en wat niets heeft gedaan voor het geld. De voorzitter: Mevrouw Klazinga heeft een vraag. Mevrouw Klazinga: Dat is wat technisch, maar daar staat nu bedrijven die in Haarlem gevestigd zijn. Nu heb je bij bedrijven de mogelijkheid om ergens gevestigd te zijn en om ergens kantoor te houden. Dus je kunt in Amsterdam gevestigd zijn, maar wel in Haarlem kantoor houden. Is dat nog iets wat gewijzigd zou kunnen worden?
21
De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Wil ik best nog even naar kijken. Technisch gezien van wat is de beste formulering? Maar het gaat er ons om dat wij … Het moet iets traceerbaars zijn. Er moet ook er moet ook een relatie zijn met Haarlem. Het moet niet mogelijk zijn dat mensen van buiten denken: o, daar is geld te halen, dus ik doe een aanvraag. En formeel voldoe je eraan. Dan krijg je een voorschot en vervolgens blijken ze met de noorderzon vertrokken te zijn. En de werkelijkheid is helaas dat dat zo is. De voorzitter: De heer Trompetter heeft ook een interruptie. Ga uw gang. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. In mijn bijdrage gaf ik aan dat er nu verschillende dingen staan. In het besluit staat dat er alleen bedrijf zijn en in het stuk zelf staat dat er ook mensen vanaf zes personen een aanvraag kunnen doen. Wat is dan juist? Want er kan r maar één juist zijn en mij voorkeur zou het hebben om personen weg te halen. De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Die laatste is juist. Het kunnen zes personen zijn of rechtspersonen. Dat staat in de verordening en ik check nog even of er inderdaad ergens iets staat waardoor dat, zoals u zegt, dat daarmee in strijd zou zijn. De voorzitter: Ik wil ook een beetje vaart maken, omdat er toch nog een tweede bespreking komt. Een korte opmerking.
De heer Trompetter: U kunt het terugvinden in de oplegger waar het staat. De voorzitter: De heer Wienen. De heer Wienen: Dank u wel. Overigens nog even, de oplegger is natuurlijk, er werd net al gezegd van we hebben een verordening en we hebben een toelichting op de verordening, een was/ wordt lijst, maar de oplegger is niet de verordening. De verordening is leidend. Desondanks zullen wij natuurlijk teksten dan aanpassen als dat nodig is. Dan de regie wordt naar het college toegetrokken. Dat zei de heer Procee. Dat is, denk ik, echt een totaal misverstand. Overal waar u het gevoel hebt van dat doet nu voortaan het college, wordt er volgens mij, daar wordt ook niets in gewijzigd, gevraagd om het advies van de Referendumcommissie. Er wordt nog op een paar punt punten gezegd: moet de Referendumcommissie daar niet over adviseren? Ja, dat is zeker de bedoeling. Bijvoorbeeld subsidie. Het is niet zo dat het college dat naar zich toetrekt en dat regelt het college wel, nee, daar ligt een advies van de Referendumcommissie en dat staat ook nadrukkelijk in de taken van de Referendumcommissie. U kunt dat gewoon nalezen. De voorzitter: De heer Dreijer van het CDA. De heer Dreijer: Het gaat over beide subsidies. Dank u wel, voorzitter.
Ik had een voorstel gedaan, een idee om subsidies niet meer aan personen, maar aan instellingen te geven die door de hele de stad … De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Ik ben nu bij de heer Procee en ik kom nog bij de heer Wiedemeijer. Als meer mensen het gezegd hebben, neem ik het meteen mee, maar dit was nog niet eerder gezegd. Dat komt zo meteen. Dan
22
de vraag naar het puntensysteem. Dat is ook wel interessant, want er wordt gezegd en dat raakt aan het punt van de heer Wiedemeijer, de heer Dreijer. Er is door de commissie gezegd van nou, afschaffen van subsidie dat gaat ons te ver. Dus vandaar dat het weer in staat. Want het college zei van: misschien moeten we dat zonder subsidie doen, maar hoe doe je dat dan? En toen werd er gezegd: kan je dat dan niet doen bij erkende, dat zijn de woorden van de heer Wiedemeijer, bij erkende instellingen die het debat kunnen faciliteren. Dat is op zichzelf natuurlijk mooi, maar de vraag is hoe formuleer je dat dan precies en sluit je anderen uit om debatten te faciliteren? En wij hebben gezegd van nou, misschien kunnen we proberen om die suggestie die in de vorige commissievergadering gedaan werd om te zetten in die zogenaamde punten. Dus je krijgt in dat overzichtje 40 punten, dat is verreweg het meest, als je een debat organiseert. Pennen komen er überhaupt niet in voor, dus daar krijg je helemaal geen subsidie voor. Het gaat om een aantal voorwaarden. Jammer jongens, maar goed, als het aan het college ligt, maar waar het om gaat, is van je wilt niet bij voorbaat zeggen van alleen die en die instellingen mogen iets organiseren en anderen niet.
Je zegt gewoon van: je kunt subsidie krijgen en daar zitten een aantal zaken die samen via dat percentageregeling meewegen in de vraag of je wel of geen subsidie krijgt, het aller zwaarst weegt je organiseert debat. Het moet voor iedereen toegankelijk zijn. U kunt ze zelf nalezen. Voldoende openbaar, voldoende bekendgemaakt. Voldoende spreiding. Dat is in ieder geval zoals het nu is voorgesteld. En als u zegt: we vinden het ingewikkeld, dan moet je misschien inderdaad verder gaan en zeggen van die A dat is voor de raad het belangrijkste. Dus maak dat nog hoger dat percentage, dat zou kunnen. Het draait wat ons betreft in de data wat u heeft gesuggereerd het debat. Maar we hebben het wel wat breder getrokken en over de vraag natuurlijke personen, rechtspersonen. Wij hebben aangegeven van je kunt gewoon subsidie aanvragen en niet gezegd dat beperkt zich dan tot rechtspersonen. Dat zegt ook verder niets. Want dat kan zowel voorstanders als tegenstanders betreffen. Dus ik denk dat je het niet moet zoeken in de aard van de aanvrager, is het een rechtspersoon of een natuurlijke persoon, maar in de aard van de activiteit. En als u zegt van wij vinden dat die puntentelling toch te veel ruimte biedt aan dingen die we niet subsidiabel vinden, dan zou ik dat het liefst gewoon concreet horen. Dan kunnen we daar wellicht nog tot een aanpassing komen.
Het afschaffen van de raadsbevoegdheid heb ik al gezegd, dat is volgens mij volstrekt duidelijk. Bijna iedereen zegt van doe dat. Waarom zeggen wij van zes maanden naar vier maanden, die campagnetijd? Dat heeft te maken met het feit van het is een zwaar instrument, maar ook een instrument dat het besluitvormingsproces ook fors op de pauzeknop drukt. Dat is niet erg, maar het hoeft niet eindeloos lang te duren. Ik denk zelf en dat had natuurlijk een hele bijzondere reden, de vorige keer vorig jaar, namelijk dat de raad eerst zei: we doen het niet. Toen kwam er een rechterlijke uitspraak, dan toch wel, maar het duurt eindeloos. Terwijl ik denk van mensen, als er een referendum komt, dan is het iets wat leeft, dat moet je niet dan een half jaar laten duren. Dan moet er ook tempo zijn. Dan moeten de mensen ook de gelegenheid hebben om zich uit te spreken. En waarom zou dat dan maanden langer moeten duren? Het is een instrument waarvan je dan vindt dat de burger zo snel mogelijk zijn mening moet kunnen geven over het onderwerp. Er moet wel voldoende tijd zijn om het goed te organiseren. En er moet voldoende tijd zijn om die debatten te hebben, waardoor mensen hun argumenten neer kunnen leggen. Dat is waar het om gaat. En voor de rest zeggen wij: maak tempo. Het gaat wel over belangrijke besluitvorming.
Ik ga ervan uit over belangrijke onderwerpen, dat mag toch ook wel een bepaald tempo hebben en dat we niet zeggen van nou ja, dan ligt als de machtige hand het wil het hele proces geheel stil. Dan, is er een vergissing dat het maar om een aantal weken zou gaan. Zes weken. Nee, vier maanden. Dat is de termijn waar het om draait. Dan eens even kijken. Hebben we nog dingen die ik niet heb benoemd? De opkomstdrempel hebben we het over gehad, aantal handtekeningen hebben we het over gehad. Niet voor de raad, maar wel meer antwoordcategorieën. Daar hebben we het ook over gehad, volgens. De voorzitter: Mevrouw Klazinga heeft nog een vraag.
23
Mevrouw Klazinga: Nog even over die termijn voor het houden van een referendum. Want er is een regel dat het dus niet binnen twaalf weken mag, maar als het dan wel binnen vier maanden moet, betekent dus dat er een maand de tijd is om een referendum te houden. Dat is toch niet wenselijk? De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Waarom niet? Er is de mogelijkheid om het twee maanden te verlengen. Daar heeft u zelf ook op gewezen. Dus dat was zo en dat blijft zo. Dus je kunt zeggen van als er een bijzondere reden is om het langer te laten duren, doe je dat. Maar wat is erop tegen om te zeggen: er is een slot van een maand waarbinnen je dat doet? Behalve als het in vakantietijd valt of als er een verkiezing is waarmee je het wilt laten samenvallen. Dat zijn de twee mogelijkheden om er twee maanden aan toe te voegen. Maar voor de rest, wat is erop tegen te zeggen van nou, dan hebben we drie maanden waarin we alles en nog wat organiseren. We hebben een maand waarin de campagne, noem maar op. Dat kan je trouwens ook van tevoren al oppakken en dan vindt het gewoon plaats. Why not? Mevrouw Klazinga: We hebben bij het afgelopen referendum gezien dat er twee data werden genoemd, in maart en in juni, niet een scala aan data waarop het mogelijk zou zijn rond die datum die het uiteindelijk in maart werd. Dus kennelijk zijn er allerlei redenen waarom allerlei data afvallen.
Dan hebben we dus maar een maandje de tijd om iets te prikken. Burgemeester Wienen: Ja, maar je hebt er maar één nodig. Dus ik begrijp uw vraag wel, maar ik zie het niet als een probleem. Daar heeft u gelijk in, dan beperk je het aantal mogelijke data. Dan heb je er in principe als je zegt, we doen het op een woensdag, heb je de vier waarschijnlijk. Nou, dan moet je inderdaad binnen die vier zoeken naar degene die je het meest geschikt acht. Dat lijkt me dat dat helemaal geen probleem is. En als er wel een probleem is, namelijk vakantie of een samenloop met verkiezingen, dan kan de raad zeggen: dan nemen we twee maanden extra en dan kunnen we het net na de vakantie doen of enzovoorts. Dat is althans onze benadering. De voorzitter: U kijkt nog even naar de vragen, maar we hebben ook nog een tweede termijn en we hebben nog twee agendapunten hierna. Burgemeester Wienen: Ja, het Leidsche voorstel dat is wat mij betreft van tafel. Ik begrijp gewoon daar is onvoldoende steun voor. Er zijn er wel een paar die zeggen: dat zou wel kunnen. De drempel, daar proef ik dat wel. Sorry, nee, het onderwerp.
Dus dat je niet zegt: er moet eerder over hetzelfde besluit een referendum zijn gehouden, nee, over hetzelfde onderwerp en wat u gevraagd heeft: wat is dan een redelijke termijn? Want dat kan toch niet oneindig zijn? Dan zou je bij wijze van spreken over 100 jaar nog niet erover kunnen praten. Ik denk zelf, maar dat zeg ik nu uit het hoofd, daar kom ik nog op terug, maar ik denk dat het redelijk is, ik vind het een terecht punt en dat je zou zeggen: koppel het aan een raadsperiode. Dus binnen een raadsperiode kan je niet over eenzelfde onderwerp twee keer een referendum gaan houden. De voorzitter: De heer Trompetter had nog een vraag. Kunt u dat in de tweede termijn doen of wilt u het absoluut nu vragen? De heer Trompetter: Nou ja, de burgemeester vroeg wat hij gemist had. Een duidelijk punt dat hij gemist heeft en eigenlijk al veel eerder gemist heeft. Wij hebben gevraagd, al tot tweemaal toe. Want nu zeggen ze van als de kiesdeler gehaald is, als het aantal stemmen gehaald is, dan gaan we de rest niet meer checken. Dus of je
24
communiceert niet over hoeveel stemmen er zijn. Als je het wel doet, moet je ze allemaal bekijken of ze goed zijn en waarmerken wat ons betreft. En als het zo blijft, dan zullen we toch willen corrigeren. Burgemeester Wienen: In zoverre kan ik het niet helemaal snappen. Je kunt het dus helemaal volgen. Je ziet precies hoeveel handtekeningen er zijn. Dus dat je de drempel gehaald hebt en hoeveel er dan gecheckt zijn. En dan kan je zeggen: dan moet je toch nog lekker door blijven gaan, maar waar doe je dat voor? Dus wij zien niet het argument waarom je het nog zou doen. Als u zegt: ik zie het wel, dan moet u dat misschien inderdaad gewoon aan de raad voorleggen. En dan kan de raad besluiten of ze zeggen van nou, je moet die anderen ook nog checken. Het is overbodig, omdat je de handtekeningen dan al hebt. De voorzitter: Wilt u nog? Ga uw gang. De heer Trompetter: Dit wijkt dus af van de VNG-modelverordening. Burgemeester Wienen: Een enkele keer denken we van: jongens, dan wijken we toch maar af. De voorzitter: Ik kijk even naar de beantwoording. Burgemeester Wienen: Als u zegt van ik vind het genoeg, dan vind ik het ook goed. Dan stoppen we nu en dan hoor ik wel wat er nog ligt. De voorzitter: Nee, niet stoppen, maar we hebben ook nog een tweede termijn. En dan kan u afronden met beantwoording.
Dan noemen we eventjes op wat er tot nu toe is meegegeven voor het stuk om nog aan te passen, aan het college een voorstel en dan zien we over twee weken het nieuwe voorstel en dan kunnen we daar opnieuw over in gesprek gaan. Dus ik wil eigenlijk waken, het hoeft niet uitputtend nu, u geeft een aantal dingen mee ook. De heer Alberts wil in tweede termijn. Ga uw gang. De heer Alberts: Voorzitter, kan de burgemeester toezeggen om bij het nieuwe voorstel in de onderbouwing de afwegingen van de zwaarte van het instrument mee te nemen en wat dan de uiteindelijke reden waren om de definitieve keuzes te maken? Waarbij dit ook toegespitst wordt op de uitvoerbaarheid. Wat de reden was voor deze nieuwe verordening. En tot slot, er is nog geen reflectie geweest op onze vraag waarom de termijn verkort wordt naar vier maanden, als de organisatie in de evaluatie aangaf dat dit te krap was om een referendum te organiseren. Dank u wel. De voorzitter: De tijd is ook om bij u. Nog anderen in tweede termijn? Mevrouw Van den Broek, Partij voor de Dieren. Mevrouw Van den Broek: Ik had nog gevraagd of er ook bij de subsidies een voorbehoud kan gemaakt kan worden op het moment dat er foutieve informatie wordt gebruikt. De voorzitter: Dat was uw vraag in tweede termijn. Nog anderen in tweede termijn? Ik zie de heer Drost, GroenLinks. De heer Drost: Dank u, voorzitter.
Ik zou de heer Wienen willen vragen, via u natuurlijk voorzitter, om toch nog een keer goed naar de subsidies te kijken. Wij staan wel achter die rangschikking. Die puntendeling is ook goed, maar op het moment dat er minder aanvragen zijn dan de totale pot. Ik denk dat daar een beetje probleem zit op het moment, want in de oude verordening was het doel van de subsidies bevorderen van het maatschappelijk debat. Precies dezelfde zin staat er nu in, oude verordening konden die pennen worden
25
gesubsidieerd. Ik zie dan niet in waarom dat in de nieuwe verordening niet zou kunnen en dat vind ik ongewenst en daarom de suggestie: kijk nog een keer goed. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Visser, ga uw gang. De heer Visser: Wij zouden graag nog een reactie krijgen over het amendeerbaar zijn van besluiten na het referendum. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen in tweede termijn? Geen, nee. Dan gaan we nog een keer naar burgemeester Wienen voor beantwoording. Burgemeester Wienen: Met de heer Alberts ben ik het gewoon oneens, want ik heb de argumenten gegeven. Ik heb het gezegd, dus ik zie niet in waarom ik nu plotseling dan weer met een ander verhaal zou moeten komen. De dingen die ik genoemd heb, zijn de dingen die we vinden. Die vier maanden. U zegt: de organisatie zegt dat is te kort. Nee, de organisatie zegt van: het is hard aan poten, maar het kan en dat is precies wat wij zeggen van als dat kan, moeten we het ook doen. Want wij vinden van zorg ervoor dat je niet heel lang laat verlopen tussen een voorgenomen raadsbesluit, dat is overigens dan al voor die vier maanden en de kans voor burgers om zich daarover uit te spreken. Doe het gewoon snel. En dat kan ook. De foutieve informatie, waar de Partij voor de Dieren naar vraagt, dat is echt een punt. Wij hebben daar in het college ook over gesproken.
Wij hadden het gevoel dat er misinformatie was, maar je krijgt een hele moeizame discussie. Dat begint vaak al hier in de raad over van hoe je naar dingen kijkt. Wat is nou de werkelijkheid? Wat klopt er wel? Wat klopt niet? Alternatieve feiten wordt tegenwoordig vaak over gesproken. Het is echt heel ingewikkeld om te zeggen: u heeft verkeerde informatie gegeven en dus vorderen wij geld terug. Uiteindelijk hebben wij die ruimte niet gevonden. En ik snap uw punt, het blijft een punt van aandacht, denk ik. Hoe kan je er nou voor zorgen dat er een zorgvuldige informatie is, waardoor mensen goed geïnformeerd uiteindelijk hun stem uitbrengen? Maar het blijft heel ingewikkeld. Want als mensen daar dingen zeggen waarvan je zegt: jongens, dit klopt gewoonweg niet. Dit is niet waar. Zij hebben een perspectief van waaruit zij zeggen van dit is wel zo en de vraag is wie heeft dan de objectiviteit om te kunnen zeggen van deze informatie is zo onjuist, hier gaan wij dat geld terugvorderen? Maar goed, ik begrijp het punt, maar wij hebben die mogelijkheid niet gevonden. Behalve dan in een andere manier van subsidies gaan toedelen. En daar neem ik, dat zeg ik dan ook meteen in antwoord op GroenLinks. Dat nemen we mee, want ik vind het een terecht punt.
Je kan die puntentelling wel gebruiken, maar als het totaal van het beschikbare bedrag niet wordt overschreden, dan kan je ook met het laagste aantal punten nog steeds je subsidie krijgen. Daar zit een punt. Daar gaan we nog even naar kijken van hoe je daar iets mee kunt. En dan de vraag van de ChristenUnie. Op dit punt denkt het college hetzelfde als u, alleen de raad heeft er zelf voor gekozen in haar wijsheid, om te zeggen: wij willen die mogelijkheid uitsluiten. Maar die mogelijkheid is er wat ons betreft wel, alleen dat hoeven we niet in de verordening te zetten. Wij hebben de vorige keer echt als college gezegd en u vond dat ook, u heeft zich daar ook heel druk over gemaakt en daarin waren we het eens. Het is inderdaad mogelijk om na het referendum, voor definitieve besluitvorming, nog te komen met amendementen, want dan kun je proberen mee te nemen wat er uit het referendum gekomen is. Dat was uw argumentatie. Dat hebben wij ook gezegd. Alleen de raad heeft toen heel nadrukkelijk vastgelegd: nee, wij willen die mogelijkheid uitsluiten. Het is ja of nee. De voorzitter: De heer Visser had nog een vraag? De heer Visser: Begrijp ik goed dat deze verordening dat dus niet uitsluit, dus dat deze verordening amenderen mogelijk maakt?
26
Burgemeester Wienen: De verordening sluit het niet uit. Dat klopt. De voorzitter: De eerste ronde, misschien nog niet helemaal, maar we hebben even meegeschreven met wat er voor aanpassingen benoemd zijn, die in het stuk verwerkt gaan worden. Wat we hebben gehoord is: de raad kan geen initiatief nemen voor een referendum. De opkomstdrempel vervalt, geen weigeringsgrond zoals de verordening van Leiden, wel onderwerp, niet opnieuw in dezelfde raadsperiode. Een check op het aantal tekstuele punten, heeft u ook toegezegd en de subsidiemogelijkheden bij het onderschrijven van subsidiebudget. Dus dit zijn een aantal dingen die u nu heeft meegegeven. Bij de bespreking over twee weken gaan we het alweer in de vergadering van 20 maart bespreken. Dus voor die tijd hopen we dat dit allemaal verwerkt is, dat er een nieuw voorstel ligt. En dat komt dan in deze vergadering ter advisering. Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Er waren ook wat punten meegegeven over de adviesrol van de Referendumcommissie. Dus op een aantal punten hebben we ook echt, heb ik in ieder geval expliciet gevraagd en mijn collega van de PvdA ook, over dat de Referendumcommissie ook echt advies kan geven als het gaat over die uitsluitingsgronden. Burgemeester Wienen: Heb ik wel gezegd, dat staat er echt in. Misschien moeten we nog even naar kijken, maar we zijn het helemaal eens. Dus daar moeten ze advies over kunnen geven.
De voorzitter: Goed, dan kunnen we denk ik … Burgemeester Wienen: Mag ik nog één ding? De voorzitter: Ja, de heer Wienen. Burgemeester Wienen: Ik zou aan u willen meegeven, juist ook omdat … Dit is ook echt het instrument van de raad. Het college komt wel met voorstellen, maar dit is echt in die zin van de raad. U gaat over die verordening en de burgers krijgen daarna een instrument in handen. Als u nu nog dingen hebt waarvan u zegt: dit willen we toch nog eventjes meegeven, kom alsjeblieft dan heel snel met een reactie, want we hebben maar twee weken. Over twee weken moeten we dan met die tekst en die moet dus eigenlijk over een week al gemaakt worden en aan u toegezonden worden. Maar heeft u nog iets waarvan u denkt: verdraaid, laat het ons dan weten. Dan kunnen we er wellicht nog iets mee. De voorzitter: Dus hierbij het verzoek om dat ook schriftelijk dan aan de griffie door te geven en zo snel mogelijk, omdat inderdaad, de stukken voor de volgende vergadering moeten 10 dagen alweer van tevoren verspreid zijn. Dus het is allemaal kort dag. In ieder geval hartelijk dank. Burgemeester Wienen: Daar vraag ik dan nu enige clementie voor, want over twee weken is die volgende commissievergadering. Dus over 10 dagen zou maandag zijn. Het kan best zijn dat het … Maar volgende week moet het er al zijn. Dat is helder.
De voorzitter: Graag dus uw schriftelijke opmerkingen dan ook heel snel. Dan sluiten we hierbij het agendapunt af, de bespreking van de verordening. 8.
Benoeming drie leden Referendumcommissie De voorzitter: Dan gaan we nu naar punt 8 en dat is een punt ter advisering. Benoeming drie leden van de Referendumcommissie. Hiervoor is ook burgemeester Wienen aangesloten. In juli 2024 heeft de raad op hun
27
verzoek ontslag verleend aan de leden van de Referendumcommissie en het raadsvoorstel voor wijziging van de Referendumverordening hebben, het vorige punt agendapunt 7 staat dat de Referendumcommissie uit drie of vijf leden kan bestaan. Het college stelt voor de volgende personen te benoemen als lid van de Referendumcommissie. René van der Linden, Roxy van Dijk en Jasper de Vries. De Commissie Bestuur adviseert dus de raad over het voorstel aan het college en over de wijze van agendering van dit voorstel in de raadsvergadering. Waarbij we nog willen opmerken, omdat de benoeming plaatsvindt op grond van de Referendumverordening, kan deze niet eerder plaatsvinden dan dat de raad heeft besloten dat de Referendumverordening in werking zal treden. Dus dat wordt in die volgorde op de agenda gezet. Dan gaan we over tot behandeling. Wie wil in eerste termijn? De heer Trompetter, Actiepartij. Ga uw gang. De heer Trompetter: Het lijkt mij een hamerstuk, we zijn al blij dat er mensen zitting willen nemen. Dus als ik geen andere geluiden hoor, denk ik dat dat zo door kan. De voorzitter: Dank voor uw voorstel. Mevrouw Klazinga, VVD. Mevrouw Klazinga: De VVD waardeert de belangstelling van de voorgestelde leden voor deze functie en ik wil ook zeker niet enige vorm van respect richting hen niet hebben.
Maar wanneer naar cv's van die kandidaten wordt gekeken en de toelichting van het college, dan lijken de kennis en de ervaring van deze mensen toch wat dunnetjes, zeker in vergelijking met de vorige commissie. De VVD vraagt zich af of er misschien zwaardere kandidaten gevonden zouden kunnen worden, op het moment dat de beloning van de commissieleden niet veranderd zou worden, zoals nu in de referendumverordening wordt voorgesteld. Er wordt nu voorgesteld om alleen maar vergaderingen te belonen, terwijl als je gaat kijken naar de taken van de commissie, dan zijn die nogal uitgebreid en het voorstel is om de beloning voor die taken buiten vergadering af te schaffen. Verder is het zo dat er in de nieuwe verordening wordt voorgeschreven dat er een aftreedschema komt en ik mis het aftreedschema bij deze benoeming. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Ga uw gang. Mevrouw Van Zetten: Mevrouw Klazinga van de VVD heeft dat heel goed verwoord. Ik keek ook nogal naar de cv's. Wat is eigenlijk de achtergrond van die mensen? Terwijl de vorige Referendumcommissie dat waren toch wel mensen die nog wel wat hadden, dat is ook zo denigrerend, wel wat hadden gepresteerd en bekend waren. Nu denk ik: ja, maar dan ga ik het betoog te niet toe van mevrouw Klazinga. Die heeft dat goed gezegd en ik ben het helemaal met haar eens.
En de vraag is aan de burgemeester: we kunnen wel meer gaan belonen, maar zetten we dit nu on holt en gaan we proberen om nog andere kandidaten te krijgen? De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen in de eerste termijn? De heer Amand van Trots Haarlem. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Wij zijn het er ook mee eens eigenlijk. Er moeten mensen met meer kaliber erin. Dat is een verzoek. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen in eerste termijn? Nee. Dan ga ik het woord geven aan de burgemeester voor de beantwoording. Ga uw gang. Burgemeester Wienen: Dank. Ik begrijp de opmerkingen die gemaakt zijn in de zin van als je kijkt naar de achtergronden in de cv's dan was in vorige commissie, zeker als je kijkt naar de wetenschappelijke achtergrond, was dat opmerkelijk hoog en wat we constateren, dat is dat bij de sollicitanten nu geen mensen zaten die dat soort wetenschappelijke achtergrond hebben, maar dat is ook niet waar we mensen op
28
selecteren. We selecteren ze op de vraag of zij in staat zijn om op een objectieve, goede manier te wegen en te adviseren. Daar zijn bij degenen die gesolliciteerd hebben drie kandidaten uitgekomen die daarvoor zeer geschikt werden geacht. En het is niet zo dat die beloning er invloed op gehad heeft, want dat voorstel was er nog niet. Dus zij hebben niet gereageerd op een bepaald beloningstype. Het zou mooi geweest zijn misschien als we meer kandidaten hadden gehad, maar de conclusie die getrokken is, dat is van er zijn drie kandidaten die zeer geschikt geacht worden voor de taak die we bij hen willen neerleggen. En dat is ook meteen de reden waarom het er drie zijn en niet vijf. Er waren er wel meer alleen. Die kregen niet die kwalificatie mee. De voorzitter: Dank u wel, voor de beantwoording. Nog in tweede termijn behoefte aan een reactie? Mevrouw Klazinga. Schema van aftreden, sorry. Burgemeester Wienen: Ja, dat is een terecht punt. Dat moet er komen. En ik kan me voorstellen dat u zegt: laat ons dat dan ook even zien, dan weten we dat in ieder geval. Dus ik ga er even achteraan. Ik kan me voorstellen dat de reden is dat er gezegd is van nou, laat ze zelf in hun eerste vergadering na benoeming dat doen. Maar u zegt van nou, ik wil eigenlijk voorkomen dat we weer dezelfde discussie krijgen als de vorige keer, dus laat het maar gewoon helder zijn. Ik neem dat even mee.
De voorzitter: Mevrouw Klazinga heeft nog een vraag. Mevrouw Klazinga: Er staat in de verordening dat bij de benoeming een schema van aftreden wordt vastgesteld. Dus dat impliceert dat de raad het vaststelt en niet de commissie. De voorzitter: De heer Wienen. Burgemeester Wienen: Jawel, goed dat u dat zo scherp in de gaten hebt. Dat is zo. Alleen, je kunt vaak wel met de commissie van tevoren even kijken van joh, iemand zegt van laat mij dan maar aftreden, et cetera. Dan zouden ze voor die vergadering daar al even over gehad moeten hebben. Maar u heeft gelijk als de raad het vaststelt, dan moet de raad het wel hebben, anders valt er niets vast te stellen. Dus dat neem ik mee. De voorzitter: Goed, ik heb, als er geen opmerkingen meer zijn, geen tweede termijn meer. Dan heb ik gehoord hamerstuk, maar ik kan me ook voorstellen hamerstuk met stemverklaring of hamerstuk? Hamerstuk, goed. Dan gaan we dat zo naar de raad brengen. En dan sluiten we hierbij dat agendapunt af. 9.
Wijziging GR Veiligheidsregio Kennemerland De voorzitter: En dan gaan we naar het laatste agendapunt en dat is agendapunt 9, waarvoor ook de burgemeester Wienen aanwezig is. Dat gaat over de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Kennemerland. De raad heeft op 25 april 2024 een positieve zienswijze gegeven over een aantal aanpassingen in de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Kennemerland. Om gewijzigde regeling definitief te kunnen treffen heeft het college op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen toestemming van de raad nodig. Het college stelt de raad voor toestemming te verlenen voor het vaststellen van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Kennemerland, die in werking treedt nadat alle negen colleges van burgemeesters en wethouders tot een gelijkluidend besluit zijn gekomen. De Commissie Bestuur u dus adviseert hierover, het voorstel aan het college en de wijze van agendering in de vergadering van 27 maart 2025. Wie wil nog in eerste termijn hier het woord over gaan voeren? Heeft hier vragen over? De heer Blokpoel, VVD. Ga uw gang.
29
De heer Blokpoel: Dank u wel, voorzitter. We hebben hier eerder over gesproken in april 2024. Het voorstel dat er nu ligt, is naar aanleiding van die bespreking uiteraard. En we zien alle punten eigenlijk terug waar we het over hebben gehad in deze commissie. Dus dat is erg fijn en dat dat ook nu in de regio wordt ingevoerd, dat de gemeenteraden meer positie krijgen middels zienswijze in de wijzigingen is wat de VVD betreft akkoord. De voorzitter: Dank u wel. Uw tijd is ook om. De heer Trompetter, Actiepartij. De heer Trompetter: Ik sluit mij aan bij de woorden van de VVD. Dank u wel. De voorzitter: Nog anderen in deze termijn? Ik hoor geen vragen, dus ik zou willen zeggen… Wilt u nog iets beantwoorden? Nee. Dan gaan… De heer …: Ik was eerder geweest, dus ik snapte dat het… De voorzitter: Prima, dan gaan we vaststellen hoe die naar de raad gaat en ik kan me voorstellen dat het een hamerstuk wordt. Dan hebben we dat hierbij vastgesteld. 10. Sluiting De voorzitter: Dan dank ik u hartelijk voor uw aanwezigheid. We zien elkaar weer over 14 dagen. Ik dank de portefeuillehouder voor de uitgebreide beantwoording en ik sluit hierbij de vergadering af.
30