CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB 5, Verwerving Wmo en Jeugdhulp 2022 incl bijlagen

commissie Samenleving 12 mei 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: RIB 5, Verwerving Wmo en Jeugdhulp 20226.117 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Raadsinformatiebrief

Onderwerp RIB 5, Verwerving Wmo en Jeugdhulp 2022 Nummer 2021/253668 Datum college 11 mei 2021 Portefeuillehouder Botter, J. en Meijs, M.T. Programma/beleidsveld 2.2 Voorzieningen Jeugd en 2.1 Voorzieningen volwassenen Afdeling JOS en MO Auteur Bos, L. van den en Paardekoper, P.B. Telefoonnummer 023-5115684 Email lvandenbos@haarlem.nl Bestemd voor: Het college stuurt deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de commissie Samenleving Bijlagen Bijlage 1. Reactie op door de gemeenteraden in de regio veelgestelde vragen. Bijlage 2. Reactie op motie Christen Unie: kwetsbare jongeren niet in de waagschaal: anders stelsel jeugdzorg eerst beter onderbouwen. Tijdens de begrotingsbehandeling 2021 is afgesproken dat het college de commissie Samenleving maandelijks informeert over de inkoop van Jeugdhulp en de Wmo-maatwerkvoorzieningen. In deze vijfde raadsinformatiebrief over de verwerving van de Wmo-maatwerkvoorzieningen en de Jeugdhulp van januari 2021 wordt de voortgang van de beide trajecten beschreven. De inhoud van de Jeugdhulp is afgestemd in overleg met de regiogemeenten. Algemeen Werkagenda Sociaal Domein: uitgangspunten Jeugdhulp en Wmo In de Werkagenda Sociaal Domein (2020/883976) zijn de uitgangspunten voor de Jeugdhulp en de Wmo opgenomen.

De inkoop van de Jeugdhulp en de Wmo-maatwerkvoorzieningen wordt vormgegeven aan de hand van de uitgangspunten die in de Werkagenda Sociaal Domein zijn opgenomen. Onderzoek samenwerking Centrum voor Jeugd en Gezin en Sociale Wijkteams Op 17 september 2020 stemde de raad in met een motie waarin het college is verzocht ‘te onderzoeken of de Sociaal Wijkteams en het Centrum voor Jeugd en Gezin geïntegreerd kunnen worden’. Dit onderzoek is inmiddels nagenoeg afgerond. De uitkomsten zullen voor het zomerreces met uw raad gedeeld worden. Risico’s De risico’s van de inkoop zijn uitgewerkt in de diverse Verwervingsstrategieën. Planning De planning voor de procedures is opgenomen in de verschillende Verwergingsstrategieën.

Kenmerk: 2021/253668

1/4

Voortgang Wmo Voor de Wmo gaat het om de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden. De huidige maatwerkvoorzieningen Dagopvang, Ambulante Begeleiding en Kortdurend Verblijf zijn onderdeel van het verwerving van Gewoon in de wijk. Gewoon in de wijk In de opinienota Gewoon in de wijk (2020/1187859) is de samenloop van drie trajecten bij elkaar gekomen. Het gaat om: • de verwerving van ondersteuning in de sociale basis; • de verwerving van de Wmo-maatwerkvoorziening Begeleiding; • de heroriëntatie op de opdracht aan het SWT (op basis van de uitkomsten zoals opgenomen in de Informatienota Evaluatie Sociale Wijkteams (2020/12160) De Verwervingsstrategie voorzieningen Gewoon in de wijk is besproken tijdens de Commissie Samenleving van 4 maart. Na bespreking van de Verwervingsstrategie Gewoon in de wijk is het Preselectiedocument voorzieningen Gewoon in de wijk opgesteld en vastgesteld door het college op 16 maart. Het Preselectiedocument voorzieningen Gewoon in de wijk is op 17 maart gepubliceerd. Tot en met 23 april hebben partijen de mogelijkheid gehad om vragen te stellen over het Pre-selectiedocument. Deze vragen zijn beantwoord via een Nota van Inlichtingen die gepubliceerd is op vrijdag 30 april. Partijen hebben tot 10 mei de mogelijkheid om zich in te schrijven als strategisch partner.

Hierna worden maximaal vijftien partijen geselecteerd om tijdens de eerste dialoogfase de afbakening van de opdracht te bespreken. Communicatie en participatie Om partijen en inwoners te informeren over de voortgang van de verwerving is op de gemeentewebsite een pagina ingericht (https://www.haarlem.nl/gewoon-in-de-wijk/). Momenteel wordt een communicatiestrategie opgesteld voor het informeren van diverse stakeholders. Om inwoners te betrekken wordt een klankbordgroep ingericht. Ook wordt een dat op twee verschillende momenten in het proces een diverse groep experts gevraagd kritisch met ons mee te kijken naar risico’s en aanbevelingen te doen. Hulp bij het huishouden Met zes aanbieders is eind 2020 een intensief traject doorlopen om beheersmaatregelen rond de Hulp bij het huishouden in kaart te brengen. De verwerving van de Hulp bij het huishouden is een van de mogelijkheden om de kosten beter beheersbaar te houden. Uitgangspunt bij de inrichting van Hulp bij het huishouden per 1 januari 2022 is dat er zowel een algemene voorziening als een maatwerkvoorziening beschikbaar is. In de verwervingsstrategie is dit verder uitgewerkt. Gemeenten zijn verplicht om zich te houden aan de Algemene maatregel van Bestuur reële prijs Wmo. Om invulling te geven aan deze verplichting voert het college momenteel, met behulp van een externe partij een

Kenmerk: 2021/253668

2/4

kostprijsonderzoek uit. Door een reële kostprijs vast te stellen wordt zoveel mogelijk voorkomen dat de uiteindelijke aanbesteding leidt tot bezwaren. Voortgang Jeugdhulp Gesprekken met jeugdhulpaanbieders en vrijgevestigden Op 22 april heeft een ambtelijke vervolgbijeenkomst plaatsgevonden met de jeugdhulpaanbieders. Er is een presentatie gegeven over de aankomende verwerving en ingegaan op vragen. Ook met de vrijgevestigden is op 22 april een (separate) bijeenkomst gehouden. Daar voor is op 8 april met een afvaardiging van 0tot23 (samenwerkingsverband van vrijgevestigden) gesproken. In dit kleinere verband wordt op 10 mei opnieuw met elkaar gesproken over hun positie in de nieuwe verwerving. Op 19 mei is een bestuurlijke bijeenkomst gepland met de wethouders uit Zuid-Kennemerland en IJmond en de bestuurders van de jeugdhulpaanbieders, het CJG en de samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs. Regionale raadsinformatiebrief Graag delen we in deze RIB onderstaande informatie die ook met de andere raden in Zuid-Kennemerland is of wordt gedeeld. Regiovisie Jeugdhulp is uitgangspunt voor dialoogfase De gemeenten in de regio’s Zuid-Kennemerland en IJmond stellen gezamenlijk een regiovisie jeugdhulp op.

Doel van de regiovisie is het definiëren van de uitgangspunten voor een duurzame samenwerking tussen de gemeenten en de koers te bepalen van de transformatie van de jeugdhulp voor de komende jaren (20222026). Ook wordt de samenwerking met andere partners uit aanpalende velden in het sociaal domein beschreven, zoals het onderwijs. De inhoudelijke transformatieopgave zoals opgenomen in de verwervingsstrategie jeugdhulp dient als basis voor de regiovisie. De regiovisie wordt aan u voorgelegd in september. Op basis van de regiovisie wordt tijdens de dialoogfase (als onderdeel van het verwervingsproces) met aanbieders, samenwerkingspartners en cliëntorganisaties gewerkt aan een set van inhoudelijke, financiële en contractuele afspraken. Deze afspraken dienen zowel voor de korte als de lange termijn werkbaar en houdbaar te zijn. Voortgang inkoop jeugdhulp 2022 e.v. De gemeenten hebben een concept verwervingsstrategie opgesteld en aan de raden voorgelegd. U heeft hierop input gegeven. In de bijlage vindt u een overzicht waarbij per onderwerp is aangegeven hoe dit is verwerkt. Pre-selectiefase In deze fase, die duurt tot september, selecteren we – uit de inschrijvingen - de jeugdhulpaanbieders die integrale jeugdhulp kunnen bieden, die voldoen aan de gestelde eisen en met wie we de dialoogfase ingaan.

De wijze waarop de gemeenten jeugdhulpaanbieders selecteren wordt opgenomen in het preselectiedocument. De huidige planning is dat dit document op 11 juni wordt gepubliceerd.

Kenmerk: 2021/253668

3/4

Dialoogfase Vanaf medio oktober start de dialoogfase, waarbij de regiovisie als basis dient. De gemeenten gaan dan met de geselecteerde strategische partners in dialoog. Ook nodigen we hierbij ervaringsdeskundigen uit: de jeugdigen en hun ouders. In de eerdere participatiesessies hebben zij een belangrijke rol gespeeld. Alleen door in gesprek te gaan én samen te werken kunnen we jeugdhulp elke dag beter maken. In februari 2022 start dan de inschrijffase voor de jeugdhulpaanbieders. De beoordeling, het gunnen en implementeren volgt in de maanden daarna. Uiterlijk 1 januari 2023 start de dienstverlening en is de aanbesteding van de regionale inkoop jeugdhulp afgerond. Vanzelfsprekend blijven de gemeenten en de strategische partners met elkaar in gesprek, want de vertaling kan in de praktijk per cliënt en hulpvraag verschillen. Afsluiting In bijlage 1. (Reactie op door de gemeenteraden in de regio veelgestelde vragen) en in bijlage 2. (Reactie op motie ChristenUnie: kwetsbare jongeren niet in de waagschaal: anders stelsel jeugdzorg eerst beter onderbouwen) gaan we dieper in op de meest voorkomende thema’s, vragen, aandachtspunten en zorgen die u geuit heeft naar aanleiding van eerdere besprekingen van de aankomende verwerving van de jeugdhulp.

De motie ChristenUnie stelt een groot aantal verzoeken om nadere onderbouwing en aanvullende informatie aan het college voordat gestart wordt met de dialooggerichte aanbesteding. Om die reden is een bijlage toegevoegd met een uitgebreide reactie van het college op deze motie. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris,

de burgemeester,

Kenmerk: 2021/253668

4/4

BIJLAGE 1: REACTIE OP DOOR DE GEMEENTERADEN IN DE REGIO VEELGESTELDE VRAGEN Onderwerp: Inkoop jeugdhulp 2022 (input op concept verwervingsstrategie jeugdhulp) INLEIDING Verwerking thema’s, vragen, aandachtspunten/zorgen in Verwervingsstrategie jeugdhulp In deze bijlage treft u een uitwerking (op hoofdlijnen) aan van de meest voorkomende thema’s, vragen en aandachtspunten/zorgen zoals deze bij de bespreking van de concept Verwervingsstrategie jeugdhulp zijn geuit door de raden in de gemeenten in Zuid-Kennemerland en IJmond. Het betreft een weergave van de wijze waarop deze thema’s etc. zijn verwerkt in de definitieve verwerkingsstrategie, zoals deze binnenkort voor vaststelling aan de colleges van de gemeenten in Zuid-Kennemerland en IJmond wordt voorgelegd. De dialoogfase Bij diverse thema’s wordt verwezen naar de dialoogfase. De dialoogfase betreft de fase in het proces waarin we samen met de beoogde strategische partners en andere partners in gesprek gaan over een aantal vooraf geformuleerde onderwerpen en de wijze waarop hier in de uitvoering invulling zal worden gegeven. Doel is om aan deze onderwerpen samen met de beoogde strategische partners invulling te geven. Deze fase begint nadat de beoogde partners (op basis van het preselectiedocument) zijn geselecteerd. En eindigt met de inschrijving van de beoogde partners. Hierna zal de definitieve gunning plaatsvinden.

DE THEMA’S 1. Jeugdhulp dichtbij in de leefwereld Het belang van het bieden van jeugdhulp in de leefwereld van kinderen, jongeren en hun ouders onderschrijven we volledig. Dit uitgangspunt is nadrukkelijker in de verwervingsstrategie opgenomen. Immers ondersteuning en hulp moeten aansluiten bij het gewone leven én de jeugdige en het gezin hierin versterken. Mocht ondanks alle inzet daarop toch blijken dat een jeugdige (tijdelijk) onverhoopt niet thuis kan blijven wonen, dan is de inzet gericht op het alternatief ‘zo thuis mogelijk’. Dit is bij voorkeur een passende plek dicht bij de ouders en/of de leefwereld van de jeugdige, zodat er verbinding blijft met het eigen sociale netwerk. De wijze waarop we dit de komende jaren samen met de aanbieders gaan realiseren ‘het hoe’, gaan we samen met de aanbieders en andere partners uitwerken in de dialoogfase van het verwervingsproces. Op deze wijze willen we in partnerschap draagvlak creëren. 2. Normaliseren en demedicaliseren Het normaliseren en demedicaliseren van vragen van jeugdigen en hun gezin is één van de belangrijke uitgangspunten in de verwervingsstrategie en één van de beleidsdoelen in de regiovisie op de jeugdhulp1. Hieraan ligt ten grondslag dat we weer meer moeten accepteren dat opvoeden en opgroeien met hobbels gepaard gaat.

Dit gaan we doen door meer uit te gaan van wat jeugdigen en het gezin vanuit hun eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheden zelf kunnen. Hierbij kijken we ook nadrukkelijk naar de mogelijkheden van ondersteuning vanuit eigen sociale netwerk van de jeugdige en het gezin. Als het een jeugdige en zijn ouders niet lukt om zelf, zo mogelijk met inzet vanuit het eigen netwerk, hun problemen op te lossen, dan kan jeugdhulp aanvullend zijn. Daarbij is het van belang dat passende jeugdhulp op het juiste moment wordt ingezet. Er zijn immers problemen die verergeren of onherstelbaar worden als hulpverlening te laat komt. 1

Regiovisie Jeugdhulp: de regiovisie is op dit moment in voorbereiding en zal naar verwachting in september 2021 voor besluitvorming aan de raden van de gemeenten in de regio’s Zuid-Kennemerland en IJmond worden voorgelegd.

1

Voor veel van de jeugdigen in de zwaardere jeugdhulp gaat normaliseren en preventie niet om het voorkomen van de inzet van jeugdhulp maar om het voorkomen van erger. Ook hier blijft het uitgangspunt dat aangesloten wordt bij wat de jeugdige en het gezin, samen met het netwerk, wel kunnen. Belangrijk is dat de kracht van de jeugdige, het gezin en het netwerk worden gezien en benut. De toegang speelt hierbij een belangrijke rol. Daarnaast vraagt het ook van hulpverleners en hun organisaties om een kritische en brede blik. Zowel in de verwervingsstrategie als het vervolgproces – de dialoogfase – zal hier meer nadruk op worden gelegd. 3. Tijdigheid en wachttijd Voorop staat dat een kwetsbare jeugdige die acuut jeugdhulp nodig heeft, altijd zo snel mogelijk wordt geholpen. Er is echter niet één termijn te noemen voor alle jeugdhulp. Op sommige jeugdhulp kan (wat) langer gewacht worden. Soms kiezen ouders en jeugdigen ervoor om langer te wachten op een specifiek aanbod. Om de complexiteit van dit onderwerp recht te doen gaan we dit onderwerp agenderen in de dialoogfase zodat we dit met alle betrokken partijen kunnen uitwerken en gedragen afspraken hierover kunnen opnemen in de af te sluiten contracten. 4. Keuzevrijheid en klachtafhandeling Keuzevrijheid is voor ons een belangrijk onderwerp.

Daarbij zijn wij van mening dat keuzevrijheid verder gaat dan alleen de keuze uit een aantal jeugdhulpaanbieders (kwantitatief). Belangrijk is dat een keuze gemaakt kan worden voor een aanbieder die de passende jeugdhulp kan bieden én er een match is tussen aanbieder, hulpverlener en jeugdige/gezin (kwalitatief). In samenspraak tussen een jeugdige, gezin en een strategisch partner worden afspraken gemaakt over het best passende aanbod (inclusief de keuze voor aanbieder) bij de vraag. We zijn ons ervan bewust dat de jeugdige of het gezin, bijvoorbeeld vanwege goede ervaringen van anderen, de voorkeur kan hebben voor een niet gecontracteerde jeugdhulpaanbieder. Dit, en de andere aspecten van keuzevrijheid, gaan we in de dialoogfase, in samenspraak met en aanbieders én nadrukkelijk met ervaringsdeskundigen/cliënten, nader uitwerken. Afspraken hierover worden vastgelegd in de contracten. Belangrijk is dat er een heldere en toegankelijke klachtenprocedure komt. Binnen de beoogde constructie van deze aanbesteding (het werken met strategische partners) zal het indienen en afhandelen van klachten plaats vinden bij de strategische partner dan wel de hoofaannemer. Voor de jeugdige en de ouder moet duidelijk zijn waar hij/zij terecht kan/kunnen met klachten.

Dit moet bij aanvang van de inzet van hulp duidelijk worden gecommuniceerd met de jeugdige en/of ouders zodat zij niet hoeven te zoeken naar waar ze terecht kunnen met hun klacht. Het gehele proces van klachtindiening tot en met -afhandeling moet toegankelijk, transparant en onafhankelijk zijn. Hierover worden heldere eisen gesteld en vastgelegd in het contract. Tenslotte verwachten we dat door het werken met strategische partners er voor de gemeenten meer overzicht ontstaat over de klachten en de afhandeling daarvan, doordat klachten minder versnipperd (bij minder aanbieders) binnen komen. We verwachten dat dit de kwaliteit van de klachtenprocedure en de afhandeling – en daarmee de kwaliteit van de jeugdhulp - zal vergroten. 5. Lokale toegang De toegang tot de jeugdhulp is lokaal georganiseerd, dicht bij de leefomgeving van de inwoners. We onderschrijven het belang van een goede verbinding tussen de gecontracteerde jeugdhulp en de ondersteuning in de leefomgeving van de jeugdige en het gezin én de rol die de toegang hierbij speelt. Het delen van kennis met, het versterken van de toegang en het beter aansluiten van de jeughulp en/of ondersteuning bij het voorveld, draagt bij aan een doorgaande zorglijn en aan het makkelijker op- en 2

afschalen van jeugdhulp. De verwachting is dat dit op termijn bijdraagt aan het voorkomen of beperken van inzet van (specialistische) jeugdhulp. Het contracteren en aansturen van gespecialiseerde aanbieders gebeurt (boven)regionaal. Voorkomen moet worden dat hier een onbedoeld schot ontstaat tussen het voorveld en (gespecialiseerde) jeugdhulp. De toegang - het toegangsmanagement - is voor gemeenten een belangrijk sturingsmiddel om enerzijds te zorgen dat zoveel mogelijk direct passende hulp wordt geboden en anderzijds meer grip wordt gekregen op de instroom van jeugdhulp. Naast het CJG/lokale toegang mogen ook de huisarts, medisch specialist, jeugdartsen, de kindertrechter en de gecertificeerde instellingen (wettelijke verwijzers) beslissen over de inzet van jeugdhulp. Dit vraagt goede (samenwerkings)afspraken tussen deze partijen, de beoogde strategische partners en de lokale toegang. Gelet op het belang van de toegang en de rol van de beoogde strategische partners, gaan we dit onderwerp agenderen voor nadere uitwerking in de dialoogfase. 6. Integrale samenwerking onderwijs jeugdhulp Voor een optimale ontwikkeling en het leren van een jeugdige is een goede opvoed- en leersituatie randvoorwaardelijk. Voor een jeugdige waarbij het ontwikkelen en/of opgroeien wordt verstoord, dienen de te bereiken onderwijs- en jeugdhulpdoelen passend te zijn.

Onderwijs en jeugdhulp staan daarom samen voor een optimaal ontwikkelingsperspectief van een jeugdige. Deze doelen dienen te zijn afgestemd op de individuele situatie en naadloos op elkaar aan te sluiten. Versterken van de onderlinge samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp draagt bij aan de preventie doelstelling om problemen vroegtijdig te signaleren en te voorkomen. In samenspraak met de strategische partners en de onderwijsinstellingen en andere betrokkenen, maken we afspraken over hoe we elkaar kunnen versterken en wie waar van is. 7. Eén integraal perceel en de samenwerking met strategische partners Door in te zetten op het bieden van integrale jeugdhulp ‘de integraliteitsvereiste’ en het organiseren van de jeugdhulp vanuit één perceel dragen we eraan bij dat vanuit één organisatie aan een jeugdige en het gezin alle jeugdhulp wordt geboden die nodig is om de hulpvraag te beantwoorden. Hiermee voorkomen we dat er schotten ontstaan tussen de verschillende vormen van jeugdhulp en is een doorlopende zorglijn meer gegarandeerd. Het vertrekpunt voor alle jeugdhulp moet de jeugdige en het gezin zijn. Hiermee bedoelen we dat op basis van de problematiek en situatie van de jeugdige en het gezin de best passende ondersteuning en/of jeugdhulp wordt ingezet.

De jeugdhulp wordt ingezet in samenspraak met de jeugdige en het gezin én afgestemd met betrokkenen uit het sociale netwerk, school en andere professionals rondom de jeugdige en gezin. De jeugdhulpaanbieders worden middels deze verwerving medeverantwoordelijk voor de transformatieopgave waarbij zij meer ruimte krijgen om maatwerk te bieden. Ook willen we kijken naar de mogelijkheden voor aanbieders om binnen budgetten de middelen anders te verdelen, bijvoorbeeld tussen verblijf en ambulante ondersteuning. De gemeenten willen in samenspraak met de aanbieders werken aan de transformatie opgave en bepalen hoe om te gaan met de beschikbare budgetten en de bewaking daarvan. Afspraken hierover worden uitgewerkt in de dialoogfase. De (samenwerkingsverbanden van) jeugdhulpaanbieders die zich inschrijven voor de dialoogfase moeten alle jeugdhulp vanuit één perceel integraal kunnen bieden. Het merendeel van de aanbieders zal dit niet alleen kunnen en moet hiervoor een samenwerkingsverband aan gaan met andere partijen. Hiervoor zijn verschillende mogelijkheden. Aanbieders kunnen zich aanmelden als combinatie of met 3

een hoofd- onderaannemersconstructie. Zij zoeken zelf partners met wie zij de samenwerking aan willen gaan zodat zij alle jeugdhulp integraal kunnen bieden. In de dialoogfase worden afspraken gemaakt over bijvoorbeeld de controle op kwaliteit en marges. Deze afspraken worden vastgelegd in het contract. 8. Het aantal aanbieders Op deze nieuwe verwerving kunnen (samenwerkingsverbanden van) jeugdhulpaanbieders inschrijven die voldoen aan de eisen die gesteld worden in het préselectiedocument. Het streven is niet per sé het aantal aanbieders te verminderen, maar wel de samenwerking en daarmee integraliteit en de kwaliteit van de jeugdhulp te vergroten. Door de integraliteitseis (het kunnen bieden van alle jeugdhulp) gaan we naar verwachting met een kleiner aantal aanbieders een overeenkomst aan. Dit worden de strategische partners (waaronder meerdere organisaties kunnen vallen). Hiermee wordt het beter mogelijk samen – gemeenten en aanbieders – de verantwoordelijkheid voor de transformatie te nemen, de kosten te beheersen en hierop te sturen. 9. Contractperiode van 9 jaar en evaluatie Met de keuze voor een contactduur van 9 jaar beogen we rust en ruimte te creëren om te transformeren. Door het model en de strategisch partners tijd en daarmee stabiliteit te geven kan vanuit contractzekerheid worden gewerkt aan de beoogde transformatie.

Na respectievelijk jaar 3 en jaar 6 vindt een evaluatie plaats op zowel het model als op de prestaties van de individuele gecontracteerde strategische partners. Bij het opstellen van de contracten gaan we de voorwaarden opnemen waaronder de contracten desgewenst tussentijds beëindigd kunnen worden. In de dialoogfase gaan we deze voorwaarden uit werken. De definitieve contractuele voorwaarden stellen we ná de dialoogfase vast. 10. Bekostiging Elke bekostigingsvorm kent zijn voor- en nadelen en kent eigen prikkels. Perverse prikkels willen we nadrukkelijk voorkomen. De uiteindelijke keuze voor de vorm van bekostigen, willen wij nog niet ‘aan de voorkant’ van de inkoop maken. De verschillende mogelijkheden, en de voors en tegens daarvan, willen wij in gezamenlijkheid met de aanbieders in de dialoogfase verkennen. Door dit in gezamenlijkheid te doen, vergroten we het draagvlak voor de uiteindelijke bekostigingsvorm. Uitgangspunt hierbij is en blijft dat de gemeenten aan de aanbieders reële tarieven betalen. Dit is ook conform de door de gemeenten (via de VNG) vastgestelde Norm voor Opdrachtgeverschap. Het budget van de gemeenten bepaalt de financiële grenzen. Financiële middelen moeten zoveel als mogelijk naar de daadwerkelijk jeugdhulp gaan.

Het is de gezamenlijke uitdaging van de strategische partners en de gemeenten om ervoor te zorgen dat, binnen de financiële kaders, jeugdigen die jeugdhulp nodig hebben dié hulp krijgen die ze nodig hebben. Dit vraagt om innovaties en anders werken van jeugdhulpaanbieders, kortom een transformatie van de jeugdhulp. Vooraf worden afspraken gemaakt over hoe onnodige instroom kan worden voorkomen, trajecten niet onnodig lang duren en hoe wordt omgegaan met mogelijke toename van het aantal jeugdigen in de jeugdhulp. We maken afspraken over hoe we de kosten beter kunnen beheersen en wat nodig is om die jeugdige die jeugdhulp nodig heeft, tijdig passend jeugdhulp te bieden. Jaarlijks wordt een maximaal budget afgesproken om dit mogelijk te maken. De begroting van de gemeenten bepaalt de hoogte van het budget en de ambitie die haalbaar is.

4

We willen we voorkomen dat de administratieve lasten toenemen door controle- en regeldruk. Met onze strategische partners willen we komen tot afspraken die voldoende zekerheid geven als het gaat over rechtmatigheid. 11. Monitoring We onderschrijven het belang dat we periodiek tijdig over de juiste informatie beschikken om de voortgang van de transformatie van de jeugdhulp en de effectiviteit van de inzet te monitoren. Hiervoor gaan we in de dialoogfase samen met de strategisch partners een monitoringsysteem ontwikkelen. In dit kader maken we afspraken met de aanbieders over de wijze waarop we sturen op de jeugdhulp, zodat de beleidsdoelstellingen worden behaald binnen het financiële kader. De inhoudelijke sturingsuitgangspunten (normaliseren, vindplaatsen versterken, vroegsignalering, jeugdhulp in de leefwereld van de jeugdige, veiligheid voorop, verbinding informele en formele zorg en integraal samenwerken) vormen hiervoor het kader. Samen met de beoogde strategische partners stellen we een aantal Key Performance Indicatoren (KPI’s) op, waarmee we de beleidsdoelstellingen inhoudelijk en financieel op voortgang kunnen monitoren. Ook de monitoring zal uiteindelijk onderdeel zijn van de contractering. 12. Administratieve lasten Het beperken van administratieve lasten zien we al een belangrijk gespreksonderwerp in de dialoogfase.

De omvang van de administratieve lasten hangt deels af van de wijze waarop de strategische partners hun administratieve- en werkprocessen inrichten, maar ook nadrukkelijk van de afspraken die wij met de strategische partners maken over de verantwoording, rechtmatigheid, etc. We willen met de beoogde strategische partners in dialoog verkennen hoe we administratieve lasten in dit inkoopmodel zoveel mogelijk kunnen beperken. Dit doen we door in de dialoogfase samen met de beoogde strategische partners oplossingen te verkennen voor zowel de initiële bekostiging als de monitoring en rapportage over de geleverde jeugdhulp en de maatschappelijke effecten daarvan. De afspraken die we hierover maken, zullen uiteindelijk opgenomen worden in het contract. 13. Vrijgevestigden en kleine aanbieders Vrijgevestigden en andere kleine aanbieders kunnen vaak specifiek maatwerk bieden dichtbij de leeftomgeving van de jeugdige, het gezin en het netwerk. Dit aanbod willen we in de uitvoering dan ook graag zoveel mogelijk behouden. Op dit moment hebben we echter ongeveer 90 overeenkomsten met vrijgevestigden en groepspraktijken hetgeen aansturing en samen vormgeven aan de transformatie lastig maakt. Daarom zoeken we voor deze partijen naar een mogelijkheid van aansluiting die recht doet aan enerzijds de beoogde transformatie en anderzijds aan het behoud van dit aanbod in de uitvoering.

Vanuit andere regio’s, die qua inkoopindeling een vergelijkbare ontwikkeling doormaken, weten we dat het met name voor (zeer) kleine jeugdhulpaanbieders en vrijgevestigden en groepspraktijken lastig kan zijn aan te sluiten bij samenwerkingen zoals wij deze voor ogen hebben. Het aanbod dat zij leveren beantwoordt in veel gevallen aan de inhoudelijke uitgangspunten die de gemeenten belangrijk vinden voor het leveren van jeugdhulp en het realiseren van een transformatie. Vrijgevestigden en groepspraktijken zijn meestal ingebed in een lokaal professioneel netwerk: zij zijn onderdeel van grotere multidisciplinaire netwerken, zodat andere disciplines ingezet kunnen worden wanneer nodig. Vrijgevestigden zijn bekend bij het Centrum voor Jeugd en Gezin en/of het lokale team, huisartsen en scholen en onderhouden een professioneel netwerk met andere hulpverleners zoals psychologen, (ortho)pedagogen, psychotherapeuten, psychiaters en leerkrachten en interne begeleiders.

5

Wij zijn van mening dat vrijgevestigden en groepspraktijken een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan thema’s als transformatie, toegang, op- en afschalen, etc. Wij zijn met hen in gesprek over de mogelijkheden die zij zien om mee te doen aan deze verwerving. Het heeft daarbij onze voorkeur dat zij zich verenigd inschrijven op de aanbesteding c.q. het integrale perceel. 14. Rapporten en ervaringen van andere gemeenten Rapporten en adviezen die raken aan deze verwerving zijn bij ons bekend. De bevindingen van het AEFrapport ‘Stelsel in groei’2 voor nadere kostenbesparing in de jeugdhulp, zijn voor een belangrijk deel verwerkt in de uitgangspunten in onze verwervingsstrategie liggen. De opbrengsten van het onderzoek met betrekking op niet-effectieve maatregelen, nemen de gemeenten mee bij het verder uitwerken van de gespreksthema’s in de dialoogfase. Ook de bevindingen van het theoretische onderzoek van de rekenkamer van de Metropool Amsterdam over taakgerichte bekostiging zijn bekend en worden meegenomen. Daarnaast bezit de projectleiding zelf veel ervaring en kennis over de verschillende modellen die toegepast zijn/worden in de verschillende regio’s. De geleerde lessen vanuit andere regio’s (voor zover deze vergelijkbaar zijn) worden op deze wijze ook meegenomen in deze aanbesteding.

2

Stelsel in groei; Een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg, A. Hilderink, I. Niessen, e.a., AEF; december 2020

6

BIJLAGE 2: REACTIE OP MOTIE CHRISTENUNIE: KWETSBARE JONGEREN NIET IN DE WAAGSCHAAL: ANDER STELSEL JEUGDZORG EERST BETER ONDERBOUWEN In de motie wordt gevraagd om beter te onderbouwen waarom het college wil kiezen voor deze nieuwe vorm van aanbesteding en als onderdeel daarvan de gemeenteraad eerst te informeren over de resultaten bij gemeenten die deze vorm van aanbesteding reeds hebben ingevoerd met daarbij een overzicht van de knelpunten en de voordelen zowel vanuit het perspectief van de cliënten en zorgverleners als vanuit het perspectief van de gemeente. Waarom kiezen voor deze wijze van aanbesteden Voor de vorm van dialooggerichte aanbesteding is gekozen om in partnerschap met de jeugdhulpaanbieders, en inbreng van belangrijke partners en jeugdigen en ouders, invulling te geven aan de inrichting van het zorglandschap. In de verwervingsstrategie en het préselectiedocument worden de kaders geschetst, het hoe wordt samen ingevuld. Met de verwerving willen we komen tot: • Strategische partners die de transformatie mede vorm gaan geven. Met de transformatie willen we jeugdhulp beter aansluiten met de sociale basis, meer ambulantiseren, in ieder geval opname voorkomen en indien opname toch nodig is de duur verkorten. • Normalisatie van de jeugdhulp. Opvoeden en opgroeien kent uitdagingen en levert vragen op. Ouders en jeugdigen zijn geholpen als we ze serieus nemen en steunen.

We richten ons op wat ouders, andere opvoeders en jeugdigen zélf aan oplossingen bedenken en welke competenties zij hebben. Zij worden geholpen om hun eigen kwaliteiten beter te benutten en in te zetten. • Jeugdhulp dichtbij huis en zo thuis mogelijk. Jeugdhulpvragen moeten zoveel als mogelijk in de eigen omgeving beantwoord worden. Voorkomen moet worden dat jeugdige uit de eigen omgeving worden gehaald, voor een behandeling elders, met veelal een lastige route om weer thuis te kunnen wonen. • Het contracteren van integrale jeugdhulp. Bij integrale jeugdhulp is het startpunt de jeugdige en het gezin. Op basis van de problematiek én de situatie wordt de best passende hulp of ondersteuning geboden. Jeugdhulp wordt ingezet in samenspraak met de jeugdige en het gezin en afgestemd met betrokken uit het sociale netwerk, school, andere professionals van de jeugdige en gezin. Vertrekpunt van jeugdhulp moeten jeugdigen en hun gezinnen zijn. Op basis van de problematiek, kracht en situatie wordt de best passende ondersteuning en/of jeugdhulp ingezet. Dit gebeurt in samenspraak met hen en wordt afgestemd met betrokken uit het sociale netwerk, school, andere professionals. Bij deze werkwijze moet de manier waarop we de jeugdhulp verwerven aansluiten. Dat gebeurt door binnen de nieuwe werkwijze meer ruimte voor maatwerk en een doorlopende zorglijn te bieden.

Er komen minder schotten en meer mogelijkheden om binnen het budget van een strategisch partner de middelen anders te verdelen (bijvoorbeeld tussen ambulant en verblijf). Door de integraliteitsvereiste en het organiseren van de jeugdhulp vanuit één perceel kan vanuit één organisatie alles worden geboden aan een jeugdige en gezin wat nodig is om de hulpvraag te beantwoorden. In het huidige systeem komt de benodigde samenwerking tussen aanbieders en verschillende hulpvormen nog onvoldoende van de grond. Hierdoor vallen jongeren soms tussen wal en schip. Ook aanbieders bevestigen dit in de participatie sessies en gesprekken. Met deze verwerving zijn we vooral opzoek naar partners die de transformatie gaan vormgeven. We kiezen voor deze vorm van aanbesteden om de juiste partner te selecteren, die partner die het beste uitvoering kan geven aan de transformatie. Wij denken dat deze transformatieopdracht maar met

1

een beperkt aantal strategische partners uitgevoerd moet worden. Dit om de samenwerking te versterken, de gezamenlijke verantwoordelijkheid en de slagkracht te vergroten en daarmee ook de kans van slagen te vergroten. Met de geselecteerde strategische partners willen we via een dialoogfase afspraken maken over de manier waarop de transformatie vorm krijgt en hoe het jeugdhulpstelsel eruit komt te zien.

Resultaten bij gemeenten die een vergelijkbare vorm van aanbesteding hebben doorlopen. Een overzicht van knelpunten en voordelen vanuit het perspectief van de cliënt, hulpverleners en de gemeente: Voor deze aanbesteding kiezen we voor een fasering met een preselectiefase, een dialoogfase en een gunningsfase. Een aanbesteding in deze fasering is onder andere toegepast bij de inkoop van jeugdhulp in de gemeente Amsterdam, de gemeente Utrecht en wordt momenteel ook toegepast bij de inkoop hulp bij het huishouden van gemeente Utrecht en bij de inkoop van wijkteams, Wmo en jeugd van gemeente Stichtse Vecht. Aanbieders die participeren in deze dialoogfase zijn hier over het algemeen positief over. Het biedt de gelegenheid om voordat de definitieve aanbestedingseisen en voorwaarden gesteld worden, overleg te hebben en in gezamenlijkheid systeemveranderingen te bepalen en deze op een correct en doelmatige manier te vertalen naar contractuele afspraken. Aanbieders ervaren deze dialoogperiode als intensief, maar wel als doelmatig en prettig. Het versterkt het gevoel van samenwerken, partnerschap en gelijkwaardigheid. Het andere grote voordeel wat ervaren wordt is dat middels de toepassing van de dialoogfase ook cliëntparticipatie en deelname van ketenpartners mogelijk is.

Hun ideeën en invalshoeken kunnen op deze manier direct worden betrokken bij de totstandkoming van de eisen en contractuele voorwaarden. Voor het effect van de aanbesteding op het jeugdstelsel is deze vergelijking moeilijker te maken. Er zitten dan wel overeenkomsten in de het aanbestedingsproces. Het inhoudelijk uitgangspunt is, vergeleken met andere regio’s, toch op belangrijke onderdelen afwijkend. Zo heeft de gemeente Utrecht bijvoorbeeld gekozen voor een sterk gebiedsgerichte opdracht te gunnen aan maximaal 2 aanbieders. De gemeente Amsterdam heeft gekozen voor maximaal 10 kernpartners en heeft in mindere mate ingezet op integraliteit. De gemeente Stichtse Vecht heeft een onvergelijkbare scope. Ook de bekostigingsvormen van de verschillende gemeenten verschillen op belangrijke onderdelen van elkaar. De projectgroep bezit zelf veel ervaring en kennis over de verschillende modellen die toegepast worden. Ervaringen van aanbieders uit andere regio’s nemen wij hierin ook in mee. Zo willen we ervoor zorgdragen dat we de lessons learned vanuit andere regio’s (voor zover deze vergelijkbaar zijn) kunnen meenemen in deze aanbesteding. In de motie wordt vervolgens verzocht duidelijkheid te geven aan jeugdhulpaanbieders en de raad over onderstaande vragen.

Hieronder vast een antwoord, deze punten zullen ook terugkomen in de definitieve verwervingsstrategie, het préselectiedocument en/of de dialoogfase. 1. Wat de verantwoordelijkheden zijn van de hoofdaannemers en hoe de gemeente het functioneren van de hoofdaannemers toetst De hoofdaannemers zijn verantwoordelijk voor het leveren van de jeugdhulp aan jeugdigen die via een van de toegangen aan hen toevertrouwd worden. Getoetst wordt of zij hun contractuele verplichtingen nakomen. Daarnaast worden de resultaten van hun inzet gemonitord op basis van te voren overeengekomen indicatoren. 2. Wat de verantwoordelijkheden zijn van de onderaannemers Onderaannemers kunnen door een hoofdaannemer worden in gezet om (een deel van) de jeugdhulp uit te voeren. 2

3. Wie verantwoordelijk is voor de kwaliteit van zorg van de onderaannemers De hoofdaannemer is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de onderaannemer. In de dialoogfase worden afspraken gemaakt over onderaannemerschap en controle op kwaliteit. Deze afspraken worden vastgelegd in contractuele voorwaarden. 4. Wie verantwoordelijk wordt gesteld voor de administratieve taken die momenteel bij de gemeente belegd zijn Een deel van de taken die nu bij de gemeente liggen worden de verantwoordelijkheid van de strategische partners. Administratieve lasten hangen deels af van hoe de strategische partners hun processen inrichten, maar ook nadrukkelijk van de afspraken die wij met de strategische partners maken over de verantwoording, rechtmatigheid, etc. We willen met de strategische partners vooral nadenken over hoe we administratieve lasten zoveel mogelijk kunnen beperken. Het is daarom nadrukkelijk een onderwerp van gesprek in de dialoogfase. Door in deze fase samen met de beoogde strategische partners oplossingen te bedenken voor zowel de initiële bekostiging als de monitoring en rapportage over de geleverde zorg en de maatschappelijke effecten daarvan. 5. Of onderaannemers een samenwerking aan kunnen gaan met meerdere hoofdaannemers of verplicht zijn samen te werken met één hoofdaannemer Onderaannemers kunnen een samenwerking aangaan met meerdere hoofdaannemers. 6.

Of hoofdaannemers verplicht zijn elke onderaannemer die voldoet aan de voorwaarden te accepteren of dat de hoofdaannemer kan kiezen met slechts een beperkt aantal onderaannemers te werken Jeugdhulpaanbieders kunnen zich aanmelden als combinatie en met een hoofdonderaannemersconstructie. De aanbieders zoeken zelf partners met wie zij de samenwerking aan willen gaan. Hoofdaannemers zijn dus niet verplicht een bepaalde samenwerking aan te gaan, zij zoeken zelf hun partners. 7. Of de vrijheid van keuze van een zorgaanbieder voor de Haarlemse burgers gewaarborgd blijft Keuzevrijheid is voor de gemeenten een belangrijk onderwerp. Daarbij gaat keuzevrijheid verder dan alleen de keuze uit een aantal jeugdhulpaanbieders (kwantitatief). Belangrijk is dat een keuze gemaakt kan worden voor een aanbieder die de passende jeugdhulp kan bieden én er een match is tussen aanbieder, hulpverlener en jeugdige/gezin (kwalitatief). In samenspraak tussen een jeugdige, gezin en een strategisch partner worden afspraken gemaakt over het best passende aanbod (inclusief de keuze voor aanbieder) bij de vraag. We zijn ons ervan bewust dat de jeugdige of het gezin, bijvoorbeeld vanwege goede ervaringen van anderen, de voorkeur kan hebben voor een niet gecontracteerde jeugdhulpaanbieder.

Dit, en de andere aspecten van keuzevrijheid, gaan we in de dialoogfase, in samenspraak met cliënten en aanbieders, nader uitwerken. 8. Hoe de zorgcontinuïteit geregeld is bij de overgang van een nieuw stelsel In de huidige contracten is het bieden van zorgcontinuïteit opgenomen. De huidige aanbieders moeten indien nodig nog een jaar zorg bieden aan jeugdigen die afloop van hun contract bij hen in zorg zijn. Mocht langdurigere zorg nodig zijn dan wordt binnen deze periode aan een zorgvuldige overdracht gewerkt.

Tot slot wordt in de motie gevraagd om op basis van een concept programma van eisen (waarin onder andere bovenstaande vragen beantwoord worden) eerst een consultatieronde te houden onder zorgaanbieders en de Participatieraad en de resultaten hiervan te bespreken met de

3

gemeenteraad en pas daarna, indien de gemeenteraad op dat moment voldoende vertrouwen heeft in het nieuwe model, het definitieve programma van eisen op te stellen. We vinden het van belang de jeugdhulp samen met aanbieders vorm te geven. Daarvoor is gekozen voor een dialoog gerichte aanbesteding. Dit betekent dat een aantal eisen worden gesteld om deel te mogen nemen aan de dialoog. Dit komt te staan in het preselectiedocument. Hierin worden ook de mogelijkheden van samenwerking omschreven en komen punten aan bod als: kunnen onderaannemers met meerdere hoofdaannemers samenwerken en mag een hoofdaannemer onderaannemers weigeren. Het uiteindelijke ‘programma van eisen’, op basis waarvan jeugdhulpaanbieders definitief inschrijven, wordt op basis van deze dialoog opgesteld. Deze dialoogfase kan gezien worden als een, zeer uitgebreide, consultatieronde. In de dialoog zal onder andere keuzevrijheid, zorgcontinuïteit en verdere invulling van hoofd- en onderaannemerschap samen met jeugdhulpaanbieders verder uitgewerkt worden. Resultaat van de dialoogfase is een gedragen ‘programma van eisen’. Voor de start van de dialoogfase stellen de regio’s Zuid-Kennemerland en IJmond gezamenlijk een regiovisie op. Hierin wordt onder andere een analyse van de doelgroep gemaakt en een beschrijving van de gewenste transformatie en het toekomstige zorglandschap gegeven.

De regiovisie is de inhoudelijke basis van waaruit de gemeenten de dialoogfase ingaan. Voor de start van de dialoog wordt de regiovisie aan de raden voorgelegd. Tijdens de dialoog wordt de regiovisie vertaald naar een uitvoeringsprogramma met inbreng van de beoogde strategische partners, belangrijke partners uit het veld en jeugdigen en ouders.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12270624/1