Haarlemse belastingvoorstellen 2026
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp Haarlemse belastingvoorstellen 2026 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2025/717895 Roduner, F.J. 7.1 Lokale belastingen en heffingen CC de Lie M. / Spaans, J. 31 6 39074862 / 31 6 42868361 mdelie@haarlem.nl / jspaans@haarlem.nl De gemeenteraad is bevoegd tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van gemeentelijke belastingen en het vaststellen van belastingverordeningen en tarieven. Een vastgestelde en gepubliceerde belastingverordening is een voorwaarde om de belastingbaten te kunnen realiseren. De Haarlemse belastingvoorstellen zijn een uitwerking van de geraamde baten in de vastgestelde Programmabegroting 2026-2030 in de vorm van verordeningen en tarieven. In deze nota worden de tarieven toegelicht, met verwijzing naar eerdere besluitvorming en communicatie in de Kadernota 2026 en de Programmabegroting 2026-2030.
Behandelvoorstel voor commissie
De commissie Bestuur wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk in de raadsvergadering.
Relevante eerdere besluiten
De in de raadsvergadering van 6 november 2025 vastgestelde Programmabegroting 2026 - 2030
Besluit college d.d. 11 november 2025
1. Het college stelt het voorstel aan de raad vast. Het college besluit voorts: 2. Aanwijzingsbesluit Parkeerbelastingen 2026 vast te stellen de secretaris,
Kenmerk: 2025/717895
de burgemeester,
1/13
Ontwerp-besluit raad d.d. ………. (wordt ingevuld door de griffie)
De raad der gemeente Haarlem, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 november 2025. Besluit: Vast te stellen de navolgende verordeningen: A. Verordening afvalstoffenheffing 2026 B. Verordening begraafplaatsen 2026 C. Verordening havengelden 2026 D. Verordening hondenbelasting 2026 E. Verordening leges 2026 F. Verordening marktgelden 2026 G. Verordening onroerende- zaakbelastingen 2026 H. Verordening parkeerbelasting 2026 I. Verordening precariobelasting 2026 J. Verordening reclamebelasting 2026 K. Verordening rioolheffing 2026 L. Verordening roerende woon- en bedrijfsruimtebelasting 2026 M. Verordening toeristenbelasting 2026 N. Besluit kwijtscheldingsregels 2026 O. Uniforme Administratieve Voorwaarden (UAV) Gedaan in de vergadering van 18 december 2025. De griffier,
De voorzitter,
1. Aanleiding In de Programmabegroting 2026-2030 zijn de belastingopbrengsten geraamd. De belastingverordeningen 2026 en het kwijtscheldingsbesluit vormen een nadere uitwerking om de geraamde baten te kunnen realiseren. Dit voorstel beperkt zich tot een toelichting op de vast te stellen belastingverordeningen en de bijbehorende tarieven. Voor de uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen in de Programmabegroting 2026-2030.
Kenmerk: 2025/717895
2/13
2. Beoogd resultaat Het heffen en invorderen van belastingen en rechten in 2026 op basis van de door de raad vastgestelde verordeningen en tarieven, conform de uitgangspunten van de Programmabegroting 2026-2030. Totstandkoming Haarlemse belastingvoorstellen 2026 Op basis van de geraamde opbrengsten wordt voorgesteld de belastingverordeningen en de tarieven vast te stellen. Dit voorstel betreft in feite een uitwerking van de geraamde belastingbaten. In bijlage 5.09 van de Programmabegroting 2026-2030 is de kostenonderbouwing van de heffingen weergegeven conform de modellen die de VNG hiervoor heeft ontwikkeld. De onderbouwing in dit voorstel wordt daarom beperkt tot de kostendekkendheid op hoofdlijnen. Bij elke afzonderlijke belasting of heffing wordt een specifieke toelichting gegeven op omstandigheden of (eerdere besluitvorming) die in acht genomen dienen te worden bij de berekening en vaststelling van de tarieven. Bedragen x € 1.000 Belasting/heffingen
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
OZB- woningen
28.521
29.218
29.859
OZB- niet woningen eigenaren
13.079
13.651
14.257
OZB- niet woningen gebruiker
9.363
9.605
10.269
65
70
72
Belastingen
Roerende woon- en bedrijfsruimtebelastingen Hondenbelasting
634
658
672
Toeristenbelasting
3.159
3.512
3.627
Overige precario
1.975
1.992
2.650
Straatparkeren/vignetten
14.525
14.510
15.0102
Naheffing parkeren
2.272
1.673
2.232
Parkeeropbrengst Schalkwijk
439
583
595
Reclamebelasting Cronjéstraat
72
80
80
74.104
75.552
79.415
Rioolheffing
14.503
16.190
16.312
Afvalstoffenheffing
31.414
32.306
33.629
Leges Algemene dienstverlening
4.522
3.486
5.407
Bouwleges (WABO)
11.023
12.590
13.164
Leges dienstenrichtlijn
207
382
427
Totaal belastingbaten Heffingen
Kenmerk: 2025/717895
3/13
Begraafrechten
1.010
1.105
1.127
Havengelden
2.066
1.575
1.856
Marktgelden
449
403
411
BIZ-heffing
1.236
1.087
1.258
Totaal heffingen
66.430
69.124
73.591
Totaal opbrengsten uit belastingen en heffingen
140.628
145.348
153.006
-316
-400
-400
Kwijtschelding
-1.454
-1.671
-1.705
Netto opbrengst
138.764
142.605
150.901
Dotatie aan voorziening dubieuze debiteuren
A) Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente op grond van Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen heeft. Bij het bepalen van de hoogte van de afvalstoffenheffing wordt rekening gehouden met het feit dat de begrote baten niet hoger mogen zijn dan de lasten. Voor 2026 geldt conform eerdere melding in de Kadernota 2026 dat de afvalstoffenheffing 99% kostendekkend wordt vastgesteld. Bedragen x € 1.000 Afvalstoffenheffing
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Baten totaal
31.414
32.306
33.629
Lasten totaal
31.813
32.616
33.774
Kostendekkendheid
99%
99%
99%
Aantallen Eenpersoonshuishoudens Twee- persoonshuishoudens Drie- persoonshuishoudens Vier- meerpersoonshuishoudens Totaal aantal huishoudens Tarieven afvalstoffenheffing Eenpersoonshuishoudens Twee- persoonshuishoudens Drie- persoonshuishoudens Vier- meerpersoonshuishoudens
Rekening 2024
Raming 2025
Raming 2026
30.606 23.356 9.677 13.444 77.083
30.251 23.443 9.464 13.411 76.919
30.606 23.356 9.677 13.444 77.083
Rekening 2024
Raming 2025
Raming 2026
296,40 417.36 477.84 508,08
310,08 436,56 499,80 531,48
324,48 456,84 522,96 556,20
Kenmerk: 2025/717895
4/13
De tarieven afvalstoffenheffing stijgen circa 4,6% ten opzichte van 2025. Van de hierboven geprognosticeerde opbrengsten afvalstoffenheffing van € 33,6 miljoen, wordt ruim € 33,1 miljoen in rekening gebracht bij bewoners. Het overige deel betreft overige opbrengsten en bijdragen derden. B) Begraafrechten Onder de naam begraafrechten worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. De rechten worden geheven van degene die de dienst aanvraagt. Het uitgangspunt is dat de tarieven jaarlijks worden verhoogd op basis van inflatie. Voor 2026 betekent dit conform Programmabegroting 2026-2030 een tariefstijging van 2% ten opzichte van 2025. C) Havengelden Onder havengelden worden rechten geheven voor het gebruik van gemeentelijke wateren die bestemd zijn voor openbaar gebruik en onder beheer of onderhoud van de gemeente vallen. Het uitgangpunt is dat de tarieven jaarlijks worden verhoogd op basis van inflatie. Voor 2026 betekent dit conform Programmabegroting 2026-2030 een tariefstijging van 2% ten opzichte van 2025. D) Hondenbelasting De gemeente heft belasting op het houden van honden binnen de gemeente. De belastingplichtige is de houder van de hond. Het aantal honden is bepalen voor de hoogte van de belasting die wordt geheven.
Het uitgangpunt is dat de tarieven jaarlijks worden verhoogd op basis van inflatie. Voor 2026 betekent dit conform Programmabegroting 2026-2030 een tariefstijging van 2% ten opzichte van 2025. Hondenbelasting Eerste hond Tweede hond Voor iedere hond boven het aantal van twee Kennel
Rekening 2024 104,00 176,52 319,00 459,00
Raming 2025 108,00 182,76 330,60 474,60
Raming 2026 110,16 186,48 337,20 484,08
E) Leges Voor diensten die het gemeentebestuur levert worden leges betaald. De legesverordening kent drie titels: • Algemene dienstverlening • Dienstverlening voor fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning • Dienstverlening voor de Europese dienstenrichtlijn
Kenmerk: 2025/717895
5/13
Leges kennen een vorm van kruissubsidiëring waarbij niet elke afzonderlijke dienst kostendekkend hoeft te zijn, mits het geheel van diensten binnen een cluster niet leidt tot een overschrijding van 100% kostendekkendheid. De berekende kosten zijn gebaseerd op de werkelijke verwachte tijdsbesteding per product, gebaseerd op tijdschrijven in het afgelopen jaar, vermenigvuldigd met het aantal af te geven producten of diensten. Algemene dienstverlening (hoofdstuk 1) Er is besloten om de tarieven voor de algemene dienstverlening stapsgewijs te verhogen, met als doel in 2027 een kostendekkendheid van 100% te bereiken. Hierdoor is de tariefstijging hoger dan de reguliere inflatie. In 2026 is er sprake van een kostendekkendheid van 94%. Hiertoe zijn enkele tarieven verhoogd met 22%. Dit geldt onder andere voor gehandicaptenparkeerplaatsen, waarvoor het hoge aantal aanvragen en de arbeidsintensiviteit van de vergunningverlening gezamenlijk zorgen voor deze tariefstijging. Ook andere vergunningen onder titel 1 vergen veel ambtelijke capaciteit en kennen een lage kostendekkendheid, wat aanleiding geeft tot de verhoging van de tarieven.
Fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning (hoofdstuk 2) Voor de dienstverlening voor fysieke leefomgeving/omgevingsvergunningen is eerder besloten (2024/2031541) om stapsgewijs de tarieven te verhogen om in 2026 uit te komen op een kostendekkendheid van 95%. Het voordeel dat hieruit voortvloeit is € 500.000 en in de Programmabegroting 2026 reeds ingeboekt en voorgesteld om te realiseren door de baten te verhogen middels tariefsverhoging (boven reguliere indexering). In voorliggende legesverordening 2026 (onderdeel dienstverlening voor fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning) wordt hieraan invulling gegeven. In de voorgestelde tariefwijzigingen is er een duidelijke afweging gemaakt tussen betaalbaarheid voor de afnemers en de noodzaak om een evenwichtige en eerlijke kostenstructuur te handhaven. De tarieven voor kleinere bouwvergunningen zijn verlaagd door het basisbedrag te verminderen en het effect van het vermeerderingspercentage te vergroten. Door een sterkere stijging van de percentages bij hogere bouwsommen vallen de tarieven voor grote projecten hoger uit. Deze aanpassing draagt bij aan het realiseren van de kostendekkende opgave. Tegelijkertijd zijn de tarieven voor monumentenvergunningen verlaagd om de toegankelijkheid van monumentenzorg te waarborgen.
In een stad als Haarlem, waar de geschiedenis en het cultureel erfgoed een belangrijke rol spelen, is het cruciaal dat monumentenvergunningen betaalbaar blijven. Deze keuze reflecteert zowel het belang van het behouden van de historische stad als de wens om de kosten voor eigenaren van monumenten te verlichten. In sommige gevallen zijn de tariefverhogingen minder dan de gebruikelijke reguliere indexatie (van 2%), bijvoorbeeld om specifieke beleidsdoelen te ondersteunen, zoals het stimuleren van de instandhouding van monumenten of het bevorderen van kleinere bouwprojecten.
Kenmerk: 2025/717895
6/13
Dienstenrichtlijn (hoofdstuk 3) De tarieven van de dienstenrichtlijn zijn verhoogd tot een kostendekkendheid van 60%. Vanwege eerdere uitspraken van de raad is hier het realiseren van 100% kostendekkendheid niet wenselijk. Om tot de afgesproken kostendekkendheid te komen zijn de meeste tarieven met 26% verhoogd. Bij enkele producten valt de tariefstijging hoger uit dan deze generieke aanpassing. De grootste stijging betreft de tarieven voor kinderopvang. Dit is mede het gevolg van het beëindigen van de rijksbijdrage in 2025 voor de invoering van de landelijke werkwijze ‘Streng aan de Poort’. Daarnaast zijn de kosten die de GGD maakt voor wettelijke inspecties ten behoeve van registraties voortaan verwerkt in de tarieven. Ook de tarieven voor evenementen en vergunningen zijn verhoogd, vanwege de toegenomen ambtelijke inzet die de behandeling van deze aanvragen vergt. Daar waar van toepassing wordt aangesloten bij de door het Rijk vastgestelde maximum tarieven (paspoorten, rijbewijzen). UAV UAV In de verordening wordt in Titel 2, hoofdstuk 1, onder 2.1.1.2 van de Tarieventabel verwezen naar de Uniforme Administratieve Voorwaarden 2012 (UAV) voor de bepaling van de aannemingssom. Deze UAV zijn vastgesteld door de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.
Deze UAV is als bijlage O toegevoegd aan de Legesverordening 2026. F) Marktgelden Het uitgangspunt voor marktgelden is dat de tarieven jaarlijks worden verhoogd op basis van inflatie. Voor 2026 betekent dit conform Programmabegroting 2026-2030 een tariefstijging van 2% ten opzichte van 2025. G) Onroerendezaakbelastingen De grondslag voor de OZB wordt gevormd door de waarde van het onroerend goed. De waardemutaties worden jaarlijks vastgesteld door middel van de zogenaamde herwaardering. Haarlem hanteert het uitgangspunt dat zij de gemiddelde waardestijging (of daling), compenseert door een tariefsverlaging (of tariefsverhoging). Daarmee bereikt de gemeente dat waardemutaties niet leiden tot een wijziging in de totale opbrengst, maar slechts tot individuele verschillen in aanslagen. Dat is bijvoorbeeld het geval als de waarde van een woning meer of juist minder is gestegen dan het Haarlemse gemiddelde. Dan levert de herwaardering een voordeel of juist een nadeel op voor de eigenaar van een woning of een niet-woning, of de gebruiker van een niet-woning.
Kenmerk: 2025/717895
7/13
Voor het belastingjaar 2026 geldt als prijspeildatum 1 januari 2025. Dit is de WOZ-beginwaarde zoals opgenomen in onderstaande tabel. In de berekening van de WOZ eindwaarde wordt door Cocensus rekening gehouden met met vrijstellingen, bezwaren, leegstand en De Pater-correctie. De Patercorrectie wordt toegepast wanneer er woondelen aanwezig zijn in een niet-woning. Deze heffing wordt dan in mindering gebracht op de totale waarde.
Ten opzichte van het voorgaande jaar is de heffingsgrondslag voor eigenaren van woningen en nietwoningen met circa 10% gestegen. De tarieven worden berekend door de begroting voor 2026 te delen door de totale heffingsgrondslag. De begroting is geïndexeerd met 2%, conform het vastgestelde percentage, en daarnaast extra verhoogd vanwege te voorzichtige raming in 2025 als eerder gemeld in de Bestuursrapportage 2025 en Programmabegroting 2026 op voor voornamelijk de niet woningen. Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en de ontwikkeling van de WOZ-waarde kunnen de tarieven 2026 als volgt worden berekend: Voorgesteld wordt het tarief voor eigenaren woningen met afgerond 6,1% te verlagen, voor eigenaren niet-woningen met afgerond 3,2% te verlagen en voor gebruikers niet-woningen met afgerond 4,2% te verlagen.
H) Parkeerbelasting De verordening parkeerbelasting omvat de fiscale tarieven voor betaald parkeren (exclusief de parkeergarages). In de Kadernota 2025 is besloten om de inzet voor (parkeer)vergunningen voortaan te verwerken in de parkeertarieven 2025 voor vreemdparkeerders. Eerder werden deze kosten gedekt uit de algemene middelen. Per abuis zijn in de belastingvoorstellen 2025 de parkeertarieven echter alleen geïndexeerd voor loon- en prijsstijgingen, waardoor het besluit uit de Kadernota 2025 niet is verwerkt. In de belastingverordening 2026 zijn de parkeertarieven gecorrigeerd, waarmee het besluit alsnog wordt uitgevoerd. Dit heeft geleid tot een tariefverhoging van 7,3% voor vreemdparkeerders, bestaande uit 2% inflatie en 5,3% voor de inzet van vergunningen.
Kenmerk: 2025/717895
8/13
De overige parkeertarieven zijn conform het uitgangspunt verhoogd op basis van inflatie. Voor 2026 betekent dit, zoals opgenomen in de Programmabegroting 2026–2030, een stijging van 2% ten opzichte van 2025. Voor het tarief van de naheffingsaanslag wordt aangesloten bij het wettelijke maximum tarief van € 82. H.1) Aanwijzingsbesluit 2026 Jaarlijks wordt het Aanwijzingsbesluit Parkeerbelastingen vastgesteld door het college ten behoeve van de parkeerbelastingen H voor de raad. I) Precariobelasting De gemeente heft precariobelasting op voorwerpen op-, boven- en onder gemeentegrond en op het water. Het uitgangspunt is dat de tarieven jaarlijks worden verhoogd op basis van inflatie. Voor 2026 betekent dit conform Programmabegroting 2026-2030 een tariefstijging van 2% ten opzichte van 2025. J) Reclamebelasting Op verzoek van de winkeliersvereniging Cronjéstraat is in 2015 een reclamebelasting voor het gebied Cronjéstraat/Julianapark ingevoerd. Het tarief is zoals afgesproken met 2% geïndexeerd (2024/2043702). K) Rioolbelasting De uitgaven die voortvloeien uit de gemeentelijke watertaken kunnen worden verhaald via de rioolheffing. In de Kadernota 2026 is besloten om de tarieven voor 2026 niet te indexeren en deze gelijk te houden aan het niveau van 2025. De kapitaallasten dalen als gevolg van het hanteren van een langere afschrijvingsperiode (60 in plaats van 40 jaar).
De verlaging van de kapitaallasten zou in principe tot een tariefdaling moeten leiden. Echter nemen de rioleringslasten de komende jaren toe door de uitvoering van het Stedelijk Waterplan (2023/1554669) en daarnaast ligt het Haarlemse tarief voor de rioolheffing onder het landelijke gemiddelde. Om die redenen is gekozen het tarief gelijk te houden aan voorgaand jaar en daarmee te sparen middels egalisatievoorziening riool voor toekomstige investeringen in het Haarlems riool (o.b.v. het door de raad vastgestelde stedelijk waterplan). Bedragen x € 1.000 Riolering
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Baten totaal
14.503
16.190
16.312
Kenmerk: 2025/717895
9/13
Lasten totaal
14.503
16.190
16.312
Kostendekkendheid
100%
100%
100%
Aantallen
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Directe aansluiting
85.422
84.771
85.422
Lasten totaal
4.653
4.625
4.653
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Directe aansluiting
167
186,60
186,60
Indirecte aansluiting
71,64
79,92
79,92
Tarieven
L) Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimte Het tarief van de roerende woon- en bedrijfsruimtebelasting (RWBB) is wettelijk gelijk aan die van de OZB. Dit bekent dat in de praktijk het tarief voor bijvoorbeeld een woonboot gelijk is aan het tarief van een woonhuis. De hoogte van de heffing wordt bepaald door de WOZ-waarde. Voor de totstandkoming van de tarieven kan daarom gebruikt worden gemaakt van de toelichting die is opgenomen bij de tarieven OZB. M) Toeristenbelasting De toeristenbelasting wordt geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente door personen die niet woonachtig zijn in de gemeente. Als belastingplichtige voor de toeristenbelasting is degene aangemerkt die gelegenheid tot verblijf biedt: de hotelier, campingexploitant etc. De belastingplichtige mag de belasting doorberekenen aan de toerist. Het tarief is een vast bedrag per overnachting en sluit aan bij het aantal personen en de duur van het verblijf. Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Camping en pleziervaartuig
2,00
2,40
2,50
Hostel
3,25
3,90
4,00
Overig
5
6,00
6,20
Tarieven
Als uitgangspunt geldt dat de tarieven jaarlijks worden verhoogd op basis van de consumentenprijsindex (CPI) van het voorafgaande jaar. Voor 2026 zijn de tarieven met 3,3% geïndexeerd.
Kenmerk: 2025/717895
10/13
N) Kwijtscheldingsbeleid Op grond van de Invorderingswet 1990 en het gemeentelijke kwijtscheldingsbeleid kan een belastingschuldige kwijtschelding worden verleend, geheel of gedeeltelijk, indien deze niet in staat is de belastingaanslag te voldoen. Bij Ministeriële regeling worden inkomensnormen vastgesteld, welke van toepassing zijn voor de eventuele toekenning van kwijtscheldingsaanvragen. De gemeente Haarlem hanteert ten aanzien van de normbedragen een kwijtscheldingspercentage van 100%. De gemeente Haarlem verleent kwijtschelding voor de afvalstoffenheffing, de leges huisvestingsvergunningen, leges voor de gehandicaptenparkeerkaart en voor 50% op de hondenbelasting voor zover het de eerste hond betreft. Daarnaast wordt kwijtschelding verleend voor huwelijksvoltrekkingen als bedoeld in artikel 4 lid 7 van het Reglement Burgerlijke Stand. Met ingang van 2009 wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om geautomatiseerde kwijtschelding te verlenen. Het beleid is vastgelegd in het Besluit kwijtscheldingsregels 2026 dat ter vaststelling wordt aangeboden. Voor het jaar 2026 is een totaalbudget van € 1.705.000 geraamd voor het verlenen van kwijtschelding. In onderstaande tabel zijn de gerealiseerde en geraamde bedragen aan kwijtschelding over de jaren 2024 tot en met 2026 weergegeven: Bedragen x € 1.000
Kwijtschelding
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
€ -1.454
€ -1.671
€ -1.705
3. Onderbouwing voorstel Lokale lastendruk De lokale lastendruk wordt bepaald door de tarieven van de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In onderstaande tabel is de opbouw van de lokale lastendruk in Haarlem in 2026 ten opzichte van 2025 inzichtelijk gemaakt. Voor huurders is enkel de hoogte van de afvalstoffenheffing bepalend, aangezien bewoners hiervan niet worden aangeslagen voor OZB en rioolheffing. De lokale lastendruk stijgt in 2026 met afgerond € 32 van € 1.145 naar € 1.177 per meerpersoonshuishouden. Een stijging van afgerond 2,8%.
Kenmerk: 2025/717895
11/13
Lokale lastendruk in euro’s voor een meerpersoonshuishouden
2024
2025
2026
Rioolheffing
€ 167
€ 187
€ 187
OZB eigenarendeel
€ 443
€ 458
€ 467
Afvalstoffenheffing
€ 478
€ 500
€ 523
Totaal
€ 1.088
€ 1.145
€ 1.177
Index t.o.v. 2025
2,8%
Ontwikkeling voorziening dubieuze debiteuren Het risico bestaat dat niet alle juist opgelegde aanslagen en heffingen ook daadwerkelijk ingevorderd kunnen worden. Er is vastgelegd dat er een voorziening wordt getroffen voor openstaande vorderingen, waarbij hoe ouder de openstaande vordering, hoe hoger het te voorziene bedrag. De begrote dotatie dubieuze debiteuren aan de voorziening blijft ten opzichte van 2025 ongewijzigd. Bedragen x € 1.000 Dotatie dubieuze debiteuren Dotatie aan voorziening
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
-316
-400
-400
4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s N.v.t. 4.2 Kanttekeningen De tarieven zijn gebaseerd op ramingen van kosten en baten. In werkelijkheid kunnen die om uiteenlopende redenen afwijken. Voor rechten, die niet meer dan kostendekkend mogen zijn, geldt dan ook dat die kostendekkendheid op begrotingsbasis wordt getoetst. Afwijkingen in uitvoering leiden dan ook niet tot tariefaanpassingen over het desbetreffende jaar. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën N.v.t. 5.2 Communicatie Na vaststelling van de belastingverordeningen en het kwijtscheldingsbesluit en na publicatie daarvan op overheid.nl, zullen de genoemde belastingen en rechten daadwerkelijk in 2026 worden geheven en ingevorderd.
Kenmerk: 2025/717895
12/13
5.3 Participatie N.v.t. 5.4 Juridisch N.v.t. 5.5 Planning Zie onder 5.2. 6. Bijlagen A. B. C. D. E. F. G. H. H.1 I. J. K. L. M. N. O.
Verordening afvalstoffenheffing 2026 Verordening begraafrechten 2026 Verordening havengelden 2026 Verordening hondenbelasting 2026 Verordening leges 2026 Verordening marktgelden 2026 Verordening onroerende- zaakbelastingen 2026 Verordening parkeerbelasting 2026 Aanwijzingsbesluit Parkeerbelastingen 2026 Verordening precariobelasting 2026 Verordening reclamebelasting 2026 Verordening rioolheffing 2026 Verordening roerende woon- en bedrijfsruimtebelasting 2026 Verordening toeristenbelasting 2026 Besluit kwijtscheldingsregels 2026 Uniforme Administratieve Voorwaarden (UAV)
Kenmerk: 2025/717895
13/13