GR NHA Geconsolideerde versie na uittreding rijk Ontwerp
Tekst van het document
Gemeenschappelijke regeling Noord-Hollands Archief De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Haarlem en Velsen, Gelet op hoofdstukken VIII en I van de Wet gemeenschappelijke regelingen; Besluiten: tot het treffen van de navolgende gemeenschappelijke regeling tot de instelling van een openbaar lichaam dat de archiefbescheiden en collecties beheert die berusten in de gemeentelijke archiefbewaarplaatsen van de gemeenten Haarlem en Velsen en in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Noord-Holland. HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. de minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; b. de gemeenten: de gemeenten Haarlem, Velsen en Haarlemmermeer; c. documenten : documenten als bedoeld in artikel 1.1 van de Archiefwet 2027; d. decentrale archiefdienst: de decentrale archiefdienst als bedoeld in artikel 6.2 van de Archiefwet 2027. e. college(s): de college(s) van burgemeester en wethouders van de gemeenten ; f. provincie: de provincie Noord-Holland; g. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; h. regeling: deze gemeenschappelijke regeling. HOOFDSTUK 2 HET OPENBAAR LICHAAM Artikel 2 Belang van de regeling 1.
De regeling wordt getroffen met het doel de belangen van de colleges bij alle aangelegenheden betreffende de archiefbescheiden, collecties, individuele documenten en dergelijke, die berusten in de decentrale archiefdiensten in gezamenlijkheid te behartigen. De regeling behartigt deze aangelegenheden tevens voor de archiefdienst van het Rijk, voor zover taken en bevoegdheden via artikel 3.1 van de Archiefwet 2027 door de minister zijn overgedragen. Het Noord-Hollands Archief is mede ingesteld met het doel diensten aan derden te leveren ten aanzien van het beheer van archiefbescheiden en collecties. 2. Het Noord-Hollands Archief voert bij de behartiging van de belangen, bedoeld in het eerste lid, het archiefbeleid en het cultuurbeleid van de gemeenten mede uit. 3. De gemeenten kunnen gezamenlijk algemene aanwijzingen geven omtrent de wijze waarop het Noord-Hollands Archief de belangen, bedoeld in het eerste lid, behartigt. Artikel 2a Het openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam genaamd Noord-Hollands Archief. 2. Het Noord-Hollands Archief is gevestigd te Haarlem.
Artikel 2b Bevoegdheden bestuur Aan het bestuur van het Noord-Hollands Archief zijn de navolgende werkzaamheden, taken en bevoegdheden van de colleges overgedragen: a. de beheerstaken, te onderscheiden in het behouden, bewerken en benutten van de documenten die berusten in de in artikel 2 genoemde decentrale archiefdiensten ; b. de taken en bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 6.2, eerste lid, 6.3 tweede lid, 7.5, 7.6, eerste lid, 8.2, 8.3, 8.5, 8.6, 9.3 en 9.4, eerste en derde lid, van de Archiefwet 2027; c. het adviseren en het doen van voorstellen aan de colleges van de gemeenten over de taken en bevoegdheden, die door de colleges van de gemeenten worden uitgevoerd ingevolge de artikelen 2,2, 4.3, 4.4, 5.1, eerste lid, 5.3, 5.4, 5.5, eerste en tweede lid, 7.2 en 10.4 van de Archiefwet 2027, en d. het verrichten van door de colleges opgedragen andere taken die verband houden met de behartiging van de belangen, bedoeld in artikel 2. HOOFDSTUK 3 HET ALGEMEEN BESTUUR Artikel 3 Vaststelling regels omtrent kosten Het algemeen bestuur stelt de regels omtrent de vergoedingen en kosten, bedoeld in artikel 7.1, derde lid en artikel 8.5, derde lid van de Archiefwet 2027 vast bij unanimiteit. Artikel 4 Samenstelling algemeen bestuur 1. Het algemeen bestuur bestaat uit zes leden. 2. Het college van de gemeente Haarlem wijst uit zijn midden twee leden aan. 3.
Het college van de gemeente Velsen wijst uit zijn midden twee leden aan. 4. Het college van de gemeente Haarlemmermeer wijst uit zijn midden twee leden aan. 5. De colleges kunnen voor ieder lid tevens één plaatsvervangend lid, uit hun midden, aanwijzen, dat het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid, tenzij de regeling anders bepaalt. 6. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt van rechtswege op het tijdstip waarop de zittingsperiode van het college van de betreffende gemeente afloopt. 7. Het lidmaatschap van de leden die door de colleges van de gemeenten zijn aangewezen, eindigt tevens bij tussentijdse beëindiging van het wethouderschap of het burgemeesterschap. 8. Een persoon waarvan het lidmaatschap ingevolge het zesde of zevende lid is geëindigd, kan opnieuw worden aangewezen. 9. De colleges van de gemeenten beslissen aan het begin van elke zittingsperiode van het college, uiterlijk in de vergadering volgend op die waarin de benoeming van wethouders plaatsvindt, over de aanwijzing, bedoeld in het tweede tot en met vierde lid. 10. Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen bestuur vacant komt, wijst het betrokken college zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. 11.
Een lid van het algemeen bestuur dat zijn lidmaatschap ter beschikking heeft gesteld, blijft in functie totdat een nieuw lid is aangewezen. Artikel 5 Stemming 1. Ieder lid van het algemeen bestuur heeft één stem. 2. Een lid van het algemeen bestuur neemt niet deel aan de stemming over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger in een
3. 4. 5.
6. 7.
andere hoedanigheid eveneens betrokken is en waarbij belangenspanning speelt of de integriteitsvraag aan de orde zou kunnen zijn. Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt. Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen. Het vierde lid is niet van toepassing: a. ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat lid niet geldig was; b. voor zover het betreft onderwerpen die in een daaraan voorafgaande niet geopende vergadering aan de orde waren gesteld. Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht, voor zover de regeling niet anders bepaalt. Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje.
Artikel 5a Vergaderorde 1. Het algemeen bestuur vergadert zo dikwijls als één of meer leden van het algemeen bestuur dit nodig oordelen, doch minimaal viermaal per jaar. 2. Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast. Artikel 6 Bevoegdheden 1. Aan het algemeen bestuur behoren ter uitvoering van de aan het Noord-Hollands Archief toegekende taak alle bevoegdheden die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen. 2. Aan het algemeen bestuur wordt de bevoegdheid overgedragen om de gemeentearchivaris van de gemeenten Haarlem, Velsen en Haarlemmermeer te benoemen, te schorsen en te ontslaan. 3. Het algemeen bestuur kan de directeur, bedoeld in artikel 29, tot gemeentearchivaris van de gemeenten Haarlem, Velsen en Haarlemmermeer benoemen, schorsen en ontslaan. 4. Aan het algemeen bestuur wordt de bevoegdheid ingevolge artikel 6.2 van de Archiefwet 2027 toegekend de decentrale archiefdiensten van de gemeenten aan te wijzen. 5. Het algemeen bestuur besluit slechts tot oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen belang.
Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de gemeenten in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Het besluit wordt genomen bij unanimiteit. Artikel 7 Inlichtingenplicht algemeen bestuur Het algemeen bestuur verstrekt zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de raden en colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten de door hen gevraagde inlichtingen. Artikel 8 Inlichtingenplicht lid algemeen bestuur Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan het betreffende college van burgemeester en wethouders of de colleges van burgemeester en wethouders die hem in gezamenlijkheid hebben aangewezen en aan de betreffende raad of raden van de gemeenten zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen de door een of meer leden gevraagde inlichtingen. Artikel 9 Ontslag lid algemeen bestuur
De colleges van de gemeenten kunnen een door hen aangewezen lid van het algemeen bestuur, dat hun vertrouwen niet meer geniet, ontslag verlenen. HOOFDSTUK 4 HET DAGELIJKS BESTUUR Artikel 10 Samenstelling dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en twee andere door het algemeen bestuur uit zijn midden aan te wijzen leden. 2. De colleges van de gemeente Velsen en de gemeente Haarlemmermeer wijzen ieder een van de twee andere leden als bedoeld in het eerste lid aan. 3. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur of de termijn van aanwijzing van het lid van buiten de kring van het algemeen bestuur eindigt. 4. Artikel 4, twaalfde lid, is van overeenkomstige toepassing. 5. Elk lid van het dagelijks bestuur heeft één stem. Besluitvorming vindt plaats bij volstrekte meerderheid van stemmen, voor zover niet anders bepaald in de regeling. 6. In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd of besloten, indien ten minste de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. 7. Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering. Artikel 11 Vergaderorde Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als één of meer leden van het dagelijks bestuur dit nodig oordelen.
Artikel 12 Reglement Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast. Artikel 13 Bevoegdheden 1. Het dagelijks bestuur is in ieder geval bevoegd: a. tot het voeren van het dagelijks bestuur van het Noord-Hollands Archief; b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het Noord-Hollands Archief; d. ambtenaren te benoemen, schorsen en ontslaan; e. te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het Noord-Hollands Archief, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 6, vijfde lid; f. te besluiten namens het Noord-Hollands Archief, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; g. tot het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring van recht of bezit; h. wat betreft het beheer van de activa en passiva van het Noord-Hollands Archief; i.
wat betreft de zorg, voor zover deze van het dagelijks bestuur afhangt, voor de controle op het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie van het Noord-Hollands Archief. 2. Aan de bevoegdheden van het dagelijks bestuur worden geen beperkingen opgelegd ingevolge artikel 31 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, mits het totaal van de aangegane
verplichtingen binnen de goedgekeurde begroting valt. Voor het aangaan van verplichtingen door het dagelijks bestuur buiten de goedgekeurde begroting wordt vooraf toestemming gevraagd aan de raden van de gemeenten, ingevolge artikelen 18 en 19 van deze regeling. HOOFDSTUK 5 DE VOORZITTER Artikel 14 De voorzitter 1. Het algemeen bestuur wijst een van de leden die door het college van Haarlem is aangewezen aan als voorzitter. Indien de burgemeester van Haarlem als één van deze leden is aangewezen, wijst het algemeen bestuur hem aan als voorzitter. 2. Het algemeen bestuur regelt de vervanging van de voorzitter. 3. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. 4. De voorzitter is belast met de uitvoering van de besluiten van het dagelijks bestuur. 5. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur uitgaan, tenzij hij aan de directeur het tekenen van bepaalde stukken heeft opgedragen. 6. De voorzitter vertegenwoordigt het Noord-Hollands Archief in en buiten rechte. De vertegenwoordiging kan hij opdragen aan een door hem aan te wijzen gevolmachtigde.
HOOFDSTUK 5a INSPRAAK Artikel 14a Inspraak Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. HOOFDSTUK 6 FINANCIËLE BEPALINGEN Artikel 15 Tegemoetkoming en vergoeding 1. Het algemeen bestuur kan besluiten dat de leden van het algemeen en dagelijks bestuur, voor zover zij niet de functie vervullen van burgemeester of wethouder, of als ambtenaar in gemeentedienst werkzaam zijn, een vergoeding ontvangen voor hun werkzaamheden ten behoeve van het Noord-Hollands Archief. 2. De leden van de besturen, bedoeld in het eerste lid, ontvangen een tegemoetkoming in de kosten, waartoe worden gerekend reis- en verblijfkosten ten behoeve van het bijwonen van de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur. 3. De in de voorgaande leden bedoelde vergoeding en tegemoetkoming worden door het algemeen bestuur vastgesteld en als afzonderlijke post opgenomen in de jaarlijkse begroting. Artikel 16 Bijdragen 1. De voor de uitvoering van deze regeling ter beschikking te stellen middelen worden verschaft door de raden van de gemeenten door het verstrekken van jaarlijkse bijdragen op basis van een goedgekeurde vastgestelde begroting.
Bij de aanvang van het Noord-Hollands Archief luiden de bijdragen zoals vastgesteld in de bijlage bij deze regeling. 2. De colleges dragen er zorg voor dat het openbaar lichaam te allen tijde beschikt over voldoende middelen om zijn verplichtingen te voldoen. Dit met inachtneming van het zesde lid.
3. De bijdragen van de gemeenten kunnen jaarlijks worden aangepast in verband met de ontwikkeling van lonen of prijzen met een percentage gebaseerd op de CBS index voor overheden. 4. Bij de start van het Noord-Hollands Archief en voor de uitvoering van deze regeling kunnen door de verschillende deelnemers aan deze regeling vermogensbestanddelen worden ingebracht waarover nadere afspraken worden gemaakt. 5. De bijdrage wordt verleend onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. 6. Indien de gemeenten een bijzondere taak opdragen als bedoeld in artikel 2b, aanhef en onder e, waarvan de kosten niet zijn op te vangen in de begroting, wordt daarvoor door de opdrachtgever in aanvulling op de jaarlijkse bijdrage een tevoren overeengekomen vergoeding betaald. Artikel 17 Beleidsplan 1. Het dagelijks bestuur stelt eenmaal per vier jaar een ontwerp vierjarig beleidsplan en een ontwerp meerjarenbegroting op, 2. Het dagelijks bestuur zendt het ontwerpbeleidsplan en de ontwerpmeerjarenbegroting aan het algemeen bestuur. De raden worden vervolgens gedurende twaalf weken in de gelegenheid gesteld om schriftelijk op het ontwerp hun zienswijzen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Het algemeen bestuur stelt het beleidsplan en de meerjarenbegroting vervolgens vast.
Dertien maanden voorafgaand aan de periode waarop het beleidsplan en de meerjarenbegroting betrekking hebben, worden deze toegezonden aan de raden van de gemeenten. 3. De colleges maken, binnen twee maanden na ontvangst van de in het tweede lid genoemde stukken, gezamenlijk afspraken met het Noord-Hollands Archief over te behalen resultaten voor de komende vier jaren. Artikel 17a Algemene financiële en beleidsmatige kaders en voorlopige jaarrekening Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. Artikel 18 Begroting 1. Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks, ten minste twaalf weken voor de in het zesde lid bedoelde vaststelling, de raden van de gemeenten een ontwerp aan voor de begroting met toelichting van Noord-Hollands Archief en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. 2. Bij het opstellen van het ontwerp voor de begroting, bedoeld in het eerste lid, neemt het algemeen bestuur het archiefbeleid en het cultuurhistorisch beleid, bedoeld in artikel 2, tweede lid, de algemene aanwijzingen, bedoeld in artikel 2, derde lid, in acht en daarnaast de afspraken, bedoeld in artikel 16, vierde lid. 3.
De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaar stelling geschiedt openbare kennisgeving. 4. De raden van de gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur voor 1 juli hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting,, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
6. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. De begroting wordt bij unanimiteit vastgesteld. 7. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de gemeenten die ter zake bij gedeputeerde staten van de provincie hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 8. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september aan gedeputeerde staten van de provincie. Artikel 19 Wijziging van de begroting 1. Besluiten tot wijziging van de begroting kunnen tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen. 2. Artikel 18 is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van die wijzigingen waarbij geen verandering wordt gebracht in de bijdragen, bedoeld in artikel 16, eerste lid. Het dagelijks bestuur zendt de begrotingswijziging binnen vier weken na de vaststelling aan gedeputeerde staten van de provincie.
Artikel 20 Voorschotbetaling bijdragen 1. De gemeenten voldoen de verschuldigde bijdrage bij wijze van voorschot in twaalf maandelijkse termijnen. 2. In afwijking van het eerste lid kunnen de gemeenten de bijdragen bij wijze van voorschot voldoen in door hen nader te bepalen termijnen. Artikel 21 Jaarrekening 1. Het dagelijks bestuur zendt voor 30 april van het jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening dient, een voorlopige jaarrekening aan de raden van de gemeenten. 2. Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat medewerking wordt verleend aan door of namens de accountant(s) van de gemeenten in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte (controle)werkzaamheden. 3. Het dagelijks bestuur brengt jaarlijks aan de raden van de gemeenten voor 30 april een inhoudelijk verslag uit van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkzaamheden en werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar. 4. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 5. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór de in artikel 34, vierde lid, van de wet genoemde datum aan gedeputeerde staten van de provincie en de raden van de gemeenten. 6.
Het dagelijks bestuur stelt de in het eerste en derde lid bedoelde stukken algemeen verkrijgbaar. Artikel 22 Reserve 1. Een batig saldo kan worden bestemd voor vorming van of toevoeging aan de reserve. De hoogte van deze reserve wordt bepaald door het algemeen bestuur, gehoord de raden van de gemeenten. Voor zover een batig saldo niet wordt aangewend voor de reserve wordt het saldo naar rato van de jaarlijkse bijdrage uitgekeerd aan de gemeenten. 2. De reserve in enig jaar bedraagt niet meer dan tien procent van de gezamenlijke bijdragen van de gemeenten van dat jaar. Artikel 23 Vaststelling definitieve bijdragen Bij het jaarverslag stelt het algemeen bestuur de definitieve bijdragen van de gemeenten vast.
Artikel 24 Financiële administratie 1. Het algemeen bestuur stelt uitgangspunten voor het financiële beleid vast, alsmede regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van het Noord-Hollands Archief. 2. Bij deze regels wordt bepaald welke ambtenaren van het Noord-Hollands Archief met het doen van ontvangsten en betalingen worden belast. 3. Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. 4. Het algemeen bestuur neemt de besluiten, bedoeld in het eerste en derde lid, met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen. Artikel 25 Financieel beheer De gemeenten kunnen gezamenlijk nadere regels stellen over het financieel en materieel beheer, over de inrichting van de begroting, het financieel verslag, het jaarverslag en aandachtspunten voor de accountantscontrole. HOOFDSTUK 7 ARCHIEF Artikel 26 Archief 1. Overeenkomstig door het algemeen bestuur vast te stellen regels, die aan gedeputeerde staten van de provincie worden medegedeeld, draagt het dagelijks bestuur zorg voor de archiefbescheiden van het Noord-Hollands Archief. 2. De archiefbescheiden van het Noord-Hollands Archief die op grond van de Archiefwet 2027 moeten worden overgebracht, komen te berusten in de decentrale archiefdienst in de provincie.
HOOFDSTUK 8 INFORMATIEPLICHT EN TOEZICHT Artikel 27 Informatieplicht en toezicht 1. Het bestuur geeft de raden van de gemeenten schriftelijk alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. 2. Het bestuur geeft de raden van de gemeenten op verzoek van de raden of één of meer leden daarvan zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen 45 dagen, schriftelijk de door hen gevraagde inlichtingen. 3. Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college dat hem heeft aangewezen schriftelijk alle inlichtingen die door het college of een of meer leden daarvan worden verlangd. 4. Het Noord-Hollands Archief stelt de gemeenten te allen tijde in de gelegenheid toezicht te houden op het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 2027 ten aanzien van de archiefbescheiden die berusten in de decentrale archiefdiensten . Artikel 27a Verantwoording 1. De colleges en de raden van de gemeenten kunnen een lid van het algemeen bestuur, nadat de inlichtingen in een vergadering of schriftelijk zijn verstrekt of dienden te zijn verstrekt, ter verantwoording roepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 2. Ieder college is bevoegd een door hem aangewezen lid in het algemeen bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van de raad niet meer bezit.
Artikel 28 Mededelingen 1. De bestuursorganen van de gemeenten doen het dagelijks bestuur mededeling van de bij hen in voorbereiding zijnde maatregelen en plannen die voor de behartiging van de belangen, bedoeld in artikel 2, voor het Noord-Hollands Archief van belang zijn. 2. De bestuursorganen van de gemeenten kunnen, bij de in het eerste lid bedoelde mededeling, het gevoelen vragen van het dagelijks bestuur. Ook ongevraagd kan het dagelijks bestuur zijn zienswijze daaromtrent aan de gemeenten kenbaar maken.
HOOFDSTUK 9 DIRECTEUR EN OVERIG PERSONEEL Artikel 29 Aanstellen, wijzigen en beëindigen arbeidsovereenkomst directeur 1. Het dagelijks bestuur beslist omtrent het aangaan, wijzigen en beëindigen van een arbeidsovereenkomst met de directeur van het Noord-Hollands Archief. 2. Het dagelijks bestuur maakt voor de aanwijzing van de directeur een voordracht op. Artikel 30 Taken directeur 1. De directeur is belast met de uitvoering van de werkzaamheden, taken en bevoegdheden van het Noord-Hollands Archief die voortvloeien uit de behartiging van de belangen, bedoeld in artikel 2b, voor zover die uitvoering niet is opgedragen aan het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur of de voorzitter. 2. Het dagelijks bestuur stelt voor de directeur een instructie vast. 3. Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur. Artikel 31 Bijstand directeur 1. De directeur staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak terzijde. Hij vervult de rol van secretaris van het algemeen en dagelijks bestuur, is in de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur aanwezig en heeft daarin een adviserende stem. 2. Met inachtneming van artikel 14, vijfde lid, worden alle stukken, die van het algemeen of het dagelijks bestuur uitgaan door de directeur mede ondertekend.
Artikel 32 Aanstellen, wijzigen en beëindigen arbeidsovereenkomst overig personeel Het overige personeel wordt in dienst genomen, geschorst of ontslagen door het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur is bevoegd deze bevoegdheden aan de directeur te mandateren. Artikel 33 Rechtspositie [vervallen] Artikel 34 Provincie [vervallen]
HOOFDSTUK 10 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING REGELING Artikel 35 Toetreding Toetreding tot de regeling kan geschieden bij daartoe strekkende besluiten van de colleges van de gemeenten alsmede de toe te treden bestuursorganen of rechtspersonen.
Artikel 36 Uittreding 1. Uittreding uit de regeling geschiedt door toezending van het daartoe strekkende besluit van het college van de uittredende gemeente. Het college overlegt daarbij ook het besluit tot toestemming van de raad van de gemeente. 2. Het college zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn van één jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen, tenzij de colleges unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen. 3. Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke nadien worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan. 4. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uitredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 5. Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen. Artikel 36a Uittredingsplan 1.
Het in artikel 36, vierde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. 2. De uittreedsom wordt als volgt bepaald: de uittredende deelnemer betaalt over het eerste kalenderjaar na de uittreding 100% van de jaarlijkse bijdrage, over het tweede jaar 80%, over het derde jaar 60%, over het vierde jaar 40% en over het vijfde jaar 20% van de jaarlijkse bijdrage. 3. Wat betreft de juridische, personele en organisatorische consequenties geldt dat het algemeen bestuur met de uittredende deelnemer de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten onderzoekt. Het voorgaande behoefte echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de betreffende deelnemer. Artikel 37 Wijziging Deze regeling kan worden gewijzigd bij daartoe strekkende besluiten van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten. Artikel 38 Opheffing Deze regeling kan worden opgeheven bij besluit van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten.
Het algemeen bestuur stelt een liquidatieplan op dat voorziet in de verplichting van de raden en colleges van de gemeenten om alle rechten en plichten van het openbaar lichaam over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.
HOOFDSTUK 11 GESCHILLEN Artikel 39 Geschillenregeling (Vervallen)
HOOFDSTUK 12 SLOTBEPALINGEN Artikel 39a Evaluatie De werking van de regeling zal geëvalueerd worden indien het algemeen bestuur daartoe besluit. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de colleges voorleggen. Artikel 40 Inwerkingtreding 1. De regeling treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op die waarin het besluit tot wijziging door de gemeente Haarlem bekend is gemaakt. 2. Het dagelijks bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomstig artikel 26, tweede lid, van de wet. Artikel 41 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling Noord-Hollands Archief. Artikel 42 Plaatsing in Gemeenteblad Het college van de gemeente Haarlem maakt deze regeling alsmede van besluiten tot wijziging, tot uittreding van, van toetreding tot en tot opheffing van deze regeling tijdig in alle gemeenten bekend in het door Haarlem uitgegeven Gemeenteblad. Artikel 43 [vervallen]
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, de burgemeester, de secretaris,
Burgemeester en wethouders van de gemeente Velsen, de burgemeester, de secretaris,