CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief burgemeester onrust in Haarlem

gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Brief burgemeester d.d. 26 januari m.b.t. onrust in Haarlem23.301 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

24 alinea's met “sluiting”: 33 43 190 195 196 200 202 205 206 209 213 214 220 221 222 234 235 237 238 239 270 302 403 407

37

was en gaan in beroep. In beroep blijkt dat de noodverordening onvoldoende bekend is gemaakt, waardoor ook het besluit tot bestuurlijke ophouding een wettelijke grondslag ontbeert. Daarnaast merkt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op dat de noodverordening niet voldoet aan de eis van artikel 176a, lid 2, aanhef en onder a dat stelt dat de burgemeester de bevoegdheid slechts uitoefent wanneer personen specifieke onderdelen van de noodverordening groepsgewijs niet naleven. In deze casus vermeldt de noodverordening niet welke onderdelen van de noodverordening worden gehandhaafd door middel van bestuurlijke ophouding en dat is in strijd met het beginsel van rechtszekerheid. Ook is artikel 154a, lid 5 (waarschuwingsplicht) niet in acht genomen. Een eis die, volgens de Afdeling te allen tijde dient vooraf te gaan aan de toepassing van bestuurlijke ophouding.

Op www.burgemeesters.nl/bevoegdheden/ophouding: • Wetstekst • Besluit Plaatsen Bestuurlijke Ophouding • Handleiding Bestuurlijke Ophouding van het ministerie van BZK • Verwijzingen en bronnen • Volledige rechterlijke uitspraak in de casus

Bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast (artikel 172a) De burgemeester heeft een bevelsbevoegdheid om op te treden tegen mensen die individueel of groepsgewijs de openbare orde verstoren of daarbij een leidende rol spelen. Het betreft hier zowel de bestrijding van voetbalvandalisme als andere vormen van overlast zoals rond evenementen (kermis, Koningsdag, Oud & Nieuw, etc.), bij wijkoverlast en bij uitgaansgeweld. Voor first-offenders geldt de restrictie dat het moet gaan om 38

Nederlands Genootschap van Burgemeesters

ernstige verstoring van de openbare orde, zoals bijvoorbeeld het gooien van stenen of vuurwerk naar de politie of naar supporters van de tegenpartij. Voor mensen die herhaaldelijk de openbare orde vestoren, geldt deze restrictie niet. De burgemeester kan tevens een bevel geven aan een persoon aan wie door een private organisatie (KNVB, Betaald Voetbal Organisatie) een sanctie (bijvoorbeeld een stadionverbod) is opgelegd wegens gedrag, dat bij de burgemeester de ernstige vrees doet ontstaan dat die persoon de openbare orde zal verstoren. Daarmee strekt het privaatrechtelijke (stadion)verbod zich uit tot een groter gebied in de gemeente. Het bevel kan de volgende vormen hebben: • omgevingsverbod: een verbod om zich bij bepaalde objecten of in bepaalde delen van de gemeente te bevinden; • groepsverbod: een verbod om zich in bepaalde delen met meer dan drie personen in groepsverband op te houden; • meldplicht: een plicht zich te melden op of vanaf bepaalde plaatsen, al dan niet in de gemeente gelegen. De burgemeester kan een dergelijk bevel voor ten hoogste drie maanden vaststellen en maximaal drie maal verlengen, waarmee de totale periode twaalf maanden kan bestrijken. Ook is er de mogelijkheid om het bevel te spreiden over in totaal 90 dagen in een tijdvak van 24 maanden. De burgemeester kan een bevel tussentijds aanpassen, intrekken of aan betrokkene ontheffing verlenen.

Het bevel kan betrekking hebben op personen die in een andere gemeente de openbare orde verstoren, bijvoorbeeld voetbalhooligans die uitwedstrijden bezoeken. De burgemeester kan dan een burgemeester van een andere gemeente verzoeken om deze persoon tevens namens hem een overeenkomstig bevel te geven. De burgemeester zendt een afschrift van het bevel dat hij namens een andere burgemeester heeft gegeven, aan die Zakboek Openbare orde en veiligheid

39

burgemeester. Wanneer een burgemeester een meldplaats in een andere gemeente vaststelt, dan stuurt hij tijdig een afschrift van het bevel tot melding aan de burgemeester van die gemeente. Gedragsaanwijzing voor de officier van justitie Het gaat te ver om in het kader van dit zakboek in te gaan op de bevoegdheden van de officier van justitie, maar in de Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast is een bevoegdheid aan de officier van justitie toegekend, die beperkend werkt op de bevelsbevoegdheid van de burgemeester in deze wet. De officier van justitie kan namelijk een gedragsaanwijzing opleggen aan verdachten van strafbare feiten waarmee de openbare orde in het geding was. Deze gedragsaanwijzing betreft een omgevingsverbod, een contactverbod en een mogelijke meldingsplicht. De burgemeester kan niet aan iemand voor hetzelfde gebied een omgevingsverbod opleggen als al een gedragsaanwijzing van de officier van justitie voor betrokkene geldt.

Casus Gebiedsontzegging binnenstad Leeuwarden De burgemeester van Leeuwarden heeft op grond van artikel 172a iemand een bevel opgelegd om zich drie maanden niet in het centrum van de stad te bevinden. De burgemeester hanteert daarbij het beleid zoals neergelegd in de beleidsregels overlast. De persoon in kwestie was betrokken bij diverse incidenten. Zo was hij in het bezit van een nepvuurwapen, heeft hij iemand bedreigd met een taser en zijn er aangiftes tegen hem gedaan wegens verschillende geweldsincidenten. De voorzieningenrechter oordeelt dat deze delicten de openbare orde ernstig verstoren. Verder vindt de voorzieningenrechter van belang dat deze incidenten in een relatief korte periode plaatsvonden. De opgelegde gebiedsontzegging voor de duur van drie maanden acht de rechter niet in strijd met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. 40

Nederlands Genootschap van Burgemeesters

Casus Aanpak hooligan Den Haag De burgemeester van Den Haag legt op grond van artikel 172a van de Gemeentewet een gebiedsverbod op aan een overlast gevende voetbalsupporter. Dit gebiedsverbod houdt in dat de persoon op dagen dat het Nederlands Elftal wedstrijden speelt in het kader van het Europees Kampioenschap voetbal 2012 vanaf vijf uur voor, tot vijf uur na iedere wedstrijd zich niet mag begeven in een bepaald gebied waar de wedstrijden op grote schermen te volgen zijn. De burgemeester is bevoegd om bevelen te geven ter handhaving van de openbare orde, aan een persoon die herhaaldelijk individueel of groepsgewijs de openbare orde heeft verstoord of bij groepsgewijze verstoring van de openbare orde een leidende rol heeft gehad, bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde een bevel geven zich niet te bevinden in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in een of meer bepaalde delen van de gemeente. De persoon behoort volgens de politie tot de harde kern supporters van ADO Den Haag en heeft in het verleden gezorgd voor verstoring van de openbare orde.

Casus Groepsverbod in kader Top 600-aanpak De gemeente Amsterdam hanteert een zogenoemde ‘Top 600-lijst’ van personen die in de afgelopen vijf jaar veelvuldig in verband zijn gebracht met ‘High Impact Crimes’ zoals straatroven en overvallen. Een van de personen op de lijst maakt deel uit een overlastgevende jeugdgroep in de Diamantbuurt. Betrokkene komt over de laatste vijf jaar voor in 298 mutaties (vernieling, in geparkeerde auto’s kijken, scooteroverlast, intimiderend gedrag, geluidsoverlast, recalcitrant gedrag, etc.). De burgemeester legt hem op grond van artikel 172a voor een bepaald gebied een groepsverbod op, waarbij hij zich met niet meer dan twee andere personen zonder redelijk doel in het aangegeven gebied mag begeven. Zakboek Openbare orde en veiligheid

41

Op www.burgemeesters.nl/bevoegdheden/ bevelenoverlast: • Wetstekst • Handreiking Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast • Rapport evaluatie voetbalwet • Jurisprudentie, verwijzingen en bronnen • Nadere documentatie over de casus • Jurisprudentie

Bevel aan ouders/verzorgers van 12-minners (Artikel 172b) De burgemeester heeft op basis van artikel 172b van de Gemeentewet de mogelijkheid om aan ouders van kinderen tot 12 jaar een bevel te geven. Het betreft kinderen die herhaaldelijk alleen of in groepsverband de openbare orde hebben verstoord en de burgemeester ernstige vrees heeft voor verdere verstoring. Het bevel geldt niet voor first-offenders. De burgemeester kan aan de ouders van deze kinderen het bevel geven om ervoor zorg te dragen dat: • het kind niet zonder begeleiding van een ouder in een bepaald gebied komt; • het kind op bepaalde dagen van de week niet zonder begeleiding tussen 20.00 en 06.00 uur op voor publiek toegankelijke plaatsen komt. De burgemeester mag het bevel ten hoogste voor de duur van drie maanden geven en kan het bevel tussentijds aanpassen, intrekken of aan betrokkene ontheffing verlenen. Verlenging is niet mogelijk. De burgemeester kan maximaal twee andere personen aanwijzen voor de begeleiding van het kind. In de wetsbepaling is niets opgenomen over herhaling. Sinds de introductie van de bevoegdheid (2010) is deze nog niet toegepast. 42

Nederlands Genootschap van Burgemeesters

Op www.burgemeesters.nl/bevoegdheden/12minners: • Wetstekst • Circulaire 12-minners

Toezicht op openbare samenkomsten, vermakelijkheden en inrichtingen (Artikel 174) Artikel 174 Gemeentewet belast de burgemeester met het toezicht op voor het publiek openstaande gebouwen en erven, openbare samenkomsten en vermakelijkheden met het oog op veiligheid en gezondheid. De reguliere functie en gebruik van een gelegenheid is daarbij relevant. Een restaurant waar een besloten feest plaatsvindt, is dus ook een voor het publiek openstaand gebouw. Voorbeelden van openbare vermakelijkheden en inrichtingen: • openbare vermakelijkheden en samenkomsten: kermis, braderie, (pop)festival, (voetbal)wedstrijd, optocht (geen demonstratie) en (vierdaagse) wandeltocht, persconferentie, etc.; • openbare inrichtingen en erven: winkel, bank, bioscoop, theater, restaurant, café, terras horecabedrijf, hotel, discotheek, coffeeshop, seksinrichting, sisha lounge, maar ook de voor publiek toegankelijke delen van bijvoorbeeld gemeentehuis, provinciehuis, rechtbank en museum. Het begrip toezicht is ruimer dan de handhaving van de openbare orde en veiligheid.

Onder toezicht wordt verstaan: • toezicht op naleving van wettelijke voorschriften (artikel 5:11 Algemene wet bestuursrecht); • het geven van bevelen die nodig zijn voor de bescherming van de veiligheid en de gezondheid, bijvoorbeeld het sluiten van inrichtingen of het stoppen van vermakelijkheden op grond van een brandgevaarlijke situatie; • toezicht op de uitvoering van verordeningen, waaronder de APV.

Zakboek Openbare orde en veiligheid

43

In acute veiligheidssituaties kan de burgemeester onverwijld ingrijpen. In minder acute situaties zal hij eerst een waarschuwing moeten geven. Een burgemeester kan bijvoorbeeld beslissen om een café te sluiten indien de voorschriften betreffende de sluitingstijden meermalen niet worden nageleefd. Dit bevel kan worden gehandhaafd door middel van bestuursdwang of dwangsom op basis van artikel 125 lid 3 Gemeentewet. Zowel het bevel als de bestuursdwangbeschikking staan open voor bezwaar en beroep. Bij het geven van een bevel moet de burgemeester de volgende voorwaarden in acht nemen: • er moeten geen wettelijke regelingen of gewone middelen voor handen zijn op grond waarvan hij kan optreden; • het bevel mag niet in strijd zijn met hogere wetgeving; • de bedreiging van de veiligheid of gezondheid moet concreet en acuut zijn; • bij de motivering (schriftelijk; bij grote spoed eventueel later op te stellen) moeten de overwegingen vermeld zijn en; • er moet een einddatum aan het bevel verbonden zijn. Het enkele feit dat er illegale/criminele activiteiten plaatsvinden in een openbare inrichting is onvoldoende reden voor een bevel door de burgemeester. Het bevel moet namelijk gericht zijn op herstel van de veiligheid en/of gezondheid en heeft geen betrekking op criminaliteitsbestrijding.

Gokken en handel in verdovende middelen zijn wel aantastingen van de openbare orde en veiligheid, waarbij burgemeesterlijke bevelen wel mogelijk zijn. Voor overige delicten geldt dat de burgemeester niet bevoegd is om op te treden; vervolging van strafbare feiten is de verantwoordelijkheid van de officier van justitie.

Casus Illegale gokpartijen Eindhoven De burgemeester van Eindhoven sluit op grond van artikel 174 (toezicht op openbare vermakelijkheden en inrichtingen) een gebouw waarvoor eerder een exploitatievergunning was afgegeven 44

Nederlands Genootschap van Burgemeesters

voor het exploiteren van een horecabedrijf/ontmoetingsruimte. Uit een proces-verbaal van de politie blijkt dat er op grote schaal illegale gokactiviteiten, heling en diverse andere illegale activiteiten plaatsvinden. Dit leidt tot overlast voor de woonomgeving als gevolg van gedragingen van bezoekers van de stichting.

Casus Sluiting voor publiek toegankelijke ruimten na vondst asbest Begin 2012 heeft de burgemeester van Haarlem de onmiddellijke sluiting bevolen van een passage in winkelcentrum Schalkwijk nadat aldaar asbest was aangetroffen. De asbest vormt een ernstige bedreiging voor de veiligheid en de gezondheid van het publiek in het winkelcentrum alsmede het aldaar werkzame personeel. De Vereniging van Eigenaren vindt de maatregel disproportioneel. De burgemeester betoogt dat gezien de ruimte en de plek een gedeeltelijke afsluiting van de passage niet haalbaar was. Daarnaast werd onder tijdsdruk gewerkt, zodat nader onderzoek naar andere mogelijkheden geen optie was. Beroep en hoger beroep van de VvE worden ongegrond verklaard.

Casus Sluiting café na schietpartij Na een schietpartij bij een café sluit de burgemeester van Leiden het café voor twee weken in afwachting van verder rechercheonderzoek. Tijdens deze periode is de eigenaar betrokken bij een drugsdelict en worden de daders van de schietpartij opgepakt. De burgemeester verlengt de sluitingsperiode om nader sporenonderzoek mogelijk te maken. In een bestuurlijke rapportage van de politie komt naar voren dat er rondom het café al jaren overlast is. Uit de kentekens van de geparkeerde voertuigen blijkt dat het café regelmatig wordt bezocht door personen die vaak in het buitenland verblijven. Het café is genoemd in een onderzoek naar de internationale handel in harddrugs. Acht van de tien direct na de schietpartij in het café aangetroffen personen hebben antecedenten op het terrein van geweld, mensenhandel, Zakboek Openbare orde en veiligheid

45

bedreiging, overvallen, gekwalificeerde vermogensdelicten en/of verkeersmisdrijven. De burgemeester stelt zich op het standpunt dat zich een gewettigde vrees voordoet dat het café een gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid en zedelijkheid. Hij sluit het café definitief en trekt de Drank- en Horecavergunning en de kansspelautomatenvergunning in.

Op www.burgemeesters.nl/bevoegdheden/toezicht: • Wetstekst • Jurisprudentie, verwijzingen en bronnen

Sluiten woning - Wet Victoria (artikel 174a) De Wet Victoria (artikel 174a Gemeentewet) geeft de burgemeester de bevoegdheid tot sluiting van een woning, of een niet voor het publiek toegankelijk lokaal bij verstoring van de openbare orde rond die woning door gedragingen in die woning of dat lokaal. Sluiting van de woning of het lokaal (en bijbehorend erf) is slechts mogelijk in situaties waarin sprake is van overlast waardoor de veiligheid en gezondheid van mensen in de omgeving van de woning in ernstige mate worden bedreigd. Door de wetgever is daarbij gedacht aan overlast die wat betreft de risico’s voor de omgeving te vergelijken is met drugsoverlast. Voorbeelden zijn voortdurend bezoek van verslaafden, handel in verdovende middelen, heling, prostitutie etc., voor zover deze te relateren zijn aan de woning. Het gaat niet alleen om daadwerkelijke overlast, maar tevens om ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde, bijvoorbeeld omdat de bewoner in een vorige woning voor overlast heeft gezorgd en er aanwijzingen zijn dat hij de huidige woning op dezelfde wijze zal gebruiken (lid 2). De bevoegdheid tot het sluiten van een woning is een zeer zware bevoegdheid, die inbreuk maakt op persoonlijke levenssfeer (artikel 10 Grondwet) en op het huisrecht van de bewoners (artikel 12 46

Nederlands Genootschap van Burgemeesters

Grondwet). De praktijk wijst uit dat deze bevoegdheid de afgelopen jaren, mede door de strenge voorwaarden, minder wordt toegepast. Net als voor alle bevoegdheden geldt, moet de burgemeester in de praktijk ook hier eerst proberen om de overlast met andere, minder ingrijpende middelen, een halt toe te roepen. Een voorbeeld van een minder ingrijpend middel is buurtbemiddeling, een methode om buurtgenoten die onderling problemen hebben weer met elkaar in gesprek te brengen. Daarnaast heeft het college van Burgemeester en Wethouders op grond van artikel 17 Woningwet de mogelijkheid om een gebouw, open erf of terrein te sluiten indien sprake is van bedreiging van de leefbaarheid of er gevaar voor de gezondheid of de veiligheid is. Het college kan de uitvoering ervan mandateren aan de burgemeester. Het bevel om de woning te sluiten is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen bezwaar en beroep openstaat voor de bewoner (of een andere belanghebbende). De burgemeester moet betrokkene eerst waarschuwen en op de hoogte stellen van de geconstateerde overlast, alvorens hij kan besluiten tot sluiting. Bovendien moet betrokkene bij het besluit binnen een te bepalen termijn in de gelegenheid worden gesteld om de overlast te beëindigen, tenzij er sprake is van spoedeisende sluiting.

Uit de jurisprudentie blijkt onder meer dat de burgemeester: • aan de hand van concrete, objectieve en verifieerbare gegevens aannemelijk moet maken dat zich in de woning of op het daarbij behorende erf ernstige gedragingen voordoen en dat daardoor verschillende soorten ernstige overlast zich met grote regelmaat en langdurig voordoen; • deugdelijk moet motiveren waaruit die verwachte verstoring blijkt; • geluidsoverlast ‘in de zin van burengerucht’ onvoldoende ernstige vorm van overlast is om een woningsluiting te kunnen rechtvaardigen. Zakboek Openbare orde en veiligheid

47

Een praktisch knelpunt is de zorgplicht die de burgemeester heeft voor de bewoners van het gesloten pand. Wanneer onschuldige bewoners als kinderen en de partner van de overlastveroorzaker geen alternatief onderdak hebben, is uitzetting in de praktijk geen adequate oplossing om de overlast te bestrijden. De overlastveroorzaker zelf hoeft geen alternatieve woonruimte aangeboden te worden. Na sluiting door de burgemeester kan het college van B&W een vervolg geven op grond van de Wet Victor. Het college is bevoegd om de eigenaar te verplichten om een andere gebruiker voor het pand aan te wijzen of het gebouw in beheer te geven (artikel 13b van de Woningwet). Aan dit besluit kunnen voorwaarden worden gesteld, zoals het geschikt maken voor gebruik van de woning. Mocht er ondanks de aanwijzingsbevoegdheid geen uitzicht zijn op duurzaam herstel van de openbare orde rond de betreffende woning, dan is de gemeenteraad, op grond van artikel 77 lid 1 sub 7 Onteigeningswet, bevoegd om tot onteigening over te gaan.

Casus Woningsluiting voor 12 maanden De bewoners van een huurwoning kampten met drugs- en alcoholverslaving en veroorzaakten voortdurende geluidsoverlast. Ze intimideerden buurtgenoten, schoten vanuit de woning met een luchtdrukpistool en gebruikten onderling geweld. Er was sprake van vervuiling, vernieling, brandstichting, handel en gebruik van drugs en overmatig alcoholgebruik. De burgemeester stuurt de verhuurder een waarschuwingsbrief. Nadat dit niet tot verbetering heeft geleid, beveelt de burgemeester op grond van artikel 174a Gemeentewet tot algehele sluiting van de huurwoning voor de duur van twaalf maanden. Hij verhaalt de kosten van de sluiting op de verhuurder-eigenaar van de woning. Het besluit om de woning op grond van Wet Victoria te sluiten en de kosten te verhalen, hield stand bij de rechtbank en bij de Raad van State.

48

Nederlands Genootschap van Burgemeesters

Casus Woningsluiting na diverse vormen van overlast In een woning in Utrecht vindt een gasexplosie plaats, waarbij de bewoner verdacht wordt van opzet. Wegens gebrek aan bewijs wordt hij vrijgesproken. Korte tijd later krijgt de brandweer melding van sissende geluiden en een chemische lucht in de woning. De brandweer treft echter de bewoner onder invloed van drugs aan met een geopende spiritusfles en draaiende airco. Vervolgens vinden er diverse incidenten in de woning plaats, waarbij de politie ter plaatse moet komen: geluidsoverlast (voortdurend slaan op leidingen), vernieling en vechtpartij. De burgemeester vindt dat nu sprake is van ernstige aantasting van de openbare orde en sluit de woning. Het incident met de spiritusflessen is voor hem de directe aanleiding tot sluiting van de woning, in relatie tot de eerdere gasexplosie. De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester terecht op basis van het spiritusincident en de onaanvaardbare geluidsoverlast is overgegaan tot de sluiting. Een deel van de andere incidenten acht de rechter niet relevant.

Op www.burgemeesters.nl/bevoegdheden/victoria: • Wetstekst • Diverse handreikingen • Jurisprudentie, verwijzingen en bronnen

Drank- en Horecawet De Drank- en Horecawet reguleert de uitoefening van de bedrijven en de werkzaamheid, waarin of in het kader waarvan alcoholhoudende drank wordt verstrekt. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet. De burgemeester is daarin het bevoegd gezag voor de vergunningverlening, het toezicht op de naleving en de handhaving van de wet- en regelgeving. Deze taken van de burgemeester sluiten aan bij zijn verantwoordelijkheid voor het toezicht op openbare Zakboek Openbare orde en veiligheid

49

samenkomsten, vermakelijkheden en openbare inrichtingen (Gemeentewet, artikel 174, zie blz. 43) Het is verboden een horecabedrijf of een slijtersbedrijf te voeren, zonder dat aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. Wanneer een bedrijf de verbodsbepalingen uit de Drank- en Horecawet niet naleeft, dan kan de burgemeester de vergunning intrekken. Als zich in een inrichting feiten voor doen die gevaar opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid en als niet langer voldaan wordt aan de inrichtingseisen of de eisen gesteld aan de leidinggevende, dan moet de burgemeester tot intrekken van de vergunning besluiten. Voorts heeft de burgemeester de mogelijkheid om een vergunning voor een periode van maximaal 12 weken te schorsen als dit passender is voor de ernst van de overtreding. Bij deze sancties kan een last onder dwangsom en bestuursdwang (sluiting) worden toegepast. De Drank- en Horecawet verbiedt jongeren onder de 18 jaar om alcoholhoudende drank bij zich te hebben op voor publiek toegankelijke plaatsen. Voor publiek toegankelijke plaatsen zijn: de openbare weg, stationshallen, overdekte winkelcentra, plantsoenen, portieken, stadions, postkantoren, gemeentehuizen, parkeergarages en horecabedrijven. Supermarkten en slijterijen vallen hier niet onder. De gemeente heeft de bevoegdheid om handhavend op te treden en deze jongeren te beboeten.

Op grond van de Gemeentewet en de Drank- en Horecawet kan de gemeenteraad regels in een verordening vastleggen. De verordening kan regels bevatten op het gebied van: • koppeling tussen toegangsleeftijd en sluitingstijd; • regulering van prijsacties; • beperken van happy hours. Met deze wijziging kan het lokaal bestuur maatregelen kiezen die aansluiten bij de lokale situatie. De Drank- en Horecawet verbiedt verkoop en verstrekking van alcoholhoudende producten aan personen beneden de leeftijd 50

Nederlands Genootschap van Burgemeesters

van 18 jaar. Dit geldt ook voor zwak-alcoholhoudende dranken, zoals bijvoorbeeld in supermarkten verkocht worden en waarvoor geen drank- en Horecavergunning vereist is. De burgemeester kan bedrijven die zich hier niet aan houden sancties opleggen. Wanneer drie keer binnen een jaar is geconstateerd dat alcohol wordt verstrekt of verkocht aan minderjarigen, dan kan de burgemeester de verkoop van alle alcoholhoudende dranken verbieden voor een periode van maximaal 12 weken. Daarbij kan hij een last onder dwangsom opleggen. De gemeente is verplicht om een verordening vast te stellen om de drankverstrekking binnen de paracommercie te reguleren. In de verordening bepaalt de gemeenteraad onder meer op welke dagen en tijdstippen het mogelijk is alcohol te verstrekken. Daarbij is het mogelijk om onderscheid te maken naar de aard van de paracommerciële rechtspersoon. Voor bijvoorbeeld sportverenigingen kunnen de regels anders zijn dan voor studentenverenigingen of club- en buurthuizen. Met het oog op tijdelijke en bijzondere gelegenheden kan de burgemeester voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen ontheffing verlenen van de regels in de verordening. De burgemeester heeft de bevoegdheid om personen de toegang tot ruimtes te ontzeggen waar in strijd met de wet alcoholhoudende drank wordt verstrekt.

Bij bepaalde overtredingen kan de burgemeester een bestuurlijke boete opleggen. Het Besluit bestuurlijke boete Drank- en Horecawet bevat een overzicht van deze overtredingen en welk boetebedrag bij welke overtreding wordt opgelegd.

Casus Integrale nota Horecabeleid gemeente Barneveld De gemeente Barneveld heeft in 2016 een integrale nota Horecabeleid vastgesteld, waarin o.a. de toepassing van de Drank- en Horecawet, de Wet Bibob, de Wet op de kansspelen Zakboek Openbare orde en veiligheid

51

en het Bouwbesluit 2012 (brandveiligheidseisen) is opgenomen. De nota geeft daarnaast de raakvlakken aan met het beleid inzake evenementen, drugs, volksgezondheid (o.a. het Fris Valleyproject) en met de handhaving. In de APV heeft de gemeente regels opgenomen voor de exploitatievergunning, paracommercialisme, openings- en sluitingstijden (inclusief pilot verruiming openingstijden), terrassen en gevelzitplaatsen. Voor het toezicht en de handhaving werkt de gemeente volgens een zogeheten stappenplan. Dat betekent dat wanneer ondanks een eerdere sanctie wederom dezelfde overtreding wordt begaan, de burgemeester een zwaardere sanctie oplegt. De gemeentelijke BOA’s zijn ondergebracht in een regionale pool.

Casus Sluiting café na verkoop alcohol aan minderjarigen De burgemeester van Hengelo trekt de drank- en horecavergunning van een café in nadat er bij diverse controles is geconstateerd dat er geen leidinggevende aanwezig was en er alcoholhoudende drank aan minderjarigen werd verkocht. Op grond van het preventie- en handhavingsplan van de gemeente heeft de burgemeester eerst een officiële waarschuwing gegeven. Na de waarschuwing heeft de burgemeester de openingstijden twee keer beperkt, omdat de voorschriften uit de vergunning nog niet werden nageleefd. Tenslotte heeft de burgemeester de vergunning ingetrokken. Uit de processen-verbaal van de politie blijkt ook dat het café onder de jeugd in Hengelo bekend staat als dé horeca-inrichting waar minderjarigen makkelijk alcohol kunnen kopen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de burgemeester terecht de conclusie getrokken dat een café met een dergelijke aantrekkende werking een gevaar oplevert voor de openbare orde, de veiligheid en de zedelijkheid.

Casus Intrekking Drank- en Horecavergunning na schietpartij Zie casus “Sluiting café na schietpartij” , blz. 45. 52

Nederlands Genootschap van Burgemeesters

Op www.burgemeesters.nl/bevoegdheden/dhw: • Wetstekst • Besluit bestuurlijke boete Drank- en Horecawet • Jurisprudentie, verwijzingen en bronnen

Kinderbeschermingsmaatregelen Binnen het stelsel van de herziene kinderbeschermingsmaatregelen heeft de burgemeester per 1 januari 2015 een positie gekregen. De burgemeester van de woonplaats van een minderjarige kan via de Raad voor de Kinderbescherming vragen om het oordeel van de kinderrechter. In het reguliere traject van het stelsel van kinderbeschermingsmaatregelen beoordeelt de Raad voor de Kinderbescherming of hij een verzoek om een maatregel aan de kinderrechter voorlegt. Een dergelijk verzoek kan van de gemeente, Veilig Thuis/het Advies- en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling (AMHK), een jeugdzorginstelling of van burgers komen. De grond hiervoor is dat sprake dient te zijn van een ernstige bedreiging voor de ontwikkeling van de jeugdige en dat de benodigde zorg niet of onvoldoende wordt geaccepteerd. De Raad kan na zijn onderzoek tot de conclusie komen om geen maatregel te vragen aan de kinderrechter. Wanneer de burgemeester echter toch een rechterlijke uitspraak nodig acht, dan kan hij in dat geval van de Raad verlangen om de uitkomst van het Raadsonderzoek toch ter beoordeling aan de rechter voor te leggen. Het betreft hier alleen de ondertoezichtstelling. Voor andere maatregelen, zoals ontzetting uit de ouderlijke macht en gezagsbeëindiging heeft de burgemeester deze bevoegdheid niet.

De Raad voor de Kinderbescherming moet het verzoek van de burgemeester binnen 14 dagen aan de rechter voorleggen.

Zakboek Openbare orde en veiligheid

53

Tot 2015 had de burgemeester geen positie in stelsel van de kinderbeschermingsmaatregelen. Aanleiding om hier wijziging in te brengen, lag in de overlast en criminaliteit die op plaatsen door probleemjongeren wordt veroorzaakt. In het geheel van preventieve en repressieve maatregelen past soms ook de ondertoezichtstelling. Het voert te ver om hier het stelsel van de kinderbeschermingsmaatregelen uiteen te zetten. Kern is dat de overheid maatregelen dwingend kan opleggen wanneer een minderjarige in zodanige omstandigheden opgroeit dat die in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Het is aan de kinderrechter om hiertoe te besluiten. Wanneer deze een ondertoezichtstelling oplegt, dan krijgt het betreffende gezin een gezinsvoogd vanuit een daartoe gecertificeerde instelling toegewezen. Deze persoon begeleidt het kind en zijn ouders bij het oplossen van de opvoedingsproblemen. De ouders blijven zelf verantwoordelijk voor de opvoeding, maar hun gezag wordt door de maatregel gedeeltelijk ingeperkt. Zowel ouders als kind zijn verplicht de aanwijzingen op te volgen die de gezinsvoogd geeft. In principe blijft het kind thuis wonen. De rechter kan in het belang van het kind ook besluiten om hem (tijdelijk) uit huis te plaatsen, bijvoorbeeld in een pleeggezin. De maximale duur van de ondertoezichtstelling is 12 maanden.

De kinderrechter kan de maatregel steeds met (maximaal) 1 jaar verlengen tot het kind de leeftijd van 18 jaar bereikt.

Op www.burgemeesters.nl/bevoegdheden/ kinderbescherming: • Wetstekst • Handreiking samenwerking gemeente-Kinderbescherming • VNG factsheet Veiligheid en de decentralisatie jeugdhulp • Verwijzingen en bronnen

54

Nederlands Genootschap van Burgemeesters

Opiumwet - Wet Damocles (Opiumwet, artikel 13b) Artikel 13b Opiumwet, ook wel aangehaald als de Wet Damocles, biedt de burgemeester de mogelijkheid bestuursdwang toe te passen en woningen of voor het publiek toegankelijke inrichtingen te sluiten als daar sprake is van drugshandel. Bijzonder aan deze bepaling is dat niet hoeft te worden aangetoond dat de openbare orde in het geding is. Louter de aanwezigheid van drugs (lijst I/II Opiumwet) boven de normen voor eigen gebruik in de woningen kan al voldoende rechtvaardiging vormen om de woning of het lokaal en de bijbehorende erven te sluiten. Het gaat hier om een sluiting voor bepaalde tijd, waarbij de burgemeester betrokkene eerst moet waarschuwen en op de hoogte moet stellen van de geconstateerde overlast, alvorens hij kan besluiten tot sluiting. Na de sluiting kan het college van B&W eventueel de Wet Victor toepassen om het pand in ander beheer over te laten gaan of zelfs te onteigenen. Zie hiervoor de Wet Victoria. De tekst van artikel 13b Opiumwet spreekt van het verkopen, afleveren en verstrekken van drugs. Het telen van hennep op zich is niet onder het toepassingsbereik van Wet Damocles gebracht. Artikel 13b van de Opiumwet kan wel worden toegepast ten aanzien van een woning in geval van hennepteelt, als aannemelijk is dat de in die woning aangetroffen hennepplanten een handelshoeveelheid betreffen.

De sluiting van een woning of lokaal kan voor betrokkenen grote gevolgen hebben. De burgemeester zal zijn besluit daarom goed moeten motiveren. Daarbij gelden vanzelfsprekend de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. Daarom is het wenselijk om de Damocles-aanpak vast te leggen in beleid. Wanneer geen beleid is geformuleerd dan is handhaven weliswaar mogelijk, maar is de motivering van het besluit moeilijker. Wanneer er bij de wet verboden misstanden in een coffeeshop worden geconstateerd, omdat bijvoorbeeld harddrugs worden Zakboek Openbare orde en veiligheid

55

verhandeld, kan de burgemeester tot sluiting of intrekking van de vergunning overgaan. Ook wanneer er geen sprake is van bij de wet verboden activiteiten of overlast, maar wanneer de regels zoals die zijn vastgelegd in het lokale coffeeshopbeleid worden overtreden, biedt artikel 13b van de Opiumwet uitkomst. Bij de Tweede Kamer is een wetsvoorstel ingediend om de sluitingsbevoegdheid uit te breiden voor strafbare voorbereidingshandelingen. De burgemeester kan dan op grond van artikel 13b van de Opiumwet tevens een woning of ander pand sluiten als daar alleen voorwerpen of stoffen worden aangetroffen die duidelijk bestemd zijn voor het bereiden of telen van drugs, zoals bepaalde apparatuur of chemicaliën.

Casus Sluiting woning met hennepkwekerij In Landgraaf treft de politie in een woning een professioneel opgezette hennepkwekerij aan met op dat moment 435 oogstrijpe planten. Daarbij is geconstateerd dat de stroom op illegale en brandgevaarlijke wijze wordt afgenomen. De burgemeester heeft de aangetroffen situatie in de woning als een ernstige situatie aangemerkt. In de beleidsregels van de burgemeester is een stringent handhavingsbeleid geformuleerd en de burgemeester besluit de woning voor drie maanden te sluiten, omdat er een handelshoeveelheid hennepplanten is aangetroffen.

Casus Sluiting coffeeshops vanwege schending Ingezetene-criterium De burgemeester van Maastricht sluit een aantal coffeeshops voor de duur van drie maanden, omdat die zich niet houden aan de zogenoemde AHOJGI-criteria. Met name hebben zij het Ingezetene-criterium geschonden door buitenlandse klanten toe te laten. Het Damoclesbeleid van de gemeente sluit nauw aan bij het landelijke gedoogbeleid, waarin niet ingezetenen van Nederland geen toegang hebben tot de coffeeshops. Handhaving van het 56

Nederlands Genootschap van Burgemeesters

Ingezetene-criterium is bedoeld om de drugshandel te beperken. De rechtbank oordeelt dat de vraag of handhaving van het I-criterium bedoeld en effectief zou zijn om overlast te bestrijden niet relevant is. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de burgemeester in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang gebruik heeft kunnen maken.

Casus Woningsluiting na vondst handelshoeveelheid drugs De burgemeester van Oss sluit een woning voor drie maanden, nadat de politie daar 16 g hennep, 5,9 g cocaïne en een weegschaaltje heeft aangetroffen. Daarnaast heeft de politie vijf personen aangehouden die een kort bezoek aan de woning hebben gebracht. Bij twee daarvan is cocaïne aangetroffen en bij drie hennep. In het beroep en hoger beroep betogen de bewoners dat de burgemeester ten onrechte heeft aangenomen dat de aangetroffen drugs bedoeld waren voor de handel. De rechtbank en de Raad van State stellen dat voor beoordeling of de hoeveelheid drugs handelsvoorraad betreffen, in redelijkheid kan worden aangesloten bij de door het Openbaar Ministerie toegepaste criteria, waarbij een hoeveelheid harddrugs van maximaal 0,5 g als hoeveelheid voor eigen gebruik wordt aangemerkt en een hoeveelheid softdrugs van maximaal 5 g ook als hoeveelheid voor eigen gebruik wordt aangemerkt. Bij de aanwezigheid van een hoeveelheid drugs die groter is dan een hoeveelheid voor eigen gebruik, is in beginsel aannemelijk dat die drugs bestemd zijn voor verkoop, aflevering of verstrekking. Het ligt in dat geval op de weg van de rechthebbende op het pand om het tegendeel aannemelijk te maken. In deze casus kunnen de bewoners dat niet en daarom is de burgemeester bevoegd om de woning te sluiten.

Zakboek Openbare orde en veiligheid

57

Op www.burgemeesters.nl/bevoegdheden/opiumwet: • Wetstekst • Stappenplan artikel 13b Opiumwet • Verwijzingen en bronnen • Casusbeschrijvingen en jurisprudentie

Stelsel bewaken en beveiligen Het stelsel bewaken en beveiligen is het geheel van regelgeving en afspraken die gaan over het voorkomen van aanslagen op personen, objecten en diensten. Het regelt op welke manier er beveiligd wordt als er sprake is van dreiging. Bij de beveiliging van personen staat het voorkomen van ernstige schending van de fysieke integriteit centraal. In het stelsel werken OM, politie, inlichtingen- en veiligheidsdiensten en bestuurlijke organisaties samen en is geregeld hoe op basis van dreigings- en risicoinformatie tot beveiligingsmaatregelen wordt besloten en wie verantwoordelijk is voor de uitvoering. Het stelsel zelf introduceert geen nieuwe taken en bevoegdheden, maar geeft wel aan waar verantwoordelijkheden liggen Het stelsel bewaken en beveiligen bestaat uit een decentraal domein en een Rijksdomein. De veiligheid van personen, objecten en diensten is in beginsel decentraal georganiseerd. Het lokaal bevoegd gezag is verantwoordelijk voor het nemen van aanvullende beveiligingsmaatregelen op basis van (voorstelbare) dreiging en risico. Het lokale gezag wordt gevormd door de burgemeester en de hoofdofficier van justitie (de HOvJ). De burgemeester is verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Op grond van die verantwoordelijkheid is de burgemeester ook verantwoordelijk voor de bewaking en beveiliging van objecten en diensten.

Indien er sprake is van strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, zoals in geval van een concrete dreiging waarbij 58

Nederlands Genootschap van Burgemeesters

beveiligingsmaatregelen worden genomen ter voorkoming van strafbare feiten, dan valt de bewaking en beveiliging van objecten en diensten onder verantwoordelijkheid van de HOvJ. Wordt bijvoorbeeld in een dreigbrief een specifieke synagoge genoemd, dan valt eventuele bewaking onder gezag van de HOvJ. Gaat het om meer algemene preventieve bewaking van gebedshuizen, dan valt dit onder gezag van de burgemeester. Het waken voor de veiligheid van personen is expliciet benoemd als onderdeel van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. De HOvJ draagt hierover het gezag. Hij is in deze gevallen verantwoordelijk voor de aanvraag van een dreigingsinschatting, het besluit tot het treffen van maatregelen, en het (laten) informeren van de betreffende persoon. De rijksoverheid heeft een bijzondere verantwoordelijkheid voor een beperkte groep personen, objecten en diensten die op de zogenoemde limitatieve lijst staan vanwege het nationale belang dat met hun veilig en ongestoord functioneren is gemoeid. Het centraal bevoegd gezag is de minister van Veiligheid en Justitie, gemandateerd aan de Coördinator Bewaking en Beveiliging (CBB) van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Dreiging tegen de burgemeester Wanneer een burgemeester of een politiechef zelf onderwerp is van dreiging, dan maakt de CBB een afweging van de te treffen maatregelen.

Dit betekent niet dat de betrokkene daarmee wordt toegevoegd aan het Rijksdomein. De HOvJ van het arrondissement van de woonplaats van de bedreigde persoon stelt de procedure in werking. Deze verloopt volgens het reguliere proces. De dreiging wordt lokaal door de politie ingeschat en vormt de basis van een maatregelenadvies voor de verantwoordelijke HOvJ. De NCTV adviseert in dit proces over de proportionaliteit van de maatregelen. De HOvJ beslist over de maatregelen, het advies van de NCTV gehoord hebbende. Zakboek Openbare orde en veiligheid

59

Op www.burgemeesters.nl/bevoegdheden: • Circulaire stelsel bewaken en beveiligen

Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet bopz) De Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (bopz) geeft de procedures weer voor het (gedwongen) opnemen en behandelen van personen in psychiatrische ziekenhuizen: de voorlopige machtiging, de voorwaardelijke machtiging, de observatiemachtiging, de machtiging tot voortgezet verblijf, de in bewaringstelling op last van de burgemeester (IBS), en de machtiging op eigen verzoek. De taak van de burgemeester in de opnameprocedure is beperkt tot de afgifte van last tot inbewaringstelling bij acuut dreigend gevaar voor of door de patiënt en waarbij de procedure voor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Artikel 20 Wet bopz geeft de burgemeester de bevoegdheid de betrokkene in bewaring te laten stellen wanneer de betrokkene gevaar veroorzaakt, het ernstige vermoeden bestaat dat een stoornis van de geestvermogens de betrokkene het gevaar doet veroorzaken, het gevaar zo onmiddellijk dreigend is dat een voorlopige machtiging niet kan worden afgewacht en het gevaar niet op een andere manier kan worden afgewend. Het moet dus gaan om: • een acuut gevaar én • een stoornis die tot het gevaar leidt. De wetgever verstaat onder stoornis van de geestesvermogens de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke verstoring van de vermogens tot denken, voelen, willen, oordelen, en doelgericht handelen.

Bij een spoedprocedure geldt de regel dat de burgemeester tot IBS kan gelasten als het gevaar (eerste criterium) zo onmiddellijk en dreigend is dat de vordering van een Rechterlijke Machtiging 60

Nederlands Genootschap van Burgemeesters

niet kan worden afgewacht. Bovendien hoeft de burgemeester nog geen zekerheid te hebben van de geestelijke stoornis (tweede criterium); een 'ernstig vermoeden' daarvan is in de spoedprocedure voldoende. Voor de voortzetting van een IBS beoordeelt de officier van justitie de stoornis uiteraard wel. Voor de taak van de burgemeester zijn de volgende aandachtspunten van belang: • Er is een geneeskundige verklaring (in de regel van een psychiater) nodig om de IBS-verklaring af te geven. De burgemeester oordeelt of de verklaring de last tot inbewaringstelling kan dragen. Het gaat om een schriftelijke verklaring. Alleen in uitzonderlijke gevallen volstaat een telefonische conceptverklaring, die snel gevolgd moet worden door een schriftelijke. • De burgemeester dient zorg te dragen dat zo spoedig mogelijk de in bewaring gestelde wordt voorzien in rechtsbijstand. • Uiterlijk op de eerste werkdag na de afgifte van de IBS, moet de burgemeester de documenten aan de officier van justitie sturen. • De burgemeester kan de bevoegdheid in de Wet bopz delegeren aan een wethouder los van het locoburgemeesterschap. Een ieder kan de burgemeester op de hoogte stellen van het eventuele (dreigende) gevaar dat de patiënt oplevert. De familie kan dit zelf doen, maar ook hulpverleners of 'buitenstaanders'.

De 'verzoekers' moeten zich richten tot de burgemeester van de plaats waar het gevaar dreigt, of waar dat zich al voltrekt. Wetsvoorstel Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg Bij de Tweede Kamer is een voorstel voor een nieuwe Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg aanhangig die de huidige Wet bopz moet vervangen. De nieuwe wet reguleert verplichte zorg in plaats van gedwongen opname en moet gedwongen opname zoveel mogelijk voorkomen. Verplichte zorg kan straks ook buiten een instelling opgelegd worden. De IBS is in het Zakboek Openbare orde en veiligheid

61

wetsvoorstel vervangen door de crisismaatregel, waarbij de burgemeester ook kan instemmen met ambulante zorg of andere zorg buiten gedwongen opname. Daarnaast introduceert het wetsvoorstel de observatiemaatregel waartoe de burgemeester kan besluiten. Deze observatiemaatregel is uitsluitend bedoeld om in een periode van maximaal 3 dagen onderzoek te laten verrichten naar de aard van de psychische stoornis en de vraag of die stoornis ernstig nadeel doet veroorzaken.

Op www.burgemeesters.nl/bevoegdheden/bopz: • Wetstekst • Actuele voorstellen wetswijzigingen • Eindrapport Aanjaagteam verwarde personen • Jurisprudentie, verwijzingen en bronnen

Wet Bibob Bibob staat voor ‘bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur’. Deze wet geeft bestuursorganen – waaronder de burgemeester - een instrument ter voorkoming en bestrijding van (georganiseerde) criminaliteit. Het voornaamste doel is het voorkomen dat de overheid ongewild criminaliteit faciliteert, bijvoorbeeld bij het witwassen van geld. Een bestuursorgaan kan volgens deze wet besluiten een vergunning in te trekken of te weigeren indien het vermoeden bestaat dat de aanvragers of houders van de vergunning deze zullen gebruiken voor het plegen van strafbare feiten. Ook bestaat de mogelijkheid om vergunningen alleen onder bepaalde voorwaarden te verstrekken. Naast vergunningen is het Bibob-instrument in te zetten voor subsidies, vastgoedtransacties en aanbestedingen. Het bestuursorgaan kan via vastgestelde formulieren het Landelijk Bureau Bibob vragen om een advies uit te brengen over het gevaar dat de vergunning zal worden gebruikt om 62

Nederlands Genootschap van Burgemeesters

strafbare feiten te plegen. Voorafgaand aan de adviesaanvraag moet het bestuursorgaan zelf beoordelen of er geen bestaande weigeringsgronden zijn of andere instrumenten ingezet kunnen worden. Ook moet het bestuursorgaan onderzoeken of zij zelfstandig de Wet Bibob kan toepassen. Daarnaast kan het bestuursorgaan vóór de adviesaanvraag bij het Landelijk Bureau Bibob opvragen of over de betrokkene in de afgelopen twee jaar eerder een advies is uitgebracht, en zo ja, welke conclusie het advies had (ernstig gevaar, mindere mate van gevaar, geen gevaar). Als het adviesverzoek niet tot een advies heeft geleid, kan het Landelijk Bureau Bibob dat ook melden. De gegevens kunnen een indicatie zijn voor het starten van een Bibob-onderzoek, maar zijn niet voldoende om direct tot een negatieve beslissing over te gaan. Het bestuursorgaan zal eerst opnieuw het eigen onderzoek moeten uitvoeren en zo nodig opnieuw een Bibob-advies moeten aanvragen. De officier van justitie heeft een ondersteunende rol: hij mag een bestuursorgaan laten weten dat het wenselijk is om een Bibob-advies aan te vragen over een bepaald persoon of bepaalde onderneming als die betrokken is bij strafbare feiten.

Voor de burgemeester is het Bibob-instrument met name van belang voor vergunningen: • ter bescherming van de gezondheid, • uit de Drank- en Horecawet, • uit de Wet op de kansspelautomaten, • die op grond van een gemeentelijke verordening verplicht zijn voor een inrichting of bedrijf, • voor een seksbedrijf (artikel 9 Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden in de seksbranche, nog niet in werking getreden). Het Landelijk Bureau Bibob verzamelt de benodigde gegevens van de aanvrager of vergunninghouder en stelt een advies op voor het bestuursorgaan. Elk advies wordt voorgelegd aan een Bibobofficier van justitie. Het advies van het Landelijk Bureau Bibob kan Zakboek Openbare orde en veiligheid

63

drie uitkomsten hebben (artikel 3 Wet Bibob): 1. er is geen sprake van een ernstige mate van gevaar; 2. er is sprake van een mindere mate van gevaar; 3. er is sprake van een ernstige mate van gevaar. Bestuursorganen kunnen ook eigen onderzoek doen en extra informatie verkrijgen. Zo is het mogelijk dat bestuursorganen in een Bibob-zaak de beschikking krijgen over informatie van politie en justitie. De rechtstreekse verstrekking van justitiële gegevens, strafvorderlijke gegevens en politiegegevens door respectievelijk de Justitiële Informatiedienst, Openbaar Ministerie en politie is wel beperkt tot de verstrekking van gegevens van de betrokkene. Om informatie over een betrokkene (en diens (indirecte) bestuurders als het gaat om een rechtspersoon) op te vragen bij de Justitiële informatiedienst (Justid), dient het bestuursorgaan medewerkers op naam - aan te wijzen die uit hoofde van hun functie gemachtigd zijn om een uittreksel uit de justitiële documentatie op te vragen. Besluit tot weigering Het is vervolgens aan het bestuursorgaan zelf om een besluit te nemen al dan niet op basis van het advies van Landelijk Bureau Bibob. Als een vergunning wordt geweigerd, is het vanwege de privacy van de aanvrager niet toegestaan om publiekelijk te vermelden op welke grond de vergunning is geweigerd.

Uiteraard is het wel toegestaan om aan te geven wat de verschillende weigeringsgronden zijn die het Landelijk Bureau Bibob in zijn algemeenheid hanteert, waarbij in het midden wordt gelaten welke weigeringsgrond in het specifieke geval de doorslag gaf. De aanvrager heeft recht op een afschrift van het Bibob-advies, als het bestuursorgaan voornemens is een negatief besluit te nemen of voorschriften aan de vergunning te verbinden. Bij het verstrekken van het Bibob-advies moet het bestuursorgaan de betrokkene er duidelijk op wijzen dat hij een geheimhoudingsplicht heeft ten aanzien van de gegevens in het Bibob-advies. De burgemeester mag de uitkomsten van het Bibob-advies in 64

Nederlands Genootschap van Burgemeesters

de driehoek wel delen met de officier van justitie en de chef van de politie. Mocht het bestuursorgaan willen afwijken van het Bibob-advies dan geldt daarvoor een verzwaarde motiveringsplicht (artikel 3:50 Algemene wet bestuursrecht). Voordat het bestuursorgaan het Bibob-advies gebruikt voor de onderbouwing van het besluit, moet het ervan overtuigd zijn dat het Bibob-advies zorgvuldig tot stand is gekomen. Dit is de zogenoemde vergewisplicht, die is vastgelegd in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een uitspraak van 27 februari 2008 (LJN: BC5265) de vergewisplicht voor een Bibob-advies nader uitgewerkt.

Casus Nader Bibob-onderzoek na hoorzitting De burgemeester van Alkmaar laat nader onderzoek doen naar de situatie op de Alkmaarse Achterdam, voordat hij een definitief besluit neemt over de sluiting van 92 bordeelramen in de prostitutiestraat. Aanleiding is een hoorzitting, waarop de verhuurder en de eigenaren van de betreffende panden hun bezwaren tegen de voorgenomen sluiting toelichten. Volgens de gemeente zijn hierbij zaken ingebracht die nieuw onderzoek rechtvaardigen.

Casus Weigering vergunning na Bibob-advies De burgemeester van Dordrecht weigert een exploitatievergunning te verlenen, omdat ernstig gevaar bestaat dat de vergunning mede zal worden gebruikt om uit strafbare feiten verkregen vermogen te benutten en om strafbare feiten te plegen. De burgemeester heeft zich hierbij gebaseerd op het Bibob-advies. Uit het advies volgt dat er ernstige vermoedens zijn dat de aanvrager zich herhaaldelijk en over een langere periode heeft schuldig gemaakt aan het plegen van strafbare feiten en aldus een groot financieel voordeel heeft verkregen en Zakboek Openbare orde en veiligheid

65

dat deze strafbare feiten verband houden met de activiteiten waarvoor de vergunning is aangevraagd. Voorts is gebleken dat over de organisatie- en financieringsstructuur van de beheerder van de inrichting vragen en onduidelijkheden bestaan, en dat de aanvrager heeft geweigerd aanvullende informatie in het kader van het onderzoek aan het Bureau te verschaffen. Volgens de Wet Bibob wordt dit aangemerkt als ernstig gevaar. De rechtbank en de Raad van State oordelen dat de burgemeester terecht afging op het advies van het Landelijke Bureau Bibob.

Casus Intrekking vergunning coffeeshop De burgemeester van Culemborg besluit een exploitatievergunning van een coffeeshop in te trekken. Daarbij deelt hij tevens mede de verkoop van softdrugs niet langer te gedogen. Aan de intrekking ligt een Bibob-advies ten grondslag, waaruit blijkt dat ernstig gevaar bestaat. Het ernstige gevaar is onder meer afgeleid uit het niet volledig invullen van het Bibobvragenformulier. Verder is er een redelijk vermoeden dat de vergunninghouder betrokken is bij hasjtransporten en deel uit maakt van een criminele organisatie. Ook is meer dan 500 gram softdrugs in de coffeeshop aangetroffen en was daar een minderjarige aan het werk. Tenslotte was de coffeeshop eerder gesloten, toen deze nog op naam van een zakelijke partner van de vergunninghouder stond. De rechtbank en de Raad van State oordelen dat de burgemeester terecht de vergunning heeft ingetrokken. Vanwege het zakelijke samenwerkingsverband met de vorige exploitant zijn de strafbare feiten ook de huidige vergunninghouder aan te rekenen.

66

Nederlands Genootschap van Burgemeesters

Op www.burgemeesters.nl/bevoegdheden/bibob: • Wetstekst • Handreiking bestuurlijke aanpak georganiseerde misdaad • Verwijzingen en bronnen • Casusbeschrijvingen en jurisprudentie

Wet op de lijkbezorging De Wet op de lijkbezorging stelt regels voor wat er moet en mag gebeuren met het lichaam van een overleden persoon. Het betreft o.a. de lijkschouw, registratie van overlijden en de termijnen van begraven en cremeren. De wet verschaft de burgemeester ook enkele taken: • De burgemeester kan toestemming geven om de begrafenis of crematie later te laten plaatsvinden dan de maximale termijn van 6 werkdagen. • Indien de identiteit van het lijk niet kan worden vastgesteld, draagt de burgemeester er, uitsluitend ten behoeve van de identificatie en opsporing van vermiste personen, zorg voor dat door of onder verantwoordelijkheid van een arts daarvan lichaamsmateriaal wordt afgenomen. Zij mogen niet worden gecremeerd, maar moeten worden begraven. • Een lijk wordt slechts opgegraven met vergunning van de burgemeester van de gemeente waarin het is begraven, en, indien het een particulier graf betreft, met toestemming van de rechthebbende op het graf.

Zakboek Openbare orde en veiligheid

67

• Ten minste twee maanden voordat een graf van een reeds begraven onbekende wordt geruimd, stelt de houder de burgemeester daarvan in kennis. De burgemeester is bevoegd, uitsluitend ten behoeve van de identificatie van de onbekende en opsporing van vermiste personen, van de overblijfselen van de onbekende door of onder verantwoordelijkheid van een arts lichaamsmateriaal af te doen nemen of een gebitsstatus te doen opmaken. Indien de burgemeester van die bevoegdheid gebruik maakt, wordt de ruiming opgeschort, ten minste tot het moment dat de uitslag van de poging tot identificatie bekend is, waarna een nabestaande in de lijkbezorging voorziet dan wel de ruiming kan worden voltooid. NB: Het is een keuzemogelijkheid, geen verplichting. De Wet op de lijkbezorging bevat tevens een procedure waardoor in alle gevallen van overlijden van kinderen direct de gemeentelijke lijkschouwer ingeschakeld moet worden. Het kabinet wil hiermee uitsluiten dat kindermishandeling als doodoorzaak onopgemerkt blijft.

Op www.burgemeesters.nl/wetlijkbezorging: • Wetstekst • Artikel over procedures en exhumaties • Casusbeschrijvingen en bronnen

Wet openbare manifestaties Wanneer een betoging of demonstratie wordt gehouden is de Wet openbare manifestaties (Wom) van toepassing. Er is sprake van een openbare manifestatie wanneer er meerdere personen zijn die in het openbaar een mening uiten en waarbij het uiten van deze mening centraal staat. Zogenoemde 'eenmansacties' waarbij één persoon in het openbaar een mening wil uiten, vallen niet onder de Wom. Het recht om betogingen te organiseren of eraan 68

Nederlands Genootschap van Burgemeesters

deel te nemen is verankerd in artikel 6 en artikel 9 (lid 2) van de Grondwet. Het recht op vrijheid van meningsuiting is neergelegd in artikel 7 Grondwet. Deze grondrechten kunnen, onder bepaalde voorwaarden, worden beperkt. Omdat vrijheid van betoging, levensovertuiging en meningsuiting grondrechten zijn, is in de Wom niet gekozen voor een vergunningenstelsel, maar voor een kennisgevingstelsel. De burgemeester kan op grond van de kennisgeving van een openbare manifestatie eventueel voorschriften en beperkingen stellen en de nodige veiligheidsmaatregelen treffen om de betoging ordelijk en vreedzaam te laten verlopen. De Wom bepaalt in artikel 5 lid 2 sub c dat de burgemeester een manifestatie kan verbieden: • ter bescherming van de gezondheid, • in het belang van het verkeer en • ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. De inhoud van de uiting is géén criterium voor de burgemeester om een manifestatie te verbieden. Tijdens de betoging zelf is de burgemeester bevoegd aanwijzingen te geven in het belang van bovengenoemde gronden. Ook kan hij - op dezelfde gronden - de betoging beëindigen (artikelen 6 en 7 Wom). De gemeenteraad kan in de APV regels opstellen over de wijze waarop de gemeente in kennis wordt gesteld. Voldoet de organisator daar niet aan, dan kan de burgemeester de manifestatie verbieden of beëindigen.

Het ontbinden van een vreedzame betoging naar aanleiding van een actuele gebeurtenis wordt op grond van het enkele feit dat ze niet is aangemeld in de literatuur en door de Nationale Ombudsman niet altijd opportuun geacht. De context waarin een manifestatie plaatsvindt, telt mee in de afwegingen. In de praktijk komt het voor dat burgemeesters manifestaties verbieden ter voorkoming of bestrijding van wanordelijkheden. Dat betreft evenwel een vergaand en uitzonderlijk middel Zakboek Openbare orde en veiligheid

69

dat bijvoorbeeld speelt bij demonstaties van extremistische groeperingen met tegendemonstraties. Hierbij geldt dat: • de burgemeester zich moet hebben ingespannen om voldoende politie te verkrijgen; • de burgemeester het concreet en uitvoerig moet kunnen aantonen als hij vaststelt dat de inzet van politie buitenproportioneel is; • de burgemeester een andere locatie of tijdstip mag voorstellen of nadere voorschriften aan de manifestatie mag verbinden; • de burgemeester bij het verplaatsen en/of beperken van de manifestatie uitvoerig moet motiveren waarom de toegestane route de enige acceptabele is en waarom de tijdsduur van de demonstratie zozeer wordt beperkt. Een verbod is enkel mogelijk op basis van “bestuurlijke overmacht”, waarbij de politie niet in staat is om de veiligheid van deelnemers te garanderen. Daarvan is sprake wanneer de betoging naar redelijke verwachting gepaard zal gaan met zo ernstige wanordelijkheden, dat er niet voldoende politie kan worden ingezet om de veiligheid van burgers en goederen adequaat te beschermen. Overigens spelen de omstandigheden van het geval wel een rol. Zo is het denkbaar dat vlak nadat een brand in een moskee heeft plaatsgevonden een demonstratie van extreemrechts kan worden verboden; daar is dan duidelijk een link met de maatschappelijke onrust die al bestaat.

De onrust kan dan voldoende grond zijn om de demonstratie op dat specifieke moment te verbieden. Mocht op een later tijdstip eenzelfde verzoek in de desbetreffende gemeente binnenkomen, dan moeten de omstandigheden van dat moment worden gewogen. In situaties waarin de Wet openbare maniestaties niet voorziet en er ernstige vrees is voor oproerige beweging, andere ernstige wanordelijkheden of van rampen of zware ongevallen, kan de burgemeester gebruik maken van de noodverordening en noodbevel. Een noodbevel is te gebruiken om demonstranten te 70

Nederlands Genootschap van Burgemeesters

sommeren zich te verwijderen van een bepaalde plaats. Dit geldt vooral als men afwijkt van de afgestemde route. Het noodbevel werkt individueel. Hierbij worden bijvoorbeeld extreemlinkse demonstranten bevolen zich te verwijderen om een confrontatie met extreemrechtse demonstranten te voorkomen. De noodverordening geldt voor een ieder in een bepaald gebied.

Casus Krakersdemonstratie Amsterdam Krakersdemonstratie in Amsterdam op 1 mei 2012. Betoging op internet aangekondigd, maar er was geen kennisgeving aan de burgemeester van Amsterdam gedaan. Naar het oordeel van het hof was de burgemeester van Amsterdam bevoegd voor de betoging op 1 mei 2012 het voorschrift betreffende de gezicht bedekkende kleding te geven. De aanhouding van de verdachte is niet onrechtmatig geweest. De door de raadsman genoemde uitspraken van de rechtbank Amsterdam leiden niet tot een ander oordeel.

Casus Anti-Pegidademonstratie Den Haag Pegida houdt op 11 september 2016 een demonstratie op de Koekamp in Den Haag. Hierop wil een andere groepering tegelijkertijd een tegendemonstratie houden die naar dezelfde locatie als de Pegida-demonstratie gaat. De burgemeester geeft de tegendemonstranten de beperking op dat zij slechts statisch op een andere plaats in het centrum mogen demonstreren om te voorkomen dat er wanordelijkheden ontstaan. De rechter oordeelt bij een voorlopige voorziening tegen de burgemeester, dat de burgemeester voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het op de Koekamp niet goed doenlijk is om de deelnemers aan de beide demonstraties van elkaar gescheiden te houden. Het recht op betoging is niet onevenredig beperkt gelet op de locatie die de burgemeesters aan de tegendemonstratie heeft voorgeschreven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12272638/1