CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage c Nota van beantwoording t.b.v. publicatie op internet

gemeenteraad 27 november 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen wijziging omgevingsplan deelgebied Haarlem - Centrum met de bruidsschat en regels uit verordeningen voor heel Haarlem6.680 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Bijlage C: Nota van beantwoording wijziging omgevingsplan deelgebied Haarlem Centrum. Geanonimiseerde versie voor publicatie

Inleiding De ontwerpwijziging van het omgevingsplan heeft ter inzage gelegen van 1 mei tot en met 12 juni 2025. Het eerste deel van dit overzicht bevat een lijst van de indieners van zienswijzen. Het tweede deel bevat een samenvatting van de zienswijzen, het gemeentelijke antwoord en of dit heeft geresulteerd in een aanpassing. Het laatste deel van dit overzicht betreft ambtshalve wijzigingen van het college die aan de raad worden voorgesteld. Cd

Naam

Adres

Huisnr

Postcode

Plaats

E-mail

1. Zienswijzen op ontwerpwijziging van het omgevingsplan A. Zienswijze

Antwoord

Indiener is eigenaar geworden van Kleine Houtstaat 77. In alle afgelopen bestemmingsplannen stond abusievelijk een groot gedeelte van het voormalige sekstheater als tuin vermeld. Al in 1919 is een voormalige tuin bebouwd. Er heeft een grote verbouwing plaatsgevonden. Het voormalige sekstheater is tot woning omgebouwd. Een groot oppervlak van de bebouwing aan de achterzijde van het pand (dat er dus al sinds 1919 stond) is door gesloopt. Verzocht wordt het omgevingsplan aan te passen conform de feitelijke, toegestane situatie.

De bouw- en gebruiksmogelijkheden voor het perceel Kleine Houtstraat 77 zijn aangepast, conform de feitelijke, toegestane situatie.

1

B. Zienswijze

Antwoord

Bruidsschat en Overbruggingsregeling in Besluit voor windturbines onwettig Wettelijke en beleidskaders zijn onverminderd van kracht, inclusief EU-wetgeving De meetmethoden en overige normen zijn niet robuust Indiener stelt, dat de regels over windturbines uit de bruidsschat en de ‘overbruggingsregeling’ in het Besluit activiteiten niet voldoen aan de Europese SMB-richtlijn 2001 (strategische milieubeoordeling) en daarmee onwettig zijn. Opnemen van deze regels in nieuwe deel van het omgevingsplan is onzorgvuldig en niet afdoende gemotiveerd en strijdig met artikel 3.2 en 3.46 Awb. Daarbij wenst indiener, onder verwijzing naar specifieke regels in het ontwerpbesluit, een expliciet afwegingskader voor 1 a 2 windturbines en een begripsbepaling voor windturbines. Tevens is indiener de mening toegedaan dat de meetbepaling voor windturbines ondeugdelijk is om alle relevante zaken te beoordelen. Ook de regels over geluid, lichtschittering en slagschaduw worden niet afdoende geacht.

Met deze wijziging van het omgevingsplan worden gn windturbines dan wel windparken mogelijk gemaakt. De ontwerpwijziging bevat uitsluitend de milieuregels over windturbines uit de bruidsschat en een standaard meetbepaling over de hoogte. De regels zijn niet van toepassing op windparken. Regels over windparken (vanaf 3 windturbines) in een omgevingsplan zijn plan-mer(beoordelings)plichtig. Dit is bepaald in de uitspraak van de Raad van State (RvS) in 2021 over een windpark in Delfzijl-Zuid. De RvS oordeelde dat onterecht geen MER was gemaakt bij dit bestemmingsplan voor een windpark. De uitspraak heeft géén gevolgen voor 1 of 2 losse windturbines. Daarvoor bleven de regels in het Activiteitenbesluit gelden, die thans zijn opgenomen in de bruidsschat. Afgesproken is dat het Rijk de verantwoordelijkheid blijft nemen voor de milieuregels in de bruidsschat. Dat heeft tot de bestuurlijke afspraak geleid dat het Rijk, samen met VNG, UvW en IPO een plan-mer uitvoert voor de milieuregels in de bruidsschat. Inmiddels zijn er ontwerp-rijksregels voor windparken opgesteld, inclusief een planMER. Deze rijksregels zijn echter nog niet in werking getreden. Met de laatste aanpassingen van de voormalige staatssecretaris en het aftreden van het kabinet is het onzeker geworden of en wanneer deze regels worden vastgesteld.

Er kunnen nog zaken wijzigingen omdat de rijksregels (inclusief planMER) nog niet definitief zijn. De gemeente besluit de nieuwe rijksregels over windturbines af te wachten. De regels uit de bruidsschat die betrekking hebben op windturbines worden om die reden uit de ontwerpregels gehaald en buiten deze wijziging van het omgevingsplan gelaten. Hierbij is overwogen dat de milieuregels voor windturbines uit de bruidsschat (in het tijdelijke deel) van kracht blijven voor het gehele grondgebied van Haarlem; de gemeente tot 2032 heeft het tijdelijk deel van het omgevingsplan, waaronder de bruidsschat, om te zetten naar het nieuwe deel; geen windturbines beoogd zijn in het deelgebied centrum.

2

C. D. E. Zienswijze

Antwoord

Overlast horeca De afgelopen jaren is gebleken dat de exploitatie van horecagelegenheid Café de Huifkar (Gasthuisvest 15a) leidt tot zeer aanzienlijke overlast voor omwonenden.

De gemeente vindt het bijzonder vervelend, dat indieners zoveel overlast ervaren. Om die reden heeft op 8 juli jl. met indiener C een gesprek plaatsgevonden. Vertegenwoordigers van de gemeente hebben tijdens dit gesprek toegelicht welke (on)mogelijkheden er zijn qua handhaving en het opleggen van extra regelgeving.

Deze overlast bestaat onder meer uit:

Er is een aantal afspraken gemaakt en achteraf per mail aan indiener bevestigd: 1. Er worden terraspinnen geslagen om de toegestane afmetingen van het terras duidelijk te markeren (inmiddels gereed). 2. Handhavingsverzoeken over het café worden de komende tijd meegenomen in de standaard controles. Daarbij wordt gelet op geluid (van binnen naar buiten) en het terrasgebruik conform toegestane afmetingen. 3. De politie wordt verzocht, waar mogelijk, café de Huifkar mee te nemen in de rondes. De horecakoppels van de politie zijn werkzaam op vrijdag en zaterdag. 4. De omgevingsdienst IJmond wordt verzocht extra geluidsmetingen uit te voeren. 5. De gemeente gaat het gesprek aan met de onderneemster. Dit heeft inmiddels plaatsgevonden. De onderneemster is gewezen op het in acht nemen van de terrasgrenzen en gevraagd extra alert te zijn op luidruchtig gedrag op het terras.

•

•

• •

•

Onophoudelijke geluidsoverlast in onze woningen in de avond- en nachtelijke uren vanuit buiten de inrichting; Ernstige geluidshinder in onze woningen bij het gebruik van versterkte muziek binnen (en buiten) de inrichting; Rookoverlast in onze woningen gedurende de openingsuren van de inrichting; Onveilige situatie op straat door drukte op de stoep en foutgeparkeerde fietsen en voertuigen; Verminderde woonkwaliteit en gevoel van veiligheid onder bewoners.

Hoewel een gemengd stedelijk gebied een zekere mate van functiemenging met zich meebrengt, is het van belang dat dit in balans blijft met het woonkarakter van de buurt. De Gasthuisvest kenmerkt zich nog steeds primair als woongebied, met monumentale panden. Het faciliteren van dit

De gemeente ziet echter geen aanleiding het omgevingsplan voor deze locatie te wijzigen door de horecafunctie te verwijderen. Hier is al decennia een café gevestigd. De Gasthuisvest maakt deel uit van de binnenstad, waar functiemenging gewenst is, waaronder deze vorm van horeca. Met bovenstaande maatregelen is de gemeente van mening dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voldoende gewaarborgd is. Het ‘wegbestemmen’ van de horecafunctie is een zeer zware maatregel met verstrekkende consequenties. Dit acht de gemeente niet proportioneel. Daarbij komt, dat ook in het geval dat de horecafunctie zou worden ‘wegbestemd’, het gebruik hiervan rechtmatig zou mogen worden voortgezet op grond van overgangsrecht.

3

soort horeca op deze locatie is dan ook in strijd met het behoud van de leefbaarheid en de gebruikswaarde van de omgeving voor bewoners. Gelet op het bovenstaande verzoek ik u dringend om in het definitieve omgevingsplan op te nemen dat op en rond het adres Gasthuisvest 15 geen (nieuwe) horeca-activiteiten (categorie 1 t/m 3) meer worden toegestaan, en dat bestaande vergunningen kritisch worden heroverwogen op grond van de bestaande overlast. Een verbod op horecafuncties op deze locatie is noodzakelijk om de leefomgeving voor bewoners te beschermen.

F. Werkgroep Egelantier HOF Zienswijze

Antwoord

De Egelantier Deze zienswijze betreft specifiek het uitsluiten van het adres Gasthuisvest 47 (bekend als ‘De Egelantier’) binnen het plangebied. We vinden het belangrijk dat omwonenden nog de mogelijkheid hebben tot inspraak. We vrezen dat met de uitsluiting van het omgevingsplan de mogelijkheid tot inspraak ook vervalt. Het behoud van het monumentale pand de Egelantier aan de Gasthuisvest 47 is van cruciaal belang voor de binnenstad van Haarlem. Uitsluiting van het ontwerpomgevingsplan vanwege lopende procedures mag niet tot gevolg hebben dat er geen inspraak meer mogelijk is. Het mag ook niet leiden tot

De gemeente heeft begrip voor de zorg van de werkgroep, maar blijft wel van mening dat Egelantier niet in deze procedure moet worden meegenomen. De planvorming en daarmee de toekomstige bestemming voor de Egelantier is nu nog onvoldoende concreet. Vanwege het beleidsneutrale uitgangspunt van deze wijziging worden nieuwe ontwikkelingen niet meegenomen. Dat betekent dat uitsluitend de bestaande bouw- en gebruiksregels in dat geval zouden worden opgenomen. Een eventueel museum bijvoorbeeld is hier vooralsnog niet toegestaan. Dat vergt dus alsnog een procedure, waarmee moet worden afgeweken van het omgevingsplan. Het meest efficiënt is om dat te doen in één procedure als helder is om welke nieuwe functies en bouwmogelijkheden het gaat. Momenteel onderzoekt de gemeente in hoeverre een gewijzigd programma haalbaar is, waarbij de huisvesting van het Frans Hals Museum wordt betrokken. Dit volgt z’n eigen proces inclusief een

4

verdere verloedering van het pand omdat de gemeente en de ontwikkelaars er niet uit zijn gekomen.

G.

participatietraject. (Het college heeft inmiddels besloten een voorkeursvariant ter vaststelling voor te leggen aan de gemeenteraad.)

Werkgroep Huisvesting Frans Hals Museum

Zienswijze

Antwoord

Egelantier Als werkgroep Huisvesting Frans Hals Museum, onderdeel van het Wijkplatform Heiliglanden – De Kamp, spreken wij graag onze waardering uit voor de integrale benadering in de ontwerpwijziging van het omgevingsplan Haarlem Centrum. Het plan zet in op thema’s als leefkwaliteit, klimaatadaptatie, cultuurhistorie, gezonde leefomgeving en duurzame mobiliteit, die wij als bewoners van de Heiliglanden van harte ondersteunen.

We danken u voor deze reactie.

In het geval van de Egelantier loopt op dit moment géén formele planprocedure (zoals een wijzigingsplan of omgevingsvergunningprocedure). Daarbij komt dat op 3 juni, door het college is aangekondigd dat in het kader van het lopende onderzoek naar de huisvesting van het Frans Hals Museum de komende periode een nieuw (derde) scenario wordt onderzocht, waarbij (een deel van) het Frans Hals Museum kan worden ondergebracht in de Egelantier. Dat betekent dat de gemeente tegelijkertijd twee verschillende planprocedures laat ontstaan voor de Egelantier én

We hebben begrip voor de zorgen die de werkgroep heeft, maar delen het standpunt niet dat de Egelantier in deze wijziging moet worden meegenomen. Gemeenten hebben tot eind 2031 de tijd om de inhoud van het tijdelijke deel van het omgevingsplan om te zetten naar regels in het nieuwe deel. Dit is een enorme operatie. Mede om die reden is ervoor gekozen om het basisomgevingsplan zoveel mogelijk beleidsneutraal te houden. Nieuwe ontwikkelingen worden om die reden niet meegenomen en doorlopen een zelfstandige procedure. Momenteel onderzoekt de gemeente in hoeverre een gewijzigd programma voor de Egelantier haalbaar is, waarbij de huisvesting van het Frans Hals Museum wordt betrokken. De planvorming voor de Egelantier is nu nog onvoldoende concreet om überhaupt in het omgevingsplan te kunnen worden opgenomen. Er zijn voldoende wettelijke en beleidsmatige waarborgen om voor de Egelantier een zorgvuldig proces te

5

het naastgelegen Frans Hals Museum. Beide zijn rijksmonumenten met een cultuurfunctie. De gemeente sluit de Egelantier van het integrale kader van het omgevingsplan, terwijl de locatie cruciaal is voor de culturele en ruimtelijke structuur van de binnenstad. Dit leidt tot: 1. Onduidelijkheid voor o.a. burgers, die hun zienswijze op het omgevingsplan ten aanzien van de (functiebestemming binnen de) Egelantier niet kunnen inbrengen. 2. Een risico op tegenstrijdige besluitvorming of ongelijke eisen tussen beide naastgelegen locaties, terwijl het in beide gevallen rijksmonumenten met culturele functies betreft; 3. Besluitvorming mogelijk strijdig met beginselen van behoorlijk bestuur, zoals zorgvuldige en integrale besluitvorming, vereist onder de Omgevingswet en de Wet Bestuursrecht. 4. Vertraging door juridisch geschil over ontwikkeling 5. Risico op suboptimale invulling of mismatch met beleid 6. Afname van rechtszekerheid en investeringsbereidheid Doordat Gasthuisvest 47 buiten het omgevingsplan valt, geldt het standaard juridisch kader van de bruidsschat en overgangsrecht. De locatie mist daardoor vooralsnog: - Specifieke omgevingswaarden uit het plan (zoals cultuur, klimaatadaptatie,

doorlopen met een separate procedure inclusief bijbehorend participatietraject. (Het college heeft inmiddels besloten een voorkeursvariant ter vaststelling voor te leggen aan de gemeenteraad.) De vermeende onduidelijkheid en risico’s acht de gemeente niet aanwezig dan wel niet van dien aard, dat dit zou moeten leiden tot het alsnog opnemen van de Egelantier in deze wijziging van het omgevingsplan. Elke wijziging van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning in afwijking daarvan (bopa) moet voldoen aan het vereiste van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (opvolger van het begrip ’goede ruimtelijke ordening). Alle relevante thema’s die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving worden hierbij integraal afgewogen.

De gemeente deelt deze zorg niet. De bruidsschat is met deze wijziging meegenomen voor het gehele grondgebied van Haarlem. Dit geldt ook voor Gasthuisvest 47. Deze wijziging bevat ook (delen van) de erfgoedverordening en de hemelwaterverordening. Deze regels gelden net als de bruidsschat voor het gehele grondgebied van Haarlem. In bovenstaande beantwoording is ook al gewezen op het vereiste om te voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Het is inherent aan de Omgevingswet dat 6

leefkwaliteit); - Beleidsmatige verankering van het beoogde culturele of museale gebruik; - Mogelijkheid van integrale toetsing op thema’s zoals mobiliteit, milieu, geluid en erfgoed. Hierdoor is elke toekomstige ontwikkeling kwetsbaar voor bezwaar of vertraging, omdat deze telkens apart gemotiveerd en getoetst moet worden

ontwikkelingen integraal beoordeeld worden en een procedure doorlopen waartegen bezwaar en/of beroep openstaat met de kans op vertraging. Dat wordt dus niet voorkomen, door de Egelantier nu op te nemen.

Versnippering van planologische kaders door twee verschillende planregimes ondermijnt de integrale benadering van het omgevingsplan en vergroot de bestuurlijke complexiteit en de kans op juridische complicaties.

De twee ‘verschillende planregimes’, te weten de ruimtelijke regels van het tijdelijk deel en het nieuwe deel van het omgevingsplan voor deelgebied centrum’ verschillen materieel nauwelijks tot niet van elkaar. Het is immers beleidsneutraal. Het betreft daarnaast ook slechts een tijdelijke situatie. Het tijdelijk deel gaat immers uiteindelijk over naar het nieuwe deel.

Complicaties in participatie en transparantie Bewoners en belanghebbenden kunnen momenteel geen zienswijze indienen over de Egelantier via het reguliere omgevingsplanproces. - Besluitvorming over die locatie verloopt via aparte trajecten zoals wijzigingsplannen. Dat belemmert de betrokkenheid van omwonenden bij locatie-overstijgende participatie en kan daardoor bijdragen aan verticale polarisatie en verminderd vertrouwen in de overheid.

Het is zowel onder de Wet ruimtelijke ordening als onder de Omgevingswet volstrekt gebruikelijk om (deel)ontwikkelingen, groot en klein, in zelfstandige procedures te doorlopen. Dit achten wij geen reden voor verminderde betrokkenheid, verticale polarisatie en verminderd vertrouwen in de overheid. Bewoners en belanghebbenden kunnen weliswaar niet nu, maar wel op een ander moment participeren, zienswijzen naar voren brengen of eventueel in bezwaar of beroep gaan.

Vertraging door juridisch geschil over ontwikkeling Door het uitsluiten van Gasthuisvest uit het omgevingsplan ontstaat extra onzekerheid over de toekomst van deze locatie. Als de projectontwikkelaar bezwaar maakt en/of een rechtszaak start, én de locatie ontbreekt in het omgevingsplan, ontstaat een

Niet duidelijk is op welk besluit de werkgroep precies doelt waartegen de projectontwikkelaar ‘bezwaar of een rechtszaak’ start. Ook ziet de gemeente niet welk juridisch vacuüm zou ontstaan als gevolg van een mogelijke rechtszaak. De locatie is weliswaar buiten deze wijziging van het omgevingsplan gehouden, maar maakt wel deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan.

7

juridisch vacuüm dat planvorming mogelijk verder kan vertragen. Risico op suboptimale invulling of mismatch met beleid Zonder duidelijke visie in het omgevingsplan is er vooralsnog geen goed afwegingskader voor: - museale uitbreidingen; - culturele voorzieningen; en - publieke functies (zoals horeca, ontmoeting, groen). Hierdoor kan deze locatie vooralsnog minder goed aansluiten op de stedelijke structuurvisie, cultuurvisie en/of het binnenstadsbeleid.

Binnen het instrumentarium van de Omgevingswet vindt visievorming plaats in de omgevingsvisie en wordt dit uitgewerkt in omgevingsprogramma’s. Daarnaast kent de gemeente niet-wettelijk beleid. Voor zover nodig kan de gemeente nog aanvullende op de locatie gerichte kaders opstellen. Deze beleidstukken worden bij de afweging voor een ontwikkeling betrokken.

Afname van rechtszekerheid en investeringsbereidheid Met name in de culturele sector is lange termijn zekerheid cruciaal voor fondsenwerving, publieksprogrammering en partnerschap. Het ontbreken van een helder planologisch kader kan: - de bereidheid van investeerders, museale partners of fondsen verminderen; en - tot twijfel leiden over haalbaarheid en consistentie van gemeentelijk beleid.

Zolang er geen beeld bestaat over een financieel, ruimtelijk en technisch uitvoerbaar programma kan de gemeente geen regels opnemen in het omgevingsplan om die ontwikkeling te faciliteren. Zie verder bovenstaande antwoorden.

H.

Het omgevingsplan heeft een verordenend karakter en is zelf niet visievormend. Eerst dient voor de Egelantier het beoogde programma (functies en bouwmogelijkheden) duidelijk te worden en op uitvoerbaarheid te zijn onderzocht. Pas dan kan dit leiden tot een eventuele wijziging van het omgevingsplan dan wel een vergunning in afwijking van het omgevingsplan (bopa).

Historische Vereniging Haerlem

Zienswijze

Antwoord

Cultureel erfgoed De Historische Vereniging Haerlem (HVH) heeft met instemming de ontwerpwijziging omgevingsplan deelgebied Haarlem – Centrum gelezen. De bescherming van het cultureel erfgoed in de fysieke

We danken de Historische Vereniging Haerlem voor deze reactie.

8

leefomgeving en de bescherming van de stadsgezichten en beeldbepalende gebouwen blijft ongewijzigd. In de Ontwerpwijziging is helder omschreven wat gemeentelijke monumenten zijn; dat schept duidelijkheid voor gebruikers en initiatiefnemers voor verandering in de omgeving. De regels hoe tot het aanwijzen van een gemeentelijk monument te komen, wijken niet af van de oude verordening. Ook daarmee kan HVH instemmen. Regels over de omgeving van een monument De instructieregel in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) 5.130 staat dat de gemeente regels moet opstellen voor de omgeving van een monument zodat activiteiten in de omgeving het monument zelf niet ontsieren of beschadigen. De ontwerpwijziging stelt dat onder de omgeving van een monument wordt verstaan: a. gronden kadastraal behorende bij het monument; b. kadastrale gronden direct grenzend aan het monument; c. openbaar toegankelijk gebied direct grenzend aan het monument; d. gronden die deel uitmaken van de redengevende omschrijving van het monument. HVH vindt deze omschrijving van de omgeving van een monument te beperkt. Bij het beschermen van monumenten gaat het al een tijd meer om het geheel, oftewel het ensemble, dan enkel om een monumentaal pand op zich. De omgeving beperken “tot kadastrale gronden direct grenzend aan het

In de nota van toelichting – Besluit kwaliteit leefomgeving staat het volgende: “Hoewel de lokale situatie en de aard van het monument bepalend zullen zijn voor de vraag wat er in dit verband onder de omgeving moet worden verstaan, zal het in zijn algemeenheid gaan om de directe omgeving van het monument.” De begripsbepaling uit het omgevingsplan sluit hierbij aan. De gemeente Haarlem benadrukt dat, los gezien van de omschrijving, de regels in het omgevingsplan volstaan om aantasting van de omgeving van monumenten te voorkomen. Haarlem hanteert al jaren conserverende planregels in haar bestemmingsplannen ter bescherming van de ruimtelijke kwaliteit, waaronder cultuurhistorisch erfgoed. Dit geldt in het bijzonder voor de beschermde stadgezichten, beeldbepalende bouwwerken en monumenten, maar ook voor de openbare ruimte. De gemeente wijst voor de volledigheid op het standpunt van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. “….. Als het beschermd monument binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht staat/ligt, waarvoor in het omgevingsplan een passende bescherming is geregeld, is daarmee hoogstwaarschijnlijk ook al voldoende geregeld om aantasting van de omgeving van dit beschermd monument te voorkomen. Dat loopt dan via de beschermende bepalingen in het bestemmingsplan en de welstandseisen.

Bron website Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.” De Haarlemse voormalige bestemmingsplannen, opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan voldoen hieraan. Het begrip ‘omgeving van een monument’ is gewijzigd naar ‘omgeving van onroerend cultureel erfgoed’. Hieronder vallen ook beeldbepalende bouwwerken en beschermd stads- en dorpsgezicht.

9

monument” en tot “openbaar toegankelijk gebied direct grenzend aan het monument” strookt daar niet mee. HVH pleit ervoor een ruimer gebied als omgeving van een monument vast te stellen en ook daar de zichtlijnen een bepalende rol te laten spelen. Uitgangspunt zou moeten zijn dat het geheel bij, naast en om het monument als omgeving aangemerkt wordt. Dit doet recht aan de gedachte dat het ensemble bescherming verdient. Bij bijzondere monumenten zal wellicht een meer specifieke omgeving moeten worden aangegeven; oftewel zoals eerder aangegeven ‘generiek waar kan, maar specifiek waar moet’.

Dit begrip komt in het omgevingsplan uitsluitend voor in artikel 9.1 Adviescommissie, tweede lid. Hierin wordt bepaald dat voor de uitvoering van haar taak de adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK) bij haar advies ook de invloed van de omgevingsplanactiviteit op de omgeving van onroerend cultureel erfgoed kan betrekken, ter beoordeling of dat cultureel erfgoed door die invloed wordt ontsierd of beschadigd.

In artikel 4.34, Aanvullende bouwregels Rijksbeschermd stadsgezicht, monumenten en beeldbepalende bouwwerken, zijn terecht regels opgenomen voor wijzigingen aan de gebouwen zelf. Over de omgeving van de beschermde stadsgezichten en beeldbepalende bouwwerken zegt de ontwerpwijziging helaas niets. Ook voor de omgeving van deze ‘monumenten’ zijn regels nodig zodat eenieder weet waar hij of zij aan toe is. De instructieregel van het Rijk geldt ook voor beeldbepalende of karakteristieke panden HVH pleit ervoor ook over de omgeving van de beschermde stadsgezichten en beeldbepalende bouwwerken regels in de ontwerpwijziging omgevingsplan op te nemen.

De omgevingswet verwijst voor het begrip monument naar de Erfgoedwet: ‘een onroerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed’. De gemeente rekent daarmee zowel ‘beschermd stadsgezicht’ als ‘beeldbepalende bouwwerk’ onder ‘monument’ als bedoeld in het begrip ‘omgeving van een monument’. De regels ter bescherming van de omgeving van een monument acht de gemeente afdoende beschermd. Ter verduidelijking heeft de gemeente de volgende aanpassingen gedaan.

Het advies van de AOK dient zich conform vaste jurisprudentie in beginsel te richten naar de bouwmogelijkheden die het omgevingsplan biedt. Alleen wanneer de planregels meer keuze laten tussen verschillende mogelijkheden om een bouwplan te realiseren, is er meer beoordelingsruimte. Hier is slechts in beperkte gevallen sprake van, bijvoorbeeld als ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt in het omgevingsplan. Binnen de context van deze beschermende regels en de daarmee beperkte beoordelingsruimte bestaat er geen aanleiding de omschrijving van onroerend cultureel erfgoed te verruimen.

Toegevoegd aan de begrippenlijst is het begrip ‘onroerend cultureel erfgoed’: onder onroerend cultureel erfgoed wordt verstaan; a. (voorbeschermd) gemeentelijk monument; b. (voorbeschermd) provinciaal monument; c. (voorbeschermd) rijksmonument; d. archeologisch monument; e. beeldbepalend bouwwerk; f. rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht. Het begrip ‘omgeving van een monument’ is gewijzigd in ‘omgeving van onroerend cultureel erfgoed’: onder de omgeving van onroerend cultureel erfgoed wordt verstaan: a. gronden kadastraal behorende bij het onroerend cultureel erfgoed; b. kadastrale gronden direct grenzend aan het onroerend cultureel erfgoed; c. openbaar toegankelijk gebied direct grenzend aan het onroerend cultureel erfgoed; 10

Afwezigheid van regels zal in de praktijk tot grote onduidelijkheid leiden, zowel voor initiatiefnemers die iets aan de omgeving willen wijzigen als voor diegenen die van mening zijn dat een wijziging een aantasting van het monument zelf is. Een verstoring van een zichtlijn kan een monument ontsieren, zoals bijvoorbeeld in het verleden de optopping aan de Kinderhuisvest ongelukkigerwijs al heeft laten zien. Heldere regels zijn nodig. Dit voorkomt discussies, zoals bij het Brinkmann-complex. “Voor de uitvoering van haar taak kan de adviescommissie bij haar advies ook de invloed van de omgevingsplanactiviteit op de omgeving van een monument betrekken, ter beoordeling of dat monument door die invloed wordt ontsierd of beschadigd.” Naar onze mening is hier geen sprake van ‘kunnen’ maar van ‘moeten’, zoals blijkt uit artikel 17.1.1 van de Omgevingswet, over de gemeentelijke adviescommissie die “in ieder geval tot taak heeft te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument.” Daar vallen ook activiteiten in de omgeving van het monument onder.

d. gronden die deel uitmaken van de redengevende omschrijving van het onroerend cultureel erfgoed. De gemeente is van mening dat de bestaande regels, overgenomen uit het tijdelijk omgevingsplan en de Erfgoedverordening, helder en afdoende beschermend zijn. De gemeente wijst erop, dat de aangehaalde voorbeelden nou juist gerealiseerd zijn in afwijking van het omgevingsplan.

We gaan ervan uit dat de HVH doelt op artikel 17.9 Omgevingswet. Hierin is bepaald dat de gemeenteraad een commissie (Adviescommissie Omgevingskwaliteit) instelt die in ieder geval tot taak heeft te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument. De Omgevingswet definieert een rijksmonumentenactiviteit als volgt: een activiteit inhoudende het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een rijksmonument of een voorbeschermd rijksmonument of het herstellen of gebruiken daarvan waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Hieruit vloeit niet per se voort dat de AOK bij de advisering verplicht de omgeving van een rijksmonument dient te betrekken. De gemeente gaat ervan uit dat de Adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK) de invloed van de omgevingsplanactiviteit op de omgeving van onroerend cultureel erfgoed betrekt, indien dit aan de orde is. Er is voor gekozen hier enige ruimte te laten aan de adviescommissie om te voorkomen, dat deze verplichting zich uitstrekt tot gevallen waar dit feitelijk niet speelt. We wijzen erop dat het hier gaat om bouwmogelijkheden, die bij recht zijn toegestaan in het omgevingsplan. De afwegingsruimte voor de AOK is daarmee heel beperkt en heeft hoofdzakelijk betrekking op welstand.

De bepaling zal daarmee met name bij ontwikkelplannen een rol spelen, voor zover zo’n deel van het omgevingsplan meerdere mogelijkheden biedt om een bouwplan te realiseren.

11

Naar mening van de HVH is regeling dat de beoordeling van de omgevingsplanactiviteit in de omgeving van monumenten door de Adviescommissie Omgevingskwaliteit dan ook geen uitvoering van de instructieregel van artikel 5.130 van de Bkl.

Als eerste wijzen we erop dat ook zonder deze regel de gemeente van mening is dat aan de instructieregel van artikel 5.130 van de Bkl is voldaan. Deze regel is onderdeel van het geheel aan instrumentarium ter bescherming van onroerend cultureel erfgoed.

De ontwerpwijziging stelt dat de Adviescommissie omgevingskwaliteit bij een beoordeling uitgaat van “de Nota Ruimtelijke Kwaliteit Deel 1, Nota Ruimtelijke Kwaliteit Deel 2 en Nota Dak (28 juni 2012), met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze beleidsregels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning.” In deze nota’s staat, begrijpelijk, niet expliciet iets over de omgeving van monumenten. Een aanvulling op deze Nota’s over de omgeving van een monument is dus op korte termijn wenselijk. HVH is van harte bereid hierover mee te denken.

Deze reactie heeft geen betrekking op de ontwerpwijziging van het omgevingsplan zelf en valt daarmee buiten de kaders van deze procedure. Mocht de gemeente het voornemen hebben tot het ontwikkelen van nieuw beleid op dit onderwerp, dan zal participatie onderdeel van het proces zijn. We zullen de HVH in dat geval zeker de mogelijkheid bieden te participeren.

Omgevingskwaliteit In de doelstelling van de Omgevingswet is een nieuw begrip opgenomen: omgevingskwaliteit. Over wat omgevingskwaliteit voor Haarlem betekent, zegt de ontwerpwijziging omgevingsplan helaas niets. Wij kunnen ons goed voorstellen dat het opstellen van juridisch bindende regels over omgevingskwaliteit lastig is zo lang niet helder is wat voor Haarlem omgevingskwaliteit inhoudt. Wij stellen het college ook voor een Nota Omgevingskwaliteit op te stellen, in navolging van andere gemeenten. Op basis hiervan kan de gemeente komen tot een programma

Deze reactie heeft geen betrekking op de ontwerpwijziging van het omgevingsplan zelf en valt daarmee buiten de kaders van deze procedure. Mocht de gemeente het voornemen hebben tot het ontwikkelen van nieuw beleid op dit onderwerp, dan zal participatie onderdeel van het proces zijn. We zullen de HVH in dat geval hierbij zeker de mogelijkheid bieden te participeren.

Voor de volledigheid wijzen we erop, dat in het omgevingsplan deze regeling is aangepast. Deel 1 van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit en de Nota dak betreft het visiedeel en vormt daarmee geen toetsingskader voor vergunningplichtige activiteiten die zijn toegestaan binnen het omgevingsplan. De verwijzingen naar Deel 1 en Nota Dak zijn uit de regeling verwijderd.

12

Omgevingskwaliteit en regels opstellen die in het omgevingsplan van Haarlem worden opgenomen. HVH is zeer bereid om mee te denken wat omgevingskwaliteit voor Haarlem inhoudt.

I.

Platform Groen

Zienswijze

Antwoord

Het Platform Groen mist de aandacht voor de groenvoorzieningen in het omgevingsplan. We hopen dat de ontbrekende beschrijvingen voor groenvoorzieningen na het verwerken van de reacties zijn toegevoegd

Het omgevingsplan is een instrument met een verordend karakter en is hiervoor niet het geschikte instrument. Er worden om die reden geen beschrijvingen voor groenvoorzieningen opgenomen. Dit vindt plaats in andere beleidsdocumenten variërend van omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s tot overig gemeentelijk beleid.

1.

1.

2. 3.

4. 5.

6.

Beschrijf de term ‘omgevingskwaliteit’ inclusief de groenvoorzieningen: Bestem het NNH als natuurgebieden/natuurlandschap. Voorkom dat in de bestemming groen zonder vergunning verharding voor o.a. fiets en voetpaden wordt aangelegd. Dat net als bij bestemming water wordt toegevoegd dat er niet mag worden gebouwd. Voeg de motivering van de ETFAL toe met daarin de functies van de groenvoorzieningen. Geef aan op welk moment de bomenverordening en ander (groen)beleid worden meegenomen. Voeg aan het programma natuur de waarden (ecosyteemdiensten) toe die het bladgroen

2. 3.

4.

5.

De term ‘omgevingskwaliteit’ is een veelomvattend begrip dat landelijk niet eenduidig wordt uitgelegd. Het omgevingsplan is niet het juiste instrument om deze term te beschrijven. Daarvoor is de omgevingsvisie het aangewezen instrument indien dit nodig wordt geacht. Deze wijziging is beleidsneutraal en neemt alleen de bestaande ruimtelijke regels voor groen en verkeer over. Het opnemen van een aanlegvergunningenstelsel is niet beleidsneutraal; het leidt tot onnodige bureaucratische lastenverzwaring; het betreft in hoofdzaak gemeentegrond. De gemeente kan dus zelf afwegen of aanleg van wegen of fietspaden wenselijk is of niet. In artikel 5.4 staat verder dat behoudens vergunningsvrij er geen bouwwerken zijn toegestaan. De motivering en conclusie dat voldaan is aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties staat in de Goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving (Goflo), opgenomen als bijlage bij het ontwerpbesluit. Vanwege het beleidsneutrale karakter is het niet nodig specifiek in te gaan op groenvoorzieningen. De gemeente heeft tot eind 2031 de tijd verordeningen te verwerken in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Bepaalde verordeningen moeten eerst geactualiseerd worden, voordat ze gereed zijn 13

van groenvoorzieningen kan leveren aan de fysieke leefomgeving. 7. Beschrijf op basis van het Groenbeleidsplan, het Bomenbeleidsplan, Ecologisch beleidsplan, NNH en de Bomenverordening welke ruimte en functies van bladgroen in de fysieke leefomgeving aanwezig moeten zijn. 8. Stel een Nota Omgevingskwaliteit op, waarin het beleid wat waardevol is in de openbare ruimte wordt vastgelegd. 9. Bij welke specifieke locaties zal, in zelfstandige procedures voor gebiedsontwikkelingen, het omgevingsplan worden gewijzigd. Bevatten die wijzigingen ook specifieke regels voor behoud en toename van groen en natuurinclusiviteit, voor zover aan de orde. Voorgesteld wordt artikel 3.46 te wijzigen. Vervang de tekst door: Artikel 3.46 Monumentale boom: 1. Gronden onder de boomkroon met de aanduiding monumentale boom zijn, behalve voor de andere daar voorkomende activiteiten, bedoeld voor de bescherming van de monumentale boom en de groeiplaats (toekomstige kroonprojectie). 2. In aanvulling op het bepaalde bij de andere daar voorkomende activiteit(en) geldt dat het verboden is om op deze locaties te bouwen. Gevraagd wordt aan art 3.47 lid 1 het volgende sublid toe te voegen: i Het gebruik als opslagterrein van een bouw- en civieltechnische werk

om in het omgevingsplan te worden verwerkt. De gemeente werkt eerst aan het bomenbeleidsplan, voordat de bomenverordening aan de beurt komt. Deze reacties onder 6 t/m 9 hebben geen betrekking op de ontwerpwijziging van het omgevingsplan zelf en vallen daarmee buiten de kaders van deze procedure.

De regels in het omgevingsplan moeten doelmatig zijn en onderling samenhang vertonen. Ook moeten zaken niet dubbel geregeld worden. Monumentale bomen worden primair beschermd worden door de Bomenverordening. De onderhavige regeling heeft slechts een beperkte meerwaarde, als het gaat om een bouwverbod. De groeiplaatsen zijn alleen opgenomen op gronden met de functie groen en verkeer. Binnen de functie groen en verkeer zijn uitsluitend vergunningsvrije bouwwerken toegestaan. Op dit moment bestaat geen aanleiding dit artikel aan te passen vooruitlopend op de inpassing van de Bomenverordening.

Het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg is geregeld in de Algemene Plaatselijke Verordeningen. Voor het genoemde gebruik dient een ontheffing te worden aangevraagd op grond van artikel 2.10 APV.

14

Artikel 3.47 Aanlegvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 1. Voor de volgende werken of werkzaamheden is een aanlegvergunning vereist bij monumentale bomen:

J. Zienswijze

Antwoord

In het voorgaande plan, had het gehele aangebouwde bijgebouwtje van ca. 50 m2 behorend bij Begijnhof 10 – tevens gelegen achter Jansstraat 59 (bij eerder gebruik ook wel bekend als de ‘Catechisatieruimte’), een maximale goothoogte van 4 meter, conform de werkelijke situatie. Hoewel het gehele perceel behorend bij beide genoemde adressen c.q. Begijnhof 10 de annotatie ‘Monument’ heeft – en er dus geen aanpassing van de bestaande (dak-)contouren mogelijk zou moeten zijn – hechten wij aan het behoud van deze maximale goothoogte voor dat gehele vlak van 50 m2, mede gezien de grenzeloze bouwplannen, van de eigenaar van het perceel.

Het bijgebouw op Jansstraat 59 had in het bestemmingsplan ‘Bakenes’ (= tijdelijk omgevingsplan) de aanduiding ‘goothoogte 4 meter’. De Jansstraat 59 had, behalve het voorhuis, toen nog geen aanduiding ‘monument’ (orde-1).

Een verwijdering van deze aanduiding ‘goothoogte’ uit het plan is bovendien strijdig met Artikel II van het Besluit omtrent het nieuwe plan: “…. De ruimtelijke regels zijn zoveel mogelijk beleidsneutraal

De verwijdering van de aanduiding ‘goothoogte’ is niet strijdig met het beleidsneutrale principe van het omgevingsplan. Met de aanduiding ‘monumenten’ is geregeld dat de bestaande goothoogte moet worden gehandhaafd. Bestaande rechten worden gerespecteerd; ze worden alleen met een andere aanduiding geregeld.

In het omgevingsplan hebben we de aanduiding ‘orde-1’ vervangen door de aanduiding ‘monument’. Voor monumenten geldt dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte en dakvorm gehandhaafd moeten blijven. Waar de Jansstraat 59, afgezien van het voorhuis, eerst niet de aanduiding ‘orde-1’ had, heeft die nu wel de aanduiding ‘monument’. De aanduiding ‘goothoogte 4 meter’ is daarmee komen te vervallen. Er is echter een vertekening ontstaan in de geometrie van de aanduiding ‘monument’, waardoor een klein stukje van het gebouw buiten die geometrie is gevallen. Op dat stukje is de aanduiding ‘goothoogte 4 meter’ teruggekomen. Dankzij uw zienswijze is deze vertekening aan het licht gekomen. We herstellen de vertekening door het stukje van het gebouw dat nu de aanduiding ‘goothoogte 4 meter’ heeft, toe te voegen aan de geometrie ‘monument’. Daarmee is voor het gehele adres Jansstraat 59 geregeld dat de bestaande goothoogtes, bouwhoogtes en dakvormen gehandhaafd blijven.

15

overgenomen en bestaande rechten zoveel mogelijk gerespecteerd.” Daarnaast – en mede gezien de huidige mode van ‘optoppen’ bij zelfs monumentale gebouwen, zouden wij ook graag zien dat de maximum goothoogte van het hoofdgebouw van het theater zelf (8 meter) ingetekend/gehandhaafd blijft in het plan – of liever nog – verlaagd wordt naar de werkelijke toestand. Dat geldt tevens voor de garage op Begijnesteeg 1010D, waar wij op het dak uitkijken; daar dient conform het voorgaande plan - de maximale goothoogte op het plan 6 meter te bedragen.

Voor het theater geldt hetzelfde, namelijk dat de goothoogte nu is vastgelegd via de aanduiding ‘monument’. De garage aan de Begijnesteeg 10 had in het voorgaande bestemmingsplan de aanduiding ‘orde-2’. Deze aanduiding is in het omgevingsplan vervangen door de aanduiding ‘beeldbepalend bouwwerk’. Voor de aanduiding ‘beeldbepalend bouwwerk’ is hetzelfde geregeld als de aanduiding ‘monumenten’; De bestaande goothoogte, bouwhoogte en dakvorm gehandhaafd moeten blijven. De aanduiding ‘goothoogte 6 meter’ is daar komen te vervallen.

2. Ambtshalve wijzigingen op voorstel van het college Algemeen Aanpassing De raadpleegbaarheid ten opzichte van het ontwerp is verhoogd als gevolg van diverse technische aanpassingen. Zo zijn er gebiedsaanwijzingen, omgevingsnormen en annotaties aan de regels toegevoegd. Dit maakt de relevante regels sneller vindbaar in ‘regels op de kaart’. Er zijn diverse redactionele aanpassingen gedaan ter verduidelijking van de regels. Er zijn onnodige (delen van) regels en geometrieën verwijderd.

Geometrieën Nr. Locatie 1. Diverse locaties 2.

Noordgevel patio Jansstraat 59

3.

Botermarkt 28, Friese Varkenmarkt 13a, Grote Houtstraat 66, Grote Houtstraat 140a, Grote Houtstraat 188 Stationsplein 2a, Wilsonsplein 25

Aanpassing In het tijdelijk deel van het omgevingsplan ontbraken in verschillende bestemmingsplangebieden op een aantal panden maatvoeringen (goot- en/of bouwhoogtes). De bestaande maatvoering is alsnog vastgelegd. Naar aanleiding zienswijzen is de goothoogte 4 m verwijderd en de aanduiding ‘monument’ toegevoegd. Op genoemde adressen staan kiosken. Die ontbraken in het ontwerp en zijn alsnog toegevoegd met de aanduiding kiosk -bloemist dan wel de kiosk -viswinkel. 16

Regels Nr. 1.

Aanpassing Hoofdstuk 1 Algemene regels Artikel 1.1 Begripsbepalingen bijlage III

• •

2.

Hoofdstuk 2 Regels voor gebruik gronden en bouwwerken Artikel 2.17 sportschool

3.

Artikel 2.46 (nu 2.45) Gebruiksregels

4. 5.

Artikel 2.55 lid 3 (nu 2.55?) horeca t/m categorie 2 Artikel 2.64 (nu 2.63) Kinderdagverblijf

6. 7. 8.

Artikel 2.84 Seksinrichting Artikel 2.89 (nu 2.87) Toepassingsbereik Artikel 2.90 (nu 2.88) Toegestane activiteiten algemeen

9. 10.

Artikel 2.91 (nu 2.89) wonen uitgesloten Artikel 2.95 ( nu 2.93) Wonen De Koepel Artikel 2.97 ( nu 2.95) Gebruiksregels

11.

Artikel 2.97 (nieuw) Aanvullende gebruiksregels wonen De Koepel Artikel 2.115 (nieuw) Verbod op flitsbezorging

12. 13.

Hoofdstuk 3 Artikel 3.12 Uitzondering op vergunningplicht Art 3.14 Beoordelingsregels

14.

Artikel 3.23 Algemene bouwregels / dakkapellen

Begrip ’omgeving monument’ is gewijzigd naar ‘omgeving van onroerend cultureel erfgoed’ Begrip ‘onroerend cultureel erfgoed’ is toegevoegd.

Aanpassing Artikel 2.17 sportschool is verplaatst naar art 2.78 in Paragraaf 2.2.11 Sportvoorzieningen. Lid 2 is een bepaling over o.a. markten en ambulante handel. Deze bepaling is overbodig en geschrapt. Lid 3 is ‘op de verdiepingen’ gewijzigd naar ‘vanaf de eerste verdieping’. Lid 2: de naam van de aanduiding gewijzigd naar ’kinderdagverblijf met begrenzing vloeroppervlak’ ‘Seksinrichting in de tuin toegestaan’ is verwijderd op verzoek eigenaar. Lid 2 en 3 zijn al geregeld in artikel 2.89 en daarmee geschrapt. Lid: hospitaverhuur en mantelzorg uit het tijdelijk deel omgevingsplan zijn alsnog toegevoegd. is gewijzigd van ‘wonen uitgesloten naar’’ wonen op begane grond uitgesloten’ Lid 2 is verplaatst naar artikel 2.97. Onder b en c zijn de regels voor hospitaverhuur en mantelzorg uit het tijdelijk deel omgevingsplan toegevoegd. Ontbrekende regels uit het tijdelijk deel omgevingsplan zijn alsnog toegevoegd.

Aanpassing Lid c dakkapel in voordakvlak in welstandsvrije gebieden is verwijderd. • Lid 1, sub is de verwijzing naar de Nota Ruimtelijke Kwaliteit verwijderd en vervangen door lid 3 en lid 4 • Lid 2, suba over ‘welstandsvrije gebieden en bouwwerken’ is verwijderd. • Lid 3: onder b is een hoogte maat 1,5 m toegevoegd voor dakkapellen in het voordakvlak. 17

• 15.

Artikel 3.24 Bouwregels tuin Artikel 3.28 Bouwregels Prinsen Bolwerk 3b

16. 17.

Artikel 3.29: Bouwregels De Koepel Artikel 3.29 (nu 3.30) Repressief welstand

18.

Hoofdstuk 5 Regels voor gebruik en bouwen in de openbare ruimte Artikel 5.20 Kiosk

19.

Artikel 5.22 Viskraam

20.

Hoofdstuk 6 Regels voor milieubelastende activiteiten Artikel 6.29 Energie: Maatregelen

21. 22. 23.

Artikel 6.37 Geluid: onderzoek Subparagraaf 6.3.4.3 Geluid door windturbines Paragraaf 6.3.18 Opwekken van elektriciteit met een windturbine

24.

Hoofdstuk 9 Procesregels Artikel 9.1 Adviescommissie Omgevingskwaliteit

25.

Hoofdstuk 22 Activiteiten (Bruidsschat)

Lid 4: regels over dakkapellen in het achterdakvlak zijn verwijderd. Dit wordt al geregeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving (artt: 2.29 en 2.30 Bbl). Lid 2, lid 3 en lid 5 zijn redactioneel aangepast. is veralgemeniseerd naar artikel 3.28 Bestaande maatvoering handhaven: Bij de aanduiding bestaande maatvoering handhaven dient, in afwijking van het bepaalde in artikel 4.34, de bestaande maatvoering gehandhaafd te blijven. Ontbrekende regels uit het tijdelijk omgevingsplan zijn toegevoegd. Dit betreft een artikel uit de bruidsschat. Lid 1 is redactioneel aangepast; lid 2 (welstandsvrije gebieden/bouwwerken) is niet van toepassing in Haarlem en verwijderd. Aanpassing De aanduiding kiosk is gewijzigd naar kiosk – Bloemist overeenkomstig het bestaande gebruik. De aanduiding Viskraam is gewijzigd naar kiosk – Viswinkel overeenkomstig het bestaande gebruik. Aanpassing Het artikel was van toepassing tot 1 december 2023 (zie lid 4) en is daarmee verwijderd. Lid 1 sub b is gereserveerd in afwachting nieuwe rijksregelgeving over windturbines. De artikelen 6.53 t/m 6.56 zijn gereserveerd in afwachting nieuwe rijksregelgeving. De artikelen 6.180 t/m 6.186 zijn gereserveerd in afwachting nieuwe rijksregelgeving.

Aanpassing Lid 2 redactioneel gewijzigd. ’omgeving monument’ is gewijzigd naar ‘omgeving van onroerend cultureel erfgoed’ Alle regels zijn verspreid over de verschillende hoofdstukken (o.a. Hstk 3, 4, 6 en 9). Uitzondering hierop zijn de regels over windturbines. Deze regels blijven vooralsnog in het tijdelijk deel van het omgevingsplan in afwachting van nieuwe rijksregelgeving. Het betreft artikel 22.60 lid 1, b geluid: onderzoek; Subparagraaf 22.3.4.3 Geluid door windturbines, artikelen 22.79 t/m 22.82; Paragraaf 22.3.18 Opwekken van elektriciteit 18

met een windturbine, artikelen 22.214 t/m 22.220. Deze bepalingen staan vanwege de nieuwe indeling in hoofdstuk 11.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16255923/3