Bijlage A Masterplan Hart voor Oostpoort
Tekst van het document
Dubbele bomenrij Woningen met terrassen Fietsbrug Fiets- & busverbinding
Droge corridor Watergang
Doorsnede Spoorpark
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
42
Dubbele bomenrij Woningen met terrassen
Fietsverbinding
Droge corridor Watergang
Viaduct
Doorsnede Spoorpark
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
43
Referenties Spoorpark
Ruimte voor water en groen in het spoorpark
Routes voor langzaamverkeer
Plekken voor informeel spelen in een natuurlijke setting
Plekken aan het water
Plekken aan het water
Het water langs het Veerpad biedt veel kansen voor ecologie
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
44
Stationsplein Zuid Het stationsplein Zuid ligt ten westen van het ontwikkelveld. Een directe verbinding tussen ontvangstdomein van het station, voetgangersbrug en lift is van belang om reizigers snel en veilig naar de perrons te leiden. Er is een directe verbinding tussen de doorgaande fietsverbindingen en de parkeervoorzieningen voor de fiets. Aan de westzijde gaat het stationsplein over in een urban sports park en de opgang voor de fietsbrug. Ontvangstgebied
Het toevoegen van een paviljoen op deze plek zorgt voor een plek waar mensen elkaar kunnen treffen, een kopje koffie drinken en zorgt ook voor sociale veiligheid in het gebied. De combinatie van een paviljoen met een urban sportspark en de nieuwe voetgangersbrug geven een nieuwe identiteit aan deze plek.
Voetgangersbrug
Fietsenstallingen
Actieve plinten
Fietsverbinding
Paviljoen
Bushalte
Doorsnede Stationsplein Zuid
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
45
Urban sports park Deze plek verdient het om meer te zijn dan wat het nu is. Een urban sports park met bijvoorbeeld een skatepark lijkt hier een uitgelezen programma. Er is al sprake van geluidsoverlast door infrastructuur en de ruimte onder de brug geeft een sfeer die hierbij past. Urban sports park en fietsbrug vormen samen een iconisch geheel in het plangebied. De lange hellingbaan die nodig is om de acht meter hoogte van het spoor te kruisen, vormt een opvallende lus boven het skatepark en het water.
Ontvangstgebied
Voetgangersbrug
Actieve plinten
Urban sports park Fietsverbinding
Fietsenstallingen
Doorsnede urban sports park
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
46
Referenties Stationsplein Zuid en urban sports park
Een plek maken waar kinderen zich welkom voelen en veilig zijn
Skatepark in Hengelo heeft het stationsgebied een boost gegeven in levendigheid.
Fietsbrug en de inrichting van het plein kunnen elkaar versterken
De combinatie van spelen en de fietsbrug biedt nieuwe kansen
Hoogteverschil op een inspirerende manier oplossen
Plein en park nodigen op een ongedwongen manier uit tot ontmoeten, bewegen, sporten, spelen en ontspannen
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
47
Impressie Stationsplein Zuid (NB: de skatebaan is slechts een indicatie van een mogelijke invulling en maakt geen onderdeel uit van de businesscase van het masterplan)
Relatie tot het parkeerterrein van IKEA Het speciale programma aan de noordzijde van het Stationsplein bevindt zich aan de zuidzijde van het parkeerterrein van IKEA. Om een goede logistieke verbinding tussen dit programma en het parkeerterrein te waarborgen, wordt een maximale bouwrooilijn aangehouden op 4,5 meter uit de perceelsgrens. Tussen het parkeerterrein van IKEA en het meest noordoostelijk gelegen ontwikkelveld wordt langs de ontsluitingsroute een groene bufferzone gerealiseerd. Voor de woonbebouwing geldt hierbij een afstand
van 8 meter tot het parkeerterrein (rooilijn). Deze zone draagt bij aan een verbeterde woonkwaliteit: de woningen die zijn georiënteerd op het parkeerterrein profiteren van een groener uitzicht en een prettigere leefomgeving. Op de lange termijn liggen er kansen om een kwalitatieve entree voor IKEA te realiseren vanaf de zijde van het spoor, bijvoorbeeld in combinatie met gebouwde of anderszins geoptimaliseerde parkeeroplossingen. Dit biedt tevens mogelijkheden voor de ontwikkeling van een hoogwaardige, publieke ruimte met bijzondere aandacht voor de voetganger.
Doorsnede bij parkeerterrein IKEA
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
49
IKEA
Doorsnede bij parkeerterrein IKEA
Doorsnede straat langs het hek van Ikea
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
50
Comfort en kwaliteitsniveau De verblijfskwaliteit is het grootst op de twee stationspleinen en in het spoorpark. De inrichting, het straatmeubilair en materialen hebben een hoge kwaliteit en een onderhoudsregime dat daarop is afgestemd. Deze plekken hebben een goede bezonning en een prettig windklimaat. De afmetingen en de inrichting van de pleinen hebben een menselijke maat en zijn gericht op verblijven en ontmoeting. In het spoorpark ligt een prettige fietsroute die sociaal veilig is. In het spoorpark is ook ruimte voor goede habitats voor planten en dieren en het vergroten van de biodiversiteit. De woonstraten zijn onderdeel van de ontwikkelvelden en worden in evenwicht met de woningbouwontwikkeling gerealiseerd. De overige openbare ruimte in het gebied volgt de standaarden van de gemeente Haarlem in het Handboek inrichting openbare ruimte (HIOR).
Legenda Stationsplein (hoge kwaliteit) Spoorpark en Urban sports park (hoge kwaliteit) Overig (volgt HIOR)
Kaart schema kwaliteitsniveau openbare ruimte
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
51
3.5.2 Groen, water en ecologie Regionaal landschap en ecologische verbinding Het gebied Hart voor Oostpoort vormt een belangrijke poort tussen het landschap van Spaarnwoude met de Veerplas en polder, en de stad Haarlem. Dit biedt een grote kans om zowel de recreatieve als ecologische waarde van het gebied te versterken. Momenteel ontbreekt in het regionale ecologische netwerk (dat onderdeel uitmaakt van het Natuur Netwerk Haarlem) een verbinding. Dat komt doordat het gebied vooral wordt gebruikt voor (auto-)infrastructuur en bedrijvigheid. Met toekomstige ontwikkelingen kan deze ontbrekende schakel in het NNN/NNHnetwerk worden hersteld en vergroend. Dan ontstaat een doorlopende ecologische verbindingszone, bestaande uit bomenlanen en natte zones. Het gebied telt nu relatief weinig grote bomen, waardoor nieuwe aanplant en aansluiting op de omliggende hoofdbomenstructuur noodzakelijk is.
Regionale groen en ecologische structuur: nu (links) en in de toekomst (rechts)
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
52
Ecologische kansen De ligging van Hart voor Oostpoort biedt door verbinding met de waterstructuur en het landschap diverse ecologische kansen. Het aanleggen van waterpartijen met natuurvriendelijke oevers, het weghalen van verharding en vergroenen van de openbare ruimte en het planten van inheemse bomen, struiken en vaste planten, draagt bij aan een grotere biodiversiteit. Het ontwerpprincipe is het groen-blauwe karakter behouden en versterken. De overgang (gradiënt) van droge naar natte grond wordt versterkt door zachte oevers. De combinatie van waterretentie en groene daken vergroot de ecologische diversiteit en helpt mee extreme regenval en hitte op te vangen. Het spoorpark biedt mogelijkheden voor natuureducatie, bewonersparticipatie en speellocaties in het groen. De bewoners-community kan actief betrokken worden bij natuurvriendelijk beheer. Ook de omliggende gebouwen dragen bij aan de biodiversiteit door groene daken, gevelbegroeiing, nestkasten voor vogels en insecten, en slaapplaatsen voor vleermuizen. Samen versterken deze maatregelen de ecologische functie van het gebied en creëren ze een veerkrachtig, natuurinclusief stedelijk landschap.
Legenda Droge corridor
Boomgebonden soorten
Natte corridor
Heestersgebonden soorten
Boomcorridor
Bloemrijk graslandgebonden soorten
Openbaar groen Plein en straten Groen dak Bomen
Watergebonden soorten Gebouwgebonden soorten
Kaart schema ecologische kansen: habitat, corridor, diersoorten
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
53
Bomen en aanplantstrategie Bestaande bomen met een goede levensverwachting moeten bij de ontwikkeling van Hart voor Oostpoort behouden blijven. Nieuwe bomen moeten robuust en duurzaam zijn, met een voorkeur voor lokale soorten. Diversiteit in soorten verhoogt de ecologische waarde, voorkomt ziektes, biedt schaduw in openbare ruimtes en helpt bij het vormgeven van het stedelijk straatbeeld. De aanplant volgt zes typologieën. Om een monotoon beeld te voorkomen, is er variatie in hoogte en enkel- en meerstammige bomen. Speciale aandacht gaat uit naar de hoogte van de kroon, om zicht en evenwicht binnen het straatprofiel te waarborgen. Ook mag middelhoge vegetatie niet ten koste gaan van prettige doorzichten in het gebied en goede sociale veiligheid. Stationspleinen Elk plein is individueel ontworpen en heeft een eigen karakter. Bomen variëren van categorie I tot III. De pleinen zijn soortenrijk, klimaatbestendig en bevorderen langdurige ecologische stabiliteit. De combinatie van enkel- en meerstemmige bomen versterkt het ritme en de ruimtelijke gelaagdheid. Spoorpark Het park langs het spoor is lineair aangeplant, met name met categorie I bomen in dubbele rijen. Inheemse soorten vormen de basis van een droge ecologische corridor. Middel- en lage vegetatie, gecombineerd met zachte hoogteverschillen, creëren nestelplaatsen voor kleine zoogdieren en insecten, waaronder wilde bijen.
Legenda Bestaand Vervangen
Kaart schema bomen (bestaand, vervangen, nieuwe aanplant)
Nieuwe aanplant
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
54
Lineaire verbindingen Lineaire verbindingen zoals straten en paden worden benadrukt door rijen bomen en lage vegetatie. Die dienen ook als infiltratiezones voor regenwater. Soorten moeten zouttolerant zijn. Een mix van minimaal drie soorten garandeert weerbaarheid tegen ziektes en plagen. Buurtstraten Buurtstraten worden ontworpen als groene structuren met lage en middelhoge vegetatie, aangevuld met kleinere bomen met delicate kruinen om overmatige schaduw te voorkomen. Bomen vallen voornamelijk in categorie II en III. Waterzones Noordzijde: Weinig hoge bomen om toekomstige uitbreiding van het spoor of HOV mogelijk te maken. Enkele categorie III-bomen, aangevuld met wilgensoorten en andere vochtminnende planten. Zuidzijde: Behoud van bestaande bomen waar mogelijk, aangevuld met waterbestendige soorten.
Legenda Boomcorridor Spoorpark bomen van de 1e orde
Binnenplaatsen bomen 2e en 3e orde bomen
Secundaire straten - 1e en 2e orde bomen
Behouden bomen
Bomen op pleinen - 1e-3e orde bomen (veerkracht)
Kaart schema bomen (maat, type)
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
55
Inheemse soorten
Alnus x spaethii - Kaukaisiche els
Acer campestre - Spaanse aak
Corylus colurna -Boomhazelaar
Fraxinus Excelsior - Gewone es
Quercus pubescens - Donzige eik
Tilia cordata- Winterlinde
Fagus sylvatica - Beuk
Acer pseudoplatanus - Gewone esdoorn
Sorbus aucuparia -Meerstammige lijsterbes
Acer rubrum ‘red sunset’ - Rode esdoorn (cv)
Ostrya Carpinifolia- Europese hopbeuk
Liquidambar styraciflua ‘worplesdon’Amberboom
Liquidanbar Styraciflua- Haagbeuk
Sorbus intermedia ‘Brouwers’Zweedse meelbes
Klimaat bomen
Carpinus betulus - Gewone haagbeuk
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
56
Water Het huidige watersysteem in Hart voor Oostpoort is gelegen in een gebied met drie verschillende peilvakken. Twee polders en een boezem. Omdat er in het peilvak van de boezem geen verhardingstoename plaatsvindt, kan het plangebied worden onderverdeeld in twee peilvakken. Te weten de Noordzijde en de Zuidzijde. Het masterplan streeft ernaar bestaande wateroppervlakken zoveel mogelijk te behouden. En wel op de huidige locatie, ter ondersteuning van de aanwezige flora en fauna. Bouwen en verharden vereist bij een verhardingstoename van 500 m2 of meer verhardingscompensatie uitgevoerd binnen de afzonderlijke peilgebieden in de vorm van de aanleg van oppervlaktewater (15% van de verhardingstoename) of alternatieve waterberging (55mm/m2). Het hoofdwaterlichaam loopt langs de weg Amsterdamsevaart aan de noordzijde van het spoor. Deze watergang wordt verbreed. Naast het zuidelijke stationsplein wordt de bestaande vijver vergroot en geïntergreerd met de landing van de fietsbrug. Alle ingrepen houden rekening met het wateronderhoud op lange termijn. Regenwater vindt plaats via zachte oppervlakten in parken, pleinen, straten en tuinen. In het ontwerp van de openbare ruimte is ruimte opgenomen voor wadi's voor opslag en infiltratie. Ook gebouwen worden gebruikt ls tijdelijke buffervoorziening voor regenwater.
Iedere ontwikkeling draagt daarmee zorg voor het tijdelijk bergen en vasthouden van regenwater dat op privaat terrein valt. Hiervoor zijn regels opgenomen in het omgevingsplan die nader zijn omschreven in bijlage 4 van het masterplan. Samen zorgen deze maatregelen voor een klimaatbestendig, multifunctioneel watersysteem dat de ecologie, recreatie en stedelijkheid verbetert.
Grondgebruik en watercompensatie: nu (links) en in de toekomst zonder hov uitbreiding (rechts)
Legenda Water Groen (openbaar) Groen (in het bouwveld) Binnenplaats (50% verhard) Gebouwen (100% verhard) Verharde terrein (100% verhard) Grens
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
57
waterniveau 1 zomerpeil -1,82(mNAP) winterpeil -1,98(mNAP)
waterniveau 3 zomerpeil -0,61(mNAP) winterpeil -0,64(mNAP)
waterniveau 2 zomerpeil -1,75(mNAP) winterpeil -1,85(mNAP)
waterniveau 4 vast peil -2,12(mNAP)
Legenda Open wateroppervlak Retentie en infiltratie Groene daken Duiker
Kaart schema water
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
58
3.5.3 Mobiliteit Een van de belangrijkste doelen van het Masterplan Hart voor Oostpoort is het verbeteren van de mobiliteitsknoop rond station Haarlem-Spaarnwoude. Dat doen we volgens het principe van ‘Transit Oriented Development’. TOD ziet het openbaar vervoerssysteem als de ruggengraat en aanjager van de stedelijke ontwikkeling. Wonen en werken worden dicht bij het station ontwikkeld. Daarnaast zorgen we ervoor dat verschillende vervoersmiddelen – zoals lopen, fietsen, openbaar vervoer en de auto – goed op elkaar aansluiten. Met dit plan leggen we de basis voor een gebied dat uitnodigt om te lopen en te fietsen, dat goed aansluit op het openbaar vervoer en dat tegelijkertijd ruimte biedt voor auto’s waar dat echt nodig is. Zo ontstaat er een duurzame, aantrekkelijke en toekomstbestendige entree van Haarlem.
In de volgende paragrafen wordt per vervoersvorm (modaliteit) beschreven wat in het masterplan wordt beoogd. Een gedetailleerde uitleg vindt u in het beschrijvende document van het Programma van eisen van het stationsplein van Arcadis (zie Bijlage 6), het document over de fietsbrug van IPV Delft (zie Bijlage 8) en het Mobiliteitsplan van de gemeente Haarlem (zie Bijlage 7).
In het project wordt een nieuwe fietsbrug toegevoegd om de regionale noord-zuid route voor de fiets te verbeteren, en om de twee kanten van het spoor beter met elkaar te verbinden. De relatie tussen fiets, voetganger, automobilist en spoor wordt ook sterker gemaakt. De sociale veiligheid wordt beter gedurende een langer gedeelte van de dag omdat de loopstromen naar de perrons van het station en de fietsbewegingen vlak naast elkaar lopen boven het spoor. Zodoende maken er meer mensen gebruik van de route over het spoor. Ook wordt met het nieuwe ontwerp de route prettig en veilig verlicht. Station Haarlem Spaarnwoude wordt met dit plan een betere poort voor Haarlem, de werkgelegenheid in de Waarderpolder en de natuur in Spaarnwoude.
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
59
Voetganger De twee stationsgebieden zijn gericht op een goede en veilige routering voor langzaam verkeer. Het plan is zorgvuldig opgebouwd vanuit het STOMPprincipe (Stappen, Trappen, OV, MaaS (deeldiensten), Privéauto), in lijn met het mobiliteitsbeleid van Haarlem, het fietsbeleid en het huidige parkeerbeleid. Daarmee zorgen we voor een duurzame, toekomstbestendige en goed bereikbare wijk. In het plangebied wordt een goede autobereikbaarheid - voor IKEA en Waarderpolder van groot belang - en de voetgangerswereld van het station en de woongebieden bij elkaar gebracht. De twee ontwikkelvelden aan de noordzijde zijn autoluw en worden ingericht voor de voetganger. Er is zeer beperkt gemotoriseerd verkeer mogelijk door de autoluwe woonstraten (denk aan beperkte tijden, noodhulp en verhuizing) Deze woonstraat is verbonden met het stationsplein. Het stationsgebied is een plek waar uiteindelijk iedereen voetganger is of wordt. De bus rijdt aan de noordzijde over een over het stationsplein en halteert vlak bij het station. De ontvangstdomeinen van de stationsomgeving zijn specifiek ontworpen met focus op de voetganger. Hierbij worden het fietsparkeren, de lift en opgangen naar de perrons zo goed mogelijk gebundeld.
Met de nieuwe fietsbrug worden er ook nieuwe trappen naar de voetgangersbrug en naar de perrons gemaakt, om de route van een voetganger naar de trein zo direct mogelijk te maken. Het ontvangstgebied is voor iedereen (ook mindervaliden) goed toegankelijk. Het is overzichtelijk zonder verborgen hoekjes en sociaal veilig, ook als het donker is.
Legenda Pleinen en brug Gedeelde ruimte voor fietsers en voetganger Voetgangerszone (stoep) Zebrapad Recreatiedpad
Kaart schema voetgangers
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
60
Fiets Binnen Hart voor Oostpoort wordt stevig ingezet op het verbeteren van de fietsbereikbaarheid en het comfort voor fietsers. Centraal in het plan staat de realisatie van een nieuwe fietsbrug die de noord- en zuidzijde van het plangebied met elkaar verbindt. Deze fietsverbinding is beschreven in het rapport van IPV Delft (bijlage 8).
5 F20
De fietsinfrastructuur aan de zuidzijde van het plangebied wordt sterk verbeterd door de F200 te verbreden tot een vier meter breed vrij liggend fietspad. Voor optimaal fietscomfort en veiligheid wordt het in een rechte lijn aangelegd. Aan de noordzijde wordt ook de G200 verbeterd met een breed vrij liggend fietspad van vier meter. Fietsers fietsen straks via de G200 vanuit Spaarnwoude/ Amsterdam onder het huidige viaduct door, via het Spoorpark, en worden dan met een hellingbaan naar het niveau van het stationsplein geleid.
5 F20
Aan de zuidzijde sluit deze brug aan op twee regionalen doorfietsroutes (F205 en F200) en op de lokale routes vanuit de wijk Zuiderpolder. Aan de noordzijde kunnen fietsers via de G200 in oostelijke richting doorfietsen via natuurgebied Spaarnwoude richting Amsterdam, of westwaarts via de Jan van Krimpenweg naar het centrum van Haarlem en verder richting de kustgemeenten. In noordelijke richting komt een vrij liggend fietspad als onderdeel van de regionale doorfietsroute F205 dat via het stationsplein en voorlangs IKEA voert, met aansluiting op de Busweg, de Oudeweg en de Waarderweg. Hiermee wordt de fietsverbinding met de Waarderpolder beter. Een tweede fietsroute noordwaarts langs de Jan van Krimpenweg en achterlangs bij IKEA, is in potentie mogelijk. Dit is afhankelijk van de aankoop van private gronden.
G200
G200
F200
F200
Kaart schema regionale fietsnetwerk: nu (links) en in de toekomst (rechts) Legenda Plusnet fiets (regionale en stedelijke plusroutes) Plusnet fiets (ontbrekend) Hoofdnet fiets Hoofdnet fiets (ontbrekend)
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
61
Op het stationsplein wordt een shared space ingericht waar fietsers en bussen het wegvak delen. Door fietsers over het stationsplein te laten fietsen, ontstaat er meer sociale interactie en reuring in dit gebied, wat de leefbaarheid en sociale veiligheid sterk bevordert. De nieuwe fietsbrug heeft een helling van circa 3%, wat comfortabeler is dan het huidige viaduct (3,6%). De nieuwe route is sociaal veiliger doordat deze via het stationsplein loopt, waar levendigheid en sociale controle is. Fietsers hoeven bovendien niet langer langs een lawaaiige autoweg te rijden. Ook is er straks maar één geregelde oversteek (met verkeerslichten) voor fietsers vanuit het centrum van Haarlem om op de fietsbrug te komen, waar dat in de huidige situatie nog twee oversteken met verkeerslichten zijn. Aan beide zijden van het station zijn straks ruime fietsenstallingen; aan de noordzijde is plek voor 320 fietsen, aan de zuidzijde voor 500. Er is ook ruimte ingetekend voor OV-fietsen, fietskluisjes en stallingsplekken voor fietsen met afwijkende afmetingen, zoals bakfietsen. Door het aantal OVfietsen met 50 fietsen aan beide zijden van het station fors uit te breiden, versterken we de ketenreis van trein en fiets. Dat verbetert de bereikbaarheid van zowel de Waarderpolder als de Zuiderpolder en de rest van Haarlem voor mensen die met het openbaar vervoer van en naar Haarlem reizen.
Legenda Hoofdfietsroute (Potentiële) hoodfdfietsroute Lokale fietsroute Openbare fietsenstalling
Kaart schema Fiets
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
62
3d beelden passerelle en fietsbrug (IPV Delft)
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
63
Bus Het openbaar vervoer speelt een centrale rol in de bereikbaarheid van Hart voor Oostpoort. Aan de noordzijde van het station wordt een bushalte gemaakt op loopafstand van de treinperrons. De busroute richting het station loopt via de Busweg en de Jan van Krimpenweg. De route richting Waarderpolder loopt voorlangs IKEA en de Busweg. Door de bus zo dicht bij het station te laten halteren, wordt de OV-knoop Haarlem Spaarnwoude versterkt en ontstaat een efficiënte overstap tussen bus en trein. Aan de zuidzijde zijn de maatregelen ingrijpender: hier worden woningen gebouwd waar nu het busstation met meerdere halteplaatsen ligt. De bushalte voor lijn 2 wordt verplaatst naar de busbaan langs de Amsterdamsevaart, vlakbij de nieuwe fietsbrug en de bestaande lift naar de treinperrons. Opladen kan op een haltekom (halteerhaven) langs de busbaan. Lijn 2 zal via de nieuw aan te leggen verbinding Robert Nurksweg–Diakenhuisweg terug de wijk ingaan. De halte van lijn 80 aan de noordzijde van de Amsterdamsevaart blijft ongeveer op de huidige locatie. In de plannen is een HOV-reservering opgenomen aan de noordzijde van de spoorlijnen. Deze zone wordt voorlopig ingericht met water en niet bebouwd, zodat er in de toekomst ruimte is voor uitbreiding van het spoornet tussen Haarlem en Amsterdam met trein of mogelijk een HOV-bus.
Deze reservering waarborgt flexibiliteit voor toekomstige OV-ontwikkelingen en versterkt de robuustheid van het mobiliteitssysteem in Haarlem Oost.
Kaart schema regionale OV: nu (links) en in de toekomst (rechts)
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
64
Legenda Buslijn Bushalte Buslijn (regionaal) Bushalte (regionaal) Treinperron Ontvangstdomein Fietsenstalling OV-fiets Stationplein P+R Kiss and Ride
Kaart schema OV (station, bus, stationsdomein, K&R, P+R)
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
65
Auto Het Kegge-Stastokviaduct in de Camera Obscuraweg wordt gedeeltelijk afgebroken en verbonden met de Amsterdamsevaart op een manier die minder ruimte gebruikt. Er worden nieuwe kruispunten gemaakt voor de aansluitingen met de Amsterdamsevaart, Robert Nurksweg en Diakenhuisweg. Een gedetailleerde beschrijving van de nieuwe infrastructuur is te vinden in Bijlage 9 - de rapportage van Arcadis. In Hart voor Oostpoort kiezen we bewust voor een integrale en toekomstbestendige parkeeroplossing die bijdraagt aan een autoluwe en leefbare openbare ruimte. Aan de noordzijde van het plangebied realiseren we een multifunctioneel parkeergebouw waarin de parkeerbehoefte voor bewoners, kantoren en voorzieningen wordt gecombineerd. Door deze combinatie, benutten we de beschikbare ruimte optimaal en faciliteren we dubbel gebruik. De P+R (150 plaatsen) wordt bij voorkeur geïntegreerd in het nieuwe parkeergebouw dat IKEA ontwikkelt, of als alternatief in het parkeerhuis aan de noordzijde van het spoor. De verkeersontsluiting richting deze gebouwde parkeervoorziening concentreert zich op de Jan van Krimpenweg, de Bohnweg en de N200, zodat de omliggende woonstraten autoluw blijven. Aan de zuidzijde passen we parkeren onder de woningen toe, waardoor we in de proefverkaveling totaal 115 parkeerplaatsen realiseren, waarvan circa 30 op maaiveld.
De toegang tot deze parkeervoorzieningen verloopt via de Diakenhuisweg en een nieuwe verbinding richting de Robert Nurksweg.
Kaart schema regionale auto structuur: nu (links) en in de toekomst (rechts)
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
66
In de parkeerbehoefteberekening voor zowel de noord- als zuidzijde, is conform het Haarlems beleid (Nota Parkeernormen) een reductie van 20% toegepast vanwege de nabijheid van station Haarlem Spaarnwoude. Ook is rekening gehouden met de inzet van deelmobiliteit: acht deelauto’s aan de noordzijde en vijf aan de zuidzijde. Logistiek Voor een goede ontsluiting van het autoluwe woongebied voor de levering van goederen, verhuiswagens, vuilniswagens, nooddiensten en dergelijke, dient bijbehorend schema te worden gehanteerd.
Legenda Noodroute Ingang parkeerplaats Half-verdiept parkeren/ parkeergarage Parkeerterreinen
Kaart schema Auto(circulatie, (ingang) parkeren, logistiek/nood- en hulpdiensten)
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 3.Masterplanontwerp
67
4. Introductie Randvoorwaarden, eisen en wensen 4.1 Inleiding In bijlage 4 zijn de beleidskaders, opgaven, visie en programma uit hoofdstuk 2, de ontwerpuitgangspunten en de thematische uitleg uit hoofdstuk 3 vertaald naar randvoorwaarden, eisen en wensen . Die gelden voor alle ruimtelijke ontwikkelingen in Hart voor Oostpoort. Volgend aan de Omgevingswet worden deze kaders integraal en vooraf voorgelegd aan de initiatiefnemer en ontwerper (de te selecteren marktpartij). Het Masterplan maakt duidelijk waar de gemeente plannen in Hart voor Oostpoort aan toetst. Om station Haarlem Spaarnwoude en de bijbehorende OV-voorzieningen goed in te passen binnen het Masterplan, is een aanvullend Programma van Eisen voor de stationsomgeving opgesteld. In dit Programma van Eisen worden voorwaarden, richtlijnen en wensen meegegeven die voortkomen uit de regels en voorschriften van ProRail, NS en de gemeente Haarlem. Het Programma van Eisen voor de stationsomgeving is te vinden in bijlage 6.
4.2 Uitleg randvoorwaarden, eisen en wensen In het PvEL wordt onderscheid gemaakt tussen randvoorwaarden, eisen en wensen. Dit hoofdstuk is een korte introductie, de complete tekst is bijgevoegd als bijlage 4 Randvoorwaarden, eisen en wensen . Randvoorwaarden betreffen landelijke wetgeving
(bijvoorbeeld de Omgevingswet) of regelgeving van andere instanties (bijvoorbeeld de Waterschapsverordening van Rijnland), waaraan de gemeente zich moet houden. Een project moet altijd voldoen aan deze randvoorwaarden. Eisen stellen kaders aan een project die voortkomen uit gemeentelijk beleid (bijvoorbeeld de Nota parkeernormen) en het stedenbouwkundig schetsontwerp (o.a. kwaliteitseisen aan maaiveld- en gebouwontwerpen). Afwijken van een eis kan alleen als er een gelijkwaardige oplossing voor gevonden wordt. Of wanneer het om goed onderbouwde redenen niet mogelijk is om aan de eis te voldoen. Wensen zijn ambities van de gemeente waar het project bij voorkeur aan voldoet, maar die niet afdwingbaar zijn. De gemeente zal de ontwikkelende partijen vragen invulling te geven aan deze wensen en uitleg te geven als er niet aan voldaan kan worden.
4.3 Thema’s De kaders in het Masterplan in bijlage 4 zijn onderverdeeld in de volgende thema’s: · Omgevingswet, -visie en ontwikkelstrategie (zie bijlage H4.2) · Stedenbouwkundige opzet (zie bijlage H4.3) · Programma (zie bijlage H4.4) · Natuur-, klimaat- en duurzaamheidsaspecten (zie bijlage H4.5) · Milieu- en omgevingsaspecten (zie bijlage H4.6) · Mobiliteit (zie bijlage H4.7)*1
· · · ·
Openbare ruimte (zie bijlage H4.8) Collectief en privaat maaiveld (zie bijlage H4.9) Gebouwen (zie bijlage H4.10) Slotbepalingen (zie bijlage H4.11)
Bovenstaande thema’s overlappen elkaar op allerlei vlakken. Duurzaamheid raakt bijvoorbeeld aan de inrichting van de openbare ruimte, maar ook aan de gebouwontwerpen en aan mobiliteit. Daarom moet dit hoofdstuk altijd helemaal doorgenomen worden, ook als de vraag betrekking heeft op één onderwerp. Let op: dit hoofdstuk behandelt alleen de hoofdlijnen van wet- en regelgeving die van invloed (kunnen) zijn op het plan voor een bouwlocatie. Bij de vergunningsaanvraag moet de ontwikkelende partij altijd controleren of er ook voldaan wordt aan de kaders die niet hier beschreven staan. Ook moet de ontwikkelende partij altijd controleren of de documenten waarnaar verwezen wordt nog actueel zijn bij het indienen van de vergunningsaanvraag. Een vergunningsaanvraag wordt altijd getoetst aan de dan geldende wet- en regelgeving. Zie ook paragraaf 4.11 Slotbepalingen in bijlage 4.
*1 aanvullend op de randvoorwaarden, eisen en wensen uit het Masterplan voor het thema mobiliteit is er een PvE opgesteld voor station Haarlem Spaarnwoude en bijbehorende OV-voorzieningen
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 4. Introductie Randvoorwaarden, eisen en wensen
69
5. Beeldkwaliteit De beeldkwaliteit beschrijft de ruimtelijke en esthetische principes die de visuele identiteit van Hart voor Oostpoort bepalen. Dit maakt samenhang tussen de verschillende plekken en gebouwen binnen het gebied. De beeldkwaliteit bestaat uit twee onderdelen: de openbare ruimte en de bebouwing. De principes vormen - samen met de spelregels voor ontwikkeling en de thematische lagen van het masterplan - het kader voor de verdere uitwerking en de toetsing van deze uitwerking. De volledige beeldkwaliteitscriteria is als bijlage 5 van het Masterplan toegevoegd.
5.1 Ruimtelijke principes openbare ruimte Koester de openbare ruimte De kwaliteit van de openbare ruimte en van de omliggende bebouwing verdient veel aandacht. De openbare ruimte, is van groot belang, omdat deze de continuïteitsfactor van een moderne stad vormt. Soms is de openbare ruimte belangrijker dan de gebouwen zelf. In Hart voor Oostpoort, als stadentree en knooppunt van Haarlem, ervaren de meeste mensen het gebied vooral via de pleinen, parken en straten. De afmetingen, materialen, verlichting, straatmeubilair, beplanting en omliggende gevels moeten een hoge prioriteit krijgen bij het vormgeven van de beeldkwaliteit.
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 5. Beeldkwaliteit
70
Identiteit van landschap en natuur De nabijheid en toegang tot het landschap van Spaarnwoude komt in het ontwerp van de openbare ruimte tot uiting. Er is speciale aandacht voor authentieke water- en bodemkenmerken, zoals veengrond en natte gronden. Door het gebruik van inheemse plantensoorten wordt de schoonheid van het landschap vertaald naar een zorgvuldig ontworpen stedelijke omgeving met moerasbomen, gras en waterpartijen. Verharding, meubilair en andere elementen moeten de rijkdom van het landschap ondersteunen en versterken, in plaats van ermee te concurreren.
Rust en eenheid Hoewel het stationsgebied druk is en veel activiteiten kent, kan door consistente beeldkwaliteit een gevoel van rust worden gecreëerd. Continuïteit in verhardingsmaterialen, samenhangende, gelaagde beplanting en eenvoudig, doordacht straatmeubilair, bewegwijzering en verlichting. In aardse, klassieke kleuren en met natuurlijke materialen in een eenvoudig modern ontwerp. Dat vormt een hedendaagse interpretatie van de identiteit van Haarlem.
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 5. Beeldkwaliteit
71
Uitnodigend, interactief, inclusief Het nieuwe beeld van Hart voor Oostpoort is voetgangers- en mensschaalgericht. Beweging te voet of per fiets wordt gestimuleerd en er worden plekken gecreëerd om te verblijven, ontmoeten, ontspannen, sporten en spelen. Neutraal en multifunctioneel straatmeubilair, zoals eenvoudige randen gemaakt van hetzelfde materiaal als de verharding, nodigen uit tot zitten en informeel spelen. De indeling van beplanting beschermt ecologische zones tegen betreding, terwijl er ook plekken zijn waar mensen kunnen wandelen en zitten of liggen. Het ontwerp streeft ernaar het introverte karakter van de omliggende woonwijken en het industrieterrein hier om te buigen, en een welkome omgeving te creëren voor alle leeftijden en achtergronden.
Sociale veiligheid door actief ontworpen openbare ruimte Veiligheid wordt gewaarborgd door goede verlichting, continue programmering op de begane grond, heldere zichtlijnen en zorgvuldig geplante bomen die geen zicht wegnemen. Belangrijke principes zijn; geen donkere hoeken, bomen met vrijgehouden stammen, en een stedelijke omgeving in plaats van geïsoleerde infrastructuurruimtes zoals grote parkeerhoven en busstations . Sociale veiligheid wordt verder versterkt door druk bevolkte routes door het bundelen van stromen over aangename openbare ruimtes. Ook actieve plinten en ogen op straat vanuit de woningen bevorderen het natuurlijke toezicht en publieke activiteit.
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 5. Beeldkwaliteit
72
5.2 Ruimtelijke principes bebouwing Menselijke gebouwmaat In Hart voor Oostpoort ontstaat een nieuwe woonen leefomgeving met een mix van kleine gebouwen: compacte woonblokken op loopafstand, slanke torens, paviljoens en kunstwerken die laag genoeg blijven om bereikbaar te voelen. Zo combineert het gebied stedelijke dichtheid met een prettige, menselijke schaal. De gevels van de gebouwen zijn slim ontworpen: door diepte, details en duidelijke lijnen lijken ze kleiner en toegankelijker. Dat zorgt voor een uitnodigende en herkenbare omgeving.
Haarlem esthetiek en eigentijdse materialen Gevels zijn uitgevoerd in een consistent gebruik van materialen, kleuren en texturen die passen bij de gekozen ontwerptaal. Natuurlijke, aardse, robuuste kleuren en materialen zoals hout, natuursteen en andere elementen die warmte uitstralen en mooi verouderen, worden aangemoedigd. Eigentijdse materialen, met name hout, passen goed bij de duurzame, authentieke en tijdloze kwaliteit van de stedelijke omgeving.
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 5. Beeldkwaliteit
73
Rijke en robuuste details De gevels zijn meer dan alleen een buitenkant: ze maken de architectuur compleet en zijn speciaal ontworpen met oog voor de menselijke maat. Ze lopen door in straatmeubilair, zodat er plekken ontstaan om even te staan, uit te rusten of tegenaan te leunen. Dit functionele gevelontwerp combineert moderne bouwstijl en technologie met een frisse uitstraling en uitnodigende binnenruimtes. De gevels krijgen diepte en ritme door slimme details, zodat gebouwen menselijk en herkenbaar aanvoelen. Grote, platte, glanzende vlakken worden vermeden, omdat die de schaal en uitnodiging juist tenietdoen. Alles is erop gericht om de omgeving prettig en leefbaar te maken.
Gematigde hoogte en dynamische skyline Het gevelontwerp moet de perceptie van hoogte verminderen en de menselijke schaal benadrukken. De gevels van bouwblokken worden dynamisch en werken schaalverkleinend door een combinatie van harde en open elementen, zoals harde gevelwanden gecombineerd met balkons en terrassen.
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 5. Beeldkwaliteit
74
Eenheid Gebouwen aan beide zijden van de Amsterdamsevaart spreken een samenhangende visuele taal, met eenheid door massa, kleur en proportie. Visuele continuïteit tussen afzonderlijke volumes en blokken versterkt de samenhang van de stedelijke omgeving. Visuele variatie wordt in plaats van door hoge contrasten in kleuren of materialen bereikt door architectonische details.
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 5. Beeldkwaliteit
75
6. Uitvoering 6.1 Inleiding
•
Welke instrumenten heeft de gemeente en hoe kunnen die het beste ingezet worden?
In de vorige hoofdstukken ging het over de ruimtelijkprogrammatische kaders voor de ontwikkeling van Hart voor Oostpoort. Voordat de uitvoering kan beginnen, is eerst een aantal stappen nodig. In dit hoofdstuk staat de fasering en de belangrijkste keuzes die gemaakt moeten worden.
•
Hoe kunnen we het best samenwerken met de belanghebbenden?
In 2023 is de Ontwikkelstrategie (zie bijlage 10) voor Hart voor Oostpoort door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin is vastgelegd hoe de gemeente het gebied tot ontwikkeling wil brengen. En welke rol ze daar zelf in neemt. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste keuzes uit die Ontwikkelstrategie opgenomen. Daarnaast gaat dit hoofdstuk ook over randvoorwaarden, fasering en financiën. Als laatste staat er hoe (een) ontwikkelende marktpartij(en) wordt/worden geselecteerd, het daarbij behorende planproces en de kwaliteitsborging.
Een toelichting op deze keuzes staat in paragraaf 6.2.2.
6.2.1 Context en situatie Wat is de ruimtelijke structuur van het gebied en hoe is de bestaande eigendomssituatie? Dat heeft invloed op hoe het plangebied ontwikkeld kan worden. In Hart voor Oostpoort is het eigendom vrij eenduidig. Het exploitatiegebied omvat circa 9,6 hectare en het grootste deel van de grond is eigendom van de gemeente (zie onderstaande tekening).
Gemeente Haarlem kan als grootste grondeigenaar stevig invloed uitoefenen op de plannen. Voor de totale ontwikkeling van Hart voor Oostpoort zijn ook de andere grondeigenaren nodig. De structuur van het gebied en de eigendomsverhoudingen betekenen het volgende: 1. Het Masterplan houdt rekening met de eigendomsgrenzen. Echter, een deel van het woonprogramma wordt gerealiseerd op grond van derden. Hoewel er meerdere strategieën zijn, wil de gemeente dit vastgoed aankopen. 2. Voor de ontwikkeling wordt een grondexploitatie geopend. 3. Het gebied wordt (naar verwachting vanaf medio 2028) gefaseerd ontwikkeld. Doordat de hoofdinfrastructuur aangepast moet worden, kan er niet in één fase gebouwd worden.
6.2 Vastgestelde ontwikkelstrategie gemeente
De Ontwikkelstrategie gaat over ‘hoe’ het gebied ontwikkeld wordt en op welke wijze de gemeentelijke ambities daarin vorm krijgen. Daarbij zijn vragen beantwoord zoals: •
Welke gemeentelijke rol past het beste bij het behalen van de doelen en ambities?
niet-natuurlijk persoon natuurlijk persoon Vereniging van eigenaars Woningcorporaties NS/Prorail Staat (Rijkswaterstaat/ Staatsbosbeheer)
Eigendomssituatie
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 6. Uitvoering
77
6.2.2. Hoofdlijnen uit de vastgestelde ontwikkelstrategie De belangrijkste keuzes uit de vastgestelde Ontwikkelstrategie (zie bijlage 10) 1. Het te ontwikkelen gebied is opgeknipt in drie plandelen. Een infrastructureel middengebied en twee ontwikkelgebieden: Noord en Zuid. 2. De gemeente realiseert de aanpassing in de hoofdinfrastructuur. Dat zijn de twee stationspleinen en de aansluiting van het noordelijke stationsplein op het plein van IKEA, het Spoorpark, het te verplaatsen autoviaduct om ruimte te maken voor woningbouw aan de zuidzijde, de nieuwe fietsbrug, aanpassingen aan de voetgangerstraverse en de overige weg- en fietsinfrastructuur. Door hier zelf opdrachtgever te zijn houdt de gemeente de regie over de uitvoering en voortgang. Dit garandeert een goede aansluiting op de ontwikkelgebieden Noord en Zuid. 3. De ontwikkelgebieden Noord en Zuid worden door middel van een aanbesteding op de markt gezet. De selectie wordt toegelicht onder 6.5. 4. Voor de deelgebieden geldt een concessiemodel, zie hiervoor 6.2.3 5. Corporaties nemen de woningen turnkey (sleutelklaar) af. Eisen en afnameprijzen worden in de aanbestedingsdocumenten vastgelegd.
6.2.3 Gemeentelijk grondbeleid en rol In de Ontwikkelstrategie is de rol van de gemeente bij de ontwikkeling van Hart voor Oostpoort gekozen.
De gemeente heeft het grootste deel van de gronden in eigendom. Om grip te houden op de realisatie van de hoofdinfrastructuur en de belangrijkste openbare ruimtes, worden die door de gemeente verder uitgewerkt en later door een marktpartij gerealiseerd. Voor Noord en Zuid kiest de gemeente voor een concessiemodel. Dit betekent dat er een marktpartij wordt geselecteerd, die het gebied integraal ontwikkelt. Wonen, werken, overige voorzieningen, parkeren en de openbare ruimte worden dan door de marktpartij(en) in onderlinge samenhang gebouwd. De keuze voor een concessiemodel past in het gemeentelijke grondbeleid waarin de gemeente de rol heeft van regisseur. Dit betekent dat de gemeente een sturende rol heeft, zonder de bijbehorende risico's. De gemeente heeft controle over de ontwikkeling door dit Masterplan (inclusief Programma van Eisen voor de Leefomgeving), de randvoorwaarden die vastgelegd worden in de aanbesteding en de af te sluiten verkoopovereenkomst. De sturing is uiteindelijk geborgd door het Stedenbouwkundig Plan, met bijbehorende ontwerpen voor de gebouwen en openbare ruimte en het wijzigingen van het Omgevingsplan.
gebouwd. Het aanpassen van de geluidszone rondom het industrieterrein (dezoneren) is een randvoorwaarde om wonen hier mogelijk te maken. Het project moet daarom goed afgestemd zijn op de uitvoeringsstrategie van aanpassing Omgevingsplan en (nieuwe) beheer geluidsruimte voor het industrieterrein Waarderpolder. De komende periode wordt uitgewerkt welke maatregelen tegen industriegeluid nodig zijn. Het actuele geluid van het industrieterrein wordt in kaart gebracht. Daarna kan berekend worden welke opties met welke consequenties er zijn voor dezoneren. Uiteindelijk zal de geluidszone vastgelegd moeten worden in het nieuwe Omgevingsplan. Waarschijnlijk zijn geluidsbeperkende maatregelen aan de bron nodig. De verlegging van de beheergrens van de Rijksweg A200 – in combinatie met snelheidsverlaging op de Amsterdamsevaart - is een andere randvoorwaarde voor het bouwen van Hart voor Oostpoort. De komende periode wordt in overleg met Rijkswaterstaat verder gewerkt aan een logische en uitvoerbare beheergrens.
6.3 Randvoorwaarden ontwikkeling Hart voor Oostpoort Bij de ontwikkeling van Hart voor Oostpoort spelen meerdere geluidsbronnen een rol, waaronder industrielawaai en geluid veroorzaakt door wegen. Een deel van de woningen wordt op het nu geluidgezoneerde industrieterrein Waarderpolder
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 6. Uitvoering
78
6.4 Fasering
6.5 Financiële paragraaf
De fasering wordt, naast het voldoen aan bovenstaande randvoorwaarden, bepaald door de ruimtelijke structuur van het gebied. Tussen de deelgebieden Noord en Zuid zijn bepaalde voorwaardelijkheden. In de Ontwikkelstrategie staat hierover:
De gemeente heeft voor de ontwikkeling van Hart voor Oostpoort een financiële haalbaarheidsanalyse opgesteld. Deze wordt vertaald in een grondexploitatie (begroting) die aan de gemeenteraad ter goedkeuring wordt voorgelegd. De integrale doorrekening van het plan resulteert vooralsnog in een tekort. Er is financiële dekking voor het tekort.
•
•
•
Start met deelgebied Noord; hiervoor zijn geen aanpassingen in de bestaande infrastructuur noodzakelijk. Wel is het nodig om de bestaande P&R en het busstation te verplaatsen. Er wordt rekening gehouden met de huurcontracten van tijdelijke huisvesting van statushouders aan de Laan van Decima en Oekraïners aan het Woudplein. Aanpassing van de hoofdinfrastructuur in het middengebied; dit kan (deels) gelijktijdig met de ontwikkeling van deelgebied Noord. Aangepaste hoofdinfrastructuur is randvoorwaarde voor deelgebied Zuid. Deelgebied Zuid; na aanpassing van de hoofdinfrastructuur ontstaat ruimte om als laatste het gebied Zuid te ontwikkelen.
Bovenstaande fasering is geen hard uitgangspunt maar is nu de meest logische fasering. Bij de selectie van de marktpartij(en) wordt hun visie op de fasering gevraagd. Dat kan leiden tot een aangepaste fasering.
verwachting niet kan worden verhaald, reserveren we middelen in het Investeringsplan. Daarmee zijn de haalbaarheid en financiële uitvoerbaarheid van het plan voldoende geborgd.
De gemeente sluit met de geselecteerde marktpartij(en) eerst een samenwerkingsovereenkomst. Nadat er overeenstemming is over het Stedenbouwkundig Plan en het definitieve gebouwontwerp (inclusief inrichting van de openbare ruimte) wordt een grondverkoopovereenkomst afgesloten. De grondexploitatie verhaalt de toerekenbare kosten op de ontwikkelende marktpartij: Projectspecifieke kosten worden opgenomen in de grondexploitatie. Dit zijn kosten zoals het opstellen van het Masterplan, onderzoeken, planologische procedure, coördinatie van de uitvoering en overdracht naar beheer etc.
Fasering
In de grondovereenkomst met de marktpartij worden de kosten voor de grond opgenomen. Hierin zijn bovenstaande projectspecifieke kosten en kosten voor bovenwijkse voorzieningen opgenomen (conform Nota Bovenwijkse Voorzieningen). De gemeente houdt er rekening mee dat zij niet alle kosten kan verhalen. Voor het deel dat naar
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 6. Uitvoering
79
6.6 Planproces
Ontwerpfase
De gemeente heeft in de Ontwikkelstrategie gekozen voor het concessiemodel. Hiermee heeft de gemeente de rol van regisseur. Voor het planproces hanteren we het Haarlems Ruimtelijk Planproces (HRPP).
In de ontwerpfase wordt het (globale) masterplan uitgewerkt tot een definitief Stedenbouwkundig Plan (DO SP) met een Beeldkwaliteitplan (BKP) en schetsontwerp voor de gebouwen en de openbare ruimte.
Aanbesteding (voorafgaand aan ontwerpfase)
Voor het opstellen van het Stedenbouwkundig Plan, het ontwerp, voorbereiding en uitvoering van de gebouwen en de openbare ruimte wordt (een) marktpartij(en) geselecteerd. De selectie gebeurt via een aanbesteding (tender). Voor het opstellen en begeleiden van de tender huren we een consultancybureau in. De selectie zal in twee stappen gebeuren:
De gemeente ontwerpt de hoofdinfrastructuur: het stationsplein aan de Noord- en Zuidzijde, het Spoorpark, de nieuwe noord-zuid fietsverbinding, aanpassing aan het bestaande Kegge-
Stastokviaduct en aanpassingen aan de bestaande voetgangerstraverse. De marktpartij ontwerpt in samenspraak met de gemeente; de openbare ruimte, de woningen, voorzieningen en kantoren. De marktpartij verwerkt dit in het Stedenbouwkundig Plan waarin de exacte omvang van de te ontwikkelen percelen, het programma en de gewenste kwaliteit gedefinieerd zijn. Het Stedenbouwkundig Plan wordt door het college van B&W vastgesteld.
1. Voorselectie: een openbare voorselectie op basis van vooraf vastgestelde selectiecriteria. Op basis hiervan worden maximaal 5 partijen geselecteerd. Met de 5 geselecteerde partijen vinden gesprekken plaats. Op basis van deze gesprekken blijven 3 marktpartijen over. 2. Visieronde: de 3 geselecteerde marktpartijen geven hun visie en reflecteren op o.a. het masterplan en de proefverkaveling en de eisen die wooncorporaties aan de door hen af te nemen huurwoningen stellen. Daarbij worden partijen uitgedaagd om met oplossingen te komen die bijdragen aan verbetering van het masterplan en het ruimtelijke effect op de omgeving. Na een tweede gesprek dienen de 3 marktpartijen hun definitieve visie in. Op basis daarvan wordt één marktpartij geselecteerd die aan de slag gaat. Haarlems ruimtelijk planproces
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 6. Uitvoering
37
80
37
Met de marktpartij(en) wordt een Participatie- en Inspraakplan (PIP) opgesteld. De marktpartij(en) moet het plan uitvoeren en organiseert participatiemomenten. Voor het ontwerp van de openbare ruimte wordt door de marktpartij een landschapsarchitectenbureau geselecteerd. Dit bureau maakt op basis van het Masterplan inclusief Programma van Eisen voor de Leefomgeving een ontwerp voor de openbare ruimte. Ramingen tonen aan of het ontwerp binnen het budget past. Het definitief ontwerp voor de openbare ruimte is pas gereed als de gebouwontwerpen in het gebied definitief zijn.
Voorbereidings- en uitvoeringsfase In deze fase wordt door de gemeente het Omgevingsplan opgesteld en worden voorbereidingen getroffen om het ontwerp uit te voeren. De marktpartij stelt de GoFlo (goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving) op en voert milieuonderzoeken uit. De gemeente is verantwoordelijk voor de verbeelding en de planregels. De juridische procedures lopen ook via de gemeente. De gemeente zal de uitvoering van de hoofdinfrastructuur afzonderlijk aanbesteden. De partij die de hoofdinfrastructuur gaat bouwen, stelt in de uitvoeringsfase in afstemming met de gemeente een uitvoeringsplan op dat aansluit op de realisatie van de gebouwen en de openbare ruimte.
6.7 Kwaliteitsborging De gemeente toetst de gebouwontwerpen en het ontwerp voor de openbare ruimte aan het masterplan en het programma van eisen voor de huurwoningen van de wooncorporaties. Voor deze toetsingsprocedure wordt een regieteam gevormd dat in ieder geval bestaat uit: de gemeentelijk stedenbouwkundige, een landschapsarchitect, de stadsarchitect en een gemandateerd lid van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK). De gemeentelijke procesmanager van Hart voor Oostpoort is secretaris van het regieteam. Afhankelijk van de onderwerpen kunnen andere disciplines bij het regieteam aanschuiven, zoals de gemeentelijk planoloog, verkeerskundige, planeconoom, stadsecoloog, etc.
installaties aan het dak worden toegevoegd, dan is dit grond om de vergunningsaanvraag te weigeren. In de voorbereidingsfase worden mock-ups (visualisaties), ter goedkeuring voorgedragen aan het regieteam en de AOK. Mocht om technische redenen afgeweken moeten worden van het vergunde ontwerp, dan moet de aanpassing altijd ter goedkeuring voorgedragen worden aan het regieteam en de AOK.
De ontwikkelende partij levert de voor de beoordeling van de ontwerpen benodigde onderzoeken aan. Dit zullen verdere verdiepingen zijn van de onderzoeken die al zijn uitgevoerd voor het masterplan, het Programma van Eisen voor de Leefomgeving en het Stedenbouwkundig Plan. Een ontwerp is pas definitief als er een positief advies van het regieteam en de AOK op het gebouwontwerp is én de nodige onderzoeken zijn getoetst door de Omgevingstafel (OT). Doel van dit overleg tussen regieteam en de AOK is het snel en binnen de wettelijke termijnen verlenen van de omgevingsvergunning. Een installatieplan is onderdeel van het vereiste dakontwerp. Als na goedkeuring van het definitief gebouwontwerp nog
Hart voor Oostpoort | Masterplan | 6. Uitvoering
81