CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Nota van beantwoording

gemeenteraad 18 december 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Warmteprogramma 2026-2030 vaststellen23.516 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

7 alinea's met “monumenten”: 35 139 163 223 366 367 412

62

Bijlage C: Nota van beantwoording gezamenlijke proces. Geeft hierbij een aantal citaten ter illustratie. Tot slot geeft de inspreker een paginagewijze opsomming van punten mee.

63

Bijlage C: Nota van beantwoording 24.

Duurzaam Kleverpark

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Inspreker heeft de volgende opmerkingen bij het Warmteprogramma: Grote verschillen 1. Inspreker uit zorgen over de aardgasvrije oplossing voor de Kleverparkbuurt, namelijk individueel of kleinschalig collectief. Geeft aan dat het merendeel van woningen een laag energielabel heeft en dat de buurt veel monumentale panden kent. Voor bepaalde delen (o.a. Dusartstraat 1-8 Dusartstraat 2-8 en Kleverlaan 126) vraagt de inspreker nadrukkelijk om te kijken naar de haalbaarheid van een collectieve oplossing, waarbij mitigerende maatregelen efficiënter kunnen worden toegepast. Dit sluit beter aan bij de beschermde stedenbouwkundige en architectonische waarden en draagt bij aan een duurzame én erfgoedverantwoorde energietransitie. Ook zijn er praktische bezwaren bij individuele installaties, zoals geluidsoverlast en technische beperkingen.

Dank voor uw inspraakreactie. Zie hieronder een puntsgewijze beantwoording: 1. We erkennen dat er aspecten zijn die behalen van het benodigde isolatieniveau voor een individuele oplossing uitdagend maken, waaronder de monumentale status van gebouwen. In het warmteprogramma zijn warmteoplossingen op buurtniveau doorgerekend. Daaruit bleek dat een MTwarmtenet voor de hele buurt voor de Kleverparkbuurt significant duurder is dan individuele warmtepompen. Wel zien we mogelijkheden voor kleinschalige collectieve technieken en werken dit graag met de buurt verder uit in het Wijkwarmteplan. Dat kan goed aansluiten bij de clusters monumentale woningen. 2. De straling komt vooral voort uit hoog- en middenspanningstations en trafohuisjes. De mitigerende maatregel is voldoende afstand tot woningen en gebouwen met een maatschappelijke functie. 3. Zie antwoord bij 4. Trilling is naast geluid één van de aandachtspunten van een Wijkwarmteplan. 4. In de Wijkwarmteplannen wordt de positionering en installatie van verschillende soorten warmtepompen voor de buurt verder uitgewerkt. Daarbij wordt ook gekeken naar het beperken van hinder van veel warmtepompen bij elkaar. Ook behoort een collectieve inkoop van stillere typen warmtepompen, de beste positie om geluidsoverlast te voorkomen en installatie en omkasting tot de mogelijkheden van een Wijkwarmteplan.

Plan-MER 64

Bijlage C: Nota van beantwoording 2. Volgens de rapportage is er in grote delen van Haarlem een hoog elektromagnetisch stralingsrisico. In een buurt waar het net verzwaard moet worden en extra trafo’s nodig zijn voor warmtepompen, zal dit risico toenemen. Hoe wordt dit gemitigeerd? 3. Er zijn al voorbeelden van trillingsinterferentie bij houtbouw (uit- en opbouwen) door warmtepompen, met hoorbaar trillingsgeluid. Hoe wordt dit aangepakt als er veel warmtepompen komen? 4. De huizen in Kleverpark staan aaneengesloten. Hoe wordt geluidsoverlast door warmtepompen beperkt?

5. De Kleverparkbuurt staat niet in de tabel met informatie over de warmtetransitiegebieden, want deze buurt staat pas geprogrammeerd voor het volgende warmteprogramma.Als 6. Het gaat beiden om hetzelfde. De tabel is verplicht voor een Warmteprogramma en geeft informatie over de gebieden waarvoor de komende 5 jaar een Wijkwarmteplan wordt gemaakt. Dat gaat in de wet ‘warmtetransitiegebieden’ heten. 7. Als Kleverpark aan de beurt is voor een Wijkwarmteplan en er is draagvlak voor een middentemperatuur warmtenet aansluiting, dan kunnen we dit zeker door Warmtebedrijf Haarlem laten onderzoeken en de kosten hiervoor ramen. Wellicht zijn er kansen voor delen van deze buurten als ze kunnen aansluiten op een groter warmtenet in de stad.

Toekomstige warmtevraag 5. In bijlage A, tabel “Informatie over warmtetransitiegebieden”, wordt uitgegaan van een sterke afname van warmtevraag, meer dan in andere wijken. Waarop is dit gebaseerd? Tabellen 6. Het verschil tussen bijlage A “Tabel Warmteprogramma” en “Tabel Informatie over warmtetransitiegebieden” is niet duidelijk. Kunt u dit toelichten? Schaal- en ketenopties 65

Bijlage C: Nota van beantwoording 7. Is onderzocht of aansluiting van Kleverpark-Noord op een groter warmtenet (bijvoorbeeld koppeling met aangrenzende deelclusters) de positie van een collectieve oplossing verbetert door schaalvoordelen? Welke schaal-sensitivityanalyses zijn uitgevoerd?

66

Bijlage C: Nota van beantwoording 25.

Particulier

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Inspreker geeft aan eigenaar te zijn van een monumentale woning en in 2023 te hebben geïnvesteerd in een hybride warmtepomp en isolatiemaatregelen. Inspreker heeft de volgende vragen: 1. Onze wijk staat gepland voor 2035. Gaat het gas er hier dan in 2035 af? 2. Monumenten vragen een langere aanloop bij structurele aanpassingen/verduurzaming en er zijn voor uitvoering maar weinig beschikbare marktpartijen. Wij willen graag dat monumenten genoeg tijd krijgen. 3. Op welke termijn zullen Monumenten ook aangesproken worden op het volledig gas-loos gaan verwarmen, douchen en koken enz. 4. Hoe wordt eventuele verdere toename van de stroom vraag in de wijk opgelost als er ook voor bepaalde delen van de wijk gekozen is voor de aanleg van een warmtenet. Gaan die twee zaken wel samen of is het voor de Gemeente per wijk een keuze of /of?

Dank voor uw inspraakreactie en fijn dat u al stappen heeft genomen om uw woning te verduurzamen. Hieronder treft u een puntsgewijs antwoord op uw vragen: 1. Het Florapark staat nog niet opgenomen in dit warmteprogramma wat betekent dat er nog geen voornemen is om een Wijkwarmteplan op te stellen in de periode van het huidige warmteprogramma. Voor het Florapark zal tussen 2030 en 2035 eerst een Wijkwarmteplan worden opgesteld (gedurende 2 jaar) en daarna volgt pas een termijn voor de uitvoering. Het gas gaat er dus niet af in 2035, maar ergens rond 2040. 2. Wij zijn ons bewust van de uitdagingen als het gaat om het verduurzamen van monumenten. Deze uitdagingen zijn ook meegenomen in het afwegingskader en is één van de redenen om ook een middentemperatuur warmtenet verder te onderzoeken. Daarnaast zullen dergelijke factoren meegenomen worden in het opstellen van het Wijkwarmteplan en meespelen in de redelijke termijn die met de buurt wordt afgesproken voor het afsluiten van het gas. Voor een complexere buurt is een langere termijn nodig voor de uitvoering. 3. Zoals bij nummer 1 is geschreven gaat de gemeente uitvoeren via Wijkwarmteplannen. In deze plannen wordt beschreven hoe de gehele wijk of buurt aardgasvrij wordt gemaakt. Monumenten volgen hierbij hetzelfde tijdspad als andere gebouwen in het gebied.

De gemeente draagt zorg voor het opstellen van Wijkwarmteplannen en zorgt ervoor dat iedereen mee kan doen, dus ook eigenaren van monumentale woningen.

67

Bijlage C: Nota van beantwoording 5. Hoe wordt de hoogte van het vastrecht van een 4. Dit warmteprogramma geeft inzicht in de toebedachte infrastructuur per buurt. Dit geeft de warmtenet bepaald. Er is nu gezegd dat dit bedrag netbeheerder een eerste indicatie van de benodigde netverzwaring per buurt. Echter, in buurten waar voor iedereen gelijk zal zijn. Dat is wellicht voor een warmtenet is voorzien als warmtevoorziening hebben gebouweigenaren altijd de mogelijkheid tot ons een voordeel, maar is dat wel eerlijk en ook een zogenaamde ‘opt out’. Dit geeft de gebouweigenaar de mogelijkheid een eigen, duurzame, op langere termijn houdbaar? warmtevoorziening te organiseren. Aangezien deze ‘opt outs’ geregistreerd worden door de gemeente, 6. Wij willen graag maar kúnnen wij ook als houdt de gemeente ook goed zicht op het aantal aansluiting op het warmtenet, en het aantal gebouwen individueel bewoner-eigenaar van een monument dat op een alternatieve (meer elektra-intensieve) manier verwarmd zal worden. De gemeente werkt meedenken in het Warmteprogramma met de nauw samen met de netbeheerder om eventuele implicaties van keuzes qua warmtevoorzieningen door Gemeente? te voeren in de benodigde elektra voor een buurt. 5. Het tarievenstelsel voor de gemeente Haarlem wordt verder uitgewerkt met het Warmtebedrijf Haarlem.

Binnen één warmtekavel gebied mag maar één tarievenstelsel gehanteerd worden. Daarin kan echter wel gedifferentieerd worden naar gebouwtypen, zoals appartementen (collectief verketeld of individueel verketeld) en rijwoningen. 6. De warmtetransitie doen we samen met de stad. Op verschillende momenten vragen wij verschillende betrokkenen om mee te denken en mee te doen. Hoofdzakelijk bij het opstellen van een Wijkwarmteplan zal er veel ruimte zijn voor bewoners en andere belanghebbenden om mee te denken.

68

Bijlage C: Nota van beantwoording 26.

Gemeente Heemstede

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Inspreker geeft het volgende mee: Voor de Natuurkundigenbuurt-West (Houtvaartkwartier) staan individuele of kleinschalige collectieve warmtevoorzieningen op de planning om over 3-5 jaar mee te beginnen. De Heemsteedse Vogelparkbuurt grenst aan dit gebied en is ook geschikt voor (kleinschalige) collectieve warmtevoorzieningen op lage temperatuur. De ambtelijke organisatie van de gemeente Heemstede wil graag meegeven dat we gezamenlijk kunnen kijken naar een warmteoplossing voor deze twee buurten om koppelkansen te benutten.

Bedankt voor uw suggestie. De gemeente Haarlem gaat graag het gesprek met Heemstede aan om te onderzoeken of er koppelkansen te benutten zijn ten aanzien van de Natuurkundigenbuurt-West en Vogelparkbuurt.

69

Bijlage C: Nota van beantwoording 27.

De Haarlemse Klimaatcoalitie

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Inspreker gaat bij deze reactie uit van het OntwerpWarmteprogramma 2026-2035, het Ontwerpanalyserapport Warmteprogramma van De WarmteTransitieMakers (DWTM) en het Ontwerprapport voorkeursoplossingen warmteprogramma eveneens van DWTM. De andere bij dit onderwerp horende rapporten zijn waar nodig als referentie gebruikt. Heeft daarbij de volgende opmerkingen: Algemeen 1. Geeft aan dat de gebruikte gegevens in de analyserapporten onverklaarbare verschillen bevatten en dat er drie verschillende versies van de Warmtetool van Greenvis is gebruikt. 2. Inspreker stelt dat de uitkomsten van de rapporten van de DeWarmteTransitieMakers (DWTM) strijdig zijn met praktijkervaring uit het Ramplaankwartier. Daar bleek de aanleg van het warmtenet zo duur dat het hele plan van tafel moest. Dat bleek pas na een marktuitvraag en de daadwerkelijk ontvangen offertes. Inspreker stelt

Dank voor uw reactie. Hieronder treft u een puntsgewijze beantwoording van uw opmerkingen: 1. De gemeente heeft gebruik gemaakt van de Warmtetool van expert DWTM, net als heel veel andere gemeentes. Bovendien heeft de gemeente de resultaten vergeleken met de Startanalyse van PBL. De tool is gebruikt om verschillende oplossingen met elkaar te vergelijken op programma-niveau. Er is inzicht gegeven in de updates van het model van DWTM. Zij deden dit op basis van landelijke inzichten en kentallen. In de analyse is daarbij ook gewerkt met een onzekerheid van plus en min 20%. Dat past bij deze fase. Daaruit volgt het beeld dat een MT-warmtenet en lucht-waterwarmtepomp in de meeste buurten vergelijkbaar zijn in kosten. We krijgen dit inzicht ook terug uit andere gemeentes en dit is teurg te zien in de Startanalyse. Daarbij staat in het Warmteprogramma dat er geen definitieve oplossingen zijn gekozen. Het zijn richtingen die we meenemen in het proces met stakeholders bij het maken van Wijkwarmteplannen. Dan worden gedetailleerde ontwerpen en kostenramingen gemaakt. Op basis daarvan wordt een definitief besluit genomen over de warmteoplossing voor een buurt. 2. We herkennen dat de marktuitvraag daar heeft geleid tot hogere kosten dan vooraf verwacht.

Het is belangrijk te benadrukken dat dit project een innovatief zonthermie concept betrof, met een beperkte schaal en nog weinig marktvergelijkingen. Dat maakt de uitkomsten niet representatief voor reguliere warmtenetten. Dat de innovatieve zonthermie-oplossing in het Ramplaankwartier een kostbaardere oplossing zou zijn ten opzichte van andere, bewezen warmteoplossingen, was ook een van de conclusies uit de DWT- analyses. In het Warmteprogramma worden warmtenetten gebaseerd op bewezen technieken, met grotere schaalvoordelen en kostendata die zijn getoetst aan landelijke bronnen. Daarnaast worden kosten en haalbaarheid in elke wijk gedetailleerd uitgewerkt voordat er besluiten worden genomen. 70

Bijlage C: Nota van beantwoording dat het verbazend is dat DWTM niet tegen dit probleem aanloopt. 3. Gaat ervan uit dat CO2-reductie het hoofddoel is van de hele opzet van het warmteprogramma. Daarom zou maximale CO2-reductie een criterium moeten zijn voor de keuze van het toe te passen verwarmingssysteem. Eventueel zou gekozen kunnen worden voor maximale verhouding CO2reductie/euro. Inspreker gaat uitgebreid in op de volgende punten: verkeerde selectiecriteria, goochelen met de kosten, de opbrengsten en de risico's, het tijdpad. risico’s en businesscase. Inspreker bevat zijn bevindingen samen in de volgende punten: 4. De CO2-reductie is lager en komt bovendien veel later op gang. 5. De doelstelling om de CO2 uitstoot in 2030 met 60% te verminderen wordt niet gehaald. 6. Met warmtenetten is het niet mogelijk een aardgasvrij Haarlem in 2040 te realiseren, mede doordat de warmtenetten zelf aardgas gebruiken. 7. De kosten (van warmtenetten) zijn hoger. 8. Er zitten grote en onverklaarbare verschillen tussen modeluitkomsten, die aan de juistheid van de modeluitkomsten doen twijfelen.

3. CO₂-reductie is een belangrijk onderdeel, maar niet het enige criterium. We hebben te maken met beperkte netcapaciteit van elektra, beperkte ruimte in of rondom woningen, beperkte isoleerbaarheid, betaalbaarheid etc. Haarlem heeft daarom op basis van het afwegingskader een keuze gemaakt in de voorkeurs warmteoplossing per buurt. 4. De verwachting dat CO₂-reductie later op gang komt, herkennen wij niet. Volgens de duurzaamheidsbegroting (jaarverslag 2024) ligt Haarlem juist ruim vóór op het beoogde CO₂-reductiepad: in 2023 is al 38% reductie bereikt t.o.v. 2017, terwijl het tussendoel voor dat jaar aanzienlijk lager lag. 5. Zie 4. 6. We erkennen dat piek- en back-upinstallaties op aardgas momenteel onderdeel kunnen zijn van warmtenetten. Deze installaties zijn bedoeld voor uitzonderlijk koude dagen. Op termijn worden deze vervangen door slimme toepassing van warmtebuffers en duurzame alternatieven voor piek- en backup. 7. Uit de kostenanalyses in het Analyserapport blijkt dat warmtenetten in Haarlem niet structureel duurder zijn dan individuele oplossingen. 8. Verschillen tussen modeluitkomsten zijn deels te verklaren doordat de analyses over meerdere jaren zijn uitgevoerd, waarbij steeds de meest actuele versie van de Warmtetool is gebruikt. Daarnaast zijn inzichten, kostendata en emissiefactoren tussentijds geactualiseerd op basis van o.a.

de landelijke PBLStartanalyse/ASA. Het model is gebruikt om verschillende warmtetechnieken binnen één buurt met elkaar te vergelijken en dan maakt het minder uit als een model een update krijgt tussentijds. Bovendien zijn gevoeligheidsanalyses uitgevoerd en is rekening gehouden met een onzekerheidsmarge van plus en min 20%. In het Analyserapport is daarom een toetsing aan de PBL-cijfers opgenomen om te controleren of uitkomsten logisch en consistent blijven. Waar afwijkingen ontstonden, zijn deze besproken en geduid. Voor de voorkeurskeuzes zijn bovendien niet kleine modelverschillen bepalend, maar een breed 71

Bijlage C: Nota van beantwoording 9. Er worden volstrekt onrealistische tijdschema’s gepresenteerd. 10. De uitkomsten zijn niet te rijmen met de ervaring in het Ramplaankwartier. 11. De financiële risico’s (van warmtenetten) zijn groter en er is geen basis voor een business case. 12. Het (collectieve warmte d.m.v. warmtenetten) is een eindeloos veel ingewikkelder traject voor het gemeentelijk apparaat en het gemeentebestuur, dat moeilijk in de hand te houden is. 13. De gemeente zit decennialang vast aan het warmtebedrijf.

afwegingskader. 9. De tijdpaden in het Warmteprogramma geven ambitieus richting en zorgen ervoor dat we goed kunnen programmeren met netbeheerders, corporaties en bewoners. Natuurlijk is er sprake van afhankelijkheden van bijvoorbeeld het Rijk en zijn niet alle ontwikkelingen in de toekomst te voorzien. Bij elke update van het warmteprogramma komt daarom ook een update van de tijdpaden. 10. Zie antwoord bij punt 2. 11. In deze fase is er inderdaad nog geen uitgewerkte businesscase voor iedere wijk, en dat klopt ook: het Warmteprogramma is bedoeld om richting te geven, niet om investeringsbesluiten te nemen. De financiële risico’s van warmtenetten zijn voor de gemeente vanwege de grotere investeringen inderdaad hoger dan die bij individuele buurten, maar zoals aangegeven zijn er meerdere factoren die meespelen bij een afweging voor een individueel of collectief gebied. 12. De warmtetransitie vraagt in alle buurten om een grote organisatie, ongeacht de gekozen oplossing. De complexiteit zit alleen op een andere plek. In warmtenetgebieden wordt de uitvoering grotendeels gedaan door het warmtebedrijf, terwijl de gemeente hier vooral de regie en toetsing voert. Dat maakt de gemeentelijke taak overzichtelijker en procesmatig te organiseren.

In gebieden zonder warmtenet is de opgave juist vaak complexer, omdat daar voor veel verschillende woningen en situaties maatwerkoplossingen nodig zijn. Dat vraagt meer individuele begeleiding, diverse techniekopties per straat of woningtype, en intensievere ondersteuning van bewoners. 13. De gemeente is 50% eigenaar en committeert zich daarmee inderdaad aan een langdurige samenwerking. Dit zorgt voor stevige publieke sturing en het borgen van belangrijke uitgangspunten waaronder betaalbaarheid en leverzekerheid voor en bescherming van inwoners.

72

Bijlage C: Nota van beantwoording 28.

Particulier

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) Inspreker heeft zijn zienswijze op oplossing in de Koninginnebuurt (middentemperatuur-warmtenet). Omdat deze oplossing (aldus de analyse) 19% van de tijd gebruik maakt van aardgas, heeft een hybride individuele warmtepomp nagenoeg dezelfde fossiele inzet. Inspreker stelt dat dit minstens even duurzaam is, zeker als de hybride warmtepomp draait op groene stroom. Verzoekt de gemeente Haarlem om in het kader van de opt-out-regeling in het Warmteprogramma de mogelijkheid te bieden dat bewoners: 1. Kunnen kiezen voor een hybride warmtepomp met cv-piek als gelijkwaardig alternatief voor aansluiting op het warmtenet en gebruik kunnen blijven maken van de huidige aardgas aansluiting; 2. Eenzelfde analogie zou gedaan kunnen worden met een lucht-lucht warmtepomp met cv-piek als gelijkwaardig alternatief. 3. Deze keuze kunnen onderbouwen met technische gegevens (jaarverbruik, piekuren, isolatieniveau minimaal D);

Dank voor uw reactie en mooi om te zien dat u al stappen heeft gezet. Hieronder treft u een puntsgewijze beantwoording: 1. Het klopt dat warmtenetten voor hun piekbelasting tijdelijk gebruik maken van gasketels. Dit betreft slechts een deel van het totale energiegebruik op jaarbasis. In deze fase van de energietransitie zijn dat in de regel ketels die gebruik maken van aardgas. In een later stadium van de energietransitie moeten deze ketels vervangen zijn door warmtebuffers, e-boilers of andere aardgasvrije technieken, denk bijvoorbeeld aan groengas, waterstofgas of een elektrische wijze van piek-verwarmen. Een hybride warmtepomp maakt gebruik van aardgas uit het aardgasnet (dat zal verdwijnen) en is daarmee geen aardgasvrije oplossing. Als zodanig kan deze ook geen onderdeel uit maken van de opt-out regeling. 2. Wij interpreteren uw opmerking als volgt: u verzoekt installaties met een lucht-luchtwarmtepomp, ondersteund door een cv-ketel voor piekmomenten, op te nemen als onderdeel van de opt-out regeling. In dit geval beschrijft u een situatie die gelijkend is aan die bij nummer 1) beschreven en beantwoord is. 3. De opt-out regeling is een landelijk wettelijk geregeld instrument waarmee een gebouweigenaar kan aangeven niet aan te willen sluiten op het collectieve warmtenet. De gebouweigenaar kan dan kiezen voor een vervangende techniek, die fossielvrij is.

Een hybride warmtepomp valt hier niet onder, zoals bij nummer 1) beschreven. In landelijke wetgeving wordt vastgelegd aan welke duurzaamheidseis de opt-out minimaal moet voldoen. 4. Zie de beantwoording bij nummer 3.

73

Bijlage C: Nota van beantwoording 4. Niet verplicht worden aangesloten zolang hun alternatief aantoonbaar even duurzaam is als de collectieve oplossing. Inspreker heeft daarbij de volgende toelichting: In het Ontwerp-Warmteprogramma en de Notitie Reikwijdte en Detailniveau staat dat een opt-out mogelijk is mits het alternatief “even duurzaam” is.

5. Zie de beantwoording bij nummer 3. De techniek moet in ieder geval fossielvrij zijn. Daarbij wil de gemeente aangeven dat het nog 12-15 jaar zal duren voordat de Koninginnenbuurt aardgasvrij moet zijn en dan zijn reeds aangeschafte hybride warmtepompen mogelijk al aan vervanging toe. Zo kunt u gebruik maken van een natuurlijk moment om een volledig elektrische warmtepomp aan te schaffen of om aan te sluiten op het warmtenet. Dit soort onderwerpen (gebruik maken van natuurlijke vervangingsmomenten) zijn onderdeel van het gesprek gedurende het opstellen van het Wijkwarmteplan Koninginnenbuurt.

Een hybride systeem met een fossiele inzet van circa 19 % voldoet hieraan: het energieprofiel en piekstrategie zijn gelijk aan dat van het warmtenet. Door eigen investering in een warmtepomp, isolatie en zonnepanelen wordt bovendien het elektriciteitsnet lokaal ontlast en blijft keuzevrijheid behouden. Inspreker steunt de doelstelling van een aardgasvrij Haarlem, maar is van mening dat meerdere duurzame routes hieraan kunnen bijdragen. In de Koninginnebuurt met veel monumentale panden, zou dit anders eigenaren die reeds geïnvesteerd hebben op grote kosten jagen. Het is dus van belang dat dit het duurzame investeringen niet in 5 jaar worden afgeschreven. 5. Graag ziet de inspreker dat de gemeente de optout-regeling concreet invult, zodat bewoners 74

Bijlage C: Nota van beantwoording zoals ik die al verduurzamen met hybride technieken formeel kunnen voldoen aan de “even-duurzaam”-eis zonder verplichte aansluiting op het warmtenet.

75

Bijlage C: Nota van beantwoording 29.

Particulier

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) De inspreker geeft aan het Warmteprogramma met veel interesse te hebben gelezen en complimenteert de gemeente met de voortvarende aanpak. Tegelijkertijd uit de inspreker zorgen over de uitvoering in de eigen buurt, de Nobelprijsbuurt: 1. De inspreker stelt dat de woningen in de Nobelprijsbuurt, met name de sociale huurwoningen van Pré Wonen, in slechte bouwkundige staat verkeren. De inspreker vraagt wat de gemeente concreet gaat doen om de Nobelprijsbuurt te verduurzamen. 2. De inspreker vraagt waar de Integrale Programmering te vinden is, en in hoeverre corporaties zoals Pré Wonen daadwerkelijk invulling geven aan de afspraken. 3. De inspreker is positief over de ambitie om woningen naar de isolatiestandaard te brengen. Vraagt zich af of er concrete afspraken met corporaties bestaan om deze standaard tijdig te behalen. 4. Inspreker vraagt zich daarnaast af of de in het Warmteprogramma genoemde maximale

Dank voor uw reactie. Hieronder treft u een puntsgewijze beantwoording: 1. Voor het verbeteren van de isolatiestaat van woningen heeft de gemeente prestatieafspraken gemaakt met de corporaties. Die afspraken richten zich op woningen met een E, F en G-label. Verduurzamen van de woningen is aan de woningcorporaties. Als de uitvoering van het Wijkwarmteplan voor de Nobelprijsbuurt start, dan moeten de corporaties hun woningen in de betreffende buurt verduurzamen zodat ze aangesloten kunnen worden op de gekozen warmtetechniek. De gemeente ziet toe op de uitvoering van het Wijkwarmteplan. 2. De Integrale Programmering maakt onderdeel uit van de gemeentelijke werkwijze om werkzaamheden aan de openbare ruimte, de energie-infrastructuur en duurzaamheidsprojecten beter op elkaar af te stemmen. De gemeente werkt hierin nauw samen met onder andere Liander en de woningcorporaties. Corporaties zoals Pré Wonen leveren hier actief input voor en hebben eigen meerjarenplannen die worden afgestemd op de gemeentelijke programmering. 3. Met woningcorporaties zijn bindende prestatieafspraken gemaakt: alle sociale huurwoningen (met uitzondering van monumenten) met een laag energielabel (E, F, G) worden vóór eind 2028 minimaal naar label D gebracht. Daarnaast moeten, volgens landelijke afspraken, alle sociale huurwoningen voor 2050 voldoen aan de standaard voor isolatie.

Hierover heeft de gemeente geen specifieke afspraken met de woningcorporaties. 4. Nee. Wel dat de warmtetechniek voldoende duurzaam (volgens de wettelijke norm die daarvoor gaat gelden) en fossielvrij moet zijn. Bovendien wordt getoetst op de betaalbaarheid. 76

Bijlage C: Nota van beantwoording

5.

6.

7.

8.

warmtevraag per gebied in het omgevingsplan wordt vastgelegd, hoe de gemeente ervoor zorgt dat corporaties die norm realiseren en hoe huurders worden beschermd als corporaties dat niet halen. De inspreker stelt dat het Warmteprogramma aangeeft dat de vooruitzichten voor geothermie positief zijn, en vraagt wat deze positieve verwachting inhoudt. Specifiek wil de inspreker weten waar in Schalkwijk geothermie toepasbaar zou kunnen zijn. Verschil tussen Spijkerboorbuurt en Nobelprijsbuurt: de inspreker merkt op dat de woningtypes in beide buurten nagenoeg identiek zijn, maar dat de Spijkerboorbuurt als individuele oplossing (warmtepomp) is aangemerkt, terwijl de Nobelprijsbuurt een midden-temperatuur warmtenet krijgt. De inspreker vraagt naar de inhoudelijke motivatie achter dit verschil. Inspreker verwijst naar het Ontwerp-rapport voorkeursoplossingen, waarin wordt gesteld dat een Excel-bestand met afwegingscriteria bestaat. De inspreker vindt dat dit document onderdeel van de officiële stukken zou moeten zijn en vraagt om het toe te voegen. De inspreker stelt dat de Nobelprijsbuurt onterecht niet is opgenomen in de eerste vijf jaar van de wijkwarmteplannen, terwijl vergelijkbare

5. Hoe kansrijk geothermie echt is en welke locaties hiervoor geschikt zijn, weten we pas als 3-D seismisch onderzoek is uitgevoerd. Wij kijken op dit moment o.a. naar het terrein waar nu de afvalwaterzuivering is. 6. De Spijkerboorbuurt zijn woningen van Pré Wonen die in het eerste cluster van het warmtenet Meerwijk zouden vallen. In deze buurt heeft Pré Wonen gekozen om niet meer mee te doen met het warmtenet. Daarom zal Pre Wonen ook een andere oplossing voor deze woningen gaan uitwerken. De Nobelprijsbuurt is een ander cluster van het warmtenet Meerwijk en zal op een later moment worden uitgewerkt. Dan zal er ook opnieuw met Pré Wonen gekeken worden of ze dan wel weer mee willen doen aan het warmtenet. 7. Modellen en data-analyses zijn niet toegevoegd aan het Warmteprogramma. Bij aanvang van Wijkwarmteplannen kunnen we wel weer gebruik maken van achterliggende analyserapporten en rekenmodellen. Ook komt er begin volgend jaar een interactieve kaart op de website van de gemeente, waarmee bewoners met hun postcode de voor hun relevante informatie krijgen uit het Warmteprogramma. 8. De Nobelprijsbuurt wordt dus pas op een later moment opgepakt omdat de riolering/straten pas later aan groot onderhoud toe zijn. Wel gaat de gemeente door met allerlei isolatieaanpakken en ondersteuning bij energiearmoede.

Op de webpagina Hulp en advies van de gemeente (link) is een overzicht te vinden van loketten, energiecoaches en handige tips bij verduurzaming. Op deze website is ook per doelgroep te zien welke ondersteuning er beschikbaar is. Woningeigenaren kunnen ook terecht op de website van het Duurzaam Bouwloket: https://www.duurzaambouwloket.nl/haarlem.

77

Bijlage C: Nota van beantwoording aangrenzende buurten dat wel zijn. De inspreker vraagt waarom de buurt volgens het Warmteprogramma pas na 2035 aan de beurt zou zijn, terwijl de Bronnenstrategie juist uitgaat van 2030–2035. Daarbij stelt de inspreker dat veel bewoners niet zelf kunnen investeren in verduurzaming en vreest de inspreker dat de wijk daardoor onnodig lang blijft zitten met hoge energiekosten en slecht onderhouden woningen.

78

Bijlage C: Nota van beantwoording 30.

Wijkplatform Koninginnebuurt

Inspraakreactie

Antwoord

(onderwerpen inspraakreacties) De inspreker stelt dat veel bewoners niet op de hoogte waren van het Warmteprogramma, de deadline voor zienswijzen en de mogelijke gevolgen, en dat dit voorkomen had kunnen worden met betere en tijdigere communicatie. Ook werken huidige communicatiekanalen onvoldoende: de gemeentelijke nieuwsbrief en het Haarlems Dagblad worden weinig gelezen, de link op de website is slecht vindbaar, en uitnodigingen kwamen slechts terecht bij een beperkte groep geïnteresseerden. Ook stelt de inspreker dat wijkplatforms en buurtcommunicatiemiddelen de informatie niet tijdig konden delen. Inspreker roept op tot het opschroeven van de communicatie, om onrust te voorkomen oen om voldoende draagvlak te creëren zodat de benodigde participatiegraad wordt behaald. De inspreker wenst ten slotte dat ook de redacties van de wijkkranten worden betrokken, er een algemene nieuwsbrief wordt gestuurd en er een bewonersbrief uitgaat in het vervolg.

Dank voor uw reactie. Ook de gemeente vindt tijdige en duidelijke communicatie met inwoners en bewonersverenigingen van groot belang. Participatie op het Warmteprogramma is op verschillende wijze georganiseerd. Zo zijn er inloopbijeenkomsten voor het Warmteprogramma gepromoot via de kanalen van de locaties, verschillende sociale mediakanalen van de gemeente en partners, nieuwsbrieven en ook digitale schermen in de stad. Rondom de inspraak is onder andere gecommuniceerd in het Haarlems Dagblad, de gemeentelijke nieuwsbrief. Op dit moment ontwikkelt de gemeente een brede communicatiecampagne rondom het (vervolg op) het Warmteprogramma. Deze gaat medio januari van het nieuwe jaar van start. In de buurten waar we starten met het maken van Wijkwarmteplannen, heeft de gemeente ook een communicatiecampagne voor ogen. Dit is een losstaande campagne die ten doel heeft bewoners te informeren en vervolgens te activeren in de stap naar aardgasvrij. Wij nemen uw oproep tot het opschroeven van de communicatie meenemen in de ontwikkeling van onze communicatiecampagne en bij het opstellen van Wijkwarmteplannen.

79

Bijlage C: Nota van beantwoording Deel 3 – Ambtshalve wijzigingen Ontwerp Warmteprogramma Nr. Aanleiding 1.

De kaarten zijn niet goed leesbaar door mensen met vormen van kleurenblindheid. De kaarten worden hierop aangepast.

2.

In de MER staat een kaart met buurttypen. In de technische commissie is aangegeven dat de kleur van de Koninginnenbuurt niet klopt. In de MER staan ook nog enkele foutmeldingen bij verwijzingen. Financiële onderbouwing inclusief passage over capaciteit en dekking van deze capaciteit met CDOK en Planfinanciering toevoegen.

3.

4.

Naast betaalbaarheid ontbreekt leveringszekerheid als uitgangspunt.

5.

Bij financiële onderbouwing ook aandacht voor de grootste risico’s met impact op financiering en monitoring en beheersing van die risico’s. Geef zicht op risico’s die de gemeente financieel neemt en hoe daarop gestuurd/gemonitord gaat worden.

6.

In publiekssamenvatting, klantreizen en teksten bij de kaarten is een passage nodig over de aanschaf/vervroegde afschrijving van cv-ketel (economische levensduur 15 jaar). In het all-electric gebied hebben mensen meer flexibiliteit om over te stappen op natuurlijke momenten. In het Warmtenet gebied zouden we door Warmtebedrijf Haarlem een dienst willen kunnen aanbieden waarin tijdelijke CV-ketels worden aangeboden Er wordt aandacht gevraagd voor de financiële voortgangsrapportage vanuit de Raad. De raad kan hiervan kennisnemen via Jaarverslagen van het Warmtebedrijf Haarlem en de Kadernota.

7.

80

Warmteprogramma wijzigen? Ja.

Ja. Dit wordt aangevuld in het collegebesluit ter vaststelling van het Warmteprogramma. Dit wordt aangevuld in het collegebesluit ter vaststelling van het Warmteprogramma. Dit wordt aangevuld in het collegebesluit ter vaststelling van het Warmteprogramma. Ja, en zie inspraakreactie nr. 14 voor een toelichting op wat te doen bij een oude c.q. kapotte cv-ketel. In het Collegebesluit komt een uitleg over de

Bijlage C: Nota van beantwoording

8. 9.

Aanpassen verwijzing isolatiestandaard: de Isolatiestandaard geldt voor de hele woning en streefwaarden voor de afzonderlijke bouwdelen. Figuur 1.1. op p.7 is geactualiseerd door het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW), figuur vervangen door laatste versie.

81

voortgangsrapportage naar de Raad. Ja. Ja.

Bijlage C: Nota van beantwoording Deel 4 - Overzicht aanpassingen ontwerp-Warmteprogramma Ontwerp-Warmteprogramma Nr.

Hoofdstuk

1.

Samenvatting Aanpassingen in tabel en kaartmateriaal.

2.

Toevoeging waarom we in wijken starten m.b.t. riool en elektriciteitsvoorziening.

3.

Aanpassing rol huurders ten aanzien van keuze warmtechniek.

4.

Hoofdstuk 1 Aanpassing rol huurders ten aanzien van keuze warmtechniek.

5.

Verduidelijking betekenis isolatiestandaard.

6.

Actualiseren figuur 1.1.

7.

Hoofdstuk 2 Toevoeging redelijke verhouding kosten en baten.

Aanpassing

Tabel aangepast op buurt- en wijknamen juist weer te geven, kaartmateriaal bijgewerkt op leesbaarheid en drempelvrij maken voor mensen met een visuele beperkingen. Zin aangepast: Deze buurten zijn gekozen omdat de overstap hier het meest kansrijk is, bijvoorbeeld door geplande renovaties, geplande werkzaamheden aan de openbare ruimte, beschikbare warmtebronnen of omdat bewoners al aan de slag zijn. Tekst bij toelichting op kaart aangepast: - In deze buurten kiezen gebouweigenaren voor een individuele oplossing, zoals een luchtwarmtepomp of bodemwarmtepomp. - Gebouweigenaren mogen ook kiezen voor een eigen aardgasvrije oplossing, zoals een warmtepomp. p.4 zin aangepast naar: Het is voor gebouweigenaren altijd mogelijk om een eigen duurzame oplossing te kiezen. p.4 voetnoot aangepast ter verduidelijking van wat de relatie is tussen de isolatiestandaard en streefwaarden voor de afzonderlijke bouwdelen. p.7: figuur 1.1 is geactualiseerd door het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW). Oude figuur is vervangen en bijgewerkt. P.12 passage toegevoegd: Redelijke verhouding kosten en baten - Voor het overgrote deel van de bewoners en ondernemers mogen de verwachte kosten van verduurzamingsmaatregelen niet hoger zijn dan de verwachte baten over de levensduur van de maatregelen. De gemeente volgt hiervoor de 82

Bijlage C: Nota van beantwoording rekenregel die het Rijk op dit moment opstelt als onderdeel van de Wgiw/Bgiw. Op dit moment lijkt het om minimaal 70% van een buurt te gaan. 8.

Toevoeging passage gemiddelde warmtevraag per vierkante meter om betrouwbaar met een warmtenet c.q. warmtepomp te kunnen verwarmen.

p.14 passages toegevoegd: Individuele gebieden - Om betrouwbaar met warmtepompen te kunnen verwarmen, moet de warmtevraag voor een gemiddelde tussenwoning worden teruggebracht naar ≈ 50 kWh/m²·jr (laagtemperatuur-niveau). Collectieve gebieden - Voor aansluiting op het warmtenet moet met isolatie een maximale warmtevraag van 150 kWh/m²·jr als ondergrens bereikt worden. Een betere isolatie leidt tot een lagere warmterekening en hoger comfort, dus ook na aansluiting op het warmtenet, kan het zinvol zijn om, op eigen tempo, te isoleren. Voor alle type woningen binnen een aangewezen warmtenetgebied hanteren we daarom de landelijke Isolatie standaard als leidend principe.

9.

Toevoeging Warmte-as-a-service concepten

10.

Hoofdstuk 3 Gesprek met de regio over kansen transportnet

11.

Toevoeging voordeliger worden van warmtenetten bij meer aansluitingen.

p.15 zin toegevoegd: Warmte-as-a-service concepten worden onderzocht als tussentijdse oplossing.

p.21 passage gewijzigd: Voor de robuustheid van het systeem is op lange termijn regionale samenwerking interessant. Het kan de leveringszekerheid en betaalbaarheid ten goede komen als op langere termijn grote warmtebronnen zoals geothermie en datathermie via een regionaal warmtetransportnet met elkaar worden verbonden. De gemeente blijft hierover de komende jaren in gesprek met de regio. p.25 zin toegevoegd: Wel geldt hier dat warmtenetten voor alle afnemers betaalbaarder worden, zodra er meer gebouwen aangesloten zijn. Oftewel, hoe hoger het aandeel van gebouwen dat meedoet in een bepaalde wijk of buurt, des te voordeliger voor alle afnemers.

Hoofdstuk 4 83

Bijlage C: Nota van beantwoording 12.

Duiding onzekerheid prijsontwikkeling energiemarkten.

p.36 passage toegevoegd: Het is belangrijk bij deze grafiek te realiseren dat de prijsontwikkelingen op de energiemarkt onzeker zijn, o.a. door de afhankelijkheid met de wereldmarkt en politieke keuzes. Onderstaande grafiek laat dan ook enkel een meerjarige trendontwikkeling zien op hoofdlijnen.

13.

Aanpassing rol huurders ten aanzien van keuze warmtechniek.

p.38 zin aangepast naar: Gebouweigenaren die een aardgasvrije, alternatieve warmtevoorziening willen kiezen (opt-out), moeten dit aangeven bij de gemeente.

Hoofdstuk 5 14.

Toevoeging dat energiebesparing zowel isolatiemaatregelen betekent alsook gedragsverandering.

p.42 zin gewijzigd: Energiebesparing (zowel isolatie van bouwdelen als gedragsverandering) en het benutten van beschikbare regelingen dragen altijd bij. p.42 zin toegevoegd : Deze blijvende aandacht voor energiebesparing betreft zowel het stimuleren van fysieke isolatiemaatregelen alsook gedragsverandering

15.

Toevoeging behoefte om kennis en ervaring uit te wisselen.

p.45: kop en tekst aangepast zodat deze beter weergeven dat gemeente Haarlem kennis en ervaringen deelt met regionale partners en dat bij het maken van Wijkwarmteplannen in gebieden die grenzen aan andere gemeenten ook de verbinding met deze gemeenten wordt gezocht.

16.

Toevoeging Warmte-as-a-service concepten.

p.47 zin toegevoegd: Warmte-as-a-service concepten worden onderzocht als tussentijdse oplossing.

Hoofdstuk 6 17.

Toevoeging paragraaf monitoring van milieueffecten.

p.49: paragraaf 6.3. toegevoegd.

Bijlagen 18.

Klantreizen voor inwoners toegevoegd.

Bijlage B.3 toegevoegd aan het Warmteprogramma.

84

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16301000/2