Bijlage 2 Programma van eisen voor de leefomgeving FvA
Tekst van het document
4.8.4 Groenkwaliteit
In paragraaf 4.5.1 staan de relevante eisen voor de ecologische waarde van toe te voegen beplanting. Deze paragraaf richt zich op inrichtings-, beheer- en onderhoudsaspecten. Eisen 1. Inrichting openbare ruimte volgens het ‘groen, tenzij’-principe: groen, tenzij dit in afweging met andere belangen zoals verkeersfunctie, ondergrond, toegankelijkheid of sociale veiligheid niet de beste oplossing is. 2. Er dient voldoen te worden aan de beplantingseisen in hoofdstuk 7 van het HIOR. 3. Het ontwerp van het groen moet passen bij het beheer- en onderhoudsniveau. 4. In beeld en beleving van het groen zijn de hoofd-
Floris van Adrichemlaan | PvEL | 4. Randvoorwaarden, eisen en wensen
47
bomenstructuur en de hieraan gekoppelde ecologische verbinding volgens het Natuur Netwerk Haarlem herkenbaar en integraal opgenomen in het parkontwerp.
4.8.5 Maaiveldinrichting
De gemeente zet in op een centrale parkruimte voor alle leeftijdsgroepen om te spelen, sporten, ontmoeten en ontspannen. Ook wordt gestreefd naar een openbare ruimte met een herkenbare samenhang en een eigen signatuur passend bij de Boerhaavewijk. Eisen 1. Alle materialen, formaten, standaarddetails, objecten, meubilair en armaturen, kleuren en verbanden zijn eenduidig voor het gehele gebied. 2. Er dient voldoen te worden aan de betreffende eisen in het HIOR. 3. Toe te voegen beplanting in de openbare ruimte versterkt de eenduidigheid van het gebied. 4. Bestaande structuren vanuit de omliggende straten worden door het park getrokken zodat er logische noord-zuid- en oost-west-wandel- en fietsroutes ontstaan.
4.8.6 Waterpartijen
De waterpartijen in het gebied hebben een functionele en visuele samenhang en krijgen natuurlijke, kindvriendelijke oevers met hoge ecologische waarde. De waterpartijen worden met elkaar verbonden via duikers. Eisen 1. Waterpartijen zijn samenhangend en functioneel met elkaar verbonden, waardoor er een natuurlijke afstroming op de Amerikavaart mogelijk is. 2. Waterpartijen krijgen natuurlijke, kindvriendelijke
strategy x design
oevers met hoge ecologische waarde. 3. Minimale breedte waterpartij is 2,5m. 4. Waterpartijen worden met duikers verbonden en zo vormgegeven dat de samenhang zichtbaar wordt. 5. Lengte van de duikers zo kort mogelijk. Hoogte van de duikers: 1/3 lucht en 2/3 water. De duiker ter hoogte van de Louis Pasteurstraat geldt hiervoor als richtinggevend. Wensen 1. Rekening houden met onderhoud vanaf de kant. Liever geen maaiboot (dan is ook inlaatplek nodigen minimale diepte 80cm nodig). 2. Een aantal langzaamverkeersroutes passeren als bruggen of stapstenen het water. 3. Ten oosten van Eijkmanlaan ook open water (dus niet in de vorm van een wadi).
4.8.7 Spelen
Buiten spelen is goed voor de sociale en fysieke ontwikkeling van kinderen. De gemeente zet zich in voor meer speelruimte en een betere spreiding over de stad. Schoolpleinen en sportvelden moeten waar mogelijk openbaar toegankelijk worden. Ook stimuleert Haarlem het natuurlijk spelen: speelplekken zonder vaste inrichting waar kinderen kunnen ontdekken. Ook de routes tussen de speelvoorzieningen in een wijk wil de gemeente verbeteren. Randvoorwaarden 1. Veiligheid en inrichting dienen te voldoen aan Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen: Speelplekken moeten veilig en aantrekkelijk zijn. 2. Speeltoestellen en speelconstructies dienen te voldoen aan NEN 1176 en valondergronden aan de NEN1177.
Eisen 1. Het speelruimtebeleid zoals beschreven in de nota Speelruimtebeleid en in het HIOR, is de basis voor het maken van uitwerkingsplannen samen met de betrokkenen uit de verschillende wijken. 2. Voldoen aan de NUSO-norm: drie procent van de beschikbare openbare ruimte is bestemd voor speelruimte. 3. ‘Natuurlijk spelen’ bevorderen: groene speelplekken en plekken langs de oevers, zonder vaste inrichting waar kinderen kunnen ontdekken. 4. Spelaanleidingen opnemen in de openbare ruimte. 5. Na schooltijd zijn schoolpleinen toegankelijk voor buurtkinderen. Wens 1. Een toegankelijke speelvoorziening toevoegen voor kinderen met een beperking.
4.8.8 Afvalinzameling
Voor alle bewoners en gebruikers moeten op loop afstand voldoende containers aanwezig te zijn om op een duurzame manier afval te deponeren. Afvalinzameling leidt niet tot gevaarlijke verkeers situaties. Eisen 1. Voor een doelmatig afvalstoffenbeheer en bescherming van het milieu, geldt het Uitvoerings besluit afvalstoffenverordening. 2. Locatiebepaling van ondergrondse containers en van opstelplaatsen voor mini(rol)containers, gebeurt in overleg met Spaarnelande en de gemeente. Hierbij geldt dat iedere locatie optimaal toegankelijk is voor inzamelwagen als voor bewoners. De gebruikelijke plaats is in de parkeerstrook. 3. Kosten plaatsing van afvalvoorzieningen betalen
Floris van Adrichemlaan | PvEL | 4. Randvoorwaarden, eisen en wensen
48
de ontwikkelende partijen. Hierover worden in de anterieure overeenkomsten afspraken gemaakt. 4. De richtlijn voor de loopafstand naar een container voor restafval is maximaal 250m (artikel 4 lid 8 Uitvoeringsbesluit). 5. Het plaatsen van een ondergrondse vuilcontainer (OGVC) moet voldoen aan de eisen in Richtlijnen inzamelmiddelen en -voorzieningen afval. 6. Het inrichten van aanbiedplaatsen voor particulier afval gebeurt volgens de richtlijnen uit het HIOR om de ruimtelijke impact van deze containers te beperken: a. Containers staan nooit dominerend of te zichtbaar in de openbare ruimte, maar worden met overige nutsvoorzieningen, meubilair en fietsparkeerplekken gegroepeerd geplaatst in groenblauwe voorzieningenstroken. b. Containers worden geplaatst buiten (potentiële) boomkronen. 7. Bedrijfsafval wordt op eigen terrein en niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte, gestald. Voor voorzieningen die niet beschikken over een achterterrein, betekent dit dat deze een inpandige opslagruimte voor bedrijfsafval hebben.
4.9 Gebouwen Deze paragraaf geeft de algemene kaders voor de gebouwontwerpen. De kaders zijn onderverdeeld in de volgende thema’s: 1. Sociaal veilig 2. Te behouden gebouwen 3. Gebouwplinten 4. Woongebouwen en entreepartijen 5. Bergingen en stallingsruimten fietsen 6. Stallingsruimten auto's
strategy x design
7. Technische ruimten en installaties 8. Vergroenen daken en gevels Paragrafen 5.3 t/m 5.5 geven de beeldkwaliteitscriteria voor de vormgeving van de gebouwen en de private buitenruimten.
4.9.1 Sociaal veilig
Gebouwen zijn zo ontworpen dat ze bijdragen aan een sociaal veilige leefomgeving. Gebouwen dienen voor iedereen goed toegankelijk te zijn. Gebouwen worden zo ontworpen dat bewoners en gebruikers elkaar kunnen ontmoeten. Dit draagt bij aan het tegengaan van anonimiteit en vereenzaming. Randvoorwaarde 1. Gebouwen zijn toegankelijk voor personen met een beperking en voldoen aan de betreffende eisen in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL). Eisen 1. Gebouwen worden sociaal veilig ontworpen en voldoen aan het Politiekeurmerk Veilig Wonen Nieuwbouw. 2. Gebouwen worden zo ontworpen dat bewoners en gebruikers elkaar op een prettige (informele) manier kunnen ontmoeten. Dit draagt bij aan het voorkomen van anonimiteit en streeft inclusiviteit na. 3. Gebouwen worden zo ontwerpen dat overlast situaties (geluid, stank) en aantasting van privacy zo veel mogelijk wordt voorkomen. 4. Mengen van sociale woningen en overige woon categorieën niet op gebouwniveau; bewoners ontmoeten elkaar in de openbare ruimte en de collectieve buitenruimten van een samengesteld woonblok.
5. Meergezinswoningen hebben een zodanige omvang dat bewoners elkaar herkennen en kunnen leren kennen, zie paragraaf 4.9.3. 6. Briefkasten frustreren de zichtbaarheid van de entreehal vanaf de openbare ruimte niet. Zie ook de beeldkwaliteitscriteria in paragraaf 5.4. 7. Private binnenterreinen zijn goed toegankelijk voor de beoogde gebruikers en worden gerespecteerd door derden. Bij binnenterreinen geldt: open waar het kan en dicht waar het moet. Praktijkvoorbeelden zijn opgenomen in de Veiligheidseffectrapportage.
4.9.2 Te behouden gebouwen
Zoals in hoofdstuk 2 en 3 wordt uitgelegd zijn er een aantal bestaande gebouwen aan de Floris van Adrichemlaan die behouden moeten blijven, of waar van onderzocht moet worden of het mogelijk is ze te behouden. Eisen 1. De kerkzaal, toren en het kerkplein van de Moeder van de Verlosserkerk zijn monumentwaardig en moeten behouden blijven. 2. Voor de Professor Dumontschool geldt een inspanningsverplichting om te onderzoeken of het gebouw hergebruikt en verbouwd kan worden als Huis van de Wijk, zie paragraaf 4.4.2. 3. Bij het vrijkomen van de Don Boscoschool geldt een inspanningsverplichting om te onderzoeken of het schoolgebouw, al dan niet omgebouwd en voorzien van een extra bouwlaag, onderdak kan bieden aan atelierwoningen en/of een wooncoöperatie, zie paragraaf 4.4.4.
4.9.3 Gebouwplinten
De juiste programmering en vormgeving van de begane grond gericht op de openbare ruimte – de zogenoemde
Floris van Adrichemlaan | PvEL | 4. Randvoorwaarden, eisen en wensen
49
gebouwplint – draagt bij aan sociale interactie en een prettige leefomgeving waar het zowel overdag als ’s avonds en ‘s nachts sociaal veilig is. Dit geldt ook voor plinten die grenzen aan collectieve buitenruimten. Voor de beeldkwaliteitscriteria zie paragrafen 5.3 en 5.4. Algemene eisen gebouwplinten 1. Plinten met doods programma zijn niet toegestaan. Denk hierbij aan bergingen, autoparkeren, magazijnen, etc. 2. Plinten met te veel technische ruimten (voor trafo’s, WKO’s, afval, e.d.) naast elkaar zijn niet toegestaan. Aan de parkzijde geen technische ruimten. 3. Eventuele overstekken zijn overzichtelijk en worden in de avonduren goed verlicht zodat overlast en sociale onveiligheid voorkomen wordt. Eisen voorzieningenplinten 1. Voorzieningen op de begane grond hebben een rechtstreekse ontsluiting op de openbare ruimte, zodat deze direct geactiveerd wordt. 2. Privacygevoelige voorzieningen die door de gebruiker afgedekt gaan worden met folie of lamellen, zijn niet toegestaan in de plint. Denk hierbij bijvoorbeeld aan kleed- of behandelkamers. Eisen woonplinten 1. Woningen op de begane grond krijgen een minimaal 2m diep terras met een brede heesterstrook als erfafscheiding. Zie ook paragraaf 4.5.1 voor de ecologische eisen en paragraaf 5.3 voor de beeld kwaliteitscriteria. 2.
Woningen op de begane grond krijgen een eigen ontsluiting op de openbare ruimte zodat deze direct geactiveerd wordt. 3. Aan de kant van de openbare ruimte alleen levendige functies. Denk hierbij aan keuken, kantoor of
strategy x design
woonkamer. Slaapkamers zijn geen levendige functies en zijn hier niet toegestaan.
4.9.4 Entreepartijen woongebouwen
De juiste afmeting, vormgeving, inrichting en verlichting van een entreepartij zijn belangrijk. Niet alleen voor de sociale veiligheid, maar ook voor het bevorderen van (informele) contacten tussen bewoners en gebruikers, waardoor anonimiteit wordt verminderd. Het aantal woningen in een woongebouw moet niet te groot worden; buren moeten elkaar kunnen herkennen en (informeel) contacten kunnen leggen. Voor de eisen van het woonprogramma zie paragraaf 4.4.4, voor de beeldkwaliteitscriteria zie paragraaf 5.4. Eisen 1. Een entreepartij is vanaf de openbare ruimte goed vindbaar en toegankelijk. 2. Maximaal 35 woningen ontsluiten op één entree partij. 3. Afzonderlijke ruimte bij entree voor stallen scootmobielen: minimaal 1 opstelplaats per 10 woningen. Wens 1. Bij de entreepartij extra ruimte creëren voor ontmoe ting met een inrichting die daartoe uitnodigt. Afmeting is afhankelijk van de grootte van het gebouw. Het kan bijvoorbeeld een huiselijk ingerichte ruimte naast de entree zijn met een leestafel en stoelen. Deze ruimte vormt geen belemmering voor vluchtroutes.
4.9.5 Bergingen en stallingsruimten fietsen
Fietsenstallingen voor bewoners en gebruikers worden inpandig bij de (hoofd)entrees geplaatst, zie de eisen in paragraaf 4.7.4. Deze stallingsruimten domineren de plint van het gebouw niet. Als er bergingen komen, zijn
deze niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte. Eis bergingen 1. Bergingen zijn vanaf de openbare buitenruimte niet zichtbaar en leiden niet tot een dode plint. Eisen stallingsruimten fietsen 1. Overdekte stallingsruimten voor fietsen worden bij de (hoofd)entrees geplaatst. 2. Stallingsruimten voor fietsen worden zodanig gepositioneerd en ontworpen dat ze de gebouwplint niet domineren en niet tot een dode plint leiden. 3. Stallingsruimten worden sociaal veilig ontworpen; zijn overzichtelijk ingericht en bij gebruik goed verlicht.
4.9.6 Stallingsruimten auto's
Het grootste deel van het autoparkeren zal onder de nieuwe bebouwing opgelost moeten worden, zie paragraaf 4.7.5. Deze parkeerfaciliteiten mogen de leefomgeving van de bewoners en omwonenden niet negatief beïnvloeden door geluid-, stank- en licht overlast. Voor de beeldkwaliteitscriteria zie paragraaf 5.4. Eisen 1. Een gebouwde parkeervoorziening domineert de omgeving niet en veroorzaakt geen geluid-, stanken lichtoverlast voor omwonenden. 2. Eventuele halfverdiepte parkeervoorzieningen zijn aan de buitenkant van het gebouw niet zichtbaar. Onder binnenhoven wordt de parkeervoorziening voorzien van een groen dak met voldoende pakketdikte, zie paragraaf 4.9.8. 3. Parkeervoorzieningen worden sociaal veilig ont worpen: zijn overzichtelijk ingericht en bij gebruik goed verlicht.
Floris van Adrichemlaan | PvEL | 4. Randvoorwaarden, eisen en wensen
50
4.9.7 Technische ruimten en installaties
Noodzakelijke ruimten voor trafo’s, WKO-installaties, afvalcontainers van bedrijven en voorzieningen e.d. komen op privaat terrein. Vanaf de openbare ruimte zijn deze ruimten zo min mogelijk zichtbaar. Voor beeldkwaliteitscriteria zie paragraaf 5.4. Randvoorwaarden 1. Geen langdurige blootstelling van personen in de woonsituatie aan magneetvelden vanuit trafo ruimten boven 0,4uT als jaargemiddelde. 2. Brandwerendheid van traforuimten moet te voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. Eisen technische ruimten op de begane grond 1. De ontwikkelende partij inventariseert zo vroeg mogelijk in het ontwerpproces bij de verschillende nuts- en telecombedrijven de behoefte aan technische ruimten voor trafostations, WKO-installaties, etc. en bijbehorende technische randvoorwaarden, waaronder toegankelijkheid. 2. Technische ruimten voor trafo’s, WKO-installaties (uitgezonderd bronputten), opstelruimten voor (bedrijfs)-afvalcontainers, etc., komen niet in de openbare ruimte, maar in de gebouwen. 3. De afstand tussen inpandige traforuimten en woonruimten voor langdurig verblijf (slaapkamer, woonkamer) bedraagt tenminste 4m (horizontaal en verticaal). 4. Toegangen tot technische ruimten voldoen aan de toegankelijkheidscriteria van de verschillende nutsbedrijven. 5.
Toegangen tot technische ruimten veroorzaken geen onveilige situaties of overlast van onderhoudsvoertuigen op fiets- en wandelpaden.
strategy x design
Wens technische ruimten op de begane grond 1. Bij voorkeur zijn ruimten die direct grenzen aan traforuimten niet bestemd voor wonen (NPR 8799_2014). Eisen installaties en andere opbouwen op het dak 1. De ontwikkelende partij inventariseert zo vroeg mogelijk in het ontwerpproces wat de omvang van de installaties en ander opbouwen op het dak gaat worden. Denk hierbij aan liftopbouwen, klimaat installaties en duurzame energieopwekking. 2. Voor de goedkeuring van het voorlopig en definitief gebouwontwerp moet er een integraal dakontwerp aangeleverd te worden waarbij alle benodigde installaties, opbouwen, etc., in beeld zijn gebracht.
4.9.8 Vergroenen daken en gevels
Zoals in paragraaf 4.5.1 staat, worden de gebouwen natuurinclusief ontwikkeld. Voor platte of licht hellende daken betekent dit dat deze als natuurdak uitgevoerd worden. Voor de gevels wordt de ontwikkelaar gevraagd naar vergroeningsmogelijkheden te zoeken en nest- en rustplekken toe te voegen voor de gewenste soortencategorieën. Voor beeldkwaliteitscriteria daken, zie paragraaf 5.4. Eisen daken 1. Platte en licht hellende daken worden als natuurdak uitgevoerd, ook als dit samengaat met de plaatsing van zonnepanelen, zie paragraaf 4.5.1. 2. Daken die moeten bijdragen aan de opvang van hemelwater krijgen een dakopbouw die voldoet aan de betreffende waterbergingseisen, zie paragraaf 4.5.3. 3. Grondpakketdikte is afgestemd op de functie van het dak. Voor daken boven de halfverdiepte parkeer garages in de woonclusters is deze minimaal 100cm
boven constructief sterkere delen zoals kolommen, en minimaal 40cm boven de overige dakdelen. Eis gevels 1. Gevels en dakranden krijgen voldoende nestkasten en rustplekken. Aantal en type nestkasten en rustplekken afstemmen op de diersoorten van de gewenste soortencategorieën, zie paragraaf 4.5.1. 2. Daar waar mogelijk worden gevels minimaal voorzien van een grondgebonden groensysteem met klimmende plantsoorten passend bij de gewenste soortencategorieën. Wens gevels 1. Integreren van bloembakken aan de balustraden van balkons en galerijen. Dit vergroot niet alleen het groene beeld, maar geeft ook verkoeling, biedt ruimte voor individuele expressie en geeft een gevoel van geborgenheid. Bij voorkeur bewateren met gemeenschappelijk bewateringssysteem gevoed vanuit de vereiste hemelwaterberging.
4.10 Slotbepalingen Dynamische verwijzing Waar in de randvoorwaarden, eisen en wensen wordt verwezen naar wetgeving, regelgeving, beleid(sregels) of gelijk te stellen documenten, geldt dat met inbegrip van latere wijzigingen. Hardheidsclausule Er kan door de gemeente gemotiveerd worden afgeweken van eisen vastgelegd in dit PvEL als een eis leidt tot gevolgen die onevenredig zijn in verhouding tot de met deze eis of ander eisen te dienen doelen.
Floris van Adrichemlaan | PvEL | 4. Randvoorwaarden, eisen en wensen
51
5. Beeldkwaliteit 5.1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft de beeldkwaliteitscriteria voor het projectgebied Floris van Adrichemlaan. Deze komen bovenop de criteria uit de Nota Ruimtelijke Kwaliteit voor dit welstandsgebied. Samen borgen ze de beeldkwaliteit van-, en samenhang tussen openbare ruimte en de omliggende gebouwen. Dit hoofdstuk behandeld de criteria voor de vorm geving van: de openbare ruimte, het collectief en privaat maaiveld en de gebouwen De laatste paragraaf heeft de aanvullende criteria voor het Huis van de Wijk met sporthal, het IKC en het nieuwbouwdeel van de Moeder van de Verlosserkerk, dit zijn de blikvangers in het projectgebied. Nadat dit PvEL is vastgesteld, wordt in de ontwerpfase het definitief stedenbouwkundig plan (DO SP) met bijbehorend beeldkwaliteitsplan (BKP) opgesteld.
Let op: De beeldkwaliteitscriteria in dit hoofdstuk moeten altijd samen met de randvoorwaarden, eisen en wensen uit hoofdstuk 4 gelezen worden. De ontwerpen moeten voldoen aan de onderstaande criteria. Afwijken kan alleen als er een gelijkwaardige oplossing gevonden wordt of als het om goed onderbouwde redenen niet mogelijk is om eraan te voldoen.
strategy x design
In het BKP worden de criteria uit dit hoofdstuk verder uitgewerkt en gespecificeerd voor het ontwerp openbare ruimte en de gebouwontwerpen.
5.2 Openbare ruimte We maken van de Floris van Adrichemlaan een centraal wijkpark en -plein, waar ruimte is voor ontspanning, ontmoeting, beweging en spelen. Dit vraagt om een integraal ontworpen en samen hangende openbare ruimte met een hoge gebruiks- en kwaliteitswaarde. Algemene criteria 1. Plein, park en de entreeruimten tussen de bestaande en nieuwe bebouwing, sluiten op harmonisch en logisch manier aan op de omliggende buurten. 2. Het ontwerp van het plein en park nodigt op een ongedwongen manier uit tot ontmoeten, bewegen, sporten, spelen en ontspannen. 3. Het uitgangspunt ‘groen, tenzij’ (zie paragraaf 4.8.4) komt niet alleen tot uitdrukking in het minimaliseren van verharde oppervlakten, het moet ook leiden tot aantrekkelijke groene ruimten die sociaal veilig en voor iedereen toegankelijk zijn. 4. Plein, park en onderdelen daarvan zijn en niet opgedeeld in ruimten voor aparte doelgroepen. De ruimten zijn zo veel mogelijk multifunctioneel vormgegeven, zodat ze door verschillende gebruikers op verschillende tijdstippen gebruikt kunnen worden. 5. Hekwerken of ballenvangers zijn in principe niet toegestaan. Sportveldjes worden eventueel
Floris van Adrichemlaan | PvEL | 5. Beeldkwaliteit
Plein en park nodigen op een ongedwongen manier uit tot ontmoeten, bewegen, sporten, spelen en ontspannen
Plein, park en onderdelen daarvan zijn inclusief en voor iedere inwoner van de Boerhaavewijk toegankelijk
52
verdiept met (zit)rand aangelegd. Afscheiding van bijvoorbeeld een speeltuin door middel van hagen of heesterstroken. Van dit criterium kan afgeweken worden indien: a. De plaatsing van een ballennet bij een sportveldje vanwege veiligheid noodzakelijk is (zie paragraaf 4.4.2). b. Het plaatsen van een hekwerk verplicht is, bijvoorbeeld ter afscherming van een schoolplein. Aan de buitenzijde wordt dan wel een haag of heesterstrook geplaatst. Criteria water en beplanting 1. Waterpartijen met ecologische, kindvriendelijke oevers krijgen een centrale positie in het park en een natuurlijke vormgeving. 2. Regenopvang en -afdracht is een belangrijk ontwerp uitgangspunt: zichtbaar maken van de waterstromen vanaf de gebouwen tot aan het oppervlaktewater. 3. Bomen, heesters en (vaste) planten worden zodanig geplaatst, dat noodzakelijke zichtlijnen vrij blijven, en aantrekkelijke open ruimten en verrassende doorzichten ontstaan. Criteria materiaal, kleur en detaillering 1. Sterke samenhang in vormgeving, materiaalgebruik, kleur en details van het plein, park en entreeruimten tussen de gebouwen naar het park. 2. Herkenbare en eigen signatuur voor de inrichting van de openbare ruimte voor plein en park. 3. Toe te passen materialen, kleuren en detaillering dienen de tand des tijds goed te doorstaan, zodat bestrating en meubilair ook lang nadat het is opgeleverd er nog goed uitziet. 4.
Recreatieve paden worden zoveel mogelijk in halfverharding uitgevoerd.
strategy x design
Criterium kunst in de openbare ruimte 1. De gemeente staat positief tegenover kunstuitingen in de openbare ruimte. Kunstuitingen passen in grootte, vorm en kleur bij de omgeving.
5.3 Collectief en privaat maaiveld Gebouwen sluiten op een zorgvuldige en ‘zachte’ manier aan op de omliggende openbare ruimte. Erf en terrasafscheidingen van heesterstroken zijn het uitgangspunt. Ook voor de inrichting van het collectieve of private maaiveld geldt het ‘groen, tenzij’-principe. Criteria 1. Collectief en privaat maaiveld is geen restruimte tussen de (nieuwe) bebouwing, maar altijd het vertrekpunt voor het ontwerp van de bouwlocatie. 2. Het maaiveldontwerp dient voldoende ruimtelijke kwaliteit te krijgen en is afgestemd op de gebouwontwerpen. 3. Het ontwerp van een entreezone, met onder andere opstelplekken voor fietsen, wordt afgestemd op het ontwerp van de entreepartij van het gebouw. De entreezone sluit op een logische wijze aan op doorgaande voet- en fietspaden. 4. Private buitenruimten van woningen grenzend aan de openbare buitenruimte en collectieve binnenhoven, worden met zorg vormgegeven. Belangrijke uitgangspunten: gebruikswaarde en toegankelijkheid. 5. Toe te passen materialen, kleuren en detaillering dienen de tand des tijds goed te doorstaan. 6. Erfafscheidingen alleen in de vorm van brede, lage heesterstroken (zie paragrafen 4.5.1 en 4.9.3). Deze worden zorgvuldig afgestemd op het gebouw ontwerp en het aangrenzende openbare of
Floris van Adrichemlaan | PvEL | 5. Beeldkwaliteit
Waterpartijen met ecologische, kindvriendelijke oevers en een natuurlijke vormgeving
Erfafscheidingen alleen in de vorm van brede, lage heesterstroken. Makkelijke toegang van terras naar park
53
collectieve maaiveld, worden door de ontwikkelaar aangelegd en gemeenschappelijk onderhouden. Mocht een hekwerk noodzakelijk zijn, dan wordt deze niet zichtbaar achter de heesterstrook of haag geplaatst.
5.4 Gebouwen De nieuwe en te transformeren bebouwing rond het plein en park dienen in samenhang met elkaar en de bestaande bebouwing vormgegeven te worden zodat eenheid en een rustig architectuurbeeld ontstaat. In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit is het gebied waar de Floris van Adrichemlaan onderdeel van uitmaakt, aangemerkt als ‘strokenbouw 1960 -1975’. Het omvat (relatief) jongere stadsdelen waar de ruimtelijke dynamiek hoog is. De Floris van Adrichemlaan is ook onderdeel van een hoofdstructuur met waaraan verschillende voorzieningen zijn gekoppeld. Daarbij horen onderstaande (aanvullende) beeldkwaliteitscriteria.
3. Bij hoekpanden zijn gesloten kopgevels niet toegestaan. Hoekpanden hebben altijd twee voorgevels met voldoende openingen. 4. Buitenzonwering, groen aan de gevels en nesten rustplekken voor dieren zijn onderdeel van de architectuur van het gebouw en worden integraal mee-ontworpen (niet in een latere fase nog toegevoegd). 5. Elementen zoals bloembakken aan balkon- of galerijbalustrades worden gestimuleerd, dragen bij aan een levendig en groen gevelbeeld. Ook deze elementen worden integraal mee-ontworpen.
Algemene criteria 1. De vormgeving van nieuwe bebouwing voegt zich op harmonieuze wijze binnen de bestaande wijk. 2. Volumeopbouw, gevelindeling, materiaal- en kleur gebruik en details van de nieuwe bebouwing sluit zorgvuldig aan op die van de oorspronkelijke bebouwing van de Boerhaavewijk.
Criteria gebouwplint 1. De begane grondgevel aan de openbare of collectieve ruimte (de gebouwplint) is voldoende transparant. Doods of privacygevoelig programma is hier niet toegestaan. 2. Kozijnen in de plint worden voorzien van een borstwering die voldoende hoog is. Dit is een van de maatregelen om te voorkomen dat vanwege privacy ook overdag ramen dichtgezet worden met gordijnen, lamellen of plakfolie. 3. De gebouwplint wordt zo vormgegeven dat een sterke relatie en interactie tussen met de openbare of collectieve ruimte ontstaat. 4. Het ontwerp van de gebouwplint sluit goed aan op het ontwerp van het aangrenzende private, collect ieve of openbare maaiveld.
Criteria gevels 1. De architectuur van de gevels sluit aan op de kenmerkende ‘horizontaliteit’ van de oorspronkelijke bebouwing in de omgeving. 2. De architectuur van de gevels is gelaagd, verfijnd en gevarieerd. De gevels zijn zowel van een afstand als van dichtbij aantrekkelijk vormgegeven.
Criteria entreepartij 1. De hoofdentree van het gebouw richt zich naar de belangrijkste openbare ruimte en doorgaande voetgangers- en/of fietsroute. 2. Een entreepartij is integraal onderdeel van de architectuur en wordt verfijnd en aantrekkelijk vormgegeven. Entrees zijn verbijzonderingen in de
strategy x design
Floris van Adrichemlaan | PvEL | 5. Beeldkwaliteit
Kenmerkende ‘horizontaliteit’ van de oorspronkelijke bebouwing in de Boerhaavewijk
De vormgeving moet ook aansluiten op Haave, de nieuwe bebouwing aan het begin van de Floris van Adrichemlaan
54
architectuur. 3. Entrees zijn uitnodigend en waar mogelijk voorzien van zitelementen en luifels. 4. Een entreepartij is transparant, ruim, overzichtelijk en ’s avonds goed verlicht. 5. Postkasten, bellentableaus, verlichting, huisnummers zijn zorgvuldig uitgewerkt. 6. Bij een entreepartij voor veel woningen, worden brievenbussen niet in de buitengevel van de entreehal geplaatst. Van buitenaf (op ooghoogte) blijft de binnenkant van de hal goed zichtbaar.
Criteria balkons en loggia’s en gallerijen 1. Buitenruimten liggen achter het gevelvlak of deels binnen en deels buiten het gevelvlak (half-in half-uit balkons). Aangehangen balkons zijn niet toegestaan. 2. Gallerijen zijn niet toegestaan aan de buitenzijde van de woonclusters. 3. Eventuele bloem- en plantbakken zijn onderdeel van de architectuur. 4. Laaggelegen buitenruimten zijn zo vormgegeven dat ze voldoende privacy waarborgen.
Criteria technische ruimten, fietsstallingen en parkeerentrees 1. Technische ruimten en toegangen daartoe worden zo veel mogelijk uit het zicht geplaatst. Als ze in de plint komen, dan worden ze zodanig geplaatst en opgenomen in de architectuur dat ze de kwaliteit van plint zo min mogelijk verstoren. 2. Stallingsruimten voor fietsen, scooters, scoot mobielen, e.d. worden zodanig geplaatst en opgenomen in de architectuur dat ze de plint niet domineren en niet tot een dode gevel leiden. 3. Geen autoparkeren in de plint. De (halfverdiepte) parkeergarages worden altijd omzoomd met levendige functies Toegang tot een parkeergarage wordt zoveel mogelijk uit het zicht geplaatst. Niet aan pleinen of in zichtlijnen van straten of langzaam verkeerroutes. 4. Breedte en hoogte van een entree naar een parkeergarage is minimaal. De poort wordt zodanig geplaatst en opgenomen in de architectuur dat het de kwaliteit van plint zo min mogelijk verstoord. 5. Hellingbanen bevinden zich binnen het gebouw en zijn niet zichtbaar vanaf de buitenkant.
Criteria gebouwbeëindiging 1. De gebouw-beëindiging is een logisch onderdeel van het architectonisch concept. Tot de mogelijk heden behoren een setback, een bijzondere dakvorm, een afwijkende maat van de verdiepingshoogte of een verbijzondering in de architectuur.
strategy x design
Bloembakken kunnen eventuele gallerijen aan de binnenzijde van de woonclusters verlevendigen
Criteria daken 1. Het vereiste natuurdak (zie paragrafen 4.5.1 en 4.9.8) wordt als vijfde gevel gezien en is een integraal onderdeel van het gebouwontwerp. 2. Installaties en andere opbouwen op het dak zijn door een verhoogde dakrand niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte of krijgen een schil passend bij de architectuur van het gebouw (worden mee-ontworpen). 3. Installaties en opbouwen op het dak dienen in samenhang met de andere functies op het dak ontworpen te worden. Zie ook paragraaf 6.6 Kwaliteitsborging. Criteria materiaal, kleur en detaillering 1. Materiaal, kleur en detaillering van de buitenschil sluit aan op het kenmerkende materiaal- en kleurgebruik van de oorspronkelijke bebouwing in de
Floris van Adrichemlaan | PvEL | 5. Beeldkwaliteit
Buitengevels met klimgroen via RVS-kabels
Zonnepanelen en natuurdak zijn goed te combineren
55
omliggende buurten. 2. Toe te passen materialen, kleuren en detaillering dienen de tand des tijds goed te doorstaan zodat gebouwen ook lang nadat ze zijn opgeleverd er nog mooi uitzien. 3. Steenstrips ter vervanging van baksteengevels zijn niet toegestaan. Steenstrips mogen alleen toegepast worden als afwerking van balkonranden, lateien en dergelijken. 4. Nieuwe materialen waarvan niet kan worden aangetoond hoe deze er over 10 jaar uit komen te zien, zijn niet toegestaan. 5. De kleur van de zonwering dient zorgvuldig afgestemd te zijn op de kleur van het gevelmateriaal. 6. Mocht beton toch worden toegepast (zie paragraaf 4.5.6), dan is het niet zichtbaar in de buitengevel. Ook eventuele balkon- en andere platen van beton worden altijd afgedekt met materialen die niet gevoelig zijn voor algengroei en streepvorming. Criteria hemelwaterafvoer 1. Hemelwaterafvoer (HWA) wordt opgenomen in de architectuur van de gevel. Het is niet toegestaan een HWA voor het gevelvlak te plaatsen. 2. Regenopvang en -afdracht is een belangrijk ontwerpuitgangspunt: zichtbaar maken van de waterstromen vanaf de gebouwen, via het privateen/of collectieve maaiveld naar de waterpartijen in het park. Criteria naamgeving en reclame-uitingen 1.
De aanduiding van de naam van het gebouw of reclame-uitingen op het gebouw zijn in grootte, vormgeving en kleurstelling afgestemd op en ondergeschikt aan de architectuur van het gebouw. 2. Bij een verzamelgebouw kan alleen de naam van het gebouw op de gevel aangebracht worden.
strategy x design
Individuele huurder/gebruikers worden vermeld op een bord bij de hoofdentree. 3. Eventuele verlichting van de gebouwnaam of van andere reclame-uitingen geeft geen overlast in de omgeving. LED-schermen zijn niet toegestaan. Criteria kunst of ornamenten op of aan gebouwen 1. De gemeente staat positief tegenover het toepassen van kunst op of aan een gebouw. Ook kunnen ornamenten aangebracht worden. 2. Kunst of ornamenten passen in grootte, vorm en kleur bij de architectuur van het gebouw. 3. Eventuele verlichting van kunst of ornamenten geeft geen overlast in de omgeving.
Zichtbaar maken van de hemelwaterafvoer vanaf de gebouwen tot aan de waterpartijen
5.5 Blikvangers Centraal in de Boerhaavewijk, aan weerzijde van het groene wijkplein, wordt het Huis van de Wijk met sporthal en het IKC gebouwd. Voor deze prominent gelegen voorzieningen gelden aanvullende criteria. Aan de oostkant van de Floris van Adrichemlaan wordt de Moeder van de Verlosserkerk getransformeerd, mogelijk tot kleinschalig woon-zorgcomplex. Voor het nieuwbouwdeel gelden ook aanvullende criteria.
Het Huis van de Wijk met sporthal mag in vormgeving en/of kleurgebruik afwijken van de omliggende bebouwing
Algemeen aanvullende criteria 1. Vanwege de prominente ligging aan het wijkplein en op de hoek van de Prof. Eijkmanlaan en Floris van Adrichemlaan, worden extra hoge eisen gesteld aan de kwaliteit van de architectuur van het Huis van de Wijk met sporthal, het IKC en het nieuwbouwdeel van de Moeder van de Verlosserkerk. Aanvullende criteria Huis van de Wijk met sporthal 1. Vanwege de wijkfunctie mag het Huis van de Wijk
Floris van Adrichemlaan | PvEL | 5. Beeldkwaliteit
56
met sporthal in vormgeving en/of kleurgebruik afwijken van de omliggende bestaande en nieuwe bebouwing, mits het wel in harmonie daarmee is. 2. Het gebouw dient met extra aandacht voor de menselijke maat te worden ontworpen: a. De gevels aan het plein krijgen een representatieve en uitnodigende uitstraling. Extra aandacht voor de hoek met de Niels Finsenstraat. Ook aan deze straat krijgt het gebouw een duidelijk voorgevel. b. De begane grond heeft een transparante gevel waar dit mogelijk is, zodat het interne programma van buiten zichtbaar is vanaf het plein en de straat. c. De hoofdentree ligt duidelijk herkenbaar aan het plein, is uitnodigend, heeft een transparante uitstraling en is aantrekkelijk met veel oog voor detail vormgegeven. 3. Het achterliggende parkeerterrein onder de sporthal, moet op een sociaal veilige manier worden vormgegeven, en is bij voorkeur afsluitbaar. De zijgevel aan het plantsoen moet voldoende gevel openingen bevatten. 4. Het Huis van de Wijk met daarboven de sporthal zijn leesbaar als één gebouw, maar kunnen door nuanceverschillen optisch van elkaar verschillen. Aanvullende criteria IKC 1. De buitenruimten zijn ruimtelijk verbonden met het park en plein door gebruik te maken van vergelijkbare materialen en beplantingstypen.
De buitenruimten zijn afgescheiden van het park door een subtiel hoogteverschil en/of afscheiding doormidden van hagen of heesterstroken (hekwerken uit het zicht). 2. De gevels aan het plein krijgen een representatieve en uitnodigende uitstraling. Extra aandacht voor
strategy x design
de hoek met de Semmelweisstraat. Ook aan deze straat krijgt het gebouw een duidelijk voorgevel. 3. De hoofdentree ligt duidelijk herkenbaar aan het plein, is uitnodigend, heeft een transparante uitstraling en is aantrekkelijk vormgegeven. 4. Het dak van het IKC kan een gebruiksfunctie krijgen voor de school.
te handhaven kerkzaal, plein en toren, zodat een samenhangend gebouwcomplex ontstaat. 2. Het kerkplein en overige buitenruimten zijn ruimtelijk verbonden met het park door gebruik te maken van vergelijkbare materialen en beplantingstypen. De buitenruimten zijn afgescheiden van het park door een subtiel hoogteverschil en/of afscheiding doormidden van hagen of heesterstroken.
Aanvullende criteria Moeder van de Verlosserkerk 1. Het nieuwbouwdeel sluit in vormgeving, materiaal, kleur en detaillering aan op de architectuur van de
Het nieuwbouwdeel sluit in vormgeving, materiaal, kleur en detaillering aan op de architectuur van de kerkzaal, plein en toren
Floris van Adrichemlaan | PvEL | 5. Beeldkwaliteit
57
6. Uitvoering 6.1 Inleiding In de vorige hoofdstukken ging het over de ruimtelijk-programmatische kaders voor de ontwikkeling van de voorzieningenstrook van de Floris van Adrichemlaan. Voordat de uitvoering kan beginnen, is nog een aantal vervolgstappen nodig. In dit hoofdstuk staan de belangrijkste keuzes die daarbij gemaakt moeten worden. Dit gaat ook over financiën en fasering. De laatste twee paragrafen gaan over het te doorlopen planproces en de kwaliteitsborging.
6.2 Ontwikkelstrategie De ontwikkelstrategie gaat over de vraag hoe de gemeentelijke doelen en ambities uit het PvEL het beste bereikt kunnen worden. Daarbij zijn vragen aan de orde zoals: • Welke gemeentelijke rol past het beste bij het behalen van de doelen en ambities? • Welke instrumenten heeft de gemeente en hoe kunnen die het beste ingezet worden? • Hoe kan de samenwerking met de verschillende belanghebbenden in het gebied het beste vorm gegeven worden?
Context en situatie
De context en situatie gaan onder andere over de structuur en de bestaande eigendomssituatie binnen de vooraf bepaalde plangrens. Dit is van invloed op de vraag hoe het plangebied ontwikkeld kan worden.
strategy x design
Het eigendom in het plangebied is vrij eenduidig. Het grootste gedeelte van de gronden in het ontwikkel gebied is eigendom van de gemeente: 49.500 van de 54.800m2 (90%). Andere eigenaren in het gebied waar we rekening mee moeten houden zijn de schoolbesturen Twijs en Spaarnesant (juridisch eigenaar school gebouwen, economisch claimrecht door de gemeente) Pré Wonen, Sint Jacob, de parochie (eigenaar Moeder van de Verlosserkerk) en de eigenaren van Chef’s Burger en de fysiopraktijk. Samen goed voor 5.300m2 (10%). De structuur van het gebied en de eigendoms verhoudingen betekenen het volgende voor de ontwikkeling van het gebied: 1. Het stedenbouwkundig schetsontwerp houdt groten deels rekening met de eigendomsgrenzen. Echter, een deel van het gemeentelijk programma wordt gerealiseerd op grond van derden. Dit houdt mogelijk in dat de gemeente vastgoed moet gaan verwerven. 2. Voor de ontwikkeling van de voorzieningen wordt een krediet aangevraagd. Voor het project opent de gemeente een grondexploitatie. De exploitatiegrens van de grondexploitatie en aanvullende invester ingen is mede bepaald aan de hand van de ppt-criteria (profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid). 3. Het gebied wordt niet in één keer, maar gefaseerd herontwikkeld. Zo kunnen we ervoor zorgen dat de scholen openblijven gedurende de ontwikkeling (mede door het gebruik van een tijdelijk school-
Floris van Adrichemlaan | PvEL | 6. Uitvoering
gebouw). Ook het huidige wijkcentrum kan blijven functioneren totdat het nieuwe Huis van de Wijk gereed is. 4. Spaarnesant is bouwheer (opdrachtgever) van het nieuwe IKC. De gemeente is opdrachtgever voor het Huis van de Wijk met daarbovenop de sporthal. De gronden voor woningbouw worden via een tender uitgegeven. Voor de grond die grenst aan het eigendom van Pré Wonen kan onderzocht worden of enkelvoudige uitgifte aan deze partij mogelijk is. 5. Als de gebouwen gereed zijn, zal de openbare ruimte door gemeente worden aangelegd. Afspraken over beheer en onderhoud worden in een vroeg stadium overeengekomen met de partijen die actief zijn in het plangebied.
Hoofdlijnen strategie
De belangrijkste stappen in de verdere ontwikkeling van de Floris van Adrichemlaan zijn: 1. Fasering van de ontwikkeling. De publieke functies (scholen, brandweer en wijkcentrum De Grote Ringvaart) moeten blijven functioneren gedurende de herontwikkeling. Het is dan ook voor de hand liggend de ontwikkeling van west naar oost te faseren. Het Huis van de Wijk en de sporthal worden als eerste gebouwd. Afhankelijk van de beschikbaarheid van het tijdelijke schoolgebouw kan ook gestart worden met de bouw van het IKC. Dit zijn ook de ontwikkelingen waar de gemeente zelf voor financiering moet zorgen en deels als opdrachtgever optreedt. 2. Tender. De ontwikkeling van het woonprogramma
58
en de commerciële voorzieningen worden via tenders in de markt gezet. Om de ontwikkeling niet te complex te maken, worden bij voorkeur niet meer dan twee ontwikkelaars gecontracteerd. Ook voor de bouw van Huis van de Wijk en de sporthal wordt een tender uitgeschreven om een aannemer te contracteren. 3. Moeder van de Verlosserkerk. De kerk heeft voor alsnog een zelfstandige positie. De inzet van de gemeente is dat hier bijvoorbeeld zorgwoningen worden gebouwd of woningen voor een woongroep komen. De voorwaarde voor de koper van deze kavel is dat de toren, kerkplein en -zaal worden behouden en gerestaureerd en dat deze een maatschappelijk/ collectieve functie behouden. 4. Uitwerking van de gebouwen. De gebouwen in het plangebied worden uitgewerkt op basis van het Haarlems Ruimtelijk Planproces (HRPP). Dat gebeurt binnen de kaders van het definitief stedenbouwkundig plan dat in de ontwerpfase wordt opgesteld. 5. Aanleg openbare ruimte. De openbare ruimte neemt een substantieel deel in van deze ontwikkeling. De aanleg gebeurt grotendeels als de gebouwen zijn opgeleverd en volgt het Haarlems Civiel Planproces (HCPP). Alleen die onderdelen die functioneel noodzakelijk zijn (toegang tot school/ sporthal, schoolplein, ontsluiting van woningen, etc.) worden eerder aangelegd, dan wel tijdelijk ingericht.
Gezien de gewenste open- en toegankelijke uitstraling van het park, zijn hekwerken niet gewenst. Daarom zijn goede afspraken nodig met de school over de schoolpleinfunctie. 6. Parkeervoorzieningen. De ontwikkelingen moeten zelf voorzien in hun parkeervoorzieningen volgens het vigerende parkeerbeleid. Dat geldt zowel voor de woningen als voor het gemeentelijke programma.
strategy x design
Alleen de parkeerbehoefte van de bezoekers kan (deels) in de omliggende straten plaatvinden. De resterende parkeervoorzieningen worden aangebracht onder de nieuwe sporthal en half verdiept bij de nieuwe woningen. Bij behoud van het Don Bosco-gebouw kan daar geen half verdiepte parkeergarage worden gebouwd, waardoor de parkeervraag van deze bebouwing in de andere parkeervoorzieningen moet worden opgelost.
Gemeentelijk grondbeleid en rol
Aangezien de gemeente verreweg de meeste grond in het plangebied bezit, heeft zij een leidende rol. Eisen voor de woningen en voorzieningen zijn op hoofdlijnen opgenomen in dit PvEL, en worden verder uitgewerkt in het definitief stedenbouwkundig plan, de gebouw ontwerpen, de ontwerpen voor de buitenruimte/ openbare ruimte, het beeldkwaliteitsplan, de tenderdocumenten en het omgevingsplan. De gemeente speelt een actieve rol waar het gaat om: 1. Het opstellen van het PvEL, stedenbouwkundig plan, het laten uitvoeren van de benodigde onderzoeken en het opstellen van een grondexploitatie. 2. Het adviseren welke ruimtelijke procedures nood zakelijk zijn om deze ontwikkelingen mogelijk te maken. 3. Het ontwerp en de bouw van het Huis van de Wijk en de sporthal. 4. Het ontwerp en de uitvoering van de openbare ruimte en het maken van afspraken over beheer en onderhoud. 5. Zorgdragen voor dekking van de kosten van de inrichting van het wijkpark. Slechts een deel van de kosten kan komen uit de (woningbouw) grond exploitatie.
Floris van Adrichemlaan | PvEL | 6. Uitvoering
De gemeente speelt een toetsende rol daar waar het gaat om: 1. Het ontwerpen en de bouw van het IKC. 2. De ontwikkeling van het kerkperceel. 3. De realisatie van het woonprogramma en de commerciële voorzieningen.
6.3 Fasering Zoals hierboven omschreven is fasering van de uit voering noodzakelijk. Allereerst om een aantal bestaan de functies in bedrijf te houden, maar ook omdat het volledig tegelijkertijd uitvoeren van het werk tot een te grote verstoring in de wijk zal leiden. Fasering: 1. Tijdelijke huisvesting onderwijs in het plangebied realiseren ter plekke van de Kleine Ringvaart ten bate van IKC Valeo en OBS De Globe. Na ingebruikname van de nieuwbouw IKC Valeo kan De Globe over deze tijdelijke huisvesting beschikken waardoor het IKC gerealiseerd kan worden. 2. Realiseren nieuwe Huis van de Wijk en sporthal. De fysiopraktijk moet daarvoor verworven zijn en de huidige huurders van dit gebouw moeten tijdig voldoende ruimte in hun nieuwe locatie in Hof van Jacob beschikbaar hebben. De Prof. Dumontschool en IKC Schalkwijk zullen tijdelijk aan het Zevenwoudenplantsoen gehuisvest worden voordat de gecombineerde nieuwbouw aan de Albert Schweitzerlaan gereed is. 3. De gemeente is in overleg met Twijs over de verplaatsing van de Don Boscoschool naar een andere locatie in Schalkwijk (zie paragraaf 2.3). Tot die tijd kan dit perceel niet herontwikkeld worden. 4. Als het Huis van de Wijk en het IKC klaar zijn, kunnen
59
woningen op de kavels van de Grote en Kleine Ringvaart worden gebouwd. 5. Woningen en mogelijk voorzieningen tegen de plinten van de flats ten noorden van de Floris van Adrichemlaan (Ekemastraat) kunnen redelijk zelfstandig worden ontwikkeld. 6. Het is nog lastig de realisatie van het perceel van Moeder van de Verlosserkerk in de tijd te plaatsen. Dit is afhankelijk van de wijze waarop de eigenaar het wenst te ontwikkelen. 7. Als sluitstuk wordt de openbare ruimte ingericht. Ook de transportleiding van de PWN kan dan worden verlegd. De scope voor de aanleg van de openbare ruimte loopt van de kruising Amerikaweg tot en met het Krekelpad. Voor de bouw van het resterende programma door ontwikkelaars worden uitgangspunten geformuleerd, die bij de tenders en in (vervolg)overeenkomsten worden meegegeven.
6.4 Financiële paragraaf De gemeente heeft voor de ontwikkeling van de voorzieningenstrook Floris van Adrichemlaan een financiële haalbaarheidsanalyse opgesteld. Deze wordt vertaald in een grondexploitatie (begroting) die aan de gemeenteraad ter goedkeuring voorgelegd. De integrale doorrekening van het plan resulteert vooralsnog in een beperkt overschot. Dit overschot is er doordat de gebiedsoverstijgende functies, zoals delen van het park, de busbaan/fietspad en de waterpartijen ten laste komen van het Investeringsplan (IP). Kosten die niet in de Grex zijn opgenomen, kan de gemeente deels op ontwikkelende partijen verhalen. Dit kan via anterieure overeenkomsten. Het kosten verhaal zal in hoofdlijnen als volgt worden opgebouwd: 1. Projectspecifieke kosten: kosten die worden gemaakt voor het ontwikkelgebied, zoals het opstellen van
dit PvEL, onderzoeken, definitief stedenbouwkundig plan, bouwplanbegeleiding, planologische procedure, coördinatie van de uitvoering en overdracht naar beheer. 2. Publieke investeringen: realisatie van het Huis van de Wijk en sporthal, IKC, inrichting van de openbare ruimte en afvalvoorzieningen. 3. Investeringen op grond van de nota Bovenwijkse netwerkvoorzieningen (investeringen in auto- fietsen ov-infrastructuur voor een groter gebied dan een wijk). Het projectgebied is groter dan het exploitatiegebied. Voor het realiseren van de onderdelen die buiten het exploitatiegebied vallen, worden gereserveerde middelen uit het investeringsplan ingezet. Daarmee zijn de haalbaarheid en financiële uitvoerbaarheid van het plan voldoende geborgd.
Amerikaweg Krekelpad
De scope voor de aanleg van de openbare ruimte loopt van de kruising Amerikaweg tot en met het Krekelpad
strategy x design
Floris van Adrichemlaan | PvEL | 6. Uitvoering
60
6.5 Planproces De gemeente kiest voor een actieve rol in deze gebiedsontwikkeling. Hierbij wordt het Haarlems Ruimtelijk Planproces (HRPP) gehanteerd. Voor de ontwerpfase, na vaststelling van dit PvEL, is deze uitgewerkt in het processchema op de volgende bladzijde.
Ontwerpfase
In de ontwerpfase wordt het PvEL uitgewerkt tot een definitief stedenbouwkundig plan (DO SP) met een beeldkwaliteitsplan (BKP) voor de gebouwen en de openbare ruimte. De gemeente bepaalt hierin de exacte omvang van de te ontwikkelen percelen, het programma en de gewenste kwaliteit. Parallel aan het opstellen van het DO SP en BKP, laten de gemeente en Spaarnesant schetsontwerpen maken voor de kavels waar het Huis van de Wijk met sporthal en het IKC gerealiseerd gaan worden. Hiermee wordt onder andere getoetst of het SP voldoende ruimte biedt voor de realisatie van deze functies op de betreffende kavels. Na vaststelling van het DO SP en BKP stelt de gemeente een tenderdocument op voor het Huis van de Wijk met sporthal, zodat dit combigebouw gerealiseerd kan worden. In een latere fase, als ook de woningbouw kavels beschikbaar komen, zal de gemeente ook tenderdocumenten opstellen voor de bouw van de drie woonclusters. Pré Wonen zal waarschijnlijk verantwoordelijk worden voor de bouw van de plintwoningen voor de flats. Hoe de kavel van de Moeder van de Verlosserkerk wordt ontwikkeld is nog niet besloten. Voor al deze deelontwikkelingen stelt de gemeente een Participatie- en Inspraakplan (PIP) op. Ook de ontwik-
strategy x design
kelende partijen moeten hier uitvoering aan geven via het organiseren van participatiemomenten. Ontwerp openbare ruimte Voor het ontwerp van het wijkplein en -park zal de gemeente een landschapsbureau selecteren. Dit landschapsbureau maakt op basis van de uitgangspunten uit het PvEL, SP en BKP een ontwerp voor de openbare ruimte. Dit dient nauwkeurig afgestemd te worden op ontwerpen van de gebouwen en omgekeerd. Tijdens deze fase zullen ook ramingen gemaakt worden om te zien of het ontwerp binnen het beschikbaar budget past. Het definitief ontwerp voor de openbare ruimte is pas gereed als de gebouwontwerpen in het gebied definitief zijn.
Voorbereidings- en uitvoeringsfase
In deze fase wordt de omgevingsvergunning aangevraagd en worden voorbereidingen getroffen om het ontwerp uit te voeren. De juridische procedures lopen via de gemeente, de ontwikkelaars zijn verantwoordelijk voor het opstellen van de verschillende stukken. De initiatiefnemers stellen in de uitvoeringsfase in afstemming met de gemeente een uitvoeringsplan op. Na goedkeuring van dit uitvoeringsplan worden de gebouwen gerealiseerd).
6.6 Kwaliteitsborging De gemeente toetst de verschillende gebouwontwerpen en het ontwerp openbare ruimte aan de kaders uit dit PvEL, het DO SP, het BKP en het programma van eisen meegegeven in de tenderdocumenten. Hiervoor wordt een regieteam gevormd. Dit team onder leiding van de procesmanager bestaat in ieder geval uit de gemeentelijk stedenbouwkundige, landschapsarchitect en een
Floris van Adrichemlaan | PvEL | 6. Uitvoering
gemandateerd lid van de Adviescommissie Omge vingskwaliteit (AOK). Afhankelijk van de onderwerpen kunnen hier ook andere disciplines bij aanschuiven zoals de gemeentelijk planoloog, verkeerskundige, planeconoom, stadsecoloog, etc. De ontwikkelende partijen dienen de benodigde onderzoeken aan te leveren voor de beoordeling van de ontwerpen. Dit zullen veelal verdiepingen zijn van de onderzoeken die reeds zijn uitgevoerd ten behoeve van het PvEL en DO SP. Ter goedkeuring van het voorlopig gebouwontwerp moeten de belangrijkste materialen worden bemonsterd en voorgedragen aan het regieteam en de AOK. Ter goedkeuring van het definitief ontwerp geldt dit voor alle toe te passen materialen waaronder het voegwerk. Een ontwerp is pas definitief als er een positief advies van het regieteam en de AOK op het gebouwontwerp is én bijbehorende onderzoeken zijn getoetst door de Omgevingstafel (OT). Doel van dit inter disciplinair ambtelijk overleg is snel en binnen de wettelijke termijnen verlenen van de omgevings vergunning in de voorbereidingsfase. Een installatieplan is onderdeel van het vereiste dakontwerp. Indien na goedkeuring van het definitief gebouwontwerp door de AOK nog installaties aan het dak worden toegevoegd, dan is dit grond om de vergunningsaanvraag te weigeren. In de voorbereidingsfase worden zogenaamde mockups ter goedkeuring voorgedragen aan het regieteam de AOK.
Mocht om technische redenen afgeweken moeten worden van het vergunde ontwerp, dan moet de aanpassing altijd ter goedkeuring voorgedragen worden aan het regieteam en de AOK.
61
omgeving
Haarlems ruimtelijk planproces
ontwerpfase
participatie
VO HvdW met sporthal
DO HvdW+SH, onderz. en onderbouwing
ontwikkelaars
DO IKC, onderzoeken, en onderbouwing
PvE HvdW met sporthal
SO HvdW met sporthal
tenderen HvdW+SH
VO SP incl. BKP en onderzoeken
DO SP incl. BKP en onderzoeken
VO OR wijkplein
advies AOK
SO OR wijkplein
advies AOK & toets OT
akkoord
akkoord
akkoord
DO OR wijkplein en onderzoeken
PvE kavels woningbouw
tenderen woningbouw
SO OR wijkpark
VO OR wijkpark
akkoord
ter info
ter info
akkoord
akkoord
PvE = programma van eisen processtap
tussenproduct
faseproduct
strategy x design
beslissing
DO woningbouw, onderz. en onderbouw.
DO OR wijkpark en onderzoeken
advies AOK & toets OT
cie
college
VO woningbouw
raad
SO IKC
participatie
VO IKC
PvE IKC
ambt. projectteam
participatie
(PvEL)
gebiedsontwikkeling Floris van Adrichemlaan
IKC = integraal kind centrum
HvdW = huis van de wijk
SO/VO/DO = schets-/voorlopig/definitief ontwerp
Floris van Adrichemlaan | PvEL | 6. Uitvoering
akkoord
SH = sporthal
AOK = adviescommissie omgevingskwaliteit
SP = stedenbouwkundig plan
BKP= beeldkwaliteitsplan
OT= omgevingstafel OR= openbare ruimte
62
strategy x design