Bijlage 2 (aangepaste) Verordening houdende wijziging van Reglement van Orde en Verordening op de raadscommissies
Tekst van het document
23
bestaande tekst
Toelichting bij artikel 12 Advies; geen stemmingen Door gebruik van het woord ‘beslissen’ in het eerste lid kan de suggestie worden gewekt dat in de commissievergadering ook ‘echte’ Awbbesluiten kunnen worden genomen. Dat is echter niet het geval. Een raadscommissie neemt geen besluiten maar bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Alleen in de raadsvergadering kunnen besluiten worden genomen. Wel kan een raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad.
nieuwe tekst wordt geagendeerd voor de eerstvolgende raadsvergadering. Toelichting bij artikel 12 Advies; geen stemmingen Een raadscommissie neemt geen besluiten maar bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Alleen in de raadsvergadering kunnen besluiten worden genomen. Wel kan een raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding, voorstellen betrekking tot de orde, agenderingsverzoeken zoals genoemd in artikel 11, derde lid en de afdoening van een door de raad aangenomen motie of een toezegging door een lid van het college zoals genoemd in het zesde lid van dit artikel. In commissieverband geldt hetzelfde principe als in de raad, namelijk dat ieder lid een stem heeft. Dat laat zich ook verklaren uit het feit dat ieder raadslid een individueel mandaat heeft en - althans formeel gezien - geen fractie vertegenwoordigt. De Gemeentewet staat niet toe dat raadscommissies een systeem van gewogen stemmen hanteren. Een door de raad aangenomen motie en door een lid van het college gedane toezegging worden door de griffie geregistreerd in een systeem waar de opvolging wordt gemonitord. Maandelijks worden overzichten gemaakt met de nog openstaande toezeggingen en moties.
Deze overzichten worden met de ambtelijke organisatie besproken en met de commissie gedeeld. Door het college worden afdoeningen van de motie of toezegging aan de commissie voorgelegd. Deze worden bij de ter kennisname stukken geagendeerd, onderdeel “Afdoening toezeggingen en moties”. Hierbij geldt het principe dat raads- en commissieleden actief moeten aangegeven niet akkoord te zijn met de wijze van afdoening. Als een of meer raadsleden of commissieleden niet akkoord zijn met de wijze van afdoening, dan wordt hierover in de commissie gestemd. Als een meerderheid van de commissie deze opvatting deelt, is de motie of toezegging niet afgedaan. Als de commissie niet ingaat op de wijze van afdoening, dan gaan zij stilzwijgend akkoord en
24
bestaande tekst
nieuwe tekst wordt de motie of toezegging als afgedaan beschouwd.
E. Artikel 13a, derde lid komt te luiden: bestaande tekst 3. Het presidium bepaalt hoeveel spreektijd wordt toegekend aan fracties waarbij wordt uitgegaan van een spreektijd die in een verhouding 2:1 rekening houdt met de omvang van de fractie. Het college krijgt een vaste spreektijd. 5. Indien één of meer raadsleden van een fractie als bedoeld in artikel 7, eerste lid van deze verordening als zelfstandige fractie gaat(n) optreden, krijgt zij een spreektijd overeenkomstig de spreektijd van een fractie van gelijke omvang. Toelichting bij artikel 13 Spreektijdverdeling In raadscommissies wordt een spreektijdverdeling gehanteerd, zoals opgenomen in artikel 13a. De spreektijdregeling is op twee onderdelen aangepast namelijk voor afgesplitste fracties en voor het college. Daarmee wordt recht gedaan aan raadsleden die gedurende een raadsperiode besluiten als zelfstandige fractie door te gaan. De tijd die zij kregen was voorheen minder dan de spreektijd voor insprekers. Daarom werd in afwijking van de spreektijdregeling vanuit coulance meer tijd toebedeeld. Afgesplitste fracties ontvangen voortaan dezelfde spreektijd als bestaande fracties van gelijke omvang. Het college krijgt voortaan een vaste spreektijd van 30 minuten en wordt niet langer meegenomen in de spreektijdverdeling. Dit is een langere spreektijd dan zij voorheen volgens de spreektijdverdeling zouden krijgen.
Dit doet meer recht aan de praktijk. Die wijst namelijk uit dat het college meer spreektijd krijgt dan
nieuwe tekst 3. Het presidium bepaalt hoeveel spreektijd wordt toegekend aan fracties waarbij wordt uitgegaan van een spreektijd die in een verhouding 5:1 houdt met de omvang van de fractie. Het college krijgt een vaste spreektijd. 5. Indien één of meer raadsleden van een fractie als bedoeld in artikel 7, eerste lid van het Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Haarlem 2022, als zelfstandige fractie gaat(n) optreden, krijgt zij een spreektijd overeenkomstig de spreektijd van de andere fracties. Toelichting bij artikel 13a Spreektijdverdeling In raadscommissies wordt een spreektijdverdeling gehanteerd, zoals opgenomen in artikel 13a. Deze is gebaseerd op een verdeling die uitgaat van een gelijkere verdeling van de netto te verdelen tijd over de fracties. Een meer gelijke verdeling doet recht aan de behoefte van de raad om ruimte te scheppen om alle standpunten te horen en om het debat met elkaar te voeren. De spreektijdregeling is op twee onderdelen aangepast namelijk voor afgesplitste fracties en voor het college. Daarmee wordt recht gedaan aan raadsleden die gedurende een raadsperiode besluiten als zelfstandige fractie door te gaan. De tijd die zij kregen was voorheen minder dan de spreektijd voor een inspreker. Daarom is in afwijking van de spreektijdregeling vanuit coulance meer tijd toebedeeld.
Afgesplitste fracties ontvangen voortaan dezelfde spreektijd als bestaande fracties van gelijke omvang. Het college heeft een vaste spreektijd van 30 minuten. Dit is meer spreektijd dan voorheen en doet meer recht aan wat de praktijk uitwijst. Die wijst namelijk uit dat het college meer spreektijd nodig heeft om te reageren op alle vragen en bijdragen van de fracties. De netto beschikbare spreektijd (na aftrek van de tijd voor insprekers, vaste tijd voor het college (30 minuten), voorzitter (15% van de bruto beschikbare tijd) en pauze 25
volgens de spreektijdverdeling is toebedeeld, om hiermee recht te kunnen doen aan alle vragen en bijdragen van de fracties. De toekenning van de spreektijd aan fracties vindt plaats in een verhouding 2:1 rekening houdende met de omvang van de fractie. Dit betekent dat tweederde van de te verdelen tijd gelijk wordt verdeeld over de fracties en dat bij eenderdede van de te verdelen tijd rekening wordt gehouden met de fractieomvang, De te verdelen tijd wordt bepaald door de bruto vergadertijd (het verschil tussen de start- en eindtijd) minus de tijd voor pauze(s), de voorzitter, de vaste tijd voor het college en eventuele inspreker(s). De raad (meer in het bijzonder het seniorenconvent) heeft aangegeven in principe de mogelijkheid open te willen houden om zonder een dergelijke spreektijdregeling te vergaderen in raadscommissies of ten minste een periode te kunnen experimenteren zonder spreektijd. Hierin voorziet het tweede lid van artikel 13a. Zo geformuleerd betekent het dat het een raadsbesluit moet zijn niet een besluit van een van de commissies zelf. Als het wordt genomen geldt het voor alle commissies en voor een bepaalde periode. Als een lid spreekt, gaat dit ten koste van de toebedeelde spreektijd, dus dat geldt bijvoorbeeld ook als er gesproken wordt over ordevoorstellen. De techniek die wordt gebruikt, maakt het vooralsnog niet mogelijk om het anders te doen.
(15 of 30 minuten afhankelijk van de vroege of late vergadering) wordt gelijk verdeeld over de fracties. De raad heeft aangegeven in principe de mogelijkheid open te willen houden om zonder een dergelijke spreektijdregeling te vergaderen in raadscommissies of ten minste een periode te kunnen experimenteren zonder spreektijd. Hierin voorziet het tweede lid van artikel 13a. Zo geformuleerd betekent het dat het een raadsbesluit is en niet een besluit van een enkele commissies. Als het besluit wordt genomen geldt het voor alle commissies en voor een bepaalde periode. Als een lid spreekt, gaat dit ten koste van de toebedeelde spreektijd, behalve wanneer wordt gesproken over ordevoorstellen. Bij een verdeling van 5:1 wordt 5/6 deel van de netto beschikbare vergadertijd gelijk verdeeld over alle fracties en 1/6 deel naar rato van de omvang van de fractie. Dit was 2:1 (2/3 deel gelijk verdeeld en 1/3 deel naar rato omvang fracties). Dit zorgt ervoor dat er sprake is van een meer gelijke verdeling. Voorbeeld: vergadering van 17.10 tot 20.10 uur (bruto beschikbare tijd 180 minuten), 5 insprekers (15 minuten), pauze 30 minuten, 15% voorzitter (15 % van 190=28,5 minuten), college 30 minuten.
Netto te verdelen tijd: 180-15-30-28,5-30 = 78 minuten te verdelen volgens de verdeling 5: 1 levert dit per fractie het volgende op: Fractie Huidig PvdA 8,1 Groenlinks 7,5 D66 6,8 VVD 6,8 PvdD 4,8 CDA 4,8 OPHaarlem 4,8 SP 4,8 Jouw Haarlem 4,8 Hart voor Haarlem 4,1 Actiepartij 4,1 Trots Haarlem 4,1 Christenunie 4,1 BvNL 4,1 FvD 4,1
Meer Gelijke verdeling 6,7 6,3 6,0 6,0 5,0 5,0 5,0 5,0 5,0 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7 4,7
26
F. Artikel 13b Actieve informatieverstrekking komt te luiden: bestaande tekst N.V.T. NIEUW ARTIKEL
nieuwe tekst Artikel 13b Actieve informatieverstrekking 1. Een lid van de raad, de burgemeester of een wethouder, die door de raad is aangewezen als lid van een orgaan op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, of die lid is van een ander samenwerkingsverband of een daarmee samenhangende entiteit, heeft het recht om mededeling te doen over zaken die binnen dat orgaan, samenwerkingsverband of die entiteit aan de orde zijn. 2. Deze mededeling wordt gedaan bij het agendapunt “Mededelingen over gemeenschappelijke regelingen en andere samenwerkingsverbanden”. 3. Ieder raadslid en commissielid kan een persoon als bedoeld in het eerste lid schriftelijke vragen stellen en om inlichtingen vragen. Toelichting bij Artikel 13b Actieve informatieverstrekking Voor raadsleden en commissieleden is het van belang dat zij over informatie beschikken om hun verschillende rollen te kunnen vervullen. Volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn bestuurders verplicht om informatie te verstrekken. Een lid van het algemeen bestuur moet inlichtingen verschaffen aan het bestuursorgaan dat hem heeft aangewezen én aan de raad, tenzij het aangewezen orgaan en de raad hetzelfde zijn. Sinds juli 2022 geldt er een actieve informatieplicht van het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter tegenover de gemeenteraden.
Die verplichting omvat niet alleen informatie voor de raad over te nemen besluiten, maar betreft ook relevante informatie die de raad nodig heeft om zijn taak goed te kunnen vervullen. Denk bijvoorbeeld aan informatie in geval van overschrijding van de begroting. Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling stuurt deze informatie direct aan de raden, zonder tussenkomst van het college of de burgemeester. Zij zijn door hun positie in het bestuur al op de hoogte. Raadsleden kunnen altijd inlichtingen vragen aan het algemeen 27
bestaande tekst
nieuwe tekst bestuur, dagelijks bestuur of voorzitter van een openbaar lichaam, aan het bestuur van een bedrijfsvoeringsorganisatie of aan een gemeenschappelijk orgaan. Dit betreft de zogeheten ‘passieve informatieplicht’. Er kunnen in de gemeenschappelijke regeling zelf of op verzoek van de raden afspraken worden gemaakt over welke informatie in elk geval actief aan de raden wordt gezonden. De procedure voor het verstrekken van deze informatie aan de gemeenteraden wordt geregeld in de desbetreffende gemeenschappelijke regeling.
G. Artikel 15 komt te luiden: bestaande tekst 1. Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn. 2. Burgers kunnen bij het agendapunt “Spreektijd voor belangstellenden” in een vergadering eveneens het woord voeren over onderwerpen die niet op de agenda zijn vermeld, doch binnen de werkkring van de commissie liggen. De behandeling van deze spreektijd voor belangstellenden is in beginsel gebonden aan een tijdslimiet van 15 minuten. 3. Degene die van het spreekrecht zoals bedoeld in het eerste lid dan wel tweede lid gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 24 uur voor aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren. 4. De commissievoorzitter kan besluiten, na hiertoe overleg te hebben gevoerd met het presidium, dat een verzoek om in te spreken wordt afgewezen. 5. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking
nieuwe tekst 1. Burgers kunnen voorafgaand aan de behandeling van een agendapunt het woord voeren over het betreffende onderwerp. 2. Degene die van dit spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 24 uur voor aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren. 3. De commissievoorzitter kan besluiten, na hiertoe overleg te hebben gevoerd met het presidium, dat een verzoek om in te spreken wordt afgewezen. 4. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. 5. De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
28
van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. 6. De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 7. De commissievoorzitter of een commissielid kan een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker doen. 8. Voor het inspreken over zowel geagendeerde onderwerpen als onderwerpen onder het agendapunt 'spreektijd voor belangstellenden' geldt een maximum van 8 insprekers per vergadering. 9. Iedere burger mag per vergadering over één onderwerp inspreken. Toelichting bij artikel 15 Spreekrecht burgers Het geven van spreekrecht aan burgers is een manier om burgers meer te betrekken bij de besluitvorming van de raad. Doordat de raadsvergadering het sluitstuk is van het besluitvormingsproces dat lang daarvoor is begonnen (ambtelijke organisatie, college, commissies) is er voor gekozen het spreekrecht op te nemen in deze verordening op de raadscommissies. In die fase zijn de fracties nog bezig hun mening te vormen. Een inspreekmogelijkheid tijdens de raadsvergadering is doorgaans minder effectief.
Het spreekrecht geldt zowel voor onderwerpen die op de agenda van de commissie staan (eerste lid) als niet geagendeerde onderwerpen mits het maar zaken zijn die de werkkring van de commissie betreffen (tweede lid). In Haarlem is er een mogelijkheid voor een burgerinitiatief. Burgers hebben daarmee het instrument van een initiatief om onderwerpen op de agenda te plaatsen. Onderwerpen die
Toelichting bij artikel 15 Spreekrecht burgers De gemeenteraad vindt het belangrijk alle belangen mee te wegen bij zijn beraadslagingen en het nemen van een besluit. Doordat de raadsvergadering het sluitstuk is van het besluitvormingsproces dat lang daarvoor is begonnen (ambtelijke organisatie, college, commissies) is er voor gekozen het spreekrecht bij geagendeerde onderwerpen op te nemen in deze verordening. In die fase zijn de fracties nog bezig hun mening te vormen. Een inspreekmogelijkheid tijdens de raadsvergadering is doorgaans minder effectief. Burgers kunnen het woord voeren voorafgaand aan de behandeling van het agendapunt. Een inspreker kan het woord voeren op persoonlijke titel of namens een organisatie of anderen. Er is voor gekozen om een inspreker slechts éénmaal het woord te geven en geen discussie te laten plaatsvinden. Als richtlijn wordt 3 minuten spreektijd per burger aangehouden. Op voorstel van de voorzitter, die in eerste instantie voor een ordentelijk verloop van de vergadering moet zorgen en dus moet kunnen aanvoelen of een 29
burgers belangrijk vinden kunnen op deze manier worden geagendeerd.
verkorting of verlenging van de spreektijd gewenst is, kan van deze richtlijn worden afgeweken. De commissievoorzitter kan besluiten om een verzoek De burgers die wensen in te spreken kunnen om in te spreken af te wijzen, nadat hij hierover zich binnen 24 uur voor de vergadering melden overleg heeft gevoerd met het presidium. Zo’n bij de commissiegriffier. afwijzende beslissing kan worden genomen als het verzoek is om te spreken: Er is voor gekozen om een burger slechts - over een besluit waartegen een juridische éénmaal het woord te geven en geen discussie procedure (civiele, bestuursrecht- en/of te laten plaatsvinden. Als richtlijn is 3 minuten strafprocedure) bij de rechter openstaat of spreektijd per burger aangehouden. Op voorstel heeft opengestaan; van de voorzitter, die in eerste instantie voor - over zaken waar op dat moment een juridische een ordentelijk verloop van de vergadering procedure (civiele, bestuursrecht- en/of moet zorgen en dus moet kunnen aanvoelen of strafprocedure) tegen loopt; een verkorting of verlenging van de spreektijd - over zaken waar de gemeente niet over gaat; gewenst is, kan van deze richtlijn worden - over benoemingen, keuzen, voordrachten of afgeweken.
aanbevelingen van personen; - over een kwestie waarover een klacht ex artikel De commissievoorzitter kan besluiten om een 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of verzoek om in te spreken af te wijzen, nadat hij kon worden ingediend; hierover overleg heeft gevoerd met het - over een klacht ex artikel 9.1 van de Algemene presidium. Zo’n afwijzende beslissing kan wet bestuursrecht die op dat moment in worden genomen als het verzoek is om te behandeling is; spreken: - over onderwerpen waar geheimhouding op - over een besluit waartegen een juridische rust; procedure (civiele, bestuursrecht- en/of - over een onderwerp waar een inspreker al strafprocedure) bij de rechter openstaat of eerder over heeft ingesproken, en daaraan heeft opengestaan; geen nieuwe feiten kunnen worden - over zaken waar op dat moment een toegevoegd; juridische procedure (civiele, bestuursrecht- en verder wanneer de commissievoorzitter dit en/of strafprocedure) tegen loopt; geraden voorkomt in het voorkomende geval. - over zaken waar de gemeente niet over gaat; - over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; - over een kwestie waarover een klacht ex artikel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; - over een klacht ex artikel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht die op dat moment in behandeling is;
30
-
over onderwerpen waar geheimhouding op rust; over een onderwerp waar een inspreker al eerder over heeft ingesproken, en daaraan geen nieuwe feiten kunnen worden toegevoegd; en verder wanneer de commissievoorzitter dit geraden voorkomt in het voorkomende geval. H.
Artikel 15a, eerste t/m zevende lid komt te luiden: bestaande tekst
nieuwe tekst
1. Op de avonden van de commissievergaderingen is er gelegenheid tot het stellen van mondelinge vragen, tenzij deze niet conform het bepaalde in het tweede lid zijn aangemeld. 2. Het raadslid dat een mondelinge vraag wil stellen, meldt de vragen, onder aanduiding van het onderwerp, per e-mail aan. De aanmelding moet ten minste vierentwintig uur voor aanvang van de vragengelegenheid bij de commissievoorzitters worden gedaan. De griffier draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de collegeleden worden gebracht. 3. De commissievoorzitters bepalen de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens de vragengelegenheid aan de orde worden gesteld. 4. De commissievoorzitters bepalen per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de collegeleden en voor de overige raadsleden. 5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 6. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aan het college
1. Op de dag van de commissievergaderingen, is er voorafgaand aan de start van deze vergaderingen een vragenuur waar gelegenheid wordt gesteld tot het stellen van mondelinge vragen, tenzij deze niet conform het bepaalde in het tweede lid zijn aangemeld of het presidium besluit dat het vragenuur niet doorgaat. 2. Het raadslid of commissielid dat een mondelinge vraag wil stellen, meldt de vraag of vragen, onder aanduiding van het onderwerp, per e-mail aan. De aanmelding moet ten minste vierentwintig uur voor aanvang van de vragengelegenheid bij de voorzitter via de griffie worden gedaan. De griffie draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de collegeleden worden gebracht en worden gepubliceerd op de website. 3. De commissievoorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens de vragengelegenheid aan de orde worden gesteld. 4. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 5. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller, desgewenst en afhankelijk van de beschikbare
31
bestaande tekst
nieuwe tekst
of de burgemeester aanvullende vragen te stellen. 7. Vervolgens kunnen de commissievoorzitters aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 8. Tijdens de vragengelegenheid zijn interrupties niet toegestaan.
tijd, het woord om aan het college of de burgemeester aanvullende vragen te stellen. 6. Vervolgens kan de commissievoorzitter aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 7. Tijdens de vragengelegenheid zijn interrupties niet toegestaan. Toelichting bij artikel 15a Gelegenheid tot het stellen van mondelinge vragen Het vragenuur is een instrument van raads- en commissieleden om kort en bondig informatie in te winnen, bij bijvoorbeeld een wethouder of de burgemeester, over een actueel onderwerp. Het vragenuur wordt voorafgaand aan de start van de commissievergaderingen gehouden, in principe van 16.30 uur tot 17.00 uur.
I. Artikel 16 komt te luiden: bestaande tekst Artikel 16 Handhaving orde en schorsing 1. De commissievoorzitter handhaaft de orde in de vergadering. 2. Hij kan de commissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. 3. Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.
nieuwe tekst Artikel 16 Spreekregels, handhaving orde, en schorsing 1. De commissievoorzitter handhaaft de orde in de vergadering. 2. Spreken gebeurt via de voorzitter en nadat de spreker van de voorzitter het woord heeft gekregen. 3. Degene die verzocht heeft het onderwerp te agenderen krijgt het eerste woord, tenzij door de voorzitter anders wordt besloten. 4. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren; b. een raadslid of commissielid hem tijdens zijn termijn interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog afrondt. 5. Interrupties zijn toegestaan tijdens de eerste en tweede termijn van de spreker die wordt geïnterrumpeerd. De voorzitter bepaalt of een 32
4. Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.
Toelichting bij artikel 16 Handhaving orde en schorsing Artikel 26 van de wet geeft aan dat de voorzitter bij de raadsvergadering bevoegd is om de orde in de vergadering te handhaven. Voor de commissievergaderingen ontbreekt een dergelijke bepaling, deze is daarom in artikel 16 opgenomen. Ingevolge het eerste lid is de commissievoorzitter belast met de handhaving van de orde in de commissievergaderingen. Op basis van het vierde lid kunnen alle sprekers in bepaalde
interruptie wordt toegestaan en houdt daarbij rekening met een ordentelijk verloop en de orde van de vergadering. 6. Het plegen van een interruptie op een interruptie is niet toegestaan. De voorzitter kan besluiten hiervan af te wijken. 7. Op een voorstel van orde beslist de voorzitter, gehoord hebbende de vergadering. 8. De voorzitter kan de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen, hetzij op eigen initiatief hetzij na een voorstel of ter handhaving van de orde. Als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, kan de voorzitter de vergadering sluiten. 9. De voorzitter roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp. 10. De voorzitter kan de commissie voorstellen aan een raadslid of commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het raadslid of commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen.
Bij herhaling van zijn gedrag kan het raadslid of commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. Toelichting bij artikel 16 Handhaving orde en schorsing Artikel 26 van de wet geeft aan dat de voorzitter bij de raadsvergadering bevoegd is om de orde in de vergadering te handhaven. Voor de commissievergaderingen ontbreekt een dergelijke bepaling, deze is daarom in artikel 16 opgenomen. De spreekregels opgenomen in het tweede tot en met zevende lid zijn staande praktijk en vormen nu onderdeel van deze verordening. Het is niet toegestaan om een interruptie te plegen nadat een spreker zijn termijn heeft afgerond. Een interruptie 33
gevallen door de voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord worden ontzegd. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, de vergadering sluiten (derde lid). In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd. Wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 22. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid van de wet bovendien dat artikel 22 van de wet van overeenkomstige toepassing is op leden van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dat geldt voor zowel raadsleden als nietraadsleden.
is niet bedoeld om de spreektermijn van een ander te verlengen of om uitspraken uit de eerste spreektermijn te herhalen. Ingevolge het achtste lid is de commissievoorzitter belast met de handhaving van de orde in de commissievergaderingen. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, de vergadering sluiten. Op basis van het negende lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord worden ontzegd. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen (tiende lid). Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd (tiende lid). Wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 22 van deze verordening. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid van de wet bovendien dat artikel 22 van de wet van overeenkomstige toepassing is op leden van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen.
Dat geldt voor zowel raadsleden als niet-raadsleden.
J. De toelichting bij artikel 22 komt te luiden: Bestaande tekst Artikel 26, eerste en tweede lid van de wet regelen dat de voorzitter van de raad toehoorders die de orde verstoren kan doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling, het derde lid voorziet hierin.
Nieuwe tekst Acties van het publiek die het ordentelijk verloop van de vergadering verstoren, zoals verbale uitingen, spandoeken of andere stille vormen van meningsuiting of anderszins rumoer, zijn niet toegestaan. Artikel 26, eerste en tweede lid van de wet regelen dat de voorzitter van de raad toehoorders die de orde verstoren kan doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toegang kan ontzeggen.
34
Voor raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling, het derde lid voorziet hierin.
Artikel III Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 juli 2024,
de griffier,
de voorzitter,
35