CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 16 bij bijlage A Natuurtoets

gemeenteraad 28 mei 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen Masterplan Hart voor Oostpoort en openen grondexploitatie13.459 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem

projectnummer 0505018.100 concept revisie 00 23 december 2025

www.anteagroup.nl

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 concept revisie 00 23 december 2025

Auteur(s) H. Schaap

Opdrachtgever Gemeente Haarlem Postbus 3333 2001 DH HAARLEM

Gecontroleerd E. Goutbeek

Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus

datum 23 december 2025

beschrijving concept

vrijgave

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3

Aanleiding & planvoornemen Doel Leeswijzer

4 6 6

2.

Effectbeschrijving en -beoordeling

7

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.3.6 2.3.7 2.3.8 2.3.9 2.4 2.5 2.6 2.7

Gebiedsbeschrijving: resultaat terreinbezoek Effectbepaling voornemen Soortbescherming Afbakening relevante soortgroepen Vogels Zoogdieren – vleermuizen Zoogdieren –overige zoogdieren Amfibieën Insecten Vaatplanten Zorgplicht Invasieve soorten Natura 2000 NNN Overig provinciaal beleid provincie Noord-Holland Beschermde houtopstanden

7 9 9 9 9 14 16 18 19 19 20 21 21 22 22 23

3.

Conclusie & advies

25

3.1 3.1.1 3.1.2 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3

Soortbescherming Zorgplicht Invasieve soorten Gebiedsbescherming Natura 2000 NNN Overig provinciaal beleid Beschermde houtopstanden bebouwingscontour houtkap

25 26 27 27 27 28 28 28

Literatuurlijst

29

Bijlage 1 Wettelijk kader

31

Bijlage 2 Methodiek natuurtoets

40

Bijlage 3 Rode lijst soorten uit NDFF

43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding & planvoornemen De zone Oostpoort, waar het deelgebied ‘Hart voor Oostpoort’ onder valt, is één van de prioritaire ontwikkelzones van de gemeente Haarlem. Het gebied bevindt zich rondom het station Haarlem Spaarnwoude. De zone Oostpoort biedt kansen voor de ontwikkeling van een multimodaal OV-knooppunt én als aantrekkelijke entree voor de stad. Het vormt de “Poort” tussen Haarlem en de metropoolregio, tussen stedelijk gebied en landschap (Natuur Netwerk Nederland). Op stadsniveau biedt de zone Oostpoort grote kansen voor de ontwikkeling van woningbouw en intensivering van de Zuidstrook/Waarderpolder. Het college heeft op 4 juni 2024 de variant ‘Stationsbuurt Oostpoort’ vastgesteld als ontwikkelrichting voor de transformatie van het gebied rond station Haarlem Spaarnwoude. In de periode na vaststelling is de ontwikkelrichting ‘Stationsbuurt Oostpoort’ technisch, ruimtelijk en financieel nader onderzocht. Daar zijn drie ruimtelijke varianten uit voortgekomen. Elk van de varianten is afgezet tegen de beleidsdoelstellingen van de gemeente en afgewogen aan de hand van voor- en nadelen waarna één van de varianten is gekozen. Op die wijze kan het ontwerp-Masterplan gericht worden uitgewerkt.

Met de gekozen variant worden in de ontwikkelzone Oostpoort Haarlem plannen voor circa 899 woningen, 9743m2 werkprogramma, 3428m2 voorzieningen, 6201m2 speciaal en 13570m2 parkeren gerealiseerd. Met het opstellen van een masterplan ‘Hart voor Oostpoort’ neemt de gemeente de regie in het gebied. Er is een ambtelijke en bestuurlijke opdracht om voor de gemeenteraadsverkiezingen van het komend jaar (18 maart 2026) te beschikken over een door het college vastgesteld Masterplan voor het project ‘Hart voor Oostpoort’. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten en met beschermde gebieden. Er dient onderzocht te worden of het voornemen effect heeft op beschermde soorten, beschermde gebieden of houtopstanden (Omgevingswet (hierna Ow), Natuurnetwerk Nederland (NNN) en overig (provinciaal) beleid). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurwaarden (soorten, gebieden en/of houtopstanden). Er is daarom inzicht gewenst in de aanwezige beschermde natuurwaarden en de potentiële effecten die op deze beschermde natuurwaarden kunnen optreden door de ontwikkeling. Dit wordt verkend in deze natuurtoets. Daarnaast worden kansen voor het verbeteren van natuurwaarden genoemd. Figuur 1.1 geeft een impressie. In de figuren 1.2 en 1.3 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1. Impressie Programma Hart voor Oostpoort. Bron: Gemeente Haarlem

blad 4 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

Haarlem

Figuur 1.2. Globale ligging van het plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van de omgeving. Kaart gemaakt met QGIS.

Figuur 1.3. Gedetailleerde ligging van het plangebied (rood omkaderd). Kaart gemaakt in QGIS.

blad 5 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

1.2

Doel Het doel van de natuurtoets is om een goed eerste beeld te krijgen van de (beschermde) natuurwaarden die in het plangebied en de (directe) omgeving aanwezig (kunnen) zijn. Dit gebeurt door het uitvoeren van een bureaustudie en oriënterend terreinbezoek. Op basis hiervan wordt getoetst of op de - in het kader van de Ow beschermde natuurwaarden - als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kunnen optreden. Daarnaast wordt ingegaan op de eventuele vervolgstappen die noodzakelijk zijn.

1.3

Leeswijzer De natuurtoets is als volgt opgebouwd: • Hoofdstuk 1 beschrijft de aanleiding van de natuurtoets en voorgenomen ontwikkeling; • Hoofdstuk 2 beschrijft het gebied en toetst de (in de omgeving) aanwezige beschermde soorten, beschermde gebieden en houtopstanden aan de omgevingswet en overige beleidskaders • Hoofdstuk 3 bevat de conclusies en advies over de te nemen vervolgstappen. In bijlage 1 wordt het wettelijk kader beschreven. In bijlage 2 wordt de methodiek van voorliggende natuurtoets beschreven. In bijlage 3 wordt een overzicht gegeven van bekende waarnemingen van rode lijst soorten in het plangebied.

blad 6 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

2.

Effectbeschrijving en -beoordeling In paragraaf 2.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 2.2 de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 2.3 t/m paragraaf 2.7 wordt respectievelijk ingegaan op de aanwezigheid van en toetsing aan beschermde soorten onder de Ow, Natura 2000-gebieden, NNN, overig provinciaal beleid van de provincie Noord-Holland en beschermde houtopstanden onder de Ow. Indien blijkt dat een onderdeel van paragraaf 2.3 t/m paragraaf 2.7 niet relevant is voor voorliggend planvoornemen, vindt er geen toetsing van het voornemen aan de Ow (of ander relevant beleidskader) van dat onderdeel plaats.

2.1

Gebiedsbeschrijving: resultaat terreinbezoek Op donderdag 4 december 2025 is vanaf circa 10:30 uur een oriënterend terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij onbewolkt weer, windkracht 2 Bft. met een tempratuur van circa 8 °C. Hierbij zijn bomen geïnspecteerd op de aanwezigheid van boomnesten en holtes. Daarnaast is gecontroleerd op aanwezigheid van potentiële verblijfplaatsen van zoogdieren, zoals aanwezigheid van holen in de grond, takkenhopen en dichte struiken. Ook is gekeken naar de habitat van reptielen, amfibieën en (het potentieel) voorkomen van beschermde plantensoorten binnen het plangebied. Het plangebied ligt aan de oostelijke rand van de gemeente Haarlem in de Provincie Noord-Holland. Het plangebied wordt doorsneden door het spoor, watergangen en de N200 die overloopt in de Amsterdamsevaart. In en rondom het plangebied is een mix van groen en bedrijven aanwezig, alsmede een busstation. Zuidelijk van het spoor liggen woonwijken. Aan de noordkant van het spoor ligt een bedrijventerrein. Aan de westkant van het plangebied is het centrum van Haarlem gelegen. Het gebied wordt aan de oostkant omsloten door groen en natuurgebieden. De watergangen in het plangebied hebben begroeide oevers met voornamelijk riet. Evenwijdig aan het spoor staan aan beide kanten over een deel van het tracé bomen.

De noordzijde van het plangebied, tussen het terrein van IKEA en het spoor, bevat een groenstrook die vooral bestaat uit braamstruweel. In figuur 2.1 is een impressie gegeven van het plangebied.

De noordzijde van het plangebied

Het plangebied gezien in westelijke richting

blad 7 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

Het meest zuidoostelijke punt van het plangebied, gekeken in zuidoostelijke richting

De zuidkant van het plangebied, gekeken in westelijke richting

Aanwezige watergang aan de westkant van het plangebied

Het drukke kruispunt de Amsterdamsevaart

De Amsterdamsevaart van boven, gekeken in westelijke richting

Kantoorpand midden in het plangebied

Eén van de duikers als verbinding tussen de vijvers.

Het gebouw Oostpoort Center aan de westkant van het plangebied

Figuur 2.1. Impressie van het plangebied.

blad 8 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

2.2

Effectbepaling voornemen Tijdens de aanlegfase vinden de volgende activiteiten plaats die een effect kunnen hebben op (het leefgebied van) (beschermde) soorten en beschermde gebieden: • Bomen en struiken worden mogelijk gerooid in het plangebied; • Realisatie van woningen in het plangebied; • Realisatie van wegen, fietspaden en groenvoorzieningen; • Bouwverlichting tijdens de realisatiefase; • Verstoring door geluid en trilling tijdens de realisatiefase; • Mogelijke aanleg toegangsweg. Tijdens de gebruiksfase zijn de volgende activiteiten van toepassing die een effect kunnen hebben op (het leefgebied van) (beschermde) soorten en beschermde gebieden: • Toename van verkeer in het plangebied; • Permanente (straat)verlichting; • Toename van geluid en trillingen.

2.3

Soortbescherming In de onderstaande paragrafen worden per soortgroep de resultaten van het bureauonderzoek en het oriënterend terreinbezoek beschreven. Indien soortgroepen op basis van het oriënterend terreinbezoek op voorhand kunnen worden uitgesloten vanwege het ontbreken van geschikt biotoop, zijn deze soortgroepen vermeld in paragraaf 2.3.1. Op basis van het bureauonderzoek en het oriënterend terreinbezoek wordt ingegaan op de potentiële effecten die als gevolg van het planvoornemen op potentieel aanwezige beschermde soorten kunnen optreden. Indien negatieve effecten op beschermde soorten niet zijn uit te sluiten, wordt geadviseerd over de te nemen vervolgstappen.

2.3.1

Afbakening relevante soortgroepen Op basis van de bureaustudie en het verkennend terreinbezoek kan de aanwezigheid van beschermde vissen, reptielen, kreeftachtigen, weekdieren, varens en bladmossen worden uitgesloten. In het gebied ontbreekt voortplantingswater, het is buiten het verspreidingsgebied en het is reeds zeer verstoord. Aanwezigheid van overige soortengroepen (vogels met jaarrond beschermde nesten, algemene broedvogels, zaadplanten, vleermuizen, overige zoogdieren, insecten en amfibieën) kan niet op voorhand worden uitgesloten. Deze soortgroepen worden in de hiernavolgende paragrafen nader beschouwd.

2.3.2

Vogels Soorten met een jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vogels met een jaarrond beschermd nest in de directe omgeving van het plangebied weergegeven.

blad 9 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

Tabel 2.1 Overzicht van waargenomen vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km), (NDFF, 2020-2025). Soort Categorie * Boomvalk 4 Buizerd 4 Gierzwaluw 2 Grote gele kwikstaart 3 Havik 4 Huismus 2 Kerkuil 3 Ooievaar 3 Ransuil 4 Slechtvalk 3 Sperwer 4 *)categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten (steenuil). categorie 2: Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing. categorie 3: Zeer honkvaste broeders of afhankelijk bebouwing (geen kolonie). categorie 4: Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest.

Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats, alsook bij wezenlijke aantasting van de functionele leefomgeving, altijd omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit moet worden aangevraagd. Dit zijn boombroedende soorten (zoals boomvalk, buizerd, havik, sperwer en ransuil), gebouwbroedende soorten (zoals huismus en gierzwaluw) en overige soorten (grote gele kwikstaart, slechtvalk, ooievaar en kerkuil). Boombroedend Het terreinbezoek is uitgevoerd in de maand december waardoor veel bomen hun blad verloren zijn, met als gevolg dat nesten goed zichtbaar worden. De bomen zijn grondig geïnspecteerd op de aanwezigheid van takkennesten die potentieel toebehoren tot boombroedende soorten vogels met een jaarrond beschermd nest. Tijdens het terreinbezoek zijn in het plangebied meerdere kleine takkennesten in bomen aangetroffen, maar niet toebehoren aan boombroedende soorten met een jaarrond beschermd nest. De bomen zijn nog onvoldoende groot om geschikte nestplaatsen te bieden aan deze soorten en ook waren de takkennesten van klein formaat. Langs de noordkant van het spoort is een open terrein aanwezig. Dit gebied kan als foerageergebied fungeren voor roofvogels.

De soorten kunnen dus foeragerend worden waargenomen in het plangebied. Echter is de afmeting van het geschikte foerageergebied klein. In de omgeving is met name aan de noordoostelijke zijde van het plangebied meer geschikt foerageergebied aanwezig. De aanwezigheid van nestplaatsen van boombroedende met een jaarrond beschermd nest kan in (de directe omgeving van) het plangebied worden uitgesloten.

Figuur 2.2. Enkele waargenomen takkennesten (rood omcirkeld) in bomen in het plangebied, maar niet toebehoren aan soorten met een jaarrond beschermd nest. Bron achtergrond: ESRI, luchtfoto 2025.

blad 10 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

Figuur 2.3. Weergave van de locaties van de twee gevonden nesten tijdens het terreinbezoek. Bron achtergrond: ESRI, luchtfoto 2025.

Gebouwbroedend De huismus en gierzwaluw zijn soorten die voornamelijk ik gebouwen broeden. De huismus broedt over het algemeen in stedelijk gebied in uiteenlopende holtes, meestal onder of rondom dakpannen (BIJ12, 2023a). De gierzwaluw nestelt in (hoge) bebouwing in donkere holtes in ventilatieschachten, spleten in muren, onder dakpannen en in kerktorens (BIJ12, 2023a). Er zijn in het plangebied geen gebouwen aanwezig die voor deze soorten als potentieel geschikte nestlocaties bieden. De woningen met dakpannen zijn ongeschikt, er zijn geen kieren of holtes waargenomen waaronder de huismus kan broeden. De hoge gebouwen hebben geen openingen of ruimte voor gierzwaluwen om naar binnen te vliegen, dus ook deze gebouwen zijn ongeschikt. De soorten zijn ook niet waargenomen tijdens het terreinbezoek. Het planvoornemen heeft geen effect op de gebouwbewonende soorten met een jaarrond beschermd nest, zoals de huismuis en gierzwaluw. Overige soorten Slechtvalk De slechtvlak broedt in het stedelijk gebied vaak in nestkasten op hoge gebouwen. Er zijn geen nestkasten aanwezig van de slechtvalk binnen het plangebied. Op kleine afstand van het plangebied, in de oude PTT-toren is een slechtvalkkast aanwezig. Deze kast is in gebruik, waardoor deze soort kan worden waargenomen in het plangebied.

Een slechtvalk jaagt in het stedelijk gebied voornamelijk op duiven, welke in het plangebied ruimschoots te vinden zijn. De gebouwen binnen het plangebied bieden geen geschikte nestplaatsen. Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten van slechtvalken binnen het plangebied is hiermee uitgesloten. Kerkuil De kerkuil komt voor in (kleinschalig agrarisch) cultuurland met gras- en bouwlanden met kruidenrijke akkerranden, houtwallen, heggen of bosjes. Kerkuilen broeden vooral in de hoge, donkere en tochtvrije delen van boerenschuren, kerken, kastelen en torens. De kerkuil broedt tegenwoordig in ongeveer 90 procent van de gevallen in nestkasten die in deze gebouwen zijn geplaatst. Er zijn tijdens het terreinbezoek in het plangebied geen sporen gevonden die duiden op het voorkomen van kerkuil. Er zijn ook geen nestkasten aanwezig. De voorwaarden die deze soorten stellen aan de leefomgeving worden in het plangebied onvoldoende gevonden.

blad 11 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

Ten oosten van Haarlem is meer geschikt leefgebied voor deze soort aanwezig. Voorkomen van nestlocaties van de kerkuil in het plangebied is hiermee uitgesloten. Ooievaar De ooievaar komt voor in extensief beheerde weilanden in veenweidegebieden en uiterwaarden met een hoge waterstand. In het plangebied is geen geschikt biotoop aanwezig. Ook zijn er binnen het plangebied geen nesten waargenomen van deze soort. Het voorkomen van nesten van deze soort in het plangebied is daarmee uitgesloten. Grote gele kwikstaart De grote gele kwikstaart nestelt langs snelstromende beken in natuurlijke oevers of onder bruggen en aan gebouwen. Het merendeel broedt in het oosten van Nederland en Zuid-Limburg, maar vooral na series zachte winters zijn ook elders broedvallen mogelijk. Op basis van het terreinbezoek kan worden geconcludeerd dat er geen geschikt biotoop aanwezig is voor deze soort. Voorkomen van jaarrond beschermde nesten van de grote gele kwikstaart in het plangebied is hiermee uitgesloten. Er is geen sprake van een overtreding van een verbodsbepaling uit de Ow wat betreft jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4). Soorten met een mogelijk jaarrond beschermd nest (categorie 5) In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vogels met een mogelijk jaarrond beschermd nest in de directe omgeving van het plangebied weergegeven.

Tabel 2.2 Overzicht van waargenomen vogelsoorten met een mogelijk jaarrond beschermd nest in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 2020-2025). Soort Categorie *) Blauwe reiger 5 Boerenzwaluw 5 Bonte vliegenvanger 5 Boomklever 5 Boomkruiper 5 Bosuil 5 Ekster 5 Groene specht 5 Grote bonte specht 5 Huiszwaluw 5 IJsvogel 5 Koolmees 5 Oeverzwaluw 5 Pimpelmees 5 Spreeuw 5 Torenvalk 5 Zwarte kraai 5 Zwarte mees 5 Zwarte roodstaart 5 *categorie 5: Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel

Tijdens het terreinbezoek zijn meerdere categorie-5 soorten waargenomen (zwarte kraai, ekster, spreeuw en stadsduif). Nesten van de categorie 5-vogelsoorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit laatste is op het plangebied niet van toepassing. Er zijn geen categorie 5 soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheid hebben in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen. De categorie 5-soorten vallen daarmee onder de bescherming van algemene broedvogels. Algemene broedvogels Tijdens het terreinbezoek zijn enkele algemene broedvogels waargenomen (zwarte kraai, ekster, spreeuw en stadsduif). De bosschages, bomen en gebouwen in het plangebied bieden nestgelegenheid aan deze soorten.

blad 12 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Ow (artikel 11.37 Bal). Indien nesten aanwezig zijn, mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele werkzaamheden niet uit te voeren in het broedseizoen (circa maart tot en met juli) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Omgevingswet aan de orde. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient voorafgaand aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een deskundig ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied, kunnen locatiespecifieke maatregelen worden voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is.

Figuur 2.4. Links het nest van een houtduif en rechts een zeer geschikte broedlocatie voor stadsduiven en/of zwarte kraaien.

Vervolgstappen algemene broedvogels: • Werken buiten het vogelbroedseizoen (circa maart tot en met juli) Indien het niet mogelijk is om buiten het vogelbroedseizoen de werkzaamheden uit te voeren, dan zijn de volgende maatregelen van toepassing • Ongeschikt maken van het plangebied, bijvoorbeeld door het kortmaaien van vegetatie (vegetatie kort snoeien en/of maaien) voor de start van het broedseizoen; • De werkzaamheden opstarten vóór het broedseizoen en continueren gedurende het broedseizoen; • Indien dit niet mogelijk is dient een controle op broedvogels door een ecoloog plaats te vinden.

blad 13 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

2.3.3

Zoogdieren – vleermuizen In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vleermuizen in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.3 Overzicht van waargenomen vleermuizen in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 2020-2025). Soort Beschermingsregime Artikel 11.46 Bal Gewone dwergvleermuis X Kleine dwergvleermuis X Laatvlieger X Meervleermuis X Rosse vleermuis X Ruige dwergvleermuis X

Voor vleermuizen zijn drie functies van het leefgebied te onderscheiden die van groot belang zijn. Dit zijn verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. Foerageergebieden en vliegroutes zijn alleen beschermd als deze van essentieel belang zijn voor het functioneren van de verblijfplaats, zogenaamde essentiële foerageergebieden en essentiële vliegroutes. Deze drie onderdelen (verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes en essentieel foerageergebied) worden hieronder nader beschouwd. Verblijfplaatsen Vleermuizen kunnen hun verblijfplaats in gebouwen of bomen (of beide) hebben. Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering, achter boeiboorden of op zolders. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. In de bomen zijn geen holtes aanwezig die verblijfplaatsen bieden aan vleermuizen vanwege de soortsamenstelling en de leeftijd van de bomen. Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen kunnen worden uitgesloten. In het plangebied zijn ook geen gebouwen aanwezig met potentiële verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten. Er zijn geen gebouwen met ruimtes, kieren en betimmeringen aanwezig die geschikt zijn als vaste rusten verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen of die vleermuizen toegang bieden tot een gebouw.

Door het ontbreken van zowel geschikte gebouwen als bomen in het plangebied is er geen effect op de verblijfplaatsen van vleermuizen en kan verstoring worden uitgesloten. Essentiële vliegroutes Vliegroutes van vleermuizen betreffen (vaak) lijnvormige elementen in het landschap die als verbinding tussen verblijfplaatsen en foerageergebied fungeren. In het plangebied zijn geschikte locaties voor (essentiële) vliegroutes van vleermuizen aangetroffen. Het plangebied wordt doorsneden door het treinspoor, met aan weerskanten (smalle) watergangen en bomenrijen. Het is nog niet duidelijk of en welke bomen gekapt gaan worden. De smalle watergangen zijn lijnvormig element in het landschap die potentieel als vliegroute dienen. Wanneer bomen en groen gekapt en gerooid worden heeft dit mogelijk effect op de functie van de (essentiële) vliegroute. Om deze reden dient een nader onderzoek te worden uitgevoerd om meer inzicht te verkrijgen over het gebruik van deze watergang en de mogelijk te kappen bomen als vliegroute conform het meest recente vleermuisprotocol (NGB,2021)

blad 14 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

Figuur 2.5. Weergave van potentiële (essentiële) vliegroute in het plagbied. De vliegroute wordt (mogelijk) aangetast door het planvoornemen. Bron achtergrond: ESRI, luchtfoto 2025.

Vervolgstappen vliegroutes vleermuizen Om aan te tonen of de watergang met bomenrij een (essentiële) vliegroute betreft: • Tweemaal een bezoek van 2 uur in de periode 15 april tot 15 september; • Minimaal een bezoek in de kraamperiode (15 mei-15 juli); • Periode tussen de bezoeken: tenminste 8 weken (NGB, 2021). Indien aanwezigheid wordt aangetoond en de bomenrij en watergang worden verwijderd: • Vergunningsaanvraag (doorlooptijd circa 8 weken. Het bevoegd gezag kan de beslistermijn eenmalig met maximaal 6 weken verlengen).

Essentieel foerageergebied Foerageergebied van vleermuizen betreft locaties waar vleermuizen hun voedsel verzamelen. Dit kunnen uiteenlopende gebieden zijn. In het plangebied is sprake van opgaande begroeiing. Daarbij is geen sprake van unieke beplanting en/of structuren die enkel in het plangebied aanwezig zijn. Bij eventuele verwijdering van deze begroeiing blijft in de directe omgeving van het plangebied voldoende beschut en geschikt foerageergebied over. In het natuurgebied aan de noordoostzijde van het plangebied is voldoende foerageergebied aanwezig. De aanwezigheid van essentieel foerageergebied kan worden uitgesloten.

blad 15 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

2.3.4

Zoogdieren –overige zoogdieren In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van overige soorten zoogdieren in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.4. Overzicht van waargenomen zoogdieren in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 2020-2025). Soort Beschermingsregime Art. 11.46 Bal Art. 11.54 Bal en Art. 11.54 Bal en Bijlage IX Bijlage IX Vrijgestelde zoogdieren Boommarter* X Bosmuis X Dwergmuis X Egel X Haas X Hermelijn X Huisspitsmuis X Konijn X Ree X Rosse woelmuis X Veldmuis X Vos X Wezel X Woelrat X * Gezien de geschiktheid van het plangebied wordt naast de boommarter ook de steenmarter meegenomen. Tevens worden deze twee soorten vaak met elkaar verward.

Boommarter en steenmarter De boommarter leeft bij voorkeur in bossen. Als behendige klimmer en springer kan hij zijn leefgebied vanaf de grond tot in boomtoppen benutten. Veelal wordt aangenomen dat de boommarter voorkomt in oudere (loofbossen). In Nederland komt de boommarter ook voor in allerlei typen en leeftijden bos (Zoogdierenvereniging, 2025). De steenmarter komt vooral voor in parklandschap, maar ook in bosloze gebieden, steengroeven en rotsige hellingen. De steenmarter heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. Daarbij is de aanwezigheid van elementen zoals groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen van beland (Zoogdierenvereniging, 2025). Binnen het NDFF zijn aan de oostzijde van het plangebied enkele waarnemingen bekend van de boommarter. Dit zijn allemaal waarnemingen langs de A200 en betreffen verkeersslachtoffers. Er zijn geen waarnemingen van de steenmarter bekend, maar kijkende naar het plangebied kan de aanwezigheid van deze soort niet uitgesloten worden. Aan de noordzijde van het plangebied is via het Veerpad een verbinding met het oostelijk gelegen natuurgebied. Via bosjes en braamstruweel zijn deze onderling met elkaar verbonden. Mogelijkheid bestaat dat deze soorten via deze verbindingen kunnen verplaatsen naar de geschikte bosjes in het plangebied.

Het grote braamstruweel aan de noordwestzijde van het plangebied kan dienen als potentiële verblijfplaats voor zowel steenmarter als boommarter. Door de voorgenomen werkzaamheden wordt dit struweel mogelijk (gedeeltelijk of in zijn geheel) weggehaald. Dit is in strijd met de Art. 11.54 Bal. Het voorkomen van de boom- of steenmarter in dit struweel kan niet worden uitgesloten. Het voorkomen van de steenmarter en boommarter in dit struweel dient daarom nader onderzocht te worden wanneer deze verwijderd of gesnoeid wordt. De vervolgstappen zijn in onderstaand kader aangegeven. Vervolgstappen steenmarter/boommarter Indien struweel wordt aangetast en/of gerooid: • Nader onderzoek uitvoeren op de aanwezigheid van steenmarter/boommarter in het plangebied; • Voor het naderonderzoek worden wildcamera’s geplaatst voor minimaal 6 weken in de actieve periode van de soort tussen 1 juni en 15 november. Indien aanwezigheid wordt aangetoond en het braamstruweel wordt verwijderd: • Vergunningsaanvraag (doorlooptijd circa 8 weken. Het bevoegd gezag kan de beslistermijn eenmalig met maximaal 6 weken verlengen).

blad 16 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

Figuur 2.6. Geschikt braamstruweel wat via het Veerpad in verbinding staat met oostelijk gelegen natuurgebied.

Figuur 2.7. Weergave van potentiële verblijfplaats (kleine) marterachtigen in het plangebied. Bron achtergrond: ESRI, luchtfoto 2025.

Kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn) De bunzing, hermelijn en wezel zijn soorten die behoren tot de kleinere marterachtigen. Deze twee soorten komen voor in een breed scala aan habitattypen. Alle drie de soorten hebben een voorkeur voor kleinschalige en gevarieerde cultuurlandschappen, met daarin bosjes, sloten, ruigtes en takkenhopen. Deze soorten jagen voornamelijk op muizen, al worden ook amfibieën, eieren en vruchten gegeten. Als verblijfplaatsen gebruiken deze soorten takkenhopen, holen, boomholtes of steenhopen. Het territorium van de soorten verschilt, ook afhankelijk van geslacht. Een wezel heeft een gemiddelde territoriumgrootte van 1 tot 25 hectare. De territoriumgrootte van een hermelijn verschilt tussen de circa 4 tot 50 ha groot. De territoriumgrootte van de bunzing varieert tussen 8 tot 1000 hectare. De grootte is sterk afhankelijk van het voedselaanbod (Zoogdierenvereniging, 2023).

blad 17 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

Binnen het plangebied zijn aan de noordwestzijde van het plangebied dichte braamstruwelen aanwezig die kunnen dienen als verblijfplaats voor bunzing, hermelijn of wezel. De aanwezigheid van de bunzing, hermelijn of wezel kan binnen het plangebied niet worden uitgesloten. Door de voorgenomen werkzaamheden wordt het braamstruweel gedeeltelijk of geheel verwijderd. Dit is in strijd met de Wnb (Art. 3.10.). Om zeker te zijn dat het plangebied een onderdeel is van de bunzing, hermelijn of wezel, dient nader onderzoek te worden uitgevoerd in de periode van mei – oktober. Vervolgstappen kleine marterachtigen Indien struweel wordt aangetast en/of gerooid: • Nader onderzoek uitvoeren of een habitatbeoordeling voor de kleine marterachtigen volgens het kennisdocument van BIJ12 (2024b); • Voor het nader onderzoek worden struikrovers geplaatst voor minimaal 6 weken in de actieve periode van de soort tussen 1 juni en 15 november. Indien aanwezigheid wordt aangetoond en het braamstruweel wordt verwijderd: • Vergunningsaanvraag (doorlooptijd circa 8 weken. Het bevoegd gezag kan de beslistermijn eenmalig met maximaal 6 weken verlengen).

Vrijgestelde soorten zoogdieren in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen Er is binnen het plangebied biotoop aanwezig voor algemeen voorkomende (vrijgestelde) soorten als bosmuis, dwergmuis, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos en woelrat. Het plangebied kan habitat vormen voor deze soorten. Door de voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve effecten op deze soorten optreden. Binnen de Provincie Noord-Holland geldt een vrijstelling voor deze algemene soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel is voor deze soorten de zorgplicht van toepassing. Dit houdt in de negatieve effecten zo veel als mogelijk dienen te worden voorkomen dan wel beperkt. In paragraaf 2.3.8 wordt nader ingegaan op maatregelen die in het kader van de zorgplicht genomen kunnen worden.

2.3.5

Amfibieën In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van amfibieën in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.5 Overzicht van waargenomen amfibieën in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 20202025). Soort Beschermingsregime Art. 11.46 Bal Art. 11.54 Bal en Art. 11.54 Bal en Bijlage IX Bijlage IX Vrijgestelde amfibieën Bastaardkikker X Bruine kikker X Gewone pad X Kleine watersalamander X Rugstreeppad X

Rugstreeppad De rugstreeppad is een soort die voornamelijk voorkomt in pionierhabitats, zoals zandafgravingen, landbouwgebieden, braakliggende terreinen, rivierengebied en duingebieden. Een voorwaarde is dat er een zanderige bodem aanwezig moet zijn om zich in te kunnen graven of elementen om onder te schuilen. Tijdens het voortplantingsseizoen zoekt de rugstreeppad ondiepe (tijdelijke) wateren op om te kunnen gebruiken als voortplantingswater (BIJ12, 2017a). In de omgeving van het plangebied zijn enkele waarnemingen van de soort bekend (NDFF). Tijdens het terreinbezoek zijn enkele watergangen en vijvers geïnspecteerd, deze liggen aan de zuidwestzijde van het plangebied. Er is geconstateerd dat deze vijvers met elkaar verbonden zijn door middel van meerdere duikers. Hiermee is de aanwezigheid van vis zeer aannemelijk en betreft het geen stilstaand water, waarmee voortplantingswater voor de rugstreeppad kan worden uitgesloten. Ook is er geen geschikt overwinterhabitat voor de rugstreeppad gevonden, mede door het ontbreken van voortplantingswater in de buurt. Het planvoornemen heeft geen effect op zowel voortplantingshabitat als overwinterhabitat van de rugstreeppad.

blad 18 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

Verder vervolgstappen zijn niet benodigd. Er is geen sprake van een overtreding van een verbodsbepaling uit de Ow. Vrijgestelde amfibieën in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen Er is binnen het plangebied wel biotoop aanwezig voor de algemeen voorkomende (vrijgestelde) soorten als bruine kikker, bastaardkikker, gewone pad en kleine watersalamander. Deze kunnen tijdens de actieve periode (circa eind februari t/m oktober) in het plangebied aanwezig zijn. Door de voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve effecten op deze soorten optreden. Binnen de provincie Noord-Holland geldt een vrijstelling voor deze algemene soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel is voor deze soorten de zorgplicht van toepassing. Dit houdt in de negatieve effecten zo veel als mogelijk dienen te worden voorkomen dan wel beperkt. In paragraaf 2.3.8 wordt nader ingegaan op maatregelen die in het kader van de zorgplicht genomen kunnen worden.

2.3.6

Insecten In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van insecten in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.1 Overzicht van waargenomen reptielen in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 20202025). Soort Beschermingsregime Art. 11.46 Bal Art. 11.54 Bal en Bijlage IX Grote vos X

Grote Vos De grote vos leeft met name in vochtige open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande waardbomen. De vlinder overwintert in holle bomen of stapels hout. De eitjes worden door het vrouwtje afgezet op de bovenste takken van hoge, vrijstaande bomen. De waardplanten van deze soort zijn onder andere iep, zoete kers en enkele wilgensoorten (Vlinderstichting, 2025). In de omgeving van het plangebied is één waarneming van de soort bekend. In het plangebied is goed gekeken naar de verschillende boomsoorten die aanwezig zijn, dit zijn vooral populieren, essen en elzen. Er zijn geen waardbomen in het plangebied aanwezig. Er is onvoldoende geschikt biotoop voor de soort. Aanwezigheid van de grote vos kan worden uitgesloten. Een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Ow is daarmee niet aan de orde wat betreft de grote vos.

2.3.7

Vaatplanten In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vaatplanten in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.7 Overzicht van waargenomen insecten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 20202025). Soort Beschermingsregime Art. 11.46 Bal Art. 11.54 Bal en Bijlage IX Wilde ridderspoor X

Wilde ridderspoor Wilde ridderspoor is te vinden op matig voedselrijke kalkhoudende zandige klei in wintergraanakkers en op ruderale omgewerkte terreinen op kalkgrond. Het is adventief op plekken waar graan wordt overgeslagen en komt voor op stroomruggen. Deze paarsbloeiende plant is zeer sterk achteruitgegaan en tegenwoordig alleen hier en daar nog te vinden vooral langs Maas en IJssel. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en de toegenomen bemesting zijn hiervan de oorzaak (Floron, 2025).

blad 19 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

In het plangebied is één waarneming bekend van wilde ridderspoor. Gezien de natuurlijke verspreiding van de soort kan worden geconcludeerd dat de waarneming in het aangegeven plangebied een ingezaaid exemplaar betreft. Er is daarom geen sprake van een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Ow. Overige beschermde insecten Op basis van het terreinbezoek worden overige beschermde insecten in het plangebied niet verwacht door het ontbreken van geschikt biotoop.

2.3.8

Zorgplicht In het plangebied kunnen zoogdieren (o.a. bosmuis, dwergmuis, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos en woelrat) en amfibieën (bruine kikker, bastaardkikker, gewone pad en kleine watersalamander) voorkomen. Deze soorten vrijgesteld van de vergunningsplicht voor de Omgevingswet (Ow) in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Wel is de zorgplicht van toepassing. Zo moet een initiatiefnemer een beeld hebben van de (bijzondere) natuurwaarden op en nabij het plan- of projectgebied. In het kader van de specifieke zorgplicht dient een initiatiefnemer in het geval van verslechterende effecten actief te anticiperen op het voorkomen of verzachten van deze effecten. Onder de Ow dient onder andere extra aandacht besteed te worden aan soorten van de Rode Lijsten. Provincies kunnen onder de Ow beleidskaders opstellen over hoe en met welke soorten (van de Rode Lijsten) rekening dient te worden gehouden in het kader van de Zorgplicht. Vooralsnog zijn deze aanvullende beleidskaders nog niet opgesteld. In de voorliggende rapportage is daarom gekozen voor het opnemen van waarnemingen van de Rode Lijst soorten in de NDFF in het plangebied. De Rode Lijst soorten waarvan waarnemingen in de NDFF bekend zijn, zijn opgenomen in Bijlage 3.

De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soorten worden gegarandeerd. Maatregelen waaraan gedacht kan worden bij de invulling van de zorgplicht bij voorliggend planvoornemen zijn weergegeven in tabel 2.8. Tabel 2.8 Voorbeelden van zorgplicht gerelateerde maatregelen voor soorten. Soort(groep) Maatregel Grondgebonden zoogdieren en • Voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het plangebied amfibieën (alle soorten) kort maaien (max. 10cm); • Eén richting op werken naar dekking (zoals bosschages); • Na afloop van de werkzaamheden dienen de werkputten en ontgraving opgevuld of afgedekt te worden teneinde te voorkomen dat dieren in de sleuf terecht komen. Alternatief is het plaatsen van loopplankjes of het creëren van een helling/talud in de sleuven onder een hoek van maximaal 45 graden. Zo kunnen dieren de werkputten en ontgraving verlaten; • Verlichting dient uitsluitend op het werkterrein gericht te worden en uitstraling naar de omgeving moet worden voorkomen.

Amfibieën en reptielen • Voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het plangebied kort maaien; • Rustig één richting opwerken naar dekking zodat dieren kunnen wegkruipen; • Na afloop van de werkzaamheden dienen de werkputten en ontgraving opgevuld of afgedekt te worden teneinde te voorkomen dat dieren in de sleuf terecht komen. Alternatief is het plaatsen van loopplankjes of het creëren van een helling/talud in de sleuven onder een hoek van maximaal 45 graden. Zo kunnen dieren de werkputten en ontgraving verlaten; • Verlichting dient uitsluitend op het werkterrein gericht te worden en uitstraling naar de omgeving moet worden voorkomen. Planten en insecten • Gefaseerd de vegetatie maaien in het plangebied voorafgaande aan de werkzaamheden.

blad 20 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

2.3.9

Invasieve soorten Uit de bureaustudie is naar voren gekomen dat er in (de omgeving van) het plangebied invasieve exoten voorkomen, waaronder o.a. reuzenberenklauw, Japanse duizendknoop en nijlgans (NDFF). Dit zijn soorten die op de Unielijst invasieve exoten staan. Dit houdt in dat deze soort niet van Nature voorkomt in Nederland en schadelijk is voor de inheemse natuur. EU-landen moeten deze invasieve exoten op de Unielijst bestrijden. Indien deze soorten gedurende de werkzaamheden worden aangetroffen zijn passende maatregelen vereist zoals het correct verwijderen van de reuzenberenklauw. Het advies is om voorafgaand aan de werkzaamheden een controle uit te voeren op invasieve exoten in het werkterrein en indien deze worden aangetroffen de stappen van het NVWA te volgen.

2.4

Natura 2000 Het plangebied ligt niet in een Natura-2000 gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn de Kennermerduinen (figuur 2.8). Dit gebied ligt op circa 4,25 kilometer van het plangebied en is aangewezen op basis van de Habitatrichtlijn.

Figuur 2.8. Ligging Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. Bron: QGIS, PDOK Services, 2025.

Bij voorliggend planvoornemen is sprake van een realisatiefase en gebruiksfase. Er is daardoor sprake van tijdelijke en permanente effecten. De Natura 2000-gebieden liggen buiten het invloedsgebied van de storingsfactoren, zoals verdroging of geluiden lichtverstoring, met uitzondering van verzuring en vermesting. Gezien de afstand tot stikstofgevoelige habitattypen in de Natura 2000-gebieden en de voorgenomen werkzaamheden zijn effecten als gevolg van vermesting en verzuring door stikstofdepositie tijdens (enkel) de realisatiefase niet op voorhand uit te sluiten. De enige manier om inzicht te krijgen in de aard en omvang van het effect van stikstofdepositie als gevolg van de voorgenomen plannen, is het uitvoeren van een stikstofberekening met behulp van AERIUS Calculator. Geadviseerd wordt dan ook om een dergelijke berekening uit te voeren. blad 21 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

Indien uit de AERIUS-berekening volgt dat er als gevolg van het voornemen een verhoogde stikstofdepositie plaatsvindt op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden, dient dit ecologisch te worden beschouwd door middel van een ecologische Voortoets Stikstof. Vervolgstappen Natura 2000 Er dient een AERIUS-berekening voor de aanlegfase en gebruiksfase van het project te worden opgesteld. Indien sprake is van een toename in stikstofdepositie, dient een ecologische Voortoets Stikstof te worden opgesteld.

2.5

NNN In het plangebied is geen NNN-gebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich op circa 100 meter ten noordoosten van het plangebied (figuur 2.9). Op grond van de provinciale verordening in de provincie Noord-Holland hoeft niet getoetst te worden op externe werking. De verstoring door de werkzaamheden van het planvoornemen zijn vergelijkbaar met de reeds aanwezige achtergrondverstoring die al aanwezig is in het plangebied. Er zijn geen vervolgstappen aan de orde.

Figuur 2.9. Ligging van het plangebied ten opzichte van het NNN. Bron: QGIS, PDOK Services, 2025.

2.6

Overig provinciaal beleid provincie Noord-Holland Het plangebied ligt aan de oostzijde marginaal klein in de begrenzing van het Bijzonder Provinciaal Landschap (zie figuur 2.10). Er is ruimtebeslag binnen de begrenzing van het BPL waarmee de landschappelijke kenmerken, zoals weidevogelleefgebieden mogelijk aangetast worden. Kijkende naar het planvoornemen gaat er een heel klein stukje aangetast worden binnen de begrenzing van het BPL, waarmee een effect kan worden uitgesloten. Daarnaast veranderen de waarden en kenmerken van het BPL niet nadat de werkzaamheden zijn volbracht en zijn de werkzaamheden van tijdelijke aard. Wel dient het ruimtebeslag gemeld te worden bij het bevoegd gezag van de provincie Noord-Holland. Effect op het BPL zijn uitgesloten. blad 22 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

Figuur 2.10. Ligging van het plangebied ten opzichte van het Bijzonder Provinciaal Landschap. Bron data: provincie NoordHolland. Bron achtergrond: ESRI-luchtfoto.

2.7

Beschermde houtopstanden In (de directe omgeving van) het plangebied zijn bomen aanwezig. Als gevolgd van voorgenomen werkzaamheden worden bomen (mogelijk) gekapt en aangetast. Echter vallen deze bomen binnen de bebouwingscontour houtkap waardoor er geen beschermde houtopstanden gekapt worden door de voorgenomen werkzaamheden (zie figuur 2.11). Ook staan er geen beschermde houtopstanden binnen de invloedssfeer van de voorgenomen werkzaamheden waardoor negatieve effecten kunnen optreden. Een nadere toetsing van beschermde houtopstanden in daarom niet nodig. Indien bomen (mogelijk) worden gerooid of aangetast dient dit in overleg met de gemeente Haarlem gedaan te worden.

blad 23 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

Figuur 2.11. Ligging van het plangebied ten opzichte van de beschermde houtopstanden. Bron data: Provincie NoordHolland. Bron achtergrond: ESRI-luchtfoto.

blad 24 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

3.

Conclusie & advies In dit hoofdstuk is per onderdeel de conclusie en het advies gegeven dat voortkomt uit de uitgevoerde natuurtoets.

3.1

Soortbescherming Binnen het plangebied is geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten (Ow) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: beschermde en algemene broedvogels en vleermuizen. In tabel 3.1 zijn de conclusies ten aanzien van deze beschermde soorten opgenomen. De onderbouwing van de conclusies zijn beschreven in paragraaf 2.3 van voorliggende natuurtoets. Voor de overige soort(groep)en is beoordeeld dat vervolgstappen niet aan de orde zijn. Voor deze soorten en vrijgestelde soorten geldt wel de zorgplicht. Tabel 3.1 Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming. Soort(groep) Essentieel leefgebied Nader onderzoek in (directe omgeving nodig? van) plangebied?

Maatregele n?

Omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit Ow aan de orde?

Vogels (algemene broedvogels)

N.v.t.

Ja, zie tabel 3.3

Nee

Ja, zie tabel 3.2

Ja, zie tabel 3.2.

Nader te bepalen

Ja, zie tabel 3.2

Ja, zie tabel 3.2

Nader te bepalen

Zoogdieren (diverse soorten vleermuizen) – essentiële vliegroutes)

Zoogdieren (steenmarter/boommarter en kleine marterachtigen)

Vrijgestelde soorten

Ja, nestgelegenheid bijvoorbeeld bomen, bosschages en struiken in het plangebied. Ja, potentiële essentiële vliegroute langs de watergang en de bomenrij aan de noordzijde van het spoor. Ja, potentieel leefgebied en verblijfplaatsen aanwezig in struweel in het plangebied Zie tabel 3.3

In tabel 3.1 is aangegeven dat nader onderzoek nodig is. De beschrijving van dit nader onderzoek wordt in tabel 3.2 uiteengezet.

blad 25 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

Tabel 3.2 Beschrijving nader onderzoek op basis van nu geldende protocollen. Soort(groep) Maatregelen Vleermuizen – Om aan te tonen of de watergang met bomenrij een (essentiële) vliegroute betreft: (essentiële) vliegroutes • Tweemaal een bezoek van 2 uur; • Minimaal een bezoek in de kraamperiode; • Periode tussen de bezoeken: tenminste 8 weken (NGB, 2021). Indien aanwezigheid wordt aangetoond: • Vergunningsaanvraag (doorlooptijd circa 8 weken. Het bevoegd gezag kan de beslistermijn eenmalig met maximaal 6 weken verlengen). Steenmarter/boommarter Indien struweel wordt aangetast en/of gerooid: • Nader onderzoek uitvoeren op de aanwezigheid van steenmarter/boommarter in het plangebied; • Voor het naderonderzoek worden wildcamera’s geplaatst voor minimaal 6 weken in de actieve periode van de soort tussen 1 juni en 15 november. Indien aanwezigheid wordt aangetoond: • Vergunningsaanvraag (doorlooptijd circa 8 weken. Het bevoegd gezag kan de beslistermijn eenmalig met maximaal 6 weken verlengen). Kleine marterachtigen Indien struweel wordt aangetast en/of gerooid: • Nader onderzoek uitvoeren of een habitatbeoordeling voor de kleine marterachtigen volgens het kennisdocument van BIJ12 (2024b); • Voor het nader onderzoek worden struikrovers geplaatst voor minimaal 6 weken in de actieve periode van de soort tussen 1 juni en 15 november.

Indien aanwezigheid wordt aangetoond: • Vergunningsaanvraag (doorlooptijd circa 8 weken. Het bevoegd gezag kan de beslistermijn eenmalig met maximaal 6 weken verlengen).

In tabel 3.1 is aangegeven dat een overtreding van de Ow voor een aantal soorten op voorhand kan worden voorkomen door het treffen van maatregelen. Deze maatregelen zijn in tabel 3.3 uiteengezet. Door het nemen van deze maatregelen worden negatieve effecten voorkomen en zijn geen vervolgstappen noodzakelijk. Tabel 3.3 Beschrijving maatregelen om overtreding van de Ow te voorkomen. Soort(groep) Maatregelen Algemene broedvogels • Werken buiten het vogelbroedseizoen (circa 15 maart tot en met 15 juli) Indien het niet mogelijk is om buiten het vogelbroedseizoen de werkzaamheden uit te voeren, dan zijn de volgende maatregelen van toepassing: • Ongeschikt maken van het plangebied, bijvoorbeeld door het kortmaaien van vegetatie (vegetatie kort snoeien en/of maaien) voor de start van het broedseizoen; • De werkzaamheden opstarten vóór het broedseizoen en continueren gedurende het broedseizoen; • Indien dit niet mogelijk is dient een controle op broedvogels door een ecoloog plaats te vinden.

3.1.1

Zorgplicht Uit paragraaf 2.3.6 blijkt dat er in het plangebied soort(groep)en aanwezig (kunnen) zijn waarmee rekening dient te worden gehouden in het kader van de zorgplicht voor soorten. Maatregelen waaraan gedacht kan worden bij de invulling van de zorgplicht bij voorliggend planvoornemen zijn weergegeven in Tabel 3.4.

blad 26 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

Tabel 3.4 Voorbeelden van zorgplicht gerelateerde maatregelen voor soorten. Soort(groep) Maatregel Grondgebonden zoogdieren en • Voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het plangebied amfibieën (alle soorten) kort maaien (max. 10cm); • Eén richting op werken naar dekking (zoals bosschages); • Na afloop van de werkzaamheden dienen de werkputten en ontgraving opgevuld of afgedekt te worden teneinde te voorkomen dat dieren in de sleuf terecht komen. Alternatief is het plaatsen van loopplankjes of het creëren van een helling/talud in de sleuven onder een hoek van maximaal 45 graden. Zo kunnen dieren de werkputten en ontgraving verlaten; • Verlichting dient uitsluitend op het werkterrein gericht te worden en uitstraling naar de omgeving moet worden voorkomen Amfibieën en reptielen • Voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het plangebied kort maaien; • Rustig één richting opwerken naar dekking zodat dieren kunnen wegkruipen; • Na afloop van de werkzaamheden dienen de werkputten en ontgraving opgevuld of afgedekt te worden teneinde te voorkomen dat dieren in de sleuf terecht komen. Alternatief is het plaatsen van loopplankjes of het creëren van een helling/talud in de sleuven onder een hoek van maximaal 45 graden.

Zo kunnen dieren de werkputten en ontgraving verlaten; • Verlichting dient uitsluitend op het werkterrein gericht te worden en uitstraling naar de omgeving moet worden voorkomen. Planten en insecten • Gefaseerd de vegetatie maaien in het plangebied voorafgaande aan de werkzaamheden

Onder de Ow dient nadere aandacht te worden besteed aan soorten van de Rode Lijsten. Onder de Ow kunnen provincies beleidskaders opstellen over hoe en met welke soorten (van de Rode Lijsten) rekening dient te worden gehouden in het kader van de Zorgplicht. Vooralsnog zijn deze aanvullende beleidskaders nog niet opgesteld. In de voorliggende rapportage is daarom gekozen voor het opnemen van waarnemingen van de Rode Lijst soorten in de NDFF in het plangebied.

3.1.2

Invasieve soorten Tijdens het terreinbezoek zijn in het plangebied geen invasieve exoten aangetroffen. Uit de bureaustudie is naar voren gekomen dat in (de omgeving van) het plangebied invasieve exoten voorkomen, waaronder de reuzenberenklauw, nijlgans en Japanse duizendknoop. Indien deze soorten gedurende de werkzaamheden worden aangetroffen zijn passende maatregelen vereist zoals het correct maaien van de reuzenberenklauw indien aanwezig. Het advies is om voorafgaand aan de werkzaamheden een controle uit te voeren op invasieve exoten in het werkterrein en indien deze worden aangetroffen de stappen van het NVWA te volgen.

3.2

Gebiedsbescherming

3.2.1

Natura 2000 In tabel 3.5 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde Natura 2000-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2.4 van voorliggende natuurtoets.

blad 27 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

Tabel 3.5 Conclusies Natura 2000-gebieden.

Zijn er Natura 2000-gebieden aanwezig waarop effecten kunnen optreden? Treden er negatieve effecten op of zijn deze te verwachten? Zijn er vervolgstappen aan de orde? Omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit of akkoord van bevoegd gezag noodzakelijk?

3.2.2

Natura 2000 Ja Ja, er kan sprake zijn van verzuring en vermesting door stikstofdepositie. Ja, er dient een AERIUS-berekening te worden uitgevoerd voor de inrichtingsfase en de gebruiksfase. Nog niet bekend

NNN In Tabel 3.6 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde NNN-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2.5 van voorliggende natuurtoets. Tabel 3.6 Conclusies NNN-gebieden.

Op welke afstand van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde NNN-gebied? Is er sprake van toetsing van externe werking in de betreffende provincie? Is er sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden of is dit te verwachten? Zijn er vervolgstappen aan de orde? Afstemming met het bevoegd gezag aan de orde?

3.2.3

NNN Circa 100meter Nee N.v.t. Nee Nee

Overig provinciaal beleid Het plangebied ligt aan de oostzijde marginaal klein in de begrenzing van het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) (zie figuur 2.10). Er is ruimtebeslag binnen de begrenzing van het BPL waarmee de landschappelijke kenmerken, zoals weidevogelleefgebieden mogelijk aangetast worden. Kijkende naar het planvoornemen gaat er een heel klein stukje aangetast worden binnen de begrenzing van het BPL, waarmee een effect kan worden uitgesloten. Daarnaast veranderen de waarden en kenmerken van het BPL niet nadat de werkzaamheden zijn volbracht en zijn de werkzaamheden van tijdelijke aard. Wel dient het ruimtebeslag gemeld te worden bij het bevoegd gezag van de provincie Noord-Holland. Effect op het BPL zijn uitgesloten.

3.3

Beschermde houtopstanden bebouwingscontour houtkap In (de directe omgeving van) het plangebied zijn bomen aanwezig. Als gevolgd van voorgenomen werkzaamheden worden bomen (mogelijk) gekapt en aangetast. Echter vallen deze bomen binnen de bebouwingscontour houtkap waardoor er geen beschermde houtopstanden gekapt worden door de voorgenomen werkzaamheden (zie figuur 2.11). Ook staan er geen beschermde houtopstanden binnen de invloedssfeer van de voorgenomen werkzaamheden waardoor negatieve effecten kunnen optreden. Een nadere toetsing van beschermde houtopstanden in daarom niet nodig. Indien er bomen (mogelijk) worden gerooid of aangetast dient dit in overleg met de gemeente Haarlem gedaan te worden.

blad 28 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

Literatuurlijst BIJ12, 2017a. Kennisdocument rugstreeppad. BIJ12, 2017a. Kennisdocument kleine marterachtigen BIJ12, 2023a. Kennisdocument huismus BIJ12, 2023a. Kennisdocument gierzwaluw FLORON. (2025). Wilde ridderspoor. NGB. (2021). Vleermuisprotocol. Vlinderstichting. (2025). Grote Vos. Zoogdierenvereniging. (2025). Boommarter. Zoogdierenvereniging. (2025). Steenmarter. Overig NDFF Street Smart AERIUS-calculator, versie 2024.0.1 www.floron.nl www.ravon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vlinderstichting.nl www.zoogdiervereniging.nl

blad 29 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

Bijlage 1 Wettelijk kader

blad 30 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

Bijlage 1 Wettelijk kader In deze bijlage staat een beschrijving van de relevante wet- en regelgeving; de Omgevingswet (Ow) en het beleidskader. Naast bescherming vanuit de Ow zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De aanwijzing en bescherming van het NNN gebeurt in de Omgevingsverordening. Ow - Algemeen De Ow is op 1 januari 2024 in werking getreden. De Ow beschermt: • De Natura 2000-gebieden die aangewezen zijn in het kader van het Europees natuurbeleid (gebiedsbescherming); • De planten- en diersoorten (onderdeel soortbescherming); • Bos en houtopstanden (onderdeel houtopstanden). Veel verantwoordelijkheden en bevoegdheden liggen bij de provincies. Er zijn hierop wel uitzonderingen waarvoor het ministerie van LVVN bevoegd gezag is. Dit betreft onder andere de aanleg en uitbreiding van hoofdwegen, landelijke spoorwegen, hoofdvaarwegen, primaire waterkeringen, militaire terreinen en oefengebieden, militaire luchthavens, Schiphol en overige burgerluchthavens, het landelijke gastransportnet, hoogspanningsverbindingen van tenminste 220 kV, activiteiten van buitenlandse mogendheden en activiteiten namens een lid van het Koninklijk Huis. LVVN is ook bevoegd gezag voor ruimtelijke ingrepen in de Exclusieve Economische Zone (EEZ) en voor Windenergie op zee (kavelbesluiten).

Gemeenten kunnen een loketfunctie hebben. Het is mogelijk om een natuurvergunning ‘aan te haken’ bij de omgevingsvergunning, maar dit hoeft niet. De Ow richt zicht op bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden. Ow - Soortbescherming In de Ow is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie geldt een vergunningsplicht bij verschillende schadelijke handelingen die zijn vermeld in artikel 11.37, 11.46 en 11.54 Bal van de Ow. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1) Soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 11.37 Bal); 2) Strikt beschermde soorten (artikel 11.46 Bal); 3) Andere soorten (artikel 11.54 en bijlage IX, onder A en onder B Bal).

blad 31 van 43

Natuurtoets Planmerbo Oostpoort Haarlem projectnummer 0505018.100 23 december 2025 revisie 00 Gemeente Haarlem

Soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 11.37 Bal, Ow) Het beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn is vastgelegd in artikel 11.37 e.v. 1. 2. 3. 4. 5.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16965326/2