4. Bijlage 3: De Was/ wordt tabel bij Wijziging Beleidsregel HaarlemPas 2019
Tekst van het document
Was/ wordt tabel bij Wijziging Beleidsregel HaarlemPas 2019 Huidige tekst artikel 2 lid 3 In afwijking van het eerste lid bestaat geen recht op de HaarlemPas indien belanghebbende op de datum van aanvraag, een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000, tenzij belanghebbende de zorg draagt over een ten laste komend kind.
Nieuwe tekst artikel 2 lid 3 In afwijking van het eerste lid bestaat geen recht op de HaarlemPas indien belanghebbende uit Rijks kas bekostigd onderwijs volgt en in verband daarmee aanspraak kan maken op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, tenzij belanghebbende de zorg draagt over een ten laste komend kind.
Huidige tekst artikel 6 Artikel 6. De inkomensgrens De inkomensgrens bedraagt 115% van het van toepassing zijnde bijstandsnorm tot 1 januari 2019 en 120% van het van toepassing zijnde bijstandsnorm per 1 januari 2019.
Nieuwe tekst artikel 3 Artikel 6. De inkomensgrens De inkomensgrens bedraagt 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm tot 1 januari 2023 en 130% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per 1 januari 2023.
Huidige tekst artikel 7 Artikel 7. Vermogen 1. De belanghebbende die een vermogen heeft dat lager is of gelijk is aan het vrij te laten vermogen conform artikel 34, derde lid, van de wet, wordt voor de toepassing van deze beleidsregel geacht geen vermogen te bezitten. 2. In afwijking van de wet wordt het vermogen van een belanghebbenden dat is verbonden in een door hem zelf bewoonde woning, niet meegewogen. 3. Het vermogen van een belanghebbende in een auto of motor tot een hoogte van € 3500,-- wordt aangemerkt als een algemeen gebruikelijk goed en niet meegewogen. 4. Bij de vaststelling van de hoogte van het vermogen wordt anderhalf keer de toepasselijke norm op de bank-, giro- en/of spaarrekeningen niet meegerekend.
Nieuwe tekst artikel 7 lid 5 Artikel 7. Vermogen 1. De belanghebbende die een vermogen heeft dat lager is of gelijk is aan het vrij te laten vermogen conform artikel 34, derde lid, van de wet, wordt voor de toepassing van deze beleidsregel geacht geen vermogen te bezitten. 2. In afwijking van de wet wordt het vermogen van een belanghebbenden dat is verbonden in een door hem zelf bewoonde woning, niet meegewogen. 3. Het vermogen van een belanghebbende in een auto of motor tot een hoogte van € 3500,-- wordt aangemerkt als een algemeen gebruikelijk goed en niet meegewogen. 4. Bij de vaststelling van de hoogte van het vermogen wordt anderhalf keer de toepasselijke norm op de bank- en/of spaarrekeningen niet meegerekend. 5. Voor AOW-gerechtigden geldt een verhoogde vrijlating van het vermogen van € 5.000 per persoon in aanvulling op de vermogensvrijlating zoals genoemd in het eerste lid. 1/3
Huidige tekst artikel 8 Artikel 8. Geldigheidsduur HaarlemPas 1. De HaarlemPas is elk kalenderjaar geldig van 1 januari tot en met 31 december. 2. De peildatum voor de herbeoordeling van het recht op de HaarlemPas voor het daaropvolgende jaar is 1 oktober. 3. De HaarlemPas kan gedurende de geldigheidsduur als verificatiemiddel op inkomen en vermogen worden gebruikt bij de aanvragen gemeentelijke minimaregelingen en bij aanvragen bijzondere bijstand. 4. In afwijking op het derde lid is de HaarlemPas als verificatiemiddel is niet van toepassing op: a. aanvragen bijzondere bijstand voor woonkosten; b. aanvragen bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten; c. aanvragen bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen; d. aanvragen bijzondere bijstand voor overige incidenteel voorkomende algemene noodzakelijke kosten van bestaan; e. aanvragen individuele inkomenstoeslag, tenzij belanghebbende gedurende de gehele referteperiode over de HaarlemPas beschikt. f. aanvragen bijzondere bijstand voor de kosten van beschermingsbewind, curatele of mentorschap.
Huidige tekst artikel 9 Artikel 9. Reguliere aanvraag Voor het eerste jaar, waarin het recht op de HaarlemPas wordt beoordeeld, vindt een volledige toetsing van het inkomen en vermogen van belanghebbende plaats.
Nieuwe tekst artikel 8 lid 5 Artikel 8. Geldigheidsduur HaarlemPas 1. De HaarlemPas is elk kalenderjaar geldig van 1 januari tot en met 31 december. 2. De peildatum voor de herbeoordeling van het recht op de HaarlemPas voor het daaropvolgende jaar is 1 oktober. 3. De HaarlemPas kan gedurende de geldigheidsduur als verificatiemiddel op inkomen en vermogen worden gebruikt bij de aanvragen gemeentelijke minimaregelingen en bij aanvragen bijzondere bijstand. 4. In afwijking op het derde lid is de HaarlemPas als verificatiemiddel is niet van toepassing op: a. aanvragen bijzondere bijstand voor woonkosten; b. aanvragen bijzondere bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten; c. aanvragen bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen; d. aanvragen bijzondere bijstand voor overige incidenteel voorkomende algemene noodzakelijke kosten van bestaan; e. aanvragen individuele inkomenstoeslag, tenzij belanghebbende gedurende de gehele referteperiode over de HaarlemPas beschikt. f. aanvragen bijzondere bijstand voor de kosten van beschermingsbewind, curatele of mentorschap. 5. De HaarlemPas kan worden ingetrokken gedurende het kalenderjaar indien blijkt dat deze HaarlemPas onterecht is verstrekt, en dit belanghebbende te verwijten valt. Nieuwe tekst artikel 9 Artikel 9. Indienen aanvraag en toetsing 1.
Voor het eerste jaar, waarin het recht op de HaarlemPas wordt beoordeeld, vindt een volledige toetsing plaats van het inkomen en vermogen van belanghebbende, zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van deze beleidsregel.
2/3
Huidige tekst artikel 10 lid 1 Artikel 10. Verkorte aanvraag Het tweede en derde kalenderjaarjaar, volgend op het jaar waarin het recht op de HaarlemPas voor het eerst is vastgesteld, vindt een verkorte toetsing op het inkomen plaats.
Huidige tekst artikel 10 lid 2 Indien het inkomen lager is dan de genoemde inkomensgrens ex artikel 5 van deze beleidsregel, wordt verondersteld dat het vermogen beneden de grens ex art 3 van deze beleidsregel ligt.
Huidige tekst artikel 13 Deze beleidsregels treden daags na publicatie in werking onder gelijktijdige intrekking van huidige beleidsregels HaarlemPas (reg. nummer: SZW 2016/268808). HaarlemPassen voor het kalenderjaar 2019 kunnen vanaf oktober 2018 worden aangevraagd en worden getoetst aan de inkomensgrens van 120% die geldt per 1 januari 2019.
2. Elke vijf jaar vindt er een volledige toetsing plaats van alle belanghebbenden die op dat moment een HaarlemPas verstrekt krijgen en het aansluitende jaar ook een HaarlemPas zullen ontvangen. Nieuwe tekst artikel 10 lid 1 Artikel 10. Verkorte aanvraag 1. In de overige aaneengesloten kalenderjaren, waarin belanghebbende de HaarlemPas verstrekt krijgt, vindt een verkorte toetsing op het inkomen plaats. Nieuwe tekst artikel 10 lid 2 2. Indien in de overige aaneengesloten kalenderjaren bedoeld in het eerste lid, het inkomen lager is dan de genoemde inkomensgrens ex artikel 5 van deze beleidsregel, wordt verondersteld dat het vermogen beneden de grens ex art 3 van deze beleidsregel ligt. Nieuwe tekst artikel 13 HaarlemPassen voor het kalenderjaar 2023 kunnen vanaf november 2022 worden aangevraagd en worden getoetst aan de inkomensgrens van 130% zoals die geldt per 1 januari 2023.
3/3