3 Bijlage A - Bijstelling Energiebesparingsakkoord
Tekst van het document
Bijlage 1 van Projectenoverzicht Uitvoeringsagenda TVW
Bijstelling Energiebesparingsakkoord 2022-2026 en uitvoering Tussenevaluatie geeft aanleiding tot bijstelling van de doelen van het Energiebesparingsakkoord.
I.
Toelichting
Het Energiebesparingsakkoord 2022-2026 De Provincie Noord-Holland en 43 Noord-Hollandse gemeenten hebben het Energiebesparingsakkoord 2022-2026 (verder te noemen: het Akkoord) onderschreven. In deze
intentieovereenkomst hebben de partijen afgesproken een impuls te geven aan de naleving van de energiebesparingswet- en regelgeving.
De regelgeving bepaalt onder meer dat de energierelevante bedrijven1 maatregelen op
energiebesparing treffen die binnen 5 jaar terug te verdienen zijn. Van deze bedrijven vallen
15.000 bedrijven onder gemeentelijk bevoegd gezag en 112 onder provinciaal bevoegd gezag. Om uitvoering te geven aan de afspraken hebben de vier omgevingsdiensten in Noord-Holland een Werkplan opgesteld. Tussenevaluatie in 2024 De hoofdconclusie van de Tussenevaluatie is dat de ondertekenaars zeker stappen hebben gezet, maar dat met de huidige aanpak de doelen van het akkoord niet worden gehaald.
Dit komt doordat provinciebreed activiteiten achterblijven op de planning. Welke activiteiten dat zijn en in welke mate deze achterblijven, verschilt per gemeente en omgevingsdienst. Redenen die onder meer in de evaluatie gegeven worden, zijn: achterblijvende bereidwilligheid van
organisaties/bedrijven om gebruik te maken van stimuleringsmaatregelen, het gebrek aan
betrouwbare gegevens over het energieverbruik van bedrijven, een langere opstartfase dan gepland, complexe regelgeving en gebrek aan ervaren personeel.
Het rapport biedt vijf aanbevelingen ter verbetering van de aanpak. 1. Zorg voor een heldere taakverdeling tussen gemeenten en omgevingsdiensten met
uniforme aanpak Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). En intensiveer de samenwerking tussen omgevingsdiensten.
2. Stuur bij of prioriteer voor het behalen van de doelstellingen van het akkoord. 3. Verbeter de monitorings- en sturingsinformatie.
1 Dit zijn bedrijven die meer dan 50.000 kWh elektriciteit en/of meer dan 25.000 m3 gas verbruiken.
4. Organiseer een uitvoerend overleg tussen gemeenten en omgevingsdiensten, als dit nog niet georganiseerd is.
5. Werk een structurele aanpak uit rond de naleving van de energiebesparing. Op basis van de conclusies en aanbevelingen uit het rapport stelt de ambtelijke werkgroep,
bestaande uit de provincie, betrokken gemeenten en de vier omgevingsdiensten, een aantal inhoudelijke en tekstuele verbeterpunten voor.
Uitvoeringsregeling subsidie Stimulerend Energietoezicht Bedrijven (SEB) Om uitvoering te kunnen geven aan het Energiebesparingsakkoord is in 2022 de provinciale
subsidieregeling SEB opengesteld voor gemeenten. Subsidie is verleend aan 43 gemeenten die
hiervoor een aanvraag hebben ingediend voor stimulering van bedrijven om energie te besparen en voor het geven van een impuls aan toezicht en handhaving op de wettelijke
energiebesparingsplichten, voor wat betreft de inventarisatie, de Informatieplicht, de Energiebesparingsplicht.
De Onderzoeksplicht2 is in 2023 ingevoerd en wordt niet uitgevoerd met SEB-gelden. De overige
wet- en regelgeving: kantoren label C, de EED, de EPBD en mobiliteit, vallen ook niet onder deze regeling.
Volgens de subsidievoorwaarden leveren gemeenten jaarlijks een voortgangsrapportage bij de
provincie aan en zullen zij in 2027 een eindrapportage indienen voor de definitieve vaststelling van de subsidie. De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, de andere 50% (co)financieren de gemeenten zelf.
II. Voorstel voor bijstelling Akkoord en Werkplan inhoudelijk T.a.v. het Akkoord Ten aanzien van de doelen:
Probleem: Het doel om alle energierelevante bedrijven minimaal één keer gecontroleerd te
hebben, blijkt niet uitvoerbaar, omdat het doel geen vast, maar een bewegend doel is. Uitleg: bij start van de uitvoering bleek dat de informatie van CBS over de energierelevante bedrijven niet compleet was. Daardoor was onduidelijk welke bedrijven onder de plicht vielen.
Omgevingsdiensten hebben daarom actie ingezet om het bestand compleet te maken en dit proces duurt nog voort.
2
De Onderzoeksplicht is per 1-7-2023 van kracht geworden. Deze plicht geldt voor locaties die meer dan 10
miljoen kWh elektriciteit of 170.000 nm3 aardgas verbruiken. Het toezien op naleving van deze plicht brengt
complexe controles met zich mee met andere tarieven.
Voorstel: a. het doel ii te veranderen in: dat in ieder geval alle op 1 januari 2025 bekende
energierelevante bedrijven zijn gecontroleerd voor einde looptijd van het akkoord (31 december 2026).
b. én toe te voegen: •
Naast controle van de bekende energiebesparingsplichtige bedrijven, gaan
omgevingsdiensten dóór met het in kaart brengen van de energiebesparingsplichtige bedrijven. •
Binnen het beschikbare budget van het akkoord (d.i. SEB inclusief cofinanciering)
wordt t/m 31 december 2026 de maximale inspanning gepleegd om bedrijven bekend te krijgen én deze bedrijven (dus die na 1 januari 2025 bekend worden) te controleren. •
In 2026 verwachten de omgevingsdiensten alle energierelevante bedrijven in beeld te
hebben3 en een vervolgplan voor controle van deze bedrijven met benodigde financiering te kunnen voorleggen aan de deelnemers van het akkoord.
T.a.v. het Werkplan
1. Probleem: De term ‘stimulerend toezicht’ schept onduidelijkheid in de rolverdeling tussen omgevingsdiensten en gemeenten. Voorstel: Om rolduidelijkheid te scheppen,
benadrukken we in bijgestelde tekst dat omgevingsdiensten zich zichtbaar inzetten op gebied van naleving wettelijke taken door toezicht en handhaving en gemeenten zich zichtbaar inzetten voor stimulerende activiteiten als het aanbieden van energiescans.
2. Probleem: De sturingsinformatie is beperkt en het ontbreekt aan rapportage. Voorstel: De monitorings- en sturingsinformatie verbeteren we door de organisatie hierop te
versterken: we laten het Team Voortgang en rapportage frequenter bijeenkomen, maken
transparante afspraken over wat we meten en rapporteren én we rapporteren jaarlijks aan het bestuurlijk Energiebesparingsberaad.
3. Probleem: effectmonitoring en -sturing ontbreken grotendeels. Voorstel: De organisatie
van de uitvoering versterken we door de ambtelijke werkgroep met de deelnemers van het akkoord o.l.v. de provincie regelmatig bijeen te laten komen, die de vinger aan de pols
houdt, bijstuurt waar nodig en bestuurders van het bestuurlijk energiebesparingsberaad
hierover informeert. Omgevingsdiensten en (hun) gemeenten gaan regelmatig (frequentie en wijze waarop nader invullen) met elkaar in overleg voor afstemming en prioriteitstelling.
3
Door wijziging van de Energiewet eind 2024 wordt de inventarisatie van energierelevante bedrijven
vergemakkelijkt: eind 2025 wordt het voor omgevingsdiensten mogelijk om energieverbruiksgegevens per bedrijfsvestiging in te zien.
4. Probleem: de EBA is een tijdelijke stimulans, waardoor de organisatie voor de uitvoering ervan niet solide kan worden ingericht. Voorstel: Bij einde looptijd van het akkoord4
voeren we een eindevaluatie uit en leggen we een advies voor aan het bestuurlijk Energiebesparingsberaad over: of en op welke wijze de samenwerking op energiebesparing bedrijven een vervolg krijgt.
4 De duur van het Akkoord is in 2023 verlengd van 2022-2025 naar 2022-2026.
III.
Voorstel voor aanpassingen tekstueel
Voorstel: de onderstaande addenda bij het Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2026 en het Werkplan vast te stellen.
Addendum bij het Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025
Toelichting Addendum Energiebesparingsakkoord -
-
Dit addendum stelt het Energiebesparingsakkoord 2022-2025 (verder te noemen het
Akkoord) bij op grond van de door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland vastgestelde Tussentijdse evaluatie uitvoering Energiebesparingsakkoord. De onderstreepte teksten zijn de tekstwijzigingen.
Aanpassingen Titel te wijzigen in: Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2026.
Artikel 1: Algemene bepalingen 1.3 te wijzigen in: Dit akkoord gaat in op 1 januari 2022 en wordt voor vijf jaar aangegaan, tot en met 31 december 2026.
1.4 te wijzigen in: Aan het einde van 2026 vindt een eindevaluatie plaats en besluit het
Energiebesparingsberaad of het akkoord wordt verlengd. Daarbij wordt opnieuw gekeken welke partijen zich binden aan deze verlengde samenwerking en welke financiering daarvoor wordt ingericht.
Artikel 2.2: Partijen conformeren zich aan de volgende doelen: i.
Op 31 december 2026 zijn alle bedrijven waarvan bij de Omgevingsdienst bekend
ii.
Én tussen het tekenen van dit akkoord en 31 december 2026 zijn alle energierelevante bedrijven waarvan bij de Omgevingsdienst op 1 januari 2025 bekend is dat zij moeten voldoen aan de energiebesparingsplicht, minimaal één keer gecontroleerd op de energiebesparingsplicht.
is dat zij moeten voldoen aan de energiebesparingsplicht (..) door deze op de hoogte gebracht van deze plicht (..).
De volgende doelen toe te voegen:
o
Én, indien middelen over zijn, na besteding ervan voor de controle van bekende
bedrijven en inventariseren van energierelevante bedrijven, worden deze middelen ingezet voor controles van bedrijven die na 1 januari 2025 bekend werden tot einde duur van het Akkoord.
o
Én, indien procedures met bedrijven langer duren dan de duur van het akkoord en de middelen uit de SEB dan volledig zijn benut, wordt bekeken of de afronding uit andere financieringsbronnen te financieren zijn (d.i. mede afhankelijk van de ambitie van de gemeente en provincie).
o
Naar verwachting zijn alle energierelevante bedrijven in 2026 in beeld op basis
van de door netbeheerders gedeelde data en op basis van het informatiesysteem van Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) en van de Omgevingsdienst. Mocht deze informatie toch niet op tijd of niet volledig beschikbaar komen, dan wordt het Energiebesparingsberaad daarover geïnformeerd.
o
Én, zodra alle energierelevante bedrijven in beeld zijn bij de omgevingsdiensten,
maken deze een uitvoeringsplan en geven aan opdrachtgevers een inschatting van de hoeveelheid werk (zowel meldingsplicht als energiebesparingsplicht) en de benodigde financiering daarvan.
Addendum bij het Werkplan Uitvoering Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven
Toelichting Addendum Werkplan Dit addendum stelt het Werkplan Energiebesparingsakkoord 2022-2025 (het EBA) bij, op grond van de door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland vastgestelde Tussentijdse evaluatie uitvoering Energiebesparingsakkoord.
De onderstreepte teksten zijn de tekstwijzigingen. Aanpassingen Titel Werkplan Bijlage bij het Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025 te wijzigen in: ➢
Werkplan Bijlage bij het Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-
2026
Hoofdstuk 1 Algemene Inleiding Eigen strategie en planning Derde zin: ‘De komende jaren blijven de omgevingsdiensten zich inzetten op stimulerend toezicht.’ te wijzigen in:
•
De Tussenevaluatie geeft aan dat het wenselijk is om rollen en taken van
omgevingsdiensten en gemeenten/provincie niet door elkaar te laten lopen. Menging van deze rollen leidt bij betrokken partijen tot onduidelijkheid.
Daarom zullen gemeenten en provincie zich inspannen en laten zien op stimulering van energiebesparing bij bedrijven en omgevingsdiensten op toezicht en handhaving.
Hoofdstuk 2 Werkwijze Eerste zin: ‘De vier OD’s en deelnemende gemeenten in Noord-Holland gaan gezamenlijk
optrekken bij de uitvoering van het Akkoord. De OD’s spreken de volgende punten met elkaar af, etc...’ , te wijzigen in:
De gemeenten, provincie (de opdrachtgevers) en de vier omgevingsdiensten (opdrachtnemers) in Noord-Holland trekken gezamenlijk op bij de uitvoering van het Akkoord. Zij spreken het volgende met elkaar af:
Stimuleren
1.
In het EBA wordt gesproken over stimulerend toezicht. Toezicht en handhaving ligt bij
omgevingsdiensten die zich daarnaast ook richten op het informeren en motiveren van het bedrijf om te voldoen aan de energiebesparingswetgeving. Bij stimulerend toezicht kunnen
omgevingsdiensten gemeenten inhoudelijk adviseren over de te nemen stimuleringsmaatregelen op basis van opgedane ervaringen en bevindingen tijdens toezichtcontroles. 2.
Stimulering is belegd bij gemeenten, met uitzondering van een aantal gevallen waarin de Omgevingsdienst het mandaat hierover heeft verkregen. Er zijn verschillende opties: •
Gemeenten zetten zich in om gebruik te maken van interne en lokale expertise om de
stimuleringsaanpak zo efficiënt en effectief mogelijk op te zetten. Deze aanpak heeft ook
tot doel om het bedrijf de verplichte energiebesparingsmaatregelen door zelfregulering te laten nemen. •
Indien stimuleringstaken in opdracht van een gemeente door een omgevingsdienst worden uitgevoerd, worden deze in de uitvoering zichtbaar gescheiden van toezicht en handhaving,
•
Gemeenten kunnen omgevingsdiensten adviseren naar aanleiding van ervaringen tijdens het stimuleringstraject en omgevingsdiensten kunnen gemeenten adviseren over de te
nemen stimuleringsmaatregelen op basis van opgedane ervaringen en bevindingen tijdens toezichtcontroles.
3. Stimulering kan veel verschillende vormen aannemen:
•
Gemeenten kunnen bijvoorbeeld via bestaande of nieuwe ondernemersloketten ondernemers
helpen met het aanbieden van energiescans en de inzet van onafhankelijke experts. Die kunnen bedrijven dan rechtstreeks adviseren over de te nemen energiebesparende
maatregelen en de financieringsmogelijkheden via bijvoorbeeld subsidieaanvragen.
•
Naast de energiescans zijn andere opties om in te zetten op communicatie, het gebruik van
dataloggers of bijvoorbeeld het organiseren van een bijeenkomst/informatieavond.
Toezicht en handhaving Toevoegen de volgende tekst: 1. Alle per 1 januari 2025 bekende energierelevante bedrijven uiterlijk 31 december 2026 minimaal 1 keer gecontroleerd te hebben.
Monitoring en (toevoegen:) rapportage Wijzigen: De eerste zin: Iedere OD zal deelnemen aan het Voortgangs- en Rapportageteam5. Toevoegen de volgende teksten:
5 Dit team zorgt voor de informatie om de voortgang van de uitvoering van het akkoord te kunnen monitoren en te
kunnen bijsturen op prestatie (output) en effect (outcome). Het levert de benodigde data en data-inzichten voor de voortgangsrapportage. Het bestaat uit de deelnemers van het Akkoord.
•
We gebruiken de planningstool voor het maken van jaarlijkse voortgangsrapportages en
als onderdeel van de eindrapportage eind 2026. We gebruiken het Kwalitatief en
Kwantitatief invulformulier voor de jaarlijkse verantwoording over de toepassing van de subsidie SEB.
•
We bereiden ons voor op een goede eindrapportage uitvoering Energiebesparingsakkoord
en eindverantwoording inzet SEB-subsidie eind 2026 die we dan voorleggen aan het Energiebesparingsberaad begin 2027.
•
De monitoring en rapportage gaat in op de extra impuls die we met dit akkoord bereiken
middels de gelden die beschikbaar zijn vanuit de Uitvoeringsregeling SEB voor de naleving van de Informatieplicht en Energiebesparingsplicht. Deze gaan niet in op de overige weten regelgeving energiebesparing bedrijven, deze worden via andere ‘lijnen’ gefinancierd en verantwoord.
Kennisdeling Toevoegen de volgende teksten: Omgevingsdiensten, gemeenten en provincie verbeteren de kennisdeling door elkaar beter te
betrekken. Ook verbeteren we de samenwerking tussen omgevingsdiensten onderling en tussen gemeenten en de provincie op gebied van het subsidietraject. We leggen aan het
Energiebesparingsberaad een voorstel voor hoe kennisdeling beter gefaciliteerd kan worden door middel van verantwoorde en veilige datadeling tussen partijen.
Communicatie Toevoegen de volgende tekst: •
Het onderdeel communicatie is een vast agendapunt voor de ambtelijke werkgroep en het
reguliere kerngroepoverleg tussen provincie, omgevingsdiensten en enkele gemeenten. Waar nodig worden adviezen gegeven en acties uitgezet. Toezicht zoveel mogelijk door één toezichthouder Tweede alinea tekst aan vullen met: De aanpak van bedrijven op het gebied van bouwtaken (label C en EPBD) worden bij drie omgevingsdiensten buiten het akkoord uitgevoerd.
Hoofdstuk 3. Monitoring en data 3.1
Planningstool, KPI’s en financiële planningen
Toevoegen de volgende teksten: Na de Tussenevaluatie van 2024 bakenen we de scope van de monitoring en rapportage scherper af: we rapporteren over wat met de uitvoeringsregeling SEB door gemeenten met
omgevingsdiensten gepland is en tot stand gekomen is op gebied van inventarisatie bedrijven en toezicht en handhaving Informatieplicht en Energiebesparingsplicht. Weliswaar is in het Akkoord een bredere doelstelling opgenomen, namelijk ook ten aanzien van de uitvoering
Onderzoeksplicht, label C kantoren, EED, EPBD en werkgebonden personenmobiliteit, maar de
financiering daarvan is niet in het kader van het Akkoord geregeld, maar via andere kanalen. De verantwoording hierover vindt in andere gremia plaats.
We gaan de monitorings- en sturingsinformatie verbeteren door KPI’s6 vast te stellen die SMART
zijn uitgedrukt en gekoppeld zijn aan de doelen en tussenstappen. We maken onderscheid in het
meten van het bereiken van beleidsdoelen (outcome) en prestatiedoelen (output). We brengen de voortgang in beeld, of we goed op weg zijn (een stijgende lijn) of niet en of dit in het beoogd tempo gaat. We beschrijven ook de risico’s per te bereiken resultaat en de knelpunten in de
uitvoering. We geven duidelijkheid over de geplande besteding en bestede financiële middelen, zowel vanuit de uitvoeringsregeling SEB als de eigen bijdrage van de gemeente. We gaan het
voortgangs- en rapportageteam weer bemensen en laten functioneren. Deze onderzoekt tevens de mogelijkheden voor datadeling tussen de deelnemers van het Akkoord.
6 Een kritieke prestatie-indicator is een waarde waarmee de voortgang van (in dit geval) de afspraken kan worden
gemeten. Deze wordt opgesteld volgens het SMART-principe: specifiek, meetbaar, aanvaardbaar, realiseerbaar en tijdgebonden.
3.2
Dashboards en data-gedreven werken
Tekst toevoegen: Tevens onderzoekt het Team Voortgang en rapportage met data-specialisten of een portaal kan worden opgezet waarin de partijen beveiligd inzicht kunnen krijgen tot elkaars data, zodat de samenwerking optimaal kan worden gefaciliteerd.
4. (Titel veranderen in): Externe factoren, beperkingen en risicofactoren 4.1
Verandering in wetgeving
Tekst toevoegen: Nu al is bekend dat in 2027 de Erkende Maatregelen Lijst zal worden aangepast, wat tot een nieuwe opgave voor controle van bedrijven met zich mee zal brengen.
5. Organisatie (toevoegen) en verantwoordelijkheden Toevoegen:
Bestuurlijk
Energiebesparingsberaad
Ambtelijke Werkgroep Kerngroep
Stuurt bij
waar nodig
Zorgt voor voortgang
en bereidt bestuurlijk energiebesparingsberaad voor
Bereidt
ambtelijke
werkgroep voor
Team Voortgang en rapportage
Zorgt voor data- en data-interpretatie, monitoring en rapportage
Werkgroep
communicatie en participatie
Maakt
communicatiep lan en voert dit uit
Namen in tabel veranderen als volgt: Organisatie
Naam
Contactgegevens
Provincie NH
Philippine van der
philippine.van.der.kleij@noord-
OD
Co de Smalen
co.de.smalen@odnzkg.nl
OD IJmond
Alex Lam
alam@odijmond.nl
OD Noord-Holland
Marcel van Vugt
mvanvugt@odnhn.nl
OD Flevoland Gooi en
Emma Visser
e.visser@ofgv.nl
Noordzeekanaalgebied
Noord
Vechtstreek
Kleij
holland.nl
Communicatiestrategie Toevoegen de volgende teksten: •
De communicatie-aanpak Toolkit Energiebesparing (o.a. website Check- klik-bespaar) is
opgeleverd. Landelijk zijn er inmiddels ook goede alternatieven, waar nodig worden websites aangepast of aangevuld. •
De wens bij omgevingsdiensten is om ondernemers van energierelevante bedrijven beter te
informeren over en voorbereiden op het voldoen aan de energiebesparingsplicht. In de
strategie wordt met name aandacht geschonken aan het positief betrekken en het mogelijk maken dat bedrijven zich beter kunnen voorbereiden door het bieden van toegankelijke informatie. •
Over terugkoppeling aan bestuurders en volksvertegenwoordiging: we zorgen voor een
regelmatige terugkoppeling en we communiceren goed over de afbakening van het
Energiebesparingsakkoord, dat wil zeggen dat we duidelijk hebben en maken waar het Akkoord direct betrekking op heeft, waarop indirect en waarop niet. Begroting 4e zin: Uiterlijk 2025 wijzigen in: 2026 Met de Provincie wordt overlegd of, indien subsidiegelden overblijven, bijvoorbeeld omdat
bedrijven later bekend worden en nog niet konden worden bezocht, ook na einde akkoord
kunnen worden ingezet voor naleving van de energiebesparingsplicht bij de bekende bedrijven.