CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Bijlage 2 Onderzoeken

commissie Ontwikkeling 4 juni 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: 20:50 uur Vaststellen en zienswijze Programma van Eisen voor de Leefomgeving Korte Verspronckweg en het openen van de grondexploitatie Korte Verspronckweg (FR)14.611 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Inhoudsopgave Onderzoeken voor de herontwikkeling Korte Verspronckweg 1. Archeologisch onderzoek 2. Historisch bodemonderzoek 3. Duurzaamheid 4. Geluid en trillingen 5. Stikstofonderzoek 6. Verkeersonderzoek 8. Bomenonderzoek 9. Flora en Fauna 10. Wonen 11. Waterpositieve gebiedsontwikkeling 12. Windhinder

LIJST MET ONDERZOEKEN VOOR DE HERONTWIKKELING KORTE VERSPRONCKWEG

Archeologisch onderzoek  20091104 OND Archeologie Korte Verspronckweg 7-9_ADC Archeoprojecten Historisch bodemonderzoek  20250905 Lijst met bodemonderzoeken op de locatie Korte Verspronckweg 7-11 Duurzaamheid  20250905 Energie-advies Korte Verspronckweg GrootEcobouw Geluid en trillingen  20251120 Geluidsonderzoek Korte Verspronckweg M en P  Studie geluidsbelasting verkaveling Korte Verspronckweg en Spoorwegstraat te Haarlem 8 oktober 2024  Ontwikkelzone Zijlweg West Aanvullend onderzoek geluid spoorwegkruising 25 januari 2024  Ontwikkelzone Zijlweg West onderzoek M+P trillingen vanwege railverkeer 4 oktober 2023  Akoestisch onderzoek M+P emplacement Haarlem 29 juli 2020 Stikstofonderzoek  20251121 Aerius stikstofdepositie rapport Korte Verspronckweg RGP consult  Aeriusrapport stikstofdepositie Korte Verspronckweg Haarlem RGP consult 9 december 2023 Verkeersonderzoek  20250915 Verkeersonderzoek Korte Verspronckweg door Goudappel Bomenonderzoek  20250606 OND DBI_Rapportage_Nulmeting Bomen in Projecten en i-Tree Eco berekening_Korte Verspronckweg_Haarlem  20250610 OND DBI_Bijlage A_Onderzoeksmethode boomcijfer  20250610 OND DBI_Bijlage B_Onderzoeksresultaten inventarisatie_Korte Verspronckweg_Haarlem_20250606  20250610 OND DBI_Bijlage C_Inventarisatielijst_Korte Verspronckweg_Haarlem_20250606  Inventarisatie en VTA keuring bomen Korte Verspronckweg 7-9; Pius

Floris Onderzoek & Advies Amsterdam 20 december 2023  20250610 OND DBI_Bijlage D_Overzichtstekening boomzones_Korte Verspronckweg_Haarlem_20250606  20250610 OND DBI_Bijlage D_Overzichtstekening boomzones_Korte Verspronckweg_Haarlem_20250606  20250610 OND DBi_Bijlage G_I-Tree Eco_Impact Report_Korte Verspronckweg_Haarlem_20250606  20250610 OND DBi_Bijlage F_Methode i-Tree Eco Flora en Fauna  20251106 Spoortalud Kerffsloot Korte Verspronckweg te Haarlem ECO Logisch

 

Vleermuisonderzoek Korte Verspronckweg augustus 2025 Ecologisch adviesbureau Antje Ehrenburg 20 juli 2024

Wonen 

20250627 Wooncoöperaties In ontwikkeling in Haarlem door Ravenkop

Waterpositieve gebiedsontwikkeling 

20251215 Analyse grondwaterstand en ontwateringsdiepte aan de Korte Verspronckweg door Regen en Water

Windhinder 

20250905 Theoretische windhinderstudie Korte Verspronckweg Haarlem door Peutz

Bijlage: Overzicht bekende bodemonderzoeken en besluit Korte Verspronckweg BESLUIT Beoordeling resultaat sanering Korte Verspronckweg ter hoogte van nummer 5 te Haarlem, projectcode NH/0392/00485, 3 mei 2006. BODEMONDERZOEKEN -

Verkennend bodemonderzoek Korte Verspronckweg 7-9 te Haarlem, BK, 133888 29 november 2013. Milieukundig bodemonderzoek Korte Verspronckweg 7-9 te Haarlem, afdeling Milieu, 801198 4, maart 2009. Verkennend onderzoek Korte Verspronckweg 7-9 te Haarlem, afdeling Milieu, 801198, 25 september 2008. Verkennend onderzoek asbest in grond Korte Verspronckweg 7-9 te Haarlem, Search Ingenieursbureau B.V, 258073.1, 14 augustus 2008. Evaluatierapport bodemsanering Korte Verspronckweg ter hoogte van nummer 5 te Haarlem, Tauw, 4357223, 1 juni 2005. Aanvullend onderzoek herprofilering Verspronckspoorbrug te Haarlem, Afdeling Milieu, 1702682, 8 juli 2004. ACTUALISATIE ONDERZOEK EN SANERINGSPLAN KORTE VERSPRONCKWEG HAARLEM, de Vries & van de Wiel, 03-8300-3020,12 maart 2004. Nader bodemonderzoek Korte Verspronckweg 7-9 Haarlem, Spijker Milieu, M02.4131/AM 30 augustus 2002. Korte Verspronckweg 7-9 Haarlem, Spijker Milieu, M02,1091/RH, 16 juli 2002. Verkennend bodemonderzoek Korte Verspronckweg 7/9 te Haarlem, afdeling Milieu, 9290013, 3 april 2001. Milieukundig bodemonderzoek, Spoorbrug over de Delft, DHV, R0904, 30 juni 2000. Rapport Nader Onderzoek Korte Verspronckweg t.h.v. nr. 5, De Ruiter Milieutechnologie, A990901.11769, 2 september 1999. Verkennend bodemonderzoek Korte Verspronckweg 11 (Lieven De Keyschool), Gewestelijk Milieubureau Zuid-Kennemerland, 94.8.2900.02, 17 augustus 1998.

Verkennend bodemonderzoek ophooglaag Korte Verspronckweg 7-9, Gewestelijk Milieubureau Zuid-Kennemerland, 34.2570.0223, oktober 1997. Rapport Oriënterend Onderzoek Korte Verspronckweg, Haarlem, De Ruiter Milieutechnologie, Haarlem EMN/LFS/A970807.117690, 7 augustus 1997. Knelpuntenonderzoek Baggerbeleidsplan Haarlem, Witteveen en Bos, Hlm137.2, 30 juni 1997. Incidenteel bodemonderzoek Korte Verspronckweg, Gewestelijk Milieubureau ZuidKennemerland, 30.2349.06, 8 augustus 1996.

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

Energie-advies Korte Verspronckweg - CONCEPT Project: Betreft: Opdrachtgever: Versie Datum:

Haarlem Korte Verspronckweg Duurzaam energiesysteem Korte Verspronckweg Gemeente Haarlem –Sandra van Mierlo Versie I 5-9-25

Cees Groot - Senior Adviseur Duurzaamheid & Klimaat - Groot Ecobouw BV - tel: 06 –28998350

Pagina 1

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ..............................................................................................................................................................3

2.

Karakteristieken Omgeving ................................................................................................................................6

3.

Energiesystemen ...............................................................................................................................................8

3.1.

Collectief energiesysteem..............................................................................................................................8

3.2.

Individuele energiesystemen ...................................................................................................................... 12

3.3.

Voordelen en nadelen individuele versus collectieve oplossing................................................................. 14

3.4.

Gemeentelijke inzet .................................................................................................................................... 14

3.5.

Regeneratie ................................................................................................................................................ 15

3.6.

Netcongestie ............................................................................................................................................... 17

4.

Conclusie ........................................................................................................................................................ 18

Bijlage 1 Doorrekeningen voorkeursscenario Korte Verspronckweg ...................................................................... 19 Bijlage 2 Energiesysteem ........................................................................................................................................ 21 Bijlage 3 Programma van Eisen - Duurzaamheidsparagraaf .................................................................................. 22

Cees Groot - Senior Adviseur Duurzaamheid & Klimaat - Groot Ecobouw BV - tel: 06 –28998350

Pagina 2

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

1. Inleiding Naar aanleiding van de opdracht van de Gemeente Haarlem wordt in dit advies ingegaan op het opstellen van een duurzaamheidsstrategie voor de gebiedsontwikkeling van de Korte Verspronckweg, waarbij in eerste instantie het onderdeel warmtestrategie belangrijk is. Hieronder wordt ingegaan op de ambitie en desbetreffende uitgangspunten. Het uitgangspunt is om een zo energiezuinige (en netbewust) mogelijke gebiedsontwikkeling te realiseren, waarbij gebruik wordt gemaakt van duurzame energiebronnen. Dit leidt tot een zo duurzaam mogelijk energiesysteem, bestaande uit onder andere elektriciteit, warmte/koude, groenvoorzieningen etc. Daarbij wordt onderzocht of het energiesysteem (warmte/koude) er als volgt kan uitzien: 1. Een collectieve oplossing voor de gehele gebiedsontwikkeling Korte Verspronckweg 2. Individuele oplossingen per ontwikkeling binnen de gebiedsontwikkeling Korte Verspronckweg Uitgangspunt is dat er gebruik wordt gemaakt van zo duurzaam mogelijke energiebronnen. De collectieve oplossing kan uitgevoerd worden meteen centrale WKO en een koppeling met bijvoorbeeld een lokaal laagtemperatuur bronnet waarbij uitwisseling van energie tussen verschillende gebruikers elkaar kan aanvullen, terwijl een individuele oplossing uitgaat van bodemlussen per ontwikkeling.

Er wordt gekeken naar de verschillende afnemers binnen de Korte Verspronckweg, waarbij meerdere doorgerekend zullen worden, zoals hierboven aangegeven.

scena

Figuur 1 Gehele gebiedsontwikkeling

Figuur 1 laat zien hoe het voorlopige plaatje van de gehele gebiedsontwikkeling eruit komt te zien. De gebiedsontwikkeling bestaat uit meerdere ontwikkelingen, bestaande uit een combinatie van wonen en maatschappelijke functies, in gemeentelijk, dan wel uitgegeven eigendom (onbekend), dan wel in nog uit te geven tenders, welke mogelijk gezamenlijk een energiesysteem kunnen delen. De aangegeven letters (A, B, C en D) zijn conform de aangeleverde informatie vanuit de Gemeente Haarlem.

Cees Groot - Senior Adviseur Duurzaamheid & Klimaat - Groot Ecobouw BV - tel: 06 –28998350

Pagina 3

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

Het Masterplan Zijlweg West e.o. en de presentatie aan de Wethouder geven 3 verschillende mogelijke modellen voor de gebiedsontwikkelingen weer voor de Korte Verspronckweg, welke allen eigen karakteristieken hebben. Er is gekozen om het voorkeursmodel te hanteren waarbij enkele punten centraal staan, namelijk: 1. Behoud als uitgangspunt 2. Een unieke buurt met ruimte voor experiment (vrijplaats) 3. Voortbouwen op bestaande kwaliteiten en karakteristiek 4. Gemengde stadswijk met een gevoel van community.

Figuur 2 Voorkeursscenario gebiedsontwikkeling Korte Verspronckweg

Cees Groot - Senior Adviseur Duurzaamheid & Klimaat - Groot Ecobouw BV - tel: 06 –28998350

Pagina 4

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

Figuur 1, Figuur 2 en Figuur 3 weergeven gezamenlijk het (voorlopige) finale plaatje van de ontwikkelzone. Deze gebiedsontwikkeling is een combinatie van bestaande bouw en nieuwbouw. Tevens is het een combinatie van woningen (bovenop bestaand, nieuwe gebouwen en een woning coöperatie) en maatschappelijke functies (denk aan basisschool, kinderopvang, gymzaal, sociale culturele voorzieningen, een parkeerhub en een tuincentrum)

Figuur 3 Voorlopige bouwvolumes Korte Verspronckweg

Er wordt gekeken naar een energiestrategie voor de Korte Verspronckweg, waarbij zowel individuele als collectieve systemen doorgerekend worden. Voor dit onderzoek komen de volgende onderwerpen aan bod: • • • • •

Inventarisatie gebiedskenmerken Uitwerking programma / berekenen warmte- en koudevraag WKO Opstellen warmtevisie voor dit gebied Uitwerken breder duurzaamheidsvisie Opstellen (eisen / wensen) paragraaf Duurzaamheid voor Programma van Eisen

Hierbij wordt gedacht aan de mogelijke koppeling van warmte - en koudevraag, voordelen van schaalgrootte van oplossingen, verdringing van oplossingen, rol en impact van netcongestie, etc.

Cees Groot - Senior Adviseur Duurzaamheid & Klimaat - Groot Ecobouw BV - tel: 06 –28998350

Pagina 5

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

2. Karakteristieken

Omgeving

Collectief Het voorlopig ontwerp voor de Korte Verspronckweg is gebaseerd op de aangeleverde gegevens vanuit de Gemeente Haarlem. De berekeningen en uitkomsten voor het voorkeursscenario zijn terug te vinden in bijlage 1. Figuur 4 laat het potentiële collectieve energiesysteem zien voor het voorkeursscenario inclusief de benodigde meters leiding. Er zijn meerdere opties mogelijk, waarbij vooral de locatie(s) van de technische ruimte sterk kan variëren. Idealiter wordt de technische ruimte op een zo centraal mogelijke plek geplaatst. Anderzijds gaat het ten koste van de commerciële ruimte in de plint, en daarom is in het tuincentrum (een ruimte van circa 120 m 2 een logischere locatie dan in een van de woongebouwen).

Figuur 4 Potentieel collectief energiesysteem inclusief leidingafstanden

Het is waardevol om koudevragers (bijvoorbeeld scholen en andere ontwikkelingen) te koppelen met warmtevragers (denk aan woningen). Bestaande bouw heeft bovendien een significant hogere energievraag dan nieuwbouw, indien bestaande bouw niet gerenoveerd wordt. Bestaande bouw heeft ten opzichte van nieuwbouw geen eis om koeling te ontvangen, maar zal toekomstig wel een vraag naar koeling hebben (vanwege klimaatverandering).

Individueel

Het heeft niet de voorkeur, maar er kan ook gekeken worden naar individuele oplossingen. Hiermee worden oplossingen per gebouw bedoeld en niet per woning. Er wordt dan per gebouw een oplossing aangereikt, waarbij er wel per woning individuele warmtepompen toegepast worden, maar er niet per woning een eigen bodemlus is. Er wordt berekend hoeveel bodemlussen er per gebouw nodig zijn, waarbij soms twee of drie appartementen samen één bodemlus kunnen delen. Kortom, met ‘individueel’ worden w bedoeld, oplossinge niet per afzonderlijke woning.

Cees Groot - Senior Adviseur Duurzaamheid & Klimaat - Groot Ecobouw BV - tel: 06 –28998350

Pagina 6

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

Tabel 1 Verdeling programma over kavels

Kavel

Wonen

Fiets parkeren

Tuincentrum

Sporthal

Maatschappelijk

School

Totaal Wonen

Totaal Utiliteit

Eenheid

[m2 bvo]

[m2 bvo]

[m2 bvo]

[m2 bvo]

[m2 bvo]

[m2 bvo]

[m2 bvo]

[m2 bvo]

0 3.590 1.310 4.780 1.830 2.214 0 0 2.146 1.540 17.410

688 0 0 0 411 0 180 2.360 0 0 3.639

D1 –Tuincentrum A1 - Wonen B1 - Wonen C1 - Wonen B2 - Wonen A2 - Wonen D3 - Voorziening D2 - School A3 - Wonen B3 - Wonen Totaal

688 3.387 1.234 4.540 1.724 2.089

203 76 240 106 125

411 180 608

2.025 1.451 16.450

121 89 960

688

608

1.752 591

1.752

Tabel 1 laat het totale programma voor de gebiedsontwikkeling Korte Verspronckweg zien, waarbij duidelijk naar voren komt dat het aandeel wonen dominant is. Er komen immers volgens het huidige plan 200 woningen waarvan circa 50% sociale huur, 12-30 % midden huur en 20-38 % vrije sector. Tabel 2 Voorlopige woningverdeling

Type Sociaal klein Sociaal groot Middelduur klein Middelduur groot Duur midden Duur groot Totaal

Aantal woningen 70 30 30 30 20 20 200

Daarnaast komen er niet woonfuncties, zoals de basisschool met 9 klaslokalen en kinderopvang (230 m2 bvo), een gymzaal (608 m2 bvo), sociaal culturele voorzieningen 800 m2 bvo parkeerhub met circa 100 plekken. In de parkeerhub een pakketservice en commerciële ruimte van circa 700 m2. Een toegang voor gemotoriseerd verkeer aan de Korte Verspronckweg en een brug en een fietserstunnel voor langzaam verkeer, een permacultuurtuin 3400 m2. Voor de parkeerhub zelf, de pakketservice en de permacultuurtuin is geen aanvullende warmte of koudevraag aanwezig, immers zullen deze functies voornamelijk elektra (en water voor de tuin) vraag omvatten. Tabel 3 Verdeling functies in plangebied

Verbruiker Woningen

Oppervlakte [m2 bvo] 16.450 m2 bvo

Fietsparkeren Tuincentrum Sporthal Maatschappelijk School Totaal

960 m2 bvo 688 m2 bvo 608 m2 bvo 591 m2 bvo 1.752 m2 bvo 21.049 m2 bvo

Nieuwbouw/bestaande bouw Nieuwbouw (en deels nieuw op bestaande bouw) Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw Nieuwbouw op bestaand Mix van nieuwbouw en bestaande bouw

Het totale gebied is dus opgebouwd uit verschillende verbruikers met elk een eigen warmte- en koude vraag (fietsparkeren heeft geen warmte/koudevraag), wisselend tussen nieuwbouw en bestaande bouw, waarbij het totale gebied uit circa 21.000 m2 bvo bestaat.

Cees Groot - Senior Adviseur Duurzaamheid & Klimaat - Groot Ecobouw BV - tel: 06 –28998350

Pagina 7

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

3. Energiesyste men In dit hoofdstuk worden twee energiesystemen uitgewerkt, namelijk enerzijds de collectieve oplossing op basis van WKO voor de gehele Korte Verspronckweg en omgeving en anderzijds de situatie waarin elke ontwikkeling een (eigen) individuele oplossing kiest. Centraal staat het gebruik van de meest duurzame energie, WKO (Warmte Koude Opslag), zowel open systemen voor de grote ontwikkelingen als gesloten systemen voor de kleinere ontwikkelingen. Aanvullende uitleg omtrent WKO systemen is terug te vinden in bijlage 2. Er zijn verschillende configuraties mogelijk voor energiesystemen, waaronder: 1. Collectief energiesysteem met centrale technische ruimte: Dit systeem voorziet de panden qua warmte op een temperatuur van 65-70°C (120-150 m2) vanuit één grote technische ruimte. 2. Collectief energiesysteem met centrale technische ruimte en lokale boosters: In dit systeem wordt de warmte vanuit een centrale technische ruimte (100 m2) geleverd op een temperatuur van maximaal 50-55°C (afhankelijk van de stooklijn gedurende het jaar). Vervolgens wordt in elke pand een kleine technische ruimte (maximaal 30-40 m²) ingericht met een boosterwarmtepomp om de temperatuur op te waarderen naar 65°C ter preventie van legionella. 3.

Laagtemperatuur bronnet met WKO-koppeling: Dit systeem maakt gebruik van een laagtemperatuur bronnet waarbij energie tussen verschillende gebruikers kan worden uitgewisseld. Elke eindgebruiker heeft een (water-water) warmtepomp nodig per gebouw, wat resulteert in één technische ruimte per gebouw. De regeneratie (balans tussen warmte en koude) wordt gezamenlijk opgelost. 4. Individuele energiesystemen per ontwikkelaar: In dit scenario heeft elke ontwikkelaar zijn eigen energiesysteem, wat neerkomt op een "ieder voor zich"-aanpak.

3.1. Collectief

energiesysteem

Centraal staat het gebruik van de meest duurzame energie, namelijk bodem mag evenveel warmte als koude gehaald worden, dus is het energetisch voordelig om koudevragers en warmtevragers te combineren, zoals bijvoorbeeld sporthallen, scholen, zwembaden en woningen. Er zou voor de Korte Verspronckweg zowel een monobron als een doublet toegepast kunnen worden. Tabel 4 Ingeschatte benodigde broncapaciteit WKO (afgerond)

Omschrijving

Capaciteit bron warmte 100%

Capaciteit bron koude 100%

Capaciteit bron 70%

Aantal monobronnen

Eenheid

[m3/uur]

[m3/uur]

[m3/uur]

[#]

Totaal Korte Verspronckweg

92

77

68

1

Tabel 4 geeft de totaal benodigde WKO capaciteit weer voor de gehele ontwikkeling van de Korte Verspronckweg. In Haarlem geldt voor doubletten dat er maximaal circa 185 m3/uur aan de bodem onttrokken kan worden. Omtrent het maximale debiet voor monobronnen zijn regelmatig twijfels per Gemeente. In de Beleidsregel gronden weigering vergunning bodemenergiesystemen interferentiegebieden Zuidwest en Europaweg komt ook naar voren dat voor Haarlem monobronnen van 70 m 3/uur mogelijk zijn, wat hoger is dan de eerder ingeschatte 60 m3/uur. Deze beleidsregel is gebruikt om twee conclusies te trekken, namelijk: 1. In Haarlem kan je voor monobronnen 70 m3/uur onttrekken 2. Korte Verspronckweg is geen interferentiegebied, dus er gelden geen belemmeringen en daarmee gelden de rijksregels en de bestemmingsplan regels. Kortom de gehele gebiedsontwikkeling kan voorzien worden van duurzame warmte en koude door 1 monobron. Indien uitbreidingen naar omliggende gebieden wenselijk is, dan is een doublet voor de hand liggend, echter gezien de Beleidsregel, die aangeeft dat 70 m3/uur aan debiet haalbaar is en het feit dat een monobron circa €300.000 - €400.000 goedkoper is dan een doublet, lijkt het voor de gebiedsontwikkeling Korte Verspronckweg logisch om gebruik te maken van een monobron om kosten te besparen.

Bij toepassing van een monobron versus doublet verandert alleen de bron (1 in plaats van 2 bronnen), en het leidingwerk naar de technische ruimte, maar de rest van het systeem is vergelijkbaar, zie Figuur 5 en Figuur 6.

Cees Groot - Senior Adviseur Duurzaamheid & Klimaat - Groot Ecobouw BV - tel: 06 –28998350

Pagina 8

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

Het zou kunnen, indien kavels tegelijkertijd ontwikkelen in de tijd en ze een zelfde eigenaar hebben, dat het leidt tot schaalvoordelen (een soort mini collectieven binnen het grote collectief). Koppelen van de kavels zorgt ervoor dat de verschillende vragers zo efficiënt mogelijk met energie omgaan en dat het totale elektrische vermogen van het hele systeem afneemt door gelijktijdigheid van het koppelen van de gebouwen. Door de gebouwen te koppelen wordt er schaalvoordeel gecreëerd t.o.v. individueel.

Figuur 5 Doublet systeem ontwerp

Figuur 6 Monobron systeem ontwerp

Het voorkeurssysteem, zoals afgebeeld in Figuur 6, is als volgt opgebouwd: 1.

2.

3.

4.

5. 6.

Gezamenlijke Warmte Koude opslag (WKO), bestaande uit een monobron, oftewel een put voor zowel warmte als koude op maximale grootte uitgelegd. Het koude filter wordt boven het warme filter gerealiseerd, het koude filter wordt tussen 90 en 120 m -mv geplaatst en de bovenzijde van het warme filter wordt vanaf 140 m - mv geplaatst; Hier worden warmte en koude op meer dan 100 meter diepte omhoog gepompt en naar de centrale technische ruimte gepompt middels warmte en koude leidingen Warmte en koude leidingen (blauwe en rode leidingen). Deze leidingen vervoeren de warmte en koude vanuit de WKO naar de centrale technische ruimte. Denk aan een diameter per buis van circa DN200 (200mm). Centrale technische ruimte (in het Tuincentrum/parkeerhub). Hier staan de filters, regeltechniek en wordt de temperatuur, daar waar nodig, opgewaardeerd middels collectieve water-water warmtepompen tot bruikbare temperaturen. Daarnaast komen hier elektra en warmte/koude samen omdat hier ook batterijen en grote buffervaten (opslagtanks voor warm water) toegepast kunnen worden om zo slim mogelijk met de beperkingen van netcongestie om te gaan.

Om de WKO bron in balans te houden (er moet vanuit de vergunning evenveel warmte als koude uit de bodem gehaald worden, zodat de bodem niet opwarmt of afkoelt) moet er (gezien de grotere warmtevraag dan koudevraag in het gebied) een bron toegepast worden om warmte te winnen en die terug te stoppen in de bodem. Dat kan bijvoorbeeld middels zonnecollectoren (voorkeur), of eventueel droge koelers. Een bijkomend voordeel is dat deze zonnecollectoren de gehele zomer direct de temperatuur voor het douchewater/drinkwater kunnen leveren. Paragraaf 3.5 gaat hier dieper op in Warmte en koude leidingen (blauw en rood) naar de gebouwen toe om de warmte en koude te transporteren. In deze configuratie zullen er minimale technische ruimtes per kavel van circa 20 m 2 zijn.

Cees Groot - Senior Adviseur Duurzaamheid & Klimaat - Groot Ecobouw BV - tel: 06 –28998350

Pagina 9

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

Figuur 5 en 6 laten een indicatief ontwerp zien van het energiesysteem, bestaande uit meerdere onderdelen, waarbij de WKO bron verschilt (doublet of monobron). Er moeten leidingen gelegd worden om het systeem te verbinden door het park heen. In deze afbeelding is gekozen voor een technische ruimte in het tuincentrum, niet de meest centrale plek, maar omdat hier de meeste ruimte lijkt. Er zijn ook andere oplossingen mogelijk om de 120 m2 aan technische ruimte van plek te voorzien, bijvoorbeeld in een van de centrale woonblokken. Er is ook een optie om de technische ruimte in de openbare ruimte te maken en dan van de buitenkant een groene bekleding toe te passen om het in te blenden in de ontwikkeling, echter is dit bij meeste gemeentes niet wenselijk. Het toepassen van hoge temperatuur warmte, zoals hierboven aangegeven is niet in lijn met de strategie van Haarlem en daarmee niet het meest wenselijke scenario voor de Gemeente Haarlem. Er wordt vanaf dit punt voor gekozen om een bronnet toe te passen, waar dus niet centraal de warmte tot 70 °C opgewaardeerd wordt. Hierdoor zijn er op kavelniveau nog wel technische ruimtes nodig, maar zorgt dit wel voor lagere verliezen en minder leidingwerk door de straten en is de meest wenselijke oplossing gezien de heersende netcongestie.

Er kan hier nog een keuze gemaakt worden om in de centrale technische ruimte de temperatuur toch tot circa 50 °C op te waarderen, zodat er per kavel alleen boosters geplaatst hoeven te worden, hou dan rekening met technische ruimtes van 30-40 m2. Dit is te zien in Figuur 7 in paars de booster warmtepomp ruimtes per gebouw.

Figuur 7 Indicatief energiesysteem inclusief boosterwarmtepomp ruimtes

Als ervoor gekozen wordt om geen opwaardering van de warmte in de technische ruimte toe te passen, wat in onze ogen wenselijk is vanwege onder andere netcongestie en de visie van Haarlem om zo duurzame mogelijke warmte en koude te leveren, dient er een bronnet aangelegd te worden (temperatuur niet hoger dan 20 °C), dan heeft elk gebouw circa 60 - 80 m2 (of iets meer of minder afhankelijk van totale warmte/koudevraag) aan technische ruimte nodig om de warmte nog tot bruikbare temperaturen op te waarderen, zie Figuur 8.

Cees Groot - Senior Adviseur Duurzaamheid & Klimaat - Groot Ecobouw BV - tel: 06 –28998350

Pagina 10

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

Figuur 8 Indicatief energiesysteem inclusief technische ruimtes per blok (bronnet)

In de Figuur komt het volgende naar voren: • Het tuincentrum wordt gevoed vanuit de centrale technische ruimte (omdat in hetzelfde pand bevindt) • Alle overige kavels hebben eigen technische ruimtes, waarbij D3 zo klein is, dat er een minimale technische ruimte noodzakelijk is • Er zouden nog kleine clusters gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld A3 en B3 zodat deze 1 technische ruimte i.p.v. 2 nodig hebben en dan vanuit het ene gebouw het andere gebouw voeden qua warmte en koude. Om alle kavels te voorzien van warmte en koude zijn er leidingen nodig door de openbare ruimte. De totale lengte is opgesomd in Tabel 5. Tabel 5 Leidinglengtes collectief energiesysteem

Nr

Locatie leiding

Type leiding

Afstand Warmte

Afstand Koude

[#]

[#]

[m]

[m]

[m]

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12

Tussen WKO en Technische Ruimte Hoofdleiding door gehele Korte Verspronckweg Aftakking op hoofdleiding –D1. Tuincentrum Aftakking op hoofdleiding –A1. Wonen Aftakking op hoofdleiding –B1. Wonen Aftakking op hoofdleiding –C1. Wonen Aftakking op hoofdleiding –B2. Wonen Aftakking op hoofdleiding –A2. Wonen Aftakking op hoofdleiding –D3. Voorziening Aftakking op hoofdleiding –D2. School Aftakking op hoofdleiding –A3. Wonen Aftakking op hoofdleiding –B3. Wonen

WKO leiding warmte & koude Warme & koude leiding Warme & koude leiding Warme & koude leiding Warme & koude leiding Warme & koude leiding Warme & koude leiding Warme & koude leiding Warme & koude leiding Warme & koude leiding Warme & koude leiding Warme & koude leiding

22 284 5 12 4 3 7 7 13 8 9 9

20 292 6 9 8 5 7 11 7 6 5 11

361 22 383

367 20 387

Totale warmte & koude leidingen (gebouw) Totale WKO leidingen Totale warmte en koude leidingen

Tabel 5 laat zien dat de totale benodigde leidinglengte circa 770 meter is. Het minimaliseren van de totale leidinglengte is gewenst, gezien het feit dat leidingen, in de openbare ruimte vaak zo’n 800 -€1250 per meter kosten, afhankelijk van het gebied (inclusief graafkosten, herbestratingskosten etc.). Cees Groot - Senior Adviseur Duurzaamheid & Klimaat - Groot Ecobouw BV - tel: 06 –28998350

Pagina 11

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

3.2. Individuele

energiesystemen

Naast de collectieve oplossingen is het ook mogelijk om de gehele gebiedsontwikkeling zo in te richten dat iedereen individuele oplossingen toepast. De voordelen en nadelen van individueel versus collectief worden in paragraaf 3.3 behandeld.

Figuur 9 Indicatief ontwerp individuele oplossingen

Figuur 9 laat een indicatief ontwerp zien waarbij het gebruik van bodemenergie centraal staat en elke ontwikkeling zelf de energieoplossing toepast, wat voor ultieme flexibiliteit zorgt. Wel valt direct op dat er veel meer bronnen noodzakelijk zijn t.o.v. het collectieve systeem en dit een grote impact heeft op de bestaande bomen en de toekomstige bomen. Per bodemlus wordt er een leidinglengte gerekend tussen de bodemlus en de technische ruimte binnen het gebouw van circa 8 meter (immers bronnen liggen allemaal zeker 8 meter van elkaar af). Daarnaast zijn er verschillende ontwikkelingen, namelijk compleet nieuw of gebouwd op het bestaande. Bij compleet nieuwe ontwikkelingen kunnen de bodemlussen onder het gebouw geplaatst worden, waardoor de leidinglengtes afnemen. Bij bestaande gebouwen kan er niet onder gebouwen geboord worden, immers het gebouw staat al. De tekening bestaat uit: 1. Bodemlussen (geel). Deze kavels hebben een technische ruimte van maximaal 40 m2 waarbij er wel per woning een warmtepomp toegepast wordt, terwijl bij doubletten of monobronnen vaak een grotere technische ruimte nodig is, maar per woning slechts een afleverset (kleiner dan een CV ketel) geplaatst hoeft te worden. 2. Er hoeft weinig leidingwerk toegepast te worden in openbare ruimte, namelijk: a) Bodemlussen onder het gebouw hebben geen leidingwerk in de openbare ruimte (tussen de funderingspalen).

b) Alleen de bodemlussen die buiten de eigen kavelgrens vallen hebben (bijvoorbeeld bij bestaande gebouwen of bij kavels die zo’n hoge energievraag nodig om tot de technische ruimte te komen Al met al blijkt uit bovenstaande Figuur dat de inpassing van deze individuele oplossingen naast elkaar theoretisch mogelijk is, maar wel flinke impact heeft op de totale inpassingen in het gebied, op de groenstructuur in het gebied en op het doorboren van watervoerende lagen.

Cees Groot - Senior Adviseur Duurzaamheid & Klimaat - Groot Ecobouw BV - tel: 06 –28998350

Pagina 12

h

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

Tabel 6 Bodembronnen benodigd bij individuele oplossingen Kavel [#]

D1 –Tuincentrum A1 - Wonen B1 - Wonen C1 - Wonen B2 - Wonen A2 - Wonen D3 - Voorziening D2 - School A3 - Wonen B3 - Wonen Totaal

100% capaciteit bron [m3/uur] 5 15 5 20 10 9 1 17 9 6 97

70% capaciteit bron [m3/uur] 4 10 4 14 7 6 1 12 6 4 68

Voorkeursoplossing [#] Bodemlussen Bodemlussen Bodemlussen Bodemlussen Bodemlussen Bodemlussen Bodemlussen Bodemlussen Bodemlussen Bodemlussen

Voor de keuze van het energiesysteem • Als de debieten minder zijn dan 25 m3/uur zijn, dan zijn bodemlussen haalbaar • Als de debieten tussen 25 m3/uur en 60 á 70 m3/uur zijn, is een monobron voor de hand liggend • Als de debieten tussen de 60/70 m3/uur en 185 m3/uur is, is een doublet voor de hand liggend Uit de bovenstaande gegevens blijkt dat alle ontwikkelingen minder dan 25 m3/uur aan debiet benodigd hebben, waardoor bodemlussen voor alle kavels van toepassing kunnen zijn. Het gebruik van individuele oplossingen biedt ontwikkelaars flexibiliteit, maar zoals Figuur 9 aantoont, leidt dit ook tot een complexere inpassing van bodemenergiebronnen Tot slot leidt het toepassen van een collectieve oplossing ertoe dat de bodemenergiesystemen met 70% gelijktijdigheid ontworpen kunnen worden, omdat ze verschillende voordelen bieden die individuele systemen niet hebben, vooral in de context van bodemenergie, waaronder bijvoorbeeld gelijke verdeling van vraag. De kans dat alle gebruikers immers exact op hetzelfde moment een hoge warmtevraag hebben en allemaal tegelijk douchen, is heel klein, vandaar dat grootschaligheid tot voordelen leidt. In collectieve systemen, zeker met verschillende verbruikers en daarbij horende verschillende warmtevraag, wordt de warmtevraag over meerdere gebruikers verdeeld, wat resulteert in een gelijkmatiger belasting van het systeem.

Hierdoor kan de gelijktijdigheid van de vraag beter worden voorspeld en geoptimaliseerd, wat leidt tot een efficiëntere inzet van de beschikbare capaciteit. Bij individuele oplossingen is dit minder het geval en is dus de kans op een systeem ontworpen met overcapaciteit groter. Tabel 7 Leidingwerk basisscenario collectief - individueel vergelijk

Type leiding

Afstand Collectief

Afstand Individueel

Meerlengte collectief

[#]

[m]

[m]

[m]

Totale warmte leidingen - gebouw Totale koude leidingen - gebouw Totale warmte/koude gebouwleidingen Totale WKO leidingen - bron Totale warmte en koude leidingen

361 367 728 42 770

589 0 589 0 589

139 42 181

Tabel 7 laat zien dat er circa 180 meter meerlengte is bij collectief t.o.v. individueel voor het voorkeursscenario.

Cees Groot - Senior Adviseur Duurzaamheid & Klimaat - Groot Ecobouw BV - tel: 06 –28998350

Pagina 13

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

3.3. Voordelen

en

nadelen

individuele

Zowel individuele als collectieve oplossingen hebben voordelen en nadelen op de gebiedsontwikkeling.

Collectieve oplossing Het toepassen van een collectieve oplossing brengt meerdere voordelen met zich mee, namelijk: • minder ruimtebeslag (minder technische ruimte nodig, waardoor er meer commerciële ruimte kan komen); • makkelijkere inpassing WKO bron (geen additionele regulering) –omdat er maar één monobron nodig is; • lagere exploitatiekosten –voor het gehele collectief t.o.v. exploitatie per kavel; • lagere maatschappelijke kosten –is in veel gebieden de goedkoopste oplossing (weinig netverzwaring); • slechts eenmalig regeneratie nodig (bespaart ruimte op daken indien droge koelers toegepast worden); • lagere overall elektravermogens –zorgt voor hogere gelijktijdigheid en daardoor minder e-vermogen; • lagere milieubelasting –toepassing centrale warmtepompen i.p.v. individueel per woning; • lagere investeringskosten voor het gehele systeem t.o.v. individueel; • minder onderhoudskosten - centraal georganiseerd is efficiënter is dan onderhouden individueel.

Echter zijn er ook enkele nadelen aan een collectief systeem, namelijk: • complexe besluitvorming, want de gemeente dient (of samen met ontwikkelaars) het energiesysteem aan te besteden (inclusief voorinvesteringen); de huidige afwezigheid van de ontwikkelplanning is een risico; • hogere voorinvestering, er is zowel een WKO, technische ruimte als leidingwerk tussen kavels nodig; • minder keuzevrijheid ontwikkelaars om zelf te ontwikkelen; • mogelijke wettelijke en regelgevende obstakels (bijvoorbeeld de Wet Collectieve Warmte).

Individuele oplossing Het toepassen van een individuele oplossingen brengt meerdere voordelen met zich mee, namelijk: • iedereen kan zelf ontwikkelen op eigen tempo en flexibiliteit qua keuze; • geen leidingwerk tussen kavels en minder leidingwerk overall nodig; • keuzevrijheid bij individuele oplossing voor eindgebruiker (kan wisselen van energieleverancier) • gemeente hoeft geen collectief systeem aan te besteden (minder gemeentelijke inzet); • geen risico qua voorinvesteringen en vraag of partijen aansluiten op een collectief systeem. Er kleven echter ook enkele nadelen aan individuele systemen, namelijk: • ruimtebeslag: veel meer technische ruimte nodig (gaat ten koste van commerciële ruimte); • moeilijkere inpassing bronnen (ondergrond). Dit kan ten koste gaan van meerdere bomen; • hogere initiële kosten totale systeem; • per kavel is regeneratie nodig (grote kans op droge koelers op daken); • hogere elektravermogens per kavel nodig (mogelijke problemen met netcongestie); • lagere duurzaamheid –afhankelijk van type energiesysteem; • meer onderhoud noodzakelijk (elke kavel dient dit zelf te organiseren).

3.4. Gemeentelijke

inzet

De inzet van de Gemeente wisselt indien er individuele energiesystemen (door de ontwikkelaars zelf) aangelegd worden of indien een collectief energiesysteem (door de Gemeente aanbesteed wordt). Individueel: • Gemeente hoeft geen aanbesteding te doen, verantwoordelijkheid ligt bij ontwikkelaars. • Gemeente dient wel bodemenergieplan op te laten stellen en vast te stellen om gebruik te reguleren, zonder regulering is er namelijk kans dat niet iedereen bodemenergie kan gebruiken. • Gemeente moet met ontwikkelaars eruit komen dat alle bodemenergiesystemen op eigen kavel komen • Gemeente moet accepteren dat er meer technische ruimte nodig is en daarmee minder commerciële plint Collectief: • Gemeente moet een energiesysteem aanbesteden (of alle ontwikkelaars verenigen, die de aanbesteding gezamenlijk doen) • Gemeente moet leidingwerk in openbare ruimte mogelijk maken • Gemeente hoeft gebruik bodemenergie niet verder te reguleren Cees Groot - Senior Adviseur Duurzaamheid & Klimaat - Groot Ecobouw BV - tel: 06 –28998350

Pagina 14

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

3.5. Regeneratie Bij het gebruik van bodemenergie is het van belang dat er balans qua warmte en koude is, zodat de bodem niet opwarmt of afkoelt. De energiebalans in de bodem moet iedere 5 jaar worden bereikt. Aangezien de warmte en koudevraag niet gelijk zijn, is er regeneratie nodig om deze balans te creëren en dit kan aan de hand van verschillende oplossingen, bijvoorbeeld: 1. De voorkeur is de toepassing van zonnecollectoren. Deze kunnen namelijk ingezet worden zowel voor regeneratie als een stukje extra warmte levering. Denk hierbij aan tapwater in de (voor)zomer, van circa mei tot en met september en regeneratie om de WKO bronnen in balans te houden. 2. Sportveld, namelijk horizontale bodemlussen ter regeneratie. Indien er een sportpark/veld in de omgeving is, dan is het een interessante oplossing. Echter op het eerste oog lijkt er binnen 100-200 meter afstand van de Korte Verspronckweg geen sportveld aanwezig. 3. Droge koelers, de meest voordehand liggende keuze van ontwikkelaars, omdat het goedkoop is, maar het kost wel ruimte op het dak en is in principe onwenselijk. Indien de veldcapaciteit en collectorcapaciteit onvoldoende blijkt, kan dit nog additioneel geplaatst worden. 4. Oppervlaktewater/afvalwater. Het winnen van warmte uit rioolwater/oppervlaktewater, echter is dit over het algemeen een hele kostbare oplossing voor een kleine gebiedsontwikkeling.

Het opvragen van KLICdata kan interessant zijn om te zien of er bijvoorbeeld riolering vervangen dient te worden, dan is het een kansrijke oplossing. 5. Additionele koelingsvragers toevoegen aan energiesysteem, zoals supermarkten, sporthallen etc.

Figuur 10 Warmte uit kunstgras

Figuur 11 Droge koelers

Figuur 12 Warmte uit oppervlaktewater

Figuur 13 Warmte uit rioolwater

Al met al is de toepassing van zonnecollectoren bij een collectief systeem de voorkeursoplossing, terwijl bij individuele systemen de kans op toepassing droge koelers voor vele ontwikkelaars preferent zal zijn, maar niet per se wenselijk vanuit onder andere het gebruik van het dak voor groen en zonnepanelen plus stedenbouwkundig oogpunt.

Cees Groot - Senior Adviseur Duurzaamheid & Klimaat - Groot Ecobouw BV - tel: 06 –28998350

Pagina 15

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

Het toepassen van zonnecollectoren is de wenselijke oplossing voor deze gebiedsontwikkeling. Er is hiervoor contact gezocht met NextSource, een leverancier van zonnecollectoren. Een zonnecollector vangt zonnestraling op met een absorberplaat. De plaat zet het zonlicht om in warmte en verwarmt een vloeistof (meestal water of glycol) in buizen erachter. Deze warme vloeistof stroomt naar een warmtewisselaar. Daar wordt de warmte overgedragen aan bijvoorbeeld tapwater of cv-water. De afgekoelde vloeistof stroomt terug naar de collector om opnieuw op te warmen. Zonnecollectoren hebben een vergelijkbare uitstraling als zonnepanelen.

Figuur 14 Zonnecollectoren NextSource

Deze zonnecollectoren kunnen deels een stukje regeneratie (balans van de monobron) bedienen als een stukje directe levering aan gebouwen. Voor de regeneratie zorgen de zonnecollectoren ervoor dat de temperatuur van de monobron in de zomer wat verhoogd wordt, zodat in de winter met een hogere temperatuur warmte eruit gehaald kan worden (positief voor de duurzaamheid, immers lagere elektravraag voor de warmtepompen door de verhoging van temperatuur). Afhankelijk van het totale maximale debiet in Haarlem, 60 of 70 m3/uur, zijn additionele zonnecollectoren nodig voor een stukje extra warmtelevering. Er is contact geweest met NextSource en hun zonnecollectoren hebben een oppervlakte van circa 2.5 m2, welke een vermogen kunnen leveren aan warmte van 2 kW. Tabel 8 Verschil brondebiet en benodigde zonnecollectoren Debiet monobron 60 m3/uur

Debiet monobron 70 m3/uur

Vermogen monobron 70% 597 kW

Vermogen monobron 70% 696 kW

Benodigd vermogen 639 kW

Benodigd vermogen 639 kW

Verschil 42 kW

Verschil -57 kW

Zonnecollector vermogen 2 kW/2.5m2

Zonnecollector vermogen 2 kW/2.5m2

Zonnecollectoren nodig 22 stuks

Zonnecollectoren nodig 0 stuks

Oppervlakte collectoren 55 m2

Oppervlakte collectoren 0 m2

Uit de bovenstaande berekening blijkt dat bij een brondebiet van de monobron van 60 m 3/uur er nog circa 55 m2 aan zonnecollectoren nodig is om het totale vermogen te kunnen leveren. Dit is goed inpasbaar op een van de daken in de Korte Verspronckweg. Voorkeur zou het tuincentrum hebben. Voor de balans van de monobron zijn er meer dan 55 m2 aan zonnecollectoren nodig, waardoor er geen extra zonnecollectoren geplaatst hoeven te worden om extra vermogen te leveren.

Cees Groot - Senior Adviseur Duurzaamheid & Klimaat - Groot Ecobouw BV - tel: 06 –28998350

Pagina 16

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

3.6. Netcongestie Ook in de Gemeente Haarlem hebben zowel Liander als TenneT netcongestie aangekondigd. Netcongestie treedt op wanneer het elektriciteitsnet overbelast raakt omdat de vraag naar of het aanbod van elektriciteit de capaciteit van het netwerk overschrijdt. Deze situatie ontstaat voornamelijk door de stijgende vraag naar elektriciteit, de toenemende elektrificatie van bedrijfsprocessen, en de groei van duurzame energiebronnen zoals zonnepanelen en windmolens. Het elektriciteitsnet is vaak niet voldoende uitgerust om deze veranderingen bij te houden, wat leidt tot congestie op bepaalde momenten, met name in gebieden met een hoge energieproductie of -verbruik. Als gevolg hiervan kunnen geplande nieuwbouwwoningen in principe nog steeds een elektriciteitsaansluiting krijgen, inclusief een grootverbruik aansluiting voor warmte-koude oplossingen. Echter, utiliteitsgebouwen zullen geen grootverbruik aansluiting meer ontvangen van de netbeheerder en zijn beperkt tot een kleinverbruik aansluiting van max. 3 x 80A, wat overeenkomt met 50-55 kW. Deze capaciteit is over het algemeen onvoldoende om de WKO aan te sluiten voor de gehele gebiedsontwikkeling. Echter gezien de grote woningbouw is de kans toch groot, omdat de WKO gerelateerd is aan de woningen, om een collectieve elektriciteitsaansluiting te krijgen.

Tabel 9 Netcongestie uitdaging per kavel Kavel D1 –Tuincentrum A1 - Wonen B1 - Wonen C1 - Wonen B2 - Wonen A2 - Wonen D3 - Voorziening D2 - School A3 - Wonen B3 - Wonen

Krijgen nieuwe grootverbruik aansluiting? Nee, utiliteit/voorzieningen Ja, woningen Ja, woningen Ja, woningen Ja, woningen Ja, woningen Nee, utiliteit/voorzieningen Kans op prioriteit (Liander) Ja, woningen Ja, woningen

Bestaande aansluiting? Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja Ja Nee

Kans op problemen qua netcongestie? Nee, lijkt binnen kleinverbruik te passen Nee, woningen Nee, woningen Nee, woningen Nee, woningen Nee, woningen Nee, hele kleine ontwikkeling = kleinverbruik Ja, grote school Nee, woningen Nee, woningen

De grootste risico’s bevinden zich bij de school, vanwege de hoge vermogensvraag. Het is cruciaal om de bestaande vermogens op te vragen en niet op te zeggen. Er zijn verschillende strategieën om netcongestie aan te pakken, waaronder netverzwaring, congestiemanagement, batterijopslag, en slim energiemanagement. Om de impact van netcongestie op gebiedsontwikkeling te beperken, zijn de volgende opties beschikbaar: 1. Hoogwaardige isolatie en energiezuinige installaties: Gebouwen moeten voorzien zijn van hoogwaardige isolatie en energiezuinige binneninstallaties om de energievraag en het benodigde vermogen te minimaliseren. 2. Behoud bestaande aansluitingen: De bestaande aansluitingen in het gebied (zie analyse netcongestie maatwerksessies) moeten behouden blijven. 3. Grootschalig laagtemperatuur bronnet: Het uitrollen van een grootschalig laagtemperatuur bronnet en het opwaarderen van warmte/koude tot bruikbare temperaturen per gebouw of cluster van gebouwen kan helpen om de warmtepompen over de verbruikers te verspreiden. Als de WKO hoofdaansluiting onder een van de wooncomplexen valt, kan dit leiden tot goedkeuring van Liander. Dit heeft de voorkeur 4. Warmte buffering: Het bufferen van warmte per technische ruimte kan helpen om op piekmomenten geen grote vermogens te hoeven vragen. Dit kan worden gerealiseerd met behulp van buffervaten. 5.

Groepstransportovereenkomst (Groeps-TO): Het delen van een groepstransportovereenkomst tussen de grootverbruikers in het gebied kan leiden tot een gezamenlijk energiesysteem. De aangeslotenen krijgen samen gecontracteerd transportvermogen toegewezen en kunnen onderling bepalen hoe ze dit vermogen gebruiken. Iedere aangeslotene houdt een eigen aansluitovereenkomst met de netbeheerder. 6. Batterijopslag in centrale parkeergarage: Het toepassen van batterijopslag in de technische ruimte van de centrale parkeergarage kan helpen om op drukke tijdstippen elektriciteit op te slaan en het elektrisch vermogen te verlagen. 7. Het toepassen van een smart grid (elektra) systeem. De grote aanwezigheid van woningen, die de piekvraag voor warmte in de ochtend en avond hebben, komen goed overeen met de school, waar de grootste vraag juist overdag is. Samenwerken vlakt de totale pieken dus af. Er zijn meerdere oplossingen mogelijk, waarbij samenwerking essentieel is tussen de partijen in het gebied. Een combinatie van meerdere maatregelen leidt tot het meest kansrijke totaalpakket. Cees Groot - Senior Adviseur Duurzaamheid & Klimaat - Groot Ecobouw BV - tel: 06 –28998350

Pagina 17

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

4. Conclusie Er zijn enkele voorlopige conclusies te trekken, die voor een collectief energiesysteem pleiten voor dit gebied.

Collectief • • • •

•

• • •

Een collectieve oplossing is wenselijk en heeft de voorkeur in combinatie met zonnecollectoren voor de regeneratie. Individuele oplossingen zorgen voor moeilijkere inpassing, oftewel grotere kans op effect op groen/bomen, wat een van de belangrijke redenen is om voor een collectief te kiezen. Een collectief systeem is mogelijk door toepassing van 1 grote monobron. Dit is vanuit inpassing en financiën de meest wenselijke oplossing. Een collectieve oplossing leidt tot eerder benoemde schaalvoordelen, namelijk makkelijkere inpassing WKO bronnen, lagere exploitatiekosten, lagere maatschappelijke kosten, slechts eenmalig regeneratie nodig, lagere overall elektravermogens, lagere milieubelasting, lagere investeringskosten voor het gehele systeem t.o.v. individueel en minder onderhoudskosten De voorkeur gaat uit naar een (laagtemperatuur) bronnet met eventuele opwaardering in kleine clusters van de temperatuur, om minimaal leidingwerk in de straten (2-pijps) te realiseren en Figuur 15 Collectief voorkeurssysteem te zorgen dat er niet 1 grote elektra-aansluiting nodig is voor opwaardering v.d. temperatuur door collectieve warmtepompen. Dit is een van de noodzakelijke oplossingen in tijden van netcongestie naast bijv. buffering en opslag. Hiervoor is dan wel per gebouw nog een additionele technische ruimte nodig, zoals afgebeeld.

Bij toepassen van een grootschalig collectief systeem is het noodzakelijk voor de gemeente, al dan niet in samenwerking met de bestaande aanwezige partijen, om het hele systeem op de markt te zetten. Er zijn ook enkele nadelen bij een collectief systeem: complexe besluitvorming, hogere voorinvestering, minder keuzevrijheid ontwikkelaars en mogelijke wettelijke en regelgevende obstakels (bijvoorbeeld de Wet Collectieve Warmte). Ondanks deze nadelen is dit systeem het voorkeursscenario. Toevoeging van het badhuis aan het collectieve systeem lijkt ervoor te zorgen dat er een doublet i.p.v. monobron nodig is, wat de prijs met circa € 300.000 - € 400.000 verhoogt en dus niet wenselijk is.

Bodemenergie •

• •

Het is wenselijk om de vergunning voor de monobron aan te vragen om hiermee de bronlocatie vast te klikken. Eerst moet er nader onderzoek plaatsvinden (finale technische specificaties van systeem, geohydrologisch onderzoek bodem, locatiegegevens bodembron, boorplan etc.). Vervolgens WKO vergunning bij Omgevingsloket. Indien gekozen wordt voor individuele oplossingen middels bodemlussen, voorzien wij geen additionele noodzakelijke regulering. Echter als partijen monobronnen willen gaan gebruiken en andere partijen bodemlussen is wel coördinatie noodzakelijk. Voor de haalbaarheid van het energiesysteem is het wenselijk dat de kavels in korte tijdspanne van elkaar ontwikkeld worden (denk aan maximaal 2 jaar uit elkaar). Immers wordt er een voorinvestering in de WKO gedaan, die terugbetaald moet worden. Indien ontwikkelingen te ver uit elkaar liggen >3 jaar, dan kiezen ontwikkelaars eerder voor individuele oplossingen.

Al met al is het collectieve voorkeurssysteem: 1. een monobron 2. in combinatie met een centrale technische ruimte voor de bronnen (hier komt alle apparatuur gerelateerd aan de WKO bronnen te staan), 3. een bronnet voor transport van de warmte en koude 4. en per gebouw een technische ruimte voor opwaardering warmte tot bruikbare temperaturen.

Cees Groot - Senior Adviseur Duurzaamheid & Klimaat - Groot Ecobouw BV - tel: 06 –28998350

Pagina 18

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

Bijlage 1 Doorrekeningen voorkeursscenario Korte Verspronckweg In deze bijlage komen de warmte/koudevraag, de warmte/koude- vermogens en de broncapaciteit naar voren. Tabel 10 Warmte en koude berekeningen basisscenario Kavel [#] D1 –Tuincentrum A1 - Wonen B1 - Wonen C1 - Wonen B2 - Wonen A2 - Wonen D3 - Voorziening D2 - School A3 - Wonen B3 - Wonen Totaal

Warmte behoefte Ruimte [MWh/jaar] 28 51 19 68 42 31 7 96 30 22 394

Warmte behoefte tapwater [MWh/jaar] 1 58 21 77 30 36 0 4 34 25 285

Totale warmtevraag

Koudebehoefte

Warmte vermogen

Koude vermogen

Min cap. Bron 70%

[MWh/jaar] 29 108 39 145 72 67 7 99 65 46 679

[MWh/jaar] 25 51 19 68 41 31 6 83 30 22 376

[kW] 32 102 37 136 70 63 8 88 61 44 639

[kW] 35 73 26 97 58 45 9 119 43 31 537

[m3/uur] 4 10 4 14 7 6 1 12 6 4 68

Tabel 10 laat zien dat de totale warmtevraag uiteindelijk leidend is voor de gebiedsontwikkeling van de Korte Verspronckweg. De hoger de uiteindelijke koudevraag is, des te minder hoeft er aan energie gebalanceerd (regeneratie in geval van WKO gebruik) te worden. Het is dus energetisch voordelig om koudevragers en warmtevragers te combineren, zoals bijvoorbeeld sporthallen/scholen en woningen. Het voorkeursscenario leidt tot een totale debietvraag qua WKO wat binnen 1 monobron past. Het kan nodig zijn om wat extra vermogen te hebben vanuit zonnecollectoren, echter worden er al zonnecollectoren toegepast voor de balans van de monobron en dus zijn er geen additionele te plaatsen zonnecollectoren nodig. De voorkeur is hier een duurzame oplossing, dus geen lucht-water warmtepomp (zoals opgenomen in het toekomstige PvEL)

Figuur 16 Korte Verspronckweg –Individueel

Figuur 17 Korte Verspronckweg - collectief

Bovenstaande figuren laten de WKO oplossingen voor het voorkeursscenario zien, waarbij ook direct opvalt dat er significant meer bodembronnen (geel) nodig zijn bij individuele oplossingen dan voor het collectieve systeem. Dit heeft direct effect op het behoud van de huidige bomen.

Cees Groot - Senior Adviseur Duurzaamheid & Klimaat - Groot Ecobouw BV - tel: 06 –28998350

Pagina 19

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

Tabel 11 Leidingwerk basisscenario collectief - individueel vergelijk

Type leiding

Afstand Collectief

Afstand Individueel

Meerlengte collectief

[#]

[m]

[m]

[m]

Totale warmte leidingen - gebouw Totale koude leidingen - gebouw Totale warmte/koude gebouwleidingen Totale WKO leidingen - bron Totale warmte en koude leidingen

361 367 728 42 770

589 0 589 0 589

139 42 181

Per lus wordt er een leidinglengte gerekend tussen de bodemlus en de technische ruimte binnen het gebouw van circa 8 meter (immers bronnen liggen allemaal zeker 8 meter van elkaar af). Daarnaast zijn er verschillende ontwikkelingen, namelijk compleet nieuw of gebouwd op het bestaande. Bij compleet nieuwe ontwikkelingen kunnen de bodemlussen onder het gebouw geplaatst worden, waardoor de leidinglengtes afnemen. Bij bestaande gebouwen kan er niet onder gebouwen geboord worden, immers het gebouw staat al. Tabel 11 laat zien dat er circa 180 meter meerlengte is bij collectief t.o.v. individueel voor het voorkeursscenario.

Cees Groot - Senior Adviseur Duurzaamheid & Klimaat - Groot Ecobouw BV - tel: 06 –28998350

Pagina 20

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

Bijlage 2 Energiesysteem De meest duurzame toepassing qua energie is het gebruik maken van energie uit de bodem middels een WKO, dan wel bodemlussen. Gezien de schaal van dit gehele energiesysteem is het gebruik van WKO meer voor de hand liggend.

Figuur 18 Doublet (links) en bodemlus (rechts) schematisch

Figuur 18 geeft links de WKO doublet en rechts de bodemlus weer. Er worden bij een doublet twee verticale bronnen aangelegd (een voor warmte en een voor koude). Er wordt actief grondwater onttrokken en in de winter warm water opgepompt om in de zomer koud water eruit te pompen. De bodem moet na 3-5 jaar in balans zijn (evenveel warmte als koude onttrekken). De gebruiker plaatst zelf een warmtepomp om de temperatuur op te waarderen naar bruikbare temperatuur. Een doublet kan vaak meer dan 500 woningequivalenten (woningen of utiliteit van 100 m 2 = 1 weq) van warmte/koude voorzien. Een bodemlus (rechts) wordt vaak gebruikt bij eengezinswoningen, dan wel enkele appartementen, vanwege beperkte capaciteit. Er worden buizen in een gesloten circuit aangebracht en er wordt geen grondwater onttrokken, maar wel gebruik gemaakt van de warmte van de bodem. Zowel doubletten als bodemlussen zullen vaak tussen de 150-300m diep gaan (hogere temperatuur onttrekking). Onderstaande Figuur laat de omliggende WKO bronnen in de omgeving van de Korte Verspronckweg zien. Hieruit komt naar voren dat er geen bronnen in de omgeving zijn, die mogelijke interferentie kunnen veroorzaken.

Figuur 19 WKO bronnen in omgeving (WKO tool)

Cees Groot - Senior Adviseur Duurzaamheid & Klimaat - Groot Ecobouw BV - tel: 06 –28998350

Pagina 21

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

Bijlage 3 Programma van Eisen - Duurzaamheidsparagraaf Natuur, klimaat en duurzaamheidsaspecten Dit hoofdstuk geeft de kaders waar de ontwikkeling van de Korte Verspronckweg op de volgende aspecten aan moeten voldoen: 1. Natuurinclusiviteit en biodiversiteit 2. Bomen 3. Water en klimaatadaptatie 4. Energie 5. Circulariteit Deze paragrafen zullen vooral focussen op energie en circulariteit (nummer 4 en 5), waarbij er aangesloten wordt op andere eisen vanuit verschillende gebiedsontwikkelingen vanuit de stad Haarlem.

Energie We zetten in op passieve bouw, duurzame energieopwekking en lokale warmte met als doel (ten minste) nul op de meter. Passieve bouw biedt een comfortabele binnenomgeving met minimale energiekosten en een lage CO2voetafdruk. We eisen niveau brons, maar streven naar niveau Convenant ‘Zilver’ Toekomstbestendig uit het Bouwen te halen. Met zilver is de druk op het elektriciteitsnet aanzienlijk lager wat past binnen de wens om netbewust te bouwen.

Randvoorwaarden 1. Bij grondgebonden woningen is de maximale energiebehoefte voor verwarming en koeling 55kWh/m²/jaar (BENG 1), aandeel fossiele energie < 0 (BENG 2) en aandeel duurzame energie 100% (BENG 3). Bij gestapelde woningen is dit 65kWh/m²/jaar (BENG 1). 2. Bij grondgebonden woningen is het minimaal aandeel hernieuwbare energie 50%, bij gestapelde woningen is dit 40% (BENG 3), aandeel fossiele energie < 20 (BENG 2) en aandeel duurzame energie 80% (BENG 3). Deze randvoorwaarden zullen naar verwachting veranderen door toekomstige aanscherping van de BENG-eisen.

Eisen

1. We hanteren niveau ‘Brons’ uit het convenant Toekom a. Energiebehoefte (BENG 1): < 55 kWh/m2/jaar voor grondgebonden woningen en < 65 kWh/m2/jaar voor gestapelde bouw b. Primair-fossiele energie (BENG 2): < 0 kWh/m2/ jaar voor grondgebonden woningen en < 35 kWh/m2/jaar voor gestapelde bouw c. Minimaal aandeel hernieuwbare energie (BENG 3): > 100% voor grondgebonden woningen en > 60% voor gestapelde bouw 2. De toepassing van conventionele koel- of verwarmingsinstallaties, zoals lucht-waterwarmtepompen, elektrische boilers, conventionele koelmachines en gasverbranders, zijn in principe niet toegestaan. 3. Verwarming en koeling van alle functies in de gebouwen wordt geleverd door bodemenergie (als hoofdcomponent). 4. Duurzame energieopwekking wordt in samenhang met groen, natuur en waterberging uitgewerkt en geïntegreerd in het architectonisch ontwerp. 5. Het installatieplan is onderdeel van het goed te keuren VO en DO van de gebouwen door de Gemeente Haarlem 6. Ruimten voor-installaties, trafo’s, warmte/koudehubs WKO e.d. worden niet in de openbare ruimte, maar op privaat terrein en uit het zicht geplaatst. 7. Voorziening voor laadinfra (elektrische voertuigen)

Cees Groot - Senior Adviseur Duurzaamheid & Klimaat - Groot Ecobouw BV - tel: 06 –28998350

Pagina 22

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

Wensen

1. Er liggen kansen voor een Slim Energienet (Smart GRID) i.c.m. energieopslag waarmee energie wordt bespaard, opgeslagen, netcongestie wordt tegengegaan en energie slim wordt ingezet voor duurzame installaties en laden van elektrische vervoersmiddelen. 2. Niveau ‘Zilver’ uit het convenant Toekomstbestendig 3. Netbewuste gebouwen. Denk hierbij ook aan toepassing van batterijen, en overige manieren van peakshaving 4. Gebruikersdashboard voor realtime energie-inzicht voor bewoners/eindgebruikers 5. Opties en ondersteuning eventuele deelname eindgebruikers aan een energie coöperatie/buurtbatterij 6. Toepassing van bijvoorbeeld buffervaten voor buffering van warm water 7. Aansluitvoorziening aanwezig voor bidirectioneel laden (V2G) elektrische voertuigen

Bodemenergie Een bodemenergiesysteem maakt voor de verwarming en koeling van gebouwen gebruik van de warmte en koude in de bodem en wordt gezien als de meest duurzame en efficiënte manier van verwarmen/koelen. Er bestaan zowel open als gesloten bodemenergiesystemen. Bij open systemen is sprake van verplaatsing van grondwater, bij gesloten systemen is dit niet het geval. In bijlage X (nog te maken) zijn de mogelijkheden voor bodemenergie binnen de ontwikkeling Korte Verspronckweg uitgewerkt. De organisatorische –en daarmee samenhangende technische keuze voor een type bodemenergiesysteem maakt geen onderdeel uit van dit PvEL.

Randvoorwaarden 1. De aanleg en het gebruik van zowel open als gesloten bodemenergiesystemen is onder de Omgevingswet een aangewezen milieubelastende activiteit. 2. Onder de Omgevingswet gelden algemene rijksregels voor open en gesloten systemen. 3. Ook de lozingen die horen bij de aanleg en het gebruik van bodemenergiesystemen, zijn onderdeel van deze milieubelastende activiteit (artikel 2.3 Bal). 4. Toepassing lage temperatuur bodemenergiesystemen, waar indien er gebruik gemaakt wordt van de openbare ruimte, lage temperatuur verplicht is.

Wensen

1. De voorkeur van de gemeente is een collectief systeem (op basis van Warmte Koude Opslag –WKO) voor alle ontwikkelingen binnen de Korte Verspronckweg. Aansluiting op het collectieve lage temperatuur bodemenergiesysteem gebaseerd op één monobron.

Cees Groot - Senior Adviseur Duurzaamheid & Klimaat - Groot Ecobouw BV - tel: 06 –28998350

Pagina 23

www.grootecobouw.nl cees@grootecobouw.nl

Circulariteit Haarlem wil stappen zetten in de richting van een circulaire economie. De doelstelling is dat Haarlem per 2040 circulair is. Een circulaire economie draagt bij aan een duurzamere toekomst door het verminderen van de ecologische voetafdruk en het beschermen van natuurlijke hulpbronnen. Met het Actieprogramma Circulaire Economie kiest Haarlem voor het niveau ‘Zilver’ bij Bouwen. Voor de milieuprestatie van gebouwen (MPG-score) is dit een aanscherping ten opzichte van het wettelijk vereiste. Daarnaast zet Haarlem in op biobased bouwen.

Randvoorwaarden

1. MPG-score van 0,8 €/m²/bvo

(invoering

MPG

0,5

per

1

juli

Eisen

cir

2025

1. MPG-score van 0,5 €/m²/bvo (invoering MPG 0,5 per 1 juli 2025 uitgesteld). 2. Gebouwen worden gebouwd in houtbouw conform de eisen uit het convenant Houtbouw MRA, tenzij wordt onderbouwd dat dit niet constructief en/of financieel niet haalbaar is. [Deze eis wordt nader uitgewerkt nadat de resultaten van lopend onderzoek bekend zijn]. 3. Bij de beoordeling van het ontwerp wordt de toepassing van circulaire materialen meegenomen. 4. Massapercentage van de grondstoffen dat is hergebruikt (non-virgin) en/of hernieuwbaar (biobased) bedraagt > 45%. 5. Gebouwen worden opgenomen in materialenpaspoort (Madaster) en er wordt een demontageplan opgesteld. Dit om in de toekomst de materialen te kunnen hergebruiken. 6. Adaptief en demontabel bouwen: scheiden van drager en inbouw en droge verbindingen/prefab zodat het gebouw flexibel en toekomstbestendig is en de indeling desgewenst aangepast kan worden, tenzij wordt onderbouwd dat dit niet constructief en/of financieel niet haalbaar is 7. Voldoen aan 3 indicatoren van het “Nieuwe -proof –materialen normaal”, < 200 kg CO²/m². 8. Het scheiden van afval wordt zo makkelijk mogelijk gemaakt/gefaciliteerd, zodat mensen het eenvoudig kunnen opnemen in de dagelijkse routine.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16978177/1