3 Bijlage 2 Bouwhistorische notitie Administratiegebouw Conrad
Tekst van het document
SPAARNDAMSEWEG 120 Interne bouwhistorische notitie 22 juli 2025 M.W. Enderman OMB / Erfgoed
Inhoudsopgave Aanleiding
4
Objectgegevens
4
Situering
4
Historische gegevens
5
Huidige toestand
16
Exterieur administratiegebouw
16
Interieur administratiegebouw
19
Draaierij en stelplaatsen
21
Kantoorgebouw
22
Conclusie
23
Waardering
24
Historische waarden
24
Ruimtelijke waarden
24
Architectuurhistorische waarden
25
Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
2
Bouwhistorische waarden
25
Waarden vanuit de gebruikshistorie
25
Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
3
Aanleiding
Situering
Het team Erfgoed is onlangs bij toeval geïnformeerd over stucplafonds die bij een asbestinventarisatie in het gebouw Spaarndamseweg 120 tevoorschijn waren gekomen. Een kort bezoek ter plaatse toonde aan dat niet alleen stucplafonds aanwezig zijn maar dat hier het eerste administratiegebouw van de scheepswerf Conrad uit 1897 nog staat. Ook de bijbehorende bedrijfshal met latere uitbreidingen en een kantoorgebouw uit 1927-28 blijken schuil te gaan achter gevelafwerking uit de jaren zeventig. Eind negentiende en begin twintigste eeuw was Conrad het op één na grootste bedrijf binnen de Haarlemse metaalnijverheid, een tak van industrie die een substantieel onderdeel vormde van de Haarlemse werkgelegenheid in die periode. Vanwege het cultuurhistorisch belang van het gebouw is voor intern gebruik deze bouwhistorische notitie opgesteld.
Het pand is gelegen op de zuidoosthoek van het bouwblok tussen de Spaarndamseweg, de Werfstraat en de Paul Krugerkade. Het bestaat uit een ondiep bouwdeel evenwijdig aan de Spaarndamseweg van twee bouwlagen boven een souterrain en onder een zadeldak en platte daken. Erachter aan de westzijde bevindt zich de voormalige fabriekshal die net zo hoog is maar één bouwlaag telt.
Objectgegevens Adres Postcode Gemeente Provincie Kadastraal Status Monumentnummer Complexnummer Datering Functie Architect
Spaarndamseweg 120 2021 KA Haarlem Noord-Holland HLM01 G 3285 Geen 1897 Fabrieksgebouw Roog & Van den Ban
Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
Detail van de BAG-kaart (B) en een luchtfoto uit 2024 (O); noord is boven. Rood is het administratiegebouw uit 1897 gemarkeerd, blauw de hal voor de draaierij en stelplaatsen en paars het kantoorgebouw uit 1927-28. (Herkomst: MapGallery) 4
Historische gegevens In 1880 kocht Thomas Figee een perceel aan het Noorder Buiten Spaarne om een werf te beginnen voor de bouw van Baggermolens. De ligging van de machinefabriek van Figee aan de Leidsevaart, waar Thomas firmant van was, was hiervoor niet geschikt. Waarschijnlijk is direct met de productie aan het Spaarne begonnen. Al in 1882 rolt de baggermolen 'Solo' van de werf voor gebruik in Nederlands Oost Indië.1 Een eerste indruk van de bedrijfsgebouwen geeft een kadastrale hulpkaart uit 1883. Op het aangekochte perceel worden als nieuwbouw een zevental gebouwen getekend en de aanleg van een haven.2 Vermoedelijk zijn deze gebouwen van hout, want al een jaar later wordt een nieuwe hulpkaart gemaakt waaruit blijkt dat vier ervan zijn vervangen door nieuwbouw. Ook is er een doorvaart aangelegd vanuit de haven naar het Spaarne. Dat het bedrijf zich vervolgens in rap tempo verder ontwikkelt, blijkt wel uit de kaarten die om de paar jaar door het kadaster worden getekend. In 1887 wordt door het kadaster de verlenging van de haven naar het oosten vastgelegd, het maken van een scheepshelling en het bijbouwen van een loods. Drie jaar later is de loods alweer verdwenen en is de hal uit 1884 bijna tweemaal zo groot.
Detail van de kadastrale hulpkaart uit 1883; noord is boven. (Herkomst: Het Kadaster) 1
Duba, W., De Werf Conrad, in: Sliggers, B.C. (red), De loop van het Spaarne, de geschiedenis van een rivier, Haarlem 1987, p. 140. De meeste historische gegevens zijn aan dit artikel ontleend.
Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
Detail van de kadastrale hulpkaart uit 1884; noord is boven. (Herkomst: Het Kadaster)
Detail van de kadastrale hulpkaart uit 1887; noord is boven. (Herkomst: Het Kadaster) 2
Het betreft de herverkaveling van perceel B 799 in de gemeente Schoten dat wordt verdeeld in de percelen B958 (bedrijf), B959 (ketelgebouw?) en B960 (haven).
5
Detail van de kadastrale hulpkaart uit 1890; noord is boven. (Herkomst: Het Kadaster)
draagconstructie van de verdieping bestaat uit een samengestelde balklaag van ijzeren moerbalken en houten kinderbinten. In de tekenzaal is hierop een tweede vloer aangebracht, vermoedelijk te verbetering van de geluidsisolatie. Deze ruimte is bovendien voorzien van een ziende kap met dakramen voor extra daglicht. Voor de werkplaats wordt gebruik gemaakt van een constructie van uit I-profielen samengestelde ijzeren kolommen. Behalve zeven sheddaken dragen deze in elke beuk een loopkraan. Maart 1898 wordt de nieuwbouw al door het kadaster geregistreerd. Foto's van kort na de bouw laten zien dat het ontwerp op enkele punten anders is uitgevoerd zoals één in plaats van twee vensters in de zuidgevel van het administratiegebouw.
In de periode tussen 1885 en 1890 groeit het aantal werklieden van 85 naar 218. De leiding van het bedrijf is sinds 1887 in handen van P. Goedkoop. Dit als gevolg van betalingsachterstanden bij de firma Stork uit Hengelo die vennoot wordt. In 1889 maakt Stork van het bedrijf een N.V. en neemt Thomas Figee ontslag. Onder leiding van Goedkoop begint het bedrijf zelf diverse soorten baggermolens te ontwerpen voor zowel binnen- als buitenlandse klanten. Het aantal werklieden groeit - met enkele schommelingen - tot 575 in 1913.3 Binnen de metaalnijverheid, die rond 1900 goed is voor meer dan een kwart van de werkgelegenheid in Haarlem, is het weliswaar de helft kleiner dan de Hollandse IJzeren Spoorwegmaatschappij, maar bijna tweemaal zo groot als Figee. Detail van de kadastrale hulpkaart uit 1894; noord is boven. (Herkomst: Het Kadaster) Wat betreft de bebouwing blijkt uit de hulpkaarten dat in 1894 de scheepshelling is verdwenen en dat er een grote nieuwe hal aan de westzijde van de werf is verrezen. In 1897 volgen nog enkele kleine wijzigingen. Het is in juni van dit jaar dat door de architecten S. Roog en J. van den Ban een aanvraag wordt ingediend voor de bouw van een administratiegebouw met draaierij en stelplaatsen op het terrein. Het administratiegebouw bestaat uit een souterrain, begane grond en verdieping onder een zadeldak met op de einden schilddaken.
In het souterrain bevinden zich, naast enkele dienstvertrekken, bergplaatsen en het archief. Op de begane grond zijn de kamer van de directeur, de boekhouding en de administratie ondergebracht. De verdieping is ingericht met een kamer voor de ingenieur en een tekenzaal. Aan de noordzijde van het gebouw is een beheerderswoning gesitueerd. De werkplaats, gelegen aan de westzijde van het gebouw, is vier beuken breed en zeven traveeën diep en dient als stelplaats en draaierij. Uit de tekeningen blijkt dat het administratiegebouw en werkplaats zijn onderheid. Voor de vloerconstructie van de begane grond zijn ijzeren balken toegepast met gemetselde troggewelven ertussen. De 3
Detail van de kadastrale hulpkaart uit 1898; noord is boven. (Herkomst: Het Kadaster)
Messing, F.A.M., Werken en leven in Haarlem (1850-1914), Amsterdam 1972, p. 72-75.
Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
6
Tekening uit 1897 met de plattegrond van de begane grond (B) en van het souterrain en de werkplaats (O); noord is rechts. (Herkomst: NHA) Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
Tekening uit 1897 met de plattegrond van de verdieping (B) en het kappenplan (O); noord is rechts. (Herkomst: NHA) 7
Tekening uit 1897 van de zuid (B) en oostgevel (O). (Herkomst: NHA) Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
Tekening uit 1897 van de noordgevel (B) en een doorsnede over de werkplaats gezien naar het westen (O). (Herkomst: NHA) 8
Reclamefoto van de firma Jung van het administratiegebouw en de werkplaats erachter kort na de oplevering in 1898 gezien vanuit het zuidoosten. Jung had de tekenzaal van kurk-linoleum voorzien. Anders dan de tekening zijn in de zuidgevel maar twee in plaats van drie vensters aanwezig. (Herkomst: NHA, inv.nr. 3149) Jacob van den Ban (1860-1943) was in 1891 in Haarlem een maatschap aangegaan met collega Simon Roog, een samenwerking die tot 1899 zou duren. De opdrachten bestaan hoofdzakelijk uit woonhuizen, villa's en enkele winkels, ontworpen in een voor de late negentiende eeuw kenmerkende eclectische stijl met elementen uit de neorenaissance. De opdracht voor de werf Conrad is na de uitbreiding van de fabriek van Beijnes in 1896 het tweede en laatste fabrieksgebouw dat zij samen hebben ontworpen. Daarbij valt op dat de neorenaissance invloeden aanzienlijk zijn versoberd. Nadien heeft Van den Ban nog verschillende industriële gebouwen ontworpen zoals in 1902 de Beschuitfabriek van Van Dijk aan de Paul Krugerkade en in 1911 de Branderij van Droste aan het Max Euweplein, beide in rationalistische stijl.
Tekening uit 1897 met een doorsnede over het gebouw gezien naar het noorden (B) en over het administratiegebouw gezien naar het westen (O). (Herkomst: NHA) Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
Gelijk met de aanvraag voor het administratiekantoor wordt ook een nieuw machinegebouw gerealiseerd aan de Spaarndamseweg op een nieuw verworven perceel ten noorden van de werf. Ook aan de westzijde volgt kort daarop een grondaankoop. Hier wordt een binnenhaven aangelegd en verrijzen in 1901 een gebouw voor machinale houtbewerking, een schilderwerkplaats en een werkplaats voor koperbewerking. Alle drie zijn ontworpen door Van den Ban. Gelijktijdig heeft hij een bouwaanvraag ingediend voor de bouw van een grote werkplaats voor hoek- en plaatijzerbewerking met een magazijn ten westen van de draaierij en stelplaatsen. Als sluitstuk wordt door hem eind 1900 vergunning gevraagd voor een uitbreiding van de 9
draaierij en stelplaatsen met vijf traveeën. De constructie hiervan verschilt niet van de bestaande. Opvallend is dat beide zijgevels blind zijn en alleen in de noordgevel twee vensters komen.
aanvraag voor de vergroting door Van den Ban getekend en ingediend. Behalve een versobering in de vormgeving van de schoren aan de bovenzijde van de kolommen lijkt er geen verschil met de eerder uitgevoerde constructies. Wel worden er meer vensters in de gevels opgenomen. De uitbreiding wordt een jaar later kadastraal opgetekend.
Tekening uit 1900 met een doorsnede over de uitbreiding van de draaierij en stelplaatsen gezien naar het westen (L) en de daarbij behorende plattegrond (R); noord is rechts. (Herkomst: NHA)
Detail van de kadastrale hulpkaart uit 1901; noord is boven. (Herkomst: Het Kadaster) Een situatietekening bij het uitbreidingsplan voor de draaierij en stelplaatsen laat zien dat er al gedacht wordt aan een volgende vergroting in noordelijke richting. Na de bouw van een tweede ketelhuis naast het machinegebouw in 1902 wordt in 1906 de Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
Tekening uit 1906 met een doorsnede over de tweede uitbreiding van de draaierij en stelplaatsen gezien naar het westen (B) en de daarbij behorende plattegrond (O); noord is rechts. (Herkomst: NHA) 10
Waarschijnlijk is hij ook verantwoordelijk geweest voor de eronder staande bebouwing. Hierin is op de begane grond een kantoor en schaftruimte ondergebracht en op de verdieping een tekenzaal. Naast het gebouw bevindt zich een garage. Op de nieuw te maken tweede verdieping komt nog een tekenzaal. Uit de tekening blijkt verder dat de dienstwoning uit 1897 niet meer aanwezig is. In het souterrain is een ontvangstkamer ingericht en op de begane grond een kamer voor de directie. In de gang erlangs is een trap naar de verdieping. Die wordt in het nieuwe plan ingericht als kamer voor de chef van de tekenzaal die wordt uitgebreid naar de tweede verdieping van de nieuwbouw. Een wijziging op het plan volgt in januari 1928 waarbij de garage wordt herbouwd met twee bouwlagen er bovenop. Hierdoor kan de tekenzaal op de tweede verdieping worden vergroot en ontstaat er ruimte op de verdieping voor de administratie. Nog in hetzelfde jaar wordt de bouw voltooid.
Detail van de kadastrale hulpkaart uit 1907; noord is boven. (Herkomst: Het Kadaster)
Foto uit 1926 van de werf Conrad gezien vanaf het Spaarne met rechts van het administratiegebouw de twee uitbreidingen van de draaierij en stelplaatsen. (Herkomst: NHA, inv.nr 63459) In de opvolgende jaren wordt bijgebouwd, grond toegevoegd en in 1920 het voorste deel van de haven verbreed. Wanneer precies de open plek in de bebouwing langs de Spaardammerweg, tussen het administratie- en machinegebouw wordt opgevuld is niet duidelijk, maar gezien een foto in 1926 of 1927. In december 1927 wordt een bouwaanvraag ingediend om het kantoorgebouw dat er dan staat met een tweede verdieping te verhogen. Het ontwerp voor de verhoging is van architect J.J. Verhagen. Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
Tekening uit 1928 met de bestaande toestand van het kantoorgebouw naast het administratiegebouw uit 1897. (Herkomst: NHA) 11
Detail van de kadastrale hulpkaart uit 1928; noord is boven. (Herkomst: Het Kadaster)
Tekening uit 1928 met de nieuw te maken toestand van het kantoorgebouw naast het administratiegebouw uit 1897. (Herkomst: NHA)
Foto uit 1928 van de verhoogde uitbreiding van het administratiegebouw. Herkomst: NHA, inv.nr 23204, fotograaf J.H. Hendrik) Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
Op de kadastrale hulpkaart van 1928 wordt met een contour de plannen voor een derde grote werkplaats aangegeven. Vermoedelijk is het door de wereldwijde crisis een jaar later niet zover gekomen. In 1932 wordt de werf wordt overgeplaatst naar de overkant van het Spaarne om daar samen te gaan met de hijswerktuigenfabriek van Stork. Grote hopperzuigers werden toen al geruime tijd in Zaandam gebouwd omdat ze niet meer door de sluis in Spaarndam konden. Alleen de afdeling scheepsbouw blijft nog aan de Spaarndamseweg. Nieuwbouw blijft relatief beperkt tot het westelijk deel van het terrein en enkele aanbouwen aan de bestaande werkplaatsen. In 1941 wordt de oude scheepswerf verkocht om verder te gaan tot 1954 als 'Holland Nautic'. In het laatste jaar wordt de werf geliquideerd en houd op te bestaan. Nadat de werf in de navolgende periode is opgedeeld en de haven gedempt, staan in 1973 alleen nog het administratiegebouw, het kantoor, de machinegebouwen, de draaierij en stelplaatsen en de werkplaats voor hoek- en plaatijzerbewerking er nog. Het grootste deel hiervan is eigendom van wijnkoperij Oud die het gebruikt als opslagruimte en kantoor. Zij dienen in 1973 een plan in van architectenbureau Cees den Heijer om het administratiegebouw en kantoor letterlijk een nieuw jasje te geven en een aantal wijzigingen in het interieur aan te brengen.
Wat betreft het jasje wordt voor de bestaande gevels aan de Spaarndamseweg en Werfstraat een voorzetgevel geplaatst opgebouwd uit een raamwerk gevuld met panelen. Daarbij blijft de oude 12
indeling van de gevels grotendeels gehandhaafd. Wel worden kozijnen en ramen verwijderd en bij de zuidoosthoek aan de Spaarndamseweg een nieuwe entree gemaakt. Vanwege het verschil tussen de straat en begane grond in het gebouw wordt ter plaatse de vloer van de begane grond verwijderd en halverwege het souterrain herplaatst. Hiermee verdwijnt onder meer oorspronkelijke kamer van de directeur. Een nieuw trappenhuis komt aan de noordzijde van het administratiegebouw, waar oorspronkelijk de dienstwoning zat. Die indeling was in 1927 al aangepast. In het middendeel blijft in het souterrain de hoofindeling staan, vermoedelijk vanwege de dragende functie. Op de begane grond wordt de gang verbreed terwijl de verdieping nagenoeg ongewijzigd blijft. Boven het zuidelijk deel wordt het schilddak verwijderd om een tweede verdieping met dakterras te maken. Behalve dat op de tekeningen wordt vermeld dat de bestaande dagkanten van de vensters gehandhaafd moeten blijven, wordt ook aangegeven dat de bestaande stucplafonds boven de nieuwe verlaagde plafonds moeten blijven zitten. Bij de hal voor de draaierij en stelplaatsen wordt de zuidgevel vervangen en de sheddaken met het karakteristieke gevelprofiel verwijderd voor een platdak.
Plattegronden uit 1973 van de bestaande toestand op de verdieping (B), begane grond (M) en in het souterrain van het administratiegebouw en aangrenzende kantoor; noord is rechts. (Herkomst: NHA)
Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
Tekening uit 1973 met de nieuwe toestand in het souterrain met de draaierij en stelplaats en het eveneens nog aanwezige machinegebouw uit 1906 op de noordoosthoek; noord is rechts. (Herkomst: NHA)
Plattegronden uit 1973 van de nieuwe toestand op de verdieping (B), begane grond (M) en in het souterrain van het administratiegebouw en aangrenzende kantoor; noord is rechts. (Herkomst: NHA) 13
In 1993 wordt een extra deur gemaakt in het noordelijk deel van de gevel van het administratiegebouw waar in 1973 al drie nieuwe vensteropeningen waren gerealiseerd. Een jaar eerder was sloop aangevraagd van het machinegebouw en het achterstaande drie traveeën diep deel van de draaierij en stelplaatsen.
Tekening uit 1993 van de te maken extra ingang in de gevel aan de Spaarndamseweg van het voormalige administratiegebouw. (Herkomst: NHA) Doorsnedetekeningen uit 1973 over het administratiegebouw en kantoor gezien naar het westen met de bestaande (B) en te maken toestand (O). (Herkomst: NHA)
Tekening uit 1973 met de nieuwe gevel aan de Spaarndamseweg en de bestaande (B) en te maken toestand (O) voor het dak van de achterstaande draaierij en stelplaatsen. (Herkomst: NHA)
Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
14
Geschematiseerde faseringsplattegrond van de verdieping (B), de begane grond (M) en het souterrain (O) waarin aangegeven het muurwerk (rood) en de plafonds, draag en kapconstructies uit 1897 (roze), de verdwenen indeling uit 1897 (grijs) en de wijzigingen uit 1973 (groen). Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
15
Huidige toestand Exterieur administratiegebouw
bij de twee noordelijke vensterstroken oud muurwerk te zien met het fries dat onder de vensters van de verdieping is gemetseld. Boven één van de vensters van het souterrain is de oorspronkelijke ontlastingsboog zichtbaar. Deze is iets uitgemetseld en langs de bovenzijde afgewerkt met een baan cement. Op foto's van het gebouw kort na de bouw is dit accent ook al zichtbaar.
Het administratiegebouw uit 1897 heeft aan de Spaarndamseweg een gevel van twee bouwlagen hoog. Deze is verdeeld in drieën met op de einden hoekrisalieten van ongelijke breedte. De zuidelijke risaliet is drie vensterassen breed, de noordelijke twee. Het terugstaande geveldeel ertussen is acht vensterassen breed. Voor dit deel is in 1973 een voorzetgevel geplaatst bestaande uit brede en smalle banen met sandwichpanelen en vakken met blank en rood folie beplakt glas. Horizontaal is met aluminiumplaten een decoratief figuur aangebracht dat voor de gevel van het administratiegebouw en het aangrenzende kantoorgebouw slingert.
De in 1973 aangebrachte voorzetgevel aan de Spaarndamseweg voor het administratiegebouw uit 1897 (links) en het kantoor uit 1928 (de tweemaal vijf vensters rechts). (Herkomst: Google Maps, foto juli 2024). Bij het plaatsen van de voorzetgevel zijn het oorspronkelijke muurwerk en de gevelopeningen gehandhaafd. Wel zijn de kozijnen en ramen uit de vensters verwijderd. Verdere wijzigingen betreffen een nieuwe entree in de risaliet aan de zuidzijde en het maken van drie smalle vensters ter plaatse van twee oorspronkelijke bij de begane grond en de verdieping in de noordelijke risaliet. Bij de risalieten zijn tussen de bekleding met aluminium platen stroken grijs geschilderd muurwerk van het oorspronkelijke gebouw zichtbaar. Aan de hoekoplossing in het metselwerk is te zien dat de gevelopeningen uit 1897 zijn gehandhaafd. Door verdwenen sandwichplaten is Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
Het muurwerk achter de voorzetgevel met profielstenen die een fries onder de vensters van de verdieping vormen. Er onder zijn nog net twee aanzetstenen van de boog boven de vensters van de begane grond te zien.
16
zijn. Hierin is in 1973 draadglas aangebracht. Afgaande op de historische foto's zijn de kozijnen en ramen waarschijnlijk dezelfde als die in de oostgevel aan het Spaarne zaten.
Oorspronkelijke ontlastingsboog van een venster in het souterrain. De zuidgevel van het administratiegebouw bestaat uit twee vensterassen waarvan de westelijke als risaliet is uitgevoerd. Deze is van oorsprong ook een bouwlaag hoger opgemetseld. Net als aan de oostzijde is de indeling in 1973 niet gewijzigd op de toegang in de risaliet na. Die is vermaakt tot een venster. Delen van het negentiendeeeuwse muurwerk zijn grijs geschilderd en in het zicht tussen en onder de slingerende aluminium bekleding uit 1973. Het oorspronkelijke venster op de tweede verdieping van de risaliet is dichtgemetseld. Het muurwerk ernaast betreft de ophoging van het zuidelijk deel van het gebouw met een tweede verdieping. De noordgevel van het administratiegebouw is sinds 1927-28 inpandig. De volgens de bouwtekening uit 1897 hierin aanwezige vensters zijn toen vermaakt tot doorgangen. Uit de tekeningen van 1973 blijkt dat er naderhand op het niveau van de tweede verdieping nog een opening is gemaakt. De westgevel is van oorsprong al in de aangrenzende werkplaats geweest. Het muurwerk zelf is door een voorzetwand aan het zicht onttrokken. Wel is één van de vensters te zien waardoor indirect licht in de gang van het administratiegebouw kwam. In het totaal gaat het om negen vensters op zowel het niveau van het souterrain als de begane grond.
Hiervan zijn in het gebouw op de begane grond acht herkenbaar. Bij vijf kon worden vastgesteld dat de oorspronkelijke kozijnen en ramen ook nog aanwezig Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
De zuidgevel van het administratiegebouw.
17
Venster in de westgevel van het administratiegebouw gezien vanuit de voormalige werkplaats.
In de gang op de begane grond van het administratiegebouw zijn de vensternissen in de westgevel nog herkenbaar. Achter de recente betimmering bevinden zich nog de oorspronkelijke kozijnen en ramen. Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
Onderzijde van een venster in de gang op de begane grond van het administratiegebouw.
Vensters in de westgevel van het administratiegebouw boven het verlaagde plafond in de gang op de begane grond. 18
Interieur administratiegebouw Uit het historisch onderzoek blijkt dat de indeling van het gebouw met name in 1973 is aangetast. Op alle niveaus zijn nog binnenmuren uit 1897 aanwezig. Op een aantal plaatsen is sprake van het vervangen van wanden vermoedelijk van hout en glas. In het souterrain kon in het middelste deel van het gebouwd van de oorspronkelijke bouwsubstantie alleen de draagconstructie van de begane grond worden waargenomen. Deze bestaat uit gemetselde troggewelven tussen ijzeren liggers. Het gebruik van een dergelijke constructie doet vermoeden dat de vloerafwerking op de begane grond hard is geweest, waarschijnlijk met granito. Ter plaatse van de wc's halverwege aan de westzijde kon worden vastgesteld dat hier van oorsprong sprake is van een structuur van kolommen met bogen ertussen, uitgevoerd in schoon metselwerk. De invulling hiertussen en onder zal mede op grond van de tekening waarschijnlijk in 1897 uit een wand met een kozijn met raam hebben bestaan voor indirect daglicht. Na verwijderen ervan is een staltonlatei aangebracht.
Gemetselde boog in de zuidmuur van de wc's aan de westzijde van het souterrain. Op de begane grond is wat betreft de indeling is in het middendeel de ruimte van de boekhouder en de noordelijke kamer van de administratie nog als structuur aanwezig. Het noordelijk en zuidelijk deel van het gebouw zijn in 1973 voor de nieuwe hal en het trappenhuis gewijzigd. Wel zijn boven de hal waarschijnlijk de plafonds nog aanwezig van de kamer van de directeur en de oorspronkelijke entree. Behalve dat het behoud hiervan op de tekening uit 1973 wordt vermeld, blijkt dit ook uit de nog aanwezige plafonds in het middendeel. Hier is boven de gang ten westen van de kamer van de boekhouding een stucplafond aanwezig met door profiellijsten gevormde velden uit 1897. Ook in het middelste gedeelte van de gang is deze afwerking nog deels aanwezig. De gang eindigde bij de noordelijke kamer van de administratie. Ter plaatse van deze ruimte is sprake van een decoratieve balklaag met geprofileerde balken gedragen door consoles. Ook ter plaatse van de zuidelijke kamer van de administratie is deze afwerking zichtbaar. Boven deze voormalige ruimte gaat het vermoedelijk om de kinderbinten die tussen de stalen moerbalken liggen en de draagconstructie van de verdieping vormen. Het is aannemelijk dat eenzelfde balkenplafond ook ter plaatse van de kamer van de boekhouder is toegepast.
Gemetselde troggewelven boven het systeemplafond in het souterrain.
Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
19
Op de verdieping is de indeling uit 1897 nog vrijwel geheel aanwezig behalve ter plaatse van het in 1973 gemaakte trappenhuis. Boven het trappenhuis is nog wel de balklaag aanwezig met gezien de vorm van het dak erboven ook de kapconstructie uit 1897. De voormalige tekenzaal is na 1973 opgedeeld met een gang langs de westzijde. Boven het systeemplafond is de oorspronkelijke ziende kap nog geheel aanwezig. Als onderdeel van het interieur zijn de als enkelvoudig hangwerk uitgevoerde spanten decoratief vormgegeven. De onderdelen zijn voorzien van profielen en in de binnenhoek van de schoren is opgevuld met ajourwerk van ranken. De binnenzijde van het dak is afgewerkt met kraaldelen met aan de westzijde sparingen voor daklichten. De constructie op zichzelf is vrij algemeen voor de bouwtijd. De uitvoering daarentegen is bijzonder. Dergelijke kapconstructies werden rond 1900 voor zalen van verenigingsgebouwen en soms voor kerken gebruikt. In Haarlem was een enigszins vergelijkbare maar soberder en aangepaste ziende kap boven de zaal van de R.K. Volksbond aan de Smedestraat 23 aanwezig. Dit gebouw is in 2007 afgebroken. Andere voorbeelden zijn niet bekend. Daarmee betreft het hier een voor Haarlem uniek voorbeeld dat waarschijnlijk ook landelijk zeldzaam is.
Het plafond op de begane grond ter plaatse van de gang ten westen van de boekhouder gezien naar het oosten.
De ziende kap boven de voormalige tekenzaal gezien naar het zuidoosten.
Het plafond op de begane grond ter plaatse van het westelijk deel van de noordelijke kamer van de administratie gezien naar het noordwesten. Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
20
Draaierij en stelplaatsen De oorspronkelijke zuidgevel van de draaierij en stelplaatsen uit 1897 is in 1973 vervangen door een nieuwe, lagere gevel. Gelijktijdig is het zaagdak verwijderd. De zuidgevel is waarschijnlijk nog aanwezig maar geheel door een voorzetgevel aan de buitenzijde en voorzetwanden aan de binnenzijde afgedekt. Deze dateert uit 1897, 1900 en 1906 in samenhang met de bouw en vergroting van de werkplaats. Hetzelfde geldt voor de oostgevel. De noordgevel uit 1906 is in 1972 deels afgebroken. Het gedeelte dat gemeenschappelijk was met het toen ook gebouwde machinegebouw is vermoedelijk nog aanwezig maar in het kader van dit onderzoek niet nader bekeken.
De ziende kap boven de voormalige tekenzaal gezien naar het oosten. Het plafond in het zuidelijk deel van de verdieping kon niet worden waargenomen. Volgens de tekening uit 1897 zijn hier stucplafonds aangebracht die naar verwachting nog aanwezig zijn. De oorspronkelijke kapconstructie is in 1973 verwijderd voor het maken van een tweede verdieping onder een platdak.
Van het interieur van de draaierij en stelplaatsen is enkel het gedeelte van de werkplaats uit 1897 gezien. Hierin is in of na 1973 een verdiepingsvloer aangebracht waarbij gebruik is gemaakt van de bestaande constructie. Het bouwdeel heeft een noord-zuid georiënteerde driebeukige indeling die zeven traveeën diep is. Deze indeling wordt gevormd door twaalf kolommen die zijn samengesteld uit drie Iprofielen met een brede flens die een kruis vormen. Corresponderend met de vrijstaande kolommen zijn tegen de west- en oostgevel elk zes kolommen geplaatst waarbij twee I-profielen zijn samengeklonken tot een T. De naar de binnenzijde van elke beuk gerichte I-profielen eindigen bij de oost- en middenbeuk ongeveer twee meter onder het dak. Hierop lag een langsbalk waarover de loopkranen konden rijden.
De middelste en oostelijke beuk van de draaierij en stelplaatsen uit 1897 gezien naar het noordoosten.
Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
21
De evenwijdig aan de beuken geplaatste bredere I-profielen dragen over de volle breedte van het gebouw de dwarsbalken tussen de traveeën waarop tot 1973 de zaagdaken stonden. Deze balken zijn samengesteld uit twee brede I-profielen. Ter verstijving zijn bij de oplegging op de kolommen twee paar ijzeren schoren met bouten bevestigd die decoratief zijn opengewerkt. In de lengterichting zou volgens tekening gebruik zijn gemaakt van trekstangen. Vermoedelijk zijn deze in 1973 vervangen door stalen balken. De westelijke beuk was van oorsprong in de lengte in tweeën gedeeld door uit een enkele I-balk gemaakte kolommen die halverwege een dwarsbalk droegen waarop een vloer van een tussen verdieping lag. Deze was van buitenaf toegankelijk. In elk van de halve beuken lag een loopkraan.
Kantoorgebouw Net als bij het administratiegebouw is voor de gevel van het kantoor uit 1927-28 in 1973 een voorzetgevel aangebracht van aluminium platen. Daarbij zijn kozijnen en ramen verwijderd en de 'steunberen' naast de toegang tot de garages afgekapt. Delen van het oorspronkelijke grijs geschilderde muurwerk zijn in het zicht tussen en onder de slingerende aluminium bekleding. In samenhang met de bouwtijd is de architectuur van de gevel sober. Bij de noordgevel is het muurwerk tussen de aluminium bekleding afgesmeerd met cement en grijs geschilderd. Achter de bekleding is sprake van schoon metselwerk.
De oostgevel aan de Spaarndamseweg van het kantoorgedeelte uit 1927-28.
De oplegging van de dwarsbalken waarop het dak rust bij de kolommen tegen de oostmuur. Zichtbaar is het lager eindigen van de binnenste I-balken eerder eronder eindigen en de decoratieve hoekijzers ter verstijving van de constructie.
Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
De zuidgevel is de noordgevel van het administratiegebouw. Op de tweede verdieping zijn hierin in 1928 verschillende openingen gemaakt om de tekenzalen met elkaar te verbinden. Deze zijn vervolgens in 1973 grotendeels weer dichtgemetseld. De westgevel is de oostgevel van de eerste uitbreiding van de draaierij en stelplaatsen uit 1900. Hierin zijn in 1928 vensters gemaakt voor indirect daglicht in de gang van het kantoorgebouw op de verdieping. De kozijnen en ramen hierin zijn nog aanwezig en in 1973 voorzien van draadglas. Vermoedelijk na die tijd zijn de openingen aan de onderzijde vermaakt tot lage brede openingen waarvoor de twee middenstijlen van het kozijn zijn afgezaagd. 22
Conclusie Na het vertrek van Thomas Figee in 1889 begint voor de in 1880 begonnen werf Conrad een periode van bloei. Niet alleen groeit de productie maar ook legt het bedrijf zich steeds meer toe op het ontwerpen van gespecialiseerde baggerschepen. De resultaten van deze ontwikkeling laten zich vanaf 1897 aflezen aan de grootschalige uitbreiding van het bedrijf in oppervlak en het vernieuwen van de gebouwen. In 1897 verrijzen een nieuw administratiekantoor, werkplaats met draaierij en stelplaatsen en een machinegebouw. Binnen 10 jaar volgen meer werkplaatsen, uitbreidingen van de hal met stelplaatsen en een grotere haven. De werf Conrad is op dat moment het op één na grootste bedrijf in de metaalnijverheid in Haarlem, een sector die maar liefst een kwart van de werkgelegenheid verzorgt. En hoewel na 1906 de ontwikkelingen niet stilstaan, is in de periode rond 1900 het aanzien van de werf voor wat betreft de bebouwing grotendeels bepaald. Drie vensters uit 1927-28 in de westgevel op de begane grond van het kantoorgebouw. De indeling van het gebouw bestond van oorsprong uit een brede ruimte aan de zuidzijde en een smalle aan de noordzijde. Hierbinnen waren op de begane grond en verdieping enkele ruimten afgescheiden. In 1973 was enkel de hoofdstructuur nog aanwezig en is niet gewijzigd. Zover zichtbaar zijn aan interieurafwerking de stucplafonds uit 1927-28 aanwezig.
Het gaat om vlakke plafonds met een platte kooflijst rondom. De verdwenen indeling is hieraan nog af te lezen.
Detail van een stucplafond uit 1927-28.
Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
Niet alleen groeit het aantal gebouwen en de omvang ervan in de periode rond 1900, ook de functies worden specifieker. Het feit dat er een zelfstandig administratiegebouw nodig is, geeft aan dat de zaken goed gaan. Dit prominent aan het Spaarne gelegen gebouw vormt met de van de werkplaatsen afwijkende architectuur het visitekaartje van het bedrijf. Daarnaast biedt het ruimte aan de ontwerpafdeling die zo belangrijk is geworden. De rijk vormgegeven aankleding van de tekenzaal en de kamers van de administratie doen vermoeden dat het hele gebouw zowel van binnen als van buiten representatief moest zijn naar de buitenwereld. Het administratiegebouw, de achtergelegen werkplaats en het machinegebouw zijn het tweede industriële project van het architectenduo Roog en van den Ban. Een jaar eerder hebben zij voor de fabriek van Beijnes een uitbreiding ontworpen. Dit gebouw heeft nog alle kenmerken van neorenaissance architectuur. De constructie bestaat uit een traditioneel houtskelet. Het is dan ook opvallend dat een jaar later voor de gevels van het administratiegebouw is gekozen voor een baksteenarchitectuur die nog wel leunt op de neorenaissance maar in soberheid en materiaalgebruik al sporen van het rationalisme toont. In het interieur is voor wat betreft de afwerking van de plafonds sprake van meer op de neorenaissance georiënteerde invloeden.
Vergelijkbare toepassingen van ijzeren moerbalken gecombineerd met decoratieve houten kinderbinten zijn bekend uit het werk van architecten als Van Lokhorst. Voor de uitvoering van de ziende kap van de tekenzaal hebben mogelijk buitenlandse 23
voorbeelden gediend. De als enkelvoudig hangwerk uitgevoerde constructie is op zichzelf niet heel bijzonder voor de bouwtijd van het administratiegebouw. De decoratieve vormgeving met ajourwerk is veel minder gebruikelijk. Andere voorbeelden ervan zijn in Haarlem niet meer aanwezig en ook landelijk zeldzaam. Anders dan bij het gebouw voor Beijnes blijkt uit het ontwerp voor de draaierij en stelplaatsen dat Van den Ban en Roog op de hoogte waren van de laatste ontwikkelingen op het gebied van materiaal en constructie. De voor de hal toegepaste samengestelde aaneengesloten kolommen betreffen een vroeg voorbeeld. De kruisvorm waarin de I-profielen zijn geplaatst is mogelijk een eigen vinding. Wel is het opmerkelijk dat voor de hal dit type kolommen is gekozen. Meestal werd voor samengestelde aaneengesloten kolommen gekozen bij een geringe hoogte en grote belasting. Dat laatste zou hier met de aanwezige loopkranen wel het geval kunnen zijn geweest. Hoewel Haarlem een groot deel van haar economisch opleving in de tweede helft van de negentiende eeuw te danken heeft gehad aan de explosieve groei van de industrie, zijn de resten hiervan maar heel beperkt behouden. Hiervan behoren het administratiegebouw en de achtergelegen werkplaats tot de oudste industriële gebouwen die nog over zijn.
Hoewel sommige bedrijven al voor 1900 bestonden en zelfs al een flinke omvang hadden, dateert de nog overgebleven bebouwing van na die tijd. Ondanks dat het gebouw in 1973 op verschillende punten is aangetast, is toch nog opvallend veel behouden. Het is daarnaast het enige tastbare overblijfsel van de werf Conrad.
Waardering De waardering heeft zich toegespitst op het administratiegebouw. Hoewel de draaierij en stelplaatsen hiermee een bouwkundig geheel vormde, is het administratiegebouw vanwege de nog aanwezige bouwsubstantie en herkenbaarheid het waardevolste van de drie gebouwen.
Historische waarden Het administratiegebouw en de achterstaande werkplaats zijn met het kantoorgebouw uit 1927-28 de laatste gebouwen van de werf Conrad. Dit bedrijf was eind negentiende en begin twintigste eeuw internationaal vermaard om zijn baggermolens en van grote betekenis voor de economische ontwikkeling van Haarlem. Het administratiegebouw en de werkplaats markeren met hun bouw in 1897 het moment dat de werf zodanig was gegroeid dat deze flink moest worden uitgebreid in oppervlak en de bebouwing vernieuwd. Dit zou in de navolgende jaren rond 1900 plaats vinden en daarna nog maar beperkt worden aangevuld of gewijzigd. In deze periode rond de eeuwwisseling is de metaalindustrie goed voor een kwart van de werkgelegenheid in de stad en de werf Conrad het op één na grootste bedrijf. Als enige tastbare herinneringen aan dit voor de stad belangrijke bedrijf is de historische waarde hoog.
Ruimtelijke waarden
Het administratiegebouw kort na 1900 gezien vanaf het Spaarne. (Herkomst: NHA inv.nr. 3480) Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
Het administratiegebouw is gebouwd bij de zuidoosthoek van de werf Conrad bij de toegang tot het terrein en de doorvaart van het Spaarne naar de Haven. De Werfstraat is ontstaan na demping van de Haven maar komt daar in omvang nog mee overeen. Daarmee vormt het administratiegebouw een historische markering waarvan weliswaar de beleving beperkt is door de architectonische aanpassing van het exterieur uit 1973. In schaal verhoudt het zich wel goed tot de omringende bebouwing waaronder de hoogbouw waarvan de plint met twee bouwlagen bepalend is voor de beleving van de omgeving door de voorbijganger. De ruimtelijke waarde is daarmee op dit moment positief. 24
Architectuurhistorische waarden Het administratiegebouw met de achterstaande werkplaats uit 1897 is het tweede industriële gebouw dat het architectenduo Roog en Van den Ban ontwierp en het enige van hen dat nog bestaat. Na hun splitsing zou Van den Ban nog meerdere industriële gebouwen ontwerpen voor Conrad en andere bedrijven, maar allemaal van na 1900. Zover kan worden beoordeeld zijn die ontwerpen meer in een rationalistische stijl gebouwd. Bij het administratiegebouw lijkt hier al de eerste aanzet toe te zien maar zijn ook nog elementen van neostijlen uit de periode daarvoor aanwezig. Dat is ook in het interieur het geval waar zowel klassieke stucplafonds zijn toegepast als samengestelde balklagen in neorenaissance stijl. Bijzonder is de vormgeving van de ziende kap boven de tekenzaal die wel bij gebouwen met zalen werd toegepast maar waarvan in Haarlem geen en daarbuiten nauwelijks nog voorbeelden zijn. Om deze redenen is de architectuurhistorische waarde hoog.
Bouwhistorische waarden De als enkelvoudig hangwerk uitgevoerde constructie van de ziende kap boven de voormalige tekenzaal is op zichzelf niet heel bijzonder voor de bouwtijd van het administratiegebouw. De vormgeving daarentegen is bijzonder, uniek voor Haarlem en ook landelijk waarschijnlijk zeldzaam. Hetzelfde geldt in iets mindere mate voor de samengestelde balklagen in het gebouw, waarvan het gebruik van ijzeren moerbalken en decoratieve houten kinderbinten in deze periode niet algemeen gangbaar is, maar wel is toegepast bij bijvoorbeeld enkele universiteitsgebouwen. De bouwhistorische waarde van de constructie van het administratiegebouw is daarom hoog.
Waarden vanuit de gebruikshistorie Het administratiegebouw van de werf Conrad is het oudste administratiegebouw van een industrieel bedrijf in Haarlem. Behalve voor de administratie waren er ook de ruimten van de ontwerpafdeling in ondergebracht, een expertise waarmee het bedrijf zich onderscheidde en tot internationale producent had ontwikkeld. De gebruikshistorische waarde van het gebouw is daarom hoog.
Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
25
Dit is een uitgave van gemeente Haarlem, 14 augustus 2025
Tekst: M.W. Enderman, Fotografie: M.W. Enderman, tenzij anders vermeld. Ontwerp: Drukwerk: ________________________________
Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl Gemeente Haarlem - OMB / Erfgoed
26