CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Bijlage 2 - Bomen effect analyse Herinrichting Meerwijk

commissie Beheer 8 mei 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Besluit bomenkap noordelijke buurten Herinrichting Meerwijk i.v.m. verlopen kapvergunningen en aanvullingen (RB)46.637 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A

projectnummer 0413188.213 definitief revisie v1.1 19 augustus 2022

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A

projectnummer 0413188.213 definitief revisie v1.1 19 augustus 2022

Auteur Dagmar Broström

Opdrachtgever Gemeente Haarlem Grote Markt 2 2011 RD Haarlem

datum vrijgave 17-11-2022

gecontroleerd Peter Dotinga

vrijgave Vincent Ledeboer

Inhoudsopgave Blz. 1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4 1.4.1

Aanleiding Beschikbare informatie Aanvullende informatie Projectgebied Deelgebieden

1 1 2 2 3

2

Onderzoeksmethode

6

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2

Bureaustudie Visuele boomcontrole Groeiplaatsonderzoek Richtlijnen wortelschade Verplantbaarheid

6 6 7 8 10

3

Onderzoeksresultaten

13

3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.3 3.3.1 3.3.2

Bureaustudie Eigendom Bomenverordening Haarlem 2021 Structuurvisie Openbare ruimte – Haarlem 2040, Groen en bereikbaar Herinrichting Visuele boomveiligheidscontrole (BVC) Conditie huidig bomenbestand Veiligheid bomenbestand Sortiment Verplantbaarheid Groeiplaatsonderzoek en verplantbaarheidsonderzoek Deelgebied Noord Deelgebied Centrum

13 13 13 14 14 16 16 17 18 19 19 19 23

4

Conclusie en advies per deelgebied

27

4.1 4.2

Deelgebied Noord Deelgebied Centrum

27 30

5

Samenvatting

33

Bronnen

35

Bijlage 1 – het DO

36

Bijlage 2 - Lijst individuele boomgegevens

37

Bijlage 3 Lijst met bomen niet te handhaven in verband met ontwerp

46

Bijlage 4 Bodemprofielen

47

Bijlage 5 Bomenverordening Haarlem

50

Bijlage 6 - Bomenposter

52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

1

Inleiding De gemeente Haarlem gaat de komende jaren de woonwijk Meerwijk herinrichten. Meerwijk dateert uit de jaren ‘70 en is toe aan een algehele kwaliteits- en duurzaamheidsverbetering voor de gehele openbare ruimte. De gemeente Haarlem heeft bij de herinrichting het onderwerp klimaatadaptie hoog op de agenda staan. De wijk moet diverse elementen bevatten die bijdragen aan een duurzame toekomst op het gebied van bijvoorbeeld wateroverlast, hittestress en biodiversiteit. Het concept Definitieve Ontwerp v101 (DO) fase A is als zodanig opgesteld met straten, trottoirs, parkeerplaatsen en groenstroken met bomen die zich volledig tot wasdom kunnen ontwikkelen. Ook worden natuurvriendelijke oever gerealiseerd bij bestaande watergangen. Al deze elementen dragen bij aan een voor mensen gezonde, klimaat adaptieve woonwijk die een belangrijke bijdrage levert aan de lokale biodiversiteit. Voor deze herinrichting wordt o.a. gekeken naar de verdeling van verhardingen en groen in de wijk. Ook kabels en leidingen en riolering maken onderdeel van de verbetering alsmede de aanleg van bovengrondse waterbergingssystemen in de vorm van wadi’s.

1.1

Aanleiding In Meerwijk staan in de huidige situatie op diverse locaties bomen als onderdeel van de buitenruimte. De voorgenomen herinrichting heeft grote invloed op het huidige bomenbestand. In opdracht van de gemeente Haarlem is bij alle bomen in de openbare ruimte binnen het projectgebied een Boom Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Voor deze BEA zijn de bomen visueel gekeurd (BVC) en is een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten van de voorgenomen werkzaamheden op deze bomen. De BEA geeft antwoord op de vraag of de bomen in het perspectief van de voorgenomen werkzaamheden in hun huidige verschijningsvorm en op deze standplaats, duurzaam behouden kunnen blijven. Voor de bomen binnen het projectgebied is tevens beoordeeld of deze redelijkerwijs verplant/verplaatst kunnen worden waarbij duurzaam boombehoud het uitgangspunt is.

1.2

Beschikbare informatie Voor deze BEA is gebruik gemaakt van verschillende informatiebronnen. Dit zijn: • Definitieve Ontwerp V101; In het ontwerp staat de voorgenomen herinrichting aangegeven. Het gaat onder andere om de herinrichting van wegen, trottoirs, parkeervakken, groenvakken en wadi’s. • Definitief Ontwerp (bijlage 1) • Ontwerpnota: 20220906-413188210-Ontwerpnota DO IVORIM fase A - voorkant (haarlem.nl) • Kabels en leidingen; Bestaande kabels en leidingen o.b.v. de KLIC en nieuwe riolering voor een deel van het projectgebied; • Boom Veiligheid Controle (BVC) van firma Groenadvies. Firma Groenadvies heeft aangegeven in januari 2021 een BVC te hebben uitgevoerd.

Blad 1 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

1.3

Aanvullende informatie Op basis van de ter beschikking gestelde informatie heeft nader onderzoek plaatsgevonden. De BVC informatie is gecontroleerd en aangevuld met een aantal onderwerpen. Het betreft: • Boomhoogte in meters; • Kroondiameter in meters; • Verplantbaarheid; • Opkroonhoogte; • Percentage kroonuitval. Deze aanvullende informatie is verzameld om gerichtere uitspraken te doen over de verschillende waarden van bomen op het gebied van ecosysteemdiensten.

1.4

Projectgebied Het projectgebied is gelegen in de gemeente Haarlem binnen de wijk Meerwijk (zie figuur 1.0). Meerwijk is een praktijk voorbeeld van een jaren ’70 woonwijk. De wijk is ruim opgezet met centraal gelegen grote groenpercelen. Het overige groen komt voor als lintvorm langs doorgaande wegen en als individuele bomen in de bestrating van trottoirs. Verder bestaat de wijk uit een afwisseling van hoogbouw (flats) en laagbouw (eengezinswoningen met tuinen). Ook zijn enkele kleine ondernemingen in de wijkgevestigd. Dit betreffen onder andere een supermarkt, tandartspraktijk, bloemenwinkel en een buurtcentrum. De uitvoering van de herinrichting vindt in verschillende fasen plaats. Deze BEA heeft betrekking op fase A van het project IVORIM. Dit deel van Meerwijk bevat 13 buurten. De buurten Noord (3 stuks) en Centrum (3 stuks) vallen binnen fase A. Het deelgebied met doorgaande wegen valt niet tot de scope van deze BEA.

Blad 2 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

Figuur 1.0. Globale ligging van het projectgebied in Haarlem (rode kader). Bron achtergrond: PDOK Viewer.

1.4.1

Deelgebieden Deze BEA heeft betrekking op een deel van Meerwijk. Gezien de omvang van het projectgebied is het projectgebied opgedeeld in 2 deelgebieden. Deze deelgebieden vallen binnen de buurten zoals aangeven in paragraaf 1.3. Het betreft de volgende deelgebieden: 1. Noord a. Spoelderstraat; b. Jan Ligthartstraat; c. Montessoristraat; 2. Centrum a. Baden Powellstraat; b. William Boothstraat; c. Hugo de Grootstraat. De deelgebieden die behoren tot de buurt Rand en Wegen, behoren niet het projectgebied van deze BEA. In de onderstaande tekeningen zijn de twee deelgebieden die wel tot het projectgebied behoren met projectgrens aangegeven.

Blad 3 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

Figuur 1.1. Ligging van de verschillende deelgebieden. De rode stippellijn geeft deelgebied Noord weer.

Figuur 1.2. Ligging van de verschillende deelgebieden. De groene stippellijn geeft deelgebied Centrum Baden-Powellstraat weer.

Blad 4 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

Figuur 1.3. Ligging van de verschillende deelgebieden. De groene stippellijn geeft deelgebied Centrum William Boothstraat weer.

Figuur 1.4. Ligging van het deelgebied Centrum Hugo de Grootstraat (groene stippellijn).

Blad 5 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

2

Onderzoeksmethode Voor het uitvoeren van de BEA en verplantbaarheidsonderzoek zijn drie werkstappen doorlopen, te weten: 1. bureaustudie; 2. visuele boomcontrole; 3. groeiplaatsonderzoek.

2.1

Bureaustudie De bureaustudie bestaat uit documentatieonderzoek naar de status van de bomen binnen de gemeente Haarlem. Er wordt antwoord gegeven op de vraag of voor de onderzochte bomen een omgevingsvergunning noodzakelijk is indien de bomen verwijderd worden. Tevens wordt specifieke projectinformatie verzameld zoals de beoogde werkzaamheden en eigendomssituaties.

2.2

Visuele boomcontrole Alle bomen binnen het projectgebied waren volgens opgave voorafgaande aan deze BEA door een extern bureau geïnventariseerd en visueel gekeurd. Echter na controle van deze gegevens is gebleken dat de aangeleverde gegevens niet klopte of onvolledig waren. Hierdoor zijn alle bomen die binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden staan opnieuw beoordeeld volgens de richtlijnen Boomveiligheidsregistratie 2018. Deze richtlijnen zijn te raadplegen in het Handboek bomen 2018, H10 Visuele boomveiligheidscontrole (BVC) en kent onder andere de volgende stappen in de procedure: • algemene gegevens zoals datum controle, naam controleur en boomnummer; • opnemen boomsoort, stamdiameter op 130 cm boven het maaiveld (dbh), boomhoogte en kroondiameter (straal); • bepalen conditie en toekomstverwachting van de boom in de huidige situatie; • resultaten visuele boomcontrole zoals afwijkingen en/of gebreken; • indeling boomveiligheidscategorie zoals boom zonder (noemenswaardige) gebreken, attentieboom of risicoboom. Bij deze keuringsmethode worden bomen individueel bekeken en beoordeeld. Hierbij wordt onder andere gelet op de kroonopbouw en de kwaliteit van de stam(voet). De nadruk van deze inspectie ligt bij het opsporen van signalen die duiden op verstoringen van de balans binnen de boom.

Blad 6 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

Op basis van de visuele kenmerken wordt de conditie van de boom als goed, redelijk, matig of slecht beoordeeld. Hierbij is de indeling als volgt verklaard. Goed Redelijk

Matig

Slecht

De boom toont een goede toename van de biomassa. De blad/knopbezetting en takscheutlengte zijn als goed beoordeeld voor de betreffende soort. De boom vertoont een verminderde toename van de biomassa. De blad/knopbezetting en de takscheutlengte is minder dan van de soort verwacht mag worden. De boom functioneert wel naar behoren. De boom vertoont geen tot nauwelijks toename van de biomassa. De blad/knopbezetting blijft sterk achter met wat van de soort verwacht mag worden. Er is nauwelijks nog sprake van lengte groei van de takscheuten. De biomassa van de boom neemt sterk af. In de kroon is veel dood hout aanwezig en kroondelen en/of de top zijn afgestorven. De boom heeft geen of nauwelijks vermogen tot herstel.

Tevens wordt een inschatting gemaakt van de toekomstverwachting van de boom in de huidige situatie. De indexering hiervan is als volgt. Indexering toekomstverwachting Slecht <5 jaar Matig 5-10 jaar Redelijk Goed

2.3

10-20 jaar >20 jaar

Groeiplaatsonderzoek De groeiplaatsen zijn door middel van een representatief aantal profielsleuven en grondboringen onderzocht en omvatten de volgende facetten: • het vaststellen van de samenstelling en samenhang van de bodem; • het vaststellen van het bewortelingspatroon van de bomen; • het vaststellen van de grondwaterstand.

Blad 7 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

Figuur 2.0. groeiplaatsonderzoek bij één van de bomen binnen het projectgebied.

2.3.1

Richtlijnen wortelschade Bij werkzaamheden rondom bomen kan makkelijk schade aan de boom ontstaan. Deze schade kan bestaan uit bovengrondse schade door bijvoorbeeld aanrijschade of ophoging van het maaiveld. Ook ondergrondse schade is een veel voorkomend probleem bij werkzaamheden rondom bomen. Ondergrondse schade kan bestaan uit de beschadiging van wortels maar ook uit verstoring van de bodemstructuur. Beschadiging van wortels en/of de bodemstructuur is in het algemeen de hoofdoorzaak van het voortijdig uitvallen van bomen binnen de bebouwde kom. Deze schade wordt vaak pas na jaren zichtbaar. Onderverdeling wortelschade Opname-beworteling: • Fijne beworteling die zorgt voor de opname van water met nutriënten. Deze beworteling bevindt zich hoofdzakelijk aan de buitenste zone van het wortelgestel. Het verwijderen van deze beworteling kan voor een (tijdelijke) terugval in conditie zorgen. Fijne beworteling draagt tevens bij aan de stabiliteit van een boom. Door verwijdering van fijne beworteling kan de stabiliteit afnemen.

Blad 8 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

Stabiliteits-beworteling: • Dikkere beworteling die voor de stabiliteit van de boom zorgt. Deze beworteling bevindt zich in de zone direct rond de stamvoet. Deze zone heeft theoretisch een straal van ca. 5 maal de stamdiameter (dbh). Schade aan stabiliteits-beworteling kan de stabiliteit en daarmee de veiligheid van de directe omgeving van de boom in gevaar brengen (kans op windworp). Verder kan schade aan deze beworteling leiden tot conditieverval en vormt het een ingangspoort voor hout-parasitaire schimmels. Totale wortelschade De optelsom van de verwijderde/beschadigde beworteling geeft een beeld van de wortelschade ten opzichten van het totale wortelvolume. Percentage wortelschade ten opzichte van het totale wortelvolume Wortelschade <20% Wortelschade tussen 20% en 40% Wortelschade >40%

Indicatie van de lange termijn gevolgen voor de boom Boom kan behouden blijven Risicogebied Boom kan niet duurzaam behouden blijven

Het risicogebied Indien de totale wortelschade tussen de 20 en 40% (risicogebied) ligt, is er een individuele beoordeling van de schade nodig om vast te stellen wat de overlevingskans voor de betreffende boom is. De vragen en richtlijnen hierbij zijn als volgt: • Historie van de boom: hebben er eerder werkzaamheden plaatsgevonden? Is er nog iets bekend/onderzocht over de toegebrachte schade bij de eerdere werkzaamheden? • De boomsoort: wat is de uiteindelijke boomgrootte en kroonvorm? Hoe sterk is de houtkwaliteit en hoe goed grendelt de boom verwondingen af? Wat is het natuurlijke bewortelingspatroon van de boom? • De groeiplaats van de boom: wat is de grondsoort? Hoe is de indringingsweerstand van de bodem? Op welke diepte bevindt zich de grondwaterspiegel? • De locatie van de boom: betreft het een vrijstaande of een beschut staande boom? Hoe staat de boom georiënteerd op de overheersende windrichting bij storm (in Nederland zuidwest en in mindere mate noordwest)? • De locatie van de te verwijderen beworteling: bevinden de te verwijderen wortels zich aan de zijde met de hoogste windbelasting van de boom waar zich normaal gesproken de trekwortels bevinden die tijdens piekbelasting de stabiliteit moeten garanderen? • Wat is de afstand van de te verwijderen beworteling tot de stamvoet van de boom? • Kan de windvang van de boom worden beperkt door middel van uitdunsnoei of

eventueel door kroonreductie?

Blad 9 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

Berekening wortelschade In principe worden er twee rekenmodellen voor het bepalen van wortelschade gehanteerd: • De eerste methode is het tellen van het aantal wortelaanzetten, waarbij het deel aan beschadigde wortelaanlopen een indicatie geeft van de toegebrachte schade. Bijvoorbeeld: een boom met vijf wortelaanzetten waarvan er twee zijn of worden beschadigd geeft een globale schade van 2 : 5 = 40 %. • Een meer verfijnde methode is het berekenen van de oppervlakte van de groeiplaats, waarbij de kroonprojectie de spreiding van het wortelgestel aangeeft. Hiernaast is schematische de kroonprojectie van een boom in een natuurlijke situatie weergegeven. De locatie van de beworteling, het bewortelingspatroon en diepte van de graafwerkzaamheden zijn de variabelen in deze berekening en moeten door de onderzoeker worden geïnterpreteerd. De eerste methode richt zich vooral op de stabiliteit van de boom. De tweede methode wordt veelal gebruikt om het percentage aan opnamebeworteling in kaart te brengen. In de onderliggende rapportage is de tweede methode gebruikt.

2.3.2

Verplantbaarheid In tegenstelling tot bomen van een kwekerij die een wortelgestel hebben dat gekweekt is voor verplanten, hebben bomen in de stad vaak een uitgebreid wortelgestel. Verplanten is voor deze bomen erg ingrijpend, omdat niet de gehele wortelkluit verplant kan worden. Bomen worden dan ook alleen verplant als ingeschat wordt dat de bomen het overleven en de toekomstverwachting op lange termijn niet in gevaar wordt gebracht. Het betreft hier veelal jonge tot halfwas bomen (stamdiameter tot 20 cm). Verplanten is een goede mogelijkheid om zuinig en respectvol met bomen om te gaan. Vellen is in principe kapitaalvernietiging. Technisch is veel mogelijk. Bij een goede voorbereiding slaagt 90-100% van de verplantingen. Hieraan zijn echter wel een aantal randvoorwaarden gekoppeld.

Blad 10 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

Basis richtlijn voor verplanting (de volgende klassen zijn gemaakt op basis van ervaring): • •

•

Stamdiameter op borsthoogte (dbh) kleiner dan 20 cm: de boom kan relatief eenvoudig verplant worden. Dbh groter dan 20 en kleiner dan 50 cm: de boom kan verplant worden nadat er op individuele basis is vastgesteld dat dit mogelijk is. Er geldt geen algemeen beeld voor deze klasse. Dbh groter dan 50 cm: de boom kan redelijkerwijs niet meer verplant worden.

Voornamelijk bij grote (oude) bomen dient de volgende kanttekening te worden geplaatst. Technisch gezien zijn alle bomen verplantbaar, echter het risico op vervroegde uitval en de kosten van het verplanten zijn zo hoog dat het verplanten niet als een reële optie wordt gezien. Bij oude bomen spelen bovendien de boomsoort, de toekomstverwachting en de vitaliteit van de boom (het vermogen om te reageren op veranderingen zoals het verplanten) een grote rol. Veelal is het reactievermogen van oude bomen traag. Hiernaast is de (noodzakelijk) toegebrachte wortel- en kroonschade bij de verplanting van grote oude bomen zwaarder en de verstoring van de directe groeiplaats van de boom ingrijpender. Naast de basis richtlijn zal er aan de volgende randvoorwaarden moeten worden voldaan om een verplanting succesvol uit te kunnen voeren. •

•

• • • • •

• •

De te verplanten bomen dienen minimaal een redelijke conditie en een redelijke toekomstverwachting te hebben, want de bomen moeten na beschadiging in staat zijn nieuwe groei te genereren en de verwondingen goed af kunnen grendelen. De wortelkluit dient rond gegraven te worden om intensieve wortelgroei binnen de te verplanten kluitdiameter te stimuleren. De voorbereidingstijd dient minimaal 1 en bij voorkeur 3 groeiseizoenen te bedragen. De afmetingen van de te verplanten wortelkluit dient 8x (tot 10x) de stamdiameter op borsthoogte te bedragen bij een bewortelingsdiepte van circa 100 cm. Er mogen geen kabels en leidingen binnen de contouren van de te verplanten kluit en voorbereidende werkzaamheden liggen. De te verplanten boom dient redelijk centraal in de te verplanten kluit te staan (minimaal 4x de stamdiameter naar alle zijden tot de rand van de kluit). Boven- en ondergronds moet er voldoende werkruimte zijn om de verplanting mogelijk te maken. Er moet een geschikt depot zijn om de bomen gedurende de werkzaamheden op een verantwoorde manier op te slaan. Bij voorkeur wordt de boom direct naar zijn nieuwe standplaats verplaatst. Er moet een veilige transportroute naar en van het opslagdepot zijn. Bruggen, lantaarnpalen, verkeerslichten e.d. kunnen obstakels vormen. De uiteindelijke boomgrootte en kroonvorm moeten passen op de nieuwe locatie.

Blad 11 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

Voor het verplanten rijzen de volgende vragen omtrent de huidige situatie van de te verplanten bomen. Indien het antwoord op één van de volgende vragen van invloed is op het slagen van de verplanting, zal dit worden meegenomen in de overweging de betreffende bomen te verplanten. • • • • • • •

Wat is het natuurlijke bewortelingspatroon van de boom? Wat is de omvang en de diepte van de wortelkluit? Wat is de grondsoort en de onderlinge samenhang van de bodemdeeltjes? Hoe groot is de indringingsweerstand van de bodem? Op welke diepte bevindt zich de grondwaterspiegel? Betreft het een vrijstaande of een beschut staande boom? Hoe staat de boom georiënteerd op de overheersende windrichting bij storm (in Nederland zuidwest en in mindere mate noordwest)?

Deze randvoorwaarden worden gezien als eerste basis regels voor een indicatie voor het toekennen van de classificatie “verplantbaarheid”.

Blad 12 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

3

Onderzoeksresultaten

3.1

Bureaustudie Een bureaustudie is een vast onderdeel van de BEA. Tijdens dit onderdeel van het onderzoek worden de betreffende bomen getoetst op de geldende beleidsdocumenten en wet- en regelgeving van zowel de gemeente als de provinciale- als rijksoverheid. Zo heeft elke gemeente eigen boombeleidsdocumenten, een Algemene Plaatselijke Verordening of een lijst met beschermende bomen of boomstructuren.

3.1.1

Eigendom Alle onderzochte bomen zijn eigendom van de gemeente Haarlem.

3.1.2

Bomenverordening Haarlem 2021 Alle bomen met een stamdiameter van 16 centimeter of meer (omtrek van 50 cm), gemeten op 130 centimeter boven het maaiveld, zijn vergunning plichtig binnen de gemeente Haarlem. Verwijderen van deze bomen dient te worden gecompenseerd door middel van herplant, tenzij zwaarwegende argumenten zich daartegen verzetten. Hier zijn een aantal uitzonderingen op van kracht. Deze worden weergeven in bijlage 5. Tevens hanteert de gemeente Haarlem lijsten met monumentale bomen, waardevolle bomen en beschermwaardige houtopstanden. Onder beschermwaardige houtopstanden worden bomen verstaan die onderdeel uitmaken van de hoofdboomstructuur. Voor de bomen die op deze lijsten staan is ongeacht de stamdiameter een vergunning noodzakelijk om deze te mogen verwijderen. Binnen het projectgebied zijn geen monumentale of waardevolle bomen aanwezig.

Figuur 3.0. Uitsnede van de kaart met de monumentale en waardevolle bomen van Haarlem. Het projectgebied ligt binnen het rode kader. Bron: gemeente Haarlem.

Blad 13 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

3.1.3

Structuurvisie Openbare ruimte – Haarlem 2040, Groen en bereikbaar -

Figuur 3.1. Uitsnede van de kaart met bomenstructuren van Haarlem. Het rode kader geeft het onderzoeksgebied weer. Bron: gemeente Haarlem.

3.1.4

Herinrichting Meerwijk is gebouwd in de jaren 70 van de vorige eeuw. Vijftig jaar na dato is de wijk toe aan een renovatie. In dit kader heeft de gemeente Haarlem zichzelf uitgedaagd. In een tijd waarin de klimatologische omstandigheden dramatischer worden met forse regenbuien en lange periodes van droogte, wordt een andere inrichting van de buitenruimte gevraagd dan 50 jaar geleden. De ambitie is om de wijk te transformeren naar een wijk die klimaat adaptief, duurzaam en toekomstbestendig is. Het groen vormt hierin een belangrijke schakel. Zo is in de structuurvisie 2040 de ambitie uitgesproken dat bomen die in de hoofstructuur staan minimaal 80 jaar oud moeten kunnen worden.

Blad 14 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

Voor het projectgebied is een Definitief Ontwerp (DO) opgemaakt. Het DO bevat een uitwerking op gebied van verhardingen, kabels en leidingen, openbare verlichting, water én beplanting. Het DO is opgenomen als bijlage 1 van deze rapportage. Op het gebied van Beplanting richt het DO zich voornamelijk op het creëren van kwalitatief goede groeiplaatsen. In het kader van o.a. hittestress, waterberging, gezonde lucht en biodiversiteit is een gezond bomenbestand van essentieel belang. Een duurzame bomenbestand kan alleen plaatsvinden als de groeiplaatsomstandigheden optimaal zijn. Voldoende boven- en ondergrondse groeiruimte en een juiste water-, zuurstof- en nutriëntenhuishouding is nodig om een boom uit te laten groeien tot volle wasdom. Het complexe aan de voorgenomen transformatie van de wijk is dat in het gebied bestaande bomen staan. Op het DO is zichtbaar dat aan de hand van het ontwerp een deel van de houtopstand op voorhand verwijderd zal worden. Het uitgangspunt is om een deel van het huidige bomenbestand te behouden en in het nieuwe ontwerp op te nemen. Deze BEA is bedoeld om inzicht te geven of de kwaliteit van de te behouden bomen voldoende is om duurzaam te behouden en conform het DO ingepast kunnen worden in de nieuwe situatie.

In deze BEA wordt gekeken naar de bomen die niet behouden kunnen blijven op het gebied van conditie, eventuele verplantbaarheid of kleinschalige aanpassing van het DO. Door de bestaande bomen te spiegelen aan de voorgenomen werkzaamheden wordt dergelijk inzicht verkregen. In deze BEA is met de volgende werkzaamheden/herinrichting rekening gehouden: • Wijziging van wegen, trottoirs en parkeervakken; Binnen het projectgebied vinden grootschalige wijzigingen plaats wat betreft de civiele inrichting van Meerwijk. De rijweg blijft binnen de hoofd- en wijkstructuur op de huidig plaats liggen maar verandert binnen de buurten soms op een behoorlijke schaal. Het komt voor dat de nieuwe rijweg op de locatie van het huidige trottoir komt te liggen. Hierdoor kunnen bomen niet worden behouden. Deze wijziging van de inrichting is ingezet om aan de andere zijde van de weg ruimte te creëren vol een volwaardige groeninrichting zoals grasveld met bomen, beplanting en wadi’s. •

Omvorming van trottoirs met bomen naar plantvakken met bomen; Bomen groeien doorgaans niet goed in verharding. Voor bomen is de situatie beter als het een open grond, beplanting of gras situatie betreft. Voor een optimale groei zijn voldoende zuurstof, nutriënten en water nodig maar ook voldoende boven- en ondergrondse groeiruimte. In de verharding zijn deze factoren onvoldoende aanwezig. In de straten van Meerwijk staan in de huidige situatie veel bomen in de verharding. Deze bomen zijn vaak van een slechte of matige kwaliteit. In het kader van duurzaamheid, klimaatadaptatie en beleving is een gezond bomenbestand waarin bomen optimaal kunnen groeien van essentieel belang. Bij het opstellen van het DO is gekozen om tussen trottoirs en rijwegen plantvakken te realiseren waarin bomen optimaal kunnen groeien en functioneren. Het DO gaat in een aantal gevallen uit van het integreren van bestaande bomen binnen deze plantvakken. De beoogde afstand tussen de bomen en het plaatsen van opsluitbanden voor het maken van deze plantvakken, is een belangrijk onderwerp waarnaar gekeken wordt in deze BEA.

•

Aanleg van wadi’s voor tijdelijke waterberging, infiltratie en vasthouden van hemelwater.

Blad 15 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

In een tijd waar steeds meer piekbuien en lange periodes van droogte voorkomen is de behoefte aan (tijdelijke) waterberging groot. Om overlast te beperken is verspreid over het projectgebied gekozen om wadi’s aan te leggen. Wadi’s zijn verlagingen in het maaiveld. Bij hevige regenval stroomt water naar deze verlagingen en wordt tijdelijk vastgehouden. Het water zakt na maximaal 2 etmalen weer weg waarna de wadi droogvalt. De wadi’s krijgen een groene aankleding met extensief onderhouden gras, bosschages of bomen. In het DO is zichtbaar dat wadi’s op locaties komen te liggen waar in de huidige situatie bomen staan. De afstand tussen het te ontgraven maaiveld en de bomen is voor deze BEA het belangrijkste aspect om te toetsen.

3.2

Visuele boomveiligheidscontrole (BVC) Bij alle bomen die zich binnen het projectgebied in Haarlem bevinden is een visuele boom veiligheidscontrole (BVC) uitgevoerd. In totaal zijn 783 bomen gekeurd, waarvan 415 bomen binnen fase A vallen. De individuele gegevens van deze bomen zijn opgenomen als bijlage 2 van deze rapportage.

3.2.1

Conditie huidig bomenbestand De conditie van de bestaande bomen loopt sterk uiteen. De bomen met een slechte conditie (levensverwachting <10 jaar) zijn weergegeven op het DO met de kleur blauw. Conditie Totaal Goed Redelijk Matig Slecht Dood Verwijderd*

Aantal Noord 243 46 116 64 11 3 3

Aantal Centrum 172 30 67 61 13 1

Percentage (%) Noord

Percentage (%) Centrum

19% 48% 26% 4% 1%

17% 39% 35% 7% <1%

Uit bovenstaande blijkt dat binnen de twee deelgebieden 384 bomen een goede, redelijke of matige conditie hebben. Met uitzondering van 3 bomen met een matige conditie hebben al deze bomen een levensverwachting van 5 jaar of langer. Drie van deze bomen hebben een levensverwachting van <5 jaar. De bomen met een slechte conditie hebben allemaal een levensverwachting van minder dan 10 jaar. In het projectgebied staan 4 dode bomen (opname voorjaar 2021). Daarnaast zijn 3 stobben met stam tot maximaal 1,0 meter boven maaiveld aangetroffen. Deze zijn in de tabel aangegeven als “verwijderd”.

Blad 16 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

Voor bomen met een slechte conditie geldt dat deze weinig tot geen vermogen hebben om te herstellen. Het treffen van maatregelen zoals groeiplaatsverbetering zal nauwelijks effect hebben op de conditie en levensverwachting. Essentaksterfte In het projectgebied staan een aantal essen. Bij de veel van deze essen is dood hout in de kroon waargenomen. Bij een aantal essen is sprake van afsterven van kroondelen van de boom. Dit wordt in veel gevallen veroorzaakt door essentaksterfte. Essentaksterfte is een schimmelaantasting die in heel Nederland voorkomt en zorgt voor conditieverval bij essen. Vooral jonge en halfwas bomen sterven na enkele jaren.

3.2.2

Veiligheid bomenbestand Uit de visuele keuring blijkt dat binnen de twee deelgebieden de veiligheidssituatie als volgt is beoordeeld: Veiligheidscategorie Geen noemenswaardige gebreken Attentieboom Risicoboom

Aantal Noord 217

Aantal Centrum 150

Percentage (%) Noord 89%

Percentage (%) Centrum 87%

23 3

17 5

10% 1%

10% 3%

Attentiebomen:

Bij deze bomen is visueel een gebrek geconstateerd dat op termijn tot een veiligheidsrisico kan leiden. Het aangetroffen gebrek is echter niet van dien aard dat nader technisch onderzoek noodzakelijk is of dat deze bomen verwijderd dienen te worden. Wel dienen deze bomen jaarlijkse visuele gecontroleerd te worden.

Risicoboom:

Bij deze bomen is visueel een dermate ernstig gebrek geconstateerd dat een nader technisch onderzoek noodzakelijk is om het risico voor de omgeving te bepalen. Of bij deze bomen is visueel een dermate ernstig gebrek geconstateerd dat een gevaar voor de omgeving aanwezig is. Dit gebrek bestaat vaak uit zwaar dood hout en/of breukgevaarlijke takken. Dit gevaar kan door een maatregel (snoeien) weggenomen worden.

Voor de individuele boomgegevens zie bijlage 2 en 3.

Blad 17 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

3.2.3

Sortiment Het bomenbestand binnen de twee deelgebieden is onderverdeeld in 25 verschillende geslachten. De geslachten die het meest voorkomen zijn esdoorn, sierkers en sierpeer. De verdeling van aantallen tussen de sortimenten is ongelijkmatig verdeeld. Zes geslachten vertegenwoordigen 73% van het bomenbestand. Op zich is dat niet vreemd omdat lanen en straten van oudsher met eenzelfde soort zijn aangeplant. Over het algemeen wordt het bomenbestand als matig divers beschouwd. Een hoge diversiteit aan soorten is belangrijk voor een gezonde houtopstand. In tabel 1 is een onderverdeling van soorten en aantallen zichtbaar. Geslacht Wetenschappelijke naam Acer Aesculus Alnus Amelanchier Betula Carpinus Catalpa Crataegus Elaeagnus Fagus Fraxinus Ginkgo Gleditsia Malus Platanus Populus Prunus Pterocarya Pyrus Quercus Robinia Salix Sorbus Tilia Ulmus

Geslacht Nederlandse naam Esdoorn Kastanje Els Krent Berk Haagbeuk Trompetboom Meidoorn Olijfwilg Beuk Es Japanse notenboom Valse christusdoorn Sierappel Plataan Populier Sierkers Vleugelnoot Sierpeer Eik Valse acacia Wilg Lijsterbes linde Iep

Aantal

Percentage

60 1 11 6 2 3 1 31 1 3 44 1 3 18 13 7 63 4 64 2 2 1 40 6 21

14% <1% 3% 1% <1% <1% <1% 7% <1% <1% 11% <1% <1% 4% 3% 2% 15% <1% 16% <1% <1% <1% 10% 1% 5%

Tabel 1. Overzicht van het geïnventariseerde en gekeurde bomenbestand binnen het onderzoeksgebied.

Blad 18 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

3.2.4

Verplantbaarheid Op basis van de uitgangspunten zoals beschreven in paragraaf 2.5 zijn binnen de twee deelgebieden 57 bomen als verplantbaar beoordeeld. Zoals aangegeven in paragraaf 2.5 moet de ondergrondse situatie eveneens optimaal zijn om een succesvolle verplanting mogelijk te maken. Van deze 56 verplantbare bomen vormen er 14 een conflict met het ontwerp.

3.3

Groeiplaatsonderzoek en verplantbaarheidsonderzoek In het kader van de BEA en het verplantbaarheidsonderzoek heeft naast de bovengrondse beoordeling een onderzoek plaatsgevonden naar de ondergrondse groeiplaatsen. Om de ondergrondse groeiplaatsen goed te kunnen beoordelen zijn binnen de deelgebieden profielsleuven gegraven en grondboringen uitgevoerd. Deze profielsleuven en grondboringen zijn op verschillende afstanden van de bomen uitgevoerd maar allemaal binnen de kroonprojectie van de betreffende bomen.

3.3.1

Deelgebied Noord Huidige situatie Deelgebied Noord uit bestaat uit verschillende woonblokken (rode contour in Figuur 3.2) met tussenliggende groenstructuren. In de woonblokken staan de bomen veelal in het trottoir langs de rijbanen. Het is een vaste structuur van bomen in verhardingen. De ruimte tussen de woonblokken bestaat overwegend uit gras en een meer gevarieerd bomenbestand.

Figuur 3.2. Globale ligging van deelgebied Noord.

Bovengrondse groeiplaats In de straten staan bomen binnen een vaste afstand van elkaar en staan in boomspiegels in de bestrating. De afstand tot de woningen is beperkt.

Blad 19 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

Figuur 3.3. Impressie van de bomen (sierperen) vs. woningen in de Spoelderstraat.

In de groene ruimtes staan de bomen in een wildverband en hebben doorgaans meer ruimte om uit te groeien tot volwassen bomen. Het sortiment is daar dan ook op afgestemd in het verleden.

Figuur 3.4. Foto met impressie van bomen in het gebied tussen de woonblokken.

Blad 20 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

Ondergrondse groeiplaats Op een aantal locaties zijn sleuven gegraven en boorprofielen uitgevoerd. De locaties van deze sleuven en profielen zijn gekozen op basis van de volgende uitgangspunten: • De voorgenomen insteek van een waditalud ligt dicht bij een boom; • De nieuwe bandenlijn is dicht bij een boom gepland; • De boom is bovengronds verplantbaar geacht. In tabel 2 zijn de bomen in deelgebied Noord aangegeven waar ondergronds onderzoek heeft plaatsgevonden met de aanleiding voor het ondergronds onderzoek. Deel gebied Noord

Boom nr 48

Soort

Dbh

Fagus sylvatica Atropunicea

25

Noord

63

Fagus sylvatica Atropunicea

25

Noord

64

Pterocarya fraxinifolia

Noord

79

Fagus sylvatica Atropunicea

Noord

84

Noord Noord

Conditie

Reden onderzoek

Goed

Stand plaats gras

Goed

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

35

Redelijk

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

30

Goed

gras

wadi

Malus toringo

30

Goed

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

90

Aesculus octandra

45

Goed

gras

wadi

93

Platanus acerifolia

74

Goed

gras

wadi

Noord

94

Platanus acerifolia

45

Redelijk

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

Noord

112

Alnus spaethii

45

Goed

gras

wadi

Noord

146

Malus toringo

25

Redelijk

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

Noord

151

Prunus serrulata Kanzan

25

Redelijk

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

Noord

152

Alnus spaethii

40

Redelijk

gras

wadi

Noord

153

Prunus incisa

25

Goed

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

Noord

155

Prunus incisa

20

Redelijk

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

Noord

168

Platanus acerifolia

25

Goed

gras

wadi

Noord

171

Acer pseudoplatanus Erectum

25

Redelijk

gras

wadi

Noord

177

Acer pseudoplatanus

20

Goed

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

Noord

186

Prunus subhirtella Autumnalis

20

Goed

gras

wadi

Noord

225

Platanus acerifolia

65

Goed

gras

wadi

Noord

235

Platanus acerifolia

74

Goed

gras

wadi

Noord

238

Pyrus calleryana Chanticleer

10

Redelijk

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

Noord

244

Crataegus altaica

20

Redelijk

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

Noord

252

Pyrus calleryana Chanticleer

10

Redelijk

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

Noord

295

Fraxinus excelsior

25

Redelijk

gras

wadi

Noord

296

Acer campestre

20

Goed

gras

wadi

Noord

297

Fraxinus excelsior

18

Matig

gras

wadi

Noord

310

Acer pseudoplatanus

20

Matig

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

wadi

Tabel 2; overzicht van bomen waar ondergronds onderzoek heeft plaatsgevonden (profielsleuf of boring).

Blad 21 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

Resultaten ondergrondse groeiplaatsonderzoek Binnen deelgebied Noord geldt voor alle groeiplaatsen dat ze vrijwel geheel zijn opgebouwd uit zand. In de profielen is vrijwel geen grond (teelaarde, klei, veen) aangetroffen. In de tussenliggende gebieden met gras is de bovenste laag tot 50 cm minus maaiveld nog enigszins humeus met soms een leeflaag (meer grond dan zand). In de straten staan de bomen in veel gevallen in humusloos zand. Dit geldt zeker voor de bomen die al enkel decennia staan. Bij jongere bomen is soms de overstap naar bomenzand zichtbaar. Echter, de hoeveelheid toegepaste bomenzand is gering. Dit alles resulteert in de meeste gevallen in een matig ontwikkelde wortelkluit. In zowel de groeiplaatsen die in de verharding als in het gras zijn gesitueerd is beworteling aanwezig tot ca. 50 cm onder maaiveld. Daaronder is extensieve of incidentele beworteling aanwezig. Door het ontbreken van humusrijke grond in de ondergrond heeft de beworteling zich breed en oppervlakkig ontwikkeld. In de straten is veelvuldig opdruk van verharding waargenomen. Op één locatie (boom 64) staat een Vleugelnoot in de verharding. Verharding is voor deze soort een zeer ongeschikt groeiplaats in verband met het oppervlakkige wortelgestel en de vele worteluitlopers.

Opvallend is dat uit de aangeleverde boomgegevens blijkt dat veel bomen al sinds de ontwikkeling van de wijk in de jaren 70 aanwezig zijn terwijl ze een kleine stamdiameter hebben (10-15 cm). Dit kan verklaard worden door het gebrek aan vocht en nutriënten. De bomen hebben zich onder zeer matige omstandigheden moeten handhaven. In bijlage 4 zijn schematisch een aantal boringen en proefsleuven weergegeven die genomen zijn in deelgebied Noord. Uit de bodemprofielen blijkt dat de beworteling vooral in de bovenste lagen van de bodem aanwezig is. De bodemprofielen in het gras zijn nagenoeg homogeen en bestaan uit humusloos of humusarm zand met soms een dunne laag matig humeuszand. De bodemprofielen in de bestrating (trottoirs) bestaat uit humusarm zand met op een enkele locatie een klein beetje bomenzand. Zichtbaar is hier dat bij het bomenzand de beworteling direct intensiever is dan op locaties waar dit niet is toegepast. Verplantbaarheid Gezien de zandige bodemopbouw en de ondiepe/ brede wortelontwikkeling worden vrijwel alle bomen niet verplantbaar geacht. Voor een succesvolle verplanting is een compacte kluit nodig met een goed evenwicht tussen de bovengrondse en ondergrondse delen.

Hooguit de kleinere bomen tot stamdiameter van 15 cm die in de afgelopen 10 jaar zijn aangeplant (verwachting is dat bomenzand is toegepast) kunnen mogelijk met voorbereidingstijd en speciale “verplantschep” worden verplant naar een locatie in de nabije omgeving.

Blad 22 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

3.3.2

Deelgebied Centrum Huidige situatie Deelgebied Centrum bestaat eveneens uit drie woonblokken (rode contouren in Figuur 3.5 en 3.6) met bomen in de straten. Het is een vaste structuur van bomen die in de verharding staan.

Figuur 3.5. Globale ligging van deelgebied Centrum met twee van de drie woonbuurten.

Blad 23 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

Figuur 3.6. Globale ligging van deelgebied Centrum met één van de drie woonbuurten.

Bovengrondse groeiplaats In de straten staan bomen op een vaste afstand van elkaar in kleine boomspiegels. De afstand tot de woningen is groter dan in deelgebied Noord. De woonblokken worden van elkaar gescheiden door een groene zone (groene contour) en de Albert Schweitzerlaan. De toegangswegen naar en van de woonblokken komen allemaal uit op de Braillelaan. Ondergrondse groeiplaats Op een aantal locaties zijn sleuven gegraven en boorprofielen uitgevoerd. De locaties van deze sleuven en profielen zijn gekozen op basis van de volgende uitgangspunten: • De nieuwe bandenlijn is dicht bij een boom gepland; • De boom is aan de hand van bovengrondse kenmerken verplantbaar geacht. In tabel 3 zijn de bomen in deelgebied Centrum aangegeven met de aanleiding voor ondergronds onderzoek.

Blad 24 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

Deel gebied

Boom nr

Soort

Dbh

Conditie

Stand plaats

Reden onderzoek

Centrum

411

Pyrus calleryana Chanticleer

25

Redelijk

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

Centrum

435

Pyrus calleryana Chanticleer

20

Redelijk

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

Centrum

445

Sorbus thuringiaca Fastigiata

25

Redelijk

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

Centrum

462

18

Redelijk

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

Centrum

545

Fraxinus angustifolia Monophylla Ulmus hollandica Groeneveld

45

Redelijk

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

Centrum

552

Pyrus calleryana Chanticleer

25

Redelijk

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

Centrum

582

Ulmus hollandica Groeneveld

60

Redelijk

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

Centrum

736

Sorbus latifolia

30

Matig

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

Centrum

764

Sorbus latifolia

30

Redelijk

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

Centrum

765

Alnus glutinosa

15

Redelijk

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

Centrum

778

Sorbus latifolia

25

Matig

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

Centrum

799

Sorbus latifolia

18

Goed

verharding

kantopsluiting / bandenlijn

Tabel 3; overzicht van bomen waar ondergronds onderzoek heeft plaatsgevonden (sleuf of boring).

Resultaten ondergrondse groeiplaatsonderzoek Binnen deelgebied Centrum geldt voor alle standplaatsen dat ze vrijwel geheel zijn opgebouwd uit zand. In de profielen is vrijwel geen humus houdend groeimedium (>3% organische stof)) aangetroffen. In de straten staan de bomen in veel gevallen in humus loos zand. Dit geldt zeker voor de bomen die al enkel decennia staan. Dit resulteert in een wijdverspreide wortelkluit. Bij een aantal bomen is een matig humusrijke tussenlaag aangetroffen. Bij deze bomen is een intensief doorwortelde en compactere wortelkluit aangetroffen. Het blijft echter een zandige standplaats die als zeer matig is beoordeeld voor een duurzame ontwikkeling van de aanwezige bomen. In deelgebied Centrum zijn een aantal boringen en proefsleuven uitgevoerd. Als bijlage 4 zijn alle profielen per deelgebied opgenomen. In de profielen is zichtbaar dat de beworteling in deelgebied Centrum tot een grotere diepte wordt aangetroffen dan in deelgebied Noord. Tot ongeveer 1 meter beneden maaiveld is beworteling aangetroffen en in een aantal gevallen zelfs dieper. Dit heeft echter niet kunnen voorkomen dat bomen een wijdverspreid en oppervlakkig wortelgestel hebben ontwikkeld. Dat is zichtbaar in de verharding. De beworteling drukt op veel plaatsen de verharding omhoog.

Blad 25 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

Figuur 3.7. Voorbeeld van om hoog komende verharding door wortelgroei (zgn. wortelopdruk)

Verplantbaarheid Gezien de zandige bodemopbouw en het ondiepe wijdverspreide wortelgestel zijn veel van de bomen als niet verplantbaar beoordeeld. Voor een succesvolle verplanting is een compacte kluit met een goed evenwicht tussen de bovengrondse en ondergrondse delen noodzakelijk. Veelal zijn alleen de kleinere bomen met een stamdiameter tot 15 cm die in de afgelopen 10 jaar zijn aangeplant (verwachting is dat bij deze bomen bomenzand is toegepast) verplantbaar.

Blad 26 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

4

Conclusie en advies per deelgebied

4.1

Deelgebied Noord Huidige situatie In de huidige situatie staan de onderzochte bomen in de straten binnen deelgebied Noord over het algemeen in kleine boomspiegels in trottoirs. Het betreft veelal bomen van de tweede of derde grootte. Het betreft onder andere soorten als sierpeer, sierkers en sierappel. De binnen dit deelgebied aanwezige bomen van de eerste grootte staan in een aantal gevallen ook in kleine boomspiegels in trottoirs. Dit betreft soorten als beuk, gewone plataan en els. In de open groene ruimtes tussen de woonblokken staan veelal bomen van de eerste grootte. Deze hebben zowel boven- als ondergronds voldoende groeiruimte. In de straten zijn de huidige groeiplaatsen vooral ondergronds zeer beperkt van omvang en kwaliteit. Door deze slechte groeiplaatsomstandigheden zijn er problemen met opdrukkende verharding en slechte groei van de bomen. Bomen die in het gras of in een plantvak staan beschikken over een iets betere ondergrondse groeiplaats maar ook de samenstelling van het aanwezige groeimedium is hier minimaal voor bomen om tot wasdom uit te groeien. Conclusie met betrekking tot voorgenomen werkzaamheden Uit het DO blijkt dat de herprofilering van de straten in de wijken onder andere bestaat uit het realiseren van veelal eenrichtingsverkeer. Hierdoor ontstaat meer ruimte in de straten voor groen.

In de nieuwe situatie komen bomen veelal in lange aaneengesloten groenvakken te staan. Om dit mogelijk te maken worden bestaande opsluitbanden verplaatst of verwijderd. Soms wordt de rijbaan verlegd. In een aantal gevallen levert dit een conflict op met bestaande bomen en/of boomwortels. Voor het plaatsen van nieuwe opsluitbanden zal er tot minimaal 25 cm onder het huidige maaiveld gegraven moeten worden. Dit betekend voor een aantal bestaande bomen dat indien de werkzaamheden volgens het DO worden uitgevoerd meer dan 30% van het huidige wortelpakket beschadigd of verwijderd wordt of dat essentiële stabiliteitswortels verwijderd worden. Deze bomen kunnen mede door de matige kwaliteit van de huidige groeiplaatsen in dit geval niet duurzaam behouden blijven. In deelgebied Noord zijn knelpunten bij 65 bomen te verwachten in verband met de aan te leggen infrastructuur. In deze analyse zijn alleen de bomen met een goede, redelijke of matige conditie meegenomen omdat de bomen met een slechte conditie geen of nauwelijks nog herstellend vermogen meer hebben en zelfs bij minimale wortelschade of voortzetting van de huidige situatie binnen enkele jaren een conditiecategorie terug zullen vallen. Behoud van deze bomen is in dit geval zonde van de moeite en investeringen.

Ook dragen bomen met een slechte conditie nauwelijks bij aan ecosysteemdiensten zoals opslag CO2, zuurstof productie, water afvang, afvangen fijnstof en tegengaan hittestress. Om piekbuien en periode van droogte op te kunnen vangen worden in de huidige open ruimtes tussen de woonblokken wadi’s aangelegd. De wadi’s kunnen tijdens piekbuien het overtollige water tijdelijk bergen en vertraagd weer aan de ondergrond afstaan. In een aantal gevallen worden de wadi’s gegraven in de buurt van bestaande bomen. Door de matige kwaliteit van het aanwezige groeimedium voor bomen hebben de aanwezige bomen een oppervlakkig en wijdverspreid wortelgestel ontwikkeld. Graafwerkzaamheden in de buurt van deze bomen kan en zal tot aanzienlijke wortelschade leiden.

Blad 27 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

Wanneer de schade aan de beworteling meer dan 30% van het huidige volume aan beworteling bedraagt is duurzaam boombehoud niet mogelijk. In deelgebied Noord betreft dit 14 bomen. In deze analyse zijn alleen de bomen met een goede, redelijke of matige conditie meegenomen. Bomen met een slechte conditie en/of toekomstverwachting <10 jaar hebben geen of nauwelijks nog herstellend vermogen en zelfs bij minimale wortelschade of voortzetting van de huidige situatie zullen deze binnen enkele jaren een conditiecategorie terug vallen. Ook dragen bomen met een slechte conditie nauwelijks bij aan ecosysteemdiensten zoals opslag CO2, zuurstof productie, water afvang, afvangen fijnstof en tegengaan hittestress. De wadi’s zullen er tevens voor zorgen dat de grondwaterstand tijdelijk hoger komt dan in de huidige situatie. Door het oppervlakkige wortelgestel van de aanwezige bomen en het tijdelijke karakter van de grondwaterstijging zullen negatieve effecten hiervan nihil zijn. De bomen zullen in droge periodes wel profiteren wanneer water langer wordt vastgehouden. Verplantbaarheid In tabel 4.1 is onder andere het aantal bomen weergegeven die binnen deelgebied Noord als verplantbaar zijn beoordeeld en die een conflict met het ontwerp (DO) vormen. Echter staan op één na al deze bomen in de huidige situatie op of in de buurt van ondergrondse kabels en/of leidingen.

Hierdoor is machinaal verplanten (verplantmachine) van deze bomen niet mogelijk. Indien het wenselijk is deze bomen toch te verplanten zullen de ondergrondse werkzaamheden handmatig uitgevoerd dienen te worden. Per boom zal dan individueel beoordeeld dienen te worden of verplanten van de betreffende boom als realistisch wordt ingeschat. De verplantbare bomen en de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen wordt in tabel 4.1 weergegeven. Boomnr. (gemeente)

Boomnr. (BEA)

Deelgebied

Boomsoort

188232

35

Noord

618010

84

Noord

425982 425983 126619

121 132 258

Noord Noord Noord

Fagus sylvatica ‘Atropunicea’ Sorbus thuringiaca ‘Fastigiata’ Platanus acerifolia Platanus acerifolia Ulmus ‘Columella’

Kabels en/of leidingen nabij boom (handmatig werken) X

Geen ondergrondse obstakels (machinaal verplanten)

X X X X

Tabel 4.1. Overzicht verplantbare bomen deelgebied Noord die een conflict met het ontwerp vormen en de aanwezigheid van ondergrondse kabels en/of leidingen

Advies In de huidige situatie is de groeiplaats van de meeste bomen matig tot slecht. Vooral de bomen in de straten hebben een veel te kleine en kwalitatief slechte groeiplaats. Ook de samenstelling van het bomenbestand is vooral in de straten monotoon. Om de kwaliteit van de bomen voor de toekomst te waarborgen wordt geadviseerd om bomen met een slechte conditie en/of toekomstverwachting <10 jaar op voorhand te verwijderen zodat de nieuwe groeiplaats op deze locaties op- een voor bomen gunstige manier kan worden ingericht. Voor de bomen met een goede, redelijke of matige conditie met een levensverwachting van meer dan 10 jaar, zeker

Blad 28 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

wanneer dit bomen van de eerste grootte betreft, wordt geadviseerd om het ontwerp en de werkzaamheden zo aan te passen dat deze bomen behouden kunnen blijven. Puntsgewijs is het advies. ➢ Richt de nieuw te realiseren groeiplaatsen op een voor bomen gunstige manier in zodat bomen tot wasdom uit kunnen groeien. Dit betekend zowel boven- als ondergrondse voldoende groeiruimte van een goede kwaliteit. Deze eisen worden vastgelegd in een ontwerp/bestek. Op de uitvoering wordt toezicht gehouden door een ter zaken deskundige (ETT); ➢ Verwijder de bomen met een slechte conditie slechte conditie en/of toekomstverwachting <10 jaar op voorhand omdat deze geen of nauwelijks nog vermogen tot herstel hebben. Ook dragen deze bomen nauwelijks bij aan ecosysteemdiensten; ➢ Stel voor de uitvoeringsfase een werkplanbomen op voor de te behouden bomen. Dit werkplanbomen wordt opgesteld door een ter zaken deskundige (ETT); ➢ Stel voor de werkzaamheden rond bomen een toezichthouder bomen aan (ETT); ➢ Borg het behoud van de nieuwe boomstructuren in het beleid van de gemeente.

Blad 29 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

4.2

Deelgebied Centrum Huidige situatie In de huidige situatie staat een deel van de onderzochte bomen binnen deelgebied Centrum langs de straten. De meeste van deze bomen staan in kleine boomspiegels in de trottoirs tussen de rijbaan en de huizen. Het betreft veelal bomen van de tweede of derde grootte. Dit betreft onder andere de soorten sierpeer, meidoorn en meelbes. De binnen dit deelgebied aanwezige bomen van de eerste grootte staan over het algemeen in de groenstrook langs de Archimedesvaart. Dit betreft soorten als zuilvormige abeel, esdoorn, en els. Deze bomen hebben zowel boven- als ondergronds voldoende groeiruimte. In de trottoirs zijn de huidige groeiplaatsen vooral ondergronds zeer beperkt van omvang en kwaliteit. Door deze slechte groeiplaatsomstandigheden zijn er problemen met opdrukkende verharding en slechte groei van de bomen. Bomen die in het gras of in een plantvak staan beschikken over een iets betere ondergrondse groeiplaats maar ook de samenstelling van het aanwezige groeimedium is hier minimaal voor bomen om tot wasdom uit te groeien. Conclusie met betrekking tot voorgenomen werkzaamheden Uit het DO blijkt dat de herprofilering van de straten in de wijken onder andere bestaat uit het realiseren van veelal eenrichtingsverkeer. Hierdoor en door het verplaatsen van het parkeren op de trottoirs ontstaat meer ruimte in de straten voor groen.

In de nieuwe situatie komen bomen veelal in lange aaneengesloten groenvakken te staan. Om dit mogelijk te maken worden bestaande opsluitbanden verplaatst of verwijderd. Soms wordt de rijbaan verlegd. In een aantal gevallen levert dit een conflict op met bestaande bomen en/of boomwortels. Voor het plaatsen van nieuwe opsluitbanden zal er tot minimaal 25 cm onder het huidige maaiveld gegraven moeten worden. Dit betekend voor een aantal bestaande bomen dat indien de werkzaamheden volgens het DO worden uitgevoerd meer dan 30% van het huidige wortelpakket beschadigd of verwijderd wordt of dat essentiële stabiliteitswortels verwijderd worden. Deze bomen kunnen mede door de matige kwaliteit van de huidige groeiplaatsen in dit geval niet duurzaam behouden blijven. In deelgebied Centrum zijn bij 62 bomen knelpunten met betrekking tot de aanleg van de infrastructuur te verwachten. In deze analyse zijn alleen de bomen met een goede, redelijke of matige conditie meegenomen omdat de bomen met een slechte conditie en/of toekomstverwachting <10 jaar geen of nauwelijks nog herstellend vermogen meer hebben en zelfs bij minimale wortelschade of voortzetting van de huidige situatie binnen enkele jaren een conditiecategorie terug zullen vallen. Behoud van deze bomen is in dit geval zonde van de moeite en investeringen.

Ook dragen bomen met een slechte conditie nauwelijks bij aan ecosysteemdiensten zoals opslag CO2, zuurstof productie, water afvang, afvangen fijnstof en tegengaan hittestress. Om piekbuien en periode van droogte op te kunnen vangen worden op twee locaties in open ruimtes langs de straten wadi’s aangelegd. De wadi’s kunnen tijdens piekbuien het overtollige water tijdelijk bergen en vertraagd weer aan de ondergrond afstaan. In een aantal gevallen worden de wadi’s gegraven in de buurt van bestaande bomen. Door de matige kwaliteit van het aanwezige groeimedium voor bomen hebben de aanwezige bomen een oppervlakkig en wijdverspreid wortelgestel ontwikkeld. Graafwerkzaamheden in de buurt van deze bomen kan en zal tot wortelschade leiden. Wanneer de schade aan de beworteling meer dan 30% van het huidige volume aan beworteling bedraagt is duurzaam boombehoud niet mogelijk. In deelgebied Centrum zijn knelpunten bij 11

Blad 30 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

bomen te verwachten met betrekking tot de aanleg van de wadi`s te verwachten. In deze analyse zijn alleen de bomen met een goede, redelijke of matige conditie meegenomen. Bomen met een slechte conditie en/of toekomstverwachting <10 jaar hebben geen of nauwelijks nog herstellend vermogen en zelfs bij minimale wortelschade of voortzetting van de huidige situatie zullen deze binnen enkele jaren een conditiecategorie terug vallen. Behoud van deze bomen is in dit geval zonde van de moeite en investeringen. Ook dragen bomen met een matige conditie nauwelijks bij aan ecosysteemdiensten zoals opslag CO2, zuurstof productie, water afvang, afvangen fijnstof en tegengaan hittestress. De wadi’s zullen er tevens voor zorgen dat de grondwaterstand tijdelijk hoger komt dan in de huidige situatie. Door het oppervlakkige wortelgestel van de aanwezige bomen en het tijdelijke karakter van de grondwaterstijging zullen negatieve effecten hiervan nihil zijn. De bomen zullen in droge periodes wel profiteren wanneer water langer wordt vastgehouden. Verplantbaarheid In tabel 4.2 is onder andere het aantal bomen weergegeven die als verplantbaar zijn beoordeeld en die een conflict met het ontwerp (DO) vormen. Echter staan in deelgebied centrum al deze bomen in de huidige situatie op of in de buurt van ondergrondse kabels en/of leidingen.

Hierdoor is machinaal verplanten (verplantmachine) van deze bomen niet mogelijk. Indien het wenselijk is deze bomen toch te verplanten zullen de ondergrondse werkzaamheden handmatig uitgevoerd dienen te worden. Per boom zal dan individueel beoordeeld dienen te worden of verplanten van de betreffende boom als realistisch wordt ingeschat. De verplantbare bomen en de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen wordt in tabel 4.2 weergegeven. Boomnr. (gemeente)

Boomnr. (BEA)

Deelgebied

Boomsoort

600517 129380 646647 539685 539687

431 462 464 479 486

Centrum Centrum Centrum Centrum Centrum

129465

492

Centrum

2155

497

Centrum

129469

516

Centrum

618025

517

Centrum

Fraxinus excelsior Ulmus Lobel Ulmus Crataegus monogyna Amelanchier arborea ‘Robin Hill’ Pyrus calleryana Chanticleer Ulmus hollandica ‘Groeneveld’ Pyrus calleryana Chanticleer Pyrus calleryana Chanticleer

Kabels en/of leidingen nabij boom (handmatig werken) X X X X X

Geen ondergrondse obstakels (machinaal verplanten)

X X X X

Tabel 4.2. Overzicht verplantbare bomen deelgebied centrum die een conflict met het ontwerp vormen en de aanwezigheid van ondergrondse kabels en/of leidingen

Advies In de huidige situatie is de groeiplaats van de meeste bomen matig tot slecht. Vooral de bomen in de trottoirs hebben een veel te kleine en kwalitatief slechte groeiplaats. Ook de samenstelling

Blad 31 van 52

Boom effect analyse Meerwijk, Haarlem DO v101 IVORIM fase A projectnummer 0413188.213 19 augustus 2022 revisie v1.1 Gemeente Haarlem

van het bomenbestand is vooral in de straten monotoon. Om de kwaliteit van de bomen voor de toekomst te waarborgen wordt geadviseerd om bomen met een slechte conditie op voorhand te verwijderen zodat de nieuwe groeiplaats op deze locaties op- een voor bomen gunstige manier kan worden ingericht. Voor de bomen met een goede, redelijke of matige conditie met een levensverwachting van meer dan 10 jaar, zeker wanneer dit bomen van de eerste grootte betreft, wordt geadviseerd om het ontwerp en de werkzaamheden zo aan te passen dat deze bomen behouden kunnen blijven. Puntsgewijs is het advies. ➢ Richt de nieuw te realiseren groeiplaatsen op een voor bomen gunstige manier in zodat bomen tot wasdom uit kunnen groeien. Dit betekend zowel boven- als ondergrondse voldoende groeiruimte van een goede kwaliteit. Deze eisen worden vastgelegd in een ontwerp/bestek. Op de uitvoering wordt toezicht gehouden door een ter zaken deskundige (ETT); ➢ Verwijder de bomen met een slechte conditie en/of toekomstverwachting <10 jaar op voorhand omdat deze geen of nauwelijks nog vermogen tot herstel hebben. Ook dragen deze bomen nauwelijks bij aan ecosysteemdiensten; ➢ Stel voor de uitvoeringsfase een werkplanbomen op voor de te behouden bomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15468567/1