CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20231136211 2 Bijlage 1 230710 Concept Programma van Eisen van de Leefomgeving Delftplein

commissie Ontwikkeling 7 september 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Programma van Eisen van de Leefomgeving en samenwerkingsovereenkomst Delftplein (FR)16.288 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Delftplein Haarlem Programma van Eisen Leefomgeving (PvEL)

CONCEPT Opdrachtgever: Gemeente Haarlem Datum: 10 juli 2023 Ziegler | Branderhorst

Beknopt overzicht

Definitie PvEL Dit PvEL vormt een concreet toetsingskader voor de ontwikkeling van de nieuwbouw aan het Delftplein en de W.F. Hermansstraat te Haarlem. Het PvEL gaat over duurzaamheid, mobiliteit, economie, woningbouw én openbare ruimte. Ook is een beeldkwaliteitsparagraaf toegevoegd waar de architectonische ontwerpen voor de gebouwen aan getoetst worden. Daarnaast worden globale eisen gesteld aan plekken in het gebied waar nu geen concrete initiatieven voorzien zijn maar in de toekomst mogelijk wel. Programma Er wordt uitgegaan van een woonmilieu met een bandbreedte van ongeveer 300 tot 400 woningen, waarvan ruim de helft als sociale woningen zullen worden ontwikkeld. Aanvullend is er ruimte voor maximaal 600 m2 BVO buurtgericht programma in de vorm van wijkvoorzieningen of werkplekken. De hiernaast opgenomen spelregelkaart is een samenvatting van de ruimtelijke randvoorwaarden die voor deze ontwikkeling gelden. Leeswijzer Het PvEL wordt in zeven onderdelen behandeld: 1. Inleiding: Beschrijving van de aanleiding, opgaven en doel van het PvEL. Ook wordt het proces tot vaststelling van het PvEL uiteengezet. 2. Analyse: Onderscheiden van de kansen en knelpunten van de ontwikkellocatie in een gebiedsanalyse 3. Beleid en opgaven: Beleidsanalyse en omgevingsanalyse 4. Visie op Delftplein: Beschrijving van het beoogde perspectief voor de ontwikkellocatie 5.

Ruimtelijke kaders: Borging van de kwaliteit in programmatische, landschappelijke en architectonische kaders. Resulterend in een samenvattende spelregelkaart. 6. Proefverkaveling: Voorbeelduitwerking van de ontwikkeling en daarmee een toetsing van de haalbaarheid van de ontwikkeling van dit gebied. 7. Vervolg van het proces: Omschrijving van de vervolgstappen.

Ziegler | Branderhorst

2

Samenvatting De projectlocatie Delftplein vraagt om een heel specifieke ruimtelijke aanpak. Op dit moment is het gebied vooral een wirwar van infrastructuur met een aantal verdwaalde gebouwen en openbare restgebieden. De ontwikkeling van deze locatie kan niet gezien worden als een typische stadsuitbreiding noch kan het ontworpen worden als een stedelijke inbreiding. Op deze plek komen de volgende ambities samen: Het Delftplein als stadsentree versterken, zoeken naar een overkoepelende identiteit als Campus Parkzone, en het bijdragen aan Haarlem als “ongedeelde stad” met betaalbare huisvesting.

In de ruimtelijke kaders zijn acht uitgangspunten opgesteld die de beoogde ruimtelijke kwaliteit in de ontwikkeling borgen. Zo is het woningbouwprogramma ingepast in woonblokken in het groen, met ieder een royale entree en een integrale parkeeroplossing. Dit ruimtelijk concept voor Delftplein kan alleen gerealiseerd worden als de heldere en concrete kaders uit dit document worden vastgesteld en opgevolgd. De ruimtelijke kaders zijn uitvoerig beschreven als opmaat voor de uitwerking in een stedenbouwkundig plan.

De tussenpositie van deze locatie als stedenbouwkundig scharnierpunt tussen de stedelijke woonbuurten van Haarlem-Noord en Velsen, is aanleiding voor een zeer specifiek ruimtelijk concept. De nieuwe woonbuurt Delftplein zal onderdeel worden van de “campus-parkzone” en zal goed verbonden zijn in het complexe routenetwerk van deze zone. Vanuit een integrale analyse van de locatie is een visie opgesteld voor Delftplein dat concreet wordt vertaald in een ruimtelijk raamwerk voor de ontwikkeling van deze woonbuurt. Woongebouwen zullen worden gesitueerd in een groene parkachtige omgeving waarbij de verharding voor de ontsluiting tot een minimum wordt beperkt.

Zicht vanaf Dijkzichtlaan op de projectlocatie Delftplein

Ziegler | Branderhorst

4

Colofon

Inhoudsopgave

Titel Delftplein Haarlem Programma van Eisen Leefomgeving (PvEL) CONCEPT

Samenvatting4

Datum 10-07-2023 In opdracht van gemeente Haarlem Contact Ziegler | Branderhorst, Bureau voor Stedenbouw en Architectuur Coolhaven 96a 3024 AG Rotterdam 010 - 465 2036 info@zieglerbranderhorst.nl www.zieglerbranderhorst.nl

1. Inleiding

8

1.2. Participatie en planning

10

2. Analyse

12

2.1. Ligging in een groenstedelijk landschap 2.2. Huidige situatie 2.3. Historie van de plek 2.4. Verkeersanalyse 2.5. Randvoorwaarden, eisen en wensen 2.6. Conclusie

12 14 18 20 22 28

3. Beleid en opgaven

30

4. Visie

38

4.1. Visie op het gebied: Campus Parkzone 4.2. Stedenbouwkundige Visie op Delftplein

38 40

5. Ruimtelijke kaders

44

5.1. Acht uitgangspunten 5.2. Kaders op thema 5.3. Spelregelkaart 5.4. Beeldkwaliteit 5.4.1. Beeldkwaliteitseisen Architectuur 5.4.2. Beeldkwaliteitseisen Buitenruimte

46 50 56 58 60 72

6. Proefverkaveling

76

6.1. Planopzet en woonprogramma 6.2. Voorzieningen op maaiveld 6.3. Overgangen openbaar-privé

78 80 82

7. Vervolg

84

Bijlagen86

Ziegler | Branderhorst

6

1. Inleiding 1.1. Aanleiding, opgaven en doel Aanleiding Delftplein is de naam van zowel het verkeersplein als van de ontwikkellocatie ten westen ervan. De ontwikkellocatie Delftplein is aangemerkt als nieuwe woonbuurt direct ten noorden van de wijk Delftwijk. Meerdere kansen en ambities vormen samen de aanleiding tot een ontwikkeling van woningbouw en het aanleggen en verstevigen van langzaam verkeer verbindingen rondom het verkeersplein. Zo is de stadsentree qua uitstraling en leefbaarheid ondermaats. De naastgelegen ontwikkellocatie lijkt voornamelijk restgroen te bevatten terwijl Haarlem juist nood heeft aan betaalbare huisvesting en een robuuste groenstructuur. De locatie ligt op de gemeentegrens van de gemeente Haarlem en de gemeente Velsen. Voor de ontwikkeling van deze nieuwe woonbuurt is het noodzakelijk om over de gemeentegrenzen heen te kijken en samen te werken. Haarlem ziet haar stadsentree graag geaccentueerd. De gemeente Velsen vraagt aandacht voor een vanzelfsprekende groene overgang van een stedelijk naar een dorps woonmilieu. Mede-initiatiefnemer en opdrachtgever van deze opgave is Elan Wonen, een regionale woningcorporatie met een urgente opgave om betaalbare en sociale huurwoningen te realiseren. Deze ruimtelijke opgave kent vele aspecten die integraal meegenomen dienen te worden.

In dit document worden alle aspecten benoemd en voorzien van ruimtelijke kaders. Omdat het initiatief bij Haarlem ligt en het projectgebied grotendeels in Haarlem ligt zijn de beleidsuitgangspunten van Haarlem opgenomen in dit PvEL. Uiteraard heeft er ook een controle op het beleid van de gemeente Velsen plaatsgevonden en is dit PvEL ook in dat beleid passend.

Ziegler | Branderhorst

8

Opgave De verkeersknoop Delftplein met zijn omliggende gronden is een nog onbenutte schakel op de overgang van de gemeente Haarlem en de gemeente Velsen. In het gebied komen cultuurhistorische structuren, verkeerskundige vraagstukken en kansen voor stadsontwikkeling samen. Een integraal plan gedragen door zowel Haarlem als Velsen is daarbij de centrale opgave: • Delftplein als stadsentree versterken en als afronding van Delftwijk vormgeven • De gefragmenteerde gebieden rondom het Delftplein samensmeden en daarbij de overkoepelende identiteit van het gebied herijken • Bijdragen aan de ontwikkeling van Haarlem als “ongedeelde stad”. Daarbij is voor Haarlem-Noord in de woonvisie de opgave gesteld om te differentiëren door ook meergezinswoningen toe te voegen. Doel We willen een uitgebalanceerde buurt aan Haarlem toevoegen: • Delftplein wordt een groene stadsentree en markeert een moment van thuiskomst en afscheid voor de Haarlemmer en Velsenaar. De gebiedsontwikkeling zal dit moment accentueren met een zorgvuldig ingepast woonmilieu en afronding van Delftwijk. • Met een overkoepelende visie op Delftplein ontstaat een samenhangende buurt qua landschap, architectuur en gebruik. De buurt is autoluw met veel ruimte voor ontmoeting, groen en biodiversiteit. Daarbij wordt ingespeeld op de nabijgelegen R-nethalte om autogebruik te ontmoedigen.

Ook wordt de regionale fietsstructuur en de algemene doorwaadbaarheid van het door de auto gedomineerde verkeersplein verbeterd.

•

Het programma op deze locatie bestaat voor 60% uit sociale woningen en voor 40% uit woningen in het middensegment. daarnaast is ruimte voor bijpassende voorzieningen. Het Programma van Eisen Leefomgeving (PvEL) fungeert als opmaat naar een stedenbouwkundig plan. Het biedt ruimtelijke kaders en randvoorwaarden voor de ontwikkeling rondom Delftplein. Zowel qua stedenbouw, landschap als programmatische aspecten. Bovendien doet het uitspraak over de hoeveelheid programma, de verschijningsvorm en de aansluiting van het nieuwe woonmilieu op de bestaande buurten Delftwijk, de Dijkzichtlaan en het Vondelkwartier. De ontwikkeling moet in fases kunnen worden gebouwd waarbij elke fase moet kunnen functioneren als een afgerond plan. De locatie van de bestaande tijdelijke woningen van Elan Wonen op de oostelijke helft van het plangebied wordt daarbij als laatste fase ontwikkeld. Deze fase kan in later stadium worden herzien als de ontwikkeling rondom Delftplein (de weg) daarom vraagt. Elan Wonen en mogelijk andere partijen kunnen het plan gaan ontwikkelen als de gemeenteraad van Haarlem en de gemeenteraad van Velsen akkoord zijn met de visie en het PvEL.

Santpoort-Noord

Velserbroek

Haarlem

Plangebied PvEL Delftplein (lijn) en plangebied stedenbouwkundige visie (stippel)

1.2. Participatie en planning De planvorming voor Delftplein ging in 2020 van start. In de periode 2020-2021 is samen met omwonenden, woningcorporatie Elan Wonen en de gemeente Haarlem een ruimtelijke opzet, programmatische opbouw en karakter van de buitenruimte voorgesteld. De betrokkenen waren georganiseerd in een klankbordgroep die is samengesteld uit bewoners van zowel Delftplein, Delftwijk, Vondelkwartier en de Dijkzichtlaan. De scope van de ontwikkeling is tijdens het proces opgerekt om te komen tot een integraal plan voor Delftplein. Zo betrekt de ontwikkeling gronden van de aangrenzende gemeente Velsen en worden aanbevelingen gedaan voor een verbeterde oversteekbaarheid en verkeersveiligheid van het verkeersplein. Tussen 2021 en 2022 is de participatie tijdelijk onderbroken. In die tijd is het plan uitvoerig beoordeeld door gemeentelijke- en externe experts. Velsen en Haarlem zijn een intergemeentelijke samenwerking aangegaan om de ontwikkeling mogelijk te maken. Parallel hieraan is de opzet tegen het licht gehouden, met name vanwege voortschrijdend inzicht m.b.t. de ondergrondse infrastructuur. Inmiddels is ook de Omgevingsvisie vastgesteld wat leidt tot hernieuwde opgaven en doelen. Verder zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd: een quickscan flora en fauna, een onderzoek naar de bestaande kabels en leidingen en een akoestisch onderzoek.

Startbijeenkomst

Klankbordgroep

Klankbordgroep

11 feb

3 jun

9 sep

-

Mooi Noord-Holland

-

Intergemeentelijke samenwerking Velsen

-

Atelier Omgevingsvisie

Klankbordgroep

Doorstart

•

•

•

een verjonging in de bouwmassa mogelijk is, waardoor er verschillende afwegingen tussen bouwhoogte in relatie tot rankheid van de gebouwen mogelijk zijn. Groene robuuste openbare ruimte: ‘’Groene ruimte ook voor omwonenden, zorg voor condities waardoor sociale controle toeneemt.’’ In de ruimtelijke randvoorwaarden voor de ontwikkeling is veel ruimte voor groen geborgd, minimaal 40 tot 50%. Dit betreft openbaar toegankelijk groen, voor zowel de nieuweals huidige bewoners. Ook is in het PvEL opgenomen dat levenloze en sociaal onveilige plinten voorkomen moeten worden. Zo is er op cruciale plekken ruimte voor woningen op de begane grond opgenomen zodat voldoende ‘’ogen op straat’’ geborgd zijn. Duurzaam materiaalgebruik: ‘’Gebruik materialen die mooi oud worden. Dit is positief voor de kwaliteit binnen de wijk.’’ In de beeldkwaliteitseisen van de architectuur is gebruik van gemetseld materiaal, dat mooi verouderd, opgenomen. Vroege aanplant van groen: ‘’Investeer in meer volgroeide bomen of plant kleinere bomen alvorens de ontwikkeling wordt ingezet zodat bij oplevering reeds grotere bomen als buffer en kwaliteit aanwezig zijn.’’ We streven er naar om het driehoekige perceel achter de Dijkzichtlaan, waar de rij met populieren staat, verder te vergroenen.

Klankbordgroep

•

•

Het streven is ook om dit al op een vroeg moment te doen zodat er bij oplevering van de nieuwe woonbuurt daar reeds een robuust groen beeld is ontstaan. Verkeersdrukte organiseren: ‘’Nieuwe bewoners betekent nieuwe drukte, voor de toegang van het gebied en het parkeren.’’ De ontwikkeling van een nieuw woonbuurtje gaat per definitie gepaard met een toename aan verkeersbewegingen. In het PvEL wordt echter zoveel mogelijk vastgelegd om het effect op de buurt van toegenomen verkeer zoveel mogelijk te beperken. Zo wordt uitsluitend de W.F. Hermansstraat gebruikt om de nieuwe buurt te ontsluiten en wordt verkeer zo snel mogelijk de parkeergarages ingeleid. Het parkeren voor de nieuwe buurt vindt volledig op het eigen terrein plaats. Fietsen veiliger maken: ‘’De fietsroute door het gebied wordt intensief gebruikt, dat moet veiliger kunnen.’’ Naar aanleiding hiervan is gekozen om de nieuwe auto ontsluiting niet meer samen te laten vallen met de fietsroute door het gebied heen, in het verlengde van de Dijkzichtlaan. In plaats daarvan kruist de auto ontsluiting eenmalig de fietsroute en wordt de fietsroute autovrij.

Afronden concept PvEL

Start inspraak

Besluit gemeenteraden PvEL

juli

september

januari 2024

20 april 2023

2020 Ziegler | Branderhorst

In april 2023 is een bijgesteld plan gepresenteerd aan de klankbordgroep. De vertegenwoordigers van de buurten zijn meegenomen in de aanpassingen t.o.v. het vorige plan. Het volledige verslag is terug te vinden in de bijlage. Onderstaande input bevat belangrijke aandachtspunten voor de volgende fases van de ontwikkeling: • Uitzicht en bezonning: ‘’Vermijd zoveel mogelijk belemmering van uitzicht en houdt rekening met bezonning.’’ De positionering van gebouwvolumes en bouwhoogtes is zorgvuldig afgewogen. Hierbij is een goede ruimtelijke overgang op zowel Delftwijk als de bebouwing aan de Dijkzichtlaan van belang. Ook is d.m.v. een bezonningsstudie nauwkeurig gekeken of de nieuwe bouwvolumes geen overmatige schaduwwerking tot gevolg hebben. • Lucht en ruimte: ‘’Vermijd een beklemmend gevoel van het wonen in een stedelijke omgeving. Intensiteit en hoogte van bebouwing spelen hierbij een rol.’’ Het (uit) zicht en het gevoel van ruimte is inzichtelijk gemaakt door middel van enkele gemaakte perspectieven van het uitzicht vanuit de flat aan de W.F. Hermansstraat. Hierbij wordt geacht voldoende afstand en vrije ruimte te hebben gecreëerd. Wel zal de situatie voor de huidige bewoners veranderen. Waar zij nu aan een open rand wonen, zullen zij in de toekomstige situatie meer aan een groen plein wonen. In het PvEL is opgenomen dat

2021-2022 10

2023

april

2. Analyse 2.1. Ligging in een groenstedelijk landschap Het studiegebied Delftplein met de Dijkzichtlaan zijn gelegen in de noordrand van Haarlem. Deze rand is in feite één groenstedelijk gebied. Delftplein is een open plek te midden van landschappelijke kamers met sport- en stedelijke voorzieningen. Deze gehele zone Plangebied

zou kunnen worden getypeerd als een “campus parkzone”: een aaneenschakeling van open ruimtes met overwegend losse bebouwing.

Delftplein is een open plek temidden van landschappelijke kamers met sport- en stedelijke voorzieningen Ziegler | Branderhorst

12

2.2. Huidige situatie Als we inzoomen op het groenstedelijk gebied zijn de volgende ruimtelijke onderdelen te onderscheiden: • Een groene parkzone langs de randweg met informele wandelroute, hoog gewaardeerd door de bewoners van Delftwijk • De recent geherstructureerde naoorlogse schrijversbuurt van Delftwijk: woonensembles omspoeld met openbaar groen, een centraal plantsoen voor ontmoeting en spelen. • De kleinschalige Dijkzichtlaan met woonhuizen gelegen in Velsen • Het Spaarne Gasthuis als stedelijke voorziening Door versnijdingen van infrastructuur zijn meerdere onbenutte restgebieden ontstaan. Een overkoepelende integrale visie is nodig om de identiteit van de stadsentree te ontwikkelen, de versnippering op te heffen en de oversteekbaarheid van het verkeersplein te verbeteren. De plek is momenteel een overloopgebied geworden voor divers gebruik zoals sport, tuinieren en tijdelijke huisvesting.

Schets bestaande situatie van de projectlocatie

Ziegler | Branderhorst

14

Het plangebied telt op dit moment de volgende functies: • Ten noorden van de afrit van de N208, tegen de woonhuizen van de Dijkzichtlaan in Velsen liggen twee open begroeide gebieden. • Ten oosten van de Dijkzichtlaan staat sinds 2016 een tijdelijk woongebouw van woningcorporatie Elan Wonen voor statushouders en starters. Op middellange termijn wordt deze vervangen door de beoogde nieuwbouw in deze integrale visie. • Ten westen van de Dijkzichtlaan ligt een aanjaagstation voor drinkwatertoevoer, een trapveld, een moestuin en parkeerplaatsen t.b.v. het tijdelijke woongebouw. • Ten westen van het Spaarne Gasthuis ligt een onbebouwd kavel dat is aangewezen als hoogbouwlocatie in de Notitie Hoogbouwprincipes. In dit Programma van Eisen Leefomgeving wordt deze locatie niet verder uitgewerkt maar wordt wel rekening gehouden met een ontwikkeling ervan op langere termijn.

Eigendomssituatie In 2016 heeft de gemeente met Elan Wonen een koopovereenkomst gesloten voor de verkoop van een stuk bouwgrond op het Delftplein. Hier zijn nu door Elan Wonen 160 tijdelijke woningen gebouwd, voor een periode van maximaal 15 jaar. De woningen zijn bedoeld voor jongeren, regulier woningzoekenden en statushouders (50/50%). Het complex heeft 3 ruimtes met een culturele bestemming; deze worden gebruikt voor activiteiten die de bewoners en de omgeving verbinden. Op het Delftplein liggen nog vier kavels, waarvan twee in eigendom van de gemeente Haarlem en één in eigendom van de provincie Noord-Holland. Dit laatste kavel valt binnen de grenzen van de gemeente Velsen. Aan deze zijde van de gemeentegrens ligt tevens een perceel van het drinkwaterbedrijf PWN, waar het aanjaagstation voor drinkwatertoevoer op is gelegen. Het driehoekig stuk grond aan de overzijde van Delftplein is eigendom van het Spaarne Gasthuis. De ruimtelijke ontwikkeling wordt over het totale gebied opgepakt, los van de eigendomssituatie.

Tijdelijk woongebouw van Elan aan het Delftplein

Zicht op locatie vanaf de Dijkzichtlaan (Velsen)

Ziegler | Branderhorst

16

Zicht op locatie vanaf de Rijksstraatweg

Informele parkstrook langs de Randweg

2.3. Historie van de plek

1900 - De Rijksstraatweg en de Delft

1955 - Bouw van het Vondelkwartier

1970 - Verkeersplein Delftplein

Vanaf 2000 - Verdere verstedelijking van de stadsrand en herinrichting verkeerssituatie

De locatie was lang onderdeel van het ommeland van Haarlem. Hierbij was de scheiding tussen stad en ommeland contrastrijk. Herkenbaar is de kruising van de Rijksstraatweg en de waterloop de Delft. Deze vaart is in de middeleeuwen gegraven om het veenweidegebied te ontwateren.

Vanaf de jaren ‘50 naderde de noordelijke uitbreidingen van Haarlem de locatie. Hiermee transformeerde het ommeland naar een Stadsrandzone. Zo komen er sportvelden, volkstuinen en soms ook scholen, parken en recreatiegebieden of begraafplaatsen aan de rand van de stad. Het gaat vaak om nieuwe functies die ruimte nodig hebben. De Rijksstraatweg vormde een belangrijke uitvalsweg van het centrum naar het noorden.

Met de komst van de grootschalige infrastructuur zijn cultuurhistorische structuren ten gunste van automobiliteit opgeheven. Ook werd met de aanleg van de Westelijke Randweg de westgrens van de stad vastgelegd. De Delft werd ter hoogte van het nieuwe verkeersplein gedempt. De gemeentegrens tussen Haarlem en Velsen loopt nog steeds over deze voormalige waterloop. Door de inpassing van de verkeersrotonde ontstond een restgebied tussen Velsen en Haarlem. De Rijksstraatweg is op deze plek opgeheven.

De Stadsrandzone is verder verstedelijkt met sportvelden en solitaire gebouwen zoals het Spaarne Gasthuis en het tijdelijke woongebouw op Delftplein. Met de herinrichting van het Delftplein werd de rondweg/Vondelweg als dominante verkeersader aangezet. Als resultaat ligt er een gebied met een rijkdom aan cultuurhistorische structuren, maar ook een door de auto gedomineerd restgebied.

Ziegler | Branderhorst

18

Bron: Dit is Haarlem. Cultuurhistorische Hoofdstructuur van de stad

2.4. Verkeersanalyse Autoverkeer

Fiets- en voetgangersnetwerk

Autoverkeer Het verkeersplein Delftplein is een drukke knoop in het autonetwerk van Haarlem en Velsen. Het plangebied wordt omgeven door grootschalige auto-infrastructuur. Daarbij ontstaan een aantal lokale knelpunten: • Ondanks dat er relatief weinig ongevallen geregistreerd zijn wordt de ongeregelde fietsoversteek bij de afrit N208 als onveilig ervaren. • De Dijkzichtlaan in Velsen wordt via een aparte rijstrook op de afrit N208 ontsloten. Deze rijdt tegen het afkomende verkeer van de N208 in. Dit wordt door bewoners van de Dijkzichtlaan als onveilig ervaren. • Vanuit leefbaarheid is verkeerslawaai en fijnstof een aandachtspunt.

Ziegler | Branderhorst

20

Fiets- en voetgangersnetwerk Ter hoogte van Delftplein komen meerdere bovenlokale fietsroutes bij elkaar. Vanuit de gemeentelijke afdeling verkeer is een analyse en afweging opgesteld die terug is te vinden in de bijlage. Stedelijke plusroute: Deze loopt vanuit HaarlemNoord via de Rijksstraatweg naar Velserbroek. Daardoor is het ook een snelle en veilige manier om bij de R-net halte bij het Spaarne Gasthuis te geraken. Daarnaast is het een aanrijroute voor de onderstaande regionale plusroute. Regionale plusroute: Fietsroute over de Dijkzichtlaan tussen Haarlem-Noord en Santpoort. Van belang om ten westen van de barrière N208 richting Santpoort te geraken.

Het huidige traject telt een aantal gebreken: • Missing Link: In de regionale plusroute mist een goede verbinding tussen de Vondelweg en de Hoofdstraat. Er ontbreekt een directe oversteek over de Rijksstraatweg t.h.v. plangebied. Fietsers steken nu met een omweg over bij de Gerard Revestraat. • Ongeregelde oversteek: De huidige fietsroute heeft een oversteek bij de afslag van de N208 en de rotondeweg. Auto’s komen hier met hoge snelheid aan vanuit de bocht op de fietsoversteek en hebben mogelijk minder zicht. Deze oversteek wordt daardoor als onveilig ervaren. Wanneer deze oversteek onderdeel wordt van de regionale plusroute zou de fietsoversteek in de voorrang moeten liggen, maar dit is niet wenselijk door de ligging van de oversteek.

•

•

Inconsistente uitvoering binnen de gemeente Haarlem: In ruwweg 400 meter verandert de verkeerssituatie veelvuldig. Ter hoogte van de Schrijversbuurt van vrijliggend enkel fietspad naar gedeelde rijweg. Daarna bij Delftplein een vrij liggend dubbelzijdig fietspad, daarna in Velsen een gedeelde rijweg, om vervolgens weer te eindigen in een vrijliggend dubbelzijdig fietspad. Aan het Delftplein ligt een belangrijke HOV halte. Het plangebied ligt in zijn geheel binnen loopafstand van deze halte. De verbindingen van het plangebied naar de halte zijn echter beperkt. Hierdoor zijn informele olifantenpaadjes en ongeregelde oversteekplekken ontstaan.

2.5. Randvoorwaarden, eisen en wensen Biodiversiteit Het plangebied telt circa 50 Italiaanse populieren. Dit zijn snelgroeiende bomen met een korte levensduur. Naar aanleiding van een Bomen Effect Analyse die uitgevoerd zal worden wanneer de plannen hier concreet genoeg voor zijn, zal bepaald worden welke bomen duurzaam te behouden zijn. De bomen die niet duurzaam behouden kunnen worden, zullen wijken voor meer robuuste boomsoorten met een langere levensduur. Voor soorten kijken we naar de groene zoom langs de Westelijke Randweg. Voor het bomensortiment is het streven om een zo divers mogelijk bomensortiment aan te planten. Dit is nodig in het kader van een toekomstbestendig en weerbaar bomenbestand die de vatbaarheid voor ziektes en plagen minimaliseert. Daarnaast heeft een divers bomenbestand meer waarde voor de biodiversiteit. Bij de soortkeuze wordt aangesloten op de uitgangspunten gesteld in het Groenbeleidsplan 2022 en het Ecologisch Beleidsplan 2013-2030, actualisatie 2019. Aandacht wordt besteed aan het toepassen van inheemse soorten van autochtone afkomst. Bij de aanplant van nieuwe bomen ligt de focus op kwaliteit (boven kwantiteit). Bomen krijgen een standplaats waar ze zich volwaardig kunnen ontwikkelen en hun volle levensduur kunnen volmaken. Het Delftplein maakt bovendien deel uit van de hoofdbomenstructuur.

Er bevindt zich een ontbrekende schakel ter hoogte van het Spaarne Gasthuis. Deze zal in deze ontwikkeling opgevuld worden. In de bijlage is een NENconditiemeting van bestaande bomen op het grondgebied van Haarlem opgenomen. De gebouwen die in het ontwikkelgebied worden gerealiseerd, zullen natuurinclusief worden ontworpen. Meer over natuurinclusiviteit staat genoemd bij de Richtlijn Duurzaam Bouwen. Bij het toepassen Ziegler | Branderhorst

22

van overige beplanting in het plan wordt ook aansluiting gezocht bij de uitgangspunten opgenomen in de geldende beleidsstukken, het Groenbeleidsplan 2022 en het Ecologisch beleidsplan 2013-2030, actualisatie 2019. Zo is er aandacht voor het toepassen van inheemse struik- en kruidenbeplanting, van autochtone herkomst, en is het plantmateriaal dat wordt toegepast afkomstig van biologische kweek. Het beplantingssortiment is bovendien klimaatbestendig en voldoende bestand tegen droogte en warmte. Van belang hierbij is het behoud van gebiedseigen soorten. Deze kunnen zich beter aanpassen aan de nieuwe omstandigheden en het veranderende klimaat. In het plan worden gazons alleen aangelegd als die een duidelijke meerwaarde hebben. Gazonmengsels die worden toegepast, zijn vrij van woekerende exotische grassoorten (zoals Engels raaigras en Bermudagras). Ondergrondse infrastructuur In het gebied liggen veel kabels en leidingen. Een overzicht hiervan is in de bijlage opgenomen. Belangrijk voor de ruimtelijke opzet van het plan is met name de leidingstrook die centraal door het plangebied loopt. Deze leidingstrook van het waterleidingbedrijf PWN loopt parallel aan de Dijkzichtlaan en aan W.F. Hermansstraat. De leidingstrook telt 2 leidingen: • Oostelijk een PVC-leiding en westelijk een asbestcementleiding.

• De leidingstrook dient vrij te worden gehouden ten behoeve van onderhoudswerkzaamheden. Bovendien geldt een totale richtafstand van 31 meter, waar in principe bouwwerken niet wenselijk zijn. • Ook is een perceel van PWN op het plangebied gesitueerd. Hier bevindt zich een aanjaagstation drinkwatertoevoer met afsluiters.

Stedenbouw ten opzichte van ondergrondse infrastructuur Voor het bepalen van de maat en schaal van de Dijkzichtlaan dienen stedenbouwkundige overwegingen en de beperkingen van de leidingstrook te worden afgestemd. Er zijn drie opties: Behouden: De zone van 31 meter behouden, en de bebouwing daarop aanpassen. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is dit onwenselijk. De twee deelgebieden aan weerszijden van de Dijkzichtlaan zijn te beperkt om een stevige buurt te maken die aansluit op de schaal van Delftwijk, Delftplein en de schaal van een stadsentree. Met een corridor van 31 meter dreigt de buurt uit elkaar te vallen en wordt bovendien kostbare ontwikkelruimte ontnomen. Deels omleggen: Voor de stedenbouwkundige invulling wordt uitgegaan van een inperking van deze zone in overleg met en na goedkeuring van PWN. Daarin zijn twee varianten onderscheidden: • Een te onderzoeken optie is om in overleg met PWN de zone tot 21 meter te beperken. Dit betekent dat de richtafstand aan beide zijden met 5 meter wordt ingeperkt. • Een alternatief is om de afstand tussen de leidingen te beperken door de westelijke asbestcementleiding uit te voeren in staal en te verleggen richting de PVC-leiding (minimaal 5 meter tussen de leidingen). Hierdoor ontstaat een zone van ca. 17 tot 21 meter. Deze optie heeft technische en financiële gevolgen.

Geheel omleggen: Alternatief is ook het omleggen van de leiding, wat hogere technische en financiële gevolgen heeft.

Flora en fauna Wetgeving met betrekking tot de bescherming van de natuur richt zich op twee hoofdthema’s. Het gaat hierbij om de bescherming van natuurgebieden en de bescherming van plant-en diersoorten. Te allen tijde moet worden voldaan aan de zorgplicht als bedoeld in de Wet natuurbescherming. Om het effect op de Natura 2000-gebieden te beoordelen moet een AERIUS-berekening (stikstofdepositieberekening) worden uitgevoerd aan de hand van de meest recent beschikbare AERIUS-calculator, zoals wordt voorgeschreven in de Wet natuurbescherming. Indien de ontwikkeling leidt tot een toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied moet aangetoond worden op welke wijze voldaan zal worden aan de Wet natuurbescherming (bijvoorbeeld door een ecologisch voortoets met inbegrip van intern salderen). Specifiek voor de locatie Voor de locatie is in 2022 een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De locatie kent een hoge verwachtingswaarde voor beschermde soorten. De bouwwerkzaamheden vormen een risico voor aantasting en vernietiging van nestlocaties, rust- en verblijfplaatsen en foerageergebied van deze beschermde soorten. Daarnaast bevindt het projectgebied zich in de nabijheid van beschermde natuur.

De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden en delen van het NNN bevinden zich op onvoldoende afstand van het projectgebied om mogelijke stikstofdepositie uit te sluiten. De werkzaamheden kunnen leiden tot een al dan niet tijdelijke toename in stikstofemissie. Er is dus aanvullend onderzoek noodzakelijk bij de verdere planuitwerking. Dit onderzoek is nodig bij het planologisch kader dat moet faciliteren in de ontwikkeling.

In de uitvoering van het project wordt gewerkt volgens de principes gesteld in de Gedragscode Soortbescherming voor Gemeenten. Windhinder Omdat er sprake is van hoogbouw moet een Hoogbouw Effectrapportage worden opgesteld op basis van het beleid Hoogbouwprincipes (2018). Onderdeel hiervan is het uitvoeren van een onderzoek naar windhinder met de NEN 8100 als beoordelingskader. Dit is noodzakelijk omdat windhinder kan optreden rond hoge gebouwen. Daarbij is dan sprake van verhoogde windsnelheden, waardoor het verblijf in de directe omgeving van deze gebouwen onaangenaam of zelfs gevaarlijk kan zijn. • Randvoorwaarde: Er dient een windhinderonderzoek te worden verricht conform de NEN 8100. • Eisen: Voor elke plek binnen en rondom de te ontwikkelen locatie geldt dat geen sprake mag zijn van windgevaar. Dit geldt voor elke windrichting en dient te worden aangetoond aan de hand van het windhinderonderzoek. Indien sprake is van een slecht of matig windklimaat dient te worden aangetoond welke maatregelen genomen worden om een hogere kwaliteitsklasse te bereiken in de toekomst, bijvoorbeeld door een inrichtingsplan voor de openbare ruimte. Bezonning Bij bezonning bij ruimtelijke ontwikkelingen gaat het om voldoende zon op de gevel en om schaduwwerking. Nieuwbouw kan schaduw veroorzaken op de openbare ruimte of tuinen van omwonenden.

Voorkomen moet worden dat de schaduw te veel toeneemt. Sommige functies hebben juist een goede bezonning nodig, zoals tuinen, terrassen of speelplekken. Er is geen wet- en regelgeving voor bezonning, maar de

Ziegler | Branderhorst

24

gemeente Haarlem hanteert de TNO-norm. TNO kent een ‘lichte’ en een ‘strenge’ norm: • de ‘lichte’ TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam; • de ‘strenge’ TNO-norm: ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 21 januari – 22 november (gedurende 10 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam. Deze normen worden alleen toegepast op gevels die zon kunnen ontvangen. Noordgevels ontvangen immers - hoogbouw of niet - nooit direct zonlicht. • Randvoorwaarde: Er wordt een bezonningsstudie verricht op basis van de TNO-normen in relatie tot de bestaande (woon)bebouwing in de omgeving en in relatie tot nieuwe binnenpleinen. • Eisen: Er moet worden voldaan aan minimaal de ‘lichte’ TNO-norm. Indien niet voldaan kan worden aan de ‘lichte’ TNO-norm, dient gemotiveerd te worden waarom de ontwikkeling alsnog aanvaardbaar wordt geacht met inachtneming van de maatschappelijke belangen van de ontwikkeling in relatie tot de negatieve effecten op de omwonenden. Voor verblijfsgebieden binnen en rondom de te ontwikkelen locatie, zoals zitplekken in de openbare ruimte dient het aantal zonuren inzichtelijk te worden gemaakt. Verkeersgeneratie Voor de bouw van de 160 tijdelijke woningen is een onderzoek naar de verkeersgeneratie uitgevoerd. Hierin werd geconcludeerd dat

de extra verkeersbewegingen niet leiden tot problemen rondom het Delftplein. De nieuwe ontwikkeling betreft een hoger en ander programma en leidt daarmee tot een andere verkeersgeneratie. Daarvoor is nieuw onderzoek nodig. Duurzaamheid Hieronder volgen de randvoorwaarden, eisen en wensen t.a.v. duurzaamheid. Deze zijn onderverdeeld in de thema’s mobiliteit, klimaatadaptatie, circulariteit, energie & warmte en groen & ecologie. Mobiliteit: Inzetten op duurzame mobiliteit. De ontwikkeling en herinrichting rondom het Delftplein dient te worden aangegrepen om looproutes naar de halte te verbeteren. Daarbij wordt ook het verbeteren van de regionale fietsroute opgepakt. Door hoogwaardige collectieve fietsparkeerplekken voor bewoners te ontwerpen wordt autogebruik verder ontmoedigd. Een mobiliteitsplan stimuleert bewoners en werknemers om af te zien van het gebruik en bezit van een eigen auto. Klimaatadaptatie: Overtollig hemelwater dient te worden afgekoppeld naar de buitenruimte. Door ruimte te laten voor waterberging en oppervlaktewater wordt dit mogelijk gemaakt. Door in te zetten op een groene buurt, doorweven met vegetatie en bomen, wordt hittestress tegengegaan. Auto’s worden zoveel mogelijk inpandig geparkeerd om 40 tot 50% groen te realiseren op het maaiveld.

Circulariteit: De inrichting van het gebied is flexibel in gebruik en biedt ruimte voor veranderende behoefte van haar gebruikers als het gaat om bijvoorbeeld wonen, werken, zorg en mobiliteit. Het scheiden van afval

en grondstoffen moet makkelijk zijn voor de toekomstige bewoners. Energie en warmte: Delftplein voldoet aan de BENG-eisen. Opwekking van elektriciteit moet 100% duurzaam zijn. Er wordt geen aardgas gebruikt. Groen en ecologie: Toepassing van inheemse beplanting en een zo divers mogelijk bomenassortiment. Door het toepassen van wadi-structuren en het toevoegen van oppervlaktewater met ecologische oevers vergroten we het leefgebied voor fauna. Geluid De locatie kent een geluidbelasting vanwege het wegverkeerlawaai vanuit de omliggende wegen. Voor de geluidbelasting zijn met name de N208 en de afslag hiervan van belang. De overige wegen (Rijksstraatweg, Vondelweg, Hoofdstraat) zijn minder van belang vanwege het feit dat de geluidbelasting van die wegen een stuk lager is. In de volgende fase van de planvorming zal gedetailleerder onderzoek naar geluidbelasting de leefbaarheid van de ontwikkeling borgen. In het meest ongunstige scenario zijn de woongebouwen op een minimale afstand vanaf de N208 zijn gesitueerd. Daarbij is de geluidbelasting op de gebouwen maximaal 62 dB. Dit is hoog, maar nog wel onder de maximale ontheffingswaarde voor wegverkeerslawaai (63 dB). Er kan dan zonder dove gevel gebouwd worden. Wel moet worden voldaan aan het gemeentelijke Hogere waardebeleid. Dat gaat over de situering van de slaapvertrekken en de aanwezigheid van een geluidluwe gevel.

De maximale rooilijnen die worden vastgelegd in de spelregelkaart in dit PvEL leiden tot een gunstiger beeld omdat de afstand tussen de woongebouwen en de N208

groter zal zijn. Ook bieden de voorliggende gebouwen een geluid afschermende werking naar het binnengebied toe. Uitgaande van de Wet geluidhinder en het gemeentelijke Hogere waardebeleid is woningbouw op deze plek goed realiseerbaar. Aanjaagstation drinkwatertoevoer Naast wegverkeer produceert het aanjaagstation voor drinkwatertoevoer op de locatie geluid. Hiervoor is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De afstand tussen het toegangsluik van het aanjaagstation en de maximale rooilijn zoals vastgelegd in de spelregelkaart bedraagt ruim 9 meter. Op basis van het onderzoek wordt geconcludeerd dat bij een afstand van minimaal zes meter tussen het toegangsluik en het nieuwbouwplan (gevels), voldaan kan worden aan de normstelling (39,5 dB) Het aanjaagstation produceert ook trillingen. Hiervoor is tevens een onderzoek uitgevoerd. De door de pompen in het drinkwateraanjaagstation geproduceerde trillingsniveaus zijn onder worst-case omstandigheden gemeten en beoordeeld. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat de kans op schade aan de geplande bebouwing door de trillingen verwaarloosbaar klein is (<1%) en er wordt voldaan aan het gestelde in de meet- en beoordelingsrichtlijn.

Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat de mate van hinder door trillingen, veroorzaakt door de pompen in het aanjaagstation, voor de bewoners/gebruikers van de nieuw te bouwen woningen voldoen aan het gestelde in de meet- en beoordelingsrichtlijn SBR-B. Hinder voor personen in de gebouwen is niet te verwachten.

Ziegler | Branderhorst

26

Luchtkwaliteit Voor de planvorming is een aanvullend onderzoek naar luchtkwaliteit vereist. Een recent luchtkwaliteitsonderzoek, voor het tijdelijk woongebouw Delftplein, concludeerde dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormde voor de bouw van 160 woningen aan het Delftplein. Voor dat project was geen sprake van een niet in betekenende mate invloed op de luchtkwaliteit, en de concentraties van de relevante stoffen voldoen zeer ruim aan de geldende grenswaarden. Bodemonderzoek Voor de bouw van de tijdelijke woningen is tevens een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er in de bovengrond overschrijdingen van de achtergrondwaarden uit de Wet bodembescherming zijn aangetoond. De onderzoekshypothese, zijnde een onverdachte locatie, wordt derhalve formeel verworpen. Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming van het terrein, wordt geconcludeerd dat verhoogde risico’s voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de woonbestemming van het terrein. Voor het nieuwe planologische kader zal nieuw onderzoek nodig zijn.

Archeologie Op basis van de onderzoeksresultaten uit 2016 en de voorgenomen bodemingrepen bij de bouw van de 160 tijdelijke woningen is geconcludeerd dat bij de realisering van de plannen vermoedelijk alleen archeologische resten zullen worden verstoord in de oostelijke helft van het plangebied. Het betreft resten van bewoning uit het Neolithicum en de Bronstijd op de flank van de strandwal die ten oosten van het plangebied ligt. Op basis van de resultaten van dit onderzoek wordt in het westelijke deel van het plangebied in het kader van de eerder voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. In de oostelijke helft van het plangebied is wel sprake van de mogelijke aanwezigheid van archeologische resten. Hiervoor dienen maatregelen genomen te worden bij de bouwwerkzaamheden. Niet gesprongen explosieven Op basis van geraadpleegde open data is risico op vondst van niet gesprongen explosieven laag.

2.6. Conclusie Kansen en knelpunten Knelpunten • Delftplein als stadsentree wordt matig begeleid • Een overkoepelende identiteit in het gebied ontbreekt • Het autoverkeer is in de huidige situatie dominant • Het fijnmazige voetgangersnetwerk wordt onderbroken door het verkeersplein Delftplein en de afrit van de Randweg. Daardoor ontstaan onveilige olifantenpaadjes en ongeregelde oversteken • Ontbrekende schakel in de fietsstructuur, met name bij de Regionale plusroute • Het huidige HOV-knooppunt is niet optimaal verbonden met de planlocatie en het langzaam verkeersnetwerk. • De leidingstrook van PWN dient gevrijwaard te worden van bebouwing, opties 21-31 m • Ongeregelde fietsoversteek, N208 afgaand verkeer komt met hoge snelheid vanuit bocht t.o.v. tegenliggend bestemmingsverkeer • Populieren in het plangebied hebben een korte levensduur • Ter hoogte van het HOV-knooppunt wordt de stedelijke boomstructuur onderbroken Kansen • Woonmilieu met betaalbare huisvesting aangrijpen om de stadsentree aan te zetten • Het karakter van de groene parkzoom langs de N208 doorzetten, deze groenstructuur wordt veel gebruikt door bewoners • De Dijkzichtlaan als cultuurhistorische structuur versterken en zichtbaar maken • Bestaande bosschages en boomstructuren zoals bij de HOV-halte en de Dijkzichtkamer aan te zetten.

Daarbij aanplant van bomen en groenstructuur versterken (indicatief) • De ruimtelijke ontwikkeling over het totale gebied oppakken, los van de eigendomssituatie • Hoogbouwlocatie bij Spaarne Gasthuis kans voor de toekomst, maar nu nog een separate planvorming

Ziegler | Branderhorst

28

3. Beleid en opgaven

In dit hoofdstuk is het beleid opgenomen waar het PvEL aan moet voldoen. Dit betreft de meest actuele informatie en beleid ten tijden van het opstellen van dit document. Bij de daadwerkelijke planuitwerking dient altijd aansluiting gezocht te worden bij het op dat moment vigerende beleid.

denk hierbij aan een parkeerhub, de HOV halte ontwikkeling en een stadsentree-ontwikkeling.

Omgevingsvisie Haarlem 2045 Deze ontwikkeling maakt deel uit van het sleutelgebied Delftplein, als één van de zestien sleutelgebieden in Haarlem. In het sleutelgebied Delftplein komt een groot aantal opgaven samen. Dit gebied is de noordelijke entree tot de stad. Op dit moment is het gebied vooral een wirwar van infrastructuur met een aantal verdwaalde gebouwen en openbare restgebieden. Door bebouwing, infrastructuur, sportcomplexen en openbare ruimte in samenhang te bekijken kunnen koppelkansen worden benut en ontstaat ruimte om meerdere stedelijke opgaven op te pakken, een aantrekkelijk en toekomstig gebied te creëren én een representatieve entree tot de stad. We zoeken in dit gebied ruimte voor woningbouw, voorzieningen, een goed verbonden en goed bereikbare HOV-halte, een (deel)mobiliteitshub, oppervlaktewater, een aantrekkelijk sportpark, natuur en een geothermie-boorpunt. Deze opgaven hoeven niet direct op de ontwikkellocatie te landen, maar hebben in de toekomst mogelijk wel invloed op de uitwering van de oostelijke helft van de ontwikkellocatie,

Ziegler | Branderhorst

30

Duurzaamheid Haarlem zet vaart achter de ontwikkelingen om de stad toekomstbestendig te maken. De verduurzamingsopgave pakt de gemeente samen met haar partners in de stad op. In de richtlijn ‘Duurzaam bouwen’ van de gemeente is de Haarlemse duurzaamheidsambitie vertaald naar concrete uitgangspunten, onderverdeeld in 5 verschillende thema’s: Mobiliteit: De transitie naar duurzame mobiliteit. De stad wordt zo ingericht dat de fiets, het OV of te voet een vanzelfsprekende keuze is. Het gebruik van het (elektrisch) openbaar vervoer wordt gestimuleerd. • Klimaatadaptatie: Inzetten op een gezonde en toekomstbestendige stad met minder stenen en veel groen en water. Ook gebouwen kunnen bijdragen aan klimaatadaptatie met groene (of blauwe) daken en gevels en natuurinclusief bouwen. Een toekomstbestendig watersysteem is voorbereid op wateroverlast en -tekort. • Circulariteit: Het toepassen van principes van de circulaire economie door zowel bedrijven als bewoners en gemeente. Het toepassen van hernieuwbare energiebronnen, herbruikbare grondstoffen en bijdragen aan de circulaire keten. • Energie en warmte: Haarlem wil in 2040 van het aardgas af. Dat betekent het

•

beperken van energieverbruik (30 tot 50%) en de resterende warmtevraag uit duurzame bronnen. Opwekking van elektriciteit moet, in 2030, 100% duurzaam zijn. Groen en ecologie: Inzetten op een ecologische en biodiverse inrichting van de leefomgeving. Hiermee wordt de gezondheid van bewoners en gebruikers gestimuleerd. Daarbij gaat het om zowel fysieke factoren (materiaalkeuze), als gedragsbeïnvloeding (bewegen stimuleren).

Woonvisie Haarlem 2021-2025 De ontwikkeling van Delftplein draagt bij aan de hoofddoelstellingen van de Haarlemse woonvisie. De Haarlemse woonvisie kent de volgende hoofddoelstellingen: • Beschikbaarheid: het meer en sneller toevoegen van betaalbare woningen • Betaalbaar wonen: naast voldoende aanbod van betaalbare woningen, streven we naar woonlasten voor huurders en kopers in balans met hun inkomen • Bijzondere doelgroepen: Haarlem wil graag een toegankelijke, diverse en inclusieve stad zijn die een thuis biedt aan een breed scala van doelgroepen • Duurzaam en toekomstbestendig: Voor de bestaande bouw hebben we de uitdaging in te zetten op energie-transitie en klimaat adaptief. We willen voor nieuwe woningen meer doen dan wettelijk verplicht • Samenwerking: De opgaven waar we voor staan, kunnen we alleen met onze partners tot stand brengen. We werken goed en intensief samen met de corporaties en huurdersorganisaties in de stad en willen de samenwerking met zorgaanbieders en ontwikkelaars op het gebied van bouwen en wonen verder versterken

Ziegler | Branderhorst

32

Haarlemse spelregels voor woningbouwprogrammering: De Woonvisie Haarlem 2021-2025 bouwt voort op de woonvisie 2017-2020. De ambities zijn aangescherpt en bijgesteld. Er worden extra woningen toegevoegd, met nadruk op sociale huurwoningen en er is hogere ambitie op het gebied van duurzaamheid. Voor de verdeling van nieuwbouwwoningen gelden de principes van de ongedeelde stad. Voor het project Delfplein betekent dit dat 60% van de nieuwbouwwoningen in het sociale segment dienen te vallen en 40% in het middensegment. In de ‘Nota kaders en instrumenten sociale huur en middensegment’ worden nadere eisen gesteld rondom nieuwe woningbouw. Daarbij gaat het over verdeling van programma en kwalitatieve eisen aan nieuwe (sociale) woningen. Dit beleid is eind 2022 geactualiseerd en dit betekent dat voor nieuwe woningbouwplannen aangescherpte spelregels voor woningbouw gelden. Voor het project Delftplein gelden de oude spelregels, maar is de wens om het Programma van Eisen van de Haarlemse woningcorporaties mee te nemen uit de ‘’Actualisatie Haarlemse spelregels voor woningbouwprogrammering nieuwbouw sociale huur en middensegment’’. De locatie Delftplein heeft potentie om invulling te geven aan de Stadsdeal ouderenhuisvesting Haarlem 2023-2026. Ook kan het ruimte bieden aan een collectieve woonvorm, waarbij de ambitie voor dit project is de realisatie van een wooncoöperatie.

De kansen en mogelijkheden om invulling te geven aan deze ambities moeten worden verkend.

Visie Elan Wonen Elan Wonen biedt betaalbare woningen voor mensen die in aanmerking komen voor een sociale huurwoning. Elan Wonen vindt het een belangrijke maatschappelijke taak om huisvesting voor deze groep te verzorgen en doet dat met toewijding. Omdat iedereen recht heeft op een fatsoenlijke woning. Elan Wonen houdt rekening met de veranderende behoeften van de mensen die in aanmerking komen voor een sociale huurwoning. Er is meer vraag naar wat kleinere en goedkopere woningen. Elan Wonen werkt aan vitale gemengde wijken, met bewoners uit verschillende leeftijdsgroepen en met uiteenlopende achtergronden. Dit sluit goed aan op het streven van de gemeente Haarlem naar een zogenoemde ‘ongedeelde stad’. Met de gemeente gaat Elan Wonen daarom op zoek naar bouwlocaties in wijken waar nu nog weinig sociale woningbouw te vinden is, zodat iedereen overal meer keus krijgt in waar en hoe hij of zij wilt wonen. Delftplein is één van deze locaties. Groenbeleidsplan 2022-2030 Voor de ontwikkeling geldt de 3/30/300 regel: • Iedere woning heeft uitzicht op 3 bomen • Normaliter minimaal 30% groen / maximaal 70% verharding.

Gezien de huidige groene invulling, geldt een groenere verhouding van minimaal 40-50% groen, en wordt volledig gewerkt via het “groen, tenzij”principe: overal waar verharding niet strikt noodzakelijk is blijft het terrein onverhard en krijgt het een groen(blauw)e invulling. • iedere woning maximaal op 300 m afstand van een park/plantsoen van minimaal een halve hectare • Voor het beplantingsplan wordt gewerkt met inheemse soorten en er wordt aangesloten

op de in het beleidsplan gestelde handvatten voor een toekomst- en klimaatbestendig beplantingssortiment. Inheemse beplanting in het plan is soortecht (autochtoon), ongecultiveerd en afkomstig uit biologische kweek. De soorten zijn bovendien gebiedseigen. Ecologisch beleidsplan 2013-2030, actualisatie 2019 Voor ontwikkelingen geldt dat bij herinrichting rekening wordt gehouden met bestaande waarden, tot 5 jaar na de werkzaamheden. Bij afname van het groenoppervlak wordt voorzien in de realisatie van nieuwe waardevolle gebieden en/of vergrote natuurwaarden van het restgebied. Belangrijke bestaande ecologische elementen, zoals bermen en watergangen, worden hierbij in stand gehouden. Het beplantingsplan voldoet aan de gestelde uitgangspunten voor beplantingskeuze in het beleidsplan (pagina 30), waarbij aandacht is voor het toepassen van een verscheidenheid aan inheemse soorten, die waard- en voedselplanten vormen voor diverse diersoorten. Hierbij wordt rekening gehouden met voldoende voedselaanbod gedurende het hele jaar. Invasieve uitheemse soorten worden niet toegepast. De beplanting die wordt toegepast, sluit aan op de omstandigheden van de locatie, zoals grondsoort, waterstand en voedselrijkdom. Hiervoor wordt vooronderzoek gedaan naar de standplaats van het groen, zoals grondwaterstand en grondsoort.

Verontreiniging en verrijking van grond wordt voorkomen en aangevoerde grond is humusarm. Groen wordt zoveel mogelijk aanééngesloten, zonder barrières voor fauna, gerealiseerd. In plaats van ondoordringbare omheiningen

wordt bijvoorbeeld gewerkt met gemengde hagen. Die voorkomen barrièrewerking voor grondgebonden dieren en hebben een gunstige uitwerking op diverse fauna. Wanneer een afscheiding onvermijdelijk is, worden onderaan openingen van ten minste 10 centimeter hoog aangebracht zodat grondgebonden dieren zoals de egel hier onderdoor kunnen. Het gerealiseerde groen wordt in principe ecologisch beheerd en ingericht. De inrichting en het beheer zijn dan ook niet alleen afgestemd op menselijke functies, maar ook op leefvoorwaarden van flora en fauna. Toepassing van groen dat veel onderhoud vergt (denk aan kleine snippers groen of vormbomen) wordt beperkt. Richtlijn Duurzaam Bouwen / Convenant Toekomstbestendige Woningbouw MRA (2022) Om een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier te maken, moet de natuur een volwaardige plaats krijgen bij het ontwerpen van nieuwbouw en (openbare) ruimte hier omheen.

Om dit te bereiken, wordt voldaan aan de eis om een hoogwaardig habitat te creëren voor de vijf soortgroepen die in de stad voorkomen: • Gebouwbewonende soorten: Doelsoorten: gewone dwergvleermuis, gierzwaluw, huismus, spreeuw, huiszwaluw, scholekster • Boombewonende soorten: Doelsoorten o.a.: gaai, grote bonte specht, boomklever, boomkruiper, ruige dwergvleermuis • Aan struweel gebonden soorten: Doelsoorten o.a.: merel, heggenmus, egel, muizen, spitsmuizen, boomblauwtje, citroenvlinder • Aan bloemrijk grasland gebonden soorten: Doelsoorten o.a.: wilde bijen, vlinders,

Ziegler | Branderhorst

34

•

zweefvliegen (en insectenetende dieren) Aan water en oevers gebonden soorten: Doelsoorten o.a.: kikkers, gewone pad, kleine watersalamander, vissen, libellen, waterkevers

Toelichting: om een hoogwaardig habitat te creëren, wordt voor elk van de doelsoorten voldaan aan de vijf V’s: 1. Voedsel (& Vocht): voor de soorten zijn binnen de actieradius voldoende voedselbronnen aanwezig en is (drink)water beschikbaar. 2. Voortplanting: voor de soorten voldoet het terrein aan de eisen voor het vinden van een geschikte nest- of voortplantingsplaats. Denk aan: (nest)kasten voor vogels en vleermuizen (voor de laatstgenoemde ook verblijven van voldoende kwaliteit om te fungeren als kraamverblijfplaatsen), boomholten, boomkronen en struikgewas, dood hout (voor wilde bijen en andere insecten), kale grond (voor o.a. wilde bijen). 3. Veiligheid: in het gebied is schuilgelegenheid aanwezig voor elk van de doelsoorten. Denk aan (groenblijvende) struiken, overstaande kruidenvegetatie, boomholten en kasten voor vogels en vleermuizen (voor de laatstgenoemde ook verblijven van voldoende kwaliteit om te fungeren als winterverblijfplaatsen), water met natuurvriendelijke oevers en waterplanten, kale grond voor holletjes, dood hout, insectenhotels/een bijenburcht, keien… 4. Verplaatsing: voor elk van de doelsoorten geldt dat zij zich vrij kunnen verplaatsen tussen het groen binnen en buiten het gebied. Barrièrevorming wordt voorkomen (geen muren, afscheidingen, drukke wegen zonder faunapassages) en groen wordt aanééngesloten aangelegd.

5. Variatie: binnen het gebied zijn alle groenlagen vertegenwoordigd. Zo is er een natte en droge (bloemrijke) kruidenvegetatie, is er een struiklaag en een boomlaag. Tussen de lagen zijn natuurlijke overgangen (denk aan natuurvriendelijke oevers en zoom- en mantelvegetaties). De hoge lagen nemen niet de kwaliteit van de lagere lagen weg: er zijn voldoende zonnige, beschutte plekken aanwezig. Gebouwbewonende soorten Huismus: het uitgangspunt is het aanbrengen van ten minste 25 inbouwkasten voor deze soort in het gebied. De kasten worden aan de noordof oostzijde van de panden in groepjes van ongeveer vijf kasten bij elkaar geplaatst (met ten minste 50 cm tussen elke kast), op een hoogte van ten minste 3 meter en niet hoger dan de 3e etage. In de directe omgeving van het nest is drie à vier meter hoog opgaand groen aanwezig (groenblijvende struiken of klimplanten zoals klimop). Daarnaast zijn zanderige plekken aanwezig voor een stofbad. Inheemse (besdragende) struiken leveren voedsel en trekken insecten aan, die op hun beurt ook weer voedsel bieden. • Spreeuw: het uitgangspunt is het aanbrengen van ten minste 20 kasten in het gebied, aan de noord- of oostzijde van de bebouwing, op 3 tot 5 meter hoogte. Kruidenrijk grasland en (inheemse) struiken met bessen en fruitbomen leveren voedsel (direct en indirect door het aantrekken van insecten).

De kasten worden zo opgehangen dat de spreeuwen in een rechte lijn naar het grasland kunnen vliegen. • Gierzwaluw: het uitgangspunt is het aanbrengen van ten minste 20 inbouwkasten in het gebied, aan de noord- of oostzijde van de bebouwing. Kasten worden zo hoog

•

•

•

mogelijk geplaatst en er is een vrije valruimte aanwezig bij de ingang van de kast. Gewone dwergvleermuis (en andere gebouwbewonende vleermuizen): het uitgangspunt is het aanbrengen van ten minste 25 ingebouwde vleermuiskasten (of kies voor openingen die leiden tot toegankelijke spouwmuren). Ten minste vijf verblijfplaatsen hebben een groter formaat waardoor ze kunnen dienen als kraam- of winterverblijf. Combineer deze grotere verblijfruimtes bijvoorbeeld met technische ruimtes (zoals een liftschacht of een verwarmingsruimte). De kasten worden geplaatst op ten minste 3 meter hoogte en hebben een vrije aanvliegroute van twee meter voor en onder de opening. Huiszwaluw: deze soort maakt kleinesten onder overstaande dakranden. Het aanbrengen van deze randen aan de gebouwen (op 5 tot 10 meter hoogte), aan de noord- of oostzijde en wit van kleur, zorgen voor de mogelijkheid dat de soort zich er vestigt. De soort heeft (kruidenrijk) grasland, water en modder in de omgeving nodig. Scholekster: door het aanbrengen van bruine daken op de bebouwing, kan de scholekster deze gebruiken als broedplaats.

Het horizontale en verticale oppervlak van de ontwikkeling wordt in samenhang met de groenblauwe structuren in de bredere omgeving ingericht (met minimaal 50% groen, boomkroonoppervlak telt mee). Toelichting: Dit geldt dus ook voor gevels en daken: deze worden met zoveel mogelijk groen gerealiseerd. Door het toepassen van een voldoende dikke substraatlaag op de daken, wordt variatie in beplanting mogelijk

gemaakt. De locatie leent zich voor realisatie van bruine daken, die gerealiseerd worden met grond (met daarin de bestaande zaadbank) die momenteel aanwezig is op de ontwikkellocatie. Dit zorgt voor een gebiedseigen begroeiing op de daken, die een hogere waarde heeft voor de biodiversiteit. Zo biedt het voedsel en leefgebied voor diverse insecten zoals wilde bijen. Ook vogels kunnen erop broeden en voedsel zoeken, zoals de scholekster en de witte kwikstaart. Bruine daken worden aangevuld met bijvoorbeeld grind, keien, dood hout en water (poeltjes) voor hogere natuurwaarden. Nota Ruimtelijke Kwaliteit (NRK) Het plangebied valt onder de Consolidatie Regie met als typologie ‘Divers’. Dit type regie is gericht op behoud van het onderscheidende karakter van de buurten, met daarbinnen vrijheid voor individuele invullingen. In de geconsolideerde stad gaat het wat betreft ruimtelijke kwaliteit letterlijk om de hoofdlijnen: de hoofdstructuren die de woonbuurten begrenzen. Daar moet de ruimtelijke kwaliteit in orde zijn. Door de ligging van het plangebied aan deze hoofdlijnen verdient dit bijzondere aandacht.

Notitie Hoogbouwprincipes (NHP) In de notitie ‘Hoogbouwprincipes, kansen voor hoogbouw in Haarlem’ wordt de locatie Delftplein als volgt omschreven: De bijzondere positie als noordelijke entree van de bebouwde kom leent zich voor een markante vorm van hoogbouw en een nieuw duidelijk oriëntatiepunt van Haarlem Noord. Het knooppunt kenmerkt zich door redelijke dichtheden aan bebouwing, maar met een gering ruimtegebruik door geconcentreerde hoogbouw in een groene omgeving. Het stedenbouwkundig beeld is een groepering rond een (groen) verkeersplein,

Ziegler | Branderhorst

36

met 1 a 2 hoogte-accenten, bijvoorbeeld op de snijlijn van de zichtlijn vanaf de Vondelweg en de Rijkstraatweg. Daarbij is het van belang dat er ook een architectonische oriëntatie op de Westelijke randweg komt, omdat dit een van de drie belangrijkste invalswegen is waar Haarlem zich presenteert. Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) Het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) benoemt het Streefbeeld Delftwijk: • Kenmerkend is de loskoppeling van langzame en snelle (auto)verkeersroutes. • Langzaam verkeersroutes zijn gekoppeld aan een heldere groenstructuur. • Groengebieden aan elkaar geschakeld door wandelroutes • Een nieuw wijkpark en een plein met winkels. • Uitstraling: een wijk met allure en een zachte, (woon)vriendelijke binnenkant. Structuurvisie openbare ruimte (SOR) In de structuurvisie openbare ruimte 2040 zijn de volgende opgaven onderscheiden voor Delftplein: • Een ontbrekende schakel in de boomstructuur ter hoogte van het HOVknooppunt Delftplein. • Door looproutes naar HOV-haltes en regionale- of hoofdfietsroutes via knooppunten laten lopen wordt het interessant om de fiets en ov te combineren. Fietsdeelconcepten en autodelen zijn voorzieningen die passen op deze knooppunten.

Mobiliteitsbeleid Haarlem 2030 Binnen het mobiliteitsbeleid van Haarlem zetten we in op de mobiliteitstransitie. Binnen de stad reizen we zoveel mogelijk te voet of met de fiets, de reizen van en naar de stad doen we zoveel mogelijk met een steeds schoner OV en we gebruiken de (elektrische) auto alleen als het niet anders kan. In de openbare ruimte wordt prioriteit gegeven aan directe, aangename en comfortabele routes en goede faciliteiten voor voetgangers en fietsers in de stad en een verbetering van het fiets- en OVnetwerk in de MRA. Fietsparkeren, vooral bij OV-knooppunten (ketenmobiliteit), wordt hierbij gezien als topprioriteit. Binnen het mobiliteitsbeleid is Delftplein aangegeven als een P+R zoeklocatie. Nota Parkeernormen In het kader van het parkeren moet voldaan worden aan de Nota parkeernormen Haarlem 2022, welke het CROW als uitgangspunt heeft. De nota beschrijft het beleid van de gemeente Haarlem over hoe fiets- en autoparkeren in ruimtelijke ontwikkelingen moet worden opgelost. Voor de planlocatie moet voldaan worden aan de normen behorende bij de gebiedsindeling ‘’stedelijk gebied’’. De parkeerbehoefte dient op eigen terrein te worden opgelost.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13045075/1