CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20230974647 3 Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing

commissie Ontwikkeling 7 september 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: 22.30 uur Ontwerp-verklaring van geen bedenkingen voor het vergunnen van een nieuwe turnhal aan de Pim Mulierlaan (FR)24.791 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

Ruimtelijke onderbouwing Turnhal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

Opdrachtgever:

Stichting Hercules

Datum:

03-05-2023

Status:

definitief

Planruimte Frans Lehárlaan 130 2102 GW Haarlem +31 (0)6 23 922 839

Telefoon

info@planruimte.nl

E-mail

www.planruimte.nl

Internet

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

Inhoud 1 INLEIDING ........................................................................................................................ 3 1.1 AANLEIDING ................................................................................................................. 3 1.2

LIGGING PLANGEBIED .................................................................................................... 3

1.3

VIGERENDE BESTEMMINGSPLANNEN ............................................................................... 4

1.4

LEESWIJZER ................................................................................................................. 5

2

BESTAANDE SITUATIE ....................................................................................................... 6

3

NIEUWE SITUATIE ............................................................................................................. 7

4 BELEIDSKADER .............................................................................................................. 13 4.1 RIJKSBELEID .............................................................................................................. 13 4.2

PROVINCIAAL BELEID ................................................................................................... 16

4.3

GEMEENTELIJK BELEID ................................................................................................ 17

5 OMGEVINGSASPECTEN.................................................................................................... 21 5.1 WATER ...................................................................................................................... 21 5.2

BODEM ...................................................................................................................... 22

5.3

FLORA EN FAUNA ........................................................................................................ 23

5.4

CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE ............................................................................ 23

5.5

GELUID ...................................................................................................................... 24

5.6

LUCHTKWALITEIT ........................................................................................................ 26

5.7

EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................... 27

5.8

BEDRIJVEN EN MILIEUZONERINGEN ............................................................................... 28

5.9

KABELS, LEIDINGEN EN TELECOMMUNICATIE INSTALLATIES .............................................. 29

5.10

MILIEUEFFECTRAPPORTAGE / M.E.R.-(BEOORDELINGS)PLICHT ......................................... 29

6 UITVOERBAARHEID ......................................................................................................... 30 6.1 FINANCIËLE UITVOERBAARHEID .................................................................................... 30 6.2

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ........................................................................ 30

BIJLAGE 1 TEKENINGEN NIEUWE SITUATIE ..................................................................................... BIJLAGE 2 STIKSTOFBEREKENING ................................................................................................ BIJLAGE 3 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA ....................................................................................... BIJLAGE 4 M.E.R.-AANMELDNOTITIE.............................................................................................. BIJLAGE 5 PARKEERONDERZOEK ................................................................................................. BIJLAGE 6 ONDERZOEK SOCIALE VEILIGHEID EN VERKEERSVEILIGHEID ............................................. BIJLAGE 7 VERKENNEND BODEMONDERZOEK ................................................................................ BIJLAGE 8 AKOESTISCH ONDERZOEK ............................................................................................ BIJLAGE 9 BEZONNINGSTUDIE...................................................................................................... BIJLAGE 10 STAPPENPLAN PARKEREN..........................................................................................

2

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

1

Inleiding

1.1 Aanleiding Sportclub HLC wil graag een nieuwe turnhal realiseren in Haarlem Noord. De beoogde locatie voor de turnhal is een kavel aan de Pim Mulierlaan in het plangebied ‘Pim Mulier sportpark’. Het bouwplan is hoofdzakelijk geprojecteerd op gronden met de bestemming ‘Gemengd -5. Deze gronden zijn niet bebouwd, maar wel verhard. Het plan ligt ook deels op gronden met de bestemming ‘Verkeer’ geprojecteerd. Het plan is strijdig met het vigerend bestemmingsplan ‘Overdelft’ en kan gerealiseerd worden met een reguliere afwijkingsprocedure op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° Wabo. Hoewel hierbij vanuit de wet geen plicht bestaat voor het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing heeft Stichting Hercules besloten die wel te doen. Hiertoe is de voorliggende ruimtelijke onderbouwing opgesteld.

1.2 Ligging plangebied

Ligging plangebied

Het perceel is gelegen aan de Pim Mulierlaan 3 te Haarlem en wordt ontsloten via de Pim Mulierlaan. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door het Pim Mulier Stadion, aan de oostzijde door de softbalvereniging, aan de zuidzijde door de Pim Mulierlaan en aan de westzijde door de Provincie Noord-Hollandhal (PNH hal).

3

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

1.3 Vigerende bestemmingsplannen Bestemmingsplan Overdelft Het plangebied ligt in het op 17 september 2020 door de gemeenteraad van Haarlem vastgestelde bestemmingsplan ‘Overdelft’. De gronden ter plaatse van het plangebied zijn deels voorzien van de bestemming Gemengd -5 (artikel 4) en deels voorzien van de bestemming Verkeer (artikel 10).

Artikel 4 Gemengd - 5 De voor 'Gemengd - 5' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. b. c. d. e.

horeca categorie 4 ter plaatse van de aanduiding 'horeca 4'; congres- en vergaderruimten, atelier; publiekgerichte- en niet publiekgerichte dienstverlening; maatschappelijke doeleinden zoals bedoeld in artikel 6; sport met bijbehorende voorzieningen zoals kantines of wat betreft aard en uitstraling daarmee gelijk te stellen ruimtes; f. het houden van sportevenementen met bijbehorende voorzieningen zoals skyboxen, tribunes en sanitair, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'sport'; g. aan de hoofdfunctie gerelateerde en ondergeschikte detailhandel tot een maximum van 100 m² van het bruto vloeroppervlak; h. bij de bestemming behorende (ondergrondse) parkeervoorzieningen, parkeergarage, 'bouwwerken geen gebouw zijnde', groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen, waterlopen en waterpartijen. Artikel 10 Verkeer De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.

straten en wegen; voet- en fietspaden; (ondergrondse) parkeervoorzieningen; bruggen; kiosken; garageboxen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'garagebox'; bij de bestemming behorende groenvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen, speel- en sportvoorzieningen, kunstwerken, kunstobjecten, waterberging, bergbezinkbassins,(ondergrondse) inzamelplaatsen voor afval- en recyclecontainers; geluidswerende voorzieningen, reclameuitingen, warmte-koudeopslag, warmtekoudetransport.

Uitsnede bestemmingsplan ‘Overdelft’.

4

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

Het plan is strijdig met de bestemming Verkeer (artikel 10) aangezien het plan niet past binnen de doeleindenomschrijving en bouwregels. Het plan past wel binnen de bestemming Gemengd - 5 (artikel 4). De sporthal past binnen de doeleindenomschrijving, het bouwvlak en de maximale bouwhoogte van 14 m. Overige bestemmingsplannen Daarnaast zijn diverse parapluplannen vastgesteld waar de beoogde locatie onder valt, namelijk: Reparatieplan B Haarlem 2019, Parapluplan parkeernormen Haarlem 2018 en het Facetbestemmingsplan Archeologie. In het Reparatieplan B Haarlem 2019 is onder meer een regeling opgenomen voor watergangen en woonschepen. In het Parapluplan parkeernormen Haarlem 2019 is het parkeerbeleid van de gemeente Haarlem juridisch verankerd. In het Facetbestemmingsplan Archeologie heeft het perceel een bestemming Archeologie-Waarde 5 gekregen, ter bescherming van de archeologische waarden in het gebied. Het Reparatieplan B Haarlem 2019 kent geen aanpassingen die van belang zijn voor het plan. Daarnaast blijkt uit het parkeeronderzoek van Wittteveen + Bos (zie bijlage) dat kan worden voldaan aan de vereiste parkeernormen uit het Parapluplan Parkeernormen Haarlem 2019. Een nadere toelichting is opgenomen in de paragraaf parkeren in hoofdstuk 3. Ook past het plan binnen de dubbelbestemming Waarde-Archeologie 5 van het Facetbestemmingsplan Archeologie.

Dit aangezien geen archeologische beperkingen gelden voor plannen met een oppervlakte kleiner dan 10.000 m2.

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de bestaande situatie beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 wordt de nieuwe situatie beschreven. In hoofdstuk 5 is de gewenste ontwikkeling getoetst aan de relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 6 gaat in op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.

5

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

2

Bestaande situatie

Op het perceel aan Pim Mulierlaan te Haarlem is op het sportpark Pim Mulier in Haarlem Noord een bouwperceel aanwezig. Sportclub HLC wil hier graag een nieuwe turnhal realiseren. Het perceel ligt op het terrein voor de Provincie Noord-Hollandhal tegenover het Mendel college en naast honk- en softbalbalvereniging Kinheim.

Luchtfoto bouwperceel Pim Mulierlaan te Haarlem

Foto bouwperceel beoogde turnhal HLC, Pim Mulierlaan te Haarlem (zicht vanaf de Pim Mulierlaan

6

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

3

Nieuwe situatie

Aanleiding Turnvereniging HLC wil aan de Pim Mulierlaan, naast de Provincie Noord-Holland hal (PNH hal), in Haarlem Noord een nieuwe turnhal realiseren. HLC geeft momenteel turnles op meer dan vijftien locaties in Haarlem. Deze locaties zijn door de (te) kleine afmetingen, ouderwetse inrichting en beperkte ruimte voor opslag van materialen in mindere mate geschikt voor de turnsport. HLC heeft ook een eigen (verouderde) locatie in Schalkwijk op de Belgiëlaan. Verder maakt HLC onder andere gebruik van de gymzalen bij de middelbare school het Schoter. Op die locatie wordt een nieuwe sporthal gerealiseerd waar ook de sportfuncties uit de Beijneshal in het centrum gevestigd worden. Dit betekent dat voor de turnvereniging geen plek meer is in de nieuwe hal aan de Sportweg. Het is dan ook van belang dat op korte termijn de turnhal van HLC gerealiseerd kan worden op een nieuwe locatie. De keuze voor deze locatie is erin gelegen dat in Haarlem Noord de meeste leden wonen. HLC is met meer dan 1.600 leden een belangrijke sportaanbieder in Haarlem. Met de bouw wordt ook een ambitie volbracht uit het coalitieprogramma Duurzaam Doen van 1 juni 2018, waarin staat: “we realiseren een nieuwe turnhal”. Met de komst van een sport specifieke turnhal, die tevens multifunctioneel gebruikt kan worden, kan HLC kwalitatief betere lessen verzorgen en haar activiteiten verder uitbreiden.

Naast de lessen kunnen in de sporthal ook wedstrijden georganiseerd worden. Voor de wedstrijden wijkt HLC nu uit naar buurgemeenten. Ook voor de binding van leden is één hoofdlocatie wenselijk. HLC wil de turnhal zelf laten ontwikkelen en heeft de gemeente gevraagd om een stuk grond te mogen aankopen in Haarlem Noord, een financiële bijdrage te leveren en een garantstelling voor een aan te trekken lening. HLC biedt de gemeente het stuk grond aan in Schalkwijk (Belgiëlaan 8). De gemeente wil deze grond aankopen om hier een nieuwe sportzaal te realiseren. HLC heeft vanwege wijzigingen in het sportzalenbestand en een groeiend ledenaantal binnenkort onvoldoende ruimte om haar leden les te geven. Daarnaast hebben ze in Haarlem geen faciliteiten tot hun beschikking waar ze officiële wedstrijden kunnen geven. Er is een breed gedeelde wens om voor HLC een turnhal te realiseren, zodat de turnsport een eigen plek krijgt passend bij de grootte van de club en het belang dat eraan deze vorm van breedtesport wordt gegeven. Met dit project wil de gemeente ervoor zorgen dat HLC, met behulp van een gemeentelijke bijdrage en garantstelling, een turnhal kan bouwen, waardoor hun capaciteitsproblemen worden opgelost en de turnsport breed toegankelijk blijft voor alle Haarlemmers. Doel van het plan Door de gemeente is een startnotitie voor de turnhal opgesteld.

Hierin zijn de belangrijkste doelen van het plan omschreven, te weten:  Het mogelijk maken van de bouw van een (multifunctionele) turnhal voor HLC, die voldoet aan de eisen van NOC*NSF en KVLO;  Het toegankelijk houden van deze breedtesport voor alle Haarlemmers;  De ontwikkeling van de turnhal passend maken binnen de visie Ontwikkelzone OrionwegPlanetenlaan;  Een ontwerp maken dat rekening houdt met de zichtbaarheid en bereikbaarheid van de entree van de huidige PNH hal;  Duidelijkheid krijgen in de benodigde planologische procedures, ontheffingen en vergunningen;  Het verkopen van het door HLC gewenste perceel en het aankopen door de gemeente van het perceel aan de Belgiëlaan van HLC;  Opstellen van een samenwerkingsoverkomst met HLC waarin onder meer wordt opgenomen onder welke voorwaarden en in welke vorm de gemeente een bijdrage levert en aan welke Ruimtelijke randvoorwaarden moet worden voldaan;  Besluitvorming voorbereiden voor het vrijgeven van de benodigde kredieten. 7

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

Bepalen of gemeente garantstelling kan/wil afgeven en onder welke voorwaarden.

Ruimtelijke en planologische randvoorwaarden van het plan In de startnotitie zijn de belangrijkste ruimtelijke en planologische randvoorwaarden van plan omschreven. Hierbij moet het plan de volgende kaders passen:      

Visie ontwikkelzone Orionweg-Planetenlaan (2020) Vigerende wet- en regelgeving Bestemmingsplan Pim Mulier Sportpark (2009) Structuurplan Haarlem 2020 (2005) Coalitieprogramma ‘Duurzaam Doen 2018-2022’ Nota Ruimtelijke Kwaliteit, gemeente Haarlem (2012)

Planspecifiek Met de bouw wordt een ambitie volbracht uit het coalitieprogramma Duurzaam Doen van 1 juni 2018, waarin staat: “we realiseren een nieuwe turnhal”. De beoogde kavel is ook opgenomen in de ontwikkelzone Orionweg-Planetenlaan. Er is stedenbouwkundig een eis meegegeven om de nieuwe hal een markant en passend hoekpunt te geven vanaf de zichtlijn van de Orionweg. In het plan is rekening gehouden met deze eis door een aantrekkelijk hoekpunt te creëren met een centrale hal, waarbij aan de buitenzijde ook een natuur inclusieve wand wordt gerealiseerd. Hiermee past het ontwerp in de ontwikkelingsvisie Orionweg-Planetenlaan en de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. De komst van de turnhal draagt bij aan het uit het zicht halen van de bestaande PNH hal. Deze wordt over het algemeen gezien als een hal met een lage esthetische waarde. De nieuwe turnhal valt deels buiten het bouwvlak van het bestemmingsplan, omdat HLC een groter perceel nodig heeft voor de bouw van de hal. Het extra benodigde oppervlak heeft als bestemming Verkeers- en verblijfsdoeleinden. Op basis van de nu bekende gegevens is het mogelijk dat voor het plan een reguliere afwijkingsprocedure op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° Wabo (kruimelprocedure) wordt doorlopen. Maatschappelijke kaders In de startnotie zijn de maatschappelijke kaders meegegeven.

Deze hebben betrekking op:  Agenda voor de Sport 2015-2019 (2014/450652);  Integraal uitvoeringsplan sportaccommodaties 2018 – 2028 ‘Sport aan zet’ (2018);  Geactualiseerde Investeringsagenda binnensport 2019 – 2022 (2019). Planspecifiek Het Integraal uitvoeringsplan sportaccommodaties 2018-2028 is in februari 2018 als informatienota aangeboden aan de commissie samenleving. In dit uitvoeringsplan wordt uiteengezet hoeveel sportaccommodaties en maatregelen nodig zijn om het conditieniveau van de accommodaties op peil te brengen en te houden in de komende 10 jaar. Hierin is rekening gehouden met de groei van sportaccommodaties in Haarlem. Het plan voor de turnhal geeft invulling aan deze behoefte. Op basis van de autonome groei en groei op basis van de woonvisie, is het huidige areaal voor zowel buiten-, binnen- en zwemsport kwantitatief en kwalitatief ontoereikend. In het kader van de groei van de stad is het noodzakelijk om ruimte en budget te reserveren voor voorzieningen op het gebied van sportaccommodaties, zodat sport en bewegen beschikbaar en bereikbaar (laagdrempelig) blijft voor de (groeiende) Haarlemse bevolking. De bouw van de turnhal draagt bij aan de ambitie om het sportareaal kwantitatief en kwalitatief te verbeteren.

Hiermee past het plan in de Agenda voor de Sport 2015-2019, het Integraal uitvoeringsplan sportaccommodaties en de geactualiseerde Investeringsagenda binnensport 2019.

8

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

Duurzaamheidskaders In de startnotie zijn de maatschappelijke kaders meegegeven, te weten:  Haarlem Klimaatneutraal 2030 (2017)  Versnelling duurzaamheidsprogramma (2017)  Klimaat adaptatieagenda (2017)  Aardgasvrije nieuwbouw Haarlem (2017)  Start programma Haarlem circulair 2030 (2016)  Programma Haarlem Circulair 2040 (2019)  Duurzaamheidsprogramma Haarlem (2015)  Handboek duurzaam bouwen  Handboek natuur inclusief bouwen Planspecifiek Om de biodiversiteit in de stad niet te laten teruglopen maar te vergroten, is voor gemeentelijke projecten en voor de ontwikkelzones natuur inclusief bouwen een uitgangspunt. Dat geldt ook voor deze ontwikkeling. Voor ecologie moet ook met de natuurwetgeving rekening worden gehouden. Aandachtspunten met betrekking tot duurzaamheid zijn:  gasloos bouwen;  energiebesparende maatregelen;  zelf opwekken van energie;  zorgen voor extra groen t.b.v. natuurlijke koeling en infiltratie regenwater;  bijdragen aan duurzame mobiliteit;  hoogwaardige isoleren buitenmuren en daken voor de energiezuinigere footprint;  stimuleren bereikbaarheid te voet, met de fiets en OV. Met het plan is rekening gehouden met de bovenstaande duurzaamheidskaders. Het realiseren van een groene gevel heeft een positief effect op de flora en fauna. Er bestaat een grote kans dat kleine vogelsoorten nestelen in de groene gevel.

Het gebouw wordt gasloos gebouwd, waarbij ook tevens diverse energiebesparende maatregelen zijn genomen, zoals het plaatsen van zonnepanelen op het dak en voldoet aan de eisen van Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). Ook wordt een groene wand gecreëerd (hedera met een mix van wintergroene clematissen) om het plan natuur inclusief te maken. Deze zorgt voor natuurlijke koeling van het gebouw en het verbeteren van de infiltratie van regenwater. Om duurzame mobiliteit te stimuleren worden voldoende fietsenstallingen gecreëerd bij het Mendelcollege. Ook is de locatie goed bereikbaar per OV, waardoor autogebruik wordt teruggebracht. Elektrisch vervoer kan worden gestimuleerd indien laadplekken in de parkeergarage worden gerealiseerd. Tenslotte zal voor het gebouw gebruik worden gemaakt van duurzame materialen. De initiatiefnemers geven aan dat zij duurzaamheid erg belangrijk vinden en daaraan hoge eisen stellen bij de ontwikkeling van de hal. De afspraken hierover worden onderdeel van de samenwerkingsovereenkomst. Hoofdlijnen van het plan In de nieuwe situatie wordt op het terrein voor de PHN hal een nieuwe turnhal voor sportclub HLC gerealiseerd. Het pand heeft een omvang van ongeveer 2.245 m2 b.v.o en is maximaal 10 m hoog. Aan de oostzijde komt op de begane grond een centrale hal met kleedkamers, EHBOruimte en beheerdersruimte.

Aan de westzijde van de hal komen op de begane grond diverse bergruimtes voor de opslag van materialen en toestellen. Op 1e verdieping bevindt zich aan de oostzijde een verenigingsruimte, publieke tribune en vergaderruimtes. Deze zijn bereikbaar via het trappenhuis in de centrale hal. Door een glazenwand bij de verenigingsruimte is een aantrekkelijk uitzicht op de turnhal. Onderbouwing Het plan voor het realiseren van een nieuwe turnhal past in het gemeentelijk beleid om de sportmogelijkheden in Haarlem te verruimen. Er zijn diverse gesprekken geweest met 9

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

bewoners, het Mendelcollege, Kinheim en de gemeente. Bij het plan wordt ook zoveel mogelijk aangesloten bij de bestaande bouwmogelijkheden op het perceel. Het plan sluit stedenbouwkundig goed aan bij de bestaande bouwhoogte van 14 m van de PNH hal. Qua situering is gekozen om het pand zoveel mogelijk richting de bestaande sporthal te realiseren, waardoor aangesloten kan worden bij de rooilijn van de PNH hal vanaf de Pim Mulierlaan. De ingang van de sporthal ligt in de richting van de Jaap Edenlaan. Qua materialisatie wordt aangesloten bij de omliggende bebouwing. Bezonningstudie Voor het plan is een bezonningstudie uitgevoerd waarin de schaduwwerking van het bouwplan op de omliggende bebouwing is onderzocht (zie bijlage). Hieruit kan worden geconcludeerd dat omliggende bebouwing, waaronder de woningen, geen last hebben van schaduwwerking als gevolg van het plan. Ook is getoetst aan de TNO-norm “Daglichttoetreding en bezonning in de woonomgeving”. De norm beschrijft hoeveel daglicht er op de vensterbank van een woning moet vallen. Alle direct aangrenzende functies zijn sportfuncties die geen daglicht eis hebben. De dichtstbijzijnde woningen zijn wel relevant. Uit de bezonningstudie blijkt echter dat door het plan geen enkele schaduwwerking op deze woningen ontstaat. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat voldaan wordt aan de TNO norm.

Parkeren Voor het plan is door Witteveen + Bos een parkeeronderzoek uitgevoerd en het stappenplan parkeren doorlopen (zie bijlagen). In het parkeeronderzoek zijn eerst de functies binnen het gebied en de bijbehorende parkeernormen bepaald. Vervolgens is gekeken naar de aanwezigheidspercentages van de verschillende weekmomenten. Hierbij is ook gekeken naar de seizoenseffecten van de verenigingen en het gebruik van de PNH-Hal. Hierna is de parkeervraag en het aantal beschikbare parkeerplaatsen bepaald. Tenslotte is gekeken of voldaan kan worden aan de gemeentelijke parkeernormen.

Uit het parkeeronderzoek kunnen de volgende theoretische conclusies getrokken worden: - op een avond tijdens een werkdag is de parkeerbehoefte het grootst met een aantal van 355 parkeerplaatsen. Dit komt omdat er zowel getraind wordt en wedstrijden zijn en de woontoren de grote parkeerbehoefte heeft; - het totale aantal parkeerplaatsen in het gebied is 352. Het totale gebied komt dus 3 plekken te kort. - op een avond van een werkdag heeft de woontoren The Umpire 99 - 71 = 28 plekken te weinig; - op een avond van een werkdag heeft gebied A (zie onderstaande tekening) 169 plekken beschikbaar en een parkeerbehoefte van 87 plekken; - op een avond van een werkdag heeft gebied B (zie onderstaande tekening) 112 plekken beschikbaar en een behoefte van 169 plekken. Er kan dus geconcludeerd worden dat tijdens de avond van een werkdag gebied A plekken over heeft waarvan de woontoren, turnhal, PNH-hal en Kinheim (deels) gebruik kunnen maken als n de directe omgeving geen plaats meer is. De parkeerplaatsen aan de Jaap Edenlaan liggen grotendeels op acceptabele loopafstand van de bestemmingen aan de Pim Mulierlaan. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het plan qua parkeren inpasbaar is.

10

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

Parkeergebieden

Sociale veiligheid en verkeersveiligheid Door Witteveen + Bos is een onderzoek naar de verkeersveiligheid en sociale veiligheid uitgevoerd. Hiermee wordt invulling gegeven aan de ‘Motie Onafhankelijk Advies Verkeer en Veiligheid’ die op 24 maart 2022 door de raad is aangenomen. Hierin wordt verzocht nader onderzoek te doen naar de inrichting van de omliggende ruimte van de turnhal op het gebied van sociale veiligheid en verkeersveiligheid. Hierin zijn verschillende voorstellen gedaan voor het inrichten van de openbare ruimte met het oog op de sociale veiligheid en de verkeersveiligheid ten aanzien van fietsers en voetgangers. Deze voorstellen worden gebruikt bij het ontwerpen en uitwerken van de openbare ruimte. Over zowel het parkeeronderzoek als het onderzoek met betrekking tot de sociale veiligheid en verkeersveiligheid is uitgebreid geparticipeerd met alle betrokken stakeholders, waaronder de gemeente, Kinheim, andere omliggende sportverenigingen, het Mendelcollege en de omwonenden.

Nieuwe situatie sporthal HLC

11

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

Impressie nieuwe situatie sporthal HLC

Impressie nieuwe sporthal HLC

12

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

4

Beleidskader

Het kader voor een bestemmingsplan wordt gevormd door diverse nationale, provinciale, (deel) regionale, en (deel)gemeentelijke nota's. Dit beleid stelt planologische en bestuurlijke beleidskaders (randvoorwaarden) aan de ruimtelijke (on)mogelijkheden voor het plangebied waarmee rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk wordt voor het plangebied het relevante algemene beleid beknopt samengevat.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie In Nederland staan we voor urgente maatschappelijke opgaven. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Deze opgaven zijn niet meer op zichzelf staand op te lossen, maar grijpen in elkaar. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt het Rijk een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten het Rijk stelt bij de inrichting van Nederland en hoe keuzes gemaakt worden bij de uitvoering daarvan. De NOVI stelt een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisatie, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werken aan de nationale prioriteiten:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio’s;  en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.  Toetsing Planspecifiek De NOVI kent een hoog abstractieniveau en bevat geen concreet beleid ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.

Er is geen sprake van strijdigheid met het nationaal beleid.

4.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De structuurvisie is de opvolger van de Nota Ruimte en de Nota mobiliteit. Het Rijk kiest daarin een aantal doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):  vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;  verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;  waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. De leidende gedachte in de SVIR is ruimte maken voor groei en beweging. De SVIR is de eerste rijksnota die de onderwerpen infrastructuur en ruimte integraal behandelt. In de SVIR richt het Rijk zich vooral op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. 13

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

Door urbanisatie, individualisering, vergrijzing en ontgroening nemen de ruimtelijke verschillen toe. Vanaf 2035 groeit de bevolking niet meer. De samenstelling van de bevolking, en daarmee de samenstelling van huishoudens, verandert. Ambities tot 2040 zijn onder andere het aansluiten van woon- en werklocaties op de (kwalitatieve) vraag en het zoveel mogelijk benutten van locaties voor transformatie en herstructurering. Ook wil het Rijk ervoor zorgen dat in 2040 een veilige en gezonde leefomgeving met een goede milieukwaliteit wordt geboden. Dit moet voor zowel het landelijk als het stedelijk gebied gelden. In de SVIR is verder vastgelegd dat provincies en (samenwerkende) gemeenten verantwoordelijk zijn voor programmering van verstedelijking. (Samenwerkende) gemeenten zorgen voor (boven)lokale afstemming van woningbouwprogrammering die past binnen de provinciale kaders. Ook zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de woningbouwprogramma's. Planspecifiek De SVIR is verder niet specifiek van toepassing op het plangebied. De Ladder voor duurzame verstedelijking is wel van toepasing. Deze is nader toelichting in paragraaf 4.1.4.

4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 2011) Om uitvoering te geven aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, is op 30 december 2011 het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Hierin staat een aantal projecten beschreven die van Rijksbelang zijn en waarmee gemeenten rekening dienen te houden bij het vaststellen van bestemmingsplannen en wijzigings- of uitwerkingsplannen. De projecten zijn exact ingekaderd en voorzien van regels, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Het betreft de onderstaande projecten:              

Rijksvaarwegen Project Mainportontwikkeling Rotterdam Kustfundament Grote rivieren Waddenzee en waddengebied Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Ruimtereservering parallelle Kaagbaan

Planspecifiek Voorliggend plan ligt niet in een van de benoemde gebieden of aandachtsvelden als bedoeld in het Barro. Vanuit het Barro volgen dan ook geen aanvullende randvoorwaarden voor het plan.

4.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd en is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ hieraan toegevoegd. Overheden dienen op grond van het gewijzigde Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren om tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling te komen. Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. 14

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In de nieuwe systematiek worden de huidige definities niet gewijzigd. Ten aanzien van de “treden” van de Ladder zijn er wel wijzigingen: in de nieuwe Ladder zijn de treden 1 en 2 samengevoegd en trede 3 is geschrapt, waardoor er geen sprake meer is van verschillende treden. In artikel 1.1.1 Bro worden relevante begrippen gedefinieerd. Planspecifiek Het plan voor de nieuwe sporthal van HLC valt niet onder de definitie van stedelijke ontwikkeling, aangezien de sporthal reeds grotendeels binnen de bestaande mogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan past en het slechts een geringe afwijking betreft ten opzichte van de bestaande mogelijkheden. Het verder doorlopen van de ladder toets is daarom niet vereist.

4.1.5 Conclusie rijksbeleid Het plan past binnen de kaders van het rijksbeleid, zoals beschreven in de NOVI, SVIR en het Barro.

15

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie NH2050 De Omgevingsvisie NH2050 gaat uit van versterking van de economische structuur en werkgelegenheid, gericht op een duurzame ontwikkeling. Deze is essentieel voor een goede (internationale) concurrentiepositie. Versterking betekent ook het zoeken naar de balans tussen een positief effect op welvaart en welzijn van burgers en de belasting die economische groei kan vormen voor landschap, milieu en natuur. Planspecifiek Vanuit de omgevingsvisie NH 2050 zijn geen belemmeringen voor het plan.

4.2.2 Omgevingsverordening NH2020 Op 22 oktober 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld en op 16 november 2020 in werking getreden. De omgevingsverordening is op 1-2-2022 gewijzigd vastgesteld. De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie worden verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Deze vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. De provincie wil een eenvoudiger, duidelijker en meer integraal systeem van regels. Met meer ruimte voor lokaal en regionaal maatwerk en bestuurlijke afwegingsruimte. Om dat te bereiken stelde de provincie samen met haar partners de Omgevingsverordening op. Voor de provincie betekent dit een andere, nieuwe manier van werken. Ook de regels worden op een nieuwe manier opgesteld. De nieuwe regels richten zich op het ‘hoe’: hoe kom je tot een goede fysieke leefomgeving? De fysieke leefomgeving staat voor alles wat mensen zien, voelen en ruiken zoals gebouwen, wegen, parken, bossen, rivieren en een schone lucht. Voorheen richtten de regels zich vooral op het ‘wat’: wat mag niet en welke uitzonderingen gelden? Het gaat dus meer om het doel en minder om het middel. In de Omgevingsverordening NH2020 worden daarvoor de eerste stappen gezet.

Planspecifiek Het gevraagde is niet in strijd met de regels die de omgevingsverordening stelt voor dit gebied. Op grond van artikel 6.3 van de omgevingsverordening kan een bestemmingsplan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. In artikel 1.1.1 Bro worden relevante begrippen gedefinieerd. Het betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling aangezien de sporthal reeds grotendeels binnen de bestaande mogelijkheden van het vigerend bestemmingsplan past en het slechts een geringe afwijking betreft ten opzichte van de bestaande mogelijkheden.

4.2.3 Conclusie provinciaal beleid Het bestemmingsplan past binnen de kaders van het provinciale beleid, zoals beschreven in de Omgevingsvisie NH2050 en de Omgevingsverordening NH2020.

16

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1 Structuurplan Haarlem 2020 In het Structuurplan Haarlem 2020 is aangegeven dat de zone langs de Westelijke Randweg en de Delftlaan zich langzamerhand ontwikkelt tot de “sportboulevard” van Haarlem. In deze zone zijn namelijk diverse sportgelieerde ontwikkelingen in gang gezet. Hierbij valt onder andere te denken aan de herindeling van het Pim Mulier Sportpark en het toevoegen van bij voorkeur sportgelieerde kantoorfuncties. Uitgangspunt is intensief ruimtegebruik: bestaande en nieuwe parkeerplaatsen moeten bij voorkeur inpandig gesitueerd worden. De parkeerfunctie mag, in verband met (grote) evenementen niet verloren gaan; bijvoorbeeld bij honkbalwedstrijden en toernooien in het Pim Mulier sportpark. Uitgangspunt voor de ontwikkeling van bestaande sportparken zoals Pim Mulier is dat deze geschikt zijn voor intensivering van het gebruik door sportverenigingen en medegebruik door scholen. Daarbij past ook uitbreiding van de voor sport bedoelde gebouwen (kantine, kleedkamer, materialen e.d.). Bij de herinrichting van het Pim Mulier Sportpark zijn er kansen om de sportfunctie te combineren met functies die een meerwaarde opleveren voor de sportinfrastructuur. Planspecifiek Het plan past binnen de ambitie van de gemeente om de sportaccommodaties te versterken en uit te breiden.

Daarnaast wordt door het in gebruik nemen van een parkeergelegenheid onder de PNH hal het grondgebruik geïntensiveerd. Daarnaast is de hal inzetbaar voor medegebruik van scholen, zoals het Mendelcollege, of andere gebruikers. Naast de lessen kunnen in de sporthal ook wedstrijden georganiseerd worden. Voor de wedstrijden wijkt HLC nu uit naar buurgemeenten.

4.3.2 Ontwikkelings Programma Haarlem In het Ontwikkelings Programma Haarlem (OPH) is in het verleden aangegeven dat verschillende sporen worden gevolgd om de toeristische en culturele wervingskracht van Haarlem te versterken. Eén van die sporen heeft betrekking op “Haarlem Sportstad”. In het OPH is hierover het volgende opgenomen: “Het verbeteren, versterken en uitbreiden van sportaccommodaties is een belangrijke manier om meer (sport-)toeristen naar de stad te lokken. Ook door het versterken van de sportvoorzieningen in Haarlem wordt de toeristische wervingskracht vergroot. Goede, bereikbare accommodaties moeten het mogelijk maken aantrekkelijke evenementen te organiseren. Het gaat daarbij niet alleen om de recreatiesporter, maar ook om de topsporter.” Planspecifiek Het plan past binnen de ambitie van de gemeente om de sportaccommodaties te versterken en uit te breiden, waarbij ook meer (sport-)toeristen naar de stad worden gelokt.

4.3.3 Nota Ruimte voor Sport” (2002) In de nota “Ruimte voor Sport” (2002) is aangegeven dat sport een belangrijke maatschappelijke meerwaarde heeft. De rijksoverheid is van mening dat deze meerwaarde verder kan worden benut door samenwerking te zoeken met andere beleidsvelden. In het kader van integrale beleidsontwikkeling wordt beoogd dwarsverbanden te leggen tussen sportaanbieders en andere aan sport gerelateerde sectoren, zoals onderwijs, welzijn, recreatie en economie. Planspecifiek Het plan past binnen de nota Ruimte voor Sport aangezien het plan een bijdrage levert aan de sportvoorzieningen in Haarlem, waarbij een dwarsverband wordt gelegd tussen sportaanbieder en een versterking geeft van het Pim Mulier Sportpark. 17

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

4.3.4 Visie op herinrichting Pim Mulier Sportpark In het bestemmingsplan is een visie op de herinrichting van het Pim Mulier Sportpark opgenomen. Hierbij wordt ruimte geboden aan bebouwing voor zowel sport- als sportgelieerde functies. Tevens biedt het sportpark commercieel sportgelieerde functies. Hierbij was het oorspronkelijk uitgangspunt om ook commerciële bedrijfsruimte mogelijk te maken voor instellingen die zich qua schaal en uitstraling voegen naar de sportomgeving: bij voorkeur sportgelieerde en voor de uitstraling van het sportpark representatieve bedrijvigheid is gewenst. Hierbij was bij de herinrichting van het sportpark voorzien in twee bouwlocaties die onder andere bedoeld zijn voor bedrijfsbebouwing: nabij de entree (het “Sports Business Center Pim Mulier”) en achter het huidige stadion (het “Stadion Center Pim Mulier”). Vanwege de ontwikkelingen rond de turnhal voor HLC zijn de plannen voor bedrijfsmatige invulling enigszins gewijzigd en bestaat hier ruimte voor het realiseren van een indoor turnhal. Bij de herinrichting is ook aandacht besteed aan de groenstructuur. Hierbij wordt ingezet op versterking van het groen met vooral ecologische waarden én versterking van het groen met vooral stedelijke waarden.

Voor het bestemmingsplan Pim Mulier sportpark, is aangegeven dat het sportpark behoort tot de duinen/binnenduinrand en dat het grenst aan een ecologische verbindingszone. Het gebied staat in het teken van recreatief medegebruik. Voor een duurzame stedelijke ontwikkeling is het in stand houden en versterken van de bestaande stedelijke hoofd groenstructuur uitgangspunt. Onderdeel daarvan vormt de gewenste hoofd bomenstructuur die ten oosten van het plangebied loopt. Een tweede uitgangspunt is het vergroten van het bestaande groen in de stad. Dit kan door de toegankelijkheid van het stedelijk groen en de onderlinge bereikbaarheid voor langzaam verkeer te verbeteren. Tenslotte is ook aandacht besteed aan het watersysteem. Hierbij wordt ingezet op een duurzame ontwikkeling van het Haarlemse watersysteem: een veilig, veerkrachtig en ecologisch gezond watersysteem, waarbij inrichting en beheer zorgen voor een goede afstemming en vervulling van de belevingswaarde en relevante gebruiks- en natuurfuncties. Het is waardevol groene en blauwe netwerken onderling zoveel mogelijk te koppelen en hier weer langzaam verkeersroutes langs te leggen. Planspecifiek Met het plan wordt invulling gegeven aan de wens om de sportvoorzieningen op het Pim Mulier Sportpark te versterken. In het herinrichtingsplan was de kavel oorspronkelijk bedoeld voor bedrijfsmatige sportfuncties.

Vanwege de ontwikkelingen rond de turnhal is het herinrichtingsplan op dit punt iets gewijzigd en bestaat ruimte voor het realiseren van een indoor turnhal. Het plan levert ook een bijdrage aan het Pim Mulier sportpark door het toevoegen van een nieuwe turnhal waarmee het aanbod aan sportfaciliteiten wordt vergroot. Bij het plan is daarnaast rekening gehouden met een goede ruimtelijke inpassing waarbij de bestaande groenen waterstructuur aan de randen van het sportpark behouden blijven. Tenslotte is veel aandacht besteed aan de realiseren van een groene wand waarmee het plan natuur inclusief wordt gemaakt.

4.3.5 Stedenbouwkundig plan sportpark Pim Mulier Voor het sportpark Pim Mulier is een stedenbouwkundig plan opgesteld voor de herinrichting van het sportpark. Het plan vormt de basis voor de planmogelijkheden die zijn opgenomen in het vigerend bestemmingsplan. In het plan is aandacht besteed aan de bebouwing, de wijze waarop de water- en groenstructuur zijn vormgegeven en de toekomstige verkeerssituatie. Planspecifiek In het stedenbouwkundig plan is direct achter het stadion het Stadion Center Pim Mulier geprojecteerd, waarbij op de begane grond een inpandig parkeerplaats wordt gerealiseerd. Het 18

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

beslaat een kavel van 5.500 m2. Inmiddels is het plan op dit punt herzien een wordt op een deel van de kavel de turnhal van HLC gerealiseerd. In het stedenbouwkundig plan is aangegeven dat rekening moet worden gehouden met een vrije doorgang voor hulpdiensten en verkeer tussen het Stadion Center en het honkbalstadion. Daarnaast is bouwhoogte van 10 m afgestemd op de bouwhoogte van het Mendel College en de PNH hal.

4.3.6 Visie ontwikkelzone Orionweg-Planetenlaan (2020) De gemeenteraad heeft 8 ontwikkelzones aangewezen, waarin onder andere plaats is voor extra woningbouw. In Haarlem-Noord ligt de ontwikkelzone Orionweg - Planetenlaan. Om plannen voor en keuzes in het gebied te maken, helpt een samenhangende visie voor het gebied. De gemeente heeft bewoners, ondernemers en gebruikers van dit gebied betrokken bij het ontwikkelen van deze visie. De visie is op 28 februari door de gemeenteraad van Haarlem vastgesteld. De ontwikkelvisie Orionweg-Planetenlaan geeft een beeld van hoe het gebied er in de toekomst uit kan gaan zien. De ontwikkelvisie is een uitnodiging voor iedereen die in het gebied aan de slag wil om een mooi nieuw stuk stad te maken. Hoe snel dit gaat hangt af van initiatiefnemers en ook of hun plannen passen bij de ambities en wensen van de gemeente zoals in de visie staat beschreven. Planspecifiek De nieuwe turnhal is opgenomen als een van de ontwikkelingen in de ontwikkelvisie OrionwegPlanetenlaan. Hiervoor is ter plaatse van de sporthal een mogelijkheid voor het ontwikkelen van buurt- of sporthoreca. Voor wat betreft de bouwhoogte is uitgaan van maximaal 10 m. Daarnaast is voor fietsers een verbetering van het fietspad naar de hal opgenomen. Om de bereikbaarheid met het openbaar vervoer te verbeteren een nieuwe bushalte voorzien ter plaatse van het Mendelcollege.

Hierdoor wordt ook de bereikbaarheid per openbaar vervoer van het sportpark Pim Mulier, waaronder de turnhal verbeterd. Het plan voldoet aan de ontwikkelvisie waarbij een maximale bouwhoogte van 11 m is opgenomen. Daarnaast is in de hal ook ruimte opgenomen voor het ontwikkelen van sport gerelateerde horeca. Duurzame mobiliteit wordt gestimuleerd door de realisatie van een nieuwe bushalte bij het Mendelcollege en het gebruik maken van de fietsenstalling van het Mendelcollege. Voor wat betreft de materialisering is gekozen voor het gebruik van duurzame materialen. Om het gebouw natuur inclusief te maken wordt een groene wand gerealiseerd die mogelijkheden biedt voor planten, insecten, vogels en vleermuizen. Ook wordt deels voorzien in eigen energieopwekking door plaatsing van zonnepanelen op het dak van de turnhal. Tenslotte ten behoeve van de energietransitie zal het gebouw gasloos worden opgeleverd.

Uitsnede Ontwikkelingsvisie Orionweg-Planetenlaan

19

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

4.3.7 Nota ruimtelijke Kwaliteit De Nota Ruimtelijke Kwaliteit geeft een integrale stadsbrede visie op ruimtelijke kwaliteit die voor ieder nieuw ruimtelijk plan de basis vormt. De nota bestaat uit twee delen. In het eerste deel draagt Haarlem kernachtig uit waar haar kracht en haar ambitie liggen. De relatie tussen duurzaamheid, in de zin van toekomstbestendig en de kwaliteit van de leefomgeving, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit is een belangrijk thema van de visie. Er zijn tien gouden regels geformuleerd die een prioriteit voor ruimtelijke ontwikkeling in Haarlem uitspreken. Het plangebied behoort tot het gebiedstype stedelijk groen. Hierbij is veel aandacht voor het behoud en versterken van de bestaande groenstructuren. Planspecifiek Het plan past binnen de kaders van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. Hierbij blijven de bestaande groenstructuren in het gebied behouden. Kenmerkend is onder meer de watergang en bosschages achter de PNH hal.

20

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

5

Omgevingsaspecten

Voor het plangebied zijn diverse onderzoeken gedaan om de haalbaarheid van de plannen te toetsen. Daarnaast geven deze onderzoeken de randvoorwaarden waar de planontwikkeling in het plangebied aan moet voldoen.

5.1 Water 5.1.1 Wet- en regelgeving en beleid Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water richt zich op de bescherming van water in alle wateren en stelt zich ten doel dat alle Europese wateren in 2015 een 'goede toestand' hebben en dat heel Europa duurzaam omgaat met water. Waterwet De Waterwet (2009) regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet helpt Rijk, waterschappen, gemeenten en provincies om wateroverlast, waterschaarste en waterverontreiniging tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie. Het Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan geldt voor de planperiode 2016-2021 en heeft voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Waterprogramma 2016-2021 (WBP 5) In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) worden de bouwstenen met de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap beschreven. Hiermee wordt tevens een prioritering aangebracht en aangegeven aan hoe het hoogheemraadschap in de bouwstenen willen participeren.

De Keur In dit beleidsdocument staan de regels voor het beheer, gebruik en onderhoud van waterstaatswerken. Particulieren, bedrijven en andere overheden zijn verplicht zich aan de Keur te houden. Indien er niet aan de Keur wordt gehouden, zal het hoogheemraadschap genoodzaakt zijn maatregelen te nemen.

5.1.2 Onderzoek water Oppervlaktewater In het plangebied bevinden zich geen watergangen. Grondwater Ten aanzien van het grondwater worden geen problemen verwacht. Waterketen Het hemelwater zal in overleg met de gemeente via een gescheiden buitenriolering op een gescheiden hemelwaterafvoer of het oppervlaktewater worden aangesloten. Waterberging Door het plan neemt het verhard oppervlak niet toe, aangezien het terrein al geheel verhard is. 21

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

Hierdoor hoeven geen aanvullende maatregelen te worden genomen op het gebied van waterberging. Watertoets In het kader van de watertoets het plan is tijdens waterspreekuur voorgelegd aan het hoogheemraadschap van Rijnland. Het hoogheemraadschap geeft hierbij aan geen bezwaar te hebben tegen het plan en aangezien geen extra verharding wordt aangelegd ook geen compensatie hoeft plaats te vinden.

5.1.3 Conclusie water Er worden ten aanzien van het oppervlaktewater, grondwater en waterketen geen problemen verwacht. Ook neemt het verhard oppervlak niet toe, waardoor geen compensatie nodig is. Het plan zal dan ook geen nadelige gevolgen hebben voor de waterhuishouding in en in de nabijheid van het plangebied. Het plan is in het kader van de watertoets voorgelegd aan het hoogheemraadschap van Rijnland. Hieruit blijkt dat het hoogheemraadschap geen bezwaar heeft tegen het plan.

5.2 Bodem 5.2.1 Wet- en regelgeving en beleid Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming (1996) is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen moeten bij voorkeur op schone grond worden gerealiseerd. Voor ruimtelijke plannen moet ten minste een historisch onderzoek worden verricht (conform NEN 5725). Als uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging, moet een verkennend bodemonderzoek worden verricht (conform NEN 5740).

5.2.2 Bodemonderzoek In het kader van het plan is door het bureau Prommenz een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage). Hieruit blijkt dat geen verontreinigingen in de bodem zijn aangetroffen. Wel is verhoogde concentratie arseen in het grondwater aangetroffen, maar deze heeft een natuurlijke oorsprong. Op basis van het bodemonderzoek kan geconcludeerd worden dat het aspect bodem geen belemmering oplevert ten aanzien van het plan.

5.2.3 Conclusie bodemonderzoek Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor het plan.

22

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

5.3 Flora en fauna 5.3.1 Wet- en regelgeving en beleid Natuurbescherming in Nederland De Wet natuurbescherming (Wnb) beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. De wet geldt sinds 1 januari 2017 en vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Gebiedsbescherming vanuit de Wet Natuurbescherming De Wet Natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden en de Beschermde natuurmonumenten. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied (of Beschermd natuurmonument) zijn vergunning plichtig.

Gebiedsbescherming vanuit Provinciaal beleid De provinciale groenstructuur bestaande uit het Natuurnetwerk Nederland (voormalig EHS) en het Programma Groen zijn ruimtelijk vastgelegd in de Agenda Groen. Het Natuurnetwerk NoordHolland is een robuust netwerk van natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones bestaand uit het Natuurbeheerplan Noord-Holland en de structuurvisie. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuwe aan te leggen natuur en verbindingszones tussen de gebieden. De feitelijke beleidsmatige gebiedsbescherming vindt plaats middels de uitwerking van het provinciaal beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen.

5.3.2 Onderzoek flora en fauna Door het bureau Els en Linde is een quickscan flora en fauna uitgevoerd (zie bijlage). Hieruit blijkt dat door het plan geen negatieve effecten op beschermde gebieden of de populaties van beschermde planten of dieren te verwachten zijn.

5.3.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat als gevolg van het plan geen negatieve effecten op beschermde gebieden of de populaties van beschermde planten of dieren te verwachten zijn.

5.4 Cultuurhistorie en archeologie 5.4.1 Wet- en regelgeving en beleid Erfgoedwet De Erfgoedwet (2017) regelt de bescherming van het culturele erfgoed (en vooral het archeologische erfgoed). Onder archeologisch erfgoed wordt verstaan: alle fysieke overblijfselen, zowel in als boven de grond, die bijdragen aan het verkrijgen van inzicht in menselijke samenlevingen uit het verleden. De uitgangspunten van de wet zijn: archeologische waarden worden zoveel mogelijk in de bodem bewaard en alleen opgraven als behoud in de 23

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

bodem niet mogelijk is, vroeg in de ruimtelijke ordening al rekening houden met archeologie en bodemverstoorders betalen archeologisch onderzoek en mogelijke opgravingen (principe verstoorder betaalt). De kosten voor noodzakelijke archeologische werkzaamheden komen ten laste van de initiatiefnemer tot de bodemverstorende activiteit.

5.4.2 Onderzoek cultuurhistorie Facetbestemmingsplan Archeologie De gemeente heeft op 2 juli 2009 het Facetbestemmingsplan Archeologie vastgesteld. Hierin is het archeologische beleid van de gemeente opgenomen. Het beleid zet in op het behouden van vindplaatsen door op de kaart van de bestemmingsplannen de gebieden aan te geven waar archeologische vindplaatsen te verwachten zijn. Deze gebieden zijn de zogenaamde 'archeologiegebieden' en zijn op de verbeeldingen aangeduid met dubbelbestemmingen Waarde-Archeologie. Aan deze gebieden worden regels verbonden ter bescherming van de archeologische vindplaatsen.

5.4.3 Onderzoek archeologie In het Facetbestemmingsplan Archeologie heeft het plangebied een lage verwachtingswaarde (Categorie 5, Grijs). Hiervoor is het bestemmingsplan een dubbelbestemming WaardeArcheologie 5 opgenomen. Daarvoor geldt dat bij plannen groter dan 10.000 m2 en dieper dan 30 cm onder maaiveld aanvullend archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Aangezien het plan kleiner is dan 10.000 m2 kan aanvullend archeologisch onderzoek achterwege blijven.

5.4.4 Conclusie cultuurhistorie en archeologie Geconcludeerd wordt dat archeologie en cultuurhistorie geen belemmering vormt voor het plan.

5.5 Geluid 5.5.1 Wet- en regelgeving en beleid Wegverkeer De Wet geluidhinder bepaalt dat het bevoegd gezag bij vaststelling van omgevingsvergunning de wettelijke grenswaarden in acht moet nemen. Toetsing aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van de Wet geluidhinder vindt plaats per weg. Uitzondering hierop betreft de toetsing bij rijkswegen. Als meerdere rijkswegen in de directe nabijheid van een plan zijn gelegen dient het gecumuleerde geluidsniveau van deze wegen te worden gehanteerd bij de toetsing aan de Wet geluidhinder (SWUNG1). Het geluidsniveau ten gevolge van het wegverkeer moet op de gevels van nieuwe (of te wijzigen) woningen in de geluidszone van een weg voldoen aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (voorheen: voorkeursgrenswaarde). Deze bedraagt 48 dB. Als dit geluidsniveau wordt overschreden kan de gemeente een hoger geluidsniveau toestaan de zogenaamde ‘Hogere waarde’. De Hogere waarde mag alleen worden verleend als uit akoestisch onderzoek blijkt dat bron-, overdrachts- of gevelmaatregelen om het geluidsniveau terug of onder de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting brengen niet mogelijk is. Aan de ‘Hogere waarde’ is een maximum verbonden. Voor de nieuwbouw van woningen in binnenstedelijke situaties is dit 63 dB en in buitenstedelijke situaties is dit 53 dB. Deze niveaus

24

Ruimtelijke onderbouwing sporthal HLC Pim Mulierlaan Haarlem

zijn na aftrek van de correctie conform artikel 110g van de Wet geluidhinder1. Voor de aanleg van een weg geldt een maximale geluidsbelasting van resp. 53 en 58 dB op bestaande woningen in buitenstedelijk respectievelijk stedelijk gebied. Voor de nieuwbouw van agrarische woningen geldt een maximale geluidsbelasting van 58 dB. Railverkeerslawaai Het geluidsniveau ten gevolge van het railverkeer moet op de gevels van nieuwe (of te wijzigen) woningen in de geluidszone van een spoorwegtraject voldoen aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (voorheen: voorkeursgrenswaarde). Deze bedraagt 55 dB. De maximale hogere waarde voor nieuwe woningen in de zone van een spoorwegtraject bedraagt 68 dB. Industrielawaai Op basis van artikel 40 van de Wet geluidhinder kunnen (delen van) industrieterreinen worden aangewezen als gezoneerd industrieterrein met een zonegrens. Dit betreft industrieterreinen waarop zich gronden bevinden die zijn aangewezen voor mogelijke vestiging van zogenaamde ‘zware lawaaimakers’ als genoemd in artikel 41 lid 3 van de Wet geluidhinder en artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht. Buiten de zonegrens mag de geluidbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven gaan. De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting (voorheen: voorkeursgrenswaarde) op woningen in de geluidszone van een industrieterrein bedraagt 50 dB(A).

De maximaal toelaatbare geluidsbelasting op nieuwe woningen bedraagt 55 dB(A), voor bestaande woningen bedraagt deze 60 dB(A). De op 1 januari 2007 geldende ten hoogste toelaatbare geluidsbelastingen voor woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen – vastgelegd in eerder genomen besluiten – blijven gelden. Cumulatie Bij de vaststelling van hogere grenswaarden verplicht de Wet geluidhinder het inzichtelijk maken van het gecumuleerde geluidsniveau. Dit betreft het gezamenlijk geluidsniveau van alle relevante geluidsbronnen (weg, rail, industrie). Een bron is relevant indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. De gemeente kan een hoger grenswaarde vaststellen als er sprake is van een aanvaardbare gecumuleerde geluidsbelasting.

5.5.2 Onderzoek geluid In het kader van het plan is door het bureau Equipe Adviseurs een akoestisch onderzoek uitgevoerd om de geluidsbelasting op nabijgelegen geluidsgevoelige gebouwen als gevolg van op het dak te plaatsen installaties inzichtelijk te maken (zie bijlage). Hierbij gaat het om geluid van warmtepompen, buitenunits en luchtbehandelingskasten. Nabij het plangebied gelegen geluidsgevoelige gebouwen zijn het Mendelcollege en het appartementencomplex aan de Laurence Reallaan. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidniveaus ten gevolge van de belasting van op het dak te plaatsen installaties ten hoogste 38 dB(A) bedragen op de plekken waar aan normen van de dag-, de avond- en de nachtperiode getoetst dient te worden. Op plekken waar slechts getoetst moet worden aan de normen van de dagperiode bedraagt de maximale belasting 43 dB(A). Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat aan de eisen voor nieuwbouw uit het Bouwbesluit 2012 wordt voldaan. Geconcludeerd kan worden dat het plaatsen van de installaties in het kader van het Bouwbesluit qua geluid niet op bezwaar stuit. 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13045063/1