20230767345 Collegereactie aanbevelingen Duisenberg Light methode Jaarstukken 2022
Tekst van het document
Collegereactie aanbevelingen Duisenberg Light methode Jaarstukken 2022
6 juni 2023 Concerncontrol
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
3
2.
Context
3
2.1
Beoogd resultaat methode Duisenberg light
3
2.2
Ontwikkelingen P&C producten afgelopen jaren
4
2.3
Afspraken afdoening aanbevelingen
4
3.
De aanbevelingen en reactie van het college
4
3.1
Reactie overkoepelende aanbevelingen
5
3.2
Reactie aanbeveling beleidsveld 4.2 Economie, toerisme en cultuur, met als doel ‘Kwalitatieve groei toerisme met aandacht voor de leefbaarheid bewoners’ 9
3.3
Reactie aanbeveling beleidsveld 6.2 Gemeentelijk bestuur met als doel ‘meer Haarlemmers participeren in het besturen van de stad’
3.4
10
Reactie aanbeveling voor de actualisatie van het Participatiebeleid en Versterking lokale democratie 10
2
1.
Inleiding In 2023 is voor de vierde keer onderzoek naar twee beleidsvelden uitgevoerd met behulp van de Duisenberg Light methode. Deze is in de plaats gekomen van het jaarlijkse RKC onderzoek naar de jaarstukken. De raad heeft besloten dat in 2023 de rapportages per commissie zich toespitsen op één van de beleidsvelden van de programma’s waar de commissies Bestuur en Ontwikkeling verantwoordelijk voor zijn. Voor de commissie Bestuur hebben de rapporteurs gekozen beleidsveld 6.2 Gemeentelijk bestuur met als doel ‘Meer Haarlemmers participeren in het besturen van de stad’ te onderzoeken. Voor de commissie Ontwikkeling hebben de rapporteurs gekozen voor beleidsveld 4.2 Economie, toerisme en cultuur, waarbij zij zich specifiek richten op het doel ‘Kwalitatieve groei toerisme met aandacht voor de leefbaarheid bewoners’. Het college dankt de Duisenbergrapporteurs voor de tijd en energie die zij gestoken hebben in het doen van een diepteanalyse naar twee specifieke beleidsonderdelen. Tegelijkertijd constateert het college dat de Duisenberg Light onderzoeken en aanbevelingen structureel leiden tot een discussie over de vormgeving van de begroting en jaarstukken. Het college gaat graag hier een constructief gesprek over aan, zoals ook gehouden is met de raad bij het vormgeven van de geactualiseerde doelenbomen en indicatoren in 2022.
Voorstel is om het fundamentele gesprek met elkaar te voeren in de commissie Bestuur over hoe de raad aankijkt tegen wat beoogd wordt met de P&C producten en de methode Duisenberg Light . In dit rapport geeft het college haar reactie op de aanbevelingen van de Duisenberg Light rapporteurs weer.
2.
Context Ieder jaar stelt de gemeenteraad de begroting voor de komende periode vast. Hierin geeft de raad de (financiële) kaders mee aan het college en controleert de raad of de afspraken uit de kadernota zijn ingevuld. Met de jaarstukken, de jaarrekening en het jaarverslag, legt het college verantwoording af aan de raad. De verantwoording gaat over de besteding van de middelen, zoals opgenomen in de gemeentebegroting van het voorgaande jaar en die beschikbaar zijn gesteld door de raad. De jaarstukken geven ook aan of de prestaties zijn geleverd en de doelstellingen zijn gerealiseerd. De raad kan op basis van de jaarstukken controleren of het college in overeenstemming met de begroting en kadernota gestelde kaders heeft gehandeld. De raad beoordeelt de rapportage en stelt de jaarstukken vast, waarmee het betreffende boekjaar wordt afgesloten.
2.1 Beoogd resultaat methode Duisenberg light De zogenaamde Duisenberg light methode wordt sinds 2019 door de raad gebruikt als een vorm van gestructureerde analyse van de jaarstukken en begroting. Het beoogd resultaat is dat het moet leiden tot meer “scherpte” bij de voltallige raad en het meer invulling geeft aan de verantwoordelijkheid die raadsleden hebben met betrekking tot hun controlerende en kaderstellende taken. De onderzoeken richten zich daarom op een verbetering van de controle- en informatiepositie van de raad. Hiermee wordt tevens beoogd een bijdrage te leveren aan een meer inhoudelijker debat over de grotere lijnen van het beleid bij de behandeling van de jaarstukken.
3
2.2 Ontwikkelingen P&C producten afgelopen jaren In 2019 zijn verschillende wijzigingen in de P&C producten aangebracht om de informatiewaarde er van te vergroten. Dit is gedaan op verzoek van de raad, die tijdens de behandeling van de Programmabegroting 2019-2023 aangegeven heeft dat zij de begroting leesbaarder wil hebben. Na aanleiding hiervan heeft de raadsconferentie ‘De begroting ont(k)leed’ plaatsgevonden, waarin verschillende voorstellen inclusief voor- en nadelen zijn behandeld. Dit heeft geleid tot zeven voorstellen tot wijziging in de P&C producten, met als doel deze leesbaarder en minder omvangrijk qua pagina’s te maken en de informatiewaarde te vergroten. Mede na aanleiding van de uit eerdere jaren stammende Duisenberg aanbevelingen 'Faciliteer opnieuw mogelijkheid voor de raad om indicatoren aan te scherpen' (2020/0609648) en 'Toezegging rapporteren in ontwerpbegroting 2020, 1. Neem indicatoren op bij alle doelen én alle prestaties' (2019/560113) zijn in 2022 en 2023 meerdere indicatorenconferenties belegd met de raad.
In deze conferenties is samen met de raad en de aanwezige experts uit de organisatie gekeken naar de toepasselijkheid van doelen, prestaties, de samenhang hiertussen en relevante indicatoren, waarbij onder andere beschikbaarheid en frequentie van data een rol heeft gespeeld in de uiteindelijke afweging tot het al dan niet opnemen in het definitieve voorstel, welke op 26 januari 2023 is vastgesteld door de raad. Het college is de raad dankbaar voor de input die hierbij meegegeven is.
2.3 Afspraken afdoening aanbevelingen Met het oog op afdoening van aanbevelingen is het van belang dat er een gedeeld beeld tussen Duisenbergrapporteurs en college bestaat over de formulering van aanbevelingen. In algemeenheid is het volgende afgesproken met de RKC en daarmee ook voor de Duisenberg Light methode: • Dat een aanbeveling zo geformuleerd moet zijn dat deze afdoeningsgrond bevat die het mogelijk maakt om en duidelijk maakt hoe een aanbeveling af te doen. • Dat aanbevelingen niet open blijven staan wanneer de context wezenlijk veranderd is. Als in een aanbeveling of stand van zaken gebruik gemaakt wordt van de bewoording ‘heeft permanente aandacht nodig’, voldoet dit niet aan het afdoeningscriterium. Zoals met de RKC en commissie Bestuur op 9 september 2021 afgesproken zijn punten met permanente aandacht onder gebracht bij de auditcommissie.
3.
De aanbevelingen en reactie van het college Het college heeft met interesse kennis genomen van de rapportages van de Duisenberg Light rapporteurs. De Duisenbergrapporteurs van de commissies Bestuur en Ontwikkeling hebben gezamenlijk vier overkoepelende aanbevelingen gedaan voor de beleidsvelden 6.2 Gemeentelijk bestuur met als doel ‘meer Haarlemmers participeren in het besturen van de stad’ en 4.2 Economie, toerisme en cultuur, waarbij de focus lag op het doel ‘Kwalitatieve groei toerisme met aandacht voor de leefbaarheid bewoners’. Beide rapporteurskoppels hebben één aanbeveling specifiek voor het beleidsveld waar zij onderzoek naar gedaan hebben opgenomen in hun rapport.
4
De rapporteurs Duisenberg Light methode van de commissie Bestuur hebben ook aanbevelingen gedaan voor de actualisatie van het Participatiebeleid en Versterking lokale democratie, naast aanbevelingen voor de P&C producten. Dit is een nieuwe ontwikkeling binnen de Duisenbergmethode. In deze reactie wordt per aanbeveling de reactie van het college weergegeven. Eerst wordt ingegaan op de overkoepelende aanbevelingen, vervolgens op de aanbeveling voor beleidsveld 4.2 Economie, toerisme en cultuur, met als doel ‘kwalitatieve groei toerisme met aandacht voor de leefbaarheid bewoners’, hierna op de aanbeveling voor beleidsveld 6.2 Gemeentelijk bestuur met als doel ‘meer Haarlemmers participeren in het besturen van de stad’ en afsluitend op de aanbeveling voor de actualisatie van het Participatiebeleid en Versterking lokale democratie.
3.1 Reactie overkoepelende aanbevelingen 1.
Om de raad beter inzicht te geven in wat het college wil bereiken en wat zij daarvoor gaan doen stellen we voor: a. In zowel de formats voor begroting en jaarverslag als in de formats voor alle overige relevante beleidsstukken en kaderstellende nota’s een aanpassing te doen, zodat steeds wordt begonnen met het beantwoorden van de volgende vragen: •
• •
•
•
Waarom doen we dit? Aanleiding, bijvoorbeeld het oplossen van een probleem, uitvoeren van een wettelijke taak, aanpassing in wet en regelgeving. Wat willen we bereiken? Doelstelling, met indien nodig subdoelstellingen (met effectindicatoren). Wat gaan we daarvoor doen/hebben we gedaan? Prestaties (met prestatie-indicatoren), met daarbij indien van toepassing aangeven of de gemeente dit zelf uitvoert of dat het (gedeeltelijk) uitgevoerd wordt via een verbonden partij of subsidie. Wat hebben we bereikt? Bij stukken als voortgangsrapportages en het jaarverslag beschrijven of en in welke mate er al dan niet door de prestaties voortgang is geboekt op het behalen van de gestelde doelen. Wanneer er geen concrete cijfermatige indicatoren zijn, geef dan via de verslaglegging weer wat de ervaring/bevinding/gevoel van de betrokken ambtenaren is. Wat gaat het kosten/heeft het gekost? Begroting van middelen bij de doelen en prestaties en verantwoording van bestede middelen, na realisatie.
b. De beantwoording van deze vragen kan in begroting en jaarverslag kort en bondig zijn, mits in de tekst verwijzingen (hyperlinks) opgenomen worden naar het relevante document met verdere uitleg. c.
Gebruik eenduidige en voor iedereen begrijpelijke termen. Als een term uitleg behoeft geef die dan, desnoods door een verwijzing. En zorg er voor dat termen in alle relevante stukken gelijk zijn. Bijvoorbeeld wat is voor de gemeente een ‘kwaliteitstoerist’ en wat wordt bedoeld met een ‘stadmaker’.
5
Reactie college: a. De eerste voorgestelde vraag ‘Waarom doen we dit?’ is bij sommige doelen eenvoudig kernachtig te beantwoorden en bij andere doelen is dit niet in enkele zinnen te vatten. Voor de begroting en jaarrekening geldt dat het abstractieniveau hoger ligt dan in specifieke beleidsstukken, namelijk het niveau van programma’s. Daarom is in de begroting en de jaarrekening de missie en de visie beschreven op programmaniveau en niet op beleidsveldniveau. De specifieke missie, visie en acties op doelniveau (per beleidsveld) worden beschreven in de betreffende beleidsdocumenten. Deze worden in de programmabegroting opgesomd vooraan bij elk programma. Het college constateert dat voor programma 6, waar doel ‘Meer Haarlemmers participeren in het besturen van de stad’ onderdeel van is, kaderstellende beleidsdocumenten ontbreken in de Programmabegroting 2022-2026 en zegt toe hier verbetering in aan te brengen met ingang van de Programmabegroting 2024-2028. De overige vragen ‘Wat willen we bereiken’, ‘Wat gaan we daarvoor doen/hebben we gedaan’, ‘Wat hebben we bereikt’ en ’Wat gaat het kosten/wat heeft het gekost?’ vormen de structuur van het bestaande programmadeel in de P&C producten. Het college raadt af alle beleidsstukken en nota’s te starten met deze vragen. Het beantwoorden van deze vragen vraagt om een zekere concreetheid waar niet alle beleidsdocumenten zich voor lenen.
Met name de visiedocumenten, bijvoorbeeld de omgevingsvisie, hebben een abstractieniveau die zich niet leent voor het beantwoorden van deze vragen. In beleidsvorming zit een bepaalde cascadering van een visie(document) die leidt tot een uitvoering(splan). Het beantwoorden van al deze vragen impliceert dat deze lagen in elk document aanwezig zijn, wat niet het geval is. Verder roept deze aanbeveling op om meer te kwantificeren middels effect- en prestatie-indicatoren. Echter, de onderwerpen ‘toerisme’ en ‘participatie’ zijn erg kwalitatieve onderwerpen. Het gaat om een beweging die geprobeerd wordt in gang te zetten, dit laat zich minder makkelijk meten in cijfers dan andere doelstellingen (zoals bijvoorbeeld het aantal bomen in Haarlem). b. De beantwoording van deze vragen vormt de structuur van het huidige programmadeel in de P&C producten. Het college erkent dat in deze teksten soms consequenter verwezen kan worden naar nota’s middels hyperlinks, bijvoorbeeld bij vaktermen, begrippen en nadere toelichting van beleid. c.
2.
Zie bovenstaande.
Maak de doelen helderder, controleerbaar en stuurbaar. Of maak zo nodig gebruik van hoofd- en subdoelen. a. Specifiek voor programma 4.2 Toerisme: De jaarrekening en begroting gaan uit van een balans tussen de (kwalitatieve) groei van toerisme en de ervaren overlast. Maak duidelijk waar de balans naartoe mag bewegen zodat de raad kan beoordelen of we op de goede weg zijn. Lukt dit niet? Scheidt dan de doelen zodat er per doelstelling acties ondernomen kunnen worden. b. Specifiek voor programma 6.2 rond ‘Nieuwe Democratie’:
6
Voor dit doel ‘Meer Haarlemmers participeren in het besturen van de stad’ zijn in het actieprogramma ‘Nieuwe Democratie’ zowel doelen geformuleerd rond participatie initiatieven vanuit de gemeente, top-down, als doelen rond participatie initiatieven vanuit de stad, bottom-up. Wanneer dit in het nieuwe actieprogramma ook het geval is, breng deze scheiding dan ook aan in het doel in de begroting door deze te splitsen of gebruik te maken van hoofd- en subdoelen. Reactie college: a. Toerisme en leefbaarheid bewoners zijn abstracte begrippen waarbij de ontwikkeling afhankelijk is van een groot aantal factoren. De grens tot waar de invloed van de gemeentelijke organisatie rijkt en welke factoren daar buiten liggen is niet eenduidig. Er is op dit gebied niet altijd een causaal verband tussen acties van de gemeente en resultaten op het gebied van toerisme. Verdere concretisering of specificering kan leiden tot een wildgroei van doelen, iets wat juist is getracht te voorkomen en wat ook geen wens is van de raad, of de indruk wekken van causaliteit die niet hard te maken zijn. Bij balans gaat het om een situatie die in evenwicht is en blijft, met de verwachting dat het aantal bezoekers de komende jaren gaat toenemen. Het monitoren van ervaren overlast door toerisme heeft daarbij een signaleringswaarde voor de (kwalitatieve) groei van toerisme.
Het zoeken van balans vraagt om het steeds zorgvuldig maken van afwegingen bij het aantrekken van bezoekers, het verbeteren van het aanbod en het (waar nodig) nemen van maatregelen. Derhalve is het college van mening dat het doel zo goed geformuleerd is. b. Participatie kenmerkt zich door tweerichtingsverkeer tussen gemeentelijke organisatie en burgers. Derhalve is zowel top-down als bottom-up communicatie en acties de kern van participatiebeleid. De initiatiefnemer kan zowel gemeente als burger/ondernemer/ontwikkelaar zijn. De burger kan participeren in plannen van de overheid (burgerparticipatie) en de overheid kan participeren in plannen van de burger (overheidsparticipatie). Beide vallen onder het doel meer participatie en zodoende acht het college het niet wenselijk om hier scheiding aan te brengen in de formulering van de doelstelling. Wel dienen beide gemonitord te worden (ontwikkelingen), daarom is er wel een scheiding aangebracht in effect en prestatie. In november 2023 wordt een nieuwe nota participatiebeleid aangeboden aan de raad, waarin de definities van deze begrippen helder beschreven worden. 3.
Wees duidelijk hoe gesubsidieerde partijen zich verhouden tot de doelen in het beleidsveld. En maak inzichtelijk welke middelen worden besteed aan verbonden partijen in de tekst van het beleidsveld. Het is onduidelijk hoe gesubsidieerde partijen zich verhouden tot de doelen in het beleidsveld. Wanneer er in een programma voor het bereiken van de doelen uitbesteed wordt, door gebruik te maken van bijvoorbeeld verbonden partijen of subsidies, maak dan concreet op welke manier zij met hun doelstellingen een bijdrage leveren aan onze doelstellingen. Dit kan kort en bondig in begroting en jaarverslag door in ieder geval aan te geven welke partij aan welk doel met welke prestatie een bijdrage levert en in de tekst verwijzingen (hyperlinks) op te nemen naar het relevante document met verdere uitleg. Bijvoorbeeld voor het programma Toerisme, wordt zowel uitbesteed aan Haarlem Marketing als aan Spaarnwoude Park. Voor Haarlem Marketing zien we nog enige overeenkomst, maar wat zij precies voor ons doen om onze doelstellingen rond toerisme te halen is lastiger te vinden. Voor Spaarnwoude Park is de overeenkomst met onze doelstellingen voor het onderdeel toerisme en die van hen uit onze begroting en jaarverslag stukken niet te vinden.
7
Reactie college: De begroting en jaarstukken bevatten de paragraaf ‘verbonden partijen’ (3.6 in de inhoudsopgave). In deze paragraaf wordt per verbonden partij en grotere subsidierelaties de volgende informatie gegeven: - Vestigingsplaats - Openbaar belang - Bijdrage aan de programmadoelstelling - Activiteiten - Gecertificeerd kwaliteitssysteem - Duurzaamheid - Evenwichtige samenstelling bestuur en RvC - Goed werkgeverschap - Deelnemers - Website Het college erkent wel dat de koppeling naar het/de bijbehorende beleidsveld(en) duidelijker gemaakt kan worden. Om deze reden stelt het college voor deze aanbeveling op te volgen door in deze paragraaf per verbonden partij in de gegeven informatie op te nemen aan welk(e) beleidsveld(en) en dus doel(en) de betreffende partij verbonden is. Voor het doel ‘Kwalitatieve groei toerisme met aandacht voor de leefbaarheid bewoners’ uit beleidsveld 4.2 Economie, toerisme en cultuur is het college van mening dat de informatie die opgenomen is op p242 van paragraaf 3.6 ‘verbonden partijen’ in het Jaarverslag 2022 voldoende inzichtelijk maakt op wat voor manier de activiteiten van Haarlem Marketing bijdragen aan de programmadoelstelling. Haarlem Marketing is een belangrijke organisatie in de uitwerking van de Toeristische Koers. Ze doet dat in goed overleg en samenwerking met partners in de stad.
Waar mogelijk zal dat in de programmateksten nadrukkelijker worden benoemd. Het college constateert ook dat de informatie die opgenomen is op p230 van paragraaf 3.6 ‘verbonden partijen’ in het Jaarverslag 2022 niet voldoende duidelijk maakt op wat voor manier de activiteiten van Recreatieschap Spaarnwoude bijdragen aan de programmadoelstelling en zal deze informatie opnemen in de Programmabegroting 2024-2028. Uit de presentatie van de rapporteurs aan de commissie Ontwikkeling op 30 mei 2023 bleek dat de rapporteurs tevens van mening zijn dat deze verbonden partij, inclusief financiering, niet bij toerisme maar bij beheer thuishoort. Het college erkent dat de activiteiten en bestemming van Recreatieschap Spaarnwoude bijdragen aan doelstellingen uit verschillende beleidsvelden en zal in overweging nemen of de bijdrage uit beheer dient te komen. Voor het doel ‘Meer Haarlemmers participeren in het besturen van de stad’ uit beleidsveld 6.2 Gemeentelijk bestuur hebben de verbonden partijen Spaarnelanden en met ingang van 1 januari 2023 Buurts een rol. In de aanbestedingen die er in 2022 zijn gedaan is de ontwikkeling van het bottom-up participatie ook vastgelegd in de overeenkomsten. Het college erkent dat dit duidelijker vermeld dient te worden in de tekst bij deze verbonden partij en zal dit opnemen in de Programmabegroting 2024-2028.
In de paragraaf 3.6 ‘Verbonden partijen’ van de P&C producten wordt per verbonden partij of gesubsidieerde instelling inzichtelijk gemaakt wat de begrote / gerealiseerde bijdrage van de Gemeente Haarlem is, namelijk in de tabellen op p226-226 van de Jaarstukken 2022. Hier wordt tevens vermeld aan welk programma de verbonden partij gekoppeld is.
8
4.
Zorg dat de financiële onderdelen van begroting en jaarverslag aansluiten op de doelenboom. Maak daarbij inzichtelijk welke middelen geraamd (begroting) worden c.q. besteed zijn (jaarverslag) aan de gestelde doelen uit de doelenboom. Maak – indien van toepassing – in de beleidsvelden naast de doelstellingen ook duidelijk welke goingconcern activiteiten en budgetten in betreffende beleidsveld zijn opgenomen. Maak bij de gestelde doelen uit de doelenboom en bijhorende budgetten ook inzichtelijk dat eventueel sprake is van incidentele middelen. Op dit moment rapporteert de gemeente in haar jaarstukken rekening over financiën op het niveau van programma’s, beleidsvelden, taakvelden en producten (= een bijlage). De verantwoording in de programmaverantwoording naar de raad hanteert de lijn programma’s, beleidsvelden en, doelen. Dit sluit niet aan. Het is wenselijk dat dit wel aansluit.
Reactie college: De Jaarstukken 2022 reflecteren op de Programmabegroting 2022-2026, dus in de Jaarstukken 2022 worden de doelenbomen opgenomen zoals deze vermeld zijn in de Programmabegroting 2022. Echter, sinds de Programmabegroting 2022-2026 zijn de doelenbomen op meerdere onderdelen aangepast. Na aanleiding van de Duisenberg aanbeveling 'Toezegging rapporteren in ontwerpbegroting 2020, 2. Maak financieel inzichtelijk wat de besteding van middelen is op het niveau van doelen en prestaties en niet alleen op beleidsveld- en programmaniveau' (2019/560113) is tijdens de raadsbijeenkomst op 21 juni 2022 toegezegd om in de Programmabegroting 2023-2027 meer inzicht te geven in de samenhang tussen middelen, doelen en prestaties. Hier is opvolging aan gegeven door de productenraming (tot op dat moment als bijlage bij de begroting en jaarstukken) in de doelenbomen van de begroting op te nemen. De aangepaste doelenbomen die meer inzicht verschaffen in de samenhang tussen middelen, doelen en prestaties zijn bij de Programmabegroting 2023-2027 beschikbaar gesteld. De raad heeft vastgesteld dat de aanbeveling daarmee is afgedaan. Hiermee wordt inzichtelijk wat er begroot / gerealiseerd is voor de doelen van de Gemeente Haarlem en vullen het jaarverslag en de jaarrekening elkaar aan, waarbij de koppeling tussen beiden duidelijk is zonder een herhaling van elkaar te zijn.
In het Jaarverslag 2023 zal voor het eerst conform de opstelling van de Programmabegroting 2023-2027 verantwoord worden. Per beleidsveld inzicht geven in alle lasten van concernactiviteiten acht het college als detailinformatie die niet hoort bij het abstractieniveau van de begroting en jaarstukken. Er wordt gerapporteerd op het niveau dat er gestuurd en verantwoord wordt. De raad stuurt op beleidsveldniveau en daar is de informatie op afgestemd.
3.2 Reactie aanbeveling beleidsveld 4.2 Economie, toerisme en cultuur, met als doel ‘Kwalitatieve groei toerisme met aandacht voor de leefbaarheid bewoners’ 5.
Kwantificeer en vat samen waar kan en maak specifieke verwijzingen naar beschikbare stukken. Veel indicatoren, prestaties en acties staan erg op zichzelf. Zorg voor een duidelijke verwijzing naar de achterliggende stukken (inclusief vermelding hoofdstuk, paragraaf en bladzijdenummer) en doelen. Wees daarin ook samenvattend in de tekst. Is er in 1 of 2 zinnen mogelijk te zeggen wat een kwaliteitstoerist inhoudt?
9
Reactie college: De samenhang tussen doelen, prestaties en indicatoren wordt weergegeven in de doelenbomen, die opgenomen worden per programma in de P&C producten. De kaderstellende beleidsnota’s, waarin een uitwerking staat van aanleiding, doelen en beoogde effecten, worden in de programmabegroting opgesomd vooraan bij elk programma. Het college erkent dat in de verantwoordingsteksten soms specifieker verwezen kan worden middels hyperlinks naar onderliggende beleidsdocumenten, bijvoorbeeld bij begrippen als een ‘kwaliteitstoerist’ naar de nota waarin een definitie hiervan opgenomen is.
3.3 Reactie aanbeveling beleidsveld 6.2 Gemeentelijk bestuur met als doel ‘meer Haarlemmers participeren in het besturen van de stad’ 6.
Laat bij toevoegingen en onttrekkingen uit reserves in de jaarstukken (bijvoorbeeld paragraaf 4.5 van de jaarrekening) met een korte toelichting concreet zien wat de toevoegingen c.q. onttrekkingen betreffen, hoe die zich verhouden tot de geraamde toevoegingen en onttrekkingen en op welk beleidsveld en doel deze betrekking hebben. Op dit moment wordt slechts een totaalbedrag aan toevoegingen en onttrekkingen vermeld, maar is niet duidelijk hoe dit bedrag is opgebouwd en waar deze toevoegingen en onttrekkingen betrekking op hebben en voor bedoeld zijn.
Reactie college: Paragraaf 6.5 ‘Analyse en toelichting per beleidsveld’ uit de jaarstukken vermeld per beleidsveld de lasten, baten, toevoegingen aan reserves en onttrekkingen aan reserves, zowel begroot als gerealiseerd en het verschil hiertussen. Indien er bij toevoegingen en onttrekkingen uit reserves een verschil bestaat tussen begroot en gerealiseerd dan wordt dit tekstueel toegelicht onder de tabel. In de Jaarstukken 2022 is dit op P347-348 terug te vinden voor beleidsveld 4.2 Economie, toerisme en cultuur en op P353 voor beleidsveld 6.2 Gemeentelijk bestuur.
3.4 Reactie aanbeveling voor de actualisatie van het Participatiebeleid en Versterking lokale democratie 7. a. Geef in begroting, jaarverslag, beleidsstukken en kaderstellende nota's duidelijk weer wat de aanleiding danwel het probleem is voor het ingezette beleid en welke doelen en bijbehorende subdoelen er geformuleerd zijn. b. Geef daarbij een omschrijving bij veelvoorkomende begrippen als 'participatie' of 'stadmaker', zodat iedereen het over hetzelfde heeft. c.
Maak onderscheid tussen 'wat wordt (of is er) gedaan' (activiteiten) en 'wat wordt (of is) daarmee bereikt' (beoogde of behaalde resultaten).
10
d. Geef inzicht in resultaten, ook als die moeilijk meetbaar zijn. Dat inzicht kan ook voortkomen uit een kwalitatieve evaluatie (bijv. d.m.v. interviews), maar ook uit observaties van een projectcoördinator (Bijvoorbeeld: we merken dat we nu beter weten wat er speelt in de wijk, we zien dat bewoners meer contact met elkaar hebben en dat de deelnemers jonger zijn dan normaal bij participatietrajecten.) e. Geef inzicht in bestedingen van het programma, ook als die uit financiële reserves komen. Reactie college: a. Zie de reactie op aanbeveling 1. b. Zie de reactie op aanbeveling 2. c.
De beantwoording van deze vragen vormt de structuur van het huidige programmadeel in de P&C producten. Het college zegt toe deze vragen ook te beantwoorden voor deze onderwerpen in de begroting en jaarstukken.
d. In de evaluatierapporten die opgesteld zijn over het programma Nieuwe democratie en die aan de raad zijn aangeboden is een kwalitatieve beschouwing van resultaten van dit beleid opgenomen. Mochten er nieuwe evaluaties nodig zijn dan zal dit wederom gedaan worden. e. Indien de raad hierover periodiek geïnformeerd wil worden zal deze informatie op verzoek van de commissie geboden worden in de vorm van een evaluatiestuk, dus separaat aan de P&C producten.
11
Dit is een uitgave van gemeente Haarlem, Concerncontrol
________________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl 12