CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20220958449 1. Gevolgen meicirculaire 2022 Gemeentefonds

commissie Bestuur 8 september 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Gevolgen meicirculaire 2022 Gemeentefonds7.100 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Informatienota

Onderwerp Gevolgen meicirculaire 2022 Nummer 2022/0958449 Portefeuillehouder Roduner, F.J. Programma/beleidsveld 7.2 Algemene dekkingsmiddelen Afdeling CC Auteur Welsink, M. Telefoonnummer 023-5113887 Email mwelsink@haarlem.nl Kernboodschap Ten opzichte van de decembercirculaire 2021 is er voor alle jaren sprake van een positief budgettair effect, ondanks een negatief herverdeeleffect voor de gemeente oplopend tot € 3,7 miljoen. De belangrijkste verklarende oorzaak hiervan is de aanpassing van de accressen voor de komende jaren. Er zijn tevens significante positieve mutaties die niet te verklaren zijn, als gevolg van de overgang naar het nieuwe verdeelstelsel per 1 januari 2023. Deze mutaties liggen beiden buiten de invloedssfeer van de gemeente. Alle genoemde (budgettaire) effecten zijn de effecten ten opzichte van het financieel kader uit de Kadernota 2023. Naast het minder significante positieve budgettaire effect voor 2026 is er ook nog een aantal onzekerheden die juist voor dat jaar (en de daaropvolgende jaren) gelden. Voorzichtigheid bij de inzet van de grotere voordelen in eerdere jaren is daarom geboden. Meicirculaire 2022 2022 2023 2024 2025 (bedragen x € 1.000)* Budgettair effect voor 9.887 v 14.031 v 17.426 v 19.486 v algemene middelen *) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan

2026 2.854 v

In de meicirculaire 2022 zijn de te ontvangen middelen voor Jeugd voor het jaar 2022 vanuit het Rijk kenbaar gemaakt. Tegen de verwachting in is dit nog niet gedaan voor de daaropvolgende jaren.

Behandelvoorstel voor commissie

De gevolgen van de meicirculaire voor het jaar 2022 worden verwerkt in de Bestuursrapportage 2022. De meerjarige gevolgen worden verwerkt in de Programmabegroting 2023-2027. Het college komt bij de Kadernota 2024 met aanvullende voorstellen voor de inzet van de grotendeels incidentele extra middelen uit de meicirculaire. Het kan hier zowel gaan om het aanhouden van buffers voor latere tegenvallers als om inzet van de middelen voor het versterken van het ingezette beleid en/of het bewerkstelligen van structurele besparingen. Het college stuurt de informatienota ter kennisname naar de commissie Bestuur.

Kenmerk: 2022/0958449

1/18

Relevante eerdere besluiten Besluit College d.d. 22 juni 2021

1. Het college stelt de informatienota aan de commissie vast. de secretaris,

Kenmerk: 2022/0958449

de burgemeester,

2/18

Inleiding Alle gemeenten samen ontvangen van het Rijk per jaar ongeveer € 39 miljard uit het gemeentefonds. Dat geld wordt via de algemene uitkering (€ 34 miljard) en een aantal doeluitkeringen verdeeld over de gemeenten. Het Rijk maakt de verdeling bekend via meerdere circulaires per jaar van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Begin juni is de meicirculaire 2022 verschenen, deze nota geeft inzicht in de gevolgen van deze circulaire. 2. Kernboodschap Ten opzichte van de decembercirculaire 2021 stijgt het gemeentefonds voor alle jaren. Een aantal opmerkingen dient hierbij geplaatst te worden. Ten eerste werd met een aantal middelen al rekening gehouden. Een deel daarvan zit al verwerkt in de standen decembercirculaire 2021, namelijk: het verwachte (maar nu afwijkende) herverdeeleffect als gevolg van de nieuw in te voeren gemeentefondsmethodiek in 2023, een gedeelte van de extra middelen Jeugd in 2022 en de verwachte WOZ-korting. Voor het overige deel is al een raming opgenomen in de Voortgangsrapportage 2022 en/of de Kadernota 2023. Het gaat om de indexering, de hoeveelheidverschillen, een aanvullende aanname voor de (extra) middelen Jeugd en het restant van de (corona)compensatie voor inkomstenderving in 2020. Voor deze verwerkingen wordt nu gecorrigeerd waardoor het budgettaire beeld als gevolg van de meicirculaire minder positief wordt.

Ten tweede zijn er mutaties op taakvelden en doeluitkeringen. Conform de afspraak “rijksbudget = werkbudget” worden deze middelen toegevoegd of onttrokken aan de betreffende beleidsvelden waardoor zij niet zorgen voor een budgettair effect. Ten derde zijn de voordelen in 2026 beperkt in vergelijking met de jaren daarvoor, terwijl er nog een aantal onzekerheden is die juist op het jaar 2026 (en verder) effect kunnen hebben. De budgettaire effecten voor 2022 worden verwerkt in de Bestuursrapportage 2022 en de effecten voor de latere jaren in de Programmabegroting 2023-2027.

Kenmerk: 2022/0958449

3/18

Samenvatting (bedragen x € 1.000)*

2022

2023

2024

2025

2026

Eindstand decembercirculaire 2021

366.578

356.673

354.586

355.475

358.480

Eindstand meicirculaire 2022**

393.955

394.370

399.699

404.940

383.141

Totaal verschil

27.377

37.697

45.113

49.465

24.661

5.478

5.478

5.478

5.478

-2.573

-345

-369

-372

-372

Reeds gepresenteerde ramingen accres (KN23)

4.490

10.100

16.733

19.698

12.137

Waarvan niet verwerkt in Voortgangsrapportage***

-4.490

Reeds verwerkte coronacompensatie (JR21)

2.222 4.559

2.000

2.000

2.000

Reeds verwerkte indexering (KN23) Reeds verwerkte hoeveelheidsverschillen (KN23)

Reeds verwerkte extra middelen Jeugd (KN23) Totaal verschil na correctie

27.728

17.905

21.271

22.661

5.418

Waarvan: Effect voor overige beleidsvelden

17.841

3.874

3.845

3.175

2.564

Budgettair effect voor algemene middelen

9.887 v

14.031 v

17.426 v

19.486 v

2.854 v

*) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan **) Inclusief aframing van € 486 duizend voor extra middelen Jeugd in 2024-2026, zie paragraaf 3.4 ***) De gepresenteerd ramingen uit de Kadernota 2023 (pagina 27) voor het accres zijn wel verwerkt in de Kadernota (2023-2026), maar niet in de Voortgangsrapportage voor 2022 (pagina 45).

3. Consequenties Op basis van de meicirculaire 2022 is een nieuwe berekening gemaakt van de algemene uitkering voor de jaren 2021 tot en met 2027. In deze analyse wordt de nieuwe berekening vergeleken met de berekening die is gemaakt op basis van de decembercirculaire 2021. De analyse volgt daarbij de opbouw van de berekening van de algemene uitkering. In de opgenomen tabellen is telkens aangegeven wat het budgettaire effect is voor de algemene middelen en de overige beleidsvelden. 3.1 Ontwikkelingen nieuw herverdeelmodel 2023 Herverdeeleffecten De afgelopen jaren heeft onderzoek plaatsgevonden naar een nieuw te hanteren verdeelmodel. Op 6 april jl. zijn de Tweede Kamer en gemeenten door de fondsbeheerders geïnformeerd over de invoering van de nieuwe verdeling per 1 januari 2023, in deze meicirculaire zijn de financiële gevolgen voor gemeenten inzichtelijk geworden. Het nieuwe verdeelmodel werd medio 2021 reeds voorgesteld met een indicatie van de herverdeeleffecten op basis van gegevens uit 2017 cq 2019. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft in oktober aangegeven dat het nieuwe model nog niet voldoende is. Een belangrijk argument hierbij was dat het voorgestelde model patronen vertoont die niet uitlegbaar zijn.

De ROB kwam daarom met een aantal noodzakelijke en niet vrijblijvende randvoorwaarden voor invoering van het model en achtte het niet verstandig om het model op de voorgestelde wijze in te voeren. Op een extra ALV van de VNG in januari jl. is een resolutie aangenomen waarbij gemeenten aangeven dat het ROB-advies gevolgd moet worden, ook als dat zou leiden tot een latere invoering van het

Kenmerk: 2022/0958449

4/18

nieuwe verdeelmodel. Uiteindelijk heeft het ministerie van BZK de kritiek grotendeels genegeerd en is alsnog zonder aanpassing van het model over gegaan tot invoering. Wel is daarbij een ingroeipad vastgesteld om het financiële effect per jaar (in stappen) te maximaliseren en wordt er een vrijblijvend onderzoek uitgevoerd. Het belangrijkste argument aangevoerd vanuit het Rijk om over te gaan tot invoering is dat het nieuwe model wel een verbetering is ten opzichte van het oude model en dat er geen enkele gemeente in de periode 2023-2025 op achteruit gaat door (o.a.) het extra accres. Verder wordt aangegeven dat de invoering van het nieuwe model geëvalueerd zal worden en aan de hand van deze evaluatie zal besloten worden over het te volgen traject in 2026 en verder. Voor Haarlem is er een nadelig herverdeeleffect van € 4,8 miljoen structureel. Echter, er is een ingroeipad bepaald met maximale absolute bedragen per inwoner per jaar. Standaard gaat het om bedragen van € 7,50 per inwoner in 2023, € 15 in 2024 en € 15 in 2025. Het maximale cumulatieve effect is daarmee vanaf 2025 € 37,50 per inwoner. Er zijn ook criteria voor toepassing van een aangepast ingroeipad. Een hoofdvereiste daarvoor is dat een gemeente bij de 50% van de gemeenten moet behoren die het meeste nadeel ondervinden van de herverdeling van het Gemeentefonds, hieraan voldoet Haarlem.

Daarnaast zijn er drie aanvullende criteria waarvan een gemeente aan minimaal twee moet voldoen. Voor Haarlem is dit het geval, de gemeente heeft (in peiljaar 2020) namelijk: 1) een solvabiliteit lager dan 30%, en 2) Een bevolking die een sociaal economische status in de categorie “matig” heeft conform de BZK definitie. Haarlem heeft geen OZBtarief dat hoger is dan 120% van het gemiddelde van Nederland en voldoet daarmee niet aan het derde criterium. Omdat Haarlem aan twee van de drie aanvullende criteria voldoet zijn de nadelen per inwoner voor definitief gemaximaliseerd op € 22,50 per inwoner (2023: € 5, 2024: € 7,50, 2025: € 10). Inclusief dit ingroeipad zijn de nadelen voor Haarlem € 0,8 miljoen in 2023 oplopend naar € 3,7 miljoen in 2025 en verder. Haarlem leek op basis van eerdere informatie een voordeelgemeente en een gedeelte (€ 1,5 miljoen structureel) van het verwachte voordeel is daarom reeds opgenomen in de Programmabegroting 2022-2026. Het budgettaire nadeel van het herverdeeleffect wordt nu daardoor groter dan het absolute nadeel. A. Herverdeeleffect (bedragen x € 1.000)*

2022

2023

2024

2025

2026

Herverdeeleffect

-4.759

-4.759

-4.759

-4.759

Correctie herverdeeleffect reeds geraamd

-1.500

-1.500

-1.500

-1.500

Ingroeipad

3.947

2.728

1.102

1.102

Totaal effect

-2.312 n

-3.531 n

-5.157 n

-5.157 n

Effect voor beleidsvelden

-

-

-

-

-

Budgettair effect voor algemene middelen

-

-2.312

-3.531

-5.157

-5.157

*) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan

Onverklaarbare verschillen In theorie bestaan de totale budgettaire effecten van de meicirculaire 2022 uit twee hoofdonderdelen. Ten eerste op basis van de ontwikkelingen op rijksniveau, de ontwikkelingen op

Kenmerk: 2022/0958449

5/18

gemeenteniveau, de middelen voor taakmutaties en de mutaties in Doeluitkeringen en Integratieuitkeringen. Deze ontwikkelingen en mutaties komen in elke meicirculaire terug en worden in de komende paragrafen apart besproken. Ten tweede zijn er de reeds benoemde herverdeeleffecten die samenhangen met de invoering van het nieuwe model per 1 januari 2023. In de praktijk sluiten de budgettaire effecten op basis van deze twee hoofdonderdelen niet aan met de daadwerkelijke mutaties in ontvangen middelen wanneer de huidige standen vergeleken worden met de decembercirculaire 2021 (en de verwerkingen in de Kadernota 2023). De jaartallen waar deze onverklaarbare verschillen naar voren komen zijn de jaren waarin het nieuwe verdeelmodel van de algemene uitkering van toepassing is. Verder dan dat is er geen zicht op de oorsprong van deze, voor Haarlem zeer voordelige, verschillen. Navraag bij andere gemeenten en gemeentefondsspecialisten heeft (nog) niet geleid tot het kunnen verklaren van deze bedragen. Wel is duidelijk geworden dat er bij veel gemeenten sprake is van gelijksoortige onverklaarbare verschillen. Het Rijk sluit uit dat er fouten zijn gemaakt bij de berekening van de huidige standen. De voordelen zijn voor Haarlem € 7,6 miljoen in 2023, oplopend tot ongeveer € 12 miljoen in de daaropvolgende jaren. A. Onverklaarbaar (bedragen x € 1.000)* Niet te verklaren Totaal effect

2022

2023

2024

2025

2026

7.644

12.752

12.006

11.814

7.644 v

12.752 v

12.006 v

11.814 v

-

-

-

-

7.644

12.752

12.006

11.814

Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen

*) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan

3.2 Ontwikkelingen rijksniveau Accres De ontwikkelingen op rijksniveau bestaan uit het effect van wijzigingen in de rijksuitgaven op de algemene uitkering. Geeft het Rijk meer uit, dan ontvangen de gemeenten een hogere algemene uitkering en vice versa, deze beweging heet het accres. In de meicirculaire 2022 zijn de accressen bijgewerkt, voor alle jaren is er sprake van een opwaartse bijstelling van het accres. De accressen zijn hoger dan aangekondigd in voorgaande circulaires en ook hoger dan aangekondigd in de Startnota van het kabinet. De hogere accressen zijn in de jaren 2022 tot en met 2025 een gevolg van extra rijksuitgaven, denk hierbij aan extra rijksuitgaven voor vennootschapsbelasting, koppeling van de AOW aan stapsgewijze verhoging wettelijk minimum loon en aan extra defensie-uitgaven. Ook is het accres opwaarts bijgesteld als gevolg van een hogere loon- en prijsontwikkeling dan eerder aangenomen. Omdat Haarlem in constante prijzen raamt vindt een correctie plaats op het nominale deel (ter compensatie van loon- en prijsstijging) van de accressen in de jaren 2024 en verder. Ook worden er conform het coalitieakkoord van het Rijk middelen voor woningbouwimpuls en volkshuisvesting onttrokken aan het accres. Gemeenten kunnen hier vervolgens weer een beroep op doen door het aanvragen van een specifieke uitkering op deze onderdelen. Het is nog onduidelijk wat hiervoor de

Kenmerk: 2022/0958449

6/18

vereisten en randvoorwaarden zijn, vooralsnog leidt de onttrekking voor Haarlem tot een nadeel. In de Kadernota 2023 (pagina 27) is reeds rekening gehouden met stijgende accressen voor 20242026 waardoor de budgettaire effecten bij deze meicirculaire kleiner zijn dan de absolute verschillen. Voor 2022 is er ook reeds een raming gepresenteerd in de Kadernota maar deze raming is niet verwerkt in de Voortgangsrapportage 2022, daarom heeft de raming geen dempend effect op het budgettair effect in deze meicirculaire. Alle accres-onderdelen tezamen leiden in Haarlem tot voordelen van € 9,6 miljoen in 2022 oplopend tot € 16,4 miljoen in 2025. In 2026 is er een nadelig effect van € 0,2 miljoen. Het nadeel in 2026 is het gevolg van het loslaten van de huidige methodiek, waardoor directe koppeling met de rijksuitgaven voor dit jaar ontbreekt. Het Rijk onderzoekt op dit moment de mogelijkheden voor een nieuwe methodiek. Deze methodiek moet leiden tot een balans tussen de uitkeringen voor en opgaven van gemeenten. Een accres wat minder fluctueert over de jaren heen en waarbij ook minder mutaties plaatsvinden gedurende een jaar zou zorgen voor stabiliteit en zekerheid bij gemeenten. De verwachting is dat pas in 2025 duidelijk wordt welke methodiek er vanaf 2026 gehanteerd gaat worden.

Eind juni hebben het Rijk, de VNG en het IPO overeenstemming bereikt over het vastzetten van de accressen in 2022 tot en met 2025. Er zullen geen wijzigingen meer plaatsvinden in het volume-deel van het accres, enkel in het nominale (loon- en prijscompensatie) deel van het accres kunnen nog mutaties plaatsvinden. Dit verhoogt de zekerheid voor gemeenten dat de nu gepresenteerde mutaties ook daadwerkelijk ontvangen worden. In de Kadernota 2023 (pagina 27) is een aframing van het accres met 25% opgenomen in verband met mogelijke onder realisatie vanuit het Rijk. Gezien de toegenomen zekerheid wordt deze aanname vervangen door een aframing van 10% van het accres ter dekking van eventuele tegenvallers omtrent het te ontvangen accres voor de jaren 2023 en verder, gelet op het nominale risico. Voor 2022 is het accres definitief, voor dit jaar is er dan ook geen afslag (meer) genomen. Overig Naast de (netto) accres-ontwikkeling vinden er nog andere mutaties op rijksniveau plaats. Een grote ontwikkeling die standaard verwerkt wordt in de meicirculaire is het verleggen van het basisjaar, oftewel de indexatie 2023. Dit is een technische handeling waarbij loon- en prijspeil van 2022 worden verlegd naar 2023. Deze indexatie is reeds verwerkt in de Kadernota 2023 en daardoor is er slechts een marginaal budgettair effect.

Daarnaast is er een afrekening van het BTWcompensatiefonds over 2021 van € 1,1 miljoen te verwerken in 2022. Gemeenten declareren hun BTW op overheidstaken bij dit fonds. Om te voorkomen dat er een open einde regeling ontstaat, past het Rijk een plafond toe voor deze declaraties. De ruimte die na een jaar over blijft onder het plafond wordt uitgekeerd aan de gemeenten. Ook is er nog het bevriezen van de opschalingskorting, de opschalingskorting heeft de gemeente in de jaren 2015 t/m 2021 (cumulatief) al ruim € 13 miljoen gekost. De oploop van de opschalingskorting is nu ‘bevroren’ voor de duur van de kabinetsperiode. Incidenteel leidt dit tot voordelen, maar voor de jaren 2026 en verder is er nog geen sprake van

Kenmerk: 2022/0958449

7/18

schrappen van de oploop. In de Kadernota 2023 is het bevriezen van de opschalingskorting tot en met 2025 reeds verwerkt. Het totale effect van de wijzigingen op rijksniveau betekent dat er voor Haarlem significante budgettaire voordelen zijn voor de algemene middelen in 2022 tot en met 2025 en een nadeel voor het jaar 2026. Onderstaande tabel zet de ontwikkelingen op een rij. B. Ontwikkelingen rijksniveau (bedragen x € 1.000)*

2022

2023

2024

2025

2026

9.613

21.392

35.676

44.902

24.588

Accres Accres-ontwikkeling Nominale ontwikkeling

-

-

-9.151

-12.911

-15.876

Volkshuisvestingfonds, uitname accres

-

-1.417

-1.422

-1.396

-

Woningbouwimpuls, uitname accres

-

-945

-939

-939

-

9.613

19.030

24.164

29.656

8.712

Correctie accres reeds geraamd in KN23

4.490

-6.293

-11.646

-13.281

-8.928

Waarvan niet verwerkt in Voortgangsrapportage

-4.490

Effect accres

9.613

12.737

12.518

16.375

-216

-

5.473

5.448

5.422

5.382

-5.478

-5.478

-5.478

-5.478

-

-

-

-

Accres

Overig Indexatie 2023 Correctie indexatie reeds verwerkt in Kadernota Afrekening BTW-compensatiefonds (2021)

1.146

Bevriezen opschalingskorting

-

3.778

5.045

6.308

-

Correctie opschalingskorting reeds verwerkt

-

-3.807

-5.087

-6.417

-

148

111

-376

81

-54

1.294

77

-448

-84

-150

Totaal effect rijksniveau

10.907 v

12.814 v

12.070 v

16.291 v

-366 n

Effect voor beleidsvelden

0

0

0

0

0

10.907

12.814

12.070

16.291

-366

Overige ontwikkelingen Effect overig

Budgettair effect voor algemene middelen

*) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan **) In het boekwerk van de Kadernota (pagina 27) is ook voor 2022 reeds een schatting voor het accres-effect gegeven (€ 4,5 miljoen). Dit bedrag is echter niet verwerkt in de Voortgangsrapportage en zorgt daarom bij de meicirculaire niet voor een demping van het budgettair effect.

3.3 Ontwikkeling gemeentelijk niveau Ontwikkeling hoeveelheden De ontwikkelingen op gemeentelijk niveau gaan over de wijzigingen van aantallen, zoals inwoners, huishoudens, lengte van wegen en aantal leerlingen binnen Haarlem. Haarlems beleid is om eenmaal per jaar voor de meicirculaire de aantallen te actualiseren, waarbij het uitgangspunt is dat de aantallen per 1 januari van een jaar worden gehanteerd. In de Kadernota 2023 is reeds een raming verwerkt, waarbij de actualisaties van de verschillende maatstaven over inwoners en van een aantal

Kenmerk: 2022/0958449

8/18

maatstaven over huishoudens gedoteerd aan of onttrokken uit de reserve Groei van de stad. Bij de actualisatie is gebleken dat dit leidt tot een onttrekkingen in alle jaren. Daarnaast was in de Kadernota 2023 sprake van budgettaire voordelen voor de algemene middelen. Door verdere actualisatie ontstaan nu nadelen die de eerder geraamde voordelen voor algemene middelen grotendeels teniet doen. C1. Ontwikkeling hoeveelheden (bedragen x € 1.000)*

2022

2023

2024

2025

2026

Hoeveelheidsverschillen

-2.852

-690

-669

-650

-644

Correctie reeds verwerkt voordeel algemene middelen

-205

-446

-445

-448

-448

Correctie reeds verwerkt nadeel Groei van Haarlem

2.778

791

814

819

819

Budgettair effect voor algemene middelen

-279 n

-345 n

-300 n

-278 n

-272 n

*) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan

Ontwikkeling WOZ De tweede ontwikkeling op gemeentelijk niveau gaat over de waardeontwikkeling van het onroerend goed: huizen, kantoren, fabrieken etc. Deze waarde vormt een aftrekpost binnen de algemene uitkering: hoe hoger de waarde van de objecten, hoe minder algemene uitkering er wordt verstrekt. Deze ontwikkeling valt in twee elementen uiteen. Ten eerste de ontwikkeling van de waarde in Haarlem. Dit leidt tot een stijging van de aftrekpost met € 0,7 miljoen in 2022 en € 4,3 miljoen aflopend naar € 3,6 miljoen in de jaren 2023 tot en met 2026. Omdat de waardestijging een landelijk fenomeen is, wordt het landelijk rekentarief waarmee de aftrek wordt berekend verlaagd. Dat heeft voor Haarlem een voordelig effect van € 2,8 miljoen. Per saldo stijgt de waarde van onroerend goed in Haarlem meer dan het landelijk gemiddelde met als gevolg een verlaging van de algemene uitkering van € 0,7 tot maximaal € 1,5 miljoen. In de Kaderbrief 2021 en de Kadernota 2022 zijn reeds stelposten aangemaakt met het oog op deze sterkere groei. Daardoor wordt het budgettaire effect voor 2023 tot en met 2026 € 0,2 miljoen minder nadelig. C2. Ontwikkeling WOZ (bedragen x € 1.000)*

2022

2023

2024

2025

2026

WOZ-waarden mutatie

-658

-4.251

-4.046

-3.857

-3.646

2.767

2.767

2.767

2.767

200

200

200

200

-658 n

-1.284 n

-1.079 n

-890 n

-679 n

0

0

0

0

0

-658

-1.284

-1.079

-890

-679

Aanpassing landelijk rekentarief Correctie WOZ-nadeel reeds verwerkt Totaal effect Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen

*) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan

3.4 Taakmutaties voor beleidsvelden Kleine taakmutaties Het betreffen hier taakmutaties met een gevolg van minder dan € 25 duizend per mutatie. Het gaat om:

Kenmerk: 2022/0958449

9/18

-

Toezicht en handhaving voor de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen Prenataal huisbezoek

Valpreventie bij ouderen Het kabinet heeft valpreventie, als kostenbesparende preventiemaatregel, in het Coalitieakkoord opgenomen. Valpreventie draagt bij aan gezond ouder worden en leidt tot netto besparingen in de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg. Er wordt geïnvesteerd in het opschalen van beweegprogramma’s, het uitvoeren van de multifactoriële interventie en de organisatie van opsporing en screening. Dit leidt vanaf 2023 tot een taakstellende besparing, voor Haarlem een oplopende korting van € 77 duizend in 2023 naar € 123 duizend structureel. Versterking dienstverlening gemeenten: Systeemleren Naar aanleiding van de Kinderopvangtoeslag-affaire worden naast de hersteloperatie voor getroffen ouders en kinderen, ook maatregelen getroffen die structureel tot brede verbeteringen in beleid en uitvoering moeten leiden. Onderdeel hiervan is het versterken van de dienstverlening bij alle onderdelen van de overheid, waaronder de gemeenten. Het kabinet heeft besloten hiervoor tot en met 2027 middelen beschikbaar te stellen. Naast de middelen uit de decembercirculaire 2021 worden in deze meicirculaire extra middelen toegekend, voor Haarlem € 44 duizend in 2023 tot en met 2027. Energietoeslag Op 15 maart jl. is het wetsvoorstel eenmalige energietoeslag lage inkomens ingediend bij de Tweede Kamer.

Met het wetsvoorstel krijgen gemeenten de bevoegdheid om dit jaar een eenmalige tegemoetkoming voor de gestegen energieprijzen toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. Voor de uitvoering en uitgifte van de eenmalige aanvullende tegemoetkoming heeft het kabinet in maart 2022 een eenmalig budget beschikbaar gesteld. In de voorjaarsbesluitvorming is een aanvullend bedrag van miljoen beschikbaar gesteld. Haarlem ontvangt in totaal € 10,7 miljoen. Jeugdhulp In 2019 hebben de VNG en het Rijk afspraken gemaakt over de inrichting van een subsidieregeling ‘continuïteit cruciale jeugdzorg’ met een looptijd tot eind december 2021. Via de subsidieregeling kunnen aanbieders van cruciale jeugdhulp tijdelijke liquiditeitssteun ontvangen indien dit noodzakelijk is om continuïteit van zorg te garanderen. Dit voorjaar zijn de VNG en het Rijk overeengekomen om de looptijd van de subsidieregeling te verlengen. Voor Haarlem een nadeel van € 81 duizend. Jeugdzorg Het kabinet stelt voor 2023 incidenteel extra middelen beschikbaar voor de jeugdzorg ter compensatie van de tekorten. Hierbij gaat het kabinet er vanuit dat gemeenten inzetten op besparingsmaatregelen op de jeugdzorguitgaven in 2023 (ook onderdeel van de uitspraak van de Commissie van Wijzen). Voor Haarlem gaat het om € 11,9 miljoen.

Daarnaast gaat het kabinet de komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd, die moet bestaan uit een combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Het kabinet zal bij het afsluiten van de Hervormingsagenda ook besluiten over de extra

Kenmerk: 2022/0958449

10/18

middelen voor 2024 en verder die aan gemeenten beschikbaar gesteld worden, waarbij het advies van de Commissie van Wijzen het uitgangspunt vormt. Het kabinet heeft besloten dat de in het coalitiekakkoord opgenomen extra besparing in het jeugddomein een Rijksverantwoordelijkheid is. Het is aan het Rijk de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen waarvoor het Rijk aan zet is en die aanvullend zijn op de beoogde Hervormingsagenda. Het gaat daarbij om maatregelen waardoor gemeenten minder middelen nodig hebben of waarbij alternatieve inkomsten gegenereerd worden door middel van de invoering van een eigen bijdrage. Ook draagt het Rijk het budgettaire risico ingeval (een deel van) deze maatregelen geen of niet tijdig doorgang vinden. In de Programmabegroting 2022-2026 was reeds een raming opgenomen voor de te ontvangen extra middelen en bij de Kadernota 2023 is deze raming opgehoogd. Per abuis is er € 2 miljoen teveel geraamd, ook ontvangt Haarlem € 486 duizend minder dan daadwerkelijk verwacht en is de verwachting dat dit ook voor volgende jaren het geval zal zijn. Bij de Programmabegroting 2023-2027 volgt daarom aanpassing van deze ramingen. Om een getrouw beeld te geven van het financieel kader van de gemeente wordt het structurele nadeel van € 2,5 miljoen reeds in de overzichten verwerkt.

Eigen bijdrage huishoudelijke hulp In het Coalitieakkoord is opgenomen dat dit kabinet werkt aan een aanpassing van de eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp in de Wmo. De komende periode wordt deze maatregel met cliënten, gemeenten en het Centraal Administratie Kantoor uitgewerkt. De maatregel vraagt een wetswijziging en vergt een aanzienlijke implementatietijd waardoor de beoogde datum van inwerkingtreding op 1 januari 2025 is gesteld. De aanpassing dient vanaf 2025 te leiden tot een taakstellende besparing, voor Haarlem een korting van ongeveer € 0,7 miljoen. In de Kadernota 2023 (pagina 30) is reeds ingegaan op deze verwachte korting, waarbij de aanname is dat de mutatie per saldo budgettair neutraal is door hogere eigen bijdragen. D. Taakmutaties (bedragen x € 1.000)*

2022

2023

2024

2025

2026

Valpreventie bij ouderen

-77

-115

-115

-123

Versterking dienstverlening gemeenten

43

44

44

44

-2.486

-2.486

-2.486

-674

-681

-2.745 n

-2.760 n

Kleine taakmutaties

-2

Energietoeslag

10.724

Jeugdhulp**

-81

Jeugdzorg** Correctie Jeugdzorg reeds verwerkt in PB23 en KN23 en toekomstig verwacht nadeel op basis van 2023** Eigen bijdrage huishoudelijke hulp Totaal effect Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen**

11.873 -14.359

10.641 v

-2.520 n

-2.071 n

10.722

-34

-71

-745

-760

-81

-2.486

-2.000

-2.000

-2.000

*) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan **) € 2 is per abuis teveel geraamd, daarnaast zullen de ramingen met € 486 duizend naar beneden bijgesteld worden op basis van de voor 2023 ontvangen middelen.

Kenmerk: 2022/0958449

11/18

3.5 Doeluitkeringen voor beleidsvelden De algemene uitkering wordt hoofdzakelijk gebruikt om het gemeentefonds over alle gemeenten te verdelen volgens dezelfde maatstaven. Daarnaast wordt aan individuele gemeenten of groepen van gemeenten een uitkering verstrekt voor een bepaald doel. Gemeenten zijn formeel-juridisch vrij om dat geld aan dat doel te besteden of ergens anders aan uit te geven. De reden dat het Rijk dit doet is dat gemeenten op deze manier geen verantwoording aan het Rijk hoeven af te leggen over de besteding van de ontvangen gelden; ze vallen immers onder de algemene uitkering. Dit in tegenstelling tot gelden die via specifieke uitkeringen door het Rijk worden verstrekt. Het Rijk vertrouwt erop dat gemeenten de ontvangen gelden in lijn met het doel zullen uitgeven. De bedragen in onderstaande tabel zijn extra inkomsten die ten gunste komen van de betreffende beleidsvelden en daarom niet leiden tot een verhoging van de vrij besteedbare algemene middelen. E. Doeluitkeringen beleidsvelden (bedragen x € 1.000)*

2022

Uitvoeringskosten klimaatakkoord

887

Brede aanpak dak- en thuisloosheid

1.209

2023

2024

2025

2026

Crisisdienstverlening

662

Vrouwenopvang

611

581

581

581

-19

Extra capaciteit BOA's

59

59

59

59

59

Bodembescherming

288

Gezond in de stad

42

-18

-18

-18

-18

31

31

31

31

4.228 v

653 v

653 v

653 v

53 v

4.228

653

653

653

53

-

-

-

-

-

Einde lening inburgeringsplichtig

36

Erfgoed Deal

421

Uitstapprogramma prostituees

31

Maatschappelijke opvang

-18

Armoedebestrijding kinderen Totaal effect Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen

*) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan

Uitvoeringskosten klimaatakkoord Vanaf 2023 tot en met 2030 krijgen gemeenten meer uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid. Om de uitvoering van het bestaande klimaatbeleid in 2022 te kunnen voortzetten, ontvangen gemeenten in 2022 een overbruggingsbudget. Dat is onvoldoende om de reeds in 2022 gewenste versnelling teweeg te brengen. Daarom worden van de toekomstige uitvoeringsmiddelen alvast middelen naar 2022 verschoven, Haarlem ontvangt hierdoor € 887 duizend. Over de resterende middelen die in het Coalitieakkoord zijn gereserveerd voor de uitvoeringskosten van medeoverheden voor het klimaatakkoord en aanvullend klimaatbeleid vinden nog gesprekken plaats tussen onder andere VNG, IPO en het Rijk.

Kenmerk: 2022/0958449

12/18

Brede aanpak dak- en thuisloosheid Het kabinet zet in op het voorkomen van dakloosheid, om- en afbouw van de maatschappelijke opvang en het realiseren van woonplekken met passende ondersteuning voor (dreigend) dakloze jongeren en volwassenen. Haarlem ontvangt als centrumgemeente € 1,2 miljoen in 2022. Crisisdienstverlening Als onderdeel van de crisisdienstverlening is de aanpak Jeugdwerkloosheid met een jaar verlengd tot en met 2022. De middelen zijn voor de coördinatie van regionale aanpak jeugdwerkloosheid, het ondersteunen naar werk van kwatsbare aankomen mbo-gediplomeerden en voor het ondersteunen naar werk van voortijdige schoolverlaters. In totaal ontvangt Haarlem € 662 duizend. Vrouwenopvang Aan de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang worden bedragen toegevoegd in het kader van kind- en gezinsbescherming. De middelen zijn objectief verdeeld volgens de actuele maatstaven van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang. De verdeling van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang is bij deze circulaire vanaf uitkeringsjaar 2022 aangepast door actualisatie van een aantal maatstaven. Haarlem ontvangt € 611 duizend in 2022 en € 581 duizend in de daaropvolgende jaren. Extra capaciteit BOA’s In de openbare ruimte verrichten BOA’s belangrijk werk in specialistische en complexe beleids- en wetsgebieden.

In de afgelopen jaren zijn BOA’s binnen hun bevoegdheid ook steeds meer taken gaan uitvoeren. De Tweede Kamer maakt structureel middelen vrij voor handhaving en veiligheid. Ook is aan het kabinet de opdracht meegegeven om de capaciteit van (wijk)agenten en BOA’s in de openbare ruimte te vergroten. Voor de (extra) capaciteit van BOA’s in de openbare ruimte ontvangt Haarlem structureel € 59 duizend. Bodembescherming Voor apparaatskosten bodem wordt de decentralisatie-uitkering van 2021 voor gemeenten gecontinueerd in 2022. Het betreft een tegemoetkoming in de kosten van het ambtelijk apparaat dat zorgdraagt voor het uitvoeren van de taken die de Wet bodembescherming toekent aan bevoegde gezagen (gemeenten en provincies). Haarlem ontvangt in 2022 € 288 duizend. Gezond in de stad In de septembercirculaire 2021 zijn voor 2022 middelen toegekend in verband met de verlenging van het stimuleringsprogramma Gezond in de Stad (GIDS). In deze circulaire wordt het bedrag verhoogd, voor Haarlem met € 42 duizend. Het programma geeft de geselecteerde gemeenten extra ruimte om de gezondheid van mensen in een lage sociaaleconomische positie structureel en duurzaam te verbeteren. Einde lening inburgeringsplichtig (ELIPs) In 2022 ontvangen gemeenten middelen voor de ondersteuning van ELIPs.

Dit zijn inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn. Gemeenten kunnen inburgeraars die tot deze doelgroep behoren begeleiden. Hiervoor worden middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld voor begeleiding en het in een beperkt aantal

Kenmerk: 2022/0958449

13/18

gevallen financieel ondersteunen van ELIPs bij het betalen van extra cursusuren of examengelden. Haarlem ontvangt € 36 duizend. Erfgoed Deal In februari 2019 hebben dertien partijen - zowel overheid als maatschappelijke organisaties - de handen in één geslagen om samen te werken aan een waardevolle leefomgeving. Het gezamenlijke doel is om de relatie tussen erfgoed en de inrichting van de leefomgeving te versterken. In de huidige tijd waarin de leefomgeving vergaand moet worden aangepast aan klimaatverandering, nieuwe energienetwerken en verstedelijking kan cultureel erfgoed houvast bieden. De Erfgoed Deal streeft naar een zorgvuldig vormgegeven leefomgeving, waarin het verleden tastbaar is en waarmee – ook in de toekomst – verbinding wordt gevoeld. In de meicirculaire ontvangen vijf gemeenten een bijdrage in verband met de Erfgoed Deal, Haarlem ontvangt € 421 duizend. Uitstapprogramma prostituees Het kabinet stelt sinds 2021 geld beschikbaar voor een landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma’s om mensen die de prostitutie willen verlaten, hierbij te ondersteunen. Voor 2022 komt voor Haarlem naast de structurele bedragen eenmalig € 31 duizend extra beschikbaar. Maatschappelijke opvang De verdeling van deze decentralisatie-uitkering over 2021 is ten opzichte van de decembercirculaire 2021 gewijzigd als gevolg van het gebruik van actuelere maatstafaantallen.

Voor Haarlem een afname van € 18 duizend structureel. Armoedebestrijding kinderen Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling voor het jaar t+1 en verder van middelen die beschikbaar zijn gesteld voor de bestrijding van de gevolgen van armoede onder kinderen. De actualisatie leidt voor Haarlem tot een structurele toename van € 31 duizend vanaf 2023. 3.6 Integratie-uitkeringen Er vinden mutaties plaats in de vier integratie-uitkeringen (IU’s). De uitkeringen voor Participatie en Voogdij/18+ worden in de meicirculaire gecompenseerd voor loon- en prijsontwikkelingen (LPO). Beschermd wonen ontvangt daarnaast ook een volume indexatie voor 2023 en verder. Ook zijn er in deze circulaire enkele mutaties voor de integratie-uitkering Inburgering. Inburgering: leerbaarheidstoets De leerbaarheidstoets heeft als doel om inzicht te geven in het niveau van de Nederlandse taal dat een inburgeringsplichtige kan bereiken gedurende de inburgeringstermijn. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de begeleiding bij de afname van de leerbaarheidstoets. Haarlem ontvangt hiervoor structureel € 44 duizend vanaf 2023. Beschermd wonen Binnen de integratie-uitkering Beschermd wonen is er sprake van vier mutaties: Ten eerste de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2022 (LPO). Ten tweede is er een volume-indexatie voor

Kenmerk: 2022/0958449

14/18

het jaar 2023 en verder. Ten derde is er een ophoging van de volume-indexatie voor het jaar 2022 en verder naar aanleiding van de nieuwe middellangetermijn-raming. En als laatst is er de toekenning van additionele loon- en prijsbijstelling voor de jaren 2022 en verder ter compensatie van de toename van salarissen in het zorgdomein die voortvloeien uit het aanvullende maatregelenpakket naar aanleiding van de Algemene Politieke Beschouwingen van 2021. Alle mutaties zijn verdeeld naar rato van het aandeel in het huidige historische macrobudget en Haarlem ontvangt als centrumgemeente per saldo € 1,9 miljoen in 2022 oplopend naar € 3,0 miljoen in 2023 en verder. Participatie De totale omvang van de integratie-uitkering Participatie stijgt door de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2022. De verdeling van de integratie-uitkering tussen de gemeenten wijzigt in de eerste plaats door actualisatie van de verdeling van de Wsw-middelen. Daarnaast is sprake van wijzigingen in de verdeling van de integratie-uitkering door aanpassing van de drempelbedragen in de verdeling van de middelen Nieuw begeleiding. Voor Haarlem € 680 duizend in 2022 en ongeveer € 29 duizend in de jaren daarna. Hier is de € 29 duizend het LPO deel, de meerjarige actualisatie van Wsw en nieuw begeleiding middelen zit vanaf 2023 verwerkt in het overheveling deel naar de algemene uitkering.

Voogdij/18+ De omvang van de IU Voogdij/18+ wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2022. Voor Haarlem een toename van ongeveer € 225 duizend structureel. Overheveling naar AU Overheveling integratie-uitkeringen naar algemene uitkering De integratie-uitkeringen Participatie (onderdelen Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding (excl. beschut werk)), Voogdij/18+ worden met ingang van 2023 toegevoegd aan de algemene uitkering. Bij de totstandkoming van het nieuwe verdeelmodel is hier rekening mee gehouden. De aanname die door de gemeente gedaan wordt bij deze verwerking is dat tegenover de onttrokken middelen vanuit de IU eenzelfde toevoeging is aan de Algemene Uitkering, bij de Programmabegroting 2023-2027 zal verder inzicht gegeven worden in de eventuele financiële effecten van de overheveling. F. Integratie uitkeringen (bedragen x € 1.000)* Inburgering Beschermd wonen

2022

2023

2024

2025

2026

45

43

44

44

44

1.934

2.964

2.965

2.967

2.968

Participatie

680

28

29

29

29

Voogdij/18+

229

220

225

227

230

Overheveling Participatie

-449

-517

-611

-718

Overheveling Voogdij/18+

-6.155

-6.155

-6.155

-6.155

Extra middelen Algemene Uitkering

6.604

6.672

6.766

6.873

2.888 v

3.255 v

3.263 v

3.267 v

3.271 v

2.888

3.255

3.263

3.267

3.271

Totaal effect Effect voor beleidsvelden

Kenmerk: 2022/0958449

15/18

Budgettair effect voor algemene middelen

-

-

-

-

-

*) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan

3.7 Corona compensatie Gemeenten hebben in 2020 een voorschot ontvangen ter compensatie van inkomstenderving over 2020 als gevolg van corona. Daarbij is afgesproken dat gemeenten op een later moment reële compensatie zouden ontvangen voor de gederfde inkomsten over 2020. In de decembercirculaire 2021 ontving Haarlem al een gedeeltelijke compensatie en in deze meicirculaire wordt de laatste compensatie voor de inkomstenderving 2020 uitgekeerd. Er was reeds rekening gehouden met deze middelen waardoor geen budgettair effect ontstaat. In het najaar zaal beken worden welke compensatiebedragen Haarlem kan verwachten ter compensatie van de inkomstenderving in 2021. G. Corona compensatie (bedragen x € 1.000)*

2022

Inkomstenderving 2020

2.219

Inkomstenderving reeds verwerkt

-2.219

Handhaving quarantaine

3

Totaal effect

3v

Effect voor beleidsvelden

3

Budgettair effect voor algemene middelen

-

3.8 Berekening budgettair effect In voorgaande paragrafen is per onderdeel aangegeven wat het budgettair effect is voor de algemene middelen en wat het effect is voor de beleidsvelden. Onderstaande tabellen vatten dit in een overzicht samen. Samenvatting budgettair algemene middelen (bedragen x € 1.000)*

2022

2023

2024

2025

2026

-

5.332

9.221

6.849

6.657

10.907

12.814

12.070

16.291

-366

-279

-345

-300

-278

-272

-658

-1.284

-1.079

-890

-679

D. Taakmutaties voor beleidsvelden

-81

-2.486

-2.486

-2.486

-2.486

E. Doeluitkeringen voor beleidsvelden

-

-

-

-

-

F. Integratie-uitkeringen

-

-

-

-

-

G. Corona compensatie

-

-

-

-

-

9.887 v

14.031 v

17.426 v

19.486 v

2.854 v

A. Herverdeeleffecten en onverklaarbaar B. Ontwikkelingen rijksniveau C.1 Ontwikkelingen gemeentelijk niveau: hoeveelheden C.2 Ontwikkelingen gemeentelijk niveau: WOZ

Budgettair effect algemene middelen

*) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan

Kenmerk: 2022/0958449

16/18

Samenvatting effecten beleidsvelden (bedragen x € 1.000)*

2022

2023

2024

2025

2026

A. Herverdeeleffecten en onverklaarbaar

-

-

-

-

-

B. Ontwikkelingen rijksniveau C.1 Ontwikkelingen gemeentelijk niveau: hoeveelheden C.2 Ontwikkelingen gemeentelijk niveau: WOZ

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

D. Taakmutaties voor beleidsvelden

10.722

-34

-71

-745

-760

E. Doeluitkeringen voor beleidsvelden

4.228

653

653

653

53

F. Integratie-uitkeringen

2.888

3.255

3.263

3.267

3.271

G. Corona compensatie

3

-

-

-

-

17.841 v

3.874 v

3.845 v

3.175 v

2.564 v

Effect beleidsvelden

*) v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan

3.9 Onzekerheden Buiten de besproken onderdelen is er nog een aantal onzekerheden. Deze onzekerheden kunnen nog impact hebben op de huidige budgettaire ramingen. Het gaat hier voornamelijk om: -

-

-

-

Evaluatie van het herverdeelmodel Gemeentefonds in 2025 (mogelijke effecten vanaf 2026) Wanneer evaluatie leidt tot aanpassing van het per 1 januari 2023 in te voeren model kan dit leiden tot aanpassingen in dit model in 2026. Te hanteren methodiek voor accres (mogelijke effecten vanaf 2026) Er wordt op dit moment onderzocht, als een belangrijk onderdeel van de financiële verhoudingen, of en hoe het uitkeringsstelsel kan worden ingericht zodat het blijft passen bij de maatschappelijke opgaven die door gemeenten (moeten) worden opgepakt. Een juiste balans is hiervoor nodig en grote fluctuaties en (late) aanpassingen van de door gemeenten te ontvangen bedragen zijn hierbij onwenselijk. Op dit moment heeft het Rijk enkel aangegeven te kijken naar een alternatieve werkwijze vanaf 2026, in de komende jaren zal hier meer duidelijk over moeten worden. Mogelijk is er al een eerste inzicht in de Contourennota die ergens in de zomer van 2022 aan de Tweede Kamer wordt toegestuurd. Al dan niet hanteren opschalingskorting (mogelijke effecten vanaf 2026) Voor de jaren tot en met 2025 is de verdere oploop van de opschalingskorting bevroren. Het kabinet laat het aan de volgende coalitie om een besluit te nemen over het al dan niet schrappen van de verdere oploop in 2026 en verder.

In het huidige financiële kader is de gemeente uitgegaan van het schrappen van in ieder geval de helft van de korting (€ 2,3 miljoen voordelig vanaf 2026). Waarschijnlijk is pas in 2025 zicht op het al dan niet juist zijn van deze aanname. Kortingen Jeugd (effecten vanaf 2024) Het kabinet heeft besloten dat de in het coalitiekakkoord opgenomen extra besparing in het jeugddomein een Rijksverantwoordelijkheid is. Het is aan het Rijk de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen waarvoor het Rijk aan zet is en die aanvullend zijn op de

Kenmerk: 2022/0958449

17/18

-

-

beoogde Hervormingsagenda. Het is nog onduidelijk wat de impact voor gemeenten in de praktijk zal zijn. Vluchtelingen Oekraïne Gesprekken over hoogte reële compensatie vluchtelingen Oekraïne loopt nog. Nieuw belastinggebied Gemeenten krijgen mogelijk een groter eigen belastinggebied. Als in het huidige jaar de wet voorgelegd wordt, kan invoering vanaf 2026 plaatsvinden. Veel is nog onduidelijk over deze kwestie, mogelijk zorgt de eerder besproken verwachte Contourennota voor meer duidelijkheid. Op de ALV van de VNG in juni jl. is een resolutie aangenomen waarin wordt gesteld dat de uitbreiding van lokaal belastinggebied geen oplossingen kan zijn voor de financiële problemen van de gemeenten op de lange termijn. Overig Er is tot op heden nog onduidelijkheid over de niet te verklaren effecten uit de meicirculaire, afwijkende inflatiecijfers van de huidige ramingen kunnen nog leiden tot een aangepast accres (2023 en verder) en bezuinigingen vanuit het Rijk zijn niet/nooit uit te sluiten. Op dit moment is daarom een stelpost opgenomen van 10% van het accres voor de jaren 2023 en verder, maar er blijft altijd een zekere mate van onzekerheid.

Een groot deel van deze onzekerheden heeft effect op de jaren 2026 en verder, precies de jaren waarvoor de voordelen vanuit de meicirculaire beperkt zijn. De meicirculaire leidt tot aanzienlijke (incidentele) budgettaire voordelen over de gehele periode 2022-2026. Met deze middelen kunnen buffers aangelegd worden voor latere (magere) jaren, tegenvallers opgevangen worden en/of extra uitgaven gedaan worden. Denk hierbij aan uitgaven die het ingezette beleid versterken, of incidentele uitgaven waardoor structureel besparingen optreden. Het college zal hiervoor aanvullende voorstellen uitwerken. Bij de Kadernota 2024 zal naar verwachting meer zicht zijn op een aantal belangrijke onzekerheden zoals de kosten voor Jeugd/WMO, de (verwachte) inflatie en de gevolgen hiervan voor het accres van het Gemeentefonds. Afweging van de voorstellen vindt daarom plaats om de Kadernota 2024 of Programmabegroting 2024-2028, afhankelijk van de noodzaak voor het afwachten van de meicirculaire 2024 voor meer inzicht. De budgettaire voordelen van de jaren 2022 en 2023 blijven via reservering in de algemene reserve beschikbaar om vanaf 2024 in te zetten. 4. Vervolg De gevolgen van de meicirculaire voor 2022 worden verwerkt in de Bestuursrapportage 2022. De meerjarige gevolgen worden verwerkt in de Programmabegroting 2023-2027. 5. Bijlage Meicirculaire 2022 Gemeentefonds

Kenmerk: 2022/0958449

18/18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12264488/1