20220606659 3. Bijlage 2 Bijlagen Groenbeleidsplan
Tekst van het document
In eerste instantie zetten we niet actief in op uitbreiding, maar reageren we wel op nieuwe vragen of voorstellen vanuit de samenleving. In een later stadium benaderen we actief de diverse natuuren vrijwilligersorganisaties in de gemeente en zoeken we verbinding met de Regionale Opleidingscentra (MBO-onderwijs), die bezig zijn een opleiding te starten voor Urban Green Development, en andere scholen. De mate van intensiteit van de plannen vraagt om nadere uitwerking. De maatregelen vanuit partnerschap dragen indirect bij aan de vier speerpunten. De verschillende maatregelen worden hieronder kort beschreven.
29
3A: Groene communicatie Op dit moment moet het belang en de positieve invloed van groen voor de stad nog vanzelfsprekender worden. Vergroening begint bij kennis en bewustzijn en leidt vervolgens tot aanpassing van ons gedrag. We ontwikkelen daarom een communicatiestrategie en campagne in combinatie met het klimaatprogramma en natuureducatie: ‘Samen maken we Haarlem groener!’ Een eerste actie daarbij is publicatie en communicatie bij het vaststellen van het Groenbeleidsplan (zowel intern als extern). Onze rol is het laten zien van goede voorbeelden en het benadrukken/publiceren van behaalde resultaten. Toegankelijke informatie op gemeentelijke website over projecten en activiteiten (bijvoorbeeld Romolenheempark, Indischewijk), met informatie en kennis over de bijdrage van groen aan de stad en wat er mogelijk is als we samenwerken. Het doel is daarbij “goed voorbeeld doet goed volgen”. Hierin kunnen we elkaar helpen, iedereen vanuit de eigen kwaliteit en rol met de gezamenlijke boodschap: Samen maken we Haarlem groener! Voor bewoners moet altijd duidelijk zijn welke grote werkzaamheden waar plaatsvinden en vooral waarom. Het informeren en betrekken van bewoners bij wat er gebeurt met het groen in de wijken, zorgt voor meer begrip en tevredenheid.
Ook als het gaat om een gebiedsontwikkeling, herinrichting en natuurlijker en duurzamer beheer, en om keuzes die worden gemaakt in relatie tot aanwezige bomen. Daarom werken we met een heldere jaarkalender groen. Naast de geplande werkzaamheden, nemen we daar maandelijkse tips, tricks en beheeraspecten ten behoeve van groen in op. Daarnaast moet iedereen eenvoudig informatie kunnen vinden waar groene voorzieningen en gebieden te vinden zijn in Haarlem. De Bomenmonitor8 is hier een eerste uitwerking van. o
Ambitie voor 2023: start van de publiekscampagne ‘Haarlem gaat op groen!’ waarmee inwoners van Haarlem geïnformeerd worden over wat de gemeente doet aan versterking van het groen en hoe particulieren en bedrijven worden ontzorgd in de vergroening van de eigen leefomgeving.
3B: Educatie: ‘Jong geleerd is oud gedaan’ Voor het bewustzijn van de waarde van een gezonde leefomgeving is het betrekken van kinderen en jongeren essentieel. Wij zetten nadrukkelijk in op faciliteiten waarbij kinderen en jongeren spelenderwijs kennis kunnen maken met groen, natuur, planten en dieren. Hiervoor blijven wij via partners als Natuur- en Milieueducatie (NME) op verschillende manieren natuuronderwijs een plek geven in Haarlem, zowel op de verschillende bestaande educatielocaties als via de Haarlemse schoolprogramma’s. We werken daarnaast actief samen met scholen en andere partners zoals NME, IVN en wijk- en buurtverenigingen. In samenwerking met de regionale ROC’s kunnen er kleine leefbossen worden aangelegd en onderhouden, zoals o.a. mini bosjes (‘Tiny Forests’). o
Ambitie voor 2023: Haarlem heeft een Groenloket waar inwoners terecht kunnen voor informatie, of om tegels in te wisselen voor groen.
3C: Partnerschap in groen initiatief We zetten sterk in op groene participatie. Daarbij kunnen omwonenden, initiatiefnemers, bedrijven, parkmanagement, kennisinstellingen, woningbouwcorporaties en wijkvertegenwoordigers meedenken en meewerken aan de concrete invulling van vergroening bij het ontstenen van de openbare ruimte. Bijvoorbeeld over de locatie voor extra groen, het ontwerp en de gekozen
8
Zie bijlage 8.
30
beplanting, en groene, koele ommetjes. We gaan door met het faciliteren van groene buurtinitiatieven in samenwerking met (wijk)verenigingen en initiatiefnemers. Denk daarbij bijvoorbeeld aan: vergroenen door tegels te vervangen door planten, aanleggen van groene daken, vergroenen van de gevels etc. We vereenvoudigen regels rondom maatschappelijke initiatieven, zoals adoptie van boomspiegels of rotondes. We ontzorgen inwoners en bedrijven door de oprichting van een Groenloket. Via het Groenloket ondersteunen en stimuleren we de vergroening van de directe woonomgeving en tuin door informatie te verstrekken over verschillende subsidieregelingen (provincie, waterschap, rijk). Hiermee heeft de initiatiefnemer snel inzicht in de (financiële) haalbaarheid. Ook stellen we een groene ambassadeur/participatieambassadeur aan, die diverse (groen) bewonersinitiatieven ondersteunt door bijvoorbeeld de afvoer van bestrating voor bewoners te vereenvoudigen bij particuliere ontstening. De samenwerking met het Platform Groen als klankborden adviesgroep zetten wij voort. We scheppen de voorwaarden waaronder het platform kan uitgroeien tot een effectief klankbord, denktank en partner voor de vergroening van de stad.
We faciliteren een initiatievencafé voor uitwisseling van ervaringen en kennis en een jaarlijkse groendialoog met de wijkraden en andere stakeholders, gericht op behoud en verbetering van groen, ecologie en klimaatadaptatie, vergroeningsdagen, een open tuinroute en prijsvragen. Het gaat daarbij zowel om landelijke initiatieven (zoals bijvoorbeeld het NK tegelwippen en de Groene Stad Challenge), als lokale initiatieven om de stad groener te maken (zoals het Romolenheempark en de vergroeningsinitiatieven in de Indischewijk, de Waarderpolder, langs de Gedempte Oostersingelgracht, het ‘Muggenbos, het ‘Bomenhotel’). We werken hierin samen met de Haarlemse kweektuin, lokale tuincentra (verantwoord, inheems plantmateriaal), hoveniers en groenteams van de plaatselijke wijkverenigingen. o
o
Ambitie voor 2025: inwoners zijn gewend om op buurt- en straatniveau betrokken te worden bij de vergroening van de eigen leefomgeving door jaarlijkse deelname aan bijvoorbeeld het NK tegelwippen en de Groene Stad Challenge. Ambitie voor de jaren tot 2030: we blijven groene buurtinitiatieven financieel ondersteunen en stellen een groene ambassadeur/participatieambassadeur aan.
3D: Wijkdeals & Right to Challenge in ontwerp, beheer en onderhoud Wij gaan experimenteren met kleinschalig beheer in de vorm van een Wijkdeal. Een Wijkdeal is een afspraak tussen bewoner(s) en gemeente om de buurt groener, schoner en gezelliger te maken. In een Wijkdeal staat beschreven wat de inwoners willen doen en welke tegenprestatie de gemeente levert in de vorm van vergoeding van onkosten, materiaal of kennis. Een Wijkdeal kan ook ingediend worden als een Right to Challenge, waarin de buurtbewoners de uitdaging aan gaan met de gemeente. Right to Challenge geeft bewoners ‘het recht om uit te dagen’. Haarlemmers kunnen taken van de gemeente overnemen, wanneer zij denken dat ze binnen het beschikbare budget, met hun bijdrage iets extra’s kan opleveren. Bewoners krijgen hiermee de kans om hun ideeën uit te voeren. Zo kunnen zij bijvoorbeeld het onderhoud van een deel van het openbaar groen van de gemeente overnemen, of samen de buitenruimte ontwerpen. Dit mogelijk maken vraagt om duidelijke voorwaarden en goede afspraken met bijvoorbeeld de reguliere beheerder of de projectleider. Hiermee zorgen we voor duidelijkheid en transparantie, zowel voor de gemeente als voor de initiatiefnemers die de betreffende taak op zich willen nemen. We zorgen voor een groene invulling van het leefbaarheids- en initiatievenbudget.
Een bewonersraad (vertegenwoordigers van de inwoners van Haarlem) mag en kan zelf het geld voor vergroeningsinitiatieven verdelen, volgens de huidige werkwijze die we hanteren bij het toebedelen
31
van het leefbaarheid- en initiatievenbudgetten. Hierbij beoordeelt een bewonersraad de ingediende initiatieven. o
Ambitie voor de jaren tot 2030: we blijven zorgen voor een groene invulling van het leefbaarheids- en initiatievenbudget.
6.4 Spoor 4: Groenere woonomgeving: experimenten & vergroeningsprojecten Het doel van dit spoor is in te zetten op afgebakende pilots en projecten. In de afgelopen jaren is de stad op kleine (en soms iets grotere) schaal actief vergroend, door bijvoorbeeld ongebruikte verharding te vervangen door plantsoen, gericht extra bomen te planten op plaatsen waar ruimte was of door oevers natuurvriendelijk te maken. Dit wordt doorgezet. Daarbij willen we ook gebruik maken van innovaties en de ontwikkelingen in de markt, denk hierbij aan vergroenen van de parkeerplaatsen, pocketparkjes, klimaatpleinen, dak- en gevelgroen, groene slingers van gevel naar gevel en vergroende lantaarnpalen. Jaarlijks stellen wij een lijst op voor vergroeningsprojecten, waarmee we het volgend jaar gaan experimenteren. We evalueren jaarlijks de vergroeningsprojecten. De best practices nemen we op in een inspiratieboek en publiceren wij via social media en de gemeentelijke website. Met dergelijke experimenten en vergroeningsprojecten dragen we maximaal bij aan alle vier de speerpunten. In de volgende paragrafen worden de maatregelen binnen dit spoor nader omschreven.
4A: Bomenoffensief: aanplant extra bomen
32
We planten bomen waar dat kan (voldoende boven- en ondergrondse groeiruimte en geen kabels en leidingen in de grond) en gewenst is of waar ze gekapt zijn. Het bestaande pakket voor de aanplant van extra bomen loopt af. Met dit pakket is de afgelopen tijd voor een klein deel van de stad de ruimte voor extra bomen ingevuld. In de groenarme wijken zetten wij dit bomenoffensief door. De ervaringen vanuit dit project worden meegenomen in het nieuwe Bomenbeleid (voorbereiding in 2022). o
Ambitie voor de jaren tot 2030: In het Bomenbeleid werken we het Bomenoffensief verder uit en sluiten we aan op de groenambities uit dit Groenbeleidsplan: versnellen en uitbreiden van het pakket tot 2030, of doorzetten van het jaarlijkse aantal extra bomen uit het huidige plan tot 2030. Hierbij kijken we kritisch naar betere groeiplaatsomstandigheden en geven we groenarme wijken en buurten voorrang in de uitvoering.
4B: Natuurvriendelijke oevers We zetten de aanleg van natuurvriendelijke oevers voort. We inventariseren waar harde beschoeiingen eventueel vervangen kunnen worden door natuurvriendelijke oevers en stellen een meerjaren onderhoudsprogramma Oeverbescherming op, conform de vervangingsrichtlijn, met een looptijd tot en met 2030. Per jaar vormen we 2 tot 4 km beschoeiing om tot natuuroever. Het bestaande uitvoeringspakket loopt af in 2024. o
Ambitie voor de jaren tot 2030: we maken dit onderdeel van de reguliere aanpak bij vervangingsmomenten om daarmee bij werkzaamheden die horen bij het einde van de levensduur van bestaande beschoeiing, de omvorming mee te kunnen nemen en het areaal aan natuurvriendelijke oevers gestaag uit te breiden.
4C: Pilots Pilot: buurtvergroening in drie pilotwijken Geagendeerd vanuit de Omgevingsvisie, benoemen we jaarlijks drie pilotwijken. Bijvoorbeeld drie wijken met een grote klimaatopgave (weinig groen, hittestress en/of waterproblematiek, zie ook Klimaatplan). Op die locaties gaan we op innovatieve wijze9 werken aan toekomstbestendige wijken door aandacht te geven aan alle opgaven en de inwoners. Samen met inwoners en de markt werken we verschillende vergroeningsoplossingen uit en testen we deze in de praktijk. Na afloop bepalen we samen of en welke oplossingen uitbreiding krijgen elders in de gemeente. Binnen herinrichtingen en onderhoudsprojecten wordt een deel van het groen vervangen. Dit biedt kansen om de ecologische structuur in de wijken en buurten te ontwikkelen en te verstevigen. In dergelijke gevallen wordt het buurtgroen niet vervangen door nieuw buurtgroen, maar omgevormd naar ecologisch groen. Afhankelijk van de ambitie voeren we dit reactief (binnen actuele projecten) of offensief (als separaat uitvoeringsplan) uit. Daarbij zetten we in op innovatieve manieren van vergroening (groene daken, gevels, groene obstakels - klimplanten rondom lantaarnpalen, groene parkeerplekken), op plekken waar onvoldoende ruimte is voor groen.
Ook zetten we, samen met het Platform Groen, bewoners(groepen) en wijkraden, in op voedseltuinen en de creatie van groene zomen in buurten en wijken. o o
Ambitie voor 2030: drie pilotprojecten van buurtvergroening zijn gerealiseerd, waaronder voedseltuinen en biodiverse groene zomen. Ambitie voor 2030: 30 procent van de blijvende parkeerplekken in versteende buurten is vergroend.
9
Met een proces dat participatief, datagedreven en in lijn met de kerninstrumenten van de Omgevingswet (Omgevingsvisie, Omgevingsprogramma, Omgevingsplan en Omgevingsvergunning) is.
33
Pilot: tijdelijke vergroening braakliggende terreinen We vergroenen braakliggende terreinen: terreinen die braak liggen in afwachting van een nieuwe functie of ontwikkeling. We benutten aanwezige provinciale regelingen en voeren de vergroening uit in partnerschap met wijkorganisaties, vrijwilligers en de buurt. Hiermee creëren we ‘pauzelandschappen’: tijdelijke groene oases die kunnen dienen als recreatieve verblijfplaats of als tijdelijke ecologische hotspot. Deze terreinen dragen zo ook tijdelijk bij aan de beleving van het groen en het microklimaat in de stad. o
Ambitie voor 2026: aan de hand van de pilot stellen we een procesaanpak op, met spelregels/afspraken rondom vergroening van andere braakliggende terreinen, de realisatie van de groene ommetjes (koelteroutes) en het tien-minuten netwerk (Omgevingsvisie).
Pilot: groene ommetjes als koelteroutes en koelteplekken Er ontstaat meer behoefte aan recreatieve mogelijkheden dicht bij huis. Wij zetten in op beweegvriendelijk maken van de stad en het vrijmaken van ruimte om te recreëren. Hierbij geldt als uitgangspunt dat vanuit huis via groene routes rondgaande wandelingen van maximaal een uur mogelijk zouden moeten zijn. Hierbij geven we uitwerking aan het tien-minuten netwerk, zoals beschreven in de Omgevingsvisie. Dit tien-minuten netwerk maken we toegankelijk voor gebruik, door het te verbinden met de wandelroutes door de buurten. We leggen goede groene, koele verbindingsroutes aan tussen de woonwijken, de groenstructuren en de omgeving, die uitdagen tot bewegen en mensen bewust maken van het belang van groen (bijvoorbeeld door QR-codes). De parken worden beweegvriendelijk ingericht en het recreatief fiets- en wandelnetwerk wordt versterkt. We maken de wandelroutes ook toegankelijk voor mensen met een beperking. Tijdens het opstellen van een gebiedsplan en/of tijdens (her)inrichting worden deze groene, koelte routes en plekken samen met de inwoners nader bepaald. o
Ambitie voor 2023: we doen ervaring op in een pilotomgeving en passen het vervolgens toe bij herinrichtingsprojecten en andere projecten.
Pilot: gemeentelijk vastgoed De gemeente geeft het goede voorbeeld door zelf zichtbaar in te zetten op vergroening van het gemeentelijk vastgoed. o
Ambitie voor 2030: een drietal groenprojecten met gemeentelijk vastgoed is gerealiseerd. Daarbij wordt de verduurzamingsopgave van gemeentelijk vastgoed als koppelkans gezien om in combinatie heel zichtbaar in de stedelijke omgeving voortgang te kunnen laten zien.
34
7.
Bomenmonitor Er wordt momenteel hard gewerkt aan de ontwikkeling van een bomenmonitor. De Bomenmonitor moet inzicht geven in het aantal bomen in Haarlem en inzicht bieden in het aantal gekapte en aangeplante bomen. Het aantal bomen verandert constant. Er verdwijnen bomen en er worden nieuwe geplant. Bij het vervangen van een boom kan er tussen het moment van kap en het moment van herplant een langere periode geen boom aanwezig zijn. Ook het moment van registratie van de boom in het beheersysteem kan op zich laten wachten. Om toch iets over de ontwikkeling van het aantal bomen te kunnen zeggen wordt elk jaar een vast meet- of balansmoment gekozen. Hierbij moeten steeds, met terugwerkende kracht, correcties plaatsvinden over eerdere jaren. Pas over meerdere jaren wordt het verloop in bomenaantallen zichtbaar. Het is de uitdaging om de actualiteit van de registraties zo groot mogelijk te krijgen. We werken aan het continue verbeteren van de data, maar er moet ook rekening gehouden worden met foutmarges. De ingezette route om te komen tot een Bomenmonitor zet in op continue verbetering in de kwaliteit van de beschikbare data en de vermindering in foutmarge. Dit sluit aan bij het verbeteren van de datakwaliteit binnen het Implementatieplan gegevens management 2022, waarin acties zijn opgenomen om de datakwaliteit en -management te verbeteren.
De Bomenmonitor zal resulteren in een jaarlijks rapport over de geregistreerde bomen en een extern benaderbaar online dashboard op de website met actuele hoeveelheden: 1. Op korte termijn jaarlijks een rapport over de geregistreerde bomen met daarin de aantallen gekapte en geplante bomen 2. Op de lange termijn een extern dashboard met actuele hoeveelheden van het moment in het betreffende jaar Voor een goede opzet van de bomenmonitor moeten de registratiemogelijkheden worden uitgebreid en moeten onderaannemers en partners worden geïnstrueerd de juiste informatie aan te leveren. Daarna volgt het inrichten van een website waarop de gegevens zichtbaar worden gemaakt. De websites Haarlem in Cijfers lijkt hiervoor een geschikte locatie.
35
8.
Standaard Programma van Eisen Groen Ontwerpen aan een bestaande stad draait altijd om het herschikken van bestaande functies en elementen. Wet- en regelgeving is onderhevig aan wijzigingen en voor partijen is het vaak lastig om het overzicht te houden. Met een Standaard Programma van Eisen Groen willen we een handreiking doen aan partijen om te borgen dat tijdig aan vigerend beleid en wet- en regelgeving kan worden voldaan. Om de discussie over ruimteclaims goed te kunnen voeren en het belang van groen in het verdere proces te bewaken reiken we handvatten aan die hieronder staan uitgelegd en onderverdeeld in algemene handvatten voor ontwikkelprojecten en beheer en onderhoud. Deze worden nader verwerkt en aangevuld. In 2020 is een pilot met selectiecriteria voor natuurinclusief bouwen gestart. Zodra de resultaten van deze pilot beschikbaar zijn, wordt dit betrokken bij de uitwerking van het Standaard Programma van Eisen Groen.
Algemene handvatten •
•
•
• • • • •
• •
GROEN, TENZIJ: Huidig groen oppervlak voor de (her)inrichting/reconstructie dient minimaal gelijk gebleven te zijn en/of in kwaliteit zijn verbeterd (kwalitatieve verbetering t.b.v. ondergrondse en bovengrondse groeiomstandigheden van de bomen). De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden en planten- en diersoorten. De wet zorgt voor bescherming en instandhouding van de natuurlijke habitats van de kwetsbare (bescherming van bedreigde) dier- en plantensoorten, zodat ze niet verdwijnen. In Haarlem wordt uiteraard conform de wet gehandeld. Wij en onze opdrachtnemers c.q. uitvoerende partijen werken volgens de Gedragscode soortbescherming voor gemeenten, uitgegeven door Stadswerk, die nader wordt uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol voor het onderhoudscontract t.b.v. beheer en onderhoud en inrichtingswerken/projecten. Dit geldt ook voor (vrijwillige) natuurwerkgroepen. We hanteren Natuurinclusief inrichten (bouwen)als aanbestedingscriteria om te voldoen aan vigerend beleid en geldende wet- en regelgeving. We zetten in op innovatieve manieren van vergroening (groene daken, gevels, groene obstakels - klimplanten rondom lantaarnpalen), op plekken waar onvoldoende ruimte is voor groen. De Groenstructuurkaart met de robuuste groenstructuren biedt handvatten voor alle gebiedsontwikkelingen en (her)inrichtingsopgave.
We streven ernaar dat stadsparken binnen het robuust netwerk aan groenstructuren niet verder bebouwd of verhard worden. De focus ligt op kwaliteit, niet op kwantiteit: beter één goede boom op de juiste plek die zijn volle levensduur kan volmaken, dan twee kwarrende bomen die voortijdig sneuvelen. Uitzonderingen hierop omschrijven we nauwgezet, waarbij we per locatie bezien wat mogelijk is. Immers, liever een tijdelijke boom in de straat dan helemaal geen groen. Uitgangspunt is dat bestaande bomen worden behouden, tenzij onderbouwd op basis van een bomenonderzoek en/of een boomeffectanalyse. We stellen herplant van bomen verplicht op plekken met voldoende boven- als ondergrondse groeiruimte. We stimuleren externe partijen om aanplant van bomen mee te nemen in ontwerpen en plannen, met voorrang in groenarme wijken.
36
• •
•
•
Aanleggen van duurzame groeiplaats voor bomen in het straatprofiel (zoals in HIOR vastgelegd). Toepassen van beplantings- en boomassortiment dat klimaatbestendig is (kan tegen droogte en warmte). Van belang is het behoud van gebiedseigen (inheemse/autochtone) soorten. Deze kunnen zich beter aanpassen aan de nieuwe omstandigheden en het veranderende klimaat. Wij onderzoeken groencompensatie (Groenfonds): bij aantasting van het bestaande robuuste netwerk van groenstructuren, van klimaatadaptief groen en/of ecologische hotspots, potentielocaties en verbindingen wordt dit elders gecompenseerd, via storting van een bijdrage in het Groenfonds. Vanuit dit fonds wordt elders groen aangelegd (met prioriteit voor groenarme gebieden/wijken). Deregulering (vereenvoudigen) van de regels voor maatschappelijke initiatieven.
Handvatten (her)inrichting – civiele projecten •
•
GROEN, TENZIJ: Uitgangspunt is het behoud van bestaande bomen. Het huidige groenoppervlak voor de (her)inrichting/reconstructie dient minimaal gelijk gebleven te blijven en/of in kwaliteit te verbeteren (kwalitatieve verbetering van ondergrondse en bovengrondse groeiomstandigheden van de bomen). Daarbij is het van belang om te weten wat de waarde van het huidige groen op een locatie is, om passende compensatie te garanderen. Tools als I-Tree en/of TEEB kunnen helpen om dit inzichtelijk te maken. We stellen een boomeffectanalyse en een groenanalyse met bijbehorende beheerkosten op uniforme wijze verplicht bij elke ingreep, om te zorgen voor onderbouwde argumenten voor de omgevingsvergunning.
Handvatten inbreidingslocaties (kleinschalige ontwikkelingen) •
•
•
•
•
We streven ernaar om Haarlem zoveel mogelijk te vergroenen en hierbij maken wij gebruik van innovatieve vormen van groen (zoals gevelbekleding, geveltuinen (zichtbaar privaat groen), vergroende lantaarnpalen, groenslingers) We stellen een boomeffectanalyse en een groenanalyse met bijbehorende beheerkosten op uniforme wijze verplicht bij elke ingreep, om te zorgen voor onderbouwde argumenten voor de omgevingsvergunning. Indien ingrepen in het groen nodig zijn, wordt gekeken naar de baten/waarde van het groen en gepaste compensatie om de waarde (elders) te kunnen behouden Natuurinclusief inrichten: We hanteren vergroening als aanbestedingscriterium bij omgevingsontwerp, aanbestedingscontractvormen, (her)inrichtingsprojecten om te voldoen aan vigerend beleid en geldende wet- en regelgeving We zoeken naar een optimaal groenaandeel door middel van creativiteit in oplossingen (zoals gevelbekleding, tijdelijke vergroening met bakken, e.d.), door ontwerpers en ontwikkelaars uit te dagen om anders te denken over de groencomponent, als cruciale waardeverhogende kwaliteitsfactor in bouwplannen Bij inbreidingslocaties streven we naar voldoende groene ruimte in de wijk/buurt voor sport en (natuurlijk) spel en dat er voldoende zicht is vanuit de woning op het groen. Alleen al kijken naar groen geeft rust een ontspanning
Richtlijnen gebiedsontwikkelingen (grootschalige ontwikkelingen): •
• •
Natuurinclusief inrichten: We hanteren vergroening als aanbestedingscriterium bij omgevingsontwerp, aanbestedingscontractvormen, (her)inrichtingsprojecten om te voldoen aan vigerend beleid en geldende wet- en regelgeving Zowel buurtgroen als stadsparken dienen te voet binnen circa 10 minuten te bereiken te zijn. Stadsparken kennen een afstandsrichtlijn van 750 meter, oftewel binnen circa 20 minuten lopen In grootschalige gebiedsontwikkelingsopgaven streven we naar voldoende groene ruimte in de wijk/buurt voor sport en (natuurlijk) spel passend bij de vuistregel 3-30-300
37
•
We streven ernaar om Haarlem zoveel mogelijk te vergroenen en hierbij maken wij gebruik van innovatieve vormen van groen (zoals gevelbekleding, geveltuinen (zichtbaar privaat groen), vergroende lantaarnpalen, groenslingers)
Handvatten beheer en onderhoud • • •
• •
• •
De Groenstructuurkaart inclusief ecologisch netwerk dient als natuurkaart voor de Wet Natuurbescherming. Nadere uitwerking van het ecologisch werkprotocol in samenhang met het ecologisch beleid Op locaties met beschermde soorten wordt zorgvuldig gehandeld, met als uitgangspunten: o Behoud van aanwezige soort(en); o Behoud van aanwezige rust- en voortplantingsplaatsen; o Behoud van functionaliteit aanwezige rust- en voortplantingsplaatsen; o Behoud van essentieel leefgebied. De beheerkwaliteitsbeelden conform CROW-meetlatten zijn leidend, met uitzondering van de ecologische gebieden/hotspots. Onderhoud is gericht op natuurlijke groeiwijzen, een zo lang mogelijke levensduur en het voldoen aan de zorgplicht (zorg, BVC-methode en gericht onderhoud, met verhoogde zorgplicht en eventueel onderzoeksplicht bij instabiliteit van bomen door aantasting en/of ziekte). We maken adoptie van boomspiegels, rotondes, etc. eenvoudiger. We gaan actief aan de slag met wijkdeals en maken duidelijke afspraken over de manier waarop dat gebeurt (Haarlemse Initiatieven Dagen Uit/Right to Challenge).
Handvatten voor toekomst- en klimaatbestendig assortiment • • • • •
•
Bloemrijke (kleurrijke) beplantingen: bloeiende heesters, vaste planten en kruiden (inheems). CO2-bindende soorten als wilg en els. Inheemse soorten (soortecht, ongecultiveerd, afkomstig uit biologische kweek) die van nature thuishoren in Haarlem, met op geschikte locaties een fruitboom. Aanplanten van meerdere (boom)soorten op locatie/straat in plaats van één boomsoort per straat. Assortiment dat klimaatbestendig is (kan tegen droogte en warmte). Van belang is het behoud van gebiedseigen soorten. Deze kunnen zich beter aanpassen aan de nieuwe omstandigheden en het veranderende klimaat. Verantwoorde gazonmengsels, zonder woekerende exotische grassoorten (zoals Engels raaigras en Bermudagras).
38
9.
Groenstructuurkaart
Bron: Omgevingsvisie
39
9.1 Groenfuncties & wijkgroenstructuur Onderstaand zijn per groenfunctie de uitgangspunten benoemd. De uitgangspunten gaan over inrichting, beheer en onderhoud afgestemd op het doel en de functie van de plek.
Gebruik-/verblijfsgroen •
•
•
Verblijfs-/gebruiksgroen is betreedbaar groen waar je in kunt. Dus niet waar je langs kunt of naar kunt kijken. Het gaat dus over groengebieden, parken en plantsoenen waarin je kunt recreëren: wandelen, spelen, fietsen picknicken, zonnen. Denk aan wijk-/buurtpark en grote plantsoenen, begraafplaatsen, dierenweide, recreatie-/natuurgebied. Groenoppervlakte (m2) bestaat uit gras en/of beplanting en/of natuurvriendelijke oevers. Paden ((half)verhard) speelterrein (trapveld, kunstgras, e.d.), bermen, snippergroen vallen hier niet onder Niet georganiseerde gebruik-/verblijf: de plek is zodanig ingericht dat deze uitnodigt tot recreatieve activiteiten (wandelen, hardlopen) en verblijf. Inrichting, beheer en onderhoud hebben veelal een natuurlijk karakter en nodigen uit er gebruik van te maken. De gebruiker wil er steeds meer ontdekken De speelvoorzieningen vallen onder ‘gebruik-/verblijfgroen’ en worden naar gelang de verschijningslocatie en inrichtingskeuze is gericht op ontdekken, bewegen, uitdagen en verblijven. Echter trapveld (gras), kunstgras, halfverharding of overige valdempende ondergronden behoren niet tot oppervlakte norm van gebruiks-/verblijfgroen
Aankledingsgroen • •
• • •
•
•
Dit groen heeft als functie de wijk/straat aan te kleden en is bepalend voor de identiteit en herkenbaarheid en de architectonische waarde van een wijk De invulling is aan verandering onderhevig en is aangepast aan actuele inzichten en opgaven. Waar beleving en gebruik centraal staan is de buitenruimte altijd positief onderscheidend ten opzichte van andere gebieden De groeninrichting heeft een vullend karakter en draagt bij aan vergroening van overwegend woonwijken en bedrijventerreinen Groen in woongebieden en op bedrijventerreinen: groene aankleding, sober, eenduidig maar per (deel)gebied wel duidelijk onderscheidend Beheer en onderhoud van groenarealen is afgestemd op een maximale levensduur van de inrichting met een minimale inspanning. Voorkomen wordt dat achterstanden in beheer leiden tot afname van de kwaliteit/vitaliteit van de groeninrichting Aankledingsgroen (heesters, vaste planten) wordt waar mogelijk niet vervangen door een grasachtige vegetatie, maar voor beplanting van gelijkwaardig niveau en uitstraling. Uitzondering hierop zijn die gebieden die geïnfecteerd zijn met woekerende soorten (zoals heermoes, haagwinde, kweekgras) Waar kansen zijn voor natuurontwikkeling wordt dit waar mogelijk (door participatie) benut. Dit mag echter niet leiden tot overlast of een afwijkend en storend beeld
Functioneel-/begeleidingsgroen • •
Groen langs wegen heeft een begeleidend karakter (bomen, bermen), met behoud van overzicht t.b.v. verkeersveiligheid. Inrichting, beheer en onderhoud binnen de gestelde kaders/richtlijnen Beheer en onderhoud van groenarealen is afgestemd op een maximale levensduur van de inrichting met een minimale inspanning. Voorkomen wordt dat achterstanden in beheer leiden tot afname van de kwaliteit/vitaliteit van de groeninrichting
40
Natuurgroen •
• •
•
•
In natuurgroen staat het behoud van bestaande natuurwaarden (leefgebieden, soortenrijkdom planten en dieren) centraal. Dit kan ook tijdelijk groen betreffen. Denk hierbij aan groen op tijdelijke braakliggende terreinen Binnen de accenten en in woonwijken mag natuurgroen niet tot overlast of sociaal onveilige situaties leiden Beheer en onderhoud zijn geminimaliseerd en waar mogelijk aangepast op de natuurlijke processen. Dit met als doel om de dynamiek (verandering van omstandigheden) zo laag mogelijk te houden en om explosieve (wild)groei na uitvoering van maatregelen te voorkomen De mate van natuurlijke omstandigheden is passend bij het doel en de functie van een plek. Als dezelfde locatie wordt gebruikt door bijvoorbeeld wandelaars of fietsers, dan dient de veiligheid van gebruikers nabij wegen en paden geborgd te zijn Verhogen van de natuurwaarde door een gevarieerd sortiment beplanting, met een nadruk op inheems sortiment. De keuze voor sortiment past binnen het beeld van ‘natuurlijk’ en groeit van nature goed op een vergelijkbare ondergrond
41
10. Natuur Netwerk Haarlem Als uitwerking van het Ecologisch beleidsplan (2013; herzien 2019) besluit het college met de nota Natuur Netwerk Haarlem (2022) op welke wijze de biodiversiteit in Haarlem in de komende jaren wordt vergroot. De term Natuur Netwerk Haarlem (NNH) sluit aan bij landelijk gebruikte terminologie. Zo wordt de term Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebruikt om het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden, te duiden. Provinciale en gemeentelijke netwerken worden hierin opgenomen. Het Natuurnetwerk Nederland past op haar beurt weer in het pan-Europees Ecologisch Netwerk. Met de term ‘hotspot’ wordt geduid op een oppervlakte van meer dan een hectare waarin óf heel veel algemene soorten per hectare aanwezig zijn, óf waarin meer dan vijf bijzondere planten en/of dieren voorkomen. Zogenoemde ‘potentiegebieden’ kunnen zich door de juiste inrichting en beheer tot ‘hotspots’ ontwikkelen. Ten aanzien van ruimtelijke impact hebben ‘potentiegebieden’ dezelfde betekenis als ‘hotspots’. Als er gebieden van ecologische waarde verdwijnen, moet compensatie plaatsvinden. Vooruitlopend op het Natuur Netwerk Haarlem (2022) wordt besloten tot het opwaarderen van de ecologische status van de onderstaande gebieden, zie de volgende kaart: a) Het opwaarderen van de volkstuin ‘Nooit Rust’ en het ‘Houtvaartbosje’ tot ecologische hotspot.
Voor het Wilgenveld, het Van Leeuwenhoekpark en het Einsteinplantsoen zal ten behoeve van de nota Natuur Netwerk Haarlem worden onderzocht welke ecologische ontwikkelingen op deze plekken mogelijk zijn in relatie tot de bouwopgave, zie de Ontwikkelvisie Zuidwest; b) Het opwaarderen van bermen en twee weilandpercelen aan de Zuid-Schalkwijkerweg, zuidelijk van de Schouwbroekerplas en oostelijk van de volkstuinen, tot potentiegebieden (P14); c) de hooilandjes aan de westkant van de Zuidschalkwijkwegs en moerasje aan de Noordzijde van de Molenplas aanwijzen als potentiegebied (P15); d) het Engelandpark opwaarderen tot potentiegebied (P16); e) het weiland aan de Jan Haringstraat opwaarderen tot potentiegebied (P17); f) het weiland oostelijk van het Ramplaanspad aanwijzen als potentiegebied (P18); g) de vastgestelde NNN-gebieden zuidelijk van de Marcelisvaart, aangeduid als P7 overeenkomstig de gehanteerde systematiek in het Ecologisch beleidsplan, aanwijzen als hotspot 21. De duinrel bij Duinvliet aanwijzen als hotspot; h) de begrenzingen van overige hotspots, potentielocaties en verbindingen uit het Ecologisch beleidsplan (actualisatie 2019), aanpassen overeenkomstig de volgende kaart. Verder blijven alle uitgangspunten uit het Ecologisch beleidsplan van kracht.
42
Kaart Natuur Netwerk Haarlem
NB: Deze kaart geeft de ambitie weer voor de toekomstige ecologische structuur. Zie voor verklaring en uitwerking het Ecologisch beleidsplan (2013 herzien 2019) en de nota Natuur Netwerk Haarlem (in voorbereiding).
43
11. Boomstructuurkaart met ontbrekende schakels
Hoofdbomenstructuur Wijkbomenstructuur Ontbrekende schakels
Bron: Structuurvisie Openbare Ruimte
44
12. Informatie en ledenoverzicht Platform Groen Het Platform Groen Het Platform Groen is door het college in 2020 ingesteld om de gemeente gevraagd en ongevraagd te adviseren over alle aspecten van het groen. Het platform bestaat uit 8 tot maximaal 15 vertegenwoordigers van groene belangengroepen die ieder een eigen expertise inbrengen. De gemeente ondersteunt het werk van het Platform, o.a. door een voorzitter en secretaris ter beschikking te stellen. Via beginspraak adviseert het Platform de gemeente bij de herinrichting van de stad en het beheer en onderhoud van het groen. Doel is met constructief-kritische adviezen bij te dragen aan een meer groene en natuurinclusieve stad. Een stad met veel gebruiksgroen voor bewoners waar het prettig is te wonen en te verblijven. Een stad ook waar het stadsgroen en de groene randen een grote diversiteit aan planten en dieren huisvesten. Het Platform Groen wil de groene belangen een stem geven die gehoord wordt. In de eerste plaats door aan te dringen op een goede vertaling van de groene ambities in het nieuwe groenbeleid. Maar de groene ambities moeten ook zichtbaar worden vertaald in de praktijk van alledag, in het beheer van het groen en in de talloze projecten die in Haarlem in voorbereiding zijn en tot uitvoering komen.
Het Platform Groen wil daaraan bijdragen door vanaf het begin van de planvorming mee te denken over projecten en bouwplannen – we noemen dat beginspraak. Over belangrijke projecten en aspecten brengen we mondelinge en schriftelijke adviezen uit aan de ambtelijke organisatie, het college en/of de gemeenteraad. Leden Platform Groen Haarlem: Ruthger Smit (Adviescommissie Haarlemmerhout) Frits van der Ploeg (Wijkraad Boerhaave) Thecla Wolfs (Egelopvang Haarlem) Saskia Klitsie (Wijkraden Europawijken) Harry Hobo (Bomenridders) Hilde Prins (Haarlemse Bomenwachters) Welna Buwalda (Haarlemse Bomenwachters) Hans Kerkhoff (IVN Instituut voor Natuureducatie en duurzaamheid) Piet Veel (KNNV Haarlem e.o.) Ton Belderok (Stichting ClimateMatters) Chris Brunner (Vogelwerkgroep Zuid-Kennemerland) (Bron: ‘Het platform Groen stelt zich voor’, concept v2.1, 24 april 2021)
45
Dit is een uitgave van gemeente Haarlem, 1 september 2022 Tekst: Annet Muller (LiSadvies) en Cas Botman (Binnendijks), Marie-Thérèse Tetteroo-Mathijsen, Niels van Esterik, Sjoerd Andela, Djorn Noordman, Eline Hin (Afdeling Beheer en Beleid Openbare Ruimte, gemeente Haarlem) Fotografie: voorblad: Pixabay, pag.6: BibiVeth, pag.12, 27: Marisa Beretta, pag.22: Marloes Chater, pag.34: Michel Campfens, pag.41: Jasper Tuininga, achterblad: Jurriaan Hoefsmit Ontwerp: [Naam] Drukwerk: [Naam] _______________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl 46