20210613920 1. Beleidsregel Terug- en Invordering Participatiewet, IOAW, IOAZ en inburgering gemeente Haarlem
Tekst van het document
Collegebesluit
Onderwerp Vaststellen Beleidsregel Terug- en Invordering Participatiewet, IOAW, IOAZ en wet inburgering gemeente Haarlem 2022 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
Behandelvoorstel voor commissie
2021/613920 Roduner, F.J. 3.2 Inkomen SMSR Kraan, A.L. van der en M. Beneker 023-5114061 alkraan@haarlem.nl Het college heeft in een beleidsregel vastgelegd hoe het uitvoering geeft aan terugvordering en invordering van onterecht verleende bijstand. Deze beleidsregel is nu geactualiseerd en herzien en sluit aan bij de gewijzigde wet- en regelgeving en is in lijn met de integrale Beleidsvisie Armoede en Schulden. Het college kiest hierbij voor het verruimen van de mogelijkheden om vorderingen buiten invordering te stellen. Ook gaat het college gebruik maken van de nieuwe bevoegdheid om mee te werken aan een minnelijke schuldenregeling bij vorderingen wegens niet opzettelijke en/of niet ernstige verwijtbaarheid van schending van de inlichtingenplicht. De beleidsregel verbindt de beleidsvelden terug- en invordering, handhaving, armoede en schulden en maakt hiermee een integrale aanpak voor de inwoner mogelijk. Het draagt bij aan de gewenste schone lei en een schuldenzorgvrije toekomst. Daarnaast is de voortzetting van het verhaal op derden opgenomen in het Besluit tot wijziging van de Beleidsregels Terugvordering- en Invordering en verhaal Participatiewet gemeente Haarlem. Ter kennisname aan de commissie Samenleving
Relevante eerdere besluiten
Beleidsregels Terugvordering- en Invordering en verhaal Participatiewet gemeente Haarlem (2014/480550) vastgesteld in de collegevergadering van 16 december 2014. Integrale beleidsvisie Armoede en Schulden ‘In Haarlem meer kans voor financieel kwetsbaren’ (2020/935630), vastgesteld in de raadsvergadering van 26 november 2020. Beleidsregel inburgering gemeente Haarlem 2022 (2021/0584819) vastgesteld op 16 november 2021 Het college van burgemeester en wethouders Besluit:
Besluit College d.d. 25 januari 2022 D
Kenmerk: 2021/613920
1/6
1.
De Beleidsregel Terug- en Invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ en wet inburgering gemeente Haarlem met terugwerkende kracht tot 1 januari 2022 vast te stellen. 2. Het Besluit tot wijziging van de Beleidsregels Terugvordering- en Invordering en verhaal Participatiewet gemeente Haarlem (2014/480550) met terugwerkende kracht tot 1 januari 2022 vast te stellen. de secretaris,
de burgemeester,
1. Inleiding Op grond van de Participatiewet is het terugvorderen van onterecht verleende bijstand een bevoegdheid van het college, tenzij het een terugvordering betreft wegens het schenden van de inlichtingenplicht. Dan is het een verplichting om terug te vorderen. Per 1 januari 2022 is de wet gewijzigd en heeft het college de bevoegdheid om mee te werken aan een minnelijke schuldenregeling bij vorderingen wegens niet opzettelijke en/of niet ernstige verwijtbaarheid van schending van de inlichtingenplicht. Met het introduceren van de omgekeerde toets van Stimulansz (kijken en handelen naar de bedoeling van de wetgeving) en het bevorderen van maatwerk is de afgelopen jaren ook bij het terugvorderen van uitkeringen de menselijke maat meer en meer toegepast. Het college legt deze klantgerichte uitvoeringspraktijk nu ook vast in de hernieuwde beleidsregel. Het college biedt iedere debiteur het perspectief om op enig moment met een schone lei te beginnen en zonder schulden verder te gaan. De huidige beleidsregel dateert uit 2012 en is per 2015 slechts (beleidsarm) aangepast aan de noodzakelijke wijzingen van de Wet werk en bijstand naar de Participatiewet. De beleidsregel wordt nu geactualiseerd en herzien en bevestigt de ruimte van het college voor het hanteren van de menselijke maat en het toepassen van maatwerk.
In de beleidsregel uit 2015 maakte de wijze van verhaal op derden (zoals het innen van alimentatie) ook deel uit van de beleidsregel. In deze versie is gekozen om de onderwerpen terugvordering en verhaal op te nemen in twee afzonderlijke beleidsregels omdat de definities van deze twee onderwerpen niet overeenkomen. Dit kan tot onduidelijkheden in de beleidsregels leiden. Het college heeft beleidsvrijheid bij het terugvorderen van onterecht verleende bijstand van vorderingen waarbij aan de inlichtingenplicht is voldaan. Daarom heeft het college in deze beleidsregel vastgelegd in welke gevallen en op welke wijze het van de bevoegdheid tot terugvordering gebruik maakt.
Kenmerk: 2021/613920
2/6
Het bevorderen van duurzame uitstroom uit de bijstand naar werk of studie en economische zelfstandigheid is een belangrijk uitgangspunt. Het college wil dan ook voorkomen dat een te rigide toepassing van de bevoegdheid tot terugvordering de uitstroom uit de uitkering belemmert of de instroom bevordert. Het signaleren van geldzorgen en schulden en het aanbieden van schuldhulpverlening is onderdeel van de integrale aanpak van armoede en schulden. Wetswijziging geeft meer mogelijkheden om over te gaan tot een minnelijke regeling Het college wil een tijdelijk vangnet bieden voor inwoners die dat nodig hebben. Uitgangspunt van deze beleidsregel is dat bijstand die ten onrechte of te veel is verleend, in principe terugbetaald wordt. Zij bereikt dit door het toepassen van maatwerk indien nodig en het bij voorkeur treffen van een minnelijke regeling schuldregeling, waarmee alle bestaande schulden, ook van andere schuldeisers, worden meegenomen. De wetswijzing van 1 januari 2022 geeft ook de mogelijkheid om de schending van de inlichtingenplicht die niet opzettelijk en/of niet ernstig verwijtbaar is, mee te nemen in een minnelijke regeling. Het gaat hierbij om gevallen waarin sprake is van verminderde verwijtbaarheid of geen opzet of grove schuld. Het college gaat gebruik maken van deze mogelijkheid.
Na het doorlopen van een minnelijk schuldentraject, van in de regel drie jaar, zal de restsom van de vordering buiten invordering worden gesteld. Zoals gebruikelijk is bij minnelijke vorderingen. 2. Besluitpunten college 1. De Beleidsregel Terug- en Invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ en wet inburgering gemeente Haarlem met terugwerkende kracht tot 1 januari 2022 vast te stellen. 2. Het Besluit tot wijziging van de Beleidsregels Terugvordering- en Invordering en verhaal Participatiewet gemeente Haarlem (2014/480550) met terugwerkende kracht tot 1 januari 2022 vast te stellen. 3.Beoogd resultaat Met het vaststellen van de Beleidsregel Terug- en Invordering Participatiewet, Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen (IOAZ) en wet inburgering gemeente Haarlem geeft het college invulling hoe het ten onrechte verstrekte bijstand terugvordert. Het college verruimt de mogelijkheden van het buiteninvordering stellen van vorderingen. Het college beoogt dat inwoners snel schuldenzorgvrij zijn. De wetswijziging per 1 januari 2022 gaat hierbij helpen.
Deze wet geeft de bevoegdheid om mee te werken aan een minnelijke schuldregeling bij het schenden van de inlichtingenplicht; in die gevallen waarbij sprake is van verminderde verwijtbaarheid of geen opzet of grove schuld. De herziening van de beleidsregel verbindt de beleidsvelden terug- en invordering, armoede en schulden en maakt een integrale aanpak voor de inwoner mogelijk.
Kenmerk: 2021/613920
3/6
4. Argumenten 1. Bij terugvordering en invordering en verhaal wordt de menselijke maat gehanteerd. Het college stelt met deze beleidsregel algemene kaders waaraan de Haarlemse inwoner rechten kan ontlenen en op zo’n manier dat op een redelijke en billijke manier onterecht ontvangen bijstand kan worden teruggevorderd. Deze beleidsregel vormt daarnaast een richtinggevend kader voor het toepassen van maatwerk en de menselijke maat. Ook houdt het college rekening met het ‘behoorlijkheidskader’ in acht zoals dat door de Nationale Ombudsman is geformuleerd in het onderzoek “Invorderen vanuit het burgerperspectief’. In dit onderzoek beveelt de ombudsman overheidsinstanties aan zich bij het innen van schulden te houden aan zijn behoorlijkheidskader: zich moeten inspannen om verdere schulden te voorkomen, duidelijk moeten communiceren en waar nodig persoonlijk contact opnemen, redelijk moeten handelen en maatwerk leveren, beslagvrije voet in acht nemen en samenwerken met andere instanties. Met deze uitgangspunten zal het college eerder kiezen om vorderingen buiten invordering te stellen. Hiervan is het voordeel dat inwoners zich meer kunnen richten op een zelfstandige onafhankelijke toekomst en zijn zij sneller schuldenzorgvrij. Voor een deel is dit een codificatie van de huidige uitvoeringspraktijk.
Vaak blijkt dat debiteuren niet of deels in staat zijn tot het aflossen van vorderingen. Die vorderingen blijven lang op de balans staan terwijl hierop feitelijk niet wordt afgelost. Het sneller buiten invordering stellen (kwijtschelden) van vorderingen voorkomt een deel van die langdurig openstaande schulden van debiteuren. Deze kosten komen ten laste van de reeds bestaande voorziening dubieuze debiteuren. 2. Schenden van inlichtingenplicht in plaats van fraude In het licht van de herijking van het wettelijke handhavingsbeleid wordt in deze beleidsregel niet meer gesproken over fraude, maar over het schenden van de inlichtingenplicht. De reden hiervan is dat inwoners vaak niet opzettelijk of niet bewust geen of onvolledige informatie verstrekken. Het hanteren van de term ‘het schenden van de inlichtingenplicht’ analoog aan artikel 17 van de Participatiewet, geeft feitelijk aan wat er gebeurt: inwoners geven niet de informatie door die de gemeente nodig heeft. Het hanteren van deze term stigmatiseert minder dan de term fraude. 3.
Wetswijziging maakt het mogelijk om mee te werken aan een schuldregeling als er sprake is van lichte schending van de inlichtingenplicht Als gevolg van de wetswijziging per 1 januari 2022 heeft het college de bevoegdheid om mee te werken aan een minnelijke schuldregeling bij vorderingen wegens niet opzettelijke en/of ‘lichte’ schending van de inlichtingenplicht. Het gaat hierbij om schending van de inlichtingenplicht die niet opzettelijk en/of niet ernstige verwijtbaar is. Het college gaat gebruik maken van deze mogelijkheid. Na het doorlopen van een minnelijk schuldentraject waarbij iemand gedurende gemiddeld drie jaar al het mogelijk aflost en een minimaal leefgeld te besteden heeft, zal de restsom van de vordering buiten invordering worden gesteld.
Kenmerk: 2021/613920
4/6
4. Aflossingstermijn van leningen voor de kosten bijzondere bijstand van woninginrichting Het neveneffect van deze beleidsregel is dat de aflossingstermijn teruggaat van 48 maanden naar 36 maanden. Een aflossingstermijn van 48 maanden past namelijk niet in de integrale Beleidsvisie Armoede en Schulden, waarin is opgenomen dat schulden van inwoners snel en efficiënt opgelost worden. Het college wil dan ook dat met de aflossingstermijn van 36 maanden dat inwoners snel en efficiënt schuldenzorgvrij zijn. De geringe kosten hiervan komen ten laste van de voorziening dubieuze debiteuren. Deze voorziening staat geraamd in de BUIG. 5. Beleidsregel Verhaal wordt gewijzigd. In de vorige versie van deze beleidsregel maakte de wijze van verhaal op derden ook deel uit van de beleidsregel. In de beleidsregel van 2022 is gekozen om deze twee onderwerpen op te nemen in twee verschillende beleidsregels omdat de definities van deze twee onderwerpen niet overeenkomen. Dit kan tot onduidelijkheden in de beleidsregels leiden. 5. Advies Participatieraad Haarlem De Participatieraad Haarlem is gevraagd te adviseren over de Beleidsregel Terug- en Invordering Participatiewet, IOAW, IOAZ en wet inburgering gemeente Haarlem. Het positieve advies van de Participatieraad en de op alle genoemde onderdelen positieve of instemmende reactie van het college op dit advies is bijgevoegd. 6.
Financiën De voorgestelde wijzigingen hebben consequenties voor het gebruik van de voorziening dubieuze debiteuren en de te begrote dotatie daaraan. Deze dotatie wordt gedaan binnen het product inkomensondersteuning. De daadwerkelijke onttrekking aan de voorziening (de totale hoogte van niet inbare schulden) fluctueert jaarlijks aanzienlijk. Momenteel is er voldoende ruimte om meer vorderingen te kunnen afschrijven en is de verwachting dat binnen het beschikbare budget gebleven wordt. Jaarlijks zal bij de jaarrekening worden gewogen of de huidige begrote toevoeging aan de voorziening dubieuze debiteuren voldoende is. Voorstel is om op basis daarvan eventuele consequenties op te nemen bij de kadernota 2023 of meerjarenbegroting 2024. 7. Risico’s en kanttekeningen Door het hanteren van de menselijke maat en het toepassen van maatwerk ten aanzien van het invorderen, ontvangt de gemeente mogelijk minder geld terug van inwoners. Dit weegt echter niet op tegen de maatschappelijke effecten die het nieuwe beleid met zich meebrengt op het gebied van het snel oplossen van schulden, uitstroom naar werk en kinderen die in niet langer in armoede opgroeien. Voordeel is dat niet of moeilijk inbare vorderingen niet meer jarenlang open staan en draagt bij aan administratieve lastenverlichting.
Kenmerk: 2021/613920
5/6
8. Uitvoering Na vaststelling van de beleidsregel door het college wordt deze bekendgemaakt in het elektronisch gemeenteblad op overheid.nl. De vastgestelde beleidsregel wordt vervolgens gepubliceerd in de lokale regelingenban op www.overheid.nl. 9. Bijlagen 1. Eerste wijziging van de Beleidsregels Terugvordering- en Invordering en verhaal Participatiewet gemeente Haarlem. 2. Besluit tot wijziging van de Beleidsregels Terugvordering- en Invordering en verhaal Participatiewet gemeente Haarlem (2014/480550). 3. Advies Participatieraad Haarlem. 4. Concept reactie van het college op het advies van de Participatieraad Haarlem.
Kenmerk: 2021/613920
6/6