20210573810 Transcript commissie Ontwikkeling 13 januari 2022
Tekst van het document
34
ingezet om de afspraken die zijn gemaakt rondom de woningbouwproductie vooral te concentreren op de ontwikkelzones. En in de raad is gemeld dat op dit moment geen ruimte is om initiatieven in behandeling te nemen. En dat wordt dan gepresenteerd als een spijtig gegeven voor ontwikkelaars en eigenaars. Nou ja, dat is wat de ChristenUnie betreft geen gegeven maar gewoon een keuze. En wat ons betreft zou die keuze iets genuanceerder moeten komen te liggen. Nou, toen werd er gezegd: we hebben al twee pilots met zorginstellingen om dat bouwproces een beetje vlot te trekken, en daar kun je wel bij meedoen. Het lijkt een beetje of zij erbij gehaald zijn, maar goed, een goede poging. En we horen graag van de wethouder hoe het met die drie pilots gaat. Op 28 oktober vorig jaar heeft een heer Guldemond ingesproken over zijn perceel in de Leeuwerikstraat, en dat was wat de ChristenUnie betreft een voorbeeld van een eenling die de dupe dreigt te worden van de traagheid en de laksheid of dus misschien de onwil, want het is een keuze en geen gegeven. Die meneer die kwam gewoon in de problemen doordat de gemeente niet meewerkte, kwam hij met de financiële consequenties daarmee te zitten. En wat de ChristenUnie betreft, je hebt zelfgekozen ontwikkelingen en individuele aanvragen.
Het is begrijpelijk dat de wethouder kiest voor grote ontwikkelingsprojecten omdat je daar gewoon … Daar kan je het makkelijker over hebben, maar al die kleine dingetjes bij mekaar die trekken de stad ook vlot. En vervolgens kwam er een mooi artikel in het Haarlems Dagblad op 20 november dat 20 ontwikkelaars en architecten – nou, dat zijn er niet zo heel veel, waarom kregen andere mensen niet die brief van de gemeente - duizenden woningen in Haarlem worden niet gebouwd omdat de gemeente geen vergunningen verleend. Dus dan blijkt het opeens dat, niet een paar incidentele gevallen, maar als je alles bij elkaar optelt zijn heel veel projectjes en vergunninkjes die bij mekaar een hele grote berg veroorzaken. Ja, we hebben geen capaciteit. Nou, hoe komt het dat dan alleen zo’n select gezelschap van een paar ontwikkelaars en architecten die brief krijgt? Ik weet niet eens wat er in de brief stond. We kennen alleen citeren uit de krant. Maar in hetzelfde artikel zegt onze stadarchitect al dat het super slecht voor de stad is, en zeker met deze woningnood. Nou, dat zijn we geheel met de stadsbouwmeester eens.
En luisteren we wel naar stadsbouwmeesters, stadsarchitecten en andere slimme mensen hoe we woningbouw wél kunnen toevoegen ook op kleine schaal? En we lopen leges mis met alles wat we niet vergunnen, en ik wil graag van de wethouder weten: zouden er claims kunnen komen uit het feit dat bijvoorbeeld zo iemand als in de Leeuwerikstraat vastloopt in zijn procedures? En zouden we het niet kunnen omzetten, alle leges die we nu mislopen, zorg nu dat je die wel krijgt want dan heb je meer budget om plancapaciteit in te kopen, zeg maar, te realiseren. Ja, er wordt voorrang aan ontwikkelzones gegeven. Daar moet meer balans is, en de vraag is dan … En we prioriteren al tussen die ontwikkelzones, dus er is al wat meer mogelijk, dus wat ons betreft zou er ook wat meer aandacht aan alle losse projectjes mogen zijn. Ik zou graag van de wethouder willen weten: hoe staat het nu met de plannencapaciteit nu er geprioriteerd wordt in die ontwikkelzones? In de krant staat ook een leuk stukje, a.u.b. wij vragen uw begrip. Nou, we hebben wel begrip, maar dan moet wel echt wat gebeuren. En een week later staat in het Haarlems Dagblad dat Velsen het wel kan.
Die heeft veel meer pilots met veel meer effect op veel kortere termijn, dus wethouder, hoe kan het dan dat Velsen dat wel kan en wij niet? En bent u al bij Velsen te rade gegaan, en zo ja wat is er uitgekomen? Zo nee, rap een beetje om het wel te doen. En de reden van de behandeling aan de commissie. Ja, willen we meer capaciteit? Hoe gaan we dit vlot trekken, want het zijn heleboel kleine beetjes zoals ik in de motivatie heb gezegd, maar bij elkaar zijn het er een heleboel. Ja, ik ben bijna door mijn spreektijd heen. De voorzitter: Mijnheer De Groot? De heer De Groot: Ja, dank u, voorzitter. Even een interruptie, want dit valt mij eigenlijk een beetje tegen van de ChristenUnie, dit betoog. U agendeert dit en geeft aan: we gaan het hier hebben over oplossingen, ideeën over hoe dit anders moet, en ik heb u eigenlijk nu, ik denk al een minuut of zes alleen maar horen vertellen wat er allemaal mis is. Mijnheer Slik, wat zijn uw oplossingsideeën?
35
De heer Slik: Nou ja, het spijt me dat ik dan te veel tijd voor het één gebruik en te weinig tijd voor het ander, ook om nog tijd over te houden. Ja, ik wil graag van de wethouder weten is er ergens nog subsidie? Wat er komen allemaal grote stukken subsidie op ons af voor die grote projecten. De voorzitter: U heeft nog een minuut. De heer Slik: Kijk eens of het voor die kleine projectjes kan. Misschien moeten we gewoon een soort restcategorie ontwikkelzone of ontwikkelgroepje maken om dat wel vlot te trekken. Ik hoop gewoon dat er meer plancapaciteit mogelijk is. En dus inderdaad bijvoorbeeld om de leges die we nu mislopen om die om te kunnen zetten naar gewoon van een andere kant bekijken. Zet die in om de plancapaciteit wel te vergroten. De voorzitter: Mijnheer Wiedemeijer? De heer Wiedemeijer: Ja, voorzitter. Ik deel wel een beetje de teleurstelling van de heer De Groot, want de problematiek is op zich bekend. Natuurlijk, alle gemeenten kampen hiermee met een gebrek aan ambtelijke capaciteit. En we hebben ook in deze raad bij meerdere kadernota’s en begrotingen de afgelopen jaren met z’n allen meer capaciteit voor beschikbaar gesteld, zowel ook met toevallig amendement van de Partij van de Arbeid, maar zelfs al in de situatie dat je oneindig veel geld extra beschikbaar zou stellen voor ambtenaren is ook dat gewoon simpelweg beperkt.
Want alle gemeentes zoeken meer ambtenaren. En wat dan het probleem is is simpelweg we hebben meer capaciteit, maar je moet dan nog steeds keuzes maken. En het lijkt mij nogal logisch dat ook al is het behoorlijk balen dat je het zo inzet waar het het meeste effect geeft. Dus als je ambtenaren wil inzetten voor nieuwbouw dan zet je ze in waar ze het meeste nieuwbouw realiseren. En daarnaast, het is ook niet zo dat woningen niet doorgaan, ze zijn vertraagd. Dus die plancapaciteit die er is gaat gewoon in de toekomst worden opgeleverd. En ja, als we nog meer willen kunnen we nog meer geld beschikbaar stellen voor ambtelijke capaciteit. Laten we dat ook de komende jaren vooral blijven doen, maar volgens mij de strategische keuze om - ook dat geldt voor onze hele ambtelijke organisatie – je zet ze toch in waar ze het meeste effect hebben? Dus dat had ik graag van u gehoord dat daar nu alternatief is. Want als uw alternatief is laat ze op een manier inzetten wat minder effectief is waardoor we de facto minder woningen opleveren, nou … Volgens mij bent u vrij intelligent, dus dat zou uw voorstel niet zijn, dus ja, ik had liever dan daar het gesprek over gevoerd. De voorzitter: Mijnheer Bloem, u mag uw termijn doen en gelijk uw interruptie. Maak er maar één verhaal van. De heer Bloem: Ah, die interruptie was nog voor het vorige onderwerp.
De voorzitter: Ja, dat snap ik, maar dat gaat soms even zo digitaal, dus u mag dat nu allemaal doen. De heer Bloem: Ik heb geen interruptie. Maar ik heb wel een termijn. Nou, ik ga voor de verandering eens even niet meedoen aan het ChristenUnie besje. Kijk, een groot probleem is als je capaciteitsgebrek hebt is geld in zekere zin. Daar wordt al wat aangedaan, maar het is altijd incidenteel. Wat we moeten doen is structureel meer investeren in ambtenaren, en niet tijdelijk maar mensen perspectief bieden dat ze hier kunnen blijven. Dat is ook hoe je op de arbeidsmarkt ervoor kunt zorgen dat je aantrekkelijk bent als partij, dat je aantrekkelijk ben voor topambtenaren, en ik bedoel het niet in hoger zin, maar gewoon goede ambtenaren, dat ze voor ons willen werken. En het is te makkelijk om te zeggen: ja, het is een krapte op de arbeidsmarkt, jammer dan, dikke pech. We hebben hier echt wel iets te doen, en als dit soort initiatieven op de plank blijft liggen is dat zonde. Het betekent dan dat we ons niet meer op de grote dingen moeten focussen. Nou, daar mogen we wel
36
eens over nadenken, want die grote projecten, dat duurt heel lang, en de vraag is of grote projecten makkelijk te realiseren zijn. Terwijl kleine initiatieven misschien wel zoals deze, kansrijk zijn om snel te realiseren, snel de planvorming te krijgen en snel woningen te realiseren. Dus het is niet zo zwart-wit, en wat ik graag van de wethouder zou willen weten is er nu geen mogelijkheid om kleine initiatieven niet meteen in de wachtkamer te zetten, maar toch te kijken: oké, het is wat kleiner, we zitten krap maar hier kunnen we misschien snel van dienst zijn, dus QuickScans en echt help. En het pleidooi voor meer capaciteit bij de ambtenaren en daar structureel geld voor, dat betreft die natuurlijk in ons fantastische verkiezingsprogramma wat eraan zit te komen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Groot, D66. De heer De Groot: Ja, dank u, voorzitter. Laat ik duidelijk zijn, ik ben natuurlijk blij dat de ChristenUnie dit agendeert en het is goed dat we het hier met elkaar een keer over hebben. Maar we hebben het, zoals de heer Wiedemeijer het ook zegt, al een aantal keren over dit onderwerp gesproken.
Laten we allereerst vooral blij zijn met de prestatie van de ambtenaren en wat de focus opgeleverd heeft op de visies die we hebben, en de ontwikkelzones die we hebben want we hebben niet een, niet twee, maar al in drie gevallen rijksbijdragen gekregen om vaart te zetten op juist die grote projecten in de drie ontwikkelzones, beginnend met de Europaweg, met Zuidwest en met de Oostpoort. En daarmee zie je dat focus van capaciteit gewoon oplevert. Het zorgt ervoor dat we die woningen het snelst gaan bouwen waar we het snelste meters kunnen maken, en in die zin is de koers prima. Net voor de begroting heb ik ambtelijk gevraagd wat we nu kunnen doen om juist die kleine projecten te helpen. En daar kwamen eigenlijk twee dingen uit, en dat is geland in twee amendementen die aangenomen zijn tijdens de begroting. En de eerste ging over capaciteit met name op strategisch niveau om te zorgen dat je juist die focus aan weet te brengen, dat je zorgt dat je de middelen die je hebt op een zo effectief mogelijke manier inzet. En het tweede is om stappen uit het proces bij de ontwikkelaar neer te leggen. En dat was de motie om meer regie bij ontwikkelaars neer te leggen, en minder regie bij de gemeente.
Ook die is door deze raad aangenomen, en dat zijn wat mij betreft oplossingsrichtingen waar ik graag met de ChristenUnie ook van gedachten wissel over hoe we zorgen dat we die focus behouden maar wel die kleine projecten de kans geven die ze verdienen. Dus wij hebben het idee dat we op de goede weg zijn, en specifiek op deze brief zien wij ook dat er wel degelijk het gesprek aangegaan is, dus wij hopen dat deze initiatiefnemer ook snel bediend wordt. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Bruch, VVD. De heer Bruch: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, nadat deze brief kwam hebben wij ook artikel 38 vragen gesteld, daar hebben we antwoord op gekregen, en volgens mij hebben we het hier al een aantal keren over gehad waarbij de wethouder gewoon aangaf: joh, ik wil wel, maar de mensen zijn op dit moment nergens te krijgen. Dan heb ik wel zoveel vertrouwen in de wethouder dat ik denk dat hij daar echt wel zijn best voor doet. Maar wat hier voorligt 3 of 48, lees ik dus dat dat dient als een pilot en dat daardoor het project wordt vlot getrokken, en misschien is dat dan dus juist wel een mogelijke oplossing. Dus ik ben heel benieuwd hoe dit loopt. We zijn benieuwd naar de evaluatie van dit project en we zien dat graag te zijner tijd geagendeerd in deze commissie. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem.
Mevrouw Van Zetten: Ja, Hart voor Haarlem heeft dit onderwerp al in de kadernota aan de orde gesteld en de wethouder hier vragen over gesteld, want het ging over een transformatie en we begrepen niet waarom er zulke problemen waren om dat voor mekaar te krijgen juist om de plek en de ideeën de plannen van de
37
ontwikkelaar, en we vroegen ons af wie heeft er nu eigenlijk toegang tot het stadhuis? Waarom krijgt het ene project wel aandacht, andere niet? Nou, het is inmiddels wel vlot getrokken, maar toen bleek al uit het antwoord de achterliggende gedachte, en dat gaat zeker om keuzes die gemaakt worden, ben ik eens met de ChristenUnie. De wethouder vond dat er ook kantoren moesten blijven. Dit gaat over een paar kantoorpanden, en de achterliggende gedachte van het college was: wij willen kantoorruimte ook niet allemaal kwijtraken, want we moeten werken in Haarlem. En daarom heeft dit project een beetje achteropgeraakt. Uiteindelijk is het nu wel weer … Dat kunnen we lezen in de brief en dat is prima. Maar volgens mij blijft nog steeds die eis we willen toch ook kantoren, speelt daar ook een rol en geef dan toch problemen bij wat de ontwikkelaar wil. En dan denk ik ook laat de markt op een gegeven moment ook gewoon zijn werk doen. We zien op de Dreef het kantoor van de Rabobank staat ook al jaren leeg, dus blijkbaar is er niet zoveel belangstelling voor die ontzettend lelijke kantoren die daar staan. Laten wij als er plannen zijn daar gewoon in faciliteren, en volgens mij is dat het grote probleem in Haarlem. Sommige mensen krijgen alle kansen en andere mensen worden alleen maar tegengewerkt. En ja, Hart voor Haarlem heeft daar wel een groot probleem mee. Dank u wel.
De voorzitter: Mijnheer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Ja, voorzitter. Actiepartij, maar niet Actiepartij alleen, ik kan me ook mevrouw Otten herinneren, hebben allemaal wel gezegd: pas nu op met die ontwikkelvisies dat je er niet tegelijk heel veel ballen in de lucht neemt, en het dagdagelijks onderhoud aan deze stad laat schieten. Dus het verbaast ons niet dat dit gebeurt. Actiepartij hecht veel waarde aan het binnen steeds ontwikkelen van woningen, zeker ook betaalbare woningen. Dat is een gouden kans, zeker als een private partij dat wil doen. Inderdaad, mijnheer De Groot, dan nemen die ontwikkelaars vaak veel activiteiten, veel stappen uit handen van de overheid. Tegelijkertijd is de overheid ervoor om te zorgen dat er een architectonische goede inpasbaarheid van die panden plaatsvindt, dus we willen gewoon die capaciteit wel degelijk op het stadhuis zien. En wat ons betreft hebben we inderdaad een prima keuze gemaakt om een aantal ontwikkelplannen, aangejaagd door rijksgeld, die te gaan versnellen maar we moeten echt gaan nadenken of we niet op een aantal andere ontwikkeltrajecten pas op de plaats gaan maken en het abstractieniveau laten voor wat het ligt.
Er ligt een ontwikkelvisie, nou, fantastisch, maar ga oppakken wat hier binnen de stad niet in het groen ontwikkeld kan worden door private partijen die ons kunnen helpen om betaalbare woningen in de stad te krijgen. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van den Doel, GroenLinks. De heer Van den Doel: Dank u wel, voorzitter. Ongelofelijk frustrerend als je een klein blokje woningen wil bouwen en het wordt niet in behandeling genomen. En hoe komt dat nu? Ik heb dat uitgezocht. Ik ben met veel mensen in gesprek geweest, en tot mijn verbazing kom ik erachter dat elke keer de plannen die ingediend worden door de ontwikkelaar of door de particulier dat die altijd verder gaan dan de normen en de vergunning de ruimte toegeeft. Daardoor hebben de afdelingen ongelooflijk veel extra werk om de mensen helemaal te begeleiden tot uiteindelijk het eindproduct, terwijl de mensen gewoon een goed plan hadden moeten indienen wat voldoet aan alle voorwaarden. Daar kan ik me heel goed voorstellen, want je bent aan het tekenen, je wilt iets en dan maak je het mooier dan het misschien kan zijn, en dat is één van de oorzaken. Vandaar ook het amendement om het meer bij de ontwikkelaar te leggen, dus meer bij de particulier te leggen en inderdaad meer personeel aan te nemen als het mogelijk is om te zorgen dat je nog steeds dat serviceniveau wat de ambtenaren heel graag geven om dat te kunnen geven.
Dat lukte niet meer, en dat is tot grote frustratie van heel veel mensen die een klein bouwproject hebben. Dat snap ik, maar ik zie niet zo gauw
38
een oplossing daarin anders dan al voorgesteld is. En ik moet toch een compliment aan de ambtenaren geven dat ze zo hard werken en zoveel mee willen denken met alle plannen die ingediend worden, maar het is ook een oproep: hou je gewoon binnen de regels, dan wordt het sneller gedaan. Het neemt niet weg dat er soms opeens voorwaarden uit een doosje komen die degene die het plan ontwikkelde niet had kunnen weten. Dus het is ook van belang om te zorgen dat als iemand een plan indient om heel duidelijk te zijn over wat wel en niet mag, om daar wat duidelijker op te communiceren, want daar gaat het vaak nog wel eens mis. En dan is de frustratie groot, terwijl het heel goed is uit te leggen. Dus het zit aan verschillende kanten. GroenLinks vindt dat de amendementen ruimte moeten geven om het toch te kunnen uitvoeren. De personeelssituatie laat het niet altijd toe, maar ik zou vooral willen oproepen om beter te communiceren om daarin duidelijker te zijn. Nu wordt af en toe iemand die iets ontwikkeld wordt aan de kant gezet, en dat heeft niet zozeer met zijn of haar plan te maken maar meer met het algeheel, dus de afdeling wil ik ook oproepen om nog duidelijker te communiceren dan ze tot nu toe al doen, want dat voorkomt heel veel frustraties. En ik ben benieuwd de wethouder dat kan ondersteunen. De voorzitter: Interruptie, mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten.
Mevrouw Van Zetten: Ik hoor GroenLinks de ambtenaren een compliment geven. Nou, daar wil ik me nog best achter scharen, maar vindt u ook niet dat een initiatiefnemer die anders is dan HBB en andere bekende ontwikkelaars ook eens een initiatief neemt die in Haarlem ook een compliment verdient om dan maar vol te houden en te hopen dat het goedkomt? Want van die mensen moet de stad het ook namelijk hebben. De heer Van den Doel: Ja, het korte antwoord is absoluut, maar ik heb toch nog tijd zat. Nee, ik heb het met name gelegd op de communicatie, nu even in mijn bijdrage, en gevraagd of de wethouder zich daarin herkent of niet, en ik denk dat dat een stuk beter moet kunnen gaan of ik hoop dat het beter kan gaan. En inderdaad iedereen die een plan zet om woningen te bouwen wat binnen de kaders past is toe te juichen. De voorzitter: Mijnheer Amand, Trots. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Nou, ik hoor hele mooie plannen. Nou, de ambtenaren doen hun best, dat weten we al jaren, maar ja, we hebben te weinig goede ambtenaren. Dat is het hele probleem. Dus daar schort het aan. Trots heeft natuurlijk wel een paar vragen aan de wethouder. We zitten natuurlijk met het mooie Vroom & Dreesmann-gebouw. Wat gaan we daarmee doen? Krijgen we daar mooie appartementen in? Er is in andere zuidelijke landen, mooi zwembad erop.
Wat gaan we doen in Godsnaam met dat mooie pand? De ontwikkelaar, en die gaat natuurlijk zeggen ik wil dat, maar wij horen en we zien niks. We hebben het mooie van mijnheer Raiola op de Grote Markt, een aanfluiting. Nu gaan we verder naar de jongelui die willen investeren in de stad, maar daar komt ook niks van terecht. Wij willen gewoon hebben dat er gebouwd wordt, maar dan ook voor iedereen. Dus niet enkel voor de happy few. Ja, dat soort problemen horen we al jaren, maar de oplossing is gewoon begin nu eens met het Vroom & Dreesmann-gebouw, dat daar mooie appartementen in komen voor iedereen. Dank u. De voorzitter: Mevrouw Kok, OPH. Mevrouw Kok: Ja, dank u wel, voorzitter. Een goede zaak dat de ChristenUnie dit punt agendeert. OPHaarlem en is ook erg voor een transformatie voor het toevoegen van woningen in de stad. Het zijn misschien wat kleinschaligere projecten maar ze kunnen misschien op korte termijn gerealiseerd worden voor nieuwe woningen waar we zo’n behoefte aan hebben. En wij zien daar ook veel meer in in die langdurige projecten in de ontwikkelzones, dus steun ook voor deze ontwikkelaars. Ja, de brief die erbij zit is van 15 november, het is
39
inmiddels twee maanden geleden. Gaat het nog steeds goed? Wat is de status nu? En inderdaad er zijn meer van dit soort panden die hiervoor misschien in aanmerking zouden komen. Lopen daar ook nog pilots voor? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Iedereen het voor kunnen voeren? Dan gaan we naar wethouder Roduner. Wethouder Roduner: Ja, dank u wel. Ja, het is ook gewoon druk op de bouwmarkt in Haarlem. Gelukkig maar, er is heel veel initiatieven en er worden ook heel veel vergunningen gerealiseerd en woningen gebouwd. Maar er is wel meer dan wij als organisatie aankunnen. Geld is daarbij overigens geen probleem, want de leges houden we gewoon geld over bij wijze van spreken. En je kunt ook aan kostenverhaal kun je heel veel van je ambtelijke kosten declareren, dus geld is daarbij niet een probleem om projecten te doen maar wel gewoon ook het zoeken van mensen en het vinden van mensen om uiteindelijk die initiatieven tot een goed einde te brengen. Dus we zijn gewoon beperkt met capaciteit. Het is ook een beetje een gekke omslag, want we zijn gekomen eigenlijk vanuit de vorige periode eigenlijk nog. 2014 werd er eigenlijk heel weinig gebouwd, en het is enorm snel opgeschaald. En dat heeft wel van onze organisatie toch wel ook veranderingen in gang gezet waarbij we in het begin heel dienstbaar waren en ook heel veel zelf wilden doen.
We wilden tekenen en meedenken et cetera, dat we nu toch meer zeggen: ja, wacht even, we kunnen het niet allemaal zelf doen, we moeten meer loslaten, meer eigen initiatief bij de initiatiefnemer, meer eigen verantwoordelijkheid ook bij de initiatiefnemer en ook keuzes maken in wat we wel en niet doen. En dan kijken we vooral naar waar denken wij dat onze gemeentelijke inzet het grootste effect heeft, en dat gaat niet alleen maar over aantallen woningen, om het heel plat te zeggen. Het gaat over wat zijn belangrijke toevoegingen van je stad. Gaat het inderdaad over betaalbare woningen, maar het kan ook gaan over: nou, dit is een heel belangrijk beeldbepalend punt voor de gemeente Haarlem waar wij ook extra inzet belangrijk vinden. Dit kan een heel belangrijk punt zijn op het gebied van werkgelegenheid, van sport. Al die afwegingen proberen we te maken om tot een evenwichtige ontwikkeling van de stad te kijken. Maar we kijken wel nadrukkelijk per initiatief: wat is het precies, hoe eenvoudig is het? Dus daarmee ook proberen we het effect in te schatten. We hebben op een gegeven moment een keuze gemaakt en daar ook dus wel duidelijk een knoop in doorgehakt en gezegd nou, we hebben heel veel initiatieven op ons bureau liggen waar we eigenlijk niet aan toekomen.
Dus we hebben ook toen de initiatiefnemers brieven gestuurd: sorry, het spijt ons, maar het lukt ons niet om jouw initiatief nu in behandeling te nemen. Dat is een vervelende boodschap. Ik heb ook gemerkt dat ambtenaren het aan de ene kant heel vervelend vonden om die boodschap te brengen, maar toen we die boodschap ook houden gebracht, en dus ook gewoon met bestuurlijke dekking, om het even zo te zeggen, heeft dat ook een enorme opluchting geweest voor onze ambtenaren, want die zeiden: hèhè, nu kunnen we eindelijk gewoon met enige rust ook weer verder met de initiatieven die we wel hebben. En dat is denk ik ook wel belangrijk dat we met elkaar ook wel in de gaten houden hoe erg we het elastiek kunnen uittrekken. We kunnen het niet eindeloos uittrekken, want op een gegeven moment die organisatie kan niet verder. Bij dit initiatief … Kijk, en dan wil ik u ook wel een beetje meenemen in de complexiteit. Kijk, dit initiatief zegt: ik kan woningen bouwen en dan nog eens een keer sociale huurwoningen ook in Zuidwest, maar toch is dan onze inschatting er is nog best veel werk om met elkaar het gesprek goed te voeren. Het is een kantoorgebouw in Haarlem op een toch traditioneel wat meer kantoorlocatie, De Dreef, Houtplein, dat gebied. En het is vooral transformeren van die kantoorlocatie naar woningen.
Nou, in het verleden zijn we daar veel makkelijker in geweest, maar we hebben ook een economische visie liggen die zegt: wacht even, ten opzichte van wat we nu hebben moet er eigenlijk 100.000 vierkante meter kantoor bij. Dus we zijn erg terughoudender aan het zijn over … Nou, dat heeft u onder andere gezien bij de startnotitie van het station, dat we zeggen: nee, de hoeveelheid vierkante meter kantoor die we nu hebben willen we ook graag behouden. Het betekent niet dat er niet iets meer bijkwam, maar dat is wel even het uitgangspunt. En dit initiatief was toch in eerste instantie ook vooral erg gericht op
40
het transformeren van die kantoorruimte naar woonruimte. Bovendien kwam daar nog eens een keer bij dat ook de hoogte nog wel een … De eerste schetsen gingen ook nog wel hoger dan wij in onze hoogbouwprincipes, visie willen. Dus hoogbouw in het beschermd stadsgezicht is iets dat wij niet willen. Nou, dan is dat ook even een punt waar je denkt: oh, dit valt niet zomaar in ons bakje. En ook daar was volgens mij nog geen contact met een corporatie, want eindelijk de sociale huurwoning er uiteindelijk ook uit te nemen. Dus dat is dan dat je zegt oké, dit is niet een initiatief wat wij makkelijk kunnen oppakken en waar we denken weinig werk aan te hebben. Sterker nog, we denken dat dit een initiatief kan zijn waar we nog eens best veel werk aan hebben. Wat je dan probeert is toch naar een innovatieve oplossing te gaan. In Zuidwest, in de stad hebben we een aantal initiatieven al lopen die we op een innovatieve manier proberen te doen. Er zijn twee zorgcomplexen die gerenoveerd moeten worden en waarvan we zeggen nou dat kan een goede partij als Sint Jacob daar ook veel meer zelfstandig die ontwikkeling trekken. De voorzitter: Ja, u heeft een interruptie van mijnheer Amand. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Ik ben in beeld, gelukkig.
Ik heb de vraag gesteld van wat gaat u nu met het oude Vroom & Dreesmann-pand doen, en die ontwikkelaar waar het van is? Spoort u die nu aan om wat te realiseren daar, want het wordt natuurlijk een armoedige toestand zo. Dus wat gaat u daar nu doen? Dat is gewoon mijn vraag, maar u geeft geen antwoord. De voorzitter: Maar de wethouder was nog bezig. Wethouder Roduner: Ik was er nog niet, hoor, maar ik had het over de initiatieven of pilots die we deden. Dus in Zuidwest hebben we twee pilots lopen bij de verzorgingscomplexen die gedateerd zijn, die gerenoveerd moeten worden en waarvan we de eigenaar, de zorgorganisaties, veel meer eigen initiatief willen geven om tot een nieuw voorstel te komen wat hopelijk makkelijk vergund kan worden. In dit geval hebben we ook gezegd… De voorzitter: Mevrouw Van Zetten? Mevrouw Van Zetten: Even terugkomend. Kijk, ik kan begrijpen dat er problemen zijn als een transformatie leidt tot een veel hoger gebouw, je zit met beschermd stadsgezicht. Maar als u ook heeft over, en dat was het punt, u wilt de kantoorruimte die er is reserveren, maar als blijkt dat kantoorruimte al jaren leeg staat en niet verhuurbaar zijn dan is het toch gewoon de droom van een maakbare samenleving dat u dat dan wil.
Maar als de markt daar niet om vraagt, en juist dat we woningen willen dan is toch de keuze redelijk makkelijk gemaakt? Dan zou u daar toch wel iets flexibeler in kunnen zijn? Wethouder Roduner: Nou, het hangt ook vanaf welke … Er zijn ook best wel veel kantoorpanden die zichzelf nog wel gevuld krijgen, maar dan hangen daar misschien ook wel lagere huurprijzen aan vast of veel een actiever acquisitiebeleid om bedrijven te organiseren. Maar de samenleving is niet volkomen maakbaar, maar zo maar zeggen: oké, u krijgt uw pand niet gevuld en daarom mag u transformeren. Ja, dat gaat mij echt te snel. Ergens u noemde volgens mij de Rabobank. Dus ik heb samen een gesprek gehad samen met deze initiatiefnemer en de Rabobank omdat er twee plekken zijn. Nou, het zijn twee verouderde kantoorgebouwen die langzamerhand ook niet meer voldoen aan onze duurzaamheidswensen, dus op een gegeven moment mag die dan niet meer gebruikt worden. Ik vond hoe de Rabobank nagedacht had over zijn initiatief wel veel doordachter. Dus de architect, volgens mij Diederik Dam, die had veel nagedacht over dit gebouw kan misschien nog wel wat verdikt worden, laat ik het even zo zeggen. Dus met een houten skelet eromheen kun je gelijk ook een mooie slag maken op het gebied van duurzaamheid, voeg je wat volume toe, en dan kun je
41
het gesprek hebben over: oké dat volume, waar gebruik je dat dan voor? Gebruik je dat dan voor extra werkfuncties of gebruik je dat volume om bijvoorbeeld woningen te realiseren? En dan is die woning natuurlijk ook weer een manier om uiteindelijk de verduurzaming van de werkgelegenheidspand te betalen. En uiteindelijk met een soort vliegwiel dat kantoorpand ook weer een stuk aantrekkelijker te maken, dus ik vond dat eigenlijk een veel beter initiatief, veel doordachter, en het past ook veel beter in onze ambities. Nou, wat we met die twee programma’s samen hebben gedaan, want allebei hebben we gezegd het is best een belangrijke plek voor de stad. Het is vanwege De Dreef toch ook een beeldbepalende straat van Haarlem met twee toch echt verouderde panden. Daar hebben we een pilot opgezegd en gezegd laten we die twee initiatieven samennemen, afdelingen allemaal bij elkaar brengen in een soort van Stadstafel, noemt de stadsarchitect dat. Ik noem dat altijd een soort pressure cooker sessie. Je zet iedereen in een hok en je laat met elkaar discussiëren waar zit nu de pijn? Nou, dat stuurt de initiatiefnemer terug naar huis met huiswerk om te kijken of hij daar een verbeterslag in kan doen.
Doe je dat nog een keer, en heb je hopelijk op dat moment een product waarvan we zeggen: nou, alles afgewogen, alle belangen van de gemeente op economie, mobiliteit, parkeren, wonen, dat zit erin en dat is een product wat we dan bij u voorleggen, een startnotitie. En als de initiatiefnemer het dan helemaal zelf helemaal goed doet is hij ook nog in staat om dat gewoon uiteindelijk in een vergunning op te zetten die we vrij makkelijk kunnen vergunnen, dan hebben we er versnelling met elkaar. Dus dat is wel wat we daar proberen te doen. Ja, de V&D. Ja, daar speelt al dat bestemmingen wonen deels mogelijk is, dus daar is volgens mij ook de initiatiefnemer druk aan de slag om te kijken wat daar kan en wat een mooie mix van functies is. Vanuit de gemeente is er altijd nog de wens om ook een parkeergarage fietsparkeer te organiseren. En ik denk dat het ook wenselijk is dat die plinten in ieder geval ook wel gewoon een winkelfunctie heeft, dat het gebouw ook mooi en ook aantrekkelijk en openblijft, maar daar zullen denk ik op termijn wel iets van woningen in komen. De voorzitter: Is dit punt voor de commissie nu voldoende besproken? Ja? 13. Monumentale boerderij Noord Akendam -brief betreffende Domus Plus Skaeve Huse Vergierdeweg 13.1 Monumentale boerderij Noord-Akendam – brief betreffende Domus Plus Skaeve Huse Vergiedeweg De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 13.
Daarvoor is inmiddels mijnheer Berkhout ook versneld aangeschoven, waarvoor dank. De brief Erfgoedvereniging Heemschut van 1 oktober vorig jaar aan het college inzake boerderijcomplex Noord-Akendam, en die is geagendeerd op verzoek van OPHaarlem die als mevrouw Kok dus als eerste het woord krijgt. Mevrouw Kok: Ja, dank u wel, voorzitter. Het boerderijcomplex Noord-Akendam verkeerd in een erbarmelijke toestand, en restauratie kan ook naar de mening van Heemschut en ook namens ons geen uitstel meer velen. Ook Stichting Historisch Schoten sluit zich hierbij aan. In het stuk staat dat dit gekoppeld wordt aan de ontwikkeling van Skaeve Huse, maar die ontwikkeling die start pas in maart 2024 en dat overleeft het complex niet, denken wij. Dus het doel van deze bespreking is om zicht te krijgen op de visie van het college met betrekking tot de restauratie van het pand. Ja, we kregen een beetje de indruk dat niemand eigenlijk zijn verantwoordelijkheid neemt. Er lijkt geen gemeenschappelijk traject te zijn van de gemeente en het Recreatieschap, maar ja, in het begin van deze vergadering zei mijnheer Roduner toch dat hij er heel druk mee bezig was, dus ja wij zijn toch benieuwd naar de status van de discussies en of het pand toch zo snel mogelijk gerestaureerd kan worden. De voorzitter: Interruptie mijnheer Wiedemeijer.
42
De heer Wiedemeijer: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik heb even een vraag voor mijn collega van OPH. Er zijn volgens mij in deze periode twee initiatieven voorgelegd. Klopt het dat u daar allebei tegen heeft gestemd? Want dan wordt het natuurlijk ook wel lastig om die restauratie daar mogelijk te maken. Mevrouw Kok: Ja, maar de initiatieven staan wat ons betreft ook wel … Die toestand is al veel slechter dan wanneer die initiatieven er … Het had al veel eerder dan die initiatieven gedaan moeten worden, dus wij zijn gewoon nu benieuwd naar de status van hoe het er nu voorstaat met de restauratie. De voorzitter: Mijnheer Wiedemeijer, gaat uw gang. De heer Wiedemeijer: Ja, voorzitter, waar mevrouw Kok helemaal gelijk in heeft is dat deze situatie zorgwekkend is. De PvdA heeft beide initiatieven die hier zijn voorgesteld gesteund. Het is een pand wat niet van de gemeente is, maar van het Recreatieschap. In het najaar hebben we daar nog gevraagd wat de gemeente zou doen om binnen die hoedanigheid daar te lobbyen voor snelle oplossing. Nou, dat heeft de heer Berkhout ook toegezegd, en meer kunnen we helaas op dit moment niet doen dan vragen hoe dat daar wordt besproken. En daar zal de heer Berkhout zo vast nog wel een update over geven, maar daar houden helaas de mogelijkheden wel op ondanks dat denk ik iedereen die hier in deze zaal zit graag snel een oplossing wil.
Dus dat willen wij ook nog steeds heel graag. De voorzitter: Wie mag ik verder het woord geven? Mijnheer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Heel kort. Een optie die Heemschut noemt lijkt ons redelijk en je kunt het perceel daarna in erfpacht uitgeven voor Skaeve Huse. De voorzitter: Mijnheer Amand. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Hetzelfde eigenlijk. Sluiten wij aan bij de heer Van Leeuwen. Wij vinden het eigenlijk jammer dat de oude wethouder van de Partij van de Arbeid toentertijd niet z’n zin hebt gekregen, dat vinden we nog steeds jammer, dus wij sluiten ons aan. De voorzitter: De heer Blokpoel, VVD. De heer Blokpoel: Ja, dank u wel. Ja, ik wist eigenlijk niet dat de heer Berkhout ook bij de Partij van de Arbeid zat, maar misschien bedoelt de heer Amand iemand anders. Het feit is wel dat de heer Berkhout natuurlijk in het bestuur van het Recreatieschap zit namens Haarlem, en dan is toch wel de vraag: wat heeft u de afgelopen tijd gedaan om dit aan de kaak te stellen? Want ja, er waren twee initiatieven, één mooier dan de ander, laten we maar zeggen. Maar feit is ook dat we daarmee in het tweede initiatief niet direct opgeknapt gaat worden, en nu is toch wel de tijd rijp om actie te ondernemen ook nu we gewoon weten wat de bestemming gaat worden, dus kunnen we nu ook versneld stappen zetten.
De voorzitter: Wie nog meer? Niemand meer vanuit de commissie? Wie mag ik als eerste het woord geven? Mijnheer Berkhout dan, hé? Ja. Wethouder Berkhout: Ja, ik kan hier wel eventjes toelichting over geven. Even recapitulerend. Volgens mij deze vraag is mijn medio oktober gesteld door de PvdA in het vragenuur: hoe staat het hiermee. Toen heb ik daarop toegezegd: nou, we gaan dit ook aankaarten, ik als bestuurslid van het Recreatieschap Spaarnwoude binnen het bestuur van het Recreatieschap Spaarnwoude. Dat heb ik ook eind oktober gedaan in het AB daar.
43
Ja, en dat gaf mijnheer Wiedemeijer ook aan, er zit natuurlijk wat wrevel over de voorgeschiedenis, de sauna die niet doorging. En ondertussen dat verval wordt niet minder van de boerderij. Tegelijkertijd hebben we daar duidelijk een signaal afgegeven wij vinden wel dat we gezamenlijk hierin op moeten trekken. Dat heeft ertoe geleid dat wij ook een brief hebben gestuurd als - dan moet ik dan weer eens eventjes een andere pet de gemeente Haarlem aan schap 30 november: laten we hier een gezamenlijke subsidieaanvraag gaan doen bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om in ieder geval de ergste schade te gaan herstellen of het verdere verval tegen te laten gaan. De subsidie is inmiddels aangevraagd. Daar verwachten we medio februari, dus al volgende maand, al uitsluitsel over te krijgen, en daar kan je het eerst wind- en waterdicht maken van het complex daarmee aanpakken. We moeten natuurlijk eventjes kijken in hoeverre die subsidieaanvraag wordt gehonoreerd. In hoeverre dat bedrag toereikend is, dus dat is denk ik noodzakelijk. Die stappen zijn in gang gezet. Daar vindt ook het gesprek over plaats binnen het bestuur van het schap. Ik zie allemaal handbewegingen. Ik heb daar ook vanmiddag nog eventjes over gesproken met de vicevoorzitter van het bestuur.
En wij kijken ook afhankelijk van ook de honorering van de subsidieaanvraag in hoeverre dit tot een besluit moet leiden binnen het bestuur van het schap, en dat zal dan in de volgende cyclus zijn van april, mei van het schap, maar wij verwachten volgende maand uitsluitsel over die subsidie. Dat is stap één. En stap twee, en daar kan mijnheer Roduner wat meer over vertellen, is ook de aankondiging van de gemeente ook in de brief van 30 november dat wij de boerderij willen gaan verwerven van het schap, willen gaan aankopen, en welk traject we daarin voor ons zien. Maar dat maakt het natuurlijk ook makkelijker voor het Recreatieschap om te zeggen: dan zijn wij ook voornemens gezamenlijk met de gemeente nu te investeren als cofinanciering voor de subsidie om het verder verval tegen te gaan, omdat wij weten dat in het verschiet ligt die verwerving of die aankoop door de gemeente om daar de Skaeve Huse en een nieuwe invulling van de boerderij mogelijk te maken. Dus daar zijn we over in gesprek. Dus zeg ik dan eventjes tot slot zo de subsidieaanvraag is ingediend. Volgende maand hopen we daar uitsluitsel over te krijgen, maar er volgt hoe dan ook een besluit van het schap hoe hier verder te gaan, en stap twee uiteindelijk de boerderij over te gaan dragen aan de gemeente. En misschien kan de heer Roduner mij op dat vlak verder nog aanvullen.
De voorzitter: Mijnheer Roduner? Wethouder Roduner: Ja, wij zijn natuurlijk voor het project de Skaeve Huse inderdaad in gesprek met het Recreatieschap over het aankopen, desnoods kopen of anders erfpacht van de kavel inclusief de boerderij. Vanuit Recreatieschap is daar positief op gereageerd, dus die is daartoe bereid. We hadden inderdaad niet alleen de kavel, ze zeggen: ja, neem dan ook de verantwoordelijkheid over voor de boerderij, want dat is voor ons meer een last dan een lust, en we weten ook niet wat voor goede functie we daarin moeten zetten. Dus zo bekijken we het ook dat het een integrale verantwoordelijkheid wordt van de gemeente Haarlem, en dat is vanuit de gemeente Haarlem ook dan de reden om te zeggen: nou, laten we kijken of we vanuit het project of inderdaad met die subsidie wat extra’s kunnen bijdragen aan het behoud en alvast herstel, dus met het herstel van de boerderij, wetende dat die kosten uiteindelijk toch met grote kans op ons afkomen dan is dat gewoon alvast goed gedaan. Het kan natuurlijk nog zo zijn dat het project niet doorgaat, dat het bestemmingsplan niet luk, of dat er toch andere ruimtelijke bezwaren zijn. Nou goed, dan hebben we in ieder geval met elkaar ervoor gezorgd dat de boerderij behouden blijft, niet verder vervalt, en dan moeten we op zoek met elkaar naar nieuwe ruimtelijke invulling van die plek.
Maar ik heb er goede hoop op dat dit gewoon in samenhang met de Skaeve Huse dus goed ontwikkeld kan worden. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Bloem, uw eerste en uw tweede termijn. De heer Bloem: Ja, in één keer.
44
De voorzitter: En interrupties ook, alles. De heer Bloem: Ja, want ik hoor de Partij van de Arbeid zeggen: ja, wat kan je nog meer doen? Ja, dat is natuurlijk altijd het makkelijke om als gemeente te zeggen: ja, je kunt niet meer doen. En we moeten toch gewoon de realiteit onder ogen zien dat ook al worden nu stappen gezet in de goede richting, we als hoeder van monumenten echt een steek hebben laten liggen, het hebben laten verkrotten. Wat kun je nog meer doen? Ja, je kunt de eigenaar aanzeggen dat hij het monument moet onderhouden. Dat is hun wettelijke plicht. Dat is ook hoe wij bijvoorbeeld bij de Lichtfabriek ervoor gezorgd hebben dat daar ontwikkeling op gang kwam. Aanschrijven, dwangsommen, de hele santenkraam. En dan is het vervelend dat onze partner het Recreatieschap is, maar het gaat om het monument. En onze plicht is naar het monument en wie dan ook de eigenaar moge zijn. Dus achteraf kijkend heeft de gemeente daar echt steken laten liggen, en het is te makkelijk om te zeggen: wat kun je nog meer doen? Nou, dát hadden we kunnen doen, en sterker nog, dat moet je nu ook doen. Doe dat nu alvast, want de rest is onzeker, en schrijf aan, want de plicht ligt bij de eigenaar om het te onderhouden. En wie de eigenaar ook is en wat de plannen ook mee zijn doet daar geen afbreuk aan. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage.
Behoefte aan een tweede termijn? Ik zie twee handen. Mijnheer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Heel kort, voorzitter, om te verhelderen. Het gaat mij niet zozeer om dat er niet meer opties zijn, want één van de opties werd zojuist ook geschetst, namelijk dat de gemeente het pand kan verwerven voor een definitieve oplossing. Wat ik zei waar het er nu omgaat, en dat zijn beide heren ook mee bezig, is dat de gemeente Haarlem in overleg met Recreatieschap tot een oplossing komen zodat we het kunnen opknappen. Dat is mijn pleidooi. Dat is volgens mij ook wat aan het doen zijn, dus I rest my case. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Groot. De heer De Groot: Ja, dank u, voorzitter. Ik wil meegeven als D66 dat wij het een goed idee vinden om richting aanwerving te gaan, ook gezien alle plannen die we daar hebben lijkt het ons veel verstandiger als we zelf daar de regie in hebben. Maar wethouders, er moet natuurlijk wel geld bij in plaats van dat we daadwerkelijk nog geld gaan overmaken, dat begrijpt u natuurlijk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En was dit de tweede termijn. Is er nog behoefte verder? Is dit voldoende voor de commissie? Willen de wethouders nog hier … Nee, hé? Oké. Dat gaat hartstikke goed. 14. Vaststellen stedenbouwkundig plan Spaarndamseweg 13 – 50 kV-station (FR) De voorzitter: Dan gaan wij naar het laatste agendapunt voor vanavond.
Er hebben zich een aantal insprekers aangemeld die ook eerder hiernaar toe zijn gekomen. Dat is het onderwerp agendapunt 11, vaststellen stedenbouwkundig plan Spaarndamseweg 13 – 50 kV. Deze ter kennisnamenota is op verzoek van de VVD geagendeerd, maar voordat de VVD het woord krijgt eerst een aantal insprekers. Ik heb mevrouw Gutte, mijnheer Stolp en mevrouw Hoogerbrugge. Griffier Blaauboer: Ja, en de heer Van der Meij … De voorzitter: Ja, maar die wil ik verzoeken hier plaats te nemen. O, lekker. Een watertje zonder bubbels. Dank je wel, Robert.
45
De heer …: En jij Ria? Mevrouw …: Een plat watertje. De voorzitter: Mag ik u alle drie ontzettend hartelijk danken voor uw flexibiliteit. We liepen wat voor, we hebben wat geschoven en u heeft toch even moeten wachten. Fijn dat het allemaal zo gelukt is. We hebben nu in ieder geval voldoende tijd en aandacht voor u. Ik weet niet wie wie is, maar ik noem een naam. Als ik uw naam noem dan mag u het knopje daar indrukken, dan gaat het lampje branden, kunnen we goed horen, heeft u 3 minuten. Als u ongeveer aan het einde raakt dan herinner ik u daaraan en verzoek ik u om af te ronden. Sorry. Mevrouw Gutte. Wie is mevrouw Gutte? Dan bent u als eerste aan het woord, en dan ga ik even hoesten. Mevrouw Gutte: Geachte leden van de Commissie Ontwikkeling. Ik wil u met mijn bijdrage wijzen op de lacunes in het stedenbouwkundig plan. Ik woon in de wijk Land in Zicht en ben tevens lid van de bewonerscommissie. Nieuwbouw voor jongvolwassenen is een nobel en prijzenswaardig initiatief, maar roofbouw op de voorzieningen kan niet de bedoeling zijn. Parkeren. In de door mij ingediende zienswijze heb al uitgebreid bezwaar gemaakt tegen de gehanteerde parkeernorm bij de nieuwbouw.
De parkeereisen in het stedenbouwkundig plan is en blijft ondanks de informatie in de Raadsinformatiebrief van 11 januari jongstleden gebaseerd op onjuiste berekeningen, leidt tot ongewenste verhoging van de parkeerdruk op het omliggende gebied waardoor omwonenden in hun belangen geschaad worden en er is geen sprake van een goede ruimtelijke ordening. Dit maakt een substantiële wijziging van het voorgestelde parkeereis noodzakelijk. Ik verwijs u voor de onderbouwing naar de ingediende zienswijzen. Het parkeerprobleem binnen de Indische buurt en binnen Land in Zicht wordt alleen maar groter. Nu al zijn er onregelmatig onaangename confrontaties tussen bewoners en eigenaren van auto’s die parkeren op daarvoor niet bestemde plaatsen. U wordt op voorhand gevraagd, zie hiervoor de argumenten bij het collegebesluit, om af te wijken van het Haarlems parkeerbeleid terwijl de onderbouwing hiervan nog een plek moet krijgen in een op te stellen Mobiliteitsplan, een kwalijke ontwikkeling. Overlast. In het stedenbouwkundig plan wordt aangegeven dat eventuele geluidsoverlast wordt weggenomen door een gedeelde buitenruimte in het hart van het gebouw. De overlast waar ik me zorgen om maak is breder dan alleen maar geluidsoverlast.
Allereerst, wie gaat er met mooi weer in een gedeelde buitenruimte zitten waar geen zon komt? U kunt op uw vingers natellen dat mensen langs het water in het zonnetje gaan zitten. Is het u bekend dat daar ook een intensief gebruikt fietspad is? Op bladzijde 31 van het stedenbouwkundig plan wordt wel het terras genoemd, maar het fietspad is niet ingetekend. Aan de zijkant van het gebouw is een groenstrook ingetekend, het lijkt prachtig, maar in de praktijk wordt het daar nog aantrekkelijker voor de nu al aanwezige drugsgebruikers en dealers. Ik kan u op een briefje geven dat dit stuk grond zal verloederen, en wordt een niemandsland. Gebruik die ruimte voor de uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen. Veiligheid. In de argumenten van het collegebesluit is vermeld dat het stedenbouwkundig plan de kwaliteit van het openbaar gebied versterkt. Er wordt echter op geen enkele wijze ingegaan op de verkeersveiligheid, of is dit ook een onderdeel van het nog op te stellen Mobiliteitsplan? Op bladzijde 40 van het stedenbouwkundig plan wordt gesproken over een shared space bij de kade. Het aanwezige intensief gebruikte fietspad is niet terug te vinden in het stedenbouwkundig plan zoals ik net al zei. Ziet u het gebeuren? Lekker met een drankje in de hand verblijven in de shared space, dus op het fietspad? Een onzalig plan en vraagt om problemen. De voorzitter: U zit op de 3 minuten.
Wilt u zo afronden? Mevrouw Gutte: Bijna. Ja, laatste stukje. Om nog maar te zwijgen over de entree van het gebouw aan de zijde van de Spaarndamseweg. Een druk bereden weg in een naastgelegen fietspad. Gevolg: opstoppingen en
46
gevaar omdat het fietspad gekruist moet worden. En dan, er is geen oversteekplaats voor fietsers en voetgangers om naar de overzijde van de Spaarndamseweg te komen, nu en in de toekomst levensgevaarlijk. Of is hier sprake van die koe en die sloot? Ik verzoek de commissie om het huidige stedenbouwkundig plan af te wijzen en terug te verwijzen naar het college. Dank voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Hoogerbrugge. U mag het knopje weer uitdrukken. Dan kan mevrouw Hoogerbrugge. Mevrouw Hoogerbrugge: Geachte leden van de Commissie Ontwikkeling. Ook ik woon in de wijk Land in Zicht ben en lid van de bewonerscommissie, en wil enig punt van bezwaar tegen het stedenbouwkundig plan naar voren brengen. De nieuwbouw richt zich met name op de doelgroep starters en kan op zich rekenen op de sympathie van mijzelf en de meeste bewoners. Echter, voorwaarde voor nieuwbouw is dat deze niet tot overlast en vermindering van leefbaarheid leidt. Mijn collega-insprekers hebben zich op andere punten gefocust, mijn bezwaren gaan over de samenstelling van de woongroep en de hoogte van het gebouw. Beide zienswijzen zijn voor verschillende omwonenden aangehaald. De beoogde bewonersgroep is 18 tot 28 jaar en heeft een maximale verblijfsduur in de appartementen voor vijf jaar.
Wat gaat er gebeuren als er na vijf jaar geen andere woonruimte is? Huisuitzetting is een plan. Het stedenbouwkundig plan betekent een groei van 140 nieuwe woningen voor de bewoners in de specifieke leeftijdscategorie in een betrekkelijk kleine gemêleerd wijk waar momenteel rond de 250 woningen staan. Deze nieuwe categorie gaat straks dus meer dan een derde van de wijkbevolking uitmaken. Dit kan leiden tot een bewoners onbalans in de wijk waardoor de kans op problemen tussen bewoners op de loer ligt. Woonlagen van het gebouw. De Ontwikkelvisie gaf vier tot zes bouwlagen aan. Het nu voorgestelde gebouw in het stedenbouwkundig plan heeft er zeven. De startnotitie werd door de gemeente en de projectontwikkelaar aangepast naar zeven bouwlagen zonder de bewoners hierover te raadplegen. Dit werd als feit meegedeeld in de online bewonersbijeenkomst op 31 maart 2020. Kennelijk is het argument financiële haalbaarheid voor de projectontwikkelaar voor de gemeente belangrijker dan de leefbaarheid in de buurt. Deze wijziging in de startnotitie wordt nu in reactie op zienswijzen als reden opgevoerd om de vraag tegen gebouwhoogte niet ontvankelijk te verklaren. In de startnotitie wordt ook gesproken over 130 woningen. De projectontwikkelaar geeft met grote letters aan dat dit ook 150 zou kunnen zijn, bladzijde 15.
Inmiddels wordt in het programma aangegeven dat het gebouw 140 één- of tweekamerwoningen zal hebben, bladzijde 28. Ik neem aan dat de startnotitie ook voor de projectontwikkelaar geldt en het aantal woningen daarom teruggaat naar 130 of minder graag. Nog even een noot over de buurtpeiling. Hierin werd duidelijk dat de bewoners niet op een horecavoorziening zaten te wachten. Wel werd aangegeven dat een kleine buurtwinkel of buurtsuper of sportgelegenheid iets kon zijn. Dit werd regelrecht door de projectontwikkelaar van tafel geveegd met het argument dat de gemeente een horecavoorziening wilde zien en dat de bewoners alleen maar aangaven wat men niet wilde aan u om hier een mening over te hebben. Dank voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel. En dan mijnheer Stolp. De heer Stolp: Geachte commissie. Mijn naam is Wouter Stolp. Ik ben woonachtig op de Botterboulevard, en ben een van de indieners van de zienswijzen. Voor ons ligt een notitie over de zienswijze is welke onderdeel vormt van het participatieproces. Bij de gemeenteraadverkiezing van 2018 stond in elk partijprogramma een stuk opgenomen over inspraak en participatie in. En elke partij schreef de transparantie, participatie en inspraak voor de bewoners na. Van al deze goede bedoelingen was echter amper wat te merken tijdens ons participatietraject, getuige ook de grote hoeveelheid zienswijzen.
De SP stelde in haar partijprogramma voor dat wethouders persoonlijk aanwezig zouden moeten zijn bij inspraak bij de inwoners. Bij ons
47
participatietraject was het zeldzaam dat er überhaupt een ambtenaar aanwezig was. Mijn verzoek om informatie liet een procesmanager zelfs weten, en ik citeer: het is aan de initiatiefnemer, zij is aan het werk en bepaald of zij al dan niet met jou aan tafel willen zitten. De rol van de gemeente is alleen toetsend, passend binnen het gemeentelijk beleid en haar procedures. Met andere woorden niet praten met inwoners is blijkbaar onderdeel van de gemeentelijke werkprocessen. Het enige moment dat een direct gesprek met de gemeente mogelijk is is een moment zoals nu en via zienswijzen, en de rest van het proces is de gemeente nagenoeg onzichtbaar, al levert zij de bewoners over aan de welwillendheid van de ontwikkelaar. De enige manier om gegevens boven water te krijgen is via Wob-verzoeken, want elk ander informatieverzoek wordt tot op heden structureel door de gemeente geweigerd. Inmiddels zijn er 85 zienswijzen ingediend waarbij de buurt duidelijk heeft laten weten hoe zij over het stedelijk plan denkt. Men ziet de horecavoorziening niet zitten. Het gebouw is hoger dan afgesproken in de gebiedsvisie, en er is geen enkel vertrouwen in de opgestelde parkeeronderbouwing. Een parkeeronderbouwing die op zijn best onjuist is, en op zijn slechts zelfs misleidend.
Het is ook tekenend dat die 85 zienswijzen tot geen enkele aanpassing of wijziging van inzicht bij de gemeente hebben geleid. Zelf de projectontwikkelaar begint langzaam in te zien dat het ontwerp te ver gaat zoals te lezen in de onlangs verstuurde raadsinformatiebrief. De ontwikkeltrein dendert maar door. Mijn verzoek aan de gemeente is om die koers af te buigen. Iedereen weet wel wat geven en nemen is in het leven, maar het plan wat er nu ligt kan gewoon niet. Mijn hoop is dat de gemeente pas op de plaats maakt wil het plan regie en participatie terug in eigen hand neemt en zelf in gesprek gaan met omwonenden. Zorg voor draagvlak in de buurt en neem bewonersbelangen er daar nadrukkelijk in mee, want wat er nu gebeurt was toch niet uw bedoeling toen u destijds uw partijprogramma opstelde? Dank u wel voor uw tijd. De voorzitter: Dank u wel, maar dan hebben we nog een digitale inspreker die we zeker niet vergeten. Mijnheer Van der Meijde, kom er maar in. De heer Van der Meijde: Ja, goedenavond. Ben ik goed te verstaan? De voorzitter: Ja hoor, en te zien. De heer Van der Meijde: Nou, super, dan zal ik maar gelijk starten. Ja, geachte raadsleden. Dank voor de mogelijkheid om in te spreken. Mijn naam is Ernest Van der Meijde, ik ben werkzaam voor Wibaut.
Ik mocht al eerder spreken om projecten onder de aandacht te brengen in de gemeente Haarlem, Mons Aurea, De Scheepmaker en Haarlem Buiten hebben wij eerder gerealiseerd. Of zijn we in het geval van Haarlem Buiten op dit moment aan het realiseren. In Haarlem liggen einde roots, en door hier actief te zijn in de woningmarkt realiseerde ik me dat ik wilde gaan bijdragen aan het enorme probleem van betaalbare jongerenhuisvesting. Die is er namelijk niet. Of in ieder geval niet beschikbaar. We konden in 2018 grond kopen in Haarlem en in Overveen en hadden gelijk voor ogen om daar onze eerste twee vestiging van het Jongerenhuisvestingsconcept 1828 te realiseren. Maar ook met een maatschappelijk relevant programma is ontwikkelen iets van een lange adem. Als het al uiteindelijk lukt, want in Overveen wil men liever geen jongeren, en is nog maar de vraag of die jongerenwoningen er gaan komen. Het idee om betaalbare jongerenwoningen te gaan realiseren heeft een vuurtje bij mij en mijn collega’s aangewakkerd. De enorme aantallen inschrijvingen in Zuid-Kennemerland zijn dat er meer dan 11.000 op dit moment, en de verhalen van jongeren zelf zijn heel heftig. Je moet eigenlijk kinderen, in die leeftijdscategorie hebben om te ervaren wat er aan de hand is anders kun je er amper een voorstelling bij maken.
Het heeft ons als ontwikkelaar doen besluiten om van koers te veranderen en ons dagelijks met man en macht te gaan inzetten voor betaalbare woningen voor diegene die het het hardst nodig hebben. We zijn nu bijna een collegeperiode verder en het plan wordt vanavond besproken in de Commissie Ontwikkeling. Ik verwacht dat u, maar in ieder geval wij, de
48
ambtenaren en zeker de jongeren liever hadden gezien dat dit een paar jaar eerder was gebeurd. Wat ons betreft ook vanwege de bouwkosten die in de afgelopen twee jaar zo’n 40 procent zijn gestegen. Het project staat enorm onder druk. Maar goed, zoals eerder gezegd woningbouwprojecten duren lang en zijn ontzettend complex. Een ander probleem is inderdaad de parkeeropgave. Die is nog niet opgelost. We komen 12 bezoekers parkeerplaatsentekort. We hebben de buurt beloofd dat we ze niet gaan opzadelen met parkeeroverlast, en daar sta ik ook voor. We hebben de medewerking nodig van de gemeente en u als raad om dit plan haalbaar te maken. Met meer dan 6000 inschrijvingen voor deze specifieke locatie zijn er voldoende jongeren zonder auto die hier heel graag komen wonen. We gaan sowieso al 36 parkeerplaatsen bouwen onder het gebouw waarvan ik verwacht dat die amper of helemaal niet gebruikt gaan worden. Liever zou ik die ruimte gebruiken om nog een aantal extra woningen te maken en nog meer jongeren aan een woning te kunnen helpen. Het is met 140 woningen een druppel op de gloeiende plaat, maar het zijn er wel weer 140 of misschien 150 jongeren die we in de stad kunnen huisvesten. Ik hoop dat u dit ook zo ziet, en dank voor uw aandacht. En uiteraard ben ik bereid om eventuele vragen te beantwoorden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De commissie.
Zijn er vragen voor deze insprekers? Mijnheer Visser. De heer Visser: Ja, ik heb een vraag voor de heer Van der Meijde. Hij zegt dat er heel veel inschrijvingen zijn. Hoeveel zei u, 6000? De heer Van der Meijde: In Zuid-Kennemerland zijn het er meer dan 11.000, en voor deze specifieke locatie meer dan 6000. De heer Visser: Kijk. Kunt u ook selecteren dan op autobezit of kunt u daar afspraken mee maken met bewoners op voorhand? En vraag twee, als je dat kunt doen kunt u dan ook voorkomen dat ze, als ze daar eenmaal wonen, wel een auto gaan aanschaffen? De heer Van der Meijde: Dat laatste is niet mogelijk. Het eerste is wel mogelijk, dus we kunnen wel selecteren. We kunnen niet tegen de Nederlandse wetgeving in of afspraken maken over bezit of over gebruik. Dat gaat niet. Ik vind overigens ook dat we … Er is gemeentelijk beleid op het moment dat het lastig is om voor een project parkeerplaatsen te maken. Daar is een soort van ladder voor bedacht, en ik vind dat we die ladder moeten aflopen met elkaar zodat het project straks ook voor de Raad van State standhoudt. De voorzitter: Andere vragen nog? Mijnheer Amand? De heer Amand: Dank u wel.
In het kader wil ik ook de mijnheer van Wibaut even de vraag stellen: hoe is die participatie nu verlopen met deze bewoners? Kunt u dat eens even vertellen? De heer Van der Meijde: Ja, ik heb niet voor ogen exact hoeveel sessies we gehad hebben, maar we hebben een aantal sessies gehad, tot op heden een stuk of vijf verwacht ik, en we hebben ook nog een aantal sessies te gaan. Wij proberen in ons participatietraject altijd zoveel als mogelijk de wensen van de omwonenden in te willigen. Dat lukt niet altijd. Maar goed, we doen ons uiterste best. De Scheepmaker is het uiteindelijk wel gelukt om iedereen mee te krijgen, en ja, de vraag is of dat hier lukt. Maar we doen in ieder geval onze uiterste best. De voorzitter: Mijnheer Amand?
49
De heer Amand: Korte vervolgvraag. Bij die Scheepmakers waar u het over heeft, hoeveel sessies heeft u daar gedaan om tot een bevredigend antwoord te komen? De heer Van der Meijde: Ik denk dat we daar, even los van nog de bilaterale overleggen, zeker wel een sessie of acht, negen hebben gehad en ik verwacht dat we uiteindelijk hier, voor dit project, ook wel op zo’n serie zullen uitkomen. De heer Amand: Dank u. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Ja, voor mevrouw Hoogbrugge. Ik begrijp uw bedenkingen over de leeftijdsbeperking, maar waarom denkt u dat die mensen als ze allemaal 28 zijn in uw woonwijk een plek willen? Mevrouw Hoogbrugge: Ja, ze zitten in de woonwijken. Als ze daar een woning hebben gehuurd dan zitten ze in de woonwijk en zijn ze dus onderdeel van deze wijk. Mevrouw Van Zetten: Ik denk dat je niet per se recht hebt om in dezelfde buurt te blijven wonen, maar misschien … Mevrouw Hoogbrugge: Nee, dat hoeft ook niet, maar tijdens dat ze daar wonen zijn ze onderdeel van de wijk. De voorzitter: Alle vragen zijn gesteld, dan had u een helder betoog. Ik wil u alle drie hartelijk danken nogmaals, ook namens de hele commissie voor uw komst vanavond, en ook mijnheer Van der Meijde voor uw digitale aanwezigheid.