CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210460861 2. Bijlage 1 Veilig op weg in Haarlem d.d. 19 augustus 2021

commissie Beheer 9 september 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: 21.20 uur Verkeersveiligheidsbeleid (RB).16.314 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Veilig op weg in Haarlem

19 augustus 2021

Inhoudsopgave Samenvatting

2

1. Inleiding 1.1 Aanleiding 1.1.1 Elk slachtoffer is er één te veel 1.1.2 Toename verkeersonveiligheid in Haarlem 1.1.3 Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 (SPV2030) 1.1.4 Verkeersveiligheid in Haarlem in relatie tot de SOR2040 en het Mobiliteitsbeleid 2030 1.2 Leeswijzer

3 3 3 3 4

2. Doelstelling, strategie en aanpak 2.1 Doelstelling: Veilig op weg in Haarlem 2.2 Drie focuspunten uit de verkeersveiligheidsanalyse 2.3 Drie prioriteiten in Haarlemse verkeersveiligheidsaanpak 2.3.1. Betrekken van belangenorganisaties en burgers

5 6 6 6 7

3. Focus op de fietser 3.1 Hoofdpunt 1: Prioriteit voor veiligheid fietsers 3.2 Hoofdpunt 2: Scheiden van auto’s en fietsers 3.3 Hoofdpunt 3: Meer ruimte voor fietsers 3.3.1 Belang van fietsers voorop bij integrale keuzes 3.3.2 Voldoende ruimte voor de groep fietsers 3.4 Hoofdpunt 4: Veilige inrichting van fietsroutes 3.5 Hoofdpunt 5: Risicolocaties fietsverkeer

8 9 10 12 12 12 14 14

4. Veilige infrastructuur 4.1 Hoofdpunt 1: Werken aan een veilige wegennetwerk 4.1.1 Belang van overeenkomst in functie, inrichting en gebruik 4.1.2 Geen grijze wegen 4.2 Hoofdpunt 2: Veilig ontwerp van wegen 4.2.1 Haarlem kiest voor veilige 30km-gebieden 4.2.2 Haarlem kiest voor veilige 50km-wegen 4.3 Hoofdpunt 3 Aanpak van risicolocaties 4.4 Hoofdpunt 4: Verkeersveiligheid bij scholen 4.5 Hoofdpunt 5: Verkeersveiligheid in ruimtelijke plannen

15 16 16 16 18 18 19 20 21 22

4 5

4.5.1 Technologische ontwikkelingen 4.5.2 Toetsing van ruimtelijke plannen

22 22

5. Veilig verkeersgedrag 5.1 Extra aandacht voor jongeren en ouderen 5.2 Actieve rol in regionale verkeersveiligheidsaanpak 5.2.1 Regionale campagnekalender 5.2.2 Haarlem faciliteert verkeersveiligheidsacties 5.3 Samenwerking in Haarlem 5.3.1 Bereiken van de doelgroep 5.3.2 Samenwerken met vrijwilligersorganisaties 5.3.3 Samenwerking met scholen 5.3.4 Aanpak verkeersovertreders

24 24 25 25 25 26 26 26 27 27

6. Effectieve verkeersveiligheidsaanpak 6.1 Uitvoeringsprogramma 6.2 Prioriteitstelling 6.2.1 Prioriteitstellingskader 6.2.2 Structurele verkeersveiligheidsmaatregelen 6.2.3 Integrale maatregelen 6.2.4 Prioritaire verkeersveiligheidsmaatregelen 6.2.5 Maatregelen lange termijn 6.3 Financiering 6.4 Investeren in verkeersveiligheid: overzicht maatregelen

28 28 28 28 28 28 29 29 29 30

7. Monitoring verkeersveiligheidsaanpak 7.1 Belang van monitoring 7.2 Monitoring indicatoren verkeersveiligheid

33 33 33

Bijlagen Bijlage 1 Werkwijze Verkeersveiligheidsplan Bijlage 2 Samenhang met SPV2030 Bijlage 3 Wegcategorisering en grijze wegen

35 35 37 38

1

Samenvatting Met het voorliggende verkeersveiligheidsbeleid zetten we in op het nog veiliger maken van Haarlem en voorkomen van verkeersongevallen. Het wordt namelijk steeds drukker in de stad. Die drukte heeft zijn weerslag op de verkeersveiligheid van wegen en fietspaden. Tegelijkertijd nemen de snelheidsverschillen op de fietspaden toe. Ook neemt de laatste jaren zowel landelijk als in Haarlem het aantal verkeersongevallen en slachtoffers toe. Daarnaast zijn er komende jaren grote veranderingen in Haarlem te verwachten zoals van de (regionale) verdichtingsopgave en tegelijkertijd de wens om een bereikbare, veilige en leefbare stad te blijven. Al deze ontwikkelingen vragen om duidelijke keuzes op het gebied van verkeersveiligheid. Met het verkeersveiligheidsbeleid wordt een gestructureerde aanpak voor de lange termijn neergezet (zichtjaar 2040). Dit sluit aan op de landelijke aanpak die met het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 (hierna: SPV2030) is ingezet, met meer focus op een risico-gestuurde aanpak. Veilig op weg in Haarlem Iedere Haarlemse verkeersdeelnemer moet veilig thuiskomen. Elke verkeersdode of -gewonde is er één te veel. Dat betekent scherpe keuzes en effectieve oplossingen. Samen met bewoners en partners in de stad zorgen we voor een verkeersveiliger Haarlem.

In ons streven naar het verminderen van verkeersslachtoffers, richten we ons de komende jaren op drie prioriteiten:

1. Fietsers centraal Onze eerste keuze is dat we fietsers centraal stellen in ons verkeersveiligheidsbeleid. Fietsers horen bij de meest kwetsbare groepen in het Haarlemse verkeer. Aangezien de meeste ongevallen voorkomen bij fietsers, wordt prioriteit gegeven aan maatregelen die de veiligheid voor fietsers verbeteren. Door fietsers meer ruimte te geven kunnen zij zich veiliger (en vlotter) verplaatsen.1 2. Veilige infrastructuur Een veilige infrastructuur is de basis voor de veiligheid van de verkeersdeelnemers. Met een doordachte structuur en goede vormgeving van wegen wordt verkeersveilig gedrag (onbewust) gestimuleerd. De infrastructuur moet op orde zijn, anders heeft investeren in educatie en handhaving weinig impact. 3. Veilig gedrag Verkeersdeelnemers worden gestimuleerd om zich veilig in het verkeer te gedragen. Dit wordt bereikt door goede educatie, voorlichting en handhaving. De aanpak is primair gericht op de groepen met de grootste risico’s (ouderen en jongeren). Het beleidsplan ‘Veilig op weg in Haarlem’ is tot stand gekomen op basis van de verkeersveiligheidsanalyse (2020/497359), gesprekken met belangenpartijen en de daaruit volgende aanbevelingen voor de verbetering van de verkeersveiligheid binnen gemeente Haarlem. 4. Uitvoeringsprogramma In aansluiting op het verkeersveiligheidsbeleid wordt een uitvoeringsprogramma met concrete maatregelen gemaakt.

Het uitvoeringsprogramma geldt voor ongeveer vier jaar met een doorkijk naar 2040. Hiermee kan de realisatie van maatregelen periodiek opnieuw worden gepland op basis van de nieuwste inzichten en ontwikkelingen. Dit uitvoeringsprogramma is een afzonderlijk document. Wel zijn in dit verkeersveiligheidsbeleid de kaders voor de uitvoering opgenomen. Hierbij gaat het om de wijze van prioriteitstelling en financiering.

1

Waar in het verdere beleidsplan wordt gesproken over ‘fietsers’, wordt de brede groep van fietspadgebruikers (fiets, e-bike, snorfiets) bedoeld.

2

1. Inleiding

Met het voorliggende verkeersveiligheidsbeleid zetten we in op het nog veiliger maken van Haarlem. De focus ligt daarbij op preventie van ongevallen bij kwetsbare groepen, gedragsverandering en maatregelen in de openbare ruimte.

1.1. Aanleiding 1.1.1 Elk slachtoffer is er één te veel Jarenlang is landelijk een succesvolle aanpak gevolgd waarbij het aantal verkeersslachtoffers gestaag is afgenomen. De laatste jaren neemt het aantal verkeersongevallen en slachtoffers echter toe, terwijl de ambitie juist is om dit te verlagen. Deze ontwikkeling is ook in Haarlem terug te zien, in 2018 en 2019 lag het aantal ongevallen en slachtoffers hoger dan de jaren ervoor (zie figuur 1). Achter elk verkeersslachtoffer gaat een verhaal schuil met grote impact op het slachtoffer en meestal ook op de naaste familie, omwonenden en gebruikers van een weg. Elk slachtoffer is er één te veel! De gevolgen van verkeersonveiligheid hebben dan ook brede maatschappelijke impact. Hoe we de veiligheid op straat ervaren, bepaalt mede de keuzes die we maken. We moeten voorkomen dat inwoners thuis blijven zitten of andere vervoerswijzen kiezen.

1.1.2 Toename verkeersonveiligheid in Haarlem Het voorgaande verkeersveiligheidsbeleid in Haarlem komt uit 2006 en biedt niet meer voldoende aangrijpingspunten om adequaat op de stijgende trend te reageren. Er zijn afgelopen jaren (2014-2019) acht dodelijke slachtoffers op de Haarlemse wegen gevallen. Het aantal slachtoffers in de gemeente lag van 2014 t/m 2017 rond de 200 per jaar, maar is in 2018 bijna verdubbeld tot 384 (zie Figuur 1 Ontwikkeling aantal geregistreerde verkeersslachtoffers in Haarlem). De cijfers over 2019 laten ook een hoog aantal verkeersslachtoffers zien. De grafiek toont het aantal verkeersslachtoffers per jaar zoals geregistreerd door de politie. Bij de slachtoffers gaat het om alle gewonden (doden, ernstig en licht gewonden). Niet alle ongevallen worden door de politie geregistreerd. De politie heeft in 2018 een kwaliteitsverbetering in de registratie doorgevoerd, wat voor een deel de stijging in de cijfers kan verklaren, maar niet helemaal.

Verkeersslachtoffers gemeente Haarlem

400

160

350

140

300

120

250

100

200

80

150

60

100

40

50

20

0

2014

Gemeentelijke wegen

2015

2016

2017

Overige wegbeheerders

2018 Index Prov NH

2019

Index Prov NH en NL t.o.v. 2014

Die drukte heeft zijn weerslag op de verkeersveiligheid van wegen en fietspaden. De fietspaden worden steeds drukker, steeds meer ouderen nemen de fiets en veel kinderen fietsen naar school. Tegelijkertijd nemen de snelheidsverschillen op de fietspaden toe. Ook neemt de laatste jaren zowel landelijk als in Haarlem het aantal verkeersongevallen en slachtoffers toe. Daarnaast zijn er komende jaren grote veranderingen in Haarlem te verwachten zoals van de (regionale) verdichtingsopgave, de (landelijke) trend van meer mobiliteit per persoon en tegelijkertijd de wens om een bereikbare, veilige en leefbare stad te blijven. Deze veranderingen en ontwikkelingen leveren nieuwe verkeersveiligheidsrisico’s op, maar ook kansen om de verkeersveiligheid aan te pakken. Al deze ontwikkelingen vragen om duidelijke keuzes op het gebied van verkeersveiligheid.

Denk hierbij in het bijzonder aan (de groeiende groep) ouderen en aan ouders die het niet aandurven om hun kinderen zelfstandig naar school te laten gaan, omdat ze het op straat als te gevaarlijk ervaren. Dit betekent juist ook aandacht voor beginnende bestuurders, ouderen en minder validen.

Aantal verkeersslachtoffers in gemeente Haarlem

Haarlem is een populaire stad om te wonen, werken en bezoeken. De stad groeit en het verkeer in Haarlem is in de afgelopen jaren ook behoorlijk veranderd. De stad is drukker geworden.

0

Index Nederland

Figuur 11 Ontwikkeling Ontwikkeling aantal geregistreerde verkeersslachtoffers in Haarlem Figuur aantal geregistreerde verkeersslachtoffers in Haarlem

Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 (SPV2030) In 2018 is het landelijk Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 2 (SPV2030) gelanceerd, om een nieuwe impuls te geven aan de verkeersveiligheid in Nederland. In dit plan wordt gepleit voor een preventieve, risico-gestuurde aanpak in plaats van een reactieve aanpak waarin maatregelen pas genomen worden als er al ongevallen zijn gebeurd. Het SPV2030 gaat in op een negental beleidsthema’s met ambities om de belangrijkste risico’s voor verkeersveiligheid aan te pakken. De

3

1.1.3 Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 (SPV2030) In 2018 is het landelijk Strategisch Plan Verkeersveiligheid 20302 (SPV2030) gelanceerd, om een nieuwe impuls te geven aan de verkeersveiligheid in Nederland. In dit plan wordt gepleit voor een preventieve, risicogestuurde aanpak in plaats van een reactieve aanpak waarin maatregelen pas genomen worden als er al ongevallen zijn gebeurd. Het SPV2030 gaat in op een negental beleidsthema’s met ambities om de belangrijkste risico’s voor verkeersveiligheid aan te pakken. De kern van het SPV luidt: naar nul verkeersslachtoffers via een risico-gestuurde aanpak. Om dit te bereiken, hebben alle provincies en regio’s in 2019 / 2020 een risicoanalyse uitgevoerd om de grootste risico’s in beeld te brengen. Zo ook in de provincie Noord-Holland en de regio Haarlem-IJmond, waar de gemeente Haarlem bij is aangesloten. Deze landelijke, provinciale en regionale uitwerking vormt de basis voor de regionale uitvoeringsagenda waarbij iedere gemeente, provincie of regio aangeeft hoe zij de verkeersveiligheid gaan verbeteren in de periode 2021 – 2025. Zie ook bijlage 2, waarin is weergegeven hoe het gemeentelijke beleid aansluit op het SPV2030. 1.1.4 Verkeersveiligheid in Haarlem in relatie tot de SOR2040 en het Mobiliteitsbeleid 2030 Ook in Haarlem verandert de samenleving, net als op veel andere plekken in de maatschappij.

Deze veranderingen en ontwikkelingen leveren nieuwe verkeersveiligheidsrisico’s op, maar ook kansen om de verkeersveiligheid aan te pakken. Haarlem staat voor een forse verstedelijkingsopgave in aantal woningen en arbeidsplaatsen. Dit heeft met impact op de openbare ruimte en de mobiliteit in de stad. In de Structuurvisie Openbare Ruimte 2040 (SOR2040) zijn ontwikkelingen gesignaleerd en keuzes gemaakt: “Haarlem groeit en merkt dat de druk op de openbare ruimte toeneemt. […] Haarlem wil een mobiliteitsmodel dat de stad bereikbaar houdt en tegelijkertijd minder beslag legt op de openbare ruimte. De ruimte die daarmee wordt vrijgespeeld, kan worden ingezet voor een aantrekkelijke en gezonde stad.”

De verstedelijkingsopgave vraagt om een nieuwe manier om met de 2

Ministerie IenM e.a., Veilig van deur tot deur, Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030, december 2018

mobiliteit in de stad om te gaan, een mobiliteitstransitie. Haarlem kiest nadrukkelijk voor meer aandacht voor de voetganger en de fiets. In de SOR2040 staan de voetgangers en fietsers centraal. De mobiliteitstransitie uit de SOR is in het Mobiliteitsbeleid 2020 - 2030 uitgewerkt. In het Mobiliteitsbeleid is opgenomen hoe bereikbaarheid en mobiliteit worden georganiseerd, zodanig dat dit optimaal bijdraagt aan gemeentelijke doelen. Onderstaand overzicht laat de vier principes in het Mobiliteitsbeleid 2040 zien. De leidende principes voor het mobiliteitsbeleid zijn bepaald door de kaders die door de raad zijn vastgesteld in de SOR en het coalitieakkoord Duurzaam Doen 2018-2022. Mobiliteitsprincipes uit het Mobiliteitsbeleid 2020 - 2030 Mobiliteitsprincipe 1: Haarlem kiest voor het slim organiseren van het mobiliteitssysteem Mobiliteitsprincipe 2: Haarlem kiest voor duurzame mobiliteit Mobiliteitsprincipe 3: Haarlem kiest voor een aantrekkelijke, toegankelijke en veilige openbare ruimte Mobiliteitsprincipe 4: Regionaal schaalniveau is leidend (Haarlem onderdeel van het Daily Urban System op schaal van Metropoolregio Amsterdam) Kerngedachte is dat wordt gewerkt naar een mobiliteitstransitie met meer focus op voetgangers en fietsers en waarbij iedereen veilig en comfortabel aan het verkeer kan deelnemen.

Deze mobiliteitstransitie draagt ook bij aan het verbeteren van de verkeersveiligheid. Dit betekent dat ook in het verkeersveiligheidsbeleid de actieve vormen van mobiliteit prioriteit krijgen door meer ruimte te bieden en beter te beschermen. Andersom is het investeren in verkeersveiligheid noodzakelijk om de mobiliteitstransitie tot een succes te maken! Naast de ontwikkelingen zoals genoemd in de SOR2040 (o.a. toename woningen, arbeidsplaatsen) en de mobiliteitstransitie zoals uitgewerkt in het Mobiliteitsbeleid, moeten we ook nog rekening houden met de nieuwe (technologische) ontwikkelingen in het verkeer. Denk aan de toename van het aantal elektrische voertuigen zoals de e-bike, speed-pedelec, stint of e-step. Het is niet altijd duidelijk hoe we als verkeersdeelnemers hier mee om moeten gaan, waardoor risico’s toenemen. Aan de andere kant bieden technologieën kansen om risico’s in het verkeer te verkleinen.

4

1.2 Leeswijzer Het eerste deel van het verkeersveiligheidsbeleid is vooral beschouwend: wat is de aanleiding om het verkeersveiligheidsbeleid nu te actualiseren en wat zijn de huidige kaders. In hoofdstuk 2 is de doelstelling, strategie en aanpak beschreven. In hoofdstuk 3 tot en met 5 zijn de drie prioriteiten voor de Haarlemse verkeersveiligheidsaanpak verder uitgediept. Verder komt in hoofdstuk 6 een doorkijk naar het uitvoeringsprogramma aan bod. Tenslotte is in hoofdstuk 7 de monitoring van het verkeersveiligheidsaanpak opgenomen.

5

aanpak die met het SPV2030 is ingezet, met meer focus op een risico-gestuurde aanpak. In deze aanpak wordt gekeken naar situaties en doelgroepen met een verhoogd verkeersveiligheidsrisico.

2. Doelstelling, strategie en aanpak 2.1 Doelstelling: Veilig op weg in Haarlem Met dit verkeersveiligheidsbeleid wordt een gestructureerde aanpak voor de lange termijn neergezet (zichtjaar 2040). Hierbij is er bewust voor gekozen om niet alleen te reageren op ongevallengegevens. Juist het voorkomen van ongevallen is belangrijk. Dit sluit aan op de landelijke aanpak die met het SPV2030 is ingezet, met meer focus op een risicogestuurde aanpak. In deze aanpak wordt gekeken naar situaties en doelgroepen met een verhoogd verkeersveiligheidsrisico.

2.2 Drie focuspunten uit de verkeersveiligheidsanalyse De totstandkoming van het verkeersveiligheidsbeleid is gebaseerd op een inhoudelijke verkeersveiligheidsanalyse 3 en gesprekken met belangenpartijen (zie ook bijlage 1). Op basis van de analyses en afstemming is een aantal belangrijke conclusies te trekken: 1. Onder fietsers vallen de meeste slachtoffers 3.Uit de Beginnende bestuurders en ouderen lopen grootste risico geregistreerde ongevallengegevens blijkt dat meer dan 80% van de slachtoffers onder de Er zijn twee groepen van de bevolking die een hogere letselkans hebben. zogenoemde kwetsbare verkeersdeelnemers vallen (zie Figuur 2). Bijna 60% van alle slachtoffers in Dit is ten eerste de groep ‘onervaren bestuurders’, vooral jongeren (leeftijd Haarlem valt onder de groep ‘fietspadgebruikers’ (fiets, e-bike, snorfiets). Naar verwachting is dit 16 t/m 24 jaar) die gebruik maken van brom-, snorfiets en auto). De tweede een onderschatting, aangezien uit ziekenhuisgegevens (Veiligheid.nl, CBS) blijkt dat met name het groep met een hoge letselkans betreffen de ouderen (ouder dan 65 jaar), in aandeel fietsers hoger ligt. Over de afgelopen het bijzonder degene op de fiets. jaren is het aandeel voetgangers, fietsers gestegen, terwijl het aandeel bromfietsers is gedaald.

2.2 Drie focuspunten uit de verkeersveiligheidsanalyse De totstandkoming van het verkeersveiligheidsbeleid is gebaseerd op een inhoudelijke verkeersveiligheidsanalyse3 en gesprekken met belangenpartijen (zie ook bijlage 1). Op basis van de analyses en afstemming is een aantal belangrijke conclusies te trekken: 1. Onder fietsers vallen de meeste slachtoffers Uit de geregistreerde ongevallengegevens blijkt dat meer dan 80% van de slachtoffers onder de zogenoemde kwetsbare verkeersdeelnemers vallen (zie ). Bijna 60% van alle slachtoffers in Haarlem valt onder de groep ‘fietspadgebruikers’ (fiets, e-bike, snorfiets). Naar verwachting is dit een onderschatting, aangezien uit ziekenhuisgegevens (Veiligheid.nl, CBS) blijkt dat met name het aandeel fietsers hoger ligt. Over de afgelopen jaren is het aandeel voetgangers, fietsers gestegen, terwijl het aandeel bromfietsers is gedaald. 2. Veilige inrichting van wegen vraagt aandacht Veel van de wegen in Haarlem voldoen niet aan het wensbeeld voor een veilige weginrichting. In het bijzonder zijn de 50km-wegen zonder vrijliggende fietspaden als aandachtspunt te benoemen. Daarnaast is er ook aandacht gewenst voor wegen met een onduidelijke functie of inrichting en kent Haarlem diverse risicolocaties.

3

Figuur 22Aandeel verkeersslachtoffers per vervoerswijze (2018) (2018) Figuur Aandeel verkeersslachtoffers per vervoerswijze

2. Veilige inrichting van wegen vraagt aandacht

Veel van de wegen in Haarlem voldoen niet aan het wensbeeld voor een veilige weginrichting. In 2.3 Drie prioriteiten in Haarlemse verkeersveiligheidsaanpak

het bijzonder zijn de 50km-wegen zonder vrijliggende fietspaden als aandachtspunt te benoemen.

We werken een veiligvoor verkeersysteem met een laag Daarnaast is ertoe ook naar aandacht gewenst wegen met een onduidelijke functierisico of inrichting en voor alle verkeersdeelnemers. Dit vraagt wel een lange adem kent Haarlem diverse risicolocaties. en doorzettingsvermogen omouderen dit te lopen bereiken enrisico het effect in de 3. Beginnende bestuurders en grootste ongevallengegevens te zien. principes van Duurzaam Veiligde groep Er zijn twee groepen van deterug bevolking die eenDe hogere letselkans hebben. Dit is ten eerste blijven hierbij een belangrijke basis voor het maken van de keuzes bijbrom-, ‘onervaren bestuurders’, vooral jongeren (leeftijd 16 t/m 24 jaar) die gebruik maken van oplossingsrichtingen. In de jaren negentig is het concept van Duurzaam snorfiets en auto). De tweede groep met een hoge letselkans betreffen de ouderen (ouder dan 65 Veilig wat in afgelopen jaar), inbedacht, het bijzonder degene op de fiets. decennia is doorontwikkeld en een gestructureerd fundament is voor de verkeersveiligheid in Nederland. Maatregelen voor verbetering van de verkeersveiligheid richten zich op de 3 Arcadis, Analyse verkeersveiligheid, onderdeel van het verkeersveiligheidsplan Haarlem, 27 maart 2020 drie onderdelen van het verkeerssysteem: voertuig (of de vervoerswijze), CONCEPT VERSIE 13-01-2020 de infrastructuur en de verkeersdeelnemer (educatie en gedrag).

Deze aspecten moeten altijd in samenhang met elkaar worden bezien. 9

Arcadis, Analyse verkeersveiligheid, onderdeel van het verkeersveiligheidsplan Haarlem, 27 maart 2020

6

Duurzaam Veilig “Duurzaam Veilig Wegverkeer is een visie op hoe het verkeer systematisch maximaal veilig gemaakt kan worden. Het beschouwt de mens als de ‘maat der dingen’: de mens die kwetsbaar is, fouten maakt en zich bewust niet altijd aan regels houdt. De visie gaat uit van een proactieve benadering: de verkeersomgeving moet zó zijn vormgegeven, dat er geen ernstige ongevallen gebeuren. Mocht er tóch een ongeval plaatsvinden, dan moet de ernst ervan beperkt zijn. Duurzaam Veilig is een systeembenadering: alle elementen van het verkeerssysteem worden in interactie met elkaar beschouwd. Verkeersveiligheid is daarmee een basiskwaliteit van het wegverkeer.” (Bron: SWOV, Factsheet Duurzaam veilig wegverkeer, maart 2019).

SWOV heeft de visie van Duurzaam Veilig uitgewerkt in drie ontwerpprincipes en twee organisatieprincipes. De ontwerpprincipes zijn door de CROW uitgewerkt tot concrete eisen en ontwerprichtlijnen. De vijf principes zijn: 1. Functionaliteit van wegen: wegvakken en kruispunten met slechts een functie: stromen of uitwisselen. 2. (Bio)mechanica : afstemming van snelheid, richting, massa, afmetingen en bescherming van de verkeersdeelnemer. 3. Psychologica : afstemming van verkeersomgeving en competenties van verkeersdeelnemers. 4. Verantwoordelijkheid : verantwoordelijkheden zijn eenduidig vastgesteld en sluiten aan bij de taken van betrokken partijen. 5. Leren en innoveren : verkeersprofessionals onderzoeken doorlopend de ongevalsoorzaken en ontwikkelen daarop effectieve en preventieve systeeminnovaties.

In het volgende schema zijn de drie prioriteiten in het verkeersveiligheidsbeleid in Haarlem weergegeven. Deze komen voort uit de keuzes voor een mobiliteitstransititie (uit de SOR2040 en in het mobiliteitsbeleid), de hoofdconclusies van de verkeersveiligheidsanalyse en de principes van Duurzaam Veilig.

Focus op de fietser Door prioriteit te geven aan actieve mobiliteit wordt letterlijk meer ruimte geboden om in de openbare ruimte veilig en vlot te verplaatsen. Veilige infrastructuur Een veilige infrastructuur is de basis voor de veiligheid van de verkeersdeelnemers. Met een doordachte structuur en goede vormgeving van wegen wordt verkeersveilig gedrag (onbewust) gestimuleerd. De infrastructuur moet op orde zijn, anders heeft investeren in educatie en handhaving weinig impact. Veilig gedrag Verkeersdeelnemers worden gestimuleerd om zich veilig in het verkeer te gedragen. Dit wordt bereikt door goede educatie, voorlichting en handhaving. De aanpak is primair gericht op de groepen met de grootste risico’s. 2.3.1 Betrekken van belangenorganisaties en burgers Bij het opstellen van het beleid zijn ook gesprekken gevoerd moet belangenorganisaties en wijkraden. Vanuit deze organisatie is aandacht gevraagd voor de aanpak van specifieke onveilige locaties of wijken. Bovendien leeft bij deze belangengroepen de behoefte om op gestructureerde wijze met de problematiek om te gaan en hier ook ‘echt’ mee aan de gang te gaan. Hierbij is de oproep gedaan om duidelijke en gedurfde keuzes te maken, op basis van vaste uitgangspunten zoals neergelegd in het beleid. ‘Nee’, is ook een antwoord, maar dan wel goed onderbouwd. En als het antwoord ‘Ja’ is, dan wil men dat wordt doorgepakt.

Hierbij is uitdrukkelijk aandacht gevraagd voor meer samenwerking. De belangengroepen willen graag en actief meedenken in de invulling van het beleid en bij de invulling van de concrete maatregelen.

7

tot veel eenzijdige ongevallen met fietsers (ongevallen zonder betrokkenheid van andere verkeersdeelnemers). Ziekenhuisgegevens van de regio Haarlem-IJmond laten zien, dat ongeveer van de fietsslachtoffers viel bij een eenzijdig fietsongeval. 3. Focus op de50% fietser • De bromfiets is relatief de meest onveilige vervoerswijze (relatie tussen aantal geregistreerde Onder fietsers vallen de meeste bromfietsen en slachtoffers aantal slachtoffers onder Uit de analyse blijkt dat de meeste verkeersslachtoffers in Haarlem bromfietsers). Wel is verkeersdeelnemers in Haarlem een daling vallen onder de zogenoemde kwetsbare en dan met name de groep die gebruik maakt van de fietsinfrastructuur. In de zien in het bevindingen aantal geregistreerde analysete komen de volgende naar voren: • De kwetsbare verkeersdeelnemers (actieve mobiliteitsgebruikers bromfietsen. Ondanks dat, is het aantal en motorrijders) vormen veruit de grootste groep van de verkeersslachtoffers. Dit betreft meer dan 80%van de slachtoffers. bromfietsslachtoffers wel gestegen. • Bijna 60% de slachtoffers betreft iemand die gebruik maakt van de •fietsinfrastructuur Het aantal geregistreerde (fietser, e-bike, snorfiets). snorfietsen neemt • Het aandeel slachtoffers onder fietsers en elektrische fietsers neemt toe.datDit isaantallen ook terug te zien een toe.

juist Dit betekent deze sneller stijgen dan in bij de andere vervoerswijzen. Het aantal verkochte e-bikes stijgt sterk. stijging van het aantal slachtoffers op een • De veiligheid van de fietsinfrastructuur is een zorgpunt, omdat niet snorfiets. overal passende fietsvoorzieningen zijn. Denk hierbij aan ontbreken van vrijliggende fietspaden, te smalle fietsvoorzieningen en aanwezigheid van obstakels (zoals fietspaaltjes). Dit leidt onder andere tot veel eenzijdige ongevallen met fietsers (ongevallen zonder betrokkenheid van andere verkeersdeelnemers). Ziekenhuisgegevens van de regio Haarlem-IJmond laten zien, dat ongeveer 50% van de fietsslachtoffers viel bij een eenzijdig fietsongeval. De bromfiets is relatief de meest onveilige vervoerswijze (relatie tussen aantal geregistreerde bromfietsen en aantal slachtoffers onder bromfietsers). Wel is in Haarlem een daling te zien in het aantal geregistreerde bromfietsen. Ondanks dat, is het aantal bromfietsslachtoffers wel gestegen. Het aantal geregistreerde snorfietsen neemt juist toe. Dit is ook terug te zien in een stijging van het aantal slachtoffers op een snorfiets.

Bij bovengenoemde conclusies moet worden opgemerkt, dat het aandeel slachtoffers onder Bij hiernaast genoemde conclusies moet worden opgemerkt, dat het aandeel slachtoffers onder fietsers in Haarlem in werkelijkheid nog fietsers in Haarlem in werkelijkheid nog hoger ligt. hoger De politie registreert namelijk alle Uit een ligt. De politie registreert namelijk niet alleniet ongevallen. inventarisatie de spoedeisende blijkt dat het aandeel gewonde ongevallen. Uit een inventarisatie van de spoedeisende hulpvanblijkt dat hethulp aandeel gewonde • fietsers rond 63% ligt (in plaats van rond 39% uit politiegegevens). Tevens gaan niet alle slachtoffersTevens naar de spoedeisende hulp. fietsers rond 63% ligt (in plaats van rond 39% uit politiegegevens). gaan niet alle slachtoffers naar de spoedeisende hulp. •

Hoofdpunten in de aanpak gericht op fietsers 1. Prioriteit voor veiligheid fietsers. Op knelpunten bij wegen of locaties die onderdeel zijn van

8

Hoofdpunten in de aanpak gericht op fietsers 1. Prioriteit voor veiligheid fietsers. Op knelpunten bij wegen of locaties die onderdeel zijn van het primaire fietsroutenetwerk hebben keuzes voor de verkeersveiligheid van fietsers prioriteit. In ruimtelijke plannen wordt expliciet rekening gehouden met de veiligheid van fietsers. 2. Scheiden van auto’s en fietsers. Samenhang wegenstructuur en fietsnetwerk: fietsers op eigen infrastructuur. Het realiseren van goede fietsvoorzieningen bij alle 50km-uur wegen. 3. Meer ruimte voor fietsers. Realiseren van voldoende brede fietspaden, rekening houdend met de aantallen gebruikers. Bij onvoldoende ruimte in het dwarsprofiel is het ontwikkelen van nieuwe parallelle fietsroutes (ontvlechten) een oplossing. 4. Veilige inrichting van fietspaden. Uitgangspunt is om fietsvoorzieningen zo vergevingsgezind als mogelijk in te richten (bijv. schuine stoepranden en saneren van paaltjes en obstakels) om eenzijdige ongevallen met tweewielers te verminderen. 5. Aanpak risicolocaties fietsverkeer. Onderzoek naar oorzaken van onveiligheid op risicolocaties voor fietsers en het aanpakken daarvan.

3.1 Hoofdpunt 1: Prioriteit voor veiligheid fietsers De geschiedenis leert dat actieve mobiliteit een kwetsbare groep verkeersdeelnemers is en moet daarom extra beschermd worden. Dit geldt ook in Haarlem. Actieve mobiliteit heeft een belangrijke rol in de leefbaarheid van de stad en daarom is in de SOR2040 de positie van voetgangers en fietsers centraal gesteld. Uit de analyses blijkt dat onder de brede groep fietsers (fiets, e-bike, snorfiets) veruit de meeste slachtoffers vallen. Daarom is in dit verkeersveiligheidsbeleid de focus gelegd op deze groep. Waar in het verdere beleidsplan wordt gesproken over ‘fietsers’, wordt een bredere groep tweewielers bedoeld, die gebruik maken van het fietspad (fiets, e-bike, snorfiets).

Verbeteren van de veiligheid voor fietsers draagt bij aan de aantrekkelijkheid van het fietsgebruik en de kwaliteit van de stad. Uit onderzoek blijkt dat bij een toename van het fietsaandeel een (enigszins) lager verkeersveiligheidsrisico te verwachten is.4 Bovendien ondersteunt deze prioriteit ook de beoogde mobiliteitstransitie in het mobiliteitsbeleid en de doelen uit de SOR2040. Dit hoofdpunt omvat de ambitie om in alle ruimtelijke plannen in de openbare ruimte expliciet rekening te houden met de veiligheid van actieve mobiliteit en in het bijzonder de fietsers. In de volgende hoofdpunten (volgende paragrafen) is deze ambitie vertaald naar een concrete aanpak. Het beleid en de maatregelen onder de prioriteit ‘Focus op de fietser’ overlappen of raken aan maatregelen uit de andere twee prioriteiten (hoofdstuk 3 en 4). Door dit onderscheidt expliciet te maken krijgen fietsers daadwerkelijk prioriteit en een centrale positie in de keuze voor maatregelen. Deze ambitie om fietsverkeer centraal te stellen geldt voor alle plannen die in Haarlem spelen. In de verkeersveiligheidsanalyse zijn gegevens verzameld die inzicht geven in de specifieke aandachtspunten voor de verkeersveiligheid van het fietsverkeer. De kaart in Figuur 3 toont de belangrijkste aandachtspunten waar met dit verkeersveiligheidsbeleid aan gewerkt wordt.

Hierbij ligt er een belangrijke relatie met het Actieplan Fiets5 en de fietsmonitor. Maatregel 1: In ruimtelijke plannen over de openbare ruimte wordt de positie van fietsers centraal gesteld.

4 Rijkswaterstaat, Effect toename fietsaandeel op verkeersveiligheid, 2005 5 Het Actieplan Fiets 2020-2022 volgt de ingezette koers uit de Structuurvisie Openbare Ruimte 2040 (SOR) en het coalitieprogramma ‘Duurzaam Doen 2018-2022’.

9

3.2 Hoofdpunt 2: Scheiden van auto’s en fietsers Een van de principes van Duurzaam Veilig is ‘homogeniteit’. Hierbij wordt er naar gestreefd om ontmoetingen tussen snelheidsverschillen en tussen massaverschillen te voorkomen. In Haarlem wordt dit principe als uitgangspunt genomen en dit wordt ingevuld door autoverkeer en fietsers van elkaar te scheiden. In de praktijk wordt dit gedaan door bij de gebiedsontsluitingswegen (in Haarlem veelal de 50km-wegen) altijd vrijliggende fietspaden aan te leggen. De snelheidsverschillen en massaverschillen tussen auto’s en fietsers zorgt voor een grotere kans op een ernstige afloop. Door het scheiden van auto’s en fietsers wordt het aantal ontmoetingen beperkt, wat ook de kans op slachtofferongevallen indamt. Waar autoverkeer en fietsverkeer wel gemengd is (zoals in woonwijken), wordt een lagere snelheid van het autoverkeer noodzakelijk. Hiermee wordt de kans en ernst van eventuele ongevallen omlaag gebracht. De afweging voor de noodzaak van vrijliggende fietspaden hangt samen met de keuze voor de wegcategorisering en inrichting van een veilige infrastructuur (zie hoofdstuk 4).

x x x x x x x

x

x

x

x

x

x x x

x

x

x

x x

x

x

x x x

Ontbreken vrijliggend fietspad bij 50km-weg Te smal fietspad voor aantal fietsers

x Kruisingen hoofdstructuur fiets en auto Risicolocaties fiets

01

Figuur 3 Aandachtspunten in het fietsnetwerk uit de verkeersveiligheidsanalyse

Vanuit het principe homogeniteit zijn maatregelen nodig om auto’s en fietsers verder te scheiden. Daar waar op gebiedsontsluitingswegen nog geen vrijliggende fietspaden zijn, worden deze aangelegd. Bij het aanleggen (of verbreden van) vrijliggende fietspaden is het mogelijk om te kiezen voor tweerichtingenfietspaden. De noodzaak of wenselijkheid van een tweerichtingenfietspad hangt af van de beoogde kwaliteit van de fietsroute en de specifieke lokale omstandigheden. Tweerichtingenfietspaden kennen echter een verkeersveiligheidsaandachtspunt bij het kruisen met het autoverkeer, met name bij voorrangskruispunten en uitritten. Bij de keuze voor tweerichtingenfietspaden gelden daarom altijd de voorwaarden dat er voldoende ruimte is om een volwaardig fietspad te realiseren en dat de verkeersveiligheid is geborgd. Ook daar waar grote autostromen en fietsstromen elkaar kruisen is het wenselijk om hier het snel- en langzaam verkeer te scheiden. Dit gebeurt primair door op deze punten extra ruimte te creëren voor de fietsers en waar mogelijk en haalbaar door het realiseren van ongelijkvloerse kruisingen met fietstunnels of fietsbruggen. Dit is echter maar op een beperkt aantal locaties mogelijk, vanwege de beperkte beschikbare ruimte.

Ook slimme afstelling van verkeerslichten is een maatregel die bijdraagt aan de verkeersveiligheid (bijvoorbeeld door deelconflicten te vermijden of door meer groen te geven aan fietsers). Het gaat hierbij om locaties waar een regionale of hoofdfietsroute (zie figuur 3) een gebiedsontsluitingsweg kruist.

10

Onderdeel van het scheiden van autoverkeer en fietsers is dat binnen de bebouwde kom de bromfietsers (en speed-pedelecs) op de rijbaan moeten rijden. Hiermee worden snelheidsverschillen op de fietspaden voorkomen. Daar waar dit in Haarlem nog niet volledig is doorgevoerd wordt dit zoveel als mogelijk alsnog gedaan. Maatregel 2a: Aanleg van vrijliggende fietspaden langs gebiedsontsluitingswegen. Maatregel 2b: Optimaliseren maatregel Bromfiets op de rijbaan Maatregel 2c: Er wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om de snorfiets naar de rijbaan te verwijzen waarbij de veiligheids aspecten aan bod komen. In dit onderzoek worden ook de kosten die nodig zijn om de snorfiets op ordentelijke wijze op de rijbaan te krijgen in beeld gebracht. Een afweging wordt aan de raad teruggelegd.

Positie van de snorfiets De snorfiets moet in principe gebruik maken van de fietspaden. In grote delen van Amsterdam is de snorfiets verplicht om gebruik te maken van de rijbaan. In Haarlem is nader onderzoek nodig om uit te wijzen welk effect deze maatregel in Haarlem heeft voor de veiligheid van de snorfietserts zelf, maar ook voor de andere weggebruikers en voor de interactie met elkaar. Hierbij spelen de volgende zaken een rol: • Er wordt een helmplicht voor snorfietsers ingevoerd. Op dit moment wordt landelijk nieuwe wetgeving voorbereid om de helmplicht voor snorfietsers in te voeren. De verwachting is dat hierdoor het aandeel snorfietsers afneemt ten gunste van de bromfiets, speed-pedelecs (beiden zijn al verwezen naar de rijbaan) en (elektrische) fietsen. Hierdoor is de verwachting dat de helmplicht de verkeersveiligheid in Haarlem zal verbeteren, zonder dat hier aanvullende acties (zoals verwijzen naar de rijbaan) voor nodig zijn. In hoeverre deze verwachting uitkomt, wordt onderzocht en gemonitord. • Andere maatregelen rond snorfietsers. In het beleidsplan worden in afwachting van de landelijke ontwikkeling en nader onderzoek andere maatregelen genomen, die ook bijdragen aan het verkeersveiligheidsvraagstuk rond snorfietsers en overige gebruikers van het fietspad. Denk hierbij aan het verbeteren van de fietsvoorzieningen en educatie voor risicogroepen.

Deze maatregelen zijn naar verwachting kostenefficiënter en hiervan is bekend dat ze daadwerkelijk bijdragen aan de veiligheid.

11

3.3 Hoofdpunt 3: Meer ruimte voor fietsers Om daadwerkelijk prioriteit te geven aan de groep fietspadgebruikers moet meer ruimte aan fietsers worden gegeven. Letterlijk door echt meer ruimte voor actieve mobiliteit in de openbare ruimte te creëren, zoals bredere fietspaden. Figuurlijk door in (ontwerp)keuzes prioriteit te geven aan de kwaliteit van fietsvoorzieningen (bijv. ten koste van parkeren of een rijstrook voor het autoverkeer). Het belang van meer ruimte voor fietsers hangt ook samen met het groeiend aantal gebruikers en nieuwe typen vervoerswijzen. De trend van toenemend aantal e-bikes en typen vervoerswijzen (zoals de elektrische bakfietsen) heeft ook impact op de snelheidsverschillen en verkeersveiligheid op het fietspad. Des te meer van belang om voldoende ruimte te bieden aan dit verkeer. Met de beoogde mobiliteitstransitie neemt het aantal fietsers verder toe, waarbij er voldoende ruimte moet zijn om hen een veilige plek in het verkeer te bieden. Daarnaast komen er steeds meer typen vervoerswijzen (zoals elektrische steps, elektrische fietsen, bakfietsen, bezorgdiensten), die gebruik maken van dezelfde voorzieningen. Door meer ruimte te bieden maken ze makkelijker ongehinderd van dezelfde voorzieningen gebruik met minder risico’s.

3.3.2 Voldoende ruimte voor de groep fietsers Het ruimte bieden in letterlijke zin bestaat uit het realiseren van voorzieningen die voldoende breedte hebben en voldoende opstelruimte bij kruispunten en oversteekplaatsen. Dit is nodig om voldoende ruimte te bieden voor het groeiend aantal fietsers en de toename in typen vervoerswijzen. De benodigde breedte hangt af van de hoeveelheid gebruikers. Hiervoor worden de richtlijnen uit de Ontwerpwijzer fietsverkeer (CROW, publicatie 351) gevolgd. Tabel 1 toont een overzicht van de gewenste breedtes voor hoofdfietsroutes. Voor het regionaal fietsnetwerk en hoofdfietsnetwerk wordt standaard uitgegaan van de voorkeursbreedte. In het Haarlemse fietsnetwerk (zie Figuur 4 Fietsnetwerk Haarlem uit het Mobiliteitsbeleid 2020-2030) is ook een aantal ‘ontvlochten routes’ aangegeven. Dit zijn alternatieve routes voor een aantal drukke fietsroutes. Deze ontvlochten routes worden ook met hoge kwaliteit en ruim ontworpen, om zo daadwerkelijk een aantrekkelijk alternatief te zijn om de drukke fietsassen te ontlasten.

3.3.1 Belang van fietsers voorop bij integrale keuzes Bij ontwikkelingen in de stedelijke omgeving van Haarlem moeten keuzes gemaakt worden. Er is onvoldoende ruimte om alles volledig in te passen. Op knelpunten bij wegen of locaties die onderdeel zijn van het regionale of hoofdfietsroutenetwerk (zie Figuur 4) hebben keuzes voor de verkeersveiligheid van actieve mobiliteit prioriteit. Dit betekent dat er soms keuzes worden gemaakt ten koste van andere belangen, zoals de ruimte/doorstroming voor het autoverkeer, de mogelijkheid om te parkeren of eventueel de hoeveelheid groen. Hiervoor moet altijd een integrale afweging worden gemaakt en hier wordt op getoetst (zie ook paragraaf 3.5). Maatregel 3: Bij ruimtelijke plannen op of bij het regionale of hoofdfietsnetwerk wordt de verkeersveiligheid van fietsers voorop gesteld. In de betreffende plannen wordt expliciet onderbouwd hoe de verkeersveiligheid van het fietsverkeer wordt geborgd.

12

Type fietsvoorziening Voorkeursbreedte Vrijliggend fietspad eenrichting > 2,5 m Vrijliggend fietspad tweerichtingen 4,5 – 5,0 m Solitair fietspad tweerichtingen 4,5 – 5,0 m Fietsstraat (centrale loper) 4,5 m Fietsstraat (fietsstroken) (per richting) 2,0 m Voetpaden 2,5 m Opstelruimte (tussenberm of middengeleider) > 2,5 m Tabel 1 Gewenste breedte voorzieningen actieve mobiliteit (o.b.v. CROW, Ontwerpwijzer fietsverkeer, 2017 )

Het verbreden van fietspaden op bestaande routes zijn ingrijpende maatregelen, die verdergaande effecten hebben dan alleen verkeersveiligheid. Denk hierbij aan gevolgen voor groen en parkeren en (daarmee) de belangen van omwonenden. Hiervoor zijn brede (integrale) afwegingen nodig, waar alle aspecten in worden meegewogen. Dit wordt gedaan in de sleutelprojecten uit de SOR2040 (wanneer van toepassing) of stedenbouwkundige visies. Dit leidt op de langere termijn tot structurele verbetering van de verkeersveiligheid. Vooruitlopend daarop worden op de kortere termijn kleinschaliger maatregelen genomen om de risico’s op de (te) smalle fietspaden te verminderen. Denk hierbij aan het afschuinen van hoogteverschil (bijv. tussen fietspad en trottoir) en het wegnemen van obstakels direct op of langs het fietspad.

01

Maatregel 4a: Nieuwe fietsvoorzieningen worden voldoende ruim gedimensioneerd, conform de richtlijnen van het CROW en rekening houdend met (toekomstige) hoeveelheid fietsverkeer. Maatregel 4b: Bestaande fietspaden die te smal zijn worden bij voorkeur verbreed tot de voorkeursbreedte. Bij de aanpak van de betreffende wegen wordt in een integrale afweging onderzocht in hoeverre verdere verbreding mogelijk is. Maatregel 4c: Op bestaande fietspaden die te smal zijn worden op korte termijn kleinschalige maatregelen genomen om de verkeersveiligheidsrisico’s te beperken.

Figuur 4 Fietsnetwerk Haarlem uit het Mobiliteitsbeleid 2020-2030

13

3.4 Hoofdpunt 4: Veilige inrichting van fietsroutes

3.5 Hoofdpunt 5: Risicolocaties fietsverkeer

Naast voldoende breedte van de fietsvoorzieningen is een vergevingsgezinde inrichting van de fietsroutes van belang. Uit ziekenhuisgegevens blijkt dat veel verkeersslachtoffers het gevolg zijn van een eenzijdig ongeval onder fietsers, voor een groot deel in samenhang met paaltjes of trottoirbanden. Uitgangspunt is daarom om fietsvoorzieningen zo vergevingsgezind als mogelijk in te richten (geen paaltjes en wel schuine trottoirbanden) en obstakels in de huidige situatie te saneren. Denk hierbij aan6: 1. Saneren van paaltjes en obstakels op of direct naast het fietspad. Paaltjes die niet verwijderd kunnen worden, zijn duidelijk zichtbaar door materiaal, kleur en inleidende markering of (led) verlichting. 2. Voldoende kwaliteit van de verharding van fietspaden en gebruik van herkenbare kleur. 3. Saneren van verticale trottoirbanden. Om de kans dat fietsers uit balans raken te verkleinen, gaat de voorkeur uit naar afgeschuinde stoepranden (boordstenen). 4. Aandacht voor voldoende zicht bij schemer en duisternis. Bijvoorbeeld door (kant)markering en verlichting bij fietspaden van goede kwaliteit en hoog onderhoudsniveau. 5. Schampstrook tussen de fietsstrook en geparkeerde (vracht)auto’s. Botsingen van fietsers tegen autoportieren kunnen voorkomen. Bij de inpassing van schampstroken speelt in Haarlem de beperkte ruimte een rol en wordt er maatwerk toegepast.

Naast de risicogestuurde en preventieve aandachtspunten is ook een aantal specifieke locaties waar relatief veel slachtoffers onder fietsers vallen (zie Figuur 3 Aandachtspunten in het fietsnetwerk uit de verkeersveiligheidsanalyse op bladzijde 10). Deze gevaarlijke locaties worden nader onderzocht op de oorzaken van onveiligheid op deze plekken en aangepakt om de verkeersveiligheid te verbeteren. In de loop van de tijd veranderen risicolocaties. Daarom wordt periodiek gemonitord op het ontstaan van eventuele nieuwe risicolocaties, waar moet worden ingegrepen (zie hoofdstuk 7). Maatregel 6: Onderzoek naar oorzaken van onveiligheid op risicolocaties voor fietsers en het nemen van maatregelen om de verkeersveiligheid op deze locaties te verbeteren.

Maatregel 5a: Bij nieuwe fietspaden of aanpassingen aan bestaande fietspaden moet het vergevingsgezind ingericht worden, door bijvoorbeeld het toepassen van schuine trottoirbanden en saneren van paaltjes en obstakels. Maatregel 5b: Bij bestaande fietspaden wordt geïnventariseerd waar obstakels verwijderd of beter zichtbaar kunnen worden. Dit kan goed in samenwerking met burgers en belangenorganisaties worden gedaan. Bij geconstateerde problemen worden obstakels verwijderd of beter beveiligd.

6

CROW, SWOV, Factsheet Investeren in verkeersveiligheid, Kennis netwerk SPV, 2020

14

4. Veilige infrastructuur Veilige inrichting van wegen vraagt aandacht De verkeersveiligheid wordt voor een groot deel beïnvloed door de eigenschappen van de wegen. Het wegennet van Haarlem bestaat bijna geheel uit 50km-wegen en 30km-wegen. Uit de analyse blijkt het volgende over de veiligheid van de wegen: 1. Bijna 80% van alle slachtoffers valt op de 50km-wegen. Dit is voor een groot deel te verklaren door het feit dat op deze wegen ook het meeste verkeer rijdt. Op deze wegen zijn ook de negentien ongevallenconcentraties terug te vinden (zie Figuur 8). Verder is te constateren dat bij een groot deel van de 50km-wegen geen vrijliggende fietsvoorzieningen aanwezig zijn. En als deze er wel zijn, zijn ze vaak te smal gezien de hoeveelheid fietsverkeer. 2. Op de 30km-wegen valt ongeveer 20% van de slachtoffers, maar hier rijdt ook aanmerkelijk minder verkeer. Hiermee rekening houdend, is de kans dat een verkeersdeelnemer op een 30kmweg een ongeval krijgt groter dan op 50km-wegen. Dat er minder ongevallen gebeuren, wil niet zeggen dat de 30km-wegen veiliger zijn. 3. Een belangrijk aandachtspunt zijn de (ongewenste) grijze wegen. Dit zijn wegen waar het niet duidelijk is of er nu sprake is van een 50kmof een 30km-weg. Dit leidt tot onveilig gedrag en daarmee een groter verkeersveiligheidsrisico.

Vanuit de principes van Duurzaam Veilig is een eenduidige, herkenbare en onderscheidende inrichting nodig. 4. Op een aantal wegen in Haarlem wordt te hard gereden. De snelheidsovertredingen zijn voornamelijk terug te zien op 50kmwegen aan de randen van de stad. Maar ook op een deel van de 30km-wegen wordt de snelheidslimiet overschreden.

Hoofdpunten in de aanpak voor veilige infrastructuur 1. Werken aan een veilig wegennetwerk. Duidelijke keuze voor de functie van een weg op basis van de wegcategorisering. Duidelijke aanpak van de grijze wegen. Een aantal 50km-wegen wordt opgenomen in het verblijfsgebied en daarmee 30km-zone. 2. Veilig ontwerp van wegen: Haarlem kiest voor veilige 30kmgebieden. De verblijfsgebieden worden ingericht als goede 30km-zones. De gebiedsontsluitingswegen (meestal 50kmwegen) worden waar nodig aangepast, om aan te sluiten bij de inrichtingseisen voor dit type wegen. Op kruispunten tussen twee gebiedsontsluitingswegen wordt waar mogelijk voor rotondes gekozen. 3. Aanpak risicolocaties. De verkeersongevallenconcentraties worden nader onderzocht op oorzaken van onveiligheid en hier worden maatregelen genomen om de verkeersveiligheid te verbeteren. 4. Verkeersveiligheid bij scholen. Per school wordt een budget beschikbaar gesteld om gezamenlijk (school, politie en gemeente) de verkeersveiligheid te verbeteren, door een betere infrastructuur, gedragscampagne en/of extra educatie. 5. Verkeersveiligheid in ruimtelijke plannen. Bij plannen voor aanpassingen in de openbare ruimte (zoals bij onderhoud) worden duidelijke eisen gesteld vanuit verkeersveiligheid en hier wordt op getoetst.

15

4.1 Hoofdpunt 1: Werken aan een veilige wegennetwerk De gemeente zorgt voor een veilige weginrichting. Een veilig ontwerp en herkenbare inrichting van de wegen is een belangrijke basis om een veilig verkeersgedrag te waarborgen. Het ontwikkelen van een veilig verkeerssysteem gebaseerd op de wegcategorisering conform Duurzaam Veilig staat hierin centraal. In het Mobiliteitsbeleid is gekozen voor het principe “30 km/u, tenzij”, waarbij in de stad wegen een snelheidslimiet van 30km/u krijgen, tenzij er goede redenen zijn voor een hogere snelheidslimiet. Om hierbij de verkeersveiligheid te borgen, legt de gemeente Haarlem de wegen en paden zoveel mogelijk volgens de CROWontwerprichtlijnen aan. 4.1.1 Belang van overeenkomst in functie, inrichting en gebruik Een belangrijke basis in de Duurzaam Veilig aanpak is de wegcategorisering. Door aan alle wegen een duidelijk functie toe te wijzen (wegcategorie) en de inrichting van de wegen conform deze functie in te richten, ontstaat een samenhangend wegennet. Door wegen in te richten via de principes van Duurzaam Veilig kan de inrichting van de weg het correcte gedrag van weggebruikers afdwingen. Met ingrepen in de infrastructuur verbeteren we de verkeersveiligheid van wegen. Dit zorgt ten eerste voor een goed gebruik van de wegen, met het doorgaand verkeer op de daarvoor geschikte wegen en rustige verblijfsgebieden.

Ten tweede zorgt een bijpassende inrichting dat het voor de weggebruikers duidelijk is welk verkeersgedrag wordt gevraagd. In Haarlem komen deze wegcategorieën het meest voor: 1. Erftoegangswegen (onder andere woonwijken en winkelgebieden). Dit zijn de gebieden waar de ruimtelijke kwaliteit en het verblijven centraal staan. Hier geldt een lage snelheid (30km-zone of woonerf met 15 km/uur) om ontmoetingen tussen verkeersdeelnemers veilig te laten verlopen. Er is geen doorgaand verkeer door het gebied. Met het principe “30km/u, tenzij” is dit type weg het uitgangspunt, tenzij er redenen zijn voor een hogere snelheidslimiet en daarmee een functie als gebiedsontsluitingsweg. 2. De gebiedsontsluitingswegen. Dit zijn de doorgaande wegen in de stad. Een goede doorstroming op deze wegen is van belang om de stad bereikbaar te houden. Dit zijn veelal 50km-wegen. De gebiedsontsluitingswegen zijn ook de belangrijke routes voor het (hoogwaardig) openbaar vervoer, nood- en hulpdiensten. Tevens zorgt een netwerk van gebiedsontsluitingswegen ervoor dat het mogelijk is om rustige verblijfsgebieden in te richten. Dit voorkomt ongewenst sluipverkeer door woongebieden.

Het kiezen van een aanpak conform de wegcategorisering en het principe “30km/u, tenzij” vraagt ook om duidelijke keuzes. Voor veel wegen is de wegcategorie en bijpassende inrichting duidelijk. In het Mobiliteitsbeleid zijn wegen benoemd waar een nadere afweging voor de best passende wegcategorie nodig is. Vanuit verkeersveiligheid vraagt om duidelijke keuzes die consequent moeten worden doorgevoerd tot de inrichting van de wegen. Deze keuzes komen daarbij mogelijk niet aan alle belangen tegemoet. 4.1.2 Geen grijze wegen Vanuit de optiek van verkeersveiligheid zijn grijze wegen ongewenst 7. De ervaring leert namelijk dat deze onduidelijkheid (onbewust) leidt tot verkeersonveilig gedrag en daarmee een grotere kans op ongevallen. Ook past het niet bij de filosofie van Duurzaam Veilig. Hierbij kunnen twee typen grijze wegen worden onderscheiden: • Onduidelijkheid over de functie van de weg (gebiedsontsluitingsweg of verblijfsgebied). In het gebruik van de weg is er een menging van zowel de verblijfsfunctie als verkeersfunctie. Het kan bijvoorbeeld gaan om een weg met 50km/uur met veel winkels en daarmee veel overstekende voetgangers. Vaak heeft dit tot gevolg dat de inrichting van de weg ook niet eenduidig is vormgegeven (zie punt hieronder).

• De functie van de weg is duidelijk, maar de inrichting is hier onvoldoende op aangepast (denk hierbij aan fietsers op de rijbaan bij een gebiedsontsluitingsweg of aan een brede asfaltrijbaan in een 30km-zone). Voor weggebruikers ontstaat hierdoor onduidelijkheid, bijvoorbeeld of men nu 50 of 30km/uur mag rijden. Het bepalen welke weg als ‘grijs’ kan worden bestempeld kan worden bepaald door te beoordelen of de gekozen wegcategorisering consequent is doorgevoerd in de inrichting van de weg (aan de hand van de CROWrichtlijnen). Vaak is de onduidelijkheid in functie terug te zien in de hoeveelheid verkeer en het verkeersgedrag. Daarnaast kunnen ook de ervaringen van verkeersdeelnemers, omwonenden en belangenpartijen (zoals hulpdiensten en openbaar vervoer) leiden tot constatering dat een weg als grijze weg is te typeren. 7 In de aanpak is de ambitie om het aantal grijze wegen zoveel mogelijk terug te brengen. De stedelijke omgeving in Haarlem maakt deze aanpak dermate complex dat voor een aantal wegen een passende oplossing niet mogelijk is. Er zijn eerste overwegingen (o.a. door de SWOV) of het mogelijk is om een gebiedsontsluitingsweg met lage snelheidslimiet (GOW30) te introduceren. Maar ook op dit type wegen blijft snelheidsbeheersing bij 30km-uur een uitdaging.

Tot nu toe is de toepassing van GOW30 als onderzoek gestart, maar er is nog geen inzicht in de werkelijke effecten.

16

In Mobiliteitsbeleid is het principe “30km/uur, tenzij” aangehouden, waarbij in het beleid is aangegeven welke wegen 50km/u moeten blijven en op welke wegen een nadere afweging nodig is (zie bijlage 3). Voor de laatste groep is een gedegen afweging voor de best passende functie nodig. Kern van het ontstaan van grijze wegen is dat bij een weg zowel de verkeersfunctie als de verblijfsfunctie een prominente rol spelen. Beide functies zijn niet op een veilige manier met elkaar te combineren. Daarom moet voor elke weg afzonderlijk beoordeeld worden wat in die omstandigheden de best passende wegcategorie en bijpassende snelheid is. De afweging hoe om te gaan met een grijze weg is echter complex. Inhoudelijk gezien komen veel verschillende factoren samen en bovendien hebben verschillende partijen hier (vaak tegengesteld) belang bij. Figuur 5 laat zien welke aspecten in de afweging minimaal meegenomen moeten worden. De keuze is nooit gebaseerd op één aspect, maar is een afweging van alle aspecten samen. Wanneer de balans doorslaat naar verblijfsfunctie is het verstandig een 30km-zone te kiezen. Bij dominantie van de verkeersfunctie is een gebiedsontsluitingsweg een logische keus. In alle gevallen moet de inrichting van de weg wel worden aangepast bij de gekozen functie (zie paragraaf 4.2).

Maatregel 7: Bij de beoordeling en aanpak van grijze wegen en inrichting van toekomstige wegen worden minimaal de aspecten in figuur 5 meegenomen om tot best passende functie en bijbehorende inrichting van de weg te komen. Er komt een onderzoek naar de mogelijkheid van GOW 30 wegen. Hierin worden busroutes meegenomen als specifiek aandachtspunt.

Verblijfsfunctie • Voornamelijk bestemmingsverkeer • Lage intensiteit van het autoverkeer • Voorzieningen (zoals woningen, winkels, etc.) direct aan de weg • Aanwezigheid van erfaansluitingen en uitritten • Aanwezigheid parkeren • Geen openbaar vervoer

Verkeersfunctie • Voornamelijk doorgaand verkeer • Hoge intensiteit van het autoverkeer • Geen voorzieningen direct aan de weg (eventueel woningen) • Geen uitritten (eventueel alleen voor woningen) • Geen parkeren (eventueel langsparkeren in vakken) • Aanwezigheid (hoogwaardig) openbaar vervoer

Figuur 5 Aspecten in het afweegkader grijze wegen en inrichting toekomstige wegen

In het Mobiliteitsbeleid zijn diverse wegen in Haarlem aangewezen om de mogelijkheid te onderzoeken voor aanpassing naar wijkontsluitingsweg (GOW 30km/u) of woonstraat 30km/u. Over het fenomeen gebiedsontsluitingsweg 30km/u wordt sinds korte tijd nagedacht (onder andere door de SWOV). Hier loopt nog discussie over en er zijn nog geen duidelijke criteria wanneer dit toegepast kan worden. Ook bij een gebiedsontsluitingsweg 30km/u is het beheersen van de snelheid een belangrijk aandachtspunt. Dit betekent in de afweging bij voorkeur wordt gekozen voor een gebiedsontsluitingsweg 50km/u of erftoegangsweg (30km/u). De gebiedsontsluitingsweg 30km/u zou dan in uitzonderlijke gevallen gekozen kunnen worden, waarbij extra aandacht nodig is voor geloofwaardige inrichting en snelheidsbeheersing.

17

4.2 Hoofdpunt 2: Veilig ontwerp van wegen Haarlem gaat aan de slag om alle wegen op de juiste manier in te richten passend bij de gekozen wegcategorie. Dit is van belang, zodat met de inrichting het veilige verkeersgedrag als vanzelf ontstaat. Tevens kan dit ongewenste effecten voorkomen. 4.2.1 Haarlem kiest voor veilige 30km-gebieden Het aanwijzen van verblijfsgebieden tot 30km-zones zorgt voor een grotere veiligheid in woon- en verblijfsgebieden. Actieve mobiliteit staat centraal in de verblijfsgebieden en het autoverkeer is te gast. De verkeersveiligheidswinst wordt alleen bereikt als het daadwerkelijk leidt tot veiliger gedrag (zoals een lagere snelheid). Daarom werkt Haarlem er aan om de verblijfsgebieden daadwerkelijk als goede 30km-zones in te richten. Figuur 6 Uitgangspunten inrichting erftoegangsweg toont het wensbeeld voor een goede 30km-zone. Waar verblijfsgebieden nog geen 30km-zone zijn, wordt dit gerealiseerd en in bestaande ‘sobere’ 30km-zones worden aanvullende maatregelen genomen.

Gezien de omvang en massa van bussen in vergelijking met bijvoorbeeld voetgangers en fietsers is het in de basis niet wenselijk om bussen door 30km-gebieden te leiden. Daarbij zorgen snelheidsremmende maatregelen in 30km-zones voor een lagere kwaliteit van het openbaar vervoer (in snelheid en comfort). Alleen een aantal stadsdiensten wordt in 30km-zones geaccepteerd. Hierbij speelt altijd een integrale afweging, waarbij naast verkeersveiligheid ook de lijnvoering, het bedieningsgebied van de buslijn en het sociaal belang van de busdienst een rol spelen. Maatregel 8a: Realisatie van veilige 30km-zones in verblijfsgebieden. Maatregel 8b: In bestaande sobere 30km-zones worden extra maatregelen genomen om de inrichting beter aan te sluiten bij de verblijfsfunctie. Maatregel 8c: Binnenstad aanwijzen en inrichten tot 30km zone met uitzondering op wegen met een dominante verkeersfunctie.

Figuur 6 Uitgangspunten inrichting erftoegangsweg (Basiskenmerken wegontwerp CROW)

18

4.2.2 Haarlem kiest voor veilige 50km-wegen Zoals aangegeven moet de inrichting van de wegen goed aansluiten bij de gekozen functies. Dit betekent ook dat de inrichting de 50km-wegen moet passen bij de wegcategorisering. Helaas hebben nog niet alle 50km-wegen in Haarlem de juiste inrichting. Haarlem werkt eraan om de inrichting van deze wegen te verbeteren. Hierbij vormen de richtlijnen van de CROW de basis (zie Figuur 7 Uitgangspunten inrichting gebiedsontsluitingsweg). Nu zal het zo zijn dat niet bij alle wegen voldoende ruimte beschikbaar is om de gewenste inrichting te bepalen. Omdat bij elke weg andere omstandigheden en belangen spelen, is dit iets dat voor de specifieke locaties nader afgewogen moet worden. De Basiskenmerken wegontwerp van de CROW vormen wel altijd de basis voor deze afweging. Wanneer niet aan de minimale basiskenmerken kan worden voldaan moet heroverwogen worden of een 50km-weg wel de juiste is. Hiervoor wordt dan gebruik gemaakt van Figuur 5 (zie paragraaf 4.1).

Belangrijkste aandachtspunt bij de inrichting van 50km-wegen in Haarlem is de aanwezigheid van vrijliggende fietspaden. In een aantal straten ontbreken deze nog (zie bijlage 3) en moeten deze aangelegd worden. Zie hiervoor ook de aanpak gericht op het fietsverkeer (hoofdstuk 2). Een tweede aandachtspunt zijn de locaties waar de hoofdstructuur fiets en hoofdstructuur auto bij elkaar komen of kruisen (zie Figuur 3 Aandachtspunten in het fietsnetwerk uit de verkeersveiligheidsanalyse). Dit zijn potentieel risicovolle locaties aangezien hier grote hoeveelheden fietsverkeer en autoverkeer samenkomen. Juist dit zijn de locaties waar extra aandacht voor de verkeersveiligheid van en voldoende ruimte voor actieve mobiliteit nodig is. Kruispunten In Haarlem zijn veel kruispunten tussen 50km-wegen geregeld met verkeerslichten, terwijl het aantal rotondes beperkt is. Dit terwijl uit onderzoek blijkt dat rotondes veelal een veiliger kruispuntoplossing zijn8. Bij de aanpak van kruispunten houdt Haarlem het uitgangspunt aan voor een veilige en passende kruispuntoplossing. In veel gevallen kan hierbij worden gekozen voor een rotonde, maar in andere gevallen is een ander type kruispunt beter.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan een situatie met onvoldoende ruimte, een situatie waarbij rotonde de hoeveelheid verkeer niet goed kan afwerken, er veel bussen rijden of wanneer het wenselijk is om specifieke verkeersdeelnemers meer prioriteit te geven in de verkeersafwikkeling. Maatregel 1: In ruimtelijke plannen over de openbare ruimte wordt de positie van fietsers centraal gesteld. Maatregel 2: Duurzaam veilige inrichting van 50 km wegen. Aanleg van vrijliggende fietspaden langs gebiedsontsluitingswegen. Maatregel 9a: Extra ruimte voor fietsverkeer bij kruisingen tussen hoofdstructuur fiets en gebiedsontsluitingswegen. Maatregel 9b: Bij kruispunten tussen gebiedsontsluitingswegen wordt de best passende en veilige kruispuntoplossing gekozen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12268208/1