CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210289103 Beantwoording technische vragen rapporteurs cie Samenleving

gemeenteraad 24 juni 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Raadsstuk bij onderzoeken methode Duisenberg-light jaarstukken 2020 gemeente Haarlem3.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Beantwoording technische vragen van Duisenberg rapporteurs onderzoek cie Samenleving 1. Kunt u aangeven welke verantwoordelijkheden de gemeente wel en niet heeft ten aanzien van de schoolgebouwen in Haarlem (incl relevante wettelijke bepalingen grondslagen) De gemeente is verantwoordelijk voor: - (Vervangende) nieuwbouw - Uitbreiding - In gebruik nemen bestaand gebouw - Kosten van terreinen (aankoop en bouwrijp maken) - Betalen van OZB (eigenaar en gebruiker) en verzekering (inboedel en opstal) - Herstel en vervanging in verband met schade aan gebouw of inboedel - Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair - Herstel van constructiefouten (zoals asbest) - Beschikbaar stellen gymaccommodatie en betalen gymvergoeding exploitatie basis en speciaal onderwijs - Huur van een sportterrein voor een school van voortgezet onderwijs - Tijdelijke huisvesting & huur panden Een en ander is wettelijk geregeld in de: Wet op het Primair Onderwijs (WPO) Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) Wet op de Expertise Centra (WEC) Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Haarlem 2015

2. Kunt u toelichten op welke manier het proces verloopt om te komen tot de planning van nieuwbouw? Wij stellen periodiek het Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs (SHO) op. Dit SHO komt tot stand in overleg met schoolbesturen en gemeentelijke afdelingen. Hierbij wordt input gebruikt als leerlingenprognoses, woningbouwplanning en staat en capaciteit van de schoolgebouwen. De benodigde investeringen voortkomend uit het SHO worden opgenomen in het Investeringsplan (IP) van de gemeente. Afhankelijk van hoeveel er daadwerkelijk wordt toegekend moet er al dan niet geprioriteerd worden. Vervolgens worden voor de concrete jaren de aanvragen voor nieuwbouw door het betreffende schoolbesturen bij de gemeente ingediend voor het Jaarlijkse Onderwijshuisvestingsplan (JOP). 3. Welke afdelingen en instanties (gemeentelijk en daarbuiten) zijn betrokken, en wat zijn hun rollen en verantwoordelijkheden? Binnen de gemeente: - Afdeling JOS: verantwoordelijk voor onderwijshuisvesting - Afdeling Vastgoed: ten aanzien van schoolgebouwen in gemeentelijk eigendom of schoolgebouwen die gehuurd worden - Afdeling ECDW: ten aanzien van duurzaamheid - Afdeling PCM: ten aanzien van projectmanagement bij de uitvoering van projecten waarbij de gemeente bouwheer is - Afdeling PG: ten aanzien van ontwikkelzones, gebieden, projecten - Afdeling OMB: ten aanzien van stedenbouw, monumenten etc. 1

-

Afdeling BBOR: ten aanzien van verkeer, parkeren, groen, water etc. Afdeling VTH: ten aanzien van vergunningverlening Afdeling JZ: ten aanzien van verzekering schoolgebouwen, ondersteuning juridische vragen, bezwaren, bijhouden en opstellen verordening Afdeling Concern Control: ten aanzien van het investeringsplan

Buiten de gemeente: - Schoolbesturen: Zij leveren input voor het SHO, vragen de voorzieningen aan en zijn bouwheer van de projecten. Zij zijn, vanuit hun eigen verantwoordelijkheden, partner van de gemeente. - Adviesbureaus die ingehuurd worden t.b.v. de realisatie van nieuwbouwprojecten - Het bureau dat de leerlingenprognoses opstelt - Mogelijk: een extern bureau dat het SHO opstelt - Het adviesbureau dat in opdracht van de gemeente een second opinion opstelt op het voorlopig en/of definitief ontwerp. 4. Kunt u een meerjarig beeld geven van de ontwikkeling van leerlingenaantallen in Haarlem? Jaarlijks laten wij door een extern bureau een leerlingenprognose opstellen. De meest actuele prognose van 2020 hebben wij bijgevoegd (bijlage ). Voor het voortgezet onderwijs is tevens een regionale prognose uit 2019 beschikbaar en bijgevoegd (bijlage 2). 5. Kunt u aangeven of en zo ja waar afwijkingen hebben plaats gevonden t.a.v. de eerdere prognoses? De prognoses worden jaarlijks opnieuw opgesteld. Dat levert jaarlijkse aanpassingen op. We zien dat met name de toename van het leerlingenaantal minder hard gaat dan eerder verwacht vanwege de later dan verwachte oplevering van woningen. 6.

Kunt u een beeld geven hoe de (demografische) ontwikkeling van de leerlingenaantallen wordt voorspeld? Kunt u hierbij de volgende punten betrekken en mocht dit niet kunnen per punt aangeven waarom dit niet mogelijk is? 6a. Gaat dat per school? (Op welke manier wordt dit gedaan, per school, postcode gebied of een combinatie hiervan?) De leerlingenprognose wordt per school opgesteld. Per school wordt bekeken wat het ‘voedingsgebied’ is: dat is een of meerdere wijken waar de meeste leerlingen vandaan komen. Vervolgens wordt bekeken welk percentage kinderen uit die wijk naar die school gaat (het ‘belangstellingspercentage’). Vervolgens wordt dat percentage toegepast op de demografische ontwikkeling van de wijk. Bij die demografische ontwikkeling wordt gekeken naar de toe- of afname van de bevolking, en dan met name van de bevolking met de leeftijd waarin kinderen worden gekregen. Dit wordt gecombineerd met de ontwikkeling van het aantal woningen in de wijk (toe- of afname). Basisonderwijs is veelal wijkgebonden. Voor het voortgezet onderwijs worden zowel Haarlem als omliggende gemeenten betrokken bij de prognose. 6b. Wordt gewerkt met prognoses van scholen of eigen prognoses? (Op welke manier komen deze prognoses tot stand, wordt hierbij gebruik gemaakt van algoritmes en op welke manier en hoe vaak worden prognoses en algoritmes bijgewerkt?) 2

Er wordt gewerkt met prognoses die in opdracht van de gemeente door een extern bureau jaarlijks worden opgesteld. Hoe en op basis waarvan de prognose wordt opgesteld ligt vast in bijlage 1 van de Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs. De woningbouwplanning die daarbij betrokken wordt, wordt door de gemeente aan dat bureau geleverd en wordt eens per twee jaar geactualiseerd. De prognose wordt gedeeld en besproken met de schoolbesturen. 7. Met begrip voor het feit dat voorspellen moeilijk blijft. Kunt u aangeven in hoeverre de leerlingprognoses voor de gemeente Haarlem de afgelopen jaren overeenkwamen met de daadwerkelijke leerlingaantallen en wat de oorzaak is van mogelijke afwijkingen? We zien de afgelopen jaren dat de werkelijke leerlingenaantallen wat lager liggen dan de aantallen in de prognose. Mogelijke oorzaken daarvan zijn: - Minder woningen opgeleverd dan gepland; - Andere type woningen opgeleverd dan verwacht (bijv. kleinere woningen); - We zien in Haarlem een trend de afgelopen ca. 10 jaar waarbij het aantal kinderen per vrouw sterk is afgenomen. Het is de vraag of die afname zich de komende 10 jaar doorzet of dat er sprake zal zijn van een stabilisatie. Dat moet de komende jaren duidelijk worden. Om die reden hebben we in 2020 twee prognoses op laten stellen: een met de variant waarbij de daling doorzet en een met de variant waarbij het stabiliseert. 8.

Kunt u inzicht geven in de capaciteit van de huidige gebouwen? Ja, in bijgevoegd overzicht (zie bijlage) vindt u alle schoolgebouwen in Haarlem, inclusief het bruto vloeroppervlak van de meeste gebouwen. Veruit de meeste gebouwen zijn, conform de onderwijswetgeving, in juridisch eigendom overgedragen aan de schoolbesturen. Daarnaast is een zevental gebouwen eigendom van de afdeling Vastgoed en worden op dit moment 2 gebouwen van derden gehuurd. 9. Is er momenteel voldoende capaciteit voor de huidige leerlingen, en is dat voor de komende jaren ook het geval of dient er bijgebouwd te worden? Op dit moment is voor zowel het basis- als het voortgezet onderwijs voldoende capaciteit beschikbaar wanneer je kijkt naar wijkniveau (basisonderwijs) en stadsniveau (voortgezet onderwijs). Op schoolniveau kan het wel voorkomen dat er meer belangstelling is dan het aantal beschikbare plaatsen. Het VO in de regio hanteert een lotingssysteem en het PO in Haarlem hanteert een plaatsingsbeleid. Op die manier wordt zo efficiënt mogelijk omgegaan met de beschikbare ruimte. We verwachten dat het leerlingenaantal als gevolg van de woningbouwplanning gaat toenemen. Dat is de reden waarom er plannen zijn ontwikkeld om de capaciteit van het onderwijs te vergroten. 10.

Kunt u daarbij een onderverdeling maken tussen basis en voortgezet onderwijs (en eventueel speciaal onderwijs)? Voor alle onderwijsvormen is op dit moment voldoende capaciteit beschikbaar. 11. Op welke manier wordt bij de toetsing van nieuwbouwplannen de capaciteit van de huidige gebouwen in de stad betrokken?

3

Wanneer er behoefte ontstaat aan extra capaciteit wordt in de eerste plaats gekeken of er ruimte is bij andere scholen binnen de verwijsafstand die is opgenomen in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Daarna wordt gekeken of er fysieke uitbreidingsmogelijkheden zijn bij bestaande scholen. Dit om te voorkomen dat scholen versnipperd gehuisvest worden. Wanneer er daadwerkelijk een hele nieuwe school gebouwd moet worden, wordt gekeken of dat op de huidige locatie van de school moet of kan plaatsvinden of dat hiervoor een andere locatie betrokken moet worden. Daarbij wordt nadrukkelijk ook gekeken naar bestaande gebouwen, zowel in bezit van de gemeente als in bezit van anderen. 12. Op welke manier wordt bij de toetsing van nieuwbouwplannen de leerlingenprognoses betrokken en op welke manier wordt hierbij rekening gehouden met leerlingprognoses van omliggende scholen/ de stad? Bij nieuwbouwplannen wordt altijd rekening gehouden met de leerlingenprognoses van de betreffende school. Er wordt niet zo zeer naar leerlingenprognoses van omliggende scholen gekeken (dat is geen verplichting vanuit de Verordening bij de aanvraag) als wel naar de geprognosticeerde leegstand i.v.m. mogelijke verwijzing daar naar toe i.p.v. uitbreiding/nieuwbouw.

Daarbij wordt ook gekeken naar omliggende scholen of de stad als geheel (dat laatste met name bij het voortgezet onderwijs) of zelfs de regio (ook bij voortgezet onderwijs). 13. In de begroting wordt gewerkt met een indicator gestarte nieuwbouw. Kunt u een beeld geven van de opgeleverde nieuwbouw de afgelopen (10) jaren? Hieronder wordt een overzicht gegeven van de volgende categorieën projecten van de afgelopen 10 jaar: - Nieuwbouw: dat wil zeggen, een volledig nieuw gebouw, waarvoor in veel maar niet alle gevallen eerst een ander gebouw gesloopt is; - Levensduur verlengende renovatie: dat wil zeggen het renoveren van een bestaand gebouw, zodanig dat het gebouw voldoet aan de eisen van het huidige bouwbesluit en het gebouw net als nieuwbouw weer ten minste 40 jaar meegaat; - Een combinatie van deze twee, waarbij het bestaande gebouw gerenoveerd wordt en er een substantieel nieuw deel aan wordt toegevoegd. Naast deze drie categorieën zijn er ook kleinere aanpassingen geweest, zoals een gebouw geschikt maken voor een school, een gebouw uitbreiden met een of enkele lokalen, het bijplaatsen van tijdelijke lokalen bij een school of het door de gemeente huren van een gebouw van een derde partij.

Nieuwbouw - Haarlem College (2010) - Plein Oost (Martin Luther King + Hildebrand) (2015) - Praktijkcollege De Schakel (2016) - Spaarne College (2011) - VSO Daaf Geluk (2015) Levensduur verlengende renovatie (+ jaar van gereed komen): - IKC De Argonauten (2019) 4

-

Cruquiusschool (2020) International School Haarlem, loc. Schreveliusstraat (2017) Eerste Christelijk Lyceum, loc. Leidsevaart (2016)

Nieuwbouw + levensduur verlengende renovatie - IKC Wijzer (2017) - Molenwiek Dalton (2019) 14. Kunt u een beeld geven van de doorlooptijd van de opgeleverde nieuwbouw (tussen start en oplevering)? De doorlooptijd is van vele factoren afhankelijk. Wanneer gebouwd kan worden op eigen terrein binnen het bestemmingsplan, kan een project snel (ca. 2-3 jaar) gerealiseerd worden. Wanneer en bestemmingsplan aangepast moet worden, kan de doorlooptijd veel langer worden (ca. 5 jaar). Daarbij is het ook van belang wat verstaan wordt onder ‘start’ van een project: - De opname in het SHO - Het beschikbaar stellen van het budget - Het goedkeuren van het definitief ontwerp - De start van de bouw - Afgifte van de omgevingsvergunning Een en ander is natuurlijk ook afhankelijk van de omvang van een project: een enkel lokaal aanbouwen gaat in de regel sneller dan een volledig nieuwe school voor 1500 leerlingen bouwen. 15. Kunt u inzage geven in de (verdeling van de) financieringsbronnen van de investeringen in nieuwe scholen? Welk deel komt van het Rijk, welk deel vanuit de gemeente en welke vanuit de scholen of andere bronnen? Nieuwe scholen worden voor bijna 100% bekostigd door de gemeente uit het gemeentefonds. Er zijn geen specifieke uitkeringen. Schoolbesturen dragen vaak een klein percentage op het totaal (ca. 5%) bij voor zaken als zonnepanelen of extra kwaliteit bovenop de basis.

In een enkel geval kan er gebruik gemaakt worden van externe subsidies. 16. In 2020 kreeg de gemeente Haarlem €14,1 miljoen uitkering uit het gemeentefonds voor onderwijshuisvesting. Kunt een overzicht geven van de hoogte van deze uitkering de afgelopen (10) jaren? Binnen de Algemene Uitkering (AU) zit het cluster Educatie. In 2020 was de hoogte van dit cluster € 21,9 miljoen (inclusief 3 doeluitkeringen), zie de opbouw hieronder:

5

Binnen het cluster Educatie wordt geen onderscheid en/of onderverdeling gemaakt in middelen voor onderwijshuisvesting. De PO-raad heeft een rekentool ontwikkeld waarmee scholen kunnen berekenen wat een gemeente binnen de AU beschikbaar zou kunnen hebben voor onderwijshuisvesting. Voor de goede orde: een fictieve berekening want de AU wordt niet op die manier berekend of verdeeld. Het door u genoemde bedrag van € 14,1 miljoen herkennen wij dan ook niet. Een onderverdeling over de afgelopen 10 jaar kunnen wij ook niet maken. 17. Kunt u aangeven op welke wijze deze uitkering wordt verdeeld? De werkwijze is als volgt: - Jaarlijks wordt in de begroting geraamd wat nodig is voor de instandhouding van onderwijshuisvesting, deels via de exploitatie, deels via het IP (wat als kapitaallasten in de exploitatie landt). Waar nodig wordt op de P&C-momenten (financieel) bijgesteld - Dekking voor deze ramingen vindt plaats vanuit het Gemeentefonds (AU) - Er is geen sprake van een gelabelde Rijksbijdrage voor onderwijshuisvesting. De middelen die de gemeente ontvangt via het Gemeentefonds zijn vrij besteedbaar. De ontvangen middelen geven enkel een indicatie van wat het Rijk denkt dat op grote lijnen nodig is voor bepaalde taken en clusters.

- In het Gemeentefonds worden middelen ontvangen waarbij ook clusters worden aangegeven, gelabeld als het cluster Educatie is in 2020 € 21,9 miljoen ontvangen. - Dit bedrag in het cluster Educatie komt tot stand door toebedelingen via verschillende maatstaven. Hierbij is te denken aan maatstaven “inwoners” en “leerlingen”, maar ook maatstaven als “oppervlakte binnenwater”, “minderheden” en “omgevingsadressendichtheid” zijn voorbeelden van maatstaven die doorwerking hebben. - Het is niet te bepalen welk deel binnen het cluster Educatie bedoeld is voor onderwijshuisvesting. 6

18. Wat waren de gebudgetteerde kosten en gerealiseerde kosten van de opgeleverde nieuwbouwprojecten de afgelopen (10) jaren?

Project Nieuwbouw Haarlem College (2012/457808)

Budget

Realisatie

Verschil

Plein Oost (2019/48477) Praktijkcollege de Schakel (Excel overzicht) Spaarne College (2012/457808)

5.349.187

5.349.187

0

Deze geringe onderschrijding (0,2%) is niet nader verklaard. Het overschot is teruggevloeid naar de gemeente. n.v.t.

3.517.035

3.517.035

0

n.v.t.

VSO Daaf Geluk (2015/478154)

5.365.646

33.605.257 33.544.788 + 60.469

24.411.914 24.362.355 + 61.198

5.660.716

Levensduur verlengende renovatie IKC De 3.935.592 3.909.240 Argonauten (2020/665266) Cruquiusschool 3.100.000 (2020/496273) International 1.561.674 School Haarlem (PDF)

- 295.070

+ 26.352

3.100.000

0

1.637.072

- 75.398

7

Reden

Deze geringe onderschrijding (0,2%) is niet nader verklaard. Het overschot is teruggevloeid naar de gemeente. Diverse oorzaken voor deze overschrijding (5,5%). Geen post onvoorzien (conform toen geldend beleid), kosten voor het afvoeren van vervuilde grond, faillissement van de installateur in de voorbereidingsfase, het afvoeren van kabels en bouwpuin onder de grond. Het schoolbestuur heeft hiervan 171.498 voor haar rekening genomen, de gemeente de rest (€ 123.572) Deze geringe onderschrijding (0,7%) is niet nader verklaard. Het overschot is teruggevloeid naar de gemeente. n.v.t. Deze renovatie van een monumentaal pand is onder grote tijdsdruk tot stand gekomen. Tijdens de uitvoering van het project zijn diverse onvermijdbare meerwerkposten (4,8%) aan het licht gekomen.

ECL 3.470.000 (2019/48477) Nieuwbouw + renovatie IKC Wijzer 1.929.000 (2019/48477) Molenwiek 4.285.684 Dalton (2017/532494)

3.470.000

0

n.v.t.

1.934.682

- 5.682

4.281.070

+ 4.613

Deze geringe overschrijding (0,3%) is niet nader verklaard. Deze geringe onderschrijding (0,1%) is niet nader verklaard. Het overschot is teruggevloeid naar de gemeente.

19. Wat waren de verschillen? Was er sprake van onder of overschrijding op de budgetten? (En kunt u aangeven wat de redenen voor onder en overschrijdingen waren (indien mogelijk per project). Voor de verschillen en of er sprake was van over- of onderschrijdingen: zie tabel bij vraag 16. In het algemeen kan gesteld worden dat er verschillende momenten kunnen zijn waarop een krediet bijgesteld kan worden, zoals: - Voordat een project gestart is omdat bijvoorbeeld het krediet enkele jaren geleden is geraamd en de prijzen intussen zijn gestegen; - Voordat een project gestart is omdat bijvoorbeeld de scope van het project is gewijzigd, zoals het toevoegen van nieuwe onderdelen; - Na aanbesteding: bijvoorbeeld wanneer blijkt dat geen van de inschrijvers/aannemers het project voor het beschikbare budget kan realiseren; - Tijdens realisatie: bijvoorbeeld wanneer blijkt dat er onvermijdelijke extra kosten gemaakt moeten worden die niet van tevoren voorzien waren (bijvoorbeeld het aantreffen van een olietank) en ook de bouwheer (het schoolbestuur) niet aangerekend kan worden; - Na afloop: in principe kan dit niet voorkomen, omdat eventuele overschrijdingen tijdens het proces aan het licht moeten komen. Overschrijdingen achteraf worden in principe niet vergoed tenzij daarvoor goede verklaringen gegeven worden. Er kan natuurlijk wel een onderschrijding plaatsvinden.

Een eventueel batig saldo komt terug bij de gemeente. 20. Was er sprake van tussentijdse bijgestelde prioritering? De planning van projecten die uitgevoerd worden, worden regelmatig aangepast. Dat gebeurt altijd in overleg met de schoolbesturen. Er is dus regelmatig sprake van tussentijdse bijgestelde prioritering. Dat gebeurt o.a. vanwege een hoger of juist lager beschikbaar budget, hogere kosten na aanbesteding of hogere prioritering van een ander project vanwege bijvoorbeeld een calamiteit. 21. Is er een trend waarneembaar over het wel of niet behalen van het budget? Tijdens de vorige crisis konden projecten in de regel binnen het budget worden gerealiseerd. Tussen 2015 en 2019 liepen budget en kosten steeds meer uit elkaar. Daarvoor zijn twee belangrijke oorzaken aan te wijzen: 1. De aantrekking van de economie 2. Verscherping van de eisen op het gebied van onder andere duurzaamheid, klimaatadaptatie, vergroening en circulariteit. 8

Dit heeft ertoe geleid dat we in 2019, na akkoord van de raad, de budgetten met ca. 30% hebben verhoogd zodat deze meer in lijn zijn met de werkelijke kosten. 22. indien er een trend is, hoe wordt deze geadresseerd? Vanaf 2019 worden de budgetten aangepast aan de markt waarbij gebruik gemaakt wordt van de landelijke bouwkisten index van het bureau BDB en de daadwerkelijke resultaten van lokale aanbestedingen voor onderwijshuisvesting. 23. Welke wettelijke kwaliteitsnormen zijn er voor nieuwe schoolgebouwen? Nieuwe schoolgebouwen moeten voldoen aan het Bouwbesluit. 24. Welke aanvullende kwaliteitsnormen legt de gemeente Haarlem zelf op, boven de wettelijke vereisten? In het SHO 2018-2022 is vanaf pagina 33 een aanzet gedaan om te komen tot een ‘Haarlems kwaliteitskader’. Daarnaast is binnen de gemeente een veelvoud aan beleid vastgesteld op het gebied van (o.a.) circulariteit, klimaatadaptatie, parkeren en duurzaamheid. Een deel van het beleid heeft een meer verplichtend karakter en een deel is meer richtinggevend . 25. Wat zijn de mogelijke consequenties voor doorlooptijden en budgetten van deze aanvullende vereisten? Wanneer er vanuit gemeentelijk beleid meer eisen worden gesteld bovenop de landelijke eisen, zal dit mogelijk leiden tot hogere kosten in de uitvoering. Niet alle gevraagde maatregelen zijn immers terug te verdienen.

Ook kan dit leiden tot een langere doorlooptijd omdat er meer voorbereidingstijd nodig is. Bovendien kan het leiden tot een stapeling van beleid waardoor het steeds moeilijker wordt een project te realiseren. 26. JR2020, pagina 60: De lasten voor onderwijs en sport zijn 38949000, de baten 8.256.000. Kunt u aangeven welk bedrag voor onderwijs, en welk bedrag voor sport was? In de jaarrekening is op pagina 321 en 322 (6.9 productrealisatie) per product terug te vinden wat de lasten en baten voor onderwijs en sport waren. Het totaal van de producten zijn de baten en lasten van het beleidsveld onderwijs en sport. Voor 2020 waren de lasten en baten voor onderwijshuisvesting als volgt: Lasten € 14.295.000 Baten € 627.000 27. Ten aanzien van de lasten en baten voor onderwijs, kunt u aangeven waar deze laten en baten zijn samengesteld? In de jaarrekening kunt u op pagina 321 en 322 terugvinden waar het budget voor onderwijs uit bestaat, te weten de producten: onderwijsbeleid, leerplicht regionaal en onderwijshuisvesting. De lasten voor onderwijshuisvesting zijn verdeeld over vier kostenplaatsen: onderwijshuisvesting algemeen, huisvesting basisonderwijs, huisvesting speciaal onderwijs en huisvesting voortgezet onderwijs. Binnen deze kostenplaatsen vallen verschillende hoofdrekeningen waarop de budgetten voor onderwijshuisvesting worden begroot.

De grootste budgetten binnen onderwijshuisvestingen zijn die voor: 9

1. Kapitaallasten 2. Huur gebouwen 3. Verstrekken eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair bij groei van een school 4. Bijzondere kosten voor schades (zoals vandalisme, storm, water) of zaken als asbest 5. Gymvergoeding voor de scholen Bovenstaande zijn allemaal wettelijk bepaalde zaken die de gemeente beschikbaar moet stellen aan het onderwijs. De begroting voor onderwijshuisvesting wordt gevoed vanuit de algemene uitkering in het gemeentefonds. Daarnaast zijn er enkele baten binnen de begroting onderwijshuisvesting: 1. Verhuur gebouwen: bij leegstand van schoolgebouwen kunnen lokalen worden verhuurd aan met name kinderopvangorganisaties. De verhuur vindt plaats door de schoolbesturen, de huuropbrengsten worden aan de gemeente betaald. 2. Vergoeding schade schoolgebouwen indien gedekt door de verzekering. 28. Ten aanzien van de lasten en baten voor onderwijs, waar zijn deze bedragen (of vergelijkbare bedragen) terug te vinden zijn in het SHO en/of het JOP2020? De investeringen uit het SHO en het JOP 2020 zijn in de begroting als kapitaallasten (rente en afschrijving) terug te vinden in de kostenplaatsen van onderwijshuisvesting. 29. In het JOP2020 tellen de bedragen op tot 11,9 miljoen (SHO) en 0,5 miljoen (exploitatie). Kunt u aangeven wat de realisatie was van deze bedragen? Het JOP 2020 bestond uit de volgende onderdelen:

1. Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair (exploitatie): € 372.360, dit is volledig uitgegeven. 2. Huur gebouwen en investeringen onder € 100.000 (exploitatie): € 535.076, dit is deels uitgegeven: - Mgr. Huibersschool, tijdelijke uitbreiding 6e lokaal (€ 30.000) is gerealiseerd; - Zonnewijzer, tijdelijke huisvesting 6 groepen (€ 250.000) is niet gerealiseerd; - Focus, uitbreiding met 4 lokalen (€ 120.000) is gerealiseerd; - Vrije School, omvormen ruimten tot lokalen (€ 46.076) is gerealiseerd; - De Verbeelding, ingebruikname unit 2 (€ 89.000) is gerealiseerd. 3. Investeringen: - Uitbreiding Mgr. Huibersschool: voorbereidingen starten 2021, uitvoering in 2022 - Uitbreiding de Zonnewijzer: voorbereidingen starten 2021, uitvoering in 2022 - Voorbereidingskrediet de Globe: voorbereidingen starten in 2021 - Uitbreiding ECL: wordt in 2021 uitgevoerd - Voorbereidingskrediet de Wijde Wereld: voorbereidingen zijn gestart, uitvoering in 2021 - Nieuwbouw de Verbeelding: wordt in 2022/2023 uitgevoerd - Nieuwbouw gymzaal Mgr. Huijbersschool: wordt in 2021 uitgevoerd - Voorbereidingskrediet de Wadden Boerhaave: voorbereidingen starten in 2021 - Voorbereidingskrediet Coornhert: voorbereidingen starten in 2021 - Bijdrage verbouwing Spaarne College: uitgevoerd in 2020/2021 - Aanpassing Paulus mavo t.b.v. ISH: wordt uitgevoerd in 2021

10

Ambtelijk advies indicatoren Enkele weken geleden hebben we elkaar gesproken over onderwijshuisvesting naar aanleiding van het Duisenberg onderzoek. We hebben daarbij ook gesproken over de indicatoren die op dit moment in de begroting staan. We hebben het gehad over de mogelijkheid om het percentage in de top 3 of 5 geplaatste leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs op te nemen als indicator. Jullie hebben gevraagd om een advies hierover. Ik heb overlegd met mijn collega die nauw betrokken is bij het plaatsingsbeleid. Wij raden af om dit te gebruiken als indicator, om de volgende redenen: - Het plaatsingsbeleid en de gegevens die dit oplevert, zijn eigendom van de schoolbesturen. Het plaatsingsbeleid po en vo vallen onder de verantwoordelijkheid van schoolbesturen en is geen gemeentelijk beleid waardoor sturing erop beperkt is. - De loting van het voortgezet onderwijs gebeurt regionaal. De raad van Haarlem heeft alleen invloed op de capaciteit van de scholen in Haarlem, niet in de omliggende gemeenten. - In het PO is de capaciteit ruim voldoende, waardoor het percentage geplaatste leerlingen eigenlijk niet zoveel zegt. De huidige indicatoren komen voort uit het SHO. Via het jaarlijkse JOP kan de voortgang van de plannen uit het SHO gevolgd worden en in de jaarrekening wordt hierover gerapporteerd.

Mijn voorstel zou daarom zijn om te zoeken naar een indicator die voortkomt uit vastgesteld beleid. Een goed moment daarvoor zou het nieuwe SHO kunnen zijn dat in 2022 wordt vastgesteld. Aan de hand van het nieuwe SHO, waarin afspraken gemaakt worden over bijvoorbeeld de capaciteit of de kwaliteit van de onderwijshuisvesting (bijv. naar aanleiding van de technische nulmeting), kan een aanvullende indicator geformuleerd worden en daar ook op gerapporteerd worden.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12269499/1