CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210262875 2. Bijlage a Bp De Koepel

gemeenteraad 23 september 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Partiële herziening bestemmingsplan 'De Koepel' naar aanleiding van tussenuitspraak Raad van State31.130 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Niet gevonden in dit document.

De Koepel

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

2

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

Inhoudsopgave

T oelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17 4.18

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

7 INLEIDING

9

Bestemmingsplan Begrenzing van het plangebied Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Geldende planologische regelingen Bestemmingsplanprocedure Leeswijzer plantoelichting

ONTWIKKELING

10 11 11 12 15 15

17

Bestaande situatie en omgeving Beschrijving ontwikkeling

17 18

BELEIDSKADER

21

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

21 23 26 27

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

43

Ladder voor duurzame verstedelijking Milieuzonering Geluid Bodem Luchtkwaliteit Externe veiligheid Duurzaamheid en energie Verkeer en parkeren Waterparagraaf Cultuurhistorie Molenbiotoop Archeologie Groenparagraaf Natuurwaarden Vliegverkeer Bezonning Kabels, leidingen straalpaden en andere belemmeringen Mer-beoordeling

43 44 49 50 55 57 60 66 69 74 80 82 84 87 90 90 92 92

JURIDISCHE ASPECTEN Inleiding Juridische planopzet

93 93 93

UITVOERBAARHEID Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhaving

101 101 101 106

BIJLAGEN BIJ DE T OELICHT ING 3

109

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

Bijlage 1

Stedenbouwkundig plan De Koepel

111

Bijlage 2

Redengevende omschrijving orde-2 gebouwen

147

Bijlage 3

Ladderonderzoek Filmkoepel + reactie zienswijzen Ecorys

151

Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek, Tauw, rapportnummer R001-1228273TNY-baw-V02-NL, 19-05-2016

193

Bijlage 5 Oplegnotitie algemene bodemkwaliteit De Koepel te Haarlem, Tauw, rapportnummer N001-1271681JFK-eht-V01-NL, 23-07-2019 479 Bijlage 6 Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai , Peutz, rapportnummer OA 16196-3-RA, 07-08-2019

485

Bijlage 7

Aanvullend akoestisch onderzoek

687

Bijlage 8

EV toets

847

Bijlage 9

Mobiliteitsplan De Koepel Haarlem, BonoTraffics, 25-06-21

869

Bijlage 10 Archeologische bureau- en verkennend booronderzoek, Hamaland Advies, EKU/DIR/HAMA/150931, 17-06-2019

899

Bijlage 11

969

Bomeninventarisatie

Bijlage 12 Quickscan Wet natuurbescherming inclusief vleermuisonderzoek, Dresmé&vanderValk, 7-11-2017

983

Bijlage 13

Stikstofdepositieberekening

1005

Bijlage 14

Besluit aanmeldnotititie

1033

Bijlage 15

Bezonningsstudie, Prevent, 2019.0370, 05-10-2019

1045

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

1077 Inleidende regels

1079

Begrippen Wijze van meten

1079 1091

Bestemmingsregels

1093

Gemengd Waarde - Archeologie Waarde - Beschermd stadsgezicht Waarde - Bouwhistorie

1093 1095 1099 1101

Algemene regels

1103

Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

1103 1105 1107 1109 1111

Overgangs- en slotregels

1113

Overgangsrecht Slotregel

1113 1115

4

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

Bijlagen bij de regels

1117

Bijlage 1

1119

Zoneringslijst

5

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

6

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

Toelichting

7

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

8

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

Hoofdstuk 1

INLEIDING

In 2014 verloor de Koepel in Haarlem na meer dan 100 jaar zijn functie als gevangenis. De eigenaar, het Rijk, zette het monumentale complex in de verkoop. Hiermee ontstond een mogelijkheid om een tot dan toe afgesloten complex te transformeren in een nieuw stuk stad. De stichting Panopticon heeft het plan gelanceerd deze unieke kans te gebruiken een al even bijzondere ambitie te realiseren, namelijk het oprichten van een universitaire opleiding in Haarlem. De Koepel wordt daarbij getransformeerd tot een openbaar gebouw met academisch onderwijs als drager, naast een bioscoop, hotel, start-ups en horeca. Het terrein eromheen, met onder andere het voormalige Huis van Bewaring de Vest, wordt door Duwo en Elan Wonen ontwikkeld tot een stadscampus, met studenten- en jongerenhuisvesting en met voorzieningen die voor alle stadbewoners aantrekkelijk zijn. Een invulling die recht doet aan de ontwikkelzone waarin de Koepel ligt, die geheel onderscheidend is binnen Haarlem én die zelfs in de Metropoolregio Amsterdam een rol kan gaan vervullen. Het Koepelterrein wordt letterlijk geopend naar de stad en zal veranderen in een aantrekkelijke en groene verblijfsplek, voor de directe gebruikers, voor omwonenden en voor alle Haarlemmers. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, dient het vigerende bestemmingsplan "Papentorenvest" te worden gewijzigd.

9

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

Afbeelding 1.1: Ligging van het bestemmingsplangebied

1.1

Bestemmingsplan Het bestemmingsplan De Koepel bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De regels bevatten juridische regels over het gebruik van de ruimte. Deze regels geven aan of, en zo ja, hoe ruimte bebouwd mag worden en welke functies (bestemmingen) zijn toegestaan. De verbeelding geeft de exacte plaats van de bestemmingen aan, en verwijst naar de regels. De toelichting, tenslotte, is de onderbouwing van regels en verbeelding. Hierin staan het doel van het bestemmingsplan en de toekomstige ontwikkeling van het gebied. De toelichting gaat in op onderwerpen die voor die ontwikkeling van belang zijn, zoals de stedenbouwkundige structuur, de haalbaarheid van het plan en milieuaspecten.

10

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

1.2

Begrenzing van het plangebied De projectlocatie is gelegen aan de Oostvest 22 te Haarlem en ligt ingeklemd tussen de Oostvest, Harmenjansweg, de Papentorenvest en de achtertuinen van de woningen aan de Damaststraat.

Afbeelding 1.2: Plangebied

1.3

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Het Koepelterrein ligt in een dichtbebouwd stadsdeel zonder publieke functies of groen in de vorm van parkeren, pleinen en hofjes. De binnenstad lijkt dichtbij, maar is in de praktijk verder weg dan gedacht. Dit omdat het Koepelterrein omgeven is door harde grenzen in de vorm van intensieve weg-, water- en spoorinfrastructuur, zoals de Gedempte Oostersingelgracht aan de oostzijde, het spoor aan de noordzijde, het Spaarne aan de westzijde en de Papentorenvest aan de zuidzijde van het terrein. Inmiddels staat het gebied rondom de voormalige Koepelgevangenis op de kaart voor het gewenste vergroten van het centrumstedelijke karakter. Door de gemeente vertaalt in de 'Ontwikkelingsvisie Spaarnesprong' (vastgesteld door gemeenteraad Haarlem op 15 maart 2018). Voor de Koepel is daarin een belangrijke rol als trekker en magneet weggelegd. De primaire doelstelling voor de transformatie is het openen van het Koepelterrein naar de stad. Het te veranderen in een levendige plek. Als campus voor alle studenten die studeren aan het academisch onderwijs in de Koepel en wonen in de gebouwen er omheen. Als aantrekkelijke verblijfsplek 11

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

voor de Haarlemmers, met vele publieksgerichte voorzieningen, zoals horeca, hotel en het filmhuis en als groen verblijfsgebied voor de omliggende woonbuurten, die gelegen zijn in een dichtbebouwd, groenarm stadsdeel. Om dit mogelijk te maken, dient het vigerende bestemmingsplan "Papentorenvest" te worden gewijzigd en dient voorzien te worden in een actueel planologisch kader voor het Koepelterrein.

1.4

Geldende planologische regelingen De geldende planologische regelingen op de projectlocatie zijn: het bestemmingsplan "Papentorenvest", onherroepelijk sinds 11 november 2008; het parapluplan "Parkeernormen Haarlem 2018", vastgesteld op 17 mei 2018; het facetbestemmingsplan "Archeologie", onherroepelijk sinds 2 juni 2009. Bestemmingsplan "Papentorenvest" Binnen het vigerende bestemmingsplan "Papentorenvest" heeft de projectlocatie de volgende bestemmingen: woondoeleinden tuin erf maatschappelijke doeleinden, penitentiaire inrichting gemengde doeleinden verkeers- en verblijfsdoeleinden Daarnaast is de locatie aangeduid als monument en kent de locatie diverse bouwvlakken, waarbinnen gebouwd mag worden tot diverse bouw- en goothoogten. Een en ander is nader weergegeven op figuur 1.3.

12

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

figuur 1.3 uitsnede bestemmingsplankaart "Papentorenvest" (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Onderdeel van het bestemmingsplan "Papentorenvest" is de waarderingskaart. Op basis van de waarderingskaart zijn delen van de projectlocatie (rood weergegeven op figuur 1.4) aangewezen als Rijksmonument. Dit betreft echter een niet geheel correcte weergave van de monumenten. In paragraaf 4.10.3 is een geactualiseerde afbeelding opgenomen van de aanwezige cultuurhistorische waarden in het plangebied. De gehele projectlocatie is gelegen binnen beschermd stadsgezicht.

13

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

figuur 1.4 uitsnede waarderingskaart "Papentorenvest" (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Parapluplan "Parkeernormen Haarlem 2018" 14

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

Dit parapluplan voorziet in een toetsingskader om te kunnen bepalen of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid bij nieuwe bouwontwikkeling en/of gewijzigd gebruik. Daarnaast is een uniforme regeling voor parkeren, stallen, laden en lossen opgenomen. De toets aan de verkeer- en parkeeraspecten voor onderhavige ontwikkeling vindt plaats in paragraaf 4.8 van deze toelichting. Facetbestemmingsplan "Archeologie" Op basis van dit bestemmingsplan heeft de projectlocatie de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'.

1.5

Bestemmingsplanprocedure Het bestemmingsplan De Koepel doorloopt de wettelijke procedure. Het conceptontwerpbestemmingsplan is op basis van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegestuurd aan de verschillende (semi)overheden en belangenorganisaties. Vervolgens geeft het college van burgemeester en wethouders na bespreking in de commissie Ontwikkeling het ontwerpbestemmingsplan vrij voor tervisielegging volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Na publicatie wordt het ontwerp gedurende zes weken ter inzage gelegd. In die tijd kan iedereen mondeling, digitaal dan wel schriftelijk zienswijzen indienen bij de gemeenteraad. Na verwerking van de zienswijzen en mogelijke ambtelijke aanpassingen besluit de gemeenteraad over de vaststelling van het bestemmingsplan. Na aanpassing van het bestemmingsplan met inachtneming van de door de raad aangebrachte wijzigingen wordt het vastgestelde bestemmingsplan weer zes weken ter inzage gelegd (aanvang beroepstermijn). Belanghebbenden die een zienswijze bij de gemeenteraad hebben ingediend kunnen beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarnaast kunnen belanghebbenden beroep instellen tegen wijzigingen die de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan heeft aangebracht.

1.6

Leeswijzer plantoelichting Hoofdstuk 2 gaat in op de bestaande ruimtelijk-functionele structuur van het plangebied. Door eerst in te gaan op de ontstaansgeschiedenis van het gebied wordt de huidige verschijningsvorm voor een belangrijk deel verklaard. Ook wordt een beschrijving gegeven van het nieuwbouwplan. In hoofdstuk 3 passeren de voor het plangebied relevante beleidsdocumenten de revue. Hoofdstuk 4 bevat een inventarisatie van de verschillende milieu- en omgevingsaspecten en de resultaten van de verschillende onderzoeken. Het gaat hierbij om alle zaken die kunnen leiden tot ruimtelijke beperkingen. Het uitvoeren van onderzoeken en het maken van analyses van het plangebied is nodig overeenkomstig artikel 3.1.6 Bro. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de juridische aspecten waarbij een toelichting 15

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

wordt gegeven op de planregels, bedrijvenlijst, verbeelding, waarderingskaart en de regeling voor bebouwing. In hoofdstuk 6 wordt de financieel-economische uitvoerbaarheid beschreven en worden de uitkomsten van overleg toegelicht. De resultaten van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening zijn opgenomen in paragraaf 6.2.2.

16

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

Hoofdstuk 2

ONTWIKKELING

In dit hoofdstuk wordt zowel de bestaande als de toekomstige situatie beschreven. In bijlage 1 is het stedenbouwkundig plan voor het Koepelterrein opgenomen. Het stedenbouwkundig plan is opgesteld door Faro Architecten, HOSPER (landschapsarchitectuur en stedebouw) en reA (bureau voor architectuur, urban design en onderzoek). In het stedenbouwkundig plan is een uitgebreide analyse en toelichting van de bestaande situatie en de beoogde ontwikkeling opgenomen. Bijlage 1 vormt tezamen met de beschouwingen in de paragrafen 2.1 en 2.2 derhalve de toelichting op de ontwikkeling.

2.1

Bestaande situatie en omgeving

2.1.1 Historische schets De Koepelgevangenis in Haarlem werd geopend in 1907 als opvolger van het Huis van Bewaring aan de Botermarkt/Tuchthuisstraat. Het complex is gelegen langs de Papentorenvest, op het voormalige Harmenjansveld, ten oosten van de binnenstad en het Spaarne. Tot ver in de 17e eeuw lag het Harmenjansveld buiten de stadsmuren van Haarlem. Het gebied had een agrarisch karakter en werd doorsneden door sloten en waterlopen. De Harmenjansweg was in de basis al aanwezig, eerst als een landelijk pad dat veel later werd rechtgetrokken. Vanaf 1671 werd de stad aan de noord- en noordoostkant uitgebreid met het 'Nieuwe Werk'. Twee bastions van de nieuwe bolwerken kwamen over het Spaarne te liggen, voorbij de stadsmuur en de Papentorenvest, waardoor het Harmenjansveld vanaf dat moment in de stad lag. De vrij geïsoleerde ligging ten oosten van het Spaarne maakte de gronden geschikt als vestigingsplaats voor uiteenlopende functies, zoals leerlooierijen, fruitgaarden en scheepmakerijen. Eind 19e eeuw was het plangebied onderdeel geworden van een industriegebied dat zich uitstrekte tot in de Veerpolder. De locatie leende zich rond 1900 goed voor de nieuw te bouwen gevangenis: op de rand met het buitengebied gesitueerd, omringd door het water van de Papentorenvest en Oostersingelgracht en alleen verbonden met de stad via de Catharijnebrug over het Spaarne.

Na de bouw van de gevangenis ontwikkelde Haarlem Oost zich snel. Met de komst van de werkplaatsen van de spoorwegen verschenen ten noorden van de Koepel straatjes met arbeiderswoningen. De Papentorenvest en de Singelgracht werden gedempt. De oude stadsmuur langs de Papentorenvest is al in een eerder stadium gesloopt, net als de Papentoren (sloop 1868). Het water in de Papentorenvest legde via de Oostersingelgracht van oudsher een verbinding met het Spaarne en het water van de bolwerken. Deze waterloop bleef in eerste instantie nog gehandhaafd, maar is een aantal jaar na de bouw van de Koepelgevangenis gedempt. In het ontwerp van de Koepelgevangenis werd aangesloten op de omgeving door middel van een groen voorplein op de kruising Harmenjansweg-Papentorenvest, dat als onverharde groene waterkant afliep naar de Papentorenvest, en een groene zone aan de zijde van de Oostvest. Behalve de nieuwe haven in het Scheepmakerskwartier maakt water tegenwoordig geen deel meer uit van de grotere structuren en straatprofielen. 17

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

Het gevangeniscomplex bevindt zich in een omgeving die sterk verdicht is, met historische bebouwing rondom de Papentorenvest en aan de Harmenjansweg en recente woningbouw in het kader van de ontwikkelingen binnen Spaarnoogproject (2005) en het Scheepmakerskwartier. 2.1.2 Cultuurhistorie Delen van de projectlocatie zijn aangewezen als rijksmonument. Daarnaast is de gehele projectlocatie gelegen binnen beschermd stadsgezicht. Voor een omschrijving van de cultuurhistorie en de effecten van de beoogde ontwikkeling op de cultuurhistorie wordt verwezen naar paragraaf 4.10. 2.1.3 Ruimtelijke structuur Zoals in de Historische schets is aangegeven, werden (en worden) gevangenissen bij voorkeur buiten het openbare stadsleven gesitueerd. Zo ook het Koepelterrein. Tegenwoordig ligt het Koepelterrein in een dichtbebouwd stadsdeel zonder publieke functies of groen in de vorm van parken, pleinen en hofjes. De binnenstad lijkt dichtbij, maar is in de praktijk verder weg dan gedacht. Dit omdat het Koepelterrein omgeven is door harde grenzen in de vorm van intensieve weg- , water- en spoor infrastructuur. De Koepel vormt een markant icoon in het stadssilhouet van Haarlem. Het maakt de plek al van verre herkenbaar. Er wordt veel waarde gehecht aan de instandhouding van dit profiel.

De voormalige Koepelgevangenis is een historisch, architectonisch gebouwcomplex, maar is specifiek ontworpen als een imponerend gevangeniscomplex binnen een ommuurd niemandsland met diverse (lucht- en sport)kooien. Dit heeft als logisch gevolg dat het gebouwcomplex en de huidige terreininrichting een aantal waarden uitdrukken, die te maken hebben met vrijheidsberoving en macht. Hierbij te denken aan grenzen, controle, isolement, kaal en stenig.

2.2

Beschrijving ontwikkeling De primaire doelstelling voor de transformatie is het openen van het Koepelterrein naar de stad. Het te veranderen in een levendige plek. Als campus voor alle studenten die studeren aan het academisch onderwijs in de Koepel en wonen in de gebouwen er omheen. Als aantrekkelijke verblijfsplek voor de Haarlemmers, met vele publieksgerichte voorzieningen, zoals een hotel, horeca en een bioscoop én als verblijfsgebied met ruimte voor vergroening voor de omliggende woonbuurten, die gelegen zijn in een dichtbebouwd, groenarm stadsdeel. De introverte gesloten enclave die het was wordt hiervoor letterlijk geopend naar de stad, zonder dat het echter zijn vorm van enclave verliest. Want hierin schuilt ook de aantrekkingskracht van de plek, als een te ontdekken schat. De verbinding in atmosfeer tussen de buitenzijde en de binnenzijde van de muur wordt hiervoor ingezet. Doel is dat het precies andersom gaat werken als in de gevangenentijd: lopende aan de overzijde van de Harmenjansweg of het Papentorenvest wordt de passant al aan de buitenzijde van het Koepelterrein

18

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

verleidt om de weg over te steken en het Koepelterrein te betreden. Het doel is het behoud en revitalisering van het Koepelterrein door het vestigen van academisch onderwijs, 250 studentenwoningen, 96 sociale woningen, horeca, hotel, buurtwinkel, werk- en kantoorruimte en een bioscoop. Meer specifiek luidt het beoogde programma als volgt:

Wonen studentenwoningen en campusvoorzieningen sociale woningen Koepelvoorzieningen university college cupola XS en overig horeca bioscoop

bestemming/ functie studentenhuisvesting

min/max eenheden

BVO in m2

max. 250 won.

9400

max 96 won.

3800

onderwijs dienstverlening/ bedrijf t/m cat B horeca

2800 5250

600 stoelen

Voorzieningen rond de Koepel hotel logies horeca (hotel) horeca 4

fietsenmaker buurtwinkel kantine-restaurant bedrijvigheid

330 2300

70 kamers 540 waarvan max 320 bvo tbv extern gebruik (niet-hotelga sten) 65 235 240 155

bedrijf t/m cat B detailhandel horeca 2 dienstverlening/ bedrijf t/m cat B

Stallingen Parkeergarage Fietsenstalling

min. 187 pp 350

Wonen bestaande uit 250 studentenwoningen en 100 sociale woningen. De studentenwoningen hebben een afmeting van circa 20 m 2. De sociale woningen hebben een afmeting tussen de 20 en 25 m 2 GBO. Hotel tussen de 50 en 70 hotelkamers (3/4 sterren) inclusief lobby, Back Of House (BOH), ontbijtzaal/restaurant. Horeca als onderdeel van het hotelconcept met een 'blurring' functie, horeca in de vorm van een museumcafé en horeca in de vorm van een 19

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

stadskantine. Campusvoorzieningen het betreft hier 'studentservices'. Diverse deelruimten voor studenten, zoals een gezamenlijke woonkamer, keuken, wasserette, fietsservice etc Buurtwinkel Fietsenmaker Persoonlijke verzorging bijvoorbeeld een kapper, beauty salon en/of ontspanning Academisch onderwijs het betreft hier ca. 600 studenten die studeren en wonen op of direct rond de campus. Ca. 50% van de studenten komt uit het buitenland Werkplekken een kennis- en innovatiecentrum voor het MKB. Ruimte en werkplekken zijn gericht op digitaal en innovatief ondernemen voor het midden- en kleinbedrijf. Key-notes zijn: digitalisering, innovatie, samenwerking, continue leren, onderzoek en groeiambities, De nadruk ligt op ontmoeting en het delen van kennis. Een incubator en bruisende plek voor ondernemers om te leren, in groeiprogramma's te werken en digitaal door te ontwikkelen Bioscoop (Filmkoepel BV) 600 stoelen verdeeld over zes zalen welke worden gebruikt voor filmvertoningen in de categorie Arthouse, cross-over films, documentaries en Hollywood blockbusters Nader te bepalen voorzieningen

20

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 3.1

BELEIDSKADER

Rijksbeleid

3.1.1 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Dit besluit legt nationale ruimtelijke belangen vast. Het beleid is erop gericht om het aantal regels terug te dringen. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Hierdoor is onder andere de aanwijzing van nationale landschappen vervallen. Het Rijk maakt bijvoorbeeld geen landsdekkende woningbouwafspraken meer, alleen nog in de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad. Het Rijk benoemt alleen nog landelijke doelstellingen om de woningmarkt goed te laten werken. Het landschapsbeleid gaat ook naar de provincies. Provincies en gemeenten zijn volgens het kabinet beter op de hoogte van de situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Daardoor kunnen zij beter afwegen wat er met een gebied moet gebeuren. Op dit moment legt het Barro geen beperkingen op voor de onderhavige locatie. 3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De structuurvisie heeft verschillende nota's vervangen, zoals de Nota Ruimte, Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits Aanpak, de structuurvisie voor de Snelwegomgeving, de agenda Landschap, de agenda Vitaal Platteland en de Pieken in de Delta.

De rijksoverheid streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, met een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. De ruimtelijke structuur van Nederland heeft zich ontwikkeld van steden in een landelijk gebied naar stedelijke regio's in interactie met landelijke en cultuurhistorische gebieden. Overheden, burgers en bedrijven krijgen de ruimte om oplossingen te creëren. Zij verdienen het vertrouwen dat ze dat op een goede manier doen. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de belangen voor Nederland als geheel, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie en natuur. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijk ordening. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: Een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt.

Bijvoorbeeld ruimte voor militaire activiteiten en opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainport, greenports en de valleys. Over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan. Bijvoorbeeld voor biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of werelderfgoed. 21

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

Een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelingsrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bijvoorbeeld de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners. In de structuurvisie zijn dertien nationale belangen benoemd. De nationale belangen, die worden benoemd, betreffen de internationale concurrentiepositie, het gebruik van de ondergrond, het behouden en versterken van vervoer- en transportsystemen, de milieukwaliteit, de waterveiligheid en zoetwatervoorziening en behoud en versterken van natuur en cultuurhistorische waarden. Geen van deze nationale belangen zijn van toepassing op dit project en daarmee wordt beleid hierover overgelaten aan de provincie en de gemeente. Voor onderhavig plan is vooral relevant de bevordering van krachtige steden. Behoud van het stedelijke draagvlak voor voorzieningen en van voldoende stedelijke 'massa' en de daarbij horende economische agglomeratievoordelen is van groot belang. Het plan sluit aan bij het beleid ten aanzien van het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke cultuurhistorische waarden behouden blijven. Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd.

Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. In voorliggend geval betreft het een stedelijke ontwikkeling aangezien de bestaande bestemming 'Maatschappelijke doeleinden, penitentiaire inrichting' wordt vervangen door een gemengde bestemming waarin onder andere een bioscoop, academisch onderwijs, woningen en overige stedelijke voorzieningen worden mogelijk gemaakt. Daarom dient aandacht besteed te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. In paragraaf 4.1 wordt de ladder doorlopen.

22

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 De Omgevingsvisie NH2050 is vastgesteld door de Provinciale Staten van Noord-Holland op 19 november 2018. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. De Omgevingsvisie richt zich op lange termijn ambities en doelen, met oog voor kwaliteiten die de provincie langjarig wil koesteren en die proberen in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. De visie spreekt zich dus uit over het Waarom en ten dele over het Wat. Onder de hoofdambitie, Balans tussen economische groei en leefbaarheid, zijn samenhangende ambities geformuleerd. De ambities zijn uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. In die bewegingen worden meerde ontwikkelprincipes gehanteerd. Alle ontwikkelprincipes hangen met elkaar samen. De omgevingsvisie laat in algemene zin zien wat de ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema's gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving. Daarnaast schetst de provincie vijf samenhangende bewegingen.

Bewegingen die laten zien hoe wordt omgegaan met opgaven die op de samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. Dat wordt gedaan door een aantal ontwikkelprincipes en randvoorwaarden mee te geven om de beweging naar de toekomst te kunnen maken. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: 1. Dynamisch schiereiland - hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. 2. Metropool in ontwikkeling - hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaans systeem wordt de agglomeratiekracht vergroot. 3. Sterke kernen, sterke regio's - deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. 4. Nieuwe energie - in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving - deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. Alle vijf bewegingen hebben een economische drijver.

In de eerste fase van de omgevingsvisie, zijn verkenningen uitgevoerd. Deze verkenningen maken nu onderdeel uit van de omgevingsvisie. In de Verkenningen NH2050 zijn acht hoofdthema's van trends en ontwikkelingen, met 23

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

hun kernopgaven, geformuleerd. Een van deze acht hoofdthema's is verstedelijking. Hierin wordt aangegeven dat de woningbehoefte voor Noord-Holland Noord en Noord-Holland Zuid in de toekomst nog steeds toeneemt. De prognoses laten ook in lage scenario's nog groei zien in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Ook in Noord-Holland Noord is er een groei vergelijkbaar met het Nederlands gemiddelde, waarbij een deel van Noord-Holland Noord langzamerhand meer in beeld komt bij woningzoekenden in het zuidelijk deel van de provincie. Migratie, vooral van expats, heeft in toenemende mate invloed op de woningbehoefte. Tegelijkertijd is er steeds meer structureel leegstaand vastgoed en kunnen er leefbaarheidsproblemen in verouderde nieuwbouwwijken ontstaan. De woningbehoefte op de korte termijn is groot, op de lange termijn neemt deze volgens de huidige inzichten af. De ambitie van de provincie is om woningbouw vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden te plannen, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Nabijheid van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe.

De voorgenomen ontwikkeling draagt met de realisatie van de diverse functies bij aan de bewegingen 'Metropool in ontwikkeling', 'Sterke kernen, sterke regio's' en de ontwikkeling draagt bij aan de ambitie van de provincie om woningbouw vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden in te plannen, in overeenstemming met de kwalitatieve behoefte en trends. Het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied en er wordt voorzien in zowel een kwalitatieve als kwanitatieve behoefte. Dit blijkt tevens uit de toets aan de beleidsstukken in paragraaf 3.4.2, 3.4.6, 3.4.7 en 3.4.8. 3.2.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) Om het toekomstbeeld ruimtelijk te realiseren heeft de Provincie Noord-Holland provinciale belangen benoemd. Deze vallen uiteen in drie hoofdbelangen: ruimtelijke kwaliteit, duurzaam ruimtegebruik en klimaatbestendigheid. Deze zijn verankerd in de provinciale ruimtelijke verordening. In deze verordening zijn regels opgenomen die de provinciale belangen beschermen. Deze regels zijn een uitwerking van de omgevingsvisie. Het relevante beleidsonderwerp voor de onderhavige locatie wordt hierna behandeld. Artikel 5a Nieuwe stedelijke ontwikkeling 1. Een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2.

Gedeputeerde staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. Artikel 5a sluit aan op de wettelijk verplichte toepassing van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking, zoals vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In deze versie van de PRV zijn eerdere regels over het aantonen nut en noodzaak (Laddertrede 1) en het benutten van binnenstedelijke mogelijkheden van de betreffende marktregio (Laddertrede 2) uit de PRV gehaald, omdat het

24

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

al bij wet is geregeld in artikel 3.1.6 lid 2a en 2b van het Bro. Daarmee komt de regionale afstemming in de PRV centraal te staan als het gaat om nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Regionale afstemming is niet in het Bro via de Ladder geregeld en blijft daarom in de PRV gehandhaafd. In paragraaf 3.1.2 is reeds aangegeven dat het hier gaat om een stedelijke ontwikkeling. Conform artikel 5a PRV dient de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen te worden. Daarnaast dient de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming te zijn met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Gemeente Haarlem is gelegen in de regio Zuid Kennemerland, waarbinnen regionale afspraken worden gemaakt m.b.t. woningbouw. In paragraaf 3.3.1 wordt nader ingegaan op deze regionale afspraken en in paragraaf 4.1 wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. Het plan is daarnaast niet in strijd met het provinciale beleid zoals vervat in de omgevingsvisie en met provinciale belangen zoals verwoord in de verordening. 3.2.3 Watervisie 2021 Met de Watervisie 2021 zoals vastgesteld op 16 november 2015 geeft de provincie Noord-Holland vervolg aan het Provinciaal Waterplan 2010-2015. De Watervisie is afgestemd met de Stroomgebiedbeheerplannen uit de Kaderrichtlijn Water.

De Watervisie is een strategisch beleidsdocument voor de periode 2016-2021 en beschrijft de ambitie en kaders voor het regionale waterbeheer in Noord-Holland richting 2021 met doorkijk naar 2040. De Watervisie is integraal onderdeel van het strategisch omgevingsbeleid en heeft een directe relatie met de provinciale structuurvisie. In de Watervisie richt de provincie zich op de thema's veilig, schoon en voldoende water en werkt die uit in doelstellingen voor onder andere veilige dijken en duinen, robuuste inrichting van het achterland, rampenbeheersing bij overstromingen, kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater, zoetwatervoorziening en het tegengaan van wateroverlast. Paragraaf 4.9 beschrijft hoe in het plangebied met de waterhuishouding wordt omgegaan. 3.2.4 Archeologie Het archeologische beleid van het provinciaal bestuur van Noord-Holland ligt vast in de Provinciale Cultuurnota. Verder geeft de Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie informatie over onder andere archeologische verwachtingen. Paragraaf 4.12 werkt het aspect archeologie verder uit.

25

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Regionaal Actieprogramma 2016 - 2020 'Zuid-Kennemerland en IJmond geven thuis!' Haarlem is een centrumgemeente in de samenwerking met Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer op het gebied van onder meer beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De beleidskaders hierin, worden regionaal opgesteld en uitgevoerd. Op woongebied werkt Haarlem ook samen met de regiogemeenten Zuid-Kennemerland en IJmond, de provincie Noord-Holland en met de Metropoolregio Amsterdam. Als uitvoeringsinstrument van de provinciale woonvisie 2010 - 2020 stelt elke regio in Noord-Holland twee Regionale Actieprogramma's Wonen (RAP) vast. Zo heeft de regio Zuid-Kennemerland-IJmond een eerste RAP 2012 tot en met 2015 vastgesteld. De regionale samenwerking is opnieuw bekrachtigd door vaststelling van het RAP 2016 tot en met 2020, dat als motto heeft: 'De regio Zuid-Kennemerland en IJmond geeft thuis! Dit tweede RAP draagt bij aan een zo goed mogelijke afstemming van vraag en aanbod op de regionale woningmarkt in Zuid-Kennemerland en IJmond met bijzondere aandacht voor groepen die in de verdrukking dreigen te komen, zoals inwoners met lagere inkomens. Gemeenten werken via het RAP samen om de regio prettig leefbaar te houden voor (toekomstige) bewoners. Ze bundelen kennis en besparen (onderzoeks-)kosten door samen te werken.

De provincie heeft een belangrijk aandeel in de financiering van projecten en onderzoek. De inspanningen in het RAP maken deel uit van gezamenlijk regionaal volkshuisvestingsbeleid en vormen een kader voor onderlinge afstemming. Daarmee voldoet de regio aan de wettelijke verplichting uit de Woningwet om met buurgemeenten het volkshuisvestingsbeleid af te stemmen. Om in de woningbehoefte te kunnen voorzien, is een woningbouwprogramma van 8.100 woningen met een bandbreedte van 20 procent gewenst voor de periode 2016 tot en met 2020. Voor Haarlem zijn dit 4.133 woningen. Omdat op de korte en de lange termijn een tekort dreigt aan woningbouwplannen in de regio, wordt in de komende RAP-periode gezocht naar extra locaties. Primair wordt ingezet op bebouwing binnen bestaand stedelijk gebied, met prioriteit voor locaties rondom OV-knooppunten en door transformatie van leegstaande bedrijfspanden naar woningbouw. Omdat er veel vraag is naar betaalbare huurwoningen en er sprake is van nieuwe doelgroepen hebben de gemeenten in het RAP afgesproken de voorraad sociale huurwoningen in de regio in ieder geval niet te laten krimpen ten opzichte van het niveau van 2015. Ook wordt gewerkt aan verduurzaming van de bestaande woningvoorraad, wordt de doorstroming gestimuleerd en wordt een woonzorgagenda voor de hele regio opgesteld. Relatie met het plan De voorgenomen ontwikkeling realiseert ca.

350 woningen in het sociale segment. Hiervan zijn 250 woningen bedoelt voor de studenten van het beoogde academisch onderwijs op de projectlocatie en 100 woningen gericht op

26

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

jongeren. Door de realisatie van deze woningen wordt bijgedragen in de doelstelling van het RAP om te voorzien in de grote vraag naar betaalbare huurwoningen en de voorraad sociale huurwoningen in de regio in ieder geval niet te laten krimpen. Daarnaast vindt de ontwikkeling van deze woningen plaats op een locatie binnen bestaand stedelijk gebied, waarbij een groot deel van de huidige bebouwing op de projectlocatie wordt getransformeerd naar een andere stedelijke functie. De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de doelstellingen uit het RAP 2016 2020.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Ontwikkelingsvisie Spaarnesprong De Ontwikkelingsvisie Spaarnesprong gaat over het gebied rondom de voormalige Koepelgevangenis aan de Papentorenvest. De grenzen van het gebied zijn globaal gedefinieerd tussen Spaarne, Oudeweg en het Nedtrain-terrein. Het gebied is grotendeels onderdeel van het centrum en van het beschermde stadsgezicht, maar wordt nog niet zo beleefd. De naamgeving Spaarnesprong refereert dan ook aan de ambitie om dit gebied meer te laten functioneren als binnenstad, zodat deze als het ware het Spaarne oversteekt. In het gebied komen diverse bouwprojecten tot ontwikkeling op het moment van schrijven van de ontwikkelingsvisie. Dat is het gevolg van de actuele economische conjunctuur en de druk op de Haarlemse woningmarkt. De projecten zijn verschillend van aard, initiatiefnemer, status en ontwikkelingssnelheid. De Koepelgevangenis is de grootste, maar het betreft ook de Drijfriemenfabriek, Fietsenfabriek, het Scheepmakerskwartier en meerdere locaties van Nedtrain. Daarnaast is er een aantal locaties dat nog wacht op een initiatief. Het vergroten van het Haarlemse centrummilieu, 'de Spaarnesprong', is al jaren gemeentelijk beleid. In het gebied is ruimte voor centrumstedelijke functies en het toevoegen van woningen. Met de ontwikkeling hiervan kan Haarlem als een hoogwaardig woonmilieu met een cultureel klimaat verder worden versterkt.

Dit beleid is onder andere vertaald in de ontwikkeling van het Scheepmakerskwartier. Deze ambities verdienen actualisering en concretisering nu de ontwikkeling van de diverse kavels een grote vaart neemt. De totstandkoming van de bebouwing is ook een kans om de ambities in de openbare ruimte dichterbij te brengen. Bovendien is afstemming in het ontwerp noodzakelijk. De autonome ontwikkelingen hangen niet automatisch onderling samen. Door een visie op de integrale ontwikkeling te maken wordt deze samenhang versterkt. Doelstelling Ontwikkelingsvisie Deze visie kent de volgende doelen: Op hoofdlijnen richting geven aan verdere ontwikkeling van het gebied door het formuleren van globale stedenbouwkundige richtlijnen. Actualiseren en concretiseren van de eerder vastgestelde ambities 27

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

aangaande de openbare ruimte en bebouwing. Keuzes maken waar nodig. Ruimtelijke samenhang creëeren tussen de projecten (waaronder de Koepelgevangenis) en de openbare ruimte. Overzicht verschaffen van de kansen die er liggen als projecten samenwerken. Kansen om 'werk met werk' te maken (parkeren, water- en groencompensatie) Toetsingskader bieden voor de diverse openbare ruimte plannen en bouwplannen Basis voor onderzoek naar de kosten en baten van de ambities Kader vormen voor de samenwerking tussen de partijen en de gemeente Motivatie vormen voor de toekomstige bestemmingsplannen of omgevingsplannen. Ontwikkeling Koepelgevangenis De gemeente hecht grote waarde aan het vinden van een bijzondere invulling de voormalige Koepelgevangenis. Er wordt gezocht naar een grootschalige publieke maatschappelijke bestemming zoals een academisch onderwijsfunctie. Aan het ontwerp van het terrein wordt op het moment van schrijven van de Ontwikkelingsvisie gewerkt. De nieuwe invulling van het Koepelcomplex kan met een onderscheidend programma een vliegwiel vormen waarvan de invloed verder reikt dan alleen de directe omgeving. Door het terrein op strategische plekken te openen wordt het als verblijfsgebied en doorgangsgebied onderdeel van de buurt. Zonder het karakter van stoer, indrukwekkend bolwerk te kort te doen, kan het gebied uitnodigend en aantrekkelijk worden.

Verbetering van de verblijfskwaliteit in de directe omgeving van het Koepelcomplex dient hand in hand te gaan met de ontwikkeling van het terrein op zich. In samenwerking met het Rijk is een Ambitiedocument Herontwikkeling Koepelgevangenis (2016) opgesteld met aantal kernkwaliteiten voor het complex van de Koepel gedefnieerd. Bij transformatie en het toevoegen van nieuwe bebouwing dienen deze kwaliteiten te worden gerespecteerd. Icoonwaarde: het silhouet Stedenbouwkundige waarde: het assenstelsel, voorplein en de compositie van ruimtes en gebouwen Belevingswaarde: kathedrale effect Architectonische waarde: zorgvuldige detaillering Emotionele waarde: archief aan herinneringen De toets aan het ambitiedocument vindt plaats in paragraaf 3.4.3 van deze toelichting. Historische en ruimtelijke analyse Vanuit de historische en ruimtelijke analyse is te verklaren waarom het gebied weinig samenhangend overkomt: het ligt in verschillende stedelijke sferen, de openbare ruimtes hebben geen verbindende maar eerder scheidende werking. De bebouwing varieert sterk in schaal en aard. De historie en de ligging geven echter ook handreikingen om het gebied in grotere samenhang te ontwikkelen. Het gebied kan versterkt worden door, vanuit de huidige situatie en vanuit 28

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

historie, stedelijke sferen te definiëren en deze vervolgens expliciet te maken middels de inrichting openbare ruimte. De nieuwe bebouwing dient eveneens aan te sluiten bij de betreffende sfeer. De projectlocatie (Koepelgevangenis) is gelegen in de centrumstedelijke sfeer. Binnen de centrumstedelijke sfeer is het grootste gedeelte van het gebied onderdeel van het beschermd stadsgezicht en/of heeft de potentie om onderdeel te zijn van centrumstedelijk gebied, qua functie. Nieuwe bebouwing zal moeten bijdragen aan versterking van het fijnmazige stelsel. De openbare inrichting hoort aan te sluiten bij het hoogwaardige niveau van het centrum (HIOR centrum). De nieuwe bebouwing rondom De Koepel zal een overgang vormen in schaal tussen de Koepel zelf en de kleinschalige bebouwing aan de Papentorenvest en Harmenjansweg. Beoogd eindbeeld binnenstadsmilieu Dit milieu is onderdeel van de vergrote binnenstad. Een aantrekkelijk woonmilieu wordt gecombineerd met de mogelijkheid te recreëren aan het Spaarne en de Koepel. Er zijn wandelroutes vanaf het Spaarne en vanaf de Spaarnwouderstraat het gebied in. De bijzondere locaties, zoals de Koepel en Drijfriemenfabriek komen als 'eilanden' van voorzieningen en cultuur in een overwegend residentieel gebied te liggen. Tussen deze bestemmingen worden aantrekkelijke wandelroutes gemaakt.

Het binnenstadsmilieu impliceert een mate van verdichting, een gebalanceerde functiemix, een hoogwaardige openbare inrichting en het maken van verblijfsplekken in de openbare ruimte. Het aangename woonmilieu dient zich te verhouden tot de ambitie een levendige sfeer te maken en een overloopgebied voor het centrum te vormen. In het kader van duurzaamheid en flexibiliteit zijn de plinten gevuld met transformeerbare woningen. In de plinten wordt daarom, naast een woonfunctie, toegestaan een gemengd programma te realiseren, zodat het gebied zich in de loop van de tijd kan transformeren. Op een aantal plekken aan het Spaarne zijn terrassen denkbaar. Het water in de Papentorenvest krijgt de vorm van een binnenstedelijk gracht, dus met verharde kades. De grachten staan in open verbinding met elkaar en zijn voorzien van doorvaarbare bruggen. Onder de Papentorenvest en/of de hoek Papentorenvest - Gedempte Oostersingelgracht, ter hoogte van de bebouwing van de Koepelgevangenis is ruimte voor een ondergrondse parkeergarage. Relatie met het plan De voorgenomen ontwikkeling wordt in lijn met de ambities en het eindbeeld zoals verwoord in de Ontwikkelingsvisie Spaarnesprong gerealiseerd. Er wordt een levendige centrumstedelijke sfeer gecreëerd door een mix van functies op het terrein van de Koepelgevangenis te realiseren.

Zo wordt academisch onderwijs in combinatie met (publieksgerichte) voorzieningen als een bioscoop, horeca en een gemakswinkel gerealiseerd. Evenals een hotel en woningen. De openbare ruimte rondom de Koepelgevangenis wordt opgewaardeerd door de ruimte te transformeren in een groene verblijfs- en ontmoetingsplek. Tot slot

29

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

wordt het parkeren op eigen terrein opgelost, door de realisatie van een ondergrondse parkeergarage. 3.4.2 Structuurplan Haarlem 2020 Het Structuurplan geeft op hoofdlijnen de ruimtelijke ambities en wensen voor de stad voor de periode 2005-2020. In de toekomst wil Haarlem de bestaande aantrekkelijkheid behouden en verder uitbreiden. Haarlem wil voor zijn inwoners een levendige en veilige stad zijn met veel aandacht voor een leefbare woonomgeving en voldoende voorzieningen voor alle leeftijdsgroepen. Voor bedrijven moet Haarlem nog interessanter worden als vestigingsplaats. De strategische ligging vlakbij Schiphol, Amsterdam en IJmond, de goede bereikbaarheid over de weg en per openbaar vervoer, en de aanwezigheid van een hoogopgeleide beroepsbevolking spelen daarbij een cruciale rol. De speerpunten van beleid zijn profilering op een duurzaam goed woonklimaat, versterking van de zakelijke dienstverlening en versterking van de culturele en toeristische wervingskracht. Uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling van Haarlem is dat bewust met schaarse ruimte wordt omgegaan en dat er contrasten in de stad zijn. Naast plekken waar dynamiek wordt voorgestaan (in herstructureringsgebieden, op knooppunten van openbaar vervoer en in veranderzones) zijn er ook rustige woonwijken waar plaats is voor ondersteunende wijkvoorzieningen.

Het plangebied valt binnen het 'verandergebied Spoorzone' (zie figuur 3.1, OPH-zone 2, verandergebied). Het Structuurplan sluit voor wat betreft de ontwikkeling van de Spoorzone aan op de in het Masterplan Spoorzone benoemde ambities en voorgestelde maatregelen. Op de structuurplankaart is het plangebied tevens gelegen in het 'centrum stedelijk gebied'. Dit gebied is bij uitstek multifunctioneel en omvat de Haarlemse binnenstad en de aangrenzende gebieden waar een vergelijkbare intensiteit en mate van functiemenging wordt gestimuleerd.

30

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

figuur 3.1 uitsnede OPH-Zones, verandergebieden (bron: Structuurplan 2020 Haarlem) Het Structuurplan Haarlem 2020 sluit voor wat betreft de ontwikkeling van de Spoorzone aan op de in het Masterplan Spoorzone benoemde ambities en ontwikkelingsrichting. Inmiddels is de Ontwikkelingsvisie Spaarnesprong (15 maart 2018) maatgevend voor de ambities en de ontwikkelingsrichting. Daarnaast wordt in het structuurplan voorzien dat in het centrum/spoorzone mogelijk behoefte ontstaat aan onderwijsvoorzieningen, welke ook worden mogelijk in onderhavige ontwikkeling. 3.4.3 Nota Ambities en Eisen Herontwikkeling Koepel Haarlem De gemeente Haarlem heeft de randvoorwaarden voor de transformatie, in harde en zachte eisen gezamenlijk met het Rijk, geformuleerd in de Nota Ambities en Eisen Herontwikkeling Koepel Haarlem van 14 juli 2016. Deze nota heeft sindsdien een belangrijke rol gespeeld bij de planontwikkelingen. 'Open de koepel' is onderdeel van de uitrol van de binnenstad (de Spaarnesprong). Dat betreft diverse particuliere en publieke projecten in de omgeving. Middel- en zwaartepunt in de Spaarnesprong is het Koepelterrein. Het is een vliegwiel voor ontwikkelingen rondom. Het is een functionele trekker en deel van de stad met voetgangersstromen en over het terrein, doorzichten van en naar de omgeving en een openbare ruimte die deel uitmaakt van het doorlopende stedelijk weefsel.

Het stedenbouwkundig plan doet een grote belofte, qua ruimtelijke diversiteit en 31

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

beeldkwaliteit. Mede door de toevoeging van openbare trappen en rondgangen op de eerste verdieping ontstaat een rijk plan met een veelheid aan openbare plekken die een relatie aangaan met bestaande en nieuwe bebouwing. In combinatie met het publieke programma lijkt er een attractief en levendig gebied te ontstaan dat een uitnodiging doet aan de stad. De ruimtelijke opzet waarbij de nieuwe bebouwing de randen van het gebied zoekt, zorgt ervoor dat de oude bebouwing grotendeels gevrijwaard blijft van aanbouwen. Tussen oud- en nieuwbouw ontstaan diverse ruimtes. De 'taillering' van de nieuwe bebouwing zorgt voor afbakening van deze ruimtes. Het principe van de openbare ruimte is duidelijk ; één doorlopende stadsvloer waarop de bovengenoemde inrichtingselementen landen. De openbare ruimte van de stad wordt in de vorm van deze 'stadsvloer' doorgetrokken en verbonden met het terrein. De nieuwbouw zoekt de samenhang in de massa en hoogte van de gebouwen door een tussenschaal toe te voegen. De bebouwing aan de Papentorenvest vormt een schaalsprong tussen de kleinschalige bebouwing in de omgeving en de massaliteit van de Koepel en de Vest. Sterk is de oplossing van de rondgang op de eerste verdieping. Het voegt een openbare laag toe aan het plan en vergroot het contact tussen terrein en stad zonder de muur aan te tasten.

Het is zeer bevorderlijk voor het plan dat het parkeren binnen de muren niet op het maaiveld plaatsvindt maar ondergronds. Uitgangspunt is ook dat het voorplein in de definitieve situatie vrij blijft van parkeren. Het plan voldoet aan de ambities van de nota van ambities en eisen: Het behoud van de icoonwaarde Respectvolle omgang met waardevolle elementen De hoofdstructuur is ook bij nieuw gebruik leidend De ruimtelijkheid van het koepelgebouw is waar te nemen Het in standhouden van het kathedrale effect en van de zorgvuldige gecomponeerde binnenruimte Het gecomponeerde evenwicht tussen oud en nieuw De gebruiksgeschiedenis inzetten om nieuwe ontwikkeling een identiteit te geven Waar het gaat om de eisen van de nota van ambities en eisen, voldoet het plan (nog) niet volledig aan de criteria: Het plan bevat meer dan de helft wonen op de begane grond, buiten het Koepel gebouw. Hier tegenover staat dat er in de Koepel géén wonen plaatsvindt, waardoor de doelstelling om een functioneel gemengd gebied te maken ruimschoots behaald wordt. De FSI wordt overschreden. Dit wordt veroorzaakt door het overkappen van fietsparkeerplaatsen achter de bebouwing aan de noordzijde, ten behoeve van de geluidswering, op verzoek van direct omwonenden. De overkapte ruimte worden formeel dan tot bebouwde ruimte gerekend.

Deze afwijkingen komen ten goede aan het plan en doen geen afbreuk aan de essenties van het plan. Het parkeren op het voorplein verdwijnt niet volledig bij start van de ontwikkeling. Uitgangspunt is dat dit een tijdelijke situatie betreft omdat het parkeren op het voorterrein wél afbreuk doet aan de essenties van het plan. In de definitieve 32

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

situatie dient het voorplein autovrij en groen ingericht te zijn. De conclusie is dat de ontwikkeling in hoofdzaak voldoet aan de Nota van Ambities en Eisen. Daar waar dit niet het geval is, wordt dit aanvaardbaar geacht. 3.4.4 Structuurvisie openbare ruimte Deze structuurvisie is een deelherziening van het Structuurplan Haarlem 2020 en biedt het kader voor de ruimtelijke ontwikkeling, herstructurering en het beheer en onderhoud van het publieke domein in de stad. De Structuurvisie Openbare Ruimte noemt als ambitie het behouden en ontwikkelen van een stedelijk en hoogwaardig woonmilieu. Hierbij spelen onder andere de volgende aspecten een rol: lange lijnen: een aantal karakteristieke lange lijnen in de stad als belangrijke structuur herkenbaar maken door eenduidig gebruik en inrichting. Voor de herontwikkeling van de Koepelgevangenis is het van belang dat de Amsterdamse Vaart, de Papentorenvest en de Gedempte Oostersingelgracht in de visie voor 2040 als lange lijnen met water zijn aangemerkt waarbij de kwaliteit van de openbare ruimte dient te worden vergroot; de gewenste leefbaarheid in Haarlem in 2040 kan alleen worden gehaald door het doorgaand autoverkeer te verminderen.

Belangrijk voor de ontwikkeling van de Koepelgevangenis is de afwaardering van de Amsterdamsevaart als ontsluitingsweg en de verbinding van de Prins Bernhardlaan, onder het spoor door, naar de Oudeweg die is opgenomen in de Regionale Bereikbaarheidsvisie. In bijlage 1 wordt nader toegelicht op welke wijze op het Koepelterrein een stedelijk en hoogwaardig woonmilieu wordt gerealiseerd. Gesteld kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met de ambitie van de Structuurvisie Openbare Ruimte. 3.4.5 Ruimtelijke kwaliteit In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (2012) wordt een integrale stadsbrede visie gegeven op ruimtelijke kwaliteit die voor ieder nieuw ruimtelijk plan de basis vormt. Met de visie wil Haarlem kernachtig uitdragen waar haar kracht en haar ambitie ligt. De relatie tussen duurzaamheid, in de zin van toekomstbestendigheid en de kwaliteit van de leefomgeving, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit is een belangrijk thema van de visie. Er zijn tien gouden regels geformuleerd die een prioriteit voor ruimtelijke ontwikkeling in Haarlem uitspreken. De Nota Ruimtelijke Kwaliteit (2012) bestaat uit twee delen. Het eerste deel is de Visie op Ruimtelijke Kwaliteit. Deel twee is het Beoordelingskader voor Ruimtelijke Kwaliteit. De in deel 2 opgenomen criteria hebben betrekking op alle vergunningplichtige plannen.

Het plangebied ligt aan de oostkant van het Spaarne, ten zuiden van de spoorlijn, in het gebied dat in de nota behoort tot de 'beschermde stad'. De gebieden die vallen onder de beschermde stad vormen het 'historische' gezicht van Haarlem. Je vindt er de dominante karaktereigenschappen van de stad: een aantrekkelijke historische binnenstad, groene bolwerken, ruim opgezette

33

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

villawijken op het zand en de Haarlemmerhout, één van de oudste stadsparken van Nederland. In de beschermde stad is er een zichtbare relatie tussen geschiedenis, architectuur, openbare ruimte (de inrichting van de straat) en functie. Die herkenbaarheid en vertrouwdheid maakt de stedelijke ruimte tot een prettige plek om te bezoeken of om in te wonen. In de beschermde stad versterken, repareren en verrijken nieuwe ontwikkelingen de bestaande kwaliteiten. In de Beoordelingskaders Ruimtelijke kwaliteit krijgt de beschermde stad een 'beschermende regie', gericht op het behouden en versterken van de zichtbare relatie tussen geschiedenis, openbare ruimte, architectuur en functie. De regie is behoudend en gedetailleerd. 3.4.6 Wonen 3.4.6.1

Beleidscontext Wonen Woonvisie Haarlem 2017 - 2020 'Doorbouwen aan een (thuis)' Haarlem is een geliefde en aantrekkelijke stad om in te wonen. De vraag naar woonruimte is groot en zorgt voor stijgende prijzen in de vrije sector en stijgende wachttijden voor het vinden van een sociale huurwoning. Haarlem wil een complete stad zijn, een stad die een thuis biedt aan een breed scala aan inwoners, aan mensen met een laag, midden- en hoog inkomen, van verschillende opleidingsniveaus, leeftijd, cultuur en huishoudensgrootte. In de Woonvisie Haarlem 2017-2020 Doorbouwen aan een (t)huis is daarom opgenomen dat het nodig is om de komende jaren veel te bouwen (7.500 woningen), en dat het gewenst is dat de voorraad sociale huurwoningen weer gaat groeien, met name aan de westkant van de stad. In de woonvisie is tevens aangekondigd dat onderzocht wordt hoe de gemeente kan bijdragen aan de realisatie van meer sociale huurwoningen. Genoemd is het beschikbaar stellen van grond of vastgoed, de inzet van ruimtelijk instrumentarium of ontwikkelende partijen in contact te brengen met de Haarlemse corporaties. Het huidige plan draagt bij aan de groei van de woningvoorraad in Haarlem en differentiatie van de woningvoorraad in deze wijk.

Coalitieprogramma 'Duurzaam doen!' en de 'Nota kaders en instrumenten sociale huur en middensegment' Op 1 juni 2018 is het Coalitieprogramma 'Duurzaam doen 2018-2022' vastgesteld. Daarin is onder andere het streven opgenomen om de toevoeging van 7.500 (uit de Woonvisie) woningen te verhogen naar 10.000 woningen. Daarnaast is in het coalitieprogramma opgenomen dat voor nieuwe projecten een minimale procentuele verdeling geldt van veertig procent sociale huur, veertig procent middeldure huur of koop en twintig procent overige woningen. De doelstelling 40-40-20 is, samen met aanvullende kaders op dit gebied uitgewerkt in de 'Nota Kaders en instrumenten sociale huur en middensegment'. De overige doelstellingen uit de Woonvisie blijven van kracht. Uitzondering hierop zijn projecten waar reeds (privaatrechtelijke) afspraken zijn gemaakt. Verder kent de nota ook de mogelijkheid voor uitzonderingen op de gestelde kaders voor sociale huur. Dit wordt uitgebreid toegelicht in paragraaf 2.4 van de nota. Relatie met het plan 34

bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)

Op de projectlocatie mogen in totaal 350 woningen in het sociale segment worden gerealiseerd, circa 250 woningen gericht op studenten huisvesting en circa 100 woningen voor jongeren. Deze doelgroepen sluiten goed aan bij de realisatie van de stadscampus op de locatie waar het academisch onderwijs een onderdeel van uitmaakt. Bij dit project is de mogelijkheid voor uitzondering op de gestelde kaders voor sociale huur (uit de 'Nota Kaders en instrumenten sociale huur en middensegment') van toepassing omdat er bijvoorbeeld wordt afgeweken van zowel de programmering als van de oppervlakte per woning. In dit project zijn namelijk studenten- en jongerenwoningen beoogd (100% sociale woningbouw). Dat is passend op deze locatie omdat het een campusontwikkeling betreft. Het is voor deze doelgroep passend dat deze kleiner zijn dan de gestelde 40m2 uit de kaders voor sociale huur. Voor de beoogde studenten- en jongerenhuisvesting zijn er overigens wel aanvullende landelijke en lokale regels van kracht over bijvoorbeeld contractvormen (campus- en jongerencontracten) en de huurtoeslaggrens. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Woonvisie Haarlem 2017-2020 Doorbouwen aan een (t)huis, het Coalitieprogramma 'Duurzaam doen 2018-2022' en de 'Nota Kaders en instrumenten sociale huur en middensegment'. 3.4.7 Economie 3.4.7.1

Detailhandelsvisie Haarlem Winkelstad Deze detailhandelsvisie biedt voor de periode 2016 - 2020 het beleidskader voor toekomstige ontwikkelingen in de detailhandelssector in de gemeente Haarlem. De visie verschaft bewoners, ondernemers, vastgoedeigenaren en ontwikkelaars duidelijkheid over de gewenste ruimtelijke structuur van de detailhandel in de gemeenten en over de ontwikkelingsrichting daarvan. Het geldt als toetsingskader voor nieuwe initiatieven waar gemeentelijke medewerking vereist is. Het prikkelt ondernemers tot het benutten van de kansen die Haarlem hen op dit terrein brengt. Zes speerpunten De gemeente heeft in de detailhandelsvisie 2016 - 2020 zes speerpunten geformuleerd: 1. Prioriteit geven aan hoofdwinkelgebieden. 2. Stimuleren van detailhandel en nieuwe concepten die bijdragen aan een aantrekkelijke, toekomstbestendige (binnen)stad. 3. Een vitale, dynamische en concurrerende detailhandelstructuur: ruimte geven aan kwaliteit en innovatie inspelend op de toekomstige trends zoals de groeiende grensvervaging tussen detailhandel en andere branches (o.a. horeca 'blurring'). 4. Behoud van de fijnmazige winkelstructuur: dagelijkse boodschappen op een aanvaardbare afstand ook in het kader van langer zelfstandig wonen. 5. Voorkómen van bovenmatige leegstand door het opstellen van een actieplan leegstand samen met de stakeholders in de stad. 6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12289989/1