20210262875 2. Bijlage a Bp De Koepel
Tekst van het document
Deze quickscan kan als basis dienen voor een mitigatie- of compensatieplan in het kader van een ontheffingsaanvraag. Het ontwerp houdt rekening met uitkomsten van de quickscan en wordt hierop aangepast en past, als behoud niet mogelijk is, compenserende maatregelen toe. De compenserende maatregelen worden genomen voor de aangetroffen (beschermde) soorten. (o.a. Wet natuurbescherming 2017 en Ecologisch Beleidsplan 2013-2030, gemeente Haarlem) Doeleinde: Natuurinclusief bouwen Om een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier te maken, moet de natuur een volwaardige plaats krijgen bij het ontwerpen van nieuwbouw en (openbare) ruimte hier omheen. Behoud en aansluiten op de bestaande ecologische waarden is uitgangspunt. Indien behoud niet mogelijk is, dienen in het bouwproject compensatiemaatregelen te worden getroffen. Daarnaast liggen er grote kansen voor bevordering van natuur binnen bouwprojecten d.m.v natuurinclusief bouwen. Circulair bouwen en ontwikkelen Randvoorwaarde: Milieu Prestatie Gebouwen (MPG)
62
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
Voor nieuwbouw dienen de waardes gehanteerd te worden conform bouwbesluit 2018. De Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. De MPG is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. Er geldt voor de MPG een maximum grenswaarde van 1,0. (Bouwbesluit 2018) Doeleinde: verbeterde Milieu Prestatie Gebouwen Het verhogen van de ambitie ten aanzien van de MPG is een concrete maatregel die bijdraagt bij aan deze doelstelling. Dat betekent dat waar mogelijk een lagere MPG-norm wordt voorgeschreven (hoe lager de norm, hoe beter de prestatie), te weten: 0,8 Doeleinde: Duurzame GWW De Aanpak Duurzaam GWW helpt om op een uniforme en systematische manier de juiste processtappen te zetten. Door duurzaamheid te verankeren in de bedrijfsprocessen geven partijen binnen de GWW-sector op een zelfde manier invulling aan duurzaamheid in projecten en zijn verwachtingen vooraf duidelijk. De aanpak Duurzaam GWW wordt gevolgd voor planvorming, aanleg, aanbesteding, beheer en onderhoud. Van de private partijen die GWW aanleggen wordt gevraagd mee te werken aan deze aanpak. (Grondstoffenakkoord, Green Deal Duurzaam GWW 2.0) Doeleinde: Registratie materialen Bestaande stad is de grondstoffenmijn van de toekomst.
Het opstellen van een materialenpaspoort en de registratie daarvan in het Madaster 7, of vergelijkbaar registratiesysteem, draagt bij aan het hergebruik van materialen. Het betreft een relatief eenvoudig uitvoerbare maatregel omdat het in de ontwerpfase wordt toegepast en geen uitvoeringskosten betreft. Doeleinde: Toekomstbestendig ontwerpen Flexibiliteit bieden voor functionele verandering op termijn kan hoge kosten en materiaalverspilling bij een herbestemming of woningaanpassing voorkomen. De woonvisie vraagt aandacht voor flexibiliteit en duurzaamheid. (Doorbouwen aan een (t)huis, Woonvisie Haarlem 2017 - 2020) Doeleinde: Afvalinzameling integreren in ontwerp De voorzieningen voor (gescheiden) inzameling van afval dienen bij de oplevering van nieuwbouwlocaties al op orde moeten zijn, zodat geen noodoplossingen worden ingezet. Daarom dienen voorzieningen zoals ondergrondse en inpandige containers in een vroege fase van het ontwerp geïntegreerd te worden. Mobiliteit Doeleinde: Stimuleren fiets en voetgangers door de bebouwing Voor iedere nieuwe woning schrijft het Bouwbesluit 2012 voor om een eigen berging voor het stallen van fietsen en scootmobielen met een minimale oppervlakte te realiseren. Op grond van de gelijkwaardigheidsbepaling mag er op een andere manier aan worden voldaan dan is aangegeven. De 63
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
"Beleidsregel bergingen nieuwe woongebouwen Haarlem 2018" geeft voorwaarden daar aan. Tevens wordt er bij woongebouwen rekening gehouden met levensloopbestendigheid (d.m.v. stalling voor scootmobielen). Doeleinde: Stimuleren fiets en voetgangers door de openbare ruimte Het aantal autoritten moet gereduceerd worden en het is de bedoeling dat er minder parkeerplaatsen in de openbare ruimte komen. Ook bij (ver)bouwprojecten moet dit principe leidend zijn. Bijvoorbeeld met een aantrekkelijke looproute naar de dichtstbijzijnde HOV-halte of NS-station, autoparkeren op afstand en voldoende en comfortabele fietsenbergingen of -stallingen die gemakkelijker bereikbaar zijn dan de parkeerplaatsen voor auto's. Doeleinde Duurzaam mobiliteitsplan Binnen de 'beleidsregels parkeernormen' is het mogelijk om gebruik te maken van een mobiliteitsplan. Het uitwerken van een locatie specifiek mobiliteitsplan is een goede methode om bij te dragen aan de duurzame mobiliteitstransitie én te voorzien in voldoende ruimte voor parkeren. Het mobiliteitsplan wordt opgesteld door de initiatiefnemer en kan elementen bevatten over bijvoorbeeld deelauto's, goede fietsontsluiting i.c.m. nabijheid en OV etc. Doeleinde: Fietsparkeren in ontwerp In het ontwerp moet er aandacht zijn voor het fietsparkeren voor bewoners, maar ook voor bezoekers.
Slimme locaties, goed bereikbaar en zeer comfortabel waardoor gebruikers verleid worden de fiets te verkiezen boven de auto. Een goede integratie van (voldoende) fietsparkeren in het ontwerp moet als doel hebben de ruimtelijke kwaliteit vergroten én om het gebruik van de fiets te stimuleren. 4.7.2 Onderzoek Voor de beoogde herontwikkeling van het Koepelterrein wordt op diverse wijzen ingezet op duurzaamheid en energie. Hergebruik en behoud bestaande bebouwing Het rijksmonument De Koepel wordt behouden en hergebruikt. Het behoud en hergebruik van monumentale en bestaande gebouwen is per definitie duurzaam. Derhalve worden de aanwezige bewaarderswoningen en De Vest ondanks het ontbreken van een monumentale status - wel als zodanig behandeld. De bestaande gebouwen worden nageïsoleerd. Ook het dak van De Koepel wordt geïsoleerd. De beglazing wordt vervangen door isolatieglas. De Filmkoepel gaat in het interieur onderdelen opnemen uit het gevangeniscomplex. Duurzaam materiaalgebruik Naast het streven naar het maximaal hergebruik van de bestaande gebouwen en materialen zal bij de keuze van nieuwe materialen hun ecologische footprint een belangrijke rol spelen. Inzetten op vergroening In de huidige situatie zijn op het voorplein 45 auto parkeerplaatsen met een 12-tal bomen. Verder op het terrein is alleen de tuin van de directeurswoning 64
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
uitbundig groen ingericht. Het gehele terrein is sterk versteend. In de nieuwe situatie zal het gebied een binnenstedelijk klimaat kennen. Bij de uitwerking van de buitenruimte wordt sterk ingezet op een passende vergroening, inclusief nieuwe bomen van formaat. Ook de gebouwen zelf worden ingezet voor groen, met groene daken en gevelbegroeiing. Dit heeft niet alleen positief effect op hittestress maar draagt ook bij aan vertraagde hemelwater afvoer. Naast het groen worden de daken ook ingezet voor het plaatsen van PV-panelen. Rainproof Bij de uitwerking van de gebouwen en de buitenruimte wordt gestreefd naar regenwater infiltratie op het terrein. Daarbij kan gedacht worden aan open bestrating, groen, goten en kolken en grindkorven onder hwa's. Het afvoersysteem wordt zodanig aangelegd dat het later is te koppelen aan de toekomstige 'groene' of 'blauwe' gracht ter plaatse van de Papentorenvest. Duurzame energie Het Koepelterrein wordt gasloos. Er worden verschillende concepten onderzocht voor een duurzame energievoorziening op het terrein. Het streven daarbij is een centrale voorziening voor het hele terrein. De verschillen in warmte-koude behoefte en in gebruikstijden tussen woningen enerzijds en de voorzieningen anderzijds kunnen dan optimaal benut worden. De meest kansrijke technieken zijn een warmte-koude opslag in de bodem of een aansluiting op een warmtenet.
De voorziening wordt gecombineerd met PV panelen op de daken. De openbare gebouwen in het plan worden voorzien van een LED-verlichting. Verhogen leefbaarheid in de wijk Het realiseren van academisch onderwijs, een bioscoop (Filmkoepel) en horeca zorgt voor een dusdanige impuls in het Scheepmakerskwartier dat duurzaam geïnvesteerd kan worden in de openbare ruimte. Water en groen verhogen de leefbaarheid in een wijk en voorkomt hittestress. Studenten brengen levendigheid met zich mee. Het stimuleert in belangrijk mate de economie. Het maakt een buurt divers, dynamischer en gezonder. Mobiliteit Voor het koepelterrein en haar functies is een mobiliteitsplan opgesteld dat deel uitmaakt van de parkeerbalans. Er zijn goede OV verbindingen en er wordt veel aandacht besteed aan het stallen van voldoende fietsen. Op het terrein is een fietsenmaker aanwezig en kunnen fietsen gehuurd worden. Door de verschillende (dag- en nacht) functies op het parkeerterrein is dubbelgebruik van parkeerplekken mogelijk. Zo kan het aantal benodigde parkeerplekken beperkt worden en ontstaat er een efficiënt gebruik van de parkeerkelder. We leven in een snel veranderende maatschappij op het gebied van mobiliteit. Naar verwachting zullen steeds meer mensen vaker een auto delen of zullen minder vaak een auto hebben of gebruiken. Zeker in binnen- of hoogstedelijke 65
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
omgevingen valt een afname van autogebruik te verwachten. Uitvoering plan Onderzocht wordt of op het terrein van De Koepel bronnen kunnen worden geslagen voor een WKO installatie. Het gehele complex wordt gasloos uitgevoerd. Daarnaast worden alle woningen op het koepelterrein compact uitgevoerd (tussen de 20 - 25 m2 GBO). Dat betekent per huishouden beperkt materiaalgebruik tijdens de bouw en minimaal energie-verbruik in de gebruiksfase. 4.7.3 Conclusie In lijn met de beleidskaders en ambities van gemeente Haarlem wordt op voldoende wijze ingezet op duurzaamheid en energie bij de beoogde herontwikkeling van het Koepelterrein.
4.8
Verkeer en parkeren
4.8.1 Inleiding De Koepel is een project dat anticipeert op de toekomst en de wensen van de toekomstige gebruikers. Deze liggen niet zozeer op het vlak van automobiliteit en parkeren maar meer op leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, functionele verblijfsruimte en toegankelijkheid voor voetgangers en fietsers. Te hoge parkeernormen en bouwen voor de leegstand zijn achterhaald, zo blijkt ook al in andere steden. Met het mobiliteitsplan van BonoTraffics (bijlage 9) wordt ingespeeld op de toekomstige behoeften en wordt een stap gezet richting een leefbare en toegankelijke stad. 4.8.2 Onderzoek Parkeren Aan de hand van de vastgestelde parkeernormen per functie is de totale parkeervraag voor de voorgenomen ontwikkeling berekend. Daarnaast is het parkeeraanbod bepaald. Het parkeeraanbod bestaat uit 187 parkeerplaatsen in de te realiseren parkeergarage en 20 parkeerplaatsen, (tijdelijk) voorzien op het voorterrein. Het totale parkeeraanbod bestaat daarmee uit 207 parkeerplaatsen. Door BonoTraffics is de totale parkeervraag afgezet tegen het aanbod. Hierbij is het theoretische overschot op de verschillende momenten aangegeven. Op alle momenten is er sprake van voldoende parkeerplaatsen. Dit is weergegeven in onderstaande tabel:
In het onderzoek van BonoTraffics (bijlage 9) is een toelichting gegeven op de parkeernormen, de parkeervraag en is beschreven hoe de parkeerbehoefte 66
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
wordt gefaciliteerd. Fietsparkeren Op basis van de richtlijnen van het CROW is een indicatie gegeven van het aantal benodigde fietsenstallingen in het plangebied. Omdat sprake is van dubbelgebruik van fietsparkeerplaatsen én de voorzieningen van de Koepel veel gebruikt zullen worden door de bewoners van de Koepel, zijn bij optimaal dubbelgebruik 357 stallingsplaatsen nodig. Echter is door de verspreiding van verschillende stallingmogelijkheden op het terrein van de Koepel het dubbelgebruik niet altijd optimaal mogelijk. Er wordt daarom een marge in het aantal stallingen aangehouden. In het plan worden circa 400 stallingsplaatsen gerealiseerd. Met deze circa 400 goed geplaatse en goed toegankelijke publieke stallingsplaatsen, naast de 350 te realiseren fietsplaatsen bij de woningen, wordt de vraag naar fietsparkeerplaatsen op elk moment ruimschoots gefaciliteerd. Ontsluiting De ontsluiting van De Koepel (voor het autoverkeer) moet bekeken worden in samenhang met de gemeentelijke plannen voor de omliggende wegenstructuur. In de ontwikkelvisie Spaarnesprong is onder andere de wens uitgesproken om de Catharijnebrug af te sluiten voor (doorgaand) autoverkeer. Hiermee kan de Papentorenvest maar ook de Gedempte Oostersingelgracht worden ontlast.
Het verblijfskarakter van de Papentorenvest kan hiermee worden vergroot en mogelijk kan invulling worden gegeven aan de wens om de gracht terug te brengen in de Papentorenvest. Voorlopig wordt wat betreft de ontsluiting van De Koepel uitgegaan van de bestaande situatie maar er wordt rekening gehouden met de wensen voor de toekomst. Ontsluiting en gebruik voorterrein Voorlopig blijft het voorterrein afgesloten met een slagboom. Daarnaast is op het voorterrein ruimte om te laden en te lossen. Het voorterrein van De Koepel wordt voorlopig via de bestaande aansluiting op de Harmenjansweg ontsloten. Als op langere termijn invulling wordt gegeven aan de gemeentelijke wensen ten aanzien van de Papentorenvest (afwaarderen en terugbrengen gracht) wordt het voorterrein afgewaardeerd naar een plek waar alleen nog ruimte is voor logistiek verkeer (expeditie, laden / lossen), kiss&ride en parkeren voor gehandicapten. Hierbij wordt bekeken hoe het terrein wat betreft inrichting beter aan kan sluiten op de wensbeelden voor de Papentorenvest. Ontsluiting parkeergarage De ontsluiting van de parkeergarage loopt via het Oostvest en de Papentorenvest. Om de ontsluiting vanuit De Koepel op het Oostvest zo veilig mogelijk te maken wordt het Oostvest gedeeltelijk verlegd/uitgebogen in oostelijke richting.
Hiermee ontstaat vanuit de garage voldoende zicht op het verkeer en de voetgangers op het Oostvest. Het verleggen van de rijbaan van het Oostvest gaat naar verwachting ten koste van circa 5 parkeerplaatsen op het daar gesitueerde terrein. Recent parkeeronderzoek geeft aan dat het terrein op een werkdagmiddag en -avond voldoende restcapaciteit (8pp) biedt om het verlies van circa 5 parkeerplaatsen op te vangen. 67
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
Het verkeer vanuit de parkeergarage kan vooralsnog alleen rechtsaf slaan de Papentorenvest op. Linksaf (doorsteek door de middenberm) is niet mogelijk in verband met de benodigde opstelruimte en aanwezige opstelstroken voor de verkeerslichten. Om verkeer vanuit de garage een goede routing te bieden richting Gedempte Oostersingelgracht wordt op de Papentorenvest een keermogelijkheid gerealiseerd ten noorden van de opstelstroken voor de verkeerslichten. Het wegprofiel herbergt voldoende ruimte (in de breedte) om het keren mogelijk te maken. De exacte locatie en het ontwerp van de keermogelijkheid en het toeleidende wegprofiel moet nader uitgewerkt worden. Hierbij staan de veiligheid van het verkeer en het behoud van zoveel mogelijk parkeerplaatsen centraal. De realisatie van de keermogelijkheid gaat ten koste van een aantal parkeerplaatsen. Er is echter nog restcapaciteit aanwezig op de Papentorenvest (circa 10 pp op de noordelijke rijbaan) waarmee dit verlies aan plekken kan worden opgevangen. Verkeer op de Papentorenvest (vanuit westelijke richting) kan niet het Oostvest oprijden richting garage. Dit verkeer zal moeten omrijden via de Harmenjansweg. Eventueel kan een doorsteek worden gemaakt voor dit verkeer (linksaf door de middenberm t.h.v. het Oostvest).
Naar verwachting is deze verkeersstroom echter beperkt (het grootste deel van het verkeer is georiënteerd op de richting Gedempte Oostersingelgracht). Aanvullende voorzieningen voor het linksafslaande verkeer zijn daarom naar verwachting niet direct nodig. In een later stadium, wanneer de gemeentelijke wensen ten aanzien van de Papentorenvest worden gerealiseerd (knip Catharijnebrug en gracht terug in het profiel), kan de garage via het Oostvest rechtstreeks ontsluiten op de Papentorenvest (zowel linksaf - als rechtsaf is dan mogelijk). Het verkeersaanbod op de Papentorenvest zal dan zeer beperkt zijn. Een andere mogelijkheid is een rechtstreeks aansluiting op de Gedempte Oostersingelgracht. Dit laatste is sterk afhankelijk van de gemeentelijke plannen met betrekking tot de Gedempte Oostersingelgracht en de mate waarin afwaarderen van deze weg mogelijk is. 4.8.3 Conclusie In totaal worden 187 parkeerplaatsen gerealiseerd op het eigen terrein van de ontwikkeling. Door BonoTraffics is de totale parkeervraag afgezet tegen het aanbod. Daar waar de normen onvoldoende specifiek zijn of niet genoeg houvast bieden zijn de richtlijnen van het CROW gehanteerd. Op alle momenten is sprake van voldoende parkeerplaatsen.
Daarmee kan geconcludeerd worden dat voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd voor de beoogde ontwikkeling en de ontwikkeling in overeenstemming is het met het vigerende parkeerbeleid. Daarnaast worden ook voldoende fietsparkeerplekken gerealiseerd en blijkt uit het onderzoek dat de beoogde ontwikkeling zowel vanaf het voorterrein als vanaf de parkeergarage passend kan worden ontsloten.
68
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
4.9
Waterparagraaf
4.9.1 Inleiding Een belangrijk ordenend principe bij ruimtelijke plannen is het waterbeheer: de zorg voor veiligheid tegen overstromingen en voor voldoende en gezond oppervlaktewater. Waterbeheerders worden in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken bij het proces van ruimtelijke planvorming. De Watertoets is hiervoor het wettelijk geregelde procesinstrument, zie www.dewatertoets.nl. De resultaten van het doorlopen van dit proces van afstemming zijn weergegeven in deze waterparagraaf. Deze paragraaf benoemt de waterbeheerder, beschrijft het relevante beleid en het huidige watersysteem en gaat in op de effecten daarop van ruimtelijke ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. 4.9.2 De waterbeheerder in het plangebied Het hoogheemraadschap van Rijnland is in het plangebied het bevoegd gezag voor het beheer van waterkeringen, oppervlaktewater en (ondiep) grondwater. In het proces van ruimtelijke planvorming heeft Rijnland een adviserende rol. In de uitvoerings- en beheerfase van ruimtelijke plannen heeft Rijnland een regelgevende rol. 4.9.3 Beleid Sinds 22 december 2009 is de nieuwe Waterwet van kracht. Deze nieuwe Waterwet regelt het beheer van grond- en oppervlaktewater en verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Op basis van deze wet is in december 2009 het Nationaal Waterplan vastgesteld.
In het Nationaal Waterplan worden antwoorden geformuleerd op ontwikkelingen op het gebied van klimaat, demografie en economie en investeren in een duurzaam waterbeheer voor Nederland. Waterbeheerplan Rijnland In het Waterbeheerplan 2016 – 2021 geeft het Hoogheemraadschap van Rijnland (hierna te noemen: Rijnland) zijn ambities aan en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. De vier hoofddoelen zijn [1] waterveiligheid, [2] voldoende water, [3] schoon en gezond water en [4] waterketen. Bij het doel 'waterveiligheid' wordt gestreefd naar het beschermen tegen overstromingen, gevolgbeperking en het voorbereiden op eventuele calamiteiten. Bij voldoende water wordt gestreefd naar juiste waterpeilen, instandhouding van het watersysteem, voorkomen van wateroverlast en voldoende zoetwater. Bij schoon en gezond water wordt gestreefd naar het verminderen van watervervuiling, ecologisch beheer en onderhoud, het realiseren van schone meren, plassen en natuurgebieden en schone en veilige zwemwaterlocaties. Bij het doel waterketen wordt gestreefd naar het op een doelmatige wijze verwerken van afvalwater en het verduurzamen van de verwerking van afvalwater en het optimaal hergebruiken van afvalwater. Het Waterbeheerplan 2016 – 2021 van Rijnland is te vinden op www.rijnland.net. Rijnlands Keur en Beleidsregels 69
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
Rijnland dient haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder adequaat te kunnen uitvoeren. De “Keur” is een verordening van de waterbeheerder met juridisch bindende regels (gebod- en verbodsbepalingen). Zo zijn werken en werkzaamheden in en bij waterkeringen (dijken, kaden, duinen) en watergangen (sloten, vaarten, plassen) zonder of in afwijking van een vergunning op grond van de Keur niet toegestaan. Ook het aanbrengen van verhard oppervlak (bebouwing, bestrating) en het onttrekken van grondwater zijn in veel gevallen vergunningsplichtig. In de “Beleidsregels” die bij de “Keur” horen, is het beleid van Rijnland nader uitgewerkt. De “Keur en Beleidsregels” van Rijnland zijn te vinden op www.rijnland.net. Rijnlands beleid Riolering en afvalwaterzuivering Rijnland geeft de voorkeur aan het scheiden van hemelwater en afvalwater. Naast een voorkeursvolgorde voor afvalwater geldt voor de behandeling van hemelwater de zorgplicht. Rijnland geeft daarbij de voorkeur aan brongerichte maatregelen boven 'end-of-pipe' maatregelen. Hierbij geldt de volgende toelichting. 'Hemelwater kan de capaciteit van riolering en zuivering aanzienlijk belasten. Dat is niet wenselijk en vaak ook niet nodig. Zeker bij nieuwbouw ontwikkelingen is het gescheiden aanbieden van hemelwater en afvalwater vaak een doelmatige maatregel.
Rijnland volgt hierbij een de voorkeursvolgorde (rijksbeleid), waarbij vooropstaat het voorkomen van het ontstaan van afvalwater. Als er afvalwater is het zoveel mogelijk beperken van verontreiniging en waar mogelijk afvalwaterstromen scheiden. De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). De uiteindelijke afweging wordt lokaal gemaakt, waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal staat'. Het te lozen hemelwater mag geen significante verslechtering van de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater veroorzaken. Maatregelen om dit te bereiken zijn duurzaam bouwen, infiltratie, het toepassen van berm- of bodempassage en straatkolken met extra voorzieningen. Als ondanks de zorgplicht en de preventieve maatregelen het te lozen hemelwater naar verwachting een aanmerkelijk negatief effect heeft op de oppervlaktewaterkwaliteit, kan in overleg tussen gemeente en waterschap gekozen worden voor aanvullende voorzieningen, een verbeterd gescheiden stelsel of- als laatste keus - aansluiten op het gemengde stelsel. Integraal Waterplan Haarlem De gemeente Haarlem en het Hoogheemraadschap van Rijnland hebben eind 2004 het Integraal Waterplan Haarlem vastgesteld en in 2014 geactualiseerd.
Centrale doelstelling van het Integraal Waterplan is het ontwikkelen en behouden van een veilig, veerkrachtig en ecologisch gezond watersysteem. Het plan functioneert als strategisch kader voor gerelateerde beleidsvelden zoals het grondwater-, afvalwater-, en baggerbeleid. Om ervoor te zorgen dat het Haarlemse waternetwerk bestand is tegen klimaatsverandering (hoger zeeniveau, toename van de hoeveelheid en intensiteit van de neerslag), inklinking van de bodem, en verstedelijking (toename verhard oppervlak) is ruimte voor oppervlaktewater nodig. Ruimte voor extra oppervlaktewater kan worden gevonden door het verbreden 70
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
van bestaande watergangen, het graven van nieuwe watergangen en het weer open leggen van gedempte grachten. Doelstelling voor het oppervlaktewater is het creëren van een veilig watersysteem met voldoende afwaterend en bergend vermogen, een adequate doorstroming en maximale benutting van gebiedseigen water. Als streefbeeld heeft de gemeente voor ogen een verbeterd waternetwerk dat uitgebreid is met nieuw water. Gemeentelijk Rioleringsplan Het GRP is een beleidsmatig en strategisch plan waarin het verbreed rioleringsbeheer (incl. financiën) en de visie op riolering voor de langere termijn worden beschreven. Met het GRP beschikt de gemeente over een instrument om systematisch inzicht te krijgen in de te beheren en onderhouden rioleringsobjecten en de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan de wettelijke (milieu)eisen. Door het opstellen van het GRP wordt het verbreed rioleringsbeleid inzichtelijk en toetsbaar. Er zijn vier doelstellingen voor het GRP van toepassing, te weten: het doelmatig inzamelen van het afvalwater en het hemelwater. het transporteren van het rioolwater naar een geschikt lozingspunt. Het zoveel mogelijk voorkomen van wateroverlast. Het beperken van vervuiling door overstorten middels aanleg van randvoorzieningen (o.a. BBB's) en afkoppelen.
Compensatieregeling Een algemene regel met betrekking tot de waterkwantiteit is het compenseren van een eventuele toename van verharding (wegen, gebouwen). Indien verharding in een gebied toeneemt, zullen waterhuishoudkundige maatregelen getroffen moeten worden om waterbezwaar als gevolg van de toegenomen verharding te voorkomen. Gemeente Haarlem en het Hoogheemraadschap van Rijnland stellen als richtlijn dat - indien gebouwd wordt en hierbij meer dan 500 m2 onverhard oppervlak omgezet wordt naar verhard oppervlak - minimaal 15 procent van de toename aan verharding gecompenseerd dient te worden in de vorm van oppervlaktewater. Het uiteindelijk te compenseren oppervlak hangt af van overige maatregelen die de waterhuishouding in een gebied ten goede kunnen komen, zoals het vertraagd afvoeren van hemelwater. Voorbeelden zijn grasdaken en ontkoppeling van het rioolstelsel, waarbij het ontkoppelde water in de bodem geïnfiltreerd wordt. Tevens onderschrijft het Waterplan de noodzaak op het vlak van baggeren, afkoppelen, saneren overstorten, inrichten natuurvriendelijke oevers, en afkoppelen schone verharding, en het creëren van extra open water ter compensatie van toegenomen verharding.
71
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
4.9.4 Relatie met het ontwikkelingsplan Compensatieregeling Een uitwerking van de watertoets voor de gemeente Haarlem is de compensatieregeling. Bij een aanwijsbare toename van het verhard oppervlak zullen waterhuishoudkundige maatregelen getroffen moeten worden om waterbezwaar als gevolg van toename verharding te voorkomen. Indien er gebouwd wordt en hierbij meer dan 500 m2 onverhard oppervlak omgezet wordt naar verhard oppervlak, dient 15% van de toename verharding als oppervlaktewater te worden aangebracht. In voorliggend plan is geen sprake van een toename aan verharding van meer dan 500 m2. Het projectgebied is op dit moment voor het overgrote deel reeds verhard met bebouwing en parkeerterrein. In de nieuwe situatie wordt zelfs meer groen (onverhard) toegevoegd dan in de huidige situatie het geval is. Er hoeft geen water gecompenseerd te worden. Oppervlaktewater Binnen het projectgebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Het open water dat nabij het projectgebied ligt, betreft het Spaarne aan de noordwest en zuidwestelijke kant van het projectgebied. Overeenkomstig het Rijnlands Keur moet aan weerszijden van de watergangen een obstakelvrije strook grond aanwezig zijn met een breedte van 5 meter ten behoeve van het uitvoeren van het onderhoud aan en ter bescherming van het profiel van de watergangen, alsmede voor de inspectie.
Het projectgebied ligt op meer dan 80 meter van het Spaarne en vormt daarmee geen belemmering. Grondwater De grondwaterstanden in Haarlem zijn over het algemeen vrij hoog. Om grondwateroverlast te voorkomen zijn dan ook onder een groot aantal wijken drainagesystemen aangelegd. Deze systemen hebben grote invloed op het functioneren van het lokale grondwatersysteem. In voorliggend plan wordt een kelder gegraven onder de Koepel en wordt een parkeergarage gerealiseerd onder een groot deel van het plangebied. Hiervoor wordt in overleg met Rijnland middels een geohydrologisch onderzoek onderzocht of een vergunning of melding noodzakelijk is het voor het tijdelijk onttrekken van grondwater. Waterketen Het projectgebied en haar omgeving heeft een gemengd rioolstelsel. Hierin wordt zowel het afvalwater als regenwater verzameld en naar de rioolzuivering gevoerd. Dit betekent dat de mogelijkheden voor het afkoppelen van schone verharding goed onderzocht en benut moeten worden. Bij het afkoppelen van verharding zullen tevens maatregelen ter voorkoming van uitloging door bouwmaterialen (voornamelijk zink en lood) genomen moeten worden. De gemeente neemt afkoppelkansen mee in de uitwerking van het basisrioleringsplan voor het gebied. Afkoppeling verhard oppervlak Enkele malen per jaar treden bij piekbelasting (extreme regenbuien) riooloverstorten in werking.
Aangezien dit de waterkwaliteit niet ten goede komt, stimuleert het Hoogheemraadschap van Rijnland het afkoppelen van verharde 72
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
oppervlakken. Dit is in lijn met de gezamenlijke doelstelling van het rijk, provincies, gemeenten en waterschappen om het water eerst vast te houden, dan te bergen en vervolgens af te voeren. Voor het afkoppelen van wegen en overig verhard oppervlak hanteert Rijnland de 'Beslisboom aan- en afkoppelen verharde oppervlakten' van de Werkgroep Riolering West-Nederland als richtlijn. Bij het afkoppelen van schoon hemelwater van dakoppervlakken en bij (nieuw)bouwactiviteiten hanteren Rijnland en de gemeente Haarlem de uitgangspunten van nationale pakketten duurzame stedenbouw en duurzaam bouwen. Van belang is bijvoorbeeld het uitgangspunt dat bij de bouw de toepassing van uitloogbare metalen zoveel mogelijk voorkomen dient te worden zodat minder verontreinigde stoffen in het watersysteem terecht komen. Conform geldend beleid van het Hoogheemraadschap en het vGRP 2018 is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen, zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting; (in-)filtratie van afstromend hemelwater; afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI.
Er wordt in ieder geval een gescheiden rioolstelsel aangelegd en aangeboden. Daarnaast worden een aantal ruimtelijke ingrepen uitgevoerd die bijdragen aan de gewenste manier van afkoppelen van hemelwater. De openbare ruimte wordt allereerst zo ingericht dat er ook bij extreme regenval geen water in de woningen en gebouwen loopt. Daarnaast wordt de maaiveldinrichting gericht op het optimaal bergen en vasthouden van hemelwater alvorens het wordt afgevoerd op het boezemsysteem (aanpak klimaatuitdaging vGRP 2018 - 2023). Het zo lang mogelijk bergen en vasthouden van hemelwater op eigen terrein kan met name in de vorm van groene plekken en boomspiegels binnen het terrein en op het voorplein die bij regenbuien tijdelijk kunnen vollopen (wadi). Middels drains of goten kan het water vervolgens afstromen en op het oppervlaktewater worden afgevoerd. Daarnaast kan gedacht worden aan open bestrating, kolken en grindkorven onder hwa's. Een beleidswens is het creëren van een watergang in de Papentorenvest. Het gescheiden afvoersysteem wordt zodanig aangelegd dat het hemelwater later is te koppelen aan de toekomstige 'groene' of 'blauwe' gracht ter plaatse van de Papentorenvest. Groene daken, daken bedekt met beplanting, kunnen bijdragen aan het vertraagd afstromen van hemelwater op het maaiveld. Hiermee kunnen groene daken een bijdrage leveren aan de doelstellingen in het vGRP.
In voorliggend plan worden daken zoveel mogelijk benut voor vergroening dan wel voor opwekking van zonne-energie. Het realiseren van groene daken zorgt voor een waterbuffering en een afkoppeling van regenwater (vertraagde afvoer). Ook zorgt een groen dak voor verkoeling en biedt het de mogelijkheid om een bijdrage te leveren aan de natuur in de stad. Ook op maaiveldniveau wordt daar 73
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
aandacht besteed door zoveel mogelijk van het openbaar gebied als groen in te richten. Waterspreekuur Rijnland Het plan is op 16 september 2019 voorgelegd aan Rijnland tijdens het wateroverleg met gemeente Haarlem. Hier is besproken dat aandacht besteed moet worden aan het afkoppelen van verhard oppervlak en dat aangegeven moet worden op welke wijze in dit plan hiermee omgegaan wordt. In bovenstaande paragraaf is dit helder aangegeven.
4.10 Cultuurhistorie 4.10.1
Korte historische schets In paragraaf 2.1.1 is de historische schets opgenomen.
4.10.2
Beschermd stadsgezicht De gehele projectlocatie is gelegen binnen beschermd stadsgezicht. In de door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg opgestelde beschrijving van het beschermd stadsgezicht is aangegeven dat in het algemeen het patroon van straten en waterlopen in samenhang met de schaal en de bebouwing van belang is. Meer specifiek is voor (de omgeving van) de projectlocatie het volgende opgenomen: "Kenmerkend voor dit deel van het beschermd stadsgezicht is dat de opbouw ervan tamelijk eenvoudig is en in sterke mate bepaald wordt door de loop van de rivier. Hoofdelement is de oostelijke uitleg van de (dijk-)straat evenwijdig aan de rivier, die buiten de stad doorliep als dijkweg naar Amsterdam. Aan de rivier is over een grote lengte een kade met zelfstandige bebouwing ontstaan (...). Ten noorden van de Amsterdamse Poort, de enig resterende poort van de middeleeuwse ommuring, blijft het stedelijk gebied beperkt tot de smalle strook direct langs de rivier (...). De bajonet in de Scheepmakersdijk is ruimtelijk zeer sprekend. De bijzondere plaats van het westelijk einde vand e Scheepmakersdijk als smalle landtong tussen rivier en Papentorenvest is als gevolg van de demping van een groot deel van die vest, de verwijdering van de brug naar de Koudenhorn en de sloop van de destijds op de punt gesitueerde molen duidelijk verzwakt, maar toch nog wel herkenbaar".
4.10.3
Beschrijving cultuurhistorie in het plangebied In het plangebied zijn verschillende bouwwerken die vanwege hun cultuurhistorische betekenis bescherming genieten. Monumenten In het plangebied bevinden zich de volgende rijksmonumenten:
74
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
De monumenten zijn met de aanduiding orde-1 op de verbeelding weergegeven. Beeldbepalende bouwwerken Het plangebied telt diverse beeldbepalende bouwwerken, ouder dan vijftig jaar, die op grond van hun hoge architectonische kwaliteit, hun plaats in de stedenbouwkundige structuur en/of als toonaangevend element in de gevelwand een belangrijke bijdrage leveren aan het stadsbeeld. De toegevoegde waarde van deze bouwwerken heeft niet alleen betrekking op de aanwezigheid binnen het beschermd stadsgezicht, maar ook op individuele architectonische en stedenbouwkundige kwaliteiten van de bouwwerken. Dit betreft het Huis van Bewaring (De Vest) en de bijbehorende bewaarderswoningen. Bij beeldbepalende gebouwen dienen de specifieke waarden van het pand, zoals opgenomen in de redengevende omschrijving (zie Bijlage 2) behouden te blijven. Bij verbouwing heeft een restauratieve aanpak van de gevels en de kap de voorkeur. De gebouwen zijn met de aanduiding orde -2 op de verbeelding weergegeven. Bouwhistorie Het Huis van bewaring en de bewaarderswoningen zijn niet alleen beeldbepalend, maar ook bouwhistorisch waardevol. Reeds in 2009 heeft het ministerie van VROM een zogenaamd 'demarcatierapport PI DE Vest' opgesteld, waarin de bouwhistorische waarden zijn beschreven.
Met dit onderzoek is aan de in artikel 6 'Waarde- bouwhistorie' gestelde eis tot doen van onderzoek naar de bouwhistorische waarden voldaan. De gebouwen zijn voorzien van de dubbelbestemming Bouwhistorie op de verbeelding.
75
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
76
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
Afbeelding: waarderingskaart cultuurhistorische waarden 4.10.4
Effect ontwikkeling op cultuurhistorie De Nota Ambities en Eisen Herontwikkeling Koepel Haarlem van 14 juli 2016 formuleert zeven kernkwaliteiten die het complex kenmerken en die als uitgangspunt moeten dienen voor behoud en transformatie van de voormalige strafgevangenis, het monumentale complex 'De Koepel'. Hiertoe behoort het ronde cellengebouw met bijbehorende directie- en bewaarderswoningen, inclusief hekwerken en de gevangenismuur. Voorts is er op het terrein als bebouwing met hoge cultuurhistorische waarde het later gerealiseerde Huis van Bewaring, bekend als de Vest, met bijbehorende bewaarderswoningen en directeurswoning. Ten aanzien van de aanwezige cultuurhistorische waarden geldt als grondgedachte, dat nieuwe waarden op een respectvolle wijze kunnen worden toegevoegd. In deze paragraaf wordt beschreven om welke kernkwaliteiten en cultuurhistorische waarden het gaat en welke impact de voorgenomen ontwikkeling hierop heeft, of hoe de ontwikkeling hierop inspeelt. Hierbij geldt dat de uiteindelijke uitwerking op onderdelen pas in een later stadium zal volgen, net als de uiteindelijke toetsing op grond van de Erfgoedwet. De zeven geformuleerde kernkwaliteiten zijn: 1. Icoonwaarde voor de stad 2. Hoofdstructuur (bestaande routing en assenkruis) 3. Voorplein en besloten binnenterrein 4. Monumentale en waardevolle gebouwen en bouwwerken 5.
Kathedrale effect van het cellengebouw, interieur 77
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
6. Architectonische kwaliteit en detaillering Belevingswaarde, emotionele waarde (sociaal/maatschappelijk) Icoonwaarde De Koepelgevangenis heeft een sterke iconische waarde voor het stadssilhouet. Deze icoonwaarde geldt het sterkst op grote afstand van het complex en neemt af naarmate men het gebouw dichter nadert. De nieuwbouw op het terrein krijgt een variatie aan bouwhoogtes, reagerend op de directe context, de bestaande woningen aan de noordzijde en de compositie en zichtlijnen aan de zuidzijde. De zichtlijnen vanuit de stad naar de Koepel, maar ook de zichtlijnen vanuit de Koepel naar de stad, zorgen ervoor dat het monumentale complex vanaf maaiveldniveau niet 'verdwijnt' achter de nieuwbouw, maar juist continu in verbinding staat met de stad. De maximale bouwhoogtes zijn dusdanig, dat het stadssilhouet op afstand niet wordt verstoord. De icoonwaarde is daarmee op stedenbouwkundig niveau voldoende gewaarborgd. Hoofdstructuur (bestaande routing en assenkruis) De hoofdingang van het Koepelterrein bevindt zich aan de noordzijde. Verder zijn er geen toegangen tot het ommuurde terrein. Bij de hoofdentree vormen de directeurswoningen aan weerszijden van het centrale administratiegebouw een monumentale en statige façade. Het voorplein versterkt de monumentaliteit van de gevelwand en zoekt tegelijkertijd aansluiting van het complex bij de omgeving.
Vanaf het voorplein loopt de centrale route door het administratiegebouw via een nu verdwenen lage tussengang naar het cellengebouw. De as van de hoofdentree eindigt in de navel van de koepel en splitst zich daar uit in een volledig assenkruis waarop de overige toegangen tot het cellengebouw zijn geplaatst. Het zelfstandig functionerend Huis van bewaring De Vest kende een eigen entree met vergelijkbare symboliek (voorplein, voorgebouw, tussenzone, cellengebouw) langs de Oostvest. Impact op hoofdstructuur Het stedenbouwkundig plan voorziet in drie heldere en herkenbare toegangen tot het terrein: de formele hoofdingang, de nieuw toegevoegde conceptuele ingang vanaf de Papentorenvest en een informele ingang aan de oostzijde, waaronder de entree voor de parkeergarage. De impact op de bestaande hoofdstructuur en routing is voornamelijk aanwezig in de toevoeging van de twee nieuwe entreezones. Door de drie ingangen elk een sterk eigen karakter en wisselende formaliteit te geven, ontstaat er een hiërarchie in de entrees. Tegelijk wordt de bestaande formele routing zoals die uit het gebruik van de gevangenis bestond, inclusief de sterk symbolische route via het administratiegebouw naar de Koepel zelf, gehandhaafd. De hoofdstructuur van routing en ontsluiting wordt met dat uitgangspunt voldoende gewaarborgd.
Conceptuele entree De conceptuele entree aan de Papentorenvest is een opening in de monumentale muur. Hier wordt een enkele doorgang in de muur gemaakt, die zich in het verlengde van de nieuwe brug over de toekomstige (groene of
78
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
blauwe) gracht bevindt en die een heldere, kleinschalige en verfijnde ingreep in de gevangenismuur vormt. Deze ingreep moet in verhouding staan tot de monumentale muur en geen aantasting vormen op haar karakteristieke geslotenheid. De entree sorteert voor op de toekomstvisie voor de Papentorenvest. Het conceptuele karakter speelt in op het uitgangspunt van de muur als gesloten doorgaande wand, waarbij de ingang op informele wijze toegang biedt tot het terrein. Vanuit erfgoed is er een positieve grondhouding ten aanzien van dit uitgangspunt. Voorplein en besloten binnenterrein Het voorplein is van oorsprong een zachte, groene overgangszone tussen het vrije leven in de stad en de gesloten binnenwereld van de gevangenis. De formele entreepartij met administratiegebouw en directeurswoningen aan weerszijden vormt de monumentale overgang tussen openbaar voorplein en het gesloten binnenterrein dat erachter ligt. Dit gegeven wordt in het stedenbouwkundig plan opgepakt door het openbare voorplein een groen karakter te geven, dat in die zin afwijkt van de doorlopende stadsvloer met accenten zoals die op het binnenterrein wordt gelegd. Deze nieuwe stadsvloer maakt het binnenterrein onderdeel van de openbare ruimte in de stad; het is niet langer besloten.
De trappartij rechts van het administratiegebouw is een duidelijke nieuwe toevoeging die het binnenterrein direct op het voorplein en de rest van de stad ontsluit; de trappartij hoort onmiskenbaar bij het nieuwe gebruik van het complex. Naast het renoveren van de bestaande gebouwen wordt er ruim 9.000 m2 nieuwbouw binnen het terrein gerealiseerd, voor woningen en voorzieningen. Dit betekent dat er een aanzienlijke bouwvolume naast de monumenten moet worden ingepast, globaal evenveel als dat er nu op het terrein aan latere uitbreidingen staat. In tegenstelling tot de bestaande situatie zal de nieuwbouw vooral ruimte laten voor de monumenten. De prioriteit wordt daarbij gegeven aan de Koepel als het centrale middelpunt, deze komt geheel vrij te staan. Door de muur aan binnenzijde op strategische punten 'op te dikken' met de nieuwbouw, vindt een taillering van de openbare ruimte rondom de Koepel plaats. Door het toevoegen van groen wordt de stenige wereld van het binnenterrein verzacht. De karakteristieke beslotenheid van het binnenterrein wordt sterk belichaamd in de aanwezigheid van de monumentale ringmuur. Deze wezenlijke fysieke eigenschap van de muur, dat zij het terrein afzondert, kan niet ondergeschikt worden gemaakt aan de ambitie om het koepelterrein te openen.
De ringmuur is in het stedenbouwkundig plan daarom opgepakt als constante, een vast gegeven waar vanuit de nieuwbouw en de toegankelijkheid naar het binnenterrein zich ontwikkelt. Naar buiten toe blijft de muur sterk aanwezig en ook grotendeels gesloten. Juist omdat de gesloten karakteristiek van de muur als helder uitgangspunt voor het ontwerp wordt genomen, blijft deze kernkwaliteit gewaarborgd, zonder dat dit ten koste gaat van de toegankelijkheid of het publiek maken van het terrein. Monumentale en waardevolle gebouwen en bouwwerken Voor de restauratieve werkzaamheden aan de Koepel zelf (het ronde cellengebouw) en de ingrepen die noodzakelijk zijn voor de nieuwe 79
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
gebruiksfunctie, zoals akoestische maatregelen en klimaatregulatie, is reeds vergunning afgegeven. Voor de fysieke transformatie van de monumentale gebouwen heeft eveneens de afweging ten aanzien van de aantasting van de monumentwaarden al plaatsgevonden. Hierbij is ook de impact op het kathedrale effect binnenin de Koepel, de architectonische en ruimtelijke inpassing van de inbouw, het assenkruis, de omgang met monumentale details en de uiterst subtiele kleurtoepassing in het monumentale interieur gewogen en getoetst. Het stedenbouwkundige plan doet hierover dan ook verder geen uitspraken. De gebouwen behorend bij de Vest worden met zorg voor de cultuurhistorische waarden getransformeerd. De ringmuur en de diverse tuinhekken rondom de directeurswoningen zijn op zichzelf staande Rijksmonumenten en als dusdanig onderdeel van het stedenbouwkundige plan. Op deze onderdelen zal bij de nadere planuitwerking getoetst worden aan de Erfgoedwet. Belevingswaarde, emotionele waarde (sociaal/maatschappelijk) Met de herontwikkeling van het monumentale gevangenisterrein gaat onherroepelijk een deel van de belevingswaarde van het complex verloren. Dat is inherent aan het herbestemmen van een complex met zo'n specifieke oorspronkelijke en gesloten functie.
Het stedenbouwkundig plan is geënt op de balans tussen open en dicht, toegankelijk en gesloten, waarbij de beleving van de muur als symbool voor de geslotenheid als centraal element is opgepakt. Het behoud van de muur als element waar men door- of overheen moet om het terrein te betreden is essentieel voor het behoud van een deel van de belevingswaarde. In hoeverre de belevingswaarde uiteindelijk behouden blijft, is bovendien sterk afhankelijk van de uitwerking op detailniveau, de materialisering en de fijnzinnigheid van het ontwerp. De uitgangspunten voor het stedenbouwkundig plan zoals die nu zijn vastgelegd bieden hiervoor ruim voldoende mogelijkheden.
4.11 M olenbiotoop Ten westen van het plangebied ligt Molen De Adriaan. De kortste afstand tussen de molen en het plangebied bedraagt circa 125 meter en loopt op naar circa 320 meter. De oorspronkelijke molen dateert van omstreeks 1779, maar die werd in 1932 door brand verwoest. De molen werd in 1999-2002 herbouwd. De bijzondere hoogte is een gevolg van het feit dat de molen gebouwd is op een deel van de vestingwerken. Door deze hoogte is er zelfs in binnenstedelijk gebied sprake van een goede windvang. (Bron: molendatabase.nl; molenid 1163). Ter bescherming van de windvang kan in bestemmingsplannen een zogenaamde molenbiotoop worden vastgelegd. Dit is een zone rond de molen waar geen nieuwe bouwwerken en beplantingen zijn toegestaan die de molen kunnen belemmeren in zijn windvang. Voor een molen die in goede staat is en een bijzondere plaats in het (stads)landschap heeft, geldt ook dat de molenbiotoop ter bescherming van de belevingswaarde van de molen fungeert. De belevingswaarde van een molen is groter wanneer de molen vrij in een ruimte staat waarin geen grootschalige objecten voorkomen.
80
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
Bestaande rechten bebouwingshoogte De bestaande bebouwing van de Koepel en haar monumentale bijgebouwen vormen de hoogste gebouwen binnen het plangebied. De nieuwbouw wordt niet hoger dan 13,5 meter aan de zuidwest- en zuidoosthoek en maximaal 10 meter aan de noordkant en blijft daarmee onder de hoogste bestaande gebouwen. Er is daarmee geen sprake van een negatieve ontwikkeling uit oogpunt van de gewenste windvang. Richtlijn bebouwingshoogte Als richtlijn geldt dat voor een ongestoorde windvang voor de molen, de volgende bebouwingshoogten voor objecten die verder weg staan dan 100 meter moeten gelden: 5 m op een afstand van 100 m 7 m op een afstand van 200 m 9 m op een afstand van 300 m 10 m op een afstand van 350 m 11 m op een afstand van 400 m 13 m op een afstand van 500 m Deze maten gaan uit van een molen op maaiveldniveau. Bij molen De Adriaan geldt dat deze zich bevindt op 12 meter hoogte. Die hoogte moet daarom worden opgeteld bij voorgaande maten. Gelet op de afstand van ruim 180 meter van de molen tot het plangebied wordt uitgegaan van 5 meter plus 12 meter = 17 meter. Het hoogteaccent van de nieuwbouw in het plangebied mag 17 meter hoog zijn. Hieraan wordt voldaan. Molenbiotoopinventarisatie 2006 Uit de molenbiotoopinventarisatie 2006 van de Provinciale Molencommissie blijkt dat Molen De Adriaan (biotooprapport: 139A) nauwelijks sprake is van last van zijn omgeving.
Hoogstens het gevangenisgebouw 'De Koepel' zal een merkbare invloed hebben. Gezien het feit dat het plangebied aanzienlijk verder weg gelegen is, gaan we ervan uit dat de bebouwing daar nauwelijks van invloed zal zijn op de windvang. Conclusie Vanwege de volgende punten wordt geen molenbiotoop in dit bestemmingsplan opgenomen: de bestaande rechten (huidige koepelgebouw) wegen zwaarder dan de richtlijn voor bebouwingshoogte; er is geen sprake van een overschrijding van de richtlijn bebouwingshoogte voor de nieuwbouw; de ruime afstand van het plangebied tot de molen (>180 meter) in combinatie met het feit dat de molen al hoog is gelegen.
81
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
4.12 Archeologie 4.12.1
Inleiding Hamaland Advies heeft in juni 2019 een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek voor de beoogde herontwikkeling van de locatie uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 10 van deze toelichting. Hieronder wordt een samenvatting van het onderzoek weergegeven.
4.12.2
Onderzoek Het totale onderzoeksgebied heeft een oppervlakte van ca. 1,7 ha. Telefonisch is door de opdrachtgever aangegeven dat de nieuwe funderingen tot maximaal 1,0 m-mv aangelegd zullen worden. De parkeerkelder wordt tot circa 3,0 m-mv gerealiseerd en de aan te leggen kelder onder De Koepel tot circa 6,0 m-mv. In het plangebied zal gebruik worden gemaakt van heipalen. Een palenplan is nog niet bekend. Op grond van de archeologische beleidsadvieskaart van gemeente Haarlem kan herleid worden dat het plangebied een middellage archeologische verwachting (categorie 4) heeft. Hiervoor geldt conform het archeologisch beleid van de gemeente dat onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv en groter dan 2.500 m2. Het plangebied behoort tot een archeologisch monument (monumentnummer 13913) en een Rijksmonument (monumentnummers 513313, 513314, 513315, 513316, 513317, 513318, 513319 en 513320). Conclusie bureauonderzoek Op grond van de bestudeerde bronnen kan geconcludeerd worden dat het plangebied een middelhoge verwachting heeft op archeologische resten uit de periode vanaf de Late Middeleeuwen B (1250 n. Chr.) tot aan de Nieuwe Tijd B (1650 n. Chr.). Voor de periode vanaf de Nieuwe Tijd B geldt een hoge archeologische verwachting voor het plangebied. Archeologische vindplaatsen uit de Vroege Prehistorie, in de diepere ondergrond, kunnen niet uitgesloten worden.
Hiervoor geldt een lage archeologische verwachting. Vindplaatsen uit andere periodes zijn hoogstwaarschijnlijk niet aanwezig door veenvorming en latere turfwinning. Daarnaast heeft de bouw van de koepelgevangenis en bijgebouwen een aanzienlijke bodemverstoring veroorzaakt binnen het plangebied. Onbekend is echter tot hoe diep de bodem daadwerkelijk is verstoord. Conclusie veldonderzoek Uit het veldonderzoek blijkt dat in het plangebied onder een straatverharding van beton, betonklinkers of betontegels een subrecente ophoging van gemiddeld 120 cm en een stadsophoging van gemiddeld 60 cm uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd is. De basis van het profiel wordt gevormd door een dik pakket rietzeggeveen (Hollandveen, behorend tot de Formatie van Nieuwkoop). De top van het veenpakket is aangetroffen op dieptes variërend van 210 cm-mv (boring 40) tot 260- cm-mv (boring 6), in NAP: 139 cm -NAP tot 189 cm - NAP. De top van het veen is her en verspit en veraard (geoxideerd), wat erop duidt dat het tijdens de middeleeuwen aan de oppervlakte heeft gelegen en ontgonnen is. De top van het veen is vervlakt en wordt afgedekt door een pakket grijze of 82
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
bruingrijze iets kalkhoudende klei met een gemiddelde dikte van 60 cm (afkomstig uit de voormalige Haarlemmermeer of het IJ) waarin zich puinspikkels bevinden en soms wat fijne schelpresten, (dierlijke) mest en humeuze insluitsels. Dit is in het veld geïnterpreteerd als de oorspronkelijke ploegvoor uit de Late Middeleeuwen welke globaal in de 14e en 15e eeuw gedateerd kan worden, op basis van de stratigrafische positie en het afdekkende pakket. Deze wordt op zijn beurt weer afgedekt door een gemiddeld 50 cm dikke laag stadsgrond met huishoudelijk afval, voornamelijk uit de 16e en 17e eeuw. De laag stadsgrond wordt afgedekt door een gemiddeld 75 cm dikke laag bruin humeus kleiig fijn siltig zand met baksteenpuin, betonpuin en metaalresten. Dit is de oorspronkelijke bouwvoor uit de tijd van de bouw van de koepelgevangenis (eind 19e eeuw). De toplaag bestaat vanaf het maaiveld (71 cm + NAP) uit een 60 cm dikke subrecente ophogingslaag van puinhoudend zand. Selectieadvies Op grond van de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat in het plangebied vanaf een diepte van 120 cm-mv (49 cm -NAP) sprake is van een grotendeels intacte bodemopbouw met archeologische indicatoren voor bewoning en/of landgebruik in de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd.
Eventuele spoorniveaus en/of vondstniveaus zijn te verwachten in de stadsophoging uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd en onder de oorspronkelijke ploegzool in de top van het veenpakket op een diepte variërend van 210 cmmv tot 260 cm-mv (139 cm -NAP tot 189 cm -NAP). Op grond van de onderzoeksresultaten adviseren wij om bodemingrepen in het plangebied te beperken tot een diepte van 100 cm-mv (29 cm -NAP), rekening houdend met een bufferzone van 20 cm boven de top van de eerste archeologisch relevante cultuurlaag uit de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. In dat geval is sprake van behoud in situ. De beheersmaatregelen voor behoud in situ dienen te worden afgestemd met de gemeentelijk archeoloog en zijn mede afhankelijk van de geplande bodemingrepen. Indien diepere bodemingrepen voorzien zijn, dan zullen archeologisch waardevolle niveaus aangetast worden. In dat geval zal een vervolgonderzoek plaats dienen te vinden waarbij de bedreigde archeologische niveaus (spoor- en.of vondstniveaus) veilig worden gesteld middels een proefsleuvenonderzoek, archeologische begeleiding of een opgraving, afhankelijk van de aard en omvang van de te verwachten resten. Dit zal in overleg met de gemeentelijk archeoloog worden bepaald. 4.12.3
Conclusie Bij bodemingrepen dieper dan 100 cm-mv dient nader archeologisch onderzoek plaats te vinden. De aanduiding 'archeologisch waardevol gebied' is overgenomen op de verbeelding.
83
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
4.13 Groenparagraaf 4.13.1
Inleiding De groenparagraaf biedt inzicht in de kwaliteit en de kwantiteit van het aanwezige groen binnen het plangebied. Deze paragraaf eschrijft niet alleen duidelijk welke effecten dit bestemmingsplan heeft op het aanwezige groen, maar gaat ook in op de kansen voor en de bescherming van groen.
4.13.2
Beleid De hoofdgroenstructuur ligt vast in het Structuurplan Haarlem 2020. Doelstelling is zowel versterking van groen met ecologische waarde als van groen met stedelijke waarde. Dit wordt bereikt door het in stand houden en versterken van de bestaande groene gebieden en lijnen. Bomen vormen een belangrijk tegenwicht voor de verstening van onze leefomgeving. Het Bomenbeleidsplan 2009-2019 geeft de visie van de gemeente Haarlem op bomen en schept samenhang in de uitvoering van het bomenbeleid. Uitgangspunt voor de bomenstructuur is de verdere uitbouw en verbetering van het Haarlemse bomenbestand. De gemeente Haarlem beschikt verder over een Haarlemse Monumentale Bomenlijst (2009). Vanwege de waarden van monumentale bomen zal in beginsel geen omgevingsvergunning voor het kappen worden verleend voor deze bomen. De Bomenverordening beschermt monumentale bomen. Een bestemmingsplan biedt bescherming aan de groeiplaats van alle monumentale bomen in de openbare ruimte die (deels) binnen het plangebied liggen. Op die manier zijn niet alleen de monumentale bomen beschermd op basis van de Bomenverordening, maar op basis van het bestemmingsplan ook de ruimtes die de monumentale bomen nodig hebben om te kunnen groeien.
Voor het kunnen vastleggen van alle groeiplaatsen is er een actuele inventarisatie uitgevoerd waarbij bepaald is welke monumentale bomen er in het plangebied zijn op het moment dat het bestemmingsplan is opgesteld.
84
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
Afbeelding: Hoofdbomenstructuur 4.13.3
Beschrijving groen in het plangebied In de huidige situatie is er enkel sprake van wat groen op de voorzijde (het parkeerterrein) bij de ingang van de koepel. Hier zijn enkele bomen aanwezig en een klein plantsoen. Er zijn geen monumentale bomen aanwezig. Het binnenterrein is niet openbaar en bestaat enkel uit verharding en gebouwen. Hier is geen groen aanwezig. De bomen in en rond het plangebied zijn geinventariseerd door Pius Floris, om de huidige conditie van de bomen vast te stellen (Bijlage 11). De boominventarisatie betreft alle bomen op het koepelterrein en een aantal direct aangrenzende bomen op openbaar terrein. Op het koepelterrein zelf
85
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
staan in totaal 21 bomen. Vanwege het toevoegen van nieuwe bouwvolumes in de achtertuinen van de directeurswoning worden 9 bomen gekapt. Op het voorplein wordt één boom gekapt, omdat deze in zeer slechte staat verkeerd. De gemeente heeft als voorwaarde in de regels gesteld, dat een inrichtingsplan voor de buitenruimte moet worden opgesteld en goedgekeurd door BenW. Naar aanleiding van overleg met de Bomenwachters d.d. 25 september 2019 wordt aanbevolen om in de uitwerkingsfase te onderzoeken of twee grote Winterlindes (boomnummer 18 en 19) behouden kunnen worden. Deze bomen staan in de meest essentiële zichtlijn maar verkeren in goede staat. Er wordt onderzocht of deze bomen in sterke mate kunnen worden opgesnoeid. Wanneer deze bomen op leeftijd zijn en de nieuwe bomen op het terrein volgroeid zouden de Winterlindes alsnog gekapt kunnen worden op latere leeftijd. Naar aanleiding van het overleg met de Bomenwachters wordt ook de toestand van een jonge Beuk (boommnummer 28) nader beschouwd. Door zijn leeftijd is deze waarschijnlijk nog goed te verplaatsen naar een andere plek op het Koepelterrein. Het voorterrein wordt in de nieuwe situatie naast verharding ook voorzien van een gazon met grastrappen. In de nieuwe situatie moet binnen de voormalige gevangenismuren de maat en schaal van de stadsvloer dominant worden en niet teveel onderbroken worden door groenvakken.
Daarom wordt het groen met name toegevoegd in de vorm van bomen, die in de pleinverharding worden geplaatst. Zoveel als mogelijk wordt gekozen voor 1e orde grootte bomen. Er wordt gekozen voor een menging van een aantal verschillende soorten 1e orde stadsbomen: Iepen, Linden en Platanen. Op een aantal plekken is minder ruimte, daarom wordt er op die plekken gekozen voor 2e orde grootte bomen. Er wordt gekozen voor een menging van een aantal verschillende 2e orde stadsbomen: Gleditsia's en Robinia's. Bovenop de parkeergarage worden een aantal boombakken met zitranden geplaatst waarin naast siergrassen en bloemen ook 3e orde grootte boompjes worden geplaatst: Krentenboompjes en Gele Kornoeljes. Op diverse plekken kan gevelbegroeiing ingezet worden om groene, fleurige verrassingen te creëren. Op specifeke plekken worden staal kabels en roosters gemonteerd tegen de gevels. Deze ondersteunen de rankende en slingerplanten (Blauwe Regen, Druif, Clematis, Kamperfoelie, Winterjasmijn, Bruidsluier, etc). Daarnaast worden diverse daken van de nieuwbouw ingericht als groen dak. Met deze vergroening wordt niet alleen een bijdrage geleverd aan het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit, maar ook aan klimaatadaptie (tegengaan hittestress) en de biodiversiteit.
86
bestemmingsplan "De Koepel" (vastgesteld)
4.13.3.1 Effect ontwikkeling op het groen Met het nieuwbouwplan wordt een vergroening als nieuwe basis voor de toekomst gerealiseerd. Het plangebied wordt toegankelijk gemaakt en deze openbare ruimten worden zo groen mogelijk ingericht met groenplaatsen en bomen. Daarnaast worden diverse daken van de nieuwbouw ingericht als groen dak. Met deze vergroening wordt niet alleen een bijdrage geleverd aan het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit, maar ook aan klimaatadaptie. Door in te zetten op vergroening wordt er aantrekkingskracht uitgeoefend op de passanten in de omringende, gemeentelijke, openbare ruimte. Het groen en het binnenhalen van de stadsvloer zijn de dragers van de continue ruimte rondom de Koepel en dragen bij aan het uitnodigende karakter van het terrein. Hierdoor wordt de bezoeker verleid om het Koepelterrein te betreden. Tegelijk vormt het groen niet alleen een ontspannen uitloop voor de stad, maar ook voor de studenten en voor de activiteiten in de Koepel. Om even op adem te komen, te verblijven of om een rondje te lopen en een luchtje te scheppen. Zo zorgt het groen voor een langere verblijfstijd op het Koepelterrein en ontstaat er meer ontspannen levendigheid. 4.13.4