CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210171773 3. Bijlage 2 Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Haarlem

commissie Ontwikkeling 3 juni 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: 19.45 uur Vrijgeven ontwerp Omgevingsvisie voor de inspraak (FR)33.643 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Niet gevonden in dit document.

Zienswijze

Reactie die een belanghebbende aan het bevoegd gezag kan sturen als reactie op de kennisgeving over een voornemen.

15-4-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405TPRP2104141528

70

Bijlagen

15-4-2021

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405TPRP2104141528

71

A1

15-4-2021

Foto van de leefomgeving

OER OMGEVINGSVISIE HAARLEM 2045

BH3405TPRP2104141528

72

RAPPORT Foto van de leefomgeving OER Omgevingsvisie Haarlem Klant:

Gemeente Haarlem

Referentie: BH3405TPRP2007201700 Status:

Definitief

Datum:

23 maart 2021

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Laan 1914 no.35 3818 EX AMERSFOORT Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F reception.ame-la@nl.rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Foto van de leefomgeving Ondertitel: LOF OER Haarlem Referentie: BH3405TPRP2007201700 Status: Definitief Datum: 23 maart 2021 Projectnaam: OER Omgevingsvisie Haarlem Projectnummer: BH3405 Auteur(s): Hanneke Koedijk, Ingrid Welles, Reina Drenth Opgesteld door: Hanneke Koedijk Gecontroleerd door: Tijmen van de Poll Datum: Goedgekeurd door: Datum:

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

i

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Achtergrond en aanpak ‘Foto van de leefomgeving’

1

1.1

Waarom een ‘Foto van de leefomgeving’?

1

1.2

Aanpak ‘Foto van de leefomgeving’

1

1.3

Vigerend omgevingsbeleid en relevante fysiek ruimtelijke ingrepen

6

2

Rad van de leefomgeving Haarlem

9

3

Gezondheid

11

3.1

Luchtkwaliteit

11

3.2

Geluidhinder

15

3.3

Gezonde leefstijl en leefomgeving

20

3.4

Mogelijkheden tot ontspannen en groenbeleving

23

4

Veiligheid

26

4.1

Externe veiligheid

26

4.2

Verkeersveiligheid

31

5

Sociale samenhang

34

5.1

Sociale cohesie in buurten

34

5.2

Inclusiviteit

36

6

Wonen en voorzieningen

38

6.1

Woningaanbod en behoefte

38

6.2

Voorzieningenaanbod en behoefte

42

7

Bodem en water

46

7.1

Bodemkwaliteit

46

7.2

Grondwater

48

7.3

Oppervlaktewater

52

8

Natuur en biodiversiteit

55

8.1

Stadsnatuur

55

8.2

Beschermde soorten

59

8.3

Beschermde natuurgebieden

62

9

Cultuurhistorie, erfgoed en archeologie

67

9.1

Cultuurhistorie en erfgoed

67

9.2

Archeologie

72

23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

ii

Projectgerelateerd

10

Energie en grondstoffen

75

10.1

Energieverbruik

75

10.2

Duurzame energieopwekking

77

10.3

Circulariteit

79

11

Klimaat

82

11.1

Hitte

82

11.2

Droogte

85

11.3

Wateroverlast

88

11.4

Broeikasgassen

93

12

Werklocaties en werkgelegenheid

97

12.1

Kwantiteit en kwaliteit werklocaties

97

12.2

Werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten

100

13

Kennis en innovatie

102

13.1

Opleidingsniveau

102

14

Bereikbaarheid

104

14.1

Autobereikbaarheid

104

14.2

Fiets

107

14.3

Openbaar vervoer

109

14.4

Duurzame en slimme mobiliteit

111

15

Gevoeligheidsanalyse COVID-19

113

Afkortingen

116

Referenties Haarlem

117

Tabellen Tabel 1-1: Beoordelingskader uit OER Omgevingsvisie Haarlem

2

Tabel 3-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema gezondheid

11

Tabel 3-2: Grenswaarden en WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit

14

Tabel 4-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema veiligheid

26

Tabel 5-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema sociale samenhang

34

Tabel 6-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema wonen en voorzieningen 38 Tabel 6-2: Verdeling percentage woningen naar woontype

40

Tabel 6-3: Verdeling aantal woningen naar doelgroep

40

Tabel 7-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema bodem en water

46

Tabel 8-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema natuur en biodiversiteit

55

23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

iii

Projectgerelateerd

Tabel 9-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema cultuurhistorie, erfgoed en archeologie 67 Tabel 10-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema energie en grondstoffen 75 Tabel 11-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema klimaat

82

Tabel 12-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema werklocaties en werkgelegenheid

97

Tabel 13-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema kennis en innovatie

102

Tabel 14-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema bereikbaarheid

104

Tabel 14-2: Score fietsstad 2020

107

Tabel 15-1: Gevoeligheidsanalyse COVID-19.

113

Figuren Figuur 1-1: Algemene schaallat van de indicatoren zoals visueel weergegeven in een uitsnede van het Rad van de leefomgeving.

5

Figuur 2-1: Rad van de leefomgeving Gemeente Haarlem

10

Figuur 3-1: Fijnstof concentratie (PM2.5) in de gemeente Haarlem in 2017

12

Figuur 3-2: Fijnstof concentratie (PM10) in de gemeente Haarlem in 2017

13

Figuur 3-3: Stikstofdioxide concentratie (NO2) in de gemeente Haarlem in 2017

13

Figuur 3-4: Geluidbelasting van wegverkeer (cumulatief) in Haarlem (Lden) 2017

16

Figuur 3-5 Geluidbelasting van treinverkeer (cumulatief) in Haarlem (Lden) 2016

17

Figuur 3-6: Geluidscontouren vliegverkeer Schiphol in Haarlem 2016

17

Figuur 3-7: Geluidhinder weg, trein en vliegtuig (2016)

18

Figuur 3-8: Beweegvriendelijke omgeving

21

Figuur 3-9: Beoordeling kernindicatoren beweegvriendelijke omgeving Haarlem

21

Figuur 3-10: Groenkaart van de gemeente Haarlem

24

Figuur 4-1: Risicokaart van de gemeente Haarlem

28

Figuur 4-2: Beleidskaart niet-gesprongen explosieven Haarlem

29

Figuur 4-3: Verkeersonveiligheid in Nederlandse gemeenten

32

Figuur 5-1: Sociale cohesie volgens omnibusenquete over de periode 2013 -2017 in Haarlem

35

Figuur 6-2: Verdeling doelgroepen en type woningen per ontwikkelzone in Haarlem

41

Figuur 7-1: Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand in de gemeente Haarlem

49

Figuur 7-2: Gemiddeld Laagste Grondwaterstand in de gemeente Haarlem

50

Figuur 7-3: Verandering in de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) tot 2050

51

Figuur 7-4: Verandering in de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) tot aan 2050

51

Figuur 7-5: Ecologische kwaliteit oppervlaktewaterlichamen in de gemeente Haarlem

53

Figuur 8-1: Waardevolle ecologische hotspots (oranje vlakken), potentiegebieden (blauwe vlakken) en verbindingszones (gekleurde lijnen) zoals aangewezen in het ecologisch beleidsplan 2013-2030. 57 Figuur 8-2: Ligging Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid (groen gebied)

64

Figuur 8-3: Begrenzing natuurnetwerk Nederland en Ecologische Verbindingszones

65

23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

iv

Projectgerelateerd

Figuur 9-1: Cultuurhistorische waardenkaart Haarlem

69

Figuur 9-2: Cultuurhistorische hoofdstructuur met aanwezige waarden in de gemeente Haarlem.

70

Figuur 9-3: Archeologische verwachtingenkaart

73

Figuur 10-1: Doelen omtrent afvalscheidingspercentage en aanbod restafval

81

Figuur 11-1: Verhard oppervlakte in percentage in buurten in Haarlem

83

Figuur 11-2: Stedelijk hitte eiland effect (UHI) in de gemeente Haarlem

84

Figuur 11-3: Risico op droogtestress in de gemeente Haarlem

86

Figuur 11-4: Risico op droogtestress in de gemeente Haarlem op basis van het 2050WH scenario

87

Figuur 11-5: Neerslagsommen en kans van optreden]

88

Figuur 11-6: Verharding per buurt (%) in de gemeente Haarlem

89

Figuur 11-7: Risicoplekken voor wateroverlast in de gemeente Haarlem

90

Figuur 11-8: Overstromingskans in Nederland

91

Figuur 11-9: CO2-uitstoot in de gemeente Haarlem uitgesplitst per hoofdsector

94

Figuur 11-10: CO2-uitstoot overige broeikasgassen in de gemeente Haarlem

95

23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

v

Projectgerelateerd

1

Achtergrond en aanpak ‘Foto van de leefomgeving’

1.1

Waarom een ‘Foto van de leefomgeving’?

In beeld brengen kwaliteit van de leefomgeving Als vertrekpunt voor het omgevingseffectrapport (OER) van de omgevingsvisie van Haarlem is een ‘Foto van de leefomgeving’ opgesteld: het beeld hoe de Haarlemse leefomgeving er nu voor staat. Vervolgens is in beeld gebracht hoe de leefomgeving zich naar verwachting in de toekomst ontwikkelt (2030-2045). Dit toekomstbeeld is de autonome ontwikkeling, de verwachte toekomstige situatie bij voortzetting van het huidige beleid, rekening houdend met autonome trends (bijvoorbeeld klimaatverandering) en al genomen besluiten over ingrepen in de leefomgeving. Deze autonome ontwikkeling is de referentiesituatie voor het OER. De mogelijke effecten van het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie worden in beeld gebracht ten opzichte van deze referentiesituatie. De foto van de leefomgeving laat zien bij welke leefomgevingsaspecten er nu en in de toekomst problemen en knelpunten optreden en welke autonome trends er daarin te verwachten zijn. Zo brengt het in beeld wat de kwaliteit is van de verschillende aspecten van de Haarlemse leefomgeving. Hiermee kan de foto van de leefomgeving bijdragen aan het aanscherpen van de Omgevingsvisie en het maken van keuzes voor nieuw strategisch beleid. In de foto van leefomgeving wordt de leefomgeving beschreven aan de hand van de thema’s en indicatoren uit het beoordelingskader van het OER.

Basis voor effectbeoordeling OER De referentiesituatie vormt het vertrekpunt voor de effectbeoordeling in het OER. Effecten van nieuw beleid worden in termen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve beschouwd ten opzichte van de referentiesituatie. Zo ontstaat een beeld van de te verwachten impact van het nieuwe beleid, inclusief mate van invloed dat het nieuwe (strategische) beleid heeft op autonome trends en ontwikkelingen ten opzichte van het bestaande beleid. In het OER wordt een samenvatting opgenomen van de ‘foto van de leefomgeving’. Basis voor monitoring Gezien de onzekerheid over de wijze waarop het beleid uiteindelijk wordt uitgevoerd én onzekerheid over de implicaties die het beleid op lange termijn hebben voor de fysieke leefomgeving, is het belangrijk om gedurende de uitvoering van het beleid met monitoring ‘vinger aan de pols te houden’. Ook voor deze monitoring is het belangrijk om een beeld te hebben van de uitgangssituatie waartegen autonome ontwikkelingen en het optreden van effecten, kansen en risico’s kunnen worden afgezet. Deze beschrijving van de ‘foto van de leefomgeving’ biedt daarom ook een basis voor toekomstige monitoring.

1.2

Aanpak ‘Foto van de leefomgeving’

1.2.1

De basis: beoordelingskader OER

De kwaliteiten van de leefomgeving en de effecten van de Omgevingsvisie worden in beeld gebracht aan de hand van het beoordelingskader (zie tabel 1.1). Het beoordelingskader volgt de brede en integrale benadering uit de Omgevingswet [Aan de slag met de Omgevingswet, 2019]. Dit betekent dat naast de thema’s binnen de fysieke leefomgeving het beoordelingskader ook sociale en economische thema’s bevat. Met een dergelijk breed beoordelingskader kan het OER daadwerkelijk bijdragen aan een goede weging van alle relevante belangen in de Omgevingsvisie van de gemeente Haarlem.

23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

1

Projectgerelateerd

Het beoordelingskader is het resultaat van een analyse van opgaven in de fysieke leefomgeving, afstemming met het proces van raadpleging over de beoogde reikwijdte en detailniveau van het OER. Het beoordelingskader is gaandeweg binnen de procesaanpak van het OER verder aangescherpt ten opzichte van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau, waarbij sommige indicatoren zijn opgesplitst of samengenomen. In het voorliggende rapport wordt per hoofdstuk een thema beschreven, met daarbij de indicatoren en onderbouwing bij toegekende kwaliteitsniveaus, de daarbij gehanteerde werkwijze en bronnen. Tabel 1-1: Beoordelingskader uit OER Omgevingsvisie Haarlem

Laag

Thema

Aspect Gezondheid

People

Veiligheid Sociale samenhang Wonen en voorzieningen Bodem en water Natuur en biodiversiteit

Planet

Cultuurhistorie, erfgoed en archeologie Energie en grondstoffen

Klimaat

Werkgelegenheid Profit

Kennis en innovatie Bereikbaarheid

Luchtkwaliteit Geluidhinder Gezonde leefstijl en leefomgeving Mogelijkheden tot ontspanning en groenbeleving Externe veiligheid Verkeersveiligheid Sociale cohesie in buurten Inclusiviteit Woningaanbod en behoefte Voorzieningenaanbod en behoefte Bodemkwaliteit Grondwater Oppervlaktewater Stadsnatuur Beschermde soorten Beschermde natuurgebieden Cultuurhistorie en erfgoed Archeologie Energieverbruik Duurzame opwekking Circulariteit Hitte Droogte Wateroverlast Broeikasgassen Kwantiteit en kwaliteit werklocaties Werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten Opleidingsniveau Autobereikbaarheid Wandel- en fietsnetwerk Openbaar vervoer Duurzame en slimme mobiliteit

De resultaten van de foto van de leefomgeving worden visueel weergegeven in het ‘Rad van de leefomgeving’, zie hoofdstuk 2. In het ‘Rad van de leefomgeving’ zijn van alle thema’s en indicatoren de kwaliteitsniveaus weergegeven. Het verschil tussen de referentiesituatie en de huidige situatie geeft weer in hoeverre er sprake is van een negatieve of positieve autonome trend voor de verschillende indicatoren. De kwaliteitsniveaus zijn per indicator bepaald aan de hand van de definitie en de gehanteerde schaallat voor de waardering van de huidige en autonome situatie, zoals hierna omschreven.

23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

2

Projectgerelateerd

1.2.2

Aanpak beoordeling kwaliteiten van de leefomgeving

Definitie beoordelingsaspecten Belangrijk bij de waardering van de kwaliteit van de leefomgeving aan de hand van de beoordelingsaspecten is de navolgbaarheid en reproduceerbaarheid van leefomgevingskwaliteiten. De definitie van de beoordelingsaspecten is gebaseerd op de beschikbare informatie in de huidige situatie en autonome ontwikkeling (2030, aangevuld met een doorkijk naar 2045), de (milieu)wetgeving, het beleid en expert judgement o.b.v. tijdreeksen (ontwikkelingen van de indicator over de afgelopen tijd) en geografische vergelijkingen (bijvoorbeeld landelijk gemiddelde cijfers en trends). Per beoordelingsaspect is een beoordelingscriterium gedefinieerd. Voor de invulling van het beoordelingscriterium kunnen meerdere indicatoren gebruikt zijn. Voorbeeld beoordelingsaspect, -criterium en indicatoren Binnen het thema ‘Gezondheid’ is één van de beoordelingsaspecten ‘Gezonde leefstijl en leefomgeving’. Het beoordelingscriterium daarbij is de mate van een gezonde leefstijl en de beweegvriendelijkheid van de leefomgeving. De gebruikte indicator bij het beoordelen van dit criterium is de mate van beweegvriendelijkheid van de leefomgeving. Resultaten van beoordeling: kwaliteitsniveaus De beoordeling van de aspecten resulteert per aspect in een kwaliteitsniveau: groen, oranje of rood. Per aspect is een schaallat gedefinieerd voor de toekenning van een kwaliteitsniveau.

In zijn algemeenheid geldt: bij kwaliteitsniveau groen is sprake van een overwegend goede kwaliteit, er is geen sprake van overschrijding van wettelijke of beleidsnormen, knelpunten of anderszins. Bij rood is sprake van overwegend slechte kwaliteit, dat wil zeggen: er is sprake van overschrijding van normen of knelpunten. Bij oranje is er in zijn algemeenheid sprake van risico op normoverschrijding of knelpunten, de kwaliteit zit dan tussen groen en rood in. Voor het zo objectief, navolgbaar en reproduceerbaar mogelijk toekennen van kwaliteitsniveaus zijn twee aspecten bepalend: a. Beschikbare informatie en de status daarvan; b. Beschikbare referentiewaarde voor het definiëren van kwaliteitsniveau groen, oranje, rood. Per beoordelingsaspect is een schaallat voor de kwaliteitsniveaus gedefinieerd op basis van bovenstaande twee aspecten. De schaallat is gebaseerd op indicatoren die het meest tot de kern van het beoordelingsaspect behoren en waar goede informatie beschikbaar voor is om er een kwaliteitsniveau aan toe te kennen. Het kan voorkomen dat er indicatoren zijn bij een beoordelingsaspect wel in de beschrijving van de huidige situatie terugkomen, maar niet expliciet in de schaallat voor het kwaliteitsniveau.

In dat geval behoort de indicator niet tot de kern van het beoordelingsaspect en/of is de beschikbare informatie niet voldoende geschikt om het te vertalen naar een schaallat. Beschikbare informatie en status daarvan Hierbij is onderscheid in: 1. Kwantitatieve informatie: dit betreft cijfermatige informatie, bijvoorbeeld data uit rekenmodellen of meetgegevens. 2. Kwalitatieve informatie: dit betreft niet-cijfermatige informatie, bijvoorbeeld kaartmaterieel met landschapstypen. 3. Expert-judgement: in dit geval is er geen kwantitatieve of kwalitatieve informatie beschikbaar en wordt teruggevallen op het oordeel van een expert.

23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

3

Projectgerelateerd

In zijn algemeenheid geldt dat kwantitatieve informatie het meest objectief, navolgbaar en reproduceerbaar is, en expert-judgement het minst. Kwalitatieve informatie zit er tussenin. Er is daarom gestreefd om de beoordeling zoveel mogelijk op basis van kwantitatieve informatie te baseren. Bij aspecten waar dat niet beschikbaar is, is teruggevallen op kwalitatieve informatie. Daar waar ook geen kwalitatieve informatie beschikbaar is, is teruggevallen op expert-judgement. Bronvermelding De leefomgevingskwaliteiten voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling zijn in beeld gebracht op basis van beschikbare (cijfermatige en kwalitatieve) informatie bij de gemeente Haarlem, waarstaatjegemeente.nl, het dashboard ‘Hoe is het leven in jouw regio van het Planbureau voor de Leefomgeving in samenwerking met Telos, de Atlas van de leefomgeving, Leefomgevingstoets omgevingsvisie Noord-Holland, PlanMER NOVI, CBS Statline, GGD Kennemerland, Platform31 en het RIVM. Per thema en indicator is in de navolgende hoofdstukken aangegeven welke bronnen specifiek zijn gebruikt.

In de beschouwing van de autonome ontwikkeling zijn de gevolgen van verschillende trends en ontwikkelingen voor de verschillende indicatoren meegewogen, zoals technologische ontwikkelingen (zoals in mobiliteit en digitalisering), maatschappelijke ontwikkelingen (zoals ontwikkeling van de economie en het aantal huishoudens) en andere autonome trends die de kwaliteit van de fysieke leefomgeving beïnvloeden (zoals klimaatverandering). Ook is meegewogen wat de verwachte invloed is als het bestaande beleid wordt voortgezet. Waar mogelijk worden belangrijke onzekerheden expliciet benoemd (denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van schone, emissieloze voertuigtechnologie). Beschikbare referentiewaarde voor het definiëren van groen, oranje, rood Onder referentiewaarde wordt hier verstaan een waarde waaraan een kwaliteitsniveau wordt gerelateerd. Hierbij is onderscheid gemaakt in: 1. Wettelijke normen; 2. Vastgestelde beleidsnormen of -doelstellingen 3. Advieswaarden van instituten (bijvoorbeeld GGD, RIVM, WHO); 4. Vraag versus aanbod (vanuit maatschappij, markt); 5. Benchmark ten opzichte van landelijk gemiddelde, tijdreeksen (ontwikkelingen van de indicator over de afgelopen tijd) en geografische vergelijkingen (cijfers en trends van vergelijkbare gemeenten of de provincie Noord-Holland); 6. Expert judgement.

Bovenstaande opsomming moet als rangorde gezien worden qua objectiviteit, navolgbaarheid en reproduceerbaarheid. Per beoordelingsaspect is het afgelopen als een ladder, te beginnen bij 1 en eindigen bij 6. Daar waar er wettelijke normen beschikbaar zijn, zijn die gehanteerd. Bij afwezigheid van wettelijke normen is teruggevallen op vastgestelde beleidsnormen en zo verder. Daar waar geen enkele andere referentie beschikbaar is om een kwaliteitsniveau aan te relateren, is teruggevallen op expert-judgement. In de hoofdstukken met de resultaten van de beoordeling zijn telkens aan het begin de gehanteerde informatie en referentiewaarde gedefinieerd.

23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

4

Projectgerelateerd

Voorbeeld schaallat kwaliteitsniveau: luchtkwaliteit Binnen het thema ‘Milieukwaliteit is één van de beoordelingsaspecten ‘Luchtkwaliteit’. Het beoordelingscriterium daarbij is de concentratie van en blootstelling aan fijnstof (PM10, PM2,5) en stikstofdioxide (NO2). Beschikbare informatie: kwantitatief, concentratiekaarten op basis van modelberekeningen. Referentiewaarde: wettelijke normen (grenswaarden Wet milieubeheer) en gezondheidskundige advieswaarden (WHO). Hiermee is voor dit aspect kwantitatieve informatie beschikbaar en wettelijke normen en gezondheidskundige advieswaarden als referentiewaarden voor de definitie van kwaliteitsniveaus. Op basis hiervan is de onderstaande schaallat voor kwaliteitsniveaus toegekend. Kwaliteitsniveau Groen Oranje Rood

Luchtkwaliteit Wettelijke grenswaarden worden overal behaald en WHO-advieswaarden worden (zo goed als) overal behaald. Wettelijke grenswaarden worden overal of bijna overal behaald, WHO-advieswaarden worden niet gehaald Op meerdere locaties worden wettelijke grenswaarden overschreden.

Op basis van de beschikbare kwantitatieve informatie en de gedefinieerde schaallat is het kwaliteitsniveau toegekend voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling. Het toegekende kwaliteitsniveau is een gemeentebreed beeld, daar waar er specifieke relevante afwijkingen zijn van het gemeente brede beeld wordt dat in de onderbouwende beschrijving benoemd. De toegekende kwaliteitsniveaus zijn voor alle beoordelingsaspecten in het Rad van de leefomgeving toegekend, zoals onderstaand weergegeven.

Groen Beoordelingskader: Thema’s en beoordelingsaspecten

Oranje

Rood

Waardering per beoordelingsaspect

Figuur 1-1: Algemene schaallat van de indicatoren zoals visueel weergegeven in een uitsnede van het Rad van de leefomgeving.

23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

5

Projectgerelateerd

Waardering autonome ontwikkeling Bij de beschouwing van indicatoren is een waardering gegeven aan de autonome ontwikkeling, op basis van een kwalitatieve inschatting van ontwikkelingen die optreden als gevolg van: • De mate waarin autonome trends en ontwikkelingen leiden tot een vooruitgang of achteruitgang van de huidige situatie, zoals demografische veranderingen, klimaatveranderingen en veranderingen in de woningmarkt. • De mate waarin voortzetting van bestaand (gemeentelijk) beleid leidt tot een vooruitgang of achteruitgang. • De mate waarin besluiten over plannen, programma’s en projecten die worden geïnitieerd door andere partijen zoals Rijkswaterstaat, het Hoogheemraadschap van Rijnland en omliggende gemeenten leidt tot een vooruitgang of achteruitgang. Planperiode of planhorizon De omgevingsvisie Haarlem is gericht op 2045. Omdat de meeste beschikbare informatie of trends of prognoses voor leefomgevingsaspecten niet verder gaan dan 2030 of omdat de onzekerheidsmarge na 2030 te groot wordt, is in het OER 2030 in beginsel als toekomstjaar gehanteerd. Aanvullend is een doorkijk gegeven richting 2045.

1.3

Vigerend omgevingsbeleid en relevante fysiek ruimtelijke ingrepen

1.3.1

Samenhang met andere kaders

Bij het opstellen van de omgevingsvisie is rekening gehouden met regelgeving en beleid van andere overheden. Daarbij gaat het om beleid en besluiten die onderdeel zijn van de volgende plannen en programma’s: • Europese regelgeving: M.e.r.-richtlijn, Vogel- en Habitatrichtlijn, NEC-richtlijn, Kaderrichtlijn water, Richtlijn luchtkwaliteit, Europese Richtlijn Overstromingsrisico’s, Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB), Verdrag van Malta, Verdrag van Granada, Richtlijnen trillingen. • Nationale regelgeving en beleid: o Wetten: Wet ruimtelijke ordening (Wro), Wet natuurbescherming (Wnb), Wet ammoniak en veehouderij (Wav), Wet geurhinder en veehouderij (Wgv), Wet milieubeheer (Wm), Waterwet, Wet geluidhinder (Wgh), Erfgoedwet 2016, Wet archeologische monumentenzorg (Wamz), Wet bodembescherming (Wbb); o Besluiten: Besluit ruimtelijke ordening (Bro), Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro), Besluit huisvesting ammoniak en veehouderijen (Amvb Huisvesting), Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (Bevi, Revi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb, Revb), Besluit externe veiligheid Transport (Bevt, Revt), Besluit bodemkwaliteit (Bbk), Besluit Kwaliteitseisen en Monitoring Water (BKMW); o Nota’s: Nationale Omgevingsvisie (NOVI), Nationaal waterplan 2016-2021, Structuurvisie buisleidingen

(2012-2035), Waterbeleid 21e Eeuw, Klimaatakkoord, regionaal energieakkoord, Energieakkoord. • Regionaal: Provinciale Omgevingsvisie Zuid-Holland, Programma Zuid-Hollands Groen, Programma Zuid-Hollandse Economie, Provinciaal Fietsplan, Regionale rampenbestrijding en crisisbeheersing beleidsplan 2019-2022, Regionaal risicoprofiel Haaglanden t.b.v. multidisciplinair rampenbestrijding en crisisbeheersing, Regionale agenda omgevingsvisie 2040 Hart van Holland • Gemeentelijk: Coalitieprogramma Duurzaam Doen, 2018-2022, Economische visie Haarlem, Structuurvisie Openbare Ruimte 2020-2040, Uitvoeringsprogramma Structuurvisie Openbare Ruimte 2020-2040, Actieplan Fiets 2020-2022, Integrale visie Stationsgebied Haarlem 2020-2040, Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs 2018-2022, Bodemprogramma Haarlem 2016-2020,

23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

6

Projectgerelateerd

Strategisch Plan Afvalscheiding: Haarlems Grondstoffenbeleid 2016-2022, Integraal Waterplan Haarlem, Collegebesluit Speelruimtebeleid 2013-2020, Nota Ruimtelijke Kwaliteit Deel 1, Beleidsregels Hogere Waarden Wet Geluidhinder, Beleidsnota Archeologie, Integraal uitvoeringsprogramma sportaccommodaties 2018-2028, Programma Haarlem Circulair 2040: voortgang en actieplan 2020, Basisrioleringsplan, Dit is Haarlem: Cultuurhistorische hoofdstructuur van Haarlem.

1.3.2

Relevante fysiek ruimtelijke ingrepen

Onderstaand zijn relevante fysiek ruimtelijke ingrepen in (of in de nabijheid van) de gemeente Haarlem opgesomd. Omdat over de ingrepen inmiddels besluiten zijn genomen, maken ze onderdeel uit van de autonome ontwikkeling): Noord Project

Inhoud

Uitvoering van Ontwikkelvisie Planetenlaan- Ontwikkeling van 560 woningen (50% sociale huur en 50% middel tot dure Orionweg huur/koopwoningen) Uitvoering van Ontwikkelvisie Spaarndamseweg

Ontwikkeling van 650 woningen (50% sociale huur en 50% middel tot dure huur/koopwoningen)

Herontwikkeling Spaarndamseweg 13 (onderdeel Ontwikkelvisie Spaarndamseweg)

Realisatie van 140 kleine huurappartementen voor jongeren van 18-28 jaar waarvan 85% sociale huur.

Verspronckweg woningbouw de Meester

Restauratie en ontwikkeling van voormalige ambachtsschool naar 178 appartementen

Centrum Project

Inhoud

Gonnetstraat

Ontwikkeling van het Van Duyvenbodegebouw en voormalige complex van het Haarlemse Allergenen Laboratorium (HAL) tot locaties met woonruimte en werkplekken.

Herinrichting met als doel een aantrekkelijker verblijfsklimaat creëren waar ruimte is voor Herinrichting Nieuwe Groenmarkt en Krocht een weekmarkt en kleinschalige evenementen. Het gebied behoort tot een autoluw kernwinkelgebied Raaks III: nieuwe woningen en fietsenstalling

Bouw van 31 appartementen, 3 herenhuizen en een ondergrondse fietsenstalling voor 950 fietsen in het centrum van Haarlem.

Verkeersmaatregelen vijfhoek

Verkeersmaatregelen zoals het instellen van een autoluw gebied met meer ruimte voor voetganger en fietser en geen geparkeerde auto’s in het straatbeeld.

Zuid-west Project

Inhoud

Uitvoering van Ontwikkelvisie Zuid-West

Ontwikkeling van 1810 woningen (50% sociale huur en 50% middel tot dure huur/koopwoningen)

Uitvoering van Ontwikkelvisie Zijlweg

Ontwikkeling van 620 woningen (50% sociale huur en 50% middel tot dure huur/koopwoningen)

Koningstein herontwikkeling

Realisatie van 18 woningen i.c.m. aantal andere functies mogelijk zoals dienstverlening.

EKP terrein wordt Plaza West (onderdeel van Ontwikkelvisie Zuid-West)

Gefaseerde realisatie van ca. 600 woningen. Zowel nieuwbouw als transformatie van bestaande bebouwing.

23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

7

Projectgerelateerd

Oost Project

Inhoud

Uitvoering van Ontwikkelvisie Oostpoort

Ontwikkeling van 1100 woningen (40% sociale huur/koopwoningen, 20% dure huur/koopwoningen)

Uitvoering van Ontwikkelvisie Spaarnesprong

Ontwikkeling van 530 woningen (40% sociale huur, 40% middeldure huur/koopwoningen, 20% dure huur/koopwoningen)

Herontwikkeling Slachthuisterrein

Herontwikkeling van oude slachthuisgebouwen en het slachthuisterrein in verschillende fase met als doel het terrein een icoon van de buurt en stad te maken met een duidelijk profiel en economisch duurzaam.

huur,

40%

middeldure

Herstructureren van de Zuidstrook van de Slachthuisbuurt. Het gebied is opgedeeld in Herstructurering Zuidstrook Slachthuisbuurt verschillende blokken waar sprake is van ontwikkeling van woningbouw en herinrichting van de openbare ruimte Ontwikkeling J. J. Hamelingstraat

Sloop van 148 woningen en herontwikkeling van 297 nieuwe woningen (198 sociale huurwoningen, 42 huurappartementen, 31 woonwerkwoningen en 26 koopwoningen).

Herontwikkeling van voormalige gevangenis De Koepel. Realisatie van academisch Herontwikkeling van De Koepel (onderdeel onderwijs in de Koepel, en de bouw van een campus met studentenwoningen en sociale Ontwikkelvisie Spaarnesprong) huurwoningen op het omliggende terrein van de Koepel. De Blauwe Wetering herontwikkeling

Het kantorencomplex de Blauwe Wetering aan de Richard Holkade herontwikkelen tot een woonlocatie met 430 kleine appartementen. Het bestaande gebouw wordt voor een deel gesloopt en aangevuld met nieuwbouw

Haarlemmer Stroom ontwikkeling

Het voormalige Nieuwe Energie terrein in de Waarderpolder wordt ontwikkeld tot culturele hotspot.

Fietsparkeren station Haarlem Spaarnwoude

Op korte termijn uitbreiding met 200 tot 250 fietsparkeerplekken aan de zuidzijde van het station. Op lange termijn grootschalige uitbreiding in Oostpoort

Schalkwijk Project

Inhoud

Uitvoering van Ontwikkelvisie Europaweg

Ontwikkeling van 2760 woningen (40% sociale huur/koopwoningen, 20% dure huur/koopwoningen)

huur,

40%

middeldure

Uitvoering van Ontwikkelvisie Schipholweg

Ontwikkeling van 1980 woningen (40% sociale huur/koopwoningen, 20% dure huur/koopwoningen)

huur,

40%

middeldure

Schipholpoort 40-100 (onderdeel Ontwikkelvisie Europaweg)

Drie van de vijf kantoorgebouwen wordt gesloopt waarvoor 600 huurappartementen in de plaats komen met voorzieningen (240 sociaal, 240 middelduur en 120 overig)

Sint Jacob-locatie (Poort van Boerhaave)

Voormalig Boerhaavekliniek wordt gesloopt en vervangen door nieuwbouw (240 nieuwe zorgwoningen en zorgfuncties)

Toekanweg 7 (onderdeel Ontwikkelvisie Europaweg)

Sloop van kantoor van Rijkswaterstaat, hiervoor in de huurappartementen (240 sociaal, 240 middelduur en 120 overig)

Schalkwijk Midden (onderdeel Ontwikkelvisie Europaweg)

Ontwikkeling van ca. 1250 huur- en koopwoningen in verschillende prijsklassen met veel groen.

23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

plaats

BH3405TPRP2007201700

komen

8

600

Projectgerelateerd

2

Rad van de leefomgeving Haarlem

De resultaten van het opstellen van de foto van de leefomgeving zijn samengevat weergegeven in het Rad van de leefomgeving Haarlem. Het transparante lichte vlak geeft de huidige situatie weer, de blauwe stippellijn de autonome ontwikkeling in 2030. Het verschil tussen de autonome ontwikkeling en de huidige situatie geeft weer in hoeverre er sprake is van een negatieve of positieve autonome trend voor de verschillende indicatoren. De positie van de lijnen in het Rad (het transparante vlak en de blauwe stippellijn) is per indicator bepaald aan de hand van de definitie en de gehanteerde schaallat voor de waardering van de huidige en autonome situatie, zoals in de navolgende hoofdstukken per thema en beoordelingsaspect beschreven en verantwoord. Onderstaand worden voor de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen beknopte samenvattingen gegeven. De volgende hoofdstukken bevatten de volledige beschrijvingen voor alle beoordelingsaspecten. Huidige situatie: wisselend kwaliteitsbeeld De huidige staat van de fysieke leefomgeving laat een wisselend beeld zien. Vooral qua verkeersveiligheid, voorzieningenniveau en behoefte, bodemkwaliteit, energieverbruik, droogte en openbaar vervoer staat de fysieke leefomgeving er op dit moment over het algemeen goed voor (beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘groen’).

Leefomgevingsaspecten met een beoordeling met kwaliteitsniveau (‘rood’) zijn gezonde leefstijl, verkeersveiligheid, woningaanbod en behoefte, grondwater, circulariteit, hitte, broeikasgassen, kwaliteit en kwantiteit werklocaties, werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten. Autonome ontwikkeling 2030: negatieve en positieve trends De autonome ontwikkeling laat wisselende trends zien in de kwaliteit van de leefomgeving. De leefomgevingsaspecten grondwater, hitte en werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten laten autonoom een negatieve trend zien waar in de huidige situatie de kwaliteit al tekortschiet (‘rood’). Bij verkeersveiligheid en circulariteit is ook in 2030 nog sprake van een tekortschietend kwaliteitsniveau, naar verwachting op hetzelfde niveau als in de huidige situatie. Bezien vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving liggen bij deze aspecten belangrijke opgaven voor de Omgevingsvisie. Voor het leefomgevingsaspect duurzame opwekking geldt dat er sprake is van positieve autonome trend maar dat deze niet voldoende is om uit kwaliteitsniveau ‘rood’ te komen. Dat betekent dat ook hier opgaven liggen voor de Omgevingsvisie. Negatieve trends binnen kwaliteitsniveau ‘oranje’ zijn zichtbaar voor leefomgevingsaspecten externe veiligheid, inclusiviteit en cultuurhistorie en erfgoed. Ook hier liggen opgaven voor de Omgevingsvisie.

De leefomgevingsaspecten geluidhinder, gezonde leefstijl en leefomgeving, woningaanbod en behoefte, beschermde natuurgebieden en kwaliteit en kwantiteit werklocaties laten autonoom een verbetering zien van kwaliteitsniveau ‘rood’ naar ‘oranje’. Positieve trends binnen oranje zijn er bij de leefomgevingsaspecten luchtkwaliteit, oppervlaktewater, stadsnatuur, soorten en leefgebieden, fiets en duurzame en slimme mobiliteit. De leefomgevingsaspecten waar de kwaliteit in de huidige situatie goed is (‘groen’) en bij autonome ontwikkeling verder verbetert zijn energieverbruik en openbaar vervoer. Voor de leefomgevingsaspecten voorzieningenniveau en behoefte en bodemkwaliteit geldt dat deze autonoom gelijk blijven aan de huidige situatie binnen kwaliteitsniveau ‘groen’. Tenslotte geldt voor leefomgevingsaspect droogte dat er sprake is van een verslechterende trend binnen kwaliteitsniveau ‘oranje’.

23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

9

Projectgerelateerd

Figuur 2-1: Rad van de leefomgeving Gemeente Haarlem

23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

10

Projectgerelateerd

3

Gezondheid

Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkeling voor het thema gezondheid. Tabel 3-1: Kwaliteit van de leefomgeving in de huidige situatie voor het thema gezondheid Kwaliteitsniveau Kwaliteitsniveau autonome huidige situatie ontwikkeling 2030

Aspect

Criterium

Betrokken indicatoren

Luchtkwaliteit

De concentratie van en blootstelling Kwantitatief aan fijnstof (PM10 en PM2.5) en • Luchtkwaliteit concentratiekaarten stikstofdioxiden (NO2) [Atlas van de leefomgeving, 2020].

↗

Geluidhinder

Mate van geluidhinder percentage gehinderden en locaties geluidhinder en gerelateerde bronnen

Kwantitatief • Geluidbelastingkaart [Atlas van de leefomgeving, 2020] • Geluidhinder kaart [Telos PBL, 2019]

↗

De mate van een gezonde leefstijl Kwantitatief: Gezonde leefstijl en de beweegvriendelijkheid van de • Kernindicatoren beweegvriendelijke en leefomgeving leefomgeving leefomgeving [RIVM, 2017]

↗

Kwantitatief [CBS, 2020a] • Mate van groen per De gemiddelde afstand tot wijk/straat/buitengebied Mogelijkheden tot openbaar groen en water en de • Afstand tot openbaar groen ontspanning en aanwezigheid en beleefbaarheid (binnenstedelijk en buitenstedelijk) groenbeleving van groen (groenfactor) en water in • Afstand tot recreatief binnenwater straten en wijken • Waardering en beleefbaarheid groen en water

=

3.1

Luchtkwaliteit

3.1.1

Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus

Luchtkwaliteit Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden

Kwantitatief • Luchtkwaliteit concentratiekaarten [Atlas van de leefomgeving, 2020] Wettelijke grenswaarden (Wet Milieubeheer) en WHO-advieswaarden (PM10, PM2.5 en NO2) [RIVM, 2019a].

Schaallat kwaliteitsniveaus Wettelijke grenswaarden worden overal behaald en WHO-advieswaarden worden overal of bijna overal behaald Wettelijke grenswaarden worden overal of bijna overal behaald, WHO-advieswaarden worden niet gehaald Op meerdere locaties worden wettelijke grenswaarden overschreden

Groen Oranje Rood

3.1.2

Huidige situatie

De afgelopen decennia is de lucht in Nederland een stuk schoner geworden en voldoet nu vrijwel overal aan de Europese normen. Het huidige beleid is gericht op het halen van wettelijke grenswaarden. Hoewel 23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

11

Projectgerelateerd

de luchtkwaliteit grotendeels aan de normen voldoet, veroorzaakt luchtverontreiniging nog steeds aanzienlijke gezondheidsschade. Fijnstof in de lucht leidt in Nederland tot een levensduurverkorting van naar schatting twaalf maanden. Volgens de Gezondheidsraad leiden concentraties fijnstof, stikstofdioxide en ozon in de lucht naar schatting tot 12.000 vroegtijdige sterfgevallen per jaar [Gezondheidsraad, 2018]. Figuur 3-1 geeft de concentratie fijnstof (PM10) in 2017 in de gemeente Haarlem weer. De hoogste concentraties fijnstof bevinden zich in het centrum en langs druk bereden wegen (meer dan 10.000 motorvoertuigen per dag). In de gemeente Haarlem betreft dit de N208, N200 en N205 gelegen in het westen en midden van de gemeente Haarlem. Tevens worden hoge concentraties fijnstof gemeten rondom grote verbindingswegen zoals bijvoorbeeld de Leidsevaart en de Vondelweg. Daarnaast ook op de verbindingswegen richting het centrum van Haarlem [Atlas van de leefomgeving, 2020]. Deze locaties liggen in de nabijheid van woningen en vormen daarvoor een gevaar voor de volksgezondheid. Figuur 3-2 geeft de concentratie fijnstof (PM2.5) in 2017 weer. Hoge concentraties PM2.5 bevinden zich hoofdzakelijk gemeentebreed en lagere concentraties bevinden zich aan de randen [Atlas van de leefomgeving, 2020]. In figuur 3-3 is de stikstofdioxide concentratie (NO2) in de gemeente Haarlem weergeven.

De hoogste concentraties stikstofdioxide zijn gemeten langs de wegen, in het centrum en rondom station Haarlem [Atlas van de leefomgeving, 2020]. Een aanzienlijk deel van de concentraties NO2 en fijnstof wordt veroorzaakt door bronnen buiten de gemeente Haarlem en Nederland. Daarmee is luchtvervuiling ook een nationaal en internationaal issue.

Figuur 3-1: Fijnstof concentratie (PM2.5) in de gemeente Haarlem in 2017 [Atlas van de leefomgeving, 2020]

23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

12

Projectgerelateerd

Figuur 3-2: Fijnstof concentratie (PM10) in de gemeente Haarlem in 2017 [Atlas van de leefomgeving, 2020]

Figuur 3-3: Stikstofdioxide concentratie (NO2) in de gemeente Haarlem in 2017 [Atlas van de leefomgeving, 2020] 23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

13

Projectgerelateerd

Tabel 3-2 geeft de WHO-advieswaarden weer voor luchtkwaliteit [RIVM, 2019b]. De gemiddelde achtergrondconcentraties fijnstof (PM2.5) in 2018 liggen in de gemeente Haarlem hoger dan gemiddeld genomen over Nederland, respectievelijk 12,5 µg/m3 in Haarlem ten opzichte van 10,7 µg/m3 gemiddeld over Nederland [Telos PBL, 2019]. De gemiddelde achtergrondconcentraties stikstofdioxiden (NO2) in 2018 liggen in de gemeente Haarlem hoger dan gemiddeld genomen over Nederland, respectievelijk 28,1 µg/m3 in Haarlem ten opzichte van 21,9 µg/m3 gemiddeld genomen over Nederland [Telos PBL, 2019]. Tabel 3-2: Grenswaarden en WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit [RIVM, 2019a]. Stof

Soort norm

Concentratie

Status

NO2

Jaargemiddelde

3

40 µg/m (sinds 2015)

Grenswaarde / WHO-advieswaarde

PM10

Jaargemiddelde

40 µg/m

3

Grenswaarde

PM10

Jaargemiddelde

20 µg/m3

WHO-advieswaarde

PM2,5

Jaargemiddelde

25 µg/m3 (sinds 2015)

Grenswaarde

PM2,5

Jaargemiddelde

10 µg/m

WHO-advieswaarde

3

Op basis van bovenstaande gegevens en de figuren 3-1, 3-2, 3-3 kan gesteld worden dat er overal in de gemeente wordt voldaan aan de (wettelijke) grenswaarden voor fijnstof (PM10 en PM2.5), maar nog niet aan de WHO-advieswaarden voor de concentraties fijnstof (PM10 en PM2.5). De gemiddelde achtergrondconcentraties voor PM2.5 liggen hoger dan het landelijk gemiddelde. Voor stikstofdioxide (NO2) wordt voldaan aan de grenswaarden/WHO-advieswaarde, maar de gemiddelde achtergrondconcentraties liggen hoger dan gemiddeld genomen over Nederland. Conclusie: aan beoordelingsaspect luchtkwaliteit wordt in de huidige situatie kwaliteitsniveau ‘oranje’ toegekend, omdat de fijnstofconcentraties (PM10 en PM2.5) op meerdere locaties niet voldoen aan de WHOadvieswaarden.

3.1.3

Autonome ontwikkeling

Er wordt verwacht dat de concentraties van fijnstof (PM10 (deeltjes <10 micrometer) én PM2,5 (deeltjes <2,5 micrometer), maar ook van stikstofdioxide (NO2) autonoom (licht) zullen dalen [RIVM, 2019b]. Het samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is verlengd tot het ingaan van de Omgevingswet om de resterende knelpunten op te lossen. In het Actieprogramma Luchtkwaliteit staan de maatregelen die zich richten op het beperken van de uitstoot van de industrie en het verkeer (over weg en water). Daarnaast heeft de overheid het Schone Lucht Akkoord (SLA) opgesteld met het doel de gezondheidsschade door luchtvervuiling in 2030 te beperken ten opzichte van de huidige situatie [Rijksoverheid, 2020c]. Het SLA is ook ondertekend door de gemeente Haarlem. De ambitie van het SLA en de gemeente Haarlem is om te voldoen aan de door de WHO gestelde advieswaarden. De kwaliteit van de lucht is grotendeels afhankelijk van landelijke en internationale ontwikkelingen op het gebied van wetgeving en technologische ontwikkelingen. Ontwikkelingen met betrekking tot het gebruik van duurzame energiebronnen kunnen een positieve bijdrage leveren aan de luchtkwaliteit, maar het is nog onzeker wat de effecten hier precies van zullen zijn. Tevens kan het gebruik van andere vormen van mobiliteit (b.v. elektrisch vervoer) een positief effect hebben.

Er is een onzekerheid in de verbeterende trend van fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2). Door o.a. de verwachte toenemende bevolkingsdichtheid, voortgaande verstedelijking en groei van het verkeer, extra emissies als gevolg van een circulaire economie zullen naar verwachting meer mensen worden blootgesteld aan een relatief hoger niveau concentratie van luchtverontreiniging [RIVM, 2018a]. Het is daarmee de vraag of in 2030 de concentraties fijnstof voldoen aan de WHO-advieswaarden. Onzekerheden liggen in het al dan niet doorzetten van elektrisch rijden, de mate van verschoning van de (zee)scheepvaart, de gevolgen van de energietransitie en met name internationaal beleid ten aanzien van industrie, 23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

14

Projectgerelateerd

scheepvaart en wegverkeer van de afgelopen jaren richting 2030 zich zal doorzetten (vooral wat betreft fijn stof). Conclusie: aan beoordelingsaspect luchtkwaliteit wordt voor de autonome ontwikkeling kwaliteitsniveau ‘oranje’ toegekend, met een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Dit omdat de luchtkwaliteit naar verwachting zal verbeteren door andere de maatregelen die samenhangen met het Schone Lucht Akkoord. Doorkijk 2045 Het is aannemelijk dat technologische ontwikkelingen met betrekking tot onder andere schone mobiliteit ook na 2030 doorzetten. De verwachting is dat door technologische ontwikkelingen en beleid op verschillende niveaus zal leiden tot een verdere verbetering van de luchtkwaliteit tot 2045.

3.2

Geluidhinder

3.2.1

Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus

Geluidhinder Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden

Kwantitatief • Geluidbelastingkaart [Atlas van de leefomgeving, 2020] • Geluidhinder kaart [Telos PBL, 2019] Expert judgement op basis van mate van geluidhinder in relatie tot geluidniveaus [Atlas van de leefomgeving, 2020; Telos PBL, 2019]

Schaallat kwaliteitsniveaus Groen

Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt is minder dan 5%

Oranje

Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt ligt tussen de 5% en 25% Het percentage mensen dat ernstige hinder ondervindt is meer dan 25%

Rood

3.2.2

Huidige situatie

Geluiden in de omgeving kunnen een grote bijdrage leveren aan de beleving van de leefomgeving. Te veel geluid is vaak onwenselijk of zelfs schadelijk. Gezondheidseffecten als slaapverstoring, gehoorschade, risico op hart- en vaatziekten of verminderd prestatievermogen en leerproblemen bij kinderen willen we uiteraard zoveel mogelijk voorkomen [PlanMER NOVI, 2019]. Geluidhinder is gedefinieerd als het vaak of soms last hebben van geluid van wegverkeer, railverkeer, vliegtuigen, buren, industrie, bedrijvigheid, laden/lossen en spelende kinderen. Ernstige geluidhinder ervaren door inwoners van 19 jaar en ouder wordt voornamelijk veroorzaakt door brommers of scooters (11%), buren (9%), wegverkeer met snelheden hoger dan 50 km/h (7%), en vliegverkeer (4%) [RIVM, 2016a]. Voor al deze bronnen geldt dat het percentage gehinderde hoger ligt dan het Nederlandse gemiddelde. Ernstige geluidhinder is een afgeleide van geluidhinder en gedefinieerd als het percentage mensen die geluidhinder beoordelen met een 7-10 op de schaal 0 (helemaal niet hinderlijk) tot 10 (heel erg hinderlijk) [Compendium voor de Leefomgeving, 2008]. De gemiddelde geluidbelasting (>55dB) in Lden gemeten in 2016 in de gemeente Haarlem ligt met 62,3% hoger dan het Nederlandse gemiddelde van 34,8% [Telos PBL, 2019].

Figuur 3-4 1 geeft de geluidbelasting in de gemeente Haarlem weer (Lden) als gevolg van rijkswegen, gemeentelijke wegen en provinciale 1

In de geluidskaart wordt geen rekening gehouden met eventuele maatregelen die genomen zijn om de geluidsbelasting ter plaatse van geluidsgevoelige bestemmingen te verlagen (bijv. gevelisolatie van woningen).

23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

15

Projectgerelateerd

wegen. Uit figuur 3-4 kan geconcludeerd worden dat de grootste geluidbelasting en potentiële geluidhinder rondom de N208, N200 en de N205 ligt. Figuur 3-5 2 toont de geluidbelasting van het treinverkeer in de gemeente Haarlem. Uit figuur 3-5 kan geconcludeerd worden dat de er rond de sporen sprake is van een hogere geluidsbelasting en daarmee potentiële geluidhinder. Daarnaast is er in Haarlem sprake van geluidsbelasting als gevolg van vliegverkeer rondom Schiphol. Op de kaart in figuur 3-6 3 ziet u hoe hoog de gemiddelde geluidsbelasting van het vliegverkeer is in Haarlem. De geluidbelasting is berekend en gemiddeld over 2016 en uitgedrukt in decibel. De belangrijkste geluidshinder in Haarlem wordt veroorzaakt door weg-, trein- en vliegverkeer. Geluidsbelasting wegverkeer (Lden)

Figuur 3-4: Geluidbelasting van wegverkeer (cumulatief) in Haarlem (Lden) 2017 [Atlas van de leefomgeving, 2020]

2

In de geluidskaart wordt geen rekening gehouden met eventuele maatregelen die genomen zijn om de geluidsbelasting ter plaatse van geluidsgevoelige bestemmingen te verlagen (bijv. gevelisolatie van woningen). 3 In de geluidskaart wordt geen rekening gehouden met eventuele maatregelen die genomen zijn om de geluidsbelasting ter plaatse van geluidsgevoelige bestemmingen te verlagen (bijv. gevelisolatie van woningen). 23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

16

Projectgerelateerd

Geluidsbelasting treinverkeer (Lden)

Figuur 3-5 Geluidbelasting van treinverkeer (cumulatief) in Haarlem (Lden) 2016 [Atlas van de leefomgeving, 2020]

Geluidscontouren vliegverkeer Schiphol

Figuur 3-6: Geluidscontouren vliegverkeer Schiphol in Haarlem 2016 [Atlas van de leefomgeving, 2020]

23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

17

Projectgerelateerd

3-7 geeft de het percentage mensen dat ernstige geluidhinder ondervindt van weg, trein en vliegverkeer weer gemeten over 2016. Het gemiddelde ervaren ernstige geluidhinder van weg, trein en vliegtuigverkeer in de gemeente Haarlem ligt met 26,0% hoger dan het landelijk gemiddelde waar gemiddeld 21,5% van de bevolking ernstige geluidhinder ervaart [Telos PBL, 2019].

Figuur 3-7: Geluidhinder weg, trein en vliegtuig (2016) [Telos PBL, 2019]

Conclusie: aan de beoordelingsaspect geluidhinder wordt in de huidige situatie kwaliteitsniveau ‘rood’ toegekend, omdat het percentage mensen dat ernstige geluidhinder ondervindt in de gemeente Haarlem 26% is. Dit valt onder kwaliteitsniveau ‘rood’, maar is gepositioneerd op de grens met kwaliteitsniveau ‘oranje’.

3.2.3

Autonome ontwikkeling

De waar te nemen trend is dat de ‘geluiddeken’ toeneemt, door meer verkeer, woningen en evenementen. Het wegverkeerslawaai kan gaan afnemen als er een groei is in elektrisch rijden. Aangezien bij hogere snelheid het bandengeluid bepalend is, heeft het elektrisch rijden ter hoogte van rijkswegen en provinciale wegen naar verwachting geen effect op de mate van geluidoverlast. Ook de ontwikkelingen van stillere banden en wegdekken zijn daarin al meegenomen. Daarnaast is de verwachting dat in de toekomst de geluidemissie van het bandengeluid vermindert. In de reken- en meetvoorschriften voor geluid wordt al rekening gehouden met het stiller worden van verkeer door een toename van elektrisch rijden en met een lagere geluidemissie als gevolg van verminderd bandengeluid. In de praktijk kan het zijn dat bewoners in de toekomst wel minder geluidbelasting ervaren als gevolg van een toename in elektrisch rijden en stiller wegdek, waarmee de perceptie van geluidbelasting op de omgeving ten gevolge van wegverkeer afneemt.

23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

18

Projectgerelateerd

De geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer kan daarentegen weer toenemen door de (naar verwachting hoge) groei van het verkeer en aanleg van nieuwe wegen [RIVM, 2016a]. De Wet geluidhinder (Wgh) en het Besluit geluidhinder (Bgh) geven een regeling voor de toegestane geluidsbelasting door wegen, spoorwegen of industrieterreinen, op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige objecten (zoals scholen en ziekenhuizen). De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting wordt de voorkeurswaarde genoemd. Als in bijzondere omstandigheden niet aan deze voorkeurswaarde kan worden voldaan is het mogelijk om hiervan af te wijken door het vaststellen van een hogere waarde. Deze hogere waarde mag echter nooit hoger mag zijn dan het in de Wgh respectievelijk het Bgh vastgelegde maximum (de maximaal toelaatbare waarde). Met het Hogere waardenbeleid Haarlem [gemeente Haarlem, 2009b] worden maatregelen getroffen om geluidhinder in Haarlem te verminderen. De beleidsregels geven het kader waarbinnen nieuwbouw op de meer geluid belaste locaties mogelijk wordt maar waarbij tevens de toekomstige bewoners worden beschermd tegen een te grote geluidsbelasting ten gevolge van weg- en spoorwegverkeer of een industrieterrein.

De voorkeursvolgorde is hierbij bron- en overdrachtsmaatregelen met daarbij geluidsisolerende maatregelen aan de woning, bouw met een geluidsluwe zijde, eisen aan het gebouw (zoals zoveel mogelijk verblijfsruimten aan de geluidsluwe zijde). Daarnaast zijn er beleidsregels opgenomen voor de situaties waarin sprake is van cumulatie van geluidsbelasting van meer dan één van de drie bronnen (wegen en/of spoorwegen en/of industrieterrein). Het Actieplan Omgevingslawaai Haarlem 2014 geeft beleidskaders voor het reduceren van omgevingslawaai. Het doel is om 2030 een geluidniveau te hebben dat gemeentebreed beneden de 63 dB ligt, het niveau waarop er volgend GGD-criteria sprake is van toenemende gezondheidsrisico’s zoals een verhoogde bloeddruk of hartproblemen. Het Actieplan Omgevingslawaai Haarlem 2014 is met name gericht op reductie van het geluidniveau veroorzaakt door wegverkeer. Twee maatregelen worden ingezet om geluidhinder door wegverkeer te verminderen. Ten eerste wordt gevelisolatie toegepast, hierbij geldt de plandrempel van 68 dB. Woningen met een geluidbelasting van meer dan 68 dB hebben voorrang in de aanpak. Nadat deze woningen aangepakt zijn wordt de plandrempel verlaagd en worden woningen die blootgesteld zijn aan een lagere geluidbelasting aangepakt. Ten tweede worden bronmaatregelen genomen zoals de toepassing van stil asfalt en verkeersmaatregelen.

Stil asfalt wordt toegepast op wegen waarlangs woningen staan die blootgesteld worden aan geluidbelasting van meer dan 63 dB. Ten aanzien van verkeersmaatregelen geldt dat het beleid vanuit het Haarlems Verkeer en Vervoerplan leidend zijn. In dit plan wordt met name ingezet op stimulatie van gebruik van de fiets of het openbaar vervoer door voorzieningen voor de fiets of het openbaar vervoer in te zetten [Gemeente Haarlem, 2014c]. Conclusie: aan beoordelingsaspect geluidhinder wordt voor de autonome ontwikkeling kwaliteitsniveau ‘oranje’ toegekend, een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. De gemeente Haarlem treft verschillende maatregelen om met name de geluidhinder veroorzaakt door wegverkeer te verminderen. Er wordt ingezet op gevelisolatie aan huizen die blootstaan aan een geluidbelasting van 68 dB of meer, deze grens wordt autonoom verlaagd. Daarnaast wordt er ingezet op de toepassing van stil asfalt en het nemen van verkeersmaatregelen om autogebruik te ontmoedigen. Het is aannemelijk dat bovengenoemde maatregelen bijdragen aan het reduceren van de geluidbelasting. Doorkijk 2045 Bij een verwachtte toenemend bevolkingsaantal na 2030 wordt de potentiele groep ernstig gehinderden door geluid groter.

In hoeverre de trend wijzigt is afhankelijk van ontwikkelingen in geluid reducerende techniek bij bijvoorbeeld motorvoertuigen en van de mate waarin de gemeente Haarlem na 2030 maatregelen treft om de geluiddeken te reduceren. Het is aannemelijk dat de autonome trend ook na 2030 doorzet.

23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

19

Projectgerelateerd

3.3

Gezonde leefstijl en leefomgeving

3.3.1

Informatiebronnen en kwaliteitsniveaus

Gezonde leefstijl en leefomgeving Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden

Kwantitatief: • Kernindicatoren beweegvriendelijke leefomgeving [RIVM, 2017a] Landelijke benchmark op basis van kernindicator beweegvriendelijke omgeving RIVM [RIVM, 2017a]

Schaallat kwaliteitsniveaus Groen

Kernindicator beweegvriendelijke omgeving boven het landelijke gemiddelde

Oranje

Kernindicator beweegvriendelijke omgeving rond het niveau van het landelijke gemiddelde Kernindicator beweegvriendelijke omgeving onder het landelijke gemiddelde

Rood

3.3.2

Huidige situatie

“Een beweegvriendelijke omgeving faciliteert, stimuleert en daagt uit om te bewegen en te sporten. Denk hierbij aan voldoende wandel- en fietspaden, speeltuinen, parken en bos. Het beweegvriendelijk inrichten van de openbare ruimte is primair een lokale verantwoordelijkheid.” [Sociaal Cultureel Planbureau, 2018b]. Het RIVM heeft een kernindicator beweegvriendelijke omgeving ontwikkeld [Mulier Instituut, 2015]. De beweegvriendelijke omgeving is één van de 20 kernindicatoren voor het landelijk monitoren van sport en bewegen. Het laat voor alle gemeenten in Nederland zien (op een vijfpuntsschaal) hoe de publieke ruimte in de fysieke woonomgeving scoort op de mogelijkheid voor mensen om te bewegen en te sporten. De kernindicator wordt bepaald door 6 deelindicatoren [RIVM, 2020] met een eigen databron: 1. Publieke sportaccommodaties 2. Sport- en speelplekken I. Gemerkte speelplekken II. Niet-gemerkte speelplekken III. Schoolterreinen, vrij toegankelijk buiten school tijd IV. Openbaar zwemwater, speelvijvers, speelbossen 3. Sport- speel- en beweegruimte I. Parken en plantsoenen II. Water voor roeien schaatsen zeilen kanopolo III. Volkstuinen 4. Routes I. Fietspaden II. Wandelpaden III. Buitenweggetjes 5. Buitengebied I. Bos II. Heide III. Zand/strand 6. Nabijheid van voorzieningen I. Commerciële voorzieningen II. Publieke voorzieningen III. Openbaar vervoer

23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

20

Projectgerelateerd

Per gemeente wordt de absolute score (gebaseerd op objectieve registraties) op de onderliggende elementen omgerekend naar een vijfpuntschaal. De gemeenten worden op basis van rangorde verdeeld in vijf groepen van gelijke grootte en krijgen een score 1 tot 5 (per deelindicator). De score wordt per deelindicator berekend door de score op alle onderliggende elementen te middelen. Het gemiddelde van de scores op de zes deelindicatoren is uiteindelijk de waarde voor de kernindicator. Hieruit is vervolgens een landelijk cijfer per 10.000 inwoners bepaald. Voor heel Nederland bedraagt de kernindicator beweegvriendelijke leefomgeving gemiddeld 2,6 per 10.000 inwoners (peiljaar 2017). Uit figuur 38 [RIVM, 2017a] volgt dat de gemeente Haarlem met een 2,4 onder het landelijke gemiddelde zit. De kernindicator is voor de gemeente Haarlem Figuur 3-8: Beweegvriendelijke omgeving [RIVM, 2017a] afzonderlijk op een vijfpuntschaal beoordeeld en weergegeven in figuur 3-9. De gemeente scoort laag op het gebied van Buitengebied (0,5) en routes (1,0). Speelplekken (2,75) Sport en speelruimtes (3,33) en sportvoorzieningen (2,0) scoren gemiddeld. De nabijheid van voorzieningen scoort hoog (5,0). De totaalscore voor een beweegvriendelijke omgeving is het gemiddelde van de scores op de zes deelindicatoren. Voor Haarlem komt die score op 2,43.

Dat is lager dan het landelijke gemiddelde (2,61) [RIVM, 2017a].

Figuur 3-9: Beoordeling kernindicatoren beweegvriendelijke omgeving Haarlem [Rijksoverheid, 2020d]

Conclusie: omdat de kernindicator beweegvriendelijke omgeving in Haarlem onder het landelijke gemiddelde ligt, is kwaliteitsniveau ‘rood’ toegekend.

3.3.3

Autonome ontwikkeling

Autonoom staan de sub-indicatoren die vallen onder de kernindicator ‘beweegvriendelijke leefomgeving’ onder druk. Ruimteclaims voor woningbouw en energietransitie vormen risico’s voor speelplekken, sportvoorzieningen en de nabijheid van groen en buitengebieden. Doordat meer mensen ouder worden, neemt ook het aantal mensen met een chronische ziekte, sociale problemen en eenzaamheid toe. Er zal vaker sprake zijn van een opeenstapeling van gezondheids- en sociale problemen bij kwetsbare groepen [RIVM, 2018a]. De komende jaren zal door vergrijzing, migratie en het toenemende belang van de beleving van sport een verschuiving plaatsvinden naar andere typen sport, vooral naar meer individuele (zelfgeorganiseerde) sporten of alternatieven op bestaande sporten. Voorbeelden hiervan zijn hardlopen en bootcampen in zelfgeorganiseerde groepjes, maar ook wandelvoetbal voor ouderen, kitesurfen en klimmen. Landelijke trends en ontwikkelingen in de sport laten zien dat Nederlanders in 2030 minder vaak lid zijn van een sportvereniging. Dit heeft naar verwachting gevolgen voor de manier waarop sport georganiseerd

23 maart 2021

LOF OER HAARLEM

BH3405TPRP2007201700

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12269725/2